Artikel 1. Artikel 3 van het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990 houdende vaststelling van de erkenningsvoorwaarden, de werkings- en subsidiëringsvoorwaarden voor diensten voor zelfstandig wonen van gehandicapte personen zoals bedoeld in artikel 3, § 1bis, van het koninklijk besluit nr. 81 van 10 november 1967 tot instelling van een Fonds voor medische, sociale en pedagogische zorg voor gehandicapten, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 19 juli 2002, wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 3. Voor de Vlaamse Gemeenschap wordt het aantal plaatsen zelfstandig wonen vanaf het jaar 2003 vastgesteld op 325 waarvan maximaal 30 plaatsen in diensten zoals omschreven in artikel 6, § 2.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
18 JULI 2003. - Besluit van de Vlaamse regering houdende verscheidene maatregelen tot wijziging van de programmatie voor de voorzieningen op het vlak van de sociale integratie van personen met een handicap.
Titre
18 JUILLET 2003. - Arrêté du Gouvernement flamand contenant diverses mesures modifiant la programmation pour les structures oeuvrant dans le domaine de l'intégration sociale des personnes handicapées (TRADUCTION).
Documentinformatie
Numac: 2003036004
Datum: 2003-07-18
Info du document
Numac: 2003036004
Date: 2003-07-18
Tekst (9)
Texte (9)
Article 1. L'article 3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 fixant les conditions d'agrément ainsi que les modalités de fonctionnement et de subventionnement des services pour handicapés habitant chez eux de manière autonome visés à l'article 3, § 1er bis de l'arrêté royal n° 81 du 10 novembre 1967 créant un Fonds de soins médico-socio-pédagogiques pour handicapés, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2002, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 3. Pour la Communauté flamande, le nombre de places de logement autonome à partir de l'an 2003 est fixé à 325 dont au maximum 30 places dans les services définis à l'article 6, § 2. "
" Art. 3. Pour la Communauté flamande, le nombre de places de logement autonome à partir de l'an 2003 est fixé à 325 dont au maximum 30 places dans les services définis à l'article 6, § 2. "
Art.2. Artikel 3 van het besluit van de Vlaamse regering van 28 april 1993 tot vaststelling van de programmatie voor de voorzieningen op het vlak van de sociale integratie van personen met een handicap, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 19 juli 1994, 19 december 1996, 19 december 1997, 31 maart 2000 en 19 juli 2002 wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 3. Het aantal bedden en plaatsen in voorzieningen, die bestemd zijn voor de opname van personen met een handicap vermeld in artikel 3, § 1, van het koninklijk besluit nr. 81 van 10 november 1967 tot instelling van een Fonds voor medische, sociale en pedagogische zorg voor gehandicapten, wordt vanaf 2003 bepaald op 22.695. "
" Art. 3. Het aantal bedden en plaatsen in voorzieningen, die bestemd zijn voor de opname van personen met een handicap vermeld in artikel 3, § 1, van het koninklijk besluit nr. 81 van 10 november 1967 tot instelling van een Fonds voor medische, sociale en pedagogische zorg voor gehandicapten, wordt vanaf 2003 bepaald op 22.695. "
Art.2. L'article 3 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 28 avril 1993 fixant la programmation pour les structures oeuvrant dans le domaine de l'intégration sociale des personnes handicapées, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 19 juillet 1994, 19 décembre 1996, 19 décembre 1997, 31 mars 2000 et 19 juillet 2002, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 3. Le nombre de lits et de places dans les structures destinées à l'admission de personnes handicapées mentionnées à l'article 3, § 1er, de l'arrêté royal n° 81 du 10 novembre 1967 créant un Fonds de soins médico-socio-pédagogiques pour handicapés, est fixé à partir de l'an 2003 à 22 695. "
" Art. 3. Le nombre de lits et de places dans les structures destinées à l'admission de personnes handicapées mentionnées à l'article 3, § 1er, de l'arrêté royal n° 81 du 10 novembre 1967 créant un Fonds de soins médico-socio-pédagogiques pour handicapés, est fixé à partir de l'an 2003 à 22 695. "
Art.3. Artikel 6 van hetzelfde, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 19 december 1996, 18 december 1998, 8 juni 1999, 13 juli 2001en 19 juli 2002, wordt opgeheven.
Art.3. L'article 6 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 19 décembre 1996, 18 décembre 1998, 8 juin 1999, 13 juillet 2001 et 19 juillet 2002, est abrogé.
Art.4. In artikel 10 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 19 december 1996 en 18 december 1998, worden de woorden " en treedt buiten werking op 1 januari 2000 " geschrapt.
Art.4. Dans l'article 10 du même arrêté, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 19 décembre 1996 et 18 décembre 1998, les mots " et cesse d'être en vigueur le 1er janvier 2000 " sont supprimés.
Art.5. Artikel 4 van het besluit van 17 december 1996 betreffende de erkenning en subsidiëring van thuisbegeleidingsdiensten voor personen met een handicap, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 13 juli 2001, wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 4. § 1. Voor de diverse diensten wordt de programmatie bepaald door het Fonds binnen de perken van de kredieten die hiertoe ingeschreven zijn op de begroting.
§ 2. Per provincie wordt ten minste voorzien in :
1° één dienst voor gezinnen met personen met een mentale handicap;
2° één dienst voor gezinnen met personen met een motorische handicap;
3° één dienst voor gezinnen met personen met een auditieve handicap.
§ 3. Voor de toepassing van § 2 zorgen de diensten erkend in de provincie Vlaams-Brabant ook voor de begeleiding van de gezinnen die in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest wonen en die op kosten van de Vlaamse Gemeenschap begeleid worden.
§ 4. Naast de diensten, bedoeld in § 2, wordt ook voorzien in de erkenning van :
1° diensten voor gezinnen met personen met een visuele handicap;
2° diensten voor gezinnen met personen met autisme.
§ 5. Het Fonds kan voorzieningen erkennen voor de begeleiding van andere doelgroepen dan die welke bepaald zijn in de § 2 en § 4. "
" Art. 4. § 1. Voor de diverse diensten wordt de programmatie bepaald door het Fonds binnen de perken van de kredieten die hiertoe ingeschreven zijn op de begroting.
§ 2. Per provincie wordt ten minste voorzien in :
1° één dienst voor gezinnen met personen met een mentale handicap;
2° één dienst voor gezinnen met personen met een motorische handicap;
3° één dienst voor gezinnen met personen met een auditieve handicap.
§ 3. Voor de toepassing van § 2 zorgen de diensten erkend in de provincie Vlaams-Brabant ook voor de begeleiding van de gezinnen die in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest wonen en die op kosten van de Vlaamse Gemeenschap begeleid worden.
§ 4. Naast de diensten, bedoeld in § 2, wordt ook voorzien in de erkenning van :
1° diensten voor gezinnen met personen met een visuele handicap;
2° diensten voor gezinnen met personen met autisme.
§ 5. Het Fonds kan voorzieningen erkennen voor de begeleiding van andere doelgroepen dan die welke bepaald zijn in de § 2 en § 4. "
Art.5. L'article 4 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 17 décembre 1996 relatif à l'agrément et au subventionnement des services d'aide à domicile pour handicapés, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 juillet 2001, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 4. § 1er. La programmation des divers services est déterminée par le Fonds dans les limites des crédits inscrits à cet effet au budget.
§ 2. Par province, il est prévu au moins :
1° un service pour familles comptant des personnes souffrant d'un handicap mental;
2° un service pour familles comptant des personnes souffrant d'un handicap moteur;
3° un service pour familles comptant des personnes souffrant d'un handicap auditif.
§ 3. Pour l'application du § 2, les services agréés dans la province du Brabant flamand assurent également l'accompagnement des familles résidant en Région de Bruxelles-Capitale et dont l'accompagnement vient à charge de la Communauté flamande.
§ 4. Outre les services visés au § 2, sont également agréés :
1° des services pour familles comptant des personnes souffrant d'un handicap visuel;
2° des services pour familles comptant des personnes souffrant d'autisme.
§ 5. Le Fonds peut agréer des structures pour l'accompagnement d'autres groupes cibles que ceux visés aux §§ 2 et 4. "
" Art. 4. § 1er. La programmation des divers services est déterminée par le Fonds dans les limites des crédits inscrits à cet effet au budget.
§ 2. Par province, il est prévu au moins :
1° un service pour familles comptant des personnes souffrant d'un handicap mental;
2° un service pour familles comptant des personnes souffrant d'un handicap moteur;
3° un service pour familles comptant des personnes souffrant d'un handicap auditif.
§ 3. Pour l'application du § 2, les services agréés dans la province du Brabant flamand assurent également l'accompagnement des familles résidant en Région de Bruxelles-Capitale et dont l'accompagnement vient à charge de la Communauté flamande.
§ 4. Outre les services visés au § 2, sont également agréés :
1° des services pour familles comptant des personnes souffrant d'un handicap visuel;
2° des services pour familles comptant des personnes souffrant d'autisme.
§ 5. Le Fonds peut agréer des structures pour l'accompagnement d'autres groupes cibles que ceux visés aux §§ 2 et 4. "
Art.6. Artikel 5 van het besluit van de Vlaamse regering van 24 maart 1998 tot vaststelling van de wijze waarop het Vlaams Fonds voor de Sociale Integratie van Personen met een Handicap het wonen onder begeleiding van een particulier subsidieert binnen het kader van de verdere flexibilisering van de zorgvoorzieningen, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 18 december 1998, 31 maart 2000, 13 juli 2001 en 19 juli 2002 wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 5. Het aantal personen met een handicap dat van het wonen onder begeleiding van een particulier kan gebruik maken, wordt jaarlijks door het Fonds bepaald binnen de perken van de kredieten die ingeschreven zijn op de begroting. Voor het jaar 2003 wordt het aantal op 170 bepaald. Van de 170 plaatsen kunnen 50 plaatsen alleen toegekend worden als ze gerealiseerd worden door reconversie van gezinsplaatsingen.
" Art. 5. Het aantal personen met een handicap dat van het wonen onder begeleiding van een particulier kan gebruik maken, wordt jaarlijks door het Fonds bepaald binnen de perken van de kredieten die ingeschreven zijn op de begroting. Voor het jaar 2003 wordt het aantal op 170 bepaald. Van de 170 plaatsen kunnen 50 plaatsen alleen toegekend worden als ze gerealiseerd worden door reconversie van gezinsplaatsingen.
Art.6. L'article 5 de l'arrêté du Gouvernement flamand du 24 mars 1998 fixant les modalités de subventionnement par le " Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van Personen met een Handicap " du logement sous accompagnement d'un particulier dans le cadre de la flexibilisation de l'offre de soins, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 18 décembre 1998, 31 mars 2000, 13 juillet 2001 et 19 juillet 2002, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 5. Le nombre de personnes handicapées pouvant bénéficier du logement sous accompagnement d'un particulier, est fixé annuellement par le Fonds dans les limites des crédits inscrits à cet effet au budget. Pour l'an 2003, le nombre est fixé à 170. Du nombre total de 170 places, seulement 50 places peuvent être accordées si celles-ci sont réalisées par la reconversion de placements familiaux.
" Art. 5. Le nombre de personnes handicapées pouvant bénéficier du logement sous accompagnement d'un particulier, est fixé annuellement par le Fonds dans les limites des crédits inscrits à cet effet au budget. Pour l'an 2003, le nombre est fixé à 170. Du nombre total de 170 places, seulement 50 places peuvent être accordées si celles-ci sont réalisées par la reconversion de placements familiaux.
Art.7. In artikel 6, tweede lid, van het besluit van de Vlaamse regering van 16 juni 1998 tot regeling van de erkenning en subsidiëring van de centra voor ontwikkelingsstoornissen, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 17 juli 2000 en 19 juli 2002 wordt het cijfer " 3.450 " vervangen door het cijfer " 3.850 ".
Art.7. Dans l'article 6, alinéa deux, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 juin 1998 réglant l'agrément et le subventionnement des centres pour troubles du développement, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 17 juillet 2000 et 19 juillet 2002, le nombre " 3.450 " est remplacé par le nombre " 3.850 ".
Art.8. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2003, met uitzondering van artikel 4, dat uitwerking heeft met ingang van 1 januari 2000.
Art.8. Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 2003, à l'exception de l'article 4, qui produit ses effets le 1er janvier 2000.
Art. 9. De Vlaamse minister, bevoegd voor de bijstand aan personen, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 18 juli 2003.
De minister-president van de Vlaamse regering,
B. SOMERS
De Vlaamse minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen,
A. BYTTEBIER.
Brussel, 18 juli 2003.
De minister-president van de Vlaamse regering,
B. SOMERS
De Vlaamse minister van Welzijn, Gezondheid en Gelijke Kansen,
A. BYTTEBIER.
Art. 9. La Ministre flamande qui a l'assistance aux personnes dans ses attributions est chargée de l'exécution du présent arrêté.
Bruxelles, le 18 juillet 2003.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
B. SOMERS
Le Ministre flamande de l'Aide sociale, de la Santé et de l'Egalité des Chances,
A. BYTTEBIER.
Bruxelles, le 18 juillet 2003.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
B. SOMERS
Le Ministre flamande de l'Aide sociale, de la Santé et de l'Egalité des Chances,
A. BYTTEBIER.