Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
6 DECEMBER 2002. - Besluit van de Vlaamse regering betreffende de organisatie van het buitengewoon secundair onderwijs van opleidingsvorm 3. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 06-02-2003 en tekstbijwerking tot 04-08-2023)
Titre
6 DECEMBRE 2002. - Arrêté du Gouvernement flamand relatif à l'organisation de l'enseignement secondaire spécial de la forme d'enseignement 3 (TRADUCTION). (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 06-02-2003 et mise à jour au 04-08-2023)
Documentinformatie
Numac: 2003035122
Datum: 2002-12-06
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2003035122
Date: 2002-12-06
Moniteur: Voir
Tekst (79)
Texte (66)
HOOFDSTUK 1. - Inleiding.
CHAPITRE 1. - Introduction.
Artikel 1. Dit besluit is van toepassing op het buitengewoon secundair onderwijs van opleidingsvorm 3.
Article 1. Le présent arrêté s'applique à l'enseignement secondaire spécial de la forme d'enseignement 3.
Art. 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt bedoeld met :
  1° assistentniveau : een kwalificatie die betrekkelijk eenvoudig werk omvat, waarbij de beroepsbeoefenaar verantwoordelijk is voor het eigen takenpakket en vooral geautomatiseerde routines en standaardprocedures toepast. De vereiste vaardigheden en kennis zijn functiegronden.
  2° opleiding : een geheel van onderwijs- en studieactiviteiten, erkend door de Vlaamse Gemeenschap, bestaande uit een algemeen vormende en een beroepsgerichte component.
  3° S-opleiding : een opleiding die alleen mag worden georganiseerd in scholen die in het schooljaar 2001-2002 reeds over een gelijksoortige afdeling beschikten.
  4° sleutelvaardigheden : cognitieve, psychomotorische en affectieve vaardigheden die tot de kern van het beroep behoren, bovendien ruimer inzetbaar zijn dan in het beroep waartoe wordt opgeleid en die bijdragen tot de algemene persoonsvorming.
Art. 2. Pour l'application du présent arrêté, il faut entendre par :
  1° niveau d'assistant : une qualification qui implique un travail relativement facile, où le professionnel est responsable des propres missions et applique surtout des routines automatisées et des procédures standards. Les aptitudes et connaissances requises sont liées à la fonction.
  2° formation : un ensemble d'activités d'enseignement et d'études, agréées par la Communauté flamande, qui consiste en une composante "formation générale" et une composante "formation à caractère professionnel".
  3° formation S : une formation pouvant uniquement être organisée dans des écoles qui disposaient déjà d'une Section similaire en l'année scolaire 2001-2002.
  4° aptitudes-clés : des aptitudes cognitives, psychomotoriques et affectives appartenant à l'essence de la profession, dont l'utilité va bien au-delà de la profession à laquelle sert la formation et qui contribuent à la formation personnelle générale.
HOOFDSTUK II. - Structuur.
CHAPITRE 2. - Structure.
Art. 3. Het buitengewoon secundair onderwijs van opleidingsvorm drie verstrekt aan de leerlingen een algemene, sociale en een beroepsgerichte vorming, met het oog op hun integratie in een gewoon leef- en arbeidsmilieu.
Art. 3. L'enseignement secondaire spécial de la forme d'enseignement 3 dispense une formation générale, sociale et professionnelle aux élèves, en vue de leur intégration dans un milieu de vie et de travail commun.
Art. 4. De opleidingsvorm drie omvat drie fasen plus een facultatieve integratiefase :
  1° de observatiefase : omvat het eerste [2 jaar]2 en is beperkt tot één volledig schooljaar;
  2° de opleidingsfase : omvat ten minste twee schooljaren;
  3° de kwalificatiefase : omvat ten minste twee schooljaren;
  4° de facultatieve integratiefase : is bedoeld voor leerling die het getuigschrift van een opleiding hebben behaald. Deze fase omvat één volledig schooljaar in de vorm van een alternerende beroepsopleiding. [2 [3 Deze facultatieve integratiefase van één schooljaar kan bij wijze van uitzondering door de klassenraad verlengd worden tot een tweede schooljaar in volgende situaties:
   a) als een leerling door omstandigheden een lange periode gewettigd afwezig was gedurende het eerste schooljaar van de integratiefase en daardoor geen getuigschrift heeft behaald;
   b) als een leerling nood blijkt te hebben aan een tweede jaar van de integratiefase op basis van [4 het individueel aangepast curriculum]4 gedurende het eerste schooljaar van de integratiefase en daardoor geen getuigschrift heeft behaald.]3
]2

  Bij wijze van uitzondering kan, op gemotiveerd advies van de klassenraad, een leerling die nog geen getuigschrift van [1 de opleiding]1 heeft behaald, toch worden toegelaten tot de integratiefase.
  
Art. 4. La forme d'enseignement 3 comprend trois phases plus une phase facultative d'intégration :
  1° la phase d'observation : comprend la première [2 année]2 et est limitée à une année scolaire entière;
  2° la phase de formation : comprend au moins deux années scolaires;
  3° la phase de qualification : comprend au moins deux années scolaires;
  4° la phase facultative d'intégration : est destinée à l'élève ayant obtenu le certificat d'une formation. Cette phase comprend une année d'études entière sous la forme d'une formation professionnelle en alternance. [2 [3 Cette phase facultative d'intégration d'une seule année scolaire peut, à titre exceptionnel, être prolongée par le conseil de classe jusqu'à une seconde année scolaire, dans les situations suivantes :
   a) un élève a été, en raison des circonstances, légitimement absent pour une longue période pendant la première année scolaire de la phase d'intégration et n'a pas obtenu de certificat en conséquence ;
   b) il s'avère qu'un élève a besoin d'une deuxième année de la phase d'intégration sur la base [4 du programme adapté individuellement]4 pendant la première année scolaire de la phase d'intégration et n'a pas obtenu de certificat en conséquence.]3
.]2

  Un élève n'ayant pas encore obtenu un certificat de [1 la formation]1 , peut néanmoins être admis à la phase d'intégration, à titre exceptionnelle et sur avis motivé du conseil de classe.
  
Art. 5. Op weekbasis worden in de onderscheiden fasen, met uitzondering van de integratiefase, ten minste 32 lesuren en maximaal 36 lesuren besteed aan de algemene en sociale vorming en aan de beroepsgerichte vorming.
  De algemene en sociale vorming wordt wekelijks verstrekt gedurende :
  1° ten minste 14 lestijden in de observatiefase;
  2° ten minste 10 lestijden in de opleidingsfase;
  3° ten minste 10 lestijden in de kwalificatiefase.
  De beroepsgerichte vorming wordt wekelijks verstrekt gedurende :
  1° ten minste 16 lestijden in de observatiefase;
  2° ten minste 13 lestijden in de opleidingsfase;
  3° ten minste 19 lestijden in de kwalificatiefase.
  De school kan de overige lesuren een vrije invulling geven.
Art. 5. Dans les différentes phases, excepté la phase d'intégration, 32 heures de cours au minimum et 36 heures de cours au maximum sont consacrées sur une base heddomadaire à la formation générale et sociale et à la formation professionnelle.
  Par semaine, la formation générale et sociale est dispensée pendant :
  1° au moins 14 périodes dans la phase d'observation;
  2° au moins 10 périodes dans la phase de formation;
  3° au moins 10 périodes dans la phase de qualification.
  Par semaine, la formation professionnelle est dispensée pendant :
  1° au moins 16 périodes dans la phase d'observation;
  2° au moins 13 périodes dans la phase de formation;
  3° au moins 19 périodes dans la phase de qualification.
  L'école peut librement disposer des autres heures de cours.
Art. 6. § 1. De integratiefase in de vorm van alternerende beroepsopleiding bestaat uit 2 dagen vorming op school en 3 dagen werkervaring in een regulier bedrijf. Ze omvat wekelijks ten minste 14 lesuren op school en 24 uren werkervaring in een regulier bedrijf.
  Zowel algemene en sociale vorming als beroepsgerichte vorming moet worden georganiseerd. De verhouding tussen deze componenten mag vrij worden vastgelegd, in functie van de individuele behoeften van de leerling.
  [2 De vorming op school of de werkervaring kan uitzonderlijk gedurende een langere periode zonder onderbreking georganiseerd worden, met een maximum van drie weken, als de klassenraad daarvoor een bijkomende motivering opstelt]2.
  § 2. [1 ...]1
  § 3. [1 ...]1
  
Art. 6. § 1. La phase d'intégration sous la forme d'une formation professionnelle en alternance consiste en 2 jours de formation à l'école et 3 jours d'expérience professionnelle dans une entreprise régulière. Elle contient au moins 14 heures de cours à l'école et 24 heures d'expérience professionnelle dans une entreprise régulière.
  Aussi bien la formation générale et sociale que la formation professionnelle doivent être organisées. Le rapport entre les composantes peut être librement établi, en fonction des besoins individuels de l'élève.
  [2 La formation à l'école ou l'expérience professionnelle peut exceptionnellement être organisée sans interruption pendant une période plus longue, avec un maximum de 3 semaines, si le conseil de classe établit une motivation supplémentaire]2.
  § 2. [1 ...]1
  § 3. [1 ...]1
  
Art. 7. § 1. Leerlingen die de integratiefase volgen worden voor de bepaling van de lesuren- en urenpakketten en de werkingsmiddelen van de school beschouwd als leerlingen die voltijds onderwijs volgen.
  § 2. De kosten voor de opleiding in het kader van de algemene en sociale vorming moeten gedragen worden door de reguliere werkingsmiddelen.
  § 3. Naast de gewone financiering/subsidiëring kunnen voor de opleiding en de begeleiding van de cursisten in functie van de werkervaring en de toekomstige tewerkstelling extra middelen ter beschikking worden gesteld.
Art. 7. § 1. Pour la détermination des capitaux-périodes et des capitaux-heures, les élèves qui suivent la phase d'intégration sont considérés comme des élèves qui suivent un enseignement à temps plein.
  § 2. Les coûts de la formation générale et sociale doivent être supportés par les moyens de fonctionnement réguliers.
  § 3. Outre le financement/subventionnement ordinaire, des moyens supplémentaires peuvent être mis à disposition pour la formation et l'encadrement des apprenants, en fonction de l'expérience professionnelle et du futur emploi.
Art. 12. § 1. Gedurende de kwalificatiefase worden stages georganiseerd.
  § 2. Op de werkervaring gedurende de integratiefase, naar gelang van de sector in kwestie, zijn de bepalingen van het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 2001 betreffende de organisatie van het schooljaar, niet van toepassing.
Art. 12. § 1. Dans la phase de qualification sont organisés des stages.
  § 2. Les dispositions de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 2001 relatif à l'organisation de l'année scolaire ne s'appliquent pas à l'expérience professionnelle pendant la phase d'intégration, suivant le secteur en question.
Art. 13. § 1. De klassenraad, bijgestaan door de instelling belast met de begeleiding, beslist over :
  - [4 de toelating van een leerling tot een jaar van een opleiding;]4
  - de overgang van een leerling naar een andere opleiding of naar een ander [2 jaar]2 in de loop van het schooljaar;
  - de vrijstelling van een leerling voor één of meer leerjaren;
  - [1 de toelating tot het volgen van de alternerende beroepsopleiding van een leerling die een getuigschrift van verworven competenties of een attest van verworven bekwaamheden heeft behaald]1 ;
  - de duur van de observatiefase, in functie van de leerling. Zij kan bij gemotiveerde beslissing afwijken van het bij artikel 4, 1° van onderhavig besluit bepaalde;
  - de duur van de opleidingsfase en de kwalificatiefase.
  [5 ...]5
  De beslissingen van de klassenraad moeten gemotiveerd zijn.
  § 2. Het verlenen van vrijstelling(en) voor een of meer [2 jaren]2 mag niet tot gevolg hebben dat de leerling vóór de leeftijd van 18 jaar zijn opleiding in opleidingsvorm drie beëindigt.
  § 3. De vermindering van de studieduur mag niet voor gevolg hebben dat de opleiding na het eerste [2 jaar]2 van het secundair onderwijs minder dan vier schooljaren bedraagt. Voor de berekening van deze vier schooljaren wordt de duur van eventuele vrijstellingen volledig in aanmerking genomen.
  § 4. Leerlingen in de kwalificatiefase moeten ten minste twee schooljaren in dezelfde opleiding [3 hebben gevolgd, tenzij de klassenraad beslist heeft voor een individuele leerling dat de kwalificatiefase wordt ingekort tot één schooljaar]3.
  
Art. 13. § 1. Le conseil de classe, assisté par l'établissement chargé de l'encadrement, décide :
  - [4 de l'admission d'un élève à une année d'études d'une formation ;]4
  - du passage d'un élève à une autre formation ou à une autre [2 année]2 au cours de l'année scolaire;
  - de la dispense d'un élève pour une ou plusieurs années d'études;
  - de [1 l'autorisation à suivre une formation professionnelle en alternance donnée à un élève ayant obtenu un certificat de compétences acquises ou une attestation d'aptitudes acquises]1 ;
  - de la durée de la phase d'observation, en fonction de l'élève. Par une décision motivée, le conseil de classe peut déroger aux dispositions de l'article 4, 1° du présent arrêté;
  - de la durée de la phase de formation et de la phase de qualification;
  [5 ...]5
  Les décisions du conseil de classe doivent être motivées.
  § 2. L'octroi d'une ou de plusieurs dispenses pour une ou plusieurs [2 années]2 ne peut avoir pour conséquence, que l'élève achève sa formation dans la forme d'enseignement 3 avant qu'il n'ait atteint l'âge de 18 ans.
  § 3. La réduction de la durée des études ne peut avoir pour conséquence, que la formation après la première [2 année]2 de l'enseignement secondaire occupe moins de quatre années scolaires. La durée des dispenses éventuelles est entièrement prise en compte pour le calcul de ces quatre années scolaires.
  § 4. Les élèves qui se trouvent dans la phase de qualification doivent avoir suivi au moins deux années scolaires [3 dans la même formation, à moins que le conseil de classe n'ait décidé pour un élève individuel que la phase de qualification est raccourci jusqu'à une année scolaire]3.
  
Art.13/1. [1 De volgende leerlingen worden, onverminderd de bepalingen van artikel 294 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, als regelmatige leerlingen tot een structuuronderdeel van opleidingsvorm 3 van het buitengewoon secundair onderwijs toegelaten: de leerlingen die overstappen van een buitenlands onderwijssysteem of van het onderwijs dat is erkend door de Franse of Duitstalige Gemeenschap van België, op voorwaarde van een gunstige beslissing van de klassenraad en na advies van de klassenraad van het onthaaljaar als het een overstap betreft via het onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers. Elke beslissing die afwijkt van het advies van de klassenraad van het onthaaljaar, wordt afdoende gemotiveerd.
   De klassenraad bestaat, voor wat het onderwijzend personeel betreft, uit alle leden van het structuuronderdeel waarvoor de leerling opteert. In het geval het een overstap betreft via het onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers, moet in de klassenraad raadgevend de persoon worden opgenomen die, op basis van daartoe specifiek toegekende uren-leraar, belast is met de ondersteuning, opvolging en begeleiding van gewezen anderstalige nieuwkomers in de scholengemeenschap waarbinnen de betrokken leerling het onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers heeft gevolgd.
   De beslissing door de klassenraad wordt uiterlijk vijfendertig kalenderdagen na de aanvang van de regelmatige lesbijwoning genomen.]1

  
Art.13/1. [1 Sans préjudice des dispositions de l'article 294 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, les élèves suivants sont admis comme élèves réguliers dans une subdivision structurelle de la forme d'enseignement 3 de l'enseignement secondaire spécial : les élèves qui passent d'un système éducatif étranger ou de l'enseignement qui est reconnu par la Communauté française ou germanophone de Belgique, à condition d'une décision favorable du conseil de classe et après avis du conseil de classe de l'année d'accueil s'il s'agit d'un passage via l'année d'accueil pour les primo-arrivants allophones. Chaque décision qui déroge à l'avis du conseil de classe de l'année d'accueil est suffisamment motivée.
   Le conseil de classe se compose, en ce qui concerne le personnel enseignant, de tous les membres de la subdivision structurelle pour laquelle l'élève opte. Dans le cas d'un passage via l'année d'accueil pour les primo-arrivants allophones, il convient de reprendre dans le conseil de classe à titre consultatif la personne qui, sur la base des périodes-professeur spécifiquement attribuées à cet effet, est chargée du soutien, du suivi et de l'accompagnement des anciens primo-arrivants allophones dans le centre d'enseignement où l'élève concerné a suivi l'année d'accueil pour primo-arrivants allophones.
   La décision du conseil de classe est prise au plus tard trente-cinq jours calendrier après le début de la fréquentation régulière des cours.]1

  
Art.13/2. [1 Leerlingenevaluatie heeft als doel om, rekening houdend met het pedagogisch project van de school, na te gaan of de regelmatige leerling in voldoende mate de ontwikkelingsdoelen heeft nagestreefd en in voldoende mate de doelen die zijn vastgelegd in het toepasbare opleidingsprofiel of het standaardtraject, al naargelang het geval, heeft bereikt.
   In elke fase, uitgezonderd de observatiefase, worden in aansluiting op de evaluatiebeslissingen studiebewijzen toegekend die van rechtswege geldend zijn aan de regelmatige leerlingen. Een studiebewijs impliceert dat de houder geacht wordt het overeenkomstige studietraject volledig heeft doorlopen en, naargelang van het studiebewijs in kwestie, in voldoende mate de ontwikkelingsdoelen heeft nagestreefd en in voldoende mate de doelen die zijn vastgelegd in het toepasbare opleidingsprofiel of het standaardtraject, al naargelang het geval, heeft bereikt. Dit is ongeacht het tijdstip van aansluiting bij dat traject en ongeacht de duur en structuur van dat traject.
   De toekenning van studiebewijzen kan om geen enkele reden worden ingehouden, ook niet bij verzuim door de betrokken personen van hun financiële verplichtingen.]1

  
Art.13/2. [1 L'évaluation a pour but de vérifier, compte tenu du projet pédagogique de l'école, si l'élève régulier a suffisamment poursuivi les objectifs de développement et a suffisamment atteint les objectifs fixés dans le profil de formation applicable ou le parcours standard, selon le cas.
   A chaque phase, exception faite de la phase d'observation, suite aux décisions d'évaluation, des titres sont attribués et s'appliquent de plein droit aux élèves réguliers. Un titre implique que le titulaire est considéré avoir complètement terminé le parcours de formation correspondant et, selon le titre en question, avoir poursuivi suffisamment les objectifs de développement et avoir suffisamment atteint les objectifs fixés dans le profil de formation ou le parcours standard applicable, selon le cas. Tout cela indépendamment du moment d'adhésion à ce parcours et peu importe la durée et la structure de ce parcours.
   L'attribution de titres ne peut en aucun cas être retenue, pas même en cas de non-respect des obligations financières de la part des personnes intéressées.]1

  
HOOFDSTUK III. - Studiesanctionering.
CHAPITRE III. - Sanction des études.
Art. 14. [3 § 1. [7 [9 ...]9.
   Aan alle leerlingen wordt op het einde van de opleidingsfase een bewijs van competenties toegekend. Op dat bewijs staan de competenties opgesomd die in de opleidingsfase al verworven zijn.]7
]3

  [3 § 1/1.]3 [2 De klassenraad beslist over de studiesanctionering van de [3 leerling op het einde van de kwalificatiefase]3 [8 ...]8. De klassenraad beslist omtrent :]2
  - het toekennen van het getuigschrift van de opleiding;
  - of het toekennen van een getuigschrift van verworven competenties voor een afgerond geheel binnen een opleiding, dat leidt tot reële inzetbaarheid op de arbeidsmarkt. De verworven vaardigheden worden afgeleid uit het opleidingsprofiel;
  - [2 ...]2.
  [1 - of het toekennen van een attest van verworven bekwaamheden, voor de leerlingen die niet in aanmerking komen voor de bovenstaande getuigschriften. De verworven bekwaamheden worden afgeleid uit het opleidingsprofiel;]1
  [2 of het toekennen van het attest beroepsonderwijs, voor de leerlingen die niet in aanmerking komen voor de bovenstaande getuigschriften of het bovenstaande attest.]2
  § 2. [2 ...]2.
  § 3. Aan de leerling die de integratiefase met vrucht heeft doorlopen, wordt een getuigschrift van alternerende beroepsopleiding uitgereikt door het begeleidingsteam.
  § 4. Een leerling die de integratiefase niet met vrucht heeft doorlopen of de opleiding vroegtijdig beëindigt, heeft recht op een attest.
  § 5.[8 Aan een leerling die geen getuigschrift van de opleiding behaalde op het einde van de kwalificatiefase en uitzonderlijk op advies van de klassenraad toch werd toegelaten tot de integratiefase, kan, naargelang het geval, het getuigschrift van de opleiding, het getuigschrift van verworven competenties, het attest van verworven bekwaamheden of het attest beroepsonderwijs uitgereikt worden.]8
   § 6. [6 Een leerling die in de kwalificatiefase of in de integratiefase een getuigschrift heeft behaald, kan niet meer opnieuw ingeschreven worden in de kwalificatiefase of de integratiefase van dezelfde opleiding.
   Voor een leerling die in de kwalificatiefase of in de integratiefase een getuigschrift heeft behaald, kan de klassenraad beslissen om deze opnieuw in te schrijven in de kwalificatiefase of de integratiefase van een andere opleiding.
   Deze leerling ontvangt dan op het einde van de kwalificatiefase van de klassenraad, naargelang het geval, ofwel het getuigschrift van de opleiding ofwel het getuigschrift van verworven competenties ofwel het attest van verworven bekwaamheden ofwel het attest beroepsonderwijs. [8 ...]8
   Deze leerling ontvangt dan op het einde van de integratiefase ofwel het getuigschrift van alternerende beroepsopleiding ofwel het attest van alternerende beroepsopleiding. Daarnaast ontvangt deze leerling ook nog ofwel het getuigschrift van de opleiding ofwel het getuigschrift van verworven competenties ofwel het attest van verworven bekwaamheden ofwel het attest beroepsonderwijs. [8 ...]8]6

  [8 § 7. De studiebewijzen vermeld in paragrafen 1 tot en met 6 kunnen na evaluatie door de klassenraad worden toegekend aan de regelmatige leerlingen die in de loop van of op het einde van het schooljaar de desbetreffende fase beëindigen.]8
  
Art. 14. [3 § 1er. [7 [9 ...]9.
   Un certificat des compétences est octroyé à tous les élèves à la fin de la phase de formation. Ce certificat énumère les compétences déjà acquises durant la phase de formation.]7
]3

  [3 § 1/1.]3 [2 Le conseil de classe décide de la sanction des études de [3 l'élève, à la fin de la phase de qualification,]3 [8 ...]8. Le conseil de classe décide :]2 :
  - de l'octroi du certificat de la formation;
  - ou de l'octroi d'un certificat de compétences acquises pour un tout complet dans une formation, menant à une employabilité réelle sur le marché de l'emploi. Les aptitudes acquises sont dérivées du profil de formation;
  - [2 ...]2.
  [1 - ou l'octroi d'une attestation de compétences requises, pour les élèves qui n'entrent pas en ligne de compte pour les certificats susmentionnés. Les aptitudes acquises sont dérivées du profil de formation;]1
  [2 - ou l'octroi d'une attestation d'enseignement professionnel, pour les élèves qui n'entrent pas en ligne de compte pour les certificats susmentionnés ou pour l'attestation susmentionnée.]2
  § 2. [2 ...]2.
  § 3. A l'élève qui a accompli la phase d'intégration avec fruit, il est délivré un certificat de formation professionnelle en alternance par l'équipe de guidance.
  § 4. L'élève qui n'a pas accompli la phase d'intégration avec fruit ou qui interrompt sa formation prématurément a droit à une attestation.
  § 5. [8 Un élève qui n'a pas obtenu de certificat de formation à la fin de la phase de qualification et qui a tout de même exceptionnellement été admis sur avis du conseil de classe dans la phase d'intégration peut se voir délivrer, selon le cas, le certificat de la formation, le certificat de compétences acquises, l'attestation de compétences acquises ou l'attestation de formation à caractère professionnel.]8
   § 6. [6 Un élève ayant obtenu un certificat dans la phase de qualification ou dans la phase d'intégration ne peut plus être réinscrit dans la phase de qualification ou la phase d'intégration de la même formation.
   Pour un élève ayant obtenu un certificat dans la phase de qualification ou dans la phase d'intégration, le conseil de classe peut décider de le réinscrire dans la phase de qualification ou la phase d'intégration d'une autre formation.
   Cet élève reçoit alors du conseil de classe à la fin de la phase de qualification, selon le cas, soit le certificat de la formation soit le certificat de compétences acquises soit l'attestation de compétences acquises soit l'attestation d'enseignement professionnel. [8 ...]8
   A l'issue de la phase d'intégration, cet élève reçoit soit le certificat de formation professionnelle en alternance, soit l'attestation de formation professionnelle en alternance. En outre, cet élève reçoit également soit le certificat de la formation soit le certificat de compétences acquises soit l'attestation de compétences acquises soit l'attestation d'enseignement professionnel. [8 ...]8]6

  [8 § 7. Les titres mentionnés aux paragraphes 1 à 6 peuvent être attribués après évaluation par le conseil de classe aux élèves réguliers qui terminent la phase correspondante dans le courant ou à la fin de l'année scolaire.]8
  
Art. 15. Het toekennen van het getuigschrift van alternerende beroepsopleiding geurt op grond van evaluatie door de klassenraad, in overleg met het werkervaringsbedrijf.
Art. 15. Le certificat de formation professionnelle en alternance est octroyé au vu d'une évaluation par le conseil de classe, en concertation avec l'entreprise de pratique.
Art. 16. Voor de bekrachtiging van de studies komen uitsluitend de regelmatige leerlingen in aanmerking.
Art. 16. Seul les élèves réguliers entrent en ligne de compte pour la sanction des études.
Art. 18. Gedurende de integratiefase wordt de leerling begeleid door een begeleidingsteam.
  Het begeleidingsteam bestaat uit vaste leden en toegevoegde leden. De vaste leden behoren tot de onderwijsinstelling en zijn tevens lid van de klassenraad. De toegevoegde leden zijn externen van de bedrijfswereld, van sociale organisaties of andere deskundigen die de leerling zinvol kunnen begeleiden.
  De directeur van de school of zijn afgevaardigde heeft de leiding over het begeleidingsteam.
Art. 18. Pendant la phase d'intégration, l'élève est assisté par une équipe de guidance.
  L'équipe de guidance se compose de membres permanents et de membres adjoints. Les membres permanents appartiennent à l'établissement d'enseignement et sont également membre du conseil de classe. Les membres adjoints sont des externes provenant du monde des affaires, d'organisations sociales ou d'autres experts susceptibles de guider l'élève d'une manière judicieuse.
  Le directeur de l'école ou son délégué est à la tête de l'équipe de guidance.
Art. 19. [1 De getuigschriften, de attesten en de processen-verbaal worden ondertekend door de directeur en minstens drie leden van de klassenraad. Uitzondering hierop is het attest van alternerende beroepsopleiding dat enkel ondertekend wordt door de directeur.]1 [2 De processen-verbaal worden gedurende vijftig jaar bewaard.]2
  
Art. 19. [1 Les certificats, attestations et procès-verbaux sont signés par le directeur et au moins trois membres du conseil de classe. Une exception a été faite pour l'attestation de la formation professionnelle en alternance qui est uniquement signée par le directeur.]1 [2 Les procès-verbaux sont conservés pendant cinquante ans.]2
  
Art. 20. [1 De studiebewijzen worden opgesteld volgens de modellen, opgenomen in bijlage 2 tot en met 9, die bij dit besluit zijn gevoegd.]1
  
Art. 20. [1 Les titres sont établis selon les modèles repris aux annexes 2 à 9 au présent arrêté.]1
  
HOOFDSTUK IIIbis. [1 - Experimenteel modulair onderwijs. ]1
CHAPITRE IIIbis. [1 - Enseignement modulaire expérimental.]1
HOOFDSTUK IIIter.
CHAPITRE IIIter.
Afdeling 1.
Section 1re.
Afdeling 2.
Section 2.
HOOFDSTUK IV. - Wijzigingsbepalingen.
CHAPITRE IV. - Dispositions modificatives.
Art. 21. De artikelen 36 tot en met 43 van het koninklijk besluit van 28 juni 1978 houdende de omschrijving van de types en de organisatie van het buitengewoon onderwijs en vaststellende de toelatings- en behoudsvoorwaarden in de diverse niveaus van het buitengewoon secundair onderwijs, worden opgeheven.
Art. 21. Les articles 36 à 43 inclus de l'arrêté royal du 28 juin 1978 portant définition des types et organisation de l'enseignement spécial et déterminant les conditions d'admission et de maintien dans les divers niveaux d'enseignement spécial sont abrogés.
Art. 22. In artikel 1, § 1, van het koninklijk besluit nr. 439 van 11 augustus 1986 houdende rationalisatie en programmatie van het buitengewoon onderwijs wordt het tweede streepje vervangen door wat volgt :
  " de scholen, de types van buitengewoon onderwijs, de opleidingsvormen, de afdelingen en de opleidingen in het buitengewoon secundair onderwijs. "
Art. 22. A l'article 1er, § 1er de l'arrêté royal n° 439 du 11 août 1986 portant rationalisation et programmation de l'enseignement spécial, le deuxième tiret est remplacé par ce qui suit :
  " les écoles, les types d'enseignement spécial, les formes d'enseignement, les Sections et les formations dans l'enseignement secondaire spécial. ".
Art. 23. In artikel 2, § 1, 3°, van hetzelfde besluit wordt b) vervangen door wat volgt :
  " b) in het buitengewoon secundair onderwijs : de leerjaren, de afdelingen en de opleidingen in opleidingsvorm 3 en de vestigingsplaatsen; ".
Art. 23. A l'article 2, § 1er, 3° du même arrêté, le point b) est remplacé par ce qui suit :
  " b) dans l'enseignement secondaire spécial : les années d'études, les Sections et formations de la forme d'enseignement 3 et les lieux d'implantation;".
Art. 24. In artikel 26, § 5, 27, 28 en 31 van hetzelfde besluit wordt het woord " afdeling " telkens vervangen door de woorden " afdeling of opleiding " en wordt het woord " afdelingen " telkens vervangen door de woorden " afdelingen of opleidingen ".
Art. 24. Aux articles 26, § 5, 27, 28 et 31 du même arrêté, le mot "Section" est chaque fois remplacé par les mots "Section ou formation" et le mot "Sections" par les mots "Sections ou formations".
Art. 25. Aan artikel 27 van hetzelfde besluit wordt een § 4 toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 4. Gedurende de periode van omvorming van de in de vroegere structuur georganiseerde afdelingen en kwalificaties naar opleidingen, worden de bevolkingsminima van de afdelingen bepaald door de leerlingen van de afdeling die wordt afgebouwd samen te tellen met die van de corresponderende nieuwe opleiding. "
Art. 25. A l'article 27 du même arrêté, il est ajouté un § 4, rédigé comme suit :
  " § 4. Pendant la période de transformation des Sections et qualifications organisées dans l'ancienne structure en des formations, les minima de population des Sections sont fixés en additionnant les élèves de la Section qui est supprimée progressivement à ceux de la nouvelle formation correspondante. ".
Art. 26. In artikelen 33, § 3 en 35 van hetzelfde besluit wordt het woord " afdeling " telkens vervangen door het woord " opleiding " en wordt het woord " afdelingen " telkens vervangen door het woord " opleidingen ".
Art. 26. Aux articles 33, § 3, et 35 du même arrêté, le mot "Section" est chaque fois remplacé par le mot "formation" et le mot "Sections" par le mot "formations".
HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen.
CHAPITRE V. - Dispositions finales.
Art. 27. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 2002.
  [1 Artikel 13 tot en met 20 en bijlage 2 tot en met 6, naargelang van het geval, houden op uitwerking te hebben ingevolge de modernisering van het secundair onderwijs op de volgende data:
   1° 14 juni 2022: in de observatiefase en het eerste leerjaar van de opleidingsfase;
   2° 31 augustus 2022: in het tweede leerjaar van de opleidingsfase;
   3° 31 augustus 2023: in het eerste leerjaar van de kwalificatiefase;
   4° 31 augustus 2024: in het tweede leerjaar van de kwalificatiefase;
   5° 31 augustus 2025: in de integratiefase.]1

  
Art. 27. Le présent arrêté produit ses effets le 1er septembre 2002.
  [1 Les articles 13 à 20 inclus et les annexes 2 à 6 incluses, selon le cas, cessent de produire leurs effets suite à la modernisation de l'enseignement secondaire aux dates suivantes :
   1° 14 juin 2022 : dans la phase d'observation et la première année d'études de la phase de formation ;
   2° 31 août 2022 : dans la deuxième année d'études de la phase de formation ;
   3° 31 août 2023 : dans la première année d'études de la phase de qualification ;
   4° 31 août 2024 : dans la deuxième année d'études de la phase de qualification ;
   5° 31 août 2025 : dans la phase d'intégration.]1

  
Art. 28. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 28. La Ministre flamande qui a l'enseignement dans ses attributions est chargée de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N2. Bijlage 2. [1 Getuigschrift van de opleiding.
   1. Model : Formaat A4 (210 x 297 mm)
   VLAAMSE GEMEENSCHAP - KONINKRIJK BELGIE
   DEPARTEMENT ONDERWIJS EN VORMING
   BEROEPSONDERWIJS
   GETUIGSCHRIFT .......................................... (1)
   Benaming en adres van de inrichtende macht
   . . . . . (2)
   Benaming en adres van de instelling
   . . . . .
   Ondergetekende......................................................, directeur van de bovenvermelde instelling, bevestigt dat . . . . . (3), geboren te . . . . . (4) op . . . . . (5), als regelmatige leerling(e) het buitengewoon secundair beroepsonderwijs heeft gevolgd in de opleiding . . . . . (6)
   Hij/zij bevestigt dat al de wettelijke, decretale en reglementaire voorschriften werden nageleefd.
   Gegeven te . . . . ., op . . . . .
   De directeur,
   De klassenraad,
   De houder,
   Stempel van de instelling
   2. Onderrichtingen voor het invullen
   (1) benaming van de opleiding;
   (2) voor VZW's wordt het adres van de zetel van de inrichtende macht vermeld;
   (3) naam en eerste voornaam van de leerling volgens identiteitskaart of geboorteakte.
   Aandacht : Indien de identiteit van de titularis erdoor beter tot zijn recht komt, mag uitzonderlijk een tweede voornaam worden vermeld;
   (4) Ook land vermelden indien niet in België geboren;
   (5) maand van de geboortedatum voluit in letters.
   Aandacht : Voor een leerling waarvoor geen officiële geboortedatum en -maand bekend zijn, wordt (conform de regeling toegepast door de dienst vreemdelingenzaken) "1 januari" vermeld;
   (6) benaming van de opleiding.]1

  
-
Art. N3. Bijlage 3. [1 Getuigschrift van verworven competenties.
   1. Model : Formaat A4 (210 x 297 mm)
   VLAAMSE GEMEENSCHAP - KONINKRIJK BELGIE
   DEPARTEMENT ONDERWIJS EN VORMING
   BEROEPSONDERWIJS
   GETUIGSCHRIFT VAN VERWORVEN COMPETENTIES
   Benaming en adres van de inrichtende macht
   . . . . . (1)
   Benaming en adres van de instelling
   . . . . .
   Ondergetekende . . . . ., directeur van de bovenvermelde instelling, bevestigt dat . . . . . (2), geboren te . . . . . (3) op . . . . . (4), als regelmatige leerling(e) het buitengewoon secundair beroepsonderwijs heeft gevolgd in de opleiding . . . . . (5) en alle competenties van het afgerond geheel . . . . . (6) heeft verworven.
   Hij/zij bevestigt dat al de wettelijke, decretale en reglementaire voorschriften werden nageleefd.
   Gegeven te . . . . ., op . . . . .
   De directeur,
   De klassenraad,
   De houder,
   Stempel van de instelling
   2. Onderrichtingen voor het invullen
   (1) voor VZW's wordt het adres van de zetel van de inrichtende macht vermeld;
   (2) naam en eerste voornaam van de leerling volgens identiteitskaart of geboorteakte.
   Aandacht : Indien de identiteit van de titularis erdoor beter tot zijn recht komt, mag uitzonderlijk een tweede voornaam worden vermeld;
   (3) ook land vermelden indien niet in België geboren;
   (4) maand van de geboortedatum voluit in letters.
   Aandacht : Voor een leerling waarvoor geen officiële geboortedatum en -maand bekend zijn, wordt (conform de regeling toegepast door de dienst vreemdelingenzaken) "1 januari" vermeld;
   (5) benaming van de opleiding;
   (6) benaming van het afgerond geheel.]1

  
-
Art. N4. [1 Attest beroepsonderwijs.
   1. Model : Formaat A4 (210 x 297 mm)
   VLAAMSE GEMEENSCHAP - KONINKRIJK BELGIE
   DEPARTEMENT ONDERWIJS EN VORMING
   BEROEPSONDERWIJS
   ATTEST
   Benaming en adres van de inrichtende macht . . . . . (1)
   Benaming en adres van de instelling
   . . . . .
   Ondergetekende . . . . ., directeur van de bovenvermelde instelling, bevestigt dat . . . . . (2), geboren te . . . . . (3) op . . . . . (4), als regelmatige leerling(e) het buitengewoon secundair beroepsonderwijs heeft gevolgd van . . . . . tot . . . . . (5)
   Hij/zij bevestigt dat al de wettelijke, decretale en reglementaire voorschriften werden nageleefd.
   Gegeven te . . . . ., op . . . . .
   De directeur,
   De klassenraad,
   De houder,
   Stempel van de instelling
   2. Onderrichtingen voor het invullen
   (1) voor VZW's wordt het adres van de zetel van de inrichtende macht vermeld;
   (2) naam en eerste voornaam van de leerling volgens identiteitskaart of geboorteakte.
   Aandacht : Indien de identiteit van de titularis erdoor beter tot zijn recht komt, mag uitzonderlijk een tweede voornaam worden vermeld;
   (3) ook land vermelden indien niet in België geboren;
   (4) de maand van de geboortedatum voluit in letters.
   Aandacht : Voor een leerling waarvoor geen officiële geboortedatum en -maand bekend zijn, wordt (conform de regeling toegepast door de dienst vreemdelingenzaken) "1 januari" vermeld;
   (5) laatste dag van regelmatige lesbijwoning.]1

  
-
Art. N5. Bijlage 5.
  [1 Getuigschrift van Alternerende Beroepsopleiding.
   1. Model : Formaat A4 (210 x 297 mm)
   VLAAMSE GEMEENSCHAP - KONINKRIJK BELGIE
   DEPARTEMENT ONDERWIJS EN VORMING
   Getuigschrift van alternerende beroepsopleiding
   Bedrijfssector .......................................... (1)
   Benaming en adres van de inrichtende macht
   . . . . . (2)
   Benaming en adres van de school
   . . . . .
   Ondergetekenden . . . . ., directeur van bovenvermelde instelling, bijgestaan door de vaste leden van de klassenraad en (3) . . . . . vertegenwoordig(er)ster van het bedrijf (4) . . . . . bevestigen dat de cursist(e) (5) geboren te . . . . . (6) op . . . . . (7) tijdens het schooljaar . . . . . de alternerende beroepsopleiding met vrucht heeft beëindigd.
   De cursist heeft de volgende specifieke vaardigheden verworven (8) :
   . . . . .
   De alternerende beroepsopleiding omvatte (9) . . . . . uren werkervaring in het bedrijf en (10) . . . . . lestijden aanvullende beroepsgerichte en sociale vorming op school.
   Gegeven te . . . . ., op . . . . .
   de directeur, de leden van de klassenraad,
   de vertegenwoordiger van het bedrijf, de cursist,
   Stempel van de instelling
   2. Onderrichtingen voor het invullen.
   (1) bedrijfssector/opleiding vermelden;
   (2) voor vzw's wordt het adres van de zetel van de inrichtende macht vermeld;
   (3) naam van de vertegenwoordiger + functie;
   (4) naam en adres van het tewerkstellingsbedrijf;
   (5) naam en eerste voornaam van de leerling volgens de identiteitskaart of geboorteakte;
   Aandacht : Indien de identiteit van de titularis erdoor beter tot zijn recht komt, mag uitzonderlijk een tweede voornaam worden vermeld.
   (6) ook land vermelden indien niet in België geboren;
   (7) maand van de geboortedatum voluit in letters;
   Aandacht : Voor een leerling waarvoor geen officiële geboortedatum en -maand bekend zijn, wordt (conform de regeling toegepast door de dienst vreemdelingenzaken) " 1 januari " vermeld.
   (8) vermelden van de specifiek verworven praktische vaardigheden in het bedrijf;
   (9) aantal uren vermelden;
   (10) aantal uren vermelden.]1

  
-
Art. N6. Bijlage 6.
  [1 Attest van Alternerende Beroepsleiding.
   1. Model : Formaat A4 (210 x 297 mm)
   VLAAMSE GEMEENSCHAP - KONINKRIJK BELGIE
   DEPARTEMENT ONDERWIJS EN VORMING
   Attest van alternerende beroepsopleiding
   Bedrijfssector .......................................... (1)
   Benaming en adres van de inrichtende macht
   . . . . . (2)
   Benaming en adres van de school
   . . . . .
   Ondergetekende . . . . ., directeur van bovenvermelde instelling bevestigt dat de cursist(e) . . . . . (3) geboren te . . . . . (4) op.............................................. (5)
   tijdens het schooljaar . . . . . de alternerende beroepsopleiding heeft gevolgd in de bovenvermelde sector, specifieke vaardigheden : . . . . .
   . . . . .
   Gegeven te . . . . ., op . . . . .
   de directeur, de cursist,
   stempel van de instelling
   2. Onderrichtingen voor het invullen.
   (1) bedrijfssector / opleiding vermelden;
   (2) voor vzw's wordt het adres van de zetel van de inrichtende macht vermeld;
   (3) naam en eerste voornaam van de leerling volgens de
   identiteitskaart of de geboorteakte;
   Aandacht : Indien de identiteit van de titularis erdoor beter tot zijn recht komt, mag uitzonderlijk een tweede voornaam worden vermeld.
   (4) ook land vermelden indien niet in België geboren;
   (5) maand van de geboortedatum voluit in letters.
   Aandacht : Voor een leerling waarvoor geen officiële geboortedatum en -maand bekend zijn, wordt (conform de regeling toegepast door de dienst vreemdelingenzaken) " 1 januari " vermeld.]1

  
-
Art. N7. Bijlage 7. [1 Attest van verworven bekwaamheden.
   1. Model : Formaat A4 (210 x 297 mm)
   VLAAMSE GEMEENSCHAP - KONINKRIJK BELGIE
   DEPARTEMENT ONDERWIJS EN VORMING
   BEROEPSONDERWIJS
   ATTEST VAN VERWORVEN BEKWAAMHEDEN
   Benaming en adres van de inrichtende macht . . . . . (1)
   Benaming en adres van de instelling
   . . . . .
   Ondergetekende . . . . ., directeur van de bovenvermelde instelling, bevestigt dat . . . . . (2), geboren te . . . . . (3) op......................................(4), als regelmatige leerling(e) het buitengewoon secundair beroepsonderwijs heeft gevolgd en de volgende bekwaamheden in de opleiding . . . . . (5) heeft verworven :
   . . . . . (6)
   Hij/zij bevestigt dat al de wettelijke, decretale en reglementaire voorschriften werden nageleefd.
   Gegeven te . . . . ., op . . . . .
   De directeur,
   De klassenraad,
   De houder,
   Stempel van de instelling
   2. Onderrichtingen voor het invullen
   (1) voor VZW's wordt het adres van de zetel van de inrichtende macht vermeld;
   (2) naam en eerste voornaam van de leerling volgens identiteitskaart of geboorteakte.
   Aandacht : Indien de identiteit van de titularis erdoor beter tot zijn recht komt, mag uitzonderlijk een tweede voornaam worden vermeld;
   (3) ook land vermelden indien niet in België geboren;
   (4) maand van de geboortedatum voluit in letters.
   Aandacht : Voor een leerling waarvoor geen officiële geboortedatum en -maand bekend zijn, wordt (conform de regeling toegepast door de dienst vreemdelingenzaken) "1 januari" vermeld.
   (5) benaming van de opleiding;
   (6) opsomming van de bekwaamheden die verworven werden tijdens de opleiding - deze bekwaamheden komen overeen met de bekwaamheden vastgelegd in het opleidingsprofiel.]1
-
Art. N9. [1 Bijlage 9. Bewijs van competenties]1
-
   (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 20-09-2021, p. 96850)
  
-