Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
22 DECEMBER 2003. - Wet houdende diverse bepalingen.
Titre
22 DECEMBRE 2003. - Loi portant des dispositions diverses.
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
TITEL I. - Algemene bepaling.
TITEL II. - Wijzigingen van het Gerechtelijk We...
HOOFDSTUK 1. - Wijziging van artikel 80 van het...
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van de artikelen 156te...
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van artikel 191 van he...
HOOFDSTUK 4. - Wijziging van de artikelen 202 e...
HOOFDSTUK 5. - Wijziging van artikel 216bis van...
HOOFDSTUK 6. - Wijziging van artikel 259octies ...
HOOFDSTUK 7. - Wijziging van artikel 287 van he...
HOOFDSTUK 8. - Wijziging van artikel 316 van he...
HOOFDSTUK 9. - Wijziging van artikel 340 en 346...
HOOFDSTUK 10. - Wijziging van artikel 390 van h...
HOOFDSTUK 11. - Wijziging van de artikelen 497,...
HOOFDSTUK 12. - Wijziging van het Gerechtelijk ...
TITEL III. - Wijziging van de wet van 15 decemb...
Inhoud
TITRE Ier. - Disposition générale.
TITRE II. - Modifications du Code judiciaire.
CHAPITRE 1er. - Modification de l'article 80 du...
CHAPITRE 2. - Modification des articles 156ter ...
CHAPITRE 3. - Modification de l'article 191 du ...
CHAPITRE 4. - Modification des articles 202 et ...
CHAPITRE 5. - Modification de l'article 216bis ...
CHAPITRE 6. - Modification de l'article 259octi...
CHAPITRE 7. - Modification de l'article 287 du ...
CHAPITRE 8. - Modification de l'article 316 du ...
CHAPITRE 9. - Modification des articles 340 et ...
CHAPITRE 10. - Modification de l'article 390 du...
CHAPITRE 11. - Modification des articles 497, 4...
CHAPITRE 12. - Modification du Code judiciaire ...
TITRE III. - Modifications de la loi du 15 déce...
Tekst (43)
Texte (43)
TITEL I. - Algemene bepaling.
TITRE Ier. - Disposition générale.
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 77 van de Grondwet.
Article 1. La présente loi règle une matière visée à l'article 77 de la Constitution.
TITEL II. - Wijzigingen van het Gerechtelijk Wetboek.
TITRE II. - Modifications du Code judiciaire.
HOOFDSTUK 1. - Wijziging van artikel 80 van het Gerechtelijk Wetboek.
CHAPITRE 1er. - Modification de l'article 80 du Code judiciaire.
Art. 2. In artikel 80, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek, vervangen bij de wet van 22 december 1998, worden de woorden " gedurende een termijn van ten hoogste een jaar " vervangen door de woorden " gedurende een termijn van ten hoogste twee jaar ".
Art. 2. Dans l'article 80, alinéa 2, du Code judiciaire, remplacé par la loi du 22 décembre 1998, les mots " pour un terme d'un an au plus " sont remplacés par les mots " pour un terme de deux ans au plus ".
Art. 3. De totale duur van de aanwijzingen van een werkend rechter in een bijzonder mandaat bedoeld in artikel 80 van het Gerechtelijk Wetboek, die lopend zijn op het ogenblik van de inwerkingtreding van deze wet, kan zes jaar niet overschrijden.
Art. 3. La durée totale des désignations d'un juge effectif aux mandats spécifiques visés à l'article 80 du Code judiciaire, en cours au moment de l'entrée en vigueur de la présente loi, ne peut excéder six ans.
HOOFDSTUK 2. - Wijziging van de artikelen 156ter en 206ter van het Gerechtelijk Wetboek.
CHAPITRE 2. - Modification des articles 156ter et 206ter du Code judiciaire.
Art. 4. In artikel 156ter, derde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd door de wet van 24 maart 1999, worden de woorden " 25 % " vervangen door de woorden " 35 % " en wordt dit lid in fine aangevuld met de woorden " , onverminderd artikel 286 en dit binnen de budgettaire middelen. ".
Art. 4. Dans l'article 156ter, alinéa 3, du même Code, inséré par la loi du 24 mars 1999, les mots " 25 % " sont remplacés par les mots " 35 % " et cet alinéa est complété in fine par les mots " , sans préjudice de l'article 286 et ce dans les moyens budgétaires. ".
Art. 5. In artikel 206ter, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 24 maart 1999, vervallen de woorden " na advies van de betrokken algemene vergadering, ".
Art. 5. Dans l'article 206ter, alinéa 1er, du même Code, inséré par la loi du 24 mars 1999, les mots " , et ce après avis de l'assemblée générale concernée, " sont supprimés.
HOOFDSTUK 3. - Wijziging van artikel 191 van het Gerechtelijk Wetboek.
CHAPITRE 3. - Modification de l'article 191 du Code Judiciaire.
Art. 6. Artikel 191 van hetzelfde Wetboek, opgeheven bij de wet van 3 mei 2003, wordt hersteld in de volgende lezing :
" Art. 191. Om tot rechter of toegevoegd rechter als bedoeld in artikel 190 te worden benoemd, moet het lid van het openbaar ministerie dat de bij artikel 259octies, § 3, voorgeschreven stage heeft doorgemaakt, ten minste vijf jaar het ambt van magistraat van het openbaar ministerie hebben vervuld. ".
" Art. 191. Om tot rechter of toegevoegd rechter als bedoeld in artikel 190 te worden benoemd, moet het lid van het openbaar ministerie dat de bij artikel 259octies, § 3, voorgeschreven stage heeft doorgemaakt, ten minste vijf jaar het ambt van magistraat van het openbaar ministerie hebben vervuld. ".
Art. 6. L'article 191 du même Code, abrogé par la loi du 3 mai 2003, est rétabli dans la rédaction suivante :
" Art. 191. Pour pouvoir être nommé juge ou juge de complément conformément à l'article 190, le membre du ministère public qui a effectué le stage prévu à l'article 259octies, § 3, doit avoir exercé la fonction de magistrat du ministère public pendant au moins cinq années. ".
" Art. 191. Pour pouvoir être nommé juge ou juge de complément conformément à l'article 190, le membre du ministère public qui a effectué le stage prévu à l'article 259octies, § 3, doit avoir exercé la fonction de magistrat du ministère public pendant au moins cinq années. ".
Art. 7. Artikel 6 is alleen van toepassing op de vacatures die in het Belgisch Staatsblad worden bekendgemaakt na de inwerkingtreding van dit artikel.
Art. 7. L'article 6 n'est applicable qu'aux vacances d'emploi publiées au Moniteur belge après l'entrée en vigueur de cet article.
HOOFDSTUK 4. - Wijziging van de artikelen 202 en 204 van het Gerechtelijk Wetboek.
CHAPITRE 4. - Modification des articles 202 et 204 du Code judiciaire.
Art. 8. In artikel 202 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 6 mei 1982, wordt het derde lid opgeheven.
Art. 8. A l'article 202 du même Code, modifié par la loi du 6 mai 1982, l'alinéa 3 est abrogé.
Art. 9. In artikel 204 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 6 mei 1982, wordt het tweede lid opgeheven.
Art. 9. A l'article 204 du même Code, modifié par la loi du 6 mai 1982, l'alinéa 2 est abrogé.
HOOFDSTUK 5. - Wijziging van artikel 216bis van het Gerechtelijk Wetboek.
CHAPITRE 5. - Modification de l'article 216bis du Code judiciaire.
Art. 10. Artikel 216bis, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd door de wet van 3 mei 2003, wordt aangevuld als volgt :
" Zij is evenmin van toepassing op de toegevoegde rechter, op de toegevoegde substituut-procureur des Konings en de toegevoegde substituut-arbeidsauditeur die slaagde in een taalexamen bepaald in de wet van 15 juni 1935 over het gebruik der talen in rechtszaken, en die zich kandidaat stelt voor een nieuwe functie in het rechtscollege waar hij zijn bevoegdheden uitoefent. ".
" Zij is evenmin van toepassing op de toegevoegde rechter, op de toegevoegde substituut-procureur des Konings en de toegevoegde substituut-arbeidsauditeur die slaagde in een taalexamen bepaald in de wet van 15 juni 1935 over het gebruik der talen in rechtszaken, en die zich kandidaat stelt voor een nieuwe functie in het rechtscollege waar hij zijn bevoegdheden uitoefent. ".
Art. 10. L'article 216bis, alinéa 2, du même Code, inséré par la loi du 3 mai 2003, est complété comme suit :
" Elle ne s'applique pas non plus au juge de complément, au substitut du procureur du Roi de complément et au substitut de l'auditeur du travail de complément qui a réussi un examen linguistique prévu par la loi du 15 juin 1935 concernant l'emploi des langues en matière judiciaire, et qui se porte candidat à une nouvelle fonction dans la juridiction où il exerce ses attributions. ".
" Elle ne s'applique pas non plus au juge de complément, au substitut du procureur du Roi de complément et au substitut de l'auditeur du travail de complément qui a réussi un examen linguistique prévu par la loi du 15 juin 1935 concernant l'emploi des langues en matière judiciaire, et qui se porte candidat à une nouvelle fonction dans la juridiction où il exerce ses attributions. ".
HOOFDSTUK 6. - Wijziging van artikel 259octies van het Gerechtelijk Wetboek.
CHAPITRE 6. - Modification de l'article 259octies du Code judiciaire.
Art. 11. Artikel 259octies, § 6, laatste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 22 december 1998, wordt aangevuld als volgt :
" Gedurende deze periodes, kan de stagiair een rechter vervangen. ".
" Gedurende deze periodes, kan de stagiair een rechter vervangen. ".
Art. 11. L'article 259octies, § 6, dernier alinéa, du même Code, inséré par la loi du 22 décembre 1998, est complété comme suit :
" Durant ces périodes, le stagiaire peut exercer une suppléance. ".
" Durant ces périodes, le stagiaire peut exercer une suppléance. ".
HOOFDSTUK 7. - Wijziging van artikel 287 van het Gerechtelijk Wetboek.
CHAPITRE 7. - Modification de l'article 287 du Code judiciaire.
Art. 12. In artikel 287 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 18 juli 1991 en gewijzigd bij de wetten van 17 februari 1997, 22 december 1998, 12 april 1999 en 3 mei 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1) in het tweede lid vervalt het punt c);
2) tussen het derde en het vierde lid wordt het volgende lid ingevoegd :
" Het beleidsplan, bedoeld in artikel 259quater, § 2, derde lid, moet, op straffe van verval, in tweevoud, bij een ter post aangetekend schrijven aan de minister van Justitie worden gericht binnen een termijn van zestig dagen na de bekendmaking van de vacature in het Belgisch Staatsblad. ".
1) in het tweede lid vervalt het punt c);
2) tussen het derde en het vierde lid wordt het volgende lid ingevoegd :
" Het beleidsplan, bedoeld in artikel 259quater, § 2, derde lid, moet, op straffe van verval, in tweevoud, bij een ter post aangetekend schrijven aan de minister van Justitie worden gericht binnen een termijn van zestig dagen na de bekendmaking van de vacature in het Belgisch Staatsblad. ".
Art. 12. A l'article 287 du même Code, remplacé par la loi du 18 juillet 1991 et modifié par les lois des 17 février 1997, 22 décembre 1998, 12 avril 1999 et 3 mai 2003, les modifications suivantes sont apportées :
1) à l'alinéa 2, le point c) est supprimé;
2) entre le troisième et le quatrième alinéa, est inséré l'alinéa suivant :
" Le plan de gestion, visé à l'article 259quater, § 2, alinéa 3, doit, sous peine de déchéance, être adressé en deux exemplaires, par courrier recommandé, au ministre de la Justice dans un délai de soixante jours à partir de la publication de la vacance au Moniteur belge. ".
1) à l'alinéa 2, le point c) est supprimé;
2) entre le troisième et le quatrième alinéa, est inséré l'alinéa suivant :
" Le plan de gestion, visé à l'article 259quater, § 2, alinéa 3, doit, sous peine de déchéance, être adressé en deux exemplaires, par courrier recommandé, au ministre de la Justice dans un délai de soixante jours à partir de la publication de la vacance au Moniteur belge. ".
Art. 13. Artikel 12 is alleen van toepassing op de vacatures die in het Belgisch Staatsblad worden bekendgemaakt na de inwerkingtreding van dit artikel.
Art. 13. L'article 12 n'est applicable qu'aux vacances d'emploi publiées au Moniteur belge après l'entrée en vigueur de cet article.
HOOFDSTUK 8. - Wijziging van artikel 316 van het Gerechtelijk Wetboek.
CHAPITRE 8. - Modification de l'article 316 du Code judiciaire.
Art. 14. Artikel 316, tweede lid, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 17 juli 1984, wordt aangevuld als volgt :
" Zij kan worden aangepast als de behoeften van de dienst het rechtvaardigen. ".
" Zij kan worden aangepast als de behoeften van de dienst het rechtvaardigen. ".
Art. 14. L'article 316, alinéa 2, du même Code, modifié par la loi du 17 juillet 1984, est complété comme suit :
" Il peut être adapté si les besoins du service le justifient. ".
" Il peut être adapté si les besoins du service le justifient. ".
HOOFDSTUK 9. - Wijziging van artikel 340 en 346 van het Gerechtelijk Wetboek.
CHAPITRE 9. - Modification des articles 340 et 346 du Code judiciaire.
Art. 15. In artikel 340, § 3, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 22 december 1998 en gewijzigd bij de wet van 3 mei 2003, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1) in het eerste lid worden de woorden " 1 maart " en " 30 april " respectievelijk vervangen door de woorden " 1 april " en " 31 mei ";
2) het vierde en vijfde lid worden vervangen als volgt :
" Ze behandelen met name de volgende punten met betrekking tot het afgelopen kalenderjaar :
a) de evolutie van de personeelsformaties en de personeelsbezetting;
b) de logistieke middelen;
c) de organisatie;
d) de overlegstructuren;
e) de statistieken;
f) de evolutie van de hangende zaken;
g) de evolutie van de werklast;
h) de evolutie van de gerechtelijke achterstand. ".
1) in het eerste lid worden de woorden " 1 maart " en " 30 april " respectievelijk vervangen door de woorden " 1 april " en " 31 mei ";
2) het vierde en vijfde lid worden vervangen als volgt :
" Ze behandelen met name de volgende punten met betrekking tot het afgelopen kalenderjaar :
a) de evolutie van de personeelsformaties en de personeelsbezetting;
b) de logistieke middelen;
c) de organisatie;
d) de overlegstructuren;
e) de statistieken;
f) de evolutie van de hangende zaken;
g) de evolutie van de werklast;
h) de evolutie van de gerechtelijke achterstand. ".
Art. 15. A l'article 340, § 3, du même Code, remplacé par la loi du 22 décembre 1998, et modifié par la loi du 3 mai 2003, sont apportées les modifications suivantes :
1) à l'alinéa 1er, les mots " 1er mars " et " 30 avril " sont remplacés respectivement par les mots " 1er avril " et " 31 mai ";
2) les alinéas 4 et 5 sont remplacés comme suit :
" Ils traitent notamment des points suivants se rapportant à l'année civile écoulée :
a) l'évolution des cadres et des effectifs;
b) les moyens logistiques;
c) l'organisation;
d) les structures de concertation;
e) les statistiques;
f) l'évolution des affaires pendantes;
g) l'évolution de la charge de travail;
h) l'évolution de l'arriéré judiciaire. ".
1) à l'alinéa 1er, les mots " 1er mars " et " 30 avril " sont remplacés respectivement par les mots " 1er avril " et " 31 mai ";
2) les alinéas 4 et 5 sont remplacés comme suit :
" Ils traitent notamment des points suivants se rapportant à l'année civile écoulée :
a) l'évolution des cadres et des effectifs;
b) les moyens logistiques;
c) l'organisation;
d) les structures de concertation;
e) les statistiques;
f) l'évolution des affaires pendantes;
g) l'évolution de la charge de travail;
h) l'évolution de l'arriéré judiciaire. ".
Art. 16. In artikel 346, § 2, 2°, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 3 mei 2003, worden de woorden " 1 maart " en " 30 april " respectievelijk vervangen door de woorden " 1 april " en " 31 mei ".
Art. 16. A l'article 346, § 2, 2°, du même Code, modifié par la loi du 3 mai 2003, les mots " 1er mars " et " 30 avril " sont remplacés respectivement par les mots " 1er avril " et " 31 mai ".
HOOFDSTUK 10. - Wijziging van artikel 390 van het Gerechtelijk Wetboek.
CHAPITRE 10. - Modification de l'article 390 du Code judiciaire.
Art. 17. In artikel 390 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 22 december 1998 en gewijzigd bij de wetten van 17 juli 2000 en 3 mei 2003, worden de woorden " de artikelen 383, § 2, en " vervangen door het woord " artikel ".
Art. 17. Dans l'article 390 du même Code, remplacé par la loi du 22 décembre 1998 et modifié par les lois des 17 juillet 2000 et 3 mai 2003, les mots " des articles 383, § 2, et " sont remplacés par les mots " de l'article ".
HOOFDSTUK 11. - Wijziging van de artikelen 497, 498, 501, 502 en 505 van het Gerechtelijk Wetboek.
CHAPITRE 11. - Modification des articles 497, 498, 501, 502 et 505 du Code judiciaire.
Art. 18. Artikel 497 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 4 juli 2001, wordt vervangen als volgt :
" Art. 497. De reglementen bedoeld in artikel 496 worden in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt zodra ze volgens de geldende regels zijn aangenomen. ".
" Art. 497. De reglementen bedoeld in artikel 496 worden in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt zodra ze volgens de geldende regels zijn aangenomen. ".
Art. 18. L'article 497 du même Code, remplacé par la loi du 4 juillet 2001, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 497. Les règlements visés à l'article 496 sont publiés au Moniteur belge dès qu'ils ont été adoptés conformément aux règles en vigueur. ".
" Art. 497. Les règlements visés à l'article 496 sont publiés au Moniteur belge dès qu'ils ont été adoptés conformément aux règles en vigueur. ".
Art. 19. In artikel 498 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 4 juli 2001, worden de woorden " zijn bindend voor " vervangen door de woorden " zijn van toepassing op ".
Art. 19. Dans l'article 498 du même Code, remplacé par la loi du 4 juillet 2001, les mots " s'imposent " sont remplacés par les mots " s'appliquent ".
Art. 20. Artikel 501 van hetzelfde Wetboek, vernietigd bij arrest nr. 16/2003 van het Arbitragehof van 28 januari 2003, wordt vervangen als volgt :
" Art. 501. § 1. De in artikel 611 bedoelde vordering wordt binnen drie maanden na de in artikel 497 bedoelde bekendmaking ingesteld door de procureur-generaal bij het Hof van Cassatie.
Zij wordt ter kennis gebracht aan de Orde van Vlaamse Balies en aan de " Ordre des Barreaux francophones et germanophone ".
Dezelfde vordering kan eveneens worden ingesteld, binnen de termijn voorzien in het eerste lid, door een advocaat van de Orde van Vlaamse Balies of van de " Ordre des Barreaux francophones et germanophone " of door iedere persoon die de hoedanigheid en het belang heeft om te vorderen in de zin van de artikelen 17 en 18. In dit geval wordt de vordering ingeleid bij verzoekschrift bij ter post aangetekende brief aan de griffie van het Hof van Cassatie of neergelegd ter griffie. Op straffe van nietigheid bevat het verzoekschrift de middelen en is het ondertekend door een advocaat bij het Hof van Cassatie. De vordering wordt vooraf bij ter post aangetekende brief ter kennis gebracht aan de Orde van Vlaamse Balies en aan de " Ordre des Barreaux francophones et germanophone ". Het bewijs van deze kennisgeving wordt op straffe van nietigheid aan het verzoekschrift toegevoegd.
§ 2. Tijdens de in § 1 bedoelde termijn en, indien de procureur-generaal bij het Hof van Cassatie de vordering instelt bedoeld in artikel 611, tot de uitspraak van het arrest worden de toepassing van een reglement en van de in artikel 502, § 1, eerste lid, bedoelde termijn voor het instellen van de vordering geschorst.
§ 3. Wanneer de in § 1 bedoelde vordering is ingesteld, kunnen de Orde van Vlaamse Balies en de " Ordre des Barreaux francophones et germanophone " in de procedure tussenkomen door middel van een verzoekschrift, overeenkomstig artikel 813. Deze tussenkomst moet binnen twee maanden na de in § 1, tweede of derde lid, bedoelde kennisgeving plaatsvinden.
In dat geval, kunnen de Orde van Vlaamse Balies en de " Ordre des Barreaux francophones et germanophone " nieuwe middelen aanvoeren gegrond op een bevoegdheidsoverschrijding, de strijdigheid met de wetten of de onregelmatige aanneming van het bestreden reglement. ".
" Art. 501. § 1. De in artikel 611 bedoelde vordering wordt binnen drie maanden na de in artikel 497 bedoelde bekendmaking ingesteld door de procureur-generaal bij het Hof van Cassatie.
Zij wordt ter kennis gebracht aan de Orde van Vlaamse Balies en aan de " Ordre des Barreaux francophones et germanophone ".
Dezelfde vordering kan eveneens worden ingesteld, binnen de termijn voorzien in het eerste lid, door een advocaat van de Orde van Vlaamse Balies of van de " Ordre des Barreaux francophones et germanophone " of door iedere persoon die de hoedanigheid en het belang heeft om te vorderen in de zin van de artikelen 17 en 18. In dit geval wordt de vordering ingeleid bij verzoekschrift bij ter post aangetekende brief aan de griffie van het Hof van Cassatie of neergelegd ter griffie. Op straffe van nietigheid bevat het verzoekschrift de middelen en is het ondertekend door een advocaat bij het Hof van Cassatie. De vordering wordt vooraf bij ter post aangetekende brief ter kennis gebracht aan de Orde van Vlaamse Balies en aan de " Ordre des Barreaux francophones et germanophone ". Het bewijs van deze kennisgeving wordt op straffe van nietigheid aan het verzoekschrift toegevoegd.
§ 2. Tijdens de in § 1 bedoelde termijn en, indien de procureur-generaal bij het Hof van Cassatie de vordering instelt bedoeld in artikel 611, tot de uitspraak van het arrest worden de toepassing van een reglement en van de in artikel 502, § 1, eerste lid, bedoelde termijn voor het instellen van de vordering geschorst.
§ 3. Wanneer de in § 1 bedoelde vordering is ingesteld, kunnen de Orde van Vlaamse Balies en de " Ordre des Barreaux francophones et germanophone " in de procedure tussenkomen door middel van een verzoekschrift, overeenkomstig artikel 813. Deze tussenkomst moet binnen twee maanden na de in § 1, tweede of derde lid, bedoelde kennisgeving plaatsvinden.
In dat geval, kunnen de Orde van Vlaamse Balies en de " Ordre des Barreaux francophones et germanophone " nieuwe middelen aanvoeren gegrond op een bevoegdheidsoverschrijding, de strijdigheid met de wetten of de onregelmatige aanneming van het bestreden reglement. ".
Art. 20. L'article 501 du même Code, annulé par l'arrêt de la Cour d'arbitrage n° 16/2003 du 28 janvier 2003, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 501. § 1er. Le recours prévu à l'article 611 est introduit dans les trois mois de la publication visée à l'article 497 par le procureur général près la Cour de cassation.
Il est notifié à l'Ordre des Barreaux francophones et germanophone et à l'" Orde van Vlaamse Balies ".
Ce même recours peut également être formé, dans le délai prévu à l'alinéa 1er, par un avocat de l'Ordre des Barreaux francophones et germanophone ou de l'" Orde van Vlaamse Balies " ou par toute personne ayant qualité et intérêt pour agir au sens des articles 17 et 18. Dans ce cas, le recours est introduit par requête, adressée par pli recommandé à la poste au greffe de la Cour de cassation ou déposée au greffe. A peine de nullité, la requête contient l'exposé des moyens et est signée par un avocat à la Cour de cassation. Le recours est préalablement notifié par pli recommandé à la poste à l'Ordre des Barreaux francophones et germanophone et à l'" Orde van Vlaamse Balies ". La preuve de cette notification est, à peine de nullité, jointe à la requête.
§ 2. Durant le délai prévu au § 1er et, si le procureur général près la Cour de cassation introduit le recours prévu à l'article 611, jusqu'au prononcé de l'arrêt, l'application d'un règlement et le délai d'introduction du recours, visé à l'article 502, § 1er, alinéa 1er, sont suspendus.
§ 3. Lorsque le recours, visé au § 1er, est introduit, l'Ordre des Barreaux francophones et germanophone et l'" Orde van Vlaamse Balies " peuvent intervenir à la procédure par requête, conformément à l'article 813. Cette intervention doit se faire dans les deux mois de la notification visée au § 1er, alinéa 2 ou 3.
Dans ce cas, l'Ordre des Barreaux francophones et germanophone et l'" Orde van Vlaamse Balies " peuvent soulever de nouveaux moyens pris du chef d'excès de pouvoir, de la contrariété aux lois ou de l'adoption irrégulière du règlement litigieux. ".
" Art. 501. § 1er. Le recours prévu à l'article 611 est introduit dans les trois mois de la publication visée à l'article 497 par le procureur général près la Cour de cassation.
Il est notifié à l'Ordre des Barreaux francophones et germanophone et à l'" Orde van Vlaamse Balies ".
Ce même recours peut également être formé, dans le délai prévu à l'alinéa 1er, par un avocat de l'Ordre des Barreaux francophones et germanophone ou de l'" Orde van Vlaamse Balies " ou par toute personne ayant qualité et intérêt pour agir au sens des articles 17 et 18. Dans ce cas, le recours est introduit par requête, adressée par pli recommandé à la poste au greffe de la Cour de cassation ou déposée au greffe. A peine de nullité, la requête contient l'exposé des moyens et est signée par un avocat à la Cour de cassation. Le recours est préalablement notifié par pli recommandé à la poste à l'Ordre des Barreaux francophones et germanophone et à l'" Orde van Vlaamse Balies ". La preuve de cette notification est, à peine de nullité, jointe à la requête.
§ 2. Durant le délai prévu au § 1er et, si le procureur général près la Cour de cassation introduit le recours prévu à l'article 611, jusqu'au prononcé de l'arrêt, l'application d'un règlement et le délai d'introduction du recours, visé à l'article 502, § 1er, alinéa 1er, sont suspendus.
§ 3. Lorsque le recours, visé au § 1er, est introduit, l'Ordre des Barreaux francophones et germanophone et l'" Orde van Vlaamse Balies " peuvent intervenir à la procédure par requête, conformément à l'article 813. Cette intervention doit se faire dans les deux mois de la notification visée au § 1er, alinéa 2 ou 3.
Dans ce cas, l'Ordre des Barreaux francophones et germanophone et l'" Orde van Vlaamse Balies " peuvent soulever de nouveaux moyens pris du chef d'excès de pouvoir, de la contrariété aux lois ou de l'adoption irrégulière du règlement litigieux. ".
Art. 21. Artikel 502 van hetzelfde Wetboek, vernietigd bij arrest nr. 16/2003 van het Arbitragehof van 28 januari 2003, wordt vervangen als volgt :
" Art. 502. § 1. Onverminderd het bij artikel 505 verplicht gestelde voorafgaande overleg, kunnen de Orde van Vlaamse Balies en de " Ordre des Barreaux francophones et germanophone " een vordering tot nietigverklaring instellen tegen alle reglementen die, overeenkomstig artikel 496, werden aangenomen. Die vordering wordt ingesteld bij een scheidsgerecht samengesteld uit zeven leden van wie er drie voor een duur van twee jaar worden aangewezen door de Orde van Vlaamse Balies, en drie, voor een duur van twee jaar, door de " Ordre des Barreaux francophones et germanophone ". Zij wijzen in onderlinge overeenstemming een zevende lid aan, dat het voorzitterschap zal waarnemen. Indien er geen overeenstemming wordt bereikt, wordt het scheidsgerecht voorgezeten door de pro-stafhouder van de Orde van Advocaten bij het Hof van Cassatie of, zo die verhinderd is, door diens voorganger.
Als een arbiter dient te worden vervangen, wordt zijn opvolger slechts aangewezen om het oorspronkelijke mandaat te voltooien.
Het mandaat van arbiter staat open voor advocaten die sedert ten minste vijftien jaar lid zijn van de balie of die gedurende ten minste drie jaar stafhouder of lid zijn geweest van de Raad van de orde van een balie, of die lid zijn geweest van de Raad van de Orde van Advocaten bij het Hof van Cassatie. De arbiters mogen niet betrokken zijn geweest bij de totstandkoming van de betwiste beslissing.
§ 2. De in § 1 bedoelde vordering kan worden ingesteld tegen alle reglementen die :
- zouden neerkomen op een bevoegdheidsoverschrijding, strijdig zouden zijn met de wetten of op onregelmatige wijze zouden zijn aangenomen;
- een gevaar zouden betekenen voor de eer van de Orde van Advocaten en voor de handhaving van de beginselen van waardigheid, rechtschapenheid en kiesheid die aan het beroep van advocaat ten grondslag liggen, zoals omschreven in artikel 456, eerste lid, en in de internationale deontologische voorschriften.
Als de in artikel 611 bedoelde vordering wordt ingesteld, mag het scheidsgerecht zich niet uitspreken over middelen geput uit een bevoegdheidsoverschrijding, de niet-naleving van de wetten of het onregelmatige aannemen van het aangevochten reglement.
§ 3. Het scheidsgerecht doet uitspraak in eerste en in laatste aanleg. Het kan een aangevochten reglement slechts geheel of gedeeltelijk vernietigen voor zover vijf leden zich voor de vernietiging uitspreken; bij de arbitrale uitspraak kan een minderheidsnota worden gevoegd.
§ 4. Voor alles wat niet uitdrukkelijk wordt geregeld door dit boek, zijn de bepalingen van het zesde deel van dit Wetboek van overeenkomstige toepassing op de procedure.
§ 5. De vordering wordt betekend aan de procureur-generaal bij het Hof van Cassatie en aan de andere Orde. ".
" Art. 502. § 1. Onverminderd het bij artikel 505 verplicht gestelde voorafgaande overleg, kunnen de Orde van Vlaamse Balies en de " Ordre des Barreaux francophones et germanophone " een vordering tot nietigverklaring instellen tegen alle reglementen die, overeenkomstig artikel 496, werden aangenomen. Die vordering wordt ingesteld bij een scheidsgerecht samengesteld uit zeven leden van wie er drie voor een duur van twee jaar worden aangewezen door de Orde van Vlaamse Balies, en drie, voor een duur van twee jaar, door de " Ordre des Barreaux francophones et germanophone ". Zij wijzen in onderlinge overeenstemming een zevende lid aan, dat het voorzitterschap zal waarnemen. Indien er geen overeenstemming wordt bereikt, wordt het scheidsgerecht voorgezeten door de pro-stafhouder van de Orde van Advocaten bij het Hof van Cassatie of, zo die verhinderd is, door diens voorganger.
Als een arbiter dient te worden vervangen, wordt zijn opvolger slechts aangewezen om het oorspronkelijke mandaat te voltooien.
Het mandaat van arbiter staat open voor advocaten die sedert ten minste vijftien jaar lid zijn van de balie of die gedurende ten minste drie jaar stafhouder of lid zijn geweest van de Raad van de orde van een balie, of die lid zijn geweest van de Raad van de Orde van Advocaten bij het Hof van Cassatie. De arbiters mogen niet betrokken zijn geweest bij de totstandkoming van de betwiste beslissing.
§ 2. De in § 1 bedoelde vordering kan worden ingesteld tegen alle reglementen die :
- zouden neerkomen op een bevoegdheidsoverschrijding, strijdig zouden zijn met de wetten of op onregelmatige wijze zouden zijn aangenomen;
- een gevaar zouden betekenen voor de eer van de Orde van Advocaten en voor de handhaving van de beginselen van waardigheid, rechtschapenheid en kiesheid die aan het beroep van advocaat ten grondslag liggen, zoals omschreven in artikel 456, eerste lid, en in de internationale deontologische voorschriften.
Als de in artikel 611 bedoelde vordering wordt ingesteld, mag het scheidsgerecht zich niet uitspreken over middelen geput uit een bevoegdheidsoverschrijding, de niet-naleving van de wetten of het onregelmatige aannemen van het aangevochten reglement.
§ 3. Het scheidsgerecht doet uitspraak in eerste en in laatste aanleg. Het kan een aangevochten reglement slechts geheel of gedeeltelijk vernietigen voor zover vijf leden zich voor de vernietiging uitspreken; bij de arbitrale uitspraak kan een minderheidsnota worden gevoegd.
§ 4. Voor alles wat niet uitdrukkelijk wordt geregeld door dit boek, zijn de bepalingen van het zesde deel van dit Wetboek van overeenkomstige toepassing op de procedure.
§ 5. De vordering wordt betekend aan de procureur-generaal bij het Hof van Cassatie en aan de andere Orde. ".
Art. 21. L'article 502 du même Code, annulé par l'arrêt de la Cour d'arbitrage n° 16/2003 du 28 janvier 2003, est remplacé par la disposition suivante :
" Art. 502. § 1er. Sans préjudice de la concertation préalable obligatoire prévue à l'article 505, l'Ordre des Barreaux francophones et germanophone et l'" Orde van Vlaamse Balies " peuvent former un recours en annulation contre tous les règlements adoptés en vertu de l'article 496, devant un tribunal arbitral composé de sept membres, dont trois membres sont désignés, pour une durée de deux ans, par l'Ordre des Barreaux francophones et germanophone, et trois membres, pour une durée de deux ans, par l'" Orde van Vlaamse Balies ". Ils désignent, d'un commun accord, un septième membre qui assure la présidence. En l'absence d'accord, le tribunal arbitral est présidé par le précédent bâtonnier de l'Ordre des Avocats à la Cour de cassation ou par son prédécesseur, lorsqu'il est empêché.
Si un arbitre doit être remplacé, son successeur n'est désigné que pour achever le mandat initial.
Peut être arbitre, l'avocat qui compte au moins quinze années de barreau, ou qui a été bâtonnier ou membre pendant trois ans au moins du Conseil de l'ordre d'un barreau, ou membre du Conseil de l'Ordre des Avocats à la Cour de cassation. Les arbitres ne peuvent pas avoir participé à l'élaboration de la décision contestée.
§ 2. Le recours, prévu au § 1er, peut être formé contre tout règlement qui :
- serait entaché d'excès de pouvoir, serait contraire aux lois ou aurait été irrégulièrement adopté;
- mettrait en péril la sauvegarde de l'honneur de l'Ordre des Avocats et le maintien des principes de dignité, de probité et de délicatesse qui font la base de la profession d'avocat, tels que définis par l'article 456, alinéa 1er, et les règles internationales de déontologie.
Si le recours prévu à l'article 611 est exercé, le tribunal arbitral ne peut connaître des moyens pris du chef d'excès de pouvoir, de contrariété aux lois ou d'adoption irrégulière du règlement litigieux.
§ 3. Le tribunal arbitral statue en premier et dernier ressort. Il ne peut annuler, en tout ou en partie, un règlement contesté que pour autant que cinq membres se prononcent en faveur de l'annulation; une note minoritaire peut être jointe à la sentence arbitrale.
§ 4. Pour tout ce qui n'est pas expressément réglé par le présent livre, les dispositions de la sixième partie du présent Code sont d'application par analogie à la procédure.
§ 5. Le recours est signifié au procureur général près la Cour de cassation et à l'autre Ordre. ".
" Art. 502. § 1er. Sans préjudice de la concertation préalable obligatoire prévue à l'article 505, l'Ordre des Barreaux francophones et germanophone et l'" Orde van Vlaamse Balies " peuvent former un recours en annulation contre tous les règlements adoptés en vertu de l'article 496, devant un tribunal arbitral composé de sept membres, dont trois membres sont désignés, pour une durée de deux ans, par l'Ordre des Barreaux francophones et germanophone, et trois membres, pour une durée de deux ans, par l'" Orde van Vlaamse Balies ". Ils désignent, d'un commun accord, un septième membre qui assure la présidence. En l'absence d'accord, le tribunal arbitral est présidé par le précédent bâtonnier de l'Ordre des Avocats à la Cour de cassation ou par son prédécesseur, lorsqu'il est empêché.
Si un arbitre doit être remplacé, son successeur n'est désigné que pour achever le mandat initial.
Peut être arbitre, l'avocat qui compte au moins quinze années de barreau, ou qui a été bâtonnier ou membre pendant trois ans au moins du Conseil de l'ordre d'un barreau, ou membre du Conseil de l'Ordre des Avocats à la Cour de cassation. Les arbitres ne peuvent pas avoir participé à l'élaboration de la décision contestée.
§ 2. Le recours, prévu au § 1er, peut être formé contre tout règlement qui :
- serait entaché d'excès de pouvoir, serait contraire aux lois ou aurait été irrégulièrement adopté;
- mettrait en péril la sauvegarde de l'honneur de l'Ordre des Avocats et le maintien des principes de dignité, de probité et de délicatesse qui font la base de la profession d'avocat, tels que définis par l'article 456, alinéa 1er, et les règles internationales de déontologie.
Si le recours prévu à l'article 611 est exercé, le tribunal arbitral ne peut connaître des moyens pris du chef d'excès de pouvoir, de contrariété aux lois ou d'adoption irrégulière du règlement litigieux.
§ 3. Le tribunal arbitral statue en premier et dernier ressort. Il ne peut annuler, en tout ou en partie, un règlement contesté que pour autant que cinq membres se prononcent en faveur de l'annulation; une note minoritaire peut être jointe à la sentence arbitrale.
§ 4. Pour tout ce qui n'est pas expressément réglé par le présent livre, les dispositions de la sixième partie du présent Code sont d'application par analogie à la procédure.
§ 5. Le recours est signifié au procureur général près la Cour de cassation et à l'autre Ordre. ".
Art. 22. In artikel 505, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 4 juli 2001, worden de woorden " binnen twee maanden vanaf de in artikel 497 bedoelde kennisgeving " vervangen door de woorden " binnen drie maanden vanaf de in artikel 497 bedoelde bekendmaking ".
Art. 22. Dans l'article 505, alinéa 1er, du même Code, remplacé par la loi du 4 juillet 2001, les mots " dans un délai de deux mois à compter de la notification prévue à l'article 497 " sont remplacés par les mots " dans un délai de trois mois à compter de la publication prévue à l'article 497 ".
Art. 23. De artikelen 18 tot 22 zijn van toepassing op de reglementen die de Orde van Vlaamse Balies en de " Ordre des barreaux francophones et germanophone " na de inwerkingtreding van deze wet aannemen overeenkomstig artikel 496 van hetzelfde Wetboek.
Art. 23. Les articles 18 à 22 s'appliquent aux règlements que l'Ordre des Barreaux francophones et germanophone ou l'" Orde van Vlaamse Balies " adoptent conformément à l'article 496 du même Code après l'entrée en vigueur de la présente loi.
HOOFDSTUK 12. - Wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en van de wet van 7 juli 2002 tot wijziging van deel II, boek II, titel V, van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de tucht en tot intrekking van de wet van 7 mei 1999 tot wijziging, wat het tuchtrecht voor leden van de Rechterlijke Orde betreft, van het Gerechtelijk Wetboek.
CHAPITRE 12. - Modification du Code judiciaire et de la loi du 7 juillet 2002 modifiant la deuxième partie, livre II, titre V du Code judiciaire relatif à la discipline et rapportant la loi du 7 mai 1999 modifiant le Code judiciaire en ce qui concerne le régime disciplinaire applicable aux membres de l'Ordre judiciaire.
Art. 24. In artikel 409 van het Gerechtelijk Wetboek gewijzigd bij de wet van 7 juli 2002, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1) in § 3, derde lid, worden de woorden " en hun plaatsvervangers worden " vervangen door de woorden " als effectief of plaatsvervangend lid worden voor vier jaar ";
2)
§ 3, vijfde lid, wordt vervangen als volgt :
" De magistraten die het bewijs hebben geleverd van de kennis van de Duitse taal en die overeenkomstig het eerste lid werden verkozen maar die niet door loting werden aangewezen als vast lid of als plaatsvervanger, worden opgenomen in een reserve in toepassing van § 5, eerste lid. ";
3) in § 4 wordt tussen het tweede en het derde lid het volgende lid ingevoegd :
" Het effectief of plaatsvervangend lid dat advies heeft verstrekt, hetzij in de hangende tuchtprocedure, hetzij in het kader van een in dit Wetboek bepaalde evaluatieprocedure, en zulks voor de aanhangigmaking bij de Nationale Tuchtraad van een zaak over de persoon wiens dossier werd toegestuurd aan de Nationale Tuchtraad, moet zich van de zaak onthouden. ".
1) in § 3, derde lid, worden de woorden " en hun plaatsvervangers worden " vervangen door de woorden " als effectief of plaatsvervangend lid worden voor vier jaar ";
2)
§ 3, vijfde lid, wordt vervangen als volgt :
" De magistraten die het bewijs hebben geleverd van de kennis van de Duitse taal en die overeenkomstig het eerste lid werden verkozen maar die niet door loting werden aangewezen als vast lid of als plaatsvervanger, worden opgenomen in een reserve in toepassing van § 5, eerste lid. ";
3) in § 4 wordt tussen het tweede en het derde lid het volgende lid ingevoegd :
" Het effectief of plaatsvervangend lid dat advies heeft verstrekt, hetzij in de hangende tuchtprocedure, hetzij in het kader van een in dit Wetboek bepaalde evaluatieprocedure, en zulks voor de aanhangigmaking bij de Nationale Tuchtraad van een zaak over de persoon wiens dossier werd toegestuurd aan de Nationale Tuchtraad, moet zich van de zaak onthouden. ".
Art. 24. A l'article 409 du Code judiciaire, modifié par la loi du 7 juillet 2002 sont apportées les modifications suivantes :
1) au § 3, alinéa 3, les mots " et leurs suppléants sont désignés " sont remplacés par les mots " comme membre effectif ou suppléant sont désignés pour 4 ans ";
2) le § 3, alinéa 5, est remplacé comme suit :
" Les magistrats justifiant de la connaissance de la langue allemande élus conformément à l'alinéa 1er qui n'ont pas été désignés au sort comme membres effectifs ou suppléants sont repris dans une réserve en vue de l'application du § 5, alinéa 1er. ";
3) au § 4, l'alinéa suivant est inséré entre l'alinéa 2 et l'alinéa 3 :
" Est tenu de s'abstenir le membre effectif ou suppléant qui, antérieurement à la saisie du Conseil national de discipline, a été appelé à émettre un avis concernant la personne dont le dossier a été transmis au Conseil national de discipline, soit dans la procédure disciplinaire en cours, soit à l'occasion d'une procédure prévue par le présent Code dans le cadre d'une évaluation. ".
1) au § 3, alinéa 3, les mots " et leurs suppléants sont désignés " sont remplacés par les mots " comme membre effectif ou suppléant sont désignés pour 4 ans ";
2) le § 3, alinéa 5, est remplacé comme suit :
" Les magistrats justifiant de la connaissance de la langue allemande élus conformément à l'alinéa 1er qui n'ont pas été désignés au sort comme membres effectifs ou suppléants sont repris dans une réserve en vue de l'application du § 5, alinéa 1er. ";
3) au § 4, l'alinéa suivant est inséré entre l'alinéa 2 et l'alinéa 3 :
" Est tenu de s'abstenir le membre effectif ou suppléant qui, antérieurement à la saisie du Conseil national de discipline, a été appelé à émettre un avis concernant la personne dont le dossier a été transmis au Conseil national de discipline, soit dans la procédure disciplinaire en cours, soit à l'occasion d'une procédure prévue par le présent Code dans le cadre d'une évaluation. ".
Art. 25. In artikel 35 van de wet van 7 juli 2002 tot wijziging van deel II, boek II, titel V, van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de tucht en tot intrekking van de wet van 7 mei 1999 tot wijziging, wat het tuchtrecht van de leden van de Rechterlijke Orde betreft, van het Gerechtelijk Wetboek, worden de woorden " 18 maanden " vervangen door de woorden " 30 maanden ".
Art. 25. A l'article 35 de la loi du 7 juillet 2002 modifiant la deuxième partie, livre II, titre V du Code judiciaire relatif à la discipline et rapportant la loi du 7 mai 1999 modifiant le Code judiciaire en ce qui concerne le régime disciplinaire applicable aux membres de l'Ordre judiciaire, les mots " 18 mois " sont remplacés par les mots " 30 mois ".
TITEL III. - Wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.
TITRE III. - Modifications de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers.
Art. 26. Artikel 55 van dezelfde wet, opgeheven bij de wet van 15 juli 1996, wordt hersteld in de volgende lezing :
" Art. 55. § 1. De verklaring of de aanvraag bedoeld in de artikelen 50, 50bis en 51, afgelegd door een vreemdeling die gemachtigd werd tot een verblijf voor onbeperkte tijd, wordt, wanneer zij nog in behandeling is bij de minister of zijn gemachtigde, bij de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen of bij de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen, ambtshalve zonder voorwerp verklaard, tenzij de vreemdeling, binnen een termijn van zestig dagen te rekenen vanaf het inwerkingtreden van deze bepaling of vanaf de overhandiging van de titel waaruit het onbeperkt verblijf blijkt, bij een ter post aangetekende brief aan de instantie waarbij zijn verklaring of aanvraag in behandeling is, de voortzetting van de behandeling vraagt.
§ 2. De Raad van State verklaart het beroep dat werd ingesteld tegen een beslissing genomen ingevolge een verklaring of een aanvraag overeenkomstig de artikelen 50, 50bis of 51 zonder voorwerp, wanneer de verzoeker gemachtigd werd tot een verblijf van onbeperkte duur, op voorwaarde dat hij binnen de termijn zoals voorzien in § 1 geen voortzetting van de procedure vroeg.
§ 3. De vreemdeling van wie de asielaanvraag zonder voorwerp werd verklaard overeenkomstig § 1, kan slechts van het grondgebied verwijderd worden overeenkomstig de artikelen 20 en 21 na eensluidend advies van de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen over de overeenstemming van de verwijderingsmaatregel met artikel 3 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend te Rome op 4 november 1950. ".
" Art. 55. § 1. De verklaring of de aanvraag bedoeld in de artikelen 50, 50bis en 51, afgelegd door een vreemdeling die gemachtigd werd tot een verblijf voor onbeperkte tijd, wordt, wanneer zij nog in behandeling is bij de minister of zijn gemachtigde, bij de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen of bij de Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen, ambtshalve zonder voorwerp verklaard, tenzij de vreemdeling, binnen een termijn van zestig dagen te rekenen vanaf het inwerkingtreden van deze bepaling of vanaf de overhandiging van de titel waaruit het onbeperkt verblijf blijkt, bij een ter post aangetekende brief aan de instantie waarbij zijn verklaring of aanvraag in behandeling is, de voortzetting van de behandeling vraagt.
§ 2. De Raad van State verklaart het beroep dat werd ingesteld tegen een beslissing genomen ingevolge een verklaring of een aanvraag overeenkomstig de artikelen 50, 50bis of 51 zonder voorwerp, wanneer de verzoeker gemachtigd werd tot een verblijf van onbeperkte duur, op voorwaarde dat hij binnen de termijn zoals voorzien in § 1 geen voortzetting van de procedure vroeg.
§ 3. De vreemdeling van wie de asielaanvraag zonder voorwerp werd verklaard overeenkomstig § 1, kan slechts van het grondgebied verwijderd worden overeenkomstig de artikelen 20 en 21 na eensluidend advies van de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen over de overeenstemming van de verwijderingsmaatregel met artikel 3 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, ondertekend te Rome op 4 november 1950. ".
Art. 26. L'article 55 de la même loi, abrogé par la loi du 15 juillet 1996, est rétabli dans la rédaction suivante :
" Art. 55. § 1er. La déclaration ou la demande visées aux articles 50, 50bis et 51, faite par un étranger qui a été autorisé au séjour pour une durée illimitée, est déclarée d'office sans objet lorsqu'elle est encore examinée par le ministre ou son délégué, par le Commissaire général aux réfugiés et aux apatrides ou par la Commission permanente de recours des réfugiés, à moins que l'étranger demande dans un délai de soixante jours à partir de l'entrée en vigueur de la présente disposition ou à partir du moment de la remise du titre qui fait preuve du séjour illimité, la poursuite de son examen par lettre recommandée à la poste adressée à l'instance qui examine sa déclaration ou demande.
§ 2. Le Conseil d'Etat déclare sans objet le recours introduit contre une décision prise à la suite d'une déclaration ou d'une demande faite sur base des articles 50, 50bis ou 51, lorsque le requérant a été autorisé au séjour illimitée, à condition qu'il n'ait pas demandé la poursuite de la procédure dans le délai prévu au § 1er.
§ 3. L'étranger dont la demande a été déclarée sans objet en application du § 1er, ne peut être éloigné du territoire conformément aux articles 20 et 21 que sur avis conforme du Commissaire général aux réfugiés et aux apatrides à propos de la conformité de la mesure d'éloignement à l'article 3 de la Convention de sauvegarde des droits de l'homme et des libertés fondamentales, signée à Rome le 4 novembre 1950. ".
" Art. 55. § 1er. La déclaration ou la demande visées aux articles 50, 50bis et 51, faite par un étranger qui a été autorisé au séjour pour une durée illimitée, est déclarée d'office sans objet lorsqu'elle est encore examinée par le ministre ou son délégué, par le Commissaire général aux réfugiés et aux apatrides ou par la Commission permanente de recours des réfugiés, à moins que l'étranger demande dans un délai de soixante jours à partir de l'entrée en vigueur de la présente disposition ou à partir du moment de la remise du titre qui fait preuve du séjour illimité, la poursuite de son examen par lettre recommandée à la poste adressée à l'instance qui examine sa déclaration ou demande.
§ 2. Le Conseil d'Etat déclare sans objet le recours introduit contre une décision prise à la suite d'une déclaration ou d'une demande faite sur base des articles 50, 50bis ou 51, lorsque le requérant a été autorisé au séjour illimitée, à condition qu'il n'ait pas demandé la poursuite de la procédure dans le délai prévu au § 1er.
§ 3. L'étranger dont la demande a été déclarée sans objet en application du § 1er, ne peut être éloigné du territoire conformément aux articles 20 et 21 que sur avis conforme du Commissaire général aux réfugiés et aux apatrides à propos de la conformité de la mesure d'éloignement à l'article 3 de la Convention de sauvegarde des droits de l'homme et des libertés fondamentales, signée à Rome le 4 novembre 1950. ".
Art. 27. In artikel 65 van dezelfde wet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het eerste lid wordt § 1;
2° een § 2 wordt toegevoegd, luidende :
" § 2. De minister of diens gemachtigde verklaart het verzoek tot herziening niet ontvankelijk indien het wordt ingediend na de in § 1 voorziene termijn of indien het verzoek tot herziening gericht is tegen een andere beslissing dan de in artikelen 44, 44bis en 64 voorziene beslissingen. ".
1° het eerste lid wordt § 1;
2° een § 2 wordt toegevoegd, luidende :
" § 2. De minister of diens gemachtigde verklaart het verzoek tot herziening niet ontvankelijk indien het wordt ingediend na de in § 1 voorziene termijn of indien het verzoek tot herziening gericht is tegen een andere beslissing dan de in artikelen 44, 44bis en 64 voorziene beslissingen. ".
Art. 27. A l'article 65 de la même loi, sont apportées les modifications suivantes :
1° l'alinéa 1er devient le § 1er;
2° il est ajouté un § 2, rédigé comme suit :
" § 2. Le ministre ou son délégué déclare la demande en révision irrecevable lorsqu'elle est introduite au-delà du délai prévu au § 1er ou à l'encontre d'une décision autre que celles prévues aux articles 44, 44bis et 64. ".
1° l'alinéa 1er devient le § 1er;
2° il est ajouté un § 2, rédigé comme suit :
" § 2. Le ministre ou son délégué déclare la demande en révision irrecevable lorsqu'elle est introduite au-delà du délai prévu au § 1er ou à l'encontre d'une décision autre que celles prévues aux articles 44, 44bis et 64. ".
Art. 28. Artikel 69, derde lid, van dezelfde wet, vervangen door de wet van 10 juli 1996, wordt vervangen als volgt :
" In dit geval wordt het onderzoek van het beroep tot nietigverklaring opgeschort totdat de minister of diens gemachtigde een beslissing heeft genomen over de ontvankelijkheid van de aanvraag. ".
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands Zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 22 december 2003.
ALBERT
Van Koningswege :
Voor de Eerste Minister, afwezig :
De Vice-Eerste Minister en Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister van Binnenlandse Zaken,
P. DEWAEL
Met 's Lands Zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX
" In dit geval wordt het onderzoek van het beroep tot nietigverklaring opgeschort totdat de minister of diens gemachtigde een beslissing heeft genomen over de ontvankelijkheid van de aanvraag. ".
Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands Zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Gegeven te Brussel, 22 december 2003.
ALBERT
Van Koningswege :
Voor de Eerste Minister, afwezig :
De Vice-Eerste Minister en Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX
De Minister van Binnenlandse Zaken,
P. DEWAEL
Met 's Lands Zegel gezegeld :
De Minister van Justitie,
Mevr. L. ONKELINX
Art. 28. L'article 69, alinéa 3, de la même loi, remplacé par la loi du 10 juillet 1996, est remplacé par la disposition suivante :
" Dans ce cas, l'examen du recours en annulation est suspendu jusqu'à ce que le ministre ou son délégué ait statué sur la recevabilité de la demande. ".
Promulguons la présente loi, ordonnons qu'elle soit revêtue du Sceau de l'Etat et publiée par le Moniteur belge.
Donné à Bruxelles, le 22 décembre 2003.
ALBERT
Par le Roi :
Pour le Premier Ministre, absent :
La Vice-Première Ministre et Ministre de la Justice,
Mme L. ONKELINX
La Ministre de la Justice,
Mme L. ONKELINX
Le Ministre de l'Intérieur,
P. DEWAEL
Scellé du Sceau de l'Etat :
La Ministre de la Justice,
Mme L. ONKELINX
" Dans ce cas, l'examen du recours en annulation est suspendu jusqu'à ce que le ministre ou son délégué ait statué sur la recevabilité de la demande. ".
Promulguons la présente loi, ordonnons qu'elle soit revêtue du Sceau de l'Etat et publiée par le Moniteur belge.
Donné à Bruxelles, le 22 décembre 2003.
ALBERT
Par le Roi :
Pour le Premier Ministre, absent :
La Vice-Première Ministre et Ministre de la Justice,
Mme L. ONKELINX
La Ministre de la Justice,
Mme L. ONKELINX
Le Ministre de l'Intérieur,
P. DEWAEL
Scellé du Sceau de l'Etat :
La Ministre de la Justice,
Mme L. ONKELINX