Artikel 1. Artikel 7, eerste en tweede lid, van het ministerieel besluit van 26 november 1991 houdende de toepassingsregelen van de werkloosheidsreglementering, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 22 december 1995, 28 februari 1997 en 14 juni 2001, wordt vervangen als volgt :
" Art. 7. Voor een ononderbroken voltijdse tewerkstelling gedurende een volledig kwartaal worden 78 arbeidsdagen in rekening gebracht.
In de gevallen niet bedoeld in het eerste lid wordt voor een voltijdse tewerkstelling het aantal arbeidsdagen bekomen door toepassing van de volgende formule :
A/R x 6, waarbij
A overeenstemt met het aantal dagen waarop arbeidsprestaties werden verricht overeenkomstig artikel 37 van het koninklijk besluit
R overeenstemt met de gemiddelde wekelijkse arbeidsduur uitgedrukt in dagen,
en waarbij het aldus bekomen aantal dagen gemiddeld per kwartaal 78 niet mag overschrijden.
Voor een deeltijdse tewerkstelling wordt het aantal arbeidsdagen bekomen door het aantal arbeidsuren te delen door één zesde van deze van de maatpersoon. Het bekomen quotiënt wordt afgerond naar de hogere eenheid. Het aldus bekomen aantal dagen mag echter gemiddeld per kwartaal 78 niet overschrijden.
Wordt toepassing gemaakt van de bepaling van artikel 37, § 1, tweede lid, van het koninklijk besluit, dan mag het aantal dagen dat in rekening wordt gebracht voor het kwartaal waarin de referteperiode aanvangt, niet meer bedragen dan het aantal dagen berekend vanaf de dag waarop de referteperiode aanvangt tot de laatste dag van het betreffende kwartaal, met uitsluiting van de zondagen. "
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
10 JANUARI 2003. - Ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 26 november 1991 houdende de toepassingsregelen van de werkloosheidsreglementering. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 28-01-2003 et mise à jour au 19-12-2005)
Titre
10 JANVIER 2003. - ArrĂȘtĂ© ministĂ©riel modifiant l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 26 novembre 1991 portant les modalitĂ©s d'application de la rĂ©glementation du chĂŽmage. (NOTE : Consultation des versions antĂ©rieures Ă partir du 28-01-2003 et mise Ă jour au 19-12-2005)
Documentinformatie
Info du document
Tekst (11)
Texte (11)
Article 1. L'article 7, alinĂ©as 1er et 2, de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 26 novembre 1991 portant les modalitĂ©s d'application de la rĂ©glementation du chĂŽmage, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s ministĂ©riels des 22 dĂ©cembre 1995, 28 fĂ©vrier 1997 et 14 juin 2001, est remplacĂ© par les dispositions suivantes :
" Art. 7. Pour une occupation ininterrompue à temps plein d'un trimestre complet, 78 journées de travail sont prises en considération.
Dans les cas non visés à l'alinéa 1er, le nombre de journées pour une occupation à temps plein est obtenu selon la formule suivante :
A/R x 6, oĂč
A correspond au nombre de jours au cours desquels des prestations de travail ont Ă©tĂ© effectuĂ©es conformĂ©ment Ă l'article 37 de l'arrĂȘtĂ© royal
R correspond à la durée hebdomadaire de travail moyenne exprimée en jours,
étant entendu que le nombre de journées ainsi obtenu ne peut dépasser en moyenne 78 par trimestre.
Pour une occupation à temps partiel, le nombre de journées de travail est obtenu en divisant le nombre d'heures de travail par un sixiÚme de celles de la personne de référence. Le quotient obtenu est arrondi à l'unité supérieure. Le nombre de journées ainsi obtenu ne peut toutefois dépasser en moyenne 78 par trimestre.
Lorsque la disposition de l'article 37, § 1er, alinĂ©a 2, de l'arrĂȘtĂ© royal est appliquĂ©e, le nombre de jours pris en considĂ©ration pour le trimestre pendant lequel la pĂ©riode de rĂ©fĂ©rence prend cours ne peut dĂ©passer le nombre de jours calculĂ© Ă partir du jour oĂč la pĂ©riode de rĂ©fĂ©rence prend cours jusqu'au dernier jour du trimestre concernĂ©, Ă l'exclusion des dimanches. "
" Art. 7. Pour une occupation ininterrompue à temps plein d'un trimestre complet, 78 journées de travail sont prises en considération.
Dans les cas non visés à l'alinéa 1er, le nombre de journées pour une occupation à temps plein est obtenu selon la formule suivante :
A/R x 6, oĂč
A correspond au nombre de jours au cours desquels des prestations de travail ont Ă©tĂ© effectuĂ©es conformĂ©ment Ă l'article 37 de l'arrĂȘtĂ© royal
R correspond à la durée hebdomadaire de travail moyenne exprimée en jours,
étant entendu que le nombre de journées ainsi obtenu ne peut dépasser en moyenne 78 par trimestre.
Pour une occupation à temps partiel, le nombre de journées de travail est obtenu en divisant le nombre d'heures de travail par un sixiÚme de celles de la personne de référence. Le quotient obtenu est arrondi à l'unité supérieure. Le nombre de journées ainsi obtenu ne peut toutefois dépasser en moyenne 78 par trimestre.
Lorsque la disposition de l'article 37, § 1er, alinĂ©a 2, de l'arrĂȘtĂ© royal est appliquĂ©e, le nombre de jours pris en considĂ©ration pour le trimestre pendant lequel la pĂ©riode de rĂ©fĂ©rence prend cours ne peut dĂ©passer le nombre de jours calculĂ© Ă partir du jour oĂč la pĂ©riode de rĂ©fĂ©rence prend cours jusqu'au dernier jour du trimestre concernĂ©, Ă l'exclusion des dimanches. "
Art. 2. Artikel 8 van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" Art. 8. Voor de vrijwillig deeltijdse werknemer wordt het aantal halve arbeidsdagen bekomen door het aantal dagen berekend overeenkomstig deze afdeling te vermenigvuldigen met twee. Het aldus bekomen aantal halve arbeidsdagen mag echter gemiddeld per kwartaal 78 niet overschrijden. "
" Art. 8. Voor de vrijwillig deeltijdse werknemer wordt het aantal halve arbeidsdagen bekomen door het aantal dagen berekend overeenkomstig deze afdeling te vermenigvuldigen met twee. Het aldus bekomen aantal halve arbeidsdagen mag echter gemiddeld per kwartaal 78 niet overschrijden. "
Art. 2. L'article 8 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par la disposition suivante :
" Art. 8. Pour le travailleur à temps partiel volontaire, le nombre de demi-journées de travail est obtenu en multipliant par deux le nombre de journées calculé conformément à la présente section. Le nombre de demi-journées de travail ainsi obtenu ne peut dépasser en moyenne 78 par trimestre. "
" Art. 8. Pour le travailleur à temps partiel volontaire, le nombre de demi-journées de travail est obtenu en multipliant par deux le nombre de journées calculé conformément à la présente section. Le nombre de demi-journées de travail ainsi obtenu ne peut dépasser en moyenne 78 par trimestre. "
Art. 3. Artikel 9, tweede lid, van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt :
" Voor de vrijwillig deeltijdse leerkracht wordt het aantal halve arbeidsdagen bekomen door het aantal dagen berekend overeenkomstig het voorgaande lid te vermenigvuldigen met twee. Het aldus bekomen aantal halve arbeidsdagen mag echter gemiddeld per kwartaal 78 niet overschrijden. "
" Voor de vrijwillig deeltijdse leerkracht wordt het aantal halve arbeidsdagen bekomen door het aantal dagen berekend overeenkomstig het voorgaande lid te vermenigvuldigen met twee. Het aldus bekomen aantal halve arbeidsdagen mag echter gemiddeld per kwartaal 78 niet overschrijden. "
Art. 3. L'article 9, alinĂ©a 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par la disposition suivante :
" Pour l'enseignant à temps partiel volontaire, le nombre de demi-journées de travail est obtenu en multipliant par deux le nombre de journées calculé conformément à l'alinéa précédent. Le nombre de demi-journées de travail ainsi obtenu ne peut dépasser en moyenne 78 par trimestre. "
" Pour l'enseignant à temps partiel volontaire, le nombre de demi-journées de travail est obtenu en multipliant par deux le nombre de journées calculé conformément à l'alinéa précédent. Le nombre de demi-journées de travail ainsi obtenu ne peut dépasser en moyenne 78 par trimestre. "
Art. 4. In artikel 41, tweede lid, van hetzelfde besluit, vervallen de woorden " onder goedkeuring van de Minister ".
Art. 4. A l'article 41, alinĂ©a 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " avec l'approbation du Ministre " sont supprimĂ©s.
Art. 5. In artikel 65, § 1, van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden " gemiddelde loon waarop hij normaal recht had voor de recentste ononderbroken periode van ten minste vier weken tijdens dewelke hij in dienst was bij dezelfde werkgever, met uitsluiting van het loon dat betrekking heeft op overwerk zoals bepaald in artikel 29 van de arbeidswet van 16 maart 1971 " vervangen door de woorden " gemiddeld dagloon, waarop hij normaal recht had op het einde van de recentste ononderbroken periode van tenminste vier weken tijdens dewelke hij in dienst was bij dezelfde werkgever ";
2° in het tweede lid worden de woorden " gemiddeld loon " vervangen door de woorden " gemiddeld dagloon ".
1° in het eerste lid worden de woorden " gemiddelde loon waarop hij normaal recht had voor de recentste ononderbroken periode van ten minste vier weken tijdens dewelke hij in dienst was bij dezelfde werkgever, met uitsluiting van het loon dat betrekking heeft op overwerk zoals bepaald in artikel 29 van de arbeidswet van 16 maart 1971 " vervangen door de woorden " gemiddeld dagloon, waarop hij normaal recht had op het einde van de recentste ononderbroken periode van tenminste vier weken tijdens dewelke hij in dienst was bij dezelfde werkgever ";
2° in het tweede lid worden de woorden " gemiddeld loon " vervangen door de woorden " gemiddeld dagloon ".
Art. 5. A l'article 65, § 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° dans l'alinĂ©a 1er, les mots " rĂ©munĂ©ration moyenne Ă laquelle il pouvait normalement prĂ©tendre pour la derniĂšre pĂ©riode d'au moins quatre semaines consĂ©cutives d'occupation auprĂšs du mĂȘme employeur, Ă l'exception de la rĂ©munĂ©ration relative au travail supplĂ©mentaire comme stipulĂ© Ă l'article 29 de la loi sur le travail du 16 mars 1971 " sont remplacĂ©s par les mots " rĂ©munĂ©ration journaliĂšre moyenne Ă laquelle il pouvait prĂ©tendre Ă la fin de la derniĂšre pĂ©riode d'au moins quatre semaines consĂ©cutives d'occupation auprĂšs du mĂȘme employeur ";
2° dans l'alinéa 2, les mots " rémunération moyenne " sont remplacés par les mots " rémunération journaliÚre moyenne ".
1° dans l'alinĂ©a 1er, les mots " rĂ©munĂ©ration moyenne Ă laquelle il pouvait normalement prĂ©tendre pour la derniĂšre pĂ©riode d'au moins quatre semaines consĂ©cutives d'occupation auprĂšs du mĂȘme employeur, Ă l'exception de la rĂ©munĂ©ration relative au travail supplĂ©mentaire comme stipulĂ© Ă l'article 29 de la loi sur le travail du 16 mars 1971 " sont remplacĂ©s par les mots " rĂ©munĂ©ration journaliĂšre moyenne Ă laquelle il pouvait prĂ©tendre Ă la fin de la derniĂšre pĂ©riode d'au moins quatre semaines consĂ©cutives d'occupation auprĂšs du mĂȘme employeur ";
2° dans l'alinéa 2, les mots " rémunération moyenne " sont remplacés par les mots " rémunération journaliÚre moyenne ".
Art. 6. In artikel 66, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de woorden " gemiddeld loon " vervangen door de woorden " gemiddeld dagloon ".
Art. 6. Dans l'article 66, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " rĂ©munĂ©ration moyenne " sont remplacĂ©s par les mots " rĂ©munĂ©ration journaliĂšre moyenne ".
Art. 7. In artikel 67 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1, derde lid, worden de woorden " met uitsluiting van het loon dat betrekking heeft op overwerk zoals bepaald in artikel 29 van de arbeidswet van 16 maart 1971, " ingevoegd tussen de woorden " de arbeidscyclus, " en de woorden " gedeeld door het aantal betaalde uren, ";
2° in § 1, derde lid, worden de woorden " dat betrekking heeft op overwerk zoals bepaald in artikel 65, § 1, " vervangen door de woorden " dat overeenstemt met bedoeld loon voor overwerk, ";
3° in § 2, tweede lid, worden de woorden " , met uitsluiting van het loon dat betrekking heeft op overwerk zoals bepaald in artikel 29 van de arbeidswet van 16 maart 1971, " ingevoegd tussen de woorden " de arbeidscyclus " en de woorden " te delen door het aantal betaalde uren, ";
4° in § 2, tweede lid, worden de woorden " dat betrekking heeft op overwerk zoals bepaald in artikel 65, § 1 " vervangen door de woorden " dat overeenstemt met bedoeld loon voor overwerk ".
1° in § 1, derde lid, worden de woorden " met uitsluiting van het loon dat betrekking heeft op overwerk zoals bepaald in artikel 29 van de arbeidswet van 16 maart 1971, " ingevoegd tussen de woorden " de arbeidscyclus, " en de woorden " gedeeld door het aantal betaalde uren, ";
2° in § 1, derde lid, worden de woorden " dat betrekking heeft op overwerk zoals bepaald in artikel 65, § 1, " vervangen door de woorden " dat overeenstemt met bedoeld loon voor overwerk, ";
3° in § 2, tweede lid, worden de woorden " , met uitsluiting van het loon dat betrekking heeft op overwerk zoals bepaald in artikel 29 van de arbeidswet van 16 maart 1971, " ingevoegd tussen de woorden " de arbeidscyclus " en de woorden " te delen door het aantal betaalde uren, ";
4° in § 2, tweede lid, worden de woorden " dat betrekking heeft op overwerk zoals bepaald in artikel 65, § 1 " vervangen door de woorden " dat overeenstemt met bedoeld loon voor overwerk ".
Art. 7. A l'article 67 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° dans le § 1er, alinéa 3, les mots " à l'exception de la rémunération portant sur le travail supplémentaire tel que défini à l'article 29 de la loi du 16 mars 1971 sur le travail, " sont insérés entre les mots " le cycle de travail, " et les mots " divisée par le nombre d'heures de travail rémunérées, ";
2° dans le § 1er, alinéa 3, les mots " relatif au travail supplémentaire tel que défini à l'article 65, § 1er, " sont remplacés par les mots " qui correspond à la rémunération précitée pour le travail supplémentaire, ";
3° dans le § 2, alinéa 2, les mots " , à l'exception de la rémunération portant sur le travail supplémentaire tel que défini à l'article 29 de la loi du 16 mars 1971 sur le travail, " sont insérés entre les mots " le cycle de travail " et les mots " par le nombre d'heures de travail rémunérées, ";
4° dans le § 2, alinéa 2, les mots " relatif au travail supplémentaire tel que défini à l'article 65, § 1er " sont remplacés par les mots " qui correspond à la rémunération précitée pour le travail supplémentaire ".
1° dans le § 1er, alinéa 3, les mots " à l'exception de la rémunération portant sur le travail supplémentaire tel que défini à l'article 29 de la loi du 16 mars 1971 sur le travail, " sont insérés entre les mots " le cycle de travail, " et les mots " divisée par le nombre d'heures de travail rémunérées, ";
2° dans le § 1er, alinéa 3, les mots " relatif au travail supplémentaire tel que défini à l'article 65, § 1er, " sont remplacés par les mots " qui correspond à la rémunération précitée pour le travail supplémentaire, ";
3° dans le § 2, alinéa 2, les mots " , à l'exception de la rémunération portant sur le travail supplémentaire tel que défini à l'article 29 de la loi du 16 mars 1971 sur le travail, " sont insérés entre les mots " le cycle de travail " et les mots " par le nombre d'heures de travail rémunérées, ";
4° dans le § 2, alinéa 2, les mots " relatif au travail supplémentaire tel que défini à l'article 65, § 1er " sont remplacés par les mots " qui correspond à la rémunération précitée pour le travail supplémentaire ".
Art. 8. Artikel 68 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 20 juni 1997, wordt vervangen als volgt :
" Art. 68. Voor de houthakker die per taak wordt bezoldigd, de huisarbeider die een stuk- of een taakloon ontvangt en elke andere werknemer die per taak wordt bezoldigd wordt de werkloosheidsuitkering berekend op het referteloon bedoeld in artikel 5 indien de werknemer voor het kwartaal voorafgaand aan het kwartaal van de uitkeringsaanvraag, zoals bedoeld in artikel 3, § 1, eerste lid, van het koninklijk besluit van 10 juni 2001 betreffende het gemiddeld dagloon, met toepassing van artikel 39 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, geen loon ontvangen heeft of een loon ontvangen heeft dat minder dan driemaal het referteloon bedraagt.
Wanneer de uitkeringsaanvraag uitgesteld werd ten gevolge van overmacht, wordt het kwartaal bedoeld in het eerste lid vervangen door het kwartaal voorafgaand aan het kwartaal waarin de eerste dag van de overmacht gesitueerd wordt. "
" Art. 68. Voor de houthakker die per taak wordt bezoldigd, de huisarbeider die een stuk- of een taakloon ontvangt en elke andere werknemer die per taak wordt bezoldigd wordt de werkloosheidsuitkering berekend op het referteloon bedoeld in artikel 5 indien de werknemer voor het kwartaal voorafgaand aan het kwartaal van de uitkeringsaanvraag, zoals bedoeld in artikel 3, § 1, eerste lid, van het koninklijk besluit van 10 juni 2001 betreffende het gemiddeld dagloon, met toepassing van artikel 39 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels, geen loon ontvangen heeft of een loon ontvangen heeft dat minder dan driemaal het referteloon bedraagt.
Wanneer de uitkeringsaanvraag uitgesteld werd ten gevolge van overmacht, wordt het kwartaal bedoeld in het eerste lid vervangen door het kwartaal voorafgaand aan het kwartaal waarin de eerste dag van de overmacht gesitueerd wordt. "
Art. 8. L'article 68 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 20 juin 1997, est remplacĂ© par la disposition suivante :
" Art. 68. Pour l'ouvrier bĂ»cheron rĂ©munĂ©rĂ© Ă la tĂąche, le travailleur Ă domicile payĂ© Ă la piĂšce ou Ă l'entreprise et tout autre travailleur rĂ©munĂ©rĂ© Ă la tĂąche, l'allocation de chĂŽmage est calculĂ©e sur base du salaire de rĂ©fĂ©rence visĂ© Ă l'article 5 si, pour le trimestre qui prĂ©cĂšde le trimestre de la demande d'allocations, comme visĂ© Ă l'article 3, § 1er, alinĂ©a 1er, de l'arrĂȘtĂ© royal du 10 juin 2001 relatif Ă la rĂ©munĂ©ration journaliĂšre moyenne, en application de l'article 39 de la loi du 26 juillet 1996 portant modernisation de la sĂ©curitĂ© sociale et assurant la viabilitĂ© des rĂ©gimes lĂ©gaux des pensions, le travailleur n'a pas perçu de rĂ©munĂ©ration ou a perçu une rĂ©munĂ©ration infĂ©rieure Ă trois fois le salaire de rĂ©fĂ©rence.
Lorsque la demande d'allocations a été retardée par suite de force majeure, le trimestre visé à l'alinéa 1er est remplacé par le trimestre précédant le trimestre dans lequel se situe le premier jour de force majeure. "
" Art. 68. Pour l'ouvrier bĂ»cheron rĂ©munĂ©rĂ© Ă la tĂąche, le travailleur Ă domicile payĂ© Ă la piĂšce ou Ă l'entreprise et tout autre travailleur rĂ©munĂ©rĂ© Ă la tĂąche, l'allocation de chĂŽmage est calculĂ©e sur base du salaire de rĂ©fĂ©rence visĂ© Ă l'article 5 si, pour le trimestre qui prĂ©cĂšde le trimestre de la demande d'allocations, comme visĂ© Ă l'article 3, § 1er, alinĂ©a 1er, de l'arrĂȘtĂ© royal du 10 juin 2001 relatif Ă la rĂ©munĂ©ration journaliĂšre moyenne, en application de l'article 39 de la loi du 26 juillet 1996 portant modernisation de la sĂ©curitĂ© sociale et assurant la viabilitĂ© des rĂ©gimes lĂ©gaux des pensions, le travailleur n'a pas perçu de rĂ©munĂ©ration ou a perçu une rĂ©munĂ©ration infĂ©rieure Ă trois fois le salaire de rĂ©fĂ©rence.
Lorsque la demande d'allocations a été retardée par suite de force majeure, le trimestre visé à l'alinéa 1er est remplacé par le trimestre précédant le trimestre dans lequel se situe le premier jour de force majeure. "
Art. 9. Artikel 71, § 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 20 oktober 1994, 5 augustus 1996, 20 juni 1997 en 9 juli 2000, wordt aangevuld met het volgende lid :
" Als de loon- en arbeidstijdgegevens op globale wijze per kwartaal worden meegedeeld aan de dienst bevoegd voor de inning van de bijdragen voor sociale zekerheid, en als de ligging van de arbeidsprestaties en het ermee overeenstemmend loon binnen een kwartaal niet kan worden vastgesteld, worden de arbeidsprestaties en het ermee overeenstemmend loon die gelegen zijn in het kwartaal waarin een referteperiode aanvangt en die deze periode voorafgaan, geacht gelegen te zijn in de referteperiode. "
" Als de loon- en arbeidstijdgegevens op globale wijze per kwartaal worden meegedeeld aan de dienst bevoegd voor de inning van de bijdragen voor sociale zekerheid, en als de ligging van de arbeidsprestaties en het ermee overeenstemmend loon binnen een kwartaal niet kan worden vastgesteld, worden de arbeidsprestaties en het ermee overeenstemmend loon die gelegen zijn in het kwartaal waarin een referteperiode aanvangt en die deze periode voorafgaan, geacht gelegen te zijn in de referteperiode. "
Art. 9. L'article 71, § 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s ministĂ©riels des 20 octobre 1994, 5 aoĂ»t 1996, 20 juin 1997 et 9 juillet 2000, est complĂ©tĂ© par l'alinĂ©a suivant :
" Si les donnĂ©es relatives aux salaires et au temps de travail sont communiquĂ©es de maniĂšre globale par trimestre au service compĂ©tent pour la perception des cotisations de sĂ©curitĂ© sociale, et si les prestations de travail et le salaire correspondant ne peuvent pas ĂȘtre situĂ©s dans un trimestre, les prestations de travail et le salaire correspondant qui sont situĂ©s dans le trimestre pendant lequel la pĂ©riode de rĂ©fĂ©rence prend cours et qui prĂ©cĂšdent cette pĂ©riode, sont considĂ©rĂ©s comme Ă©tant situĂ©s dans cette pĂ©riode de rĂ©fĂ©rence. "
" Si les donnĂ©es relatives aux salaires et au temps de travail sont communiquĂ©es de maniĂšre globale par trimestre au service compĂ©tent pour la perception des cotisations de sĂ©curitĂ© sociale, et si les prestations de travail et le salaire correspondant ne peuvent pas ĂȘtre situĂ©s dans un trimestre, les prestations de travail et le salaire correspondant qui sont situĂ©s dans le trimestre pendant lequel la pĂ©riode de rĂ©fĂ©rence prend cours et qui prĂ©cĂšdent cette pĂ©riode, sont considĂ©rĂ©s comme Ă©tant situĂ©s dans cette pĂ©riode de rĂ©fĂ©rence. "
Art. 10. In artikel 87, eerste lid, 8°, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 14 juni 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het punt b) wordt aangevuld als volgt :
" omdat de gegevens in toepassing van artikel 138bis of krachtens artikel 11 van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een kruispuntbank van de sociale zekerheid door middel van een elektronische techniek werden overgemaakt ";
2° er wordt een punt e) ingevoegd, luidend als volgt :
" e) de formulieren bedoeld in de voorgaande nummers niet of niet tijdig kan bekomen om een andere reden dan vermeld in b). "
1° het punt b) wordt aangevuld als volgt :
" omdat de gegevens in toepassing van artikel 138bis of krachtens artikel 11 van de wet van 15 januari 1990 houdende oprichting en organisatie van een kruispuntbank van de sociale zekerheid door middel van een elektronische techniek werden overgemaakt ";
2° er wordt een punt e) ingevoegd, luidend als volgt :
" e) de formulieren bedoeld in de voorgaande nummers niet of niet tijdig kan bekomen om een andere reden dan vermeld in b). "
Art. 10. A l'article 87, alinĂ©a 1er, 8°, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 14 juin 2001, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° le point b) est complété comme suit :
" parce que les données ont été transmises à l'aide d'un procédé électronique, en exécution de l'article 138bis ou en vertu de l'article 11 de la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque-carrefour de la sécurité sociale ";
2° il est inséré un point e) , rédigé comme suit :
" e) ne peut pas obtenir ou ne peut pas obtenir dans les délais les formulaires visés aux numéros précédents pour une autre raison que celle mentionnée sous b). "
1° le point b) est complété comme suit :
" parce que les données ont été transmises à l'aide d'un procédé électronique, en exécution de l'article 138bis ou en vertu de l'article 11 de la loi du 15 janvier 1990 relative à l'institution et à l'organisation d'une Banque-carrefour de la sécurité sociale ";
2° il est inséré un point e) , rédigé comme suit :
" e) ne peut pas obtenir ou ne peut pas obtenir dans les délais les formulaires visés aux numéros précédents pour une autre raison que celle mentionnée sous b). "
Art. 11. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2003, met uitzondering van de artikelen 1, 2, 3 en 9 die in werking treden op (1 juli 2006).
Brussel, 10 januari 2003.
De Minister van Werkgelegenheid,
Mevr. L. ONKELINX.
Brussel, 10 januari 2003.
De Minister van Werkgelegenheid,
Mevr. L. ONKELINX.
Art. 11. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© entre en vigueur le 1er janvier 2003, Ă l'exception des articles 1er, 2, 3 et 9 qui entrent en vigueur (le 1er juillet 2006).
Bruxelles, le 10 janvier 2003.
La Ministre de l'Emploi,
Mme L. ONKELINX.
Bruxelles, le 10 janvier 2003.
La Ministre de l'Emploi,
Mme L. ONKELINX.