Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit.
1° wordt, telkens als een graad wordt vermeld, ook de gelijkwaardige graad in aanmerking genomen;
2° moet verstaan worden onder :
a) " de wet " : de wet van 16 mei 2001 houdende statuut van de militairen van het reservekader van de krijgsmacht;
b) " de minister " : de minister van [1 Defensie]1;
c) " de DGHR " : de directeur-generaal human resources;
d) " een reglement " : een reglement vastgesteld door de minister;
[2 e) "overgang": de opname bedoeld in artikel 71/1 van de wet;
f) "promotie op diploma": de opname bedoeld in artikel 71/2 van de wet;
g) de wet van 28 februari 2007: de wet van 28 februari 2007 tot vaststelling van het statuut van de militairen en kandidaat-militairen van het actief kader van de krijgsmacht.]2
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
3 MEI 2003. - Koninklijk besluit betreffende het statuut van de militairen van het reservekader van de Krijgsmacht. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 11-07-2003 en tekstbijwerking tot 29-05-2024)
Titre
3 MAI 2003. - Arrêté royal relatif au statut des militaires du cadre de réserve des Forces armées. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 11-07-2003 et mise à jour au 29-05-2024)
Documentinformatie
Numac: 2003007175
Datum: 2003-05-03
Info du document
Numac: 2003007175
Date: 2003-05-03
Inhoud
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
HOOFDSTUK II. - De wederdienstneming.
Afdeling I. - Algemene bepalingen.
Afdeling Ibis. [1 De studievoorwaarden om de ho...
Afdeling II. - De wederdienstneming als reserve...
Afdeling III. - De wederdienstneming als reserv...
Afdeling IV. - De wederdienstneming als reserve...
Afdeling V. - De verbreking van de dienstneming...
HOOFDSTUK III. - De vorming en de training.
Afdeling I. - De vormingscyclus.
Onderafdeling I. - Algemene bepalingen.
Onderafdeling II. - (De kandidaat-reservemilita...
Onderafdeling III.
Onderafdeling IV.
Onderafdeling V.
Afdeling II. - [1 Vrijstelling van vorming]1
Onderafdeling I.
Onderafdeling II.
Onderafdeling III.
Afdeling III. - Aanstellingen gedurende de vorm...
Afdeling IV. - De training.
HOOFDSTUK IV. - De graad.
HOOFDSTUK V. - De anciënniteit voor de bevorder...
Afdeling I. - De anciënniteit in de graad.
Afdeling II. - Bevordering in de graad.
Onderafdeling I. - Algemene bepalingen.
Onderafdeling II. - De reserveofficieren.
Onderafdeling III. - De reserveonderofficieren.
Onderafdeling IV. - De reservevrijwilligers.
Onderafdeling IVbis. [1 - Gemeenschappelijke be...
Onderafdeling V. - De versnelde bevordering.
Hoofdstuk V/1. [1 De voortgezette vorming.]1
HOOFDSTUK VI. - Het ontslag.
HOOFDSTUK VII. - De wederoproepingen en de bijk...
Afdeling I. - De wederoproepingen.
Afdeling II. - De bijkomende prestaties.
HOOFDSTUK VIII. [1 - De vakrichtingen en de com...
HOOFDSTUK IX. - De onmiddellijk beschikbare res...
HOOFDSTUK X. [1 - De overgang en de promotie op...
HOOFDSTUK XI. - Wijzigings- en opheffingsbepali...
HOOFDSTUK XII. - Overgangs- en slotbepalingen.
BIJLAGE.
Inhoud
CHAPITRE Ier. - Dispositions générales.
CHAPITRE II. - Du Rengagement.
Section Ire. - Dispositions générales.
Section 1rebis. [1 - Des conditions d'études po...
Section II. - Du rengagement comme volontaire d...
Section III. - Du rengagement comme sous-offici...
Section IV. - Du rengagement comme officier de ...
Section V. - De la résiliation des engagements ...
CHAPITRE III. - De la formation et de l'entraîn...
Section Ire. - Du cycle de formation.
Sous-section première. - Dispositions Générales.
Sous-section II. - (Du candidat militaire de ré...
Sous-section III.
Sous-section IV.
Sous-section V.
Section II. - [1 De la dispense de formation]1
Sous-section Ire.
Sous-section II.
Sous-section III.
Section III. - Des commissions pendant la forma...
Section IV. - De l'entraînement.
CHAPITRE IV. - Du grade.
CHAPITRE V. - De l'ancienneté pour l'avancement...
Section Ire. - De l'ancienneté dans le grade.
Section II. - De l'avancement de grade.
Sous-section Ire. - Dispositions générales.
Sous-section II. - Des officiers de réserve.
Sous-section III. - Des sous-officiers de réserve.
Sous-section IV. - Des volontaires de réserve.
Sous-section IVbis. [1 - Dispositions communes ...
Sous-section V. - De l'avancement accéléré.
Chapitre V/1. [1 De la formation continuée.]1
CHAPITRE VI. - De la démission.
CHAPITRE VII. - Des rappels et des prestations ...
Section Ire. - Des rappels.
Section II. - Des prestations complémentaires.
CHAPITRE VIII. [1 - Des filières de métiers et ...
CHAPITRE IX. - De la réserve immédiatement disp...
CHAPITRE X. [1 - Du passage et de la promotion ...
CHAPITRE XI. - Dispositions modificatives et ab...
CHAPITRE XII. - Dispositions transitoires et fi...
ANNEXE.
Tekst (209)
Texte (209)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
CHAPITRE Ier. - Dispositions générales.
Article 1. Pour l'application du présent arrêté :
1° chaque fois qu'un grade est mentionné, le grade équivalent est aussi pris en considération;
2° il faut entendre par :
a) " la loi " : la loi du 16 mai 2001 portant statut des militaires du cadre de réserve des forces armées,
b) " le ministre " : le ministre de la Défense;
c) " le DGHR " : le directeur général human resources;
d) " un règlement " : un règlement arrêté par le ministre;
[1 e) "passage": l'admission visée à l'article 71/1 de la loi;
f) "promotion sur diplôme": l'admission visée à l'article 71/2 de la loi;
g) la loi du 28 février 2007: la loi du 28 février 2007 fixant le statut des militaires et candidats militaires du cadre actif des forces armées.]1
1° chaque fois qu'un grade est mentionné, le grade équivalent est aussi pris en considération;
2° il faut entendre par :
a) " la loi " : la loi du 16 mai 2001 portant statut des militaires du cadre de réserve des forces armées,
b) " le ministre " : le ministre de la Défense;
c) " le DGHR " : le directeur général human resources;
d) " un règlement " : un règlement arrêté par le ministre;
[1 e) "passage": l'admission visée à l'article 71/1 de la loi;
f) "promotion sur diplôme": l'admission visée à l'article 71/2 de la loi;
g) la loi du 28 février 2007: la loi du 28 février 2007 fixant le statut des militaires et candidats militaires du cadre actif des forces armées.]1
Wijzigingen
Art. 1bis. [1 De minister is de overheid bedoeld in artikel 19, § 3, artikel 32, § 2, artikel 33, § 2, tweede lid, artikel 34, § 1, tweede lid, artikel 36, eerste lid, [2 ...]2, artikel 42, artikel 43, artikel 45, tweede lid, artikel 50, vierde lid, artikel 52, artikel 63, artikel 68, artikel 69, artikel 72, derde lid, [2 ...]2 en artikel 74 van de wet.
De overheid bedoeld in artikel 37, eerste lid, van de wet, is de minister of de overheid die hij aanduidt.
De overheid bedoeld in artikel 33, § 1, tweede lid [2 en artikel 71/3]2 van de wet, is de DGHR.
De overheid bedoeld [2 in de artikelen 16, tiende lid, 19, § 1, tweede lid, 4°, 26, eerste en tweede lid, 65bis, 72, vierde lid en 73, tweede lid,]2 van de wet is de DGHR of de door hem aangewezen overheid.
De overheid bedoeld in artikel 32, § 4, vierde lid van de wet is de korpscommandant.]1
De overheid bedoeld in artikel 37, eerste lid, van de wet, is de minister of de overheid die hij aanduidt.
De overheid bedoeld in artikel 33, § 1, tweede lid [2 en artikel 71/3]2 van de wet, is de DGHR.
De overheid bedoeld [2 in de artikelen 16, tiende lid, 19, § 1, tweede lid, 4°, 26, eerste en tweede lid, 65bis, 72, vierde lid en 73, tweede lid,]2 van de wet is de DGHR of de door hem aangewezen overheid.
De overheid bedoeld in artikel 32, § 4, vierde lid van de wet is de korpscommandant.]1
Art. 1bis. [1 Le ministre est l'autorité visée à l'article 19, § 3, l'article 32, § 2, l'article 33, § 2, alinéa 2, l'article 34, § 1, alinéa 2, l'article 36, alinéa 1er, [2 ]2 l'article 42, l'article 43, l'article 45, alinéa 2, l'article 50, alinéa 4, l'article 52, l'article 63, l'article 68, l'article 69, l'article 72, alinéa 3, [2 ...]2 et l'article 74 de la loi.
L'autorité visée à l'article 37, alinéa 1er, de la loi, est le ministre ou l'autorité qu'il désigne.
L'autorité visée à l'article 33, § 1er, alinéa 2, de la loi, est le DGHR.
L'autorité visée [2 aux articles 16, alinéa 10, 19, § 1er, alinéa 2, 4°, 26, alinéas 1er et 2, 65bis, 72, alinéa 4 et 73, alinéa 2,]2 de DGHR ou l'autorité qu'il désigne.
L'autorité visée à l'article 32, § 4, alinéa 4, de la loi, est le chef de corps.]1
L'autorité visée à l'article 37, alinéa 1er, de la loi, est le ministre ou l'autorité qu'il désigne.
L'autorité visée à l'article 33, § 1er, alinéa 2, de la loi, est le DGHR.
L'autorité visée [2 aux articles 16, alinéa 10, 19, § 1er, alinéa 2, 4°, 26, alinéas 1er et 2, 65bis, 72, alinéa 4 et 73, alinéa 2,]2 de DGHR ou l'autorité qu'il désigne.
L'autorité visée à l'article 32, § 4, alinéa 4, de la loi, est le chef de corps.]1
HOOFDSTUK II. - De wederdienstneming.
CHAPITRE II. - Du Rengagement.
Afdeling I. - Algemene bepalingen.
Section Ire. - Dispositions générales.
Art.2. Kan geen wederdienstneming als reservemilitair aangaan :
1° de militair van het actief kader;
2° degene die, als reservemilitair, sinds minder dan één jaar het ontslag uit zijn ambt of de verbreking van zijn wederdienstneming bekomen heeft;
3° de reservemilitair wiens wederdienstneming wordt geweigerd door de DGHR in toepassing van [1 de artikelen 5, 8 of 11]1;
4° de gewetensbezwaarde.
1° de militair van het actief kader;
2° degene die, als reservemilitair, sinds minder dan één jaar het ontslag uit zijn ambt of de verbreking van zijn wederdienstneming bekomen heeft;
3° de reservemilitair wiens wederdienstneming wordt geweigerd door de DGHR in toepassing van [1 de artikelen 5, 8 of 11]1;
4° de gewetensbezwaarde.
Art.2. Ne peut souscrire de rengagement comme militaire de réserve :
1 ° le militaire du cadre actif;
2° celui qui, comme militaire de réserve, a obtenu la démission de son emploi ou la résiliation de son rengagement depuis moins de un an;
3° le militaire de réserve dont le rengagement est refusé par le DGHR en application [1 des articles 5, 8 ou 11]1;
4° l'objecteur de conscience.
1 ° le militaire du cadre actif;
2° celui qui, comme militaire de réserve, a obtenu la démission de son emploi ou la résiliation de son rengagement depuis moins de un an;
3° le militaire de réserve dont le rengagement est refusé par le DGHR en application [1 des articles 5, 8 ou 11]1;
4° l'objecteur de conscience.
Wijzigingen
Art.3. Het model van de wederdienstnemingsakte die door de militair van het reservekader moet worden aangegaan, wordt door de minister bepaald.
De militair van het reservekader ontvangt een exemplaar van de wederdienstnemingsakte die hij heeft onderschreven.
De militair van het reservekader ontvangt een exemplaar van de wederdienstnemingsakte die hij heeft onderschreven.
Art.3. Le modèle de l'acte de rengagement à souscrire par le militaire du cadre de réserve, est fixé par le ministre.
Le militaire du cadre de réserve reçoit un exemplaire de l'acte de rengagement qu'il a souscrit.
Le militaire du cadre de réserve reçoit un exemplaire de l'acte de rengagement qu'il a souscrit.
Afdeling Ibis. [1 De studievoorwaarden om de hoedanigheid van reservemilitair te verwerven]1
Section 1rebis. [1 - Des conditions d'études pour acquérir la qualité de militaire de réserve]1
Art. 3ter. [1 Om de hoedanigheid van reserveonderofficier [2 van niveau C]2 te kunnen verwerven, moet de kandidaat-reserveonderofficier van de normale werving houder zijn van een diploma van het secundair onderwijs of van een gelijkwaardig diploma of getuigschrift.]1
[2 Om de hoedanigheid van reserveonderofficier van niveau B te kunnen verwerven, moet de kandidaat-reserveonderofficier van de basis bijzondere werving houder zijn van een voor het uitoefenen van zijn functies noodzakelijke bachelor of van een gelijkwaardig diploma of getuigschrift.]2
[2 Om de hoedanigheid van reserveonderofficier van niveau B te kunnen verwerven, moet de kandidaat-reserveonderofficier van de basis bijzondere werving houder zijn van een voor het uitoefenen van zijn functies noodzakelijke bachelor of van een gelijkwaardig diploma of getuigschrift.]2
Art. 3ter. [1 Pour pouvoir acquérir la qualité de sous-officier de réserve [2 du niveau C]2, le candidat sous-officier de réserve du recrutement normal doit être titulaire d'un [2 diplôme]2 d'enseignement secondaire [2 ...]2, ou d'un diplôme ou d'un certificat équivalent.]1
[2 Pour pouvoir acquérir la qualité de sous-officier de réserve du niveau B, le candidat sous-officier de réserve du recrutement spécial de base doit être titulaire d'un bachelier nécessaire à l'exécution de ses fonctions ou d'un diplôme ou d'un certificat équivalent.]2
[2 Pour pouvoir acquérir la qualité de sous-officier de réserve du niveau B, le candidat sous-officier de réserve du recrutement spécial de base doit être titulaire d'un bachelier nécessaire à l'exécution de ses fonctions ou d'un diplôme ou d'un certificat équivalent.]2
Art. 3quater. [1 Om de hoedanigheid van reserveofficier [2 van niveau A]2 te kunnen verwerven, moet de kandidaat-reserveofficier van de normale werving houder zijn van :
1° hetzij een master;
2° hetzij een diploma of getuigschrift gelijkwaardig aan dat bedoeld in 1°.]1
[2 Om de hoedanigheid van reserveofficier van niveau A te kunnen verwerven, moet de kandidaat-reserveofficier van de basis bijzondere werving houder zijn van een voor het uitoefenen van zijn functies noodzakelijke master of van een gelijkwaardig diploma of getuigschrift.
Om de hoedanigheid van reserveofficier van niveau A te kunnen verwerven, moet de kandidaat-reserveofficier van de laterale bijzondere werving houder zijn van een master of van een gelijkwaardig diploma of getuigschrift en de beroepservaring in het beoogde domein bezitten waarvan de minimale duur bepaald wordt in artikel 23bis van het koninklijk besluit van 11 september 2003 betreffende de werving van de militairen.]2
1° hetzij een master;
2° hetzij een diploma of getuigschrift gelijkwaardig aan dat bedoeld in 1°.]1
[2 Om de hoedanigheid van reserveofficier van niveau A te kunnen verwerven, moet de kandidaat-reserveofficier van de basis bijzondere werving houder zijn van een voor het uitoefenen van zijn functies noodzakelijke master of van een gelijkwaardig diploma of getuigschrift.
Om de hoedanigheid van reserveofficier van niveau A te kunnen verwerven, moet de kandidaat-reserveofficier van de laterale bijzondere werving houder zijn van een master of van een gelijkwaardig diploma of getuigschrift en de beroepservaring in het beoogde domein bezitten waarvan de minimale duur bepaald wordt in artikel 23bis van het koninklijk besluit van 11 september 2003 betreffende de werving van de militairen.]2
Art. 3quater. [1 Pour pouvoir acquérir la qualité d'officier de réserve [2 du niveau A]2, le candidat officier de réserve du recrutement normal doit être titulaire :
1° soit d'un master;
2° soit d'un diplôme ou certificat équivalent à celui visé au 1°.]1
[2 Pour pouvoir acquérir la qualité d'officier de réserve du niveau A, le candidat officier de réserve du recrutement spécial de base doit être titulaire d'un master nécessaire à l'exécution de ses fonctions ou d'un diplôme ou d'un certificat équivalent.
Pour pouvoir acquérir la qualité d'officier de réserve du niveau A, le candidat officier de réserve du recrutement spécial latéral doit être titulaire d'un master ou d'un diplôme ou d'un certificat équivalent et posséder une expérience professionnelle dans le domaine visé dont la durée est fixée dans l'article 23bis de l'arrêté royal du 11 septembre 2003 relatif au recrutement des militaires.]2
1° soit d'un master;
2° soit d'un diplôme ou certificat équivalent à celui visé au 1°.]1
[2 Pour pouvoir acquérir la qualité d'officier de réserve du niveau A, le candidat officier de réserve du recrutement spécial de base doit être titulaire d'un master nécessaire à l'exécution de ses fonctions ou d'un diplôme ou d'un certificat équivalent.
Pour pouvoir acquérir la qualité d'officier de réserve du niveau A, le candidat officier de réserve du recrutement spécial latéral doit être titulaire d'un master ou d'un diplôme ou d'un certificat équivalent et posséder une expérience professionnelle dans le domaine visé dont la durée est fixée dans l'article 23bis de l'arrêté royal du 11 septembre 2003 relatif au recrutement des militaires.]2
Art. 3quinquies. [1 In aanvulling op de studievoorwaarden bepaald [2 in de artikelen 3ter en 3quater]2, kunnen bijkomende kwalificaties of diploma's vereist worden voor sommige ambten waarvoor de kandidaat-reservemilitairen gesolliciteerd hebben en die voorgelegd moeten kunnen worden om de hoedanigheid van reservemilitair te verwerven.]1
Art. 3quinquies. [1 Outre les conditions d'étude fixées [2 aux articles 3ter et 3quater]2, des qualifications ou des diplômes supplémentaires peuvent être exigés pour certaines fonctions pour lesquelles les candidats militaires de réserve ont postulé et doivent pouvoir être présentés pour acquérir la qualité de militaire de réserve.]1
Afdeling II. - De wederdienstneming als reservevrijwilliger.
Section II. - Du rengagement comme volontaire de réserve.
Art.4. [1 De [2 ...]2 wederdienstneming als reservevrijwilliger wordt aanvaard of geweigerd door de DGHR of de door hem aangewezen overheid.]1
Art.4. [1 Le [2 ...]2 rengagement comme volontaire de réserve est accepté ou refusé par le DGHR ou l'autorité qu'il désigne.]1
Art.5. [1 [2 ...]2.
De vrijwilliger bedoeld in artikel 12 van de wet die voldoet aan de voorwaarden, kan een wederdienstneming als reservevrijwilliger aangaan.
[2 ...]2]1
De vrijwilliger bedoeld in artikel 12 van de wet die voldoet aan de voorwaarden, kan een wederdienstneming als reservevrijwilliger aangaan.
[2 ...]2]1
Art.5. [1 A [2 ...]2.
Le volontaire visé à l'article 12 de la loi qui satisfait aux conditions, peut souscrire un rengagement comme volontaire de réserve.
[2 ...]2]1
Le volontaire visé à l'article 12 de la loi qui satisfait aux conditions, peut souscrire un rengagement comme volontaire de réserve.
[2 ...]2]1
Art.6. Op eigen verzoek kan de reservevrijwilliger van de " getrainde reserve ", gedurende de normale uitoefening van elke wederdienstneming, voor een maximum duur van twee jaar, tijdelijk opschorting van deze wederdienstneming bekomen volgens de voorschriften vastgesteld in een reglement.
Art.6. A sa demande, le volontaire de réserve de la " réserve entraînée " peut, pendant l'exercice normal de chaque rengagement, pour une durée maximale de deux années, obtenir la suspension temporaire de ce rengagement selon les formalités fixées dans un règlement.
Afdeling III. - De wederdienstneming als reserveonderofficier [1 of kandidaat-reserveonderofficier]1.
Section III. - Du rengagement comme sous-officier de réserve [1 ou candidat sous-officier de réserve]1.
Art.7. [1 De [2 ...]2 wederdienstneming als reserveonderofficier en, in voorkomend geval, de wederdienstnemingen als kandidaat-reserveonderofficier worden aanvaard of geweigerd door de DGHR of de door hem aangewezen overheid.]1
Art.7 [1 Le [2 ...]2 rengagement comme sous-officier de réserve et, le cas échéant, les rengagements comme candidat sous-officier de réserve sont acceptés ou refusés par le DGHR ou l'autorité qu'il désigne.]1
Art.8. [1 [2 [3 ...]3]2
[2 De onderofficier bedoeld in artikel 11 van de wet en de onderofficier bedoeld in artikel 11bis van de wet, die voldoen aan de voorwaarden, kunnen een wederdienstneming als, naargelang het geval, reserveonderofficier van niveau B of van niveau C aangaan.]2
[3 ...]3]1
[2 De onderofficier bedoeld in artikel 11 van de wet en de onderofficier bedoeld in artikel 11bis van de wet, die voldoen aan de voorwaarden, kunnen een wederdienstneming als, naargelang het geval, reserveonderofficier van niveau B of van niveau C aangaan.]2
[3 ...]3]1
Art.8. [1 [2 [3 ...]3]2
[2 Le sous-officier visé à l'article 11 de la loi et le sous-officier visé à l'article 11bis de la loi qui satisfont aux conditions, peuvent souscrire un rengagement comme, selon le cas, sous-officier de réserve du niveau B ou du niveau C.]2
[3 ...]3]1
[2 Le sous-officier visé à l'article 11 de la loi et le sous-officier visé à l'article 11bis de la loi qui satisfont aux conditions, peuvent souscrire un rengagement comme, selon le cas, sous-officier de réserve du niveau B ou du niveau C.]2
[3 ...]3]1
Art.9. Op eigen verzoek kan de reserveonderofficier van de " getrainde reserve ", gedurende de normale uitoefening van elke wederdienstneming, voor een maximum duur van twee jaar, tijdelijk opschorting van deze wederdienstneming bekomen, volgens de voorschriften vastgesteld in een reglement.
Art.9. A sa demande, le sous-officier de réserve de la " réserve entraînée " peut, pendant l'exercice normal de chaque rengagement, pour une durée maximale de deux années, obtenir la suspension temporaire de ce rengagement selon les formalités fixées dans un règlement.
Afdeling IV. - De wederdienstneming als reserveofficier [1 of kandidaat-reserveofficier]1.
Section IV. - Du rengagement comme officier de réserve [1 ou candidat officier de réserve]1.
Art.10. [1 De [2 ...]2 wederdienstneming als reserveofficier en, in voorkomend geval, de wederdienstnemingen als kandidaat-reserveofficier worden aanvaard of geweigerd door de DGHR of de door hem aangewezen overheid.]1
Art.10. [1 Le [2 ...]2 rengagement comme officier de réserve et, le cas échéant, les rengagements comme candidat officier de réserve sont acceptés ou refusés par le DGHR ou l'autorité qu'il désigne.]1
Art.11. [1 [2 [3 ...]3]2
[2 De officier bedoeld in artikel 10 van de wet en de officier bedoeld in artikel 10bis van de wet die voldoen aan de voorwaarden, kunnen een wederdienstneming als, naargelang het geval, reserveofficier van niveau A of van niveau B aangaan.]2
[3 ...]3]1
[2 De officier bedoeld in artikel 10 van de wet en de officier bedoeld in artikel 10bis van de wet die voldoen aan de voorwaarden, kunnen een wederdienstneming als, naargelang het geval, reserveofficier van niveau A of van niveau B aangaan.]2
[3 ...]3]1
Art.11. [1 [2 [3 ...]3]2
[2 L'officier visé à l'article 10 de la loi et l'officier visé à l'article 10bis de la loi qui satisfont aux conditions, peuvent souscrire un rengagement comme, selon le cas, officier de réserve du niveau A ou du niveau B.]2
[3 ...]3]1
[2 L'officier visé à l'article 10 de la loi et l'officier visé à l'article 10bis de la loi qui satisfont aux conditions, peuvent souscrire un rengagement comme, selon le cas, officier de réserve du niveau A ou du niveau B.]2
[3 ...]3]1
Art.12. Op eigen verzoek, kan de reserveofficier van de " getrainde reserve ", gedurende de normale uitoefening van elke wederdienstneming, voor een maximum duur van twee jaar, tijdelijk opschorting van deze wederdienstneming bekomen volgens de voorschriften vastgesteld in een reglement.
Art.12. A sa demande, l'officier de réserve de la " réserve entraînée " peut, pendant l'exercice normal de chaque rengagement, pour une durée maximale de deux années, obtenir la suspension temporaire de ce rengagement, selon les formalités fixées dans un règlement.
Afdeling V. - De verbreking van de dienstnemingen en wederdienstnemingen.
Section V. - De la résiliation des engagements et rengagements.
Art.13. [2 Voor de kandidaat-reservemilitair, in het geval bedoeld in artikel 32, § 1, 1°, van de wet, maakt de commandant van het organisme waar betrokkene zijn vorming volgt, een omstandig verslag op dat een gemotiveerd advies bevat betreffende de ernst van de feiten die ten laste worden gelegd.
Hij gaat over tot de oproeping van de betrokkene, die ervan verwittigd wordt dat hij opgeroepen wordt in het kader van een procedure die het nemen van een statutaire maatregel ten gevolge kan hebben.
Een afschrift van het omstandig verslag wordt bij de oproeping gevoegd.
Wanneer de onderzoeksraad oordeelt dat de feiten ernstig zijn en niet overeen te brengen zijn met de staat van militair, kan de overheid bedoeld in artikel 32, § 2, van de wet, de verbreking van de dienstneming of wederdienstneming uitspreken.]2
Hij gaat over tot de oproeping van de betrokkene, die ervan verwittigd wordt dat hij opgeroepen wordt in het kader van een procedure die het nemen van een statutaire maatregel ten gevolge kan hebben.
Een afschrift van het omstandig verslag wordt bij de oproeping gevoegd.
Wanneer de onderzoeksraad oordeelt dat de feiten ernstig zijn en niet overeen te brengen zijn met de staat van militair, kan de overheid bedoeld in artikel 32, § 2, van de wet, de verbreking van de dienstneming of wederdienstneming uitspreken.]2
Art.13. [2 Pour le candidat militaire de réserve dans le cas visé à l'article 32, § 1er, 1°, de la loi, le commandant de l'organisme où l'intéressé accomplit sa formation, rédige un rapport circonstancié reprenant un avis motivé sur la gravité des faits qui sont reprochés.
Il procède à la convocation du concerné en l'informant qu'il est convoqué dans le cadre d'une procédure pouvant donner lieu à la prise d'une mesure statutaire.
Une copie du rapport circonstancié est jointe à la convocation.
Lorsque le conseil d'enquête est d'avis que les faits sont graves et incompatibles avec l'état de militaire, l'autorité visée à l'article 32, § 2, de la loi, peut prononcer la résiliation de l'engagement ou du rengagement.]2
Il procède à la convocation du concerné en l'informant qu'il est convoqué dans le cadre d'une procédure pouvant donner lieu à la prise d'une mesure statutaire.
Une copie du rapport circonstancié est jointe à la convocation.
Lorsque le conseil d'enquête est d'avis que les faits sont graves et incompatibles avec l'état de militaire, l'autorité visée à l'article 32, § 2, de la loi, peut prononcer la résiliation de l'engagement ou du rengagement.]2
Art.14. [1 Gedurende de uitvoering van de wederdienstneming, in het geval bedoeld in artikel 32, § 1, 1°, van de wet, maakt de korpscommandant van de reservemilitair een omstandig verslag op dat een gemotiveerd advies bevat betreffende de ernst van de feiten die ten laste worden gelegd.
Hij gaat over tot de oproeping van de betrokkene, die ervan verwittigd wordtdat hij opgeroepen wordt in het kader van een procedure die het nemen van een statutaire maatregel ten gevolge kan hebben.
Een afschrift van het omstandig verslag wordt bij de oproeping gevoegd.
Wanneer de onderzoeksraad oordeelt dat de feiten ernstig zijn en niet overeen te brengen zijn met de staat van militair, kan de overheid bedoeld in artikel 32, § 2, van de wet, de verbreking van de dienstneming of wederdienstneming uitspreken.]1
Hij gaat over tot de oproeping van de betrokkene, die ervan verwittigd wordtdat hij opgeroepen wordt in het kader van een procedure die het nemen van een statutaire maatregel ten gevolge kan hebben.
Een afschrift van het omstandig verslag wordt bij de oproeping gevoegd.
Wanneer de onderzoeksraad oordeelt dat de feiten ernstig zijn en niet overeen te brengen zijn met de staat van militair, kan de overheid bedoeld in artikel 32, § 2, van de wet, de verbreking van de dienstneming of wederdienstneming uitspreken.]1
Art.14. [1 Pendant l'exécution du rengagement, dans le cas visé à l'article 32, § 1er, 1°, de la loi, le chef de corps du militaire de réserve rédige un rapport circonstancié reprenant un avis motivé sur la gravité des faits qui sont reprochés.
Il procède à la convocation du concerné en l'informant qu'il est convoqué dans le cadre d'une procédure pouvant donner lieu à la prise d'une mesure statutaire.
Une copie du rapport circonstancié est jointe à la convocation.
Lorsque le conseil d'enquête est d'avis que les faits sont graves et incompatibles avec l'état de militaire, l'autorité visée à l'article 32, § 2, de la loi peut prononcer la résiliation de l'engagement ou du rengagement.]1
Il procède à la convocation du concerné en l'informant qu'il est convoqué dans le cadre d'une procédure pouvant donner lieu à la prise d'une mesure statutaire.
Une copie du rapport circonstancié est jointe à la convocation.
Lorsque le conseil d'enquête est d'avis que les faits sont graves et incompatibles avec l'état de militaire, l'autorité visée à l'article 32, § 2, de la loi peut prononcer la résiliation de l'engagement ou du rengagement.]1
Wijzigingen
Art.15. In de gevallen bedoeld in artikel 32, 1, 2°, van de wet, maakt, al naargelang het geval, de commandant van het organisme waar de kandidaat-reservemilitair zijn vorming doorloopt of de hiërarchische meerdere met een rang ten minste gelijk aan die van korpscommandant voor de reservemilitair, een voorstel op voor de verbreking van ambtswege van de dienstneming of wederdienstneming.
Art.15. Dans les cas visés à l'article 32, § 1er, 2°, de la loi, selon le cas, le commandant de l'organisme où le candidat militaire de réserve reçoit sa formation ou le supérieur hiérarchique d'un rang au moins égal à celui de chef de corps pour le militaire de réserve, établit une proposition pour la résiliation d'office de l'engagement ou rengagement.
Art. 15bis. [1 In het geval bedoeld in artikel 32, § 1, 3°, van de wet, wordt de procedure gevolgd bedoeld in de artikelen 25 tot 28 van het koninklijk besluit van 14 oktober 2013 tot vaststelling van de procedure betreffende de statutaire maatregelen toepasselijk op de militairen van het actief kader en tot wijziging van meerdere koninklijke besluiten betreffende de militaire tucht.
In afwijking van artikel 27 van het koninklijk besluit van 14 oktober 2013 tot vaststelling van de procedure betreffende de statutaire maatregelen toepasselijk op de militairen van het actief kader en tot wijziging van meerdere koninklijke besluiten betreffende de militaire tucht, kan de DGHR, indien de betrokken reservemilitair of kandidaat-reservemilitair zijn argumenten niet meedeelt of indien de DGHR oordeelt dat de argumenten van de betrokken reservemilitair of kandidaat-reservemilitair ongegrond zijn, een voorstel zenden aan de overheid bedoeld in artikel 32, § 2, van de wet, om de verbreking van de dienstneming of wederdienstneming uit te spreken.]1
In afwijking van artikel 27 van het koninklijk besluit van 14 oktober 2013 tot vaststelling van de procedure betreffende de statutaire maatregelen toepasselijk op de militairen van het actief kader en tot wijziging van meerdere koninklijke besluiten betreffende de militaire tucht, kan de DGHR, indien de betrokken reservemilitair of kandidaat-reservemilitair zijn argumenten niet meedeelt of indien de DGHR oordeelt dat de argumenten van de betrokken reservemilitair of kandidaat-reservemilitair ongegrond zijn, een voorstel zenden aan de overheid bedoeld in artikel 32, § 2, van de wet, om de verbreking van de dienstneming of wederdienstneming uit te spreken.]1
Art. 15bis. [1 Dans le cas visé à l'article 32, § 1er, 3°, de la loi, la procédure visée aux articles 25 à 28 de l'arrêté royal du 14 octobre 2013 fixant la procédure relative aux mesures statutaires applicables aux militaires du cadre actif et modifiant divers arrêtés royaux relatifs à la discipline militaire, est suivie.
En dérogation de l'article 27 de l'arrêté royal du 14 octobre 2013 fixant la procédure relative aux mesures statutaires applicables aux militaires du cadre actif et modifiant divers arrêtés royaux relatifs à la discipline militaire, le DGHR peut, si le militaire de réserve ou le candidat militaire de réserve concerné ne fait pas connaître ses arguments ou si le DGHR juge les arguments du militaire de réserve ou du candidat militaire de réserve concerné irrecevables, transmettre une proposition à l'autorité visée à l'article 32, § 2, de la loi, pour prononcer la résiliation de l'engagement ou du rengagement.]1
En dérogation de l'article 27 de l'arrêté royal du 14 octobre 2013 fixant la procédure relative aux mesures statutaires applicables aux militaires du cadre actif et modifiant divers arrêtés royaux relatifs à la discipline militaire, le DGHR peut, si le militaire de réserve ou le candidat militaire de réserve concerné ne fait pas connaître ses arguments ou si le DGHR juge les arguments du militaire de réserve ou du candidat militaire de réserve concerné irrecevables, transmettre une proposition à l'autorité visée à l'article 32, § 2, de la loi, pour prononcer la résiliation de l'engagement ou du rengagement.]1
Art.16. [1 Op elk moment kan de kandidaat-reservemilitair tijdens zijn vormingscyclus van de DGHR of de door hem aangewezen overheid de verbreking van zijn dienstneming bekomen, indien hij daartoe een schriftelijke aanvraag indient.]1
Art.16. [1 A tout moment, le candidat militaire de réserve peut, pendant son cycle de formation, obtenir du DGHR ou l'autorité qu'il désigne, la résiliation de son engagement, s'il introduit une demande écrite.]1
Wijzigingen
Art.17. De verbreking van de dienstneming of van de wederdienstneming heeft uitwerking :
1° indien deze van rechtswege is, van zodra de toestand zich voordoet die ertoe aanleiding geeft;
2° indien deze van ambtswege is of ten gevolge van de aanvaarding van het gevraagde ontslag :
a) de dag volgend na deze van de kennisgeving van de beslissing in persoon aan de kandidaat-reservemilitair of reservemilitair, behalve wanneer een latere datum expliciet vermeld wordt;
b) in het geval de kennisgeving niet in persoon aan de kandidaat-reservemilitair of reservemilitair kan plaats hebben, de derde werkdag na de dag van verzending van de [1 aangetekende zending]1 waarmee betrokkene kennis werd gegeven van de beslissing, behalve wanneer een latere datum expliciet vermeld wordt.
1° indien deze van rechtswege is, van zodra de toestand zich voordoet die ertoe aanleiding geeft;
2° indien deze van ambtswege is of ten gevolge van de aanvaarding van het gevraagde ontslag :
a) de dag volgend na deze van de kennisgeving van de beslissing in persoon aan de kandidaat-reservemilitair of reservemilitair, behalve wanneer een latere datum expliciet vermeld wordt;
b) in het geval de kennisgeving niet in persoon aan de kandidaat-reservemilitair of reservemilitair kan plaats hebben, de derde werkdag na de dag van verzending van de [1 aangetekende zending]1 waarmee betrokkene kennis werd gegeven van de beslissing, behalve wanneer een latere datum expliciet vermeld wordt.
Art.17. La résiliation de l'engagement ou du rengagement produit ses effets :
1° si elle intervient de plein droit, dès que la situation qui y donne lieu se produit;
2° si elle intervient d'office ou suite à l'acceptation de la démission demandée :
a) le jour qui suit celui de la notification de la décision en personne au candidat militaire de réserve ou militaire de réserve, sauf lorsqu'une date ultérieure est explicitement mentionnée;
b) dans le cas où la notification n'aurait pu être faite en personne au candidat militaire de réserve ou militaire de réserve, le troisième jour ouvrable qui suit celui de l'expédition de [1 l'envoi recommandé par lequel]1 la décision est notifiée à l'intéressé, sauf lorsqu'une date ultérieure est explicitement mentionnée.
1° si elle intervient de plein droit, dès que la situation qui y donne lieu se produit;
2° si elle intervient d'office ou suite à l'acceptation de la démission demandée :
a) le jour qui suit celui de la notification de la décision en personne au candidat militaire de réserve ou militaire de réserve, sauf lorsqu'une date ultérieure est explicitement mentionnée;
b) dans le cas où la notification n'aurait pu être faite en personne au candidat militaire de réserve ou militaire de réserve, le troisième jour ouvrable qui suit celui de l'expédition de [1 l'envoi recommandé par lequel]1 la décision est notifiée à l'intéressé, sauf lorsqu'une date ultérieure est explicitement mentionnée.
Wijzigingen
Art.18. Voor een kandidaat-reservemilitair of reservemilitair aan wie de verbreking van zijn dienstneming of wederdienstneming ter kennis wordt gebracht en die in behandeling is in een hospitaal ten gevolge van een ongeval opgelopen of een ziekte opgedaan of verergerd in werkelijke dienst, wordt de dienstnemings- of wederdienstnemingstermijn verlengd totdat hij het hospitaal verlaat omdat zijn gezondheidstoestand het mogelijk maakt, welke mogelijkheid in voorkomend geval door een militair geneesheer van het actief kader vastgesteld wordt, of omdat hij erom verzoekt.
Art.18. L'engagement ou le rengagement du candidat militaire de réserve ou militaire de réserve auquel une résiliation d'engagement ou de rengagement a été notifiée et qui se trouve en traitement dans un hôpital à la suite d'un accident survenu ou d'une maladie contractée ou aggravée en service actif, est prorogé jusqu'au moment où il quitte l'hôpital, soit que son état de santé le permette, possibilité qui est le cas échéant constatée par un médecin militaire du cadre actif, soit qu'il en fasse la demande.
Art.18/1. [1 Bij het verlies van de hoedanigheid van kandidaat-reservemilitair, bedoeld in artikel 28 van de wet, wordt de hoedanigheid van rechtswege ontnomen door de overheid bevoegd voor de verbreking van, naargelang het geval, de dienstneming of wederdienstneming.]1
Art.18/1. [1 Lors de la perte de la qualité de candidat militaire de réserve, visée à l'article 28 de la loi, la qualité est retirée de plein droit par l'autorité compétente pour la résiliation, selon le cas, de l'engagement ou du rengagement.]1
HOOFDSTUK III. - De vorming en de training.
CHAPITRE III. - De la formation et de l'entraînement.
Afdeling I. - De vormingscyclus.
Section Ire. - Du cycle de formation.
Onderafdeling I. - Algemene bepalingen.
Sous-section première. - Dispositions Générales.
Art.19. [1 Indien de kandidaat-reservemilitair de bijkomende diploma's of kwalificaties vereist voor het ambt waarvoor hij gesolliciteerd heeft niet behaalt, kan hij een schriftelijke aanvraag indienen om een nieuwe gespecialiseerde professionele vorming te volgen ten laatste drie maanden na het slagen in zijn vormingscyclus. Deze aanvraag wordt aanvaard of geweigerd door de DGHR in functie van de behoeften van de Krijgsmacht. In voorkomend geval wordt zijn vormingscyclus verlengd met de duur van de nieuwe gespecialiseerde professionele vorming.]1
Art.19. [1 Si le candidat militaire de réserve n'obtient pas les diplômes ou qualifications supplémentaires requis pour la fonction pour laquelle il a postulé, il peut introduire une demande par écrit pour suivre une nouvelle formation professionnelle spécialisée au plus tard trois mois après la réussite dans son cycle de formation. Cette demande est acceptée ou refusée par le DGHR en fonction des besoins des Forces armées. Le cas échéant, son cycle de formation est prolongé de la durée de la nouvelle formation professionnelle spécialisée.]1
Wijzigingen
Onderafdeling II. - (De kandidaat-reservemilitair [1 ...]1.)
Sous-section II. - (Du candidat militaire de réserve [1 ...]1.)
Art.22. [1 Elke kandidaat-reservemilitair volgt een militaire basisvorming, die uit een militaire initiatiefase bestaat, waarvan de duur 2 tot 8 weken bedraagt. Deze vorming is modulair.]1
Art.22. [1 Tout candidat militaire de réserve suit une formation militaire de base, qui comprend une phase d'initiation militaire, dont la durée est de 2 à 8 semaines. Cette formation est modulaire.]1
Wijzigingen
Onderafdeling III.
Sous-section III.
Art.23. [1 [2 De kandidaat-reservemilitair volgt, in voorkomend geval,]2 een fase gespecialiseerde militaire opleiding waarvan de duur twee tot zes weken bedraagt. Deze vorming is modulair.
Elke kandidaat-reservemilitair volgt, naargelang het geval, een fase gespecialiseerde professionele opleiding of een fase opleiding on the job waarvan de duur één tot drie weken bedraagt. Deze vorming is modulair.]1
Elke kandidaat-reservemilitair volgt, naargelang het geval, een fase gespecialiseerde professionele opleiding of een fase opleiding on the job waarvan de duur één tot drie weken bedraagt. Deze vorming is modulair.]1
Art.23. [1 [2 Le candidat militaire de réserve suit, le cas échéant,]2 une phase d'instruction militaire spécialisée dont la durée est de deux à six semaines. Cette formation est modulaire.
Tout candidat militaire de réserve suit, selon le cas, une phase d'instruction professionnelle spécialisée ou une phase d'instruction on the job dont la durée est de une à trois semaines. Cette formation est modulaire.]1
Tout candidat militaire de réserve suit, selon le cas, une phase d'instruction professionnelle spécialisée ou une phase d'instruction on the job dont la durée est de une à trois semaines. Cette formation est modulaire.]1
Art.24. [1 Na het [2 , in voorkomend geval,]2 slagen in de fase gespecialiseerde militaire opleiding en, naargelang het geval, in de fase gespecialiseerde professionele opleiding of de fase opleiding on the job, wordt de kandidaat-reservemilitair onderworpen aan een evaluatieperiode. De duur van de evaluatieperiode bedraagt ten minste één week.
Een termijn van maximaal één jaar wordt toegestaan tussen het slagen in, naargelang het geval, de fase gespecialiseerde professionele opleiding of de fase opleiding on the job en het einde van de evaluatieperiode.]1
Een termijn van maximaal één jaar wordt toegestaan tussen het slagen in, naargelang het geval, de fase gespecialiseerde professionele opleiding of de fase opleiding on the job en het einde van de evaluatieperiode.]1
Art.24. [1 Après la réussite [2 , le cas échéant,]2 de la phase d'instruction militaire spécialisée et, selon le cas, la phase d'instruction professionnelle spécialisée ou la phase d'instruction on the job, le candidat militaire de réserve est soumis à une période d'évaluation. La durée de la période d'évaluation est de minimum une semaine.
Un délai de maximum un an est admis entre la réussite de, selon le cas, la phase d'instruction professionnelle spécialisée ou la phase d'instruction on the job et la fin de la période d'évaluation.]1
Un délai de maximum un an est admis entre la réussite de, selon le cas, la phase d'instruction professionnelle spécialisée ou la phase d'instruction on the job et la fin de la période d'évaluation.]1
Art.25. [1 De concrete duur, het programma en de nadere regels betreffende de uitvoering van de vormingscyclus worden [2 per vacature]2 vastgelegd in een reglement.]1
Art.25. [1 La durée concrète, le programme et les modalités complémentaires relatives à l'exécution du cycle de formation sont fixés [2 par poste vacant]2 dans un règlement.]1
Onderafdeling IV.
Sous-section IV.
Art.26. [1 De kandidaat-reservemilitair die zijn vorming heeft stopgezet om een vormingscyclus in een nieuwe hoedanigheid van reservemilitair te volgen maar die hierin wegens onvoldoende professionele, karakteriële of fysieke hoedanigheden definitief mislukt, kan, op zijn aanvraag, heropgenomen worden in zijn oorspronkelijke hoedanigheid om de oorspronkelijke specifieke vormingscyclus met een volgende promotie te volgen, voor zover tegelijk:
1° hij beschikt over de karakteriële en fysieke hoedanigheden vereist voor deze vormingscyclus;
2° de oorspronkelijke vormingscyclus nog wordt georganiseerd en op deze wijze een personeelsbehoefte kan worden ingevuld.]1
1° hij beschikt over de karakteriële en fysieke hoedanigheden vereist voor deze vormingscyclus;
2° de oorspronkelijke vormingscyclus nog wordt georganiseerd en op deze wijze een personeelsbehoefte kan worden ingevuld.]1
Art.26. [1 Le candidat militaire de réserve qui a cessé sa formation afin de suivre un cycle de formation dans une nouvelle qualité de militaire de réserve, mais qui y échoue définitivement à la suite de qualités professionnelles, caractérielles ou physiques insuffisantes, peut, à sa demande, être réintégré dans sa qualité d'origine afin de suivre le cycle de formation spécifique originelle avec une promotion suivante, pour autant que simultanément:
1° il possède les qualités caractérielles et physiques requises pour ce cycle de formation;
2° le cycle de formation originelle soit encore organisé et qu'un besoin en personnel puisse être rempli de cette manière.]1
1° il possède les qualités caractérielles et physiques requises pour ce cycle de formation;
2° le cycle de formation originelle soit encore organisé et qu'un besoin en personnel puisse être rempli de cette manière.]1
Wijzigingen
Onderafdeling V.
Sous-section V.
Afdeling II. - [1 Vrijstelling van vorming]1
Section II. - [1 De la dispense de formation]1
Onderafdeling I.
Sous-section Ire.
Onderafdeling II.
Sous-section II.
Onderafdeling III.
Sous-section III.
Art.37. [1 Wordt vrijgesteld van de vorming, de [5 reservemilitair]5 :
1° die als [3 beroepsmilitair]3 gepensioneerd werd met toepassing van de gecoördineerde wetten op de militaire pensioenen en op zijn verzoek wordt aanvaard in het reservekader;
2° waarvan het ontslag uit het ambt als militair van het actief kader werd aanvaard en die van rechtswege voor een duur van tien jaar in het reservekader werd opgenomen;
[3 3° die werd aangeworven voor een loopbaan van beperkte duur bedoeld in artikel 24 van de wet van 30 augustus 2013 tot instelling van de militaire loopbaan van beperkte duur.]3
De reservevrijwilliger die een dienstneming als kandidaat-reserveonderofficier of kandidaat-reserveofficier aangaat en de reserveonderofficier die een dienstneming als kandidaat-reserveofficier aangaat, [6 worden van de militaire basisvorming vrijgesteld en kunnen, in voorkomend geval, door de DGHR of de overheid die hij aanwijst, van de gespecialiseerde militaire opleiding worden vrijgesteld]6.
[5 De kandidaat-reservemilitair bedoeld in artikel 4, 2° /1, b) en 3°, b) van de wet, wordt van de militaire basisvorming en [6 , naargelang het geval,]6 van de gespecialiseerde militaire opleiding vrijgesteld.]5
De kandidaat-reservemilitair van de laterale bijzondere werving kan vrijgesteld worden van de vormingsperioden, -deelperioden, -fasen of onderdelen van een fase die door [4 de DGHR of de overheid die hij aanwijst,]4 in functie van zijn studies en zijn expertise bepaald worden.
De kandidaat-reservemilitair bedoeld in [2 artikel 19 ]2, kan vrijgesteld worden van de vormingsperioden, -deelperioden, -fasen of onderdelen van een fase die door [4 de DGHR of de overheid die hij aanwijst,]4 in functie van zijn studies en zijn expertise bepaald worden.
De reservemilitair die niet behoort tot één van de categorieën bepaald in het [5 [6 eerste tot vijfde lid]6]5 kan door [4 de DGHR of de overheid die hij aanwijst,]4 worden vrijgesteld van het geheel of een gedeelte van de vorming met het oog op het bekleden van zijn ambt, op voorwaarde een diploma, getuigschrift of een ander document dat bij of krachtens een wet, decreet, Europese richtlijn, bilateraal akkoord of internationale overeenkomst als minstens gelijkwaardig is erkend, te kunnen voorleggen waaruit blijkt dat de reservemilitair de vorming ontvangen heeft buiten de krijgsmacht. Tevens wordt in alle gevallen de kennis van de reservemilitair, noodzakelijk om het ambt te kunnen bekleden, in het vormingsorganisme gecontroleerd in functie van de militaire antecedenten of de benodigde vorming, eventueel aan de hand van een test.]1
[6 De kandidaat-reservemilitair bedoeld in artikel 26, kan, door de DGHR of de overheid die hij aanwijst, vrijgesteld worden van de vormingsperioden, deelperioden, fasen of modules als hij vroeger deze vorming of dit vormingsgedeelte, of een gelijkwaardige vorming, met vrucht heeft gevolgd, binnen een vormingsorganisme van Defensie, in een vreemde militaire instelling of in een burgerlijke instelling, in België of in het buitenland.]6
1° die als [3 beroepsmilitair]3 gepensioneerd werd met toepassing van de gecoördineerde wetten op de militaire pensioenen en op zijn verzoek wordt aanvaard in het reservekader;
2° waarvan het ontslag uit het ambt als militair van het actief kader werd aanvaard en die van rechtswege voor een duur van tien jaar in het reservekader werd opgenomen;
[3 3° die werd aangeworven voor een loopbaan van beperkte duur bedoeld in artikel 24 van de wet van 30 augustus 2013 tot instelling van de militaire loopbaan van beperkte duur.]3
De reservevrijwilliger die een dienstneming als kandidaat-reserveonderofficier of kandidaat-reserveofficier aangaat en de reserveonderofficier die een dienstneming als kandidaat-reserveofficier aangaat, [6 worden van de militaire basisvorming vrijgesteld en kunnen, in voorkomend geval, door de DGHR of de overheid die hij aanwijst, van de gespecialiseerde militaire opleiding worden vrijgesteld]6.
[5 De kandidaat-reservemilitair bedoeld in artikel 4, 2° /1, b) en 3°, b) van de wet, wordt van de militaire basisvorming en [6 , naargelang het geval,]6 van de gespecialiseerde militaire opleiding vrijgesteld.]5
De kandidaat-reservemilitair van de laterale bijzondere werving kan vrijgesteld worden van de vormingsperioden, -deelperioden, -fasen of onderdelen van een fase die door [4 de DGHR of de overheid die hij aanwijst,]4 in functie van zijn studies en zijn expertise bepaald worden.
De kandidaat-reservemilitair bedoeld in [2 artikel 19 ]2, kan vrijgesteld worden van de vormingsperioden, -deelperioden, -fasen of onderdelen van een fase die door [4 de DGHR of de overheid die hij aanwijst,]4 in functie van zijn studies en zijn expertise bepaald worden.
De reservemilitair die niet behoort tot één van de categorieën bepaald in het [5 [6 eerste tot vijfde lid]6]5 kan door [4 de DGHR of de overheid die hij aanwijst,]4 worden vrijgesteld van het geheel of een gedeelte van de vorming met het oog op het bekleden van zijn ambt, op voorwaarde een diploma, getuigschrift of een ander document dat bij of krachtens een wet, decreet, Europese richtlijn, bilateraal akkoord of internationale overeenkomst als minstens gelijkwaardig is erkend, te kunnen voorleggen waaruit blijkt dat de reservemilitair de vorming ontvangen heeft buiten de krijgsmacht. Tevens wordt in alle gevallen de kennis van de reservemilitair, noodzakelijk om het ambt te kunnen bekleden, in het vormingsorganisme gecontroleerd in functie van de militaire antecedenten of de benodigde vorming, eventueel aan de hand van een test.]1
[6 De kandidaat-reservemilitair bedoeld in artikel 26, kan, door de DGHR of de overheid die hij aanwijst, vrijgesteld worden van de vormingsperioden, deelperioden, fasen of modules als hij vroeger deze vorming of dit vormingsgedeelte, of een gelijkwaardige vorming, met vrucht heeft gevolgd, binnen een vormingsorganisme van Defensie, in een vreemde militaire instelling of in een burgerlijke instelling, in België of in het buitenland.]6
Wijzigingen
Art.37. [1 Est dispensé de la formation, le [5 militaire de réserve]5 :
1° qui comme [3 militaire de carrière]3 a été mis à la pension en application des lois coordonnées sur les pensions militaires et qui est admis à sa demande dans le cadre de réserve;
2° dont la démission de l'emploi comme militaire du cadre actif a été acceptée et qui a été admis de plein droit pour une durée de dix ans dans le cadre de réserve;
[3 3° qui a été recruté pour une carrière à durée limitée visée à l'article 24 de la loi du 30 août 2013 instituant la carrière militaire à durée limitée.]3
[6 Est dispensé de la formation militaire de base et, le cas échéant, peut être dispensé de l'instruction militaire spécialisée par le DGHR ou l'autorité qu'il désigne]6 le volontaire de réserve qui signe un engagement comme candidat sous-officier ou candidat officier de réserve et le sous-officier de réserve qui signe un engagement comme candidat officier de réserve.
[5 Le candidat militaire de réserve visé à l'article 4, 2° /1, b) et 3°, b) de la loi, est dispensé de la formation militaire de base et [6 , selon le cas,]6 de l'instruction militaire spécialisée.]5
Le candidat militaire de réserve du recrutement spécial latéral peut être dispensé des périodes, périodes partielles, phases de formation ou parties de phases de formation fixées par [4 le DGHR ou l'autorité qu'il désigne,]4 en fonction de ses études et de son expertise.
Le candidat militaire de réserve visé à [2 l'article 19]2, peut être dispensé des périodes, périodes partielles, phases de formation ou parties de phases de formation fixées par [4 le DGHR ou l'autorité qu'il désigne,]4 en fonction de ses études et de son expertise.
Le militaire de réserve qui n'appartient pas à une des catégories visées [5 aux alinéas 1er à 5]5 peut être dispensé par [4 le DGHR ou l'autorité qu'il désigne,]4 de tout ou partie de la formation en vue d'occuper son emploi, à condition de produire un diplôme, certificat ou autre document reconnu au moins équivalent en vertu d'une loi, d'un décret, d'une directive européenne, d'un accord bilatéral ou d'une convention internationale, où il apparaît que le militaire de réserve a reçu la formation en dehors des forces armées. En plus, les connaissances du militaire de réserve, nécessaires pour occuper la fonction, sont dans tous les cas contrôlées dans l'organisme de formation en fonction des antécédents militaires ou de la formation requise, éventuellement au moyen d'un test.]1
[6 Le candidat militaire de réserve visé à l'article 26, peut être dispensé, par le DGHR ou l'autorité qu'il désigne, des périodes de formation, périodes partielles, phases ou modules, s'il a suivi auparavant avec fruit cette formation ou partie de formation, ou une formation équivalente, au sein d'un organisme de formation de la Défense, au sein d'un établissement militaire étranger ou dans un établissement civil, en Belgique ou à l'étranger.]6
1° qui comme [3 militaire de carrière]3 a été mis à la pension en application des lois coordonnées sur les pensions militaires et qui est admis à sa demande dans le cadre de réserve;
2° dont la démission de l'emploi comme militaire du cadre actif a été acceptée et qui a été admis de plein droit pour une durée de dix ans dans le cadre de réserve;
[3 3° qui a été recruté pour une carrière à durée limitée visée à l'article 24 de la loi du 30 août 2013 instituant la carrière militaire à durée limitée.]3
[6 Est dispensé de la formation militaire de base et, le cas échéant, peut être dispensé de l'instruction militaire spécialisée par le DGHR ou l'autorité qu'il désigne]6 le volontaire de réserve qui signe un engagement comme candidat sous-officier ou candidat officier de réserve et le sous-officier de réserve qui signe un engagement comme candidat officier de réserve.
[5 Le candidat militaire de réserve visé à l'article 4, 2° /1, b) et 3°, b) de la loi, est dispensé de la formation militaire de base et [6 , selon le cas,]6 de l'instruction militaire spécialisée.]5
Le candidat militaire de réserve du recrutement spécial latéral peut être dispensé des périodes, périodes partielles, phases de formation ou parties de phases de formation fixées par [4 le DGHR ou l'autorité qu'il désigne,]4 en fonction de ses études et de son expertise.
Le candidat militaire de réserve visé à [2 l'article 19]2, peut être dispensé des périodes, périodes partielles, phases de formation ou parties de phases de formation fixées par [4 le DGHR ou l'autorité qu'il désigne,]4 en fonction de ses études et de son expertise.
Le militaire de réserve qui n'appartient pas à une des catégories visées [5 aux alinéas 1er à 5]5 peut être dispensé par [4 le DGHR ou l'autorité qu'il désigne,]4 de tout ou partie de la formation en vue d'occuper son emploi, à condition de produire un diplôme, certificat ou autre document reconnu au moins équivalent en vertu d'une loi, d'un décret, d'une directive européenne, d'un accord bilatéral ou d'une convention internationale, où il apparaît que le militaire de réserve a reçu la formation en dehors des forces armées. En plus, les connaissances du militaire de réserve, nécessaires pour occuper la fonction, sont dans tous les cas contrôlées dans l'organisme de formation en fonction des antécédents militaires ou de la formation requise, éventuellement au moyen d'un test.]1
[6 Le candidat militaire de réserve visé à l'article 26, peut être dispensé, par le DGHR ou l'autorité qu'il désigne, des périodes de formation, périodes partielles, phases ou modules, s'il a suivi auparavant avec fruit cette formation ou partie de formation, ou une formation équivalente, au sein d'un organisme de formation de la Défense, au sein d'un établissement militaire étranger ou dans un établissement civil, en Belgique ou à l'étranger.]6
Wijzigingen
Afdeling III. - Aanstellingen gedurende de vorming.
Section III. - Des commissions pendant la formation.
Art.38. [1 De kandidaat-reservevrijwilliger die in de militaire basisvorming geslaagd is, wordt aangesteld in de graad van eerste soldaat.]1
Art.38. [1 Le candidat volontaire de réserve qui a réussi la formation militaire de base est commissionné au grade de premier soldat.]1
Wijzigingen
Art.39. [1 De kandidaat-reserveonderofficier die in de militaire basisvorming geslaagd is, wordt aangesteld in de graad van korporaal.]1
Art.39. [1 Le candidat sous-officier de réserve qui a réussi la formation militaire de base est commissionné au grade de caporal.]1
Wijzigingen
Art.40. [1 Wordt aangesteld in de graad van sergeant :
1° de kandidaat-reserveonderofficier [2 van niveau B en van niveau C]2 die geslaagd is in de gespecialiseerde professionele vorming;
2° de kandidaat-reserveofficier [2 van niveau A]2 die in de militaire basisvorming geslaagd is.]1
1° de kandidaat-reserveonderofficier [2 van niveau B en van niveau C]2 die geslaagd is in de gespecialiseerde professionele vorming;
2° de kandidaat-reserveofficier [2 van niveau A]2 die in de militaire basisvorming geslaagd is.]1
Art.40. [1 Est commissionné au grade de sergent :
1° le candidat sous-officier de réserve [2 du niveau B et du niveau C]2 qui a réussi la formation professionnelle spécialisée;
2° le candidat officier de réserve [2 du niveau A]2 qui a réussi la formation militaire de base.]1
1° le candidat sous-officier de réserve [2 du niveau B et du niveau C]2 qui a réussi la formation professionnelle spécialisée;
2° le candidat officier de réserve [2 du niveau A]2 qui a réussi la formation militaire de base.]1
Art.41. De kandidaat-reserveofficier [2 van niveau A]2 die geslaagd is in de [1 ...]1 gespecialiseerde professionele vorming wordt aangesteld [1 in de graad van onderluitenant]1.
[1 De kandidaat-reserveofficier [2 van niveau A]2 van de laterale bijzondere werving die geslaagd is in [2 de gespecialiseerde professionele vorming]2 wordt evenwel aangesteld in de graad van kapitein.]1
[1 De kandidaat-reserveofficier [2 van niveau A]2 van de laterale bijzondere werving die geslaagd is in [2 de gespecialiseerde professionele vorming]2 wordt evenwel aangesteld in de graad van kapitein.]1
Art.41. Le candidat officier de réserve [2 du niveau A]2 qui a réussi la formation professionnelle spécialisée est commissionné sous-lieutenant de réserve.
[1 Toutefois, le candidat officier de réserve [2 du niveau A]2 du recrutement spécial latéral qui a réussi [2 la formation professionnelle spécialisée]2 est commissionné au grade de capitaine.]1
[1 Toutefois, le candidat officier de réserve [2 du niveau A]2 du recrutement spécial latéral qui a réussi [2 la formation professionnelle spécialisée]2 est commissionné au grade de capitaine.]1
Afdeling IV. - De training.
Section IV. - De l'entraînement.
Art.42. Al naargelang de graad van training en de graad van beschikbaarheid en al naargelang het aantal uitgevoerde gewone wederoproepingen door het reservepersoneel, wordt de reservemilitair gerangschikt in hetzij de " getrainde reserve " hetzij in de " niet getrainde reserve ".
Het vereiste minimum aantal uit te voeren gewone wederoproepingen om te kunnen behoren tot de " getrainde reserve " bedraagt :
1° zeven dagen per jaar voor de reserveofficier en reserveonderofficier;
2° vijf dagen per jaar voor de reservevrijwilliger.
De nadere regels van overgang tussen de " getrainde reserve " en de " niet getrainde reserve ", worden bepaald in een reglement.
Het vereiste minimum aantal uit te voeren gewone wederoproepingen om te kunnen behoren tot de " getrainde reserve " bedraagt :
1° zeven dagen per jaar voor de reserveofficier en reserveonderofficier;
2° vijf dagen per jaar voor de reservevrijwilliger.
De nadere regels van overgang tussen de " getrainde reserve " en de " niet getrainde reserve ", worden bepaald in een reglement.
Art.42. Suivant le degré d'entraînement et de disponibilité et suivant le nombre de rappels ordinaires effectués par le personnel de réserve, le militaire de réserve est classé soit dans la " réserve entraînée ", soit dans la " réserve non-entraînée ".
Le nombre minimum de rappels ordinaires à effectuer pour pouvoir appartenir à la " réserve entrainée " est de :
1° sept jours par an pour l'officier de réserve et le sous-officier de réserve;
2° cinq jours par an pour le volontaire de réserve.
Les modalités de passage entre la " réserve entraînée " et la " réserve non-entraînée " sont fixées dans un règlement.
Le nombre minimum de rappels ordinaires à effectuer pour pouvoir appartenir à la " réserve entrainée " est de :
1° sept jours par an pour l'officier de réserve et le sous-officier de réserve;
2° cinq jours par an pour le volontaire de réserve.
Les modalités de passage entre la " réserve entraînée " et la " réserve non-entraînée " sont fixées dans un règlement.
Art.43. [1 De nadere regels en periodiciteit inzake de beoordeling van de fysieke geschiktheid en de medische geschiktheid van de reservemilitair worden bepaald in een reglement.]1
Art.43. [1 Les modalités et la périodicité de l'appréciation relatives à l'aptitude physique et à l'aptitude médicale du militaire de réserve sont fixées dans un règlement.]1
Wijzigingen
HOOFDSTUK IV. - De graad.
CHAPITRE IV. - Du grade.
Art.45. [1 De kandidaat-reserveofficier [2 van niveau A]2 die geslaagd is in de vormingscyclus en die een wederdienstneming als reserveofficier [2 van niveau A]2 heeft ondertekend, wordt benoemd in de graad van onderluitenant.
De kandidaat-reserveofficier [2 van niveau A]2 van de laterale bijzondere werving die geslaagd is in de vormingscyclus en de taalproeven en die een wederdienstneming als reserveofficier [2 van niveau A]2 heeft ondertekend, wordt evenwel benoemd in de graad van majoor.]1
De kandidaat-reserveofficier [2 van niveau A]2 van de laterale bijzondere werving die geslaagd is in de vormingscyclus en de taalproeven en die een wederdienstneming als reserveofficier [2 van niveau A]2 heeft ondertekend, wordt evenwel benoemd in de graad van majoor.]1
Art.45. [1 Le candidat officier de réserve [2 du niveau A]2 qui a réussi le cycle de formation et qui a signé un rengagement comme officier de réserve [2 du niveau A]2 est nommé au grade de sous-lieutenant.
Toutefois, le candidat officier de réserve [2 du niveau A]2 issu du recrutement spécial latéral qui a réussi le cycle de formation et les épreuves linguistiques et qui a signé un rengagement comme officier de réserve [2 du niveau A]2 est nommé au grade de major.]1
Toutefois, le candidat officier de réserve [2 du niveau A]2 issu du recrutement spécial latéral qui a réussi le cycle de formation et les épreuves linguistiques et qui a signé un rengagement comme officier de réserve [2 du niveau A]2 est nommé au grade de major.]1
Art. 45bis. [1 De kandidaat-reserveonderofficier van niveau B van de basis bijzondere werving die geslaagd is in de vormingscyclus en die een wederdienstneming als reserveonderofficier van niveau B heeft ondertekend, wordt benoemd in de graad van eerste sergeant-majoor.]1
Art. 45bis. [1 Le candidat sous-officier de réserve du niveau B du recrutement spécial de base qui a réussi le cycle de formation et qui a signé un rengagement comme sous-officier de réserve du niveau B est nommé au grade de premier sergent-major.]1
Art.46. [1 De kandidaat-reserveonderofficier [2 van niveau C van de normale werving]2 die geslaagd is in de vormingscyclus en die een wederdienstneming als reserveonderofficier [2 van niveau C]2 heeft ondertekend, wordt benoemd in de graad van sergeant.]1
Art.46. [1 Le candidat sous-officier de réserve [2 du niveau C du recrutement normal]2 qui a réussi le cycle de formation et qui a signé un rengagement comme sous-officier de réserve [2 du niveau C]2 est nommé au grade de sergent.]1
Art.47. [1 De kandidaat-reservevrijwilliger die geslaagd is in de vormingscyclus en die een wederdienstneming als reservevrijwilliger heeft ondertekend wordt benoemd in de graad van eerste soldaat.]1
Art.47. [1 Le candidat volontaire de réserve qui a réussi le cycle de formation et qui a signé un rengagement comme volontaire de réserve est nommé au grade de premier soldat.]1
Wijzigingen
Art. 47bis. [1 De graad van de reserveonderofficier wordt door de chef Defensie verleend.
De graad van de reservevrijwilliger wordt verleend door de korpscommandant van betrokkene op voordracht van de eenheidscommandant.]1
De graad van de reservevrijwilliger wordt verleend door de korpscommandant van betrokkene op voordracht van de eenheidscommandant.]1
Art. 47bis. [1 Le grade de sous-officier de réserve est conféré par le chef de la Défense.
Le grade de volontaire de réserve est conféré par le chef de corps du concerné, sur la proposition du commandant d'unité.]1
Le grade de volontaire de réserve est conféré par le chef de corps du concerné, sur la proposition du commandant d'unité.]1
HOOFDSTUK V. - De anciënniteit voor de bevordering in graad en de bevordering in graad.
CHAPITRE V. - De l'ancienneté pour l'avancement de grade et l'avancement de grade.
Afdeling I. - De anciënniteit in de graad.
Section Ire. - De l'ancienneté dans le grade.
Art.48. De anciënniteit in de graad wordt bepaald door de datum van benoeming in die graad. In het benoemingsbesluit kan een anciënniteitsrang worden vastgesteld die een aanvang neemt op een vroegere datum dan die van de benoeming, inzonderheid om de reservemilitairen, die uit het kader van de beroepsmilitairen komen en er werden voorbijgegaan, de rang te geven die zij zouden hebben bekleed, moesten zij in het kader van de beroepsmilitairen een bevordering hebben bekomen.
Voor de reservemilitair die niet voldoet aan de bepalingen van artikel 42, tweede lid, wordt de duur dat hij behoort tot de " niet getrainde reserve " niet in aanmerking genomen voor het bepalen van de anciënniteit voor de bevordering in de graad.
Voor de reservemilitair die niet voldoet aan de bepalingen van artikel 42, tweede lid, wordt de duur dat hij behoort tot de " niet getrainde reserve " niet in aanmerking genomen voor het bepalen van de anciënniteit voor de bevordering in de graad.
Art.48. L'ancienneté dans le grade est déterminée par la date de nomination à ce grade. Dans l'arrêté de nomination, un rang d'ancienneté à une date antérieure à la nomination peut être fixé, notamment en vue de reclasser au rang qui eût été le leur s'ils avaient obtenu une promotion dans le cadre des militaires de carrière, les militaires de réserve issus de ce cadre et qui y ont été dépassés.
Pour le militaire de réserve qui ne satisfait pas aux dispositions de l'article 42, alinéa 2, la durée d'appartenance à la " réserve non-entraînée " n'est pas prise en considération pour la détermination de l'ancienneté pour l'avancement de grade.
Pour le militaire de réserve qui ne satisfait pas aux dispositions de l'article 42, alinéa 2, la durée d'appartenance à la " réserve non-entraînée " n'est pas prise en considération pour la détermination de l'ancienneté pour l'avancement de grade.
Art.49. De betrekkelijke anciënniteit van de reservemilitairen die, in functie van de personeelscategorie, op dezelfde dag benoemd zijn in [1 de graad van onderluitenant [3 of eerste sergeant-majoor]3 of sergeant of eerste soldaat of, voor de officieren van de laterale bijzondere werving, de graad van majoor]1 en die aan dezelfde examens hebben deelgenomen, wordt bepaald door de behaalde punten en de rangschikking welke, na afloop van de voor hun benoeming opgelegde examens, is gemaakt.
De betrekkelijke anciënniteit van de reservemilitairen die, in functie van de personeelscategorie, op dezelfde dag benoemd zijn in [1 de graad van onderluitenant [3 of eerste sergeant-majoor]3 of sergeant of eerste soldaat of, voor de officieren van de laterale bijzondere werving, de graad van majoor]1, en die niet aan dezelfde examens hebben deelgenomen, wordt vastgesteld met inachtneming, volgens de in een reglement vastgestelde regels, van de verschillende opgemaakte rangschikkingen en van het aantal benoemde reservemilitairen in de beschouwde graad.
De betrekkelijke anciënniteit van de reservemilitairen, bekleed met een andere graad dan [1 de graad van onderluitenant [3 of eerste sergeant-majoor]3 of sergeant of eerste soldaat of, voor de officieren van de laterale bijzondere werving, de graad van majoor]1 en die in functie van de personeelscategorie op éénzelfde datum in die graad benoemd zijn, wordt bepaald door hun anciënniteit in de vorige graad. Bij gelijke anciënniteit in de lagere graden is de betrekkelijke anciënniteit in [1 de graad van onderluitenant of sergeant of eerste soldaat of, voor de officieren van de laterale bijzondere werving, de graad van majoor]1 determinerend.
De anciënniteit in de basisgraad van de beroepsmilitair, [2 ...]2 en de hulpofficier, die tot het reservekader wordt toegelaten of ernaar wordt overgeplaatst vóór hij, in functie van de personeelscategorie, met de graad van [3 luitenant, adjudant, voor de onderofficier van niveau B, eerste sergeant, voor de onderofficier van niveau C, of korporaal]3 is bekleed, wordt fictief gewijzigd met het oog op zijn latere bevordering in het reservekader en wordt vastgesteld alsof hij steeds tot het reservekader heeft behoord.
De betrekkelijke anciënniteit van de reservemilitairen die, in functie van de personeelscategorie, op dezelfde dag benoemd zijn in [1 de graad van onderluitenant [3 of eerste sergeant-majoor]3 of sergeant of eerste soldaat of, voor de officieren van de laterale bijzondere werving, de graad van majoor]1, en die niet aan dezelfde examens hebben deelgenomen, wordt vastgesteld met inachtneming, volgens de in een reglement vastgestelde regels, van de verschillende opgemaakte rangschikkingen en van het aantal benoemde reservemilitairen in de beschouwde graad.
De betrekkelijke anciënniteit van de reservemilitairen, bekleed met een andere graad dan [1 de graad van onderluitenant [3 of eerste sergeant-majoor]3 of sergeant of eerste soldaat of, voor de officieren van de laterale bijzondere werving, de graad van majoor]1 en die in functie van de personeelscategorie op éénzelfde datum in die graad benoemd zijn, wordt bepaald door hun anciënniteit in de vorige graad. Bij gelijke anciënniteit in de lagere graden is de betrekkelijke anciënniteit in [1 de graad van onderluitenant of sergeant of eerste soldaat of, voor de officieren van de laterale bijzondere werving, de graad van majoor]1 determinerend.
De anciënniteit in de basisgraad van de beroepsmilitair, [2 ...]2 en de hulpofficier, die tot het reservekader wordt toegelaten of ernaar wordt overgeplaatst vóór hij, in functie van de personeelscategorie, met de graad van [3 luitenant, adjudant, voor de onderofficier van niveau B, eerste sergeant, voor de onderofficier van niveau C, of korporaal]3 is bekleed, wordt fictief gewijzigd met het oog op zijn latere bevordering in het reservekader en wordt vastgesteld alsof hij steeds tot het reservekader heeft behoord.
Art.49. L'ancienneté relative des militaires de réserve nommés, en fonction de leur catégorie de personnel, à la même date dans [1 le grade de sous-lieutenant [3 ou de premier sergent-major]3 ou de sergent ou de premier soldat ou, pour les officiers du recrutement spécial latéral, le grade de major]1 et qui ont participé aux mêmes examens, est déterminée par les points obtenus et le classement établi à la fin des examens imposés pour leur nomination.
L'ancienneté des militaires de réserve nommés, en fonction de la catégorie de personnel, à la même date dans [1 le grade de sous-lieutenant [3 ou de premier sergent-major]3 ou de sergent ou de premier soldat ou, pour les officiers du recrutement spécial latéral, le grade de major]1 et qui n'ont pas participé aux mêmes examens, est déterminée en tenant compte, selon les règles fixées dans un règlement, des différents classements établis et du nombre de militaires de réserve nommés dans le grade considéré.
L'ancienneté relative des militaires de réserve revêtus d'un grade autre que [1 le grade de sous-lieutenant [3 ou de premier sergent-major]3 ou de sergent ou de premier soldat ou, pour les officiers du recrutement spécial latéral, le grade de major]1 et nommés en fonction de la catégorie de personnel à la même date, est déterminée par leur ancienneté dans le grade antérieur. A ancienneté égale dans les grades antérieurs, l'ancienneté relative dans [1 le grade de sous-lieutenant [3 ou de premier sergent-major]3 ou de sergent ou de premier soldat ou, pour les officiers du recrutement spécial latéral, le grade de major]1 est déterminante.
L'ancienneté dans le grade de base du militaire de carrière [2 ...]2 et de l'officier auxiliaire, admis ou transféré dans le cadre de réserve avant qu'il ne soit, en fonction de la catégorie de personnel, revêtu du grade de [3 lieutenant, adjudant, pour le sous-officier du niveau B, premier sergent pour le sous-officier du niveau C, ou caporal]3 est fictivement modifiée en vue de son avancement ultérieur dans la réserve et est déterminée comme s'il avait toujours appartenu au cadre de réserve.
L'ancienneté des militaires de réserve nommés, en fonction de la catégorie de personnel, à la même date dans [1 le grade de sous-lieutenant [3 ou de premier sergent-major]3 ou de sergent ou de premier soldat ou, pour les officiers du recrutement spécial latéral, le grade de major]1 et qui n'ont pas participé aux mêmes examens, est déterminée en tenant compte, selon les règles fixées dans un règlement, des différents classements établis et du nombre de militaires de réserve nommés dans le grade considéré.
L'ancienneté relative des militaires de réserve revêtus d'un grade autre que [1 le grade de sous-lieutenant [3 ou de premier sergent-major]3 ou de sergent ou de premier soldat ou, pour les officiers du recrutement spécial latéral, le grade de major]1 et nommés en fonction de la catégorie de personnel à la même date, est déterminée par leur ancienneté dans le grade antérieur. A ancienneté égale dans les grades antérieurs, l'ancienneté relative dans [1 le grade de sous-lieutenant [3 ou de premier sergent-major]3 ou de sergent ou de premier soldat ou, pour les officiers du recrutement spécial latéral, le grade de major]1 est déterminante.
L'ancienneté dans le grade de base du militaire de carrière [2 ...]2 et de l'officier auxiliaire, admis ou transféré dans le cadre de réserve avant qu'il ne soit, en fonction de la catégorie de personnel, revêtu du grade de [3 lieutenant, adjudant, pour le sous-officier du niveau B, premier sergent pour le sous-officier du niveau C, ou caporal]3 est fictivement modifiée en vue de son avancement ultérieur dans la réserve et est déterminée comme s'il avait toujours appartenu au cadre de réserve.
Afdeling II. - Bevordering in de graad.
Section II. - De l'avancement de grade.
Onderafdeling I. - Algemene bepalingen.
Sous-section Ire. - Dispositions générales.
Art.50. [1 De bevordering van de reservemilitairen is afgestemd op de behoeften van de krijgsmacht, rekening houdende met de personeelsenveloppe van militairen van het reservekader.]1
Art.50. [1 L'avancement des militaires de réserve est limité aux besoins des forces armées en tenant compte de l'enveloppe en personnel militaire du cadre de réserve.]1
Wijzigingen
Art.51. De reservemilitair die niet [3 behoort tot de getrainde reserve]3, kan niet bevorderen.
[1 [3 [4 De militair die, krachtens de artikelen 10, 1°, 10bis, 1°, 11, 1°, 11bis, 1°, en 12, 1°, van de wet, in het reservekader toegelaten wordt, en de militair bedoeld in de artikelen 10, 2°, b), 10bis, 2°, b), c) en d), 11, 2°, b), 11bis, 2°, b) en c), en 12, 2°, b) en c), van de wet]4, waarvan de dienstneming is verstreken en die in het reservekader toegelaten wordt, wordt evenwel verondersteld te behoren tot de getrainde reserve vanaf de dag waarop hij het reservekader toegelaten wordt tot de laatste dag van het jaar volgend op het jaar tijdens hetwelk hij wordt toegelaten tot het reservekader. De kandidaat-reservemilitair wordt verondersteld te behoren tot de getrainde reserve vanaf de dag waarop hij de hoedanigheid van reservemilitair verwerft tot de laatste dag van het jaar volgend op het jaar tijdens hetwelk hij deze hoedanigheid verwerft.]3
Er wordt nagegaan of betrokkene [3 tot de getrainde reserve behoort]3 op 1 januari van het jaar waarin een bevorderingscomité wordt georganiseerd, waarin zijn bevordering plaats vindt, waarin hij bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven uitvoert, of waarin hij deelneemt aan beroepsproeven.]1
[1 [3 [4 De militair die, krachtens de artikelen 10, 1°, 10bis, 1°, 11, 1°, 11bis, 1°, en 12, 1°, van de wet, in het reservekader toegelaten wordt, en de militair bedoeld in de artikelen 10, 2°, b), 10bis, 2°, b), c) en d), 11, 2°, b), 11bis, 2°, b) en c), en 12, 2°, b) en c), van de wet]4, waarvan de dienstneming is verstreken en die in het reservekader toegelaten wordt, wordt evenwel verondersteld te behoren tot de getrainde reserve vanaf de dag waarop hij het reservekader toegelaten wordt tot de laatste dag van het jaar volgend op het jaar tijdens hetwelk hij wordt toegelaten tot het reservekader. De kandidaat-reservemilitair wordt verondersteld te behoren tot de getrainde reserve vanaf de dag waarop hij de hoedanigheid van reservemilitair verwerft tot de laatste dag van het jaar volgend op het jaar tijdens hetwelk hij deze hoedanigheid verwerft.]3
Er wordt nagegaan of betrokkene [3 tot de getrainde reserve behoort]3 op 1 januari van het jaar waarin een bevorderingscomité wordt georganiseerd, waarin zijn bevordering plaats vindt, waarin hij bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven uitvoert, of waarin hij deelneemt aan beroepsproeven.]1
Art.51. Le militaire de réserve qui [3 n'appartient pas à la réserve entraînée]3, ne peut pas être promu.
[1 [3 [4 Toutefois, le militaire qui, en vertu des articles 10, 1°, 10bis, 1°, 11, 1°, 11bis, 1°, et 12, 1°, de la loi, est admis dans le cadre de réserve et le militaire visé aux articles 10, 2°, b), 10bis, 2°, b), c) et d), 11, 2°, b), 11bis, 2°, b) et c), et 12, 2°, b) et c), de la loi]4, dont l'engagement est expiré et qui est admis dans le cadre de réserve, est supposé appartenir à la réserve entraînée à partir du jour où il est admis dans le cadre de réserve, jusqu'au dernier jour de l'année suivant celle au cours de laquelle il est admis dans le cadre de réserve. Le candidat militaire de réserve est supposé appartenir à la réserve entraînée à partir du jour où il acquiert la qualité de militaire de réserve, jusqu'au dernier jour de l'année au cours de laquelle il acquiert cette qualité.]3
Il est vérifié si l'intéressé [3 appartient à la réserve entraînée]3 au 1er janvier de l'année au cours de laquelle un comité d'avancement est organisé, au cours de laquelle sa promotion a lieu, au cours de laquelle il exécute des prestations d'avancement en préparation aux épreuves professionnelles ou au cours de laquelle il participe aux épreuves d'avancement.]1
[1 [3 [4 Toutefois, le militaire qui, en vertu des articles 10, 1°, 10bis, 1°, 11, 1°, 11bis, 1°, et 12, 1°, de la loi, est admis dans le cadre de réserve et le militaire visé aux articles 10, 2°, b), 10bis, 2°, b), c) et d), 11, 2°, b), 11bis, 2°, b) et c), et 12, 2°, b) et c), de la loi]4, dont l'engagement est expiré et qui est admis dans le cadre de réserve, est supposé appartenir à la réserve entraînée à partir du jour où il est admis dans le cadre de réserve, jusqu'au dernier jour de l'année suivant celle au cours de laquelle il est admis dans le cadre de réserve. Le candidat militaire de réserve est supposé appartenir à la réserve entraînée à partir du jour où il acquiert la qualité de militaire de réserve, jusqu'au dernier jour de l'année au cours de laquelle il acquiert cette qualité.]3
Il est vérifié si l'intéressé [3 appartient à la réserve entraînée]3 au 1er janvier de l'année au cours de laquelle un comité d'avancement est organisé, au cours de laquelle sa promotion a lieu, au cours de laquelle il exécute des prestations d'avancement en préparation aux épreuves professionnelles ou au cours de laquelle il participe aux épreuves d'avancement.]1
Art.52. De cursussen [1 ...]1 die desgevallend als bevorderingsprestaties in aanmerking worden genomen, worden bepaald in een reglement.
[1 Alleen de reservemilitairen die geschikt zijn bevonden het bevel of de functies van de hogere graad uit te oefenen en die door de Minister aanvaard worden op basis van een door de DGHR opgestelde lijst, kunnen voor bevordering in aanmerking komen.]1
[1 Alleen de reservemilitairen die geschikt zijn bevonden het bevel of de functies van de hogere graad uit te oefenen en die door de Minister aanvaard worden op basis van een door de DGHR opgestelde lijst, kunnen voor bevordering in aanmerking komen.]1
Art.52. Les cours [1 ...]1 qui, le cas échéant, sont pris en compte comme prestations d'avancement, sont fixés dans un règlement.
[1 Seuls peuvent participer à l'avancement les militaires de réserve qui ont été jugés aptes à exercer le commandement ou les fonctions du grade supérieur et qui on été agréés par le Ministre sur base d'une liste établie par le DGHR.]1
[1 Seuls peuvent participer à l'avancement les militaires de réserve qui ont été jugés aptes à exercer le commandement ou les fonctions du grade supérieur et qui on été agréés par le Ministre sur base d'une liste établie par le DGHR.]1
Wijzigingen
Art. 52bis. [1 De commandant van de school of van de eenheid waar de reservemilitair een cursus volgt, kan aan de DGHR een uitstel met één jaar voorstellen, wanneer de reservemilitair niet langer de professionele, karakteriële of fysieke hoedanigheden bezit om in de vorming te slagen. [2 De nadere regels worden vastgelegd in een reglement.]2
Dit uitstel kan slechts één maal tijdens de loopbaan verkregen worden. De reservemilitair die niet langer de vereiste hoedanigheden bezit en die al een uitstel verkregen heeft, evenals de reservemilitair van wie het uitstel door de DGHR geweigerd wordt, wordt van elke bevorderingsprestatie uitgesloten.]1
[2 De beroepsproef kan worden uitgesteld overeenkomstig de regels voorzien in het eerste en tweede lid.
Wegens uitzonderlijke redenen of wegens dienstredenen te beoordelen door de DGHR, kan een reservemilitair, voorafgaand aan zijn aanduiding of aanvaarding, het uitstel van zijn deelneming aan een vorming van de voortgezette vorming vragen. De nadere regels worden vastgelegd in een reglement.
Indien de DGHR een uitstel verleent, stelt hij de sessie van cursussen vast waaraan de re-servemilitair wordt aangehecht.]2
Dit uitstel kan slechts één maal tijdens de loopbaan verkregen worden. De reservemilitair die niet langer de vereiste hoedanigheden bezit en die al een uitstel verkregen heeft, evenals de reservemilitair van wie het uitstel door de DGHR geweigerd wordt, wordt van elke bevorderingsprestatie uitgesloten.]1
[2 De beroepsproef kan worden uitgesteld overeenkomstig de regels voorzien in het eerste en tweede lid.
Wegens uitzonderlijke redenen of wegens dienstredenen te beoordelen door de DGHR, kan een reservemilitair, voorafgaand aan zijn aanduiding of aanvaarding, het uitstel van zijn deelneming aan een vorming van de voortgezette vorming vragen. De nadere regels worden vastgelegd in een reglement.
Indien de DGHR een uitstel verleent, stelt hij de sessie van cursussen vast waaraan de re-servemilitair wordt aangehecht.]2
Art. 52bis. [1 Le commandant de l'école ou de l'unité où le militaire de réserve suit un cours peut proposer au DGHR un ajournement d'un an quand le militaire de réserve ne présente plus les qualités professionnelles, caractérielles ou physiques pour réussir la formation. [2 Les modalités sont fixées dans un règlement.]2
Cet ajournement ne peut être obtenu qu'une seule fois pendant la carrière. Le militaire de réserve qui ne présente plus les qualités requises et qui a déjà obtenu un ajournement, ainsi que le militaire de réserve dont le DGHR n'accepte pas un ajournement, est exclu de toute prestation d'avancement.]1
[2 L'épreuve professionnelle peut être ajournée conformément aux règles visées à l'alinéa 1er et 2.
Pour des raisons exceptionnelles ou pour des raisons de service à apprécier par le DGHR, un militaire de réserve peut, préalablement à sa désignation ou à son agrément, solliciter l'ajournement de sa participation à une formation de la formation continuée. Les modalités sont fixées dans un règlement.
Si le DGHR accorde un ajournement, il fixe la session de cours à laquelle le militaire de réserve est rattaché.]2
Cet ajournement ne peut être obtenu qu'une seule fois pendant la carrière. Le militaire de réserve qui ne présente plus les qualités requises et qui a déjà obtenu un ajournement, ainsi que le militaire de réserve dont le DGHR n'accepte pas un ajournement, est exclu de toute prestation d'avancement.]1
[2 L'épreuve professionnelle peut être ajournée conformément aux règles visées à l'alinéa 1er et 2.
Pour des raisons exceptionnelles ou pour des raisons de service à apprécier par le DGHR, un militaire de réserve peut, préalablement à sa désignation ou à son agrément, solliciter l'ajournement de sa participation à une formation de la formation continuée. Les modalités sont fixées dans un règlement.
Si le DGHR accorde un ajournement, il fixe la session de cours à laquelle le militaire de réserve est rattaché.]2
Art. 52ter. [1 Uitzonderlijk en na akkoord van de DGHR, kunnen de cursussen gespreid worden over twee opeenvolgende sessies of over twee kalenderjaren, indien er maar één sessie per jaar is.]1
Art. 52ter. [1 Exceptionnellement et après accord du DGHR, les cours peuvent être étalés sur deux sessions successives ou deux années civiles s'il n'y a qu'une session par an.]1
Onderafdeling II. - De reserveofficieren.
Sous-section II. - Des officiers de réserve.
Art.53. Reserveofficieren kunnen eerst tot de hogere graad worden bevorderd, nadat daartoe zijn bevorderd de beroepsofficieren van [2 hun vakrichting]2 die in de graad van onderluitenant dezelfde anciënniteit hebben als zij, en die inzake bevordering een normale loopbaan hebben gehad.
In afwijking van het eerste lid mogen de reserveofficieren van [2 de vakrichting "medische technieken"]2 slechts tot een hogere graad worden bevorderd, na de bevordering tot deze graad van de beroepsofficieren van [2 hun vakrichting]2 die het diploma [1 van arts, van dierenarts, van tandarts of van apotheker]1, hebben behaald in het jaar waarvan de klas van die beroepsofficieren het jaartal draagt en die inzake bevordering een normale loopbaan hebben gehad.
[1 In afwijking van het eerste lid kunnen de reserveofficieren van de laterale bijzondere werving pas tot de hogere graad worden bevorderd, nadat de beroepsofficieren van [2 hun vakrichting]2 die in de graad van majoor dezelfde anciënniteit hebben als zij, en die inzake bevordering een normale loopbaan hebben gehad in deze graad zijn bevorderd.]1
In afwijking van het eerste lid mogen de reserveofficieren van [2 de vakrichting "medische technieken"]2 slechts tot een hogere graad worden bevorderd, na de bevordering tot deze graad van de beroepsofficieren van [2 hun vakrichting]2 die het diploma [1 van arts, van dierenarts, van tandarts of van apotheker]1, hebben behaald in het jaar waarvan de klas van die beroepsofficieren het jaartal draagt en die inzake bevordering een normale loopbaan hebben gehad.
[1 In afwijking van het eerste lid kunnen de reserveofficieren van de laterale bijzondere werving pas tot de hogere graad worden bevorderd, nadat de beroepsofficieren van [2 hun vakrichting]2 die in de graad van majoor dezelfde anciënniteit hebben als zij, en die inzake bevordering een normale loopbaan hebben gehad in deze graad zijn bevorderd.]1
Art.53. Les officiers de réserve ne peuvent être promus au grade supérieur qu'après la promotion à ce grade des officiers de carrière de [2 leur filière de métiers]2 , de même ancienneté qu'eux dans le grade de sous-lieutenant, et qui ont effectué au point de vue de l'avancement une carrière normale.
En dérogation à l'alinéa 1er, les officiers de réserve [2 de la filière de métiers "techniques médicales"]2, ne peuvent être promus à un grade supérieur qu'après la promotion à ce grade des officiers de carrière de [2 leur filière de métiers]2 qui ont obtenu le diplôme de [1 médecin, de vétérinaire, de dentiste ou de pharmacien]1, l'année dont la classe de ces officiers de carrière porte le millésime et qui ont effectué, au point de vue de l'avancement une carrière normale.
[1 En dérogation à l'alinéa 1er, les officiers de réserve issus du recrutement spécial latéral ne peuvent être promus au grade supérieur qu'après la promotion à ce grade des officiers de carrière de [2 leur filière de métiers]2, de même ancienneté qu'eux dans le grade de major, et qui ont effectué au point de vue de l'avancement une carrière normale.]1
En dérogation à l'alinéa 1er, les officiers de réserve [2 de la filière de métiers "techniques médicales"]2, ne peuvent être promus à un grade supérieur qu'après la promotion à ce grade des officiers de carrière de [2 leur filière de métiers]2 qui ont obtenu le diplôme de [1 médecin, de vétérinaire, de dentiste ou de pharmacien]1, l'année dont la classe de ces officiers de carrière porte le millésime et qui ont effectué, au point de vue de l'avancement une carrière normale.
[1 En dérogation à l'alinéa 1er, les officiers de réserve issus du recrutement spécial latéral ne peuvent être promus au grade supérieur qu'après la promotion à ce grade des officiers de carrière de [2 leur filière de métiers]2, de même ancienneté qu'eux dans le grade de major, et qui ont effectué au point de vue de l'avancement une carrière normale.]1
Art.54. Het programma van de beroepsproeven bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de wet [2 en de nadere regels worden in een reglement bepaald]2.
Voor de eerste bevordering in graad wordt de reservehoofdofficier die uit het actief kader komt, al naargelang het geval, vrijgesteld van de beroepsproeven voor bevordering tot [1 luitenant-kolonel, kolonel en generaal-majoor]1.
[2 De reserveofficier van niveau A of van niveau B, gesproten uit het actief kader, die reeds geslaagd is in de basis stafvorming in het beroepskader, is vrijgesteld van de voortgezette vorming voor de overgang naar de graad van kapitein van het reservekader.
De reserveofficier van niveau A, gesproten uit het actief kader, die reeds geslaagd is in de voortgezette vorming voor bevordering tot de graad van majoor in het beroepskader, is vrijgesteld van de voortgezette vorming voor de overgang naar de graad van majoor van het reservekader.]2
Voor de eerste bevordering in graad wordt de reservehoofdofficier die uit het actief kader komt, al naargelang het geval, vrijgesteld van de beroepsproeven voor bevordering tot [1 luitenant-kolonel, kolonel en generaal-majoor]1.
[2 De reserveofficier van niveau A of van niveau B, gesproten uit het actief kader, die reeds geslaagd is in de basis stafvorming in het beroepskader, is vrijgesteld van de voortgezette vorming voor de overgang naar de graad van kapitein van het reservekader.
De reserveofficier van niveau A, gesproten uit het actief kader, die reeds geslaagd is in de voortgezette vorming voor bevordering tot de graad van majoor in het beroepskader, is vrijgesteld van de voortgezette vorming voor de overgang naar de graad van majoor van het reservekader.]2
Art.54. Le programme des épreuves professionnelles visées à l'article 60, alinéa 1er, de la loi [2 et les modalités, sont fixés dans un règlement]2.
Pour le premier avancement de grade, l'officier supérieur de réserve issu du cadre actif est dispensé des épreuves professionnelles pour l'accession, selon le cas, aux grades [1 de lieutenant-colonel, de colonel et de général-major]1.
[2 L'officier de réserve du niveau A ou du niveau B, issu du cadre actif, qui a déjà réussi la formation de base d'état-major dans le cadre de carrière, est dispensé de la formation continué pour l'accession au grade du capitaine du cadre de réserve.
L'officier de réserve du niveau A, issu du cadre actif, qui a déjà réussi la formation continuée pour l'avancement dans le grade du major au cadre de carrière, est dispensé de la formation continuée pour l'accession au grade du major du cadre de réserve.]2
Pour le premier avancement de grade, l'officier supérieur de réserve issu du cadre actif est dispensé des épreuves professionnelles pour l'accession, selon le cas, aux grades [1 de lieutenant-colonel, de colonel et de général-major]1.
[2 L'officier de réserve du niveau A ou du niveau B, issu du cadre actif, qui a déjà réussi la formation de base d'état-major dans le cadre de carrière, est dispensé de la formation continué pour l'accession au grade du capitaine du cadre de réserve.
L'officier de réserve du niveau A, issu du cadre actif, qui a déjà réussi la formation continuée pour l'avancement dans le grade du major au cadre de carrière, est dispensé de la formation continuée pour l'accession au grade du major du cadre de réserve.]2
Art.55. De reserveofficier die twee jaar na de normale datum waarop hij tot de hogere graad had kunnen worden bevorderd, de prestaties niet heeft verricht noch is geslaagd voor de beroepsproeven welke voor de bevordering tot deze graad zijn vereist, wordt geacht voorgoed van bevordering te hebben afgezien. Deze termijn beloopt vier jaar voor de kandidaat tot de graad van [1 majoor]1.
De minister mag langere termijnen vaststellen ten behoeve van reserveofficieren die verblijf houden in het buitenland.
De minister mag langere termijnen vaststellen ten behoeve van reserveofficieren die verblijf houden in het buitenland.
Art.55. L'officier de réserve qui, deux ans après la date normale à laquelle il aurait pu accéder au grade supérieur, n'a pas effectué les prestations ni réussi les épreuves professionnelles exigées pour l'accession à ce grade est considéré comme ayant renoncé définitivement à l'avancement. Ce délai est de quatre ans pour le candidat au grade [1 de major]1.
Le ministre peut fixer des délais plus longs en faveur des officiers de réserve résidant à l'étranger.
Le ministre peut fixer des délais plus longs en faveur des officiers de réserve résidant à l'étranger.
Wijzigingen
Art.56. De reserveofficier die uit [2 het actief kader]2 komt en die van bevordering heeft afgezien terwijl hij tot dat kader behoorde mag in het kader van de reserveofficieren niet meer mededingen voor de bevordering. Mocht deze officier zich nochtans in oorlogstijd, [1 in periode van oorlog, in periode van crisis of in crisistoestand]1 door zijn militaire hoedanigheden onderscheiden, dan zou hij, bij beslissing van de minister, opnieuw rang kunnen innemen voor de bevordering.
Art.56. L'officier de réserve issu [2 du cadre actif]2 a renoncé à l'avancement pendant qu'il appartenait à ce cadre, ne peut plus participer à l'avancement dans le cadre des officiers de réserve. Toutefois, si cet officier se signalait, en temps de guerre, [1 en période de guerre, en période de crise ou en situation de crise]1 par ses qualités militaires, il pourrait, sur décision du ministre, reprendre rang pour l'avancement.
Art.57. [1 Om benoemd te worden tot de graad van luitenant, moet de reserveofficier vijf jaar anciënniteit in de graad van onderluitenant bezitten.]1
Art.57. [1 Pour être nommé au grade de lieutenant, l'officier doit avoir cinq ans d'ancienneté dans le grade de sous-lieutenant.]1
Wijzigingen
Art. 57bis. [1 § 1. Om benoemd te worden tot de graad van kapitein, moet de reserveofficier :
1° zes jaar anciënniteit bezitten in de graad van luitenant;
2° slagen voor de beroepsproeven bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de wet.
§ 2. Om deel te nemen aan de beroepsproeven moet de reserveofficier :
1° geslaagd zijn in de ingangstest voorafgaand aan de vormingsfase hernomen in de bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven;
2° de bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven volbracht hebben, [2 die het bijwonen van een vormingscyclus omvatten, die bestaat]2 uit het volgen van een informatiefase, het doorlopen van een zelfstudiefase van ten minste vier en ten hoogste acht maanden, en het slagen in een vormingsfase van drie weken, die opgesplitst kan worden.]1
1° zes jaar anciënniteit bezitten in de graad van luitenant;
2° slagen voor de beroepsproeven bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de wet.
§ 2. Om deel te nemen aan de beroepsproeven moet de reserveofficier :
1° geslaagd zijn in de ingangstest voorafgaand aan de vormingsfase hernomen in de bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven;
2° de bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven volbracht hebben, [2 die het bijwonen van een vormingscyclus omvatten, die bestaat]2 uit het volgen van een informatiefase, het doorlopen van een zelfstudiefase van ten minste vier en ten hoogste acht maanden, en het slagen in een vormingsfase van drie weken, die opgesplitst kan worden.]1
Art. 57bis. [1 § 1er. Pour être nommé au grade de capitaine, l'officier de réserve, doit avoir :
1° six ans d'ancienneté dans le grade de lieutenant;
2° réussi les épreuves professionnelles visées à l'article 60, alinéa 1er, de la loi.
§ 2. Pour participer aux épreuves professionnelles l'officier de réserve doit avoir :
1° réussi le test d'entrée préalable à la phase de formation reprise dans les prestations d'avancement en préparation aux épreuves professionnelles;
2° effectué les prestations d'avancement en préparation aux épreuves professionnelles, [2 qui comprennent un cycle de formation, qui consiste]2 à suivre une phase d'information, à parcourir une phase d'étude personnelle de minimum quatre et maximum huit mois et à réussir une phase de formation de trois semaines, qui peut être scindée.]1
1° six ans d'ancienneté dans le grade de lieutenant;
2° réussi les épreuves professionnelles visées à l'article 60, alinéa 1er, de la loi.
§ 2. Pour participer aux épreuves professionnelles l'officier de réserve doit avoir :
1° réussi le test d'entrée préalable à la phase de formation reprise dans les prestations d'avancement en préparation aux épreuves professionnelles;
2° effectué les prestations d'avancement en préparation aux épreuves professionnelles, [2 qui comprennent un cycle de formation, qui consiste]2 à suivre une phase d'information, à parcourir une phase d'étude personnelle de minimum quatre et maximum huit mois et à réussir une phase de formation de trois semaines, qui peut être scindée.]1
Art. 57ter. [1 Om benoemd te worden tot de graad van kapitein-commandant, moet de reserveofficier zes jaar anciënniteit bezitten in de graad van kapitein.]1
Art. 57ter. [1 Pour être nommé au grade de capitaine-commandant, l'officier de réserve doit avoir six ans d'ancienneté dans le grade de capitaine.]1
Art.58. [1 § 1. Geen reserveofficier [2 van niveau A]2, met uitzondering van de reserveofficier van de laterale bijzondere werving, kan in de graad van majoor worden benoemd indien hij niet :
1° ten minste twintig jaar anciënniteit als officier heeft;
2° geslaagd is voor de beroepsproeven bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de wet;
§ 2. Om deel te nemen aan de beroepsproeven moet de reserveofficier :
1° geslaagd zijn in de ingangstest voorafgaand aan de vormingsfase hernomen in de bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven;
2° de bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven volbracht hebben, die bestaan uit het volgen van een informatiefase, het doorlopen van een zelfstudiefase van ten minste vier en maximum acht maanden en het slagen in een vormingsfase van drie weken, die opgesplitst kan worden.]1
1° ten minste twintig jaar anciënniteit als officier heeft;
2° geslaagd is voor de beroepsproeven bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de wet;
§ 2. Om deel te nemen aan de beroepsproeven moet de reserveofficier :
1° geslaagd zijn in de ingangstest voorafgaand aan de vormingsfase hernomen in de bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven;
2° de bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven volbracht hebben, die bestaan uit het volgen van een informatiefase, het doorlopen van een zelfstudiefase van ten minste vier en maximum acht maanden en het slagen in een vormingsfase van drie weken, die opgesplitst kan worden.]1
Art.58. [1 § 1er. Nul officier de réserve [2 du niveau A]2, à l'exception de l'officier de réserve du recrutement spécial latéral, ne peut être nommé au grade de major s'il n'a pas :
1° au moins vingt ans d'ancienneté comme officier;
2° réussi les épreuves professionnelles visées à l'article 60, alinéa 1er, de la loi;
§ 2. Pour participer aux épreuves professionnelles l'officier de réserve doit avoir :
1° réussi le test d'entrée préalable à la phase de formation reprise dans les prestations d'avancement en préparation aux épreuves professionnelles;
2° effectué les prestations d'avancement en préparation aux épreuves professionnelles, qui consistent à suivre une phase d'information, à parcourir une phase d'étude personnelle de minimum quatre et maximum huit mois et à réussir une phase de formation de trois semaines, qui peut être scindée.]1
1° au moins vingt ans d'ancienneté comme officier;
2° réussi les épreuves professionnelles visées à l'article 60, alinéa 1er, de la loi;
§ 2. Pour participer aux épreuves professionnelles l'officier de réserve doit avoir :
1° réussi le test d'entrée préalable à la phase de formation reprise dans les prestations d'avancement en préparation aux épreuves professionnelles;
2° effectué les prestations d'avancement en préparation aux épreuves professionnelles, qui consistent à suivre une phase d'information, à parcourir une phase d'étude personnelle de minimum quatre et maximum huit mois et à réussir une phase de formation de trois semaines, qui peut être scindée.]1
Art. 58 TOEKOMSTIG RECHT. [1 § 1. Geen reserveofficier [2 van niveau A]2, met uitzondering van de reserveofficier van de laterale bijzondere werving, kan in de graad van majoor worden benoemd indien hij niet :
1° ten minste twintig jaar anciënniteit als officier heeft;
2° geslaagd is voor de beroepsproeven bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de wet;
§ 2. Om deel te nemen aan de beroepsproeven moet de reserveofficier :
1° geslaagd zijn in de ingangstest voorafgaand aan de vormingsfase hernomen in de bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven;
2° [3 voorafgaand aan de vormingsfase hernomen in de bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven, het bewijs leveren van een voldoende werkbare kennis van het Engels, zoals bedoeld in artikel 58quater;]3]1
[3 3° de bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven volbracht hebben, die het bijwonen van een vormingscyclus omvatten, die bestaat uit het volgen van een informatiefase, het doorlopen van een zelfstudiefase van ten minste vier en maximum acht maanden en het slagen in een vormingsfase van drie weken, die opgesplitst kan worden.]3
1° ten minste twintig jaar anciënniteit als officier heeft;
2° geslaagd is voor de beroepsproeven bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de wet;
§ 2. Om deel te nemen aan de beroepsproeven moet de reserveofficier :
1° geslaagd zijn in de ingangstest voorafgaand aan de vormingsfase hernomen in de bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven;
2° [3 voorafgaand aan de vormingsfase hernomen in de bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven, het bewijs leveren van een voldoende werkbare kennis van het Engels, zoals bedoeld in artikel 58quater;]3]1
[3 3° de bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven volbracht hebben, die het bijwonen van een vormingscyclus omvatten, die bestaat uit het volgen van een informatiefase, het doorlopen van een zelfstudiefase van ten minste vier en maximum acht maanden en het slagen in een vormingsfase van drie weken, die opgesplitst kan worden.]3
Art. 58 DROIT FUTUR. [1 § 1er. Nul officier de réserve [2 du niveau A]2, à l'exception de l'officier de réserve du recrutement spécial latéral, ne peut être nommé au grade de major s'il n'a pas :
1° au moins vingt ans d'ancienneté comme officier;
2° réussi les épreuves professionnelles visées à l'article 60, alinéa 1er, de la loi;
§ 2. Pour participer aux épreuves professionnelles l'officier de réserve doit avoir :
1° réussi le test d'entrée préalable à la phase de formation reprise dans les prestations d'avancement en préparation aux épreuves professionnelles;
2° [3 préalablement à la phase de formation reprise dans les prestations d'avancement en préparation aux épreuves professionnelles, fourni la preuve d'une connaissance pratique suffisante de l'anglais comme visé à l'article 58quater;]3]1
[3 3° effectué les prestations d'avancement en préparation aux épreuves professionnelles, qui comprennent un cycle de formation, qui consiste à suivre une phase d'information, à parcourir une phase d'étude personnelle de minimum quatre et maximum huit mois et à réussir une phase de formation de trois semaines, qui peut être scindée.]3
1° au moins vingt ans d'ancienneté comme officier;
2° réussi les épreuves professionnelles visées à l'article 60, alinéa 1er, de la loi;
§ 2. Pour participer aux épreuves professionnelles l'officier de réserve doit avoir :
1° réussi le test d'entrée préalable à la phase de formation reprise dans les prestations d'avancement en préparation aux épreuves professionnelles;
2° [3 préalablement à la phase de formation reprise dans les prestations d'avancement en préparation aux épreuves professionnelles, fourni la preuve d'une connaissance pratique suffisante de l'anglais comme visé à l'article 58quater;]3]1
[3 3° effectué les prestations d'avancement en préparation aux épreuves professionnelles, qui comprennent un cycle de formation, qui consiste à suivre une phase d'information, à parcourir une phase d'étude personnelle de minimum quatre et maximum huit mois et à réussir une phase de formation de trois semaines, qui peut être scindée.]3
Art. 58bis. [1 § 1. Geen reserveofficier kan in de graad van luitenant-kolonel of kolonel worden benoemd, indien hij niet :
1° ten minste vijf jaar anciënniteit heeft in de onmiddellijk lagere graad;
2° geslaagd is voor de beroepsproeven bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de wet.
§ 2. Om deel te nemen aan de beroepsproeven moet de reserveofficier :
1° geslaagd zijn in de ingangstest voorafgaand aan de vormingsfase hernomen in de bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven;
2° voorafgaand aan de vormingsfase hernomen in de bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven, het bewijs leveren van een voldoende werkbare kennis van het Engels, zoals bedoeld in artikel 58quater ;
3° de bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven volbracht hebben, [2 die het bijwonen van een vormingscyclus omvatten, die bestaat]2 uit het volgen van een informatiefase, het doorlopen van een zelfstudiefase van ten minste vier en ten hoogste acht maanden en het slagen in een vormingsfase van drie weken, die opgesplitst kan worden.]1
1° ten minste vijf jaar anciënniteit heeft in de onmiddellijk lagere graad;
2° geslaagd is voor de beroepsproeven bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de wet.
§ 2. Om deel te nemen aan de beroepsproeven moet de reserveofficier :
1° geslaagd zijn in de ingangstest voorafgaand aan de vormingsfase hernomen in de bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven;
2° voorafgaand aan de vormingsfase hernomen in de bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven, het bewijs leveren van een voldoende werkbare kennis van het Engels, zoals bedoeld in artikel 58quater ;
3° de bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven volbracht hebben, [2 die het bijwonen van een vormingscyclus omvatten, die bestaat]2 uit het volgen van een informatiefase, het doorlopen van een zelfstudiefase van ten minste vier en ten hoogste acht maanden en het slagen in een vormingsfase van drie weken, die opgesplitst kan worden.]1
Art. 58bis. [1 § 1er. Nul officier de réserve ne peut être nommé au grade de lieutenant-colonel ou de colonel, s'il n'a pas :
1° au moins cinq ans d'ancienneté dans le grade immédiatement inférieur;
2° réussi les épreuves professionnelles visées à l'article 60, alinéa 1er, de la loi.
§ 2. Pour participer aux épreuves professionnelles l'officier de réserve doit avoir :
1° réussi le test d'entrée préalable à la phase de formation reprise dans les prestations d'avancement en préparation aux épreuves professionnelles;
2° préalablement à la phase de formation reprise dans les prestations d'avancement en préparation aux épreuves professionnelles, fourni la preuve d'une connaissance pratique suffisante de l'anglais comme visé à l'article 58quater ;
3° effectué les prestations d'avancement en préparation aux épreuves professionnelles, [2 qui comprennent un cycle de formation, qui consiste]2 à suivre une phase d'information, à parcourir une phase d'étude personnelle de minimum quatre et maximum huit mois et à réussir une phase de formation de trois semaines, qui peut être scindée.]1
1° au moins cinq ans d'ancienneté dans le grade immédiatement inférieur;
2° réussi les épreuves professionnelles visées à l'article 60, alinéa 1er, de la loi.
§ 2. Pour participer aux épreuves professionnelles l'officier de réserve doit avoir :
1° réussi le test d'entrée préalable à la phase de formation reprise dans les prestations d'avancement en préparation aux épreuves professionnelles;
2° préalablement à la phase de formation reprise dans les prestations d'avancement en préparation aux épreuves professionnelles, fourni la preuve d'une connaissance pratique suffisante de l'anglais comme visé à l'article 58quater ;
3° effectué les prestations d'avancement en préparation aux épreuves professionnelles, [2 qui comprennent un cycle de formation, qui consiste]2 à suivre une phase d'information, à parcourir une phase d'étude personnelle de minimum quatre et maximum huit mois et à réussir une phase de formation de trois semaines, qui peut être scindée.]1
Art. 58ter. [1 § 1. Geen reserveofficier kan in een opperofficiersgraad worden benoemd, indien hij niet :
1° ten minste vijf jaar anciënniteit heeft in de onmiddellijk lagere graad;
2° geslaagd is voor de beroepsproeven bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de wet.
§ 2. Om deel te nemen aan de beroepsproeven moet de reserveofficier :
1° voorafgaand aan de vormingsfase hernomen in de bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven, het bewijs leveren van een voldoende werkbare kennis van het Engels, zoals bedoeld in artikel 58quater ;
2° de bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven volbracht hebben, die bestaan uit het volgen van een informatiedag en het slagen in een vormingsfase van ten minste acht weken, die opgesplitst kan worden.]1
1° ten minste vijf jaar anciënniteit heeft in de onmiddellijk lagere graad;
2° geslaagd is voor de beroepsproeven bedoeld in artikel 60, eerste lid, van de wet.
§ 2. Om deel te nemen aan de beroepsproeven moet de reserveofficier :
1° voorafgaand aan de vormingsfase hernomen in de bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven, het bewijs leveren van een voldoende werkbare kennis van het Engels, zoals bedoeld in artikel 58quater ;
2° de bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven volbracht hebben, die bestaan uit het volgen van een informatiedag en het slagen in een vormingsfase van ten minste acht weken, die opgesplitst kan worden.]1
Art. 58ter. [1 § 1er Nul officier de réserve ne peut être nommé à un grade d'officier général, s'il n'a pas :
1° au moins cinq ans d'ancienneté dans le grade immédiatement inférieur;
2° réussi les épreuves professionnelles visées à l'article 60, alinéa 1er, de la loi.
§ 2. Pour participer aux épreuves professionnelles l'officier de réserve doit avoir :
1° préalablement à la phase de formation reprise dans les prestations d'avancement en préparation aux épreuves professionnelles, fourni la preuve d'une connaissance pratique suffisante de l'anglais comme visé à l'article 58quater ;
2° effectué les prestations d'avancement en préparation aux épreuves professionnelles, qui consistent à suivre une journée d'information et à réussir une phase de formation de minimum huit semaines, qui peut être scindée.]1
1° au moins cinq ans d'ancienneté dans le grade immédiatement inférieur;
2° réussi les épreuves professionnelles visées à l'article 60, alinéa 1er, de la loi.
§ 2. Pour participer aux épreuves professionnelles l'officier de réserve doit avoir :
1° préalablement à la phase de formation reprise dans les prestations d'avancement en préparation aux épreuves professionnelles, fourni la preuve d'une connaissance pratique suffisante de l'anglais comme visé à l'article 58quater ;
2° effectué les prestations d'avancement en préparation aux épreuves professionnelles, qui consistent à suivre une journée d'information et à réussir une phase de formation de minimum huit semaines, qui peut être scindée.]1
Art. 58quater. [1 Levert het bewijs van een voldoende werkbare kennis van het Engels, de reserveofficier [2 die geslaagd is]2 voor een test die [4 wordt georganiseerd door een organisme erkend door de DGHR]4. De taalcompetentie, die minstens het niveau 2222 moet bereiken van de eisen inzake taalcompetentie bedoeld in de standardization agreement (STANAG) 6001 van de NAVO, wordt bepaald in bijlage A bij dit besluit.
Reserveofficieren afkomstig uit het kader van de beroepsofficieren zijn vrijgesteld van de test betreffende de kennis van het Engels bedoeld in de [4 artikelen 58, 58bis]4 en 58ter als ze eraan voldaan hebben als beroepsofficier.
[4 ...]4]1
Reserveofficieren afkomstig uit het kader van de beroepsofficieren zijn vrijgesteld van de test betreffende de kennis van het Engels bedoeld in de [4 artikelen 58, 58bis]4 en 58ter als ze eraan voldaan hebben als beroepsofficier.
[4 ...]4]1
Art. 58quater. [1 Fournit la preuve d'une connaissance pratique suffisante de l'anglais, l'officier de réserve [2 qui a réussi]2 à [4 un test organisé par un organisme reconnu par le DGHR]4. La compétence linguistique, qui doit atteindre au moins le niveau 2222 des exigences en matière de compétence linguistique visée au standardization agreement (STANAG) 6001 de l'OTAN, est fixée en annexe A au présent arrêté.
Les officiers de réserve issus du cadre des officiers de carrière sont dispensés du test de connaissance de l'anglais visé aux [4 articles 58, 58bis]4 et 58ter, s'ils y ont satisfait en tant qu'officier de carrière.
[4 ...]4.]1
Les officiers de réserve issus du cadre des officiers de carrière sont dispensés du test de connaissance de l'anglais visé aux [4 articles 58, 58bis]4 et 58ter, s'ils y ont satisfait en tant qu'officier de carrière.
[4 ...]4.]1
Onderafdeling III. - De reserveonderofficieren.
Sous-section III. - Des sous-officiers de réserve.
Art.59. [1 De reserveonderofficieren van niveau C kunnen slechts tot de hogere graad worden bevorderd nadat de beroepsonderofficieren van niveau C van hun vakrichting die in de graad van sergeant dezelfde anciënniteit hebben als zij en die inzake bevordering een normale loopbaan hebben gehad, tot deze graad zijn bevorderd.
De reserveonderofficieren van niveau B kunnen slechts tot de hogere graad worden bevorderd nadat de beroepsonderofficieren van niveau B van hun vakrichting die in de graad van eerste sergeant-majoor dezelfde anciënniteit hebben als zij en die inzake bevordering een normale loopbaan hebben gehad, tot deze graad zijn bevorderd.]1
De reserveonderofficieren van niveau B kunnen slechts tot de hogere graad worden bevorderd nadat de beroepsonderofficieren van niveau B van hun vakrichting die in de graad van eerste sergeant-majoor dezelfde anciënniteit hebben als zij en die inzake bevordering een normale loopbaan hebben gehad, tot deze graad zijn bevorderd.]1
Art.59. [1 Les sous-officiers de réserve du niveau C ne peuvent être promus au grade supérieur qu'après la promotion à ce grade des sous-officiers de carrière du niveau C de leur filière de métiers de même ancienneté qu'eux dans le grade de sergent, et qui ont eu au point de vue de l'avancement une carrière normale.".
Les sous-officiers de réserve du niveau B ne peuvent être promus au grade supérieur qu'après la promotion à ce grade des sous-officiers de carrière du niveau B de leur filière de métiers de même ancienneté qu'eux dans le grade de premier sergent-major, et qui ont eu au point de vue de l'avancement une carrière normale.]1
Les sous-officiers de réserve du niveau B ne peuvent être promus au grade supérieur qu'après la promotion à ce grade des sous-officiers de carrière du niveau B de leur filière de métiers de même ancienneté qu'eux dans le grade de premier sergent-major, et qui ont eu au point de vue de l'avancement une carrière normale.]1
Wijzigingen
Art.60. [1 § 1. Om binnen het reservekader tot eerste sergeant-majoor te kunnen worden bevorderd, moet de reserveonderofficier van niveau C slagen voor de beroepsproeven bedoeld in artikel 61, eerste lid, 2°, van de wet. Het programma van deze proeven en de nadere regels worden bepaald in een reglement.
Om binnen het reservekader tot adjudant te kunnen worden bevorderd, moet de reserveonderofficier van niveau B slagen voor de beroepsproeven bedoeld in artikel 61bis, eerste lid, van de wet. Het programma van deze proeven en de nadere regels worden bepaald in een reglement.
Om binnen het reservekader tot adjudant-chef te kunnen worden bevorderd, moet de reserveonderofficier van niveau C slagen voor de beroepsproeven bedoeld in artikel 62, eerste lid, van de wet. Het programma van deze proeven en de nadere regels worden bepaald in een reglement.
Om binnen het reservekader tot adjudant-chef te kunnen worden bevorderd, moet de reserveonderofficier van niveau B de bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven bedoeld in artikel 62, tweede lid, van de wet op regelmatige wijze volbracht hebben. Het programma van deze prestaties en de nadere regels worden bepaald in een reglement.
Om binnen het reservekader tot adjudant-majoor te kunnen worden bevorderd, moet de reserve-onderofficier van niveau B slagen voor de beroepsproeven bedoeld in artikel 62bis, eerste lid, van de wet. Het programma van deze proeven en de nadere regels worden bepaald in een reglement.
§ 2. De reserveonderofficier van niveau C gesproten uit het actief kader, die reeds geslaagd is voor het examen voor de overgang naar de graad van eerste sergeant-majoor in het beroepskader, is vrijgesteld van de voortgezette vorming en de proeven voor de overgang naar de graad van eerste sergeant-majoor van het reservekader.
De reserveonderofficier van niveau C, gesproten uit het actief kader, die reeds geslaagd is voor het kwalificatie-examen voor de graad van adjudant-chef in het beroepskader, is vrijgesteld van de voortgezette vorming en de proeven voor de overgang naar de graad van adjudant-chef van niveau C van het reservekader.
De reserveonderofficier van niveau B, gesproten uit het actief kader, die reeds geslaagd is in de voortgezette vorming voor de overgang naar de graad van adjudant-chef in het beroepskader, bedoeld in artikel 112, tweede lid, 1°, van de wet van 28 februari 2007 is vrijgesteld van de voortgezette vorming voor de overgang naar de graad van adjudant-chef van niveau B van het reservekader.
De reserveonderofficier van niveau B, gesproten uit het actief kader, die reeds geslaagd is in het kwalificatie-examen voor de graad van adjudant-chef in het beroepskader, bedoeld in artikel 139/2, derde lid, 2°, van de wet van 28 februari 2007 is vrijgesteld van de beroepsproeven bedoeld in artikel 64bis, § 1, tweede lid, 2°.
§ 3. De reserveonderofficier van niveau C gesproten uit het actief kader die in dit kader een definitieve mislukking heeft ondergaan in het examen voor de overgang naar de graad van eerste sergeant-majoor of het kwalificatie-examen voor de graad van adjudant-chef of die definitief verzaakt heeft aan deelname aan de voortgezette vorming, is niet meer gemachtigd om zich aan te bieden voor de voortgezette vorming voor de overgang naar deze graden in het reservekader.
De reserveonderofficier van niveau B gesproten uit het actief kader die in dit kader een definitieve mislukking heeft ondergaan voor de vervolmakingscursus in het kader van de voortgezette vorming voor de overgang naar de graad van adjudant-chef bedoeld in artikel 112, tweede lid, 1°, van de wet van 28 februari 2007 of die definitief verzaakt heeft aan deelname aan deze voortgezette vorming, is niet meer gemachtigd om zich aan te bieden voor de voortgezette vorming voor de overgang naar deze graad in het reservekader.
De reserveonderofficier van niveau B gesproten uit het actief kader die in dit kader een definitieve mislukking heeft ondergaan voor het kwalificatie-examen voor de graad van adjudant-chef bedoeld in artikel 139/2, derde lid, 2°, van de wet van 28 februari 2007 of die definitief verzaakt heeft aan deelname aan dit examen, is niet meer gemachtigd om zich aan te bieden voor de beroepsproeven bedoeld in artikel 64bis, § 1, tweede lid, 2°.]1
Om binnen het reservekader tot adjudant te kunnen worden bevorderd, moet de reserveonderofficier van niveau B slagen voor de beroepsproeven bedoeld in artikel 61bis, eerste lid, van de wet. Het programma van deze proeven en de nadere regels worden bepaald in een reglement.
Om binnen het reservekader tot adjudant-chef te kunnen worden bevorderd, moet de reserveonderofficier van niveau C slagen voor de beroepsproeven bedoeld in artikel 62, eerste lid, van de wet. Het programma van deze proeven en de nadere regels worden bepaald in een reglement.
Om binnen het reservekader tot adjudant-chef te kunnen worden bevorderd, moet de reserveonderofficier van niveau B de bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven bedoeld in artikel 62, tweede lid, van de wet op regelmatige wijze volbracht hebben. Het programma van deze prestaties en de nadere regels worden bepaald in een reglement.
Om binnen het reservekader tot adjudant-majoor te kunnen worden bevorderd, moet de reserve-onderofficier van niveau B slagen voor de beroepsproeven bedoeld in artikel 62bis, eerste lid, van de wet. Het programma van deze proeven en de nadere regels worden bepaald in een reglement.
§ 2. De reserveonderofficier van niveau C gesproten uit het actief kader, die reeds geslaagd is voor het examen voor de overgang naar de graad van eerste sergeant-majoor in het beroepskader, is vrijgesteld van de voortgezette vorming en de proeven voor de overgang naar de graad van eerste sergeant-majoor van het reservekader.
De reserveonderofficier van niveau C, gesproten uit het actief kader, die reeds geslaagd is voor het kwalificatie-examen voor de graad van adjudant-chef in het beroepskader, is vrijgesteld van de voortgezette vorming en de proeven voor de overgang naar de graad van adjudant-chef van niveau C van het reservekader.
De reserveonderofficier van niveau B, gesproten uit het actief kader, die reeds geslaagd is in de voortgezette vorming voor de overgang naar de graad van adjudant-chef in het beroepskader, bedoeld in artikel 112, tweede lid, 1°, van de wet van 28 februari 2007 is vrijgesteld van de voortgezette vorming voor de overgang naar de graad van adjudant-chef van niveau B van het reservekader.
De reserveonderofficier van niveau B, gesproten uit het actief kader, die reeds geslaagd is in het kwalificatie-examen voor de graad van adjudant-chef in het beroepskader, bedoeld in artikel 139/2, derde lid, 2°, van de wet van 28 februari 2007 is vrijgesteld van de beroepsproeven bedoeld in artikel 64bis, § 1, tweede lid, 2°.
§ 3. De reserveonderofficier van niveau C gesproten uit het actief kader die in dit kader een definitieve mislukking heeft ondergaan in het examen voor de overgang naar de graad van eerste sergeant-majoor of het kwalificatie-examen voor de graad van adjudant-chef of die definitief verzaakt heeft aan deelname aan de voortgezette vorming, is niet meer gemachtigd om zich aan te bieden voor de voortgezette vorming voor de overgang naar deze graden in het reservekader.
De reserveonderofficier van niveau B gesproten uit het actief kader die in dit kader een definitieve mislukking heeft ondergaan voor de vervolmakingscursus in het kader van de voortgezette vorming voor de overgang naar de graad van adjudant-chef bedoeld in artikel 112, tweede lid, 1°, van de wet van 28 februari 2007 of die definitief verzaakt heeft aan deelname aan deze voortgezette vorming, is niet meer gemachtigd om zich aan te bieden voor de voortgezette vorming voor de overgang naar deze graad in het reservekader.
De reserveonderofficier van niveau B gesproten uit het actief kader die in dit kader een definitieve mislukking heeft ondergaan voor het kwalificatie-examen voor de graad van adjudant-chef bedoeld in artikel 139/2, derde lid, 2°, van de wet van 28 februari 2007 of die definitief verzaakt heeft aan deelname aan dit examen, is niet meer gemachtigd om zich aan te bieden voor de beroepsproeven bedoeld in artikel 64bis, § 1, tweede lid, 2°.]1
Art.60. [1 § 1. Pour être nommé au grade de premier sergent-major dans le cadre de réserve, le sous-officier de réserve du niveau C doit réussir les épreuves professionnelles visées à l'article 61, alinéa 1er, 2°, de la loi. Le programme de ces épreuves et les modalités sont fixés dans un règlement.
Pour être nommé au grade d'adjudant dans le cadre de réserve, le sous-officier de réserve du niveau B doit réussir les épreuves professionnelles visées à l'article 61bis, alinéa 1er, de la loi. Le programme de ces épreuves et les modalités sont fixés dans un règlement.
Pour être nommé au grade d'adjudant-chef dans le cadre de réserve, le sous-officier de réserve du niveau C doit réussir les épreuves professionnelles visées à l'article 62, alinéa 1er, de la loi. Le programme de ces épreuves et les modalités sont fixés dans un règlement.
Pour être nommé au grade d'adjudant-chef dans le cadre de réserve, le sous-officier de réserve du niveau B doit avoir régulièrement suivi les prestations d'avancement en préparation des épreuves professionnelles visées à l'article 62, alinéa 2, de la loi. Le programme de ces prestations et les modalités sont fixés dans un règlement.
Pour être nommé au grade d'adjudant-major dans le cadre de réserve, le sous-officier de réserve du niveau B doit réussir les épreuves professionnelles visées à l'article 62bis, alinéa 1er, de la loi. Le programme de ces épreuves et les modalités sont fixés dans un règlement.
§ 2. Le sous-officier de réserve du niveau C issu du cadre actif, qui a déjà réussi l'examen pour l'accession au grade de premier sergent-major dans le cadre de carrière, est dispensé de la formation continuée et des épreuves pour l'accession au grade de premier sergent-major du cadre de réserve.
Le sous-officier de réserve du niveau C issu du cadre actif, qui a déjà réussi l'examen de qualification au grade d'adjudant-chef dans le cadre de carrière, est dispensé de la formation continuée et des épreuves pour l'accession au grade d'adjudant-chef du niveau C du cadre de réserve.
Le sous-officier de réserve du niveau B issu du cadre actif, qui a déjà réussi la formation continuée pour l'accession au grade d'adjudant-chef dans le cadre de carrière, visée à l'article 112, alinéa 2, 1°, de la loi du 28 février 2007, est dispensé de la formation continuée pour l'accession au grade d'adjudant-chef du niveau B du cadre de réserve.
Le sous-officier de réserve du niveau B issu du cadre actif, qui a déjà réussi l'examen de qualification au grade d'adjudant-chef dans le cadre de carrière, visé à l'article 139/2, alinéa 3, 2°, de la loi du 28 février 2007, est dispensé des épreuves professionnelles visées à [2 l'article 64bis, § 1er, alinéa 2, 2°]2.
§ 3. Le sous-officier de réserve du niveau C issu du cadre actif qui, dans ce cadre, a encouru un échec définitif aux épreuves pour l'accession au grade de premier sergent-major ou à l'examen de qualification au grade d'adjudant-chef ou qui a renoncé définitivement à présenter la formation continuée, n'est plus autorisé à se présenter à la formation continuée pour l'accession à ces grades dans le cadre de réserve.
Le sous-officier de réserve du niveau B issu du cadre actif qui, dans ce cadre, a encouru un échec définitif au cours de perfectionnement dans le cadre de la formation continuée pour l'accession au grade d'adjudant-chef visée à l'article 112, alinéa 2, 1°, de la loi du 28 février 2007, ou qui a renoncé définitivement à présenter la formation continuée, n'est plus autorisé à se présenter à la formation continuée pour l'accession à ce grade dans le cadre de réserve.
Le sous-officier de réserve du niveau B issu du cadre actif qui, dans ce cadre, a encouru un échec définitif à l'examen de qualification au grade d'adjudant-chef visé à l'article 139/2, alinéa 3, 2°, de la loi du 28 février 2007, ou qui a renoncé définitivement à présenter l'examen, n'est plus autorisé à se présenter aux épreuves professionnelles visées à [2 l'article 64bis, § 1er, alinéa 2, 2°]2.]1
Pour être nommé au grade d'adjudant dans le cadre de réserve, le sous-officier de réserve du niveau B doit réussir les épreuves professionnelles visées à l'article 61bis, alinéa 1er, de la loi. Le programme de ces épreuves et les modalités sont fixés dans un règlement.
Pour être nommé au grade d'adjudant-chef dans le cadre de réserve, le sous-officier de réserve du niveau C doit réussir les épreuves professionnelles visées à l'article 62, alinéa 1er, de la loi. Le programme de ces épreuves et les modalités sont fixés dans un règlement.
Pour être nommé au grade d'adjudant-chef dans le cadre de réserve, le sous-officier de réserve du niveau B doit avoir régulièrement suivi les prestations d'avancement en préparation des épreuves professionnelles visées à l'article 62, alinéa 2, de la loi. Le programme de ces prestations et les modalités sont fixés dans un règlement.
Pour être nommé au grade d'adjudant-major dans le cadre de réserve, le sous-officier de réserve du niveau B doit réussir les épreuves professionnelles visées à l'article 62bis, alinéa 1er, de la loi. Le programme de ces épreuves et les modalités sont fixés dans un règlement.
§ 2. Le sous-officier de réserve du niveau C issu du cadre actif, qui a déjà réussi l'examen pour l'accession au grade de premier sergent-major dans le cadre de carrière, est dispensé de la formation continuée et des épreuves pour l'accession au grade de premier sergent-major du cadre de réserve.
Le sous-officier de réserve du niveau C issu du cadre actif, qui a déjà réussi l'examen de qualification au grade d'adjudant-chef dans le cadre de carrière, est dispensé de la formation continuée et des épreuves pour l'accession au grade d'adjudant-chef du niveau C du cadre de réserve.
Le sous-officier de réserve du niveau B issu du cadre actif, qui a déjà réussi la formation continuée pour l'accession au grade d'adjudant-chef dans le cadre de carrière, visée à l'article 112, alinéa 2, 1°, de la loi du 28 février 2007, est dispensé de la formation continuée pour l'accession au grade d'adjudant-chef du niveau B du cadre de réserve.
Le sous-officier de réserve du niveau B issu du cadre actif, qui a déjà réussi l'examen de qualification au grade d'adjudant-chef dans le cadre de carrière, visé à l'article 139/2, alinéa 3, 2°, de la loi du 28 février 2007, est dispensé des épreuves professionnelles visées à [2 l'article 64bis, § 1er, alinéa 2, 2°]2.
§ 3. Le sous-officier de réserve du niveau C issu du cadre actif qui, dans ce cadre, a encouru un échec définitif aux épreuves pour l'accession au grade de premier sergent-major ou à l'examen de qualification au grade d'adjudant-chef ou qui a renoncé définitivement à présenter la formation continuée, n'est plus autorisé à se présenter à la formation continuée pour l'accession à ces grades dans le cadre de réserve.
Le sous-officier de réserve du niveau B issu du cadre actif qui, dans ce cadre, a encouru un échec définitif au cours de perfectionnement dans le cadre de la formation continuée pour l'accession au grade d'adjudant-chef visée à l'article 112, alinéa 2, 1°, de la loi du 28 février 2007, ou qui a renoncé définitivement à présenter la formation continuée, n'est plus autorisé à se présenter à la formation continuée pour l'accession à ce grade dans le cadre de réserve.
Le sous-officier de réserve du niveau B issu du cadre actif qui, dans ce cadre, a encouru un échec définitif à l'examen de qualification au grade d'adjudant-chef visé à l'article 139/2, alinéa 3, 2°, de la loi du 28 février 2007, ou qui a renoncé définitivement à présenter l'examen, n'est plus autorisé à se présenter aux épreuves professionnelles visées à [2 l'article 64bis, § 1er, alinéa 2, 2°]2.]1
Art.61. [1 De reserveonderofficier van niveau B of van niveau C die twee jaar na de normale datum waarop hij tot de hogere graad had kunnen worden bevorderd, naargelang het geval, de bevorderingsprestaties niet heeft verricht of de bevorderingsprestaties niet op regelmatige wijze heeft volbracht of niet geslaagd is voor de beroepsproeven welke voor de graad zijn vereist, wordt geacht voorgoed van bevordering te hebben afgezien.]1
De DGHR mag een langere termijn vaststellen ten behoeve van reserveonderofficieren die verblijf houden in het buitenland.
De DGHR mag een langere termijn vaststellen ten behoeve van reserveonderofficieren die verblijf houden in het buitenland.
Art.61. [1 Le sous-officier de réserve du niveau B ou du niveau C qui, deux ans après la date normale à laquelle il aurait pu être promu au grade supérieur, selon le cas, n'a pas effectué les prestations d'avancement ou n'a pas régulièrement suivi les prestations d'avancement ou n'a pas réussi les épreuves exigées pour ce grade est considéré comme ayant renoncé définitivement à l'avancement.]1
Le DGHR peut fixer des délais plus longs en faveur des sous-officiers de réserve résidant à l'étranger.
Le DGHR peut fixer des délais plus longs en faveur des sous-officiers de réserve résidant à l'étranger.
Wijzigingen
Art.62. De reserveonderofficier die [1 uit het actief kader komt en die definitief verzaakt heeft aan bevordering]1 terwijl hij tot dit kader behoorde, neemt in het reservekader niet meer deel aan de bevordering.
Art.62. Le sous-officier de réserve [1 issu du cadre actif et définitivement renoncé à l'avancement]1 pendant qu'il appartenait à ce cadre ne participe plus à l'avancement dans le cadre de réserve.
Wijzigingen
Art.63. Om benoemd te worden tot de graad van [1 eerste sergeant]1, moet de reserveonderofficier [1 ...]1 [3 van niveau C]3 vijf jaar anciënniteit in de graad van sergeant bezitten.
[2 ...]2
[2 ...]2
[2 ...]2
[2 ...]2
[2 ...]2
[2 ...]2
Art.63. Pour être nommé au grade de [1 premier sergent]1, le sous-officier de réserve [1 ...]1 [3 du niveau C]3 doit avoir cinq ans d'ancienneté dans le grade de sergent.
[2 ...]2
[2 ...]2
[2 ...]2
[2 ...]2
[2 ...]2
[2 ...]2
Art. 63bis. [1 § 1. Om benoemd te worden tot de graad van eerste sergeant-majoor, [2 moet de reserveonderofficier van niveau C]2 :
1° zeven jaar anciënniteit bezitten in de graad van eerste sergeant;
2° slagen in de in artikel 61 van de wet bedoelde beroepsproeven.
§ 2. Om deel te nemen aan de beroepsproeven [2 moet de reserveonderofficier van niveau C]2 :
1° geslaagd zijn in de ingangstest voorafgaandelijk aan de bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven;
2° de bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven volbracht hebben, [2 die bestaan uit het bijwonen van een vormingscyclus, die wordt gevormd door]2 een theoretische vorming van vier al dan niet opeenvolgende weken, voorafgegaan door een informatiedag.]1
1° zeven jaar anciënniteit bezitten in de graad van eerste sergeant;
2° slagen in de in artikel 61 van de wet bedoelde beroepsproeven.
§ 2. Om deel te nemen aan de beroepsproeven [2 moet de reserveonderofficier van niveau C]2 :
1° geslaagd zijn in de ingangstest voorafgaandelijk aan de bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven;
2° de bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven volbracht hebben, [2 die bestaan uit het bijwonen van een vormingscyclus, die wordt gevormd door]2 een theoretische vorming van vier al dan niet opeenvolgende weken, voorafgegaan door een informatiedag.]1
Art. 63bis. [1 § 1er. Pour être nommé au grade de premier sergent-major, [2 le sous-officier de réserve du niveau C doit]2 avoir :
1° sept ans d'ancienneté dans le grade de premier sergent;
2° réussi les épreuves professionnelles visées à l'article 61 de la loi.
§ 2. Pour participer aux épreuves professionnelles [2 le sous-officier de réserve du niveau C doit]2 avoir :
1° réussi le test d'entrée préalable aux prestations d'avancement en préparation aux épreuves professionnelles;
2° effectué les prestations d'avancement en préparation aux épreuves professionnelles, [2 qui comprennent un cycle de formation, qui consiste]2 à suivre une phase de formation théorique de quatre semaines successives ou non, précédée d'une journée d'information.]1
1° sept ans d'ancienneté dans le grade de premier sergent;
2° réussi les épreuves professionnelles visées à l'article 61 de la loi.
§ 2. Pour participer aux épreuves professionnelles [2 le sous-officier de réserve du niveau C doit]2 avoir :
1° réussi le test d'entrée préalable aux prestations d'avancement en préparation aux épreuves professionnelles;
2° effectué les prestations d'avancement en préparation aux épreuves professionnelles, [2 qui comprennent un cycle de formation, qui consiste]2 à suivre une phase de formation théorique de quatre semaines successives ou non, précédée d'une journée d'information.]1
Art. 63ter. [1 De eerste sergeant die verzaakt aan bevordering of die niet heeft deelgenomen aan de beroepsproeven ten laatste negen jaar na zijn benoeming tot de graad van eerste sergeant, wordt benoemd in de graad van eerste sergeant-chef, zodra hij negen jaar anciënniteit in de graad van eerste sergeant heeft.]1
Art. 63ter. [1 Le premier sergent qui renonce à l'avancement ou qui n'a pas participé aux épreuves professionnelles au plus tard neuf ans après sa nomination au grade de premier sergent, est nommé au grade de premier sergent-chef, dès qu'il atteint neuf ans d'ancienneté dans le grade de premier sergent.]1
Art. 63quater. [1 § 1. Om benoemd te worden tot de graad van adjudant, moet de reserveonderofficier van niveau C zeven jaar anciënniteit bezitten in de graad van eerste sergeant-majoor.
Om benoemd te worden tot de graad van adjudant, moet de reserveonderofficier van niveau B:
1° zeven jaar anciënniteit bezitten in de graad van eerste sergeant-majoor;
2° slagen in de in artikel 61bis van de wet bedoelde beroepsproeven.
§ 2. Om deel te nemen aan de beroepsproeven moet de reserveonderofficier van niveau B:
1° geslaagd zijn in de ingangstest voorafgaandelijk aan de bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven;
2° de bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven volbracht hebben, die bestaan uit het bijwonen van een vormingscyclus, die wordt gevormd door een theoretische vorming van vier al dan niet opeenvolgende weken, voorafgegaan door een informatiedag.
De eerste sergeant-majoor van niveau B gesproten uit het actief kader die definitief mislukt is voor de beroepsproeven in het reservekader, komt niet langer in aanmerking voor bevordering in het reservekader.]1
Om benoemd te worden tot de graad van adjudant, moet de reserveonderofficier van niveau B:
1° zeven jaar anciënniteit bezitten in de graad van eerste sergeant-majoor;
2° slagen in de in artikel 61bis van de wet bedoelde beroepsproeven.
§ 2. Om deel te nemen aan de beroepsproeven moet de reserveonderofficier van niveau B:
1° geslaagd zijn in de ingangstest voorafgaandelijk aan de bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven;
2° de bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven volbracht hebben, die bestaan uit het bijwonen van een vormingscyclus, die wordt gevormd door een theoretische vorming van vier al dan niet opeenvolgende weken, voorafgegaan door een informatiedag.
De eerste sergeant-majoor van niveau B gesproten uit het actief kader die definitief mislukt is voor de beroepsproeven in het reservekader, komt niet langer in aanmerking voor bevordering in het reservekader.]1
Art. 63quater. [1 § 1er. Pour être nommé au grade d'adjudant, le sous-officier de réserve du niveau C doit avoir sept ans d'ancienneté dans le grade de premier sergent-major.
Pour être nommé au grade d'adjudant, le sous-officier de réserve du niveau B doit avoir:
1° sept ans d'ancienneté dans le grade de premier sergent-major;
2° réussi les épreuves professionnelles visées à l'article 61bis de la loi.
§ 2. Pour participer aux épreuves professionnelles le sous-officier de réserve du niveau B doit avoir:
1° réussi le test d'entrée préalable aux prestations d'avancement en préparation aux épreuves professionnelles;
2° effectué les prestations d'avancement en préparation aux épreuves professionnelles, qui comprennent un cycle de formation, qui consiste à suivre une phase de formation théorique de quatre semaines successives ou non, précédée d'une journée d'information.
Le premier sergent-major du niveau B issu du cadre actif, qui a définitivement échoué aux épreuves professionnelles dans le cadre de réserve, ne participe plus à l'avancement dans le cadre de réserve.]1
Pour être nommé au grade d'adjudant, le sous-officier de réserve du niveau B doit avoir:
1° sept ans d'ancienneté dans le grade de premier sergent-major;
2° réussi les épreuves professionnelles visées à l'article 61bis de la loi.
§ 2. Pour participer aux épreuves professionnelles le sous-officier de réserve du niveau B doit avoir:
1° réussi le test d'entrée préalable aux prestations d'avancement en préparation aux épreuves professionnelles;
2° effectué les prestations d'avancement en préparation aux épreuves professionnelles, qui comprennent un cycle de formation, qui consiste à suivre une phase de formation théorique de quatre semaines successives ou non, précédée d'une journée d'information.
Le premier sergent-major du niveau B issu du cadre actif, qui a définitivement échoué aux épreuves professionnelles dans le cadre de réserve, ne participe plus à l'avancement dans le cadre de réserve.]1
Wijzigingen
Art.64. [1 § 1. Om in aanmerking te kunnen komen voor de benoeming tot de graad van adjudant-chef moet de reserveonderofficier:
1° zeven jaar anciënniteit in de graad van adjudant bezitten;
2° van niveau C, slagen in de beroepsproeven bedoeld in artikel 62, eerste lid van de wet;
3° van niveau B, de bevorderingsprestaties bedoeld in artikel 62, tweede lid van de wet op regelmatige wijze volbracht hebben.
§ 2. Om deel te nemen aan de beroepsproeven moet de reserveonderofficier van niveau C:
1° geslaagd zijn in de ingangstest voorafgaandelijk aan de bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven;
2° de bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven, volbracht hebben, die bestaan uit het bijwonen van een vormingscyclus, die wordt gevormd door een theoretische vorming van vier al dan niet opeenvolgende weken, voorafgegaan door een informatiedag.
§ 3. Om deel te nemen aan de bevorderingsprestaties bedoeld in paragraaf 1, 3°, moet de reserveonderofficier van niveau B geslaagd zijn in de ingangstest voorafgaandelijk aan de bevorderingsprestaties bedoeld in paragraaf 2, 1°.]1
1° zeven jaar anciënniteit in de graad van adjudant bezitten;
2° van niveau C, slagen in de beroepsproeven bedoeld in artikel 62, eerste lid van de wet;
3° van niveau B, de bevorderingsprestaties bedoeld in artikel 62, tweede lid van de wet op regelmatige wijze volbracht hebben.
§ 2. Om deel te nemen aan de beroepsproeven moet de reserveonderofficier van niveau C:
1° geslaagd zijn in de ingangstest voorafgaandelijk aan de bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven;
2° de bevorderingsprestaties ter voorbereiding van de beroepsproeven, volbracht hebben, die bestaan uit het bijwonen van een vormingscyclus, die wordt gevormd door een theoretische vorming van vier al dan niet opeenvolgende weken, voorafgegaan door een informatiedag.
§ 3. Om deel te nemen aan de bevorderingsprestaties bedoeld in paragraaf 1, 3°, moet de reserveonderofficier van niveau B geslaagd zijn in de ingangstest voorafgaandelijk aan de bevorderingsprestaties bedoeld in paragraaf 2, 1°.]1
Art.64. [1 § 1er. Pour être nommé au grade d'adjudant-chef, le sous-officier de réserve:
1° doit avoir sept ans d'ancienneté dans le grade d'adjudant;
2° du niveau C, doit avoir réussi les épreuves professionnelles visées à l'article 62, alinéa 1er, de la loi;
3° du niveau B, doit avoir régulièrement suivi les prestations d'avancement visées à l'article 62, alinéa 2, de la loi.
§ 2. Pour participer aux épreuves professionnelles le sous-officier de réserve du niveau C doit avoir:
1° réussi le test d'entrée préalable aux prestations d'avancement en préparation aux épreuves professionnelles;
2° effectué les prestations d'avancement en préparation aux épreuves professionnelles, qui comprennent un cycle de formation, qui consiste à suivre une phase de formation théorique de quatre semaines successives ou non, précédée d'une journée d'information.
§ 3. Pour participer aux épreuves professionnelles visées au paragraphe 1er, 3°, le sous-officier de réserve du niveau B doit avoir réussi le test d'entrée préalable aux prestations d'avancement visé au paragraphe 2, 1°.]1
1° doit avoir sept ans d'ancienneté dans le grade d'adjudant;
2° du niveau C, doit avoir réussi les épreuves professionnelles visées à l'article 62, alinéa 1er, de la loi;
3° du niveau B, doit avoir régulièrement suivi les prestations d'avancement visées à l'article 62, alinéa 2, de la loi.
§ 2. Pour participer aux épreuves professionnelles le sous-officier de réserve du niveau C doit avoir:
1° réussi le test d'entrée préalable aux prestations d'avancement en préparation aux épreuves professionnelles;
2° effectué les prestations d'avancement en préparation aux épreuves professionnelles, qui comprennent un cycle de formation, qui consiste à suivre une phase de formation théorique de quatre semaines successives ou non, précédée d'une journée d'information.
§ 3. Pour participer aux épreuves professionnelles visées au paragraphe 1er, 3°, le sous-officier de réserve du niveau B doit avoir réussi le test d'entrée préalable aux prestations d'avancement visé au paragraphe 2, 1°.]1
Wijzigingen
Art. 64bis. [1 § 1. Om in aanmerking te kunnen komen voor de benoeming tot de graad van adjudant-majoor moet de reserveonderofficier van niveau C vijf jaar anciënniteit in de graad van adjudant-chef bezitten.
Om in aanmerking te kunnen komen voor de benoeming tot de graad van adjudant-majoor, moet de reserveonderofficier van niveau B:
1° vijf jaar anciënniteit bezitten in de graad van adjudant-chef;
2° slagen in de in artikel 62bis, eerste lid, van de wet bedoelde beroepsproeven.
§ 2. Om deel te nemen aan de beroepsproeven moet de reserveonderofficier van niveau B de bevorderingsprestaties bedoeld in artikel 64, § 2, 2°, op regelmatige wijze volbracht hebben.]1
Om in aanmerking te kunnen komen voor de benoeming tot de graad van adjudant-majoor, moet de reserveonderofficier van niveau B:
1° vijf jaar anciënniteit bezitten in de graad van adjudant-chef;
2° slagen in de in artikel 62bis, eerste lid, van de wet bedoelde beroepsproeven.
§ 2. Om deel te nemen aan de beroepsproeven moet de reserveonderofficier van niveau B de bevorderingsprestaties bedoeld in artikel 64, § 2, 2°, op regelmatige wijze volbracht hebben.]1
Art. 64bis. [1 § 1er. Pour pouvoir être pris en considération pour la nomination au grade d'adjudant-major, le sous-officier de réserve du niveau C doit avoir cinq ans d'ancienneté dans le grade d'adjudant-chef.
Pour pouvoir être pris en considération pour la nomination au grade d'adjudant-major, le sous-officier de réserve du niveau B doit avoir:
1° cinq ans d'ancienneté dans le grade d'adjudant-chef;
2° réussi les épreuves professionnelles visées à l'article 62bis, alinéa 1er, de la loi.
§ 2. Pour participer aux épreuves professionnelles, le sous-officier de réserve du niveau B doit avoir régulièrement suivi les prestations d'avancement visées à l'article 64, § 2, 2°.]1
Pour pouvoir être pris en considération pour la nomination au grade d'adjudant-major, le sous-officier de réserve du niveau B doit avoir:
1° cinq ans d'ancienneté dans le grade d'adjudant-chef;
2° réussi les épreuves professionnelles visées à l'article 62bis, alinéa 1er, de la loi.
§ 2. Pour participer aux épreuves professionnelles, le sous-officier de réserve du niveau B doit avoir régulièrement suivi les prestations d'avancement visées à l'article 64, § 2, 2°.]1
Wijzigingen
Onderafdeling IV. - De reservevrijwilligers.
Sous-section IV. - Des volontaires de réserve.
Art.65. De reservevrijwilligers kunnen eerst tot de hogere graad worden bevorderd nadat de beroepsvrijwilligers die in de graad van eerste soldaat dezelfde anciënniteit hebben als zij en die inzake bevordering een normale loopbaan hebben gehad, tot deze graad zijn bevorderd.
Art.65. Les volontaires de réserve ne peuvent être promus au grade supérieur qu'après la promotion à ce grade des volontaires de carrière de la même ancienneté qu'eux dans le grade de premier soldat, et qui ont effectué au point de vue de l'avancement une carriere normale.
Art.66. Om benoemd te worden tot de graad van [1 korporaal]1 moet de reservevrijwilliger [1 ...]1, zeven jaar anciënniteit in de graad van eerste soldaat bezitten.
[2 ...]2
[2 ...]2
[2 ...]2
[2 ...]2
Art.66. Pour être nommé au grade de [1 caporal]1, le volontaire de réserve [1 ...]1, doit avoir sept ans d'ancienneté dans le grade de premier soldat.
[2 ...]2
[2 ...]2
[2 ...]2
[2 ...]2
Art. 66bis. [2 Om benoemd te worden tot de graad van korporaal-chef moet de reservevrijwilliger negen jaar anciënniteit bezitten in de graad van korporaal.]2
Art. 66bis. [2 Pour être nommé au grade de caporal-chef, le volontaire de réserve doit avoir neuf ans d'ancienneté dans le grade de caporal.]2
Art. 66ter. [1 Om benoemd te worden tot de graad van eerste korporaal-chef moet de reservevrijwilliger negen jaar anciënniteit in de graad van korporaal-chef bezitten.]1
Art. 66ter. [1 Pour être nommé au grade de premier caporal chef, le volontaire de réserve doit avoir neuf ans d'ancienneté dans le grade de caporal chef.]1
Onderafdeling IVbis. [1 - Gemeenschappelijke bepalingen inzake de voortgezette vorming]1
Sous-section IVbis. [1 - Dispositions communes relatives à la formation continuée]1
Art. 66quinquies. [1 De reservemilitair die aan de voorwaarden voldoet, wordt door zijn eenheid geïnformeerd van het feit dat hij in aanmerking komt voor het volgen van een voortgezette vorming. Binnen een termijn van dertig werkdagen volgend op de ontvangst van die informatie moet de reservemilitair schriftelijk te kennen geven dat hij kandidaat is om deel te nemen aan de voortgezette vorming. Zoniet wordt hij beschouwd als verzakend om aan deze vorming deel te nemen.
De aanvraag tot deelname wordt voor advies voorgelegd aan de korpscommandant van de reservemilitair en overgemaakt aan de DGHR of de door hem aangewezen overheid voor beslissing.
Een negatief advies van de korpscommandant wordt betekend aan de reservemilitair. Deze beschikt over een termijn van tien werkdagen volgend op de betekening om een verweerschrift in te dienen. Deze termijn bedraagt dertig werkdagen indien de reservemilitair in het buitenland verblijft.]1
De aanvraag tot deelname wordt voor advies voorgelegd aan de korpscommandant van de reservemilitair en overgemaakt aan de DGHR of de door hem aangewezen overheid voor beslissing.
Een negatief advies van de korpscommandant wordt betekend aan de reservemilitair. Deze beschikt over een termijn van tien werkdagen volgend op de betekening om een verweerschrift in te dienen. Deze termijn bedraagt dertig werkdagen indien de reservemilitair in het buitenland verblijft.]1
Art. 66quinquies. [1 Le militaire de réserve qui satisfait aux conditions, est informé par son unité du fait qu'il entre en ligne de compte pour suivre une formation continuée. Dans un délai de trente jours ouvrables suivant la réception de cette information, le militaire de réserve doit notifier par écrit qu'il est candidat pour participer à la formation continuée. Sinon, il est considéré comme renonçant à participer à cette formation.
La demande de participation est soumise à l'avis du chef de corps du militaire de réserve et transmise au DGHR ou à l'autorité qu'il désigne pour décision.
Un avis négatif du chef de corps est notifié au militaire de réserve. Celui-ci dispose d'un délai de dix jours ouvrables suivant la notification pour introduire un mémoire. Ce délai est de trente jours ouvrables si le militaire de réserve réside à l'étranger.]1
La demande de participation est soumise à l'avis du chef de corps du militaire de réserve et transmise au DGHR ou à l'autorité qu'il désigne pour décision.
Un avis négatif du chef de corps est notifié au militaire de réserve. Celui-ci dispose d'un délai de dix jours ouvrables suivant la notification pour introduire un mémoire. Ce délai est de trente jours ouvrables si le militaire de réserve réside à l'étranger.]1
Art. 66sexies. [1 De reservemilitair die niet slaagt in de ingangstest bedoeld in de artikelen 57bis, § 2, 1°, 58, § 2, 1°, 58bis, § 2, 1°, 63bis, § 2, 1°, [2 63quater, § 2, eerste lid, 1°, en 64, § 2, 1°, en § 3,]2 mag niet deelnemen aan de voortgezette vorming. Om te slagen moet de reservemilitair minstens de helft van de punten behalen.
De reservemilitair die niet slaagt of die niet deelneemt aan de test, kan zich, na verloop van zes maanden, voor een volgende sessie inschrijven.]1
De reservemilitair die niet slaagt of die niet deelneemt aan de test, kan zich, na verloop van zes maanden, voor een volgende sessie inschrijven.]1
Art. 66sexies. [1 Le militaire de réserve qui ne réussi pas le test d'entrée visé aux articles 57bis, § 2, 1°, 58, § 2, 1°, 58bis, § 2, 1°, 63bis, § 2, 1°, [2 63quater, § 2, alinéa 1er, 1°, et 64, § 2, 1°, et § 3,]2 ne peut pas participer à la formation continuée. Pour réussir, le militaire de réserve doit obtenir au moins la moitié des points.
Le militaire de réserve qui échoue ou qui ne participe pas au test peut, après un délai de six mois, s'inscrire pour une session suivante.]1
Le militaire de réserve qui échoue ou qui ne participe pas au test peut, après un délai de six mois, s'inscrire pour une session suivante.]1
Art. 66septies. [1 Indien nodig, stelt de commandant van het vormingsorganisme waar de reservemilitair zijn vorming volgt, een deliberatie-commissie samen, die verantwoordelijk is voor de evaluatie van de reservemilitair na de vormingscyclus, bedoeld in de artikelen 57bis, § 2, 2°, 58, § 2, 3°, 58bis, § 2, 3°, 63bis, § 2, 2°, 63quater, § 2, eerste lid, 2°, en 64, § 2, 2°.
De nadere regels betreffende de vormingscycli van de voortgezette vorming worden nader bepaald in een reglement.
De leden van de deliberatiecommissie moeten de grondige kennis bezitten van de taal waarin de reservemilitair de vorming volgt.
De voorzitter van de deliberatiecommissie moet bekleed zijn met een hogere graad, of moet meer anciënniteit in dezelfde graad hebben, dan deze van de beoordeelde reservemilitair.
De reservemilitair die de toestemming bekomt om de beroepsproeven opnieuw af te leggen, kan deze afleggen na de betekening van de beslissing van de deliberatiecommissie, tijdens een volgende examensessie, op de datum bepaald door de voorzitter van de betrokken examencommissie, overeenkomstig de bepalingen van toepassing op de militairen van het actief kader, zonder dat hem vooraf nog bijkomende cursussen worden gegeven. De vormingscyclus mag niet opnieuw worden gevolgd.
De reservemilitair die opnieuw niet slaagt voor de beroepsproeven of ze niet aflegt binnen de opgelegde termijn, wordt als definitief mislukt beschouwd. Voor dit herexamen kan geen uitstel worden verleend.
Indien de reservemilitair meerdere dagen afwezig is tijdens de vorming, en de vorming bijgevolg niet op regelmatige wijze volgt, kan de commandant van het vormingsorganisme waar de reservemilitair zijn voortgezette vorming volgt, een gemotiveerd voorstel overmaken aan de DGHR, om een beslissing te nemen, waarbij de betrokken reservemilitair al dan niet de vorming stopt, uitzonderlijk de vorming, geheel of gedeeltelijk, opnieuw mag aanvatten of verderzetten bij de eerstvolgende sessie.]1
De nadere regels betreffende de vormingscycli van de voortgezette vorming worden nader bepaald in een reglement.
De leden van de deliberatiecommissie moeten de grondige kennis bezitten van de taal waarin de reservemilitair de vorming volgt.
De voorzitter van de deliberatiecommissie moet bekleed zijn met een hogere graad, of moet meer anciënniteit in dezelfde graad hebben, dan deze van de beoordeelde reservemilitair.
De reservemilitair die de toestemming bekomt om de beroepsproeven opnieuw af te leggen, kan deze afleggen na de betekening van de beslissing van de deliberatiecommissie, tijdens een volgende examensessie, op de datum bepaald door de voorzitter van de betrokken examencommissie, overeenkomstig de bepalingen van toepassing op de militairen van het actief kader, zonder dat hem vooraf nog bijkomende cursussen worden gegeven. De vormingscyclus mag niet opnieuw worden gevolgd.
De reservemilitair die opnieuw niet slaagt voor de beroepsproeven of ze niet aflegt binnen de opgelegde termijn, wordt als definitief mislukt beschouwd. Voor dit herexamen kan geen uitstel worden verleend.
Indien de reservemilitair meerdere dagen afwezig is tijdens de vorming, en de vorming bijgevolg niet op regelmatige wijze volgt, kan de commandant van het vormingsorganisme waar de reservemilitair zijn voortgezette vorming volgt, een gemotiveerd voorstel overmaken aan de DGHR, om een beslissing te nemen, waarbij de betrokken reservemilitair al dan niet de vorming stopt, uitzonderlijk de vorming, geheel of gedeeltelijk, opnieuw mag aanvatten of verderzetten bij de eerstvolgende sessie.]1
Art. 66septies. [1 Si nécessaire, le commandant de l'organisme de formation où le militaire de réserve suit sa formation, instaure une commission de délibération, qui est responsable de l'évaluation du militaire de réserve après le cycle de formation visée aux articles 57bis, § 2, 2°, 58, § 2, 3°, 58bis, § 2, 3°, 63bis, § 2, 2°, 63quater, § 2, alinéa 1er, 2°, et 64, § 2, 2°.
Les modalités relatives au cycle de formation de la formation continuée sont fixées dans un règlement.
Les membres de la commission de délibération doivent posséder la connaissance approfondie de la langue dans laquelle le militaire de réserve suit la formation.
Le président de la commission de délibération doit être revêtu d'un grade plus élevé, ou avoir plus d'ancienneté dans le même grade que celui du militaire de réserve évalué.
Le militaire de réserve qui a obtenu la permission de représenter les épreuves professionnelles, peut les représenter lors d'une session d'examen organisée ultérieurement après la notification de la décision de la commission de délibération, à la date fixée par le président du jury concerné, conformément aux dispositions applicables aux militaires du cadre actif, sans qu'il lui soit encore donné des cours complémentaires. Le cycle de formation ne peut pas être suivi à nouveau.
Le militaire de réserve qui échoue à nouveau aux épreuves professionnelles, ou qui ne les présente pas dans le délai imposé, est considéré comme ayant définitivement échoué.
Si le militaire de réserve est absent pour plusieurs jours pendant la formation et par conséquent, ne suit pas la formation régulièrement, le commandant de l'organisme de formation où le militaire de réserve suit sa formation continuée, peut transmettre une proposition motivée au DGHR, pour prendre une décision sur base de laquelle le militaire de réserve arrête sa formation ou non, peut exceptionnellement, entièrement ou partiellement, entamer une nouvelle formation ou la poursuivre avec la session suivante.]1
Les modalités relatives au cycle de formation de la formation continuée sont fixées dans un règlement.
Les membres de la commission de délibération doivent posséder la connaissance approfondie de la langue dans laquelle le militaire de réserve suit la formation.
Le président de la commission de délibération doit être revêtu d'un grade plus élevé, ou avoir plus d'ancienneté dans le même grade que celui du militaire de réserve évalué.
Le militaire de réserve qui a obtenu la permission de représenter les épreuves professionnelles, peut les représenter lors d'une session d'examen organisée ultérieurement après la notification de la décision de la commission de délibération, à la date fixée par le président du jury concerné, conformément aux dispositions applicables aux militaires du cadre actif, sans qu'il lui soit encore donné des cours complémentaires. Le cycle de formation ne peut pas être suivi à nouveau.
Le militaire de réserve qui échoue à nouveau aux épreuves professionnelles, ou qui ne les présente pas dans le délai imposé, est considéré comme ayant définitivement échoué.
Si le militaire de réserve est absent pour plusieurs jours pendant la formation et par conséquent, ne suit pas la formation régulièrement, le commandant de l'organisme de formation où le militaire de réserve suit sa formation continuée, peut transmettre une proposition motivée au DGHR, pour prendre une décision sur base de laquelle le militaire de réserve arrête sa formation ou non, peut exceptionnellement, entièrement ou partiellement, entamer une nouvelle formation ou la poursuivre avec la session suivante.]1
Wijzigingen
Onderafdeling V. - De versnelde bevordering.
Sous-section V. - De l'avancement accéléré.
Art.67. Voor de reservemilitairen die behoren of behoord hebben tot de onmiddellijk beschikbare reserve, wordt het aantal jaren minimum anciënniteit in de vorige graad noodzakelijk voor de bevordering in de verschillende graden, vastgesteld [1 in de bijlage B bij dit besluit]1.
Art.67. L'ancienneté minimale dans le grade précédent requis pour l'avancement dans les différents grades pour les militaires de réserve qui appartiennent ou ont appartenu à la réserve immédiatement disponible, est fixée [1 dans l'annexe B au présent arrêté]1.
Wijzigingen
Art.68. Indien de duur van behoren tot de onmiddellijk beschikbare reserve kleiner is dan de vereiste minimum anciënniteit bij de versnelde bevordering, wordt de voor de bevordering vereiste anciënniteit in de vorige graad berekend volgens de formule vastgesteld [1 in de bijlage B bij dit besluit]1.
Art.68. Si la durée d'appartenance à la réserve immédiatement disponible est inférieure à l'ancienneté minimale requise pour l'avancement accéléré, l'ancienneté exigée dans le grade précédent pour l'avancement est calculée suivant la formule fixée [1 dans l'annexe B au présent arrêté]1.
Wijzigingen
Hoofdstuk V/1. [1 De voortgezette vorming.]1
Chapitre V/1. [1 De la formation continuée.]1
Art. 68ter. [1 De Koning verleent het hogere stafbrevet of het hogere brevet van militair administrateur aan de reserveofficier die :
1° met succes, naargelang het geval, de hogere stafopleiding of de hogere opleiding voor militair administrateur heeft gevolgd;
2° minimum in de graad van majoor is benoemd.]1
1° met succes, naargelang het geval, de hogere stafopleiding of de hogere opleiding voor militair administrateur heeft gevolgd;
2° minimum in de graad van majoor is benoemd.]1
Art. 68ter. [1 Le Roi confère le brevet supérieur d'état-major ou le brevet supérieur d'administrateur militaire à l'officier de réserve qui :
1° a suivi avec succès, selon le cas, le cursus supérieur d'état-major ou le cursus supérieur d'administrateur militaire;
2° est nommé au minimum au grade de major.]1
1° a suivi avec succès, selon le cas, le cursus supérieur d'état-major ou le cursus supérieur d'administrateur militaire;
2° est nommé au minimum au grade de major.]1
HOOFDSTUK VI. - Het ontslag.
CHAPITRE VI. - De la démission.
Art. 68bis. [1 Op elk moment kan de reservemilitair van de DGHR [2 , naar gelang het geval, de verbreking van zijn dienstneming of wederdienstneming of het ontslag bedoeld in artikel 33, § 1, eerste lid, van de wet]2 bekomen, indien hij daartoe een schriftelijke aanvraag indient.]1
Art. 68bis. [1 A tout moment, le militaire de réserve peut obtenir du DGHR [2 , selon le cas, la résiliation de son engagement ou son rengagement ou la démission visée à l'article 33, § 1er, alinéa 1er, de la loi]2, s'il introduit une demande écrite.]1
Art.69. [1 Iedere hiërarchische meerdere met een rang tenminste gelijk aan die van korpscommandant die oordeelt dat een reservemilitair van ambtswege moet worden ontslagen, start een procedure met het oog op het nemen van een statutaire maatregel met tuchtrechtelijk karakter, overeenkomstig de regels toepasselijk op de beroepsmilitairen van het actief kader.]1
Art.69. [1 Tout supérieur hiérarchique d'un rang au moins égal à celui de chef de corps qui estime qu'un militaire de réserve doit être démis d'office, initie une procédure pouvant mener à la prise d'une mesure statutaire à caractère disciplinaire, conformément aux règles applicables aux militaires de carrière du cadre actif.]1
Wijzigingen
HOOFDSTUK VII. - De wederoproepingen en de bijkomende prestaties.
CHAPITRE VII. - Des rappels et des prestations complémentaires.
Afdeling I. - De wederoproepingen.
Section Ire. - Des rappels.
Art.76. [1 De gewone wederoproepingen kunnen worden gegroepeerd, zoals bedoeld in artikel 34, § 2, van de wet, over een maximum periode van drie jaar.
De groepering moet op voorhand worden aangevraagd door de reservemilitair. De schriftelijke en gemotiveerde aanvraag moet worden ingediend bij de korpscommandant die deze, aangevuld met zijn advies, voor goedkeuring overmaakt aan de DGHR of de door hem aangewezen overheid.
De groepering laat de reservemilitair toe om in de getrainde reserve te blijven tot op het einde van het jaar of van het tweede jaar volgend op het jaar van indiening van de aanvraag, op voorwaarde dat de gecumuleerde minimumprestaties om getraind te blijven voorzien voor de jaren waarvoor een groepering wordt aangevraagd, uitgevoerd worden in het jaar van indiening van de aanvraag. Zodra de groepering van twee of drie jaar wordt toegestaan, mag de reservemilitair respectievelijk geen prestaties uitvoeren in het jaar of in de twee jaren volgend op het jaar van indiening van de aanvraag.]1
De groepering moet op voorhand worden aangevraagd door de reservemilitair. De schriftelijke en gemotiveerde aanvraag moet worden ingediend bij de korpscommandant die deze, aangevuld met zijn advies, voor goedkeuring overmaakt aan de DGHR of de door hem aangewezen overheid.
De groepering laat de reservemilitair toe om in de getrainde reserve te blijven tot op het einde van het jaar of van het tweede jaar volgend op het jaar van indiening van de aanvraag, op voorwaarde dat de gecumuleerde minimumprestaties om getraind te blijven voorzien voor de jaren waarvoor een groepering wordt aangevraagd, uitgevoerd worden in het jaar van indiening van de aanvraag. Zodra de groepering van twee of drie jaar wordt toegestaan, mag de reservemilitair respectievelijk geen prestaties uitvoeren in het jaar of in de twee jaren volgend op het jaar van indiening van de aanvraag.]1
Art.76. [1 Les rappels ordinaires peuvent être regroupés, comme visé à l'article 34, § 2, de la loi, sur une période maximum de trois ans.
Le regroupement doit être demandé en avance par le militaire de réserve. La demande par écrit et motivée doit être introduite auprès du chef de corps, qui transmet celle-ci, complétée de son avis, pour approbation au DGHR ou l'autorité qu'il désigne.
Le regroupement permet au militaire de réserve de rester dans la réserve entraînée jusqu'à la fin de l'année ou de la deuxième année qui suit l'année de l'introduction de la demande, à condition que les prestations minimales cumulées pour rester entraîné, prévues pour les années pour lesquelles un regroupement est demandé, soient effectuées au cours de l'année de l'introduction de la demande. Dès que le regroupement de deux ou de trois années est approuvé, le militaire de réserve ne peut respectivement pas effectuer des prestations pendant l'année ou les deux années qui suivent l'année de l'introduction de la demande.]1
Le regroupement doit être demandé en avance par le militaire de réserve. La demande par écrit et motivée doit être introduite auprès du chef de corps, qui transmet celle-ci, complétée de son avis, pour approbation au DGHR ou l'autorité qu'il désigne.
Le regroupement permet au militaire de réserve de rester dans la réserve entraînée jusqu'à la fin de l'année ou de la deuxième année qui suit l'année de l'introduction de la demande, à condition que les prestations minimales cumulées pour rester entraîné, prévues pour les années pour lesquelles un regroupement est demandé, soient effectuées au cours de l'année de l'introduction de la demande. Dès que le regroupement de deux ou de trois années est approuvé, le militaire de réserve ne peut respectivement pas effectuer des prestations pendant l'année ou les deux années qui suivent l'année de l'introduction de la demande.]1
Wijzigingen
Afdeling II. - De bijkomende prestaties.
Section II. - Des prestations complémentaires.
Art.77. De bijkomende prestaties worden uitgevoerd hetzij :
1° in het kader van de vervolmaking;
2° als bevorderingsprestaties;
3° in functie van de kaderbehoeften [1 ...]1, hierna " de vrijwillige encadreringsprestaties " genoemd.
De reservemilitairen van de " getrainde reserve " kunnen, op vrijwillige basis en op uitnodiging van de militaire overheid, eveneens de bijkomende prestaties verrichten die worden gelijkgesteld met de nodige wederoproepingen om hun training op peil te houden.
1° in het kader van de vervolmaking;
2° als bevorderingsprestaties;
3° in functie van de kaderbehoeften [1 ...]1, hierna " de vrijwillige encadreringsprestaties " genoemd.
De reservemilitairen van de " getrainde reserve " kunnen, op vrijwillige basis en op uitnodiging van de militaire overheid, eveneens de bijkomende prestaties verrichten die worden gelijkgesteld met de nodige wederoproepingen om hun training op peil te houden.
Art.77. Les prestations complémentaires sont effectuées soit :
1° dans le cadre du perfectionnement;
2° comme prestations d'avancement;
3° en fonction des besoins d'encadrement [1 ...]1, ci-après dénommées " prestations volontaires d'encadrement ".
Sur base volontaire et à l'invitation de l'autorité militaire, les militaires de réserve de la " réserve entraînée " peuvent également effectuer les prestations complémentaires qui sont assimilées aux rappels nécessaires pour maintenir leur entraînement à niveau.
1° dans le cadre du perfectionnement;
2° comme prestations d'avancement;
3° en fonction des besoins d'encadrement [1 ...]1, ci-après dénommées " prestations volontaires d'encadrement ".
Sur base volontaire et à l'invitation de l'autorité militaire, les militaires de réserve de la " réserve entraînée " peuvent également effectuer les prestations complémentaires qui sont assimilées aux rappels nécessaires pour maintenir leur entraînement à niveau.
Wijzigingen
Art.78. Om bijkomende prestaties te kunnen uitvoeren, moeten de reservemilitairen minimum het aantal wederoproepingen hebben uitgevoerd om te behoren tot de " getrainde reserve ".
Art.78. Pour pouvoir effectuer des prestations complémentaires, les militaires de réserve doivent avoir exécuté au moins le nombre de rappels pour appartenir à la " réserve entraînée ".
Art.79. De behoeften aan vervolmakingsprestaties worden jaarlijks ter goedkeuring voorgelegd aan [1 de DGHR, na advies van]1 de onderstafchef operaties en training.
Art.79. Les besoins en prestations de perfectionnement sont soumis annuellement à l'approbation [1 du DGHR, après avis]1 du sous-chef d'état-major opérations et entraînement.
Wijzigingen
Art.80. Om te voldoen aan de [1 ...]1, bepaalt de minister op voorstel van de chef defensie, het aantal te begeven plaatsen voor vrijwillige encadreringsprestaties.
Art.80. Sur la proposition du chef de la défense, le ministre fixe le nombre de place à conférer pour des prestations volontaires d'encadrement afin de satisfaire aux besoins [1 d'encadrement]1.
Wijzigingen
Art.81. De dienstneming voor een vrijwillige encadreringsprestatie wordt aangegaan voor een minimum duur van 2 maanden en mag 12 maanden niet overschrijden. Op aanvraag van de reservemilitair en al naargelang de behoeften, kunnen wederdienstnemingen toegestaan worden. [1 ...]1 Het model van de dienstnemingsakte en van wederdienstnemingsakte wordt in een reglement bepaald.
[2 Evenwel kan, voor specifieke situaties goedgekeurd door de minister, de periode bedoeld in het eerste lid tot maximum 36 maanden worden uitgebreid.]2
[2 Evenwel kan, voor specifieke situaties goedgekeurd door de minister, de periode bedoeld in het eerste lid tot maximum 36 maanden worden uitgebreid.]2
Art.81. L'engagement pour une prestation volontaire d'encadrement est souscrit pour une durée minimum de 2 mois et ne peut pas excéder 12 mois. A la demande du militaire de réserve et suivant les besoins, des rengagements peuvent être accordés. [1 ...]1 Le modèle de l'acte d'engagement et de l'acte de rengagement, est fixé dans un règlement.
[2 Toutefois, pour des situations spécifiques approuvées par le ministre, la durée visée à l'alinéa 1er peut être portée à 36 mois au maximum.]2
[2 Toutefois, pour des situations spécifiques approuvées par le ministre, la durée visée à l'alinéa 1er peut être portée à 36 mois au maximum.]2
Art.82. § 1. Voor elke reservemilitair onder zijn bevel, die een aanvraag indient om een vrijwillige encadreringsprestatie te volbrengen, geeft de korpscommandant of de overheid die er de bevoegdheden van uitoefent, een gemotiveerd advies over de waarde van de kandidaat in relatie tot de beoogde functie en draagt hij hem al of niet voor, voor het uitvoeren van de prestatie.
Dit advies wordt ter kennis gebracht van de betrokken militair, die er een verweerschrift kan aan toevoegen. De aanvraag, het eventueel verweerschrift en een kopie van de laatste evaluatienota, worden overgemaakt, langs de hiërarchische keten, aan DGHR.
De aanvraag tot dienstneming wordt aanvaard of geweigerd door de DGHR.
§ 2. Iedere aanvraag tot wederdienstneming wordt aanvaard of geweigerd door de (DGHR). <KB 2005-06-23/33, art. 88, 002 ; Inwerkingtreding : 14-07-2005>
Dit advies wordt ter kennis gebracht van de betrokken militair, die er een verweerschrift kan aan toevoegen. De aanvraag, het eventueel verweerschrift en een kopie van de laatste evaluatienota, worden overgemaakt, langs de hiërarchische keten, aan DGHR.
De aanvraag tot dienstneming wordt aanvaard of geweigerd door de DGHR.
§ 2. Iedere aanvraag tot wederdienstneming wordt aanvaard of geweigerd door de (DGHR). <KB 2005-06-23/33, art. 88, 002 ; Inwerkingtreding : 14-07-2005>
Art.82. § 1er. Pour chaque militaire de réserve sous ses ordres qui demande à effectuer une prestation volontaire d'encadrement, le chef de corps ou l'autorité qui en exerce les attributions émet un avis motivé sur la valeur du candidat en relation avec la fonction envisagée et le propose ou non pour l'exécution de la prestation.
Cet avis est porté à la connaissance du militaire concerné, qui peut y joindre un mémoire. La demande, l'éventuel mémoire et une copie de la dernière note d'évaluation sont transmises, par la voie hiérarchique, au DGHR.
La demande d'engagement est acceptée ou refusée par le DGHR.
§ 2. Toute demande de rengagement est acceptée ou refusée par le (DGHR). <AR 2005-06-23/33, art. 88, 002 ; En vigueur : 14-07-2005>
Cet avis est porté à la connaissance du militaire concerné, qui peut y joindre un mémoire. La demande, l'éventuel mémoire et une copie de la dernière note d'évaluation sont transmises, par la voie hiérarchique, au DGHR.
La demande d'engagement est acceptée ou refusée par le DGHR.
§ 2. Toute demande de rengagement est acceptée ou refusée par le (DGHR). <AR 2005-06-23/33, art. 88, 002 ; En vigueur : 14-07-2005>
Art.83. (Met inachtneming van een opzeggingstermijn van één maand kan aan de vrijwillige encadreringsprestatie ten allen tijde een eind worden gesteld :
1° als de kaderbehoefte ophoudt te bestaan;
2° als het gedrag of de wijze van dienen van de betrokken reservemilitair geen voldoening schenkt.
De maatregel wordt getroffen door de minister op voorstel of na raadpleging van hiërarchische meerderen. In het geval bedoeld in het eerste lid, 2°, worden de adviezen van hogervermelde hiërarchische chefs ondertekend door belanghebbende, die er een verweerschrift mag aan toevoegen.
De opzeggingstermijn gaat in na het verstrijken van de maand waarin de kenningsgeving van. de beslissing aan de betrokkene is gebeurd.)
1° als de kaderbehoefte ophoudt te bestaan;
2° als het gedrag of de wijze van dienen van de betrokken reservemilitair geen voldoening schenkt.
De maatregel wordt getroffen door de minister op voorstel of na raadpleging van hiërarchische meerderen. In het geval bedoeld in het eerste lid, 2°, worden de adviezen van hogervermelde hiërarchische chefs ondertekend door belanghebbende, die er een verweerschrift mag aan toevoegen.
De opzeggingstermijn gaat in na het verstrijken van de maand waarin de kenningsgeving van. de beslissing aan de betrokkene is gebeurd.)
Art.83. (Il peut être mis fin à la prestation volontaire d'encadrement à tout moment, moyennant un préavis d'un mois :
1° lorsque le besoin d'encadrement cesse d'exister;
2° lorsque la conduite ou la manière de servir du militaire de réserve concerné ne donne pas satisfaction.
La mesure est prononçée par le ministre, sur la proposition ou après consultation des chefs hiérarchiques. Dans le cas visé à l'alinéa 1er, 2°, les avis des chefs hiérarchiques susvisés sont signés par l'intéressé, qui peut y joindre un mémoire.
Le préavis prend cours à l'expiration du mois durant lequel la décision est notifiée à l'intéressé.)
1° lorsque le besoin d'encadrement cesse d'exister;
2° lorsque la conduite ou la manière de servir du militaire de réserve concerné ne donne pas satisfaction.
La mesure est prononçée par le ministre, sur la proposition ou après consultation des chefs hiérarchiques. Dans le cas visé à l'alinéa 1er, 2°, les avis des chefs hiérarchiques susvisés sont signés par l'intéressé, qui peut y joindre un mémoire.
Le préavis prend cours à l'expiration du mois durant lequel la décision est notifiée à l'intéressé.)
Art.84. Op verzoek van de reservemilitair kan de DGHR de dienstneming [1 ...]1 [1 of]1 de wederdienstneming, beëindigen met inachtneming van een opzeggingstermijn van 1 maand, die ingaat na het verstrijken van de maand waarin betrokkene zijn verzoek heeft ingediend.
Art.84. A la demande du militaire de réserve, le DGHR peut résilier l'engagement [1 ...]1 [1 ou]1 le rengagement, moyennant un préavis de 1 mois prenant cours a l'expiration du mois durant lequel l'intéressé a introduit sa demande.
Wijzigingen
HOOFDSTUK VIII. [1 - De vakrichtingen en de competentiepools.]1
CHAPITRE VIII. [1 - Des filières de métiers et des pôles de compétence.]1
Art.85. De reserveofficier die van ambtswege wordt overgeplaatst ingevolge de bepalingen van [2 artikel 47]2 van de wet, gaat over met zijn graad en zijn anciënniteit van onderluitenant. Hij wordt er gerangschikt onder de officieren die op diezelfde datum als hij tot onderluitenant werden benoemd met inachtneming van zijn betrekkelijke anciënniteit.
[1 In afwijking van het eerste lid, gaat de reserveofficier van de laterale bijzondere werving over met zijn graad en zijn anciënniteit van majoor. Hij wordt er gerangschikt onder de officieren die op dezelfde datum als hij tot majoor werden benoemd met inachtneming van zijn betrekkelijke anciënniteit.]1
[1 In afwijking van het eerste lid, gaat de reserveofficier van de laterale bijzondere werving over met zijn graad en zijn anciënniteit van majoor. Hij wordt er gerangschikt onder de officieren die op dezelfde datum als hij tot majoor werden benoemd met inachtneming van zijn betrekkelijke anciënniteit.]1
Art.85. L'officier de réserve transféré d'office en exécution des dispositions de [2 l'article 47]2 de la loi, passe avec son grade et son ancienneté de sous-lieutenant. Il y est classé parmi les officiers nommés sous-lieutenants à la même date que lui, compte tenu de son ancienneté relative.
[1 Par dérogation à l'alinéa 1er, l'officier de réserve du recrutement spécial latéral passe avec son grade et son ancienneté de major. Il y est classé parmi les officiers nommés major à la même date que lui, compte tenu de son ancienneté relative.]1
[1 Par dérogation à l'alinéa 1er, l'officier de réserve du recrutement spécial latéral passe avec son grade et son ancienneté de major. Il y est classé parmi les officiers nommés major à la même date que lui, compte tenu de son ancienneté relative.]1
Art.86. De reserveofficier die op zijn aanvraag wordt overgeplaatst ingevolge de bepalingen van [1 artikel 47]1 van de wet, gaat over met zijn graad en zijn anciënniteit van onderluitenant. Hij wordt er gerangschikt na de officieren die op dezelfde datum als hij tot onderluitenant werden benoemd.
Art.86. L'officier de réserve transféré à sa demande en exécution des dispositions de [1 l'article 47]1 de la loi, passe avec son grade et son ancienneté de sous-lieutenant. Il y est classé à la suite des officiers nommés sous-lieutenant à la même date que lui.
Wijzigingen
Art.87. De reserveofficier die volgens de in artikelen 85 en 86 bedoelde rangschikking zou komen te staan bij de officieren met een lagere graad dan de zijne, zal voorlopig gerangschikt worden na de officieren van zijn graad tot aan de benoeming in die graad van alle officieren van [1 zijn vakrichting]1 die op dezelfde datum als hij benoemd werden in de graad van onderluitenant, een normale loopbaan volgen en meer betrekkelijke anciënniteit hebben dan hijzelf. Op dat tijdstip wordt hij onder de officieren van zijn graad gerangschikt.
De reserveofficier die volgens de in artikelen 85 en 86 bedoelde rangschikking zou komen te staan bij de officieren met een hogere graad dan de zijne, zal voorlopig gerangschikt worden vóór de officieren van zijn graad totdat hij in de hogere graad bevorderd wordt. Op dat tijdstip wordt hij onder de officieren van zijn graad gerangschikt.
De reserveofficier die volgens de in artikelen 85 en 86 bedoelde rangschikking zou komen te staan bij de officieren met een hogere graad dan de zijne, zal voorlopig gerangschikt worden vóór de officieren van zijn graad totdat hij in de hogere graad bevorderd wordt. Op dat tijdstip wordt hij onder de officieren van zijn graad gerangschikt.
Art.87. L'officier de réserve que le classement visé aux articles 85 et 86 aurait pour effet de classer parmi les officiers d'un grade inférieur au sien sera provisoirement classé à la suite des officiers de son grade jusqu'à la nomination à ce grade de tous les officiers de [1 sa filière de métiers]1 nommés au grade de sous-lieutenant à la même date que lui, qui suivent une carrière normale et dont l'ancienneté relative est supérieure à la sienne. A ce moment, il est procédé à son classement parmi les officiers de son grade.
L'officier que le classement visé aux articles 85 et 86 aurait pour effet de classer parmi les officiers d'un grade supérieur au sien sera provisoirement classé en tête des officiers de son grade jusqu'à sa promotion au grade supérieur. A ce moment, il est procédé à son classement parmi les officiers de son grade.
L'officier que le classement visé aux articles 85 et 86 aurait pour effet de classer parmi les officiers d'un grade supérieur au sien sera provisoirement classé en tête des officiers de son grade jusqu'à sa promotion au grade supérieur. A ce moment, il est procédé à son classement parmi les officiers de son grade.
Wijzigingen
Art.88. [1 De reserveonderofficier van niveau C die van ambtswege, ingevolge een wijziging in de organisatie van de krijgsmacht of op zijn aanvraag wordt overgeplaatst ingevolge de bepalingen van artikel 47 van de wet, neemt in zijn nieuwe vakrichting rang met zijn graad van sergeant en zijn anciënniteit in die graad. Hij wordt er gerangschikt na de onderofficieren van niveau C die op diezelfde datum als hij tot sergeant benoemd werden.
De reserveonderofficier van niveau B die van ambtswege, ingevolge een wijziging in de organisatie van de krijgsmacht of op zijn aanvraag wordt overgeplaatst ingevolge de bepalingen van artikel 47 van de wet, neemt in zijn nieuwe vakrichting rang met zijn graad van eerste sergeant-majoor en zijn anciënniteit in die graad. Hij wordt er gerangschikt na de onderofficieren van niveau B die op diezelfde datum als hij tot eerste sergeant-majoor benoemd werden.]1
De reserveonderofficier van niveau B die van ambtswege, ingevolge een wijziging in de organisatie van de krijgsmacht of op zijn aanvraag wordt overgeplaatst ingevolge de bepalingen van artikel 47 van de wet, neemt in zijn nieuwe vakrichting rang met zijn graad van eerste sergeant-majoor en zijn anciënniteit in die graad. Hij wordt er gerangschikt na de onderofficieren van niveau B die op diezelfde datum als hij tot eerste sergeant-majoor benoemd werden.]1
Art.88. [1 Le sous-officier de réserve du niveau C qui est transféré d'office, à la suite d'une modification dans l'organisation des forces armées ou à sa demande en exécution des dispositions de l'article 47 de la loi, prend rang dans sa nouvelle filière de métiers avec son grade de sergent et son ancienneté dans ce grade. Il y est classé à la suite des sous-officiers du niveau C nommés sergent à la même date que lui.
Le sous-officier de réserve du niveau B qui est transféré d'office, à la suite d'une modification dans l'organisation des forces armées ou à sa demande en exécution des dispositions de l'article 47 de la loi, prend rang dans sa nouvelle filière de métiers avec son grade de premier sergent-major et son ancienneté dans ce grade. Il y est classé à la suite des sous-officiers du niveau B nommés premier sergent-major à la même date que lui.]1
Le sous-officier de réserve du niveau B qui est transféré d'office, à la suite d'une modification dans l'organisation des forces armées ou à sa demande en exécution des dispositions de l'article 47 de la loi, prend rang dans sa nouvelle filière de métiers avec son grade de premier sergent-major et son ancienneté dans ce grade. Il y est classé à la suite des sous-officiers du niveau B nommés premier sergent-major à la même date que lui.]1
Wijzigingen
Art.89. De wijziging van ambtswege of op eigen aanvraag van ambt van de reservevrijwilliger wordt bevolen door de DGHR, op het gemotiveerde voorstel van de korpscommandant.
Art.89. Le changement d'office ou à la demande d'emploi du volontaire de réserve, est ordonné par le DGHR, sur la proposition motivée du chef de corps.
Art.90. De reservevrijwilliger die van ambt veranderd is ingevolge de bepalingen van artikel 89, gaat over met zijn graad en zijn anciënniteit van eerste soldaat. Hij wordt er gerangschikt na de vrijwilligers die op diezelfde datum als hij tot eerste soldaat werden benoemd.
Art.90. Le volontaire de réserve qui est changé d'emploi en exécution des dispositions de l'article 89, passe avec son grade et son ancienneté de premier soldat. Il y est classé à la suite des volontaires nommés premier soldat à la même date que lui.
HOOFDSTUK IX. - De onmiddellijk beschikbare reserve.
CHAPITRE IX. - De la réserve immédiatement disponible.
Art.93. De reservemilitairen die op vrijwillige basis wensen toe te treden tot de onmiddellijk beschikbare reserve, kunnen slechts hun kandidatuur indienen, indien zij gerangschikt zijn in de " getrainde reserve ".
Art.93. Les militaires de réserve qui souhaitent adhérer volontairement à la réserve immédiatement disponible, ne peuvent introduire leur candidature que s'ils font partie de la " réserve entraînée ".
Art.94. De reservemilitairen die op vrijwillige basis wensen opgenomen te worden in de onmiddellijk beschikbare reserve, dienen hun kandidatuur in, volgens de voorschriften vastgesteld in een reglement.
Art.94. Les militaires de réserve qui souhaitent adhérer volontairement à la réserve immédiatement disponible, introduisent leur candidature selon les formalités fixées dans un règlement.
Art.95. <KB 2005-06-23/33, art. 89, 002 ; Inwerkingtreding : 14-07-2005> De aanvraag tot [1 aanvullende speciale dienstneming of aanvullendespeciale wederdienstneming]1 wordt aanvaard of geweigerd door de DGHR.
Art.95. <AR 2005-06-23/33, art. 89, 002 ; En vigueur : 14-07-2005> La demande [1 d'engagement spécial complémentaire ou de rengagement spécial complémentaire]1 spécial est acceptée ou refusée par le DGHR.
Wijzigingen
Art.96. Het model van de [1 aanvullende speciale dienstneming- en wederdienstnemingsakte]1, wordt door de minister bepaald.
Art.96. Le modèle de l'acte [1 d'engagement spécial complémentaire et de l'acte de rengagement spécial complémentaire]1, est fixé par le ministre.
Wijzigingen
Art.97. De [2 aanvullende speciale dienstneming of wederdienstneming]2 gaat in de dag [1 vastgelegd in de akte bedoeld in artikel 96]1. De [2 aanvullende speciale dienstneming of wederdienstneming]2 wordt beëindigd :
1° bij het verstrijken van de [2 aanvullende speciale dienstneming of wederdienstneming]2 indien de betrokken reservemilitair niet aanvaard werd om zijn [2 aanvullende speciale dienstneming of wederdienstneming]2 te hernieuwen;
2° van rechtswege zo de betrokken reservemilitair ophoudt tot het reservekader te behoren, in definitief verlof geplaatst wordt, van het leger weggezonden wordt, gereformeerd wordt of niet meer gerangschikt wordt in de " getrainde reserve ";
3° door verbreking van de [2 aanvullende speciale dienstneming of wederdienstneming]2, hetzij op aanvraag van de betrokken reservemilitair, hetzij bij beslissing van DGHR wanneer zijn gedrag of wijze van dienen geen voldoening schenkt.
1° bij het verstrijken van de [2 aanvullende speciale dienstneming of wederdienstneming]2 indien de betrokken reservemilitair niet aanvaard werd om zijn [2 aanvullende speciale dienstneming of wederdienstneming]2 te hernieuwen;
2° van rechtswege zo de betrokken reservemilitair ophoudt tot het reservekader te behoren, in definitief verlof geplaatst wordt, van het leger weggezonden wordt, gereformeerd wordt of niet meer gerangschikt wordt in de " getrainde reserve ";
3° door verbreking van de [2 aanvullende speciale dienstneming of wederdienstneming]2, hetzij op aanvraag van de betrokken reservemilitair, hetzij bij beslissing van DGHR wanneer zijn gedrag of wijze van dienen geen voldoening schenkt.
Art.97. L' [2 engagement ou le rengagement spécial complémentaire]2 prend cours le jour [1 fixé dans l'acte visé à l'article 96]1. L'engagement spécial ou le rengagement spécial prend fin :
1° à l'expiration de l'[2 engagement ou le rengagement spécial complémentaire]2 si le militaire de réserve concerné n'a pas été admis a renouveler son engagement spécial ou rengagement spécial,
2° de plein droit si le militaire de réserve concerné n'appartient plus au cadre de réserve, est mis en congé définitif, est renvoyé de l'armée, est reformé ou n'est plus classé dans la " réserve entraînée ";
3° par résiliation de l'[2 engagement ou le rengagement spécial complémentaire]2, soit à la demande du militaire de réserve concerné, soit sur décision de DGHR si sa conduite ou sa manière de servir ne donne pas satisfaction.
1° à l'expiration de l'[2 engagement ou le rengagement spécial complémentaire]2 si le militaire de réserve concerné n'a pas été admis a renouveler son engagement spécial ou rengagement spécial,
2° de plein droit si le militaire de réserve concerné n'appartient plus au cadre de réserve, est mis en congé définitif, est renvoyé de l'armée, est reformé ou n'est plus classé dans la " réserve entraînée ";
3° par résiliation de l'[2 engagement ou le rengagement spécial complémentaire]2, soit à la demande du militaire de réserve concerné, soit sur décision de DGHR si sa conduite ou sa manière de servir ne donne pas satisfaction.
Art.98. Aan de reservemilitair van de onmiddellijk beschikbare reserve kan ten allen tijde gedurende zijn [2 aanvullende speciale dienstneming of wederdienstneming]2 een speciale wederoproeping worden opgelegd voor deelname aan een operatie die behoort tot één van de vormen van operationele inzet en dit met een preadvies van [1 vijf werkdagen]1. De bepalingen van het artikel 84 zijn eveneens van toepassing voor de reservemilitair van de onmiddellijk beschikbare reserve.
Art.98. Il peut à tout moment pendant son [2 engagement spécial ou rengagement spécial complémentaire]2, être imposé au militaire de réserve de la réserve immédiatement disponible un rappel spécial pour participer à une opération qui appartient à une des formes d'engagement opérationnel, et ceci avec un préavis de [1 cinq jours ouvrables]1. Les dispositions de l'article 84 sont aussi d'application au militaire de réserve de la réserve immédiatement disponible.
HOOFDSTUK X. [1 - De overgang en de promotie op diploma.]1
CHAPITRE X. [1 - Du passage et de la promotion sur diplôme.]1
Art.99. [1 Voor zover zij niet onverenigbaar zijn met de bepalingen van dit besluit en de wet, zijn de bepalingen betreffende de overgang en de promotie op diploma van het koninklijk besluit van 7 november 2013 betreffende de overgang binnen dezelfde personeelscategorie, de sociale promotie en de promotie op diploma naar een hogere personeelscategorie van toepassing op de reservemilitairen en de kandidaat-reservemilitairen.]1
Art.99. [1 Pour autant qu'elles ne soient pas incompatibles avec les dispositions du présent arrêté et de la loi, les dispositions concernant le passage et la promotion sur diplôme de l'arrêté royal du 7 novembre 2013 relatif au passage au sein de la même catégorie de personnel, à la promotion sociale et à la promotion sur diplôme vers une catégorie de personnel supérieure sont applicables aux militaires de réserve et candidats militaires de réserve.]1
Wijzigingen
HOOFDSTUK XI. - Wijzigings- en opheffingsbepalingen.
CHAPITRE XI. - Dispositions modificatives et abrogatoires.
Art.100. Het koninklijk besluit van 25 september 1959 betreffende het statuut der reserveofficieren, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 10 september 1974, 14 januari 1975, 16 maart 1976, 21 december 1976, 5 juli 1977, 12 september 1978, 30 april 1980, 11 mei 81, 22 augustus 1987, 5 juli 1988, 17 oktober 1989, 19 juni 1991 en 11 augustus 1994, wordt opgeheven.
Art.100. L'arrêté royal du 25 septembre 1959 relatif au statut des officiers de réserve, modifié par les arrêtés royaux du 10 septembre 1974, 14 janvier 1975, 16 mars 1976, 21 décembre 1976, 5 juillet 1977, 12 septembre 1978, 30 avril 1980, 11 mai 1981, 22 août 1987, 5 juillet 1988, 17 octobre 1989, 19 juin 1991 et 11 août 1994, est abrogé.
Art.101. In artikel 2, 6°, van het koninklijk besluit van 5 oktober 1959 betreffende de militaire commissies voor geschiktheid en reform, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 14 februari 1989, worden de woorden " reserveofficieren of reserveonderofficieren " vervangen door de woorden " militairen van het reservekader ".
Art.101. A l'article 2, 6°, de l'arrêté royal du 5 octobre 1959 relatif aux commissions militaires d'aptitude et de réforme, modifié par l'arreté royal du 14 février 1989, les mots " officiers de réserve ou des sous-officiers de réserve " sont remplacés par les mots " militaires du cadre de réserve ".
Art.102. In het opschrift van het koninklijk besluit van 28 augustus 1981 betreffende het medisch geschiktheidsprofiel en het medisch onderzoek van de kandidaten voor toelating tot de actieve kaders en van de dienstplichtigen, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 14 januari 1991, worden de woorden " de actieve kaders en van de dienstplichtigen " vervangen door de woorden " de krijgsmacht ".
Art.102. Dans l'intitulé de l'arrêté royal du 28 août 1981 relatif au profil médical d'aptitude et à l'examen médical des candidats à l'admission dans les cadres actifs et des miliciens, modifié par l'arrêté royal du 14 janvier 1991, les mots " les cadres actifs et des miliciens " sont remplacés par les mots " les forces armées ".
Art.103. In artikel 5, § 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 11 juli 1991 en 13 november 1991, worden de woorden " van de land-, lucht-, en de zeemacht en bij de medische dienst " vervangen door de woorden " , van reserveofficier of reserveonderofficier ".
Art.103. Dans l'article 5, § 1er, du même arrêté, modifié par les arrêtés du 11 juillet 1991 et 13 novembre 1991, les mots " des forces terrestre, aérienne et navale et du service médical " sont remplacés par les mots " , d'officier de reserve ou de sous-officier de réserve ".
Art.104. In artikel 6, § 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 14 januari 1991 en 13 november 1991, worden de woorden " of als kandidaat-reservemilitair in basisopleiding " ingevoegd tussen de woorden " als kandidaat-vrijwilliger " en de woorden " , de kandidaat ".
Art.104. Dans l'article 6, § 1er, du même arrêté, modifié par les arrêtés du 14 janvier 1991 et 13 novembre 1991, les mots " ou comme candidat militaire de réserve en instruction de base " sont insérés entre les mots " comme candidat volontaire " et " , le candidat ".
Art.105. In artikel 10 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 14 januari 1991, 13 november 1991 en 18 september 2000, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1, 2°, worden de woorden " om dienstplichtigen " vervangen door de woorden " om kandidaat-reservemilitairen ";
2° in § 3 worden de woorden " , kandidaat-reserveofficieren en kandidaat-reserveonderofficieren " ingevoegd tussen de woorden " van kandidaat-onderofficier " en de woorden " zijn geldig ";
3° in § 4 worden de woorden " en van kandidaat-reservemilitair in basisopleiding " ingevoegd tussen de woorden " van kandidaat-vrijwilligers " en de woorden " zijn geldig ";
4° paragraaf 4 wordt aangevuld als volgt " en van kandidaat-reservemilitairen in basisopleiding. ".
1° in § 1, 2°, worden de woorden " om dienstplichtigen " vervangen door de woorden " om kandidaat-reservemilitairen ";
2° in § 3 worden de woorden " , kandidaat-reserveofficieren en kandidaat-reserveonderofficieren " ingevoegd tussen de woorden " van kandidaat-onderofficier " en de woorden " zijn geldig ";
3° in § 4 worden de woorden " en van kandidaat-reservemilitair in basisopleiding " ingevoegd tussen de woorden " van kandidaat-vrijwilligers " en de woorden " zijn geldig ";
4° paragraaf 4 wordt aangevuld als volgt " en van kandidaat-reservemilitairen in basisopleiding. ".
Art.105. A l'article 10 du même arrête, modifié par les arrêtés royaux du 14 janvier 1991, 13 novembre 1991 et 18 septembre 2000, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le § 1er, 2°, les mots " de miliciens " sont remplacés par les mots " de candidats militaires de réserve ";
2° dans le § 3, les mots " , candidats officiers de réserve et candidats sous-officiers de réserve " sont insérés entre les mots " candidats sous-officiers " et " sont valables ";
3° dans le § 4, les mots " et des candidats militaires de réserve en instruction de base " sont insérés entre les mots " candidats volontaires " et " sont valables ";
4° le § 4 est complété comme suit : " et de candidats militaires de réserve en instruction de base. ".
1° dans le § 1er, 2°, les mots " de miliciens " sont remplacés par les mots " de candidats militaires de réserve ";
2° dans le § 3, les mots " , candidats officiers de réserve et candidats sous-officiers de réserve " sont insérés entre les mots " candidats sous-officiers " et " sont valables ";
3° dans le § 4, les mots " et des candidats militaires de réserve en instruction de base " sont insérés entre les mots " candidats volontaires " et " sont valables ";
4° le § 4 est complété comme suit : " et de candidats militaires de réserve en instruction de base. ".
Art.106. Het koninklijk besluit van 10 december 1987 betreffende het statuut van de reserveonderofficieren, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 12 april 1988, 17 oktober 1989, 30 april 1991, 2 december 1991, 23 december 1991 en 11 augustus 1994, wordt opgeheven.
Art.106. L'arrêté royal du 10 décembre 1987 relatif au statut des sous-officiers de réserve, modifié par les arrêtés royaux du 12 avril 1988, 17 octobre 1989, 30 avril 1991, 2 décembre 1991, 23 décembre 1991 et 11 août 1994, est abrogé.
Art.107. Het opschrift van het koninklijk besluit van 23 maart 1989 betreffende de afwezigheid om gezondheidsredenen van de militairen van het actief kader van de land-, de lucht- en de zeemacht en van de medische dienst alsmede van de officieren, militaire aalmoezeniers en onderofficieren van het reservekader, in dienst, wordt vervangen als volgt " Koninklijk besluit betreffende de afwezigheid om gezondheidsredenen van de militairen van de krijgsmacht. ".
Art.107. L'intitulé de l'arrêté royal du 23 mars 1989 relatif aux absences pour motif de santé des militaires du cadre actif des forces terrestre, aérienne, navale et du service médical ainsi que des officiers, aumôniers militaires et sous-officiers du cadre de réserve, en service, est remplacé par l'intitulé suivant : " Arrêté royal relatif aux absences pour motifs de santé des militaires des forces armées. ".
Art.108. Artikel 1, eerste lid, 4°, van hetzelfde besluit, wordt vervangen als volgt :
" 4° de militairen van het reservekader in werkelijke dienst; ".
" 4° de militairen van het reservekader in werkelijke dienst; ".
Art.108. L'article 1er, alinéa 1er, 4°, du même arrêté, est remplacé par le texte suivant :
" 4° aux militaires du cadre de réserve en service actif; ".
" 4° aux militaires du cadre de réserve en service actif; ".
Art.109. In artikel 8 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden " voor reserveofficieren en -onderofficieren " vervangen door de woorden " voor de militairen van het reservekader ";
2° het tweede lid wordt opgeheven.
1° in het eerste lid worden de woorden " voor reserveofficieren en -onderofficieren " vervangen door de woorden " voor de militairen van het reservekader ";
2° het tweede lid wordt opgeheven.
Art.109. A l'article 8 du même arrêté, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans l'alinéa 1er, les mots " officiers de reserve et les sous-officiers de réserve " sont remplacés par les mots " militaires du cadre de réserve ";
2° l'alinéa 2 est abrogé.
1° dans l'alinéa 1er, les mots " officiers de reserve et les sous-officiers de réserve " sont remplacés par les mots " militaires du cadre de réserve ";
2° l'alinéa 2 est abrogé.
Art.110. Het opschrift van het koninklijk besluit van 13 november 1991 tot bepaling van de regels die gelden bij de beoordeling van de morele hoedanigheden van een kandidaat-militair van het actief kader of van een dienstplichtige, kandidaat-reserveofficier of kandidaat-reserveonderofficier, wordt vervangen als volgt " Koninklijk besluit tot bepaling van de regels die gelden bij de beoordeling van de morele hoedanigheden van de kandidaten van de krijgsmacht ".
Art.110. L'intitulé de l'arrêté royal du 13 novembre 1991 fixant les règles applicables à l'appréciation des qualités morales d'un candidat militaire du cadre actif ou d'un milicien, candidat officier ou candidat sous-officier de réserve, est remplacé par l'intitulé suivant : " Arrêté royal fixant les règles applicables à l'appréciation des qualités morales des candidats des forces armées ".
Art.111. In artikel 1, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 11 augustus 1994, worden de woorden " dienstplichtigen die kandidaat zijn of in aanmerking komen om een vorming als kandidaat-reserveofficier of kandidaat-reserveonderofficier te volgen " vervangen door het woord " kandidaat-reservemilitairen ".
Art.111. Dans l'article 1er, alinéa 1er, du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 11 août 1994, les mots " miliciens qui sont candidats ou entrent en ligne de compte pour suivre une formation en tant que candidat officier de réserve ou candidat sous-officier de réserve " sont remplacés par les mots " candidats militaires de réserve ".
Art.112. In artikel 3, 6°, van hetzelfde besluit worden de woorden " reserveofficier of -onderofficier " vervangen door het woord " reservemilitair ".
Art.112. Dans l'article 3, 6°, du même arrêté, les mots " officier ou sous-officier de réserve " sont remplacés par les mots " militaire de réserve ".
Art.113. Het opschrift van het koninklijk besluit van 13 november 1991 tot bepaling van de regels die gelden bij de beoordeling van de karakteriële hoedanigheden van een kandidaat-militair van het actief kader of van een dienstplichtige, kandidaat-reserveofficier of kandidaat-reserveonderofficier, wordt vervangen als volgt " Koninklijk besluit tot bepaling van de regels die gelden bij de beoordeling van de karakteriële hoedanigheden van de kandidaten van de krijgsmacht ".
Art.113. L'intitulé de l'arrêté royal du 13 novembre 1991 fixant les règles applicables à l'appréciation des qualités caractérielles d'un candidat militaire du cadre actif ou d'un milicien, candidat officier de réserve ou candidat sous-officier de réserve, est remplacé par l'intitulé suivant : " Arrêté royal fixant les règles applicables à l'appréciation des qualités caractérielles des candidats des forces armées ".
Art.114. In artikel 1, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 11 augustus 1994, worden de woorden " dienstplichtigen die kandidaat zijn of in aanmerking komen om een vorming als kandidaat-reserveofficier of kandidaat-reserveonderofficier te volgen " vervangen door het woord " kandidaat-reservemilitairen ".
Art.114. Dans l'article 1er, alinéa 1er, du même arrêté, modifié par l'arrêté royal du 11 août 1994, les mots " miliciens qui sont candidats ou entrent en ligne de compte pour suivre une formation en tant que candidat officier de réserve ou candidat sous-officier de réserve " sont remplacé par les mots " candidats militaires de réserve ".
Art.115. Artikel 6, vierde lid, in hetzelfde besluit ingevoegd bij het koninklijk besluit van 11 augustus 1994, wordt vervangen als volgt : " De kandidaat die niet geslaagd is voor deze proeven kan ze evenwel later opnieuw afleggen op voorwaarde dat er minstens tien maanden zijn verlopen sinds de datum waarop hij ze heeft afgelegd. ".
Art.115. L'article 6, alinéa 4, insére dans le même arrêté par l'arrêté royal du 11 août 1994, est remplacé par l'alinéa suivant : " Le candidat qui n'a pas réussi ces épreuves peut les représenter ultérieurement, à condition qu'au moins dix mois se soient écoulés depuis la date à laquelle il les a présentées. ".
Art.116. In artikel 7, § 2bis, eerste lid, in hetzelfde besluit ingevoegd bij het koninklijk besluit van 11 augustus 1994, worden de woorden " en van de kandidaat-reservemilitair " ingevoegd tussen de woorden " korte termijn " en de woorden " worden beoordeeld ".
Art.116. Dans l'article 7, § 2bis, alinéa 1er, inséré dans le même arrêté par l'arrêté royal du 11 août 1994, les mots " et du candidat militaire de réserve " sont insérés entre les mots " court terme " et " sont appréciées ".
Art.117. In het opschrift van de bijlage bij hetzelfde besluit worden de woorden " kandidaat vrijwilliger van het aktief kader " vervangen door de woorden " kandidaat vrijwilliger van het actief kader of kandidaat-reservemilitair in basisopleiding ".
Art.117. Dans l'intitulé de l'annexe au même arrêté, les mots " candidat volontaire du cadre actif " sont remplacés par les mots " candidat volontaire du cadre actif ou candidat militaire de réserve en instruction de base ".
Art.118. In artikel 1, § 1, 3°, van het koninklijk besluit van 13 november 1991 tot bepaling van de regels die gelden bij de beoordeling van de fysieke hoedanigheden van sommige kandidaten en leerlingen van de krijgsmacht, wordt het woord " kandidaat-reservegegradueerden " vervangen door het woord " kandidaat-reservemilitairen ".
Art.118. Dans l'article 1er, § 1er, 3°, de l'arrêté royal du 13 novembre 1991 fixant les règles applicables à l'appréciation des qualités physiques de certains candidats et élèves des forces armées, le mot " gradés " est remplacé par le mot " militaires ".
Art.119. In artikel 5 van hetzelfde besluit vervallen de woorden " of kandidaat-reserveonderofficier ".
Art.119. A l'article 5 du même arrêté les mots " ni candidat officier auxiliaire, ni candidats sous-officier de réserve " sont remplacés par les mots " pas candidat officier auxiliaire ".
Art.120. Artikel 9, § 2, l', van hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : " 1° tijdens de basisopleiding voor de kandidaatreservemilitair in basisopleiding en op het einde van de opleidingsperiode voor de kandidaat-reserveofficier of kandidaat-reserveonderofficier; ".
Art.120. L'article 9, § 2, 1°, du même arrêté est remplacé par le texte suivant : " 1° pendant l'instruction de base pour le candidat militaire de réserve en instruction de base et à la fin de la période d'instruction pour le candidat officier de réserve ou candidat sous-officier de réserve; ".
Art.121. In de bijlagen bij hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het opschrift van de bijlage B wordt aangevuld met de woorden " en door de kandidaat-reservemilitairen ";
2° in het opschrift van de bijlage D wordt het woord " kandidaat-reservegegradueerden " vervangen door het woord " kandidaat-reservemilitairen ".
1° het opschrift van de bijlage B wordt aangevuld met de woorden " en door de kandidaat-reservemilitairen ";
2° in het opschrift van de bijlage D wordt het woord " kandidaat-reservegegradueerden " vervangen door het woord " kandidaat-reservemilitairen ".
Art.121. Aux annexes au même arrêté sont apportées les modifications suivantes :
1° l'intitulé de l'annexe B est complété par les mots " et aux candidats militaires de réserve ";
2° dans l'intitulé de l'annexe D, le mot " gradés " est remplacé par le mot " militaires ".
1° l'intitulé de l'annexe B est complété par les mots " et aux candidats militaires de réserve ";
2° dans l'intitulé de l'annexe D, le mot " gradés " est remplacé par le mot " militaires ".
Art.122. Artikel 1, eerste lid, 3°, van het koninklijk besluit van 28 juli 1995 betreffende de beoordelingsprocedure voor de militairen van het actief kader en van het reservekader, wordt opgeheven.
Art.122. L'article 1er, alinéa 1er, 3°, de l'arrêté royal du 28 juillet 1995 relatif à la procédure d'appréciation des militaires du cadre actif et du cadre de réserve, est abrogé.
Art.123. In artikel 2 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 2, tweede lid, worden de woorden " Voor de reservemilitair en de militair met onbepaald verlof die vrijwillige prestaties leveren met het oog op de kaderbehoeften, " vervangen door de woorden " Voor de reservemilitair die vrijwillige encadreringsprestaties levert, ";
2° paragraaf 2, derde lid, wordt vervangen als volgt " Voor de overige militairen van het reservekader geldt hetgeen volgt :
1° de militair van de " getrainde reserve ", voor zolang hij in aanmerking komt voor bevordering, wordt één maal per kalenderjaar geëvalueerd ter gelegenheid van een geplande wederoproeping of militaire prestatie. Tussen twee opeenvolgende evaluaties dienen minstens zes maanden te zijn verlopen;
2° de militair van de " getrainde reserve " die niet meer in aanmerking komt voor bevordering, wordt één maal per twee kalenderjaren geëvalueerd ter gelegenheid van een geplande wederoproeping of militaire prestatie. Tussen twee opeenvolgende evaluaties dienen minstens twaalf maanden te zijn verlopen;
3° de militair van de " getrainde reserve " die a priori te kennen heeft gegeven zijn vereiste prestaties te groeperen, wordt niet geëvalueerd gedurende het kalenderjaar of de kalenderjaren dat hij geen wederoproeping of militaire prestatie uitvoert;
4° de militair van de " niet getrainde reserve " wordt niet geëvalueerd zolang hij tot deze trainingscategorie behoort;
5° indien de beschikbare termijn geen evaluatie toelaat volgens de beoordelingsprocedure bepaald bij dit besluit, wordt deze procedure in onderling akkoord tussen de eerste beoordelaar en de beoordeelde afgehandeld via een schriftelijke procedure. Dit onderling akkoord wordt op de evaluatienota vermeld en ondertekend door de beoordeelde militair. De schriftelijke procedure wordt door middel van een tegen ontvangstbewijs aan de postdienst afgegeven aangetekend schrijven gevoerd. In onderling akkoord, vermeld en door de eerste beoordelaar en beoordeelde ondertekend op de evaluatienota, kan beslist worden geen evaluatiegesprek te laten plaatsvinden. ".
1° in § 2, tweede lid, worden de woorden " Voor de reservemilitair en de militair met onbepaald verlof die vrijwillige prestaties leveren met het oog op de kaderbehoeften, " vervangen door de woorden " Voor de reservemilitair die vrijwillige encadreringsprestaties levert, ";
2° paragraaf 2, derde lid, wordt vervangen als volgt " Voor de overige militairen van het reservekader geldt hetgeen volgt :
1° de militair van de " getrainde reserve ", voor zolang hij in aanmerking komt voor bevordering, wordt één maal per kalenderjaar geëvalueerd ter gelegenheid van een geplande wederoproeping of militaire prestatie. Tussen twee opeenvolgende evaluaties dienen minstens zes maanden te zijn verlopen;
2° de militair van de " getrainde reserve " die niet meer in aanmerking komt voor bevordering, wordt één maal per twee kalenderjaren geëvalueerd ter gelegenheid van een geplande wederoproeping of militaire prestatie. Tussen twee opeenvolgende evaluaties dienen minstens twaalf maanden te zijn verlopen;
3° de militair van de " getrainde reserve " die a priori te kennen heeft gegeven zijn vereiste prestaties te groeperen, wordt niet geëvalueerd gedurende het kalenderjaar of de kalenderjaren dat hij geen wederoproeping of militaire prestatie uitvoert;
4° de militair van de " niet getrainde reserve " wordt niet geëvalueerd zolang hij tot deze trainingscategorie behoort;
5° indien de beschikbare termijn geen evaluatie toelaat volgens de beoordelingsprocedure bepaald bij dit besluit, wordt deze procedure in onderling akkoord tussen de eerste beoordelaar en de beoordeelde afgehandeld via een schriftelijke procedure. Dit onderling akkoord wordt op de evaluatienota vermeld en ondertekend door de beoordeelde militair. De schriftelijke procedure wordt door middel van een tegen ontvangstbewijs aan de postdienst afgegeven aangetekend schrijven gevoerd. In onderling akkoord, vermeld en door de eerste beoordelaar en beoordeelde ondertekend op de evaluatienota, kan beslist worden geen evaluatiegesprek te laten plaatsvinden. ".
Art.123. A l'article 2 du même arrêté, sont apportées les modifications suivantes :
1° dans le § 2, alinéa 2, les mots " Pour le militaire de réserve et le militaire en congé illimité qui effectuent des prestations volontaires d'encadrement " sont remplacés par les mots " Pour le militaire de réserve qui effectue des prestations volontaires d'encadrement ";
2° le § 2, alinéa 3, est remplacé par l'alinéa suivant : " Pour les autres militaires du cadre de réserve, les dispositions suivantes sont d'application :
1° le militaire de la " réserve entraînée ", pour autant qu'il entre en ligne de compte pour l'avancement, est évalué une fois par année civile à l'occasion d'un rappel ou d'une prestation militaire planifié. Au moins six mois doivent s'écouler entre deux évaluations consecutives;
2° le militaire de la " réserve entrainée " qui ne rentre plus en ligne de compte pour l'avancement est évalué une fois tous les deux ans civils à l'occasion d'un rappel ou d'une prestation militaire planifié. Au moins douze mois doivent s'écouler entre deux évaluations consécutives;
3° le militaire de la " réserve entraînée " qui a fait savoir a priori qu'il regroupe ses prestations requises, n'est pas évalué l'année civile ou les années civiles pendant laquelle ou lesquelles il n'exécute pas de rappel ou de prestation militaire;
4° le militaire de la " réserve non-entraînée " n'est pas évalué aussi longtemps qu'il appartient à cette catégorie d'entraînement;
5° si le délai imparti ne permet pas une évaluation selon la procédure d'appréciation fixée dans le présent arrêté, cette procédure, de commun accord entre le premier évaluateur et l'évalue, est menée par écrit. Cet accord commun est mentionné dans la note d'évaluation et est signé par le militaire évalué. La procédure ecrite se fait par lettre recommandée remise a la poste moyennant accusé de réception. De commun accord, mentionné et signé sur la note d'évaluation, par le premier évaluateur et l'évalué, il peut être décidé que l'entretien d'évaluation n'a pas lieu. ".
1° dans le § 2, alinéa 2, les mots " Pour le militaire de réserve et le militaire en congé illimité qui effectuent des prestations volontaires d'encadrement " sont remplacés par les mots " Pour le militaire de réserve qui effectue des prestations volontaires d'encadrement ";
2° le § 2, alinéa 3, est remplacé par l'alinéa suivant : " Pour les autres militaires du cadre de réserve, les dispositions suivantes sont d'application :
1° le militaire de la " réserve entraînée ", pour autant qu'il entre en ligne de compte pour l'avancement, est évalué une fois par année civile à l'occasion d'un rappel ou d'une prestation militaire planifié. Au moins six mois doivent s'écouler entre deux évaluations consecutives;
2° le militaire de la " réserve entrainée " qui ne rentre plus en ligne de compte pour l'avancement est évalué une fois tous les deux ans civils à l'occasion d'un rappel ou d'une prestation militaire planifié. Au moins douze mois doivent s'écouler entre deux évaluations consécutives;
3° le militaire de la " réserve entraînée " qui a fait savoir a priori qu'il regroupe ses prestations requises, n'est pas évalué l'année civile ou les années civiles pendant laquelle ou lesquelles il n'exécute pas de rappel ou de prestation militaire;
4° le militaire de la " réserve non-entraînée " n'est pas évalué aussi longtemps qu'il appartient à cette catégorie d'entraînement;
5° si le délai imparti ne permet pas une évaluation selon la procédure d'appréciation fixée dans le présent arrêté, cette procédure, de commun accord entre le premier évaluateur et l'évalue, est menée par écrit. Cet accord commun est mentionné dans la note d'évaluation et est signé par le militaire évalué. La procédure ecrite se fait par lettre recommandée remise a la poste moyennant accusé de réception. De commun accord, mentionné et signé sur la note d'évaluation, par le premier évaluateur et l'évalué, il peut être décidé que l'entretien d'évaluation n'a pas lieu. ".
Art.124. In artikel 3 van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° paragraaf 3, tweede lid, wordt vervangen als volgt :
" Voor de reservemilitair van het reservekader aangeworven uit het burgermidden geldt de taal van de door hem ondertekende eerste dienstnemingsakte. ";
2° in § 3, derde lid, worden de woorden " Voor de overige militairen van het reservekader " vervangen door de woorden " Voor de militairen van het reservekader afkomstig uit het actief kader ".
1° paragraaf 3, tweede lid, wordt vervangen als volgt :
" Voor de reservemilitair van het reservekader aangeworven uit het burgermidden geldt de taal van de door hem ondertekende eerste dienstnemingsakte. ";
2° in § 3, derde lid, worden de woorden " Voor de overige militairen van het reservekader " vervangen door de woorden " Voor de militairen van het reservekader afkomstig uit het actief kader ".
Art.124. A l'article 3 du même arrêté, sont apportées les modifications suivantes :
1° le § 3, alinéa 2, est remplacé par l'alinéa suivant :
" Pour le militaire du cadre de réserve issu du milieu civil, la langue de l'acte du premier engagement signé par lui, est prise en compte. ";
2° dans le § 3, alinéa 3, les mots " Pour les autres militaires du cadre de réserve " sont remplacés par les mots " Pour les militaires du cadre de réserve issus du cadre actif ".
1° le § 3, alinéa 2, est remplacé par l'alinéa suivant :
" Pour le militaire du cadre de réserve issu du milieu civil, la langue de l'acte du premier engagement signé par lui, est prise en compte. ";
2° dans le § 3, alinéa 3, les mots " Pour les autres militaires du cadre de réserve " sont remplacés par les mots " Pour les militaires du cadre de réserve issus du cadre actif ".
Art.125. In artikel 5 van hetzelfde besluit, wordt een § 1bis ingevoegd, luidende :
" § 1bis. Voor de militair van het reservekader bedoeld in artikel 2, § 2, derde lid, kan in onderling overleg tussen de eerste beoordelaar en de beoordeelde militair, beslist worden het evaluatiegesprek te houden op de dag van afgifte van het afschrift van de voorlopig ingevulde evaluatienota, mits vermelding van dit feit op de evaluatienota en ondertekening door beide betrokkenen. ".
" § 1bis. Voor de militair van het reservekader bedoeld in artikel 2, § 2, derde lid, kan in onderling overleg tussen de eerste beoordelaar en de beoordeelde militair, beslist worden het evaluatiegesprek te houden op de dag van afgifte van het afschrift van de voorlopig ingevulde evaluatienota, mits vermelding van dit feit op de evaluatienota en ondertekening door beide betrokkenen. ".
Art.125. Dans l'article 5 du même arrêté, il est inséré un § 1erbis, rédigé comme suit
" § 1erbis. Pour le militaire du cadre de réserve visé a l'article 2, § 2, alinéa 3, le premier évaluateur et le militaire évalué peuvent décider de commun accord d'organiser l'entretien d'évaluation le même jour que celui de la réception de la copie de la note d'évaluation provisoirement remplie, moyennant mention de ce fait dans la note d'évaluation et signature des deux parties. ".
" § 1erbis. Pour le militaire du cadre de réserve visé a l'article 2, § 2, alinéa 3, le premier évaluateur et le militaire évalué peuvent décider de commun accord d'organiser l'entretien d'évaluation le même jour que celui de la réception de la copie de la note d'évaluation provisoirement remplie, moyennant mention de ce fait dans la note d'évaluation et signature des deux parties. ".
Art.126. Het ministerieel besluit van 12 april 1988 betreffende het statuut van de reserveonderofficieren, wordt opgeheven.
Art.126. L'arrêté ministériel du 12 avril 1988 relatif au statut des sous-officiers de réserve, est abrogé.
HOOFDSTUK XII. - Overgangs- en slotbepalingen.
CHAPITRE XII. - Dispositions transitoires et finales.
Art.127. Voor de reservemilitairen die op basis van artikel 90 van de wet, gevraagd heeft opnieuw deel te nemen aan de bevordering, treden de artikelen 55 en 61 van dit besluit in werking 1 jaar na de inwerkingtreding van het koninklijk besluit bedoeld in artikel 8, derde lid, van de wet.
Art.127. Pour les militaires de réserve qui sur la base de l'article 90 de la loi, ont demandé à participer à nouveau à l'avancement, les articles 55 et 61 du présent arrêté entrent en vigueur 1 an après la date de mise en vigueur de l'arrêté royal visé à l'article 8, alinéa 3, de la loi.
Art.128. (Opgeheven) <KB 2006-07-14/34, art. 3, 004; Inwerkingtreding : 27-08-2006>
Art.128. (Abrogé) <AR 2006-07-14/34, art. 3, 006; En vigueur : 27-08-2006>
Art.129. In uitvoering van artikel 89 van de wet bepaalt de chef defensie voor elk van de twee jaren, per graad het aantal reservemilitairen die kunnen worden heropgenomen in het reservekader. Betrokken reservemilitairen worden heropgenomen met de graad en de anciënniteit die ze bezaten op het moment dat ze met definitief verlof werden geplaatst.
Art.129. En exécution de l'article 89 de la loi, le chef de la défense fixe pour chacune des deux années, par grade le nombre de militaires de réserve qui peuvent être réintégrés dans le cadre de réserve. Les militaires de réserve concernés sont réintégrés avec le grade et l'ancienneté qu'ils possédaient au moment de leur mise en congé définitif.
Art.130. De reserveofficier aangeworven bij toepassing van artikel 54 of 55 van de wet van 1 maart 1958 betreffende het statuut van de beroepsofficieren van de krijgsmacht, de reserveonderofficier aangeworven bij toepassing van artikel 1 of 3 van de wet van 18 februari 1987 betreffende het statuut van de reserveonderofficieren van de krijgsmacht, de vrijwilliger korte termijn overgegaan naar het reservekader met toepassing van de artikelen 20 en 23 van de wet van 20 mei 1994 houdende statuut van de militairen korte termijn en de dienstplichtige met onbepaald verlof onderworpen aan de militaire verplichtingen met toepassing van artikel 3 van de dienstplichtwetten gecoördineerd op 30 april 1962 die wensen toe te treden tot de nieuwe reserve, worden automatisch in de categorie van de " getrainde reserve " gerangschikt.
Art.130. L'officier de réserve recruté en application de l'article 54 ou 55 de la loi du 1er mars 1958 relative au statut des officiers de carrière des forces armées, le sous-officier de réserve recruté en application de l'article 1er ou 3 de la loi du 18 février 1987 relative au statut des sous-officiers de réserve des forces armées, le volontaire court terme passé dans le cadre de réserve en application des articles 20 et 23 de la loi du 20 mai 1994 portant statut des militaires court terme et le milicien en congé illimité soumis aux obligations militaires en application de l'article 3 des lois sur la milice coordonnées le 30 avril 1962, qui veulent adhérer à la nouvelle réserve sont automatiquement classés dans la catégorie de la " réserve entraînée ".
Art.131. De reserveofficier aangeworven bij toepassing van artikel 54 of 55 van de wet van 1 maart 1958 betreffende het statuut van de beroepsofficieren van de krijgsmacht, de reserveonderofficier aangeworven bij toepassing van artikel 1 of 3 van de wet van 18 februari 1987 betreffende het statuut van de reserveonderofficieren van de krijgsmacht, de vrijwilliger korte termijn overgegaan naar het reservekader met toepassing van de artikelen 20 en 23 van de wet van 20 mei 1994 houdende statuut van de militairen korte termijn en de dienstplichtige met onbepaald verlof onderworpen aan de militaire verplichtingen met toepassing van artikel 3 van de dienstplichtwetten gecoördineerd op 30 april 1962 die niet wensen toe te treden tot de nieuwe reserve, worden gerangschikt in de categorie van de " niet getrainde reserve ".
Art.131. L'officier de réserve recruté en application de l'article 54 ou 55 de la loi du 1er mars 1958 relative au statut des officiers de carrière des forces armées, le sous-officier de réserve recruté en application de l'article 1er ou 3 de la loi du 18 février 1987 relative au statut des sous-officiers de réserve des forces armées, le volontaire court terme passé dans le cadre de réserve en application des articles 20 et 23 de la loi du 20 mai 1994 portant statut des militaires court terme et le milicien en congé illimité soumis aux obligations militaires en application de l'article 3 des lois sur la milice coordonnées le 30 avril 1962, qui ne veulent pas adhérer à la nouvelle réserve sont classés dans la catégorie de la " réserve non-entraînée ".
Art.132. De reservemilitairen die nog wettelijke verplichtingen hebben op het ogenblik van de inwerkingtreding van de wet worden, voor de resterende duur van hun verplichtingen en al naargelang het uitgevoerde aantal wederoproepingen, in de " getrainde reserve " of de " niet getrainde reserve " gerangschikt.
Art.132. Les militaires de réserve qui ont encore des obligations légales au moment de la mise en vigueur de la loi, sont pour le restant de leurs obligations et selon le nombre de rappels exécutés, classés dans la " réserve entraînée " ou la " réserve non-entraînée ".
Art. 132bis. <INGEVOEGD bij KB 2005-06-23/33, art. 91 ; Inwerkingtreding : 14-07-2005> In afwijking evenwel van de [1 artikelen]1 25, 28 en 31, blijft een termijn van maximaal twee jaar tussen het slagen in de gespecialiseerde professionele vorming en het einde van de stage- en evaluatieperiode van toepassing voor de reservevrijwilliger, de kandidaat-reserveonderofficier en de kandidaat-reserveofficier die de gespecialiseerde professionele vorming reeds beëindigd heeft op de datum van inwerkingtreding van dit artikel.
Art. 132bis. Toutefois, en dérogation aux articles 25, 28 et 31, un délai de maximum deux ans entre la réussite de la formation spécialisée et la fin de la période de stage ou d'évaluation reste d'application pour le volontaire de réserve, le candidat sous-officier de réserve et le candidat officier de réserve ayant déjà terminé la formation professionnelle spécialisée à la date d'entrée en vigueur du présent article.
Art. 132ter. <INGEVOEGD bij KB 2006-05-23/32, art. 89; Inwerkingtreding : 01-03-2006> In afwijking van de artikelen 32, eerste lid, 1°, en 36, eerste lid, 1°, wordt beschouwd in de basisvorming geslaagd te zijn de kandidaat-reservemilitair in basisvorming die, op 1 maart 2006, de helft van de punten voor het dagelijks werk behaald heeft, geen uitsluitingscijfer heeft bekomen en ten minste vier weken basisvorming heeft afgelegd. In alle andere gevallen, herbegint de kandidaat-reservemilitair in basisvorming zijn basisvorming.
In afwijking van de artikelen 26, 29 en 36, tweede lid, worden beschouwd in de bijkomende basisopleiding geslaagd te zijn de kandidaat-reserveonderofficier en de kandidaat-reserveofficier die, vóór 1 maart 2006, de bijbomende basisopleiding begonnen zijn.
In afwijking van de artikelen 32, eerste lid, 1°, en 36, eerste lid, 2°, worden beschouwd in de gespecialiseerde professionele vorming geslaagd te zijn de kandidaat-reservemilitair en de reservevrijwilliger in gespecialiseerde professionele vorming die, op 1 maart 2006, de helft van de punten voor het dagelijks werk behaald hebben, geen uitsluitingscijfer hebben bekomen en ten minste het aantal vormingsweken hebben afgelegd die, zonder lager dan twee te zijn, wordt vastgelegd in een reglement uitgevaardigd door de minister. In alle andere gevallen, herbeginnen de kandidaat-reservemilitair en de reservevrijwilliger in vorming de gespecialiseerde professionele vorming.
In afwijking van de artikelen 26, 29 en 36, tweede lid, worden beschouwd in de bijkomende basisopleiding geslaagd te zijn de kandidaat-reserveonderofficier en de kandidaat-reserveofficier die, vóór 1 maart 2006, de bijbomende basisopleiding begonnen zijn.
In afwijking van de artikelen 32, eerste lid, 1°, en 36, eerste lid, 2°, worden beschouwd in de gespecialiseerde professionele vorming geslaagd te zijn de kandidaat-reservemilitair en de reservevrijwilliger in gespecialiseerde professionele vorming die, op 1 maart 2006, de helft van de punten voor het dagelijks werk behaald hebben, geen uitsluitingscijfer hebben bekomen en ten minste het aantal vormingsweken hebben afgelegd die, zonder lager dan twee te zijn, wordt vastgelegd in een reglement uitgevaardigd door de minister. In alle andere gevallen, herbeginnen de kandidaat-reservemilitair en de reservevrijwilliger in vorming de gespecialiseerde professionele vorming.
Art. 132ter. En dérogation aux articles 32, alinéa 1er, 1°, et 36, alinéa 1er, 1°, le candidat militaire de réserve en formation de base qui, au 1er mars 2006, a obtenu la moitié des points pour le travail journalier, n'a pas obtenu de note d'exclusion et a accompli au moins quatre semaines de formation de base, est considéré avoir réussi la formation de base. Dans tous les autres cas, le candidat militaire de réserve en formation de base recommence la formation de base.
En dérogation aux articles 26, 29 et 36, alinéa 2, le candidat sous-officier de réserve et le candidat officier de réserve qui ont entamé, avant 1er mars 2006, la phase d'instruction complementaire de base sont considérés avoir réussi la phase d'instruction complémentaire de base.
En dérogation aux articles 32, alinéa 1er, 1°, et 36, alinéa 1er, 2°, le candidat militaire de réserve et le volontaire de réserve en formation professionnelle specialisée qui, au 1er mars 2006, ont obtenu la moitie des points pour le travail journalier, n'ont pas obtenu de note d'exclusion et ont accompli au moins le nombre de semaines de formation fixé dans un règlement arrêté par le ministre sans qu'il ne soit inférieur à deux, sont considérés avoir réussi la formation professionnelle spécialisée. Dans tous les autres cas, le candidat militaire de réserve et le volontaire de réserve en formation recommencent la formation professionnelle spécialisée.
En dérogation aux articles 26, 29 et 36, alinéa 2, le candidat sous-officier de réserve et le candidat officier de réserve qui ont entamé, avant 1er mars 2006, la phase d'instruction complementaire de base sont considérés avoir réussi la phase d'instruction complémentaire de base.
En dérogation aux articles 32, alinéa 1er, 1°, et 36, alinéa 1er, 2°, le candidat militaire de réserve et le volontaire de réserve en formation professionnelle specialisée qui, au 1er mars 2006, ont obtenu la moitie des points pour le travail journalier, n'ont pas obtenu de note d'exclusion et ont accompli au moins le nombre de semaines de formation fixé dans un règlement arrêté par le ministre sans qu'il ne soit inférieur à deux, sont considérés avoir réussi la formation professionnelle spécialisée. Dans tous les autres cas, le candidat militaire de réserve et le volontaire de réserve en formation recommencent la formation professionnelle spécialisée.
Art.133. Op 1 november 2003 treden in werking :
1° de wet van 16 mei 2001 houdende statuut van de militairen van het reservekader van de krijgsmacht;
2° de artikelen 162 tot 164 van de wet van 27 maart 2003 betreffende de werving van de militairen en het statuut van de militaire muzikanten en tot wijziging van verschillende wetten van toepassing op het personeel van Landsverdediging;
3° dit besluit.
1° de wet van 16 mei 2001 houdende statuut van de militairen van het reservekader van de krijgsmacht;
2° de artikelen 162 tot 164 van de wet van 27 maart 2003 betreffende de werving van de militairen en het statuut van de militaire muzikanten en tot wijziging van verschillende wetten van toepassing op het personeel van Landsverdediging;
3° dit besluit.
Art.133. Entrent en vigueur le 1er novembre 2003 :
1° la loi du 16 mai 2001 portant statut des militaires du cadre de réserve des forces armées;
2° les articles 162 à 164 de la loi du 27 mars 2003 relative au recrutement des militaires et au statut des musiciens militaires et modifiant diverses lois applicables au personnel de la Défense;
3° le présent arrêté.
1° la loi du 16 mai 2001 portant statut des militaires du cadre de réserve des forces armées;
2° les articles 162 à 164 de la loi du 27 mars 2003 relative au recrutement des militaires et au statut des musiciens militaires et modifiant diverses lois applicables au personnel de la Défense;
3° le présent arrêté.
Art.134. Onze Minister van Landsverdediging is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art.134. Notre Ministre de la Défense est chargé de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N1. [1 Bijlage A bij het koninklijk besluit van 3 mei 2003 betreffende het statuut van de militairen van het reservekader van de Krijgsmacht
HET VEREISTE NIVEAU VAN KENNIS VAN HET ENGELS OM BENOEMD TE KUNNEN WORDEN IN DE GRADEN VAN LUITENANT-KOLONEL, VAN KOLONEL OF IN EEN OPPEROFFICIERSGRAAD
LUISTERVAARDIGHEID
Begrijpt voldoende om gesprekken te volgen over professionele onderwerpen en over sociale aspecten uit het alledaagse leven. Is in staat een gesprek te begrijpen met een spreker van de moedertaal, die niet gewoon is te spreken met personen die de moedertaal niet spreken, op voorwaarde dat het gesprek verloopt in een gebruikelijk dialect, op een normaal ritme, en met herhalingen en herformuleringen. Is in staat een grote variëteit aan concrete onderwerpen te begrijpen, zoals bijvoorbeeld persoonlijk en familiaal nieuws, publieke zaken van persoonlijk en algemeen belang, alsook gebruikelijke professionele zaken onder de vorm van beschrijvingen van personen, plaatsen en voorwerpen, evenals verhalen over hedendaagse of toekomstige gebeurtenissen, of uit het verleden. Beschikt over de bekwaamheid om de essentiële punten van een discussie of toespraak te volgen, als het onderwerp verband houdt met zijn/haar specifiek professioneel vakgebied. Is niet in staat om verschillende stijlniveaus te herkennen, maar is in staat om samenhangende verbindingen en syntactische signalen in een meer complex gesprek te herkennen. Is in staat een gesprek te volgen tot op het niveau van een paragraaf, zelfs als deze enorm veel feitelijke details bevat. Begrijpt slechts occasioneel woorden en uitdrukkingen wanneer het gesprek plaats vindt in minder gunstige omstandigheden (bijvoorbeeld wanneer het gesprek plaats vindt buiten via luidsprekers of wanneer het gesprek emotioneel geladen is). Begrijpt gewoonlijk enkel de algemene zin van gesproken taal in de media of door sprekers van de moedertaal in omstandigheden die een begrip van een gespecialiseerde of gesofisticeerde taal vereisen. Is in staat de uiteenzetting van feiten te begrijpen. Is in staat de feiten te begrijpen, maar niet de subtiliteiten van de taal betreffende de feiten.
SPREEKVAARDIGHEID
Is in staat te communiceren in alledaagse sociale en professionele situaties. In een dergelijke context kan de spreker mensen, plaatsen en voorwerpen beschrijven; is in staat in detail te vertellen over lopende, vroegere en toekomstige activiteiten, maar in een eenvoudige opbouw; is in staat feiten na te vertellen; is in staat vergelijkingen en tegenstellingen te maken; is in staat duidelijke instructies en richtlijnen te geven; is in staat voorzienbare vragen te stellen en erop te antwoorden. Is in staat om met vertrouwen deel te nemen aan de meeste normale, dagelijkse gesprekken over concrete onderwerpen zoals de werkmethode, de familie, de persoonlijke achtergrond en interesses, reizen en alledaagse gebeurtenissen. Is vaak in staat om in detail te treden in geval van gebruikelijke dagelijkse situaties, zoals bijvoorbeeld in interacties betreffende persoonlijke kwesties of betreffende de accommodatie; is bijvoorbeeld in staat om ingewikkelde, gedetailleerde en exhaustieve richtlijnen te geven, en is in staat om veranderingen aan te brengen in de reisplannen. Kan converseren met een spreker van de moedertaal, die niet gewoon is te spreken met personen die de moedertaal niet spreken, op voorwaarde dat de spreker van de moedertaal zich in lichte mate aanpast. Is in staat zinnen samen te stellen en met elkaar te verbinden zodanig dat hij/zij een uiteenzetting met de lengte van een paragraaf kan geven.
Beheerst in het algemeen de eenvoudige structuren en de voornaamste grammaticale relaties, maar gebruikt op een verkeerde manier meer complexe structuren, of vermijdt ze. Gebruikt de goede woordenschat in gesprekken over heel courante onderwerpen, maar gebruikt ongewone of onduidelijke termen in andere omstandigheden. Begaat soms fouten van uitspraak, van woordenschat en van grammatica, die de betekenis van de woorden vervormen. Drukt zich evenwel in het algemeen uit op een manier aangepast aan de situatie, zelfs indien hij/zij niet steeds perfect de gesproken taal beheerst.
LEESVAARDIGHEID
Begrijpt voldoende om eenvoudige authentieke documenten te lezen betreffende vertrouwde onderwerpen. Is in staat duidelijke en concrete teksten met feiten te lezen, die beschrijvingen van personen, plaatsen en voorwerpen kan bevatten, evenals verhalen over lopende, vroegere en toekomstige gebeurtenissen. Het kan onder andere gaan over artikels die vaak terugkerende gebeurtenissen beschrijven, over eenvoudige biografische informatie, over aankondigingen van sociale activiteiten, over courante zakelijke brieven en over eenvoudige technische documenten bestemd voor de gemiddelde lezer. Is in staat om niet ingewikkelde, maar authentieke teksten te lezen over vertrouwde onderwerpen, die normaal zijn weergegeven in een voorzienbare volgorde die de lezer kan helpen te begrijpen. Is in staat de voornaamste ideeën en bijzonderheden te onderscheiden en te begrijpen in teksten opgesteld voor een gemiddelde lezer en is in staat te antwoorden op feitelijke vragen betreffende deze documenten. Is niet in staat om onmiddellijk conclusies te trekken uit een tekst noch om de subtiliteiten van de taal die feitelijke gegevens beschrijft, te begrijpen. Is in staat om met gemak proza te lezen dat voornamelijk is opgesteld in heel courante zinsstructuren. Zelfs indien zijn/haar woordenschat niet heel uitgebreid is, is hij/zij in staat om zich te bedienen van de context of van termen uit de reële wereld om de teksten te begrijpen. Is mogelijk traag om iets te begrijpen en vat mogelijk niet alle details. Is mogelijk in staat om precieze informatie samen te vatten, uit te zoeken en op te merken in teksten van een hoger niveau betreffende zijn/haar specifiek vakdomein, maar niet in alle gevallen en niet steeds op een getrouwe manier.
SCHRIJFVAARDIGHEID
Is in staat eenvoudige correspondentie op te stellen betreffende persoonlijke en courante professionele zaken, evenals de bijhorende documenten, zoals dienstnota's, beknopte verslagen en persoonlijke brieven betreffende alledaagse onderwerpen. Is in staat feiten na te vertellen; is in staat instructies te geven; is in staat mensen, plaatsen en voorwerpen te beschrijven; is in staat lopende, vroegere en toekomstige activiteiten te beschrijven, in eenvoudige, maar volledige paragrafen. Is in staat om zinnen samen te stellen en te verbinden om tot een coherente tekst te komen; is in staat verschillen te maken tussen paragrafen en de ene met de andere te verbinden in documenten, met inbegrip van documenten van correspondentie. De ideeën kunnen in zekere mate gestructureerd zijn in functie van de belangrijke punten of van de volgorde van het exacte verloop van de gebeurtenissen. De samenhang tussen de ideeën is evenwel niet steeds duidelijk, en de overgangen soms ongelukkig. Een spreker van de moedertaal, die niet gewoon is documenten te lezen opgesteld door personen die de moedertaal niet spreken, is in staat zijn/haar proza te begrijpen. Beheerst in het algemeen de eenvoudige en heel courante grammaticale structuren, maar veel minder de meer complexe, of probeert ze te vermijden. Gebruikt een goede woordenschat betreffende heel courante onderwerpen, hoewel soms omschrijvingen gebruikt moeten worden. Begaat fouten van grammatica, woordenschat, spelling en interpunctie, die soms de betekenis van de woorden kan vervormen.
Schrijft evenwel in het algemeen op een manier aangepast aan de situatie, zelfs als hij/zij niet steeds de perfecte geschreven taal beheerst.]1
HET VEREISTE NIVEAU VAN KENNIS VAN HET ENGELS OM BENOEMD TE KUNNEN WORDEN IN DE GRADEN VAN LUITENANT-KOLONEL, VAN KOLONEL OF IN EEN OPPEROFFICIERSGRAAD
LUISTERVAARDIGHEID
Begrijpt voldoende om gesprekken te volgen over professionele onderwerpen en over sociale aspecten uit het alledaagse leven. Is in staat een gesprek te begrijpen met een spreker van de moedertaal, die niet gewoon is te spreken met personen die de moedertaal niet spreken, op voorwaarde dat het gesprek verloopt in een gebruikelijk dialect, op een normaal ritme, en met herhalingen en herformuleringen. Is in staat een grote variëteit aan concrete onderwerpen te begrijpen, zoals bijvoorbeeld persoonlijk en familiaal nieuws, publieke zaken van persoonlijk en algemeen belang, alsook gebruikelijke professionele zaken onder de vorm van beschrijvingen van personen, plaatsen en voorwerpen, evenals verhalen over hedendaagse of toekomstige gebeurtenissen, of uit het verleden. Beschikt over de bekwaamheid om de essentiële punten van een discussie of toespraak te volgen, als het onderwerp verband houdt met zijn/haar specifiek professioneel vakgebied. Is niet in staat om verschillende stijlniveaus te herkennen, maar is in staat om samenhangende verbindingen en syntactische signalen in een meer complex gesprek te herkennen. Is in staat een gesprek te volgen tot op het niveau van een paragraaf, zelfs als deze enorm veel feitelijke details bevat. Begrijpt slechts occasioneel woorden en uitdrukkingen wanneer het gesprek plaats vindt in minder gunstige omstandigheden (bijvoorbeeld wanneer het gesprek plaats vindt buiten via luidsprekers of wanneer het gesprek emotioneel geladen is). Begrijpt gewoonlijk enkel de algemene zin van gesproken taal in de media of door sprekers van de moedertaal in omstandigheden die een begrip van een gespecialiseerde of gesofisticeerde taal vereisen. Is in staat de uiteenzetting van feiten te begrijpen. Is in staat de feiten te begrijpen, maar niet de subtiliteiten van de taal betreffende de feiten.
SPREEKVAARDIGHEID
Is in staat te communiceren in alledaagse sociale en professionele situaties. In een dergelijke context kan de spreker mensen, plaatsen en voorwerpen beschrijven; is in staat in detail te vertellen over lopende, vroegere en toekomstige activiteiten, maar in een eenvoudige opbouw; is in staat feiten na te vertellen; is in staat vergelijkingen en tegenstellingen te maken; is in staat duidelijke instructies en richtlijnen te geven; is in staat voorzienbare vragen te stellen en erop te antwoorden. Is in staat om met vertrouwen deel te nemen aan de meeste normale, dagelijkse gesprekken over concrete onderwerpen zoals de werkmethode, de familie, de persoonlijke achtergrond en interesses, reizen en alledaagse gebeurtenissen. Is vaak in staat om in detail te treden in geval van gebruikelijke dagelijkse situaties, zoals bijvoorbeeld in interacties betreffende persoonlijke kwesties of betreffende de accommodatie; is bijvoorbeeld in staat om ingewikkelde, gedetailleerde en exhaustieve richtlijnen te geven, en is in staat om veranderingen aan te brengen in de reisplannen. Kan converseren met een spreker van de moedertaal, die niet gewoon is te spreken met personen die de moedertaal niet spreken, op voorwaarde dat de spreker van de moedertaal zich in lichte mate aanpast. Is in staat zinnen samen te stellen en met elkaar te verbinden zodanig dat hij/zij een uiteenzetting met de lengte van een paragraaf kan geven.
Beheerst in het algemeen de eenvoudige structuren en de voornaamste grammaticale relaties, maar gebruikt op een verkeerde manier meer complexe structuren, of vermijdt ze. Gebruikt de goede woordenschat in gesprekken over heel courante onderwerpen, maar gebruikt ongewone of onduidelijke termen in andere omstandigheden. Begaat soms fouten van uitspraak, van woordenschat en van grammatica, die de betekenis van de woorden vervormen. Drukt zich evenwel in het algemeen uit op een manier aangepast aan de situatie, zelfs indien hij/zij niet steeds perfect de gesproken taal beheerst.
LEESVAARDIGHEID
Begrijpt voldoende om eenvoudige authentieke documenten te lezen betreffende vertrouwde onderwerpen. Is in staat duidelijke en concrete teksten met feiten te lezen, die beschrijvingen van personen, plaatsen en voorwerpen kan bevatten, evenals verhalen over lopende, vroegere en toekomstige gebeurtenissen. Het kan onder andere gaan over artikels die vaak terugkerende gebeurtenissen beschrijven, over eenvoudige biografische informatie, over aankondigingen van sociale activiteiten, over courante zakelijke brieven en over eenvoudige technische documenten bestemd voor de gemiddelde lezer. Is in staat om niet ingewikkelde, maar authentieke teksten te lezen over vertrouwde onderwerpen, die normaal zijn weergegeven in een voorzienbare volgorde die de lezer kan helpen te begrijpen. Is in staat de voornaamste ideeën en bijzonderheden te onderscheiden en te begrijpen in teksten opgesteld voor een gemiddelde lezer en is in staat te antwoorden op feitelijke vragen betreffende deze documenten. Is niet in staat om onmiddellijk conclusies te trekken uit een tekst noch om de subtiliteiten van de taal die feitelijke gegevens beschrijft, te begrijpen. Is in staat om met gemak proza te lezen dat voornamelijk is opgesteld in heel courante zinsstructuren. Zelfs indien zijn/haar woordenschat niet heel uitgebreid is, is hij/zij in staat om zich te bedienen van de context of van termen uit de reële wereld om de teksten te begrijpen. Is mogelijk traag om iets te begrijpen en vat mogelijk niet alle details. Is mogelijk in staat om precieze informatie samen te vatten, uit te zoeken en op te merken in teksten van een hoger niveau betreffende zijn/haar specifiek vakdomein, maar niet in alle gevallen en niet steeds op een getrouwe manier.
SCHRIJFVAARDIGHEID
Is in staat eenvoudige correspondentie op te stellen betreffende persoonlijke en courante professionele zaken, evenals de bijhorende documenten, zoals dienstnota's, beknopte verslagen en persoonlijke brieven betreffende alledaagse onderwerpen. Is in staat feiten na te vertellen; is in staat instructies te geven; is in staat mensen, plaatsen en voorwerpen te beschrijven; is in staat lopende, vroegere en toekomstige activiteiten te beschrijven, in eenvoudige, maar volledige paragrafen. Is in staat om zinnen samen te stellen en te verbinden om tot een coherente tekst te komen; is in staat verschillen te maken tussen paragrafen en de ene met de andere te verbinden in documenten, met inbegrip van documenten van correspondentie. De ideeën kunnen in zekere mate gestructureerd zijn in functie van de belangrijke punten of van de volgorde van het exacte verloop van de gebeurtenissen. De samenhang tussen de ideeën is evenwel niet steeds duidelijk, en de overgangen soms ongelukkig. Een spreker van de moedertaal, die niet gewoon is documenten te lezen opgesteld door personen die de moedertaal niet spreken, is in staat zijn/haar proza te begrijpen. Beheerst in het algemeen de eenvoudige en heel courante grammaticale structuren, maar veel minder de meer complexe, of probeert ze te vermijden. Gebruikt een goede woordenschat betreffende heel courante onderwerpen, hoewel soms omschrijvingen gebruikt moeten worden. Begaat fouten van grammatica, woordenschat, spelling en interpunctie, die soms de betekenis van de woorden kan vervormen.
Schrijft evenwel in het algemeen op een manier aangepast aan de situatie, zelfs als hij/zij niet steeds de perfecte geschreven taal beheerst.]1
Art. N1. [1 Annexe A à l'arrêté royal du 3 mai 2003 relatif au statut des militaires du cadre de réserve des Forces armées
NIVEAU DE CONNAISSANCE DE L'ANGLAIS EXIGE POUR POUVOIR ETRE NOMME AU GRADE DE LIEUTENANT-COLONEL, DE COLONEL OU A UN GRADE D'OFFICIER GENERAL
COMPREHENSION DE LA LANGUE PARLEE
Comprend suffisamment pour suivre des conversations portant sur des questions professionnelles ou sociales courantes de la vie de tous les jours. Est en mesure de comprendre une conversation face à face avec un locuteur natif non habitué à converser avec des personnes qui ne sont pas des locuteurs natifs, à condition que l'échange s'effectue dans un dialecte courant, à un rythme normal, et avec des répétitions et des reformulations. Peut comprendre une grande variété de sujets concrets concernant, par exemple, des questions personnelles ou familiales, des questions d'intérêt public, personnel et général, ainsi que des questions professionnelles courantes, présentées sous forme de descriptions de personnes, d'endroits et de choses, de même que des récits d'événements courants, passés et futurs. Démontre des aptitudes à suivre les points essentiels d'une discussion ou d'une allocution, si le sujet est relié à son domaine particulier de compétence professionnelle. Peut ne pas reconnaître des niveaux de style différents, mais est en mesure d'identifier des liaisons cohésives et des procédés syntaxiques dans un discours plus complexe. Peut suivre un discours au niveau du paragraphe, même quand celui-ci comporte énormément de détails factuels. Comprend seulement occasionnellement des mots et des expressions lorsque la conversation se déroule dans des conditions défavorables (par exemple lorsqu'elle est retransmise par des haut-parleurs à l'extérieur ou qu'elle est chargée d'émotion). Habituellement, comprend seulement le sens général de la langue parlée des médias ou de locuteurs natifs dans des situations exigeant la compréhension d'un langage spécialisé ou sophistiqué. Est en mesure de comprendre l'énoncé de faits. Peut comprendre les faits, mais non les subtilités du langage entourant les faits.
EXPRESSION ORALE
Est en mesure de communiquer dans des situations sociales et professionnelles de tous les jours. Dans un tel contexte, l'interlocuteur peut décrire des gens, des endroits et des choses; peut raconter en détail, mais dans des paragraphes simples, des activités courantes, passées et futurs; peut relater des faits; peut établir des comparaisons et des contrastes; peut donner des instructions et des directives explicites; peut poser des questions prévisibles et y répondre. Peut participer avec assurance à la plupart des conversations normales, à bâtons rompus, portant sur des sujets concrets comme les méthodes de travail, la famille, les antécédents et les intérêts personnels, les voyages, des événements courants. Est souvent en mesure d'entrer dans les détails dans le cas de situations quotidiennes courantes, par exemple sur le plan personnel ou en matière d'hébergement; peut par exemple donner des directives compliquées, détaillées et exhaustives, et modifier, entre autres, des préparatifs prévus en vue d'un déplacement. Peut échanger avec un locuteur natif non habitué à converser avec des personnes qui ne sont pas des locuteurs natifs, à condition que le locuteur natif s'ajuste dans une certaine mesure. Peut combiner et relier des phrases de manière à tenir un discours de la longueur d'un paragraphe. Maîtrise généralement les structures simples et les principaux liens grammaticaux, mais utilise mal ou évite les structures plus complexes.
Emploie le bon vocabulaire dans des conversations portant sur des sujets très courants, mais utilise des termes inhabituels ou imprécis dans d'autres circonstances. Commet parfois des erreurs de prononciation, de vocabulaire et de grammaire, qui déforment le sens des mots. Cependant, s'exprime généralement de façon appropriée à la situation, même s'il ne maîtrise pas toujours parfaitement la langue parlée.
COMPREHENSION DE LA LANGUE ECRITE
Comprend suffisamment pour lire des documents authentiques simples traitant de sujets familiers. Peut lire des textes factuels clairs et concrets, pouvant comporter des descriptions de personnes, d'endroits et de choses, ainsi que des narrations d'événements courants, passés et futurs. Il peut s'agir, entre autres, d'articles décrivant des événements souvent répétitifs, contenant des renseignements personnels, des annonces d'activités sociales, des lettres d'affaires courantes et des documents techniques simples destinés au lecteur moyen. Peut lire des textes authentiques non compliqués portant sur des sujets familiers, qui sont normalement présentés dans un ordre prévisible aidant le lecteur à comprendre. Peut cerner et comprendre les idées et les particularités principales dans des documents rédigés à l'intention d'un lecteur moyen et peut répondre à des questions factuelles relatives à ces documents. N'est pas en mesure de tirer des conclusions directement d'un texte ou de comprendre les subtilités du langage entourant des données factuelles. Peut aisément lire de la prose utilisée essentiellement dans le cadre de structures de phrases très courantes. Même si son vocabulaire actif n'est pas très étendu, il peut se servir d'indices contextuels ou de termes du monde réel pour comprendre les textes. Peut être lent à comprendre et ne pas saisir certains détails. Peut être capable de résumer, de trier et de relever de l'information précise dans des textes de plus haut niveau concernant son domaine particulier de compétence professionnelle, mais pas dans tous les cas et pas toujours de manière fiable.
EXPRESSION ECRITE
Peut rédiger des pièces de correspondance simples concernant des questions personnelles et professionnelles courantes, ainsi que des documents connexes, comme des notes de service, des rapports sommaires et des lettres personnelles portant sur des sujets de la vie de tous les jours. Peut citer des faits; peut donner des instructions; peut décrire des gens, des endroits et des choses; peut relater des activités courantes, passées et futurs, dans des paragraphes complets, mais simples. Peut combiner et relier des phrases de manière à obtenir un texte cohérent; peut établir des contrastes entre les paragraphes et les relier les uns par rapport aux autres dans des documents, y compris des documents de correspondance. Les idées peuvent être plus ou moins structurées en fonction des points importants ou de l'ordre de déroulement exact des événements. Cependant, les liens entre les idées peuvent ne pas toujours être claires, et les transitions parfois maladroites. Un locuteur natif non habitué à lire des documents rédigés par des personnes qui ne sont pas des locuteurs natifs peut comprendre sa prose. Maîtrise généralement les structures grammaticales simples et très courantes, mais il maîtrise moins bien les plus complexes ou cherche à les éviter. Utilise un bon vocabulaire dans le cas de sujets très courants, en dépit de certaines circonlocutions.
Commet des erreurs de grammaire, de vocabulaire, d'orthographe et de ponctuation, qui peuvent parfois déformer le sens des mots. Rédige cependant de façon généralement appropriée à la situation, même s'il ne maîtrise pas toujours parfaitement la langue écrite.]1
NIVEAU DE CONNAISSANCE DE L'ANGLAIS EXIGE POUR POUVOIR ETRE NOMME AU GRADE DE LIEUTENANT-COLONEL, DE COLONEL OU A UN GRADE D'OFFICIER GENERAL
COMPREHENSION DE LA LANGUE PARLEE
Comprend suffisamment pour suivre des conversations portant sur des questions professionnelles ou sociales courantes de la vie de tous les jours. Est en mesure de comprendre une conversation face à face avec un locuteur natif non habitué à converser avec des personnes qui ne sont pas des locuteurs natifs, à condition que l'échange s'effectue dans un dialecte courant, à un rythme normal, et avec des répétitions et des reformulations. Peut comprendre une grande variété de sujets concrets concernant, par exemple, des questions personnelles ou familiales, des questions d'intérêt public, personnel et général, ainsi que des questions professionnelles courantes, présentées sous forme de descriptions de personnes, d'endroits et de choses, de même que des récits d'événements courants, passés et futurs. Démontre des aptitudes à suivre les points essentiels d'une discussion ou d'une allocution, si le sujet est relié à son domaine particulier de compétence professionnelle. Peut ne pas reconnaître des niveaux de style différents, mais est en mesure d'identifier des liaisons cohésives et des procédés syntaxiques dans un discours plus complexe. Peut suivre un discours au niveau du paragraphe, même quand celui-ci comporte énormément de détails factuels. Comprend seulement occasionnellement des mots et des expressions lorsque la conversation se déroule dans des conditions défavorables (par exemple lorsqu'elle est retransmise par des haut-parleurs à l'extérieur ou qu'elle est chargée d'émotion). Habituellement, comprend seulement le sens général de la langue parlée des médias ou de locuteurs natifs dans des situations exigeant la compréhension d'un langage spécialisé ou sophistiqué. Est en mesure de comprendre l'énoncé de faits. Peut comprendre les faits, mais non les subtilités du langage entourant les faits.
EXPRESSION ORALE
Est en mesure de communiquer dans des situations sociales et professionnelles de tous les jours. Dans un tel contexte, l'interlocuteur peut décrire des gens, des endroits et des choses; peut raconter en détail, mais dans des paragraphes simples, des activités courantes, passées et futurs; peut relater des faits; peut établir des comparaisons et des contrastes; peut donner des instructions et des directives explicites; peut poser des questions prévisibles et y répondre. Peut participer avec assurance à la plupart des conversations normales, à bâtons rompus, portant sur des sujets concrets comme les méthodes de travail, la famille, les antécédents et les intérêts personnels, les voyages, des événements courants. Est souvent en mesure d'entrer dans les détails dans le cas de situations quotidiennes courantes, par exemple sur le plan personnel ou en matière d'hébergement; peut par exemple donner des directives compliquées, détaillées et exhaustives, et modifier, entre autres, des préparatifs prévus en vue d'un déplacement. Peut échanger avec un locuteur natif non habitué à converser avec des personnes qui ne sont pas des locuteurs natifs, à condition que le locuteur natif s'ajuste dans une certaine mesure. Peut combiner et relier des phrases de manière à tenir un discours de la longueur d'un paragraphe. Maîtrise généralement les structures simples et les principaux liens grammaticaux, mais utilise mal ou évite les structures plus complexes.
Emploie le bon vocabulaire dans des conversations portant sur des sujets très courants, mais utilise des termes inhabituels ou imprécis dans d'autres circonstances. Commet parfois des erreurs de prononciation, de vocabulaire et de grammaire, qui déforment le sens des mots. Cependant, s'exprime généralement de façon appropriée à la situation, même s'il ne maîtrise pas toujours parfaitement la langue parlée.
COMPREHENSION DE LA LANGUE ECRITE
Comprend suffisamment pour lire des documents authentiques simples traitant de sujets familiers. Peut lire des textes factuels clairs et concrets, pouvant comporter des descriptions de personnes, d'endroits et de choses, ainsi que des narrations d'événements courants, passés et futurs. Il peut s'agir, entre autres, d'articles décrivant des événements souvent répétitifs, contenant des renseignements personnels, des annonces d'activités sociales, des lettres d'affaires courantes et des documents techniques simples destinés au lecteur moyen. Peut lire des textes authentiques non compliqués portant sur des sujets familiers, qui sont normalement présentés dans un ordre prévisible aidant le lecteur à comprendre. Peut cerner et comprendre les idées et les particularités principales dans des documents rédigés à l'intention d'un lecteur moyen et peut répondre à des questions factuelles relatives à ces documents. N'est pas en mesure de tirer des conclusions directement d'un texte ou de comprendre les subtilités du langage entourant des données factuelles. Peut aisément lire de la prose utilisée essentiellement dans le cadre de structures de phrases très courantes. Même si son vocabulaire actif n'est pas très étendu, il peut se servir d'indices contextuels ou de termes du monde réel pour comprendre les textes. Peut être lent à comprendre et ne pas saisir certains détails. Peut être capable de résumer, de trier et de relever de l'information précise dans des textes de plus haut niveau concernant son domaine particulier de compétence professionnelle, mais pas dans tous les cas et pas toujours de manière fiable.
EXPRESSION ECRITE
Peut rédiger des pièces de correspondance simples concernant des questions personnelles et professionnelles courantes, ainsi que des documents connexes, comme des notes de service, des rapports sommaires et des lettres personnelles portant sur des sujets de la vie de tous les jours. Peut citer des faits; peut donner des instructions; peut décrire des gens, des endroits et des choses; peut relater des activités courantes, passées et futurs, dans des paragraphes complets, mais simples. Peut combiner et relier des phrases de manière à obtenir un texte cohérent; peut établir des contrastes entre les paragraphes et les relier les uns par rapport aux autres dans des documents, y compris des documents de correspondance. Les idées peuvent être plus ou moins structurées en fonction des points importants ou de l'ordre de déroulement exact des événements. Cependant, les liens entre les idées peuvent ne pas toujours être claires, et les transitions parfois maladroites. Un locuteur natif non habitué à lire des documents rédigés par des personnes qui ne sont pas des locuteurs natifs peut comprendre sa prose. Maîtrise généralement les structures grammaticales simples et très courantes, mais il maîtrise moins bien les plus complexes ou cherche à les éviter. Utilise un bon vocabulaire dans le cas de sujets très courants, en dépit de certaines circonlocutions.
Commet des erreurs de grammaire, de vocabulaire, d'orthographe et de ponctuation, qui peuvent parfois déformer le sens des mots. Rédige cependant de façon généralement appropriée à la situation, même s'il ne maîtrise pas toujours parfaitement la langue écrite.]1
Art. N2. [1 Bijlage B bij het koninklijk besluit van 3 mei 2003 betreffende het statuut van de militairen van het reservekader van de krijgsmacht
- Tabel tot vaststelling van de vereiste minimum anciënniteit voor bevordering
- Tabel tot vaststelling van de vereiste minimum anciënniteit voor bevordering
Art. N2. [1 Annexe B à l'arrêté royal du 3 mai 2003 relatif au statut des militaires du cadre de réserve des Forces armées
Tableau fixant l'ancienneté minimale exigée pour l'avancement
Tableau fixant l'ancienneté minimale exigée pour l'avancement
| CATEGORIE RESERVEPERSONEEL | GRAAD IN HET RESERVEKADER | ANCIENNITEIT IN DE VORIGE GRAAD (JAREN) | |
| normale bevordering= X | versnelde bevordering = Z | ||
| VRIJWILLIGER | Korporaal | 7 | 6 |
| Korporaal-chef | 9 | 8 | |
| Eerste korporaal-chef | 9 | 8 | |
| ONDEROFFICIER | Eerste sergeant | 5 | 4 |
| Eerste sergeant-chef (1) | 9 (1) | 8 (1) | |
| Eerste sergeant-majoor (3) | 7 | 6 | |
| Adjudant | 7 | 6 | |
| Adjudant-chef | 7 | 6 | |
| Adjudant-majoor | 5 | 4 | |
| OFFICIER | Luitenant | 5 | 4 |
| Kapitein | 6 | 5 | |
| Kapitein-commandant | 6 | 5 | |
| Majoor | 20 (2) | 16 (2) | |
| Luitenant-kolonel | 5 | 4 | |
| Kolonel | 5 | 4 | |
| Generaal-majoor | 5 | 4 | |
| Luitenant-generaal | 5 | 2 | |
RESERVEPERSONEEL GRAAD IN HET
RESERVEKADER ANCIENNITEIT IN DE VORIGE GRAAD (JAREN)normale
bevordering= X versnelde
bevordering = Z
VRIJWILLIGER Korporaal 7 6Korporaal-chef 9 8Eerste korporaal-chef 9 8ONDEROFFICIER Eerste sergeant 5 4Eerste sergeant-chef (1) 9 (1) 8 (1)Eerste sergeant-majoor (3) 7 6Adjudant 7 6Adjudant-chef 7 6Adjudant-majoor 5 4OFFICIER Luitenant 5 4Kapitein 6 5Kapitein-commandant 6 5Majoor 20 (2) 16 (2)Luitenant-kolonel 5 4Kolonel 5 4Generaal-majoor 5 4Luitenant-generaal 5 2
(1) Enkel voor de onderofficier die verzaakt heeft aan de bevordering of die het brevet van keuronderofficier niet heeft behaald
(2) Minimum totaal aantal jaren anciënniteit als officier (NIET de majoor aangeworven in het kader van de bijzondere laterale werving)
(3) Enkel Niv C
Indien de duur van het behoren tot de onmiddellijk beschikbare reserve kleiner is dan de vereiste minimum anciënniteit voor de vermelde bevordering, wordt de anciënniteit in de vorige graad berekend volgens de formule:
A = X - ((Y/Z) x (X - Z))
A = vereiste anciënniteit in de vorige graad.
X = aantal vereiste jaren anciënniteit bij normale bevordering.
Y = aantal jaren in de onmiddellijk beschikbare reserve.
Z = aantal vereiste jaren anciënniteit bij versnelde bevordering.
Het resultaat wordt afgerond naar het lagere trimester.
Periodes van minder dan één jaar komen niet in aanmerking voor de berekening van Y.]1
| CATEGORIE DE PERSONNEL DE RESERVE | GRADE DANS LE CADRE DE RESERVE | ANCIENNETE DANS LE GRADE PRECEDENT (ANNEES) | |
| avancement normal= X | avancement accéléré= Z | ||
| VOLONTAIRE | Caporal | 7 | 6 |
| Caporal-chef | 9 | 8 | |
| Premier caporal-chef | 9 | 8 | |
| SOUS-OFFICIER | Premier sergent | 5 | 4 |
| Premier sergent-chef (1) | 9 (1) | 8 (1) | |
| Premier sergent-major | 7 | 6 | |
| Adjudant | 7 | 6 | |
| Adjudant-chef | 7 | 6 | |
| Adjudant-major | 5 | 4 | |
| OFFICIER | Lieutenant | 5 | 4 |
| Capitaine | 6 | 5 | |
| Capitaine-commandant | 6 | 5 | |
| Major | 20 (2) | 16 (2) | |
| Lieutenant-colonel | 5 | 4 | |
| Colonel | 5 | 4 | |
| Général-major | 5 | 4 | |
| Lieutenant-général | 5 | 2 | |
PERSONNEL DE
RESERVE GRADE DANS LE CADRE DE RESERVE ANCIENNETE DANS LE GRADE PRECEDENT (ANNEES)avancement
normal= X avancement
accéléré= Z
VOLONTAIRE Caporal 7 6Caporal-chef 9 8Premier caporal-chef 9 8SOUS-OFFICIER Premier sergent 5 4Premier sergent-chef (1) 9 (1) 8 (1)Premier sergent-major 7 6Adjudant 7 6Adjudant-chef 7 6Adjudant-major 5 4OFFICIER Lieutenant 5 4Capitaine 6 5Capitaine-commandant 6 5Major 20 (2) 16 (2)Lieutenant-colonel 5 4Colonel 5 4Général-major 5 4Lieutenant-général 5 2
(1) Uniquement pour le sous-officier ayant renoncé à l'avancement ou n'ayant pas obtenu le brevet de sous-officier d'élite
(2) Nombre total au minimum d'années d'ancienneté comme officier (PAS le major recruté dans le cadre du recrutement spécial latéral)
(3) Uniquement le Niv C
Si la durée d'appartenance à la réserve immédiatement disponible est inférieure à l'ancienneté minimale requise pour l'avancement accéléré, l'ancienneté dans le grade précédent est calculée suivant la formule :
A = X - ((Y/Z) x (X - Z))
A = ancienneté requise dans le grade précédent.
X = nombre d'années d'ancienneté requises pour l'avancement normal.
Y = nombre d'années d'ancienneté dans la réserve immédiatement disponible.
Z = nombre d'années d'ancienneté requises pour l'avancement accéléré.
Le résultat est arrondi vers le trimestre inférieur.
Des périodes de moins d'un an ne sont pas prises en compte pour le calcul de Y.]1