Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
13 SEPTEMBER 2003. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de bezoldigingsregeling en het administratief statuut van de Commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen en zijn adjuncten.
Titre
13 SEPTEMBRE 2003. - Arrêté royal fixant le statut pécuniaire et administratif du Commissaire général aux Réfugiés et aux Apatrides et de ses adjoints.
Documentinformatie
Numac: 2003000893
Datum: 2003-09-13
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2003000893
Date: 2003-09-13
Moniteur: Voir
Tekst (39)
Texte (39)
TITEL I. - Algemene bepalingen.
TITRE Ier. - Dispositions générales.
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° de vreemdelingenwet : de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen;
  2° Onze Minister : de Minister bevoegd voor de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen;
  3° de Commissaris-generaal : de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen;
  4° de adjuncten : de adjunct-commissarissen die de commissaris-generaal bijstaan;
  5° de FOD : de federale overheidsdienst behorend tot de Minister waarbij het commissariaat-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen is opgericht.
Article 1. Pour l'application du présent arrêté, il faut entendre par :
  1° la loi sur les étrangers : la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers;
  2° Notre Ministre : le Ministre compétent pour ce qui est de l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers;
  3° le Commissaire général : le Commissaire général aux réfugiés et aux apatrides;
  4° les adjoints : les Commissaires adjoints qui assistent le Commissaire général;
  5° le SPF : le Service public fédéral relevant du Ministre auprès duquel a été créé le Commissariat général aux réfugiés et aux apatrides.
Art. 2. Niettegenstaande de Commissaris-generaal en zijn adjuncten geen rijksambtenaar zijn in de zin van het koninklijk besluit van 2 oktober 1937 houdende het statuut van het Rijkspersoneel kunnen bepalingen ervan op hun van toepassing zijn indien deze van toepassing zijn verklaard.
Art. 2. Nonobstant le fait que le Commissaire général et ses adjoints ne sont pas des agents de l'Etat au sens de l'arrêté royal du 2 octobre 1937 portant le statut des agents de l'Etat, des dispositions de cette loi peuvent leur être appliquées si elles sont déclarées d'application.
TITEL II. - Bezoldigingsregeling.
TITRE II. - Statut pécuniaire.
Art. 3. Het bruto jaarlijks beloningspakket van de Commissaris - generaal omvat :
  1° een maandelijkse brutowedde ingeschaald in salarisband 4 in de zin van het koninklijk besluit van 11 juli 2001 betreffende de weging van de management- en staffuncties in de federale overheidsdiensten en tot vaststelling van hun wedde;
  2° de deelname aan een aanvullende pensioenregeling, gefinancierd door persoonlijke en werkgeversbijdragen voor zover ze zijn onderworpen aan de rust- en overlevingspensioenregeling voor werknemers.
  Bovenop de hiervoor vermelde bezoldigingen kan een dienstvoertuig dat voor privé-doeleinden mag gebruikt worden ter beschikking worden gesteld.
Art. 3. La rémunération totale annuelle brute du Commissaire général comprend :
  1° un traitement brut mensuel inséré dans la bande de salaire 4 au sens de l'arrêté royal du 11 juillet 2001 relatif à la pondération des fonctions de management et d'encadrement dans les services publics fédéraux et fixant leur traitement;
  2° la participation à un régime de pension complémentaire, financé par des cotisations personnelles et patronales pour autant qu'ils sont soumis au régime de pension de retraite et de survie des travailleurs salariés.
  Outre les rémunérations susmentionnées un véhicule de fonction pouvant être utilisé à des fins privées, peut être mis à la disposition.
Art. 4. Het bruto jaarlijks beloningspakket van de adjunct omvat :
  1° een maandelijkse brutowedde die ingeschaald wordt in de salarisband van de Commissaris-generaal min 1, in de zin van het koninklijk besluit van 11 juli 2001 betreffende de weging van de management- en staffuncties in de federale overheidsdiensten en tot vaststelling van hun wedde;
  2° de deelname aan een aanvullende pensioenregeling, gefinancierd door persoonlijke en werkgeversbijdragen voor zover ze zijn onderworpen aan de rust- en overlevingspensioenregeling voor werknemers.
Art. 4. La rémunération annuelle brute de l'adjoint comprend :
  1° un traitement mensuel brut inséré dans la bande de salaire du Commissaire général moins 1, au sens de l'arrêté royal du 11 juillet 2001 relatif à la pondération des fonctions de management et d'encadrement dans les services publics fédéraux et fixant leur traitement;
  2° la participation à un régime de pension complémentaire, financé par des cotisations personnelles et patronales pour autant qu'ils sont soumis au régime de pension de retraite et de survie des travailleurs salariés.
Art. 5. De Commissaris-generaal en zijn adjuncten genieten van kinderbijslag, vakantiegeld en een eindejaarspremie onder dezelfde voorwaarden als de rijksambtenaren.
Art. 5. Le Commissaire général et ses adjoints bénéficient des allocations familiales, d'un pécule de vacances et d'une allocation de fin d'année, aux mêmes conditions que les agents de l'Etat.
TITEL III. - Mandaat.
TITRE III. - Mandat.
HOOFDSTUK I. - Duur.
CHAPITRE Ier. - Durée.
Art. 6. Overeenkomstig de artikelen 57/3 en 57/4 van de vreemdelingenwet worden de Commissaris-generaal en zijn adjuncten aangesteld voor een hernieuwbare periode van vijf jaar.
Art. 6. Conformément aux articles 57/3 et 57/4 de la loi sur les étrangers, le Commissaire général et ses adjoints sont désignés pour une période renouvelable de cinq ans.
Art. 7. Indien de Commissaris- generaal of een adjunct vraagt om zijn mandaat te beëindigen, is een opzegging van zes maanden vereist. Deze termijn kan in onderling akkoord met Onze Minister worden verkort. De opzegging gebeurt per aangetekende brief gericht aan Onze Minister.
Art. 7. Si le Commissaire général ou l'un de ses adjoints souhaite mettre fin à son mandat, un préavis de six mois est exigé. Ce délai peut être raccourci d'un commun accord avec Notre Ministre. Le préavis se fait par lettre recommandée adressée à Notre Ministre.
Art. 8. Tenzij de evaluatie, zoals vastgelegd in dit besluit, leidt tot een vermelding " onvoldoende ", wordt het mandaat van de Commissaris-generaal of zijn adjuncten verlengd voor een nieuwe periode van vijf jaar.
Art. 8. A moins que l'évaluation, comme prévue par cet arrêté, appelle la mention " insuffisant ", le mandat du Commissaire général ou de ses adjoints est renouvelé pour une période de cinq ans.
HOOFDSTUK II. - Beheersplan.
CHAPITRE II. - Plan de gestion.
Art. 9. § 1. Overeenkomstig artikel 57/24 van de vreemdelingenwet maakt de Commissaris-generaal een beheersplan op.
  § 2. Het beheersplan omvat minstens een beschrijving van de hierna volgende elementen :
  1° de omschrijving van de algemene beheersopdrachten van de Commissaris - generaal en zijn verplichtingen terzake;
  2° de strategische doelstellingen die hij moet bereiken en zijn verplichtingen ter zake;
  3° de operationele doelstellingen die hij moet bereiken en zijn verplichtingen ter zake;
  4° de vereiste budgettaire middelen (inbegrepen personeelsmiddelen);
  5° de toegekende ondersteuning vanwege de FOD, in overeenstemming met het managementplan van de voorzitter van de FOD.
  § 3. De vaststelling van het beheersplan met inbegrip van het operationeel luik kan op generlei wijze afbreuk doen aan de onafhankelijkheid van de Commissaris-generaal en zijn adjuncten bij het nemen van hun beslissingen en het uitbrengen van hun adviezen.
Art. 9. § 1er. Conformément à l'article 57/24 de la loi sur les étrangers, le Commissaire général rédige un plan de gestion.
  § 2. Le plan de gestion comprend au moins une description des éléments suivants :
  1° la définition des missions générales de gestion qui incombent au Commissaire général et ses obligations en la matière;
  2° les objectifs stratégiques à atteindre par lui et ses obligations en la matière;
  3° les objectifs opérationnels à atteindre par lui et ses obligations en la matière;
  4° les moyens budgétaires nécessaires (y compris les moyens en personnel);
  5° le soutien octroyé par le SPF, conformément le plan de gestion du Président du SPF.
  § 3. L'établissement du plan de gestion, y compris son volet opérationnel, ne saurait en aucune façon porter atteinte à l'indépendance du Commissaire général et de ses adjoints pour ce qui est des décisions qu'ils prennent et des avis qu'ils rendent.
Art. 10. § 1. De Commissaris-generaal maakt binnen de drie maanden na zijn aanstelling een voorstel van beheersplan op dat overgemaakt wordt aan Onze Minister.
  Telkens de omstandigheden het noodzakelijk maken, maakt de Commissaris-generaal een voorstel van aangepast beheersplan over aan Onze Minister.
  § 2. Onze Minister, bijgestaan door de voorzitter van het directiecomité van de FOD, bespreekt met de Commissaris-generaal het voorstel van beheersplan.
  § 3. De Commissaris-generaal stelt vervolgens zijn definitief beheersplan op dat ter goedkeuring aan de Ministerraad wordt overgemaakt door Onze Minister.
Art. 10. § 1er. Dans les trois mois qui suivent sa désignation, le Commissaire général rédige un projet de plan de gestion qu'il transmet à Notre Ministre.
  Chaque fois que les circonstances l'exigent, le Commissaire général transmet à Notre Ministre un projet de plan de gestion adapté.
  § 2. Notre Ministre, assisté par le président du comité de direction du SPF, discute avec le Commissaire général le projet de plan de gestion.
  § 3 Le Commissaire général rédige ensuite son plan de gestion définitif, qui est transmis par Notre Ministre au Conseil des Ministres pour approbation.
HOOFDSTUK III. - Evaluatie.
CHAPITRE III. - Evaluation.
Art. 11. De Commissaris-generaal wordt tijdens zijn mandaat tweemaal geëvalueerd.
  De eerste evaluatie grijpt plaats twee jaar na het begin van het mandaat. Ten laatste zes maand vóór het einde van het mandaat krijgt hij een globale eindevaluatie.
Art. 11. Le Commissaire général est évalué deux fois au cours de son mandat.
  La première évaluation a lieu deux ans après le début de son mandat. Au plus tard six mois avant la fin de son mandat, il fait l'objet d'une évaluation finale.
Art. 12. § 1. De evaluatie en de eindevaluatie betreffen de prestatiedoelstellingen en de concrete uitwerking ervan, zoals vervat in het beheersplan, bedoeld in artikel 9.
  § 2. Deze evaluatie kan geen betrekking hebben op de individuele beslissingen en adviezen die met toepassing van de vreemdelingenwet werden genomen noch er enige invloed op hebben.
Art. 12. § 1er. L'évaluation et l'évaluation finale portent sur les objectifs de prestation et leur développement concret, tels que prévus dans le plan de gestion visé à l'article 9.
  § 2. Cette évaluation ne saurait porter sur les décisions individuelles et les avis rendus en application de la loi sur les étrangers ni ne saurait influencer ceux-ci.
Art. 13. De evaluatie van de Commissaris-generaal geschiedt door Onze Minister. De evaluatie wordt bekrachtigd door de Ministerraad.
Art. 13. L'évaluation du Commissaire général est effectuée par Notre Ministre et ratifiée par le Conseil des Ministres.
Art. 14. § 1. Onze Minister heeft met het oog op de evaluatie een functioneringsgesprek met de Commissaris-generaal.
  Onze Minister nodigt de Commissaris-generaal minstens één maand op voorhand uit voor het functioneringsgesprek.
  § 2. De Commissaris-generaal maakt tegen ontvangstbewijs minstens vijf kalenderdagen voor het functioneringsgesprek een zelfevaluatie over aan Onze Minister.
  Deze schriftelijke zelfevaluatie maakt deel uit van het evaluatiedossier.
  § 3. Na het evaluatiegesprek finaliseert de Minister het evaluatieverslag dat binnen de vijftien kalenderdagen na het evaluatiegesprek tegen ontvangstbewijs aan de Commissaris-generaal wordt bezorgd en vervolgens binnen de maand, met de eventuele opmerkingen van de Commissaris-generaal, aan de Ministerraad ter bespreking en bekrachtiging wordt voorgelegd.
Art. 14. § 1er. Notre Ministre a un entretien de fonctionnement avec le Commissaire général en vue de son évaluation.
  Notre Ministre invite le Commissaire général au moins un mois à l'avance pour cet entretien de fonctionnement.
  § 2. Au moins cinq jours calendrier avant l'entretien de fonctionnement, le Commissaire général transmet, contre accusé de réception, une auto-évaluation à Notre Ministre.
  Cette auto-évaluation écrite est jointe au dossier d'évaluation.
  § 3. Après l'entretien d'évaluation, le Ministre finalise le rapport d'évaluation, qui est ensuite transmis au Commissaire général, contre accusé de réception, dans les quinze jours calendrier qui suivent l'entretien d'évaluation. Ce rapport d'évaluation, avec les observations éventuelles du Commissaire général, est ensuite transmis, dans le mois qui suit, au Conseil des ministres pour examen et ratification.
Art. 15. De evaluatie en de globale eindevaluatie van de Commissaris-generaal wordt besloten met de vermelding " onvoldoende " wanneer de prestatiedoelstellingen en de concrete uitwerking ervan, zoals vervat in het beheersplan, bedoeld in artikel 9, § 2, klaarblijkelijk niet werden verwezenlijkt zonder gegronde reden.
Art. 15. L'évaluation et l'évaluation finale globale du Commissaire général donnent lieu à la mention " insuffisant " lorsque les objectifs de prestation et leur développement concret, tels que prévus dans le plan de gestion visé à l'article 9, § 2, n'ont manifestement pas été réalisés, et ce sans motif fondé.
Art. 16. § 1. De adjunct wordt tijdens zijn mandaat tweemaal geëvalueerd.
  De eerste evaluatie grijpt plaats twee jaar na het begin van het mandaat. Ten laatste zes maand vóór het einde van het mandaat krijgt hij een globale eindevaluatie.
Art. 16. § 1er. L'adjoint est évalué deux fois au cours de son mandat.
  La première évaluation a lieu deux ans après le début du mandat. Au plus tard six mois avant la fin du mandat, il fait l'objet d'une évaluation globale.
Art. 17. De evaluatie heeft betrekking op de bijstand die hij verleent aan de Commissaris-generaal en de uitvoering van de opdrachten, gegeven door de Commissaris-generaal.
Art. 17. L'évaluation porte sur l'assistance qu'il prête au Commissaire général et sur l'accomplissement des missions qui lui sont confiées par le Commissaire général.
Art. 18. De evaluatie geschiedt door Onze Minister daarin bijgestaan door de Commissaris-generaal.
Art. 18. L'évaluation est effectuée par Notre Ministre, assisté par le Commissaire général.
Art. 19. § 1. De Commissaris-generaal heeft met het oog op de evaluatie een functioneringsgesprek met de adjunct.
  De Commissaris-generaal nodigt de adjunct minstens één maand op voorhand uit voor het functioneringsgesprek.
  § 2. De adjunct maakt tegen ontvangstbewijs minstens vijf kalenderdagen voor het functioneringsgesprek een zelfevaluatie over aan de commissaris-generaal.
  Deze schriftelijke zelfevaluatie maakt deel uit van het evaluatiedossier.
  § 3. Na het evaluatiegesprek finaliseert de commissaris-generaal het evaluatieverslag dat binnen de vijftien kalenderdagen na het evaluatiegesprek tegen ontvangstbewijs aan de adjunct wordt bezorgd en vervolgens binnen de maand, met de eventuele opmerkingen van de adjunct, aan de Minister ter bekrachtiging wordt voorgelegd.
  § 4. De globale eindevaluatie wordt door Onze Minister ter bekrachtiging voorgelegd aan de Ministerraad.
Art. 19. § 1er. Le Commissaire général a un entretien de fonctionnement avec son adjoint en vue de son évaluation.
  Le Commissaire général invite son adjoint au moins un mois à l'avance pour cet entretien de fonctionnement.
  § 2. Au moins cinq jours calendrier avant l'entretien de fonctionnement, l'adjoint transmet, contre accusé de réception, une auto-évaluation au Commissaire général.
  Cette auto-évaluation écrite est jointe au dossier d'évaluation.
  § 3. Après l'entretien d'évaluation, le Commissaire général finalise le rapport d'évaluation, qui est ensuite transmis à l'adjoint, contre accusé de réception, dans les quinze jours calendrier qui suivent l'entretien d'évaluation. Ce rapport d'évaluation, avec les observations éventuelles de l'adjoint, est ensuite transmis, dans le mois qui suit, au Ministre pour ratification.
  § 4. L'évaluation finale globale est soumise par Notre Ministre au Conseil des Ministres pour ratification.
Art. 20. De evaluatie en de eindevaluatie wordt besloten met de vermelding " onvoldoende " wanneer de adjunct de bijstand die hij verleent aan de Commissaris-generaal en de uitvoering van de gegeven opdrachten klaarblijkelijk niet naar behoren heeft uitgeoefend op de wijze bepaald door de Commissaris-generaal.
Art. 20. L'évaluation et l'évaluation finale globale donnent lieu à la mention " insuffisant " lorsque l'adjoint n'a manifestement pas assisté le Commissaire général ni rempli les missions qui lui ont été confiées selon les modalités prévues par le Commissaire général.
HOOFDSTUK IV. - Verlofregeling.
CHAPITRE IV. - Régime des congés.
Art. 21. De Commissaris-generaal en de adjuncten oefenen hun taak voltijds uit. Zij kunnen mits toestemming van de Minister andere bijkomende opdrachten uitoefenen in zoverre deze de uitoefening van hun mandaat niet verhinderen en deze in overeenstemming zijn met de algemene regeling die geldt voor het openbaar ambt.
  Het eensluidend advies van de Commissaris-generaal is vereist voor de adjuncten.
Art. 21. Le Commissaire général et ses adjoints exercent leur fonction à temps plein. Ils peuvent, moyennant accord de Notre Ministre, effectuer des tâches additionnelles pour autant que celles-ci ne gênent pas l'exercice de leur mandat et pour autant que celles-ci sont conformes à la réglementation générale de la fonction publique.
  L'avis conforme du Commissaire général est requis pour les adjoints.
Art. 22. De Commissaris-generaal en de adjuncten kunnen het verlof bekomen die wordt toegestaan aan het rijkspersoneel met inachtneming van de behoeften van de dienst.
  De Commissaris-generaal licht Onze Minister in over zijn verlof. De adjuncten lichten hierover de commissaris-generaal in die hierover beslist met inachtneming van de behoeften van de dienst.
  Tijdens hun mandaat hebben zij geen recht op volgende verlofregelingen :
  1° een verlof voor loopbaanonderbreking, behalve indien het gaat om het ouderschapsverlof, de palliatieve zorgverlening en het verzorgen in geval van ernstige ziekte;
  2° een verlof voor het uitoefenen van een functie in de cel algemene beleidscoördinatie, een cel van algemeen beleid, een ministerieel kabinet of een secretariaat van een minister, staatssecretaris of regeringscommissaris;
  3° een verlof voor het vervullen van een stage of een proefperiode in een andere betrekking van een openbare dienst;
  4° een verlof voor onthaal en opleiding;
  5° een verlof om in vredestijd prestaties te verrichten bij het korps civiele bescherming als vrijwillige dienstnemer bij dit korps;
  6° een verlof om mindervaliden en zieken te vergezellen en bij te staan tijdens vakantiereizen en -verblijven in België of in het buitenland die worden georganiseerd door een vereniging, een openbare instelling of een privé-instelling, waarvan de opdracht erin bestaat de zorg voor mindervaliden en zieken op zich te nemen en die, te dien einde, subsidies van de overheid krijgt;
  7° de toelating hun functie om persoonlijke redenen per verminderde prestaties uit te oefenen;
  8° een afwezigheid van lange duur wegens persoonlijke aangelegenheden;
  9° een verlof zoals bedoeld in het koninklijk besluit van 12 augustus 1993 betreffende het verlof toegekend aan bepaalde, ter beschikking van de Koning of de Prinsen en Prinsessen van België gestelde personeelsleden van de Rijksdiensten en het koninklijk besluit van 2 april 1975 betreffende het verlof dat aan sommige personeelsleden in overheidsdienst wordt verleend voor het verrichten van bepaalde prestaties ten behoeve van in de wetgevende vergaderingen van de Staat en van de Gemeenschappen of de Gewesten erkende politieke groepen, respectievelijk ten behoeve van de voorzitters van die groepen;
  10° een verlof omwille van een missie van algemeen belang.
Art. 22. Le Commissaire général et ses adjoints peuvent bénéficier des congés accordés aux agents de l'Etat, dans le respect toutefois des nécessités du service.
  Le Commissaire général communique les congés qu'il prend à Notre Ministre. Les adjoints en informent le Commissaire général, qui en décide dans le respect des nécessités du service.
  Durant leur mandat, ils n'ont pas droit aux congés suivants :
  1° un congé pour interruption de la carrière professionnelle, sauf si celle-ci vise le congé parental, les soins palliatifs et les soins en cas de maladie grave;
  2° un congé pour exercer une fonction dans la cellule de coordination générale de la politique, une cellule de politique générale, un cabinet ministériel ou un secrétariat d'un ministre, d'un secrétaire d'Etat ou d'un commissaire du gouvernement;
  3° un congé pour accomplir un stage ou une période d'essai dans un autre emploi d'un service public;
  4° un congé pour accueil et formation;
  5° un congé pour remplir en temps de paix des prestations au corps de protection civile, en qualité d'engagé volontaire à ce corps;
  6° un congé pour accompagner et assister des handicapés et des malades lors d'un voyage ou d'un séjour en Belgique ou à l'étranger organisé par une association, un organisme public ou privé, dont la mission consiste à soigner des handicapés et des malades et qui bénéficient à cet effet de subventions des autorités;
  7° l'autorisation d'exercer ses fonctions par prestations réduites pour convenance personnelle;
  8° une absence de longue durée pour raisons personnelles.
  9° un congé tel que visé à l'arrêté royal du 12 août 1993 relatif aux congés accordés à certains agents des services de l'Etat mis à la disposition du Roi ou des Princes et Princesses de Belgique et à l'arrêté royal du 2 avril 1975 relatif au congé accordé à certains membres du personnel des services publics pour accomplir certaines prestations au bénéfice des groupes politiques reconnus des assemblées législatives nationales, communautaires ou régionales, ou au bénéfice des présidents de ces groupes.
  10° un congé pour mission d'intérêt général.
Art. 23. De Commissaris-generaal of de adjunct die zich, op het ogenblik van zijn benoeming, in een statutair verband bevindt met de Staat of met enige andere rechtspersoon van publiek recht die onder de Staat ressorteert, wordt van rechtswege een verlof wegens opdracht toegestaan overeenkomstig de bepalingen van het desbetreffende statuut, voor de gehele duur van zijn mandaat.
  Gedurende deze periode kan hij er zijn rechten op tussentijdse verhogingen en op bevordering laten gelden.
Art. 23. Le Commissaire général ou l'adjoint qui, au moment de sa nomination, est lié statutairement à l'Etat ou à toute autre personne de droit public ressortissant à l'Etat, est mis en congé d'office pour mission conformément aux dispositions du statut en question, et ce pour toute la durée de son mandat.
  Durant cette période, il peut y faire valoir ses droits à des augmentations intercalaires et à une promotion.
TITEL IV. - Tuchtregeling.
TITRE IV. - Régime disciplinaire.
Art. 24. § 1. De door de wet vastgelegde tuchtstraffen worden uitgesproken overeenkomstig de in dit besluit vastgelegde procedure.
  § 2. De Minister beslist of er een onderzoek naar de mogelijkheid tot het opleggen van een tuchtstraf wordt uitgevoerd. Hij duidt de persoon aan die het onderzoek uitvoert. Die persoon moet binnen de kortste tijd een tuchtdossier en een voorstel voor een tuchtstraf opstellen.
  § 3. Nadat een voorstel voor een tuchtstraf opgesteld werd, roept de Minister de Commissaris-generaal of de betrokken adjunct op.
  De oproeping duidt de plaats, dag en uur aan van de hoorzitting, evenals de plaats en de termijn waarin het tuchtdossier kan worden geraadpleegd. Er wordt aan de Commissaris-generaal of de betrokken adjunct de mogelijkheid geboden om gedurende minstens vijf werkdagen voor de hoorzitting het tuchtdossier te raadplegen.
  De Commissaris-generaal of de betrokken adjunct verschijnt in eigen persoon, hij kan zich laten bijstaan door een persoon van zijn keuze.
  Getuigen kunnen worden gehoord.
  Er wordt van het verhoor een proces-verbaal opgesteld.
  De Commissaris-generaal of de betrokken adjunct tekent het proces-verbaal voor gezien en geeft ze binnen de vijf werkdagen terug. Indien hij bezwaren heeft, geeft hij het proces-verbaal terug vergezeld van een schriftelijke nota.
  Binnen de vijf werkdagen volgend op het verstrijken van de in het vorig lid vermelde termijn, betekent de Minister zijn voorlopig besluit aan de Commissaris-generaal of de betrokken adjunct.
  Binnen de vijf werkdagen na ontvangst van het voorlopig besluit, kan de Commissaris-generaal of de betrokken adjunct zijn bezwaren aan de Minister overmaken.
  § 4. Indien de Minister van mening is dat een afzetting bevolen moet worden, legt de Minister een voorstel tot afzetting voor aan de Ministerraad binnen een termijn van vijftien werkdagen na betekening van het voorlopig besluit.
  Indien de Minister meent dat een schorsing moet bevolen worden, betekent de Minister het besluit tot schorsing binnen een termijn van vijftien werkdagen na betekening van het voorlopig besluit of binnen een termijn van vijf werkdagen na de beraadslaging van de Ministerraad, indien de Minister aan de Ministerraad eerst een afzetting voorgesteld had.
Art. 24. § 1er. Les sanctions disciplinaires fixées par la loi sont prononcées conformément à la procédure fixée dans le présent arrêté.
  § 2. Le Ministre décide s'il y a lieu de mener une enquête en vue d'étudier la possibilité d'imposer une sanction disciplinaire. Il désigne la personne chargée de mener cette enquête. Cette personne doit, dans les meilleurs délais, rédiger un dossier disciplinaire et une proposition de sanction disciplinaire.
  § 3. Une fois la proposition de sanction disciplinaire rédigée, le Ministre convoque le Commissaire général ou l'adjoint concerné.
  La convocation mentionnera le lieu, le jour et l'heure de la séance d'audition, ainsi que le lieu où et le délai dans lequel le dossier disciplinaire peut être consulté. Le Commissaire général ou l'adjoint concerné devra avoir la possibilité de consulter le dossier disciplinaire pendant au moins cinq jours ouvrables avant la séance d'audition.
  Le Commissaire général ou l'adjoint concerné se présente personnellement et peut se faire assister par la personne de son choix.
  Des témoins pourront être entendus.
  Un procès-verbal de l'audition sera rédigé.
  Le Commissaire général ou l'adjoint concerné vise le procès-verbal et le remet dans les cinq jours ouvrables. En cas d'objection, il joint une note écrite au procès-verbal.
  Dans les cinq jours qui suivent le délai mentionné à l'alinéa précédent, le Ministre notifie sa décision provisoire au Commissaire général ou à l'adjoint concerné.
  Dans les cinq jours suivant la réception de la décision provisoire, le Commissaire général ou l'adjoint concerné peut transmettre ses objections au Ministre.
  § 4. Si le Ministre estime qu'il y a lieu d'ordonner une révocation, il soumet une proposition de révocation au Conseil des Ministres dans un délai de quinze jours ouvrables après la notification de la décision provisoire.
  Si le Ministre estime qu'il y a lieu d'ordonner une suspension, il notifie l'arrêté de suspension dans un délai de quinze jours ouvrables après la notification de la décision provisoire ou dans un délai de cinq jours ouvrables après la délibération du Conseil des Ministres, au cas où le Ministre aurait d'abord proposé une révocation.
Art. 25. Wanneer de Minister besloten heeft tot een onderzoek naar de mogelijkheid tot het opleggen van een tuchtstraf en wanneer het belang van de dienst het vereist, kan de Minister in uitzonderlijke omstandigheden de Commissaris-generaal of de betrokken adjunct met behoud van wedde schorsen.
  De Commissaris-generaal of de betrokken adjunct wordt door de Minister gehoord over de feiten die hem ten laste worden gelegd. Hij kan zich laten bijstaan door de persoon van zijn keuze.
  De schorsing wordt uitgesproken voor een termijn van maximum een maand. Die termijn kan eenmaal verlengd worden met een termijn van maximum een maand.
  In geval van schorsing van de Commissaris-generaal wordt deze vervangen door de adjunct met de meeste anciënniteit. Ingeval beiden dezelfde anciënniteit hebben, vervangt de oudste in leeftijd de Commissaris-generaal.
Art. 25. Lorsque le Ministre a décidé qu'il y a lieu de mener une enquête en vue d'étudier la possibilité d'imposer une sanction disciplinaire et lorsque les nécessités du service l'exigent, le Ministre peut dans des circonstances exceptionnelles suspendre le Commissaire général ou l'adjoint concerné avec maintien du traitement.
  Le Commissaire général ou l'adjoint concerné est entendu par le Ministre sur les faits qui lui sont reprochés. Il peut se faire assister par la personne de son choix.
  La suspension est prononcée pour une période d'un mois maximum. Cette période peut être prolongée une seule fois d'une période d'un mois maximum.
  En cas de suspension du Commissaire général, celui-ci est remplacé par l'adjoint ayant le plus d'ancienneté. Au cas où les adjoints auraient la même ancienneté, le plus âgé des deux remplacera le Commissaire général.
TITEL V. - Overgangsmaatregel.
TITRE V. - Mesure transitoire.
Art. 26. De bepalingen van dit besluit zijn van toepassing op de lopende mandaten.
Art. 26. Les dispositions du présent arrêté s'appliquent aux mandats en cours.
Art. 27. De termijn bedoeld in artikel 11 begint te lopen vanaf de publicatie van dit besluit.
Art. 27. Le délai visé à l'article 11 est à compter à partir de la publication du présent arrêté.
TITEL VI. - Opheffingsbepaling.
TITRE VI. - Disposition abrogatoire.
Art. 28. In artikel 1, 4°, van het koninklijk besluit van 3 mei 1999 tot vaststelling van de weddeschalen van de bijzondere graden en de specifieke functies van het Ministerie van Binnenlandse Zaken worden de woorden " Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen " en in artikel 1, 5°, de woorden " adjunct-commissaris voor de vluchtelingen en de staatlozen " geschrapt.
Art. 28. Dans l'article 1er, 4°, de l'arrêté royal du 3 mai 1999 fixant les échelles de traitement des grades particuliers et des fonctions spécifiques du Ministère de l'Intérieur, les mots " Commissaire général aux réfugiés et aux apatrides " et dans l'article 1er, 5°, les mots " Commissaire adjoint aux réfugiées et aux apatrides " sont supprimés.
Art. 29. Onze Minister van Binnenlandse Zaken is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Gegeven te Athene, 13 september 2003.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Binnenlandse Zaken,
  P. DEWAEL
Art. 29. Notre Ministre de l'Intérieur est chargé de l'exécution du présent arrêté.
  Donné à Athènes, le 13 septembre 2003.
  ALBERT
  Par le Roi :
  Le Ministre de l'Intérieur,
  P. DEWAEL