Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
18 FEBRUARI 2003. - Wet tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.
Titre
18 FEVRIER 2003. - Loi modifiant la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers.
Documentinformatie
Numac: 2003000235
Datum: 2003-02-18
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2003000235
Date: 2003-02-18
Moniteur: Voir
Tekst (23)
Texte (23)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
CHAPITRE I. - Dispositions générales.
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Article 1. La présente loi règle une matière visée à l'article 78 de la Constitution.
Art. 2. De huidige wet zet de richtlijn 2001/55/EG van de Raad van de Europese Unie van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lid-Staten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen, om in de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.
Art. 2. La présente loi transpose la directive 2001/55/CE du Conseil de l'Union européenne du 20 juillet 2001 relative à des normes minimales pour l'octroi d'une protection temporaire en cas d'afflux massif de personnes déplacées et à des mesures tendant à assurer un équilibre entre les efforts consentis par les Etats membres pour accueillir ces personnes et supporter les conséquences de cet accueil, dans la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers.
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.
CHAPITRE II. - Modifications de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers.
Art. 3. In de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, wordt een artikel 50bis ingevoegd, luidende :
  " Art. 50bis. De vreemdeling die tijdelijke bescherming geniet zoals bedoeld in artikel 57/29, kan op elk ogenblik een verklaring afleggen of een aanvraag om erkenning van zijn hoedanigheid van vluchteling richten tot één van de door de Koning ter uitvoering van artikel 50, eerste lid, aangewezen overheden.
  De vreemdeling die op grond van artikel 57/29 een tijdelijke bescherming heeft genoten en het statuut van vluchteling wenst te verkrijgen, moet zijn verklaring afleggen of zijn aanvraag om erkenning van de hoedanigheid van vluchteling richten tot een van de overheden aangewezen door de Koning ter uitvoering van artikel 50, eerste lid, binnen acht werkdagen die volgen op het einde van de regeling van tijdelijke bescherming in een van de gevallen bepaald bij artikel 57/36, § 1.
  De overheid waarvoor de in het eerste of tweede lid bedoelde vreemdeling zijn verklaring aflegt, verleent hem daarvan schriftelijk akte en brengt haar ter kennis van de minister of zijn gemachtigde die daarvan onmiddellijk de Commissaris-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen inlicht. "
Art. 3. Il est inséré dans la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers, un article 50bis, rédigé comme suit :
  " Art. 50bis. Le bénéficiaire de la protection temporaire visé à l'article 57/29, peut, à tout moment, faire une déclaration ou adresser une demande de reconnaissance de sa qualité de réfugié à l'une des autorités désignées par le Roi en exécution de l'article 50, alinéa 1.
  L'étranger qui a bénéficié d'une protection temporaire en vertu de l'article 57/29 et qui désire obtenir le statut de réfugié doit faire sa déclaration ou adresser sa demande de reconnaissance de la qualité de réfugié, à l'une des autorités désignées par le Roi en exécution de l'article 50, alinéa 1, dans les huit jours ouvrables qui suivent la fin du régime de protection temporaire dans un des cas prévus à l'article 57/36, § 1.
  L'autorité à laquelle l'étranger visé à l'alinéa 1 ou 2, fait sa déclaration, lui en donne acte par écrit et la porte à la connaissance du ministre ou de son délégué, qui en informe immédiatement le Commissaire général aux réfugiés et aux apatrides. "
Art. 4. Artikel 51/5, § 1, van dezelfde wet, ingevoegd door de wet van 15 juli 1996, wordt aangevuld met het volgende lid :
  " Onverminderd het eerste en het tweede lid, onderzoekt de minister of zijn gemachtigde de asielaanvraag die is ingediend door iemand die tijdelijke bescherming geniet en op grond daarvan gemachtigd is in het Rijk te verblijven. "
Art. 4. L'article 51/5, § 1, de la même loi, inséré par la loi du 15 juillet 1996, est complété par l'alinéa suivant :
  " Nonobstant les alinéas 1 et 2, le ministre ou son délégué examine la demande d'asile introduite par un bénéficiaire de la protection temporaire autorisé à ce titre à séjourner dans le Royaume. "
Art. 5. In titel II, hoofdstuk II, afdeling 1, van dezelfde wet, wordt een artikel 51/9 ingevoegd, luidende :
  " Art. 51/9. Het onderzoek van de asielaanvraag van een vreemdeling die tijdelijke bescherming geniet, zoals bedoeld in hoofdstuk IIbis, wordt opgeschort totdat de regeling inzake tijdelijke bescherming beëindigd wordt in één van de gevallen voorzien in artikel 57/36, § 1. "
Art. 5. Il est inséré dans le titre II, chapitre II, section 1, de la même loi, un article 51/9, rédigé comme suit :
  " Art. 51/9. L'examen de la demande d'asile d'un étranger bénéficiaire de la protection temporaire visée au chapitre IIbis, est suspendu jusqu'à ce que le régime de protection temporaire prenne fin dans un des cas prévus à l'article 57/36, § 1. "
Art. 6. Artikel 52, § 4, 1°, van dezelfde wet, gewijzigd door de wet van 15 juli 1996, wordt vervangen als volgt :
  " 1° indien de vreemdeling, zonder verantwoording, zijn aanvraag heeft ingediend nadat het verblijf of de vestiging opgehouden heeft regelmatig te zijn of na de afloop van de termijn vastgesteld bij artikel 50bis, tweede lid, of indien hij niet heeft voldaan, zonder verantwoording, aan de meldingsplicht overeenkomstig artikel 51/6, eerste lid, of artikel 51/7, tweede lid; "
Art. 6. L'article 52, § 4, 1°, de la même loi, modifié par la loi du 15 juillet 1996, est remplacé par la disposition suivante :
  " 1° si l'étranger a, sans justification, présenté sa demande lorsque le séjour ou l'établissement a cessé d'être régulier ou après l'expiration du délai fixé à l'article 50 bis, alinéa 2, ou s'il n'a pas satisfait, sans justification, à l'obligation de présentation conformément à l'article 51/6, alinéa 1, ou à l'article 51/7, alinéa 2; "
Art. 7. In artikel 54, §§ 1 en 2, van dezelfde wet, vervangen door de wet van 6 mei 1993 en gewijzigd door de wetten van 24 mei 1994, 15 juli 1996 en 7 mei 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° § 1, eerste lid, wordt aangevuld als volgt :
  " 6° gemachtigd zijn tot een verblijf in het Rijk op grond van artikel 57/30, § 1, of artikel 57/34. "
  2° § 1, tweede lid, wordt vervangen als volgt :
  " De aanwijzing van een verplichte plaats van inschrijving duurt tot aan de beslissing tot erkenning van de hoedanigheid van vluchteling of totdat het bevel om het grondgebied te verlaten is uitgevoerd. "
  3° § 2 wordt vervangen als volgt :
  " § 2. In ernstige omstandigheden, indien de minister het nodig acht voor de handhaving van de openbare orde of de veiligheid van het land, kan hij de vreemdeling die de hoedanigheid van vluchteling heeft aangevraagd, verplichten in een bepaalde plaats te verblijven tijdens het onderzoek van zijn aanvraag.
  In uitzonderlijk ernstige omstandigheden kan de minister de betrokkene voorlopig ter beschikking stellen van de Regering indien hij het nodig acht voor de handhaving van de openbare orde of de veiligheid van het land. "
Art. 7. L'article 54, §§ 1 et 2, de la même loi, remplacé par la loi du 6 mai 1993 et modifié par les lois des 24 mai 1994, 15 juillet 1996 et 7 mai 1999, est modifié de la manière suivante :
  1° Le § 1, alinéa 1, est complété comme suit :
  " 6° qui sont autorisés à séjourner dans le Royaume sur la base de l'article 57/30, § 1, ou de l'article 57/34. "
  2° Le § 1, alinéa 2, est remplacé par la disposition suivante :
  " La désignation d'un lieu obligatoire d'inscription dure jusqu'à la décision de reconnaissance de la qualité de réfugié ou jusqu'à ce que l'ordre de quitter le territoire soit exécuté. "
  3° Le § 2 est remplacé par la disposition suivante :
  " § 2. Dans des circonstances graves, s'il l'estime nécessaire pour la sauvegarde de l'ordre public ou de la sécurité nationale, le ministre peut enjoindre à l'étranger qui a demandé la qualité de réfugié de résider en un lieu déterminé pendant que sa demande est à l'examen.
  Dans des circonstances exceptionnellement graves, le ministre peut mettre l'intéressé à titre provisoire à la disposition du Gouvernement, s'il l'estime nécessaire à la sauvegarde de l'ordre public ou de la sécurité nationale. "
Art. 8. In titel II van dezelfde wet wordt er een hoofdstuk IIbis ingevoegd met als opschrift " Hoofdstuk IIbis - Vreemdelingen die tijdelijke bescherming genieten op basis van de richtlijn 2001/55/EG van de Raad van de Europese Unie van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lid-Staten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen. ".
Art. 8. Il est inséré dans le titre II de la même loi, un chapitre IIbis, intitulé " Chapitre IIbis - Bénéficiaires de la protection temporaire, sur la base de la directive 2001/55/CE du Conseil de l'Union européenne du 20 juillet 2001 relative à des normes minimales pour l'octroi d'une protection temporaire en cas d'afflux massif de personnes déplacées et à des mesures tendant à assurer un équilibre entre les efforts consentis par les Etats membres pour accueillir ces personnes et supporter les conséquences de cet accueil ".
Art. 9. In titel II, hoofdstuk IIbis, van dezelfde wet, wordt een artikel 57/29 ingevoegd, luidende :
  " Art. 57/29. § 1. In geval van een massale toestroom of een imminente massale toestroom van ontheemden naar lid-Staten van de Europese Unie die is vastgesteld bij een besluit van de Raad van de Europese Unie dat is uitgevaardigd met toepassing van richtlijn 2001/55/EG van de Raad van de Europese Unie van 20 juli 2001 betreffende minimumnormen voor het verlenen van tijdelijke bescherming in geval van massale toestroom van ontheemden en maatregelen ter bevordering van een evenwicht tussen de inspanning van de lidstaten voor de opvang en het dragen van de consequenties van de opvang van deze personen, genieten de personen die tot de in dat besluit omschreven bijzondere groepen behoren vanaf de daarin vastgestelde datum tijdelijke bescherming.
  § 2. Onder voorbehoud van de toepassing van artikel 57/32 en op voorwaarde dat een besluit van de Raad van de Europese Unie, aangenomen overeenkomstig de richtlijn 2001/55/EG van de Raad van de Europese Unie van 20 juli 2001, bedoeld in § 1, niet eerder een einde maakt aan de tijdelijke bescherming, wordt deze tijdelijke bescherming verleend aan de bedoelde personen voor een periode van één jaar vanaf de datum van de inwerkingstelling van de tijdelijke bescherming en wordt deze automatisch verlengd met zes maanden voor een tweede periode van één jaar.
  Deze totale periode van twee jaar kan verlengd worden voor een nieuwe periode van maximaal 1 jaar door een nieuw besluit van de Raad van de Europese Unie, aangenomen overeenkomstig de richtlijn 2001/55/EG van de Raad van de Europese Unie van 20 juli 2001, bedoeld in § 1. "
Art. 9. Il est inséré dans le titre II, chapitre IIbis, de la même loi, un article 57/29, rédigé comme suit :
  " Art. 57/29. § 1. En cas d'afflux massif ou d'afflux massif imminent de personnes déplacées vers les Etats membres de l'Union européenne, constaté par une décision du Conseil de l'Union européenne prise en application de la directive 2001/55/CE du Conseil de l'Union européenne du 20 juillet 2001, relative à des normes minimales pour l'octroi d'une protection temporaire en cas d'afflux massif de personnes déplacées et à des mesures tendant à assurer un équilibre entre les efforts consentis par les Etats membres pour accueillir ces personnes et supporter les conséquences de cet accueil, les personnes qui appartiennent aux groupes spécifiques décrits par cette décision bénéficient, à partir de la date fixée par celle-ci, d'une protection temporaire.
  § 2. Sous réserve de l'application de l'article 57/32 et à moins qu'une décision du Conseil de l'Union européenne adoptée conformément à la directive 2001/55/CE du Conseil de l'Union européenne du 20 juillet 2001 visée au § 1, ne mette fin à la protection temporaire antérieurement, celle-ci est accordée aux personnes visées pour une période d'un an à partir de la date de mise en oeuvre de la protection temporaire et est prorogée automatiquement, par période de six mois, pour un seconde période d'un an.
  Cette période totale de deux ans peut être prorogée par une nouvelle décision du Conseil de l'Union européenne adoptée conformément à la directive 2001/55/CE du Conseil de l'Union européenne du 20 juillet 2001 visée au § 1, pour une nouvelle période d'un an au maximum. "
Art. 10. In titel II, hoofdstuk IIbis, van dezelfde wet, wordt een artikel 57/30 ingevoegd, luidende :
  " Art. 57/30. § 1 Onder voorbehoud van de toepassing van § 2 of van artikel 57/32 machtigt de minister of zijn gemachtigde de vreemdeling die tijdelijke bescherming geniet, zoals bedoeld in artikel 57/29, tot een verblijf van een jaar. Die machtiging wordt hernieuwd, met periodes van zes maanden, zolang de tijdelijke bescherming niet beëindigd is in een van de gevallen omschreven in artikel 57/36, § 1. De duur van de machtiging kan worden beperkt tot de periode voorafgaand aan de automatische beëindiging van de tijdelijke bescherming die in werking werd gesteld door het besluit van de Raad van de Europese Unie bedoeld in artikel 57/29, § 1, of kan verlengd worden door een besluit van de Raad van de Europese Unie bedoeld in artikel 57/29, § 2, tweede lid.
  De Koning bepaalt de wijze van de indiening van de aanvraag tot het verkrijgen van deze machtiging tot verblijf bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
  Bij de aanvraag om een machtiging tot verblijf wordt aan de vreemdeling die tijdelijke bescherming geniet, een document overhandigd, opgesteld in een taal die hij begrijpt, waarin de bepalingen over de tijdelijke bescherming die op hem van toepassing zijn, duidelijk worden uiteengezet.
  De inschrijving in het vreemdelingenregister van de vreemdeling die tijdelijke bescherming geniet en die gemachtigd is tot een verblijf, en de afgifte van de verblijfstitel, die hiervan bewijs oplevert, gebeuren overeenkomstig de bepalingen van artikel 12.
  De afgegeven verblijfstitel blijft geldig tot het einde van de geldigheidsduur van de machtiging. Hij wordt op verzoek van de betrokkene verlengd of vernieuwd door het gemeentebestuur van de verblijfplaats op voorwaarde dat de aanvraag werd ingediend vóór het verstrijken van de geldigheidstermijn van de verblijfstitel en voorzover de minister of zijn gemachtigde de machtiging niet heeft beëindigd op grond van artikel 57/32, § 1, of artikel 57/36, § 2.
  De Koning bepaalt de termijnen en de voorwaarden voor de vraag om vernieuwing of verlenging van de verblijfstitel.
  § 2. De minister of zijn gemachtigde kan de machtiging tot verblijf weigeren aan de vreemdeling die tijdelijke bescherming geniet zoals bedoeld in artikel 57/29 :
  1° indien de aanvraag om een machtiging tot verblijf in het buitenland wordt ingediend en indien het aantal personen die genieten van de tijdelijke bescherming in het Rijk de opvangcapaciteit van België, vermeld in het besluit van de Raad van de Europese Unie bedoeld in artikel 57/29, § 1, overschrijdt;
  2° indien hij gemachtigd is tot verblijf in een andere lid-Staat van de Europese Unie die verplicht is om het besluit van de Raad van de Europese Unie, bedoeld in artikel 57/29, § 1, toe te passen, onverminderd de bepalingen van artikel 57/35.
  Het eerste lid, 1°, is niet van toepassing op de vreemdelingen die in aanmerking komen voor de bepalingen van artikel 57/34.
  In geval van weigering van de machtiging tot verblijf op grond van het eerste lid, 1°, ziet de minister of zijn gemachtigde erop toe dat de vreemdeling die tijdelijke bescherming geniet, binnen de kortste termijn wordt opgevangen in een andere lid-Staat van de Europese Unie, die verplicht is om het besluit van de Raad van de Europese Unie bedoeld in artikel 57/29, § 1, toe te passen. "
Art. 10. Il est inséré dans le titre II, chapitre IIbis, de la même loi, un article 57/30, rédigé comme suit :
  " Art. 57/30. § 1. Sous réserve de l'application du § 2 ou de l'article 57/32, le ministre ou son délégué autorise le bénéficiaire de la protection temporaire visé à l'article 57/29 au séjour pour une durée d'un an. Cette autorisation est renouvelée, par périodes de six mois, tant qu'il n'est pas mis fin à la protection temporaire dans un des cas prévus à l'article 57/36, § 1. La durée de l'autorisation peut toutefois être réduite à la durée restant à courir avant la fin automatique de la protection temporaire mise en oeuvre par la décision du Conseil de l'Union européenne visée à l'article 57/29, § 1, ou prorogée par la décision du Conseil de l'Union européenne visée à l'article 57/29, § 2, alinéa 2.
  Le Roi détermine les modalités d'introduction de la demande de cette autorisation de séjour, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres.
  Lors de la demande d'autorisation de séjour, il est remis au bénéficiaire de la protection temporaire un document, rédigé dans une langue qu'il comprend, dans lequel les dispositions relatives à la protection temporaire qui lui sont applicables sont clairement exposées.
  L'inscription au registre des étrangers du bénéficiaire de la protection temporaire autorisé au séjour et la délivrance du titre de séjour faisant foi de celle-ci ont lieu conformément aux dispositions de l'article 12.
  Le titre de séjour délivré est valable jusqu'au terme de validité de l'autorisation. Il est prorogé ou renouvelé, à la demande de l'intéressé, par l'administration communale du lieu de résidence, à condition que cette demande ait été introduite avant l'expiration du titre et pour autant que le ministre ou son délégué n'ait pas mis fin à l'autorisation sur la base de l'article 57/32, § 1, ou de l'article 57/36, § 2.
  Le Roi détermine les délais et les conditions dans lesquels le renouvellement ou la prorogation du titre de séjour doit être demandé.
  § 2. Le ministre ou son délégué peut refuser l'autorisation de séjour au bénéficiaire de la protection temporaire visée à l'article 57/29 :
  1° lorsque la demande d'autorisation de séjour est introduite à l'étranger et que le nombre de personnes bénéficiant de la protection temporaire dans le Royaume excède la capacité d'accueil de la Belgique indiquée dans la décision du Conseil de l'Union européenne visée à l'article 57/29, § 1;
  2° lorsque celui-ci est autorisé à séjourner dans un autre Etat membre de l'Union européenne tenu d'appliquer la décision du Conseil de l'Union européenne visée à l'article 57/29, § 1, sans préjudice des dispositions de l'article 57/35.
  L'alinéa 1, 1°, n'est pas applicable aux étrangers bénéficiant des dispositions de l'article 57/34.
  En cas de refus de l'autorisation de séjour sur la base de l'alinéa 1, 1°, le ministre ou son délégué veille à ce que le bénéficiaire de la protection temporaire soit accueilli dans les meilleurs délais dans un autre Etat membre de l'Union européenne tenu d'appliquer la décision du Conseil de l'Union européenne visée à l'article 57/29, § 1. "
Art. 11. In titel II, hoofdstuk IIbis, van dezelfde wet, wordt een artikel 57/31 ingevoegd, luidende :
  " Art. 57/31. Er kunnen vingerafdrukken worden genomen van de vreemdeling die tijdelijke bescherming geniet krachtens artikel 57/29.
  De vingerafdrukken worden genomen op initiatief van de minister of zijn gemachtigde en mogen alleen worden gebruikt voorzover zij noodzakelijk zijn om de identiteit van de vreemdeling vast te stellen.
  De paragrafen 4 en 5 van artikel 51/3 zijn van toepassing op de vingerafdrukken van de vreemdelingen die tijdelijke bescherming genieten krachtens artikel 57/29. "
Art. 11. Il est inséré dans le titre II, chapitre IIbis, de la même loi, un article 57/31, rédigé comme suit :
  " Art. 57/31. L'étranger bénéficiaire de la protection temporaire en vertu de l'article 57/29 peut être soumis à la prise des empreintes digitales.
  Les empreintes digitales sont prises à l'initiative du ministre ou de son délégué et ne peuvent être utilisées que dans la mesure où elles sont nécessaires pour établir l'identité de l'étranger.
  Les paragraphes 4 et 5 de l'article 51/3 sont applicables aux empreintes digitales des bénéficiaires de la protection temporaire en vertu de l'article 57/29. "
Art. 12. In titel II, hoofdstuk IIbis, van dezelfde wet, wordt een artikel 57/32 ingevoegd, luidende :
  " Art. 57/32. § 1 De minister of zijn gemachtigde kan van de tijdelijke bescherming uitsluiten en naargelang het geval de toegang tot het grondgebied van het Rijk weigeren of beslissen dat de vreemdeling die gebruik wenst te maken van de tijdelijke bescherming er niet of niet langer mag verblijven in deze hoedanigheid, in één van de volgende gevallen :
  1° indien er ernstige redenen zijn om aan te nemen dat de vreemdeling een misdrijf tegen de vrede, een oorlogsmisdrijf of een misdrijf tegen de menselijkheid heeft begaan in de zin van de internationale overeenkomsten die België binden;
  2° indien er ernstige redenen zijn om aan te nemen dat de vreemdeling een ernstig niet-politiek misdrijf heeft gepleegd buiten het Belgisch grondgebied alvorens er toegelaten te zijn geweest als vreemdeling die tijdelijke bescherming geniet.
  De ernst van de verwachte vervolging wordt afgewogen tegen de aard van het misdrijf waarvan de betrokkene wordt verdacht. Bijzonder wrede handelingen kunnen, zelfs indien zij met een vermeend politiek oogmerk zijn uitgevoerd, als ernstige, niet-politieke misdrijven aangemerkt worden. Dit geldt zowel voor de deelnemers aan het misdrijf als voor de aanstichters;
  3° indien er ernstige redenen zijn om aan te nemen dat de vreemdeling zich schuldig heeft gemaakt aan daden die in strijd zijn met de doeleinden en de beginselen van de Verenigde Naties;
  4° indien er redelijke gronden bestaan om aan te nemen dat de vreemdeling een gevaar voor de veiligheid van het land betekent of een bedreiging vormt voor de openbare orde aangezien hij definitief veroordeeld werd voor een bijzonder ernstig misdrijf of een bijzonder ernstige misdaad.
  De beslissing tot uitsluiting is uitsluitend gegrond op het persoonlijk gedrag van de vreemdeling en wordt genomen met inachtneming van het evenredigheidsbeginsel.
  § 2. In ernstige omstandigheden kan de minister de betrokkene verplichten in een bepaalde plaats te verblijven indien hij het nodig acht voor de handhaving van de openbare orde of de veiligheid van het land.
  In uitzonderlijke ernstige omstandigheden kan de minister de betrokkene voorlopig ter beschikking stellen van de Regering indien hij het nodig acht voor de handhaving van de openbare orde of de veiligheid van het land. "
Art. 12. Il est inséré dans le titre II, chapitre IIbis, de la même loi, un article 57/32, rédigé comme suit :
  " Art. 57/32. § 1. Le ministre ou son délégué peut exclure du bénéfice de la protection temporaire et, selon le cas, refuser l'accès au territoire du Royaume ou décider que l'étranger invoquant le bénéfice de cette protection ne peut pas ou ne peut plus y séjourner en cette qualité, dans un des cas suivants :
  1° s'il existe de sérieuses raisons de penser que cet étranger a commis un crime contre la paix, un crime de guerre ou un crime contre l'humanité, au sens des conventions internationales liant la Belgique;
  2° s'il existe de sérieuses raisons de penser que cet étranger a commis un crime grave de droit commun en dehors du territoire belge avant d'y être admis en tant que bénéficiaire de la protection temporaire.
  La gravité de la persécution à laquelle il faut s'attendre doit être considérée par rapport à la nature du crime dont l'intéressé est soupçonné. Les actions particulièrement cruelles, même si elles sont commises avec un objectif prétendument politique, peuvent recevoir la qualification de crimes graves de droit commun. Cela vaut pour les participants au crime comme pour les instigateurs de celui-ci;
  3° s'il existe de sérieuses raisons de penser que cet étranger s'est rendu coupable d'agissements contraires aux buts et aux principes des Nations unies;
  4° s'il existe des motifs raisonnables de penser que cet étranger représente un danger pour la sécurité nationale ou que la condamnation définitive pour un crime ou un délit particulièrement grave lui fait constituer une menace pour l'ordre public.
  La décision d'exclusion est fondée exclusivement sur le comportement personnel de l'étranger et respecte le principe de proportionnalité.
  § 2. Dans des circonstances graves, s'il l'estime nécessaire à la sauvegarde de l'ordre public ou de la sécurité nationale, le ministre peut enjoindre à l'intéressé de résider en un lieu déterminé.
  Dans des circonstances exceptionnellement graves, le ministre peut mettre l'intéressé à titre provisoire à la disposition du Gouvernement, s'il l'estime nécessaire à la sauvegarde de l'ordre public ou de la sécurité nationale. "
Art. 13. In titel II, hoofdstuk IIbis, van dezelfde wet, wordt een artikel 57/33 ingevoegd, luidende :
  " Art. 57/33. Onder voorbehoud van een bilaterale overeenkomst die België bindt, indien de vreemdeling die gemachtigd is tot een verblijf in het Rijk in de hoedanigheid van vreemdeling die tijdelijke bescherming geniet op basis van artikel 57/30, probeert om een andere lid-Staat van de Europese Unie die verplicht is om het besluit van de Raad van de Europese Unie bedoeld in artikel 57/29, § 1 toe te passen, binnen te komen of er zich op onregelmatige wijze bevindt, is de minister of zijn gemachtigde verplicht om hem opnieuw over te nemen, zelfs indien de geldigheidstermijn van de verblijfstitel van de betrokkene verstreken is.
  De vreemdeling dient zich bij zijn binnenkomst in het Rijk of binnen acht werkdagen na zijn binnenkomst aan te bieden bij de minister of zijn gemachtigde die hem er schriftelijk akte van verleent. "
Art. 13. Il est inséré dans le titre II, chapitre IIbis, de la même loi, un article 57/33, rédigé comme suit :
  " Art. 57/33. Sous réserve d'un accord bilatéral liant la Belgique, lorsque l'étranger autorisé au séjour dans le Royaume en tant que bénéficiaire de la protection temporaire sur la base de l'article 57/30 tente de pénétrer ou se trouve irrégulièrement dans un autre Etat membre de l'Union européenne tenu d'appliquer la décision du Conseil de l'Union européenne visée à l'article 57/29, § 1, le ministre ou son délégué est tenu de le reprendre en charge, même si la durée de validité du titre de séjour de l'intéressé est expirée.
  L'étranger doit, lors de son entrée dans le Royaume ou dans les huit jours ouvrables qui suivent celle-ci, se présenter auprès du ministre ou de son délégué, qui lui en donne acte par écrit. "
Art. 14. In titel II, hoofdstuk IIbis, van dezelfde wet, wordt een artikel 57/34 ingevoegd, luidende :
  " Art. 57/34. § 1. De minister of zijn gemachtigde kent een machtiging tot verblijf van meer dan drie maanden toe aan de vreemde echtgenoot van een vreemdeling die gemachtigd is tot een verblijf in het Rijk in de hoedanigheid van vreemdeling die tijdelijke bescherming geniet op basis van artikel 57/30 en aan de minderjarige ongehuwde kinderen van de ene of de andere, die hiertoe een aanvraag indienen, voor zover de betrokkene zich niet bevindt in één van de gevallen voorzien in artikel 3, eerste lid, 5 tot 8°, of, wat de in § 4 bedoelde familieleden betreft, in één van de in artikel 57/32, § 1, bedoelde gevallen.
  De minister of zijn gemachtigde kan een machtiging tot verblijf van meer dan drie maanden toekennen aan andere naaste familieleden van een vreemdeling die gemachtigd is tot een verblijf in het Rijk in de hoedanigheid van vreemdeling die tijdelijke bescherming geniet op basis van artikel 57/30, die met het gezin samenwoonden ten tijde van de gebeurtenissen die tot de massale toestroom van ontheemden bedoeld in artikel 57/29, § 1, hebben geleid en die op dat tijdstip volledig of hoofdzakelijk ten laste van deze vreemdeling waren.
  § 2. De Koning bepaalt de wijze van indiening van de aanvraag tot het verkrijgen van deze machtiging tot verblijf bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.
  § 3. De familieleden die gemachtigd zijn tot het verblijf op basis van § 1 worden in het bezit gesteld van een verblijfstitel met dezelfde geldigheidsduur als die van de vreemdeling bij wie ze zich vervoegen. Deze verblijfstitel wordt onder dezelfde voorwaarden verlengd of vernieuwd.
  § 4. De bepalingen betreffende de vreemdelingen die tijdelijke bescherming genieten, zijn van toepassing op de familieleden die zijn gemachtigd tot een verblijf op basis van § 1, met uitzondering van de familieleden die geen bescherming nodig hebben.
  § 5. Onder voorbehoud van de bepalingen van artikel 57/35, kan de minister of zijn gemachtigde de machtiging tot verblijf weigeren aan de in § 1 bedoelde vreemdeling, indien deze gemachtigd is tot verblijf in een andere lid-Staat van de Europese Unie, die verplicht is om het besluit van de Raad van de Europese Unie, bedoeld in artikel 57/29, § 1, toe te passen. "
Art. 14. Il est inséré dans le titre II, chapitre IIbis, de la même loi, un article 57/34, rédigé comme suit :
  " Art. 57/34. § 1. Le ministre ou son délégué accorde l'autorisation de séjour de plus de trois mois au conjoint étranger d'un étranger autorisé au séjour dans le Royaume en tant que bénéficiaire de la protection temporaire sur la base de l'article 57/30, et aux enfants mineurs célibataires de l'un ou de l'autre, qui en font la demande, pour autant que l'intéressé ne se trouve pas dans un des cas prévus à l'article 3, alinéa 1, 5° à 8°, ou, en ce qui concerne les membres de la famille visés au § 4, dans un des cas prévus à l'article 57/32, § 1.
  Le ministre ou son délégué peut accorder l'autorisation de séjour de plus de trois mois à d'autres parents proches d'un étranger autorisé au séjour dans le Royaume en tant que bénéficiaire de la protection temporaire sur la base de l'article 57/30, qui vivaient au sein de l'unité familiale au moment des évènements qui ont entraîné l'afflux massif de personnes déplacées visé à l'article 57/29, § 1, et étaient alors entièrement ou principalement à la charge de cet étranger.
  § 2. Le Roi détermine les modalités d'introduction de la demande de cette autorisation de séjour, par arrêté délibéré en Conseil des ministres.
  § 3. Les membres de la famille autorisés au séjour sur la base du § 1 sont mis en possession d'un titre de séjour de la même durée de validité que l'étranger qu'ils rejoignent. Ce titre de séjour est prorogé ou renouvelé dans les mêmes conditions.
  § 4. Les dispositions relatives aux bénéficiaires de la protection temporaire s'appliquent aux membres de la famille autorisés au séjour sur la base du § 1, à l'exception des membres de la famille qui ne nécessitent pas une protection.
  § 5. Sous réserve des dispositions de l'article 57/35, le ministre ou son délégué peut refuser l'autorisation de séjour à l'étranger visé au § 1 lorsque celui-ci est autorisé à séjourner dans un autre Etat membre de l'Union européenne tenu d'appliquer la décision du Conseil de l'Union européenne visée à l'article 57/29, § 1. "
Art. 15. In titel II, hoofdstuk IIbis, van dezelfde wet, wordt een artikel 57/35 ingevoegd, luidende :
  " Art. 57/35. § 1. Vanaf de aankomst van een vreemdeling op het grondgebied, die tijdelijke bescherming geniet zoals bedoeld in artikel 57/29, § 1, en voorzover deze ermee instemt, kan de minister of zijn gemachtigde zich wenden tot een andere lid-Staat van de Europese Unie die verplicht is om het besluit van de Raad van de Europese Unie bedoeld in artikel 57/29, § 1, toe te passen, teneinde deze persoon over te brengen naar het grondgebied van deze Staat.
  Op verzoek van deze lid-Staat van de Europese Unie verstrekt de minister of zijn gemachtigde de informatie met betrekking tot de vreemdeling die tijdelijke bescherming geniet, die noodzakelijk is voor de behandeling van de vraag om overname. Het gaat om de persoonsgegevens van de betrokken vreemdeling, zijn identiteitspapieren en reisbescheiden, de documenten ten bewijze van de familiebanden, de overige gegevens die essentieel zijn voor het vaststellen van de identiteit of de familiebanden van de persoon, de besluiten tot toekenning of weigering van een verblijfsvergunning of een visum, die door de minister of zijn gemachtigde ten aanzien van de betrokken vreemdeling werden getroffen, alsmede de documenten op basis waarvan die besluiten zijn genomen, en de verblijfsvergunnings- en visumaanvragen van de betrokken vreemdeling die door de minister of zijn gemachtigde behandeld worden en de procedurefase waarin deze zich bevinden.
  § 2. Wanneer de afzonderlijke familieleden, in de zin van artikel 57/34, van een vreemdeling die gemachtigd is tot een verblijf in het Rijk in de hoedanigheid van vreemdeling die tijdelijke bescherming geniet op basis van artikel 57/30, tijdelijke bescherming genieten bedoeld in artikel 57/29 in een andere lid-Staat of in verschillende andere lid-Staten van de Europese Unie, kan de minister of zijn gemachtigde, rekening houdend met de wensen van de betrokkenen, zich wenden tot deze lid-Staat of één van deze lid-Staten teneinde deze familieleden over te brengen naar zijn grondgebied.
  De bepalingen van § 1, tweede lid, zijn eveneens van toepassing in dit kader.
  § 3. Wanneer de vreemdeling die gemachtigd is tot een verblijf in het Rijk in de hoedanigheid van vreemdeling die tijdelijke bescherming geniet op basis van artikel 57/30, overgebracht dient te worden naar een andere Lidstaat, kan de minister of zijn gemachtigde de verblijfstitel die hem werd afgegeven, afnemen en hem een bevel om het grondgebied te verlaten uitreiken. Hij kan hem eveneens bevelen om zich vóór een bepaalde datum aan te bieden bij de bevoegde overheden van die Staat.
  § 4. Wanneer een vreemdeling, die tijdelijke bescherming geniet zoals bedoeld in artikel 57/29, in een andere lid-Staat, dient overgebracht te worden naar België, dient hij zich bij zijn aankomst in het Rijk of ten minste binnen acht werkdagen na zijn aankomst aan te bieden bij de minister of zijn gemachtigde die hem hiervan schriftelijk akte verleent. "
Art. 15. Il est inséré dans le titre II, chapitre IIbis, de la même loi, un article 57/35, rédigé comme suit :
  " Art. 57/35. § 1. Dès l'arrivée d'un bénéficiaire de la protection temporaire visé à l'article 57/29, § 1, sur le territoire et pour autant que celui-ci y ait consenti, le ministre ou son délégué peut saisir un autre Etat membre de l'Union européenne tenu d'appliquer la décision du Conseil de l'Union européenne visée à l'article 57/29, § 1, aux fins du transfert de cette personne vers le territoire de cet Etat.
  A la demande de cet Etat membre de l'Union européenne, le ministre ou son délégué fournira les informations relatives au bénéficiaire de la protection temporaire qui sont nécessaires pour traiter la demande de transfert, c'est-à-dire les données à caractère personnel relatives à l'étranger concerné, ses documents d'identité et de voyage, les documents attestant l'existence de liens familiaux, les autres données indispensables pour établir l'identité de l'intéressé ou ses liens de parenté, les décisions de délivrer ou de refuser de délivrer un titre de séjour ou un visa à l'étranger concerné prises par le ministre ou son délégué ainsi que les documents étayant ces décisions et les demandes de titre de séjour ou de visa introduites par l'étranger concerné en cours d'examen par le ministre ou son délégué ainsi que l'état d'avancement de la procédure.
  § 2. Lorsque les membres séparés de la famille, au sens de l'article 57/34, d'un étranger autorisé au séjour dans le Royaume en tant que bénéficiaire de la protection temporaire sur la base de l'article 57/30, bénéficient de la protection temporaire visée à l'article 57/29, dans un autre Etat membre ou dans différents autres Etats membres de l'Union européenne, le ministre ou son délégué peut, en tenant compte des souhaits des intéressés, saisir cet Etat membre ou un de ces Etats membres aux fins du transfert de cette famille vers son territoire.
  Les dispositions du § 1, alinéa 2, sont également applicables dans ce cadre.
  § 3. Lorsque l'étranger autorisé au séjour dans le Royaume en tant que bénéficiaire de la protection temporaire sur la base de l'article 57/30 doit être transféré vers un autre Etat membre, le ministre ou son délégué peut lui retirer le titre de séjour qui lui a été délivré et lui donner l'ordre de quitter le territoire. Il peut également lui enjoindre de se présenter auprès des autorités compétentes de cet Etat avant une date déterminée.
  § 4. Lorsqu'un étranger bénéficiant de la protection temporaire visée, à l'article 57/29, dans un autre Etat membre doit être transféré vers la Belgique, il doit, lors de son entrée dans le Royaume ou du moins dans les huit jours ouvrables qui suivent celle-ci, se présenter auprès du ministre ou de son délégué, qui lui en donne acte par écrit. "
Art. 16. In titel II, hoofdstuk IIbis, van dezelfde wet, wordt een artikel 57/36 ingevoegd, luidende :
  " Art. 57/36. § 1. De toegekende regeling inzake de tijdelijke bescherming wordt beëindigd, wanneer de maximale duur bepaald in artikel 57/29, § 2, bereikt werd, of op de datum vastgelegd bij een besluit van de Raad van de Europese Unie dat een einde maakt aan de tijdelijke bescherming en dat aangenomen werd overeenkomstig de richtlijn 2001/55/EG van de Raad van de Europese Unie van 20 juli 2001 bedoeld in artikel 57/29, § 1.
  § 2. Indien de regeling inzake tijdelijke bescherming beëindigd wordt in de gevallen voorzien in § 1, kan de minister of zijn gemachtigde de machtiging tot verblijf van meer dan drie maanden in het Rijk, die aan de vreemdeling die tijdelijke bescherming geniet, werd afgegeven op basis van artikel 57/30, beëindigen, de afgegeven verblijfstitel intrekken en, onder voorbehoud van de toepassing van de bepalingen van hoofdstuk II, aan de vreemdeling een bevel om het grondgebied te verlaten uitreiken.
  Hij kan dezelfde maatregel nemen ten aanzien van de familieleden van de vreemdeling die werden gemachtigd tot een verblijf in het Rijk op basis van artikel 57/34. Het bevel om het grondgebied te verlaten vermeldt dat de bepalingen van dit artikel werden toegepast en de termijn waarbinnen de vreemdeling het grondgebied dient te verlaten, mag niet minder dan één maand mag zijn.
  De minister of zijn gemachtigde verlengt de machtiging tot verblijf van een vreemdeling die tijdelijke bescherming heeft genoten en voor wie het gelet op zijn gezondheidstoestand niet verantwoord is om te reizen.
  De minister of zijn gemachtigde kan bovendien de machtiging tot verblijf van een vreemdeling die tijdelijke bescherming heeft genoten, verlengen indien die vreemdeling deel uitmaakt van een gezin waarvan de minderjarige kinderen in het Rijk schoolgaan, zodat de betrokken kinderen de lopende schoolperiode kunnen afmaken.
  In de in de voorgaande leden bedoelde gevallen zijn de bepalingen betreffende de vreemdelingen die tijdelijke bescherming genieten niet meer van toepassing. "
Art. 16. Il est inséré dans le titre II, chapitre IIbis, de la même loi, un article 57/36, rédigé comme suit :
  " Art. 57/36. § 1. Le régime de protection temporaire accordé prend fin lorsque la durée maximale prévue à l'article 57/29, § 2, a été atteinte ou à la date fixée par une décision du Conseil de l'Union européenne mettant fin à la protection temporaire, adoptée conformément à la directive 2001/55/CE du Conseil de l'Union européenne du 20 juillet 2001 visée à l'article 57/29, § 1.
  § 2. Le ministre ou son délégué peut, lorsque le régime de protection temporaire prend fin dans les cas prévus au § 1, mettre fin à l'autorisation de séjourner plus de trois mois dans le Royaume octroyée au bénéficiaire de la protection temporaire sur la base de l'article 57/30, lui retirer le titre de séjour délivré et, sous réserve de l'application des dispositions du chapitre II, lui donner l'ordre de quitter le territoire.
  Il peut prendre la même mesure à l'égard des membres de sa famille qui ont été autorisés à séjourner dans le Royaume sur la base de l'article 57/34. L'ordre de quitter le territoire indique qu'il a été fait application des dispositions du présent article et le délai dans lequel l'étranger doit quitter le territoire ne peut être inférieur à un mois.
  Le ministre ou son délégué proroge l'autorisation de séjour d'un étranger qui a bénéficié de la protection temporaire lorsqu'on ne saurait raisonnablement, en raison de son état de santé, s'attendre à ce que celui-ci voyage.
  Le ministre ou son délégué peut en outre proroger l'autorisation de séjour d'un étranger qui a bénéficié de la protection temporaire lorsque cet étranger fait partie d'une famille dont les enfants mineurs poursuivent une scolarité dans le Royaume, afin de permettre à ceux-ci de terminer l'année scolaire en cours.
  Dans les cas visés aux alinéas précédents, les dispositions relatives aux bénéficiaires de la protection temporaire ne sont plus d'application. "
Art. 17. Artikel 63, derde lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wet van 6 mei 1993, wordt opgeheven.
Art. 17. L'article 63, alinéa 3, de la même loi, remplacé par la loi du 6 mai 1993, est abrogé.
Art. 18. In artikel 68, eerste lid, van dezelfde wet, gewijzigd bij de wetten van 6 mei 1993 en 15 juli 1996, wordt de opsomming van de artikelen aangevuld met de verwijzing naar artikel " 57/32, § 2, eerste lid ".
Art. 18. Dans l'article 68, alinéa 1, de la même loi, modifié par les lois du 6 mai 1993 et du 15 juillet 1996, l'énumération des articles est complétée par la référence à l'article " 57/32, § 2, alinéa 1 ".
Art. 19. Artikel 74/4bis, § 2, eerste lid, van dezelfde wet, ingevoegd bij de wet van 8 maart 1995 en gewijzigd door de wet van 15 juli 1996, wordt aangevuld als volgt : " of indien de vreemdeling tijdelijke bescherming geniet overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk IIbis. ".
Art. 19. L'article 74/4bis, § 2, alinéa 1, de la même loi, inséré par la loi du 8 mars 1995 et modifié par la loi du 15 juillet 1996, est complété par les mots " ou lorsque l'étranger est bénéficiaire de la protection temporaire en application des dispositions du chapitre IIbis. ".
HOOFDSTUK III. - Inwerkingtreding.
CHAPITRE III. - Entrée en vigueur.
Art. 20. Met uitzondering van dit artikel, treedt deze wet in werking op de datum te bepalen door de Koning bij een in de Ministerraad overlegd besluit.
  (NOTA : Inwerkingtreding van art. 1 tot 19 vastgesteld op 01-05-2003 door KB 2003-05-03/48, art. 1)
Art. 20. A l'exception du présent article, la présente loi entre en vigueur à la date à fixer par le Roi par arrêté délibéré en Conseil des Ministres.
  (NOTE : Entrée en vigueur des art. 1er à 19 fixée au 01-05-2003 par AR 2003-05-03/48, art. 1)