Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
21 JUNI 1999. - Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar Lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, over het vrije verkeer van personen, de bijlagen I, II en III, de Protocollen en de Slotakte, gedaan te Luxemburg op 21 juni 1999.
Titre
21 JUIN 1999. - Accord entre la Communauté européenne et ses Etats Membres, d'une part, et la Confédération suisse, d'autre part, sur la libre circulation des personnes, les Annexes I, II et III, les Protocoles et l'Acte final, faits à Luxembourg le 21 juin 1999.
Tekst (48)
Texte (48)
I. Basisbepalingen.
I. Dispositions de base.
Artikel 1. Doel. Deze Overeenkomst beoogt met betrekking tot onderdanen van de lidstaten van de Europese Gemeenschap en van Zwitserland het volgende :
  a) het toekennen van het recht op toegang tot het grondgebied van de overeenkomstsluitende partijen en op het verblijf, de toegang tot een economische activiteit in loondienst, de vestiging als zelfstandige, alsmede op voortzetting van het verblijf op dit grondgebied;
  b) het vergemakkelijken van de verlening van diensten op het grondgebied van de overeenkomstsluitende partijen, met name het liberaliseren van de verlening van diensten van korte duur;
  c) het toekennen van het recht op toegang tot en verblijf op het grondgebied van de overeenkomstsluitende partijen voor personen die in het ontvangende land geen economische activiteit uitoefenen;
  d) het toekennen van dezelfde levensomstandigheden, arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden als die welke voor de eigen onderdanen gelden.
Article 1. Objectif.
  L'objectif de cet accord, en faveur des ressortissants des Etats membres de la Communauté européenne et de la Suisse, est :
  a) d'accorder un droit d'entrée, de séjour, d'accès à une activité économique salariée, d'établissement en tant qu'indépendant et le droit de demeurer sur le territoire des parties contractantes;
  b) de faciliter la prestation de services sur le territoire des parties contractantes, en particulier de libéraliser la prestation de services de courte durée;
  c) d'accorder un droit d'entrée et de séjour, sur le territoire des parties contractantes, aux personnes sans activité économique dans le pays d'accueil;
  d) d'accorder les mêmes conditions de vie, d'emploi et de travail que celles accordées aux nationaux.
Art. 2. Non-discriminatie.
  Onderdanen van een der overeenkomstsluitende partijen die legaal verblijven op het grondgebied van een andere overeenkomstsluitende partij ondervinden bij de toepassing van deze overeenkomst en overeenkomstig het bepaalde in de bijlagen I, II en III, geen discriminatie op grond van hun nationaliteit.
Art. 2. Non-discrimination.
  Les ressortissants d'une partie contractante qui séjournent légalement sur le territoire d'une autre partie contractante ne sont pas, dans l'application et conformément aux dispositions des annexes I, II et III de cet accord, discriminés en raison de leur nationalité.
Art. 3. Recht op toegang tot het grondgebied.
  Het recht op toegang van de onderdanen van een der overeenkomstsluitende partijen tot het grondgebied van een andere overeenkomstsluitende partij wordt gewaarborgd overeenkomstig het bepaalde in bijlage I.
Art. 3. Droit d'entrée.
  Le droit d'entrée des ressortissants d'une partie contractante sur le territoire d'une autre partie contractante est garanti conformément aux dispositions arrêtées dans l'annexe I.
Art. 4. Recht op verblijf en op toegang tot een economische activiteit.
  Het recht op verblijf en op toegang tot een economische activiteit wordt gewaarborgd, onder voorbehoud van het bepaalde in artikel 10 en overeenkomstig het bepaalde in bijlage I.
Art. 4. Droit de séjour et d'accès à une activité économique.
  Le droit de séjour et d'accès à une activité économique est garanti sous réserve des dispositions de l'article 10 et conformément aux dispositions de l'annexe I.
Art. 5. Dienstverleners.
  1. Onverminderd het bepaalde in andere specifieke overeenkomsten tussen de overeenkomstsluitende partijen inzake het verlenen van diensten (onder andere de overeenkomst betreffende overheidsopdrachten, voor zover deze betrekking heeft op het verlenen van diensten), hebben dienstverleners, met inbegrip van vennootschappen, overeenkomstig het bepaalde in bijlage I het recht op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende partij een dienst te verlenen, mits de daadwerkelijke arbeidsduur niet meer dan negentig dagen per kalenderjaar bedraagt.
  2. Dienstverleners hebben het recht op toegang tot en verblijf op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende partij,
  a) indien zij op grond van het bepaalde in lid 1 of krachtens een overeenkomst als bedoeld in lid 1 het recht hebben een dienst te verlenen;
  b) of, wanneer aan de voorwaarden onder a) niet wordt voldaan, mits hun door de bevoegde autoriteiten van de betrokken overeenkomstsluitende partij toestemming is verleend om een dienst te verlenen.
  3. Natuurlijke personen die onderdaan zijn van een lidstaat van de Europese Gemeenschap of van Zwitserland en zich uitsluitend als ontvanger van diensten op het grondgebied van een der overeenkomstsluitende partijen begeven, hebben het recht op toegang en verblijf.
  4. De in dit artikel bedoelde rechten worden gewaarborgd overeenkomstig het bepaalde in de bijlagen I, II en III. Op de in dit artikel bedoelde personen zijn de kwantitatieve beperkingen bedoeld in artikel 10 niet van toepassing.
Art. 5. Prestataire de services.
  1. Sans préjudice d'autres accords spécifiques relatifs à la prestation de services entre les parties contractantes (y inclus l'accord sur le secteur des marchés publics pour autant qu'il couvre la prestation de services), un prestataire de services, y compris les sociétés conformément aux dispositions de l'annexe I, bénéficie du droit de fournir un service pour une prestation sur le territoire de l'autre partie contractante qui ne dépasse pas 90 jours de travail effectif par année civile.
  2. Un prestataire de services bénéficie du droit d'entrée et de séjour sur le territoire de l'autre partie contractante
  a) si le prestataire de services bénéficie du droit de fournir un service selon le paragraphe 1 ou en vertu des dispositions d'un accord visé au paragraphe 1;
  b) ou, lorsque les conditions mentionnées sous point a) ne sont pas réunies, si l'autorisation de fournir un service lui a été accordée par les autorités compétentes de la partie contractante concernée.
  3. Des personnes physiques ressortissantes d'un Etat membre de la Communauté européenne ou de la Suisse qui ne se rendent sur le territoire d'une des parties contractantes qu'en tant que destinataires de services bénéficient du droit d'entrée et de séjour.
  4. Les droits visés par le présent article sont garantis conformément aux dispositions des annexes I, II et III. Les limites quantitatives de l'article 10 ne sont pas opposables aux personnes visées dans le présent article.
Art. 6. Verblijfsrecht voor personen die geen economische activiteit uitoefenen.
  Het recht op verblijf op het grondgebied van een overeenkomstsluitende partij wordt toegekend aan personen die geen economische activiteit uitoefenen, overeenkomstig het bepaalde in bijlage I betreffende de niet-actieve leden van de beroepsbevolking.
Art. 6. Droit de séjour pour les personnes n'exerçant pas d'activité économique.
  Le droit de séjour sur le territoire d'une partie contractante est garanti aux personnes n'exerçant pas d'activité économique selon les dispositions de l'annexe I relatives aux non actifs.
Art. 7. Andere rechten.
  Overeenkomstig bijlage I regelen de overeenkomstsluitende partijen met name de hierna genoemde rechten met betrekking tot het vrije verkeer van personen :
  a) het recht op gelijke behandeling als de eigen onderdanen ten aanzien van de toegang tot een economische activiteit en de uitoefening daarvan, alsmede ten aanzien van de levensomstandigheden, arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden;
  b) het recht op professionele en geografische mobiliteit, waardoor onderdanen van de overeenkomstsluitende partijen zich vrij kunnen verplaatsen op het grondgebied van de ontvangende staat en daar het beroep van hun keuze kunnen uitoefenen;
  c) het recht om na beëindiging van een economische activiteit hun verblijf op het grondgebied van een overeenkomstsluitende partij voort te zetten;
  d) het verblijfsrecht voor gezinsleden, ongeacht hun nationaliteit;
  e) het recht ten gunste van de gezinsleden, ongeacht hun nationaliteit, om een economische activiteit uit te oefenen;
  f) het recht om onroerend goed te verwerven, voor zover dit verband houdt met het uitoefenen van de rechten die krachtens deze Overeenkomst worden toegekend.
  g) tijdens de overgangsperiode : het recht op terugkeer naar het grondgebied van een overeenkomstsluitende partij na het beëindigen van een economische activiteit of een verblijf op dat grondgebied, teneinde een economische activiteit uit te oefenen, alsmede het recht op omzetting van een tijdelijke verblijfsvergunning in een permanente verblijfsvergunning.
Art. 7. Autres droits.
  Les parties contractantes règlent, conformément à l'annexe I, notamment les droits mentionnés ci-dessous liés à la libre circulation des personnes :
  a) le droit à l'égalité de traitement avec les nationaux en ce qui concerne l'accès à une activité économique et son exercice ainsi que les conditions de vie, d'emploi et de travail;
  b) le droit à une mobilité professionnelle et géographique, qui permet aux ressortissants des parties contractantes de se déplacer librement sur le territoire de l'Etat d'accueil et d'exercer la profession de leur choix;
  c) le droit de demeurer sur le territoire d'une partie contractante après la fin d'une activité économique;
  d) le droit au séjour des membres de la famille, quelle que soit leur nationalité;
  e) le droit d'exercer une activité économique pour les membres de la famille, quelle que soit leur nationalité;
  f) le droit d'acquérir des immeubles dans la mesure où celui-ci est lié à l'exercice des droits conférés par le présent accord;
  g) pendant la période transitoire, le droit après la fin d'une activité économique ou d'un séjour sur le territoire d'une partie contractante, d'y retourner afin d'y exercer une activité économique ainsi que le droit à la transformation d'un titre de séjour temporaire en titre durable.
Art. 8. Coördinatie van de stelsels voor sociale zekerheid.
  De overeenkomstsluitende partijen coördineren overeenkomstig bijlage II hun stelsels voor sociale zekerheid, met name met het oog op :
  a) gelijke behandeling;
  b) vaststelling van de toepasselijke wetgeving;
  c) cumulatie van de perioden die volgens de verschillende nationale wetgevingen bepalend zijn voor het verkrijgen en behouden van het recht op uitkeringen en voor het berekenen van deze uitkeringen;
  d) betaling van uitkeringen aan personen die op het grondgebied van de overeenkomstsluitende partijen verblijven;
  e) wederzijdse administratieve bijstand en samenwerking tussen de autoriteiten en de instellingen.
Art. 8. Coordination des systèmes de sécurité sociale.
  Les parties contractantes règlent, conformément à l'annexe II, la coordination des systèmes de sécurité sociale dans le but d'assurer notamment :
  a) l'égalité de traitement;
  b) la détermination de la législation applicable;
  c) la totalisation, pour l'ouverture et le maintien du droit aux prestations, ainsi que pour le calcul de celles-ci, de toutes périodes prises en considération par les différentes législations nationales;
  d) le paiement des prestations aux personnes résidant sur le territoire des parties contractantes;
  e) l'entraide et la coopération administratives entre les autorités et les institutions.
Art. 9. Diploma's, certificaten en andere getuigschriften.
  Teneinde voor onderdanen van de lidstaten van de Europese Gemeenschap en van Zwitserland de toegang tot en het uitoefenen van werkzaamheden in loondienst en als zelfstandige, alsmede het verlenen van diensten, te vereenvoudigen, nemen de overeenkomstsluitende partijen overeenkomstig bijlage III de nodige maatregelen met betrekking tot de wederzijdse erkenning van diploma's, en andere getuigschriften en de coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van de overeenkomstsluitende partijen betreffende de toegang tot en het verrichten van werkzaamheden, al dan niet in loondienst, en het verlenen van diensten.
Art. 9. Diplômes, certificats et autres titres.
  Afin de faciliter aux ressortissants des Etats membres de la Communauté européenne et de la Suisse l'accès aux activités salariées et indépendantes et leur exercice, ainsi que la prestation de services, les parties contractantes prennent les mesures nécessaires, conformément à l'annexe III, concernant la reconnaissance mutuelle des diplômes, certificats et autres titres et la coordination des dispositions législatives, réglementaires et administratives des parties contractantes concernant l'accès aux activités salariées et non salariées et l'exercice de celles-ci ainsi que la prestation de services.
II. Algemene en slotbepalingen.
II. Dispositions générales et finales.
Art. 10. Overgangsbepalingen en ontwikkeling van de Overeenkomst.
  1. Gedurende vijf jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst kan Zwitserland kwantitatieve beperkingen handhaven op de toegang tot een economische activiteit voor de volgende categorieën verblijf : verblijf van meer dan vier maanden, doch minder dan één jaar, en verblijf van één jaar of meer. Voor verblijf van minder dan vier maanden gelden geen beperkingen.
  Vanaf het begin van het zesde jaar worden alle kwantitatieve beperkingen ten aanzien van onderdanen van de lidstaten van de Europese Gemeenschap afgeschaft.
  2. Gedurende ten hoogste twee jaar kunnen de overeenkomstsluitende partijen de controle handhaven op de voorrang voor werknemers die in de reguliere arbeidsmarkt zijn geïntegreerd en op de salariërings- en arbeidsvoorwaarden voor onderdanen van de andere overeenkomstsluitende partij, waaronder de in artikel 5 bedoelde personen die dienstverleners zijn. Vóór het einde van het eerste jaar onderzoekt het Gemengd Comité of het noodzakelijk is deze beperkingen te handhaven. Het Gemengd Comité kan de maximale periode van twee jaar verkorten. De controle op de voorrang voor werknemers die in de reguliere arbeidsmarkt zijn geïntegreerd is niet van toepassing op verleners van diensten die op grond van een specifieke overeenkomst tussen de overeenkomstsluitende partijen betreffende het verlenen van diensten (onder andere de overeenkomst inzake de sector overheidsopdrachten, voorzover deze betrekking heeft op het verlenen van diensten) zijn geliberaliseerd.
  3. Vanaf de inwerkingtreding van deze Overeenkomst reserveert Zwitserland, tot het einde van het vijfde jaar, binnen zijn totale contingenten de volgende minimale aantallen nieuwe verblijfsvergunningen voor werknemers in loondienst en zelfstandigen uit de Europese Gemeenschap : verblijfsvergunningen met een geldigheidsduur van één jaar of meer : 15 000 per jaar; verblijfsvergunningen met een geldigheidsduur van meer dan vier maanden doch niet meer dan één jaar : 115 000 per jaar.
  4. Ongeacht het bepaalde in lid 3 wordt door de overeenkomstsluitende partijen het volgende overeengekomen : indien na vijf jaar, doch niet langer dan twaalf jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst, het aantal nieuwe verblijfsvergunningen van een van de in lid 1 bedoelde categorieën dat in een bepaald jaar is afgegeven aan werknemers in loondienst en zelfstandigen uit de Europese Gemeenschap meer dan 10 % hoger is dan het gemiddelde over de drie voorgaande jaren, kan Zwitserland voor het volgende jaar het aantal nieuwe verblijfsvergunningen van die categorie voor werknemers in loondienst en zelfstandigen uit de Europese Gemeenschap eenzijdig beperken tot het gemiddelde over de drie voorgaande jaren, vermeerderd met 5 %. Het volgende jaar kan het aantal tot datzelfde niveau worden beperkt.
  Ongeacht het bepaalde in de voorgaande alinea mag het aantal nieuw af te geven verblijfsvergunningen aan werknemers in loondienst en zelfstandigen uit de Europese Gemeenschap niet worden beperkt tot minder dan 15 000 per jaar voor nieuwe verblijfsvergunningen met een geldigheidsduur van één jaar of meer en 115 000 per jaar voor nieuwe verblijfsvergunningen met een geldigheidsduur van meer dan vier maanden doch niet meer dan één jaar.
  5. De overgangsbepalingen van de leden 1 tot en met 4, met name die van lid 2 inzake de voorrang voor werknemers die in de reguliere arbeidsmarkt zijn geïntegreerd en de controle op de salariërings- en arbeidsvoorwaarden, zijn niet van toepassing op werknemers in loondienst en zelfstandigen die bij de inwerkingtreding van deze Overeenkomst reeds beschikken over een vergunning voor het uitoefenen van een economische activiteit op het grondgebied van de overeenkomstsluitende partijen. Deze laatsten hebben met name het recht op geografische en professionele mobiliteit. Houders van een verblijfsvergunning met een geldigheidsduur van minder dan één jaar hebben recht op verlenging van hun verblijfsvergunning; de kwantitatieve beperkingen op de afgifte van verblijfsvergunningen zijn op hen niet van toepassing. Houders van een verblijfsvergunning met een geldigheidsduur van één jaar of meer hebben automatisch recht op verlenging van hun verblijfsvergunning; deze werknemers in loondienst en zelfstandigen genieten derhalve vanaf de inwerkingtreding van de Overeenkomst de rechten inzake het vrije verkeer van personen als vastgesteld in de basisbepalingen van deze Overeenkomst, in het bijzonder in artikel 7.
  6. Zwitserland verstrekt het Gemengd Comité regelmatig en tijdig de relevante statistieken en inlichtingen, met inbegrip van de maatregelen ter uitvoering van lid 2. Elk van de overeenkomstsluitende partijen kan verzoeken om een onderzoek van de situatie door het Gemengd Comité.
  7. Voor grensarbeiders gelden geen kwantitatieve beperkingen.
  8. Overgangsbepalingen met betrekking tot de sociale zekerheid en de teruggave van werkloosheidsverzekeringspremies zijn opgenomen in het Protocol in bijlage II.
Art. 10. Dispositions transitoires et développement de l'accord.
  1. Pendant les cinq ans suivant l'entrée en vigueur de l'accord, la Suisse peut maintenir des limites quantitatives concernant l'accès à une activité économique pour les deux catégories de séjour suivants : pour une durée supérieure à quatre mois et inférieure à une année et pour une durée égale ou supérieure à une année. Les séjours inférieurs à quatre mois ne sont pas limités.
  A partir du début de la sixième année, toutes les limites quantitatives à l'égard des ressortissants des Etats membres de la Communauté européenne seront abandonnées.
  2. Les parties contractantes peuvent, pendant une période maximale de deux ans, maintenir les contrôles de la priorité du travailleur intégré dans le marché régulier du travail et des conditions de salaire et de travail pour les ressortissants de l'autre partie contractante, y compris les personnes prestataires de services visées à l'article 5. Avant la fin de la première année, le comité mixte examinera la nécessité du maintien de ces restrictions. Il peut raccourcir la période maximale de deux ans. Les prestataires de services libéralisés par un accord spécifique relatif à la prestation de services entre les parties contractantes (y inclus l'accord sur certains aspects relatifs au marchés publics pour autant qu'il couvre la prestation de service) ne sont pas soumis au contrôle de la priorité du travailleur intégré dans le marché régulier du travail.
  3. Dès l'entrée en vigueur du présent accord et pour une période allant jusqu'à la fin de la cinquième année, la Suisse réserve, à l'intérieur de ses contingents globaux, les minima suivants de nouveaux titres de séjour à des travailleurs salariés et indépendants de la Communauté européenne : titres de séjour d'une durée égale ou supérieure à une année : 15 000 par année; titres de séjour d'une durée supérieure à quatre mois et inférieure à une année : 115 500 par année.
  4. Nonobstant les dispositions du paragraphe 3, les modalités suivantes sont convenues entre les parties contractantes : Si après cinq ans et jusqu'à 12 années après l'entrée en vigueur de l'accord, pour une année donnée, le nombre de nouveaux titres de séjour d'une des catégories visées au paragraphe 1 délivrés à des travailleurs salariés et indépendants de la Communauté européenne est supérieur à la moyenne des trois années précédentes de plus de 10 %, la Suisse peut, unilatéralement, pour l'année suivante, limiter le nombre de nouveaux titres de séjour de cette catégorie pour des travailleurs salariés et indépendants de la Communauté européenne à la moyenne des trois années précédentes plus 5 %. L'année suivante le nombre peut être limité au même niveau.
  Nonobstant les dispositions de l'alinéa précédent, le nombre de nouveaux titres de séjour délivrés à des travailleurs salariés ou indépendants de la Communauté européenne ne peut pas être limité à moins de 15 000 par année pour les nouveaux titres de séjour d'une durée égale ou supérieure à une année et à 115 500 par année pour les titres de séjour d'une durée supérieure à quatre mois et inférieure à une année.
  5. Les dispositions transitoires des paragraphes 1 à 4, et en particulier celles du paragraphe 2 concernant la priorité du travailleur intégré dans le marché régulier du travail et le contrôle des conditions de salaire et de travail, ne s'appliquent pas aux travailleurs salariés et indépendants qui, au moment de l'entrée en vigueur du présent accord, sont autorisés à exercer une activité économique sur le territoire des parties contractantes. Ces derniers jouissent notamment de la mobilité géographique et professionnelle. Les titulaires d'un titre de séjour d'une durée inférieure à un an ont le droit au renouvellement de leur titre de séjour; l'épuisement des limites quantitatives ne leur est pas opposable. Les titulaires d'un titre de séjour d'une durée égale ou supérieure à un an ont automatiquement le droit à la prolongation de leur titre de séjour; ces travailleurs salariés et indépendants auront en conséquence à partir de l'entrée en vigueur de l'accord les droits liés à la libre circulation des personnes établis dans les dispositions de base du présent accord et spécialement de son article 7.
  6. La Suisse communique régulièrement et rapidement au comité mixte les statistiques et informations utiles, y compris les mesures de mise en oeuvre du paragraphe 2. Chacune des parties contractantes peut demander un examen de la situation au sein du comité mixte.
  7. Aucune limitation quantitative n'est applicable aux travailleurs frontaliers.
  8. Les dispositions transitoires concernant la sécurité sociale et la rétrocession des cotisations à l'assurance chômage sont réglées dans le Protocole à l'annexe II.
Art. 11. Behandeling van beroep.
  1. De personen op wie deze Overeenkomst van toepassing is, hebben het recht bij de bevoegde autoriteiten beroep aan te tekenen met betrekking tot de toepassing van de bepalingen van deze Overeenkomst.
  2. Het beroep dient binnen een redelijke termijn te worden behandeld.
  3. Bij een beslissing in een beroepsprocedure, of indien niet binnen een redelijke termijn een besluit wordt genomen, kunnen de personen op wie deze Overeenkomst van toepassing is in beroep gaan bij de nationale bevoegde rechterlijke instantie.
Art. 11. Traitement des recours.
  1. Les personnes visées par le présent accord ont un droit de recours en ce qui concerne l'application des dispositions du présent accord auprès des autorités compétentes.
  2. Les recours doivent être traités dans un délai raisonnable.
  3. Les décisions rendues sur recours, ou l'absence de décision dans un délai raisonnable, donnent la possibilité, aux personnes visées par le présent accord, de faire appel à l'instance judiciaire nationale compétente.
Art. 12. Gunstiger bepalingen.
  Deze Overeenkomst doet geen afbreuk aan eventuele gunstigere nationale bepalingen ten aanzien van de onderdanen van de overeenkomstsluitende partijen en hun gezinsleden.
Art. 12. Dispositions plus favorables.
  Le présent accord ne préjuge pas des dispositions nationales plus favorables qui puissent exister aussi bien pour les ressortissants des parties contractantes que pour les membres de leur famille.
Art. 13. Standstill.
  De overeenkomstsluitende partijen verbinden zich ertoe ten aanzien van onderdanen van de andere overeenkomstsluitende partij geen nieuwe beperkende maatregelen te treffen met betrekking tot het toepassingsgebied van de Overeenkomst.
Art. 13. Stand still.
  Les parties contractantes s'engagent à ne pas adopter de nouvelles mesures restrictives à l'égard des ressortissants de l'autre partie dans les domaines d'application du présent accord.
Art. 14. Gemengd Comité.
  1. Er wordt een Gemengd Comité ingesteld, bestaande uit vertegenwoordigers van de overeenkomstsluitende partijen, dat belast wordt met het beheer en de correcte toepassing van de Overeenkomst. Dit Comité doet daartoe aanbevelingen. Het neemt besluiten in de gevallen waarin de Overeenkomst voorziet. Het Gemengd Comité doet zijn uitspraken in onderlinge overeenstemming.
  2. In geval van ernstige problemen van economische of sociale aard komt het Gemengd Comité op verzoek van een der overeenkomstsluitende partijen bijeen teneinde te onderzoeken welke maatregelen kunnen worden genomen om deze problemen op te lossen. Het Gemengd Comité kan een besluit nemen over de te nemen maatregelen binnen zestig dagen na de datum van het verzoek. Deze termijn kan door het Gemengd Comité worden verlengd. De maatregelen zijn, wat hun toepassingsgebied en hun duur betreft, beperkt tot wat strikt noodzakelijk is om voor de situatie een oplossing te vinden. Bij de keuze van maatregelen moet de voorkeur worden gegeven aan maatregelen die de werking van de Overeenkomst het minst verstoren.
  3. Met het oog op de correcte tenuitvoerlegging van de Overeenkomst wisselen de overeenkomstsluitende partijen regelmatig informatie uit en plegen zij op verzoek van een der overeenkomstsluitende partijen overleg in het Gemengd Comité.
  4. Het Gemengd Comité komt bijeen wanneer daaraan behoefte bestaat, doch ten minste eenmaal per jaar. Elke overeenkomstsluitende partij kan een verzoek indienen om een vergadering te beleggen. Het Gemengd Comité komt bijeen binnen vijftien dagen na de indiening van het in lid 2 bedoelde verzoek.
  5. Het Gemengd Comité stelt zijn reglement van orde op, waarin onder meer voorschriften voor het bijeenroepen van een vergadering, de aanwijzing van de voorzitter en de vaststelling van diens taken zijn vervat.
  6. Het Gemengd Comité kan besluiten werkgroepen of groepen van deskundigen op te richten om zich bij de uitvoering van zijn taken te laten bijstaan.
Art. 14. Comité mixte.
  1. Il est établi un comité mixte, composé de représentants des parties contractantes, qui est responsable de la gestion et de la bonne application de l'accord. A cet effet, il formule des recommandations. Il prend des décisions dans les cas prévus à l'accord. Le comité mixte se prononce d'un commun accord.
  2. En cas de difficultés sérieuses d'ordre économique ou social, le comité mixte se réunit, à la demande d'une des parties contractantes, afin d'examiner les mesures appropriées pour remédier à la situation. Le comité mixte peut décider des mesures à prendre dans un délai de 60 jours à compter de la date de la demande. Ce délai peut être prolongé par le comité mixte. Ces mesures sont limitées, dans leur champ d'application et leur durée, à ce qui est strictement indispensable pour remédier à la situation. Devront être choisies les mesures qui perturbent le moins le fonctionnement du présent accord.
  3. Aux fins de la bonne exécution de l'accord, les parties contractantes procèdent régulièrement à des échanges d'information et, à la demande de l'une d'entre elles, se consultent au sein du comité mixte.
  4. Le comité mixte se réunit en fonction des besoins et au moins une fois par an. Chaque partie peut demander la convocation d'une réunion. Le comité mixte se réunit dans les quinze jours suivant la demande visée au paragraphe 2.
  5. Le comité mixte établit son règlement intérieur qui contient, entre autres dispositions, les modalités de convocations des réunions, de désignation de son président et de définition du mandat de ce dernier.
  6. Le comité mixte peut décider de constituer tout groupe de travail ou d'experts propre à l'assister dans l'accomplissement de ses tâches.
Art. 15. Bijlagen en protocollen.
  De bijlagen en protocollen bij deze Overeenkomst vormen daarvan een integrerend onderdeel. Verklaringen zijn opgenomen in de slotakte.
Art. 15. Annexes et protocoles.
  Les annexes et protocoles du présent accord en font partie intégrante. L'acte final contient les déclarations.
Art. 16. Verwijzing naar het Gemeenschapsrecht.
  1. Om de doeleinden van de Overeenkomst te bereiken nemen de overeenkomstsluitende partijen alle maatregelen die vereist zijn om in hun betrekkingen rechten en verplichtingen toe te passen die gelijkwaardig zijn met die welke zijn vervat in de rechtsbesluiten van de Europese Gemeenschap waarnaar wordt verwezen.
  2. Voor zover de toepassing van deze Overeenkomst begrippen van het Gemeenschapsrecht, beroert, wordt de desbetreffende jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen die vóór de datum van ondertekening van de Overeenkomst tot stand is gekomen in aanmerking genomen. Jurisprudentie die na de ondertekening van de Overeenkomst tot stand komt wordt ter kennis gebracht van Zwitserland. Met het oog op de goede werking van de Overeenkomst bepaalt het Gemengd Comité op verzoek van een der overeenkomstsluitende partijen welke de implicaties van deze jurisprudentie zijn.
Art. 16. Référence au droit communautaire.
  1. Pour atteindre les objectifs visés par le présent accord, les parties contractantes prendront toutes les mesures nécessaires pour que les droits et obligations équivalant à ceux contenus dans les actes juridiques de la Communauté européenne auxquels il est fait référence trouvent application dans leurs relations.
  2. Dans la mesure où l'application du présent accord implique des notions de droit communautaire, il sera tenu compte de la jurisprudence pertinente de la Cour de justice des Communautés européennes antérieure à la date de sa signature. La jurisprudence postérieure à la date de la signature du présent accord sera communiquée à la Suisse. En vue d'assurer le bon fonctionnement de l'accord, à la demande d'une partie contractante, le comité mixte déterminera les implications de cette jurisprudence.
Art. 17. Ontwikkeling van het recht.
  1. Zodra een der overeenkomstsluitende partijen een aanvang maakt met de procedure voor aanname van een wijziging van haar interne wetgeving, of op een van de gebieden waarop deze Overeenkomst van toepassing is een wijziging optreedt in de jurisprudentie van de rechtsinstanties van de overeenkomstsluitende partijen wier beslissingen in het kader van het interne recht niet voor beroep ontvankelijk zijn, stelt deze overeenkomstsluitende partij de andere overeenkomstsluitende partijen daarvan in kennis via het Gemengd Comité.
  2. Het Gemengd Comité bespreekt de gevolgen die een dergelijke wijziging zou kunnen hebben voor de goede werking van de Overeenkomst.
Art. 17. Développement du droit.
  1. Dès qu'une partie contractante a entamé le processus d'adoption d'un projet de modification de sa législation interne, ou dès qu'il y a un changement dans la jurisprudence des instances dont les décisions ne sont pas susceptibles d'un recours juridictionnel de droit interne dans un domaine régi par le présent accord, la partie contractante concernée en informe l'autre partie par le biais du comité mixte.
  2. Le comité mixte procède à un échange de vues sur les implications qu'une telle modification entraînerait pour le bon fonctionnement de l'accord.
Art. 18. Wijziging van de Overeenkomst.
  Indien een der overeenkomstsluitende partijen de Overeenkomst wenst te wijzigen, legt zij een voorstel daartoe aan het Gemengd Comité voor. De wijziging van de Overeenkomst treedt in werking zodra de overeenkomstsluitende partijen hun respectieve interne procedures hebben voltooid; wijzigingen van de bijlagen II of III worden echter vastgesteld door het Gemengd Comité en kunnen onmiddellijk na het daartoe strekkende besluit in werking treden.
Art. 18. Révision. Si une partie contractante désire une révision du présent accord, elle soumet une proposition à cet effet au comité mixte. La modification du présent accord entrera en vigueur après l'accomplissement des procédures internes respectives, à l'exception d'une modification des annexes II et III qui sera décidée par le comité mixte et qui pourra entrer en vigueur aussitôt après cette décision.
Art. 19. Beslechting van geschillen.
  1. De overeenkomstsluitende partijen kunnen elk geschil betreffende de interpretatie of de toepassing van de Overeenkomst aan het Gemengd Comité voorleggen.
  2. Het Gemengd Comité kan het geschil beslechten. Het Gemengd Comité krijgt de beschikking over alle nuttige inlichtingen om de situatie diepgaand te onderzoeken en een aanvaardbare oplossing te vinden. Het Gemengd Comité onderzoekt hiertoe alle mogelijkheden waardoor de goede werking van de Overeenkomst behouden kan blijven.
Art. 19. Règlement des différends.
  1. Les parties contractantes peuvent soumettre tout différend relatif à l'interprétation ou à l'application du présent accord au comité mixte.
  2. Le comité mixte peut régler le différend. Tous les éléments d'information utiles pour permettre un examen approfondi de la situation en vue de trouver une solution acceptable sont fournis au comité mixte. A cet effet, le comité mixte examine toutes les possibilités permettant de maintenir le bon fonctionnement du présent accord.
Art. 20. Verband met bilaterale overeenkomsten inzake sociale zekerheid.
  Behoudens uit bijlage II voortvloeiende andersluidende bepalingen, worden bilaterale overeenkomsten tussen Zwitserland en de lidstaten van de Europese gemeenschap inzake sociale zekerheid met ingang van de inwerkingtreding van deze Overeenkomst opgeschort, voor zover dezelfde materie bij de onderhavige Overeenkomst wordt geregeld.
Art. 20. Relation avec les accords bilatéraux en matière de sécurité sociale.
  Sauf disposition contraire découlant de l'annexe II, les accords de sécurité sociale bilatéraux entre la Suisse et les Etats membres de la Communauté européenne sont suspendus dès l'entrée en vigueur du présent accord, dans la mesure où la même matière est régie par le présent accord.
Art. 21. Verband met bilaterale overeenkomsten inzake dubbele belastingheffing.
  1. Aan het bepaalde in bilaterale overeenkomsten tussen Zwitserland en de lidstaten van de Europese Gemeenschap inzake dubbele belastingheffing wordt geen afbreuk gedaan door het bepaalde in de onderhavige Overeenkomst. Het bepaalde in de onderhavige Overeenkomst heeft met name geen gevolgen voor de definitie van het begrip 'grensarbeider' volgens overeenkomsten inzake dubbele belastingheffing.
  2. Geen van de bepalingen van deze Overeenkomst kan worden geïnterpreteerd als een beletsel voor de overeenkomstsluitende partijen om bij de toepassing van de desbetreffende bepalingen van hun fiscale wetgeving onderscheid te maken tussen belastingplichtigen die zich in verschillende situaties bevinden, met name wat hun woonplaats betreft.
  3. Geen van de bepalingen van deze Overeenkomst vormt een beletsel voor de overeenkomstsluitende partijen om een maatregel vast te stellen of toe te passen met het oog op de heffing, betaling en doeltreffende inning van belastingen of ter vermijding van belastingontduiking, overeenkomstig de nationale fiscale wetgeving van een overeenkomstsluitende partij, overeenkomsten ter vermijding van dubbele belastingheffing waarbij enerzijds Zwitserland en anderzijds een of meer lidstaten van de Europese Gemeenschap zijn gebonden, of andere fiscale regelingen.
Art. 21. Relation avec les accords bilatéraux en matière de double imposition.
  1. Les dispositions des accords bilatéraux entre la Suisse et les Etats membres de la Communauté européenne en matière de double imposition ne sont pas affectées par les dispositions du présent accord. En particulier les dispositions du présent accord ne doivent pas affecter la définition du travailleur frontalier selon les accords de double imposition.
  2. Aucune disposition du présent accord ne peut être interprétée de manière à empêcher les parties contractantes d'établir une distinction, dans l'application des dispositions pertinentes de leur législation fiscale, entre les contribuables qui ne se trouvent pas dans des situations comparables, en particulier en ce qui concerne leur lieu de résidence.
  3. Aucune disposition du présent accord ne fait obstacle à l'adoption ou l'application par les parties contractantes d'une mesure destinée à assurer l'imposition, le paiement et le recouvrement effectif des impôts ou à éviter l'évasion fiscale conformément aux dispositions de la législation fiscale nationale d'une partie contractante ou aux accords visant à éviter la double imposition liant la Suisse, d'une part, et un ou plusieurs Etats membres de la Communauté européenne, d'autre part, ou d'autres arrangements fiscaux.
Art. 22. Verband met bilaterale overeenkomsten op andere gebieden dan sociale zekerheid of dubbele belastingheffing.
  1. Onverminderd het bepaalde in de artikelen 20 en 21 is deze Overeenkomst niet van invloed op overeenkomsten waarbij enerzijds Zwitserland en anderzijds een of meer lidstaten van de Europese Gemeenschap zijn gebonden, zoals overeenkomsten inzake particulieren, economische subjecten, grensoverschrijdende samenwerking of klein grensverkeer, voorzover deze overeenkomsten met de onderhavige Overeenkomst verenigbaar zijn.
  2. Zijn deze overeenkomsten niet verenigbaar met de onderhavige Overeenkomst, dan prevaleert deze laatste.
Art. 22. Relation avec les accords bilatéraux dans les matières autres que la sécurité sociale et la double imposition.
  1. Nonobstant les dispositions des articles 20 et 21, le présent accord n'affecte pas les accords liant la Suisse, d'une part, et un ou plusieurs Etats membres de la Communauté européenne, d'autre part, tels les accords concernant les particuliers, les agents économiques, la coopération transfrontalière ou le petit trafic frontalier, dans la mesure où ils sont compatibles avec le présent accord.
  2. En cas d'incompatibilité entre ces accords et le présent accord, ce dernier prévaut.
Art. 23. Verworven rechten.
  Wanneer de Overeenkomst wordt opgezegd of niet wordt verlengd, worden de door particulieren verworven rechten niet aangetast. De overeenkomstsluitende partijen treffen in onderling overleg een regeling voor gevallen waarin rechten nog niet volledig zijn verworven.
Art. 23. Droits acquis.
  En cas de dénonciation ou de non reconduction, les droits acquis par les particuliers ne sont pas touchés. Les parties contractantes régleront d'un commun accord le sort des droits en cours d'acquisition.
Art. 24. Territoriaal toepassingsgebied.
  Deze Overeenkomst is van toepassing op enerzijds het grondgebied van Zwitserland en anderzijds de grondgebieden waar het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap van toepassing is, onder de voorwaarden waarin dat Verdrag voorziet.
Art. 24. Champ d'application territorial.
  Le présent accord s'applique d'une part, au territoire de la Suisse, d'autre part, aux territoires où le traité instituant la Communauté européenne est d'application et dans les conditions prévues par ledit traité.
Art. 25. Inwerkingtreding en looptijd.
  1. Deze Overeenkomst wordt door de overeenkomstsluitende partijen bekrachtigd of goedgekeurd volgens hun eigen procedures. De Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgende op de datum van de laatste kennisgeving van nederlegging van de akten van bekrachtiging of goedkeuring voor elk van de onderstaande zeven overeenkomsten :
  - Overeenkomst over het vrije verkeer van personen
  - Overeenkomst inzake luchtvervoer;
  - Overeenkomst inzake het goederen- en personenvervoer per spoor en over de weg;
  - Overeenkomst inzake de handel in landbouwproducten;
  - Overeenkomst inzake wederzijdse erkenning van de overeenstemmingsbeoordeling;
  - Overeenkomst betreffende sommige aspecten van overheidsopdrachten
  - Overeenkomst betreffende wetenschappelijke en technologische samenwerking.
  2. Deze Overeenkomst wordt gesloten voor een eerste periode van zeven jaar. Zij wordt daarna voor onbepaalde tijd verlengd, tenzij de Europese Gemeenschap of Zwitserland vóór het einde van de eerste periode aan de andere overeenkomstsluitende partij kennisgeving doet van het tegendeel. Wordt een dergelijke kennisgeving verricht, dan is lid 4 van toepassing.
  3. De Europese Gemeenschap en Zwitserland kunnen de Overeenkomst opzeggen door de andere overeenkomstsluitende partij daarvan kennisgeving te doen. Wordt een dergelijke kennisgeving verricht, dan is lid 4 van toepassing.
  4. Zes maanden na de ontvangst van de kennisgeving van niet-verlenging bedoeld in lid 2 of van de kennisgeving van opzegging bedoeld in lid 3, houden de in lid 1 genoemde zeven overeenkomsten op van toepassing te zijn.
Art. 25. Entrée en vigueur et durée.
  1. Le présent accord sera ratifié ou approuvé par les parties contractantes selon les procédures qui leur sont propres. Il entrera en vigueur le premier jour du deuxième mois suivant la dernière notification du dépôt des instruments de ratification ou d'approbation de tous les sept accords suivants :
  - accord sur la libre circulation des personnes
  - accord sur le transport aérien
  - accord sur le transport de marchandises et de voyageurs par rail et route
  - accord relatif aux échanges de produits agricoles
  - accord sur la reconnaissance mutuelle en matière d'évaluation de la conformité
  - accord sur certains aspects relatifs aux marchés publics
  - accord sur la coopération scientifique et technologique.
  2. Le présent accord est conclu pour une période initiale de sept ans. Il est reconduit pour une durée indéterminée à moins que la Communauté européenne ou la Suisse ne notifie le contraire à l'autre partie contractante, avant l'expiration de la période initiale. En cas de notification, les dispositions du paragraphe 4 s'appliquent.
  3. La Communauté européenne ou la Suisse peut dénoncer le présent accord en notifiant sa décision à l'autre partie contractante. En cas de notification, les dispositions du paragraphe 4 s'appliquent.
  4. Les sept accords mentionnés dans le paragraphe 1 cessent d'être applicables six mois après la réception de la notification relative à la non reconduction visée au paragraphe 2 ou à la dénonciation visée au paragraphe 3.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage I. Vrij verkeer van personen.
Art. N1. Annexe I. Libre circulation des personnes.
Art. 1N1. I. Algemene bepalingen.
  Artikel 1. Toegang tot en verlaten van het grondgebied
  1. De overeenkomstsluitende partijen laten onderdanen van de andere overeenkomstsluitende partijen, hun gezinsleden als bedoeld in artikel 3 van deze bijlage, alsmede uitgezonden werknemers als bedoeld in artikel 17 van deze bijlage, toe tot hun grondgebied op vertoon van een geldig identiteitsbewijs of een geldig paspoort.
  Er mag geen visumplicht of gelijkwaardige verplichting worden ingesteld, behalve voor gezinsleden of uitgezonden werknemers als bedoeld in artikel 17 van deze bijlage die niet de nationaliteit van een overeenkomstsluitende partij bezitten. De betrokken overeenkomstsluitende partij verleent deze personen alle faciliteiten om de eventueel benodigde visa te verkrijgen.
  2. De overeenkomstsluitende partijen erkennen het recht van de onderdanen van de overeenkomstsluitende partijen, van hun gezinsleden als bedoeld in artikel 3 van deze bijlage, alsmede van uitgezonden werknemers als bedoeld in artikel 17 van deze bijlage, om hun grondgebied te verlaten op vertoon van een geldig identiteitsbewijs of een geldig paspoort. De overeenkomstsluitende partijen mogen de onderdanen van de andere overeenkomstsluitende partijen niet verplichten over een uitreisvisum te beschikken of hun een andere gelijkwaardige verplichting opleggen.
  De overeenkomstsluitende partijen verstrekken deze onderdanen, overeenkomstig hun wetgeving, een identiteitsbewijs of een paspoort waarin onder meer hun nationaliteit wordt vermeld, of verlengen dit.
  Het paspoort dient geldig te zijn voor ten minste alle overeenkomstsluitende partijen en tussenliggende landen. Indien het paspoort het enige geldige reisdocument is waarmee het land mag worden verlaten, dient de geldigheidsduur ten minste vijf jaar te bedragen.
  Artikel 2. Verblijf en economische activiteit.
  1. Zonder afbreuk te doen aan de bepalingen in het kader van de overgangsperiode, zoals vastgesteld in artikel 10 van de Overeenkomst en in hoofdstuk VII van deze bijlage, hebben de onderdanen van een overeenkomstsluitende partij het recht te verblijven en een economische activiteit uit te oefenen op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende partij, overeenkomstig het bepaalde in de hoofdstukken II tot en met IV. Dit recht blijkt uit de afgifte van een verblijfsvergunning of een specifieke vergunning voor grensarbeiders.
  Onderdanen van de overeenkomstsluitende partijen hebben tevens het recht zich op het grondgebied van een andere overeenkomstsluitende partij te begeven, dan wel hun verblijf voort te zetten na afloop van een dienstverband van minder dan één jaar, teneinde daar werk te zoeken en gedurende een redelijke termijn, die zes maanden mag duren, te verblijven, zodat zij kennis kunnen nemen van arbeidsmogelijkheden die met hun beroepskwalificaties overeenstemmen, en in voorkomend geval het nodige kunnen doen om een arbeidsplaats te verwerven. Werkzoekenden hebben op het grondgebied van de desbetreffende overeenkomstsluitende partij recht op dezelfde bijstand als door de arbeidsbureaus van dat land wordt verleend aan de eigen onderdanen. Zij kunnen gedurende dit verblijf worden uitgesloten van sociale bijstand.
  2. Onderdanen van de overeenkomstsluitende partijen die in de ontvangende Staat geen economische activiteit uitoefenen en geen verblijfsrecht genieten uit hoofde van andere bepalingen van deze Overeenkomst, genieten een verblijfsrecht wanneer zij voldoen aan de in hoofdstuk V gestelde voorwaarden. Dit recht blijkt uit de afgifte van een verblijfsvergunning.
  3. De verblijfsvergunning of de bijzondere vergunning voor onderdanen van de overeenkomstsluitende partijen wordt kosteloos afgegeven en verlengd, of tegen betaling van een bedrag dat niet hoger is dan de leges die voor de afgifte van identiteitsbewijzen aan de eigen onderdanen worden geheven. De overeenkomstsluitende partijen nemen de nodige maatregelen om de formaliteiten en procedures voor het verkrijgen van deze documenten zoveel mogelijk te vereenvoudigen.
  4. De overeenkomstsluitende partijen kunnen de onderdanen van de andere overeenkomstsluitende partijen verplichten hun aanwezigheid op hun grondgebied te melden.
  Artikel 3. Gezinsleden.
  1. De gezinsleden van een onderdaan van een overeenkomstsluitende partij die over een verblijfstitel beschikt hebben het recht zich bij deze persoon te vestigen. Werknemers dienen te beschikken over woonruimte voor hun gezin die gebruikelijk kan worden geacht voor de nationale werknemers in de regio waar zij werkzaam zijn; deze bepaling mag echter niet leiden tot discriminatie tussen nationale werknemers en werknemers afkomstig uit de andere overeenkomstsluitende partij.
  2. Als gezinsleden van een werknemer worden beschouwd, ongeacht hun nationaliteit :
  a) de echtgenoot en de nakomelingen die de leeftijd van 21 jaar nog niet hebben bereikt of die ten laste van de werknemer komen;
  b) de (voor)ouders en de (voor)ouders van de echtgenoot, indien die ten laste van de werknemer komen;
  c) in het geval van studerenden : de echtgenoot en de ten laste komende kinderen.
  De overeenkomstsluitende partijen begunstigen de toelating van gezinsleden die niet onder de bepalingen van a) , b) of c) van dit lid vallen, indien deze gezinsleden ten laste komen van de onderdaan van een overeenkomstsluitende partij, of in het land van herkomst bij hem wonen.
  3. Voor de afgifte van een verblijfsvergunning aan de gezinsleden van een onderdaan van een overeenkomstsluitende partij mogen de overeenkomstsluitende partijen geen andere documenten verlangen dan de hierna genoemde :
  a) het document onder dekking waarvan de betrokken persoon hun grondgebied is binnengekomen;
  b) een door de bevoegde autoriteiten van het land van oorsprong of van herkomst afgegeven document waaruit de graad van verwantschap blijkt;
  c) voor ten laste komende personen : een door de bevoegde autoriteiten van het land van oorsprong of van herkomst afgegeven document waaruit blijkt dat de betrokken persoon ten laste komt van de in lid 1 bedoelde persoon, of in dat land bij die persoon woont.
  4. De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning die aan een gezinslid wordt afgegeven is gelijk aan die van de verblijfsvergunning die is afgegeven aan de persoon van wie het gezinslid afhankelijk is.
  5. De echtgenoot en de kinderen van minder dan 21 jaar van een persoon die een verblijfsrecht heeft of die te zijnen laste komen, hebben ongeacht hun nationaliteit het recht op toegang tot een economische activiteit.
  6. De kinderen van een onderdaan van een overeenkomstsluitende partij die op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende partij al dan niet een economische activiteit uitoefent of heeft uitgeoefend, worden tot het algemeen onderwijs, het leerlingstelsel en het beroepsonderwijs toegelaten onder dezelfde voorwaarden als de onderdanen van het ontvangende land, indien deze kinderen op het grondgebied van dit land verblijven.
  De overeenkomstsluitende partijen bevorderen initiatieven die beogen dat deze kinderen het eerder genoemde onderwijs onder de best mogelijke omstandigheden kunnen volgen.
  Artikel 4. Recht op voortzetting van het verblijf.
  1. Onderdanen van een overeenkomstsluitende partij en hun gezinsleden hebben het recht op voortzetting van hun verblijf op het grondgebied van een andere overeenkomstsluitende partij na beëindiging van hun economische activiteit.
  2. Overeenkomstig artikel 16 van de Overeenkomst wordt verwezen naar Verordening (EEG) nr. 1251/70 (PB L 142 van 30.6.1970, blz. 24) 1. en Richtlijn 75/34/EEG (PB L 14 van 20.1.1975, blz. 10) 1..
  Art. 5. Openbare orde.
  1. De krachtens de bepalingen van deze Overeenkomst verleende rechten kunnen slechts worden beperkt door maatregelen ter bescherming van de openbare orde, de openbare veiligheid en de volksgezondheid.
  2. Overeenkomstig artikel 16 van de Overeenkomst wordt verwezen naar de Richtlijnen 64/221/EEG (PB 56 van 4.4.1964, blz. 850) 1., 72/194/EEG (PB L 121 van 26.5.1972, blz. 32) 1. en 75/35/EEG (PB L 14 van 20.1.1975, blz. 10) 1..
Art. 1N1. I. Dispositions générales.
  Article 1. Entrée et sortie.
  1. Les parties contractantes admettent sur leur territoire les ressortissants des autres parties contractantes, les membres de leur famille au sens de l'article 3 de la présente annexe ainsi que les travailleurs détachés au sens de l'article 17 de la présente annexe sur simple présentation d'une carte d'identité ou d'un passeport en cours de validité.
  Aucun visa d'entrée ni obligation équivalente ne peut être imposé, sauf aux membres de la famille et aux travailleurs détachés au sens de l'article 17 de la présente annexe, qui ne possèdent pas la nationalité d'une partie contractante. La partie contractante concernée accorde à ces personnes toutes facilités pour obtenir les visas qui leur seraient nécessaires.
  2. Les parties contractantes reconnaissent aux ressortissants des parties contractantes, aux membres de leur famille au sens de l'article 3 de la présente annexe, ainsi qu'aux travailleurs détachés au sens de l'article 17 de la présente annexe, le droit de quitter leur territoire sur simple présentation d'une carte d'identité ou d'un passeport en cours de validité. Les parties contractantes ne peuvent imposer aux ressortissants des autres parties contractantes aucun visa de sortie ni obligation équivalente.
  Les parties contractantes délivrent ou renouvellent à leurs ressortissants, conformément à leur législation, une carte d'identité ou un passeport précisant notamment leur nationalité.
  Le passeport doit être valable au moins pour toutes les parties contractantes et pour les pays en transit direct entre ceux-ci. Lorsque le passeport est le seul document valable pour sortir du pays, la durée de sa validité ne peut être inférieure à cinq ans.
  Article 2. Séjour et activité économique.
  1. Sans préjudice des dispositions de la période transitoire arrêtée à l'article 10 du présent accord et au chapitre VII de la présente annexe, les ressortissants d'une partie contractante ont le droit de séjourner et d'exercer une activité économique sur le territoire de l'autre partie contractante selon les modalités prévues aux chapitres II à IV. Ce droit est constaté par la délivrance d'un titre de séjour ou spécifique pour les frontaliers.
  Les ressortissants des parties contractantes ont aussi le droit de se rendre dans une autre partie contractante ou d'y rester après la fin d'un emploi d'une durée inférieure à un an pour y chercher un emploi et y séjourner pendant un délai raisonnable, qui peut être de six mois qui leur permette de prendre connaissance des offres d'emplois correspondant à leurs qualifications professionnelles et de prendre, le cas échéant, les mesures nécessaires aux fins d'être engagés. Les chercheurs d'emploi ont le droit, sur le territoire de la partie contractante concernée, de recevoir la même assistance que celle que les bureaux d'emploi de cet Etat accordent à ses propres ressortissants. Ils peuvent être exclus de l'aide sociale pendant la durée de ce séjour.
  2. Les ressortissants des parties contractantes n'exerçant pas d'activité économique dans l'Etat d'accueil et qui ne bénéficient pas d'un droit de séjour en vertu d'autres dispositions du présent accord ont, pour autant qu'ils remplissent les conditions préalables requises dans le chapitre V, un droit de séjour. Ce droit est constaté par la délivrance d'un titre de séjour.
  3. Le titre de séjour ou spécifique accordé aux ressortissants des parties contractantes est délivré et renouvelé à titre gratuit ou contre le versement d'une somme ne dépassant pas les droits et taxes exigés pour la délivrance des cartes d'identité aux nationaux. Les parties contractantes prennent les mesures nécessaires pour simplifier au maximum les formalités et les procédures d'obtention de ces documents.
  4. Les parties contractantes peuvent imposer aux ressortissants des autres parties contractantes de signaler leur présence sur le territoire.
  Article 3. Membres de la famille.
  1. Les membres de la famille d'une personne ressortissant d'une partie contractante ayant un droit de séjour ont le droit de s'installer avec elle. Le travailleur salarié doit disposer d'un logement pour sa famille considéré comme normal pour les travailleurs nationaux salariés dans la région où il est employé sans que cette disposition puisse entraîner de discriminations entre les travailleurs nationaux et les travailleurs en provenance de l'autre partie contractante.
  2. Sont considérés comme membres de la famille, quelle que soit leur nationalité :
  a. son conjoint et leurs descendants de moins de 21 ans ou à charge;
  b. ses ascendants et ceux de son conjoint qui sont à sa charge;
  c. dans le cas de l'étudiant, son conjoint et leurs enfants à charge.
  Les parties contractantes favorisent l'admission de tout membre de la famille qui ne bénéficie pas des dispositions de ce paragraphe sous a) , b) et c) , s'il se trouve à la charge ou vit, dans les pays de provenance, sous le toit du ressortissant d'une partie contractante.
  3. Pour la délivrance du titre de séjour aux membres de la famille d'un ressortissant d'une partie contractante, les parties contractantes ne peuvent demander que les documents énumérés ci-dessous :
  a. le document sous le couvert duquel ils ont pénétré sur leur territoire;
  b. un document délivré par l'autorité compétente de l'Etat d'origine ou de provenance prouvant leur lien de parenté;
  c. pour les personnes à charge, un document délivré par l'autorité compétente de l'Etat d'origine ou de provenance attestant qu'ils sont à la charge de la personne visée au paragraphe 1 ou qu'ils vivent sous son toit dans cet Etat.
  4. La validité du titre de séjour délivré à un membre de la famille est la même que celle de celui qui a été délivré à la personne dont il dépend.
  5. Le conjoint et les enfants de moins de 21 ans ou à charge d'une personne ayant un droit de séjour, quelle que soit leur nationalité, ont le droit d'accéder à une activité économique.
  6. Les enfants d'un ressortissant d'une partie contractante qui exerce ou non, ou qui a exercé une activité économique sur le territoire de l'autre partie contractante sont admis aux cours d'enseignement général, d'apprentissage et de formation professionnelle dans les mêmes conditions que les ressortissants de l'Etat d'accueil, si ces enfants résident sur son territoire.
  Les parties contractantes encouragent les initiatives permettant à ces enfants de suivre les cours précités dans les meilleures conditions.
  Article 4. Droit de demeurer.
  1. Les ressortissants d'une partie contractante et les membres de leur famille ont le droit de demeurer sur le territoire d'une autre partie contractante après la fin de leur activité économique.
  2. Conformément à l'article 16 de l'accord, il est fait référence au règlement (CEE) 1251/70 (JO n° L 142, 1970, p. 24) 1. et à la directive 75/34/CEE (JO n° L 14, 1975, p. 10) 1..
  Article 5. Ordre public.
  1. Les droits octroyés par les dispositions du présent accord ne peuvent être limités que par des mesures justifiées par des raisons d'ordre public, de sécurité publique et de santé publique.
  2. Conformément à l'article 16 de l'accord, il est fait référence aux directives 64/221/CEE (JO n° 56, 1964, p. 850) 1., 72/194/CEE (JO n° L 121, 1972, p. 32) 1. et 75/35/CEE (JO n° L 14, 1975, p. 10) 1..
  Art. 2N1. II. Travailleurs salariés.
  Article 6. Réglementation du séjour.
  1. Le travailleur salarié ressortissant d'une partie contractante (ci-après nommé travailleur salarié) qui occupe un emploi d'une durée égale ou supérieure à un an au service d'un employeur de l'Etat d'accueil reçoit un titre de séjour d'une durée de cinq ans au moins à dater de sa délivrance. Il est automatiquement prolongé pour une durée de cinq ans au moins. Lors du premier renouvellement, sa durée de validité peut être limitée, sans pouvoir être inférieure à un an, lorsque son détenteur se trouve dans une situation de chômage involontaire depuis plus de douze mois consécutifs.
  2. Le travailleur salarié qui occupe un emploi d'une durée supérieure à trois mois et inférieure à un an au service d'un employeur de l'Etat d'accueil reçoit un titre de séjour d'une durée égale à celle prévue dans le contrat.
  Le travailleur salarié qui occupe un emploi d'une durée ne dépassant pas trois mois n'a pas besoin d'un titre de séjour.
  3. Pour la délivrance des titres de séjour, les parties contractantes ne peuvent demander au travailleur que la présentation des documents ci-après énumérés :
  a) le document sous le couvert duquel il a pénétré sur le territoire;
  b) une déclaration d'engagement de l'employeur ou une attestation de travail.
  4. Le titre de séjour est valable pour l'ensemble du territoire de l'Etat qui l'a délivré.
  5. Les interruptions de séjour ne dépassant pas six mois consécutifs ainsi que les absences motivées par l'accomplissement d'obligations militaires n'affectent pas la validité du titre de séjour.
  6. Le titre de séjour en cours de validité ne peut être retiré au travailleur salarié du seul fait qu'il n'occupe plus d'emploi, soit que l'intéressé ait été frappé d'une incapacité temporaire de travail résultant d'une maladie ou d'un accident, soit qu'il se trouve en situation de chômage involontaire dûment constatée par le bureau de main-d'oeuvre compétent.
  7. L'accomplissement des formalités relatives à l'obtention du titre de séjour ne peut faire obstacle à la mise en exécution immédiate des contrats de travail conclus par les requérants.
  Article 7. Travailleurs frontaliers salariés.
  1. Le travailleur frontalier salarié est un ressortissant d'une partie contractante qui a sa résidence sur le territoire d'une partie contractante et qui exerce une activité salariée sur le territoire de l'autre partie contractante en retournant à son domicile en principe chaque jour, ou au moins une fois par semaine.
  2. Les travailleurs frontaliers n'ont pas besoin d'un titre de séjour.
  Cependant, l'autorité compétente de l'Etat d'emploi peut doter le travailleur frontalier salarié d'un titre spécifique pour une durée de cinq ans au moins ou pour la durée de son emploi si celle-ci est supérieure à trois mois et inférieure à un an. Il est prolongé pour cinq ans au moins pour autant que le travailleur frontalier produise la preuve qu'il exerce une activité économique.
  3. Le titre spécifique est valable pour l'ensemble du territoire de l'Etat qui l'a délivré.
  Article 8. Mobilité professionnelle et géographique.
  1. Les travailleurs salariés ont le droit à la mobilité professionnelle et géographique sur l'ensemble du territoire de l'Etat d'accueil.
  2. La mobilité professionnelle comprend le changement d'employeur, d'emploi, de profession et le passage d'une activité salariée à une activité indépendante. La mobilité géographique comprend le changement de lieu de travail et de séjour.
  Article 9. Egalité de traitement.
  1. Un travailleur salarié ressortissant d'une partie contractante ne peut, sur le territoire de l'autre partie contractante, être, en raison de sa nationalité, traité différemment des travailleurs nationaux salariés en ce qui concerne les conditions d'emploi et de travail, notamment en matière de rémunération, de licenciement, et de réintégration professionnelle ou de réemploi s'il est tombé au chômage.
  2. Le travailleur salarié et les membres de sa famille visés à l'article 3 de la présente annexe y bénéficient des mêmes avantages fiscaux et sociaux que les travailleurs salariés nationaux et les membres de leur famille.
  3. Il bénéficie également au même titre et dans les mêmes conditions que les travailleurs nationaux salariés de l'enseignement des écoles professionnelles et des centres de réadaptation ou de rééducation.
  4. Toute clause de convention collective ou individuelle ou d'autres réglementations collectives portant sur l'accès à l'emploi, l'emploi, la rémunération et les autres conditions de travail et de licenciement, est nulle de plein droit dans la mesure où elle prévoit ou autorise des conditions discriminatoires à l'égard des travailleurs salariés non nationaux ressortissants des parties contractantes.
  5. Un travailleur salarié ressortissant d'une partie contractante, occupé sur le territoire de l'autre partie contractante, bénéficie de l'égalité de traitement en matière d'affiliation aux organisations syndicales et d'exercice des droits syndicaux, y compris le droit de vote et l'accès aux postes d'administration ou de direction d'une organisation syndicale; il peut être exclu de la participation à la gestion d'organismes de droit public et de l'exercice d'une fonction de droit public. Il bénéficie, en outre, du droit d'éligibilité aux organes de représentation des travailleurs salariés dans l'entreprise.
  Ces dispositions ne portent pas atteinte aux législations ou réglementations qui, dans l'Etat d'accueil, accordent des droits plus étendus aux travailleurs salariés en provenance de l'autre partie contractante.
  6. Sans préjudice des dispositions de l'article 26 de la présente annexe, un travailleur salarié ressortissant d'une partie contractante, occupé sur le territoire de l'autre partie contractante, bénéficie de tous les droits et de tous les avantages accordés aux travailleurs salariés nationaux en matière de logement, y compris l'accès à la propriété du logement dont il a besoin.
  Ce travailleur peut, au même titre que les nationaux, s'inscrire dans la région où il est employé, sur les listes des demandeurs de logements dans les lieux où telles listes sont tenues, et il bénéficie des avantages et priorités qui en découlent.
  Sa famille restée dans l'Etat de provenance est considérée, à cette fin, comme résidente de ladite région, dans la mesure où les travailleurs nationaux bénéficient d'une présomption analogue.
  Article 10. Emploi dans l'administration publique.
  Le ressortissant d'une partie contractante exerçant une activité salariée peut se voir refuser le droit d'occuper un emploi dans l'administration publique lié à l'exercice de la puissance publique et destiné à sauvegarder les intérêts généraux de l'Etat ou d'autres collectivités publiques.
  Article 11. Collaboration dans le domaine de placement.
  Les parties contractantes collaborent au sein du réseau Eures (European Employment Services), notamment dans le domaine de la mise en contact et de la compensation des offres et des demandes d'emplois ainsi que dans celui de l'échange d'informations relatives à la situation du marché du travail et aux conditions de vie et de travail.
Art. 2N1. II. Werknemers in loondienst.
  Artikel 6. Regels betreffende het verblijf.
  1. Aan werknemers in loondienst die onderdaan zijn van een overeenkomstsluitende partij (hierna 'werknemers' genoemd) en die gedurende ten minste één jaar werkzaam zijn bij een werkgever in het ontvangende land, wordt een verblijfsvergunning verstrekt met een geldigheidsduur van ten minste vijf jaar vanaf de datum van afgifte. Deze verblijfsvergunning wordt automatisch verlengd voor een periode van ten minste vijf jaar. Bij de eerste verlenging kan de geldigheidsduur worden beperkt, echter niet tot minder dan één jaar, wanneer de houder op dat moment gedurende meer dan twaalf achtereenvolgende maanden onvrijwillig werkloos is geweest.
  2. Aan werknemers die gedurende een periode van meer dan drie maanden, doch minder dan één jaar, werkzaam zijn bij een werkgever in het ontvangende land, wordt een verblijfsvergunning verstrekt met een geldigheidsduur die gelijk is aan de looptijd van de arbeidsovereenkomst.
  Werknemers die gedurende minder dan drie maanden werkzaam zijn, hebben geen verblijfsvergunning nodig.
  3. Voor de afgifte van een verblijfsvergunning mogen de overeenkomstsluitende partijen van werknemers geen andere documenten verlangen dan de hieronder genoemde :
  a) het document onder dekking waarvan de betrokken persoon hun grondgebied is binnengekomen;
  b) een verklaring van de werkgever waarin deze verklaart dat de betrokken persoon bij hem of haar in loondienst werkzaam is of zal zijn.
  4. De verblijfsvergunning is geldig voor het gehele grondgebied van de staat die de vergunning heeft afgegeven.
  5. Onderbreking van het verblijf voor niet langer dan zes achtereenvolgende maanden, alsmede afwezigheid in verband met de vervulling van de militaire dienstplicht, hebben geen gevolgen voor de geldigheid van de verblijfsvergunning.
  6. Intrekking van een geldige verblijfsvergunning van een werknemer, uitsluitend omdat deze geen werkzaamheden meer verricht, is niet toegestaan; dit geldt zowel wanneer de betrokkene als gevolg van een ziekte of ongeval tijdelijk arbeidsongeschikt is, als wanneer hij of zij onvrijwillig werkloos is en als zodanig bij het bevoegde arbeidsbureau is ingeschreven.
  7. De vervulling van de formaliteiten voor de verkrijging van de verblijfsvergunning mag geen beletsel vormen voor de onmiddellijke tenuitvoerlegging van de arbeidsovereenkomst die door de aanvrager is gesloten.
  Artikel 7. Grensarbeiders.
  1. Een grensarbeider is een onderdaan van een overeenkomstsluitende partij wiens woonplaats gelegen is op het grondgebied van een overeenkomstsluitende partij, en die in loondienst werkzaam is op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende partij, waarbij de betrokkene in beginsel iedere dag naar zijn of haar woning terugkeert, of ten minste eenmaal per week.
  2. Grensarbeiders hebben geen verblijfsvergunning nodig.
  Niettemin kan de bevoegde autoriteit van de staat waar een grensarbeider werkzaam is, deze een bijzondere vergunning verstrekken voor een periode van ten minste vijf jaar of voor de duur van zijn of haar dienstverband, indien die meer bedraagt dan drie maanden, doch minder dan één jaar. De verblijfsvergunning wordt voor een periode van ten minste vijf jaar verlengd, mits de grensarbeider kan aantonen dat hij of zij een economische activiteit uitoefent.
  3. De bijzondere vergunning is geldig voor het gehele grondgebied van de staat die de vergunning heeft afgegeven.
  Artikel 8. Professionele en geografische mobiliteit.
  1. Werknemers in loondienst hebben het recht op professionele en geografische mobiliteit op het gehele grondgebied van het ontvangende land.
  2. Professionele mobiliteit houdt in verandering van werkgever, van dienstverband en van beroep en verwisseling van werkzaamheden in loondienst voor werkzaamheden als zelfstandige. Geografische mobiliteit houdt in verandering van arbeids- en verblijfplaats.
  Artikel 9. Gelijke behandeling.
  1. Ten aanzien van de arbeidsvoorwaarden, met name op het gebied van bezoldiging, ontslag en herintreding en herplaatsing na een periode van werkloosheid, mogen werknemers die onderdaan zijn van een overeenkomstsluitende partij op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende partij niet op grond van hun nationaliteit anders worden behandeld dan nationale werknemers.
  2. Werknemers in loondienst en hun in artikel 3 van deze bijlage bedoelde gezinsleden genieten op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende partij dezelfde fiscale en sociale voordelen als nationale werknemers en hun gezinsleden.
  3. Zij genieten tevens op dezelfde wijze en onder dezelfde voorwaarden als nationale werknemers recht op onderwijs aan instellingen voor beroepsonderwijs en instellingen voor herscholing en bijscholing.
  4. Bepalingen van collectieve of individuele arbeidsovereenkomsten, alsmede andere collectieve overeenkomsten betreffende de toegang tot een arbeidsplaats, de arbeid, de bezoldiging en andere arbeidsvoorwaarden en regels voor ontslag, zijn van rechtswege nietig, indien daarin voorwaarden zijn vervat of toegestaan die discriminerend zijn voor niet-nationale werknemers die onderdaan zijn van de overeenkomstsluitende partijen.
  5. Werknemers die onderdaan zijn van een overeenkomstsluitende partij en werkzaam zijn op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende partij, genieten gelijke behandeling ten aanzien van het lidmaatschap van vakbondsorganisaties en de uitoefening van vakbondsrechten, waaronder het stemrecht en het recht op toegang tot een bestuursfunctie in een vakbondsorganisatie; deze werknemers kunnen worden uitgesloten van deelname aan het beheer van publiekrechtelijke instellingen en de uitoefening van een publiekrechtelijke taak. Deze werknemers hebben tevens het recht om te worden verkozen in vertegenwoordigende lichamen van werknemers in een onderneming.
  Deze bepalingen doen geen afbreuk aan wet- of regelgeving waarin in de ontvangende staat aan werknemers die afkomstig zijn van de andere overeenkomstsluitende partij ruimere rechten worden toegekend.
  6. Onverminderd het bepaalde in artikel 26 van deze bijlage, komen werknemers die onderdaan zijn van een overeenkomstsluitende partij en werkzaam zijn op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende partij, in aanmerking voor alle rechten en alle voordelen die worden toegekend aan nationale werknemers ten aanzien van huisvesting, waaronder de mogelijkheid om de benodigde huisvesting in eigendom te verwerven.
  Deze werknemers kunnen zich in de regio waar zij werkzaam zijn, op dezelfde wijze als nationale werknemers, laten inschrijven als woningzoekende wanneer woningzoekenden daar worden geregistreerd; zij genieten de voordelen en urgentiebepalingen die daaruit voortvloeien.
  Gezinsleden van deze werknemers die in het land van herkomst zijn achtergebleven worden in dit verband geacht in dezelfde regio woonachtig te zijn, mits voor nationale werknemers een soortgelijke bepaling geldt.
  Artikel 10. Werkzaamheden in overheidsdienst.
  Onderdanen van een overeenkomstsluitende partij die werkzaamheden in loondienst verrichten, kunnen worden uitgesloten van overheidsambten die verband houden met de uitoefening van het openbaar gezag en ten doel hebben de algemene belangen van de staat of van andere overheden te behartigen.
  Artikel 11. Samenwerking op het gebied van arbeidsbemiddeling.
  De overeenkomstsluitende partijen werken samen in het kader van het Eures-netwerk (European Employment Services), met name om werkzoekenden en potentiële werkgevers met elkaar in contact te brengen en aangeboden en gevraagde arbeidsplaatsen onderling te compenseren, alsmede om informatie uit te wisselen over de situatie op de arbeidsmarkt en levensomstandigheden en arbeidsvoorwaarden.
Art. 3N1. III. Indépendants.
  Article 12. Réglementation du séjour.
  1. Le ressortissant d'une partie contractante désirant s'établir sur le territoire d'une autre partie contractante en vue d'exercer une activité non salariée (ci-après nommé indépendant) reçoit un titre de séjour d'une durée de cinq ans au moins à dater de sa délivrance pour autant qu'il produise la preuve aux autorités nationales compétentes qu'il est établi ou veut s'établir à cette fin.
  2. Le titre de séjour est automatiquement prolongé pour cinq ans au moins, pour autant que l'indépendant produise la preuve aux autorités nationales compétentes qu'il exerce une activité économique non salariée
  3. Pour la délivrance des titres de séjour, les parties contractantes ne peuvent demander à l'indépendant que la présentation :
  a) du document sous le couvert duquel il a pénétré sur le territoire;
  b) de la preuve visée aux paragraphes 1 et 2.
  4. Le titre de séjour est valable pour l'ensemble du territoire de l'Etat qui l'a délivré.
  5. Les interruptions de séjour ne dépassant pas six mois consécutifs ainsi que les absences motivées par l'accomplissement d'obligations militaires n'affectent pas la validité du titre de séjour.
  6. Le titre de séjour en cours de validité ne peut être retiré aux personnes visées au paragraphe 1 du seul fait qu'elles n'exercent plus d'activité en raison d'une incapacité temporaire de travail résultant d'une maladie ou d'un accident.
  Article 13. Frontaliers indépendants.
  1. Le frontalier indépendant est un ressortissant d'une partie contractante qui a sa résidence sur le territoire d'une partie contractante et qui exerce une activité non salariée sur le territoire de l'autre partie contractante en retournant à son domicile en principe chaque jour, ou au moins une fois par semaine.
  2. Les frontaliers indépendants n'ont pas besoin d'un titre de séjour.
  Cependant, l'autorité compétente de l'Etat concerné peut doter le frontalier indépendant d'un titre spécifique pour une durée de cinq ans au moins pour autant qu'il produise la preuve aux autorités nationales compétentes qu'il exerce ou veut exercer une activité indépendante. Il est prolongé pour cinq ans au moins pour autant que le frontalier produise la preuve qu'il exerce une activité indépendante.
  3. Le titre spécifique est valable pour l'ensemble du territoire de l'Etat qui l'a délivré.
  Article 14. Mobilité professionnelle et géographique.
  1. L'indépendant a le droit à la mobilité professionnelle et géographique sur l'ensemble du territoire de l'Etat d'accueil.
  2. La mobilité professionnelle comprend le changement de profession et le passage d'une activité indépendante à une activité salariée. La mobilité géographique comprend le changement de lieu de travail et de séjour.
  Article 15. Egalité de traitement.
  1. L'indépendant reçoit dans le pays d'accueil, en ce qui concerne l'accès à une activité non salariée et à son exercice, un traitement non moins favorable que celui accordé à ses propres ressortissants.
  2. Les dispositions de l'article 9 de la présente annexe sont applicables, mutatis mutandis, aux indépendants visés dans le présent chapitre.
  Article 16. Exercice de la puissance publique.
  L'indépendant peut se voir refuser le droit de pratiquer une activité participant, même à titre occasionnel, à l'exercice de l'autorité publique.
Art. 3N1. III. Zelfstandigen.
  Artikel 12. Regels betreffende het verblijf.
  1. Aan onderdanen van een overeenkomstsluitende partij die zich op het grondgebied van een andere overeenkomstsluitende partij wensen te vestigen teneinde anders dan in loondienst een activiteit uit te oefenen (hierna 'zelfstandigen' genoemd), wordt een verblijfsvergunning verleend met een geldigheidsduur van ten minste vijf jaar, te rekenen vanaf de datum van afgifte, mits zij bij de bevoegde nationale autoriteiten kunnen aantonen dat zij zich met dat doel hebben gevestigd of wensen te vestigen.
  2. De verblijfsvergunning wordt automatisch verlengd voor een periode van ten minste vijf jaar, mits de zelfstandige bij de bevoegde nationale autoriteiten kan aantonen dat hij of zij een economische activiteit anders dan in loondienst uitoefent.
  3. Voor de afgifte van een verblijfsvergunning mogen de overeenkomstsluitende partijen van zelfstandigen geen andere documenten verlangen dan de hieronder genoemde :
  a) het document onder dekking waarvan de betrokken persoon hun grondgebied is binnengekomen;
  b) het in lid 1 of lid 2 bedoelde bewijsstuk.
  4. De verblijfsvergunning is geldig voor het gehele grondgebied van de staat die de vergunning heeft afgegeven.
  5. Onderbreking van het verblijf voor niet langer dan zes achtereenvolgende maanden, alsmede afwezigheid in verband met de vervulling van de militaire dienstplicht, hebben geen gevolgen voor de geldigheid van de verblijfsvergunning.
  6. Een geldige verblijfsvergunning mag ten aanzien van de in lid 1 bedoelde personen niet worden ingetrokken uitsluitend op grond van de omstandigheid dat deze geen werkzaamheden meer verrichten in verband met tijdelijke arbeidsongeschiktheid als gevolg van een ziekte of een ongeval.
  Artikel 13. Zelfstandige grensarbeiders.
  1. Een zelfstandige grensarbeider is een onderdaan van een overeenkomstsluitende partij wiens woonplaats gelegen is op het grondgebied van de ene overeenkomstsluitende partij, en die als zelfstandige een activiteit uitoefent op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende partij, waarbij de betrokkene in beginsel iedere dag naar zijn of haar woning terugkeert, of ten minste eenmaal per week.
  2. Zelfstandige grensarbeiders hebben geen verblijfsvergunning nodig.
  De bevoegde autoriteit van de betrokken staat kan een zelfstandige grensarbeider echter een bijzondere vergunning met een geldigheidsduur van ten minste vijf jaar verlenen, mits deze bij de bevoegde nationale autoriteiten kan aantonen dat hij of zij een activiteit als zelfstandige uitoefent of wenst uit te oefenen. De bijzondere vergunning wordt voor een periode van ten minste vijf jaar verlengd, mits de zelfstandige grensarbeider kan aantonen dat hij of zij een economische activiteit als zelfstandige uitoefent.
  3. De bijzondere vergunning is geldig voor het gehele grondgebied van de staat die de vergunning heeft afgegeven.
  Artikel 14. Professionele en geografische mobiliteit.
  1. Zelfstandigen hebben recht op professionele en geografische mobiliteit op het gehele grondgebied van het ontvangende land.
  2. Professionele mobiliteit houdt in verandering van beroep en verwisseling van werkzaamheden als zelfstandige voor werkzaamheden in loondienst. Geografische mobiliteit houdt in verandering van arbeids- en verblijfplaats.
  Artikel 15. Gelijke behandeling.
  1. Ten aanzien van de toegang tot en de uitoefening van werkzaamheden als zelfstandige genieten zelfstandigen in het ontvangende land een behandeling die niet minder gunstig is dan de behandeling die de eigen onderdanen genieten.
  2. De bepalingen van artikel 9 van deze bijlage zijn van overeenkomstige toepassing op de in dit hoofdstuk bedoelde zelfstandigen.
  Artikel 16. Uitoefening van het openbaar gezag.
  Zelfstandigen kunnen worden uitgesloten van het recht om werkzaamheden te verrichten die, ook indien zulks slechts incidenteel het geval is, uitoefening van het openbaar gezag inhouden.
Art. 4N1. IV. Prestation de services.
  Article 17. Prestataire de services.
  Est interdite dans le cadre de la prestation de services, selon l'article 5 du présent accord :
  a) toute restriction à une prestation de services transfrontalière sur le territoire d'une partie contractante ne dépassant pas 90 jours de travail effectif par année civile.
  b) toute restriction relative à l'entrée et au séjour dans les cas visés à l'article 5 paragraphe 2 du présent accord en ce qui concerne
  i) les ressortissants des Etats membres de la Communauté européenne ou de la Suisse qui sont des prestataires de services et sont établis sur le territoire d'une des parties contractantes, autre que celui du destinataire de services;
  ii) les travailleurs salariés, indépendamment de leur nationalité, d'un prestataire de services intégrés dans le marché régulier du travail d'une partie contractante et qui sont détachés pour la prestation d'un service sur le territoire d'une autre partie contractante, sans préjudice de l'article 1.
  Article 18. Les dispositions de l'article 17 de la présente annexe s'appliquent à des sociétés qui sont constituées en conformité de la législation d'un Etat membre de la Communauté européenne ou de la Suisse et ayant leur siège statuaire, leur administration centrale ou leur établissement principal sur le territoire d'une partie contractante.
  Article 19. Le prestataire de services ayant le droit ou ayant été autorisé à fournir un service peut, pour l'exécution de sa prestation, exercer, à titre temporaire, son activité dans l'Etat où la prestation est fournie dans les mêmes conditions que celles que cet Etat impose à ses propres ressortissants, conformément aux dispositions de la présente annexe et des annexes II et III.
  Article 20. 1. Les personnes visées à l'article 17 point b) de la présente annexe ayant le droit de fournir un service n'ont pas besoin de titre de séjour pour des séjours inférieurs ou égaux à 90 jours. Les documents visés par l'article 1 sous le couvert duquel lesdites personnes ont pénétré sur le territoire couvrent leur séjour.
  2. Les personnes visées à l'article 17 point b) de la présente annexe ayant le droit de fournir un service d'une durée supérieure à 90 jours ou ayant été autorisées à fournir un service reçoivent, pour constater ce droit, un titre de séjour d'une durée égale à celle de la prestation.
  3. Le droit de séjour s'étend à tout le territoire de la Suisse ou de l'Etat membre concerné de la Communauté européenne.
  4. Pour la délivrance des titres de séjour, les parties contractantes ne peuvent demander aux personnes visées à l'article 17 point b) de la présente annexe que :
  a) le document sous le couvert duquel elles ont pénètre sur le territoire;
  b) la preuve qu'elles effectuent ou désirent effectuer une prestation de services.
  Article 21. 1. La durée totale d'une prestation de service visée par l'article 17 point a) de la présente annexe, qu'il s'agisse d'une prestation ininterrompue ou de prestations successives, ne peut excéder 90 jours de travail effectif par année civile.
  2. Les dispositions du premier paragraphe ne préjugent ni l'acquittement des obligations légales du prestataire de services au regard de l'obligation de garantie vis-à-vis du destinataire de services ni de cas de force majeure.
  Article 22. 1. Sont exceptées de l'application des dispositions des articles 17 et 19 de la présente annexe, les activités participant, même à titre occasionnel, à l'exercice de l'autorité publique dans la partie contractante concernée.
  2. Les dispositions des articles 17 et 19 de la présente annexe, ainsi que les mesures prises en vertu de celles-ci ne préjugent pas de l'applicabilité des dispositions législatives, réglementaires et administratives prévoyant l'application de conditions de travail et d'emploi aux travailleurs détachés dans le cadre d'une prestation de services. Conformément à l'article 16 du présent accord, il est fait référence à la directive 96/71/CE du 16 décembre 1996 (JO n° L 18, 1997, p. 1) 1. relative au détachement des travailleurs dans le cadre d'une prestation de services.
  3. Les dispositions des articles 17 point a) et 19 de la présente annexe ne préjugent pas de l'applicabilité des dispositions législatives, réglementaires et administratives existantes dans chaque partie contractante à l'entrée en vigueur du présent accord à propos
  i) des activités des agences de travail temporaire et de travail intérimaire;
  ii) des services financiers dont l'exercice exige une autorisation préalable sur le territoire d'une partie contractante et dont le prestataire est soumis à un contrôle prudentiel des autorités publiques de cette partie contractante.
  4. Les dispositions des articles 17 point a) et 19 de la présente annexe ne préjugent pas de l'applicabilité des dispositions législatives, réglementaires et administratives de chaque partie contractante, en ce qui concerne les prestations de services inférieure ou égale à 90 jours de travail effectif, justifiées par des raisons impérieuses liées à un intérêt général.
  Article 23. Destinataire de services.
  1. Le destinataire de services visé à l'article 5 paragraphe 3 du présent accord n'a pas besoin de titre de séjour pour des séjours inférieurs ou égaux à trois mois. Pour des séjours supérieurs à trois mois, le destinataire de services reçoit un titre de séjour d'une durée égale à celle de la prestation. Il peut être exclu de l'aide sociale pendant la durée de son séjour.
  2. Le titre de séjour est valable pour l'ensemble du territoire de l'Etat qui l'a délivré.
Art. 1N4. IV. Verlenen van diensten.
  Artikel 17. Dienstverleners.
  Ten aanzien van het verlenen van diensten is overeenkomstig artikel 5 van de Overeenkomst het volgende verboden :
  a) Alle beperkingen op grensoverschrijdende dienstverlening op het grondgebied van een overeenkomstsluitende partij waarvan de duur niet meer bedraagt dan negentig daadwerkelijk gewerkte dagen per kalenderjaar.
  b) Alle beperkingen op de toegang tot en verblijf op het grondgebied in de gevallen bedoeld in artikel 5, lid 2, van de Overeenkomst ten aanzien van :
  i) onderdanen van lidstaten van de Europese Gemeenschap of van Zwitserland die dienstverleners zijn en gevestigd zijn op het grondgebied van een andere overeenkomstsluitende partij dan de ontvanger van de diensten;
  ii) werknemers, ongeacht hun nationaliteit, in loondienst bij een dienstverlener die geïntegreerd zijn in de reguliere arbeidsmarkt van een overeenkomstsluitende partij en uitgezonden zijn met het oog op het verlenen van een dienst op het grondgebied van een andere overeenkomstsluitende partij, onverminderd het bepaalde in artikel 1.
  Artikel 18. Het bepaalde in artikel 17 van deze bijlage is van toepassing op vennootschappen die opgericht zijn volgens het recht van een lidstaat van de Europese Gemeenschap of van Zwitserland, en waarvan het hoofdkantoor, de centrale administratie of de belangrijkste vestiging zich op het grondgebied van een overeenkomstsluitende partij bevindt.
  Artikel 19. Dienstverleners die het recht of de toestemming hebben om een dienst te verlenen, kunnen ten behoeve van het leveren van deze dienst tijdelijk hun werkzaamheden uitoefenen in het land waar de dienst wordt geleverd, onder dezelfde voorwaarden als die welke in dat land gelden voor de eigen onderdanen, overeenkomstig het bepaalde in deze bijlage en de bijlagen II en III.
  Artikel 20. 1. De in artikel 17, onder b) , van deze bijlage bedoelde personen die het recht hebben een dienst te verlenen, hebben geen verblijfsvergunning nodig voor een verblijf dat de duur van 90 dagen niet overschrijdt. De in artikel 1 bedoelde documenten onder dekking waarvan deze personen het grondgebied zijn binnengekomen, zijn tevens geldig voor hun verblijf.
  2. De in artikel 17, onder b) , van deze bijlage bedoelde personen die het recht hebben een dienst te verlenen waarvan de duur meer dan 90 dagen bedraagt, of die de toestemming hebben verkregen om een dienst te verlenen, ontvangen ten bewijze daarvan een verblijfsvergunning waarvan de geldigheidsduur gelijk is aan de duur van de dienstverlening.
  3. Dit verblijfsrecht geldt voor het gehele grondgebied van Zwitserland of van de betrokken lidstaat van de Europese Gemeenschap.
  4. Voor de afgifte van een verblijfsvergunning mogen de overeenkomstsluitende partijen van de in artikel 17, onder b) , van deze bijlage bedoelde personen geen andere documenten verlangen dan de hieronder genoemde :
  a) het document onder dekking waarvan de betrokken persoon hun grondgebied is binnengekomen;
  b) een bewijsstuk dat zij een dienst verlenen of voornemens zijn die te verlenen.
  Artikel 21. 1. De totale duur van een dienstverlening als bedoeld in artikel 17, onder a), van deze bijlage ongeacht of het een ononderbroken periode of achtereenvolgende perioden betreft, mag niet meer bedragen dan negentig daadwerkelijk gewerkte dagen per kalenderjaar.
  2. Het bepaalde in lid 1 doet geen afbreuk aan de vervulling van de wettelijke verplichtingen van de verrichter van diensten ten aanzien van de verplichte waarborg jegens de ontvanger van diensten, en is niet van toepassing in geval van overmacht.
  Artikel 22. 1. Het bepaalde in de artikelen 17 en 19 van deze bijlage is niet van toepassing op werkzaamheden, ook indien deze van tijdelijke aard zijn, in verband met de uitoefening van het openbaar gezag op het grondgebied van de betrokken overeenkomstsluitende partij.
  2. Het bepaalde in de artikelen 17 en 19, alsmede maatregelen die op grond daarvan zijn getroffen, doet geen afbreuk aan de toepassing van wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen op de arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden van werknemers die in het kader van een dienstverlening zijn uitgezonden. Overeenkomstig artikel 16 van de Overeenkomst wordt verwezen naar Richtlijn 96/71/EG van 16 december 1996 (PB L 18 van 21.01.1997, blz. 1) 1. betreffende de terbeschikkingstelling van werknemers met het oog op het verrichten van diensten.
  3. Het bepaalde in artikel 17, onder a) , en artikel 19 van deze bijlage doet geen afbreuk aan de toepasselijkheid van de wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen die in elke overeenkomstsluitende partij bij de inwerkingtreding van deze Overeenkomst van kracht zijn inzake :
  i) de activiteiten van uitzendorganisaties en bureaus voor tijdelijke arbeid;
  ii) financiële diensten voor de verstrekking waarvan op het grondgebied van een overeenkomstsluitende partij voorafgaande toestemming vereist is, en waarvan de verstrekker onderworpen is aan prudentieel toezicht van de overheid van deze overeenkomstsluitende partij.
  4. Het bepaalde in artikel 17, onder a) , en artikel 19 doet geen afbreuk aan de toepasselijkheid van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen van elke overeenkomstsluitende partij ten aanzien van het verlenen van diensten waarvan de duur niet meer dan negentig daadwerkelijk gewerkte dagen bedraagt, indien deze maatregelen gerechtvaardigd zijn op grond van dwingende redenen van algemeen belang.
  Artikel. 23. Ontvangers van diensten.
  1. Ontvangers van diensten als bedoeld in artikel 5, lid 3, van de onderhavige Overeenkomst hebben geen verblijfsvergunning nodig voor een verblijf van niet meer dan drie maanden. Voor een verblijf van meer dan drie maanden wordt aan ontvangers van diensten een verblijfsvergunning verstrekt waarvan de geldigheidsduur gelijk is aan de duur van de dienstverlening. Ontvangers van diensten kunnen gedurende hun verblijf van sociale bijstand worden uitgesloten.
  2. De verblijfsvergunning is geldig voor het gehele grondgebied van de staat die de vergunning heeft afgegeven.
Art. 5N1. V. Personnes n'exerçant pas une activité économique.
  Article 24. Réglementation du séjour.
  1. Une personne ressortissante d'une partie contractante n'exerçant pas d'activité économique dans l'Etat de résidence et qui ne bénéficie pas d'un droit de séjour en vertu d'autres dispositions du présent accord reçoit un titre de séjour d'une durée de cinq ans au moins, à condition qu'elle prouve aux autorités nationales compétentes qu'elle dispose pour elle-même et les membres de sa famille :
  a) de moyens financiers suffisants pour ne devoir faire appel à l'aide sociale pendant leur séjour;
  b) d'une assurance-maladie couvrant l'ensemble des risques 2..
  Les parties contractantes peuvent, quand elles l'estiment nécessaire, demander la revalidation du titre de séjour au terme des deux premières années de séjour.
  2. Sont considérés comme suffisants les moyens financiers nécessaires qui dépassent le montant en dessous duquel les nationaux, eu égard à leur situation personnelle et, le cas échéant, et à celle des membres de leur famille, peuvent prétendre à des prestations d'assistance. Lorsque cette condition ne peut s'appliquer, les moyens financiers du demandeur sont considérés comme suffisants lorsqu'ils sont supérieurs au niveau de la pension minimale de sécurité sociale versée par l'Etat d'accueil.
  3. Les personnes qui ont occupé un emploi d'une durée inférieure à un an sur le territoire d'une partie contractante, peuvent y séjourner, pourvu qu'ils répondent aux conditions prévues au paragraphe 1 du présent article. Les allocations de chômage auxquelles ils ont droit conformément aux dispositions de la législation nationale, le cas échéant complétée par les dispositions de l'annexe II, sont à considérer comme des moyens financiers au sens des paragraphes 1 (a) et 2 du présent article.
  4. Un titre de séjour, d'une durée limitée à celle de la formation ou à un an si la durée de la formation dépasse un an, est délivré à l'étudiant qui ne dispose pas d'un droit de séjour sur le territoire de l'autre partie contractante sur la base d'une autre disposition du présent accord et qui par déclaration ou au choix de l'étudiant par tout autre moyen au moins équivalent, assure l'autorité nationale concernée de disposer de moyens financiers afin que lui, son conjoint et leurs enfants à charge, ne fassent appel, pendant leur séjour, à l'aide sociale de l'Etat d'accueil, et à condition qu'il soit inscrit dans un établissement agréé pour y suivre, à titre principal, une formation professionnelle et qu'il dispose d'une assurance-maladie couvrant l'ensemble des risques. Le présent accord ne règle ni l'accès à la formation professionnelle, ni l'aide accordée pour leur entretien aux étudiants visés par le présent article.
  5. Le titre de séjour est automatiquement prolongé pour cinq ans au moins, tant que les conditions d'admission sont toujours remplies. Pour l'étudiant, le titre de séjour est prolongé annuellement pour une durée correspondant à la durée résiduelle de la formation.
  6. Les interruptions de séjour ne dépassant pas six mois consécutifs ainsi que les absences motivées par l'accomplissement d'obligations militaires n'affectent pas la validité du titre de séjour.
  7. Le titre de séjour est valable pour l'ensemble du territoire de l'Etat qui l'a délivré.
  8. Le droit de séjour demeure tant que les bénéficiaires de ce droit répondent aux conditions prévues au paragraphe 1.
Art. 5N1. V. Personen die geen economische activiteit uitoefenen.
  Artikel 24. Regels betreffende het verblijf.
  1. Aan onderdanen van een overeenkomstsluitende partij die in het land waar zij hun woonplaats hebben geen economische activiteit uitoefenen, en die niet beschikken over een verblijfsvergunning krachtens andere bepalingen van de onderhavige Overeenkomst, wordt een verblijfsvergunning verleend met een geldigheidsduur van ten minste vijf jaar, mits zij bij de bevoegde nationale autoriteiten kunnen aantonen dat zij voor zichzelf en hun gezinsleden beschikken over :
  a) voldoende financiële middelen om voor de duur van hun verblijf geen beroep te hoeven doen op sociale bijstand;
  b) een ziektekostenverzekering die alle risico's dekt. 2..
  Indien zij zulks noodzakelijk achten, kunnen de overeenkomstsluitende partijen verlangen dat na afloop van de eerste twee jaar van het verblijf opnieuw wordt aangetoond dat aan de voorwaarden voor het verlenen van de verblijfsvergunning is voldaan.
  2. Als voldoende financiële middelen worden beschouwd : financiële middelen die meer bedragen dan het bedrag waaronder de eigen onderdanen, hun persoonlijke situatie en die van hun eventuele gezinsleden in aanmerking genomen, aanspraak kunnen maken op een bijstandsuitkering. Indien deze voorwaarde niet kan worden toegepast, worden de financiële middelen waarover de aanvrager beschikt geacht voldoende te zijn, indien zij meer bedragen dan het minimumpensioen dat het ontvangende land in het kader van de sociale zekerheid verstrekt.
  3. Personen die op het grondgebied van een overeenkomstsluitende partij gedurende minder dan een jaar een arbeidsbetrekking hebben vervuld, hebben het recht hun verblijf voort te zetten, mits zij aan de voorwaarden van lid 1 van dit artikel voldoen. De werkloosheidsuitkeringen waarop zij recht hebben overeenkomstig de nationale wetgeving, eventueel aangevuld met het bepaalde in bijlage II, worden beschouwd als financiële middelen als bedoeld in lid 1, onder a) , en lid 2 van dit artikel.
  4. Aan studerenden die niet op grond van een andere bepaling van de Overeenkomst een verblijfsrecht hebben op het grondgebied van de andere overeenkomstsluitende partij, en die de bevoegde nationale autoriteit, door middel van een verklaring of naar keuze op een andere ten minste gelijkwaardige wijze, ervan verzekeren dat zij beschikken over zodanige financiële middelen dat zij en hun echtgenoot en de te hunnen laste komende kinderen gedurende hun verblijf geen beroep behoeven te doen op sociale bijstand in het ontvangende land, wordt een verblijfsvergunning verleend met een geldigheidsduur die beperkt is tot de duur van de gevolgde opleiding, of tot één jaar, indien de duur van de opleiding meer dan één jaar bedraagt, op voorwaarde dat zij zijn ingeschreven aan een erkende onderwijsinstelling met het oog op het volgen van een beroepsopleiding als hoofdactiviteit, en dat zij beschikken over een ziektekostenverzekering die alle risico's dekt. De toegang tot beroepsopleidingen en de bijstand aan de in dit artikel bedoelde studerenden om in hun onderhoud te kunnen voorzien, worden niet bij deze Overeenkomst geregeld.
  5. De verblijfsvergunning wordt automatisch verlengd voor een periode van ten minste vijf jaar, mits nog steeds aan de voorwaarden voor toelating wordt voldaan. Ten aanzien van studerenden wordt de verblijfsvergunning jaarlijks verlengd voor een periode die overeenkomt met de duur van het resterende deel van de opleiding.
  6. Onderbreking van het verblijf voor niet langer dan zes achtereenvolgende maanden, alsmede afwezigheid in verband met de vervulling van de militaire dienstplicht, hebben geen gevolgen voor de geldigheid van de verblijfsvergunning.
  7. De verblijfsvergunning is geldig voor het gehele grondgebied van de staat die de vergunning heeft afgegeven.
  8. Het verblijfsrecht blijft van kracht zolang de begunstigde van dit recht aan de in lid 1 bedoelde voorwaarden voldoet.
Art. 6N1. VI. Acquisitions immobilières.
  Article 25 1. Le ressortissant d'une partie contractante qui a un droit de séjour et qui constitue sa résidence principale dans l'Etat d'accueil bénéficie des mêmes droits qu'un ressortissant national dans le domaine de l'acquisition d'immeubles. Il peut à tout moment établir sa résidence principale dans l'Etat d'accueil, selon les règles nationales, indépendamment de la durée de son emploi. Le départ hors de l'Etat d'accueil n'implique aucune obligation d'aliénation.
  2. Le ressortissant d'une partie contractante qui a un droit de séjour et qui ne constitue pas sa résidence principale dans l'Etat d'accueil bénéficie des mêmes droits qu'un ressortissant national en ce qui concerne l'acquisition des immeubles qui servent à l'exercice d'une activité économique; ces droits n'impliquent aucune obligation d'aliénation lors de son départ de l'Etat d'accueil. Il peut également être autorisé à acquérir une résidence secondaire ou un logement de vacances. Pour cette catégorie de ressortissants, le présent accord n'affecte pas les règles en vigueur concernant le placement pur de capitaux et le commerce de terrains non bâtis et de logements.
  3. Un frontalier bénéficie des mêmes droits qu'un ressortissant national en ce qui concerne l'acquisition des immeubles qui servent à l'exercice d'une activité économique et d'une résidence secondaire; ces droits n'impliquent aucune obligation d'aliénation lors de son départ de l'Etat d'accueil. Il peut également être autorisé à acquérir un logement de vacances. Pour cette catégorie de ressortissants, le présent accord n'affecte pas les règles en vigueur dans l'Etat d'accueil concernant le placement pur de capitaux et le commerce de terrains non bâtis et de logements.
Art. 6N1. VI. Verwerving van onroerend goed.
  Artikel 25. 1. Onderdanen van een overeenkomstsluitende partij die een verblijfsrecht genieten en hun hoofdverblijfplaats kiezen in de ontvangende staat, genieten ten aanzien van de verwerving van onroerend goed dezelfde rechten als de onderdanen van de ontvangende staat. Zij kunnen, ongeacht de duur van hun dienstverband, te allen tijde in de ontvangende staat overeenkomstig de nationale regels hun hoofdverblijfplaats vestigen. Vertrek uit de ontvangende staat houdt geen verplichting tot vervreemding in.
  2. Onderdanen van een overeenkomstsluitende partij die een verblijfsrecht genieten en niet hun hoofdverblijfplaats kiezen in de ontvangende staat, genieten ten aanzien van de verwerving van onroerend goed ten behoeve van de uitoefening van een economische activiteit dezelfde rechten als de onderdanen van de ontvangende staat; deze rechten houden geen verplichting tot vervreemding in bij vertrek uit de ontvangende staat. Deze personen kan tevens worden toegestaan een tweede woning of een vakantiewoning te verwerven. Voor deze categorie personen doet de overeenkomst geen afbreuk aan de geldende voorschriften inzake zuivere kapitaalbeleggingen en de handel in onbebouwde grond en in woningen.
  3. Grensarbeiders genieten ten aanzien van de verwerving van onroerend goed ten behoeve van de uitoefening van een economische activiteit of als tweede woning dezelfde rechten als nationale onderdanen; deze rechten houden geen verplichting tot vervreemding in bij vertrek uit de ontvangende staat. Deze personen kan tevens worden toegestaan een vakantiewoning te verwerven. Voor deze categorie personen doet de overeenkomst geen afbreuk aan de in de ontvangende staat geldende voorschriften inzake zuivere kapitaalbeleggingen en de handel in onbebouwde grond en in woningen.
Art. 7N1. VII. Dispositions transitoires et développement de l'accord.
  Article 26. Généralités.
  1. Lorsque sont appliquées les restrictions prévues à l'article 10 du présent accord, les dispositions contenues dans le présent chapitre complètent, respectivement remplacent les autres dispositions de la présente annexe.
  2. Lorsque sont appliqués les restrictions prévues à l'article 10 du présent accord, l'exercice d'une activité économique est soumise à la délivrance d'un titre de séjour et/ou de travail.
  Article 27. Réglementation du séjour des travailleurs salariés.
  1. Le titre de séjour d'un travailleur salarié au bénéfice d'un contrat de travail d'une durée inférieure à un an est prolongé jusqu'à une durée totale inférieure à douze mois, pour autant que le travailleur salarié produise aux autorités nationales compétentes la preuve qu'il peut exercer une activité économique. Un nouveau titre de séjour est délivré pour autant que le travailleur salarié produise la preuve qu'il peut exercer une activité économique et que les limites quantitatives prévues à l'article 10 du présent accord ne soient pas atteintes. Il n'y a pas d'obligation de quitter le pays entre deux contrats de travail conformément à l'article 24 de la présente annexe.
  2. Pendant la période visée à l'article 10 paragraphe 2 du présent accord, une partie contractante peut, pour la délivrance d'un titre de séjour initial, exiger un contrat écrit ou une proposition de contrat.
  3. a) Les personnes qui ont occupé précédemment des emplois temporaires sur le territoire de l'Etat d'accueil pendant au moins trente mois ont automatiquement le droit de prendre un emploi de durée non limitée 3.. Un épuisement éventuel du nombre des titres de séjour garanti ne leur est pas opposable.
  b) Les personnes qui ont occupé précédemment un emploi saisonnier sur le territoire de l'Etat d'accueil d'une durée totale non inférieure à cinquante mois durant les quinze dernières années et qui ne remplissent pas les conditions pour avoir droit à un titre de séjour selon les dispositions du point a) du présent paragraphe ont automatiquement le droit de prendre un emploi de durée non limitée.
  Article 28. Travailleurs frontaliers salariés.
  1. Le travailleur frontalier salarié est un ressortissant d'une partie contractante qui a son domicile régulier dans les zones frontalières de la Suisse ou de ses Etats limitrophes et qui exerce une activité salariée dans les zones frontalières de l'autre partie contractante en retournant à sa résidence principale en principe chaque jour, ou pour le moins une fois par semaine. Sont considérées comme zones frontalières au sens du présent accord les zones définies par les accords conclus entre la Suisse et ses Etats limitrophes relatifs à la circulation frontalière.
  2. Le titre spécifique est valable pour l'ensemble de la zone frontalière de l'Etat qui l'a délivré.
  Article 29. Droit au retour des salariés.
  1. Le travailleur salarié qui, à la date d'entrée en vigueur du présent accord, était détenteur d'un titre de séjour d'une durée d'une année au moins et qui a quitté le pays d'accueil, a droit à un accès privilégié à l'intérieur du quota pour son titre de séjour dans un délai de six ans suivant son départ pour autant qu'il produise la preuve qu'il peut exercer une activité économique.
  2. Le travailleur frontalier a droit à un nouveau titre spécifique dans un délai de six ans suivant la fin de son activité précédente d'une durée ininterrompue de trois ans, sous réserve d'un contrôle des conditions de rémunération et de travail s'il est salarié pendant les deux ans suivant l'entrée en vigueur de l'accord, et pour autant qu'il produise aux autorités nationales compétentes la preuve qu'il peut exercer une activité économique.
  3. Les jeunes qui ont quitté le territoire d'une partie contractante après y avoir séjourné au moins cinq ans avant l'âge de 21 ans auront le droit pendant un délai de quatre ans d'y retourner et d'y exercer une activité économique.
  Article 30. Mobilité géographique et professionnelle des salariés.
  1. Le travailleur salarie détenteur d'un titre de séjour de moins d'une année a, pendant les douze mois qui suivent le début de son emploi, un droit à la mobilité professionnelle et géographique. Le passage d'une activité salariée à une activité indépendante est possible eu égard au respect des dispositions de l'article 10 du présent accord.
  2. Les titres spécifiques délivrés aux travailleurs frontaliers salariés donnent un droit à la mobilité professionnelle et géographique à l'intérieur de l'ensemble des zones frontalières de la Suisse ou des ses Etats limitrophes.
  Article 31. Réglementation du séjour des indépendants.
  Le ressortissant d'une partie contractante désirant s'établir sur le territoire d'une autre partie contractante en vue d'exercer une activité indépendante (ci-après nommé indépendant) reçoit un titre de séjour d'une durée de six mois. Il reçoit un titre de séjour d'une durée de cinq ans au moins pour autant qu'il produise, aux autorités nationales compétentes avant la fin de la période de six mois, la preuve qu'il exerce une activité indépendante. Cette période de six mois peut au besoin être prolongée de deux mois au maximum si celui-ci a de réelles chances de présenter cette preuve.
  Article 32. Frontaliers indépendants.
  1. Le frontalier indépendant est un ressortissant d'une partie contractante qui a son domicile régulier dans les zones frontalières de la Suisse ou de ses Etats limitrophes et qui exerce une activité non salariée dans les zones frontalières de l'autre partie contractante en retournant à sa résidence principale en principe chaque jour, ou pour le moins une fois par semaine. Sont considérées comme zones frontalières au sens du présent accord les zones définies par les accords conclus entre la Suisse et ses Etats limitrophes relatifs à la circulation frontalière.
  2. Le ressortissant d'une partie contractante désirant exercer en tant que frontalier et à titre indépendant une activité dans les zones frontalières de la Suisse ou de ses Etats limitrophes reçoit un titre spécifique préalable d'une durée de six mois. Il reçoit un titre spécifique d'une durée de cinq ans au moins pour autant qu'il produise, avant la fin de la période de six mois, aux autorités nationales compétentes la preuve qu'il exerce une activité indépendante. Cette période de six mois peut au besoin être prolongée de deux mois au maximum si celui-ci a de réelles chances de présenter cette preuve.
  3. Le titre spécifique est valable pour l'ensemble de la zone frontalière de l'Etat qui l'a délivré.
  Article 33. Droit au retour des indépendants.
  1. L'indépendant qui a été détenteur d'un titre de séjour d'une durée de cinq ans au moins, qui a quitté l'Etat d'accueil, a droit à un nouveau titre de séjour dans un délai de six ans suivant son départ, pour autant qu'il ait déjà travaillé dans le pays d'accueil pendant une durée ininterrompue de trois ans et qu'il produise la preuve aux autorités nationales compétentes qu'il peut exercer une activité économique.
  2. Le frontalier indépendant a droit à un nouveau titre spécifique dans un délai de six ans suivant la fin de son activité précédente d'une durée ininterrompue de quatre ans, et pour autant qu'il produise la preuve aux autorités nationales compétentes qu'il peut exercer une activité économique.
  3. Les jeunes qui ont quitté le territoire d'une partie contractante après y avoir séjourne au moins cinq ans avant l'âge de 21 ans auront le droit pendant un délai de quatre ans d'y retourner et d'y exercer une activité économique.
  Article 34. Mobilité géographique et professionnelle des indépendants.
  Les titres spécifiques délivrés aux frontaliers indépendants donnent un droit à la mobilité professionnelle et géographique à l'intérieur des zones frontalières de la Suisse ou des ses Etats limitrophes. Les titres de séjour (pour les frontaliers : les titres spécifiques) préalables d'une durée de six mois ne donnent un droit qu'à la mobilité géographique.
  Notes.
  1. Tels qu'en vigueur à la date de la signature de l'accord.
  2. En Suisse, la couverture de l'assurance-maladie pour les personnes qui n'y élisent pas domicile doit comprendre aussi des prestations en matière d'accident et de maternité.
  3. Ils ne sont pas soumis à la priorité des travailleurs indigènes, ni au contrôle du respect des conditions de travail et de salaire dans la branche et le lieu.
Art. 7N1. VII. Overgangsbepalingen en ontwikkeling van de Overeenkomst.
  Artikel 26. Algemene bepalingen.
  1. De in dit hoofdstuk vervatte bepalingen completeren respectievelijk vervangen de overige bepalingen in deze bijlage gedurende de periode waarin de in artikel 10 van de Overeenkomst genoemde beperkingen van toepassing zijn.
  2. Gedurende de periode waarin de in artikel 10 van de Overeenkomst genoemde beperkingen van toepassing zijn, is voor de uitoefening van een economische activiteit een verblijfsvergunning en/of een werkvergunning vereist.
  Artikel 27. Regels betreffende het verblijf van werknemers in loondienst.
  1. De geldigheidsduur van de verblijfsvergunning van een werknemer in loondienst die een arbeidsovereenkomst heeft met een looptijd van minder dan één jaar, wordt verlengd tot maximaal twaalf maanden, mits de werknemer in loondienst bij de bevoegde nationale autoriteiten kan aantonen dat hij of zij een economische activiteit kan uitoefenen. Een nieuwe verblijfsvergunning wordt verstrekt, mits de werknemer in loondienst aantoont dat hij of zij een economische activiteit kan uitoefenen en de in artikel 10 van de Overeenkomst genoemde kwantitatieve beperkingen nog niet zijn bereikt. Overeenkomstig artikel 24 van deze bijlage is er geen verplichting om in de periode tussen twee arbeidsovereenkomsten het land te verlaten.
  2. Gedurende de periode bedoeld in artikel 10, lid 2, van de Overeenkomst kan een overeenkomstsluitende partij voor het verstrekken van een eerste verblijfsvergunning verlangen dat een schriftelijke arbeidsovereenkomst of een arbeidsaanbod wordt overgelegd.
  3. a) Personen die gedurende ten minste dertig maanden tijdelijke arbeid hebben verricht op het grondgebied van het ontvangende land, hebben automatisch het recht een dienstverband voor onbepaalde duur te aanvaarden 3.. De kwantitatieve beperkingen op de afgifte van verblijfsvergunningen zijn op hen niet van toepassing.
  b) Personen die in de loop van de laatste vijftien jaar gedurende een totale periode van ten minste vijftig maanden seizoensarbeid hebben verricht op het grondgebied van het ontvangende land en die niet voldoen aan de voorwaarden op grond waarvan zij in aanmerking kunnen komen voor een verblijfsvergunning volgens het bepaalde onder a) van dit lid, hebben automatisch het recht een dienstverband voor onbepaalde duur te aanvaarden.
  Artikel. 28. Grensarbeiders in loondienst.
  1. Een grensarbeider in loondienst is een onderdaan van een overeenkomstsluitende partij wiens woonplaats gelegen is in de grensgebieden van Zwitserland of zijn buurlanden en die in loondienst werkzaam is in de grensgebieden van de andere overeenkomstsluitende partij, waarbij de betrokkene in beginsel iedere dag naar zijn of haar hoofdverblijfplaats terugkeert, of ten minste eenmaal per week. Als grensgebieden in de zin van deze Overeenkomst worden beschouwd : de gebieden die als zodanig worden gedefinieerd in de overeenkomsten tussen Zwitserland en zijn buurlanden betreffende het grensverkeer.
  2. De bijzondere vergunning is geldig voor het gehele grensgebied van de staat die de vergunning heeft afgegeven.
  Artikel 29. Recht van werknemers in loondienst om terug te keren.
  1. Werknemers in loondienst die bij de inwerkingtreding van deze Overeenkomst houder waren van een verblijfsvergunning met een geldigheidsduur van ten minste één jaar en die het ontvangende land hebben verlaten, hebben binnen een termijn van zes jaar na hun vertrek recht op voorrang binnen het contingent dat van toepassing is op hun verblijfsvergunning, mits zij aantonen dat zij een economische activiteit kunnen uitoefenen.
  2. Grensarbeiders hebben binnen een termijn van zes jaar na beëindiging van hun vorige activiteit, mits deze gedurende een ononderbroken periode van ten minste drie jaar is uitgeoefend, recht op een nieuwe bijzondere vergunning, gedurende de twee jaren volgende op de inwerkingtreding van de Overeenkomst onder voorbehoud van controle van de salariërings- en arbeidsvoorwaarden indien zij werknemer in loondienst zijn, en mits zij bij de bevoegde nationale autoriteiten aantonen dat zij een economische activiteit kunnen uitoefenen.
  3. Jongeren die het grondgebied van een overeenkomstsluitende partij hebben verlaten na daar vóór het bereiken van de leeftijd van 21 jaar gedurende ten minste vijf jaar te hebben gewoond, hebben gedurende een periode van vier jaar het recht daar terug te keren en een economische activiteit uit te oefenen.
  Artikel 30. Geografische en professionele mobiliteit van werknemers in loondienst.
  1. Werknemers in loondienst die houder zijn van een verblijfsvergunning voor een periode van minder dan één jaar, hebben gedurende de twaalf maanden die volgen op de aanvang van het dienstverband het recht op geografische en professionele mobiliteit. Het verwisselen van werkzaamheden in loondienst voor werkzaamheden als zelfstandige is mogelijk met inachtneming van het bepaalde in artikel 10 van de Overeenkomst.
  2. De aan grensarbeiders in loondienst afgegeven bijzondere vergunningen geven recht op professionele en geografische mobiliteit binnen het gehele grensgebied van Zwitserland of de buurlanden van Zwitserland.
  Artikel 31. Regels betreffende het verblijf van zelfstandige werknemers.
  Aan onderdanen van een overeenkomstsluitende partij die zich op het grondgebied van een andere overeenkomstsluitende partij wensen te vestigen, teneinde daar een activiteit als zelfstandige uit te oefenen (hierna 'zelfstandigen' genoemd), wordt een verblijfsvergunning verstrekt met een geldigheidsduur van zes maanden. Aan deze personen wordt een verblijfsvergunning verstrekt voor een periode van ten minste vijf jaar, mits zij vóór het verstrijken van de periode van zes maanden bij de bevoegde nationale autoriteiten aantonen dat zij een activiteit als zelfstandige uitoefenen. Deze periode van zes maanden kan in voorkomend geval met maximaal twee maanden worden verlengd, indien aannemelijk kan worden gemaakt dat dit bewijs dan kan worden geleverd.
  Artikel 32. Zelfstandige grensarbeiders.
  1. Een zelfstandige grensarbeider is een onderdaan van een overeenkomstsluitende partij wiens hoofdverblijfplaats gelegen is in de grensgebieden van Zwitserland of zijn buurlanden en die, anders dan in loondienst, werkzaam is in de grensgebieden van de andere overeenkomstsluitende partij, waarbij de betrokkene in beginsel iedere dag naar zijn of haar hoofdverblijfplaats terugkeert, of ten minste eenmaal per week. Als grensgebieden in de zin van deze Overeenkomst worden beschouwd : de gebieden die worden gedefinieerd in de overeenkomsten tussen Zwitserland en zijn buurlanden betreffende het grensverkeer.
  2. Aan onderdanen van een overeenkomstsluitende partij die als zelfstandige grensarbeider een activiteit wensen uit te oefenen in de grensgebieden van Zwitserland of zijn buurlanden wordt een voorlopige bijzondere vergunning verstrekt met een geldigheidsduur van zes maanden. Zij ontvangen een bijzondere vergunning met een geldigheidsduur van ten minste vijf jaar, mits zij vóór het verstrijken van de periode van zes maanden bij de bevoegde nationale autoriteiten aantonen dat zij een activiteit als zelfstandige uitoefenen. Deze periode van zes maanden kan in voorkomend geval met maximaal twee maanden worden verlengd, indien aannemelijk kan worden gemaakt dat dit bewijs kan worden geleverd.
  3. De bijzondere vergunning is geldig voor het gehele grensgebied van de staat die de vergunning heeft afgegeven.
  Artikel 33. Recht van zelfstandigen om terug te keren.
  1. Zelfstandigen die houder zijn geweest van een verblijfsvergunning met een geldigheidsduur van ten minste vijf jaar en die het ontvangende land hebben verlaten, hebben binnen een termijn van zes jaar na hun vertrek recht op een nieuwe verblijfsvergunning, mits zij reeds gedurende een ononderbroken periode van drie jaar in het ontvangende land hebben gewerkt en bij de bevoegde nationale autoriteiten aantonen dat zij een economische activiteit kunnen uitoefenen.
  2. Zelfstandige grensarbeiders hebben binnen een termijn van zes jaar na beëindiging van hun vorige activiteit, mits deze gedurende een ononderbroken periode van vier jaar is uitgeoefend, recht op een nieuwe bijzondere vergunning, mits zij bij de bevoegde nationale autoriteiten aantonen dat zij een economische activiteit kunnen uitoefenen.
  3. Jongeren die het grondgebied van een overeenkomstsluitende partij hebben verlaten na daar vóór het bereiken van de leeftijd van 21 jaar gedurende ten minste vijf jaar te hebben gewoond, hebben gedurende een periode van vier jaar het recht daar terug te keren en een economische activiteit uit te oefenen.
  Artikel 34. Geografische en professionele mobiliteit van zelfstandigen.
  De aan zelfstandige grensarbeiders verstrekte bijzondere vergunningen verlenen het recht op geografische en professionele mobiliteit in de grensgebieden van Zwitserland of zijn buurlanden. Voorlopige verblijfsvergunningen (voor grensarbeiders : bijzondere vergunningen) met een geldigheidsduur van zes maanden verlenen slechts het recht op geografische mobiliteit.
  Nota's.
  1. Zoals van kracht op de datum van ondertekening van de Overeenkomst.
  2. In Zwitserland dient de dekking van een ziektekostenverzekering voor personen die daar niet hun woonplaats vestigen ook verstrekkingen in natura bij ongevallen en moederschap te omvatten.
  3. Zij zijn niet onderworpen aan de voorrang voor binnenlandse werknemers of de controle op de eerbiediging van de salariërings- en arbeidsvoorwaarden in de betrokken branche en op de betrokken plaats.
Art. N2. Annexe II. Coordination des systèmes de sécurité sociale.
  Article 1. 1. Les Parties contractantes conviennent d'appliquer entre elles, dans le domaine de la coordination des systèmes de sécurité sociale, les actes communautaires auxquels il est fait référence tels qu'en vigueur à la date de la signature de l'accord et tels que modifiés par la section A de la présente annexe ou des règles équivalentes à ceux-ci.
  2. Le terme "Etat(s) membre(s)" figurant dans les actes auxquels il est fait référence à la section A de la présente annexe est considéré renvoyer, en plus des Etats couverts par les actes communautaires en question, à la Suisse.
  Article 2. 1. Aux fins de l'application de la présente annexe, les parties contractantes prennent en considération les actes communautaires auxquels il est fait référence et tels qu'adaptés par la section B de la présente annexe.
  2. Aux fins de l'application de la présente annexe, les parties contractantes prennent acte des actes communautaires auxquels il est fait référence à la section C de la présente annexe.
  Article 3. 1. Le régime relatif à l'assurance-chômage de travailleurs communautaires bénéficiant d'un titre de séjour suisse d'une durée inférieure à un an est prévu dans un protocole à la présente annexe.
  2. Le protocole fait partie intégrante de la présente annexe.
Art. N2. Bijlage II. - Coördinatie van de socialezekerheidsstelsels.
  Artikel 1. 1. De overeenkomstsluitende partijen komen overeen ten aanzien van de coördinatie van de socialezekerheidsstelsels onderling de communautaire besluiten toe te passen zoals vermeld in en gewijzigd bij sectie A van deze bijlage, of daarmee gelijkwaardige regels.
  2. In de in deze bijlage genoemde besluiten omvat de uitdrukking " lidstaat/lidstaten " niet alleen de staten die vallen onder de desbetreffende communautaire besluiten, maar tevens Zwitserland.
  Artikel 2. 1. Voor de toepassing van deze bijlage houden de overeenkomstsluitende partijen rekening met de communautaire besluiten zoals vermeld in en gewijzigd bij sectie B van deze bijlage.
  2. Voor de toepassing van deze bijlage nemen de overeenkomstsluitende partijen goede nota van de communautaire besluiten vermeld in sectie C van deze bijlage.
  Artikel 3. 1. De regeling inzake de werkloosheidsverzekering van communautaire werknemers die in het bezit zijn van een Zwitserse verblijfsvergunning voor minder dan één jaar, is in een protocol bij deze bijlage opgenomen.
  2. Het protocol maakt integrerend deel uit van deze bijlage.
  Art. 1N2. SECTIE A. VERMELDE BESLUITEN.
  1. 371 R 1408 1. : Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen,
  bijgewerkt bij :
  397 R 118 : Verordening (EG) nr. 118/97 van de Raad van 2 december 1996 (PB L 28 van 30.1.97, blz. 1) tot wijziging en bijwerking van Verordening (EEG) nr. 1408/71 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen, en van Verordening (EEG) nr. 574/72 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EEG) nr. 1408/71,
  397 R 1290 : Verordening (EG) nr. 1290/97 van de Raad van 27 juni 1997 (PB L 176 van 4.7.97, blz. 1) tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1408/71 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen, en van Verordening (EEG) nr. 574/72 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EEG) nr. 1408/71,
  398 R 1223 : Verordening (EG) nr. 1223/98 van de Raad van 4 juni 1998 (PB L 168 van 13.6.98, blz. 1) tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1408/71 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen, en van Verordening (EEG) nr. 574/72 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EEG) nr. 1408/71,
  398 R 1606 : Verordening (EG) nr. 1606/98 van de Raad van 29 juni 1998 (PB L 209 van 25.7.1998, blz. 1) tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1408/71 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen, en van Verordening (EEG) nr. 574/72 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EEG) nr. 1408/71 met het oog op de uitbreiding ervan tot bijzondere stelsels voor ambtenaren.
  399 R 307 : Verordening (EG) nr. 307/1999 van de Raad van 8 februari 1999 (PB nr. L 038 van 12/02/1999 BLZ. 1) tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1408/71 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen en van Verordening (EEG) nr. 574/72 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EEG) nr. 1408/71 met het oog op de uitbreiding ervan tot studenten.
  De bepalingen van de Verordening worden voor de toepassing van deze Overeenkomst als volgt gelezen :
  a) Artikel 95bis is niet van toepassing;
  b) Artikel 95ter is niet van toepassing;
  c) Aan bijlage I, punt I, wordt toegevoegd :
  Zwitserland
  Indien een Zwitserse instelling bevoegd is voor het verlenen van verstrekkingen op het gebied van de gezondheidszorg overeenkomstig titel III, hoofdstuk 1, van de Verordening :
  Wordt onder " werknemer " in de zin van artikel 1, onder a) , ii), van de Verordening verstaan elke persoon die werknemer is in de zin van de federale wet op de ouderdoms- en nabestaandenverzekering.
  Wordt onder " zelfstandige " in de zin van artikel 1, onder a) , ii), van de Verordening verstaan elke persoon die zelfstandige is in de zin van de federale wet op de ouderdoms- en nabestaandenverzekering.
  d) Aan bijlage I, punt II, wordt toegevoegd :
  Zwitserland
  Voor de vaststelling van het recht op verstrekkingen in toepassing van hoofdstuk I van titel III van de Verordening wordt onder " gezinslid " verstaan de echtgeno(o)t(e) alsmede de kinderen jonger dan 18 jaar, alsook de kinderen jonger dan 25 jaar die nog schoolgaan of een studie of beroepsopleiding volgen.
  e) Aan bijlage II, punt I, wordt toegevoegd :
  Zwitserland
  De gezinsbijslagen voor zelfstandigen uit hoofde van de desbetreffende kantonnale stelsels (Graubünden, Luzern en Sankt Gallen).
  f) Aan bijlage II, punt II, wordt toegevoegd :
  Zwitserland
  Uitkeringen bij geboorte en adoptie op grond van de desbetreffende kantonnale wetgeving inzake gezinsbijslagen (Fribourg, Genève, Jura, Luzern, Neuchâtel, Schaffhausen, Schwyz, Solothurn, Uri, Valais, Vaud).
  g) Aan bijlage II, punt III, wordt toegevoegd :
  Zwitserland
  Geen.
  h) Aan bijlage IIbis wordt toegevoegd :
  Zwitserland
  a) De aanvullende prestaties (federale wet op de aanvullende prestaties van 19 maart 1965) en de gelijksoortige prestaties van de kantonnale wetgevingen.
  b) Pensioenen voor buitengewoon zware gevallen van de invaliditeitsverzekering (artikel 28, lid 1bis , van de federale wet op de invaliditeitsverzekering van 19 juni 1959, gereviseerde versie van 7 oktober 1994).
  c) De niet op premies berustende prestaties van gemengde aard bij werkloosheid, uit hoofde van de kantonnale wetgevingen.
  i) Aan bijlage III, deel A, wordt toegevoegd :
  Duitsland - Zwitserland
  a) Met betrekking tot het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 25 februari 1964 zoals gewijzigd bij de Aanvullende Overeenkomsten nr. 1 van 9 september 1975 en nr. 2 van 2 maart 1989 :
  i) Artikel 4, lid 2 de, met betrekking tot de betaling van uitkeringen aan personen die in een derde staat woonachtig zijn;
  ii) Punt 9 b, alinea 1, punten 2 tot 4, van het slotprotocol;
  iii) Punt 9 e, alinea 1, letter b, zinnen 1, 2 en 4, van het slotprotocol.
  b) Met betrekking tot de Overeenkomst van 20 oktober 1982 betreffende de werkloosheidsverzekering, gewijzigd bij de Aanvullende Overeenkomst van 22 december 1992 :
  i) Artikel 7, lid 1; ii) Artikel 8, lid 5. Duitsland (gemeente Büsingen) neemt voor een bedrag gelijk aan de kantonnale bijdrage volgens Zwitsers recht deel in de kosten van de arbeidsplaatsen die in het kader van werkgelegenheidsmaatregelen door onder deze bepaling vallende werknemers daadwerkelijk worden bezet.
  Oostenrijk - Zwitserland
  Artikel 4 van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 15 november 1967 zoals gewijzigd bij de Aanvullende Overeenkomsten nr. 1 van 17 mei 1973, nr. 2 van 30 november 1977, nr. 3 van 14 december 1987 en nr. 4 van 11 december 1996, met betrekking tot de betaling van uitkeringen aan personen die in een derde staat woonachtig zijn.
  België - Zwitserland
  a) Artikel 3, lid 1, van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 24 september 1975 met betrekking tot de betaling van uitkeringen aan personen die in een derde staat woonachtig zijn.
  b) Punt 4 van het slotprotocol bij genoemd Verdrag met betrekking tot de betaling van uitkeringen aan personen die in een derde staat woonachtig zijn.
  Denemarken - Zwitserland
  Artikel 6 van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 5 januari 1983 zoals gewijzigd bij de Aanvullende Overeenkomsten nr. 1 van 18 september 1985 en nr. 2 van 11 april 1996, met betrekking tot de betaling van uitkeringen aan personen die in een derde staat woonachtig zijn.
  Spanje - Zwitserland
  a) Artikel 2 van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 13 oktober 1969 zoals gewijzigd bij de Aanvullende Overeenkomst van 11 juni 1982 met betrekking tot de betaling van uitkeringen aan personen die in een derde staat woonachtig zijn.
  b) Punt 17 van het slotprotocol bij genoemd Verdrag; personen die op grond van deze bepaling bij de Spaanse verzekering verzekerd zijn, zijn vrijgesteld van aansluiting bij de Zwitserse ziekteverzekering.
  Finland - Zwitserland
  Artikel 5, lid 2, van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 28 juni 1985.
  Frankrijk - Zwitserland
  Artikel 3, lid 1, van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 3 juli 1975 met betrekking tot de betaling van uitkeringen aan personen die in een derde staat woonachtig zijn.
  Griekenland - Zwitserland
  Artikel 4 van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 1 juni 1973 met betrekking tot de betaling van uitkeringen aan personen die in een derde staat woonachtig zijn.
  Italië - Zwitserland
  a) Artikel 3, tweede zin, van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 14 december 1962 zoals gewijzigd bij de Aanvullende Overeenkomst van 18 december 1963, het Aanvullend Akkoord nr. 1 van 4 juli 1969, het Aanvullend Protocol van 25 februari 1974 en het Aanvullend Akkoord nr. 2 van 2 april 1980 met betrekking tot de betaling van uitkeringen aan personen die in een derde staat woonachtig zijn.
  b) Artikel 9, lid 1, van genoemd Verdrag.
  Luxemburg - Zwitserland
  Artikel 4, lid 2, van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 3 juni 1967 zoals gewijzigd bij de Aanvullende Overeenkomst van 26 maart 1976.
  Nederland - Zwitserland
  Artikel 4, tweede zin, van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 27 mei 1970.
  Portugal - Zwitserland
  Artikel 3, tweede zin, van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 11 september 1975 zoals gewijzigd bij het aanhangsel van 11 mei 1994, met betrekking tot de betaling van uitkeringen aan personen die in een derde staat woonachtig zijn.
  Verenigd Koninkrijk - Zwitserland
  Artikel 3, leden 1 en 2, van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 21 februari 1968 met betrekking tot de betaling van uitkeringen aan personen die in een derde staat woonachtig zijn.
  Zweden - Zwitserland
  Artikel 5, lid 2, van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 20 oktober 1978.
  j) Aan bijlage III, deel B, wordt toegevoegd :
  Duitsland - Zwitserland
  a) Met betrekking tot het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 25 februari 1964 zoals gewijzigd bij de Aanvullende Overeenkomsten nr. 1 van 9 september 1975 en nr. 2 van 2 maart 1989, artikel 4, lid 2, met betrekking tot de betaling van uitkeringen aan personen die in een derde staat woonachtig zijn.
  b) Met betrekking tot de Overeenkomst van 20 oktober 1982 betreffende de werkloosheidsverzekering, gewijzigd bij het aanvullend protocol van 22 december 1992,
  i) Artikel 7, lid 1; ii) Artikel 8, lid 5. Duitsland (gemeente Büsingen) neemt voor een bedrag gelijk aan de kantonnale bijdrage volgens Zwitsers recht deel in de kosten van de arbeidsplaatsen die in het kader van werkgelegenheidsmaatregelen door onder deze bepaling vallende werknemers daadwerkelijk worden bezet.
  Oostenrijk - Zwitserland
  Artikel 4 van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 15 november 1967 zoals gewijzigd bij de Aanvullende Overeenkomsten nr. 1 van 17 mei 1973, nr. 2 van 30 november 1977, nr. 3 van 14 december 1987 en nr. 4 van 11 december 1996, met betrekking tot de betaling van uitkeringen aan personen die in een derde staat woonachtig zijn.
  België - Zwitserland
  a) Artikel 3, lid 1, van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 24 september 1975 met betrekking tot de betaling van uitkeringen aan personen die in een derde staat woonachtig zijn
  b) Punt 4 van het slotprotocol bij genoemd Verdrag met betrekking tot de betaling van uitkeringen aan personen die in een derde staat woonachtig zijn.
  Denemarken - Zwitserland
  Artikel 6 van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 5 januari 1983 zoals gewijzigd bij de Aanvullende Overeenkomsten nr. 1 van 18 september 1985 en nr. 2 van 11 april 1996, met betrekking tot de betaling van uitkeringen aan personen die in een derde staat woonachtig zijn.
  Spanje - Zwitserland
  a) Artikel 2 van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 13 oktober 1969 zoals gewijzigd bij de Aanvullende Overeenkomst van 11 juni 1982 met betrekking tot de betaling van uitkeringen aan personen die in een derde staat woonachtig zijn.
  b) Punt 17 van het slotprotocol bij genoemd Verdrag; personen die op grond van deze bepaling bij de Spaanse verzekering verzekerd zijn, zijn vrijgesteld van aansluiting bij de Zwitserse ziekteverzekering.
  Finland - Zwitserland
  Artikel 5, lid 2, van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 28 juni 1985.
  Frankrijk - Zwitserland
  Artikel 3, lid 1, van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 3 juli 1975 met betrekking tot de betaling van uitkeringen aan personen die in een derde staat woonachtig zijn.
  Griekenland - Zwitserland
  Artikel 4 van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 1 juni 1973 met betrekking tot de betaling van uitkeringen aan personen die in een derde staat woonachtig zijn.
  Italië - Zwitserland
  a) Artikel 3, tweede zin, van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 14 december 1962 zoals gewijzigd bij de Aanvullende Overeenkomst van 18 december 1963, het Aanvullend Akkoord nr. 1 van 4 juli 1969, het Aanvullend Protocol van 25 februari 1974 en het Aanvullend Akkoord nr. 2 van 2 april 1980 met betrekking tot de betaling van uitkeringen aan personen die in een derde staat woonachtig zijn.
  b) Artikel 9, lid 1, van genoemd Verdrag.
  Luxemburg - Zwitserland
  Artikel 4, lid 2, van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 3 juni 1967 zoals gewijzigd bij de Aanvullende Overeenkomst van 26 maart 1976.
  Nederland - Zwitserland
  Artikel 4, tweede zin, van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 27 mei 1970.
  Portugal - Zwitserland
  Artikel 3, tweede zin, van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 11 september 1975 zoals gewijzigd bij het aanhangsel van 11 mei 1994, met betrekking tot de betaling van uitkeringen aan personen die in een derde staat woonachtig zijn.
  Verenigd Koninkrijk - Zwitserland
  Artikel 3, leden 1 en 2, van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 21 februari 1968 met betrekking tot de betaling van uitkeringen aan personen die in een derde staat woonachtig zijn.
  Zweden - Zwitserland
  Artikel 5, lid 2, van het Verdrag betreffende de sociale zekerheid van 20 oktober 1978.
  k) Aan bijlage IV, deel A, wordt toegevoegd :
  Zwitserland
  Geen.
  l) Aan bijlage IV, deel B, wordt toegevoegd :
  Zwitserland
  Geen.
  m) Aan bijlage IV, deel C, wordt toegevoegd :
  Zwitserland
  Alle aanvragen om ouderdoms-, nabestaanden- en invaliditeitspensioenen van het basisstelsel alsmede de ouderdomspensioenen van het beroepsgebonden verzekeringsstelsel.
  n) Aan bijlage IV, deel D2, wordt toegevoegd :
  De nabestaanden- en invaliditeitspensioenen uit hoofde van de federale wet op de beroepsgebonden stelsels voor ouderdoms-, nabestaanden- en invaliditeitsverzekering van 25 juni 1982.
  o) Aan bijlage VI wordt toegevoegd :
  1. Artikel 2 van de federale wet op de ouderdoms- en nabestaandenverzekering alsmede artikel 1 van de federale wet op de invaliditeitsverzekering, die de vrijwillige verzekering in deze takken regelen voor Zwitserse onderdanen die in een staat verblijven waarop deze Overeenkomst niet van toepassing is, zijn tevens van toepassing op personen die buiten Zwitserland verblijven en onderdaan zijn van de andere staten waarop deze Overeenkomst van toepassing is, alsmede op vluchtelingen en staatlozen die op het grondgebied van deze staten wonen, wanneer deze personen ten laatste één jaar gerekend vanaf de dag waarop de Zwitserse ouderdoms-, nabestaanden- en invaliditeitsverzekering is stopgezet na ten minste vijf jaar ononderbroken verzekerd te zijn geweest, toetreden tot de vrijwillige verzekering.
  2. Wanneer iemand, na ten minste vijf jaar ononderbroken verzekerd te zijn geweest, ophoudt verzekerd te zijn bij de Zwitserse ouderdoms-, nabestaanden- en invaliditeitsverzekering, dan heeft die persoon het recht om met instemming van de werkgever die verzekering voort te zetten wanneer hij voor rekening van een werkgever in Zwitserland in een staat werkt waarop deze Overeenkomst niet van toepassing is, op voorwaarde dat het verzoek daartoe ingediend wordt binnen een termijn van zes maanden, gerekend vanaf de dag waarop de verzekering werd stopgezet.
  3. Verplichte verzekering bij de Zwitserse ziekteverzekering en vrijstellingsmogelijkheden
  a) Zijn verplicht verzekerd bij de Zwitserse ziekteverzekering de volgende personen die niet in Zwitserland woonachtig zijn :
  i) personen die uit hoofde van titel II van de Verordening aan de Zwitserse wettelijke bepalingen onderworpen zijn;
  ii) personen voor wie Zwitserland uit hoofde van artikel 28, 28bis of 29 van de Verordening de bevoegde staat is;
  iii) personen die in het genot zijn van een werkloosheidsuitkering van de Zwitserse verzekering;
  iv) de gezinsleden van deze personen of van een werknemer die in Zwitserland woont en bij de Zwitserse ziekteverzekering aangesloten is, wanneer deze gezinsleden niet in een van de volgende staten woonachtig zijn : Denemarken, Spanje, Portugal, Zweden of het Verenigd Koninkrijk.
  b) De onder letter a) genoemde personen kunnen op verzoek van de verplichte verzekering worden vrijgesteld indien zij in een van de volgende staten wonen en aantonen dat zij daar tegen ziekte verzekerd zijn : Duitsland, Oostenrijk, Finland, Italië en, in de onder letter a) i) B iii), bedoelde gevallen, Portugal.
  Dit verzoek moet worden ingediend binnen drie maanden na ingang van de verzekeringsplicht in Zwitserland; wordt het verzoek na deze termijn ingediend, dan gaat de verzekering direct na aansluiting in.
  4. Op personen die in Duitsland, Oostenrijk, België of Nederland woonachtig zijn maar in Zwitserland tegen ziektekosten verzekerd zijn, is in geval van een verblijf in Zwitserland artikel 20, eerste en tweede zin, van de Verordening van overeenkomstige toepassing. In deze gevallen draagt de Zwitserse verzekeraar alle gefactureerde kosten.
  5. Voor de toepassing van de artikelen 22, 22a , 22b , 22c , 25 en 31 van de Verordening draagt de Zwitserse verzekeraar alle gefactureerde kosten.
  6. De vergoeding van de door het orgaan van de woonplaats aan de in punt 4 bedoelde personen betaalde prestaties van de ziekteverzekering geschiedt overeenkomstig artikel 93 van Verordening (EEG) nr. 574/72.
  7. De ziekengeldverzekeringstijdvakken die zijn vervuld bij een verzekering in een andere staat waarop deze Overeenkomst van toepassing is, worden meegeteld om een eventuele reserve in de ziekengeldverzekering in geval van moederschap of ziekte te verkleinen of op te heffen wanneer de persoon zich binnen drie maanden na stopzetting van de buitenlandse verzekering bij een Zwitserse verzekeraar verzekert.
  8. Elke werknemer of zelfstandige die niet langer onder de Zwitserse wetgeving inzake invaliditeitsverzekering valt, wordt voor de toepassing van hoofdstuk 3 van titel III van de Verordening beschouwd als verzekerd krachtens deze verzekering voor de toekenning van een gewoon invaliditeitspensioen
  a) gedurende één jaar gerekend vanaf de stopzetting van het werk dat aan de invaliditeit voorafging, indien hij zijn winstgevende bezigheid in Zwitserland heeft moeten opgeven als gevolg van een ongeval of ziekte en de invaliditeit in dit land is vastgesteld; hij is verplicht premies te betalen voor de ouderdoms-, nabestaanden- en invaliditeitsverzekering op dezelfde basis als wanneer hij in Zwitserland zou wonen;
  b) gedurende zijn deelneming aan een krachtens de invaliditeitsverzekering opgezet revalidatieprogramma na de stopzetting van zijn winstgevende bezigheid; hij blijft verplicht premies te betalen voor de ouderdoms-, nabestaanden- en invaliditeitsverzekering;
  c) in de gevallen waarin de letters a) en b) niet van toepassing zijn, wanneer hij :
  i) op het tijdstip waarop de verzekerde gebeurtenis zich heeft voorgedaan, overeenkomstig de bepalingen van de Zwitserse wetgeving inzake invaliditeitsverzekering verzekerd is uit hoofde van de wettelijke regeling betreffende ouderdoms-, nabestaanden- en invaliditeitsverzekering van een andere staat waarop deze Overeenkomst van toepassing is; of
  ii) aanspraak kan maken op een pensioen krachtens de invaliditeits- of ouderdomsverzekering van een andere staat waarop deze Overeenkomst van toepassing is of als hij een dergelijk pensioen ontvangt; of
  iii) arbeidsongeschikt is krachtens de wetgeving van een andere staat waarop deze Overeenkomst van toepassing is, en aanspraak kan maken op uitkeringen van de ziekte- of ongevallenverzekering van die staat of als hij een dergelijke prestatie ontvangt; of
  iv) wegens werkloosheid aanspraak kan maken op een werkloosheidsuitkering van een andere staat waarop deze Overeenkomst van toepassing is, of als hij een dergelijke prestatie ontvangt; of
  v) in Zwitserland als grensarbeider heeft gewerkt en binnen de drie jaar onmiddellijk voorafgaand aan het tijdstip waarop de verzekerde gebeurtenis zich volgens de Zwitserse wetgeving voordeed, krachtens deze wetgeving gedurende tenminste twaalf maanden premies heeft betaald.
  9. Punt 8, letter a) , is van overeenkomstige toepassing voor de toekenning van een revalidatieprogramma van de Zwitserse invaliditeitsverzekering.
  p) Aan bijlage VII wordt toegevoegd :
  Uitoefening van werkzaamheden als zelfstandige in Zwitserland en van werkzaamheden in loondienst in een andere staat waarop deze Overeenkomst van toepassing is.
  2. 372 R 0574 : Verordening (EEG) nr. 574/72 van de Raad van 21 maart 1972 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EEG) nr. 1408/71, betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op loontrekkenden en hun gezinnen, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen.
  bijgewerkt bij :
  397 R 118 : Verordening (EG) nr. 118/97 van de Raad van 2 december 1996 (PB L 28 van 30.1.97, blz. 1) tot wijziging en bijwerking van Verordening (EEG) nr. 1408/71 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen, en van Verordening (EEG) nr. 574/72 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EEG) nr. 1408/71,
  397 R 1290 : Verordening (EG) nr. 1290/97 van de Raad van 27 juni 1997 (PB L 176 van 4.7.97, blz. 1) tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1408/71 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen, en van Verordening (EEG) nr. 574/72 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EEG) nr. 1408/71,
  398 R 1223 : Verordening (EG) nr. 1223/98 van de Raad van 4 juni 1998 (PB L 168 van 13.6.98, blz. 1) tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1408/71 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen, en van Verordening (EEG) nr. 574/72 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EEG) nr. 1408/71,
  398 R 1606 : Verordening (EG) nr. 1606/98 van de Raad van 29 juni 1998 (PB L 209 van 25.7.1998, blz. 1) tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1408/71 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen en van Verordening (EEG) nr. 574/72 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EEG) nr. 1408/71 met het oog op de uitbreiding ervan tot bijzondere stelsels voor ambtenaren.
  399 R 307 : Verordening (EG) nr. 307/1999 van de Raad van 8 februari 1999 (PB nr. L 038 van 12/02/1999 BLZ. 1) tot wijziging van Verordening (EEG) nr. 1408/71 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen en van Verordening (EEG) nr. 574/72 tot vaststelling van de wijze van toepassing van Verordening (EEG) nr. 1408/71 met het oog op de uitbreiding ervan tot studenten.
  De bepalingen van de Verordening worden voor de toepassing van deze Overeenkomst als volgt gelezen :
  a) Aan bijlage 1 wordt toegevoegd :
  Zwitserland
  1. Bundesamt für Sozialversicherung, Bern - Office fédéral des assurances sociales, Berne - Ufficio federale delle assicurazioni sociali, Berna (Federaal Bureau voor sociale verzekeringen, Bern).
  2. Bundesamt für Wirtschaft und Arbeit, Bern - Office fédéral du développement économique et de l'emploi, Berne - Ufficio federale dello sviluppo economico e del lavoro, Berna (Federaal Bureau voor economie en arbeid, Bern).
  b) Aan bijlage 2 wordt toegevoegd :
  Zwitserland
  1. Ziekte en moederschap
  Versicherer - Assureur - Assicuratore (verzekeraar) volgens de federale wet op de ziekteverzekering waarbij de belanghebbende verzekerd is.
  2. Invaliditeit
  a) Invaliditeitsverzekering :
  i) In Zwitserland woonachtige personen :
  IV-Stelle - Office AI - Ufficio AI (IV-orgaan) van het kanton van de woonplaats.
  ii) Niet in Zwitserland woonachtige personen :
  IV-Stelle für Versicherte im Ausland, Genf - Office AI pour les assurés à l'étranger, Genève - Ufficio AI per gli assicurati all'estero, Ginevra (IV-orgaan voor verzekerden in het buitenland, Genève).
  b) Beroepsregeling :
  Het pensioenfonds waarbij de laatste werkgever aangesloten is.
  3. Ouderdom en overlijden
  a) Ouderdoms- en overlijdensverzekering :
  i) In Zwitserland woonachtige personen :
  Ausgleichskasse - Caisse de compensation - Cassa di compensazione (Vereffeningsfonds) waaraan het laatst premie werd betaald.
  ii) Niet in Zwitserland woonachtige personen :
  Schweizerische Ausgleichskasse, Genf - Caisse suisse de compensation, Genève - Cassa svizzera di compensazione, Ginevra (Zwitsers Vereffeningsfonds, Genève).
  b) Beroepsregeling :
  Pensioenfonds waarbij de laatste werkgever aangesloten is.
  4. Arbeidsongevallen en beroepsziekten
  a) Werknemers :
  De ongevallenverzekeraar waarbij de werkgever verzekerd is.
  b) Zelfstandigen :
  De ongevallenverzekeraar waarbij de belanghebbende vrijwillig verzekerd is.
  5. Werkloosheid
  a) In geval van volledige werkloosheid :
  Het door de werknemer gekozen werkloosheidsfonds.
  b) In geval van gedeeltelijke werkloosheid :
  Het door de werkgever gekozen werkloosheidsfonds.
  6. Gezinsbijslagen :
  a) Federale regeling :
  i) Werknemers :
  Kantonale Ausgleichskasse - Caisse cantonale de compensation - Cassa cantonale di compensazione (Kantonnaal Vereffeningsfonds) waarbij de werkgever aangesloten is.
  ii) Zelfstandigen :
  Kantonale Ausgleichskasse - Caisse cantonale de compensation - Cassa cantonale di compensazione (Kantonnaal Vereffeningsfonds) van het kanton van de woonplaats.
  b) Kantonnale regelingen :
  i) Werknemers :
  Familienausgleichskasse - Caisse de compensation familiale - Cassa di compensazione familiale (Gezinsvereffeningsfonds) waarbij de werkgever aangesloten is,
  of de werkgever.
  ii) Zelfstandigen :
  Het door het kanton aangewezen orgaan.
  c) Aan bijlage 3 wordt toegevoegd :
  Zwitserland
  1. Ziekte en moederschap
  Gemeinsame Einrichtung KVG, Solothurn - Institution commune LaMal, Soleure - Istituzione commune LaMal, Soletta (Gemeenschappelijk orgaan voor de Wet op de ziekteverzekering, Solothurn).
  2. Invaliditeit
  a) Invaliditeitsverzekering :
  Schweizerische Ausgleichskasse, Genf - Caisse suisse de compensation, Genève - Cassa svizzera di compensazione, Ginevra (Zwitsers Vereffeningsfonds, Genève).
  b) Beroepsregeling :
  Sicherheitsfonds B Fonds de garantie B Fondo di garanzia LPP (Garantiefonds).
  3. Ouderdom en overlijden
  a) Ouderdoms- en overlijdensverzekering :
  Schweizerische Ausgleichskasse, Genf - Caisse suisse de compensation, Genève - Cassa svizzera di compensazione, Ginevra (Zwitsers Vereffeningsfonds, Genève).
  b) Beroepsregeling :
  Sicherheitsfonds B Fonds de garantie B Fondo di garanzia LPP (Garantiefonds).
  4. Arbeidsongevallen en beroepsziekten :
  Schweizerische Unfallversicherungsanstalt, Luzern - Caisse nationale suisse d'assurance en cas d'accidents, Lucerne - Cassa nazionale svizzera di assicurazione contro gli incidenti, Lucerna (Zwitsers Nationaal Ongevallenverzekeringsfonds, Luzern).
  5. Werkloosheid :
  a) In geval van volledige werkloosheid :
  Het door de werknemer gekozen werkloosheidsfonds.
  b) In geval van gedeeltelijke werkloosheid :
  Het door de werkgever gekozen werkloosheidsfonds.
  6. Gezinsbijslagen
  Het door het kanton van de woonplaats of van verblijf aangewezen orgaan.
  d) Aan bijlage 4 wordt toegevoegd :
  Zwitserland
  1. Ziekte en moederschap
  Gemeinsame Einrichtung KVG, Solothurn - Institution commune LaMal, Soleure - Istituzione commune LaMal, Soletta (Gemeenschappelijk orgaan voor de Wet op de ziekteverzekering, Solothurn).
  2. Invaliditeit
  a) Invaliditeitsverzekering :
  Schweizerische Ausgleichskasse, Genf - Caisse suisse de compensation, Genève - Cassa svizzera di compensazione, Ginevra (Zwitsers Vereffeningsfonds, Genève).
  b) Beroepsregeling :
  Sicherheitsfonds B Fonds de garantie B Fondo di garanzia LPP (Garantiefonds).
  3. Ouderdom en overlijden
  a) Ouderdoms- en overlijdensverzekering :
  Schweizerische Ausgleichskasse, Genf - Caisse suisse de compensation, Genève - Cassa svizzera di compensazione, Ginevra (Zwitsers Vereffeningsfonds, Genève).
  b) Beroepsregeling :
  Sicherheitsfonds B Fonds de garantie B Fondo di garanzia LPP (Garantiefonds).
  4. Arbeidsongevallen en beroepsziekten
  Schweizerische Unfallversicherungsanstalt, Luzern - Caisse nationale suisse d'assurance en cas d'accidents, Lucerne - Cassa nazionale svizzera di assicurazione contro gli incidenti, Lucerna (Zwitsers Nationaal Ongevallenverzekeringsfonds, Luzern).
  5. Werkloosheid
  Bundesamt für Wirtschaft und Arbeit, Bern - Office fédéral du développement économique et de l'emploi, Berne - Ufficio federale dello sviluppo economico e del lavoro, Berna (Federaal Bureau voor economie en arbeid, Bern).
  6. Gezinsbijslagen
  Bundesamt für Sozialversicherung, Bern - Office fédéral des assurances sociales, Berne - Ufficio federale delle assicurazioni sociali, Berna (Federaal Bureau voor sociale verzekeringen, Bern).
  e) Aan bijlage 5 wordt toegevoegd :
  Zwitserland
  Geen.
  f) Aan bijlage 6 wordt toegevoegd :
  Zwitserland
  Rechtstreekse betaling.
  g) Aan bijlage 7 wordt toegevoegd :
  Zwitserland
  Schweizerische Nationalbank, Zürich - Banque nationale suisse, Zurich - Banca nazionale svizzera, Zurigo (Zwitserse Nationale Bank, Zürich).
  h) Aan bijlage 8 wordt toegevoegd :
  Zwitserland
  Geen.
  i) Aan bijlage 9 wordt toegevoegd :
  Zwitserland
  Voor de berekening van de gemiddelde jaarlijkse kosten van de verstrekkingen worden de verstrekkingen in aanmerking genomen die door de verzekeraars worden toegekend overeenkomstig de bepalingen van de federale wetgeving inzake ziekteverzekering.
  j) Aan bijlage 10 wordt toegevoegd :
  Zwitserland
  1. Voor de toepassing van artikel 11, lid 1, van de toepassingsverordening :
  a) met betrekking tot artikel 14, lid 1, en artikel 14ter , lid 1, van de Verordening :
  de bevoegde Ausgleichskasse der Alters-, Hinterlassenen- und Invalidenversicherung - Caisse de compensation de l'assurance-vieillesse, survivants et invalidité - Cassa die compensazione dell'assicurazione vecchiaia, superstiti e invalidità (Vereffeningsfonds van de ouderdoms-, overlijdens- en invaliditeitsverzekering);
  b) met betrekking tot artikel 17 van de Verordening :
  Bundesamt für Sozialversicherung, Bern - Office fédéral des assurances sociales, Berne - Ufficio federale delle assicurazioni sociali, Berna (Federaal Bureau voor sociale verzekeringen, Bern).
  2. Voor de toepassing van artikel 11bis , lid 1, van de toepassingsverordening :
  a) met betrekking tot artikel 14bis , lid 1, en artikel 14ter , lid 2, van de Verordening :
  de bevoegde Ausgleichskasse der Alters-, Hinterlassenen- und Invalidenversicherung - Caisse de compensation de l'assurance-vieillesse, survivants et invalidité - Cassa die compensazione dell'assicurazione vecchiaia, superstiti e invalidità (Vereffeningsfonds van de ouderdoms-, overlijdens- en invaliditeitsverzekering);
  b) met betrekking tot artikel 17 van de Verordening :
  Bundesamt für Sozialversicherung, Bern - Office fédéral des assurances sociales, Berne - Ufficio federale delle assicurazioni sociali, Berna (Federaal Bureau voor sociale verzekeringen, Bern).
  3. Voor de toepassing van artikel 12 bis van de toepassingsverordening :
  de bevoegde Ausgleichskasse der Alters-, Hinterlassenen- und Invalidenversicherung - Caisse de compensation de l'assurance-vieillesse, survivants et invalidité - Cassa die compensazione dell'assicurazione vecchiaia, superstiti e invalidità (Vereffeningsfonds van de ouderdoms-, overlijdens- en invaliditeitsverzekering);
  4. Voor de toepassing van artikel 13, leden 2 en 3, en artikel 14, leden 1 en 2, van de toepassingsverordening :
  Eidgenössische Ausgleichskasse, Bern - Caisse fédérale de compensation, Berne - Cassa federale di compensazione, Berna (Federaal Vereffeningsfonds, Bern).
  5. Voor de toepassing van artikel 38, lid 1, artikel 70, lid 1, artikel 82, lid 2, en artikel 86, lid 2, van de toepassingsverordening :
  Gemeindeverwaltung - Administration communale - Amministrazione communale (Gemeenteadministratie) van de woonplaats.
  6. Voor de toepassing van artikel 80, lid 2, en artikel 81 van de toepassingsverordening :
  Bundesamt für Wirtschaft und Arbeit, Bern - Office fédéral du développement économique et de l'emploi, Berne - Ufficio federale dello sviluppo economico e del lavoro, Berna (Federaal Bureau voor economie en arbeid, Bern).
  7. Voor de toepassing van artikel 102, lid 2, van de toepassingsverordening :
  a) met betrekking tot artikel 36 van de Verordening :
  Gemeinsame Einrichtung KVG, Solothurn - Institution commune LaMal, Soleure - Istituzione commune LaMal, Soletta (Gemeenschappelijk orgaan voor de Wet op de ziekteverzekering, Solothurn).
  b) met betrekking tot artikel 63 van de Verordening :
  Schweizerische Unfallversicherungsanstalt, Luzern - Caisse nationale suisse d'assurance en cas d'accidents, Lucerne - Cassa nazionale svizzera di assicurazione contro gli incidente, Lucerna (Zwitsers Nationaal Ongevallenverzekeringsfonds, Luzern);
  c) met betrekking tot artikel 70 van de Verordening :
  Bundesamt für Wirtschaft und Arbeit, Bern - Office fédéral du développement économique et de l'emploi, Berne - Ufficio federale dello sviluppo economico e del lavoro, Berna (Federaal Bureau voor economie en arbeid, Bern).
  8. Voor de toepassing van artikel 113, lid 2, van de toepassingsverordening :
  a) met betrekking tot artikel 20, lid 1, van de toepassingsverordening :
  Gemeinsame Einrichtung KVG, Solothurn - Institution commune LaMal, Soleure - Istituzione commune LaMal, Soletta (Gemeenschappelijk orgaan voor de Wet op de ziekteverzekering, Solothurn).
  b) met betrekking tot artikel 62, lid 1, van de toepassingsverordening :
  Schweizerische Unfallversicherungsanstalt, Luzern - Caisse nationale suisse d'assurance en cas d'accidents, Lucerne - Cassa nazionale svizzera di assicurazione contro gli incidenti, Lucerna (Zwitsers Nationaal Ongevallenverzekeringsfonds, Luzern).
  k) Aan bijlage 11 wordt toegevoegd :
  Zwitserland
  Geen.
  3. 398 L 49 Richtlijn 98/49/EG van de Raad van 29 juni 1998 (PB L 209 van 25.7.1998, blz. 46) betreffende de bescherming van de rechten op aanvullend pensioen van werknemers en zelfstandigen die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen.
Art. 1N2. SECTION A. - ACTES AUXQUELS IL EST FAIT REFERENCE.
  1. 371 R 1408 1. : Règlement (CEE) n° 1408/71 du Conseil, du 14 juin 1971, relatif à l'application des régimes de sécurité sociale aux travailleurs salariés, aux travailleurs non salariés et aux membres de leur famille qui se déplacent à l'intérieur de la Communauté,
  modifié et mis à jour par :
  397 R 118 : Règlement (CE) n° 118/97 du Conseil, du 2 décembre 1996 (JO L 28 du 30.01.97, p.1) portant modification et mise à jour du règlement (CEE) n° 1408/71 relatif à l'application des régimes de sécurité sociale aux travailleurs salariés, aux travailleurs non salariés et aux membres de leur famille qui se déplacent à l'intérieur de la Communauté, et du règlement (CEE) n° 574/72 fixant les modalités d'application du règlement (CEE) n° 1408/71,
  397 R 1290 : Règlement (CE) n° 1290/97 du Conseil, du 27 juin 1997 (JO L 176 du 4.7.98, p.1), modifiant le règlement (CEE) n° 1408/71 relatif à l'application des régimes de sécurité sociale aux travailleurs salariés, aux travailleurs non salariés et aux membres de leur famille qui se déplacent à l'intérieur de la Communauté, et le règlement (CEE) n° 574/72 fixant les modalités d'application du règlement (CEE) n° 1408/71,
  398 R 1223 : Règlement (CE) n° 1223/98 du Conseil, du 4 juin 1998 (JO L 168 du 13.6.98, p. 1), modifiant le règlement (CEE) n° 1408/71 relatif à l'application des régimes de sécurité sociale aux travailleurs salariés, aux travailleurs non salariés et aux membres de leur famille qui se déplacent à l'intérieur de la Communauté, et le règlement (CEE) n° 574/72 fixant les modalités d'application du règlement (CEE) n° 1408/71.
  398 R 1606 : Règlement (CE) n° 1606/98 du Conseil, du 29 juin 1998 (JO L 209 du 25.7.98, p.1), modifiant le règlement (CEE) n° 1408/71 relatif à l'application des régimes de sécurité sociale aux travailleurs salariés, aux travailleurs non salariés et aux membres de leur famille qui se déplacent à l'intérieur de la Communauté, et le règlement (CEE) n° 574/72 fixant les modalités d'application du règlement (CEE) n° 1408/71, en vue d'étendre leur application aux régimes spéciaux des fonctionnaires.
  399 R 307 : Règlement (CE) n° 307/1999 du Conseil, du 8 février 1999 (JO L 38 du 12.2.99, p.1), modifiant le règlement (CEE) n° 1408/71 relatif à l'application des régimes de sécurité sociale aux travailleurs salariés, aux travailleurs non salariés et aux membres de leur famille qui se déplacent à l'intérieur de la Communauté et le règlement (CEE) n° 574/72 fixant les modalités d'application du règlement (CEE) n° 1408/71, en vue d'étendre leur application aux étudiants.
  Aux fins du présent accord, le règlement est adapté comme suit :
  a) l'article 95bis n'est pas applicable;
  b) l'article 95ter n'est pas applicable;
  c) l'annexe I section I est complétée par le texte suivant :
  Suisse
  Si une institution suisse est l'institution compétente pour l'octroi des prestations de soins de santé conformément au titre III chapitre 1 du règlement :
  Est considérée comme travailleur salarié au sens de l'article 1er point a) ii) du règlement toute personne qui est travailleur salarié au sens de la Loi fédérale sur l'assurance-vieillesse et survivants.
  Est considérée comme travailleur non salarié au sens de l'article 1er point a) ii) du règlement toute personne qui est travailleur non salarié au sens de la Loi fédérale sur l'assurance-vieillesse et survivants.
  d) l'annexe I section II est complétée par le texte suivant :
  Suisse
  Pour déterminer le droit aux prestations en nature en application du titre III chapitre 1 du règlement, le terme "membre de la famille" désigne le conjoint ainsi que les enfants de moins de 18 ans révolus et ceux de moins de 25 ans révolus qui fréquentent une école ou poursuivent des études ou un apprentissage.
  e) l'annexe II section I est complétée par le texte suivant :
  Suisse
  Les allocations familiales aux indépendants en application des législations cantonales pertinentes (Grisons, Lucerne et Saint-Gall).
  f) l'annexe II section II est complétée par le texte suivant :
  Suisse
  Les allocations de naissance et les allocations d'adoption en application des législations cantonales pertinentes sur les prestations familiales (Fribourg, Genève, Jura, Lucerne, Neuchâtel, Schaffhouse, Schwyz, Soleure, Uri, Valais, Vaud).
  g) l'annexe II section III est complétée par le texte suivant :
  Suisse
  Néant.
  h) l'annexe IIbis est complétée par le texte suivant :
  Suisse
  a) Les prestations complémentaires (Loi fédérale sur les prestations complémentaires du 19 mars 1965) et les prestations similaires prévues par les législations cantonales.
  b) Les rentes pour cas pénibles de l'assurance-invalidité (Article 28 paragraphe 1bis de la Loi fédérale sur l'assurance-invalidité du 19 juin 1959 dans sa version révisée du 7 octobre 1994).
  c) Les prestations non contributives de type mixte en cas de chômage, prévues par les législations cantonales.
  i) l'annexe III partie A est complétée par le texte suivant :
  Allemagne - Suisse
  a) En ce qui concerne la convention de sécurité sociale du 25 février 1964 modifiée par les conventions complémentaires n° 1 du 9 septembre 1975 et n° 2 du 2 mars 1989
  i) l'article 4 paragraphe 2 de, en ce qui concerne le paiement de prestations en espèces à des personnes résidant dans un Etat tiers;
  ii) le point 9 b paragraphe 1 points 2 à 4 du protocole final;
  iii) le point 9 e paragraphe 1 lettre b phrases 1, 2 et 4 du protocole final.
  b) En ce qui concerne l'accord d'assurance-chômage du 20 octobre 1982, modifié par le protocole additionnel du 22 décembre 1992,
  i) l'article 7 paragraphe 1;
  ii) l'article 8 paragraphe 5. L'Allemagne (commune de Büsingen) participe, à hauteur du montant de la contribution cantonale selon le droit suisse, au coût des places effectives de mesures relatives au marché du travail occupées par des travailleurs soumis à cette disposition.
  Autriche - Suisse
  L'article 4 de la convention de sécurité sociale du 15 novembre 1967 modifiée par les conventions complémentaires n° 1 du 17 mai 1973, n° 2 du 30 novembre 1977, n° 3 du 14 décembre 1987 et n° 4 du 11 décembre 1996, en ce qui concerne le paiement de prestations en espèces à des personnes résidant dans un Etat tiers.
  Belgique - Suisse
  a) L'article 3 paragraphe 1 de la convention de sécurité sociale du 24 septembre 1975 en ce qui concerne le paiement de prestations en espèces à des personnes résidant dans un Etat tiers.
  b) Le point 4 du protocole final de ladite convention en ce qui concerne le paiement de prestations en espèces à des personnes résidant dans un Etat tiers.
  Danemark - Suisse
  L'article 6 de la convention de sécurité sociale du 5 janvier 1983 modifiée par les conventions complémentaires n° 1 du 18 septembre 1985 et n° 2 du 11 avril 1996, en ce qui concerne le paiement de prestations en espèces à des personnes résidant dans un Etat tiers.
  Espagne - Suisse
  a) L'article 2 de la convention de sécurité sociale du 13 octobre 1969 modifiée par la convention complémentaire du 11 juin 1982, en ce qui concerne le paiement de prestations en espèces à des personnes résidant dans un Etat tiers.
  b) Le point 17 du protocole final à ladite convention; les personnes assurées dans l'assurance espagnole en application de cette disposition sont exemptées de l'affiliation à l'assurance-maladie suisse.
  Finlande - Suisse
  L'article 5 paragraphe 2 de la convention de sécurité sociale du 28 juin 1985.
  France - Suisse
  L'article 3 paragraphe 1 de la convention de sécurité sociale du 3 juillet 1975 en ce qui concerne le paiement de prestations en espèces à des personnes résidant dans un Etat tiers.
  Grèce - Suisse
  L'article 4 de la convention de sécurité sociale du 1er juin 1973 en ce qui concerne le paiement de prestations en espèces à des personnes résidant dans un Etat tiers.
  Italie - Suisse
  a) L'article 3 deuxième phrase de la convention de sécurité sociale du 14 décembre 1962 modifiée par la convention complémentaire du 18 décembre 1963, l'accord complémentaire n° 1 du 4 juillet 1969, le protocole supplémentaire du 25 février 1974 et l'accord complémentaire n° 2 du 2 avril 1980, en ce qui concerne le paiement de prestations en espèces à des personnes résidant dans un Etat tiers.
  b) L'article 9 paragraphe 1 de ladite convention.
  Luxembourg - Suisse
  L'article 4 paragraphe 2 de la convention de sécurité sociale du 3 juin 1967 modifiée par la convention complémentaire du 26 mars 1976.
  Pays-Bas - Suisse
  L'article 4 deuxième phrase de la convention de sécurité sociale du 27 mai 1970.
  Portugal - Suisse
  L'article 3 deuxième phrase de la convention de sécurité sociale du 11 septembre 1975modifiée par l'avenant du 11 mai 1994, en ce qui concerne le paiement de prestations en espèces à des personnes résidant dans un Etat tiers.
  Royaume - Uni-Suisse
  L'article 3 paragraphes 1 et 2 de la convention de sécurité sociale du 21 février 1968 en ce qui concerne le paiement de prestations en espèces à des personnes résidant dans un Etat tiers.
  Suède - Suisse
  L'article 5 paragraphe 2 de la convention de sécurité sociale du 20 octobre 1978.
  j) l'annexe III partie B est complétée par le texte suivant :
  Allemagne - Suisse
  a) En ce qui concerne la convention de sécurité sociale du 25 février 1964 modifiée par les conventions complémentaires n° 1 du 9 septembre 1975 et n° 2 du 2 mars 1989, l'article 4 paragraphe 2 en ce qui concerne le paiement de prestations en espèces à des personnes résidant dans un Etat tiers.
  b) En ce qui concerne l'accord d'assurance-chômage du 20 octobre 1982, modifié par le protocole additionnel du 22 décembre 1992,
  i) l'article 7 paragraphe 1;
  ii) l'article 8 paragraphe 5. L'Allemagne (commune de Büsingen) participe, à hauteur du montant de la contribution cantonale selon le droit suisse, au coût des places effectives de mesures relatives au marché du travail occupées par des travailleurs soumis à cette disposition.
  Autriche - Suisse
  L'article 4 de la convention de sécurité sociale du 15 novembre 1967 modifiée par les conventions complémentaires n° 1 du 17 mai 1973, n° 2 du 30 novembre 1977, n° 3 du 14 décembre 1987 et n° 4 du 11 décembre 1996, en ce qui concerne le paiement de prestations en espèces à des personnes résidant dans un Etat tiers.
  Belgique - Suisse
  a) L'article 3 paragraphe 1 de la convention de sécurité sociale du 24 septembre 1975 en ce qui concerne le paiement de prestations en espèces à des personnes résidant dans un Etat tiers.
  b) Le point 4 du protocole final à ladite convention en ce qui concerne le paiement de prestations en espèces à des personnes résidant dans un Etat tiers.
  Danemark - Suisse
  L'article 6 de la convention de sécurité sociale du 5 janvier 1983 modifiée par les conventions complémentaires n° 1 du 18 septembre 1985 et n° 2 du 11 avril 1996, en ce qui concerne le paiement de prestations en espèces à des personnes résidant dans un Etat tiers.
  Espagne - Suisse
  a) L'article 2 de la convention de sécurité sociale du 13 octobre 1969 modifiée par la convention complémentaire du 11 juin 1982, en ce qui concerne le paiement de prestations en espèces à des personnes résidant dans un Etat tiers.
  b) Le point 17 du protocole final à ladite convention; les personnes assurées dans l'assurance espagnole en application de cette disposition sont exemptées de l'affiliation à l'assurance-maladie suisse.
  Finlande - Suisse
  L'article 5 paragraphe 2 de la convention de sécurité sociale du 28 juin 1985.
  France - Suisse
  L'article 3 paragraphe 1 de la convention de sécurité sociale du 3 juillet 1975 en ce qui concerne le paiement de prestations en espèces à des personnes résidant dans un Etat tiers.
  Grèce - Suisse
  L'article 4 de la convention de sécurité sociale du 1er juin 1973 en ce qui concerne le paiement de prestations en espèces à des personnes résidant dans un Etat tiers.
  Italie - Suisse
  a) L'article 3 deuxième phrase de la convention de sécurité sociale du 14 décembre 1962 modifiée par la convention complémentaire du 18 décembre 1963, l'accord complémentaire n° 1 du 4 juillet 1969, le protocole supplémentaire du 25 février 1974 et l'accord complémentaire n° 2 du 2 avril 1980, en ce qui concerne le paiement de prestations en espèces à des personnes résidant dans un Etat tiers.
  b) L'article 9 paragraphe 1 de ladite convention.
  Luxembourg - Suisse
  L'article 4 paragraphe 2 de la convention de sécurité sociale du 3 juin 1967 modifiée par la convention complémentaire du 26 mars 1976.
  Pays-Bas - Suisse
  L'article 4 deuxième phrase de la convention de sécurité sociale du 27 mai 1970.
  Portugal - Suisse
  L'article 3 deuxième phrase de la convention de sécurité sociale du 11 septembre 1975 modifiée par l'avenant du 11 mai 1994 en ce qui concerne le paiement de prestations en espèces à des personnes résidant dans un Etat tiers.
  Royaume-Uni - Suisse
  L'article 3 paragraphes 1 et 2 de la convention de sécurité sociale du 21 février 1968 en ce qui concerne le paiement de prestations en espèces à des personnes résidant dans un Etat tiers.
  Suède - Suisse
  L'article 5 paragraphe 2 de la convention de sécurité sociale du 20 octobre 1978.
  k) l'annexe IV partie A est complétée par le texte suivant :
  Suisse
  Néant.
  l) l'annexe IV partie B est complétée par le texte suivant :
  Suisse
  Néant.
  m) l'annexe IV partie C est complétée par le texte suivant :
  Suisse
  Toutes les demandes de rentes de vieillesse, survivants et invalidité du régime de base ainsi que de rentes de vieillesse du régime de prévoyance professionnelle.
  n) l'annexe IV partie D2 est complétée par le texte suivant :
  Les rentes de survivants et d'invalidité selon la Loi fédérale sur la prévoyance professionnelle vieillesse, survivants et invalidité du 25 juin 1982.
  o) l'annexe VI est complétée par le texte suivant :
  1. L'article 2 de la Loi fédérale sur l'assurance-vieillesse et survivants ainsi que l'article 1er de la Loi fédérale sur l'assurance-invalidité, qui régissent l'assurance facultative dans ces branches d'assurance pour les ressortissants suisses résidant dans un Etat auquel le présent accord ne s'applique pas, sont applicables aux personnes résidant hors de Suisse ressortissants des autres Etats auxquels le présent accord s'applique ainsi qu'aux réfugiés et apatrides résidant sur le territoire de ces Etats, lorsque ces personnes déclarent leur adhésion à l'assurance facultative au plus tard une année à compter du jour où elles ont cessé d'être assurées à l'assurance-vieillesse, survivants et invalidité suisse après une période d'assurance ininterrompue d'au moins cinq ans.
  Lorsqu'une personne cesse d'être assurée à l'assurance-vieillesse, survivants et invalidité suisse après une période d'assurance ininterrompue d'au moins cinq ans, elle a le droit de continuer l'assurance avec l'accord de l'employeur, si elle travaille dans un Etat auquel le présent accord ne s'applique pas pour le compte d'un employeur en Suisse et si elle en fait la demande dans un délai de six mois à compter du jour où elle cesse d'être assurée.
  3. Assurance obligatoire dans l'assurance-maladie suisse et possibilités d'exemption
  a) Sont assurées obligatoirement dans l'assurance-maladie suisse les personnes suivantes qui ne résident pas en Suisse :
  i) les personnes soumises aux dispositions légales suisses en vertu du titre II du règlement;
  ii) les personnes pour lesquelles la Suisse est l'Etat compétent en vertu des articles 28, 28bis ou 29 du règlement;
  iii) les personnes au bénéfice de prestations de chômage de l'assurance suisse;
  iv) les membres de la famille de ces personnes ou d'un travailleur qui réside en Suisse et est assuré dans l'assurance-maladie suisse, lorsque ces membres de famille ne résident pas dans l'un des Etats suivants : Danemark, Espagne, Portugal, Suède, Royaume-Uni.
  b) Les personnes mentionnées à la lettre a) peuvent sur demande être exemptées de l'assurance obligatoire si elles résident dans l'un des Etats suivants et prouvent qu'elles y bénéficient d'une couverture en cas de maladie : Allemagne, Autriche, Finlande, Italie et, dans les cas visés sous la lettre a) i) B iii), au Portugal.
  Cette demande doit être déposée dans les trois mois qui suivent la survenance de l'obligation de s'assurer en Suisse; lorsque la demande est déposée après ce délai, l'assurance déploie ses effets dès l'affiliation.
  4. Les personnes qui résident en Allemagne, Autriche, Belgique ou aux Pays-Bas mais qui sont assurées en Suisse pour les soins en cas de maladie bénéficient en cas de séjour en Suisse de l'application par analogie de l'article 20, première et deuxième phrase du règlement. Dans ces cas, l'assureur suisse prend en charge la totalité des coûts facturés.
  5. Pour l'application des articles 22, 22a , 22b , 22c , 25 et 31 du règlement, l'assureur suisse prend en charge la totalité des coûts facturés.
  6. Le remboursement des prestations d'assurance-maladie versées par l'institution du lieu de résidence aux personnes visées au point 4 s'effectue conformément à l'article 93 du règlement (CEE) n° 574/72.
  7. Les périodes d'assurance d'indemnités journalières accomplies dans l'assurance d'un autre Etat auquel le présent accord s'applique sont prises en compte pour réduire ou lever une éventuelle réserve dans l'assurance d'indemnités journalières en cas de maternité ou de maladie lorsque la personne s'assure auprès d'un assureur suisse dans les trois mois après sa sortie de l'assurance étrangère.
  8. Tout travailleur salarié ou non salarié qui n'est plus assuré selon la législation suisse sur l'assurance-invalidité est considéré, pour l'application du titre III chapitre 3 du règlement, comme assuré par cette assurance pour l'octroi d'une rente d'invalidité ordinaire
  a) pendant la durée d'un an à compter de l'interruption de travail ayant précédé l'invalidité, s'il a dû renoncer à son activité lucrative en Suisse suite à un accident ou à une maladie et si l'invalidité a été constatée dans ce pays; il est tenu de payer des cotisations à l'assurance-vieillesse, survivants et invalidité comme s'il était domicilié en Suisse;
  b) pour la période pendant laquelle il bénéficie de mesures de réadaptation de la part de l'assurance-invalidité après la cessation de son activité lucrative; il reste soumis à l'obligation de cotiser à l'assurance-vieillesse, survivants et invalidité;
  c) dans les cas où les points a) et b) ne sont pas applicables,
  i) s'il est assuré au titre de la législation sur l'assurance-vieillesse, survivants ou invalidité d'un autre Etat auquel le présent accord s'applique à la date à laquelle le risque assuré est réalisé au sens de la législation suisse sur l'assurance-invalidité; ou
  ii) s'il a droit à une pension au titre de l'assurance-invalidité ou vieillesse d'un autre Etat auquel le présent accord s'applique ou s'il perçoit une telle pension; ou
  iii) s'il est incapable de travailler alors qu'il est soumis à la législation d'un autre Etat auquel le présent accord s'applique et a droit au versement de prestations de la part d'une assurance-maladie ou accident de cet Etat ou s'il reçoit une telle prestation; ou
  iv) s'il a droit, pour cause de chômage, au versement de prestations de la part de l'assurance-chômage d'un autre Etat auquel le présent accord s'applique ou s'il reçoit une telle prestation; ou
  v) s'il a travaillé en Suisse comme frontalier et que, pendant les trois années ayant immédiatement précédé la réalisation du risque selon la législation suisse, il a versé des cotisations au titre de cette législation pendant au moins douze mois.
  9. Le point 8 lettre a) est applicable par analogie pour l'octroi de mesures de réadaptation de l'assurance-invalidité suisse.
  p) l'annexe VII est complétée par le texte suivant :
  Exercice d'une activité non salariée en Suisse et d'une activité salariée dans tout autre Etat auquel le présent accord est applicable.
  2. 372 R 0574 : Règlement (CEE) n° 574/72 du Conseil, du 21 mars 1972, fixant les modalités d'application du règlement (CEE) n° 1408/71 relatif à l'application des régimes de sécurité sociale aux travailleurs salariés, aux travailleurs non salariés et aux membres de leur famille qui se déplacent à l'intérieur de la Communauté.
  mis à jour par :
  397 R 118 : Règlement (CE) n° 118/97 du Conseil, du 2 décembre 1996 (JO L 28 du 30.01.97, p. 1) portant modification et mise à jour du règlement (CEE) n° 1408/71 relatif à l'application des régimes de sécurité sociale aux travailleurs salariés, aux travailleurs non salariés et aux membres de leur famille qui se déplacent à l'intérieur de la Communauté, et du règlement (CEE) n° 574/72 fixant les modalités d'application du règlement (CEE) n° 1408/71,
  397 R 1290 : Règlement (CE) n° 1290/97 du Conseil, du 27 juin 1997 (JO L 176 du 4.7.98, p. 1), modifiant le règlement (CEE) n° 1408/71 relatif à l'application des régimes de sécurité sociale aux travailleurs salariés, aux travailleurs non salariés et aux membres de leur famille qui se déplacent à l'intérieur de la Communauté, et le règlement (CEE) n° 574/72 fixant les modalités d'application du règlement (CEE) n° 1408/71,
  398 R 1223 : Règlement (CE) n° 1223/98 du Conseil, du 4 juin 1998 (JO L 168 du 13.6.98 p. 1), modifiant le règlement (CEE) n° 1408/71 relatif à l'application des régimes de sécurité sociale aux travailleurs salariés, aux travailleurs non salariés et aux membres de leur famille qui se déplacent à l'intérieur de la Communauté, et le règlement (CEE) n° 574/72 fixant les modalités d'application du règlement (CEE) n° 1408/71.
  398 R 1606 : Règlement (CE) n° 1606/98 du Conseil, du 29 juin 1998 (JO L 209 du 25.7.98, p. 1), modifiant le règlement (CEE) n° 1408/71 relatif à l'application des régimes de sécurité sociale aux travailleurs salariés, aux travailleurs non salariés et aux membres de leur famille qui se déplacent à l'intérieur de la Communauté, et le règlement (CEE) n° 574/72 fixant les modalités d'application du règlement (CEE) n° 1408/71, en vue d'étendre leur application aux régimes spéciaux des fonctionnaires.
  399 R 307 : Règlement (CE) n° 307/1999 du Conseil, du 8 février 1999 (JO L 38 du 12.2.99, p. 1), modifiant le règlement (CEE) n° 1408/71 relatif à l'application des régimes de sécurité sociale aux travailleurs salariés, aux travailleurs non salariés et aux membres de leur famille qui se déplacent à l'intérieur de la Communauté et le règlement (CEE) n° 574/72 fixant les modalités d'application du règlement (CEE) n° 1408/71, en vue d'étendre leur application aux étudiants.
  Aux fins du présent accord, le règlement est adapté comme suit :
  a) l'annexe 1 est complétée par le texte suivant :
  Suisse
  1. Bundesamt für Sozialversicherung, Bern - Office fédéral des assurances sociales, Berne - Ufficio federale delle assicurazioni sociali, Berna.
  2. Bundesamt für Wirtschaft und Arbeit, Bern - Office fédéral du développement économique et de l'emploi, Berne - Ufficio federale dello sviluppo economico e del lavoro, Berna.
  b) l'annexe 2 est complétée par le texte suivant :
  Suisse
  1. Maladie et maternité
  Versicherer - Assureur - Assicuratore selon la Loi fédérale sur l'assurance-maladie, auprès duquel l'intéressé est assuré.
  2. Invalidité
  a) Assurance-invalidité :
  i) Personnes résidant en Suisse :
  IV-Stelle - Office AI - Ufficio AI, du canton de résidence.
  ii) Personnes ne résidant pas en Suisse :
  IV-Stelle für Versicherte im Ausland, Genf - Office AI pour les assurés à l'etranger, Genève - Ufficio AI per gli assicurati all'estero, Ginevra.
  b) Prévoyance professionnelle :
  Caisse de pension à laquelle est affilié le dernier employeur.
  3. Vieillesse et décès
  a) Assurance-vieillesse et survivants :
  i) Personnes résidant en Suisse :
  Ausgleichskasse - Caisse de compensation - Cassa di compensazione, à laquelle les contributions ont été payées en dernier lieu.
  ii) Personnes ne résidant pas en Suisse :
  Schweizerische Ausgleichskasse, Genf - Caisse suisse de compensation, Genève - Cassa svizzera di compensazione, Ginevra.
  b) Prévoyance professionnelle :
  Caisse de pension à laquelle est affilié le dernier employeur.
  4. Accidents du travail et maladies professionnelles
  a) Travailleurs salariés :
  Assureur contre les accidents auprès duquel l'employeur est assuré.
  b) Travailleurs non salariés :
  Assureur contre les accidents auprès duquel l'intéressé est volontairement assuré.
  5. Chômage
  a) En cas de chômage complet :
  Caisse d'assurance-chômage choisie par le travailleur.
  b) En cas de chômage partiel :
  Caisse d'assurance-chômage choisie par l'employeur.
  6. Prestations familiales :
  a) Régime fédéral :
  i) Travailleurs salariés :
  Kantonale Ausgleichskasse - Caisse cantonale de compensation - Cassa cantonale di compensazione, à laquelle est affilié l'employeur.
  ii) Travailleurs non salariés :
  Kantonale Ausgleichskasse - Caisse cantonale de compensation - Cassa cantonale di compensazione - du canton de résidence.
  b) Régimes cantonaux :
  i) Travailleurs salariés :
  Familienausgleichskasse - Caisse de compensation familiale - Cassa di compensazione familiale, à laquelle est affilié l'employeur,
  ou l'employeur.
  ii) Travailleurs non salariés :
  L'institution désignée par le canton.
  c) l'annexe 3 est complétée par le texte suivant :
  Suisse
  1. Maladie et maternité
  Gemeinsame Einrichtung KVG, Solothurn - Institution commune LaMal, Soleure - Istituzione commune LaMal, Soletta.
  2. Invalidité
  a) Assurance-invalidité :
  Schweizerische Ausgleichskasse, Genf - Caisse suisse de compensation, Genève - Cassa svizzera di compensazione, Ginevra.
  b) Prévoyance professionnelle :
  Sicherheitsfonds B Fonds de garantie B Fondo di garanzia LPP.
  3. Vieillesse et décès
  a) Assurance-vieillesse et survivants :
  Schweizerische Ausgleichskasse, Genf - Caisse suisse de compensation, Genève - Cassa svizzera di compensazione, Ginevra.
  b) Prévoyance professionnelle :
  Sicherheitsfonds B Fonds de garantie B Fondo di garanzia LPP.
  4. Accidents du travail et maladies professionnelles :
  Schweizerische Unfallversicherungsanstalt, Luzern - Caisse nationale suisse d'assurance en cas d'accidents, Lucerne - Cassa nazionale svizzera di assicurazione contro gli incidenti, Lucerna.
  5. Chômage :
  a) En cas de chômage complet :
  Caisse de chômage choisie par le travailleur salarié.
  b) En cas de chômage partiel :
  Caisse de chômage choisie par l'employeur.
  6. Prestations familiales
  L'institution désignée par le canton de résidence ou de séjour.
  d) l'annexe 4 est complétée par le texte suivant :
  Suisse
  1. Maladie et maternité
  Gemeinsame Einrichtung KVG, Solothurn B Institutionna commune LaMal, Soleure B Istituzione commune LaMal, Soletta.
  2. Invalidité
  a) Assurance-invalidité :
  Schweizerische Ausgleichskasse, Genf - Caisse suisse de compensation, Genève - Cassa svizzera di compensazione, Ginevra.
  b) Prévoyance professionnelle :
  Sicherheitsfonds B Fonds de garantie B Fondo di garanzia LPP.
  3. Vieillesse et décès
  a) Assurance-vieillesse et survivants :
  Schweizerische Ausgleichskasse, Genf - Caisse suisse de compensation, Genève - Cassa svizzera di compensazione, Ginevra.
  b) Prévoyance professionnelle :
  Sicherheitsfonds B Fonds de garantie B Fondo di garanzia LPP.
  4. Accidents du travail et maladies professionnelles
  Schweizerische Unfallversicherungsanstalt, Luzern - Caisse nationale suisse d'assurance en cas d'accidents, Lucerne - Cassa nazionale svizzera di assicurazione contro gli incidenti, Lucerna.
  5. Chômage
  Bundesamt für Wirtschaft und Arbeit, Bern - Office fédéral du développement économique et de l'emploi, Berne - Ufficio federale dello sviluppo economico e del lavoro, Berna.
  6. Prestations familiales
  Bundesamt für Sozialversicherung, Bern - Office fédéral des assurances sociales, Berne - Ufficio federale delle assicurazioni sociali, Berna.
  e) l'annexe 5 est complétée par le texte suivant :
  Suisse
  Néant.
  f) l'annexe 6 est complétée par le texte suivant :
  Suisse
  Paiement direct.
  g) l'annexe 7 est complétée par le texte suivant :
  Suisse
  Schweizerische Nationalbank, Zürich - Banque nationale suisse, Zurich - Banca nazionale svizzera, Zurigo.
  h) l'annexe 8 est complétée par le texte suivant :
  Suisse
  Néant.
  i) l'annexe 9 est complétée par le texte suivant :
  Suisse
  Le coût moyen annuel des prestations en nature est calculé en prenant en considération les prestations octroyées par les assureurs conformément aux dispositions de la législation fédérale sur l'assurance-maladie.
  j) l'annexe 10 est complétée par le texte suivant :
  Suisse
  1. Pour l'application de l'article 11 paragraphe 1 du règlement d'application :
  a) en relation avec l'article 14 paragraphe 1 et l'article 14ter paragraphe 1 du règlement :
  Ausgleichskasse der Alters-, Hinterlassenen- und Invalidenversicherung - Caisse de compensation de l'assurance-vieillesse, survivants et invalidité - Cassa die compensazione dell'assicurazione vecchiaia, superstiti e invalidità - compétente;
  b) en relation avec l'article 17 du règlement :
  Bundesamt für Sozialversicherung, Bern - Office fédéral des assurances sociales, Berne - Ufficio federale delle assicurazioni sociali, Berna.
  2. Pour l'application de l'article 11bis paragraphe 1 du règlement d'application :
  a) en relation avec l'article 14bis paragraphe 1 et l'article 14ter paragraphe 2 du règlement :
  Ausgleichskasse der Alters-, Hinterlassenen- und Invalidenversicherung - Caisse de compensation de l'assurance-vieillesse, survivants et invalidité - Cassa die compensazione dell'assicurazione vecchiaia, superstiti e invalidità - compétente;
  b) en relation avec l'article 17 du règlement :
  Bundesamt für Sozialversicherung, Bern - Office fédéral des assurances sociales, Berne - Ufficio federale delle assicurazioni sociali, Berna.
  3. Pour l'application de l'article 12bis du règlement d'application :
  Ausgleichskasse der Alters-, Hinterlassenen- und Invalidenversicherung - Caisse de compensation de l'assurance-vieillesse, survivants et invalidité - Cassa die compensazione dell'assicurazione vecchiaia, superstiti e invalidità - competente.
  4. Pour l'application de l'article 13 paragraphes 2 et 3 et de l'article 14 paragraphes 1 et 2 du règlement d'application :
  Eidgenössische Ausgleichskasse, Bern - Caisse fédérale de compensation, Berne - Cassa federale di compensazione, Berna.
  5. Pour l'application de l'article 38 paragraphe 1, de l'article 70 paragraphe 1, de l'article 82 paragraphe 2 et de l'article 86 paragraphe 2 du règlement d'application :
  Gemeindeverwaltung - Administration communale - Amministrazione communale, du lieu de résidence.
  6. Pour l'application de l'article 80 paragraphe 2 et de l'article 81 du règlement d'application :
  Bundesamt für Wirtschaft und Arbeit, Bern - Office fédéral du développement économique et de l'emploi, Berne - Ufficio federale dello sviluppo economico e del lavoro, Berna.
  7. Pour l'application de l'article 102 paragraphe 2 du règlement d'application :
  a) en relation avec l'article 36 du règlement :
  Gemeinsame Einrichtung KVG, Solothurn - Institution commune LaMal, Soleure - Istituzione commune LaMal, Soletta.
  b) en relation avec l'article 63 du règlement :
  Schweizerische Unfallversicherungsanstalt, Luzern - Caisse nationale suisse d'assurance en cas d'accidents, Lucerne - Cassa nazionale svizzera di assicurazione contro gli incidente, Lucerna;
  c) en relation avec l'article 70 du règlement :
  Bundesamt für Wirtschaft und Arbeit, Bern - Office fédéral du développement économique et de l'emploi, Berne - Ufficio federale dello sviluppo economico e del lavoro, Berna.
  8. Pour l'application de l'article 113 paragraphe 2 du règlement d'application :
  a) en relation avec l'article 20 paragraphe 1 du règlement d'application :
  Gemeinsame Einrichtung KVG, Solothurn - Institution commune LaMal, Soleure - Istituzione commune LaMal, Soletta.
  b) en relation avec l'article 62 paragraphe 1 du règlement d'application :
  Schweizerische Unfallversicherungsanstalt, Luzern - Caisse nationale suisse d'assurance en cas d'accidents, Lucerne - Cassa nazionale svizzera di assicurazione contro gli incidenti, Lucerna.
  k) l'annexe 11 est complétée par le texte suivant :
  Suisse
  Néant.
  3. 398 L 49 Directive 98/49 CE du Conseil du 29 juin 1998 (JO L 209 du 25.7.1998 p.46) relative à la sauvegarde des droits à pension complémentaire des travailleurs salariés et non salariés qui se déplacent à l'intérieur de la Communauté.
Art. 2N2. SECTIE B. BESLUITEN WAARVAN DE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN GOEDE NOTA NEMEN.
  4.1 373 Y 0919(02) : Besluit nr. 74 van 22 februari 1973 betreffende het verlenen van geneeskundige behandeling bij tijdelijk verblijf, met toepassing van artikel 22, lid 1, sub a) , i), van Verordening (EEG) nr. 1408/71, en artikel 21 van Verordening (EEG) nr. 574/72 (PB C 75 van 19.9.1973, blz. 4).
  4.2 373 Y 0919(03) : Besluit nr. 75 van 22 februari 1973 betreffende de behandeling van verzoeken om herziening ingediend op grond van artikel 94, lid 5, van Verordening (EEG) nr. 1408/71 door rechthebbenden op invaliditeitspensioen (PB C 75 van 19.9.1973, blz. 5).
  4.3 373 Y 0919(06) : Besluit nr. 78 van 22 februari 1973 betreffende de interpretatie van artikel 7, lid 1, sub a) , van Verordening (EEG) nr. 574/72 omtrent de wijze van toepassing van de bepalingen inzake vermindering of schorsing (PB C 75 van 19.9.1973, blz. 8).
  4.4 373 Y 0919(07) : Besluit nr. 79 van 22 februari 1973 betreffende de interpretatie van artikel 48, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1408/71, inzake de samentelling van tijdvakken van verzekering en daarmee gelijkgestelde tijdvakken voor wat betreft de verzekering tegen de gevolgen van invaliditeit, ouderdom en overlijden (PB C 75 van 19.9.1973, blz. 9).
  4.5 373 Y 0919(09) : Besluit nr. 81 van 22 februari 1973 betreffende de samentelling van tijdvakken van verzekering, vervuld met het verrichten van bepaalde werkzaamheden met toepassing van artikel 45, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1408/71 (PB C 75 van 19.9.1973, blz. 11).
  4.6 373 Y 0919(11) : Besluit nr. 83 van 22 februari 1973 betreffende de interpretatie van artikel 68, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1408/71 en van artikel 82 van Verordening (EEG) nr. 574/72 inzake de verhoging van werkloosheidsuitkeringen wegens gezinslasten (PB C 75 van 19.9.1973, blz. 14).
  4.7 373 Y 0919(13) : Besluit nr. 85 van 22 februari 1973 betreffende de interpretatie van artikel 57, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 1408/71 en van artikel 67, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 574/72 met betrekking tot de vaststelling van de toepasselijke wettelijke regeling en het orgaan dat voor de toekenning van uitkeringen bij beroepsziekten bevoegd is (PB C 75 van 19.9.1973, blz. 17).
  4.8 373 Y 1113(02) : Besluit nr. 86 van 24 september 1973 betreffende de werkwijze en de samenstelling van de Rekencommissie bij de Administratieve Commissie van de Europese Gemeenschappen voor de sociale zekerheid van migrerende werknemers (PB C 96 van 13.11.1973, blz. 2), gewijzigd bij :
  395 D 0512 : Besluit nr. 159 van 3 oktober 1995 (PB L 294, 8.12.95, blz. 38).
  4.9 374 Y 0720(06) : Besluit nr. 89 van 20 maart 1973 betreffende de interpretatie van artikel 16, leden 1 en 2, van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad inzake de leden van het bedienende personeel van diplomatieke zendingen en consulaire posten (PB C 86 van 20.7.1974, blz. 7).
  4.10 374 Y 0720(07) : Besluit nr. 91 van 12 juli 1973 inzake de interpretatie van artikel 46, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad betreffende de vaststelling van de uitkeringen die ingevolge lid 1 van dit artikel verschuldigd zijn (PB C 86 van 20.7.1974, blz. 8).
  4.11 374 Y 0823(04) : Besluit nr. 95 van 24 januari 1974 inzake de interpretatie van artikel 46, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1408/71 betreffende de " pro rata temporis "-berekening van pensioenen (PB C 99 van 23.8.1974, blz. 5).
  4.12 374 Y 1017(03) : Besluit nr. 96 van 15 maart 1974 betreffende de herziening van het recht op uitkeringen met toepassing van artikel 49, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad (PB C 126 van 17.10.1974, blz. 23).
  4.13 375 Y 0705(02) : Besluit nr. 99 van 13 maart 1975 betreffende de interpretatie van artikel 107, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 574/72 met betrekking tot de verplichting tot herberekening van lopende uitkeringen (PB C 150 van 5.7.1975, blz. 2).
  4.14 375 Y 0705(03) : Besluit nr. 100 van 23 januari 1975 betreffende de terugbetaling van door het orgaan van de woon- of verblijfplaats voor rekening van het bevoegde orgaan verleende uitkeringen, alsmede de wijze van terugbetaling van deze uitkeringen (PB C 150 van 5.7.1975, blz. 3).
  4.15 376 Y 0526(03) : Besluit nr. 105 van 19 december 1975 betreffende de toepassing van artikel 50 van Verordening (EEG) nr. 1408/71 (PB C 117 van 26.5.1976, blz. 3).
  4.16 378 Y 0530(02) : Besluit nr. 109 van 18 november 1977 tot wijziging van Besluit nr. 92 van 22 november 1973 betreffende het begrip " verstrekkingen " uit de ziekte- en moederschapsverzekering bedoeld in de artikelen 19, leden 1 en 2, 22, 25, leden 1, 3 en 4, 26, 28, lid 1, 28 bis , 29 en 31 van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad en het vaststellen van de ingevolge de artikelen 93, 94 en 95 van Verordening (EEG) nr. 574/72 van de Raad te vergoeden bedragen en de met toepassing van artikel 102, lid 4, van deze verordening te betalen voorschotten (PB C 125 van 30.5.1978, blz. 2).
  4.17 383 Y 0115 : Besluit nr. 115 van 15 december 1982 betreffende de verschaffing van prothesen, hulpmiddelen van grotere omvang en andere belangrijke verstrekkingen als bedoeld in artikel 24, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1408/71 (PB C 193 van 20.7.1983, blz. 7).
  4.18 383 Y 0117 : Besluit nr. 117 van 7 juli 1982 betreffende de wijze van toepassing van artikel 50, lid 1, sub a), van Verordening (EEG) nr. 574/72 van de Raad van 21 maart 1972 (PB C 238 van 7.9.1983, blz. 3), gewijzigd bij :
  1 94 N : Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor de Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden en de aanpassing van de Verdragen waarop de Europese Unie is gegrond (PB C 241 van 29.8.1994, blz. 21, gewijzigd bij PB L 1 van 1.1.1995, p.1).
  De bepalingen van het besluit worden voor de toepassing van deze Overeenkomst als volgt gelezen :
  Aan artikel 2, lid 2, wordt toegevoegd :
  Zwitserland
  Schweizerische Ausgleichskasse, Genf - Caisse suisse de compensation, Genève - Cassa svizzera di compensazione, Ginevra (Zwitsers Vereffeningsfonds, Genève).
  4.19 383 Y 1112(02) : Besluit nr. 118 van 20 april 1983 tot wijziging van Besluit nr. 104 van 29 mei 1975 betreffende de wijze van toepassing van artikel 50, lid 1, sub b), van Verordening (EEG) nr. 574/72 van de Raad van 21 maart 1972 (PB C 306 van 12.11.1983, blz. 2), gewijzigd bij :
  1 94 N : Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor de Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden en de aanpassing van de Verdragen waarop de Europese Unie is gegrond (PB C 241 van 29.8.1994, blz. 21, gewijzigd bij PB L 1 van 1.1.1995, blz. 1).
  De bepalingen van het besluit worden voor de toepassing van deze Overeenkomst als volgt gelezen :
  Aan artikel 2, lid 4, wordt toegevoegd :
  Zwitserland
  Schweizerische Ausgleichskasse, Genf - Caisse suisse de compensation, Genève - Cassa svizzera di compensazione, Ginevra (Zwitsers Vereffeningsfonds, Genève).
  4.20 383 Y 1102 (03) : Besluit nr. 119 van 24 februari 1983 betreffende de interpretatie van de artikelen 76 en 79, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 1408/71, alsmede van artikel 10, lid 1, van Verordening (EEG) nr. 574/72 inzake de samenloop van gezins- of kinderbijslagen (PB C 295 van 2.11. 1983, blz. 3).
  4.21 383 Y 0121 : Besluit nr. 121 van 21 april 1983 betreffende de interpretatie van artikel 17, lid 7, van Verordening (EEG) nr. 574/72 met betrekking tot de toekenning van prothesen, hulmiddelen van grotere omvang en andere belangrijke verstrekkingen (PB C 193 van 20.7.1983, blz. 10).
  4.22 386 Y 0126 : Besluit nr. 126 van 17 oktober 1985 betreffende de toepassing van de artikelen 14, lid 1, sub a) , 14 bis , lid 1, sub a) , en 14ter , leden 1 en 2, van Verordening (EEG) nr. 1408/71 (PB C 141 van 76.1986, blz. 3).
  4.23 387 D XXX : Besluit nr. 132 van 23 april 1987 betreffende de interpretatie van artikel 40, lid 3, onder a) , ii), van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 (PB C 271 van 9.10.1987, blz. 3).
  4.24 387 D 284 : Besluit nr. 133 van 2 juli 1987 betreffende de toepassing van artikel 17, lid 7, en artikel 60, lid 6, van Verordening (EEG) nr. 574/72 (PB C 284 van 22.10.1987, blz. 3, et PB C 64 van 9.3.1988, blz. 13).
  4.25 388 D XXX : Besluit nr. 134 van 1 juli 1987 betreffende de interpretatie van artikel 45, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1408/71, met betrekking tot de samentelling van tijdvakken van verzekering die in een of meer lidstaten in een aan een bijzonder stelsel onderworpen beroep zijn vervuld (PB C 64 van 9.3.1988, blz. 4).
  4.26 388 D XXX : Besluit nr. 135 van 1 juli 1987 betreffende de verlening van verstrekkingen als bedoeld in de artikelen 17, lid 7, en 60, lid 6, van Verordening (EEG) nr. 574/72 en het begrip spoedgevallen als bedoeld in artikel 20 van Verordening (EEG) nr. 1408/71 en onmiskenbare spoedgevallen als bedoeld in de artikelen 17, lid 7, en 60, lid 6, van Verordening (EEG) nr. 574/72 (PB C 281 van 9.3.1988, blz. 7), gewijzigd bij :
  1 94 N : Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor de Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden en de aanpassing van de Verdragen waarop de Europese Unie is gegrond (PB C 241 van 29.8.1994, blz. 21, gewijzigd bij PB L 1 van 1.1.1995, blz. 1).
  De bepalingen van het besluit worden voor de toepassing van deze Overeenkomst als volgt gelezen :
  Aan artikel 2, lid 2, wordt toegevoegd :
  SFR 800 voor het orgaan van de woonplaats in Zwitserland.
  4.27 388 D 64 : Besluit nr. 136 van 1 juli 1987 inzake de interpretatie van artikel 45, leden 1 tot en met 3, van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad met betrekking tot het in aanmerking nemen van tijdvakken van verzekering welke krachtens de wetgeving van andere lidstaten zijn vervuld met het oog op het verkrijgen, het behoud of het herstel van het recht op uitkeringen (PB C 64 van 9.3.1988, blz. 7), gewijzigd bij :
  1 94 N : Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor de Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden en de aanpassing van de Verdragen waarop de Europese Unie is gegrond (PB C 241 van 29.8.1994, blz. 21, gewijzigd bij PB L 1 van 1.1.1995, p.1).
  De bepalingen van het besluit worden voor de toepassing van deze Overeenkomst als volgt gelezen :
  Aan de bijlage wordt toegevoegd :
  Zwitserland
  Geen.
  4.28 389 D 606 : Besluit nr. 137 van 15 december 1988 betreffende de toepassing van artikel 15, lid 3. van Verordening (EEG) nr. 574/72 (PB C 140 van 6.6.1989, blz. 3).
  4.29 389 D XXX : Besluit nr. 138 van 17 februari 1989 betreffende de interpretatie van artikel 22, lid 1, onder c) , i), van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad in het geval van transplantatie van organen of andere chirurgische ingrepen waarvoor analyses van biologische monsters nodig zijn, terwijl de betrokkene zich niet in de lidstaat bevindt waar de analyses worden uitgevoerd (PB C 287 van 15.11.1989, blz. 3).
  4.30 390 D XXX : Besluit nr. 139 van 30 juni 1989 betreffende de in aanmerking te nemen datum voor het bepalen van de omrekeningskoersen als bedoeld in artikel 107 van Verordening (EEG) nr. 574/72, welke bij de berekening van bepaalde uitkeringen en premies moeten worden toegepast (PB C 94 van 12.4.1990, blz. 3).
  4.31 390 D XXX : Besluit nr. 140 van 17 oktober 1989 betreffende de omrekeningskoers toe te passen door het orgaan van de woonplaats van een volledig werkloze grensarbeider op het door deze werknemer in de bevoegde lidstaat laatst ontvangen loon (PB C 94 van 12.4.1990, blz. 4).
  4.32 390 D XXX : Besluit nr. 141 van 17 oktober 1989 tot wijziging van Besluit nr. 127 van 17 oktober 1985 betreffende het opstellen van de inventarissen als bedoeld in artikel 94, lid 4, en artikel 95, lid 4, van Verordening (EEG) nr. 574/72 (PB C 94 van 12.4. 1990, blz. 5).
  4.33 390 D XXX : Besluit nr. 142 van 13 februari 1990 betreffende de toepassing van de artikelen 73, 74 en 75 van Verordening (EEG) nr. 1408/71 (PB C 80 van 30.3.1990, blz. 7).
  De bepalingen van het besluit worden voor de toepassing van deze Overeenkomst als volgt gelezen :
  a) Punt 1 is niet van toepassing;
  b) Punt 3 is niet van toepassing.
  4.34 391 D 140 : Besluit nr. 144 van 9 april 1990 betreffende de modelformulieren ten behoeve van de toepassing van de Verordeningen (EEG) nr. 1408/71 en (EEG) nr. 574/72 van de Raad (E 401-E 410 F) (PB L 71 van 18.3.1991, blz. 1).
  4.35 391 D 425 : Besluit nr. 147 van 10 oktober 1990 betreffende de toepassing van artikel 76 van Verordening (EEG) nr. 1408/71 (PB L 235 van 23.8.1991, blz. 21), gewijzigd bij :
  395 D 353 : Besluit nr. 155 van 6 juli 1994 (E 401-411) (PB L 209, 5.9.1995, blz. 1).
  4.36 393 D 22 : Besluit nr. 148 van 25 juni 1992 inzake het gebruik van de verklaring betreffende de toepasselijke wetgeving (E 101) bij detacheringen van ten hoogste drie maanden (PB L 22 van 30.1.1993, blz. 124).
  4.37 393 D 825 : Besluit nr. 150 van 26 juni 1992 betreffende de toepassing van de artikelen 77, 78 en 79, lid 3, van Verordening (EEG) nr. 1408/71 en van artikel 10, lid 1, onder b), ii), van Verordening (EEG) nr. 574/72 (PB C 229 van 25.8.1993, blz. 5) gewijzigd bij :
  1 94 N : Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor de Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden en de aanpassing van de Verdragen waarop de Europese Unie is gegrond (PB C 241 van 29.8.1994, blz. 21, gewijzigd bij PB L 1 van 1.1.1995, p.1).
  De bepalingen van het besluit worden voor de toepassing van deze Overeenkomst als volgt gelezen :
  Zwitserland
  Schweizerische Ausgleichskasse, Genf - Caisse suisse de compensation, Genève - Cassa svizzera di compensazione, Ginevra (Zwitsers Vereffeningsfonds, Genève).
  4.38 394 D 602 : Besluit nr. 151 van 22 april 1993 betreffende de toepassing van artikel 10 bis van Verordening (EEG) nr. 1408/71 en van artikel 2 van Verordening (EEG) nr. 1247/92 (PB L 244 van 19.9.1994, blz. 1).
  De bepalingen van het besluit worden voor de toepassing van deze Overeenkomst als volgt gelezen :
  Aan de bijlage wordt toegevoegd :
  Zwitserland
  1. Invaliditeit, ouderdom en overlijden
  a) Invaliditeitsverzekering
  Schweizerische Ausgleichskasse, Genf - Caisse suisse de compensation, Genève - Cassa svizzera di compensazione, Ginevra (Zwitsers Vereffeningsfonds, Genève).
  b) Beroepsregeling
  Sicherheitsfonds - Fonds de Garantie - Fondo di Garanzia LPP.
  2. Werkloosheid
  Bundesamt für Wirtschaft und Arbeit, Bern - Office fédéral du développement économique et de l'emploi, Berne - Ufficio federale dello sviluppo economico e del lavoro, Berna (Federaal Bureau voor economie en arbeid, Bern).
  3. Gezinsbijslagen
  Bundesamt für Sozialversicherung, Bern - Office fédéral des assurances sociales, Berne - Ufficio federale delle assicurazioni sociali, Berna (Federaal Bureau voor sociale verzekeringen, Bern).
  4.39 394 D 604 : Besluit nr. 153 van 7 oktober 1993 betreffende de modelformulieren ten behoeve van de toepassing van de Verordeningen (EEG) nr. 1408/71 en (EEG) nr. 574/72 van de Raad (E 001, E 103-E 127) (PB L 244 van 19.9.1994, blz. 22).
  4.40 394 D 605 : Besluit nr. 154 van 8 februari 1994 betreffende de modelformulieren ten behoeve van de Verordeningen (EEG) nr. 1408/71 en (EEG) nr. 574/72 van de Raad (E 301, E 302, E 303) (PB L 244 van 19.9.1994, blz. 123).
  4.41 395 D 353 : Besluit nr. 155 van 6 juli 1994 betreffende de modelformulieren ten behoeve van toepassing van de Verordeningen (EEG) nr. 1408/71 en (EEG) nr. 574/72 van de Raad (E 401-411) (PB L 244 van 5.9.1995, blz. 1).
  4.42 395 D 419 : Besluit nr. 156 van 7 april 1995 betreffende de voorrangsregels van de ziekte- en moederschapsverzekering (PB L 249 van 17.10.1995, blz. 41).
  4.43 396 D 732 : Besluit nr. 158 van 27 november 1995 betreffende de modelformulieren ten behoeve van de toepassing van de Verordeningen (EEG) nr. 1408/71 en (EEG) nr. 574/72 van de Raad (E 201 tot en met E 215) (PB L 336 van 27.12.1996, blz. 1).
  4.44 395 D 512 : Besluit nr. 159 van 3 oktober 1995 tot wijziging van Besluit nr. 86 van 24 september 1973 betreffende de werkwijze en de samenstelling van de Rekencommissie bij de Administratieve Commissie van de Europese Gemeenschappen voor de Sociale Zekerheid van Migrerende Werknemers (PB L 294 van 8.12.1995, blz. 38)
  4.45 396 D 172 : Besluit nr. 160 van 28 november 1995 betreffende de strekking van artikel 71, lid 1, onder b), ii), van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad inzake het recht op werkloosheidsuitkeringen voor werknemers die geen grensarbeiders zijn en die tijdens het verrichten van hun laatste werkzaamheden op het grondgebied van een andere dan de bevoegde lidstaat woonden (PB C 49 van 28.2.1996, blz. 31).
  4.46 396 D 249 : Besluit nr. 161 van 15 februari 1996 betreffende de vergoeding door het bevoegde orgaan van een lidstaat van de bij verblijf in een andere lidstaat gemaakte kosten volgens de in artikel 34, lid 4, van Verordening (EEG) nr. 574/72 bedoelde methode (PB L 83 van 2.4.1996, blz. 19).
  4.47 396 D 554 : Besluit nr. 162 van 31 mei 1996 betreffende de uitlegging van artikel 14, lid 1, en van artikel 14ter , lid 1, van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad betreffende de wetgeving die van toepassing is op gedetacheerde werknemers (PB L 241, 21.9.1996, blz. 28).
  4.48 396 D 555 : Besluit nr. 163 van 31 mei 1996 betreffende de interpretatie van artikel 22, lid 1, onder a) , van Verordening (EEG) nr. 1408/71 met betrekking tot personen die een nierdialysebehandeling of een zuurstofbehandeling ondergaan (PB L 241, 21.9.1996, blz. 31).
  4.49 397 D 533 : Besluit nr. 164 van 27 november 1996 betreffende de modelformulieren ten behoeve van de toepassing van de Verordeningen (EEG) nr. 1408/71 en (EEG) nr. 574/72 van de Raad (E 101 en E 102) (PB L 216 van 8.8.1997, blz. 85).
  4.50 397 D 0823 : Besluit nr. 165 van 30 juni 1997 betreffende de modelformulieren ten behoeve van de toepassing van de Verordeningen (EEG) nr. 1408/71 en (EEG) nr. 574/72 van de Raad (E 128 en E 128 B) (PB L 341 van 12.12.1997, blz. 61).
  4.51 398 D 0441 : Besluit nr. 166 van 2 oktober 1997 van de Administratieve Commissie van de Europese Gemeenschappen voor de sociale zekerheid van migrerende werknemers betreffende de wijziging van de modelformulieren E 106 en E 109 (PB L 195 van 11/07/1998 blz. 25).
  4.52 398 D 0442 : Besluit nr. 167 van 2 december 1997 van de Administratieve Commissie van de Europese Gemeenschappen voor de sociale zekerheid van migrerende werknemers tot wijziging van Besluit nr. 146 van 10 oktober 1990 betreffende de interpretatie van artikel 94, lid 9, van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad (PB L 195 van 11/07/1998 blz. 35).
  4.53 398 D 0443 : Besluit nr. 168 van 11 juni 1998 van de Administratieve Commissie van de Europese Gemeenschappen voor de sociale zekerheid van migrerende werknemers betreffende wijziging van de modelformulieren E 121 en E 127 en de intrekking van formulier E 122 (PB L 195 van 11.7.1998, blz. 37).
  4.54 398 D 0444 : Besluit nr. 169 van 11 juni 1998 van de Administratieve Commissie van de Europese Gemeenschappen voor de sociale zekerheid van migrerende werknemers betreffende de werkmethodes en de samenstelling van de Technische Commissie voor de gegevensverwerking van de Administratieve Commissie voor de sociale zekerheid van migrerende werknemers (PB L 195 van 11.7.1998, blz. 46).
  4.55 398 D 0565 : Besluit nr. 170 van 11 juni 1998 tot wijziging van Besluit nr. 141 betreffende het opstellen van de inventarissen bedoeld in artikel 94, lid 4, en artikel 95, lid 4, van Verordening (EEG) nr. 574/72 van de Raad van 21 maart 1972 (PB L 275 van 10.10.1998, blz. 40).
Art. 2N2. SECTION B. - ACTES QUE LES PARTIES CONTRACTANTES PRENNENT EN CONSIDERATION.
  4.1 373 D 0919(02) : Décision n° 74, du 22 février 1973, concernant l'octroi des soins médicaux en cas de séjour temporaire, en application de l'article 22 paragraphe 1 point a) i) du règlement (CEE) n° 1408/71 et de l'article 21 du règlement (CEE) n° 574/72 (JO C 75 du 19.9.1973, p. 4).
  4.2 373 D 0919(03) : Décision n° 75, du 22 février 1973, concernant l'instruction des demandes en révision introduites sur la base de l'article 94 paragraphe 5 du règlement (CEE) n° 1408/71 par les titulaires de pension d'invalidité (JO C 75 du 19.9.1973, p. 5).
  4.3 373 D 0919(06) : Décision n° 78, du 22 février 1973, concernant l'interprétation de l'article 7 paragraphe 1 point a) du règlement (CEE) n° 574/72, relatif aux modalités d'application des clauses de réduction ou de suspension (JO C 75 du 19.9.1973, p. 8).
  4.4 373 D 0919(07) : Décision n° 79, du 22 février 1973, concernant l'interprétation de l'article 48 paragraphe 2 du règlement (CEE) n° 1408/71, relatif à la totalisation des périodes d'assurance et des périodes assimilées en matière d'assurance invalidité-vieillesse-décès (JO C 75 du 19.9.1973, p. 9).
  4.5 373 D 0919(09) : Décision n° 81, du 22 février 1973, concernant la totalisation des périodes d'assurance accomplies dans un emploi déterminé, en application de l'article 45 paragraphe 2 du règlement (CEE) n° 1408/71 (JO C 75 du 19.9.1973, p. 11).
  4.6 373 D 0919(11) : Décision n° 83, du 22 février 1973, concernant l'interprétation de l'article 68 paragraphe 2 du règlement (CEE) n° 1408/71 et de l'article 82 du règlement (CEE) n° 574/72, relatifs aux majorations des prestations de chômage pour charge de famille (JO C 75 du 19.9.1973, p. 14).
  4.7 373 D 0919(13) : Décision n° 85, du 22 février 1973, concernant l'interprétation de l'article 57 paragraphe 1 du règlement (CEE) n° 1408/71 et de l'article 67 paragraphe 3 du règlement (CEE) n° 574/72, relatif à la détermination de la législation applicable et de l'institution compétente pour l'octroi des prestations de maladies professionnelles (JO C 75 du 19.9.1973, p. 17).
  4.8 373 D 1113(02) : Décision n° 86, du 24 septembre 1973, concernant les modalités de fonctionnement et la composition de la Commission des comptes près la Commission administrative des Communautés européennes pour la sécurité sociale des travailleurs migrants (JO C 96 du 13.11.1973, p. 2) modifiée par :
  395 D 0512 : Décision n° 159, du 3 octobre 1995 (JO L 294, 8.12.95, p. 38).
  4.9 374 D 0720(06) : Décision n° 89, du 20 mars 1973, concernant 'interprétation de l'article 16 paragraphes 1 et 2 du règlement (CEE) n° 1408/71 du Conseil relatif aux membres du personnel de service des missions diplomatiques ou postes consulaires (JO n° C 86 du 20.7.1974, p. 7).
  4.10 374 D 0720(07) : Décision n° 91, du 12 juillet 1973, concernant l'interprétation de l'article 46 paragraphe 3 du règlement (CEE) n° 1408/71 du Conseil relatif à la liquidation des prestations dues au titre du paragraphe 1 dudit article (JO C 86 du 20.7.1974, p. 8).
  4.11 374 D 0823(04) : Décision n° 95, du 24 janvier 1974, concernant l'interprétation de l'article 46 paragraphe 2 du règlement (CEE) n° 1408/71 relatif au calcul "prorata temporis" des pensions (JO C 99 du 23.8.1974, p. 5).
  4.12 374 D 1017(03) : Décision n° 96, du 15 mars 1974, concernant la révision des droits aux prestations en application de l'article 49 paragraphe 2 du règlement (CEE) n° 1408/71 du Conseil (JO C 126 du 17.10.1974, p. 23).
  4.13 375 D 0705(02) : Décision n° 99, du 13 mars 1975, concernant l'interprétation de l'article 107 paragraphe 1 du règlement (CEE) n° 574/72 quant à l'obligation de recalculer les prestations en cours (JO C 150 du 5.7.1975, p. 2).
  4.14 375 D 0705(03) : Décision n° 100, du 23 janvier 1975, concernant le remboursement des prestations en espèces servies par les institutions du lieu de résidence ou de séjour pour le compte de l'institution compétente et les modalités du remboursement de ces prestations (JO C 150 du 5.7.1975, p. 3).
  4.15 376 D 0526(03) : Décision n° 105, du 19 décembre 1975, concernant l'application de l'article 50 du règlement (CEE) n° 1408/71 (JO C 117 du 26.5.1976, p. 3).
  4.16 378 D 0530(02) : Décision n° 109, du 18 novembre 1977, portant modification de la décision n° 92 du 22 novembre 1973 concernant la notion de prestations en nature de l'assurance maladie-maternité visée aux articles 19 paragraphes 1 et 2, 22, 25 paragraphes 1, 3 et 4, 26, 28 paragraphe 1, 28 bis , 29 et 31 du règlement (CEE) n° 1408/71 du Conseil et de la détermination des montants à rembourser en vertu des articles 93, 94 et 95 du règlement (CEE) n° 574/72 du Conseil ainsi que les avances à verser en application du paragraphe 4 de l'article 102 du même règlement (JO C 125 du 30.5.1978, p. 2).
  4.17 383 D 0115 : Décision n° 115, du 15 décembre 1982, concernant l'octroi des prothèses, du grand appareillage et d'autres prestations en nature de grande importance qui sont visés à l'article 24 paragraphe 2 du règlement (CEE) n° 1408/71 du Conseil (JO C 193 du 20.7.1983, p. 7).
  4.18 383 D 0117 : Décision n° 117, du 7 juillet 1982, relative aux conditions d'application de l'article 50 paragraphe 1 point a) du règlement (CEE) n° 574/72 du Conseil, du 21 mars 1972 (JO C 238 du 7.9.1983, p. 3), modifiée par :
  1 94 N : acte relatif aux conditions d'adhésion de la République d'Autriche, de la République de Finlande et du Royaume de Suède et aux adaptations des traités sur lesquels se fonde l'Union européenne (JO C 241 du 29.8.1994, p. 21, modifié par le JO L 1 du 1.1.1995, p.1).
  Aux fins du présent accord, la décision est adaptée comme suit :
  A l'article 2, le point 2 est complété comme suit :
  Suisse
  Schweizerische Ausgleichskasse, Genf - Caisse suisse de compensation, Genève - Cassa svizzera di compensazione, Ginevra.
  4.19 383 D 1112(02) : Décision n° 118, du 20 avril 1983, relative aux conditions d'application de l'article 50 paragraphe 1 point b) du règlement (CEE) n° 574/72 du Conseil du 21 mars 1972 (JO C 306 du 12.11.1983, p. 2), modifiée par :
  1 94 N : acte relatif aux conditions d'adhésion de la République d'Autriche, de la République de Finlande et du Royaume de Suède et aux adaptations des traités sur lesquels se fonde l'Union européenne (JO C 241 du 29.8.1994, p. 21, modifié par le JO L 1 du 1.1.1995, p.1).
  Aux fins du présent accord, la décision est adaptée comme suit :
  A l'article 2, le point 4 est complété comme suit :
  Suisse
  Schweizerische Ausgleichskasse, Genf - Caisse suisse de compensation, Genève - Cassa svizzera di compensazione, Ginevra.
  4.20 383 D 1102 (03) : Décision n° 119, du 24 février 1983, concernant l'interprétation des articles 76 et 79 paragraphe 3 du règlement (CEE) n° 1408/71, ainsi que de l'article 10 paragraphe 1 du règlement (CEE) n° 574/72, relatifs aux cumuls de prestations ou allocations familiales (JO C 295 du 2.11. 1983, p. 3).
  4.21 383 D 0121 : Décision n° 121, du 21 avril 1983, concernant l'interprétation de l'article 17 paragraphe 7 du règlement (CEE) n° 574/72, relatif à l'octroi des prothèses, du grand appareillage et d'autres prestations en nature de grande importance (JO C 193 du 20.7.1983, p. 10).
  4.22 386 D 0126 : Décision n° 126, du 17 octobre 1985, concernant l'application des articles 14 paragraphe 1 point a) , 14bis paragraphe 1 point a) et 14ter paragraphes 1 et 2 du règlement (CEE) n° 1408/71 (JO C 141 du 76.1986, p. 3).
  4.23 387 D XXX : Décision n° 132, du 23 avril 1987, concernant l'interprétation de l'article 40 paragraphe 3 point a) ii) du règlement (CEE) n° 1408/71 du Conseil du 14 juin 1971 (JO C 271 du 9.10.1987, p. 3).
  4.24 387 D 284 : Décision n° 133, du 2 juillet 1987, concernant l'application de l'article 17 paragraphe 7 et de l'article 60 paragraphe 6 du règlement (CEE) n° 574/72 (JO C 284 du 22.10.1987, p. 3, et JO C 64 du 9.3.1988, p. 13).
  4.25 388 D XXX : Décision n° 134, du 1er juillet 1987, concernant l'interprétation de l'article 45 paragraphe 2 du règlement (CEE) n° 1408/71, relatif à la totalisation des périodes d'assurance accomplies dans une profession soumise à un régime spécial dans un ou plusieurs Etats membres (JO C 64 du 9.3.1988, p. 4).
  4.26 388 D XXX : Décision n° 135, du 1er juillet 1987, concernant l'octroi des prestations en nature visées aux articles 17 paragraphe 7 et 60 paragraphe 6 du règlement (CEE) n° 574/72 et la notion d'urgence au sens de l'article 20 du règlement (CEE) n° 1408/71 et d'urgence absolue au sens des articles 17 paragraphe 7 et 60 paragraphe 6 du règlement (CEE) n° 574/72 (JO C 281 du 9.3.1988, p. 7), modifiée par :
  1 94 N : acte relatif aux conditions d'adhésion de la République d'Autriche, de la République de Finlande et du Royaume de Suède et aux adaptations des traités sur lesquels se fonde l'Union européenne (JO C 241 du 29.8.1994, p. 21, modifié par le JO L 1 du 1.1.1995, p.1).
  Aux fins du présent accord, la décision est adaptée comme suit :
  A l'article 2, le point 2 est complété comme suit :
  800 francs suisses pour l'institution de résidence suisse.
  4.27 388 D 64 : Décision n° 136, du 1er juillet 1987, concernant l'interprétation de l'article 45 paragraphes 1 à 3 du règlement (CEE) n° 1408/71 du Conseil, relatif à la prise en considération des périodes d'assurance accomplies sous la législation d'autres Etats membres pour l'acquisition, le maintien ou le recouvrement du droit à prestations (JO C 64 du 9.3.1988, p. 7), modifiée par :
  1 94 N : acte relatif aux conditions d'adhésion de la République d'Autriche, de la République de Finlande et du Royaume de Suède et aux adaptations des traités sur lesquels se fonde l'Union européenne (JO C 241 du 29.8.1994, p. 21, modifié par le JO L 1 du 1.1.1995, p.1).
  Aux fins du présent accord, la décision est adaptée comme suit :
  L'annexe est complétée par le texte suivant :
  Suisse
  Néant.
  4.28 389 D 606 : Décision n° 137, du 15 décembre 1988, concernant l'application de l'article 15 paragraphe 3 du règlement (CEE) n° 574/72 (JO C 140 du 6.6.1989, p. 3).
  4.29 389 D XXX : Décision n° 138, du 17 février 1989, concernant l'interprétation de l'article 22 paragraphe 1 point c) i) du règlement (CEE) n° 1408/71 du Conseil dans le cas de transplantation d'organes ou d'autre intervention chirurgicale qui exige des analyses d'échantillons biologiques, l'intéressé ne se trouvant pas dans l'Etat membre où les analyses sont effectuées (JO C 287 du 15.11.1989, p. 3).
  4.30 390 D XXXX : Décision n° 139, du 30 juin 1989, concernant la date à prendre en considération pour déterminer les taux de conversion visés à l'article 107 du règlement (CEE) n° 574/72, à appliquer lors du calcul de certaines prestations et cotisations (JO C 94 du 12.4.1990, p. 3).
  4.31 390 D XXX : Décision n° 140, du 17 octobre 1989, concernant le taux de conversion à appliquer par l'institution du lieu de résidence d'un travailleur frontalier en chômage complet au dernier salaire perçu par ce travailleur dans l'Etat compétent (JO C 94 du 12.4.1990, p. 4).
  4.32 390 D XXX : Décision n° 141, du 17 octobre 1989, portant modification de la décision n° 127 du 17 octobre 1985 concernant l'établissement des inventaires prévus à l'article 94 paragraphe 4 et 95 paragraphe 4 du règlement (CEE) n° 574/72 (JO C 94 du 12.4. 1990, p. 5).
  4.33 390 D XXX : Décision n° 142, du 13 février 1990, concernant l'application des articles 73, 74 et 75 du règlement (CEE) n° 1408/71 (JO C 80 du 30.3.1990, p. 7).
  Aux fins du présent accord, la décision est adaptée comme suit :
  a) le point 1 n'est pas applicable;
  b) le point 3 n'est pas applicable.
  4.34 391 D 140 : Décision n° 144, du 9 avril 1990, concernant les modèles de formulaires nécessaires à l'application des règlements (CEE) n° 1408/ 71 et (CEE) n° 574/72 du Conseil (E 401-E 410 F) (JO L 71 du 18.3.1991, p. 1).
  4.35 391 D 425 : Décision n° 147, du 11 octobre 1990, concernant l'application de l'article 76 du règlement (CEE) n° 1408/71 (JO L 235 du 23.8.1991, p. 21) modifiée par :
  395 D 2353 : Décision n° 155, du 6 juillet 1994 (E 401 à 411) (JO L 209, 5.9.1995, p. 1).
  4.36 393 D 22 : Décision n° 148, du 25 juin 1992, concernant l'utilisation de l'attestation concernant la législation applicable (E 101) en cas de détachements n'excédant pas trois mois (JO L 22 du 30.1.1993, p. 124).
  4.37 393 D 825 : Décision n° 150, du 26 juin 1992, concernant l'application des articles 77, 78 et 79 paragraphe 3 du règlement (CEE) n° 1408/71 et de l'article 10 paragraphe 1 point b) ii) du règlement (CEE) n° 574/72 (JO C 229 du 25.8.1993, p. 5) modifiée par :
  1 94 N : acte relatif aux conditions d'adhésion de la République d'Autriche, de la République de Finlande et du Royaume de Suède et aux adaptations des traités sur lesquels se fonde l'Union européenne (JO C 241 du 29.8.1994, p. 21, modifié par le JO L 1 du 1.1.1995, p.1).
  Aux fins du présent accord, la décision est adaptée comme suit :
  Suisse
  Schweizerische Ausgleichskasse, Genf - Caisse suisse de compensation, Genève - Cassa svizzera di compensazione, Ginevra.
  4.38 394 D 602 Décision n° 151, du 22 avril 1993, concernant l'application de l'article 10bis du règlement (CEE) n° 1408/71 et de l'article 2 du règlement (CEE) n° 1247/92 (JO L 244 du 19.9.1994, p. 1).
  Aux fins du présent accord, la décision est adaptée comme suit :
  L'annexe est complétée par le texte suivant :
  Suisse
  1. Invalidité, vieillesse et décès
  a) Assurance-invalidité
  Schweizerische Ausgleichskasse, Genf - Caisse suisse de compensation, Genève - Cassa svizzera di compensazione, Ginevra.
  b) Prévoyance professionnelle
  Sicherheitsfonds - Fonds de garantie - Fondo di garanzia LPP.
  2. Chômage
  Bundesamt für Wirtschaft und Arbeit, Bern - Office fédéral du développement économique et de l'emploi, Berne - Ufficio federale dello sviluppo economico e del lavoro, Berna.
  3. Prestations familiales
  Bundesamt für Sozialversicherung, Bern - Office fédéral des assurances sociales, Berne - Ufficio federale delle assicurazioni sociali, Berna.
  4.39 394 D 604 : Décision n° 153, du 7 octobre 1993, concernant les modèles de formulaires nécessaires à l'application des règlements (CEE) n° 1408/71et (CEE) n° 574/72 (E 001, E 103 - E 127) (JO L 244 du 19.9.1994, p. 22).
  4.40 394 D 605 : Décision n° 154, du 8 février 1994, concernant les modèles de formulaires nécessaires à l'application des règlements (CEE) n° 1408/71et (CEE) n° 574/72 du Conseil (E 301, E 302, E 303) (JO L 244 du 19.9.1994, p. 123).
  4.41 395 D 353 : Décision n° 155, du 6 juillet 1994, concernant les modèles de formulaires nécessaires à l'application des règlements (CEE) n° 1408/71 et (CEE) n° 574/72 du Conseil (E 401 - E 411) (JO n° L 244 du 5.9.1995, p. 1).
  4.42 395 D 0419 : Décision n° 156, du 7 avril 1995, concernant les règles de priorité en matière de droits à l'assurance-maladie et maternité (JO L 249 du 17.10.1995, p. 41).
  4.43 396 D 732 : Décision n° 158, du 27 novembre 1995, concernant les modèles de formulaires nécessaires à l'application des règlements (CEE) n° 1408/71 et (CEE) n° 574/72 du Conseil (E 201-E215) (JO n° L 336 du 27.12.1996, p. 1)
  4.44 395 D 512 : Décision n° 159, du 3 octobre 1995, portant modification de la décision n° 8/6, du 24 septembre 1973 concernant les modalités de fonctionnement et la composition de la Commission des comptes près la Commission administrative des Communautés europeennes pour la sécurité sociale des travailleurs migrants (JO n° L 294 du 8.12.1995, p.38).
  4.45 396 D 172 : Décision n° 160, du 28 novembre 1995, concernant la portée de l'article 71 paragraphe 1 point b) ii) du règlement (CEE) n° 1408/71 du Conseil relatif au droit aux prestations de chômage des travailleurs autres que les travailleurs frontaliers qui, au cours de leur dernier emploi, résidaient sur le territoire d'un Etat membre autre que l'Etat compétent (JO C 49 du 28.2.1996, p. 31).
  4.46 396 D 249 : Décision n° 161, du 15 février 1996, concernant le remboursement par l'institution compétente d'un Etat membre des frais exposés lors d'un séjour dans un autre Etat membre selon la procédure visée à l'article 34 paragraphe 4 du règlement (CEE) n° 574/72 (JO L 83 du 2.4.1996, p. 19).
  4.47 396 D 554 : Décision n° 162, du 31 mai 1996, concernant l'interprétation de l'article 14 paragraphe 1 et de l'article 14ter paragraphe 1 du règlement (CEE) n° 1408/71 relatifs à la législation applicable aux travailleurs détachés (JO L 241, 21.9.1996, p. 28).
  4.48 396 D 555 : Décision n° 163, du 31 mai 1996, concernant l'interprétation de l'article 22 paragraphe 1 point a) du règlement (CEE) n° 1408/71 pour les personnes sous dialyse et les personnes sous oxygénothérapie (JO L 241, 21.9.1996, p. 31).
  4.49 397 D 533 : Décision n° 164, du 27 novembre 1996, concernant les modèles de formulaires nécessaires à l'application des règlements (CEE) n° 1408/ 71 et (CEE) n° 574/72 (E 101 et E 102) (JO L 216 du 8.8.1997, p. 85).
  4.50 397 D 0823 : Décision n° 165, du 30 juin 1997, concernant les modèles de formulaires nécessaires à l'application des règlements (CEE) n° 1408/ 71 et (CEE) n° 574/72 (E 128 et E 128B) (JO L 341 du 12.12.1997, p. 61).
  4.51 398 D 0441 : Décision n° 166 du 2 octobre 1997 concernant la modification à apporter aux formulaires E 106 et E 109 (JO L 195 du 11.07.1998 p. 25).
  4.52 398 D 0442 : Décision n° 167 du 2 décembre 1997 modifiant la décision n° 146 du 10 octobre 1990 concernant l'interprétation de l'article 94, paragraphe 9 du règlement (CEE) n° 1408/71 (JO n° L 195 du 11/07/1998 p.35).
  4.53 398 D 0443 : Décision n° 168 du 11 juin 1998 concernant la modification à apporter aux formulaires E 121 et E 127 et la suppression du formulaire E 122 (JO n° L 195 du 11.07.1998 p. 37).
  4.54 398 D 0444 : Décision n° 169 du 11 juin 1998 concernant les modes de fonctionnement et la composition de la commission technique pour le traitement de l'information près la commission administrative pour la sécurité sociale des travailleurs migrants (JO n° L 195 du 11.07.1998 p. 46).
  4.55 398 D 0565 : Décision n° 170 du 11 juin 1998 portant révision de la décision n° 141 du 17 octobre 1989 concernant l'établissement des inventaires prévus à l'article 94, paragraphe 4, et à l'article 95, paragraphe 4, du règlement (CEE) n° 574/72 du Conseil du 21 mars 1972 (JO n° L 275 du 10.10.1998 p. 40).
Art. 3N2. SECTIE C. BESLUITEN WAARVAN DE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN NOTA NEMEN.
  De Overeenkomstsluitende Partijen nemen nota van de inhoud van de volgende besluiten :
  5.1 Aanbeveling nr. 14 van 23 januari 1975 betreffende de afgifte van formulier E 111 aan gedetacheerde werknemers (aangenomen door de Administratieve Commissie tijdens haar 139e vergadering van 23 januari 1975).
  5.2 Aanbeveling nr. 15 van 19 december 1980 betreffende de vaststelling van de taal van afgifte van de formulieren ten behoeve van de toepassing van de Verordeningen (EEG) nr. 1408/71 en 574/72 van de Raad (goedgekeurd door de Administratieve Commissie tijdens haar 176e vergadering van 19 december 1980).
  5.3 385 Y 0016 : Aanbeveling nr. 16 van 12 december 1984 betreffende het sluiten van overeenkomsten op grond van artikel 17 van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad (PB C 273 van 24.10.1985, blz. 3).
  5.4 385 Y 0017 : Aanbeveling nr. 17 van 12 december 1984 inzake de statistische gegevens die jaarlijks voor de opstelling van de verslagen van de Administratieve Commissie moeten worden verstrekt (PB C 273 van 24.10.1985, blz. 3).
  5.5 386 Y 0028 : Aanbeveling nr. 18 van 28 februari 1986 betreffende de wetgeving welke van toepassing is op werklozen die in deeltijd arbeid verrichten op het grondgebied van een andere lidstaat dan die op het grondgebied waarvan zij wonen (PB C 284 van 11.11.1986, blz. 4).
  5.6 392 Y 19 : Aanbeveling nr. 19 van 24 november 1992 betreffende de verbetering van de samenwerking tussen de lidstaten bij de toepassing van de communautaire regelingen (PB C 199 van 23.7.1993, blz. 11).
  5.7 396 Y 592 : Aanbeveling nr. 20 van 31 mei 1996 betreffende de verbetering van het beheer en de vereffening van wederzijdse vorderingen (PB L 259 van 12.10.1996, blz. 19).
  5.8 397 Y 0304 (01) : Aanbeveling nr. 21 van 28 november 1996 betreffende de toepassing van artikel 69, lid 1, onder a) , van Verordening (EEG) nr. 1408/71 op werklozen die hun echtgenoot/echtgenote vergezellen die werknemer is in een andere dan de bevoegde staat (PB C 67 van 4.3.1997, blz. 3).
  5.9 380 Y 0609(03) : Bijwerking van de verklaringen van de lidstaten als bedoeld in artikel 5 van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op loontrekkenden en hun gezinnen, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen (PB C 139 van 9.6.1980, blz. 1).
  6.0 381 Y 0613(01) : Verklaringen van Griekenland als bedoeld in artikel 5 van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op loontrekkenden en hun gezinnen, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen (PB C 143 van 13.6.1981, blz. 1).
  6.1 386 Y 0338(01) : Bijwerking van de verklaringen van de lidstaten als bedoeld in artikel 5 van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op loontrekkenden en hun gezinnen, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen (PB C 338 van 31.12.1986, blz. 1).
  6.2 C/107/87/p.1 : Verklaringen van de lidstaten als bedoeld in artikel 5 van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van 14 juni 1971 betreffende de toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemers en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen (PB C 107 van 22.4.1987, blz. 1).
  6.3 C/323/80/blz. 1 : Kennisgevingen aan de Raad gericht door de Regeringen van de Bondsrepubliek Duitsland en van het Groothertogdom Luxemburg betreffende het sluiten van een overeenkomst tussen deze twee Regeringen omtrent diverse vraagstukken op het gebied van de sociale zekerheid krachtens artikel 8, lid 2, en artikel 96 van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad van 14 juni 1971 betreffende toepassing van de socialezekerheidsregelingen op loontrekkenden en hun gezinnen, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen (PB C 323 van 11.12.1980, blz. 1).
  6.4 L/90/87/blz. 39 : Verklaring van de Franse Republiek die is afgelegd overeenkomstig artikel 1, sub j) , van Verordening (EEG) nr. 1408/71 van de Raad betreffende toepassing van de socialezekerheidsregelingen op werknemer en zelfstandigen, alsmede op hun gezinsleden, die zich binnen de Gemeenschap verplaatsen (PB L 90 van 2.4.1987, blz. 39).
  Aanvullend protocol bij bijlage II bij de Overeenkomst tussen de Zwitserse Bondsstaat enerzijds en de Europese Gemeenschap en haar lidstaten anderzijds betreffende het vrije verkeer van personen
  Werkloosheidsverzekering
  1. Ten aanzien van de werkloosheidsverzekering van werknemers in loondienst die in het bezit zijn van een verblijfsvergunning voor minder dan een jaar, is de volgende regeling van toepassing :
  1.1 Alleen de werknemers die in Zwitserland premies hebben betaald gedurende de minimumperiode als voorgeschreven door de federale wet inzake de verplichte werkloosheidsverzekering en de vergoeding in geval van insolvabiliteit (LACI) 2. en die voldoen aan de overige voorwaarden om aanspraak te maken op een werkloosheidsuitkering, hebben recht op de uitkeringen van de werkloosheidsverzekering onder de in de wet vastgestelde voorwaarden.
  1.2 Een gedeelte van het product van de ontvangen premies voor de werknemers die gedurende een te korte periode premies hebben betaald om in Zwitserland overeenkomstig punt 1.1 recht te hebben op een werkloosheidsuitkering, wordt overeenkomstig het bepaalde in punt 1.3 aan hun landen van herkomst terugbetaald als bijdrage in de kosten van de uitkeringen aan deze werknemers bij volledige werkloosheid; deze werknemers hebben bijgevolg geen recht op de uitkeringen van de werkloosheidsverzekering bij volledige werkloosheid in Zwitserland. Zij hebben echter recht op de vergoedingen bij weerverlet en insolvabiliteit van de werkgever. De uitkeringen bij volledige werkloosheid worden door het land van herkomst uitbetaald op voorwaarde dat de werknemers zich ter beschikking van de diensten voor arbeidsvoorziening stellen. De in Zwitserland vervulde tijdvakken van verzekering worden in aanmerking genomen alsof zij in het land van herkomst waren vervuld.
  1.3 Het gedeelte van de voor de werknemers volgens punt 1.2 ontvangen premies wordt jaarlijks terugbetaald overeenkomstig de onderstaande bepalingen.
  a) Het product van de premies van deze werknemers wordt per land berekend op grond van het jaarlijkse aantal tewerkgestelde werknemers en het gemiddelde van de voor elke werknemer betaalde jaarlijkse premies (werkgevers- en werknemerspremies).
  b) Van het aldus berekende bedrag zal een met het percentage van de werkloosheidsuitkeringen ten opzichte van alle andere soorten uitkeringen, als vermeld in punt 1.2, overeenkomend gedeelte worden terugbetaald aan de landen van herkomst van de werknemers en voor Zwitserland zal een reserve voor latere uitkeringen worden aangelegd 3..
  c) Zwitserland verstrekt elk jaar een afrekening van de terugbetaalde premies. Zij zal aan de landen van herkomst, als deze daarom verzoeken, de berekeningsbases en het bedrag van de terugbetalingen meedelen. De landen van herkomst delen jaarlijks aan Zwitserland het aantal personen mee, die in aanmerking komen voor werkloosheidsuitkeringen volgens punt 1.2.
  2. De terugbetaling van de door de grensarbeiders aan de Zwitserse werkloosheidsverzekering afgedragen premies, zoals geregeld in de respectieve bilaterale overeenkomsten, blijft van toepassing.
  3. Het stelsel volgens de punten 1.1 tot 1.4 is van toepassing voor een periode van 7 jaar vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst. Mochten er zich na afloop van de periode van 7 jaar voor een lidstaat moeilijkheden met het einde van het terugbetalingsstelsel of voor Zwitserland met het samentellingssysteem voordoen, dan kan door een van de overeenkomstsluitende partijen het gemengd comité worden ingeschakeld.
  Uitkeringen voor gehandicapten
  De uitkeringen voor gehandicapten van de federale wet inzake de ouderdoms- en nabestaandenverzekering en de federale wet inzake de invaliditeitsverzekering zullen bij besluit van het gemengd comité in de tekst van bijlage II bij de Overeenkomst betreffende het vrije verkeer van personen en in bijlage IIbis van Verordening nr. 1408/71 worden opgenomen na de inwerkingtreding van de herziening van deze wetten die bepaalt dat deze uitkeringen uitsluitend door de overheid worden gefinancierd.
  Beroepsverzekering voor ouderdoms-, nabestaanden- en invaliditeitsuitkeringen
  Niettegenstaande artikel 10, lid 2, van Verordening (EEG) nr. 1408/71 zal de vertrekuitkering, als bedoeld in de federale wet van 17 december 1993 inzake de vrije overgang in de beroepsverzekering voor ouderdoms-, nabestaanden- en invaliditeitsuitkeringen, worden uitbetaald op verzoek van een werknemer of een zelfstandige die voornemens is Zwitserland definitief te verlaten en die niet meer onderworpen zal zijn aan de Zwitserse wetgeving overeenkomstig de bepalingen van Titel II van de verordening, op voorwaarde dat deze persoon Zwitserland verlaat binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst.
  Nota's.
  1. NB : De verworvenheden zoals op het tijdstip van ondertekening van deze Overeenkomst door de lidstaten van de Europese Gemeenschap binnen de Europese Gemeenschap toegepast :
  De beginselen van samentelling van de rechten op werkloosheidsuitkeringen en van hun verwerkelijking in het laatste land van arbeid zijn van toepassing ongeacht de duur van het dienstverband.
  Personen die minder dan een jaar op het grondgebied van een lidstaat hebben gewerkt, mogen daar na beëindiging van hun dienstverband verblijven om werk te zoeken gedurende een redelijke termijn, die zes maanden kan bedragen en gedurende welke zij kennis kunnen nemen van de bij hun beroepskwalificaties aansluitende vacatures en in voorkomend geval de nodige maatregelen kunnen nemen om in dienst te worden genomen. Zij mogen er na beëindiging van hun dienstverband ook verblijven indien zij voor zichzelf en voor hun gezinsleden beschikken over toereikende financiële middelen zodat zij tijdens hun verblijf geen beroep hoeven te doen op sociale bijstand, en indien zij in het bezit zijn van een ziekteverzekering die alle risico's dekt. De werkloosheidsuitkeringen waarop zij overeenkomstig de bepalingen van de nationale wetgeving recht hebben, eventueel aangevuld door de samentellingsregels, moeten worden beschouwd als financiële middelen in die zin. Worden als toereikend beschouwd de noodzakelijke financiële middelen die uitgaan boven het bedrag waaronder nationale onderdanen, rekening houdend met hun persoonlijke situatie en eventueel met die van hun gezinsleden, aanspraak kunnen maken op bijstandsuitkeringen. Wanneer deze voorwaarde niet van toepassing is, worden de financiële middelen van de aanvrager als toereikend beschouwd wanneer zij meer bedragen dan het door het gastland uitgekeerde minimumpensioen van de sociale zekerheid.
  Seizoenarbeiders kunnen hun rechten op een werkloosheidsuitkering doen gelden in het laatste land van arbeid, ongeacht het tijdstip waarop het seizoen afloopt. Zij mogen er na beëindiging van hun dienstverband verblijven, mits zij voldoen aan de in de vorige alinea beschreven voorwaarden. Indien zij zich in het land van de woonplaats ter beschikking houden voor werk, genieten zij de werkloosheidsuitkeringen in dit land overeenkomstig het bepaalde in artikel 71 van Verordening 1408/71.
  Grensarbeiders kunnen zich ter beschikking van de arbeidsmarkt houden in het land van de woonplaats of in het laatste land van arbeid, indien zij daar zodanige persoonlijke en professionele banden hebben bewaard dat zij daar de beste kans hebben opnieuw werk te vinden. Zij verwerkelijken hun rechten op een werkloosheidsuitkering in het land waar zij zich ter beschikking van de arbeidsmarkt houden.
  2. Thans zes maanden, twaalf maanden bij herhaalde werkloosheid.
  3. Terugbetaalde premies voor de werknemers die hun recht op een werkloosheidsuitkering in Zwitserland zullen uitoefenen na premies te hebben betaald gedurende ten minste zes maanden - tijdens verscheidene verblijven - over een periode van twee jaar.
Art. 3N2. SECTION C. ACTES DONT LES PARTIES CONTRACTANTES PRENNENT ACTE.
  Les parties contractantes prennent acte de la teneur des actes suivants :
  5.1. Recommandation n° 14, du 23 janvier 1975, concernant la délivrance du formulaire E 111 aux travailleurs détachés (adoptée par la Commission administrative au cours de sa 139e session du 23 janvier 1975).
  5.2. Recommandation n° 15, du 19 décembre 1980, concernant la détermination de la langue d'émission des formulaires nécessaires à l'application des règlements (CEE) n° 1408/71 et 574/72 du Conseil (adoptée par la Commission administrative au cours de sa 176e session du 19 décembre 1980).
  5.3. 385 Y 0016 : Recommandation n° 16, du 12 décembre 1984, concernant la conclusion d'accords en vertu de l'article 17 du règlement (CEE) n° 1408/71 du Conseil (JO n° C 273 du 24.10.1985, p. 3).
  5.4. 385 Y 0017 : Recommandation n° 17, du 12 décembre 1984, concernant les renseignements statistiques à fournir annuellement en vue de l'établissement des rapports de la Commission administrative (JO n° C 273 du 24.10.1985, p. 3).
  5.5. 386 Y 0028 : Recommandation n° 18, du 28 février 1986, relative à la législation applicable aux chômeurs occupés à temps réduit dans un Etat membre autre que l'Etat de résidence (JO n° C 284 du 11.11.1986, p. 4).
  5.6. 392 Y 19 : Recommandation n° 19 du 24 novembre 1992 concernant l'amélioration de la coopération entre Etats membres dans l'application de la réglementation communautaire (JO n° 199 du 23.7.1993, p. 11).
  5.7. 396 Y 592 : Recommandation n° 20, du 31 mai 1996, concernant l'amélioration de la gestion et du règlement des créances réciproques (JO n° L 259 du 12.10.1996, p. 19)
  5.8. 397 Y 0304(01) : Recommandation n° 21, du 28 novembre 1996, concernant l'application de l'article 69 paragraphe 1 point a) du règlement (CEE) n° 1408/71 aux chômeurs qui accompagnent leur conjoint employé dans un Etat membre autre que l'Etat compétent (JO n° C 67 du 4.3.1997, p. 3).
  5.9. 380 Y 0609(03) : Mise à jour des déclarations des Etats membres prévues à l'article 5 du règlement (CEE) n° 1408/71 du Conseil, du 14 juin 1971, relatif à l'application des régimes de sécurité sociale aux travailleurs salariés et à leur famille qui se déplacent à l'intérieur de la Communauté (JO n° C 139 du 9.6.1980, p. 1).
  6.0. 381 Y 0613(01) : Déclarations de la Grèce prévues à l'article 5 du règlement (CEE) n° 1408/71 du Conseil, du 14 juin 1971, relatif à l'application des régimes de sécurité sociale aux travailleurs salariés et à leur famille qui se déplacent à l'intérieur de la Communauté (JO n° C 143 du 13.6.1981, p. 1).
  6.1. 386 Y 0338(01) : Mise à jour des déclarations des Etats membres prévues à l'article 5 du règlement (CEE) n° 1408/71 du Conseil, du 14 juin 1971, relatif à l'application des régimes de sécurité sociale aux travailleurs salariés et à leur famille qui se déplacent à l'intérieur de la Communauté (JO n° C 338 du 31.12.1986, p. 1).
  6.2. C/107/87/p.1 : Déclarations des Etats membres prévues à l'article 5 du Règlement (CEE) n° 1408/71 du Conseil, du 14 juin 1971, relatif à l'application des régimes de sécurité sociale aux travailleurs salariés, aux travailleurs non salariés et aux membres de leur famille qui se déplacent à l'intérieur de la Communauté (JO n° C 107 du 22.4.1987, p. 1).
  6.3. C/323/80/p. 1 : Notifications au Conseil par les gouvernements de la République fédérale d'Allemagne et du grand-duché de Luxembourg au sujet de la conclusion d'un accord entre ces deux gouvernements concernant diverses questions de sécurité sociale, en application des articles 8 paragraphe 2 et 96 du règlement (CEE) n° 1408/71 du Conseil, du 14 juin 1971, relatif à l'application des régimes de sécurité sociale aux travailleurs salariés et à leur famille qui se déplacent à l'intérieur de la Communauté (JO n° C 323 du 11.12.1980, p. 1).
  6.4. L/90/87/p. 39 : Déclaration de la République française faite en application de l'article 1er point j) du règlement (CEE) n° 1408/71 du Conseil relatif à l'application des régimes de sécurité sociale aux travailleurs salariés, aux travailleurs non salariés et aux membres de leur famille qui se déplacent à l'intérieur de la Communauté (JO n° L 90 du 2.4.1987, p. 39).
  Protocole à l'annexe II de l'accord sur la libre circulation des personnes
  Assurance-chômage
  1. En ce qui concerne l'assurance-chômage des travailleurs salariés au bénéfice d'un titre de séjour d'une durée inférieure à un an, le régime suivant est applicable :
  1.1 Seuls les travailleurs qui ont cotisé en Suisse pendant la période minimale exigée par la loi fédérale sur l'assurance-chômage obligatoire et l'indemnité en cas d'insolvabilité (LACI) 2. et qui remplissent en outre les autres conditions du droit à l'indemnité de chômage ont droit aux prestations de l'assurance-chômage dans les conditions prévues par la loi.
  1.2 Une partie du produit des cotisations perçues pour les travailleurs ayant cotisé pendant une période trop courte pour avoir le droit à l'indemnité de chômage en Suisse conformément au point 1.1 sont rétrocédées à leurs Etats d'origine selon les modalités prévues au point 1.3, à titre de contribution aux coûts des prestations versées à ces travailleurs en cas de chômage complet; ces travailleurs n'ont dès lors pas droit aux prestations de l'assurance-chômage en cas de chômage complet en Suisse. Cependant, ils ont droit aux indemnités en cas d'intempéries et d'insolvabilité de l'employeur. Les prestations en cas de chômage complet sont assumées par l'Etat d'origine à condition que les travailleurs s'y mettent à la disposition des services d'emploi. Les périodes d'assurance accomplies en Suisse sont prises en compte comme si elles avaient été accomplies dans l'Etat d'origine.
  1.3 La partie des cotisations perçues pour les travailleurs selon le point 1.2 est remboursée annuellement conformément aux dispositions légales ci-après.
  a) Le produit des cotisations de ces travailleurs est calculé, par pays, sur la base du nombre annuel des travailleurs occupés et de la moyenne des cotisations annuelles versées pour chaque travailleur (cotisations de l'employeur et du travailleur).
  b) Du montant ainsi calculé, une partie correspondant au pourcentage des indemnités de chômage par rapport à toutes les autres sortes d'indemnités mentionnées au point 1.2 sera remboursée aux Etats d'origine des travailleurs et une réserve pour les prestations ultérieures retenue par la Suisse 3..
  c) La Suisse transmet chaque année le décompte des cotisations rétrocédées. Elle indiquera aux Etats d'origine, si ceux-ci en font la demande, les bases de calcul et le montant des rétrocessions. Les Etats d'origine communiquent annuellement à la Suisse le nombre des bénéficiaires de prestations de chômage selon le point 1.2.
  2. La rétrocession des cotisations des frontaliers à l'assurance-chômage suisse telle que réglée dans des accords bilatéraux respectifs continue d'être appliquée.
  3. Le régime selon les chiffres 1 et 2 est applicable pour une durée de 7 ans à partir de l'entrée en vigueur de l'accord. En cas de difficulté pour un Etat membre au terme de la période de 7 ans avec la fin du système des rétrocessions ou pour la Suisse avec le système de la totalisation, le Comité mixte peut être saisi par une des parties contractantes.
  Allocations pour impotents
  Les allocations pour impotents de la loi fédérale sur l'assurance-vieillesse et survivants et de la loi fédérale sur l'assurance-invalidité seront inscrites dans le texte de l'annexe II à l'Accord sur la libre circulation des personnes, à l'annexe IIbis du règlement n° 1408/71, par décision du Comité mixte, dès l'entrée en vigueur de la révision de ces lois statuant que ces prestations sont exclusivement financées par les pouvoirs publics.
  Prévoyance professionnelle vieillesse, survivants et invalidité
  Nonobstant l'article 10 paragraphe 2 du règlement n° 1408/71, la prestation de sortie prévue par la Loi fédérale suisse sur le libre passage dans la prévoyance professionnelle vieillesse, survivants et invalidité du 17 décembre 1993 sera versée sur demande à un travailleur salarié ou non salarié qui a l'intention de quitter la Suisse définitivement et qui ne sera plus soumis à la législation suisse selon les dispositions du titre II du règlement, à la condition que cette personne quitte la Suisse dans les cinq ans après l'entrée en vigueur du présent accord.
  Notes.
  1. N.B. L'acquis tel qu'appliqué par les Etats membres de la Communauté européenne au sein de la Communauté européenne au moment de la signature de cet accord :
  Les principes de la totalisation des droits aux allocations de chômage et de leur réalisation dans l'Etat du dernier emploi sont applicables indépendamment de la durée de l'emploi.
  Les personnes qui ont occupé un emploi d'une durée inférieure à un an sur le territoire d'un Etat membre peuvent y séjourner après la fin de leur emploi pour y chercher un emploi pendant un délai raisonnable, qui peut être de six mois, et qui leur permet de prendre connaissance des offres correspondant à leur qualifications professionnelles et de prendre, le cas échéant, les mesures nécessaires aux fins d'être engagées. Elles peuvent également y séjourner après la fin de leur emploi, si elles disposent pour elles-mêmes et les membres de leurs familles de moyens financiers suffisants pour ne devoir faire appel à l'aide sociale pendant leur séjour et d'une assurance-maladie couvrant l'ensemble des risques. Les allocations de chômage auxquelles elles ont droit conformément aux dispositions de la législation nationale, le cas échéant complétée par les règles de la totalisation, sont à considérer comme des moyens financiers dans ce sens. Sont considérés comme suffisants les moyens financiers nécessaires qui dépassent le montant en-dessous duquel les nationaux, compte de leur situation personnelle et, le cas échéant, de celle des membres de leur famille, peuvent prétendre à des prestations d'assistance. Lorsque cette condition ne peut s'appliquer, les moyens financiers du demandeur sont considérés comme suffisants lorsqu'ils sont supérieurs au niveau de la pension minimale de sécurité sociale versée par l'Etat d'accueil.
  Le travailleur saisonnier peut faire valoir ses droits aux allocations de chômage dans l'Etat de son dernier emploi indépendamment de l'échéance de la saison. Il peut y séjourner après la fin de son emploi, pourvu qu'il réponde aux conditions décrites au paragraphe précédant. S'il se met à la disposition dans l'Etat de sa résidence, il bénéficie des prestations de chômage dans ce pays selon les dispositions de l'article 71 du règlement 1408/71.
  Le travailleur frontalier peut se mettre à la disposition du marché du travail dans l'Etat de sa résidence ou, s'il y a conservé des liens personnels et professionnels tels qu'il y dispose des meilleurs chances de réinsertion professionnelle, dans l'Etat de son dernier travail. Il réalise ses droits aux allocations de chômage dans l'Etat où il se met à la disposition du marché du travail.
  2. Actuellement six mois, douze mois en cas de chômage répété.
  3. Cotisations rétrocédées pour des travailleurs qui exerceront leur droit à l'assurance-chômage en Suisse après avoir cotisé pendant six mois au moins - en plusieurs séjours - en l'espace de deux ans.
Art. N3. Bijlage III. - Wederzijdse erkenning van beroepskwalificaties (diploma's, certificaten en andere titels).
  1. De overeenkomstsluitende partijen verbinden zich ertoe op het gebied van de wederzijdse erkenning van beroepskwalificaties ten aanzien van elkaar de op de datum van de ondertekening van de overeenkomst van kracht zijnde communautaire besluiten met hun respectieve wijzigingen waarnaar in deel A van onderhavige bijlage wordt verwezen, alsmede alle gelijkluidende voorschriften toe te passen.
  2. Met het oog op de toepassing van onderhavige bijlage nemen de overeenkomstsluitende partijen akte van de communautaire besluiten waarnaar in deel B van onderhavige bijlage wordt verwezen.
  3. De term " lidsta(a)t(en) " in de besluiten waarnaar in deel A van onderhavige bijlage wordt verwezen, wordt geacht van toepassing te zijn op de staten waarop de desbetreffende besluiten betrekking hebben, alsmede op Zwitserland.
Art. N3. Annexe III. - Reconnaissance mutuelle des qualifications professionnelles (diplômes, certificats et autres titres).
  1. Les parties contractantes conviennent d'appliquer entre elles, dans le domaine de la reconnaissance mutuelle des qualifications professionnelles, les actes communautaires auxquels il est fait référence, tels qu'en vigueur à la date de la signature de l'accord et tels que modifiés par la section A de la présente annexe ou des règles équivalentes à ceux-ci.
  2. Aux fins de l'application de la présente annexe, les parties contractantes prennent acte des actes communautaires auxquels il est fait référence à la section B de la présente annexe.
  3. Le terme " Etat(s) membre(s) " figurant dans les actes auxquels il est fait référence à la section A de la présente annexe est considéré s'appliquer, en plus des Etats couverts par les actes communautaires en question, à la Suisse.
Art. 1N3. DEEL A. BESLUITEN WAARNAAR WORDT VERWEZEN.
  A. HET ALGEMEEN STELSEL.
  1. 389 L 0048 : Richtlijn 89/48/EEG van de Raad van 21 december 1988 betreffende een algemeen stelsel van erkenning van hoger-onderwijsdiploma's waarmee beroepsopleidingen van ten minste drie jaar worden afgesloten (PB L 19 van 24.1.1989, blz. 16).
  2. 392 L 0051 : Richtlijn 92/51/EEG van de Raad van 18 juni 1992 betreffende een tweede algemeen stelsel van erkenning van beroepsopleidingen, ter aanvulling van Richtlijn 89/48/EEG (PB L 209 van 24.7.1992, blz. 25), gewijzigd bij :
  - 394 L 0038 : Richtlijn 94/38/EG van de Commissie van 26 juli 1994 tot wijziging van de bijlagen C en D van Richtlijn 92/51/EEG van de Raad betreffende een tweede algemeen stelsel van erkenning van beroepsopleidingen, ter aanvulling van Richtlijn 89/48/EEG van de Raad (PB L 217 van 23.8.1994, blz. 8),
  - 395 L 0043 : Richtlijn 95/43/EG van de Commissie van 20 juli 1995 tot wijziging van de bijlagen C en D van Richtlijn 92/51/EEG van de Raad betreffende een tweede algemeen stelsel van erkenning van beroepsopleidingen, ter aanvulling van Richtlijn 89/48/EEG (PB L 184 van 3.8.1995, blz. 21),
  - 95/1/EG, Euratom, EGKS : Besluit houdende aanpassing van de documenten betreffende de toetreding van nieuwe lidstaten tot de Europese Unie,
  - 397 L 0038 : Richtlijn 97/38/EG van de Commissie van 20 juni 1997 tot wijziging van bijlage C van Richtlijn 92/51/EEG van de Raad betreffende een tweede algemeen stelsel van erkenning van beroepsopleidingen, ter aanvulling van Richtlijn 89/48/EEG (voor de EER relevante tekst) (PB L 184 van 3.8.1997, blz. 31).
  De opstelling van de lijsten voor Zwitserland ter aanvulling van de bijlagen C en D van Richtlijn 92/51/EEG dient in het kader van de toepassing van deze overeenkomst te geschieden.
  B. JURIDISCHE BEROEPEN
  3. 377 L 0249 : Richtlijn 77/249/EEG van de Raad van 22 maart 1977 tot vergemakkelijking van de daadwerkelijke uitoefening door advocaten van het vrij verrichten van diensten (PB L 78 van 26.3.1977, blz. 17), gewijzigd bij :
  - 1 79 H : Documenten betreffende de toetreding van de Helleense Republiek tot de Europese Gemeenschappen, akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor de Helleense Republiek en de aanpassingen van de Verdragen (PB L 291 van 19.11.1979, blz. 91),
  - 1 85 I : Documenten betreffende de toetreding van het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek tot de Europese Gemeenschappen, akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek en de aanpassing van de verdragen (PB L 302 van 15.11.1985, blz. 160),
  - 95/1/EG, Euratom, EGKS : Besluit houdende aanpassing van de documenten betreffende de toetreding van nieuwe lidstaten tot de Europese Unie.
  De bepalingen van de richtlijn worden voor de toepassing van deze overeenkomst als volgt gewijzigd :
  in artikel 1, lid 2, wordt het volgende toegevoegd :
  " Zwitserland : Avocat, Rechtsanwalt, Anwalt, Fürsprecher, Avvocato/Fürsprech
  Advokat
  Avvocato. "
  4. 398 L 0005 : Richtlijn 98/5/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 februari 1998 ter vergemakkelijking van de permanente uitoefening van het beroep van advocaat in een andere lidstaat dan die waar de beroepskwalificatie is verworven (PB L 77 van 14.3.1998, blz. 36).
  De bepalingen van de richtlijn worden voor de toepassing van deze overeenkomst als volgt gewijzigd :
  in artikel 1, lid 2, sub a) , wordt het volgende toegevoegd :
  " Zwitserland : Avocat
  Advokat, Rechtsanwalt, Anwalt, Fürsprecher, Fürsprech
  Avvocato. "
  C. MEDISCHE EN PARAMEDISCHE WERKZAAMHEDEN
  5. 381 L 1057 : Richtlijn 81/1057/EEG van de Raad van 14 december 1981 tot aanvulling van de Richtlijnen 75/362/EEG, 77/452/EEG, 78/686/EEG en 78/1026/EEG met betrekking tot de onderlinge erkenning van de diploma's, certificaten en andere titels van respectievelijk de arts, de verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger, de beoefenaar van de tandheelkunde en de dierenarts, voor wat betreft de verworven rechten (PB L 385 van 31.12.1981, blz. 25).
  Artsen.
  6. 393 L 0016 : Richtlijn 93/16/EEG van de Raad van 5 april 1993 ter vergemakkelijking van het vrije verkeer van artsen en de onderlinge erkenning van hun diploma's, certificaten en andere titels ( PB L 165 van 7.7.1993, blz. 1), gewijzigd bij :
  - 95/1/EG, Euratom, EGKS : Besluit houdende aanpassing van de documenten betreffende de toetreding van nieuwe lidstaten tot de Europese Unie,
  - 398 L 0021 : Richtlijn 98/21/EG van de Commissie van 8 april 1998 tot wijziging van Richtlijn 93/16/EEG van de Raad ter vergemakkelijking van het vrije verkeer van artsen en de onderlinge erkenning van hun diploma's, certificaten en andere titels (PB L 119 van 22.4.1998, blz. 15),
  - 398 L 0063 : Richtlijn 98/63/EG van de Commissie van 3 september 1998 tot wijziging van Richtlijn 93/16/EEG van de Raad ter vergemakkelijking van het vrije verkeer van artsen en de onderlinge erkenning van hun diploma's, certificaten en andere titels (PB L 253 van 15.9.1998, blz. 24).
  (a) in artikel 3 wordt het volgende toegevoegd :
  " in Zwitserland :
  titulaire du diplôme fédéral de médecin
  Eidgenössisch diplomierter Arzt
  titolare di diploma federale di medico
  uitgereikt door het ministerie van Binnenlandse Zaken "
  (b) in artikel 5, lid 2, wordt het volgende toegevoegd :
  " in Zwitserland :
  spécialiste
  Facharzt
  specialista
  uitgereikt door het ministerie van Binnenlandse Zaken "
  (c) in artikel 5, lid 3, wordt bij onderstaande streepjes de volgende vermelding toegevoegd :
  anesthesie :
  " Zwitserland : Anasthésiologie
  anÝsthesiologie
  anestesiologia "
  heelkunde :
  " Zwitserland : chirurgie
  Chirurgie
  chirurgia "
  neurochirurgie :
  " Zwitserland : neurochirurgie
  Neurochirurgie
  neurochirurgia "
  verloskunde en gynaecologie :
  " Zwitserland : gynécologie et obstétrique
  GynÝkologie und Geburtshilfe
  ginecologia e ostetricia "
  inwendige geneeskunde :
  " Zwitserland : médecine interne
  Innere Medizin
  medicina interna "
  oogheelkunde :
  " Zwitserland : ophtalmologie
  Ophtalmologie
  oftalmologia "
  keel-, neus- en oorheelkunde :
  " Zwitserland : oto-rhino-laryngologie
  Oto-Rhino-Laryngologie
  otorinolaringoiatria "
  kindergeneeskunde :
  " Zwitserland : pédiatrie
  Kinder- und Jugendmedizin
  pediatria "
  ziekten der luchtwegen :
  " Zwitserland : pneumologie
  Pneumologie
  pneumologia "
  urologie :
  " Zwitserland : urologie
  Urologie
  urologia "
  orthopedie :
  " Zwitserland : chirurgie orthopédique
  OrtopÝdische Chirurgie
  chirurgia ortopedica "
  pathologische anatomie :
  " Zwitserland : pathologie
  Pathologie
  patologia "
  neurologie :
  " Zwitserland : neurologie
  Neurologie
  neurologia "
  psychiatrie :
  " Zwitserland : psychiatrie et psychothérapie
  Psychiatrie und Psychotherapie
  psichiatria e psicoterapia "
  (d) in artikel 7, lid 2, wordt bij onderstaande streepjes de volgende vermelding toegevoegd :
  plastische chirurgie :
  " Zwitserland : chirurgie plastique et reconstructive
  Plastische und Wiederherstellungschirurgie
  chirurgia plastica e ricostruttiva "
  cardio-pulmonale chirurgie :
  " Zwitserland : chirurgie cardiaque et vasculaire thoracique
  Herz- und thorakale GefÝsschirurgie
  chirurgia del cuore e dei vasi toracici "
  kinderheelkunde :
  " Zwitserland : chirurgie pédiatrique
  Kinderchirurgie
  chirurgia pediatrica "
  cardiologie :
  " Zwitserland : cardiologie
  Kardiologie
  cardiologia "
  maag- en darmziekten :
  " Zwitserland : gastroentérologie
  Gastroenterologie
  gastroenterologia "
  reumatologie :
  " Zwitserland : rhumatologie
  Rheumatologie
  reumatologia "
  algemene hematologie :
  " Zwitserland : hématologie
  HÝmatologie
  ematologia "
  endocrinologie :
  " Zwitserland : endocrinologie-diabétologie
  Endokrinologie-Diabetologie
  endocrinologia-diabetologia "
  revalidatie :
  " Zwitserland : médecine physique et réadaptation
  Physikalische Medizin und Rehabilitation
  medicina fisica e riabilitazione "
  huid- en geslachtsziekten :
  " Zwitserland : dermatologie et vénéréologie
  Dermatologie und Venereologie
  dermatologia e venereologia "
  radiodiagnostiek :
  " Zwitserland : radiologie médicale/radio-diagnostic
  Medizinische Radiologie/Radiodiagnostik
  radiologia medica/radiodiagnostica "
  radiotherapie :
  " Zwitserland : radiologie médicale/radio-oncologie
  Medizinische Radiologie/Radio-Onkologie
  radiologia medica/radio-oncologia "
  tropische ziekten :
  " Zwitserland : médicine tropicale
  Tropenmedizin
  medicina tropicale "
  kinderpsychiatrie :
  " Zwitserland : psychiatrie et psychothérapie d'enfants et d'adolescents
  Kinder- und Jugendpsychiatrie und -psychotherapie
  psichiatria e psicoterapia infantile e dell'adolescenza "
  nierziekten :
  " Zwitserland : néphrologie
  Nephrologie
  nefralogia "
  " community medicine " :
  " Zwitserland : prévention et santé publique
  PrÝvention und Gesundheitswesen
  prevenzione e salute pubblica "
  arbeidsgeneeskunde :
  " Zwitserland : médecine du travail
  Arbeitsmedizin
  medicina del lavoro "
  allergologie :
  " Zwitserland : allergologie et immunologie clinique
  Allergologie und klinische Immunologie
  allergologia e immunologia clinica "
  nucleaire geneeskunde :
  " Zwitserland : radiologie médicale/médecine nucléaire
  Medizinische Radiologie/Nuklearmedizin
  radiologia medica/medicina nucleare "
  mond-, tand- en maxillo-faciale chirurgie (basisopleiding voor arts en voor beoefenaar der tandheelkunde) :
  " Zwitserland : chirurgie maxillo-faciale
  Kiefer- und Gesichtschirurgie
  chirurgia mascello-facciale "
  6bis 96/C/216/03 : Lijst van de benamingen van de diploma's, certificaten en andere bewijsstukken alsmede van de beroepstitels van huisarts, bekendgemaakt overeenkomstig artikel 41 van Richtlijn 93/16/EEG (PB C 216 van 25.7.1996).
  Ziekenverplegers
  7. 377 L 0452 : Richtlijn 77/452/EEG van de Raad van 27 juni 1977 inzake de onderlinge erkenning van de diploma's, certificaten en andere titels van verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger, tevens houdende maatregelen tot vergemakkelijking van de daadwerkelijke uitoefening van het recht van vestiging en vrij verrichten van diensten (PB L 176 van 15.7.1977, blz. 1), gewijzigd bij :
  - 1 79 H : Documenten betreffende de toetreding van de Helleense Republiek tot de Europese Gemeenschappen, akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor de Helleense Republiek en de aanpassingen van de Verdragen (PB L 291 van 19.11.1979, blz. 91),
  - 1 85 I : Documenten betreffende de toetreding van het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek tot de Europese Gemeenschappen, akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek en de aanpassing van de Verdragen (PB L 302 van 15.11.1985, blz. 160),
  - 389 L 0594 : Richtlijn 89/594/EEG van de Raad van 30 oktober 1989 (PB L 341 van 23.11.1989, blz. 19.),
  - 389 L 0595 : Richtlijn 89/595/EEG van de Raad van 30 oktober 1989 (PB L 341 van 23.11.1989, blz. 30.),
  - 390 L 0658 : Richtlijn 90/658/EEG van de Raad van 4 december 1990 (PB L 353 van 17.12.1990, blz. 73.),
  - 95/1/EG, Euratom, EGKS : Besluit houdende aanpassing van de documenten betreffende de toetreding van nieuwe lidstaten tot de Europese Unie.
  De bepalingen van de richtlijn worden voor de toepassing van deze overeenkomst als volgt gewijzigd :
  a) in artikel 1, lid 2, wordt het volgende toegevoegd :
  " in Zwitserland :
  infirmière, infirmier
  Krankenschwester, Krankenpfleger
  infermiera, infermiere "
  b) in artikel 3 wordt het volgende toegevoegd :
  " p) in Zwitserland :
  infirmière diplômée en soins généraux, infirmier diplômé en soins généraux / " diplomierte Krankenschwester in allgemeiner Krankenpflege ", " diplomierter Krankenpfleger in allgemeiner Krankenpflege " / " infermiera diplomata in cure generali ", " infermiere diplomato in cure generali ", uitgereikt door de Conferentie Kantonbesturen Volksgezondheid (Conférence des directeurs cantonaux des affaires sanitaires) "
  8. 377 L 0453 : Richtlijn 77/453/EEG van de Raad van 27 juni 1977 inzake de coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de werkzaamheden van verantwoordelijk algemeen ziekenverpleger (PB L 176 van 15.7.1977, blz. 8), gewijzigd bij;
  - 389 L 0595 : Richtlijn 89/595/EEG van de Raad van 30 oktober 1989 (PB L 341 van 23.11.1989, blz. 30).
  Beoefenaars van de tandheelkunde
  9. 378 L 0686 : Richtlijn 78/686/EEG van de Raad van 25 juli 1978 inzake de onderlinge erkenning van de diploma's, certificaten en andere titels van de beoefenaar der tandheelkunde, tevens houdende maatregelen tot vergemakkelijking van de daadwerkelijke uitoefening van het recht van vestiging en vrij verrichten van diensten (PB L 233 van 24.8.1978, blz. 1), gewijzigd bij :
  - 1 79 H : Documenten betreffende de toetreding van de Helleense Republiek tot de Europese Gemeenschappen, akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor de Helleense Republiek en de aanpassingen van de Verdragen (PB L 291 van 19.11.1979, blz. 91),
  - 1 85 I : Documenten betreffende de toetreding van het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek tot de Europese Gemeenschappen, akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek en de aanpassing van de Verdragen (PB L 302 van 15.11.1985, blz. 160),
  - 389 L 0594 : Richtlijn 89/594/EEG van de Raad van 30 oktober 1989 (PB L 341 van 23.11.1989, blz. 19),
  - 390 L 0658 : Richtlijn 90/658/EEG van de Raad van 4 december 1990 (PB L 353 van 17.12.1990, blz. 73),
  - 95/1/EG, Euratom, EGKS : Besluit houdende aanpassing van de documenten betreffende de toetreding van nieuwe lidstaten tot de Europese Unie.
  De bepalingen van de richtlijn worden voor de toepassing van deze overeenkomst als volgt gewijzigd :
  a) in artikel 1 wordt het volgende toegevoegd :
  " in Zwitserland :
  médecin dentiste
  Zahnarzt
  medico-dentista ";
  b) in artikel 3 wordt het volgende toegevoegd :
  " p) in Zwitserland :
  titulaire du diplôme fédéral de médecin-dentiste / eidgenössisch diplomierter Zahnarzt / titolare di diploma federale di medico-dentista, uitgereikt door het ministerie van Binnenlandse Zaken ";
  c) in artikel 5 wordt bij onderstaande streepjes de volgende vermelding toegevoegd :
  1. Orthodontie
  " in Zwitserland :
  diplôme fédéral d'orthodontiste / Diplom als Kieferorthopde / diploma diortodontista, uitgereikt door het ministerie van Binnenlandse Zaken ";
  10. 378 L 0687 : Richtlijn 78/687/EEG van de Raad van 25 juli 1978 inzake de coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de werkzaamheden van de beoefenaar der tandheelkunde (PB L 233 van 24.8.1978, blz. 10), gewijzigd bij :
  - 95/1/EG, Euratom, EGKS : Besluit houdende aanpassing van de documenten betreffende de toetreding van nieuwe lidstaten tot de Europese Unie.
  Dierenartsen
  11. 378 L 1026 : Richtlijn 78/1026/EEG van de Raad van 18 december 1978 inzake de onderlinge erkenning van diploma's, certificaten en andere titels van dierenarts, tevens houdende maatregelen tot vergemakkelijking van de daadwerkelijke uitoefening van het recht van vestiging en het vrij verrichten van diensten (PB L 362 van 23.12.1978, blz. 1), gewijzigd bij :
  - 1 79 H : Documenten betreffende de toetreding van de Helleense Republiek tot de Europese Gemeenschappen, akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor de Helleense Republiek en de aanpassingen van de Verdragen (PB L 291 van 19.11.1979, blz. 92),
  - 1 85 I : Documenten betreffende de toetreding van het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek tot de Europese Gemeenschappen, akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek en de aanpassing van de Verdragen (PB L 302 van 15.11.1985, blz. 160),
  - 389 L 0594 : Richtlijn 89/594/EEG van de Raad van 30 oktober 1989 (PB L 341 van 23.11.1989, blz. 19),
  - 390 L 0658 : Richtlijn 90/658/EEG van de Raad van 4 december 1990 (PB L 353 van 17.12.1990, blz. 73),
  - 95/1/EG, Euratom, EGKS : Besluit houdende aanpassing van de documenten betreffende de toetreding van nieuwe lidstaten tot de Europese Unie.
  De bepalingen van de richtlijn worden voor de toepassing van deze overeenkomst als volgt gewijzigd :
  a) in artikel 3 wordt het volgende toegevoegd :
  " p) in Zwitserland :
  titulaire du diplôme fédéral de vétérinaire
  eidgenössisch diplomierter Tierarzt
  titolare di diploma federale di veterinario, uitgereikt door het ministerie van Binnenlandse Zaken ".
  12. 378 L 1027 : Richtlijn 78/1027/EEG van de Raad van 18 december 1978 inzake de coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de werkzaamheden van dierenarts (PB L 362 van 23.12.1978, blz. 7), gewijzigd bij :
  - 389 L 0594 : Richtlijn 89/594/EEG van de Raad van 30 oktober 1989 (PB L 341 van 23.11.1989, blz. 19).
  Verloskundigen
  13. 380 L 0154 : Richtlijn 80/154/EEG van de Raad van 21 januari 1980 inzake de onderlinge erkenning van de diploma's, certificaten en andere titels van de verloskundige, tevens houdende maatregelen tot vergemakkelijking van de daadwerkelijke uitoefening van het recht van vestiging en vrij verrichten van diensten (PB L 33 van 11.2.1980, blz. 1), gewijzigd bij :
  - 380 L 1273 : Richtlijn 80/1273/EEG van de Raad van 22 december 1980 (PB L 375 van 31.12.1980, blz. 74),
  - 1 85 I : Documenten betreffende de toetreding van het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek tot de Europese Gemeenschappen, akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek en de aanpassing van de Verdragen (PB L 302 van 15.11.1985, blz. 161),
  - 389 L 0594 : Richtlijn 89/594/EEG van de Raad van 30 oktober 1989 (PB L 341 van 23.11.1989, blz. 19),
  - 390 L 0658 : Richtlijn 90/658/EEG van de Raad van 4 december 1990 (PB L 353 van 17.12.1990, blz. 73),
  - 95/1/EG, Euratom, EGKS : Besluit houdende aanpassing van de documenten betreffende de toetreding van nieuwe lidstaten tot de Europese Unie.
  De bepalingen van de richtlijn worden voor de toepassing van deze overeenkomst als volgt gewijzigd :
  a) in artikel 1 wordt het volgende toegevoegd :
  " in Zwitserland :
  sage-femme
  Hebamme
  levatrice ".
  b) in artikel 3 wordt het volgende toegevoegd :
  " p) in Zwitserland :
  sage-femme diplômée / diplomierte Hebamme / levatrice diplomata, diploma's uitgereikt door de Conferentie Kantonbesturen Volksgezondheid (Conférence des directeurs cantonaux des affaires sanitaires) ".
  14. 380 L 0155 : Richtlijn 80/155/EEG van de Raad van 21 januari 1980 inzake de coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toegang tot en de uitoefening van de werkzaamheden van verloskundige (PB L 33 van 11.2.1980, blz. 8), gewijzigd bij :
  - 389 L 0594 : Richtlijn 89/594/EEG van de Raad van 30 oktober 1989 (PB L 341 van 23.11.1989, blz. 19).
  Farmacie
  15. 385 L 0432 : Richtlijn 85/432/EEG van de Raad van 16 september 1985 inzake de coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende bepaalde werkzaamheden op farmaceutisch gebied (PB L 253 van 24.9.1985, blz. 34).
  16. 385 L 0433 : Richtlijn 85/433/EEG van de Raad van 16 september 1985 inzake de onderlinge erkenning van de diploma's, certificaten en andere titels op het terrein van de farmacie, tevens houdende maatregelen tot vergemakkelijking van de daadwerkelijke uitoefening van het recht van vestiging voor bepaalde werkzaamheden op farmaceutisch gebied (PB L 253 van 24.9.1985, blz. 37), gewijzigd bij :
  - 385 L 0584 : Richtlijn 85/584/EEG van de Raad van 20 december 1985 (PB L 372 van 31.12.1985, blz. 42),
  - 390 L 0658 : Richtlijn 90/658/EEG van de Raad van 4 december 1990 (PB L 353 van 17.12.1990, blz. 73),
  - 95/1/EG, Euratom, EGKS : Besluit houdende aanpassing van de documenten betreffende de toetreding van nieuwe lidstaten tot de Europese Unie.
  De bepalingen van de richtlijn worden voor de toepassing van deze overeenkomst als volgt gewijzigd :
  a) in artikel 4 wordt het volgende toegevoegd :
  " p) in Zwitserland :
  titulaire du diplôme fédéral de pharmacien / eidgenössisch diplomierter Apotheker / titolare di diploma federale di farmacista, uitgereikt door het ministerie van Binnenlandse Zaken ".
  D. ARCHITECTUUR
  17. 385 L 0384 : Richtlijn 85/384/EEG van de Raad van 10 juni 1985 inzake de onderlinge erkenning van de diploma' s, certificaten en andere titels op het gebied van de architectuur, tevens houdende maatregelen tot vergemakkelijking van de daadwerkelijke uitoefening van het recht van vestiging en vrij verrichten van diensten (PB L 223 van 21.8.1985, blz. 15), gewijzigd bij :
  - 385 L 0614 : Richtlijn 85/614/EEG van de Raad van 20 december 1985 (PB L 376 van 31.12.1985, blz. 1),
  - 386 L 0017 : Richtlijn 86/17/EEG van de Raad van 27 januari 1986 (PB L 27 van 1.2.1986, blz. 71),
  - 390 L 0658 : Richtlijn 90/658/EEG van de Raad van 4 december 1990 (PB L 353 van 17.12.1990, blz. 73),
  - 95/1/EG, Euratom, EGKS : Besluit houdende aanpassing van de documenten betreffende de toetreding van nieuwe lidstaten tot de Europese Unie.
  De bepalingen van de richtlijn worden voor de toepassing van deze overeenkomst als volgt gewijzigd :
  a) in artikel 11 wordt het volgende toegevoegd :
  " in Zwitserland :
  - de diploma's uitgereikt door de " écoles polytechniques fédérales / Eidgenössische Technische Hochschulen / Politecnici Federal " : arch.dipl.
  EPF / dipl.
  Arch.
  ETH / arch.dipl.
  PF,
  - de diploma's uitgereikt door de " Ecole d'architecture de l'Université de Genève " : architecte diplômé EAUG,
  - de certificaten van de " Fondation des registres suisses des ingénieurs, des architectes et des techniciens / Stiftung der Schweizerischen Register der Ingenieure, der Architekten und der Techniker/ Fondazione dei Registri svizzeri degli ingegneri, degli architetti e dei tecnici (REG) " : architecte REG A / Architekt REG A / architetto REG A, "
  b) Artikel 15 is niet van toepassing.
  18. 98/C/217 : Diploma's, certificaten en andere titels op het gebied van de architectuur die onderling door de lidstaten worden erkend (Bijwerking van mededeling 96/C 205 van 16 juli 1996) (PB C 217 van 11.7.1998).
  E. HANDEL EN TUSSENPERSONEN
  Groothandel
  19. 364 L 0222 : Richtlijn 64/222/EEG van de Raad van 25 februari 1964 betreffende de overgangsmaatregelen op het gebied van de werkzaamheden in de groothandel en van de werkzaamheden van tussenpersonen in handel, industrie en ambacht (PB 56 van 4.4.1964, blz. 857/64).
  20. 364 L 0223 : Richtlijn 64/223/EEG van de Raad van 25 februari 1964 betreffende de verwezenlijking van de vrijheid van vestiging en het vrij verrichten van diensten voor de werkzaamheden welke onder de groothandel ressorteren (PB 56 van 4.4.1964, blz. 863/64).
  - 172 B : Documenten betreffende de toetreding tot de Europese Gemeenschappen van het Koninkrijk Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, akte betreffende de toetredingsvoorwaarden en de aanpassing der Verdragen (PB L 73 van 27.3.1972, blz. 84).
  Tussenpersonen in handel, industrie en ambacht
  21. 364 L 0224 : Richtlijn 64/224/EEG van de Raad van 25 februari 1964 betreffende de verwezenlijking van de vrijheid van vestiging en van het vrij verrichten van diensten voor de werkzaamheden van tussenpersonen in handel, industrie en ambacht (PB 56 van 4.4.1964, blz. 869/64), gewijzigd bij :
  - 172 B : Documenten betreffende de toetreding tot de Europese Gemeenschappen van het Koninkrijk Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, akte betreffende de toetredingsvoorwaarden en de aanpassing der Verdragen (PB L 73 van 27.3.1972, blz. 85),
  - 1 79 H : Documenten betreffende de toetreding van de Helleense Republiek tot de Europese Gemeenschappen, akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor de Helleense Republiek en de aanpassingen van de Verdragen (PB L 291 van 19.11.1979, blz. 89),
  - 1 85 I : Documenten betreffende de toetreding van het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek tot de Europese Gemeenschappen, akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek en de aanpassing van de Verdragen (PB j L 302 van 15.11.1985, blz. 155),
  - 95/1/EG, Euratom, EGKS : Besluit houdende aanpassing van de documenten betreffende de toetreding van nieuwe lidstaten tot de Europese Unie.
  De bepalingen van de richtlijn worden voor de toepassing van deze overeenkomst als volgt gewijzigd :
  a) in artikel 3 wordt het volgende toegevoegd :
  Zelfstandige personen Personen in loondienst
  " In Zwitserland Agent Représentant de commerce
  Agent Handelsreisender
  Agente Rappresentante "
  Zelfstandige personen in de kleinhandel
  22. 368 L 0363 : Richtlijn 68/363/EEG van de Raad van 15 oktober 1968 betreffende de verwezenlijking van de vrijheid van vestiging en het vrij verrichten van diensten voor anders dan in loondienst verrichte werkzaamheden welke onder de kleinhandel ressorteren (ex groep 612 ISIC) (PB L 260 van 22.10.1968, blz. 1), gewijzigd bij :
  - 172 B : Documenten betreffende de toetreding tot de Europese Gemeenschappen van het Koninkrijk Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, akte betreffende de toetredingsvoorwaarden en de aanpassing der Verdragen (PB L 73 van 27.3.1972, blz. 86).
  23. 368 L 0364 : Richtlijn 68/364/EEG van de Raad van 15 oktober 1968 betreffende de overgangsmaatregelen op het gebied van de anders dan in loondienst verrichte werkzaamheden welke onder de kleinhandel ressorteren (ex groep 612 ISIC) (PB L 260 van 22.10.1968, blz. 6).
  Niet in loondienst verrichte werkzaamheden op het gebied van de groothandel in steenkool en werkzaamheden van tussenpersonen op het gebied van steenkool
  24. 370 L 0522 : Richtlijn 70/522/EEG van de Raad van 30 november 1970 betreffende de verwezenlijking van de vrijheid van vestiging en het vrij verrichten van diensten voor anders dan in loondienst verrichte werkzaamheden welke onder de groothandel in steenkool ressorteren en voor de werkzaamheden van tussenpersonen op het gebied van steenkool (ex groep 6112 ISIC) (PB L 267 van 10.12.1970, blz. 14), gewijzigd bij :
  - 172 B : Documenten betreffende de toetreding tot de Europese Gemeenschappen van het Koninkrijk Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, akte betreffende de toetredingsvoorwaarden en de aanpassing der Verdragen (PB L 73 van 27.3.1972, blz. 86).
  25. 370 L 0523 : Richtlijn 70/523/EEG van de Raad van 30 november 1970 betreffende de overgangsmaatregelen op het gebied van de anders dan in loondienst verrichte werkzaamheden welke onder de groothandel in steenkool ressorteren en van de werkzaamheden van tussenpersonen op het gebied van steenkool (ex groep 6112 ISIC) (PB L 267 van 10.12.1970, blz. 18).
  Handel in en distributie van giftige producten
  26. 374 L 0556 : Richtlijn 74/556/EEG van de Raad van 4 juni 1974 betreffende de overgangsmaatregelen op het gebied van de werkzaamheden welke ressorteren onder de handel in en de distributie van giftige producten en de werkzaamheden die het beroepsmatig gebruik van die producten meebrengen met inbegrip van de werkzaamheden van tussenpersonen (PB L 307 van 18.11.1974, blz. 1).
  26bis. 374 L 0557 : Richtlijn 74/557/EEG van de Raad van 4 juni 1974 betreffende de verwezenlijking van de vrijheid van vestiging en het vrij verrichten van diensten voor de anders dan in loondienst verrichte werkzaamheden en voor de werkzaamheden van tussenpersonen welke onder de handel in en de distributie van giftige producten ressorteren (PB L 307 van 18.11.1974, blz. 5), gewijzigd bij :
  - 95/1/EG, Euratom, EGKS : Besluit houdende aanpassing van de documenten betreffende de toetreding van nieuwe lidstaten tot de Europese Unie.
  De bepalingen van de richtlijn worden voor de toepassing van deze overeenkomst als volgt gewijzigd :
  in de bijlage wordt het volgende toegevoegd :
  " - Zwitserland :
  Alle giftige stoffen en producten in de zin van artikel 2 van de Wet giftige stoffen (SR 814.80), met name die welke zijn opgenomen in de lijst van giftige stoffen en producten behorende tot klasse 1, 2 en 3, overeenkomstig artikel 3 van de Verordening giftige stoffen (RS 814.801). "
  Werkzaamheden die op ambulante wijze worden verricht
  27. 375 L 0369 : Richtlijn 75/369/EEG van de Raad van 16 juni 1975 houdende maatregelen ter bevordering van de daadwerkelijke uitoefening van het recht van vestiging en het vrij verrichten van diensten voor de werkzaamheden die op ambulante wijze worden verricht en houdende met name overgangsmaatregelen voor deze werkzaamheden (PB L 167 van 30.6.1975, blz. 29).
  Zelfstandige handelsagenten
  28. 386 L 0653 : Richtlijn 86/653/EEG van de Raad van 18 december 1986 inzake de coördinatie van de wetgevingen van de lidstaten inzake zelfstandige handelsagenten (PB L 382 van 31.12.1986, blz. 17).
  F. INDUSTRIE EN AMBACHT
  Be- en verwerkende industrie
  29. 364 L 0427 : Richtlijn 64/427/EEG van de Raad van 7 juli 1964 betreffende de overgangsmaatregelen op het gebied van de anders dan in loondienst verrichte werkzaamheden van de be- en verwerkende nijverheid behorende tot de klassen 23 tot en met 40 van de ISIC (Industrie en Ambacht) (PB 117 van 23.7.1964, blz. 1863/64), gewijzigd bij :
  - 369 L 0077 : Richtlijn 69/77/EEG van de Raad van 4 maart 1969 (PB L 59 van 10.3.1969, blz. 8).
  De bepalingen van de richtlijn worden voor de toepassing van deze overeenkomst als volgt gewijzigd :
  " artikel 5, lid 3, is niet van toepassing".
  30. 364 L 0429 : Richtlijn 64/429/EEG van de Raad van 7 juli 1964 betreffende de verwezenlijking van de vrijheid van vestiging en het vrij verrichten van diensten voor anders dan in loondienst verrichte werkzaamheden van de be- en verwerkende nijverheid behorende tot de klassen 23 tot en met 40 van de ISIC (Industrie en Ambacht) (PB 117 van 23.7.1964, blz. 1880/64), gewijzigd bij :
  - 172 B : Documenten betreffende de toetreding tot de Europese Gemeenschappen van het Koninkrijk Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, akte betreffende de toetredingsvoorwaarden en de aanpassing der Verdragen (PB L 73 van 27.3.1972, blz. 83).
  Winning van delfstoffen
  31. 364 L 0428 : Richtlijn 64/428/EEG van de Raad van 7 juli 1964 betreffende de verwezenlijking van de vrijheid van vestiging en het vrij verrichten van diensten voor anders dan in loondienst verrichte werkzaamheden op het gebied van de winning van delfstoffen (ISIC-klassen 11 tot en met 19) (PB 117 van 23.7.1964, blz. 1871/64), gewijzigd bij :
  - 172 B : Documenten betreffende de toetreding tot de Europese Gemeenschappen van het Koninkrijk Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, akte betreffende de toetredingsvoorwaarden en de aanpassing der Verdragen (PB L 73 van 27.3.1972, blz. 81).
  Elektriciteit, gas, watervoorziening en sanitaire diensten
  32. 366 L 0162 : Richtlijn 66/162/EEG van de Raad van 28 februari 1966 betreffende de verwezenlijking van de vrijheid van vestiging en het vrij verrichten van diensten voor de niet in loondienst verrichte werkzaamheden welke onder de sectoren elektriciteit, gas, watervoorziening en sanitaire diensten ressorteren (afd. 5 ISIC) (PB 42 van 8.3.1966, blz. 584/66), gewijzigd bij :
  - 172 B : Documenten betreffende de toetreding tot de Europese Gemeenschappen van het Koninkrijk Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, akte betreffende de toetredingsvoorwaarden en de aanpassing der Verdragen (PB L 73 van 27.3.1972, blz. 82).
  Levensmiddelenindustrie en vervaardiging van dranken
  33. 368 L 0365 : Richtlijn 68/365/EEG van de Raad van 15 oktober 1968 betreffende de verwezenlijking van de vrijheid van vestiging en het vrij verrichten van diensten voor anders dan in loondienst verrichte werkzaamheden in de levensmiddelenindustrie alsmede bij de vervaardiging van dranken (klassen 20 en 21 ISIC) (PB L 260 van 22.10.1968, blz. 9), gewijzigd bij :
  - 172 B : Documenten betreffende de toetreding tot de Europese Gemeenschappen van het Koninkrijk Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, akte betreffende de toetredingsvoorwaarden en de aanpassing der Verdragen (PB L 73 van 27.3.1972, blz. 85).
  34. 368 L 0366 : Richtlijn 68/366/EEG van de Raad van 15 oktober 1968 betreffende de overgangsmaatregelen op het gebied van de anders dan in loondienst verrichte werkzaamheden in de levensmiddelenindustrie alsmede bij de vervaardiging van dranken (klassen 20 en 21 ISIC) (PB 0L 260 van 22.10.1968, blz. 12).
  De bepalingen van de richtlijn worden voor de toepassing van deze overeenkomst als volgt gewijzigd :
  " artikel 6, lid 3, is niet van toepassing".
  Exploratie (opsporing en boring) van aardolie en aardgas
  35. 369 L 0082 : Richtlijn 69/82/EEG van de Raad van 13 maart 1969 betreffende de verwezenlijking van de vrijheid van vestiging en het vrij verrichten van diensten voor anders dan in loondienst verrichte werzaamheden op het gebied van de exploratie (opsporing en boring) van aardolie en aardgas (ex klasse 13 ISIC) (PB L 68 van 19.3.1969, blz. 4), gewijzigd bij :
  - 172 B : Documenten betreffende de toetreding tot de Europese Gemeenschappen van het Koninkrijk Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, akte betreffende de toetredingsvoorwaarden en de aanpassing der Verdragen (PB L 73 van 27.3.1972, blz. 82).
  G. WERKZAAMHEDEN VAN TUSSENPERSONEN OP HET GEBIED VAN HET VERVOER
  36. 382 L 0470 : Richtlijn 82/470/EEG van de Raad van 29 juni 1982 houdende maatregelen ter bevordering van de daadwerkelijke uitoefening van het recht van vestiging en het vrij verrichten van diensten voor de anders dan in loondienst verrichte werkzaamheden van bepaalde tussenpersonen op het gebied van het vervoer en van reisbureaubedrijven (groep 718 ISIC) alsmede van opslagbedrijven (groep 720 ISIC) (PB L 213 van 21.7.1982, blz. 1), gewijzigd bij :
  - 1 85 I : Documenten betreffende de toetreding van het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek tot de Europese Gemeenschappen, akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek en de aanpassing van de verdragen (PB L 302 van 15.11.1985, blz. 156),
  - 95/1/EG, Euratom, EGKS : Besluit houdende aanpassing van de documenten betreffende de toetreding van nieuwe lidstaten tot de Europese Unie.
  De bepalingen van de richtlijn worden voor de toepassing van deze overeenkomst als volgt gewijzigd :
  a) in artikel 3 wordt het volgende toegevoegd :
  " Zwitserland
  A. Expéditeur
  Spediteur
  Spedizioniere
  Déclarant de douane
  Zolldeklarant
  Dichiarante di dogana
  B. Agent de voyage
  Reisebürounternehmer
  Agente di viaggio
  C. Entrepositaire
  Lagerhalter
  Agente di deposito
  D. Expert en automobiles
  Automobilexperte
  Perito in automobili
  vérificateur des poids et mesures
  Eichmeister
  verificatore dei pesi e delle misure "
  H. FILMINDUSTRIE
  37. 363 L 0607 : Richtlijn 63/607/EEG van de Raad van 15 oktober 1963 voor de tenuitvoerlegging van de bepalingen van het Algemeen Programma voor de opheffing van de beperkingen van het vrij verrichten van diensten op het gebied van het filmbedrijf (PB 159 van 2.11.1963).
  38. 365 L 0264 : Tweede Richtlijn 65/264/EEG van de Raad van 13 mei 1965 ter uitvoering van de Algemene Programma's voor de opheffing van de beperkingen van de vrijheid van vestiging en van het vrij verrichten van diensten op het gebied van de cinematografie (PB 85 van 19.5.1965, blz. 1437/65), gewijzigd bij :
  - 172 B : Documenten betreffende de toetreding tot de Europese Gemeenschappen van het Koninkrijk Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, akte betreffende de toetredingsvoorwaarden en de aanpassing der Verdragen (PB L 73 van 27.3.1972, blz. 14).
  39. 368 L 0369 : Richtlijn 68/369/EEG van de Raad van 15 oktober 1968 betreffende de verwezenlijking van de vrijheid van vestiging voor anders dan in loondienst verrichte werkzaamheden van de distributie van films (PB L 260 van 22.10.1968, blz. 22), gewijzigd bij :
  - 172 B : Documenten betreffende de toetreding tot de Europese Gemeenschappen van het Koninkrijk Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, akte betreffende de toetredingsvoorwaarden en de aanpassing der Verdragen (PB L 73 van 27.3.1972, blz. 82).
  40. 370 L 0451 : Richtlijn 70/451/EEG van de Raad van 29 september 1970 betreffende de verwezenlijking van de vrijheid van vestiging en het vrij verrichten van diensten voor anders dan in loondienst verrichte werkzaamheden tot vervaardiging van films (PB L 218 van 3.10.1970, blz. 37), gewijzigd bij :
  - 172 B : Documenten betreffende de toetreding tot de Europese Gemeenschappen van het Koninkrijk Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, akte betreffende de toetredingsvoorwaarden en de aanpassing der Verdragen (PB L 73 van 27.3.1972, blz. 88).
  I. ANDERE SECTOREN
  Dienstverlening aan ondernemingen uit de onroerendgoedsector en andere sectoren
  41. 367 L 0043 : Richtlijn 67/43/EEG van de Raad van 12 januari 1967 betreffende de verwezenlijking van de vrijheid van vestiging en het vrij verrichten van diensten voor de niet in loondienst verrichte werkzaamheden behorende tot :
  1. de sector "handel in onroerende goederen (uitgezonderd 6401)" (groep ex 640 ISIC)
  2. de sector bepaalde "diensten aan ondernemingen, niet elders ingedeeld" (groep 839 ISIC) (PB 10 van 19.1.1967), gewijzigd bij :
  - 172 B : Documenten betreffende de toetreding tot de Europese Gemeenschappen van het Koninkrijk Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, akte betreffende de toetredingsvoorwaarden en de aanpassing der Verdragen (PB L 73 van 27.3.1972, blz. 82).
  - 1 79 H : Documenten betreffende de toetreding van de Helleense Republiek tot de Europese Gemeenschappen, akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor de Helleense Republiek en de aanpassingen van de Verdragen (PB L 291 van 19.11.1979, blz. 89),
  - 1 85 I : Documenten betreffende de toetreding van het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek tot de Europese Gemeenschappen, akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor het Koninkrijk Spanje en de Portugese Republiek en de aanpassing van de Verdragen (PB L 302 van 15.11.1985, blz. 156),
  - 95/1/EG, Euratom, EGKS : Besluit houdende aanpassing van de documenten betreffende de toetreding van nieuwe lidstaten tot de Europese Unie.
  De bepalingen van de richtlijn worden voor de toepassing van deze overeenkomst als volgt gewijzigd :
  a) in artikel 2, lid 3, wordt het volgende toegevoegd :
  " In Zwitserland :
  - courtier en immeubles,
  Liegenschaftenmakler,
  agente immobiliare,
  - gestionnaire en immeubles,
  Hausverwalter,
  amministratore di stabili,
  - régisseur et courtier en immeubles,
  Immobilien-Treuhnder,
  fiduciario immobiliare. "
  Werkzaamheden in de sector persoonlijke diensten
  42. 368 L 0367 : Richtlijn 68/367/EEG van de Raad van 15 oktober 1968 betreffende de verwezenlijking van de vrijheid van vestiging en het vrij verrichten van diensten voor anders dan in loondienst verrichte werkzaamheden welke onder de persoonlijke diensten ressorteren (ex klasse 85 ISIC) :
  1. restaurants en slijterijen (groep 852 ISIC),
  2. hotels, pensions en dergelijke inrichtingen, kampeerterreinen (groep 853 ISIC) (PB L 260 van 29.10.1968, blz. 16), gewijzigd bij :
  - 172 B : Documenten betreffende de toetreding tot de Europese Gemeenschappen van het Koninkrijk Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, akte betreffende de toetredingsvoorwaarden en de aanpassing der Verdragen (PB L 73 van 27.3.1972, blz. 86).
  43. 368 L 0368 : Richtlijn 68/368/EEG van de Raad van 15 oktober 1968 betreffende de overgangsmaatregelen op het gebied van de anders dan in loondienst verrichte werkzaamheden welke onder de persoonlijke diensten ressorteren (ex klasse 85 ISIC) :
  1. restaurants en slijterijen (groep 852 ISIC),
  2. hotels, pensions en dergelijke inrichtingen, kampeerterreinen (groep 853 ISIC) (PB L 260 van 29.10.1968, blz. 19).
  Diverse werkzaamheden
  44. 375 L 0368 : Richtlijn 75/368/EEG van de Raad van 16 juni 1975 houdende maatregelen ter bevordering van de daadwerkelijke uitoefening van het recht van vestiging en het vrij verrichten van diensten voor diverse werkzaamheden (ex klasse 01 tot en met 85 ISIC) en houdende met name overgangsmaatregelen voor deze werkzaamheden (PB L 167 van 30.6.1975, blz. 22).
  Kappers
  45. 382 L 0489 : Richtlijn 82/489/EEG van de Raad van 19 juli 1982 houdende maatregelen ter vergemakkelijking van de daadwerkelijke uitoefening van het recht van vestiging en vrij verrichten van diensten van kappers (PB L 218 van 27.7.1982, blz. 24).
  J. LANDBOUW
  46. 363 L 0261 : Richtlijn 63/261/EEG van de Raad van 2 april 1963 tot vaststelling van de wijze waarop de vrijheid van vestiging in de landbouw op het grondgebied van een lidstaat wordt verwezenlijkt voor onderdanen van de andere landen van de Gemeenschap, die gedurende twee jaar zonder onderbreking als werknemers in de landbouw in deze lidstaat werkzaam zijn geweest (PB 62 van 20.4.1963, blz. 1323/63), gewijzigd bij :
  - 172 B : Documenten betreffende de toetreding tot de Europese Gemeenschappen van het Koninkrijk Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, akte betreffende de toetredingsvoorwaarden en de aanpassing der Verdragen (PB L 73 van 27.3.1972, blz. 14).
  47. 363 L 0262 : Richtlijn 63/262/EEG van de Raad van 2 april 1963 tot vaststelling van de wijze waarop de vrijheid van vestiging op landbouwbedrijven die sedert meer dan twee jaar verlaten of onbebouwd zijn, wordt verwezenlijkt (PB 62 van 20.4.1963, blz. 1326/63), gewijzigd bij :
  - 172 B : Documenten betreffende de toetreding tot de Europese Gemeenschappen van het Koninkrijk Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, akte betreffende de toetredingsvoorwaarden en de aanpassing der Verdragen (PB L 73 van 27.3.1972, blz. 14).
  48. 365 L 0001 : Richtlijn 65/1/EEG van de Raad van 14 december 1964 betreffende de wijze waarop het vrij verrichten van diensten in de werkzaamheden van land- en tuinbouw wordt verwezenlijkt (PB 1 van 8.1.1965, blz. 1/65), gewijzigd bij :
  - 172 B : Documenten betreffende de toetreding tot de Europese Gemeenschappen van het Koninkrijk Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, akte betreffende de toetredingsvoorwaarden en de aanpassing der Verdragen (PB L 73 van 27.3.1972, blz. 79).
  49. 367 L 0530 : Richtlijn 67/530/EEG van de Raad van 25 juli 1967 inzake de vrijheid van landbouwers die onderdaan zijn van een lidstaat en zijn gevestigd in een andere lidstaat, om over te gaan van het ene bedrijf naar het andere (PB 190 van 10.8.1967, blz. 1), gewijzigd bij :
  - 172 B : Documenten betreffende de toetreding tot de Europese Gemeenschappen van het Koninkrijk Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, akte betreffende de toetredingsvoorwaarden en de aanpassing der Verdragen (PB L 73 van 27.3.1972, blz. 79).
  50. 367 L 0531 : Richtlijn 67/531/EEG van de Raad van 25 juli 1967 betreffende de toepassing van de wetgeving der lidstaten inzake pachtovereenkomsten op landbouwers die onderdaan van een der overige lidstaten zijn (PB 190 van 10.8.1967, blz. 3), gewijzigd bij :
  - 172 B : Documenten betreffende de toetreding tot de Europese Gemeenschappen van het Koninkrijk Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, akte betreffende de toetredingsvoorwaarden en de aanpassing der Verdragen (PB L 73 van 27.3.1972, blz. 80).
  51. 367 L 0532 : Richtlijn 67/532/EEG van de Raad van 25 juli 1967 inzake de vrijheid van landbouwers die onderdaan zijn van een lidstaat en zijn gevestigd in een andere lidstaat, om toe te treden tot landbouwcoöperaties (PB 190 van 10.8.1967, blz. 5), gewijzigd bij :
  - 172 B : Documenten betreffende de toetreding tot de Europese Gemeenschappen van het Koninkrijk Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, akte betreffende de toetredingsvoorwaarden en de aanpassing der Verdragen (PB L 73 van 27.3.1972, blz. 80).
  52. 367 L 0654 : Richtlijn 67/654/EEG van de Raad van 24 oktober 1967 betreffende de wijze waarop de vrijheid van vestiging en het vrij verrichten van diensten voor anders dan in loondienst verrichte werkzaamheden in de bosbouw en het bosbedrijf worden verwezenlijkt (PB 263 van 30.10.1967, blz. 6), gewijzigd bij :
  - 172 B : Documenten betreffende de toetreding tot de Europese Gemeenschappen van het Koninkrijk Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, akte betreffende de toetredingsvoorwaarden en de aanpassing der Verdragen (PB L 73 van 27.3.1972, blz. 80).
  53. 368 L 0192 : Richtlijn 68/192/EEG van de Raad van 5 april 1968 inzake de vrijheid van landbouwers die onderdaan zijn van een lidstaat en zijn gevestigd in een andere lidstaat, om gebruik te maken van de verschillende vormen van krediet (PB L 93 van 17.4.1968, blz. 13), gewijzigd bij :
  - 172 B : Documenten betreffende de toetreding tot de Europese Gemeenschappen van het Koninkrijk Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, akte betreffende de toetredingsvoorwaarden en de aanpassing der Verdragen (PB L 73 van 27.3.1972, blz. 80).
  54. 368 L 0415 : Richtlijn 68/415/EEG van de Raad van 20 december 1968 inzake de vrijheid van landbouwers die onderdaan zijn van een lidstaat en zijn gevestigd in een andere lidstaat, om gebruik te maken van de verschillende vormen van steunmaatregelen (PB L 308 van 23.12.1968, blz. 17).
  55. 371 L 0018 : Richtlijn 71/18/EEG van de Raad van 16 december 1970 betreffende de wijze waarop de vrijheid van vestiging in de met de landbouw en tuinbouw samenhangende werkzaamheden anders dan in loondienst wordt verwezenlijkt (PB L 8 van 11.1.1971, blz. 24), gewijzigd bij :
  - 172 B : Documenten betreffende de toetreding tot de Europese Gemeenschappen van het Koninkrijk Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, akte betreffende de toetredingsvoorwaarden en de aanpassing der Verdragen (PB L 73 van 27.3.1972, blz. 80).
  K. DIVERSEN
  56. 385 D 0368 : Besluit 85/368/EEG van de Raad van 16 juli 1985 inzake de vergelijkbaarheid van de getuigschriften van vakbekwaamheid tussen lidstaten van de Europese Gemeenschap (PB L 199 van 31.7.1985, blz. 56).
Art. 1N3. Section A. - ACTES AUXQUELS IL EST FAIT REFERENCE.
  A. SYSTEME GENERAL.
  1. 389 L 0048 : Directive 89/48/CEE du Conseil, du 21 décembre 1988, relative à un système général de reconnaissance des diplômes d'enseignement supérieur qui sanctionnent des formations professionnelles d'une durée minimale de trois ans (JO n° L 19 du 24.1.1989, p. 16).
  2. 392 L 0051 : Directive 92/51/CEE du Conseil, du 18 juin 1992, relative à un deuxième système général de reconnaissance des formations professionnelles, qui complète la directive 89/48/CEE (JO n° L 209 du 24.7.1992, p. 25), modifiée par :
  - 394 L 0038 Directive 94/38/CE de la Commission du 26 juillet 1994, modifiant les annexes C et D de la directive 92/51/CEE du Conseil relative à un deuxième système général de reconnaissance des formations professionnelles, qui complète la directive 89/48/CEE (JO n° L 217 du 23.8.1994, p. 8).
  - 395 L 0043 Directive 95/43/CE de la Commission du 20 juillet 1995, modifiant les annexes C et D de la directive 92/51/CEE du Conseil relative à un deuxième système général de reconnaissance des formations professionnelles, qui complète la directive 89/48/CEE (JO n° L 184 du 3.8.1995, p. 21).
  - 95/1/CE, Euratom, CECA : Adaptation des instruments relatifs à l'adhésion de nouveaux Etats membres à l'Union Européenne.
  - 397 L 0038 Directive 97/38/CEE de la Commission du 20 juin 1997, modifiant l'annexe C de la directive 92/51/CEE du Conseil relative à un deuxième système général de reconnaissance des formations professionnelles, qui complète la directive 89/48/CEE (JO n° L 184 du 3.8.1997, p. 31).
  L'établissement des listes suisses relatives aux annexes C et D de la Directive 92/51/CEE sera effectuée dans le cadre de l'application du présent accord.
  B. PROFESSIONS JURIDIQUES.
  3. 377 L 0249 : Directive 77/249/CEE du Conseil, du 22 mars 1977, tendant à faciliter l'exercice effectif de la libre prestation de services par les avocats (JO n° L 78 du 26.3.1977, p. 17), modifiée par :
  - 1 79 H : Acte relatif aux conditions d'adhésion et aux adaptations des traités - Adhésion aux Communautés européennes de la République hellénique (JO n° L 291 du 19.11.1979, p. 91),
  - 1 85 I : Acte relatif aux conditions d'adhésion et aux adaptations des traités - Adhésion aux Communautés européennes du Royaume d'Espagne et de la République portugaise (JO n° L 302 du 15.11.1985, p. 160),
  - 95/1/CE, Euratom, CECA : Adaptation des instruments relatifs à l'adhésion de nouveaux Etats membres à l'Union européenne.
  Aux fins du présent accord, la directive est adaptée comme suit :
  à l'article 1er, le paragraphe 2 est complété par le texte suivant :
  " Suisse : Avocat/Advokat,
  Rechtsanwalt, Anwalt, Fürsprecher, Fürsprech
  Avvocato. "
  4. 398 L 0005 : Directive 98/5/CE du Parlement européen et du Conseil, du 16 février 1998, visant à faciliter l'exercice permanent de la profession d'avocat dans un Etat membre autre que celui où la qualification a été acquise (JO L 77 du 14.3.1998, p. 36).
  Aux fins du présent accord, la directive est adaptée comme suit :
  à l'article 1er, le paragraphe 2 lettre a) est complété par le texte suivant :
  " Suisse : Avocat
  Advokat, Rechtsanwalt, Anwalt, Fürsprecher, Fürsprech
  Avvocato. "
  C. ACTIVITES MEDICALES ET PARAMEDICALES.
  5. 381 L 1057 : Directive 81/1057/CEE du Conseil, du 14 décembre 1981, complétant les directives 75/362/CEE, 77/452/CEE, 78/686/CEE et 78/1026/CEE concernant la reconnaissance mutuelle des diplômes, certificats et autres titres respectivement de médecin, d'infirmier responsable des soins généraux, de praticien de l'art dentaire et de vétérinaire, en ce qui concerne les droits acquis (JO n° L 385 du 31.12.1981, p. 25).
  Médecins
  6. 393 L 0016 : Directive 93/16/CEE du Conseil du 5 avril 1993, visant à faciliter la libre circulation des médecins et la reconnaissance mutuelle de leur diplômes, certificats et autres titres ( JO n° L 165 du 7.7.1993, p. 1), modifiée par :
  - 95/1/CE, Euratom, CECA : Adaptation des instruments relatifs à l'adhésion de nouveaux Etats membres à l'Union Européenne
  - 398 L 0021 : Directive de la Commission du 8 avril 1998 modifiant la Directive 93/16/CEE du Conseil visant à faciliter la libre circulation des médecins et la reconnaissance mutuelle de leurs diplômes, certificats et autres titres (JO n° L 119 du 22.4.1998, p. 15).
  - 398 L 0063 : Directive de la Commission du 3 septembre 1998 modifiant la Directive 93/16/CEE du Conseil visant à faciliter la libre circulation des médecins et la reconnaissance mutuelle de leurs diplômes, certificats et autres titres (JO n° L 253 du 15.9.1998, p. 24).
  (a) L'article 3 est complété par le texte suivant :
  " en Suisse :
  titulaire du diplôme fédéral de médecin
  Eidgenössisch diplomierter Arzt
  titolare di diploma federale di medico
  délivré par le Département fédéral de l'intérieur "
  (b) L'article 5, paragraphe 2, est complété par le texte suivant :
  " en Suisse :
  spécialiste
  Facharzt
  specialista
  délivré par le Département fédéral de l'intérieur "
  (c) L'article 5, paragraphe 3 est complété, aux tirets indiqués ci-dessous, par les mentions suivantes :
  anesthésie-réanimation :
  " Suisse : anesthésiologie
  AnÝsthesiologie
  anestesiologia "
  chirurgie générale :
  " Suisse : chirurgie
  Chirurgie
  chirurgia "
  neurochirurgie :
  " Suisse : neurochirurgie
  Neurochirurgie
  neurochirurgia "
  gynécologie-obstétrique :
  " Suisse : gynécologie et obstétrique
  GynÝkologie und Geburtshilfe
  ginecologia e ostetricia "
  médecine interne :
  " Suisse : médecine interne
  Innere Medizin
  medicina interna "
  ophthalmologie :
  " Suisse : ophtalmologie
  Ophtalmologie
  oftalmologia "
  oto-rhino-laryngologie :
  " Suisse : oto-rhino-laryngologie
  Oto-Rhino-Laryngologie
  otorinolaringoiatria "
  pédiatrie :
  " Suisse : pédiatrie
  Kinder- und Jugendmedizin
  pediatria "
  médecine des voies respiratoires :
  " Suisse : pneumologie
  Pneumologie
  pneumologia "
  urologie :
  " Suisse : urologie
  Urologie
  urologia "
  orthopédie :
  " Suisse : chirurgie orthopedique
  OrthopÝdische Chirurgie
  chirurgia ortopedica "
  anatomie pathologique :
  " Suisse : pathologie
  Pathologie
  patologia "
  neurologie :
  " Suisse : neurologie
  Neurologie
  neurologia "
  psychiatrie :
  " Suisse : psychiatrie et psychothérapie
  Psychiatrie und Psychotherapie
  psichiatria e psicoterapia "
  (d) A l'article 7, le paragraphe 2 est complété, aux tirets indiqués ci-dessous, par les mentions suivantes :
  chirurgie plastique :
  " Suisse : chirurgie plastique et reconstructive
  Plastische und Wiederherstellungschirurgie
  chirurgia plastica e ricostruttiva "
  chirurgie thoracique :
  " Suisse : chirurgie cardiaque et vasculaire thoracique
  Herz- und thorakale GefÝsschirurgie
  chirurgia del cuore e dei vasi toracici "
  chirurgie pédiatrique :
  " Suisse : chirurgie pédiatrique
  Kinderchirurgie
  chirurgia pediatrica "
  cardiologie :
  " Suisse : cardiologie
  Kardiologie
  cardiologia "
  gastro-entérologie :
  " Suisse : gastro-entérologie
  Gastroenterologie
  gastroenterologia "
  rhumatologie :
  " Suisse : rhumatologie
  Rheumatologie
  reumatologia "
  hématologie générale :
  " Suisse : hématologie
  HÝmatologie
  ematologia "
  endocrinologie :
  " Suisse : endocrinologie-diabétologie
  Endokrinologie-Diabetologie
  endocrinologia-diabetologia "
  physiothérapie :
  " Suisse : médecine physique et réadaptation
  Physikalische Medizin und Rehabilitation
  medicina fisica e riabilitazione "
  dermato-vénéréologie :
  " Suisse : dermatologie et vénéréologie
  Dermatologie und Venerologie
  dermatologia e venereologia "
  radio diagnostic :
  " Suisse : radiologie médicale/radio-diagnostic
  Medizinische Radiologie/Radiodiagnostik
  radiologia medica/radiodiagnostica "
  radiothérapie :
  " Suisse : radiologie médicale/radio-oncologie
  Medizinische Radiologie/Radio-Onkologie
  radiologia medica/radio-oncologia "
  médecine tropicale :
  " Suisse : médecine tropicale
  Tropenmedizin
  medicina tropicale "
  psychiatrie infantile :
  " Suisse : psychiatrie et psychothérapie d'enfants et d'adolescents
  Kinder und Jugendpsychiatrie und -psychotherapie
  psichiatria e psicoterapia infantile e dell'adolescenza "
  maladies rénales :
  " Suisse : néphrologie
  Nephrologie
  nefralogia "
  " community medicine " (santé publique) :
  " Suisse : prévention et santé publique
  PrÝvention und Gesundheitswesen
  prevenzione e salute pubblica "
  médecine du travail :
  " Suisse : médecine du travail
  Arbeitsmedizin
  medicina del lavoro "
  allergologie :
  " Suisse : allergologie et immunologie clinique
  Allergologie und klinische Immunologie
  allergologia e immunologia clinica "
  médecine nucléaire :
  " Suisse : radiologie médicale/médecine nucléaire
  Medizinische Radiologie/Nuklearmedizin
  radiologia medica/medicina nucleare "
  chirurgie dentaire, orale et maxillo-faciale (formation de base de médecin et de praticien de l'art dentaire) :
  " Suisse : chirurgie maxillo-faciale
  Kiefer- und Gesichtschirurgi
  chirurgia mascello-facciale "
  6bis 96/C/216/03 : Liste des dénominations des diplômes, certificats et autres titres de formation et des titres professionnels de médecin généraliste publiée conformément à l'article 41 de la directive 93/16/CEE (JO no C 216, 25.7.1996)
  Infirmiers
  7. 377 L 0452 : Directive 77/452/CEE du Conseil, du 27 juin 1977, visant à la reconnaissance mutuelle des diplômes, certificats et autres titres d'infirmier responsable des soins généraux et comportant des mesures destinées à faciliter l'exercice effectif du droit d'établissement et de libre prestation de services (JO n° L 176 du 15.7.1977, p. 1), modifiée par :
  - 1 79 H : Acte relatif aux conditions d'adhésion et aux adaptations des traités - Adhésion aux Communautés européennes de la République hellénique (JO n° L 291 du 19.11.1979, p. 91),
  - 1 85 I : Acte relatif aux conditions d'adhésion et aux adaptations des traités - Adhésion aux Communautés européennes du Royaume d'Espagne et de la République portugaise (JO n° L 302 du 15.11.1985, p. 160),
  - 389 L 0594 : Directive 89/594/CEE du Conseil, du 30 octobre 1989 (JO n° L 341 du 23.11.1989, p. 19.)
  - 389 L 0595 : Directive 89/595/CEE du Conseil, du 30 octobre 1989 (JO n° L 341 du 23.11.1989, p. 30.)
  - 390 L 0658 : Directive 90/658/CEE du Conseil, du 4 décembre 1990 (JO n° L 353 du 17.12.1990, p. 73.)
  - 95/1/CE, Euratom, CECA : Adaptation des instruments relatifs à l'adhésion de nouveaux Etats membres à l'Union Européenne.
  Aux fins du présent accord, la directive est adaptée comme suit :
  a) à l'article 1er, le paragraphe 2 est complété par le texte suivant :
  " en Suisse :
  infirmière, infirmier
  Krankenschwester, Krankenpfleger
  infermiera, infermière
  b) l'article 3 est complété par le texte suivant :
  " p) en Suisse :
  infirmière diplômée en soins généraux, infirmier diplômé en soins généraux diplomierte Krankenschwester in allgemeiner Krankenpflege, diplomierter Krankenpfleger in allgemeiner Krankenpflege infermiera diplomata in cure generali ", infermiere diplomato in cure generali délivré par la Conférence des directeurs cantonaux des affaires sanitaires "
  8. 377 L 0453 : Directive 77/453/CEE du Conseil, du 27 juin 1977, visant à la coordination des dispositions législatives, réglementaires et administratives concernant les activités de l'infirmier responsable des soins généraux (JO n° L 176 du 15.7.1977, p. 8), modifiée par :
  - 389 L 0595 : Directive 89/595/CEE du Conseil, du 30 octobre 1989 (JO n° L 341 du 23.11.1989, p. 30).
  Praticiens de l'art dentaire
  9. 378 L 0686 : Directive 78/686/CEE du Conseil, du 25 juillet 1978, visant à la reconnaissance mutuelle des diplômes, certificats et autres titres du praticien de l'art dentaire et comportant des mesures destinées à faciliter l'exercice effectif du droit d'établissement et de libre prestation de services (JO n° L 233 du 24.8.1978, p. 1), modifiee par :
  - 1 79 H : Acte relatif aux conditions d'adhésion et aux adaptations des traités - Adhésion aux Communautés européennes de la République hellénique (JO n° L 291 du 19.11.1979, p. 91),
  - 1 85 I : Acte relatif aux conditions d'adhésion et aux adaptations des traités - Adhésion aux Communautés européennes du Royaume d'Espagne et de la République portugaise (JO n° L 302 du 15.11.1985, p. 160),
  - 389 L 0594 : Directive 89/594/CEE du Conseil, du 30 octobre 1989 (JO n° L 341 du 23.11.1989, p. 19.)
  - 390 L 0658 : Directive 90/658/CEE du Conseil, du 4 décembre 1990 (JO n° L 353 du 17.12.1990, p. 73.)
  - 95/1/CE, Euratom, CECA : Adaptation des instruments relatifs à l'adhésion de nouveaux Etats membres à l'Union européenne.
  Aux fins du présent accord, la directive est adaptée comme suit :
  a) l'article 1er est complété par le texte suivant :
  " en Suisse :
  médecin dentiste
  Zahnarzt
  medico-dentista ";
  b) l'article 3 est complété par le texte suivant :
  " p) en Suisse :
  titulaire du diplôme fédéral de médecin-dentiste eidgenössisch diplomierter Zahnarzt titolare di diploma federale di medico-dentista ", délivré par le Département fédéral de l'intérieur ";
  c) à l'article 5 point 1 le tiret suivant est ajouté :
  1. Orthodontie
  " en Suisse :
  diplôme fédéral d'orthodontiste / Diplom als KieferorthopÝde / diploma di ortodontista délivré par le département fédéral de l'intérieur ";
  10. 378 L 0687 : Directive 78/687/CEE du Conseil, du 25 juillet 1978, visant à la coordination des dispositions législatives, réglementaires et administratives concernant les activités du praticien de l'art dentaire (JO n° L 233 du 24.8.1978, p. 10), modifiée par :
  - 95/1/CE, Euratom, CECA : Adaptation des instruments relatifs à l'adhésion de nouveaux Etats membres à l'Union européenne.
  Vétérinaires
  11. 378 L 1026 : Directive 78/1026/CEE du Conseil, du 18 décembre 1978, visant à la reconnaissance mutuelle des diplômes, certificats et autres titres de vétérinaire et comportant des mesures destinées à faciliter l'exercice effectif du droit d'établissement et de libre prestation de services (JO n° L 362 du 23.12.1978, p. 1), modifiée par :
  - 1 79 H : Acte relatif aux conditions d'adhésion et aux adaptations des traités - Adhésion aux Communautés européennes de la République hellénique (JO n° L 291 du 19.11.1979, p. 92),
  - 1 85 I : Acte relatif aux conditions d'adhésion et aux adaptations des traités - Adhésion aux Communautés européennes du Royaume d'Espagne et de la République portugaise (JO n° L 302 du 15.11.1985, p. 160),
  - 389 L 0594 : Directive 89/594/CEE du Conseil, du 30 octobre 1989 (JO n° L 341 du 23.11.1989, p. 19.)
  - 390 L 0658 : Directive 90/658/CEE du Conseil, du 4 décembre 1990 (JO n° L 353 du 17.12.1990, p. 73.)
  - 95/1/CE, Euratom, CECA : Adaptation des instruments relatifs à l'adhésion de nouveaux Etats membres à l'Union européenne.
  Aux fins du présent accord, la directive est adaptée comme suit :
  a) l'article 3 est complété par le texte suivant :
  " p) en Suisse :
  titulaire du diplôme fédéral de vétérinaire
  eidgenössisch diplomierter Tierarzt
  titolare di diploma federale di veterinario délivré par le Département fédéral de l'intérieur ";
  12. 378 L 1027 : Directive 78/1027/CEE du Conseil, du 18 décembre 1978, visant à la coordination des dispositions législatives, réglementaires et administratives concernant les activités du vétérinaire (JO n° L 362 du 23.12.1978, p. 7), modifiée par :
   - 389 L 0594 : Directive 89/594/CEE du Conseil, du 30 octobre 1989 (JO n° L 341 du 23.11.1989, p. 19.)
  Sages-femmes
  13. 380 L 0154 : Directive 80/154/CEE du Conseil, du 21 janvier 1980, visant à la reconnaissance mutuelle des diplômes, certificats et autres titres de sage-femme et comportant des mesures destinées à faciliter l'exercice effectif du droit d'établissement et de libre prestation de services (JO n° L 33 du 11.2.1980, p. 1), modifiee par :
  - 380 L 1273 : Directive 80/1273/CEE du Conseil, du 22 décembre 1980 (JO n° L 375 du 31.12.1980, p. 74),
  - 1 85 I : Acte relatif aux conditions d'adhésion et aux adaptations des traités - Adhésion aux Communautés européennes du Royaume d'Espagne et de la République portugaise (JO n° L 302 du 15.11.1985, p. 161),
  - 389 L 0594 : Directive 89/594/CEE du Conseil, du 30 octobre 1989 (JO n° L 341 du 23.11.1989, p. 19.)
  - 390 L 0658 : Directive 90/658/CEE du Conseil, du 4 décembre 1990 (JO n° L 353 du 17.12.1990, p. 73.)
  - 95/1/CE, Euratom, CECA : Adaptation des instruments relatifs à l'adhésion de nouveaux Etats membres à l'Union européenne.
  Aux fins du présent accord, la directive est adaptée comme suit :
  a) l'article 1er est complété par le texte suivant :
  " en Suisse :
  sage-femme
  Hebamme
  levatrice ";
  b) l'article 3 est complété par le texte suivant :
  " p) en Suisse :
  sage-femme diplômée / diplomierte Hebamme / levatrice diplomata, diplômes délivrés par la Conférence des directeurs cantonaux des affaires sanitaires "
  14. 380 L 0155 : Directive 80/155/CEE du Conseil, du 21 janvier 1980, visant à la coordination des dispositions législatives, réglementaires et administratives concernant l'accès aux activités de la sage-femme (JO n° L 33 du 11.2.1980, p. 8), modifiée par :
  - 389 L 0594 : Directive 89/594/CEE du Conseil, du 30 octobre 1989 (JO n° L 341 du 23.11.1989, p. 19.)
  Pharmacie
  15. 385 L 0432 : Directive 85/432/CEE du Conseil, du 16 septembre 1985, visant à la coordination des dispositions législatives, réglementaires et administratives concernant certaines activités du domaine de la pharmacie (JO n° L 253 du 24.9.1985, p. 34).
  16. 385 L 0433 : Directive 85/433/CEE du Conseil, du 16 septembre 1985, visant à la reconnaissance mutuelle des diplômes, certificats et autres titres en pharmacie, et comportant des mesures destinées à faciliter l'exercice effectif du droit d'établissement pour certaines activités du domaine de la pharmacie (JO n° L 253 du 24.9.1985, p. 37), modifiée par :
  - 385 L 0584 : Directive 85/584/CEE du Conseil, du 20 décembre 1985 (JO n° L 372 du 31.12.1985, p. 42),
  - 390 L 0658 : Directive 90/658/CEE du Conseil, du 4 décembre 1990 (JO n° L 353 du 17.12.1990, p. 73.)
  - 95/1/CE, Euratom, CECA : Adaptation des instruments relatifs à l'adhésion de nouveaux Etats membres à l'Union européenne.
  Aux fins du présent accord, la directive est adaptée comme suit :
  a) l'article 4 est complété par le texte suivant :
  " p) en Suisse :
  titulaire du diplôme fédéral de pharmacien / eidgenössisch diplomierter Apotheker / titolare di diploma federale di farmacista, délivré par le Département fédéral de l'intérieur ".
  D. ARCHITECTURE.
  17. 385 L 0384 : Directive 85/384/CEE du Conseil, du 10 juin 1985, visant à la reconnaissance mutuelle des diplômes, certificats et autres titres du domaine de l'architecture et comportant des mesures destinées à faciliter l'exercice effectif du droit d'établissement et de libre prestation de services (JO n° L 223 du 21.8.1985, p. 15), modifiée par :
  - 385 L 0614 : Directive 85/614/CEE du Conseil, du 20 décembre 1985 (JO n° L 376 du 31.12.1985, p. 1),
  - 386 L 0017 : Directive 86/17/CEE du Conseil, du 27 janvier 1986 (JO n° L 27 du 1.2.1986, p. 71),
  - 390 L 0658 : Directive 90/658/CEE du Conseil, du 4 décembre 1990 (JO n° L 353 du 17.12.1990, p. 73.)
  - 95/1/CE, Euratom, CECA : Adaptation des instruments relatifs à l'adhésion de nouveaux Etats membres à l'Union européenne.
  Aux fins du présent accord, la directive est adaptée comme suit :
  a) l'article 11 est complété par le texte suivant :
  " en Suisse :
  - les diplômes délivrés par les écoles polytechniques fédérales / Eidgenössische Technische Hochschulen / Politecnici Federali : arch.dipl.
  EPF / dipl.
  Arch.
  ETH / arch.dipl.
  PF,
  - les diplômes délivrés par l'Ecole d'architecture de l'Université de Genève : architecte diplômé EAUG,
  - les certificats de la Fondation des registres suisses des ingénieurs, des architectes et des techniciens / Stiftung der Schweizerischen Register der Ingenieure, der Architekten und der Techniker / Fondazione dei Registri svizzeri degli ingegneri, degli architetti e dei tecnici (REG) : architecte REG A / Architekt REG A / architetto REG A,
  b) l'article 15 n'est pas applicable.
  18. 98/C/217 : Diplômes, certificats et autres titres de formation dans le domaine de l'architecture, qui font l'objet d'une reconnaissance mutuelle entre Etats membres (mise à jour de la communication 96/C 205 du 16 juillet 1996) (JO n° C 217 du 11.7.1998).
  E. COMMERCE ET INTERMEDIAIRES.
  Commerce de gros
  19. 364 L 0222 : Directive 64/222/CEE du Conseil, du 25 février 1964, relative aux modalités des mesures transitoires dans le domaine des activités du commerce de gros et des activités d'intermédiaires du commerce, de l'industrie et de l'artisanat (JO n° 56 du 4.4.1964, p. 857/64).
  20. 364 L 0223 : Directive 64/223/CEE du Conseil, du 25 février 1964, concernant la réalisation de la liberté d'établissement et de la libre prestation de services pour les activités relevant du commerce de gros (JO n° 56 du 4.4.1964, p. 863/64).
  - 172 B : Acte relatif aux conditions d'adhésion et aux adaptations des traités - Adhésion aux Communautés européennes du Royaume de Danemark, de l'Irlande et du Royaume-Uni de Grande-Bretagne et d'Irlande du Nord ( JO n° L 73 du 27.3.1972, p. 84).
  Intermédiaires du commerce, de l'industrie et de l'artisanat
  21. 364 L 0224 : Directive 64/224/CEE du Conseil, du 25 février 1964, concernant la réalisation de la liberté d'établissement et de la libre prestation de services pour les activités d'intermédiaires du commerce, de l'industrie et de l'artisanat (JO n° 56 du 4.4.1964, p. 869/64), modifiée par :
  - 172 B : Acte relatif aux conditions d'adhésion et aux adaptations des traités - Adhésion aux Communautés européennes du Royaume de Danemark, de l'Irlande et du Royaume-Uni de Grande-Bretagne et d'Irlande du Nord ( JO n° L 73 du 27.3.1972, p. 85),
  - 1 79 H : Acte relatif aux conditions d'adhésion et aux adaptations des traités - Adhésion aux Communautés européennes de la République hellénique (JO n° L 291 du 19.11.1979, p. 89),
  - 1 85 I : Acte relatif aux conditions d'adhésion et aux adaptations des traités - Adhésion aux Communautés européennes du Royaume d'Espagne et de la République portugaise (JO n° L 302 du 15.11.1985, p. 155),
  - 95/1/CE, Euratom, CECA : Adaptation des instruments relatifs à l'adhésion de nouveaux Etats membres à l'Union européenne.
  Aux fins du présent accord, la directive est adaptée comme suit :
  a) l'article 3 est complété par le texte suivant :
  Pour les non salariés Pour les salariés
  " En Suisse Agent Représentant de commerce
  Agent Handelsreisender
  Agente Représentante "
  Non salariés dans le commerce de détail
  22. 368 L 0363 : Directive 68/363/CEE du Conseil, du 15 octobre 1968, concernant la réalisation de la liberté d'établissement et de la libre prestation de services pour les activités non salariées relevant du commerce de détail ( ex groupe 612 CITI) (JO n° L 260 du 22.10.1968, p. 1), modifiée par :
  - 172 B : Acte relatif aux conditions d'adhésion et aux adaptations des traités - Adhésion aux Communautés européennes du Royaume de Danemark, de l'Irlande et du Royaume-Uni de Grande-Bretagne et d'Irlande du Nord ( JO n° L 73 du 27.3.1972, p. 86),
  23. 368 L 0364 : Directive 68/364/CEE du Conseil, du 15 octobre 1968, relative aux modalités des mesures transitoires dans le domaine des activités non salariées relevant du commerce de détail ( ex groupe 612 CITI) (JO n° L 260 du 22.10.1968, p. 6),
  Non salariés dans le commerce de gros du charbon et intermédiaires dans le commerce du charbon
  24. 370 L 0522 : Directive 70/522/CEE du Conseil, du 30 novembre 1970, concernant la réalisation de la liberté d'établissement et de la libre prestation de services pour les activités non salariées relevant du commerce de gros du charbon et les activités d'intermédiaires en matière de charbon ( ex groupe 6112 CITI) (JO n° L 267 du 10.12.1970, p. 14), modifiée par :
  - 172 B : Acte relatif aux conditions d'adhésion et aux adaptations des traités - Adhésion aux Communautés européennes du Royaume de Danemark, de l'Irlande et du Royaume-Uni de Grande-Bretagne et d'Irlande du Nord ( JO n° L 73 du 27.3.1972, p. 86),
  25. 370 L 0523 : Directive 70/523/CEE du Conseil, du 30 novembre 1970, relative aux modalités des mesures transitoires dans le domaine des activités non salariées relevant du commerce de gros du charbon et des activités d'intermédiaires en matière de charbon ( ex groupe 6112 CITI) (JO n° L 267 du 10.12.1970, p. 18).
  Commerce et distribution des produits toxiques
  26. 374 L 0556 : Directive 74/556/CEE du Conseil, du 4 juin 1974, relative aux modalités des mesures transitoires dans le domaine des activités relevant du commerce et de la distribution des produits toxiques et des activités comportant l'utilisation professionnelle de ces produits, y compris les activités d'intermédiaires (JO n° L 307 du 18.11.1974, p. 1).
  26bis 374 L 0557 : Directive 74/557/CEE du Conseil, du 4 juin 1974, concernant la réalisation de la liberté d'établissement et de la libre prestation de services pour les activités non salariées et les activités d'intermédiaires relevant du commerce et de la distribution des produits toxiques (JO n° L 307 du 18.11.1974, p. 5), modifiée par :
  - 95/1/CE, Euratom, CECA : Adaptation des instruments relatifs à l'adhésion de nouveaux Etats membres à l'Union européenne.
  Aux fins du présent accord, la directive est adaptée comme suit :
  l'annexe est complétée par le texte suivant :
  " en Suisse :
  Tous les produits et substances toxiques visés à l'article 2 de la loi sur les toxiques (RS 814.80), et notamment ceux figurant sur la liste des substances et produits toxiques des classes 1, 2 et 3, conformément à l'article 3 du règlement sur les substances toxiques (RS 814.801). "
  Activités exercées de façon ambulante
  27. 375 L 0369 : Directive 75/369/CEE du Conseil, du 16 juin 1975, relative à des mesures destinées à favoriser l'exercice effectif de la liberté d'établissement et de la libre prestation de services pour les activités exercées d'une façon ambulante et comportant notamment des mesures transitoires pour ces activités (JO n° L 167 du 30.6.1975, p. 29).
  Agents commerciaux indépendants
  28. 386 L 0653 : Directive 86/653/CEE du Conseil, du 18 décembre 1986, relative à la coordination des droits des Etats membres concernant les agents commerciaux indépendants (JO L 382 du 31.12.1986, p. 17).
  F. INDUSTRIE ET ARTISANAT.
  Industries de transformation
  29. 364 L 0427 : Directive 64/427/CEE du Conseil, du 7 juillet 1964, relative aux modalités des mesures transitoires dans le domaine des activités non salariées de transformation relevant des classes 23-40 CITI (Industrie et artisanat) (JO n° 117 du 23.7.1964, p. 1863/64), modifiée par :
  - 369 L 0077 : Directive 69/77/CEE du Conseil, du 4 mars 1969 (JO n° L 59 du 10.3.1969, p. 8).
  Aux fins du présent accord, la directive est adaptée comme suit :
  " l'article 5 paragraphe 3 n'est pas applicable. "
  30. 364 L 0429 : Directive 64/429/CEE du Conseil, du 7 juillet 1964, concernant la réalisation de la liberté d'établissement et de la libre prestation de services pour les activités non salariées de transformation relevant des classes 23-40 CITI (Industrie et artisanat) (JO n° 117 du 23.7.1964, p. 1880/64), modifiée par :
  - 172 B : Acte relatif aux conditions d'adhésion et aux adaptations des traités - Adhésion aux Communautés européennes du Royaume de Danemark, de l'Irlande et du Royaume-Uni de Grande-Bretagne et d'Irlande du Nord ( JO n° L 73 du 27.3.1972, p. 83).
  Industries extractives
  31. 364 L 0428 : Directive 64/428/CEE du Conseil, du 7 juillet 1964, concernant la réalisation de la liberté d'établissement et de la libre prestation de services pour les activités non salariées dans les industries extractives (classes 11-19 CITI) (JO n° 117 du 23.7.1964, p. 1871/64), modifiée par :
  - 172 B : Acte relatif aux conditions d'adhésion et aux adaptations des traités - Adhésion aux Communautés européennes du Royaume de Danemark, de l'Irlande et du Royaume-Uni de Grande-Bretagne et d'Irlande du Nord ( JO n° L 73 du 27.3.1972, p. 81).
  Electricité, gaz, eau et services sanitaires
  32. 366 L 0162 : Directive 66/162/CEE du Conseil, du 28 février 1966, concernant la réalisation de la liberté d'établissement et de la libre prestation de services pour les activités non salariées relevant des branches électricité, gaz, eau et services sanitaires (branche 5 CITI) (JO n° 42 du 8.3.1966, p. 584/66), modifiée par :
  - 172 B : Acte relatif aux conditions d'adhésion et aux adaptations des traités - Adhésion aux Communautés européennes du Royaume de Danemark, de l'Irlande et du Royaume-Uni de Grande-Bretagne et d'Irlande du Nord ( JO n° L 73 du 27.3.1972, p. 82).
  Industries alimentaires et fabrication de boissons
  33. 368 L 0365 : Directive 68/365/CEE du Conseil, du 15 octobre 1968, concernant la réalisation de la liberté d'établissement et de la libre prestation des services pour les activités non salariées relevant des industries alimentaires et fabrication de boissons (classes 20 et 21 CITI) (JO n° L 260 du 22.10.1968, p. 9), modifiée par :
  - 172 B : Acte relatif aux conditions d'adhésion et aux adaptations des traités - Adhésion aux Communautés européennes du Royaume de Danemark, de l'Irlande et du Royaume-Uni de Grande-Bretagne et d'Irlande du Nord ( JO n° L 73 du 27.3.1972, p. 85).
  34. 368 L 0366 : Directive 68/366/CEE du Conseil, du 15 octobre 1968, relative aux modalités des mesures transitoires dans le domaine des activités non salariées relevant des industries alimentaires et de la fabrication de boissons (classes 20 et 21 CITI) (JO n° L 260 du 22.10.1968, p. 12).
  Aux fins du présent accord, la directive est adaptée comme suit :
  " l'article 6 paragraphe 3 n'est pas applicable. "
  Recherche (prospection et forage) de pétrole et de gaz naturel
  35. 369 L 0082 : Directive 69/82/CEE du Conseil, du 13 mars 1969, concernant la réalisation de la liberté d'établissement et de la libre prestation des services pour les activités non salariées dans le domaine de la recherche (prospection et forage) de pétrole et de gaz naturel (ex classe 13 CITI) (JO n° L 68 du 19.3.1969, p. 4), modifiée par :
  - 172 B : Acte relatif aux conditions d'adhésion et aux adaptations des traités - Adhésion aux Communautés européennes du Royaume de Danemark, de l'Irlande et du Royaume-Uni de Grande-Bretagne et d'Irlande du Nord ( JO n° L 73 du 27.3.1972, p. 82).
  G. ACTIVITES AUXILIAIRES DES TRANSPORTS.
  36. 382 L 0470 : Directive 82/470/CEE du Conseil, du 29 juin 1982, relative à des mesures destinées à favoriser l'exercice effectif de la liberté d'établissement et de la libre prestation de services pour les activités non salariées de certains auxiliaires des transports e des agents de voyage (groupe 718 CITI) ainsi que des entrepositaires (groupe 720 CITI) (JO n° L 213 du 21.7.1982, p. 1), modifiée par :
  - 1 85 I : Acte relatif aux conditions d'adhésion et aux adaptations des traités - Adhésion aux Communautés européennes du Royaume d'Espagne et de la République portugaise (JO n° L 302 du 15.11.1985, p. 156),
  - 95/1/CE, Euratom, CECA : Adaptation des instruments relatifs à l'adhesion de nouveaux Etats membres à l'Union européenne.
  Aux fins du présent accord, la directive est adaptée comme suit :
  a) l'article 3 est complété par le texte suivant :
  " Suisse
  A. Expéditeur
  Spediteur
  Spedizioniere
  Déclarant de douane
  Zolldeklarant
  Dichiarante di dogana
  B. Agent de voyage
  Reisebürounternehmer
  Agente di viaggio
  C. Entrepositaire
  Lagerhalter
  Agente di deposito
  D. Expert en automobiles
  Automobilexperte
  Perito in automobili
  vérificateur des poids et mesures
  Eichmeister
  verificatore dei pesi e delle misure "
  H. INDUSTRIE CINEMATOGRAPHIQUE.
  37. 363 L 0607 : Directive 63/607/CEE du Conseil, du 15 octobre 1963, en vue de la mise en oeuvre des dispositions du Programme général pour la suppression des restrictions à la libre prestation de services en matière de cinématographie (JO n° 159 du 2.11.1963).
  38. 365 L 0264 : Deuxième directive 65/264/CEE du Conseil, du 13 mai 1965, en vue de la mise en oeuvre des dispositions des programmes généraux pour la supression des restrictions à la liberté d'établissement et à la libre prestation des services en matière de cinématographie (JO n° 85 du 19.5.1965, p. 1437/65), modifiée par :
  - 172 B : Acte relatif aux conditions d'adhésion et aux adaptations des traités - Adhésion aux Communautés européennes du Royaume de Danemark, de l'Irlande et du Royaume-Uni de Grande-Bretagne et d'Irlande du Nord (JO n° L 73 du 27.3.1972, p. 14).
  39. 368 L 0369 : Directive 68/369/CEE du Conseil, du 15 octobre 1968, concernant la réalisation de la liberté d'établissement pour les activités non salariées de distribution de films (JO n° L 260 du 22.10.1968, p. 22), modifiée par :
  - 172 B : Acte relatif aux conditions d'adhésion et aux adaptations des traités - Adhésion aux Communautés européennes du Royaume de Danemark, de l'Irlande et du Royaume-Uni de Grande-Bretagne et d'Irlande du Nord ( JO n° L 73 du 27.3.1972, p. 82).
  40. 370 L 0451 : Directive 70/451/CEE du Conseil, du 29 septembre 1970, concernant la réalisation de la liberté d'établissement et de la libre prestation des services pour les activités non salariées de production de films (JO n° L 218 du 3.10.1970, p. 37), modifiée par :
  - 172 B : Acte relatif aux conditions d'adhésion et aux adaptations des traités - Adhésion aux Communautés européennes du Royaume de Danemark, de l'Irlande et du Royaume-Uni de Grande-Bretagne et d'Irlande du Nord ( JO n° L 73 du 27.3.1972, p. 88).
  I. AUTRES SECTEURS.
  Services fournis aux entreprises dans le secteur des affaires immobilières et d'autres secteurs
  41. 367 L 0043 : Directive 67/43/CEE du Conseil, du 12 janvier 1967, concernant la réalisation de la liberté d'établissement et de la libre prestation de services pour les activités non salariées relevant :
  1. du secteur des " Affaires immobilières (sauf 6401) " (groupe ex 640 CITI)
  2. du secteur de certains " Services fournis aux entreprises non classés ailleurs " (groupe 839 CITI) (JO n° 10 du 19.1.1967), modifiée par :
  - 172 B : Acte relatif aux conditions d'adhésion et aux adaptations des traités - Adhésion aux Communautés européennes du Royaume de Danemark, de l'Irlande et du Royaume-Uni de Grande-Bretagne et d'Irlande du Nord ( JO n° L 73 du 27.3.1972, p. 82).
  - 1 79 H : Acte relatif aux conditions d'adhésion et aux adaptations des traités - Adhésion aux Communautés européennes de la République hellénique (JO n° L 291 du 19.11.1979, p. 89),
  - 1 85 I : Acte relatif aux conditions d'adhésion et aux adaptations des traités - Adhésion aux Communautés européennes du Royaume d'Espagne et de la République portugaise (JO n° L 302 du 15.11.1985, p. 156),
  - 95/1/CE, Euratom, CECA : Adaptation des instruments relatifs à l'adhésion de nouveaux Etats membres à l'Union Européenne.
  Aux fins du présent accord, la directive est adaptée comme suit :
  a) à l'article 2, le paragraphe 3 est complété par le texte suivant :
  " En Suisse :
  - courtier en immeubles,
  Liegenschaftenmakler,
  agente immobiliare,
  - gestionnaire en immeubles,
  Hausverwalter,
  amministratore di stabili,
  - régisseur et courtier en immeubles,
  Immobilien-TreuhÝnder,
  fiduciario immobiliare. "
  Secteur des services personnels
  42. 368 L 0367 : Directive 68/367/CEE du Conseil, du 15 octobre 1968, concernant la réalisation de la liberté d'établissement et de la libre prestation de services pour les activités non salariées relevant des services personnels (ex classe 85 CITI) :
   1. restaurants et débits de boissons (groupe 852 CITI),
  2. hôtels meublés et établissements analogues, terrains de camping (groupe 853 CITI) (JO n° L 260 du 29.10.1968, p. 16), modifiée par :
  - 172 B : Acte relatif aux conditions d'adhésion et aux adaptations des traités - Adhésion aux Communautés européennes du Royaume de Danemark, de l'Irlande et du Royaume-Uni de Grande-Bretagne et d'Irlande du Nord ( JO n° L 73 du 27.3.1972, p. 86).
  43. 368 L 0368 : Directive 68/368/CEE du Conseil, du 15 octobre 1968, relative aux modalités des mesures transitoires dans le domaine des activités non salariées relevant des services personnels (ex classe 85 CITI) :
  1. restaurants et débits de boissons (groupe 852 CITI),
  2. hôtels meublés et établissements analogues, terrains de camping (groupe 853 CITI) (JO n° L 260 du 29.10.1968, p. 19).
  Activités diverses
  44. 375 L 0368 : Directive 75/368/CEE du Conseil, du 16 juin 1975, relative à des mesures destinées à favoriser l'exercice effectif de la liberté d'établissement et de la libre prestation de services pour diverses activités (ex classe 01 à classe 85 CITI) et comportant notamment des mesures transitoires pour ces activités (JO n° L 167 du 30.6.1975, p. 22).
  Coiffeurs
  45. 382 L 0489 : Directive 82/489/CEE du Conseil, du 19 juillet 1982, comportant des mesures destinées à faciliter l'exercice effectif du droit d'établissement et de libre prestation de services des coiffeurs (JO n° L 218 du 27.7.1982, p. 24).
  J. AGRICULTURE.
  46. 363 L 0261 : Directive 63/261/CEE du Conseil, du 2 avril 1963, fixant les modalités de réalisation de la liberté d'établissement dans l'agriculture sur le territoire d'un Etat membre des ressortissants des autres pays de la Communauté ayant travaille en qualité de salariés agricoles dans cet Etat membre pendant deux années sans interruption (JO n° 62 du 20.4.1963, p. 1323/63), modifiée par :
  - 172 B : Acte relatif aux conditions d'adhésion et aux adaptations des traités - Adhésion aux Communautés européennes du Royaume de Danemark, de l'Irlande et du Royaume-Uni de Grande-Bretagne et d'Irlande du Nord ( JO n° L 73 du 27.3.1972, p. 14).
  47. 363 L 0262 : Directive 63/262/CEE du Conseil, du 2 avril 1963, fixant les modalités de réalisation de la liberté d'établissement sur les exploitations agricoles abandonnées ou incultes depuis plus de deux ans (JO n° 62 du 20.4.1963, p. 1326/63), modifiée par :
  - 172 B : Acte relatif aux conditions d'adhésion et aux adaptations des traités - Adhésion aux Communautés européennes du Royaume de Danemark, de l'Irlande et du Royaume-Uni de Grande-Bretagne et d'Irlande du Nord ( JO n° L 73 du 27.3.1972, p. 14).
  48. 365 L 0001 : Directive 65/1/CEE du Conseil, du 14 décembre 1964, fixant les modalités de réalisation de la libre prestation des services dans les activités de l'agriculture et de l'horticulture (JO n° 1 du 8.1.1965, p. 1/65), modifiée par :
  - 172 B : Acte relatif aux conditions d'adhésion et aux adaptations des traités - Adhésion aux Communautés européennes du Royaume de Danemark, de l'Irlande et du Royaume-Uni de Grande-Bretagne et d'Irlande du Nord ( JO n° L 73 du 27.3.1972, p. 79).
  49. 367 L 0530 : Directive 67/530/CEE du Conseil, du 25 juillet 1967, visant la liberté pour les agriculteurs ressortissant d'un Etat membre, établis dans un autre Etat membre, de muter d'une exploitation à une autre (JO n° 190 du 10.8.1967, p. 1), modifiée par :
  - 172 B : Acte relatif aux conditions d'adhésion et aux adaptations des traités - Adhésion aux Communautés européennes du Royaume de Danemark, de l'Irlande et du Royaume-Uni de Grande-Bretagne et d'Irlande du Nord ( JO n° L 73 du 27.3.1972, p. 79).
  50. 367 L 0531 : Directive 67/531/CEE du Conseil, du 25 juillet 1967, visant l'application de la législation des Etats membres, en matière de baux ruraux, aux agriculteurs ressortissant des autres Etats membres (JO n° 190 du 10.8.1967, p. 3), modifiée par :
  - 172 B : Acte relatif aux conditions d'adhesion et aux adaptations des traités - Adhésion aux Communautés européennes du Royaume de Danemark, de l'Irlande et du Royaume-Uni de Grande-Bretagne et d'Irlande du Nord ( JO n° L 73 du 27.3.1972, p. 80).
  51. 367 L 0532 : Directive 67/532/CEE du Conseil, du 25 juillet 1967, visant la liberté pour les agriculteurs ressortissant d'un Etat membre, établis dans un autre Etat membre, d'accéder aux coopératives (JO n° 190 du 10.8.1967, p. 5), modifiée par :
  - 172 B : Acte relatif aux conditions d'adhésion et aux adaptations des traités - Adhésion aux Communautés européennes du Royaume de Danemark, de l'Irlande et du Royaume-Uni de Grande-Bretagne et d'Irlande du Nord ( JO n° L 73 du 27.3.1972, p. 80).
  52. 367 L 0654 : Directive 67/654/CEE du Conseil, du 24 octobre 1967, fixant les modalités de réalisation de la liberté d'établissement et de la libre prestation de services dans les activités non salariés de la sylviculture et de l'exploitation forestière (JO n° 263 du 30.10.1967, p. 6), modifiée par :
  - 172 B : Acte relatif aux conditions d'adhésion et aux adaptations des traités - Adhésion aux Communautés européennes du Royaume de Danemark, de l'Irlande et du Royaume-Uni de Grande-Bretagne et d'Irlande du Nord ( JO n° L 73 du 27.3.1972, p. 80).
  53. 368 L 0192 : Directive 68/192/CEE du Conseil, du 5 avril 1968, visant la liberté pour les agriculteurs ressortissant d'un Etat membre, établis dans un autre Etat membre, d'accéder aux diverses formes de crédit (JO n° L 93 du 17.4.1968, p. 13), modifiée par :
  - 172 B : Acte relatif aux conditions d'adhésion et aux adaptations des traités - Adhésion aux Communautés européennes du Royaume de Danemark, de l'Irlande et du Royaume-Uni de Grande-Bretagne et d'Irlande du Nord ( JO n° L 73 du 27.3.1972, p. 80).
  54. 368 L 0415 : Directive 68/415/CEE du Conseil, du 20 décembre 1968, visant la liberté pour les agriculteurs ressortissant d'un Etat membre, établis dans un autre Etat membre, d'accéder aux diverses formes d'aide (JO n° L 308 du 23.12.1968, p. 17).
  55. 371 L 0018 : Directive 71/18/CEE du Conseil, du 16 décembre 1970, fixant les modalités de réalisation de la liberté d'établissement dans les activités non salariés annexes de l'agriculture et de l'horticulture (JO n° L 8 du 11.1.1971, p. 24), modifiée par :
  - 172 B : Acte relatif aux conditions d'adhésion et aux adaptations des traités - Adhésion aux Communautés européennes du Royaume de Danemark, de l'Irlande et du Royaume-Uni de Grande-Bretagne et d'Irlande du Nord ( JO n° L 73 du 27.3.1972, p. 80).
  K. DIVERS.
  56. 385 D 0368 : Décision 85/368/CEE du Conseil, du 16 juillet 1985, concernant la correspondance des qualifications de formation professionnelle entre Etats membres des Communautés européennes (JO n° L 199 du 31.7.1985, p. 56).
Art. 2N3. DEEL B. BESLUITEN WAARVAN DE OVEREENKOMSTSLUITENDE PARTIJEN AKTE NEMEN.
  De overeenkomstsluitende partijen nemen akte van de inhoud van de volgende besluiten :
  In het algemeen :
  57. C/81/74/blz. 1 : Bekendmaking van de Commissie betreffende bewijzen, verklaringen en documenten die zijn voorgeschreven in de tot en met 1 juni 1973 door de Raad vastgestelde richtlijnen op het gebied van de vrijheid van vestiging en het vrij verrichten van diensten en betrekking hebben op de betrouwbaarheid, het feit dat er geen faillissement heeft plaatsgehad, de aard en de duur van de in de landen van herkomst uitgeoefende beroepswerkzaamheden (PB C 81 van 13.7.1974, blz. 1).
  58. 374 Y 0820(01) : Resolutie van de Raad van 6 juni 1974 betreffende de onderlinge erkenning van diploma's, certificaten en andere titels (PB C 98 van 20.8.1974, blz. 1).
  Algemeen stelsel
  59. 389 L 0048 : Verklaring van de Raad en de Commissie betreffende Richtlijn 89/48/EEG van de Raad van 21 december 1988 betreffende een algemeen stelsel van erkenning van hoger-onderwijsdiploma's waarmee beroepsopleidingen van ten minste drie jaar worden afgesloten (PB L 19 van 24.1.1989, blz. 23).
  Artsen.
  60. 375 X 0366 : Aanbeveling 75/366/EEG van de Raad van 16 juni 1975 betreffende de onderdanen van het Groothertogdom Luxemburg die in het bezit zijn van een in een derde land verleend artsendiploma (PB L 167 van 30.6.1975, blz. 20).
  61. 375 X 0367 : Aanbeveling 75/367/EEG van de Raad van 16 juni 1975 betreffende het klinische gedeelte van de opleiding van de arts (PB L 167 van 30.6.1975, blz. 21).
  62. 375 Y 0701(01) : Verklaringen van de Raad afgelegd ter gelegenheid van de aanneming der teksten betreffende de vrijheid van vestiging en het vrij verrichten van diensten van artsen in de Gemeenschap (PB C 146 van 1.7.1975, blz. 1).
  63. 386 X 0458 : Aanbeveling 86/458/EEG van de Raad van 15 september 1986 betreffende de onderdanen van het Groothertogdom Luxemburg die in het bezit zijn van een in een derde Staat verleend artsendiploma (PB L 167 van 30.6.1975, blz. 30).
  64. 389 X 0601 : Aanbeveling 89/601/EEG van de Commissie van 8 november 1989 betreffende de opleiding van gezondheidswerkers op kankergebied (PB L 346 van 27.11.1989, blz. 1).
  Beoefenaars van de tandheelkunde
  65. 378 Y 0824(01) : Verklaring betreffende de richtlijn inzake de coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de werkzaamheden van de beoefenaar der tandheelkunde (PB C 202 van 24.8.1978, blz. 1).
  Dierenartsen
  66. 378 X 1029 : Aanbeveling 78/1029/EEG van de Raad van 18 december 1978 betreffende de onderdanen van het Groothertogdom Luxemburg die houder zijn van een in een derde land afgegeven diploma van dierenarts (PB L 362 van 23.12.1978, blz. 12).
  67. 378 Y 1223(01) : Verklaringen met betrekking tot de richtlijn inzake de onderlinge erkenning van de diploma's, certificaten en andere titels van dierenarts, tevens houdende maatregelen tot vergemakkelijking van de daadwerkelijke uitoefening van het recht van vestiging en vrij verrichten van diensten (PB C 308 van 23.12.1978, blz. 1).
  Farmacie
  68. 385 X 0435 : Aanbeveling 85/435/EEG van de Raad van 16 september 1985 betreffende de onderdanen van het Groothertogdom Luxemburg die in het bezit zijn van een in een derde land afgegeven apothekersdiploma (PB L 253 van 24.9.1985, blz. 45).
  Architectuur
  69. 385 X 0386 : Aanbeveling 85/386/EEG van de Raad van 10 juni 1985 betreffende houders van een in een derde land afgegeven diploma op het gebied van de architectuur (PB L 223 van 21.8.1985, blz. 28).
  Groothandel
  70. 365 X 0077 : 65/77/EEG : Aanbeveling van de Commissie van 12 januari 1965 aan de lidstaten betreffende de verklaringen inzake de beroepsuitoefening in het land van herkomst, bedoeld in artikel 4, lid 2, van Richtlijn 64/222/EEG van de Raad (PB 24 van 11.2.1965, blz. 413/65).
  Industrie en ambacht
  71. 365 X 0076 : 65/76/EEG : Aanbeveling van de Commissie van 12 januari 1965 aan de lidstaten betreffende de verklaringen inzake de beroepsuitoefening in het land van herkomst, bedoeld in artikel 4, lid 2, van Richtlijn 64/427/EEG van de Raad (PB 24 van 11.2.1965, blz. 410/65).
  72. 369 X 0174 : 69/174/EEG : Aanbeveling van de Commissie van 22 mei 1969 aan de lidstaten betreffende de verklaringen inzake de beroepsuitoefening in het land van herkomst, bedoeld in artikel 5, lid 2, van de richtlijn 68/366/EEG van de Raad (PB L 146 van 18.6.1969, blz. 4).
Art. 2N3. Section B. - ACTES DONT LES PARTIES CONTRACTANTES PRENNENT ACTE.
  Les parties contractantes prennent acte de la teneur des actes suivants :
  D'une manière générale
  57. C/81/74/p.1 : Communication de la Commission concernant les preuves, déclarations et attestations qui sont prévues dans les directives arrêtées par le Conseil avant le 1er juin 1973 dans le domaine de la liberté d'établissement et de la libre prestation des services et qui ont trait à l'honorabilité, l'absence de faillite, la nature et la durée des activités professionnelles exercées dans les pays de provenance (JO n° C 81 du 13.7.1974, p. 1).
  58. 374 Y 0820(01) : Résolution du Conseil, du 6 juin 1974, concernant la reconnaissance mutuelle des diplômes, certificats et autres titres (JO n° C 98 du 20.8.1974, p. 1).
  Système général
  59. 389 L 0048 : Déclaration du Conseil et de la Commission relative à la directive 89/48/CEE du Conseil, du 21 décembre 1988, relative à un système général de reconnaissance des diplômes d'enseignement supérieur qui sanctionnent des formations professionnelles d'une durée minimale de trois ans (JO n° L 19 du 24.1.1989, p. 23).
  Médecins
  60. 375 X 0366 : Recommandation 73/366/CEE du Conseil, du 16 juin 1975, concernant les ressortissants du grand-duché de Luxembourg porteurs d'un diplôme de medecin délivré dans un pays tiers (JO n° L 167 du 30.6.1975, p. 20).
  61. 375 X 0367 : Recommandation 73/367/CEE du Conseil, du 16 juin 1975, relative à la formation clinique du médecin (JO n° L 167 du 30.6.1975, p. 21).
  62. 375 Y 0701(01) : Déclarations du Conseil faites à l'occasion de l'adoption des textes concernant la liberté d'établissement et la libre prestation de services des médecins dans la Communauté (JO n° C 146 du 1.7.1975, p. 1).
  63. 386 X 0458 : Recommandation 86/458/CEE du Conseil, du 15 septembre 1986, concernant les ressortissants du grand-duché de Luxembourg porteurs d'un diplôme de médecin généraliste délivré dans un Etat tiers (JO n° L 167 du 30.6.1975, p.30).
  64. 389 X 0601 : Recommandation 89/601/CEE de la Commission, du 8 novembre 1989, concernant la formation des personnels de santé en matière de cancer (JO n° L 346 du 27.11.1989, p. 1).
  Praticiens de l'art dentaire
  65. 378 Y 0824(01) : Déclaration du Conseil relative à la directive visant à la coordination des dispositions législatives, réglementaires et administratives concernant les activités de praticien de l'art dentaire (JO n° C 202 du 24.8.1978, p. 1).
  Médecine vétérinaire
  66. 378 X 1029 : Recommandation 78/1029/CEE du Conseil, du 18 décembre 1978, concernant les ressortissants du grand-duché de Luxembourg porteurs d'un diplôme de vétérinaire délivré dans un Etat tiers (JO n° L 362 du 23.12.1978, p. 12).
  67. 378 Y 1223(01) : Déclarations du Conseil relatives à la directive visant à la reconnaissance mutuelle des diplômes, certificats et autres titres de vétérinaire et comportant des mesures destinées à faciliter l'exercice effectif du droit d'établissement et de la libre prestation de services (JO n° C 308 du 23.12.1978, p. 1).
  Pharmacie
  68. 385 X 0435 : Recommandation 85/435/CEE du Conseil, du 16 septembre 1985, concernant les ressortissants du grand-duché de Luxembourg porteurs d'un diplôme de pharmacien délivré dans un Etat tiers (JO n° L 253 du 24.9.1985, p. 45).
  Architecture
  69. 385 X 0386 : Recommandation 85/386/CEE du Conseil, du 10 juin 1985, concernant les porteurs d'un diplôme du domaine de l'architecture délivré dans un pays tiers (JO n° L 223 du 21.8.1985, p. 28).
  Commerce de gros
  70. 365 X 0077 : Recommandation 65/77/CEE de la Commission aux Etats membres, du 12 janvier 1965, relative aux attestations concernant l'exercice de la profession dans le pays de provenance, prévues à l'article 4 paragraphe 2 de la directive 64/222/CEE du Conseil (JO n° 24 du 11.2.1965, p. 413/65).
  Industrie et artisanat
  71. 365 X 0076 : Recommandation 65/76/CEE de la Commission aux Etats membres, du 12 janvier 1965, relative aux attestations concernant l'exercice de la profession dans le pays de provenance, prévues à l'article 4 paragraphe 2 de la directive 64/427/CEE du Conseil (JO n° 24 du 11.2.1965, p. 410/65).
  72. 369 X 0174 : Recommandation 69/174/CEE de la Commission aux Etats membres, du 22 mai 1969, relative aux attestations concernant l'exercice de la profession dans le pays de provenance, prévues à l'article 5 paragraphe 2 de la directive 68/366/CEE du Conseil (JO n° L 146 du 18.6.1969, p. 4).
Art. N4. PROTOCOL BETREFFENDE DE ALANDEILANDEN.
  De verdragsluitende partijen zijn overeengekomen dat Protocol nr. 2 bij de Akte van Toetreding van Finland tot de Europese Unie inzake de Alandeilanden ook van toepassing is op deze overeenkomst.
Art. N4. PROTOCOLE SUR LES RESIDENCES SECONDAIRES AU DANEMARK.
  Les Parties contractantes conviennent que le Protocole n° 1 du Traité instituant la Communauté européenne concernant l'acquisition de propriété immobilière au Danemark, s'applique également à cet accord en ce qui concerne l'acquisition de résidences secondaires au Danemark par des personnes de nationalité suisse.
Art. N5. PROTOCOL BETREFFENDE TWEEDE WONINGEN IN DENEMARKEN.
  De verdragsluitende partijen zijn overeengekomen dat Protocol nr. 1 bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap betreffende de verwerving van onroerende goederen in Denemarken ook van toepassing is op deze overeenkomst ten aanzien van de verwerving van tweede woningen in Denemarken door Zwitserse onderdanen.
Art. N5. PROTOCOLE CONCERNANT LES ILES ALAND.
  " Les Parties contractantes conviennent que le Protocole n° 2 de l'Acte d'Adhésion de Finlande à l'Union européenne concernant les Iles Aland s'applique également à cet accord "
Art. N6. SLOTAKTE. De gevolmachtigden van :
  HET KONINKRIJK BELGIE,
  HET KONINKRIJK DENEMARKEN,
  DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND,
  DE HELLEENSE REPUBLIEK,
  HET KONINKRIJK SPANJE,
  DE FRANSE REPUBLIEK,
  IERLAND,
  DE ITALIAANSE REPUBLIEK,
  HET GROOTHERTOGDOM LUXEMBURG,
  HET KONINKRIJK DER NEDERLANDEN,
  DE REPUBLIEK OOSTENRIJK,
  DE PORTUGESE REPUBLIEK,
  DE REPUBLIEK FINLAND,
  HET KONINKRIJK ZWEDEN,
  HET VERENIGD KONINKRIJK VAN GROOT-BRITTANNIE EN NOORD-IERLAND,
  en
  van de EUROPESE GEMEENSCHAP,
  enerzijds,
  en van de ZWITSERSE BONDSSTAAT,
  anderzijds,
  bijeengekomen te Luxemburg, op 21.06.1999, voor de ondertekening van de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en haar lidstaten, enerzijds, en de Zwitserse Bondsstaat, anderzijds, over het vrije verkeer van personen hebben de volgende gemeenschappelijke verklaringen aangenomen die aan deze slotakte zijn gehecht :
  Gemeenschappelijke verklaring over een algemene liberalisering van de dienstverlening,
  Gemeenschappelijke verklaring over de pensioenen van gepensioneerde ambtenaren van de instellingen van de Europese Gemeenschap die in Zwitserland verblijven,
  Gemeenschappelijke verklaring over de toepassing van de overeenkomst,
  Gemeenschappelijke verklaring over de toekomstige verdere onderhandelingen.
  Zij hebben tevens akte genomen van de onderstaande verklaringen die aan deze slotakte zijn gehecht.
  Verklaring van Zwitserland over de verlenging van de overeenkomst,
  Verklaring van Zwitserland over het migratie- en asielbeleid,
  Verklaring van Zwitserland over de erkenning van architectendiploma's,
  Verklaring van de Europese Gemeenschap en haar lidstaten over de artikelen 1 en 17 van Bijlage I,
  Verklaring over het bijwonen door Zwitserland van vergaderingen van comités en commissies.
Art. N6. ACTE FINAL.
  Les plénipotentiaires
  du ROYAUME DE BELGIQUE,
  du ROYAUME DU DANEMARK,
  de la REPUBLIQUE FEDERALE D'ALLEMAGNE,
  de la REPUBLIQUE HELLENIQUE,
  du ROYAUME D'ESPAGNE,
  de la REPUBLIQUE FRANCAISE,
  de l'IRLANDE,
  de la REPUBLIQUE ITALIENNE,
  du GRAND-DUCHE DE LUXEMBOURG,
  du ROYAUME DES PAYS-BAS,
  de la REPUBLIQUE D'AUTRICHE,
  de la REPUBLIQUE PORTUGAISE,
  de la REPUBLIQUE DE FINLANDE,
  du ROYAUME DE SUEDE,
  du ROYAUME DE GRANDE-BRETAGNE ET D'IRLANDE DU NORD,
  et
  de la COMMUNAUTE EUROPEENNE,
  d'une part
  de la CONFEDERATION SUISSE,
  d'autre part,
  réunis le 21.06.1999 à Luxembourg pour la signature de l'accord entre la Communauté européenne et ses Etats membres, d'une part, la Confédération suisse, d'autre part, sur la libre circulation des personnes ont adopté les déclarations communes mentionnées ci-après et jointes au présent acte final :
  Déclaration commune sur une libéralisation générale de la prestation de services,
  Déclaration commune sur les pensions des retraités des institutions des CE résidant en Suisse,
  Déclaration commune relative à l'application de l'accord,
  Déclaration commune relative à de futures négociations additionnelles.
  Ils ont également pris acte des déclarations suivantes annexées au présent acte final :
  Déclaration de la Suisse sur la reconduction de l'accord,
  Déclaration de la Suisse sur la politique de migration et d'asile,
  Déclaration de la Suisse sur la reconnaissance des diplômes d'architecte,
  Déclaration de la CE et de ses Etats membres concernant les articles 1 et 17 de l'annexe I,
  Déclaration relative à la participation de la Suisse aux comités.
Art. N7. GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING OVER EEN ALGEMENE LIBERALISERING VAN DE DIENSTVERLENING.
  De overeenkomstsluitende partijen verbinden zich ertoe zo spoedig mogelijk onderhandelingen te openen over een algemene liberalisering van de dienstverlening op basis van het acquis communautaire.
  GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING OVER DE PENSIOENEN VAN GEPENSIONEERDE AMBTENAREN VAN DE INSTELLINGEN VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAPPEN DIE IN ZWITSERLAND VERBLIJVEN
  De Commissie van de Europese Gemeenschappen en Zwitserland verbinden zich ertoe een adequate oplossing te zoeken voor het probleem van de dubbele belastingheffing van de pensioenen van gepensioneerde ambtenaren van de Instellingen van de Europese Gemeenschappen die in Zwitserland verblijven.
  GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING OVER DE TOEPASSING VAN DE OVEREENKOMST
  De overeenkomstsluitende partijen nemen de nodige maatregelen teneinde het acquis communautaire toe te passen op onderdanen van de andere overeenkomstsluitende partij overeenkomstig de tussen hen gesloten overeenkomst.
  GEMEENSCHAPPELIJKE VERKLARING OVER TOEKOMSTIGE VERDERE ONDERHANDELINGEN
  De Europese Gemeenschap en de Zwitserse Bondsstaat verklaren voornemens te zijn onderhandelingen te openen over sluiting van overeenkomsten betreffende onderwerpen van gemeenschappelijk belang, zoals de herziening van Protocol nr. 2 bij de vrijhandelsovereenkomst van 1972 en de deelname van Zwitserland aan bepaalde communautaire programma's op het gebied van opleidingen, jeugdzaken, media, statistiek en milieu. De voorbereidingen voor die onderhandelingen moeten binnen korte tijd na de afronding van de thans lopende bilaterale onderhandelingen beginnen.
  VERKLARING VAN ZWITSERLAND OVER DE VERLENGING VAN DE OVEREENKOMST
  Zwitserland verklaart dat het in de loop van het zevende jaar van de toepassing van de Overeenkomst volgens zijn interne procedures zijn standpunt over de verlenging daarvan zal bepalen.
  VERKLARING VAN ZWITSERLAND OVER HET MIGRATIE- EN ASIELBELEID
  Zwitserland bevestigt zijn wil om de samenwerking met de EU en haar lidstaten op het gebied van het migratie- en asielbeleid te versterken. Met het oog daarop is Zwitserland bereid deel te nemen aan een coördinatiesysteem van de EU inzake asielaanvragen en stelt het voor onderhandelingen aan te gaan om te komen tot de sluiting van een nevenovereenkomst bij de Overeenkomst van Dublin (Overeenkomst betreffende de vaststelling van de staat die verantwoordelijk is voor de behandeling van een asielverzoek dat bij een van de lidstaten van de Europese Gemeenschappen wordt ingediend, op 15 juni 1990 te Dublin ondertekend).
  VERKLARING VAN ZWITSERLAND OVER DE ERKENNING VAN ARCHITECTENDIPLOMA'S
  Zwitserland zal het gemengd comité van de overeenkomst inzake het vrij verkeer van personen, zodra het is ingesteld, voorstellen om in bijlage III van de overeenkomst inzake het vrij verkeer van personen de architectendiploma's van de Zwitserse gespecialiseerde hogescholen op te nemen overeenkomstig het bepaalde in Richtlijn 85/384/EEG van 10 juni 1986.
  VERKLARING VAN DE EUROPESE GEMEENSCHAP EN HAAR LIDSTATEN OVER DE ARTIKELEN 1 EN 17 VAN BIJLAGE I
  De Europese Gemeenschap en haar lidstaten verklaren dat de artikelen 1 en 17 van bijlage I bij de Overeenkomst geen afbreuk doen aan de communautaire wetgeving betreffende de voorwaarden voor de uitzending in het kader van grensoverschrijdende dienstverlening van werknemers die onderdaan zijn van een derde land.
  VERKLARING OVER HET BIJWONEN DOOR ZWITSERLAND VAN VERGADERINGEN VAN COMITES EN COMMISSIES
  De Raad komt overeen dat de vertegenwoordigers van Zwitserland, als waarnemers en voor de punten die hen betreffen, de vergaderingen van de volgende comités, commissies en groepen van deskundigen bijwonen :
  - comités en commissies voor onderzoeksprogramma's, waaronder het Comité voor wetenschappelijk en technisch onderzoek (CREST);
  - Administratieve Commissie voor de sociale zekerheid van migrerende werknemers;
  - coördinatiegroep voor de wederzijdse erkenning van diploma's van het hoger onderwijs
  - raadgevende comités voor de luchtvaart en voor de toepassing van de mededingingsvoorschriften in het luchtvervoer.
  De stemming in deze commissies en comités wordt door de vertegenwoordigers van Zwitserland niet bijgewoond.
  In het geval van andere commissies en comités die onderwerpen behandelen waarop deze Overeenkomsten van toepassing zijn en op welk gebied Zwitserland ofwel de communautaire wetgeving heeft overgenomen of gelijkwaardige wetgeving toepast, raadpleegt de Commissie de deskundigen van Zwitserland overeenkomstig het bepaalde in artikel 100 van de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte.
Art. N7. DECLARATION COMMUNE SUR UNE LIBERALISATION GENERALE DE LA PRESTATION DE SERVICES.
  Les parties contractantes s'engagent à entamer des négociations sur une libéralisation générale de la prestation de services sur la base de l'acquis communautaire dès que possible.
  DECLARATION COMMUNE SUR LES PENSIONS DES RETRAITES DES INSTITUTIONS DES COMMUNAUTES EUROPEENNES RESIDANT EN SUISSE
  La Commission des CE et la Suisse s'engagent à rechercher une solution adéquate au problème de la double taxation des pensions des retraités des institutions des Communautés européennes résidant en Suisse.
  DECLARATION COMMUNE RELATIVE A L'APPLICATION DE L'ACCORD
  Les parties contractantes prendront les dispositions nécessaires afin d'appliquer aux ressortissants de l'autre partie contractante l'acquis communautaire conformément à l'accord conclu entre elles.
  DECLARATION COMMUNE RELATIVE A DE FUTURES NEGOCIATIONS ADDITIONNELLES
  La Communauté européenne et la Confédération suisse déclarent leur intention d'engager des négociations en vue de conclure des accords dans les domaines d'intérêt commun tels que la mise à jour du Protocole 2 de l'Accord de libre-échange de 1972, la participation suisse à certains programmes communautaires pour la formation, la jeunesse, les médias, les statistiques et l'environnement. Ces négociations devraient être préparées rapidement après la conclusion des négociations bilatérales actuelles.
  DECLARATION DE LA SUISSE SUR LA RECONDUCTION DE L'ACCORD
  La Suisse déclare qu'elle se déterminera, sur base de ses procédures internes applicables, sur la reconduction de l'accord pendant la septième année de son application.
  DECLARATION DE LA SUISSE SUR LA POLITIQUE DE MIGRATION ET D'ASILE
  La Suisse réaffirme sa volonté de renforcer la coopération avec l'UE et ses Etats membres dans le domaine de la politique de migration et d'asile. Dans cette perspective, la Suisse est prête à participer au système de coordination de l'UE en matière de demandes d'asile et propose l'engagement de négociations pour la conclusion d'une convention parallèle à la Convention de Dublin (Convention relative à la détermination de l'Etat responsable de l'examen d'une demande d'asile présentée dans l'un des Etats membres des Communautés européennes, signée à Dublin le 15 juin 1990).
  DECLARATION DE LA SUISSE SUR LA RECONNAISSANCE DES DIPLOMES D'ARCHITECTE
  La Suisse proposera au Comité mixte de l'accord sur la libre circulation des personnes, immédiatement dès sa constitution, l'inclusion, dans l'annexe III de l'accord sur la libre circulation des personnes, des diplômes d'architecte délivrés par les Hautes écoles spécialisées suisses, conformément aux dispositions de la directive 85/384/CEE du 10 juin 1986.
  DECLARATION DE LA CE ET DE SES ETATS MEMBRES CONCERNANT LES ARTICLES 1 ET 17 DE L'ANNEXE I
  La Communauté européenne et ses Etats membres déclarent que les articles 1 et 17 de l'annexe I de l'accord ne préjugent pas l'acquis communautaire concernant les conditions de détachement des travailleurs ressortissants d'un pays tiers dans le cadre d'une prestation de services transfrontalière.
  DECLARATION RELATIVE A LA PARTICIPATION DE LA SUISSE AUX COMITES
  Le Conseil convient que les représentants de la Suisse participent en qualité d'observateurs et pour les points qui les concernent aux réunions des comités et groupe d'experts suivants :
  - Comités de programmes pour la recherche; y compris comité de recherche scientifique et technique (CREST)
  - Commission administrative pour la sécurité sociale des travailleurs migrants
  - Groupe de coordination sur la reconnaissance mutuelle des diplômes d'enseignement supérieur
  - Comités consultatifs sur les routes aériennes et pour l'application des règles de la concurrence dans le domaine des transports aériens.
  Ces comités se réunissent sans la présence des représentants de la Suisse lors des votes.
  En ce qui concerne les autres comités traitant des domaines couverts par les présents accords et pour lesquels la Suisse, soit a repris l'acquis communautaire, soit l'applique par équivalence, la Commission consultera les experts de la Suisse selon la formule de l'article 100 de l'accord EEE.
Art. N8. LIJST MET DE GEBONDEN STATEN.
Art. N8. LISTE DES ETATS LIES.
                  STATEN                   ONDERTEKENING      KENNISGEVING
  BELGIE                                    21 juni 1999    13 februari 2002
  DENEMARKEN                                21 juni 1999    14 december 2000
  DUITSLAND                                 21 juni 1999    21 november 2001
  EG                                        21 juni 1999    17 april 2002
  FINLAND                                   21 juni 1999    28 september 2001
  FRANKRIJK                                 21 juni 1999    27 december 2001
  GRIEKENLAND                               21 juni 1999    11 oktober 2001
  IERLAND                                   21 juni 1999     3 december 2001
  ITALIE                                    21 juni 1999    12 februari 2001
  LUXEMBURG                                 21 juni 1999    19 juni 2001
  NEDERLAND                                 21 juni 1999    16 november 2001
  OOSTENRIJK                                21 juni 1999    11 juli 2000
  PORTUGAL                                  21 juni 1999    18 december 2000
  SPANJE                                    21 juni 1999    19 februari 2001
  VERENIGD KONINKRIJK VAN GROOT-BRITTANNIE  21 juni 1999    17 januari 2001
   EN NOORD-IERLAND
  ZWEDEN                                    21 juni 1999     2 maart 2001
  ZWITSERLAND                               21 juni 1999    16 oktober 2000
                  ETATS                      SIGNATURE        NOTIFICATION
  ALLEMAGNE                                 21 juin 1999    21 novembre 2001
  AUTRICHE                                  21 juin 1999    11 juillet 2000
  BELGIQUE                                  21 juin 1999    13 février 2002
  CE                                        21 juin 1999    17 avril 2002
  DANEMARK                                  21 juin 1999    14 décembre 2000
  ESPAGNE                                   21 juin 1999    19 février 2001
  FINLANDE                                  21 juin 1999    28 septembre 2001
  FRANCE                                    21 juin 1999    27 décembre 2001
  GRECE                                     21 juin 1999    11 octobre 2001
  IRLANDE                                   21 juin 1999     3 décembre 2001
  ITALIE                                    21 juin 1999    12 février 2001
  LUXEMBOURG                                21 juin 1999    19 juin 2001
  PAYS-BAS                                  21 juin 1999    16 novembre 2001
  PORTUGAL                                  21 juin 1999    18 décembre 2000
  ROYAUME-UNI DE GRANDE-BRETAGNE ET         21 juin 1999    17 janvier 2001
   D'IRLANDE DU NORD
  SUEDE                                     21 juin 1999     2 mars 2001
  SUISSE                                    21 juin 1999    16 octobre 2000
Art. N9. Deze overeenkomst is in werking getreden op 1 juni 2002.
Art. N9. Cette Convention est entrée en vigueur le 1er juin 2002.