Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
19 JULI 2002. - Besluit van de Vlaamse regering betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 04-12-2002 en tekstbijwerking tot 01-12-2023)
Titre
19 JUILLET 2002. - Arrêté du Gouvernement flamand relatif à l'organisation de l'enseignement secondaire à temps plein. (TRADUCTION) (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 04-12-2002 et mise à jour au 01-12-2023)
Documentinformatie
Numac: 2002036460
Datum: 2002-07-19
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2002036460
Date: 2002-07-19
Moniteur: Voir
Tekst (139)
Texte (139)
HOOFDSTUK I. - Inleidende bepalingen.
CHAPITRE I. - Dispositions introductives.
Artikel 1. [1 Dit besluit is van toepassing op het voltijds gewoon secundair onderwijs en op opleidingsvorm 4 van het buitengewoon secundair onderwijs.]1
Article 1. [1 Le présent arrêté s'applique à l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein et à la forme d'enseignement 4 de l'enseignement secondaire spécial.]1
Art. 2. Voor de toepassing van dit besluit :
[6 1° wordt verstaan onder "onderverdeling":
a) in het tweede leerjaar A en het tweede leerjaar B van de eerste graad: een basisoptie;
b) in de leerjaren van de tweede en de derde graad: een studierichting]6
;
2° wordt met "betrokken personen" bedoeld : de personen die het ouderlijk gezag uitoefenen of in rechte of in feite de minderjarige leerplichtigen onder hun bewaring hebben of de meerderjarige leerling zelf;
3° wordt met "klassenraad" bedoeld, het orgaan dat als een emanatie van de [4 schoolbestuur]4 met drie functies kan worden belast, zoals nader gespecifieerd in hoofdstuk II en derhalve, naargelang van het geval, gedefinieerd wordt als respectievelijk "toelatingsklassenraad", "begeleidende klassenraad" en "delibererende klassenraad";
4° wordt met "inschrijving" bedoeld, de opname in het leerlingenbestand van een door de Vlaamse Gemeenschap georganiseerde, gesubsidieerde of erkende [4 school]4 of [1 de heropname na uitschrijving]1.
Art. 2. Pour l'application du présent arrêté :
[6 on entend par " subdivision " :
a) en deuxième année A et en deuxième année B du premier degré : une option de base ;
b) dans les années d'études des deuxième et troisième degrés : une orientation d'études]6
;
2° on entend par "personnes concernées" : les personnes qui exercent l'autorité parentale ou qui ont la garde, en droit ou de fait, d'un mineur d'âge scolaire, ou l'élève majeur lui-même;
3° on entend par "conseil de classe" : le collège qui, étant l'émanation d' [4 autorité scolaire]4, peut être chargé de remplir trois fonctions, spécifiées au chapitre II, et qui peut, dès lors, être défini respectivement comme un "conseil de classe d'admission", "conseil de classe d'encadrement" et "conseil de classe délibérant";
4° on entend par "inscription" : l'insertion dans la population scolaire d'un [4 école]4 organisé, subventionné ou agréé par la Communauté flamande, ou [1 la réinsertion après désinscription]1.
HOOFDSTUK II. - De klassenraad.
CHAPITRE II. - Le conseil de classe.
Afdeling 1. - De toelatingsklassenraad.
Section 1. - Le conseil de classe d'admission.
Art. 3. § 1. Behoudens de van rechtswege voorziene toelatings- en overgangsvoorwaarden, fungeert, overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk III, de toelatingsklassenraad als enig orgaan op het vlak van de toelating tot of overgang naar een bepaald leerjaar, onderwijsvorm en onderverdeling.
§ 2. [1 De toelatingsklassenraad bestaat uit :
1° ambtshalve stemgerechtigde leden die elk over één stem beschikken :
a) de directeur of een afgevaardigde van de directeur, die de toelatingsklassenraad voorzit;
b) minstens drie leden van het onderwijzend personeel van het leerjaar, de onderwijsvorm en de onderverdeling waarvoor de leerling opteert;
2° eventueel ambtshalve raadgevende leden, aangewezen door de voorzitter :
a) personeelsleden die in de [2 school]2 in kwestie betrekkingen in het ambt van adjunct-directeur, technisch adviseur-coördinator of technisch adviseur bekleden;
b) personeelsleden die in de [2 school]2 in kwestie behoren tot het ondersteunend personeel;
c) personeelsleden van de [2 school]2 in kwestie of andere personen dan personeelsleden van de [2 school]2 in kwestie die bij de psycho-sociale of pedagogische begeleiding van de leerlingen betrokken zijn.
De ambtshalve raadgevende leden die topsportschoolcoördinator zijn of lesgever in de sportspecifieke trainingsarbeid en die door de respectieve sportfederaties ter beschikking zijn gesteld in studierichtingen met in de benaming de component " topsport ", kunnen door de voorzitter bij het begin van het schooljaar als stemgerechtigde leden worden aangewezen.]1

[3 Ambtshalve raadgevende leden die [4 gastleraar]4 zijn kunnen door de voorzitter bij het begin van het schooljaar als stemgerechtigde leden worden aangewezen. In voorkomend geval bepaalt de voorzitter het stemgewicht per [4 gastleraar]4.]3
§ 3. [1 Stemgerechtigde leden zijn verplicht om aan de klassenraadvergadering deel te nemen. Hiervan kan alleen worden afgeweken in geval van gewettigde afwezigheid of bewezen overmacht om op de klassenraadvergadering aanwezig te zijn.
De ongewettigde afwezigheid van een stemgerechtigd lid tast de rechtsgeldigheid van de genomen beslissing niet aan.]1

§ 4. Geen enkel lid van de toelatingsklassenraad mag deelnemen aan enige beslissing betreffende een bloed- of aanverwant tot en met de vierde graad of betreffende een leerling aan wie hij privaatlessen of een schriftelijke cursus heeft gegeven.
§ 5. In geval tot stemming wordt overgegaan en het resultaat is een staking van stemmen, dan is de stem van de voorzitter van de toelatingsklassenraad doorslaggevend.
§ 6. De toelatingsklassenraad zal zich bij zijn beslissingen laten leiden door concrete gegevens uit het dossier van de leerling.
§ 7. De beslissing van de toelatingsklassenraad wordt aan het leerlingendossier toegevoegd.
§ 8. Adviezen en beslissingen van de toelatingsklassenraad moeten steeds gemotiveerd zijn.
Art. 3. § 1er. Sous réserve des conditions d'admission et de passage prévues de plein droit, le conseil de classe d'admission fonctionne, conformément aux dispositions du chapitre III, comme unique organe d'admission et de passage à une année, une forme d'enseignement et une subdivision déterminée.
§ 2. [1 Le conseil de classe d'admission est composé :
1° de membres ayant d'office voix délibérative, disposant chacun d'une voix :
a) le directeur ou un délégué du directeur, qui préside le conseil de classe d'admission;
b) au moins trois membres du personnel enseignant de l'année d'études, la forme d'enseignement et la subdivision pour lesquelles l'élève opte;
2° de membres ayant d'office voix consultative, désignés par le président :
a) des membres du personnel occupant dans l'[2 école]2 en question des emplois dans la fonction de directeur adjoint, conseiller technique-coordinateur ou conseiller technique;
b) des membres du personnel appartenant dans l'[2 école]2 en question au personnel d'appui;
c) des membres du personnel de l'[2 école]2 en question ou d'autres personnes que des membres du personnel de l'[2 école]2 en question étant associés à l'encadrement psychosocial ou pédagogique des élèves.
Les membres ayant d'office voix consultative et étant coordinateur auprès d'une école de sport de haut niveau ou enseignant en travail d'entraînement spécifique du sport et qui ont été mis à disposition par les fédérations sportives respectives dans des orientations d'études avec dans la dénomination la composante "topsport" (sport de haut niveau), peuvent être désignés par le président au début de l'année scolaire comme membres ayant voix délibérative.]1

[3 Les membres qui ont voix consultative d'office [4 et qui sont enseignant invité]4, peuvent être désignés par le président comme membres ayant voix délibérative au début de l'année scolaire. Le cas échéant, le président établit le poids de la voix par[4 enseignant invité]4.]3
§ 3. [1 Les membres ayant voix délibérative sont obligés de participer à la réunion du conseil de classe. Il ne peut y être dérogé qu'en cas d'absence justifiée ou de force majeure justifiée qui les empêcherait d'assister aux réunions du conseil de classe.
L'absence non justifiée d'un membre ayant voix délibérative ne portera pas atteinte à la validité de la décision prise.]1

§ 4. Aucun membre du conseil de classe d'admission ne peut participer à une décision concernant un parent ou allié jusqu'au quatrième degré inclusivement ou concernant un élève auquel il a donné des cours privés ou un cours par correspondance.
§ 5. En cas de parité des voix lors d'un vote, la voix du président du conseil de classe d'admission est prépondérante.
§ 6. Pour prendre ses décisions, le conseil de classe d'admission se basera sur les données concrètes figurant au dossier de l'élève.
§ 7. La décision du conseil de classe d'admission est jointe au dossier de l'élève.
§ 8. Les avis et décisions du conseil de classe d'admission doivent toujours être motivés.
Afdeling 2. - De begeleidende klassenraad.
Section 2. - Le conseil de classe d'encadrement.
Art. 4. § 1. De begeleidende klassenraad fungeert als enig orgaan op het vlak van de vorming en de evaluatie van de vorderingen van een bepaalde groep leerlingen, met uitsluiting van hetgeen bedoeld wordt in artikel 5, § 1, alsmede op het vlak van de definitieve verwijdering van een leerling uit de [3 school]3 [1 ...]1.
§ 2. [1 De begeleidende klassenraad bestaat uit :
1° ambtshalve stemgerechtigde leden die elk over één stem beschikken :
a) de directeur of een afgevaardigde van de directeur, die de begeleidende klassenraad voorzit;
b) de leden van het onderwijzend personeel die voldoen aan al de volgende voorwaarden :
1) ze verstrekken onderwijs aan de leerling tijdens het schooljaar in kwestie in een bepaald leerjaar, een bepaalde onderwijsvorm en onderverdeling;
2) ze zijn op de datum van de klassenraadvergadering in functie. Van die voorwaarde kan door de voorzitter worden afgeweken voor tijdelijke personeelsleden, met dien verstande dat het aantal stemgerechtigde leden er niet door kan worden uitgebreid;
c) in voorkomend geval voor seminaries of vakoverschrijdende projecten [2 , voor de coördinatie of begeleiding van stages [5 ...]5]2 : een stemgerechtigd lid dat voldoet aan de voorwaarden, vermeld in 1°, b), of in 2°, c), en dat door de voorzitter is aangewezen bij het begin van het schooljaar;
2° eventueel ambtshalve raadgevende leden, aangewezen door de voorzitter :
a) personeelsleden die in de [3 school]3 in kwestie betrekkingen in het ambt van adjunct-directeur, technisch adviseur-coördinator of technisch adviseur bekleden;
b) personeelsleden die in de [3 school]3 in kwestie behoren tot het ondersteunend personeel;
c) personeelsleden van de [3 school]3 in kwestie of andere personen dan personeelsleden van de [3 school]3 in kwestie die bij de psycho-sociale of pedagogische begeleiding van de leerlingen betrokken zijn.
De ambtshalve raadgevende leden die topsportschoolcoördinator zijn of lesgever in de sportspecifieke trainingsarbeid en die door de respectieve sportfederaties ter beschikking zijn gesteld in studierichtingen met in de benaming de component " topsport ", kunnen door de voorzitter bij het begin van het schooljaar als stemgerechtigde leden worden aangewezen.]1

[4 Ambtshalve raadgevende leden die [6 gastleraar]6 zijn kunnen door de voorzitter bij het begin van het schooljaar als stemgerechtigde leden worden aangewezen. In voorkomend geval bepaalt de voorzitter het stemgewicht per [6 gastleraar]6.]4
§ 3. [1 Stemgerechtigde leden zijn verplicht om aan de klassenraadvergadering deel te nemen. Hiervan kan alleen worden afgeweken in geval van gewettigde afwezigheid of bewezen overmacht om op de klassenraadvergadering aanwezig te zijn.
De ongewettigde afwezigheid van een stemgerechtigd lid tast de rechtsgeldigheid van de genomen beslissing niet aan.
Een lid dat, op het ogenblik dat de begeleidende klassenraad samenkomt, niet langer personeelslid is in de [3 school]3 in kwestie, kan niet verplicht worden om deel te nemen aan de vergadering. Bij niet-deelname is het lid gewettigd afwezig.]1

§ 4. Geen enkel lid van de begeleidende klassenraad mag deelnemen aan enige beslissing betreffende een bloed- of aanverwant tot en met de vierde graad of betreffende een leerling aan wie hij privaatlessen of een schriftelijke cursus heeft gegeven.
§ 5. In geval tot stemming wordt overgegaan en het resultaat is een staking van stemmen, dan is de stem van de voorzitter van de begeleidende klassenraad doorslaggevend.
§ 6. Elke beslissing, vaststelling of advies van de begeleidende klassenraad wordt aan het leerlingendossier toegevoegd.
§ 7. Adviezen en beslissingen van de begeleidende klassenraad moeten steeds gemotiveerd zijn.
Art. 4. § 1er. Le conseil de classe d'encadrement fonctionne en tant que seul organe compétent en matière de formation et d'évaluation des progrès faits par un groupe d'élèves déterminé, sauf sur le plan de la matière visée à l'article 5, § 1er, ainsi qu'au sujet du renvoi définitif d'un élève de l'[3 école]3 [1 ...]1.
§ 2. [1 Le conseil de classe d'encadrement comprend :
1° des membres ayant d'office voix délibérative, disposant chacun d'une voix :
a) le directeur ou un délégué du directeur, qui préside le conseil de classe d'encadrement;
b) les membres du personnel enseignant qui remplissent les conditions suivantes :
1) ils dispensent un enseignement à l'élève pendant l'année scolaire en question dans une année d'études, forme d'enseignement et subdivision déterminées;
2) ils sont en fonction à la date de la réunion du conseil de classe. Il peut être dérogé à cette condition par le président pour ce qui est des membres du personnel temporaires, étant entendu que cela ne peut causer l'élargissement du nombre de membres ayant voix délibérative;
c) le cas échéant pour des séminaires ou projets interdisciplinaires [2 , pour la coordination ou l'accompagnement de stages [5 ...]5]2 : un membre à voix délibérative qui remplit les conditions visées au 1°, b), ou au 2°, c), et qui est désigné par le président au début de l'année scolaire;
2° éventuellement des membres ayant d'office voix consultative, désignés par le président :
a) des membres du personnel qui occupent des emplois de directeur adjoint, conseiller technique-coordinateur ou conseiller technique;
b) des membres du personnel appartenant dans l'[3 école]3 en question au personnel d'appui;
c) des membres du personnel de l'[3 école]3 en question ou d'autres personnes que les membres du personnel de l'[3 école]3 en question étant associés à l'encadrement psychosocial ou pédagogique des élèves.
Les membres ayant d'office voix consultative et étant coordinateur auprès d'une école de sport de haut niveau ou enseignant en travail d'entraînement spécifique du sport et qui ont été mis à disposition par les fédérations sportives respectives dans des orientations d'études avec dans la dénomination la composante "topsport" (sport de haut niveau), peuvent être désignés par le président au début de l'année scolaire comme membres ayant voix délibérative.]1

[4 Les membres qui ont voix consultative d'office [6 et qui sont enseignant invité]6, peuvent être désignés par le président comme membres ayant voix délibérative au début de l'année scolaire. Le cas échéant, le président établit le poids de la voix par [6 enseignant invité ]6.]4
§ 3. [1 Les membres ayant voix délibérative sont obligés de participer à la réunion du conseil de classe. Il ne peut y être dérogé qu'en cas d'absence justifiée ou de force majeure justifiée qui les empêcherait d'assister aux réunions du conseil de classe.
L'absence non justifiée d'un membre ayant voix délibérative ne portera pas atteinte à la validité de la décision prise.
Un membre du personnel qui, au moment où le conseil de classe d'encadrement se réunit, ne fait plus partie du cadre organique de l'[3 école]3 en question, ne peut pas être obligé d'assister à la réunion. En cas de non-participation, le membre est légitimement absent.]1

§ 4. Aucun membre du conseil de classe d'encadrement ne peut participer à une décision concernant un parent ou allié jusqu'au quatrième degré inclusivement ou concernant un élève auquel il a donné des cours privés ou un cours par correspondance.
§ 5. En cas de parité des voix lors d'un vote, la voix du président du conseil de classe d'encadrement est prépondérante.
§ 6. Toute décision, toute constatation ou tout avis du conseil de classe d'admission est joint au dossier de l'élève.
§ 7. Les avis et décisions du conseil de classe d'encadrement doivent toujours être motivés.
Afdeling 3. - De delibererende klassenraad.
Section 3. - Le conseil de classe délibérant.
Art. 5. § 1. De delibererende klassenraad fungeert als enig orgaan op het vlak van de beslissingen inzake het al dan niet geslaagd zijn, hetgeen voor de regelmatige leerlingen leidt tot de studiebekrachtiging en de eventuele rechten op toelating tot het volgend leerjaar.
§ 2. [1 De delibererende klassenraad bestaat uit :
1° ambtshalve stemgerechtigde leden die elk over één stem beschikken :
a) de directeur of een afgevaardigde van de directeur, die de delibererende klassenraad voorzit;
b) de leden van het onderwijzend personeel die voldoen aan al de volgende voorwaarden :
1) ze hebben onderwijs verstrekt aan de leerling tijdens het schooljaar in kwestie in een bepaald leerjaar, een bepaalde onderwijsvorm en onderverdeling;
2) ze zijn op de deliberatiedatum in functie. Van die voorwaarde kan door de voorzitter worden afgeweken voor tijdelijke personeelsleden, met dien verstande dat het aantal stemgerechtigde leden er niet door kan worden uitgebreid;
c) in voorkomend geval voor seminaries of vakoverschrijdende projecten [2 , voor de coördinatie of begeleiding van stages [7 ...]7]2 : een stemgerechtigd lid dat voldoet aan de voorwaarden, vermeld in 1°, b), of in 2°, c), en dat door de voorzitter is aangewezen bij het begin van het schooljaar;
2° eventueel ambtshalve raadgevende leden, aangewezen door de voorzitter :
a) personeelsleden die in de [4 school]4 in kwestie betrekkingen in het ambt van adjunct-directeur, technisch adviseur-coördinator of technisch adviseur bekleden;
b) personeelsleden die in de [4 school]4 in kwestie behoren tot het ondersteunend personeel;
c) personeelsleden van de [4 school]4 in kwestie of andere personen dan personeelsleden van de [4 school]4 in kwestie die bij de psycho-sociale of pedagogische begeleiding van de leerlingen betrokken zijn.
De ambtshalve raadgevende leden die topsportschoolcoördinator zijn of lesgever in de sportspecifieke trainingsarbeid en die door de respectieve sportfederaties ter beschikking zijn gesteld in studierichtingen met in de benaming de component " topsport ", kunnen door de voorzitter bij het begin van het schooljaar als stemgerechtigde leden worden aangewezen.]1

[5 Ambtshalve raadgevende leden die [8 gastleraar]8 zijn kunnen door de voorzitter bij het begin van het schooljaar als stemgerechtigde leden worden aangewezen. In voorkomend geval bepaalt de voorzitter het stemgewicht per [8 gastleraar]8 ]5
§ 3. [1 Stemgerechtigde leden zijn verplicht om aan de deliberatie deel te nemen. Hiervan kan alleen worden afgeweken in geval van gewettigde afwezigheid of bewezen overmacht om op de klassenraadvergadering aanwezig te zijn.
De ongewettigde afwezigheid van een stemgerechtigd lid tast de rechtsgeldigheid van de genomen beslissing niet aan.
Een lid dat, op het ogenblik dat de delibererende klassenraad samenkomt, niet langer personeelslid is in de [4 school]4 in kwestie, kan niet verplicht worden om deel te nemen aan de vergadering. Bij niet-deelname is het lid gewettigd afwezig.]1

§ 4. Geen enkel lid van de delibererende klassenraad mag deelnemen aan enige beslissing betreffende een bloed- of aanverwant tot en met de vierde graad of betreffende een leerling aan wie hij privaatlessen of een schriftelijke cursus heeft gegeven.
§ 5. De delibererende klassenraad zal zich bij zijn beslissingen laten leiden door concrete gegevens uit het dossier van de leerling. Dit dossier bevat, in voorkomend geval :
- resultaten van proeven, toetsen of examens die door de leraars van de leerling werden afgenomen;
[7 ...]7
- de beslissingen, vaststellingen en de adviezen van de begeleidende klassenraad;
[3 - de externe certificering.]3
§ 6. Van de beslissingen van de delibererende klassenraad wordt een proces-verbaal opgemaakt en worden er notulen gehouden.
Het proces-verbaal bevat de lijst van de geslaagde en niet geslaagde leerlingen.
De notulen bevatten een synthese van de elementen die tot de beslissingen hebben geleid, waaronder eventueel het resultaat van een stemming.
Zowel het proces-verbaal als de notulen worden door de voorzitter en drie leden van de raad ondertekend.
[6 De processen-verbaal worden gedurende vijftig jaar bewaard. De notulen worden gedurende vijf jaar bewaard.]6
§ 7. In geval tot stemming wordt overgegaan en het resultaat is een staking van stemmen, dan is de stem van de voorzitter van de delibererende klassenraad doorslaggevend.
§ 8. Adviezen en beslissingen van de delibererende klassenraad moeten steeds gemotiveerd zijn.
Art. 5. § 1er. Le conseil de classe délibérant fonctionne comme unique organe de décision relative à la réussite d'une année d'études, ce qui donne lieu, pour les élèves réguliers, à la sanction des études et confirme éventuellement un droit à l'admission à l'année supérieure.
§ 2. [1 Le conseil de classe délibérant comprend :
1° des membres ayant d'office voix délibérative, disposant chacun d'une voix :
a) le directeur ou un délégué du directeur, qui préside le conseil de classe délibérant;
b) les membres du personnel enseignant qui remplissent les conditions suivantes :
1) ils ont dispensé un enseignement à l'élève pendant l'année scolaire en question dans une année d'études, forme d'enseignement et subdivision déterminées;
2) ils sont en fonction à la date de délibération. Il peut être dérogé à cette condition par le président pour ce qui est des membres du personnel temporaires, étant entendu que cela ne peut causer l'élargissement du nombre de membres ayant voix délibérative;
c) le cas échéant pour des séminaires ou projets interdisciplinaires [2 , pour la coordination ou l'accompagnement de stages [7 ...]7]2 : un membre à voix délibérative qui remplit les conditions visées au 1°, b), ou au 2°, c), et qui est désigné par le président au début de l'année scolaire;
2° éventuellement des membres ayant d'office voix consultative, désignés par le président :
a) des membres du personnel qui occupent des emplois de directeur adjoint, conseiller technique-coordinateur ou conseiller technique;
b) des membres du personnel appartenant dans l'[4 école]4 en question au personnel d'appui;
c) des membres du personnel de l'[4 école]4 en question ou d'autres personnes que les membres du personnel de l'[4 école]4 en question étant associés à l'encadrement psychosocial ou pédagogique des élèves.
Les membres ayant d'office voix consultative et étant coordinateur auprès d'une école de sport de haut niveau ou enseignant en travail d'entraînement spécifique du sport et qui ont été mis à disposition par les fédérations sportives respectives dans des orientations d'études avec dans la dénomination la composante "topsport" (sport de haut niveau), peuvent être désignés par le président au début de l'année scolaire comme membres ayant voix délibérative.]1

[5 Les membres qui ont voix consultative d'office [8 et qui sont enseignant invité]8, peuvent être désignés par le président comme membres ayant voix délibérative au début de l'année scolaire. Le cas échéant, le président établit le poids de la voix par [8 enseignant invité]8.]5
§ 3. [1 Les membres ayant voix délibérative sont obligés de participer à la délibération. Il ne peut y être dérogé qu'en cas d'absence justifiée ou de force majeure justifiée qui les empêcherait d'assister aux réunions du conseil de classe.
L'absence non justifiée d'un membre ayant voix délibérative ne portera pas atteinte à la validité de la décision prise.
Un membre du personnel qui, au moment où le conseil de classe délibérant se réunit, ne fait plus partie du cadre organique de l'[4 école]4 en question, ne peut pas être obligé d'assister à la réunion. En cas de non-participation, le membre est légitimement absent.]1

§ 4. Aucun membre du conseil de classe délibérant ne peut participer à une décision concernant un parent ou allié jusqu'au quatrième degré inclusivement ou concernant un élève auquel il a donné des cours privés ou un cours par correspondance.
§ 5. Pour prendre ses décisions, le conseil de classe délibérant se basera sur les données concrètes figurant au dossier de l'élève. Ce dossier comprendra, le cas échéant :
- des résultats d'épreuves, de tests ou d'examens que les professeurs ont fait subir aux élèves;
[7 ...]7
- les décisions, constatations et avis du conseil de classe d'encadrement;
[3 - la certification externe.]3
§ 6. Il est dressé un procès-verbal des décisions du conseil de classe délibérant et des procès-verbaux des réunions sont établis.
Le premier procès-verbal comprend la liste des élèves qui ont réussi et celle des élèves qui ont échoué.
Les procès-verbaux des réunions comprennent une synthèse des éléments ayant donné lieu aux décisions, dont éventuellement le résultat d'un vote.
Aussi bien le premier procès-verbal comprenant la liste des élèves que les procès-verbaux des réunions sont signés par le président et par trois membres du conseil.
[6 Les procès-verbaux seront conservés pendant cinquante ans. Le compte rendu est conservé pendant une période de cinq ans.]6
§ 7. En cas de parité des voix lors d'un vote, la voix du président du conseil de classe délibérant est prépondérante.
§ 8. Les avis et décisions du conseil de classe délibérant doivent toujours être motivés.
HOOFDSTUK III. - Toelatings- en overgangsvoorwaarden.
CHAPITRE III. - Conditions d'admission et de passage.
Art. 6. [1 Met behoud van de toepassing van artikel 31 kunnen de houders van het getuigschrift basisonderwijs als regelmatige leerlingen tot het eerste leerjaar A worden toegelaten.]1
Art. 6. [1 Sans préjudice de l'application de l'article 31, les porteurs d'un certificat d'enseignement fondamental peuvent être admis en première année A en tant qu'élèves réguliers ]1.
Art. 7. [1 Met behoud van de toepassing van artikel 31 kunnen de volgende leerlingen als regelmatige leerlingen tot het eerste leerjaar B worden toegelaten:
1° de leerlingen die het lager onderwijs hebben beëindigd zonder getuigschrift basisonderwijs;
[2 de leerlingen die het lager onderwijs niet hebben gevolgd of niet hebben beëindigd, maar uiterlijk op 31 december na de aanvang van het schooljaar de leeftijd van 12 jaar bereiken ]2;
3° de leerlingen die tijdens het schooljaar overgaan van het eerste leerjaar A naar het eerste leerjaar B op voorwaarde van een gunstige beslissing van de toelatingsklassenraad.]1

Art. 7. [1 Sans préjudice de l'application de l'article 31, les élèves suivants peuvent être admis comme élèves réguliers dans la première année d'études B :
1° les élèves qui ont achevé leurs études primaires sans certificat d'enseignement fondamental ;
[2 les élèves qui n'ont pas suivi ou n'ont pas achevé l'enseignement primaire mais qui atteignent l'âge de 12 ans au plus tard le 31 décembre qui suit le début de l'année scolaire ]2;
3° les élèves qui passent pendant l'année scolaire de la première année d'études A à la première année d'études B à condition d'une décision favorable du conseil de classe d'admission.]1

Art. 8. [1 Met behoud van de toepassing van artikel 31 kunnen de volgende leerlingen als regelmatige leerlingen tot het tweede leerjaar A worden toegelaten:
1° de leerlingen die het eerste leerjaar A met vrucht hebben beëindigd;
2° de leerlingen die het eerste leerjaar B met vrucht hebben beëindigd op voorwaarde van een gunstige beslissing van de toelatingsklassenraad;
3° de leerlingen die het tweede leerjaar B met vrucht hebben beëindigd in een andere basisoptie dan de opstroomoptie op voorwaarde van een gunstige beslissing van de toelatingsklassenraad;
4° de leerlingen die het tweede leerjaar B met vrucht hebben beëindigd in de opstroomoptie;
5° de leerlingen die tijdens het schooljaar overgaan van het tweede leerjaar B naar het tweede leerjaar A op voorwaarde van een gunstige beslissing van de toelatingsklassenraad.
Met behoud van de toepassing van artikel 31 is de verandering van basisoptie in het tweede leerjaar A tijdens het schooljaar toegestaan op voorwaarde van een gunstige beslissing van de toelatingsklassenraad.]1

Art. 8. [1 Sans préjudice de l'application de l'article 31, les élèves suivants peuvent être admis en tant qu'élèves réguliers en deuxième année A :
1° les élèves ayant terminé avec fruit la première année A ;
2° les élèves ayant terminé avec fruit la première année B, sous réserve d'une décision favorable du conseil de classe d'admission ;
3° les élèves ayant terminé avec fruit la deuxième année B dans une autre option de base que l'option de progression, sous réserve d'une décision favorable du conseil de classe d'admission ;
4° les élèves ayant terminé avec fruit la deuxième année B dans l'option de progression ;
5° les élèves qui passent en cours d'année scolaire de la deuxième année B à la deuxième année A, sous réserve d'une décision favorable du conseil de classe d'admission.
Sans préjudice de l'application de l'article 31, le changement d'option de base en deuxième année A en cours d'année scolaire est autorisé sous réserve d'une décision favorable du conseil de classe d'admission. ]1

Art. 9. [1 Met behoud van de toepassing van artikel 31 kunnen de volgende leerlingen als regelmatige leerlingen tot het tweede leerjaar B worden toegelaten:
1° de leerlingen die het eerste leerjaar A met [2 ...]2 vrucht hebben beëindigd;
2° de leerlingen die het eerste leerjaar B met [2 ...]2 vrucht hebben beëindigd;
3° de leerlingen die uiterlijk op 31 december na de aanvang van het schooljaar de leeftijd van veertien jaar bereiken;
4° de leerlingen die tijdens het schooljaar overgaan van het tweede leerjaar A naar het tweede leerjaar B op voorwaarde van een gunstige beslissing van de toelatingsklassenraad.
Met behoud van de toepassing van artikel 31, is de verandering van een of meer basisopties in het tweede leerjaar B tijdens het schooljaar toegestaan op voorwaarde van een gunstige beslissing van de toelatingsklassenraad. ]1

Art. 9. [1 Sans préjudice de l'application de l'article 31, les élèves suivants peuvent être admis en tant qu'élèves réguliers en deuxième année B :
1° les élèves ayant terminé avec [2 ...]2 fruit la première année A ;
2° les élèves ayant terminé avec [2 ...]2 fruit la première année B ;
3° les élèves qui atteindront l'âge de 14 ans au plus tard le 31 décembre qui suit le début de l'année scolaire ;
4° les élèves qui passent en cours d'année scolaire de la deuxième année A à la deuxième année B, sous réserve d'une décision favorable du conseil de classe d'admission.
Sans préjudice de l'application de l'article 31, le changement d'une ou de plusieurs options de base en deuxième année B en cours d'année scolaire est autorisé sous réserve d'une décision favorable du conseil de classe d'admission.]1

Art. 10. [1 Met behoud van de toepassing van artikel 31 kunnen de volgende leerlingen als regelmatige leerlingen tot het eerste leerjaar van de tweede graad van een studierichting van de finaliteit doorstroom of de dubbele finaliteit worden toegelaten:
1° de leerlingen die het tweede leerjaar A met vrucht hebben beëindigd;
2° de leerlingen die het tweede leerjaar B met vrucht hebben beëindigd in de opstroomoptie;
3° de leerlingen die het tweede leerjaar B met vrucht hebben beëindigd in een andere basisoptie dan de opstroomoptie op voorwaarde van een gunstige beslissing van de toelatingsklassenraad;
4° de leerlingen die het eerste leerjaar van de tweede graad in een studierichting van de finaliteit arbeidsmarkt met vrucht hebben beëindigd op voorwaarde van een gunstige beslissing van de toelatingsklassenraad.
§ 2. Met behoud van de toepassing van paragraaf 1 is de verandering van studierichting tijdens het schooljaar toegestaan tot en met 15 januari]1
.
Art. 10. [1 § 1er. Sans préjudice de l'application de l'article 31, les élèves suivants peuvent être admis en tant qu'élèves réguliers en première année du deuxième degré d'une orientation d'études à finalité `transition' ou à double finalité :
1° les élèves ayant terminé avec fruit la deuxième année A ;
2° les élèves ayant terminé avec fruit la deuxième année B dans l'option de progression ;
3° les élèves ayant terminé avec fruit la deuxième année B dans une autre option de base que l'option de progression, sous réserve d'une décision favorable du conseil de classe d'admission ;
4° les élèves ayant terminé avec fruit la première année du deuxième degré dans une orientation d'études à finalité `insertion sur le marché du travail', sous réserve d'une décision favorable du conseil de classe d'admission.
§ 2. Sans préjudice de l'application du paragraphe 1er, le changement d'orientation d'études en cours d'année scolaire est autorisé jusqu'au 15 janvier inclus]1
.
Art. 11. [1 1. Met behoud van de toepassing van artikel 31 kunnen de volgende leerlingen als regelmatige leerlingen tot het eerste leerjaar van de tweede graad van een studierichting van de finaliteit arbeidsmarkt worden toegelaten:
1° de leerlingen die het tweede leerjaar A of het tweede leerjaar B met vrucht hebben beëindigd;
2° de leerlingen die uiterlijk op 31 december na de aanvang van het schooljaar de leeftijd van vijftien jaar bereiken.
§ 2. Met behoud van de toepassing van paragraaf 1 is de verandering van studierichting tijdens het schooljaar toegestaan tot en met 15 januari.]1
.
Art. 11. [1 § 1er. Sans préjudice de l'application de l'article 31, les élèves suivants peuvent être admis en tant qu'élèves réguliers en première année du deuxième degré d'une orientation d'études à finalité `insertion sur le marché du travail' :
1° les élèves ayant terminé avec fruit la deuxième année A ou la deuxième année B ;
2° les élèves qui atteindront l'âge de 15 ans au plus tard le 31 décembre qui suit le début de l'année scolaire.
§ 2. Sans préjudice de l'application du paragraphe 1er, le changement d'orientation d'études en cours d'année scolaire est autorisé jusqu'au 15 janvier inclus]1
.
Art. 12. § 1. [1 Met behoud van de toepassing van de bepalingen van artikel 31, kunnen]1 tot het tweede leerjaar van de tweede graad van het algemeen, het technisch of het kunstsecundair onderwijs als regelmatige leerlingen worden toegelaten :
1° de regelmatige leerlingen die het eerste leerjaar van de tweede graad van het algemeen, het technisch of het kunstsecundair onderwijs met vrucht hebben beëindigd;
2° de regelmatige leerlingen die het tweede leerjaar van de tweede graad van het beroepssecundair onderwijs met vrucht hebben beëindigd [2 , onder de volgende voorwaarde : gunstige beslissing van de toelatingsklassenraad]2.
§ 2. Onverminderd de bepalingen van § 1, is tot en met 15 januari toegelaten : de verandering van onderwijsvorm en/of studierichting.
Art. 12. § 1er. [1 Sans préjudice des dispositions de l'article 31, peuvent]1 être admis, en tant qu'élèves réguliers, en deuxième année du deuxième degré de l'enseignement secondaire général, technique ou artistique :
1° les élèves ayant terminé avec fruit la première année du deuxième degré de l'enseignement secondaire général, technique ou artistique;
2° les élèves ayant terminé avec fruit la deuxième année du deuxième degré de l'enseignement secondaire professionnel [2 , à la condition suivante : décision favorable du conseil de classe d'admission]2.
§ 2. Sans préjudice des dispositions du § 1er, il est permis jusqu'au 15 janvier inclusivement de changer de forme d'enseignement et/ou d'orientation d'études.
Art. 13. § 1. [1 Met behoud van de toepassing van de bepalingen van artikel 31, kunnen]1 tot het tweede leerjaar van de tweede graad van het beroepssecundair onderwijs als regelmatige leerlingen worden toegelaten :
de regelmatige leerlingen die het eerste leerjaar van de tweede graad met vrucht hebben beëindigd.
§ 2. Onverminderd de bepalingen van § 1, is tot en met 15 januari toegelaten : de verandering van onderwijsvorm en/of studierichting.
Art. 13. § 1er. Peuvent [1 , sans préjudice de l'application des dispositions de l'article 31,]1 être admis, en tant qu'élèves réguliers, en deuxième année du deuxième degré de l'enseignement secondaire professionnel :
les élèves réguliers ayant terminé avec fruit la première année du deuxième degré.
§ 2. Sans préjudice des dispositions du § 1er, il est permis jusqu'au 15 janvier inclusivement de changer de forme d'enseignement et/ou d'orientation d'études.
Art. 14.
Art. 14.
Art. 15. § 1. [2 Met behoud van de toepassing van de bepalingen van artikel 31, kunnen]2 tot het eerste leerjaar van de derde graad van het algemeen secundair onderwijs als regelmatige leerlingen worden toegelaten :
1° de regelmatige leerlingen die het tweede leerjaar van de tweede graad van het algemeen, het technisch of het kunstsecundair onderwijs met vrucht hebben beëindigd;
2° de houders van het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs, uitgereikt in het algemeen, het technisch of het kunstsecundair onderwijs door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap, onder de volgende voorwaarde : [1 gunstige beslissing]1 van de toelatingsklassenraad over de keuze van de studierichting;
3° de regelmatige leerlingen die het tweede leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs met vrucht hebben beëindigd [3 , onder de volgende voorwaarde : gunstige beslissing van de toelatingsklassenraad]3.
§ 2. Onverminderd de bepalingen van § 1, is tot en met 15 januari toegelaten : de verandering van onderwijsvorm en/of studierichting.
In afwijking daarvan is de verandering van een studierichting van het algemeen secundair onderwijs met in de benaming de component topsport' naar [4 ...]4 wetenschappen-sport of omgekeerd gedurende het volledig schooljaar toegelaten.
Art. 15. § 1er. [2 Sans préjudice des dispositions de l'article 31, peuvent]2 être admis, en tant qu'élèves réguliers, en première année du troisième degré de l'enseignement secondaire général :
1° les élèves réguliers ayant terminé avec fruit la deuxième année du deuxième degré de l'enseignement secondaire général, technique ou artistique;
2° les porteurs du certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire, délivré dans l'enseignement secondaire général, technique ou artistique par le jury de la Communauté flamande, à condition d'avoir obtenu [1 la décision favorable]1 du conseil de classe d'admission sur l'orientation d'études choisie;
3° les élèves réguliers ayant terminé avec fruit la deuxième année du troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel [3 , à la condition suivante : décision favorable du conseil de classe d'admission]3.
§ 2. Sans préjudice des dispositions du § 1er, il est permis jusqu'au 15 janvier inclusivement de changer de forme d'enseignement et/ou d'orientation d'études.
Par dérogation à cette disposition, le passage d'une orientation d'études de l'enseignement secondaire général ayant dans sa dénomination l'élément "topsport" (sport de haut niveau) à l'orientation "[4 ...]4 wetenschappen-sport" ou vice-versa, est autorisé pendant toute l'année scolaire.
Art. 16. § 1. [2 Met behoud van de toepassing van de bepalingen van artikel 31, kunnen]2 tot het eerste leerjaar van de derde graad van het technisch of het kunstsecundair onderwijs als regelmatige leerlingen worden toegelaten :
1° de regelmatige leerlingen die het tweede leerjaar van de tweede graad van het algemeen, het technisch of het kunstsecundair onderwijs met vrucht hebben beëindigd;
2° de regelmatige leerlingen die het tweede leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs met vrucht hebben beëindigd [3 , onder de volgende voorwaarde : gunstige beslissing van de toelatingsklassenraad]3;
3° de houders van het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs, uitgereikt in het algemeen, het technisch of het kunstsecundair onderwijs door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap, onder de volgende voorwaarde : [1 gunstige beslissing]1 van de toelatingsklassenraad over de keuze van de studierichting.
§ 2. Onverminderd de bepalingen van § 1, is tot en met 15 januari toegelaten : de verandering van onderwijsvorm en/of studierichting.
In afwijking daarvan is de verandering van een studierichting van het technisch secundair onderwijs met in de benaming de component 'topsport' naar lichamelijke opvoeding en sport of omgekeerd gedurende het volledig schooljaar toegelaten.
Art. 16. § 1er. [2 Sans préjudice des dispositions de l'article 31, peuvent]2 être admis, en tant qu'élèves réguliers, en première année du troisième degré de l'enseignement secondaire technique ou artistique :
1° les élèves réguliers ayant terminé avec fruit la deuxième année du deuxième degré de l'enseignement secondaire général, technique ou artistique;
2° les élèves réguliers ayant terminé avec fruit la deuxième année du troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel [3 , à la condition suivante : décision favorable du conseil de classe d'admission]3;
3° les porteurs du certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire, délivré dans l'enseignement secondaire général, technique ou artistique par le jury de la Communauté flamande, à condition d'avoir obtenu [1 la décision favorable]1 du conseil de classe d'admission sur l'orientation d'études choisie.
§ 2. Sans préjudice des dispositions du § 1er, il est permis jusqu'au 15 janvier inclusivement de changer de forme d'enseignement et/ou d'orientation d'études.
Par dérogation à cette disposition, le passage d'une orientation d'études de l'enseignement secondaire technique ayant dans sa dénomination l'élément "sport" (de haut niveau) à l'orientation "lichamelijke opvoeding en sport" ou vice-versa, est autorisé pendant toute l'année scolaire.
Art. 17. § 1. [2 Met behoud van de toepassing van de bepalingen van artikel 31, kunnen]2 tot het eerste leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs als regelmatige leerlingen worden toegelaten :
1° de regelmatige leerlingen die het tweede leerjaar van de tweede graad met vrucht hebben beëindigd;
2° de houders van het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs, uitgereikt door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap, onder de volgende voorwaarde : [1 gunstige beslissing]1 van de toelatingsklassenraad over de keuze van de studierichting.
[3 ...]3
§ 2. Onverminderd de bepalingen van § 1, is tot en met 15 januari toegelaten : de verandering van onderwijsvorm en/of studierichting.
Art. 17. § 1er. [2 Sans préjudice des dispositions de l'article 31, peuvent]2 être admis, en tant qu'élèves réguliers, en première année du troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel :
1° les élèves réguliers ayant terminé avec fruit la deuxième année du deuxième degré;
2° les porteurs du certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire, délivré par le jury de la Communauté flamande, à condition d'avoir obtenu [1 la décision favorable]1 du conseil de classe d'admission sur l'orientation d'études choisie.
[3 ...]3
§ 2. Sans préjudice des dispositions du § 1er, il est permis jusqu'au 15 janvier inclusivement de changer de forme d'enseignement et/ou d'orientation d'études.
Art. 18. § 1. [2 Met behoud van de toepassing van de bepalingen van artikel 31, kunnen]2 tot het tweede leerjaar van de derde graad van het algemeen secundair onderijs als regelmatige leerlingen worden toegelaten :
1° de regelmatige leerlingen die het eerste leerjaar van de derde graad van het algemeen secundair onderwijs met vrucht hebben beëindigd in dezelfde studierichting;
2° de regelmatige leerlingen die het eerste leerjaar van de derde graad van het algemeen secundair onderwijs met vrucht hebben beëindigd in een andere studierichting van hetzelfde studiegebied, op voorwaarde van [1 gunstige beslissing]1 van de toelatingsklassenraad.
§ 2. Verandering van onderwijsvorm en/of studierichting in de loop van het schooljaar is niet toegelaten.
In afwijking daarvan is de verandering van een studierichting van het algemeen secundair onderwijs met in de benaming de component 'topsport' naar [3 ...]3 wetenschappen-sport of omgekeerd gedurende het volledig schooljaar toegelaten.
Art. 18. § 1er. [2 Sans préjudice des dispositions de l'article 31, peuvent]2 être admis, en tant qu'élèves réguliers, en deuxième année du troisième degré de l'enseignement secondaire général :
1° les élèves réguliers ayant terminé avec fruit la première année du troisième degré de l'enseignement secondaire général dans la même orientation d'études;
2° les élèves réguliers ayant terminé avec fruit la première année du troisième degré de l'enseignement secondaire général dans une autre orientation d'études de la même discipline, à condition d'avoir obtenu [1 la décision favorable]1 du conseil de classe d'admission.
§ 2. Il n'est pas permis de changer de forme d'enseignement et/ou d'orientation d'études dans le courant de l'année scolaire.
Par dérogation à cette disposition, le passage d'une orientation d'études de l'enseignement secondaire général ayant dans sa dénomination l'élément "topsport" (sport de haut niveau) à l'orientation "[3 ...]3 wetenschappen-sport" ou vice-versa, est autorisé pendant toute l'année scolaire.
Art. 19. § 1. [2 Met behoud van de toepassing van de bepalingen van artikel 31, kunnen]2 tot het tweede leerjaar van de derde graad van het technisch secundair onderwijs als regelmatige leerlingen worden toegelaten :
1° de regelmatige leerlingen die het eerste leerjaar van de derde graad van het technisch secundair onderwijs met vrucht hebben beëindigd in dezelfde studierichting;
2° de regelmatige leerlingen die het eerste leerjaar van de derde graad van het technisch secundair onderwijs met vrucht hebben beëindigd in een andere studierichting van hetzelfde studiegebied, op voorwaarde van [1 gunstige beslissing]1 van de toelatingsklassenraad.
§ 2. Verandering van onderwijsvorm en/of studierichting in de loop van het schooljaar is niet toegelaten.
In afwijking daarvan is de verandering van een studierichting van het technisch secundair onderwijs met in de benaming de component topsport' naar lichamelijke opvoeding en sport of omgekeerd gedurende het volledig schooljaar toegelaten.
Art. 19. § 1er. [2 Sans préjudice des dispositions de l'article 31, peuvent]2 être admis, en tant qu'élèves réguliers, en deuxième année du troisième degré de l'enseignement secondaire technique :
1° les élèves réguliers ayant terminé avec fruit la première année du troisième degré de l'enseignement secondaire technique dans la même orientation d'études;
2° les élèves réguliers ayant terminé avec fruit la première année du troisième degré de l'enseignement secondaire technique dans une autre orientation d'études de la même discipline, à condition d'avoir obtenu [1 la décision favorable]1 du conseil de classe d'admission.
§ 2. Il n'est pas permis de changer de forme d'enseignement et/ou d'orientation d'études dans le courant de l'année scolaire.
Par dérogation à cette disposition, le passage d'une orientation d'études de l'enseignement secondaire technique ayant dans sa dénomination l'élément "topsport" (sport de haut niveau) à l'orientation "lichamelijke opvoeding en sport" ou vice-versa, est autorisé pendant toute l'année scolaire.
Art. 20. § 1. [2 Met behoud van de toepassing van de bepalingen van artikel 31, kunnen]2 tot het tweede leerjaar van de derde graad van het kunstsecundair onderwijs als regelmatige leerlingen worden toegelaten :
1° de regelmatige leerlingen die het eerste leerjaar van de derde graad van het kunstsecundair onderwijs met vrucht hebben beëindigd in dezelfde studierichting;
2° de regelmatige leerlingen die het eerste leerjaar van de derde graad van het kunstsecundair onderwijs met vrucht hebben beëindigd in een andere studierichting van hetzelfde studiegebied, op voorwaarde van [1 gunstige beslissing]1 van de toelatingsklassenraad.
§ 2. Verandering van onderwijsvorm en/of studierichting in de loop van het schooljaar is niet toegelaten.
Art. 20. § 1er. [2 Sans préjudice des dispositions de l'article 31, peuvent]2 être admis, en tant qu'élèves réguliers, en deuxième année du troisième degré de l'enseignement secondaire artistique :
1° les élèves réguliers ayant terminé avec fruit la première année du troisième degré de l'enseignement secondaire artistique dans la même orientation d'études;
2° les élèves réguliers ayant terminé avec fruit la première année du troisième degré de l'enseignement secondaire artistique dans une autre orientation d'études de la même discipline, à condition d'avoir obtenu [1 la décision favorable]1 du conseil de classe d'admission.
§ 2. Il n'est pas permis de changer de forme d'enseignement et/ou d'orientation d'études dans le courant de l'année scolaire.
Art. 21. § 1. [2 Met behoud van de toepassing van de bepalingen van artikel 31, kunnen]2 tot het tweede leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs als regelmatige leerlingen worden toegelaten :
1° de regelmatige leerlingen die het eerste leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs met vrucht hebben beëindigd in dezelfde studierichting;
2° de regelmatige leerlingen die het eerste leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs met vrucht hebben beëindigd in een andere studierichting van hetzelfde studiegebied, op voorwaarde van [1 gunstige beslissing]1 van de toelatingsklassenraad;
3° de regelmatige leerlingen die het eerste leerjaar van de derde graad van het technisch secundair onderwijs met vrucht hebben beëindigd in een studierichting van hetzelfde studiegebied, op voorwaarde van [1 gunstige beslissing]1 van de toelatingsklassenraad.
[3 ...]3
§ 2. Verandering van onderwijsvorm en/of studierichting in de loop van het schooljaar is niet toegelaten.
Art. 21. § 1er. [2 Sans préjudice des dispositions de l'article 31, peuvent]2 être admis, en tant qu'élèves réguliers, en deuxième année du troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel :
1° les élèves réguliers ayant terminé avec fruit la première année du troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel dans la même orientation d'études;
2° les élèves réguliers ayant terminé avec fruit la première année du troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel dans une autre orientation d'études de la même discipline, à condition d'avoir obtenu [1 la décision favorable]1 du conseil de classe d'admission;
3° les élèves réguliers ayant terminé avec fruit la première année du troisième degré de l'enseignement secondaire technique dans une orientation d'études de la même discipline, à condition d'avoir obtenu [1 la décision favorable]1 du conseil de classe d'admission.
[3 ...]3
§ 2. Il n'est pas permis de changer de forme d'enseignement et/ou d'orientation d'études dans le courant de l'année scolaire.
Art. 22. § 1. Kunnen tot het derde leerjaar van de derde graad van het algemeen secundair onderwijs, ingericht onder de vorm van een [1 7de de leerjaar gericht]1 op het hoger onderwijs, als regelmatige leerlingen worden toegelaten : de houders van het diploma van secundair onderwijs.
§ 2. Onverminderd de bepalingen van § 1, is tot en met 30 september toegelaten : de verandering van onderwijsvorm en/of studierichting.
Art. 22. § 1er. Peuvent être admis en tant qu'élèves réguliers en troisième année du troisième degré de l'enseignement secondaire général, organisée sous forme [1 de 7e année d'études préparatoires ]1 à l'enseignement supérieur : les porteurs du diplôme d'enseignement secondaire.
§ 2. Sans préjudice des dispositions du § 1er, il est permis jusqu'au 30 septembre inclusivement de changer de forme d'enseignement et/ou d'orientation d'études.
Art. 23. § 1. [1 Met behoud van de toepassing van de bepalingen van artikel 31, kunnen]1 tot het derde leerjaar van de derde graad van het kunstsecundair onderwijs, ingericht onder de vorm van een[2 7de de leerjaar gericht]2 op het hoger onderwijs, als regelmatige leerlingen worden toegelaten : de houders van het diploma van secundair onderwijs.
§ 2. Onverminderd de bepalingen van § 1, is tot en met 30 september toegelaten : de verandering van onderwijsvorm en/of studierichting.
Art. 23. § 1er. [1 Sans préjudice des dispositions de l'article 31, peuvent]1 être admis, en tant qu'élèves réguliers, en troisième année du troisième degré de l'enseignement secondaire artistique, organisée sous forme [2 de 7e année d'études préparatoires]2 à l'enseignement supérieur : les porteurs du diplôme de l'enseignement secondaire.
§ 2. Sans préjudice des dispositions du § 1er, il est permis jusqu'au 30 septembre inclusivement de changer de forme d'enseignement et/ou d'orientation d'études.
Art. 24. [2 § 1.]2 [1 Met behoud van de toepassing van de bepalingen van artikel 31, kunnen tot een studierichting van de derde graad van het technisch of het kunstsecundair onderwijs, georganiseerd als [3 7de leerjaar]3 als regelmatige leerlingen worden toegelaten :
1° de houders van een diploma van secundair onderwijs, uitgereikt in een studierichting van hetzelfde studiegebied. Als dat diploma werd uitgereikt in het derde leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs, niet ingericht onder de vorm van een [3 7de leerjaar gericht op instroom arbeidsmarkt]3, slaan de woorden " hetzelfde studiegebied " op het tweede leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs;
2° de houders van een diploma van secundair onderwijs, uitgereikt in een studierichting van een ander studiegebied, op voorwaarde dat de toelatingsklassenraad een gunstige beslissing heeft genomen. Als dat diploma werd uitgereikt in het derde leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs, niet ingericht onder de vorm van een [3 7de leerjaar gericht op instroom arbeidsmarkt]3, slaan de woorden " ander studiegebied " op het tweede leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs;
3° de leerlingen over wie de toelatingsklassenraad op basis van een toelatingsproef een gunstige beslissing neemt.]1

[2 § 2. Onverminderd paragraaf 1, is de verandering van onderwijsvorm of studierichting tot en met 30 september of, indien de studierichting waarnaar wordt overgegaan is opgestart op 1 februari, tot en met 1 maart toegelaten.]2
Art. 24. [2 § 1er.]2 [1 Sans préjudice de l'application des dispositions de l'article 31, peuvent être admis en tant qu'élèves réguliers à une orientation d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire technique ou artistique, organisée en tant que [3 7e année d'études]3 :
1° les porteurs du diplôme d'enseignement secondaire, délivré dans une orientation d'études de la même discipline. Si le diplôme en question a été délivré dans la troisième année du troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel, non organisée sous forme [3 d'une 7e année d'études préparatoires à l'entrée sur le marché du travail]3, les mots "d'une orientation d'études de la même discipline " se rapportent à la deuxième année du troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel;
2° les porteurs d'un diplôme d'enseignement secondaire, délivré dans une orientation d'études d'une autre discipline, moyennant l'avis favorable du conseil de classe d'admission. Si le diplôme en question a été délivré dans la troisième année du troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel, non organisée sous forme [3 d'une 7e année d'études préparatoires à l'entrée sur le marché du travail]3, les mots "d'une orientation d'études de la même discipline " se rapportent à la deuxième année du troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel;
3° les élèves faisant l'objet d'un avis favorable du conseil de classe d'admission au vu d'une épreuve d'admission]1

[2 § 2. Sans préjudice du paragraphe 1er, un changement de forme d'enseignement ou d'orientation d'études est admis jusqu'au 30 septembre ou, jusqu'au 1er mars, dans le cas où l'orientation d'études vers laquelle l'élève est aiguillé, a démarré le 1er février.]2
Art. 25. § 1.[1 Met behoud van de toepassing van de bepalingen van artikel 31, kunnen]1 tot het derde leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs, ingericht onder de vorm van een [5 7de leerjaar gericht op instroom arbeidsmarkt]5, als regelmatige leerlingen worden toegelaten :
1) de houders van een diploma van secundair onderwijs, uitgereikt in een studierichting van hetzelfde studiegebied, of van een studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, uitgereikt in een studierichting van hetzelfde studiegebied;
2) de houders van een diploma van secundair onderwijs, uitgereikt in een studierichting van een ander studiegebied, of van een studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, uitgereikt in een studierichting van een ander studiegebied, onder de volgende voorwaarde : gunstige beslissing van de toelatingsklassenraad. [3 Deze bepaling geldt niet voor het specialisatiejaar thuis- en bejaardenzorg/zorgkundige.]3
]2 ...]2)
§ 2. Onverminderd de bepalingen van § 1, is tot en met 30 september toegelaten : de verandering van onderwijsvorm en/of studierichting.
§ 3. [4 ...]4.
Art. 25. (§ 1er. [1 Sans préjudice des dispositions de l'article 31, peuvent]1 être admis, en tant qu'élèves réguliers, en troisième année du troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel, organisée sous forme [5 d'une 7e année d'études préparatoires à l'entrée sur le marché du travail]5 :
1) les porteurs du diplôme d'enseignement secondaire, délivré dans une orientation d'études de la même discipline, ou du certificat d'études de la deuxième année du troisième degré de l'enseignement secondaire, délivré dans une orientation d'études de la même discipline;
2) les porteurs du diplôme d'enseignement secondaire, délivré dans une orientation d'études d'une autre discipline, ou du certificat d'études de la deuxième année du troisième degré de l'enseignement secondaire, délivré dans une orientation d'études d'une autre discipline, moyennant l'avis favorable du conseil de classe d'admission. [3 Cette disposition ne s'applique pas à l'année de spécialisation 'thuis- en bejaardenzorg/zorgkundige'.]3
[2 ...]2)
§ 2. Sans préjudice des dispositions du § 1er, il est permis jusqu'au 30 septembre inclusivement de changer de forme d'enseignement et/ou d'orientation d'études.
§ 3. [4 ...]4.
Art. 26. § 1. [1 Met behoud van de toepassing van de bepalingen van artikel 31, kunnen tot het derde leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs, niet ingericht onder de vorm van een [3 7de leerjaar gericht op instroom arbeidsmarkt]3 leerlingen worden toegelaten :
1° de houders van het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs;
2° de houders van het diploma van secundair onderwijs, uitgereikt in het beroepssecundair onderwijs.]1

§ 2. Onverminderd de bepalingen van § 1, is tot en met 30 september toegelaten : de verandering van studierichting.
§ 3. [2 ...]2
Art. 26. § 1er. [1 Sans préjudice de l'application des dispositions de l'article 31, peuvent être admis en tant qu'élèves réguliers en troisième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel non organisée sous la forme [3 d'une 7e année d'études préparatoires à l'entrée sur le marché du travail]3 :
1° les porteurs du certificat d'études de la deuxième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire;
2° les porteurs du diplôme de l'enseignement secondaire délivré dans l'enseignement secondaire professionnel.]1

§ 2. Sans préjudice des dispositions du § 1er, il est permis jusqu'au 30 septembre inclusivement de changer d'orientation d'études.
§ 3. [2 ...]2
Art. 27.
Art. 27.
Art. 28.
Art. 28.
Art. 29. [1 Voor de toelating tot het hoger beroepsonderwijs, opleiding verpleegkunde, gelden de voorwaarden, vermeld in [2 de codificatie betreffende het secundair onderwijs]2.]1
Art. 29. [1 Pour l'admission à l'enseignement supérieur professionnel HBO-5, formation de nursing, sont applicables les conditions visées [2 à la codification relative à l'enseignement secondaire]2.]1
Art. 30. § 1. Bij toelating van een leerling tot een bepaald leerjaar overeenkomstig de toelatingsvoorwaarden mag enkel rekening gehouden worden met het oriënteringsattest (en de daarop eventueel vermelde beperkingen) van het onmiddellijk lager leerjaar of van het zelfde leerjaar indien het gaat om [4 de overgang van het tweede leerjaar B, met uitzondering van de opstroomoptie, naar het tweede leerjaar A]4 of de overgang van het beroepssecundair onderwijs naar het algemeen, het technisch of het kunstsecundair onderwijs.
§ 2. Een leerling die evenwel voor een zelfde leerjaar over meer dan één oriënteringsattest beschikt ingevolge het overzitten van dit leerjaar, mag zich op het meest gunstige oriënteringsattest beroepen voor de toelating tot het hoger leerjaar.
§ 3. Voor de leerling die het leerjaar dat hij met vrucht heeft beëindigd, wenst te herbeginnen in een andere onderwijsvorm en/of onderverdeling waarin hij niet werd toegelaten ingevolge de beperking vermeld op het oriënteringsattest B van het onmiddellijk lager leerjaar, kan de toelatingsklassenraad van het leerjaar, de onderwijsvorm en de onderverdeling waarvoor hij opteert, deze beperking opheffen.
[1 § 4. Elke beslissing van de toelatingsklassenraad over een bepaald leerjaar en een bepaalde onderverdeling moet uiterlijk genomen worden op 10 september van het schooljaar in kwestie. Als de regelmatige lesbijwoning, behoudens gewettigde afwezigheid, evenwel na 10 september aanvangt, dan moet de beslissing van de toelatingsklassenraad binnen vijf lesdagen worden genomen.
Bij verandering van [2 school]2 in de loop van het schooljaar wordt de beslissing van de toelatingsklassenraad overgedragen naar de nieuwe [2 school]2, tenzij kennelijk blijkt dat de beslissing werd verkregen zonder dat de leerling het oogmerk had om in de desbetreffende [2 school]2 daadwerkelijk en regelmatig de lessen te volgen. In dat laatste geval zal de toelatingsklassenraad van de nieuwe [2 school]2 bevoegd zijn om zelf een beslissing te nemen.]1

[3 § 5. De voltallige toelatingsklassenraad van een bepaald structuuronderdeel kan, met het oog op toelating als regelmatige leerling tot het structuuronderdeel in kwestie, de beperkingen met betrekking tot de studievoortgang die voortvloeien uit een oriënteringsattest B of C van het onderliggend leerjaar opheffen. De toelatingsklassenraad baseert zich daarbij op opleidingsonderdelen die de leerling met vrucht heeft beëindigd in het regulier onderwijs buiten het voltijds gewoon secundair onderwijs of voor de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap voor het secundair onderwijs.]3
Art. 30. § 1er. Lors de l'admission d'un élève à une année déterminée conformément aux conditions d'admission, il ne peut être tenu compte que de l'attestation d'orientation (et des limitations qui y figurent éventuellement) de l'année immédiatement inférieure ou de la même année s'il s'agit [4 du passage de la deuxième année B, à l'exception de l'option de progression, à la deuxième année A ]4 ou du passage de l'enseignement secondaire professionnel à l'enseignement secondaire général, technique ou artistique.
§ 2. Toutefois, l'élève qui dispose de plusieurs attestations d'orientation d'une même année, après avoir doublé cette année, peut invoquer l'attestation d'orientation la plus favorable pour être admis à l'année supérieure.
§ 3. Si l'élève désire recommencer l'année qu'il vient de terminer avec fruit dans une autre forme d'enseignement et/ou subdivision à laquelle il n'a pas été admis par suite de la limitation mentionnée sur l'attestation d'orientation B de l'année immédiatement inférieure, le conseil de classe d'admission de l'année d'études, de la forme d'enseignement et de la subdivision pour laquelle il opte, peut lever cette limitation.
[1 § 4. Toute décision du conseil de classe d'admission relative à une année d'études et une subdivision déterminées doit être prise au plus tard le 10 septembre de l'année scolaire en question. Si la fréquentation régulière des cours, sauf en cas d'absence motivée, commence par contre après le 10 septembre, la décision du conseil de classe doit être prise endéans les cinq jours de classe.
Au cas où il est changé d'[2 école]2 au cours de l'année scolaire, la décision du conseil de classe d'admission est transférée au nouvel [2 école]2, sauf s'il s'avère manifestement que la décision a été prise sans que l'élève avait l'intention de suivre effectivement et régulièrement les cours auprès de l'[2 école]2 en question. Dans ce cas, il incombera au conseil de classe d'admission du nouvel [2 école]2 de prendre une décision.]1

[3 § 5. Le conseil de classe d'admission réuni en session plénière d'une certaine subdivision structurelle peut, en vue d'une admission comme élève régulier à la subdivision structurelle en question, abroger les restrictions concernant la progression des études qui découlent de l'attestation B ou C de l'année d'études sous-jacente. A cet effet, le conseil de classe d'admission se base sur les subdivisions de formation que l'élève a terminées avec succès dans l'enseignement régulier en dehors de l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein ou devant le jury de la Communauté flamande pour l'enseignement secondaire.]3
Art. 31. [1 § 1. Als bijzondere toelatingsvoorwaarde tot onderverdelingen met in de benaming de component " topsport " geldt dat de leerling in het bezit is van een topsportstatuut A of B van de selectiecommissie voor de sportdiscipline in kwestie overeenkomstig het topsportconvenant dat is gesloten tussen de onderwijs- en de sportsector. Dat statuut moet elk schooljaar worden hernieuwd.
§ 2. Als bijzondere toelatingsvoorwaarde tot de hieronder vermelde onderverdelingen geldt dat de leerling medisch geschikt moet zijn bevonden voor de uitoefening van het beroep. Die geschiktheidsverklaring is eenmalig en geldt voor de duur van de opleiding bij :
1° vrachtwagenchauffeur (derde graad BSO);
2° bouwplaatsmachinist (derde graad BSO);
3° bijzonder transport [11(7de leerjaar gericht op instroom (7de leerjaar gericht op instroom arbeidsmarkt)arbeidsmarkt)]1
1;
4° dakwerken [11 (7de leerjaar gericht op instroom arbeidsmarkt)]11;
5° mechanische en hydraulische kranen [11 (7de leerjaar gericht op instroom arbeidsmarkt)]11;
6° wegenbouwmachines [11 (7de leerjaar gericht op instroom arbeidsmarkt)]11.
[3 7° Integrale veiligheid (specialisatiejaar TSO).]3
§ 3. [4 [6 Als bijzondere toelatingsvoorwaarde voor de volgende onderverdelingen geldt dat de leerling positief geëvalueerd is door de toelatingsklassenraad op een geschiktheidsproef voor de betrokken onderverdeling die de school in kwestie eventueel georganiseerd heeft:
1° het eerste leerjaar A en het eerste leerjaar B, op voorwaarde dat de school in de tweede en de derde graad [7 het studiedomein kunst en creatie, het studiegebied ballet of het studiegebied podiumkunsten]7 zonder andere studiedomeinen of studiegebieden aanbiedt;
2° de basisoptie kunst en creatie in het tweede leerjaar A en het tweede leerjaar B;
3° de onderverdelingen van het studiedomein kunst en creatie.]6
.
De geschiktheidsproef is eenmalig en geldt voor de volledige duur van de onderverdeling, onverminderd de mogelijkheid tot één herkansing voor de leerling die negatief is geëvalueerd.
In voorkomend geval worden in de toelatingsklassenraad ambtshalve raadgevende externe deskundigen opgenomen, die geen [12 gastleraar]12 zijn in de school in kwestie.]4

[2 § 4. [7 ...]7]2
§ 5 [8 Voor de volgende onderverdelingen voldoet de leerling aan de volgende bijzondere toelatingsvoorwaarden:
1° voor de onderverdeling Integrale veiligheid [11 (7de leerjaar tso)]11 geschikt bevonden zijn rekening houdend met de specificiteit van de beroepssectoren in kwestie. Die geschiktheidsverklaring is eenmalig en geldt voor de duur van de opleiding, tenzij er een aanleiding is om de geschiktheid te herevalueren. Een ongeschiktheidsverklaring in de loop van het schooljaar impliceert de beslissing van de betrokken personen om de leerling uiterlijk op het einde van dat schooljaar de opleiding te laten stopzetten;
2° voor de onderverdeling Integrale veiligheid [11 (7de leerjaar tso)]11 en de onderverdeling Veiligheidsberoepen [11 (7de leerjaar gericht op instroom arbeidsmarkt)]11: aan de specifieke toegangsvoorwaarden voldoen voor het uittreksel uit het strafregister en het identiteitsdocument, vermeld in artikel 9, 1° en 2°, van het koninklijk besluit van 23 mei 2018 betreffende de vereisten inzake beroepsopleiding, -ervaring en -bekwaamheid en inzake het psychotechnisch onderzoek voor het uitoefenen van een leidinggevende, uitvoerende of commerciële functie in een bewakingsonderneming, interne bewakingsdienst of opleidingsinstelling en de organisatie ervan.
[10 ...]10
Daarenboven gelden voor de onderverdeling Integrale veiligheid [11 (7de leerjaar tso)]11 en de onderverdeling Veiligheidsberoepen [1 (7de leerjaar gericht op instroom arbeidsmarkt)]11, meer bepaald voor wat betreft het opleidingsonderdeel tot het behalen van het algemeen bekwaamheidsattest bewakingsagent beschreven in artikel 14 van hoger vermeld koninklijk besluit van 23 mei 2018, specifieke voorwaarden. Deze voorwaarden, zoals bepaald in artikel 49, 50 en 51 van hoger vermeld koninklijk besluit van 23 mei 2018, zijn:
1° dat de periode tussen de allereerste les van bedoeld opleidingsonderdeel die een reguliere school of private opleidingsinstelling organiseert, tot en met het behalen van het algemeen bekwaamheidsattest bewakingsagent en het laatste examen van die opleiding beperkt is tot twee kalenderjaren;
2° dat binnen die periode van twee kalenderjaren een leerling maximaal vier keer examens inclusief herexamens kan afleggen over bedoeld opleidingsonderdeel;
[9 eventuele herexamens worden uiterlijk drie maanden na het afleggen van het laatste examen van een vorige examenzittijd van het opleidingsonderdeel in kwestie georganiseerd;]9
4° dat [9 ...]9 examens en herexamens van bedoeld opleidingsonderdeel in dezelfde school worden afgelegd]8
.
[9 Ongeacht het structuuronderdeel waarvan het deel uitmaakt, kan een leerling het opleidingsonderdeel om het algemene bekwaamheidsattest bewakingsagent te behalen, niet meer volgen als hij dat opleidingsonderdeel al eerder gedurende een al dan niet onderbroken periode van twee kalenderjaren heeft gevolgd in het secundair onderwijs of daarbuiten en als hij binnen die periode vier examens, met inbegrip van herexamens, over het opleidingsonderdeel in kwestie heeft afgelegd.]9
§ 6. [8 Voor de onderverdeling Defensie en veiligheid (derde graad tso) voldoet de leerling aan de bijzondere toelatingsvoorwaarden:
1° medisch geschikt bevonden zijn rekening houdend met de specificiteit van de beroepssectoren in kwestie. Die geschiktheidsverklaring is eenmalig en geldt voor de duur van de opleiding, tenzij er een aanleiding is om de geschiktheid te herevalueren. Een ongeschiktheidsverklaring in de loop van het schooljaar impliceert de beslissing van de betrokken personen om de leerling uiterlijk op het einde van dat schooljaar de opleiding te laten stopzetten;
2° aan de specifieke toegangsvoorwaarden voldoen voor het identiteitsdocument, vermeld in artikel 9, 2°, van het koninklijk besluit van 23 mei 2018 betreffende de vereisten inzake beroepsopleiding, -ervaring en bekwaamheid en inzake het psychotechnisch onderzoek voor het uitoefenen van een leidinggevende, uitvoerende of commerciële functie in een bewakingsonderneming, interne bewakingsdienst of opleidingsinstelling en de organisatie ervan.
[10 ...]10
Daarenboven gelden voor de onderverdeling Defensie en veiligheid (derde graad tso), meer bepaald voor wat betreft het opleidingsonderdeel tot het behalen van het algemeen bekwaamheidsattest bewakingsagent beschreven in artikel 14 van hoger vermeld koninklijk besluit van 23 mei 2018, specifieke voorwaarden. Deze voorwaarden, zoals bepaald in artikel 49, 50 en 51 van hoger vermeld koninklijk besluit van 23 mei 2018, zijn:
1° dat de periode tussen de allereerste les van bedoeld opleidingsonderdeel, die een reguliere school of private opleidingsinstelling organiseert, tot en met het behalen van het algemeen bekwaamheidsattest bewakingsagent en het laatste examen van die opleiding beperkt is tot twee kalenderjaren;
2° dat binnen die periode van twee kalenderjaren een leerling maximaal vier keer examens inclusief herexamens kan afleggen over de bedoeld opleidingsonderdeel;
[9 eventuele herexamens worden uiterlijk drie maanden na het afleggen van het laatste examen van een vorige examenzittijd van het opleidingsonderdeel in kwestie georganiseerd;]9
4° dat [9 ...]9 examens en herexamens van bedoeld opleidingsonderdeel in dezelfde school worden afgelegd]8
.
[9 Ongeacht het structuuronderdeel waarvan het deel uitmaakt, kan een leerling het opleidingsonderdeel om het algemene bekwaamheidsattest bewakingsagent te behalen, niet meer volgen als hij dat opleidingsonderdeel al eerder gedurende een al dan niet onderbroken periode van twee kalenderjaren heeft gevolgd in het secundair onderwijs of daarbuiten en als hij binnen die periode vier examens, met inbegrip van herexamens, over het opleidingsonderdeel in kwestie heeft afgelegd]9
Art. 31. [1 § 1er. Pour être admis aux subdivisions ayant dans leur dénomination la composante "topsport" (sport de haut niveau), il faut en particulier que l'élève soit en possession d'un statut de sportif de haut niveau A ou B de la commission de sélection pour la discipline sportive concernée, conformément à la convention en matière de sport de haut niveau conclue entre le secteur de l'enseignement et celui du sport. Ce statut soit être renouvelé chaque année scolaire.
§ 2. La condition que l'élève soit déclaré physiquement apte à exercer la profession vaut comme condition particulière d'admission aux subdivisions mentionnées ci-après. Cette déclaration d'aptitude est unique et vaut pour toute la durée des formations suivantes :
1° 'vrachtwagenchauffeur' (troisième degré ESP);
2° 'bouwplaats machinist' (troisième degré ESP);
3° 'bijzonder transport' [11 (7e année d'études préparatoires à l'entrée sur le marché du travail)]1
1;
4° 'dakwerken' [11 (7e année d'études préparatoires à l'entrée sur le marché du travail)]11;
5° 'mechanische en hydraulische kranen' [11 (7e année d'études préparatoires à l'entrée sur le marché du travail)]11;
6° 'wegenbouwmachines' [11 (7e année d'études préparatoires à l'entrée sur le marché du travail)(7e année d'études préparatoires à l'entrée sur le marché du travail)]11.
[3 ...]3.
§ 3. [4 [6 Pour être admis aux subdivisions suivantes, il faut en particulier que l'élève ait été évalué positivement par le conseil de classe d'admission à une épreuve d'aptitude pour la subdivision concernée éventuellement organisée par l'école en question :
1° la première année A et la première année B, à condition que l'école propose, aux deuxième et troisième degrés, [7 la discipline `art et création', la discipline `ballet' ou la discipline `arts de la scène']7 sans autres domaines d'études ou disciplines ;
2° l'option de base `art et création' en deuxième année A et en deuxième année B ;
3° les subdivisions du domaine d'études `art et création]6

L'épreuve d'aptitude est unique et vaut pour la durée totale de la subdivision, sans préjudice de la possibilité d'un seul repêchage pour l'élève évalué négativement.
Le cas échéant, le conseil de classe d'admission comprend d'office des experts externes consultatifs, qui ne sont pas [12 enseignants invités]12 dans l'école en question.]4

[2 § 4. [7 ...]7]2
[3 § 5. [8 Pour les subdivisions suivantes, l'élève remplit les conditions particulières d'admission ci-après :
1° pour la subdivision Sécurité intégrale [11 (7e année d'études EST)]11: avoir été déclaré physiquement apte compte tenu de la spécificité des secteurs professionnels en question. Cette déclaration d'aptitude est unique et vaut pour toute la durée de la formation à moins qu'il n'y ait lieu de réévaluer l'aptitude. Une déclaration d'inaptitude dans le courant de l'année scolaire implique la décision des personnes intéressées de faire arrêter sa formation à l'élève au plus tard à la fin de l'année scolaire en cours ;
2° pour la subdivision Sécurité intégrale [11 (7e année d'études EST)]11et la subdivision métiers de la sécurité [11 (7e année d'études préparatoires à l'entrée sur le marché du travail)]11 : satisfaire aux conditions d'accès spécifiques pour l'extrait du casier judiciaire et le document d'identité visés à l'article 9, 1° et 2°, de l'arrêté royal du 23 mai 2018 relatif aux conditions en matière de formation, d'expérience et d'aptitude professionnelles, aux conditions en matière d'examen psychotechnique pour l'exercice d'une fonction dirigeante, d'exécution ou commerciale dans une entreprise de gardiennage, un service interne de gardiennage ou un organisme de formation et leur organisation.
[10 ...]10
En outre, des conditions spécifiques s'appliquent pour la subdivision Sécurité intégrale [11 (7e année d'études EST)]11 et la subdivision métiers de la sécurité [11 (7e année d'études préparatoires à l'entrée sur le marché du travail)]11, en particulier en ce qui concerne la subdivision de formation en vue de l'obtention de l'attestation de compétence générale agent de gardiennage visée à l'article 14 de l'arrêté royal précité du 23 mai 2018. Ces conditions, telles que fixées aux articles 49, 50 et 51 de l'arrêté royal précité du 23 mai 2018, sont les suivantes :
1° la période entre le tout premier cours de la subdivision de formation visée organisée par une école régulière ou un organisme de formation privé en vue de l'obtention de l'attestation de compétence générale agent de gardiennage et le dernier examen de cette formation est limitée à deux années calendrier ;
2° durant cette période de deux années calendrier, un élève peut présenter les examens, y compris les épreuves de repêchage, sur la subdivision de formation visée quatre fois maximum ;
[9 les éventuels examens de repêchage sont organisés au plus tard trois mois après la présentation du dernier examen d'une session d'examens précédente de la subdivision de formation en question ;]9
[9 ...]9 les examens et épreuves de repêchage de la subdivision de formation visée sont présentés dans la même école]8
.
[9 Quelle que soit la subdivision structurelle dont il fait partie, un élève ne peut plus suivre la subdivision de formation en vue de l'obtention de l'attestation de compétences générales agent de gardiennage s'il a déjà suivi cette subdivision de formation durant une période interrompue ou non de deux années calendrier dans l'enseignement secondaire ou en dehors et s'il a passé au cours de cette période quatre examens, y compris des examens de repêchage sur la subdivision de formation en question.]9
§ 6.[8 Pour la subdivision Défense et sécurité (troisième degré EST), l'élève remplit les conditions particulières d'admission :
1° avoir été déclaré physiquement apte compte tenu de la spécificité des secteurs professionnels en question. Cette déclaration d'aptitude est unique et vaut pour toute la durée de la formation à moins qu'il n'y ait lieu de réévaluer l'aptitude. Une déclaration d'inaptitude dans le courant de l'année scolaire implique la décision des personnes intéressées de faire arrêter sa formation à l'élève au plus tard à la fin de l'année scolaire en cours ;
2° satisfaire aux conditions d'accès spécifiques pour le document d'identité visé à l'article 9, 2°, de l'arrêté royal du 23 mai 2018 relatif aux conditions en matière de formation, d'expérience et d'aptitude professionnelles, aux conditions en matière d'examen psychotechnique pour l'exercice d'une fonction dirigeante, d'exécution ou commerciale dans une entreprise de gardiennage, un service interne de gardiennage ou un organisme de formation et leur organisation .
[10 ...]10
En outre, des conditions spécifiques s'appliquent pour la subdivision Défense et sécurité (troisième degré EST), en particulier en ce qui concerne la subdivision de formation en vue de l'obtention de l'attestation de compétence générale agent de gardiennage visée à l'article 14 de l'arrêté royal précité du 23 mai 2018. Ces conditions, telles que fixées aux articles 49, 50 et 51 de l'arrêté royal précité du 23 mai 2018, sont les suivantes :
1° la période entre le tout premier cours de la subdivision de formation visée organisée par une école régulière ou un organisme de formation privé en vue de l'obtention de l'attestation de compétence générale agent de gardiennage et le dernier examen de cette formation est limitée à deux années calendrier ;
2° durant cette période de deux années calendrier, un élève peut présenter les examens, y compris les épreuves de repêchage, sur la subdivision de formation visée quatre fois maximum ;
[9 les éventuels examens de repêchage sont organisés au plus tard trois mois après la présentation du dernier examen d'une session d'examens précédente de la subdivision de formation en question ;]9
[9 ...]9 les examens et épreuves de repêchage de la subdivision de formation visée sont présentés dans la même école]8
.
[9 Quelle que soit la subdivision structurelle dont il fait partie, un élève ne peut plus suivre la subdivision de formation en vue de l'obtention de l'attestation de compétence générale agent de gardiennage s'il a déjà suivi cette subdivision de formation durant une période interrompue ou non de deux années calendrier dans l'enseignement secondaire ou en dehors et s'il a passé au cours de cette période quatre examens, y compris des examens de repêchage, sur la subdivision de formation en question.]9
Art. 32. [1 § 1. Met behoud van de toepassing van artikel 31 worden leerlingen die overstappen van opleidingsvorm 1, 2 of 3 van het buitengewoon secundair onderwijs naar het gewoon voltijds secundair onderwijs, met uitzondering van het eerste leerjaar A en B en het [4 7 leerjaar gericht op instroom arbeidsmark]4 thuis- en bejaardenzorg/zorgkundige bso, als regelmatige leerlingen, met het oog op het volgen van het gemeenschappelijke curriculum, toegelaten onder de volgende voorwaarden:
1° een gunstige beslissing van de toelatingsklassenraad, [2 uiterlijk 60 kalenderdagen]2 na de aanvang van de regelmatige lesbijwoning, rekening houdend met:
a) als de leerling beschikt over een [5 IAC-verslag als vermeld in artikel 294, Ї 2, 1А,]5, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, dat niet is opgeheven: een gunstige beslissing van de school die resulteert uit het overleg met de ouders, de klassenraad en het centrum voor leerlingenbegeleiding over de redelijkheid van de aanpassingen die nodig zijn om de leerling mee te nemen in het gemeenschappelijke curriculum, vermeld in artikel 110/11, § 2, van de voormelde codex;
b) in voorkomend geval: het advies van de klassenraad van het buitengewoon onderwijs;
[5 de opheffing door een centrum voor leerlingenbegeleiding van het IAC-verslag, vermeld in punt 1А, a), die onmiddellijk volgt op de beslissing, vermeld in punt 1А en in voorkomend geval, de opmaak van een GC-verslag.]5]3.
De gunstige beslissing van de toelatingsklassenraad, vermeld in 1°, kan voorafgegaan worden door een of meer ongunstige beslissingen van andere toelatingsklassenraden.
§ 2. Leerlingen met een [5 IAC-verslag als vermeld in artikel 294, Ї 2, 1А, ]5, van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, die voldoen aan een van de toelatingsvoorwaarden, vermeld in dit besluit, en leerlingen voor wie elke beslissing, vermeld in paragraaf 1, ongunstig is, worden als regelmatige leerlingen toegelaten in het door de ouders gekozen structuuronderdeel, na kennisname van het advies van de toelatingsklassenraad daarover. Op die manier kunnen die leerlingen een individueel curriculum volgen als het overleg met de ouders, de klassenraad en het centrum voor leerlingenbegeleiding over de redelijkheid van de aanpassingen die nodig zijn om de leerling mee te nemen in een individueel curriculum als vermeld in artikel 110/11, § 2, van de voormelde codex, tot een gunstige beslissing van de school heeft geleid.
[5 Leerlingen die in het schooljaar 2022-2023 een individueel aangepast curriculum volgden met een verslag voor een inschrijving in opleidingsvorm 4, als vermeld in artikel 294, Ї 2, 2А, van de Codex Secundair Onderwijs kunnen met behoud van de toepassing van artikel 31 als regelmatige leerling worden toegelaten:
1А tot een individueel aangepast curriculum van een structuuronderdeel van het voltijds gewoon secundair onderwijs, bij beslissing van de betrokken personen over het structuuronderdeel na kennisname van het advies van de toelatingsklassenraad van dat structuuronderdeel. Dit kan enkel voor zover er geen inhoudelijke wijziging is van het individueel aangepast curriculum en voor zover het traject in dezelfde school wordt gevolgd;
2А tot het volgen van het gemeenschappelijk curriculum van een structuuronderdeel van het voltijds gewoon secundair onderwijs, na toelating van de toelatingsklassenraad]5

Met toepassing van het [5 eerst en tweede lid van deze paragraaf]5 beslissen de ouders over de studievoortgang van de leerlingen die een individueel curriculum volgen, na kennisname van het advies van de begeleidende of de delibererende klassenraad, naargelang van het geval.]1

Art. 32. [1 § 1er. Sans préjudice de l'application de l'article 31, sont admis en tant qu'élèves réguliers en vue de suivre le programme d'études commun, les élèves qui passent de la forme d'enseignement 1, 2 ou 3 de l'enseignement secondaire spécial à l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein, à l'exception de la première année A et première année B ainsi que [4 la 7e année d'études préparatoires à l'entrée sur le marché du travail]4" thuis- en bejaardenzorg/zorgkundige bso ", aux conditions suivantes :
1° une décision favorable du conseil de classe d'admission, [2 au plus tard 60 jours calendaires]2 après le début de la fréquentation régulière des cours, en tenant compte :
a) si l'élève dispose d'un [5 rapport IAC tel que visé à l'article 294, § 2, 1°, ]5du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, qui n'est pas abrogé : d'une décision favorable de l'école qui résulte de la concertation avec le conseil de classe, les parents et le centre d'encadrement des élèves sur le caractère raisonnable des aménagements nécessaires à prévoir pour permettre à l'élève de poursuivre le programme d'études commun, visé à l'article 110/11, § 2, du Code précité ;
b) le cas échéant : de l'avis du conseil de classe de l'enseignement spécial ;
[5 l'abrogation par un centre d'encadrement des élèves du rapport IAC visé au point 1°, a), qui suit immédiatement la décision visée point 1° et, le cas échéant, l'établissement d'un rapport GC. ]5]3.
La décision favorable du conseil de classe d'admission visée au point 1°, peut être précédée d'une ou plusieurs décisions défavorables prises par d'autres conseils de classe d'admission.
§ 2. Des élèves avec un[5 rapport IAC tel que visé à l'article 294, § 2, 1°, ]5 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 qui satisfont aux conditions d'admission, visées au présent arrêté, et des élèves pour qui toute décision, visée au paragraphe 1er, est défavorable sont admis comme élèves réguliers dans la subdivision structurelle choisie par les parents après prise de connaissance de l'avis du conseil de classe d'admission à ce sujet. Ainsi, ces élèves peuvent suivre un programme adapté individuellement si la concertation avec les parents, le conseil de classe et le centre d'encadrement des élèves sur le caractère raisonnable des aménagements à prévoir pour permettre à l'élève de poursuivre un programme adapté individuellement, tel que visé à l'article 110/11, § 2, du Code précité, a mené à une décision favorable de l'école.
[5 Les élèves qui, durant l'année scolaire 2022-2023, suivaient un programme adapté individuellement avec un rapport pour une inscription dans la forme d'enseignement 4 telle que visée à l'article 294, § 2, 2°, du Code de l'Enseignement secondaire peuvent, sans préjudice de l'application de l'article 31, être admis comme élève régulier :
1° à un programme adapté individuellement d'une subdivision structurelle de l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein, par décision des personnes concernées au sujet de la subdivision structurelle après avoir pris connaissance de l'avis du conseil de classe d'admission de cette subdivision structurelle. Ceci n'est possible qu'en l'absence de modification de fond du programme adapté individuellement et que dans la mesure où le parcours est suivi dans la même école ;
2° à suivre le programme d'études commun d'une subdivision structurelle de l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein, après autorisation du conseil de classe d'admission.]5

Par application de [5 des alinéas 1er et 2 du présent paragraphe]5, les parents décident de la progression des études des élèves qui suivent un programme adapté individuellement, après prise de connaissance de l'avis du conseil de classe délibérant ou accompagnant selon le cas. ]1

Art. 32/1. [1 Met behoud van de toepassing van artikel 31 worden leerlingen die, [3 door een wijziging van het IAC-verslag vermeld in artikel 294, Ї 2, 1А van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 in een OV4-verslag als vermeld in artikel 294, Ї 2, 2А, van dezelfde codex]3, overstappen van opleidingsvorm 1, 2 of 3 van het buitengewoon secundair onderwijs naar opleidingsvorm 4 van het buitengewoon secundair onderwijs, met uitzondering van het eerste leerjaar A en B en het [2 7 leerjaar gericht op instroom arbeidsmark]2 thuis- en bejaardenzorg/zorgkundige bso, als regelmatige leerlingen toegelaten, onder de voorwaarde van een gunstige beslissing van de toelatingsklassenraad, uiterlijk 10 lesdagen na de aanvang van de regelmatige lesbijwoning.]1
Art. 32/1. [1 Sans préjudice de l'application de l'article 31, les élèves qui, [3 par une modification du rapport IAC visé à l'article 294, § 2, 1° du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 en un rapport OV4 tel que visé à l'article 294, § 2, 2°, du même Code]3, passent de la forme d'enseignement 1, 2 ou 3 de l'enseignement secondaire spécial à la forme d'enseignement 4 de l'enseignement secondaire spécial, à l'exception de la première année A et B et de la [2 7e année d'études préparatoires à l'entrée sur le marché du travail]2 " thuis- en bejaardenzorg/zorgkundige bso ", sont admis, à condition de posséder une décision favorable du conseil de classe d'admission, en tant qu'élèves réguliers au plus tard 10 jours de classe après le début de la fréquentation régulière des cours]1
Art. 33. [1 Voor uitzonderlijke gevallen kan worden afgeweken van de uiterste overgangsdata, vermeld in artikel 10, § 2, artikel 11, § 2, artikel 12, § 2, en artikel 13, § 2, op voorwaarde van een gunstige beslissing van de toelatingsklassenraad.
Voor uitzonderlijke gevallen kan tijdens het schooljaar 2019-2020 worden afgeweken van de uiterste overgangsdata, vermeld in artikel 8, § 2, en artikel 9, § 2, op voorwaarde van een gunstige beslissing van de toelatingsklassenraad. ]1
.
Art. 33. [1 Dans des cas exceptionnels, il peut être dérogé aux dates limites de passage visées à l'article 10, § 2, à l'article 11, § 2, à l'article 12, § 2, et à l'article 13, § 2, sous réserve d'une décision favorable du conseil de classe d'admission.
Dans des cas exceptionnels, il peut être dérogé, durant l'année scolaire 2019-2020, aux dates limites de passage visées à l'article 8, § 2 et à l'article 9, § 2, sous réserve d'une décision favorable du conseil de classe d'admission]1
.
Art. 34. Om ernstige medische, psychische, sociale of onderwijskundige redenen, kan worden afgeweken van :
1° hetzij de uiterste overgangsdata, vermeld in [1 artikel 15, § 2, artikel 16, § 2, artikel 17, § 2, artikel 22, § 2, artikel 23, § 2, artikel 24, § 2, artikel 25, § 2, en artikel 26, § 2]1;
2° hetzij de voorwaarde dezelfde studierichting' of hetzelfde studiegebied', bedoeld in de artikelen 18, § 1, 19,§ 1, 20,§ 1 en 21,§ 1;
3° hetzij de onmogelijkheid tot verandering, bedoeld in de artikelen 18, § 2, 19,§ 2, 20,§ 2 en 21,§ 2, na gunstige beslissing van de toelatingsklassenraad. De toelatingsklassenraad beslist na advies van de begeleidende klassenraad van de studierichting die de leerling volgt in de gevallen bedoeld in 1° en 3°, respectievelijk van de delibererende klassenraad van de studierichting die de leerling heeft gevolgd in de gevallen, bedoeld in 2°.
Art. 34. Pour de graves raisons médicales, psychiques, sociales ou éducatives, il peut être dérogé :
1° soit aux dates limites de passage visées [1 aux articles 15, § 2, 16, § 2, 17, § 2, 22, § 2, 23, § 2, 24, § 2, 25, § 2, et 26, § 2]1;
2° soit à la condition 'même orientation d'études' ou 'même discipline', visée aux articles 18, § 1er, 19, § 1er, 20, § 1er et 21, § 1er;
3° soit à l'impossibilité de changement visée aux articles 18, § 2, 19, § 2, 20, § 2 et 21, § 2, après un avis favorable du conseil de classe d'admission. Le conseil de classe d'admission décide, après l'avis du conseil de classe d'encadrement de l'orientation d'études suivie par l'élève, dans les cas visés aux points 1° et 3°, respectivement du conseil de classe délibérant de l'orientation d'études que l'élève a suivie, visée au point 2°.
Art. 34bis.
Art. 34bis.
Art. 34ter. [1 De [2 schoolbestuur]2 beslist of de [2 school]2 gebruikmaakt van de bepalingen van dit artikel.
Als aan volgend criterium is voldaan kan, op grond van specifieke onderwijskundige of organisatorische argumenten, voor een leerling worden afgeweken van de voorwaarden, vermeld in artikel 24 :
gunstige beslissing van de toelatingsklassenraad op basis van elders verworven competenties of kwalificaties.]1

Art. 34ter. [1 L' [2 autorité scolaire]2 décide si l'[2 école]2 fait usage des dispositions du présent article.
S'il est satisfait au critère suivant, il peut être dérogé pour un élève des dispositions visées à l'article 24, sur la base d'arguments didactiques ou organisationnels :
décision favorable du conseil de classe d'admission, sur la base de compétences ou de qualifications acquises ailleurs.]1

Art. 34quater. [1 De [2 schoolbestuur]2 beslist of de [2 school]2 gebruikmaakt van de bepalingen van dit artikel.
Als aan volgend criterium is voldaan kan, op grond van specifieke onderwijskundige of organisatorische argumenten en met het oog op het aanbieden van meer individuele leertrajecten, voor een leerling met tekorten voor bepaalde programmaonderdelen worden afgeweken van de voorwaarden, vermeld in artikel 8, § 1, artikel 12, § 1, artikel 13, § 1, artikel 18, § 1, artikel 19, § 1, artikel 20, § 1, of artikel 21, § 1 :
gunstige beslissing van de toelatingsklassenraad na overleg met de delibererende klassenraad van het structuuronderdeel waaruit de leerling komt.
In voorkomend geval :
1° bestaat de toelatingsklassenraad, voor wat het onderwijzend personeel betreft en in afwijking van artikel 3, § 2, 1°, b), uit alle leden van het structuuronderdeel waarvoor de leerling opteert;
2° moeten de tekorten voor bepaalde programmaonderdelen in het eerste leerjaar worden weggewerkt vóór het einde van het tweede leerjaar van de graad in kwestie waarvoor de leerling toelating heeft verkregen;
3° wordt, in afwijking van artikel 40, in het eerste leerjaar van de graad in kwestie de uitreiking van een oriënteringsattest vervangen door de uitreiking van een attest van regelmatige lesbijwoning in afwachting van het wegwerken van de tekorten;
4° beslist de delibererende klassenraad van het eerste leerjaar van de graad in kwestie alsnog om een oriënteringsattest toe te kennen aan elke leerling die, zonder dat de tekorten zijn weggewerkt, overstapt naar een structuuronderdeel van dezelfde of een andere [2 school]2 waar niet gebruikgemaakt wordt van de bepalingen in dit artikel. Tegen een beslissing van de delibererende klassenraad in de loop van het schooljaar die door de betrokken personen wordt betwist, kan beroep worden ingesteld overeenkomstig de procedure als vermeld in artikel 68 tot en met 74, met dien verstande dat de [2 schoolbestuur]2 van de betrokken [2 school]2, rekening houdend met het principe van de redelijkheid, zelf de termijnen bepaalt die inherent zijn aan deze procedure;
5° beslist de delibererende klassenraad van het tweede leerjaar van de graad in kwestie alsnog om een oriënteringsattest A van het eerste leerjaar van die graad toe te kennen aan elke leerling die de tekorten van het eerste leerjaar heeft weggewerkt doch niet geslaagd is in het tweede leerjaar. Bij die toekenning in [3 het eerste leerjaar A of het eerste leerjaar B]3 wordt een getuigschrift van basisonderwijs gevoegd, voor zover de leerling dat nog niet in zijn bezit heeft;
6° wordt, in afwijking van artikel 41, op het einde van [3 het tweede leerjaar A]3 aan elke leerling, voor zover hij het nog niet in zijn bezit heeft, een getuigschrift van basisonderwijs uitgereikt indien de leerling dat tweede leerjaar van de eerste graad met vrucht heeft beëindigd.]1

Art. 34quater. [1 L' [2 autorité scolaire]2 décide si l'[2 école]2 fait usage des dispositions du présent article.
S'il est satisfait au critère suivant, il peut être dérogé pour un élève faisant état d' insuffisances pour certaines subdivisions de programme, sur la base d'arguments didactiques ou organisationnels spécifiques et en vue de lui offrir plus de filières d'apprentissage individuelles, des conditions visées aux articles 8, § 1er, 12, § 1er, 13, § 1er, 18, § 1er, 19, § 1er, 20, § 1er, ou 21, § 1er :
décision favorable du conseil de classe d'admission après concertation avec le conseil de classe délibérant de la subdivision structurelle que l'élève a suivie.
Le cas échéant :
1° le conseil de classe d'admission se compose, pour ce qui concerne le personnel enseignant et par dérogation à l'article 3, § 2, 1°, b), de tous les membres de la subdivision structurelle pour laquelle l'élève opte;
2° les insuffisances pour certaines subdivisions structurelles dans la première année d'études doivent être comblées avant la fin de la deuxième année d'études du degré en question auquel l'élève a été admis;
3° par dérogation à l'article 40, la délivrance d'une attestation d'orientation est remplacée, en première année d'études du degré en question, par la délivrance d'une attestation de fréquentation régulière des cours, en attendant le comblement des insuffisances;
4° le conseil de classe délibérant de la première année d'études du degré en question décide tout de même de délivrer une attestation d'orientation à chaque élève qui, sans avoir comblé ses insuffisances, passe à une subdivision structurelle du même ou d'un autre [2 école]2 où il n'est pas fait usage des dispositions du présent article. Contre toute décision du conseil de classe délibérant dans le courant de l'année scolaire qui est contestée par les personnes concernées, un recours peut être ouvert conformément à la procédure visée aux articles 68 à 74 inclus, étant entendu que l' [2 autorité scolaire]2 de l'[2 école]2 concerné fixe d'une manière raisonnable les délais pour cette procédure.
5° le conseil de classe délibérant de la deuxième année d'études du degré en question décide tout de même de délivrer une attestation d'orientation A de la première année d'études de ce degré à tout élève ayant comblé les insuffisances de la première année d'études mais n'ayant pas réussi la deuxième année d'études. Cette attestation délivrée [3 en première année A ou en première année B]3 est assortie d'un certificat de l'enseignement fondamental, pour autant que l'élève n'en soit pas encore en possession;
6° par dérogation à l'article 41, il est délivré à chaque élève, à l'issue de [3 la deuxième année A ]3, un certificat de l'enseignement fondamental, pour autant qu'il n'en soit pas encore en possession, si l'élève a réussi avec succès cette deuxième année d'études du premier degré.]1

Art. 35.
Art. 35.
Art. 35/1. [1 Voor de onderstaande structuuronderdelen kan het schoolbestuur beslissen om in een of meer van zijn scholen af te wijken van de leeftijdsgrens van 25 jaar voor toegang tot het voltijds secundair onderwijs als vermeld in artikel 252/1 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010:
1° optiektechnieken, derde graad tso;
2° orthopedietechnieken, derde graad tso;
3° tandtechnieken, derde graad tso.]1

Art. 35/1. [1 Pour les subdivisions structurelles suivantes, l'autorité scolaire peut décider de déroger dans une ou plusieurs de ses écoles à la limite d'âge de 25 ans pour l'accès à l'enseignement secondaire à temps plein, tel que visé à l'article 252/1 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 :
1° " optiektechnieken ", troisième degré tso ;
2° " orthopedietechnieken ", troisième degré tso ;
3° " tandtechnieken ", troisième degré tso.]1

Art. 35/2. [1 In afwijking van de bepalingen van artikelen 8 tot en met 26 en met behoud van de toepassing van artikel 31 worden de volgende leerlingen als regelmatige leerlingen toegelaten op voorwaarde van een gunstige beslissing van de toelatingsklassenraad: de leerlingen die
1° niet over een studiebewijs van het onderliggende leerjaar beschikken, en
2° cognitief sterk functionerend zijn.]1

Art.35/2. [1 Par dérogation aux dispositions des articles 8 à 26 et sans préjudice de l'application de l'article 31, les élèves suivants sont admis comme élèves réguliers moyennant une décision favorable du conseil de classe d'admission : les élèves qui
1° ne disposent pas d'un titre de l'année d'études sous-jacente, et
2° sont d'un haut fonctionnement cognitif.]1

Art. 35/3. [1 Met behoud van de toepassing van artikel 31 worden de volgende leerlingen als regelmatige leerlingen tot het tweede leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs toegelaten: leerlingen die overstappen uit het deeltijds beroepssecundair onderwijs of de leertijd, voldoen aan een van de voorwaarden van artikel 17 en op voorwaarde van een gunstige beslissing van de toelatingsklassenraad.]1
Art.35/3. [1 Sans préjudice de l'application de l'article 31, les élèves suivants sont admis comme élèves réguliers dans la deuxième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel : les élèves qui passent depuis l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel ou l'apprentissage, qui satisfont à l'une des conditions de l'article 17 et à condition d'une décision favorable du conseil de classe d'admission.]1
Art. 35/4. [1 Met behoud van de toepassing van artikel 31, en onverminderd de bepalingen van artikel 294 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, worden de volgende leerlingen als regelmatige leerlingen tot een structuuronderdeel van het voltijds gewoon secundair onderwijs of opleidingsvorm 4 van het buitengewoon secundair onderwijs toegelaten: de leerlingen die overstappen van een buitenlands onderwijssysteem of van het onderwijs dat is erkend door de Franse of Duitstalige Gemeenschap van België, op voorwaarde van een gunstige beslissing van de toelatingsklassenraad en na advies van de klassenraad van het onthaaljaar als het een overstap betreft via het onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers. Elke beslissing die afwijkt van het advies van de toelatingsklassenraad van het onthaaljaar, wordt afdoende gemotiveerd.
In afwijking van artikel 3, § 2, b), bestaat de toelatingsklassenraad, voor wat het onderwijzend personeel betreft, uit alle leden van het structuuronderdeel waarvoor de leerling opteert. In het geval het een overstap betreft via het onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers, moet in de toelatingsklassenraad raadgevend de persoon worden opgenomen die, op basis van daartoe specifiek toegekende uren-leraar, belast is met de ondersteuning, opvolging en begeleiding van gewezen anderstalige nieuwkomers in de scholengemeenschap waarbinnen de betrokken leerling het onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers heeft gevolgd.
De toelatingsklassenraad neemt de beslissing, vermeld in het eerste lid, uiterlijk vijfendertig kalenderdagen na de aanvang van de regelmatige lesbijwoning.
Het eerste lid is niet van toepassing op leerlingen die het voorafgaand schooljaar een oriënteringsattest A of B hebben behaald. Zolang de in het eerste lid bedoelde leerling slechts een oriënteringsattest C heeft behaald, blijft het eerste lid wel van toepassing.]1

Art.35/4. [1 Sans préjudice de l'application de l'article 31 et sans préjudice des dispositions de l'article 294 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, les élèves suivants sont admis comme élèves réguliers dans une subdivision structurelle de l'enseignement secondaire ordinaire à temps plein ou de la forme d'enseignement 4 de l'enseignement secondaire spécial : les élèves qui passent d'un système éducatif étranger ou de l'enseignement qui est reconnu par la Communauté française ou germanophone de Belgique, à condition d'une décision favorable du conseil de classe d'admission et après avis du conseil de classe de l'année d'accueil s'il s'agit d'un passage via l'année d'accueil pour les primo-arrivants allophones. Chaque décision qui déroge à l'avis du conseil de classe d'admission de l'année d'accueil est suffisamment motivée.
Par dérogation à l'article 3, § 2, b), le conseil de classe d'admission se compose en ce qui concerne le personnel enseignant de tous les membres de la subdivision structurelle pour laquelle l'élève opte. Dans le cas d'un passage via l'année d'accueil pour les primo-arrivants allophones, il convient de reprendre dans le conseil de classe d'admission à titre consultatif la personne qui, sur la base des périodes-professeur spécifiquement attribuées à cet effet, est chargée du soutien, du suivi et de l'accompagnement des anciens primo-arrivants allophones dans le centre d'enseignement où l'élève concerné a suivi l'année d'accueil pour primo-arrivants allophones.
Le conseil de classe d'admission prend la décision, mentionnée à l'alinéa premier, au plus tard trente-cinq jours calendrier après le début de la fréquentation régulière des cours.
L'alinéa premier ne s'applique pas aux élèves qui ont obtenu une attestation d'orientation A ou B l'année scolaire précédente. Tant que l'élève visé à l'alinéa premier n'a obtenu qu'une attestation d'orientation C, l'alinéa premier reste d'application.]1

HOOFDSTUK IV. - Bekrachtiging van de studies.
CHAPITRE IV. - Sanction des études.
Art. 36. Voor de bekrachtiging van de studies komen uitsluitend de regelmatige leerlingen van het schooljaar waarvoor ze zijn ingeschreven in aanmerking.
Art. 36. Pour la sanction des études n'entrent en ligne de compte que les élèves réguliers de l'année scolaire pour laquelle ils sont inscrits.
Art. 36/1. [1 Leerlingenevaluatie strekt ertoe om, rekening houdend met het pedagogisch project van de school, na te gaan of de regelmatige leerling in voldoende mate de doelstellingen, vastgelegd door of krachtens decreet- of regelgeving en de leerplannen, heeft bereikt of nagestreefd, naargelang van het geval. De leerlingenevaluatie resulteert in de beslissing van de delibererende klassenraad over het al dan niet met vrucht beëindigen van een structuuronderdeel of een graad, naargelang van het geval.]1
Art.36/1. [1 L'évaluation des élèves vise à vérifier, en tenant compte du projet pédagogique de l'école, si l'élève régulier a atteint ou poursuivi dans une mesure suffisante, selon le cas, les objectifs, fixés par ou en vertu du décret ou de la réglementation et dans les programmes d'études. L'évaluation des élèves débouche sur la décision du conseil de classe délibérant concernant la finalisation avec fruit ou non d'une subdivision structurelle ou d'un degré, selon le cas.]1
Art. 37. § 1. De beslissingen van de delibererende klassenraad voorzien twee mogelijkheden :
1° de leerling wordt beschouwd het leerjaar met vrucht te hebben beëindigd;
2° de leerling wordt beschouwd het leerjaar niet met vrucht te hebben beëindigd.
§ 2. [3 De evaluatiebeslissing wordt in het schooljaar in kwestie genomen in de periode vanaf de vijfde laatste lesdag van de maand juni tot en met 30 juni. De voormelde termijn kan voor individuele gevallen als volgt worden aangepast:
1° de termijn kan worden vervroegd als de delibererende klassenraad oordeelt dat de leerling de toepasbare doelen al heeft bereikt. In voorkomend geval wordt afgeweken van artikel 5, § 1, tweede lid, 2°, a), van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 2001 houdende de organisatie van het schooljaar in het secundair onderwijs;
2° de termijn kan worden verlengd tot uiterlijk de eerste schooldag van het daaropvolgende schooljaar als de delibererende klassenraad nog niet over voldoende informatie beschikt om een gedegen beslissing te nemen. De delibererende klassenraad beslist dan met welke maatregelen de nodige informatie bij de leerling kan worden ingewonnen en de school onderzoekt hoe ze de leerling daarbij kan ondersteunen.
In afwijking van het eerste lid wordt voor de structuuronderdelen van het derde leerjaar van de derde graad, aangeduid als [4 7de leerjaar]4, die eindigen op 31 januari, de evaluatiebeslissing genomen in de periode vanaf de vijfde laatste lesdag van de maand januari tot en met 31 januari. De voormelde termijn kan voor individuele gevallen als volgt worden aangepast:
1° de termijn kan worden vervroegd als de delibererende klassenraad oordeelt dat de leerling de toepasbare doelen al heeft bereikt. In voorkomend geval wordt afgeweken van artikel 5, § 1, tweede lid, 2°, b), van het besluit van de Vlaamse Regering van 31 augustus 2001 houdende de organisatie van het schooljaar in het secundair onderwijs;
2° de termijn kan worden verlengd tot uiterlijk 1 maart van het schooljaar in kwestie als de delibererende klassenraad nog niet over voldoende informatie beschikt om een gedegen beslissing te nemen. De delibererende klassenraad beslist dan met welke maatregelen de nodige informatie bij de leerling kan worden ingewonnen en de school onderzoekt hoe ze de leerling daarbij kan ondersteunen.]3

Art. 37. § 1er. Les décisions du conseil de classe délibérant prévoient deux possibilités :
1° l'élève est censé avoir terminé l'année avec fruit;
2° l'élève est censé ne pas avoir terminé l'année avec fruit.
§ 2. [3 La décision d'évaluation est prise durant l'année scolaire en question, dans la période comprise entre le cinquième dernier jour de classe du mois de juin et le 30 juin. Le délai précité peut être adapté comme suit pour les cas individuels :
1° le délai peut être avancé si le conseil de classe délibérant estime que l'élève a déjà atteint les objectifs applicables. Le cas échéant, il est dérogé à l'article 5, § 1er, alinéa 2, 2°, a) de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 2001 organisant l'année scolaire dans l'enseignement secondaire ;
2° le délai peut être prolongé jusqu'au plus tard le premier jour d'école de l'année scolaire suivante si le conseil de classe délibérant ne dispose pas encore de suffisamment d'informations pour prendre une bonne décision. Le conseil de classe délibérant décide alors avec quelles mesures les informations nécessaires peuvent être recueillies auprès de l'élève et l'école examine comment elle peut soutenir l'élève à ce niveau.
Par dérogation à l'alinéa premier, pour les subdivisions structurelles de la troisième année d'études du troisième degré, désignées comme [4 7e année d'études]4, qui se terminent le 31 janvier, la décision d'évaluation est prise durant la période allant du cinquième dernier jour de classe du mois de janvier au 31 janvier. Le délai précité peut être adapté comme suit pour les cas individuels :
1° le délai peut être avancé si le conseil de classe délibérant estime que l'élève a déjà atteint les objectifs applicables. Le cas échéant, il est dérogé à l'article 5, § 1er, alinéa 2, 2°, b) de l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 2001 organisant l'année scolaire dans l'enseignement secondaire ;
2° le délai peut être prolongé jusqu'au plus tard le 1er mars de l'année scolaire en question si le conseil de classe délibérant ne dispose pas encore de suffisamment d'informations pour prendre une bonne décision. Le conseil de classe délibérant décide alors avec quelles mesures les informations nécessaires peuvent être recueillies auprès de l'élève et l'école examine comment elle peut soutenir l'élève à ce niveau.]3

Art. 38. Een leerling beëindigt met vrucht :
1° het eerste en tweede leerjaar van de eerste graad, het eerste en tweede leerjaar van de tweede graad en het eerste leerjaar van de derde graad, indien hij in voldoende mate de doelstellingen die in het leerplan zijn opgenomen heeft bereikt en aldus bekwaam wordt geacht zijn studies voort te zetten in het volgend leerjaar;
[3 ...]3 het tweede leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs en [2 de [5 het derde leerjaar van de derde graad van het technisch of het kunstsecundair onderwijs, ingericht als 7de leerjaar]5 ]2, indien hij in voldoende mate de doelstellingen die in het leerplan zijn opgenomen heeft bereikt en aldus voldaan heeft voor het geheel van de vorming van het betreffend leerjaar;
3° het tweede leerjaar van de derde graad van het algemeen, het technisch of het kunstsecundair onderwijs, indien hij in voldoende mate de doelstellingen die in het leerplan zijn opgenomen heeft bereikt en aldus voldaan heeft voor het geheel van de vorming van het betreffend leerjaar en bekwaam wordt geacht zijn studies voort te zetten in het hoger onderwijs;
4° het derde leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs, al dan niet ingericht onder de vorm van een [5 7de leerjaar gericht op instroom arbeidsmarkt]5, indien hij in voldoende mate de doelstellingen die in het leerplan zijn opgenomen heeft bereikt en aldus voldaan heeft voor het geheel van de vorming van het betreffend leerjaar en desgevallend bekwaam wordt geacht zijn studies voort te zetten in het hoger onderwijs;
[4 ...]4
[4 ...]4
[2 ...]2;
[2 ...]2.
Art. 38. Un élève termine avec fruit :
1° la première et la deuxième année du premier degré, la première et la deuxième année du deuxième degré et la première année du troisième degré, s'il a suffisamment atteint les objectifs repris au programme d'études et s'il est par conséquent jugé capable de poursuivre ses études dans l'année d'études suivante;
[3 ...]3, la deuxième année du troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel et [2 [5 la troisième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire technique ou artistique, organisée comme 7e année d'études]5]2, s'il a suffisamment atteint les objectifs repris au programme d'études et s'il a par conséquent satisfait pour l'ensemble de la formation de ladite année d'études;
3° la deuxième année du troisième degré de l'enseignement secondaire général, technique ou artistique, s'il a suffisamment atteint les objectifs repris au programme d'études et s'il a par conséquent satisfait pour l'ensemble de la formation de ladite année d'études et s'il est jugé capable de poursuivre ses études dans l'enseignement supérieur;
4° la troisième année du troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel, organisée ou non sous forme [5 de 7e année d'études préparatoires à l'entrée sur le marché du travail]5, s'il a satisfait pour l'ensemble de la formation de ladite année et, le cas échéant, s'il a suffisamment atteint les objectifs repris au programme d'études et s'il a par conséquent satisfait pour l'ensemble de la formation de ladite année d'études et s'il est éventuellement jugé capable de poursuivre ses études dans l'enseignement supérieur;
[4 ...]4
[4 ...]4
[2 ...]2;
[2 ...]2.
Art. 38bis. [1 De [2 schoolbestuur]2 beslist of de [2 school-]2 gebruikmaakt van de bepalingen van dit artikel.
Op grond van specifieke onderwijskundige of organisatorische argumenten en met het oog op het aanbieden van meer individuele leertrajecten, kan voor een bepaald structuuronderdeel worden afgeweken van de bepalingen in artikel 37 en 38, ten einde de delibererende klassenraad in de eerste, de tweede respectievelijk de derde graad uit te stellen tot het einde van het tweede leerjaar van de graad in kwestie.
In voorkomend geval :
1° wordt, in afwijking van artikel 40, de uitreiking van een oriënteringsattest in het eerste leerjaar van de graad in kwestie vervangen door de uitreiking van een attest van regelmatige lesbijwoning, dat van rechtswege toelating verleent tot het tweede leerjaar van die graad voor zover in dat leerjaar wordt gebruikgemaakt van de bepalingen van dit artikel [5 desbetreffende toelating van rechtswege geldt in de eerste graad enkel voor overstap van het eerste leerjaar naar het tweede leerjaar binnen de A- respectievelijk de B-stroom;]5;
2° beslist de delibererende klassenraad van het eerste leerjaar van de graad in kwestie alsnog om een oriënteringsattest toe te kennen aan elke leerling die het leerjaar heeft beëindigd en die vóór het einde van de graad [5 binnen dezelfde of een andere school overstapt hetzij naar een structuuronderdeel waarvoor niet gebruikgemaakt wordt van de bepalingen van dit artikel, hetzij van de A- naar de B-stroom of omgekeerd in de eerste graad.]5. Bij de toekenning van [3 een oriënteringsattest A in het eerste leerjaar A of het eerste leerjaar B]3 wordt een getuigschrift van basisonderwijs gevoegd, voor zover de leerling dat nog niet in zijn bezit heeft. Tegen een beslissing van de delibererende klassenraad in de loop van het schooljaar die door de betrokken personen wordt betwist, kan beroep worden ingesteld overeenkomstig de procedure als vermeld in artikel 68 tot en met 74, met dien verstande dat de [2 schoolbestuur]2 van de betrokken [2 school-]2, rekening houdend met het principe van de redelijkheid, zelf de termijnen bepaalt die inherent zijn aan deze procedure;
3° wordt, in afwijking van artikel 41, op het einde van het [4 tweede leerjaar A of tweede leerjaar B]4 aan elke leerling, voor zover hij het nog niet in zijn bezit heeft, een getuigschrift van basisonderwijs uitgereikt indien de leerling dat [4 tweede leerjaar A of tweede leerjaar B]4 met vrucht heeft beëindigd.]1

Art. 38bis. [1 L' [2 autorité scolaire]2 décide si l'[2 école]2 fait usage des dispositions du présent article.
Sur la base d'arguments didactiques ou organisationnels spécifiques et en vue d'offrir plus de filières d'apprentissage individuelles, il peut être dérogé, pour une subdivision structurelle déterminée, aux dispositions des articles 37 et 38, afin de reporter le conseil de classe délibérant dans le premier, le deuxième ou le troisième degré jusqu'à la fin de la deuxième année d'études du degré en question.
Le cas échéant :
1° par dérogation à l'article 40, la délivrance d'une attestation d'orientation est remplacée, en première année d'études du degré en question, par la délivrance d'une attestation de fréquentation régulière des cours, permettant d'office accès à la deuxième année d'études de ce degré, pour autant qu'il est fait usage des dispositions de cet article dans cette année d'études [5 , l'admission de plein droit en question ne s'applique dans le premier degré qu'au passage de la première année d'études à la deuxième année d'études dans la filière A ou la filière B ;]5
2° le conseil de classe délibérant de la première année d'études du degré en question décide tout de même d'accorder une attestation d'orientation à tout élève ayant terminé l'année d'études et qui, avant la fin du degré, [5 passe au sein de la même ou d'une autre école soit à une subdivision structurelle à laquelle ne sont pas appliquées les dispositions du présent article, soit de la filière A à la filière B ou inversement dans le premier degré.]5 [3 Une attestation d'orientation A délivrée en première année A ou en première année B]3 est assortie d'un certificat de l'enseignement fondamental, pour autant que l'élève n'en soit pas encore en possession. Contre toute décision du conseil de classe délibérant dans le courant de l'année scolaire qui est contestée par les personnes concernées, un recours peut être ouvert conformément à la procédure visée aux articles 68 à 74 inclus, étant entendu que l' [2 autorité scolaire]2 de l'[2 école]2 concerné fixe d'une manière raisonnable les délais pour cette procédure;
3° par dérogation à l'article 41, il est délivré à chaque élève, à l'issue de la [4 deuxième année A ou deuxième année B ]4, un certificat de l'enseignement fondamental, pour autant qu'il n'en soit pas encore en possession, si l'élève a réussi avec succès cette [4 deuxième année A ou deuxième année B ]4.]1

Art. 39. [1 § 1. Als oriënteringsattesten worden onderscheiden: het oriënteringsattest A, het oriënteringsattest B en het oriënteringsattest C.
§ 2. Het oriënteringsattest A kan worden toegekend in alle leerjaren, met uitzondering van het tweede leerjaar en derde leerjaar van de derde graad.
Het attest vermeldt dat de leerling het leerjaar met vrucht heeft beëindigd in de school in kwestie en bijgevolg tot het volgende leerjaar mag worden toegelaten.
In het eerste leerjaar A en het eerste leerjaar B kan het oriënteringsattest A ook remediëring in het tweede leerjaar A of het tweede leerjaar B opleggen of de toegang tot een of meer basisopties of pakketten van de basisopties van het tweede leerjaar A of het tweede leerjaar B uitsluiten. Als remediëring wordt opgelegd, is het zowel een recht als een plicht voor de leerling, ongeacht de school van inschrijving.
In het eerste leerjaar en tweede leerjaar van de tweede graad kan het oriënteringsattest A ook een advies inhouden om naar een studierichting met een hoger abstractieniveau over te stappen.
[2 Het model van het oriënteringsattest A, dat van toepassing is vanaf het schooljaar 2019-2020, en de richtlijnen om het in te vullen, zijn opgenomen in bijlage 1, die bij dit besluit is gevoegd. Dit model en deze richtlijnen gelden niet voor de eerste graad, behoudens voor het tweede leerjaar ervan tijdens het schooljaar 2019-2020.]2
[2 Het model van het oriënteringsattest A, dat van toepassing is vanaf het schooljaar 2019-2020,]2 en de onderrichtingen voor het invullen ervan voor het eerste leerjaar A en het eerste leerjaar B zijn opgenomen in bijlage 1bis, die bij dit besluit is gevoegd.
[2 Het model van het oriënteringsattest A, dat van toepassing is vanaf het schooljaar 2020-2021,]2 en de onderrichtingen voor het invullen ervan voor het tweede leerjaar A en het tweede leerjaar B zijn opgenomen in bijlage 1ter, die bij dit besluit is gevoegd.
§ 3. Het oriënteringsattest B kan worden toegekend in alle leerjaren, met uitzondering van het eerste leerjaar A, het eerste leerjaar B, het eerste leerjaar van de derde graad van het algemeen, het kunst- en het beroepssecundair onderwijs, en het tweede leerjaar en derde leerjaar van de derde graad.
Behalve bij de uitreiking in het tweede leerjaar A of het tweede leerjaar B vermeldt het oriënteringsattest B dat de leerling het leerjaar met vrucht heeft beëindigd in de school in kwestie en bijgevolg tot het volgende leerjaar mag worden toegelaten, behalve in bepaalde onderwijsvormen of onderverdelingen.
Bij uitreiking in het tweede leerjaar A of het tweede leerjaar B vermeldt het oriënteringsattest B dat de leerling het leerjaar met vrucht heeft beëindigd in de school in kwestie en bijgevolg tot het volgende leerjaar mag worden toegelaten, behalve in bepaalde finaliteiten, onderwijsvormen of studierichtingen.
[2 Het model van het oriënteringsattest B, dat van toepassing is vanaf het schooljaar 2019-2020, en de richtlijnen om het in te vullen, zijn opgenomen in bijlage 2, die bij dit besluit is gevoegd. Dit model en deze richtlijnen gelden niet voor de eerste graad, behoudens voor het tweede leerjaar ervan tijdens het schooljaar 2019-2020.]2
[2 Het model van het oriënteringsattest B, dat van toepassing is vanaf het schooljaar 2020-2021,]2 en de onderrichtingen voor het invullen ervan voor het tweede leerjaar A en het tweede leerjaar B zijn opgenomen in bijlage 2bis, die bij dit besluit is gevoegd.
§ 4. Het oriënteringsattest C kan worden toegekend in alle leerjaren, met uitzondering van het derde leerjaar van de derde graad van het algemeen en het kunstsecundair onderwijs, ingericht onder de vorm van een [3 7de leerjaar gericht]3 op het hoger onderwijs. In het eerste leerjaar A en het eerste leerjaar B kan het oriënteringsattest C alleen toegekend worden in uitzonderlijke gevallen.
Behalve in de eerste graad vermeldt het oriënteringsattest C dat de leerling hetzij het leerjaar in de school in kwestie zonder vrucht heeft beëindigd, hetzij het leerjaar en de onderverdeling slechts gedurende een gedeelte van het schooljaar in de school in kwestie heeft gevolgd.
In de eerste graad vermeldt het oriënteringsattest C dat de leerling het leerjaar in de school in kwestie zonder vrucht heeft beëindigd.
[2 Het model van het oriënteringsattest C, dat van toepassing is vanaf het schooljaar 2019-2020, en de richtlijnen om het in te vullen, zijn opgenomen in bijlage 3, die bij dit besluit is gevoegd. Dit model en deze richtlijnen gelden niet voor de eerste graad, behoudens voor het tweede leerjaar ervan tijdens het schooljaar 2019-2020.]2
[2 Het model van het oriënteringsattest C, dat van toepassing is vanaf het schooljaar 2019-2020,]2 en de onderrichtingen voor het invullen ervan voor het eerste leerjaar A en het eerste leerjaar B zijn opgenomen in bijlage 3bis, die bij dit besluit is gevoegd.
[2 Het model van het oriënteringsattest C, dat van toepassing is vanaf het schooljaar 2020-2021,]2 en de onderrichtingen voor het invullen ervan voor het tweede leerjaar A en het tweede leerjaar B zijn opgenomen in bijlage 3ter, die bij dit besluit is gevoegd ]1
.
Art. 39. [1 § 1er. On distingue les attestations d'orientations suivantes : l'attestation d'orientation A, l'attestation d'orientation B et l'attestation d'orientation C.
§ 2. L'attestation d'orientation A peut être délivrée dans toutes les années d'études, à l'exception des deuxième et troisième années du troisième degré.
L'attestation stipule que l'élève a terminé l'année avec fruit dans l'école concernée et qu'il peut, dès lors, être admis dans l'année supérieure.
En première année A et en première année B, l'attestation d'orientation A peut également imposer une remédiation dans la deuxième année A ou dans la deuxième année B ou exclure l'accès à une ou plusieurs options de base ou à un ou plusieurs modules des options de base de la deuxième année A ou de la deuxième année B. Lorsqu'une remédiation est imposée, elle constitue pour l'élève tant un droit qu'un devoir, quelle que soit l'école d'inscription.
En première année et en deuxième année du deuxième degré, l'attestation d'orientation A peut également contenir un avis de passage à une orientation d'études ayant un niveau d'abstraction plus élevé.
[2 [2 La formule de l'attestation d'orientation A, applicable à partir de l'année scolaire 2019-2020,]2 applicable à partir de l'année scolaire 2019-2020, et les instructions pour le compléter, figurent à l'annexe 1re du présent arrêté. La formule et ces instructions ne s'appliquent pas au premier degré, sauf pour la deuxième année de ce degré pendant l'année scolaire 2019-2020. ]2
[2 La formule de l'attestation d'orientation A, applicable à partir de l'année scolaire 2020-2021,]2 et les instructions y afférentes pour la première année A et la première année B sont reprises à l'annexe 1bis jointe au présent arrêté.
La formule de l'attestation d'orientation A et les instructions y afférentes pour la deuxième année A et la deuxième année B sont reprises à l'annexe 1ter jointe au présent arrêté.
§ 3. L'attestation d'orientation B peut être délivrée dans toutes les années d'études, à l'exception de la première année A, de la première année B, de la première année du troisième degré de l'enseignement secondaire général, artistique et professionnel et des deuxième et troisième années du troisième degré.
Sauf lorsqu'elle est délivrée dans la deuxième année A ou dans la deuxième année B, l'attestation d'orientation B stipule que l'élève a terminé l'année d'études avec fruit dans l'école concernée et qu'il peut, dès lors, être admis dans l'année supérieure, excepté dans certaines formes d'enseignement ou subdivisions.
Lorsqu'elle est délivrée dans la deuxième année A ou dans la deuxième année B, l'attestation d'orientation B stipule que l'élève a terminé l'année d'études avec fruit dans l'école concernée et qu'il peut, dès lors, être admis dans l'année supérieure, excepté dans certaines finalités, formes d'enseignement ou orientations d'études.
[2 La formule de l'attestation d'orientation B, applicable à partir de l'année scolaire 2019-2020, et les instructions pour le compléter, figurent à l'annexe 2 du présent arrêté. La formule et ces instructions ne s'appliquent pas au premier degré, sauf pour la deuxième année de ce degré pendant l'année scolaire 2019-2020.]2
[2 La formule de l'attestation d'orientation B, applicable à partir de l'année scolaire 2020-2021,]2 et les instructions y afférentes pour la deuxième année A et la deuxième année B sont reprises à l'annexe 2bis jointe au présent arrêté.
§ 4. L'attestation d'orientation C peut être délivrée dans toutes les années d'études, à l'exception de la troisième année du troisième degré de l'enseignement secondaire général et artistique, organisée sous forme [3 de 7e année d'études préparatoires]3 à l'enseignement supérieur. Dans la première année A et la première année B, l'attestation d'orientation C ne peut être délivrée que dans des cas exceptionnels.
Sauf dans le premier degré, l'attestation d'orientation C stipule que l'élève a soit terminé l'année d'études dans l'école concernée, mais sans succès, soit n'a suivi l'année d'études et la subdivision que pendant une partie de l'année scolaire dans l'école concernée.
Dans le premier degré, l'attestation d'orientation C stipule que l'élève a terminé l'année d'études sans fruit dans l'école concernée.
[2 La formule de l'attestation d'orientation C, applicable à partir de l'année scolaire 2019-2020, et les instructions pour le compléter, figurent à l'annexe 3 du présent arrêté. La formule et ces instructions ne s'appliquent pas au premier degré, sauf pour la deuxième année de ce degré pendant l'année scolaire 2019-2020. ]2
[2 La formule de l'attestation d'orientation C, applicable à partir de l'année scolaire 2019-2020, ]2 et les instructions y afférentes pour la première année A et la première année B sont reprises à l'annexe 3bis jointe au présent arrêté.
[2 La formule de l'attestation d'orientation C, applicable à partir de l'année scolaire 2020-2021,]2 et les instructions y afférentes pour la deuxième année A et la deuxième année B sont reprises à l'annexe 3ter jointe au présent arrêté.]1

Art. 40.
Art. 40.
Art. 41. Op het einde van het eerste leerjaar A en het eerste leerjaar B, wordt het getuigschrift van basisonderwijs uitgereikt aan de regelmatige leerlingen die dit leerjaar met vrucht hebben beëindigd en er nog geen houder van zijn.
Het model van het getuigschrift van basisonderwijs en de onderrichtingen voor het invullen ervan zijn opgenomen in de bijlage 4.
Art. 41. Au terme de la première année A et de la première année B, le certificat d'enseignement fondamental est délivré aux élèves réguliers qui ont terminé cette année avec fruit, lorsqu'ils ne sont pas encore porteurs de ce certificat.
La formule du certificat d'enseignement fondamental et les instructions y afférentes sont reprises à l'annexe 4.
Art. 42. Op het einde van [1 het tweede leerjaar B]1, wordt het getuigschrift gelijkwaardig met het getuigschrift van basisonderwijs uitgereikt aan de regelmatige leerlingen die dit leerjaar met vrucht hebben beëindigd en nog geen houder zijn van het getuigschrift van basisonderwijs.
Het model van het getuigschrift gelijkwaardig met het getuigschrift van basisonderwijs en de onderrichtingen voor het invullen ervan zijn opgenomen in de bijlage 5.
Art. 42. Au terme de [1 la deuxième année B ]1, le certificat équivalant au certificat d'enseignement fondamental est délivré aux élèves réguliers ayant terminé cette année avec fruit, lorsqu'ils ne sont pas encore porteurs du certificat d'enseignement fondamental.
La formule du certificat équivalant au certificat d'enseignement fondamental et les instructions y afférentes sont reprises à l'annexe 5.
Art. 43. Op het einde van [1 het tweede leerjaar A en van het tweede leerjaar B]1, wordt het getuigschrift van de eerste graad van het secundair onderwijs uitgereikt aan de regelmatige leerlingen die dit leerjaar met vrucht hebben beëindigd.
Het model van het getuigschrift van de eerste graad van het secundair onderwijs en de onderrichtingen voor het invullen ervan zijn opgenomen in de bijlage 6.
Art. 43. Au terme de [1 la deuxième année A et de la deuxième année B ]1, le certificat du premier degré de l'enseignement secondaire est délivré aux élèves réguliers ayant terminé cette année avec fruit.
La formule du certificat du premier degré de l'enseignement secondaire et les instructions y afférentes sont reprises à l'annexe 6.
Art. 44. Op het einde van het tweede leerjaar van de tweede graad, wordt het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs uitgereikt aan de regelmatige leerlingen die het eerste en het tweede leerjaar van de tweede graad met vrucht hebben beëindigd.
Het model van het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs en de onderrichtingen voor het invullen ervan zijn opgenomen in de bijlage 7.
Art. 44. Au terme de la deuxième année du deuxième degré, le certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire est délivré aux élèves réguliers porteurs du certificat du premier degré de l'enseignement secondaire, qui ont terminé les première et deuxième années du deuxième degré avec fruit.
La formule du certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire et les instructions y afférentes sont reprises à l'annexe 7.
Art. 45.
Art. 45.
Art. 46. Op het einde van het tweede leerjaar van de derde graad van het algemeen, het technisch en het kunstsecundair onderwijs, wordt het diploma van secundair onderwijs uitgereikt aan de regelmatige leerlingen die houder zijn van het door een [1 school]1 of door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs en die het eerste en het tweede leerjaar van de derde graad van het algemeen, het technisch of het kunstsecundair onderwijs met vrucht hebben beëindigd.
Het model van het in dit artikel bedoeld diploma van secundair onderwijs en de onderrichtingen voor het invullen ervan zijn opgenomen in de bijlage 9.
Art. 46. Au terme de la deuxième année du troisième degré de l'enseignement secondaire général, technique et artistique, le diplôme d'enseignement secondaire est délivré aux élèves réguliers, porteurs du certificat délivré par un [1 école]1 organisé, subventionné ou agréé par la Communauté flamande ou par le jury de la Communauté flamande du deuxième degré de l'enseignement secondaire et ayant terminé avec fruit les première et deuxième années du troisième degré de l'enseignement secondaire général, technique ou artistique.
La formule du diplôme d'enseignement secondaire visé au présent article et les instructions y afférentes sont reprises à l'annexe 9.
Art. 47. Op het einde van het tweede leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs, wordt het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs uitgereikt aan de regelmatige leerlingen die dit leerjaar met vrucht hebben beëindigd.
Het model van het studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs en de onderrichtingen voor het invullen ervan zijn opgenomen in de bijlage 10.
Art. 47. Au terme de la deuxième année du troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel, le certificat d'etudes de la deuxième année du troisième degré de l'enseignement secondaire est délivré aux éleves réguliers ayant terminé cette année avec fruit.
La formule du certificat d'études de la deuxième année du troisième degré de l'enseignement secondaire et les instructions y afférentes sont reprises à l'annexe 10.
Art. 48. [1 Op het einde van een [2 derde leerjaar van de derde graad van het technisch of het kunstsecundair onderwijs, ingericht als 7de leerjaar]2 wordt het certificaat van een opleiding [2 van een 7de leerjaar]2 uitgereikt aan de regelmatige leerlingen die de opleiding met vrucht hebben beëindigd.
Het model van het certificaat en de onderrichtingen voor het invullen ervan zijn opgenomen in de bijlage 10bis.]1

Art. 48. [1 A la fin d'une [2 troisième année du troisième degré de l'enseignement secondaire technique ou artistique, organisée comme une 7e année d'études]2, le certificat d'une formation [2 d'une 7e année d'études]2 est délivré aux élèves réguliers ayant accompli la formation avec succès.
La formule du certificat et les instructions pour la compléter figurent à l'annexe 10bis.]1

Art. 49. Op het einde van het derde leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs, al dan niet ingericht onder de vorm van een [2 7de leerjaar gericht op instroom arbeidsmarkt]2, wordt het diploma van secundair onderwijs uitgereikt aan de regelmatige leerlingen die houder zijn van het door een [1 school]1 of door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs, en die het eerste leerjaar van de derde graad, het tweede leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs en het derde leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs, al dan niet ingericht onder de vorm van een [2 7de leerjaar gericht op instroom arbeidsmarkt]2, met vrucht hebben beëindigd.
Het model van dit diploma van secundair onderwijs en de onderrichtingen voor het invullen ervan zijn opgenomen in de bijlage 12.
Art. 49. Au terme de la troisième année du troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel, organisée ou non sous forme [2 d'une 7e année d'études préparatoires à l'entrée sur le marché du travail ]2, le diplôme d'enseignement secondaire est délivre aux élèves réguliers, porteurs du certificat délivré par un [1 école]1 organisé, subventionné ou agréé par la Communauté flamande ou par le jury de la Communauté flamande, du deuxième degré de l'enseignement secondaire, qui ont terminé avec fruit la première année du troisième degré, la deuxième année du troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel et la troisième année du troisième degréde l'enseignement secondaire professionnel organisée ou non sous forme d'année de spécialisation.
La formule de ce diplôme d'enseignement secondaire et les instructions y afférentes sont reprises à l'annexe 12.
Art. 50. Op het einde van het derde leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs, ingericht onder de vorm van een [1 7de leerjaar gericht op instroom arbeidsmarkt]1, wordt het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs uitgereikt aan de regelmatige leerlingen die dit leerjaar met vrucht hebben beëindigd doch, overeenkomstig de bepalingen van artikel 49, niet in aanmerking komen voor het diploma van secundair onderwijs.
Het model van het studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs en de onderrichtingen voor het invullen ervan zijn opgenomen in de bijlage 11.
Art. 50. Au terme de la troisième année du troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel, organisée sous forme [1 d'une 7e année d'études préparatoires à l'entrée sur le marché du travail]1, le certificat d'études de la troisième année du troisième degré de l'enseignement secondaire est délivré aux élèves réguliers qui ont terminé cette année avec fruit, mais qui, conformément aux dispositions de l'article 49, n'entrent pas en ligne de compte pour le diplôme d'enseignement secondaire.
La formule du certificat d'études de la troisième année du troisième degré de l'enseignement secondaire et les instructions y afférentes sont reprises à l'annexe 11.
Art. 51.
Art. 51.
Art. 51bis.
Art. 51bis.
Art. 52.
Art. 52.
Art. 53. [1 Voor de bekrachtiging van de studies in het hoger beroepsonderwijs, opleiding verpleegkunde, gelden de bepalingen van [2 de codificatie betreffende het secundair onderwijs]2 en de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 18 juli 2008 houdende organisatie van het experimenteel voltijds gewoon secundair onderwijs volgens een modulair stelsel.]1
Art. 53. [1 La sanction des études dans l'enseignement supérieur professionnel HBO-5, formation de nursing, est régie par les dispositions du décret [2 de la codification relative à l'enseignement secondaire]2 et les dispositions de l'arrêté du Gouvernement flamand du 18 juillet 2008 portant organisation de l'enseignement secondaire ordinaire expérimental à temps plein suivant un régime modulaire.]1
Art. 54.
Art. 54.
Art. 55. Een getuigschrift over de basiskennis van het bedrijfsbeheer wordt uitgereikt aan de regelmatige leerlingen die voldaan hebben aan de voorwaarden inzake de basiskennis van het bedrijfsbeheer, opgenomen in de programmawet van 10 februari 1998 tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap en in het koninklijk besluit van 21 oktober 1998 tot uitvoering van hoofdstuk I van titel II van de programmawet van 10 februari 1998 tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap.
[2 Dat getuigschrift kan evenwel niet worden uitgereikt in de eerste graad, in de tweede graad en in het eerste leerjaar van de derde graad.]2
Het model van het getuigschrift over de basiskennis van het bedrijfsbeheer en de onderrichtingen voor het invullen ervan zijn opgenomen in [1 bijlage 17]1.
Art. 55. Un certificat sur la connaissance de base de la gestion d'entreprises est délivré aux élèves réguliers qui ont satisfait aux conditions relatives à la connaissance de base de la gestion d'entreprises, reprises dans la loi-programme du 10 février 1998 pour la promotion de l'entreprise indépendante et à l'arrêté royal du 21 octobre 1998 portant exécution du Chapitre Ier du Titre II de la loi-programme du 10 février 1998 pour la promotion de l'entreprise indépendante.
[2 Ce certificat ne peut toutefois pas être délivré ni dans le premier et le deuxième degré, ni en première année du troisième degré.]2
La formule du certificat sur la connaissance de base de la gestion d'entreprises et les instructions y afférentes sont reprises a [1 l'annexe 17]1.
Art. 55bis. [1 Aan de regelmatige leerlingen met een [2 IAC-verslag]2 wordt jaarlijks een attest van verworven bekwaamheden uitgereikt. [2 ...]2. Het model van het attest van verworven bekwaamheden en de richtlijnen voor het invullen ervan zijn opgenomen in bijlage 18.]1
[2 In afwijking van het eerste lid kan aan de leerlingen met een IAC-verslag voor opleidingsvorm 3 een getuigschrift van het buitengewoon secundair onderwijs van opleidingsvorm 3 gegeven worden, als voldaan wordt aan de volgende voorwaarden:
1А het structuuronderdeel opleidingsvorm 3 waarvoor de studiebekrachtiging uitgereikt wordt, sluit inhoudelijk aan bij het studieaanbod van de school die de studiebekrachtiging uitreikt;
2А de school voor gewoon secundair onderwijs legt voorafgaandelijk contact met een school voor buitengewoon secundair onderwijs opleidingsvorm 3 om de overeenkomst na te gaan van de doelen die opgenomen zijn in het individueel aangepast curriculum met de doelstellingen van de overeenkomstige opleiding uit het buitengewoon secundair onderwijs, opleidingsvorm 3;
3А een vertegenwoordiger van de school voor buitengewoon secundair onderwijs opleidingsvorm 3 is een stemgerechtigd lid van de klassenraad van de school voor gewoon secundair onderwijs.
Het model van dit getuigschrift en de onderrichtingen voor het invullen ervan zijn opgenomen in de bijlage 19.]2

Art. 55bis. [1 Aux élèves réguliers pouvant produire un [2 rapport IAC]2, une attestation de compétences acquises est délivrée annuellement. [2 ...]2La formule de l'attestation de compétences acquises et les instructions pour la compléter figurent à l'annexe 18.]1
[2 Par dérogation à l'alinéa 1er, un certificat de l'enseignement secondaire spécial de la forme d'enseignement 3 peut être délivré aux élèves en possession d'un rapport IAC pour la forme d'enseignement 3, si les conditions suivantes sont remplies :
1° la subdivision structurelle de la forme d'enseignement 3 pour laquelle la validation d'études est délivrée se rattache sur le fond à l'offre d'études de l'école qui délivre la validation d'études ;
2° l'école d'enseignement secondaire ordinaire prend contact au préalable avec une école d'enseignement secondaire spécial de la forme d'enseignement 3 pour vérifier la correspondance entre les objectifs du programme adapté individuellement et les objectifs de la formation correspondante de l'enseignement secondaire spécial, forme d'enseignement 3 ;
3° un représentant de l'école d'enseignement secondaire spécial de la forme d'enseignement 3 est un membre ayant voix délibérative du conseil de classe de l'école d'enseignement secondaire ordinaire.
Le modèle de ce certificat et les instructions pour le remplir figurent à l'annexe 19]2

Art. 55ter. [1 In de volgende gevallen wordt aan de regelmatige leerling een attest van regelmatige lesbijwoning uitgereikt:
1° als de leerling het derde leerjaar van de derde graad van het algemeen of het kunstsecundair onderwijs, ingericht onder de vorm van een [2 7de leerjaar gericht]2 op het hoger onderwijs, heeft gevolgd;
2° als artikel 121 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010 van toepassing is op de leerling en als hij het geheel van de vorming van een schooljaar nog niet heeft voltooid;
3° als artikel 14septies, eerste lid, 1°, tweede zin, van het besluit van de Vlaamse regering van 16 september 1997 betreffende de controle op de inschrijvingen van leerlingen in het secundair onderwijs of in het stelsel van leren en werken van toepassing is op de leerling en als hij de opleiding nog niet heeft voltooid;
4° als de leerling in aanmerking komt voor het desbetreffende attest, vermeld in artikel 34quater van dit besluit;
5° als de leerling in aanmerking komt voor het desbetreffende attest, vermeld in artikel 38bis van dit besluit.
Het model van het attest van regelmatige lesbijwoning en de onderrichtingen voor het invullen ervan zijn opgenomen in bijlage 13, die bij dit besluit is gevoegd.]1

Art. 55ter. [1 Dans les cas suivants, une attestation de fréquentation régulière des cours est délivrée à l'élève régulier :
1° si l'élève a suivi la troisième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire général ou artistique, organisé sous la forme [2 d'une 7e année d'études préparatoires]2 à l'enseignement supérieur ;
2° si l'article 121 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010 est d'application à l'élève et s'il n'a pas encore achevé l'ensemble de la formation d'une année scolaire ;
3° si l'article 14septies, alinéa 1er, 1°, deuxième phrase, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 16 septembre 1997 relatif au contrôle des inscriptions d'élèves dans l'enseignement secondaire ou dans le système d'apprentissage et de travail est d'application à l'élève et s'il n'a pas encore achevé la formation ;
4° si l'élève entre en ligne de compte pour l'attestation concernée, visée à l'article 34quater du présent arrêté ;
5° si l'élève entre en ligne de compte pour l'attestation concernée, visée à l'article 38quater du présent arrêté ;
Le modèle de l'attestation de fréquentation régulière et les instructions pour le compléter figurent à l'annexe 13 joint au présent arrêté.]1

Art. 56.
Art. 56.
Art. 57. Onverminderd de bepalingen van artikel 56, is het met vrucht beëindigen van leerjaren van het voltijds secundair onderwijs niet noodzakelijk gebonden aan het slagen voor afzonderlijke toetsen, examens of proeven over een deel of het geheel van de vorming. De organisatie hiervan ressorteert dan ook exclusief onder de bevoegdheid van de [2 schoolbesturen]2 van het onderwijs.
[1 Om de onderverdeling vrachtwagenchauffeur bso met vrucht te beëindigen, is het in elk geval vereist dat het bewijs wordt geleverd dat de leerling is geslaagd voor de proeven tot het behalen van het rijbewijs CE en de basiskwalificatie vakbekwaamheid groep C, als vorm van externe certificering. Het in voorkomend geval niet-slagen voor de voormelde proeven geldt als motivatie voor de beslissing van de delibererende klassenraad voor het niet-slagen voor de onderverdeling.]1
Art. 57. Sans préjudice des dispositions de l'article 56, le fait de terminer avec fruit des années d'études de l'enseignement secondaire à temps plein n'est pas nécessairement lié à la réussite de tests, examens ou épreuves distincts portant, en tout ou en partie, sur la formation reçue. L'organisation de cette épreuve relève exclusivement de la compétence des [2 autorités scolaires]2 de l'enseignement.
[1 En tout cas, pour terminer avec fruit la subdivision de "vrachtwagenchauffeur BSO", la preuve doit être fournie que l'élève a été reçu aux épreuves d'obtention du permis de conduire CE et de la qualification de base de capacité professionnelle groupe C, en tant que forme de certification externe. Le cas échéant, la non-réussite de l'élève aux épreuves précitées est l'assise de la motivation de la décision du conseil de classe délibérant quant à la non-réussite de la subdivision.]1
Art. 58. Gelet op [3 artikel 134 van de codificatie betreffende het secundair onderwijs]3, wordt :
1° voor de toepassing van artikel 44 eveneens verstaan onder :
eerste leerjaar van de tweede graad : het derde leerjaar van het secundair onderwijs van het type I en het derde leerjaar van het secundair onderwijs van het type II;
2° voor de toepassing van de artikelen 46 en 49, eveneens verstaan onder :
a) door een [4 school]4 of door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs : een gehomologeerd of door de examencommissie uitgereikt getuigschrift van lager secundair onderwijs (onderwijsvorm : beroepssecundair onderwijs) en een gehomologeerd of door de examencommissie uitgereikt getuigschrift van lager secundair onderwijs (onderwijsvorm : algemeen, technisch of kunstsecundair onderwijs) tezamen met een oriënteringsattest A of B van het vierde leerjaar van het secundair onderwijs van het type I of van het vierde leerjaar van het secundair onderwijs van het type II;
b) eerste leerjaar van de derde graad : het vijfde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs van het type I en het vijfde leerjaar van de hogere cyclus van het secundair onderwijs van het type II;
c) tweede leerjaar van de derde graad : het zesde leerjaar van het secundair onderwijs van het type I en het zesde leerjaar van het secundair onderwijs van het type II;
(3° voor de toepassing van artikel 51bis, eveneens verstaan onder :
a) door een [4 school]4 of door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs : een gehomologeerd of door de examencommissie uitgereikt getuigschrift van lager secundair onderwijs;
b) eerste leerjaar van de derde graad : het vijfde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs van het type I en het vijfde leerjaar van de hogere cyclus van het secundair onderwijs van het type II;
c) tweede leerjaar van de derde graad : het zesde leerjaar van het secundair onderwijs van het type I en het zesde leerjaar van het secundair onderwijs van het type II;)
(4° voor de toepassing van artikel 52, § 2, en artikel 54, eveneens verstaan onder :
a) door een [4 school]4 of door de examencommissie van de Vlaamse Gemeenschap uitgereikt getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs : een gehomologeerd of door de examencommissie uitgereikt getuigschrift van lager secundair onderwijs;
b) [2 ...]2.
[1 ...]1
Art. 58. Vu [3 l'article 134 de la codification relative à l'enseignement secondaire]3,
1° pour l'application de l'article 44, il faut également entendre par :
première année du deuxième degré : la troisième année de l'enseignement secondaire de type I et la troisième année de l'enseignement secondaire de type II;
2° pour l'application des articles 46 et 49, il faut également entendre par :
a) certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire, délivré par un [4 école]4 organisé, subventionné ou agréé par la Communauté flamande ou par le jury de la Communauté flamande : un certificat d'enseignement secondaire inférieur homologué ou délivré par le jury (forme d'enseignement : enseignement secondaire professionnel) et un certificat d'enseignement secondaire inférieur homologué ou delivré par le jury (forme d'enseignement : enseignement secondaire général, technique ou artistique), accompagné d'une attestation d'orientation A ou B de la quatrième année de l'enseignement secondaire de type I ou de la quatrième année de l'enseignement secondaire de type II;
b) première année du troisième degré : la cinquième année du troisième degré de l'enseignement secondaire de type I et la cinquième année du cycle supérieur de l'enseignement secondaire de type II;
c) deuxième année du troisième degré : la sixième année de l'enseignement secondaire de type I et la sixième année de l'enseignement secondaire de type II;
(3° pour l'application de l'article 51bis, il faut également entendre par :
a) certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire délivré par un [4 école]4 ou par le jury de la Communauté flamande : un certificat d'enseignement secondaire inférieur homologué ou délivré par le jury;
b) première année d'études du troisième degré : la cinquième année d'études du troisième degre de l'enseignement secondaire de type I et la cinquième année d'études du cycle supérieur de l'enseignement secondaire de type II;
c) deuxième année d'études du troisième degré : la sixième année d'études de l'enseignement secondaire de type I et la sixième année d'études de l'enseignement secondaire de type II;)
(4° pour l'application de l'article 52, § 2, et de l'article 54, il faut également entendre par :
a) certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire délivré par un [4 école]4 ou par le jury de la Communauté flamande : un certificat d'enseignement secondaire inférieur homologué ou délivré par le jury;
b) [2 ...]2;
[1 ...]1
Art. 59. Behoudens de directeur kan elke gemandateerde van de [1 schoolbestuur]1 met de ondertekening van de studiebewijzen worden belast. In voorkomend geval worden in het model opgenomen in de respectieve bijlagen enerzijds de woorden 'directeur van de bovengenoemde [1 school]1' vervangen door de woorden 'gemandateerde van de [1 schoolbestuur]1 van de bovengenoemde [1 school]1' en anderzijds, onderaan, de woorden 'De directeur' vervangen door de woorden 'De gemandateerde van de [1 schoolbestuur]1'.
Art. 59. Sauf le directeur, tout mandataire d' [1 autorité scolaire]1 peut être chargé de la signature des titres. Le cas échéant, dans la formule reprise aux annexes respectives, les mots 'directeur van de bovengenoemde instelling' sont remplacés par les mots 'gemandateerde van de inrichtende macht van de bovengenoemde instelling' et, en bas de la page, les mots 'De directeur' sont remplacés par les mots 'De gemandateerde van de inrichtende macht'.
Art. 59bis. [1 Elke materiële fout in de vorm van ten onrechte uitreiking van een studiebewijs waardoor de rechten van de leerling worden geschonden, moet door de [2 schoolbestuur]2 worden hersteld. Het initiatiefrecht tot herstel van die fout, dat te allen tijde kan worden uitgeoefend, ligt zowel bij de [2 schoolbestuur]2 als bij de leerling.
Elke materiële fout in de vorm van ten onrechte uitreiking van een studiebewijs waardoor aan de leerling meer rechten worden toegekend dan de rechten die voortvloeien uit de beslissing van de delibererende klassenraad, kan door de [2 schoolbestuur]2 worden hersteld uiterlijk dertig dagen na de uitreiking ervan. Een herstel is evenwel niet mogelijk indien de leerling kan aantonen dat binnen die dertig dagen rechtsgevolgen zijn ontstaan die bij intrekking van het studiebewijs schade zou veroorzaken in hoofde van die leerling.]1

Art. 59bis. [1 Toute erreur matérielle sous forme d'une délivrance injuste d'un titre entraînant la violation des droits de l'élève doit être réparée par l' [2 autorité scolaire]2. Le droit d'initiative pour la réparation de l'erreur, pouvant être exercé à tout moment, incombe tant à l' [2 autorité scolaire]2 qu'à l'élève.
Toute erreur matérielle sous forme d'une délivrance injuste d'un titre, par laquelle l'élève se voit attribuer plus de droits que les droits résultant de la décision du conseil de classe délibérant, peut être réparée par l' [2 autorité scolaire]2, dans les trente jours de la délivrance du titre. Une réparation n'est toutefois possible si l'élève peut démontrer que des conséquences juridiques ont surgi endéans ces trente jours, qui occasionneraient un préjudice dans le chef de l'élève concerné si le titre était retiré.]1

HOOFDSTUK V. - [1 Andere bepalingen]1
CHAPITRE V. - [1 Autres dispositions]1
Art. 60. [1 Met behoud van de toelatingsvoorwaarden, kan een regelmatige leerling in de volgende gevallen een leerjaar van het Vlaams voltijds secundair onderwijs overzitten:
1° opteren voor het eerste leerjaar A nadat hij het eerste leerjaar B met vrucht heeft beëindigd;
2° opteren voor het eerste leerjaar A respectievelijk het eerste leerjaar B nadat hij het leerjaar in kwestie niet met vrucht heeft beëindigd;
3° opteren voor dezelfde of een andere onderverdeling nadat hij het leerjaar in kwestie niet met vrucht heeft beëindigd;
4° opteren voor een andere onderverdeling nadat hij het leerjaar in kwestie met vrucht en zonder beperkingen heeft beëindigd [3 ...]3;
5° opteren voor dezelfde of een andere onderverdeling nadat hij het leerjaar in kwestie met vrucht maar met beperkingen heeft beëindigd, enerzijds na een gunstig advies van de delibererende klassenraad [3 en anderzijds in zoverre het geen uitgebreide beperkingen betreft zoals vermeld in 6°]3. ]1

[3 opteren voor dezelfde of een andere onderverdeling nadat hij het leerjaar in kwestie met vrucht maar met uitgebreide beperkingen heeft beëindigd. Met uitgebreide beperkingen wordt op het einde tweede leerjaar van de tweede graad bedoeld: de uitsluiting van minstens alle structuuronderdelen van drie onderwijsvormen]3.
[2 Worden voor de toepassing van dit artikel niet als overzitten beschouwd: de overgangen op basis van artikel 8, 3° en 4°, artikel 10, § 1, 2° (tot en met het schooljaar 2020-2021) en 4° (vanaf het schooljaar 2021-2022), artikel 12, § 1, 2°, artikel 15, § 1, 3°, en artikel 16, § 1, 2°, van dit besluit. ]2
Art. 60. [1 Sans préjudice des conditions d'admission, un élève régulier peut redoubler une année d'études de l'enseignement secondaire flamand à temps plein dans les cas suivants :
1° opter pour la première année A après avoir terminé avec fruit la première année B ;
2° opter pour la première année A ou la première année B après avoir terminé sans fruit l'année d'études concernée ;
3° opter pour la même subdivision ou une subdivision différente après avoir terminé sans fruit l'année d'études concernée ;
4° opter pour une subdivision différente après avoir terminé l'année d'études concernée avec fruit et sans restrictions [3 ...]3 ;
5° opter pour la même subdivision ou une subdivision différente après avoir terminé l'année d'études concernée avec fruit, mais avec des restrictions, d'une part sur avis favorable du conseil de classe délibérant [3 et d'autre part, dans la mesure où cela ne concerne pas les restrictions étendues visées au 6°]3. ]1

[3 opter pour la même subdivision ou une subdivision différente après avoir terminé l'année d'études concernée avec fruit mais avec des restrictions étendues. On entend par restrictions étendues à la fin de la deuxième année d'études du deuxième degré : l'exclusion d'au moins toutes les subdivisions structurelles de trois formes d'enseignement]3.
[2 Pour l'application du présent article, ne sont pas considérés comme redoublement : les passages sur la base de l'article 8, 3° et 4°, de l'article 10, § 1er, 2° (jusqu'à l'année scolaire 2020-2021) et 4° (à partir de l'année scolaire 2021-2022), de l'article 12, § 1er, 2°, de l'article 15, § 1er, 3°, et de l'article 16, § 1er, 2°, du présent arrêté.]2
Art. 60bis. [1 De sporttakken die in aanmerking komen voor het aanbieden van meer individuele leertrajecten aan leerlingen met topsportstatuut als vermeld in artikel 136/5 van de Codex Secundair Onderwijs van 17 december 2010, zijn :
1° tennis;
2° voetbal;]1

[2 3° triatlon.]2
Art. 60bis. [1 Les disciplines sportives entrant en ligne de compte pour l'offre de plus de parcours d'apprentissage individuels aux élèves en possession d'un statut de sportif de haut niveau, telles que visées à l'article 136/5 du Code de l'Enseignement secondaire du 17 décembre 2010, sont :
1° le tennis;
2° le football;]1

[2 3° triathlon.]2
HOOFDSTUK VI. - De rechtspositie van de leerling. [1 opgeheven]1
CHAPITRE VI. - La position juridique de l'élève. [1 abrogé]1
Afdeling 1. - Schoolreglement.
Section 1. - Le règlement scolaire..
Art. 61. (Opgeheven)
Art. 61. (Abrogé)
Art. 62. (Opgeheven)
Art. 62. (Abrogé)
Afdeling 2. - Orde- en tuchtmaatregelen.
Section 2. - Mesures d'ordre, mesures disciplinaires..
Art. 63. (Opgeheven)
Art. 63. (Abrogé)
Art. 64. (Opgeheven)
Art. 64. (Abrogé)
Art. 65. (Opgeheven)
Art. 65. (Abrogé)
Art. 66. (Opgeheven)
Art. 66. (Abrogé)
Art. 67. (Opgeheven)
Art. 67. (Abrogé)
Afdeling 3. - Beslissing en van de delibererende klassenraad over regelmatige leerlingen.
Section 3. - Les décisions relatives aux élèves réguliers, prises par le conseil de classe délibérant..
Art. 68.
Art. 68.
Art. 69.
Art. 69.
Art. 70.
Art. 70.
Afdeling 4. - De beroepscommissie.
Section 4. - La commission d'appel.
Art. 71.
Art. 71.
Art. 72.
Art. 72.
Art. 73.
Art. 73.
Art. 74.
Art. 74.
HOOFDSTUK VII.
CHAPITRE VII.
Art. 75.
Art. 75.
Art. 76.
Art. 76.
Art. 77.
Art. 77.
Art. 78.
Art. 78.
Art. 79.
Art. 79.
Art. 80.
Art. 80.
HOOFDSTUK VIII. - Slotbepalingen.
CHAPITRE VIII. - Dispositions finales.
Art. 81. Worden met ingang van 1 september 2002 opgeheven :
1° het besluit van de Vlaamse regering van 13 maart 1991 betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 4 december 1991, 20 juli 1994, 10 mei 1995, 30 mei 1996 en 31 augustus 2001, met uitzondering van :
a) artikel 48 en de bijlagen 1, 2, 3 en 21, die worden opgeheven met ingang van 1 september 1998;
b) de artikelen 9, § 1, 36, § 1,40 en 56 en de bijlage 7, die worden opgeheven met ingang van 1 september 1999;
2° het ministerieel besluit van 10 maart 1995 tot vastlegging van de overeenstemmende onderverdelingen in het voltijds secundair onderwijs, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 13 mei 1996, 30 juni 1997, 13 juli 1998, 14 juni 1999, 3 mei 2000 en 6 juni 2001, met uitzondering van de bepalingen betreffende de toegang tot het derde leerjaar van de derde graad, ingericht onder de vorm van een specialisatiejaar, die worden opgeheven met ingang van 1 september 2004.
Art. 81. Sont abroges à partir du 1er septembre 2002 :
1° l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 mars 1991 relatif à l'organisation de l'enseignement secondaire à temps plein, modifié par les arrêtés du Gouvernement flamand des 4 décembre 1991, 20 juillet 1994, 10 mai 1995, 30 mai 1996 et 31 août 2001, à l'exception :
a) de l'article 48 et des annexes 1, 2, 3 et 21, qui sont abrogés à partir du 1er septembre 1998;
b) des articles 9, § 1er, 36, § 1er, 40 et 56 et de l'annexe 7, qui sont abrogés à partir du 1er septembre 1999;
2° l'arrêté ministériel du 10 mars 1995 établissant les subdivisions correspondantes dans l'enseignement secondaire à temps plein, modifié par les arrêtés ministériels des 13 mai 1996, 30 juin 1997, 13 juillet 1998, 14 juin 1999, 3 mai 2000 et 6 juin 2001, a l'exception des dispositions relatives à l'accès à la troisième année d'études du troisième degré, organisée sous la forme d'une année de spécialisation, qui sont abrogés a partir du 1er septembre 2004.
Art. 82. Dit besluit treedt in werking op 1 september 2002, met uitzondering van :
1° artikel 55 en de bijlagen 1, 2, 3 en 20, die uitwerking hebben met ingang van 1 september 1998;
2° de artikelen 9, § 1, 39 en 44 en de bijlage 7, die uitwerking hebben met ingang van 1 september 1999;
3° de artikelen 25, § 3, 26, § 3, en 59, die uitwerking hebben met ingang van 1 september 2000.
[1 Dit besluit houdt op uitwerking te hebben ingevolge de modernisering van het secundair onderwijs op de volgende data:
1° 14 juni 2022: in het eerste en tweede leerjaar van de eerste graad en het eerste leerjaar van de tweede graad;
2° 31 augustus 2022: in het tweede leerjaar van de tweede graad;
3° 31 augustus 2023: in het eerste leerjaar van de derde graad;
4° 31 augustus 2024: in het tweede leerjaar van de derde graad;
5° 31 augustus 2025: in het derde leerjaar van de derde graad.]1

Art. 82. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er septembre 2002, à l'exception :
1° de l'article 55 et des annexes 1, 2, 3 et 20, qui produisent leurs effets le 1er septembre 1998;
2° des articles 9, § 1er, 39 et 44 et de l'annexe 7, qui produisent leurs effets le 1er septembre 1999;
3° des articles 25, § 3, 26, § 3, et 59, qui produisent leurs effets le 1er septembre 2000.
[1 Cet arrêté cesse de produire ses effets par suite de la modernisation de l'enseignement secondaire aux dates suivantes :
1° 14 juin 2022 : dans les première et deuxième années d'études du premier degré et la première année d'études du deuxième degré ;
2° 31 août 2022 : dans la deuxième année d'études du deuxième degré ;
3° 31 août 2023 : dans la première année d'études du troisième degré ;
4° 31 août 2024 : dans la deuxième année d'études du troisième degré ;
5° 31 août 2025 : dans la troisième année d'études du troisième degré.]1

Art. 83. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 83. Le Ministre flamand ayant l'enseignement dans ses attributions est chargé de l'execution du présent arrêté.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage 1. - Oriënteringsattest A.
(Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 04-12-2002, p. 54500-54501).
Art. N1. Annexe 1. - Attestation d'orientation A.
(Formulaire non repris pour motifs techniques. Voir M.B. 04-12-2002, p. 54537-54538).
Gewijzigd bij :




Modifié par :




Art. N1 bis.
[1 (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 28-09-2018, p. 74226) ]1
Art. N1 bis.
[1 (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 28-09-2018, p. 74318) ]1
Art. N1 TER.
[1 (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 28-09-2018, p. 74226) ]1
Art. N1 ter.
[1 (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 28-09-2018, p. 74318) ]1
Art. N2. Bijlage 2. - Oriënteringsattest B.
(Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 04-12-2002, p. 54502-54503).
Art. N2. Annexe 2. - Attestation d'orientation B.
(Formulaire non repris pour motifs techniques. Voir M.B. 04-12-2002, p. 54539-54540).
Gewijzigd bij :



Modifié par :



Art. N2 bis.
[1 (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 28-09-2018, p. 74226)]1
Art. N2 bis.
[1 (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 28-09-2018, p. 74318) ]1
Art. N3. Bijlage 3. - Oriënteringsattest C.
(Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 04-12-2002, p. 54504-54505).
Art. N3. Annexe 3. - Attestation d'orientation C.
(Formulaire non repris pour motifs techniques. Voir M.B. 04-12-2002, p. 54541-54542).
Gewijzigd bij :





Modifié par :





Art. N3 bis.
[1 (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 28-09-2018, p. 74226) ]1
Art. N3 bis.
[1 (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 28-09-2018, p. 74318) ]1
Art. N3 ter.
[1 (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 28-09-2018, p. 74226) ]1
Art. N3 ter.
[1 (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 28-09-2018, p. 74318) ]1
Art. N4. Bijlage 4. - Getuigschrift van basisonderwijs.
(Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 04-12-2002, p. 54506).
Art. N4. Annexe 4. - Certificat d'enseignement fondamental.
(Formulaire non repris pour motifs techniques. Voir M.B. 04-12-2002, p. 54543).
Gewijzigd bij :
Modifié par :
Art. N5. Bijlage 5. - Getuigschrift gelijkwaardig met het getuigschrift van basisonderwijs
(Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 04-12-2002, p. 54507).
Art. N5. Annexe 5. - Certificat équivalent au certificat d'enseignement fondamental.
(Formulaire non repris pour motifs techniques. Voir M.B. 04-12-2002, p. 54544).
Gewijzigd bij :

Modifié par :

Art. N6. Bijlage 6. - Getuigschrift van de eerste graad van het secundair onderwijs.
(Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 04-12-2002, p. 54508).
Art. N6. Annexe 6. - Certificat du premier degré de l'enseignement secondaire.
(Formulaire non repris pour motifs techniques. Voir M.B. 04-12-2002, p. 54545).
Gewijzigd bij :

Modifié par :

Art. N7. Bijlage 7. - Getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs.
(Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 04-12-2002, p. 54509).
Art. N7. Annexe 7. - Certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire.
(Formulaire non repris pour motifs techniques. Voir M.B. 04-12-2002, p. 54546)
Gewijzigd door:

Modifié par :

Art. N8.
Art. N8.
Art. N9. Bijlage 9. - Diploma van secundair onderwijs (algemeen, technisch en kunstsecundair onderwijs).
(Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 04-12-2002, p. 54511).
Art. N9. Annexe 9. - Diplôme d'enseignement secondaire (enseignement secondaire général, technique et artistique).
(Formulaire non repris pour motifs techniques. Voir M.B. 04-12-2002, p. 54548).
Gewijzigd bij :
Modifié par :
Art. N10. Bijlage 10. - Studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair.
(Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 04-12-2002, p. 54512).
Art. N10. Annexe 10. - Certificat d'études de deuxième année du troisième degré de l'enseignement secondaire.
(Formulaire non repris pour motifs techniques. Voir M.B. 04-12-2002, p. 54549).
Gewijzigd door:


Modifié par :


Art. N10 bis.[1 Bijlage 10bis. - Certificaat van Se-n-Se
1. Model : formaat A4 (210 x 297 mm)
Art. N10 bis. [1 Annexe 2. - Annexe 10bis. - Certificat de 'Se-n-Se'
1. Formule : format A4 (210 x 297 mm)
Vlaamse Gemeenschap - Koninkrijk België
Departement Onderwijs en Vorming
CERTIFICAAT VAN EEN OPLEIDING 7DE LEERJAAR
EEN 7DE LEERJAAR
Naam en adres van de [2 schoolbestuur]2 :
. . . . . (1)
Naam en adres van de [2 school]2 :
. . . . .
Onderwijsvorm : . . . . .
Opleiding : . . . . .
Duur : . . . . . (2)
Ondergetekende,
. . . . . ., (3)
directeur van de bovengenoemde [2 school]2, bevestigt dat
. . . . . , (4)
geboren in . . . . . , op . . . . . (5),
1° als regelmatige leerling volledig en met vrucht de bovengenoemde opleiding van de derde graad van het secundair onderwijs heeft doorlopen;
2° de opleiding in kwestie heeft beëindigd in de bovengenoemde [2 school]2.
Hij/zij bevestigt dat al de wettelijke, decretale en reglementaire voorschriften werden nageleefd.
Gegeven in . . . . . , op . . . . . (6)
De houder, De directeur,
Stempel van de [2 school]2
Vlaamse Gemeenschap - Koninkrijk België
Departement Onderwijs en Vorming
CERTIFICAAT VAN EEN OPLEIDING 7DE LEERJAAR
EEN 7DE LEERJAAR
Naam en adres van de [2 schoolbestuur]2 :
. . . . . (1)
Naam en adres van de [2 school]2 :
. . . . .
Onderwijsvorm : . . . . .
Opleiding : . . . . .
Duur : . . . . . (2)
Ondergetekende,
. . . . . ., (3)
directeur van de bovengenoemde [2 school]2, bevestigt dat
. . . . . , (4)
geboren in . . . . . , op . . . . . (5),
1° als regelmatige leerling volledig en met vrucht de bovengenoemde opleiding van de derde graad van het secundair onderwijs heeft doorlopen;
2° de opleiding in kwestie heeft beëindigd in de bovengenoemde [2 school]2.
Hij/zij bevestigt dat al de wettelijke, decretale en reglementaire voorschriften werden nageleefd.
Gegeven in . . . . . , op . . . . . (6)
De houder, De directeur,
Vlaamse Gemeenschap - Koninkrijk België
Departement Onderwijs en Vorming
CERTIFICAAT VAN EEN OPLEIDING 7DE LEERJAAR
EEN 7DE LEERJAAR
Naam en adres van de inrichtende macht :
. . . . . (1)
Naam en adres van de instelling :
. . . . . .
Onderwijsvorm : . . . . .
Opleiding : . . . . . .
Duur : . . . . . (2)
Ondergetekende,
. . . . . ., (3)
directeur van de bovengenoemde instelling, bevestigt dat
. . . . . , (4)
geboren in . . . . . , op . . . . . (5),
1° als regelmatige leerling volledig en met vrucht de bovengenoemde opleiding van de derde graad van het secundair onderwijs heeft doorlopen;
2° de opleiding in kwestie heeft beëindigd in de bovengenoemde instelling.
Hij/zij bevestigt dat al de wettelijke, decretale en reglementaire voorschriften werden nageleefd.
Gegeven in . . . . . , op . . . . . (6)
De houder, De directeur,
Stempel van de instelling
Vlaamse Gemeenschap - Koninkrijk België
Departement Onderwijs en Vorming
CERTIFICAAT VAN EEN OPLEIDING 7DE LEERJAAR
EEN 7DE LEERJAAR
Naam en adres van de inrichtende macht :
. . . . . (1)
Naam en adres van de instelling :
. . . . . .
Onderwijsvorm : . . . . .
Opleiding : . . . . . .
Duur : . . . . . (2)
Ondergetekende,
. . . . . ., (3)
directeur van de bovengenoemde instelling, bevestigt dat
. . . . . , (4)
geboren in . . . . . , op . . . . . (5),
1° als regelmatige leerling volledig en met vrucht de bovengenoemde opleiding van de derde graad van het secundair onderwijs heeft doorlopen;
2° de opleiding in kwestie heeft beëindigd in de bovengenoemde instelling.
Hij/zij bevestigt dat al de wettelijke, decretale en reglementaire voorschriften werden nageleefd.
Gegeven in . . . . . , op . . . . . (6)
De houder, De directeur,
Stempel van de instelling
Stempel van de [2 school]2
2. Instructions pour remplir les formules :
(1) Voor VZW's wordt het adres van de zetel van de [2 schoolbestuur]2 vermeld
(2) een semester, twee semesters of drie semesters
(3) Eerste voornaam en achternaam van de directeur
(4) Eerste voornaam en achternaam van de leerling, zoals vermeld op de identiteitskaart of geboorteakte. Als de identiteit van de titularis daardoor beter tot haar recht komt, mag uitzonderlijk een tweede voornaam worden vermeld
(5) De maand van de geboortedatum moet voluit in letters worden geschreven. Als van een leerling geen officiële geboortedatum en -maand bekend zijn, wordt (conform de regeling, toegepast door de dienst Vreemdelingenzaken) " 1 januari " vermeld
(6) 31 januari of 30 juni.]1
2. Onderrichtingen voor het invullen :
(1) Voor VZW's wordt het adres van de zetel van de [2 schoolbestuur]2 vermeld
(2) een semester, twee semesters of drie semesters
(3) Eerste voornaam en achternaam van de directeur
(4) Eerste voornaam en achternaam van de leerling, zoals vermeld op de identiteitskaart of geboorteakte. Als de identiteit van de titularis daardoor beter tot haar recht komt, mag uitzonderlijk een tweede voornaam worden vermeld
(5) De maand van de geboortedatum moet voluit in letters worden geschreven. Als van een leerling geen officiële geboortedatum en -maand bekend zijn, wordt (conform de regeling, toegepast door de dienst Vreemdelingenzaken) " 1 januari " vermeld
(6) 31 januari of 30 juni]1
-
Art. N11. Bijlage 11. - Studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, ingericht onder de vorm van een specialisatiejaar
(Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 04-12-2002, p. 54513).
Art. N11. Annexe 11. - Certificat d'études de troisième année du troisième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous forme d'année de spécialisation.
(Formulaire non repris pour motifs techniques. Voir M.B. 04-12-2002, p. 54550).
Gewijzigd door:


Modifié par :


Art. N12. Bijlage 12. - Diploma van secundair onderwijs (beroepssecundair onderwijs - derde graad).
(Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 04-12-2002, p. 54514).
Art. N12. Annexe 12. - Diplôme d'enseignement secondaire (enseignement secondaire professionnel - troisième degré).
(Formulaire non repris pour motifs techniques. Voir M.B. 04-12-2002, p. 54551).
Gewijzigd door:

Modifié par :

Art. N13. Bijlage 13. - Attest van regelmatige lesbijwoning
(Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 04-12-2002, p. 54515).
Art. N13. Annexe 13. - Attestation de fréquentation régulière des cours.
(Formulaire non repris pour motifs techniques. Voir M.B. 04-12-2002, p. 54552).
Gewijzigd bij :

Vervangen door :
Modifié par :

Remplacé par :
Art. N14.
Art. N14.
Art. N15.
Art. N15.
Art. N16.
Art. N16.
Art. N17. (oud art. N20)(oud art. N19)(bijlage [1 17]1.) - Getuigschrift over de basiskennis van het bedrijfsbeheer
(Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 04-12-2002, p. 54522).
Art. N17. (ancien art. N20) (ancien art. N19) (Annexe [1 17]1.) - Certificat sur la connaissance de base de la gestion d'entreprises
(Formulaire non repris pour motifs techniques. Voir M.B. 04-12-2002, p. 54559).
Art. N18. [1 Bijlage 18. - Model van attest van verworven bekwaamheden als vermeld in artikel 55bis
1. Model : formaat A4 = 210 x 297 mm
Art. N18. [1 Bijlage 18. - Model van attest van verworven bekwaamheden als vermeld in artikel 55bis
1. Model : formaat A4 = 210 x 297 mm
Vlaamse Gemeenschap - Koninkrijk België
Departement Onderwijs en Vorming
ATTEST VAN VERWORVEN BEKWAAMHEDEN :
........................................................... (1)
Naam en adres van het schoolbestuur : . . . . .
Naam en adres van de school : . . . . .
Ondergetekende, . . . . .,
directeur van de bovenvermelde school, bevestigt dat
. . . . . (2)
geboren in . . . . ., op . . . . . (3),
de volgende bekwaamheden heeft verworven :
. . . . .
. . . . . (4)
Hij/zij bevestigt dat al de wettelijke, decretale en reglementaire voorschriften zijn nageleefd.
Uitgereikt in . . . . ., op . . . . .
De houder, De directeur,
Stempel van de school
Vlaamse Gemeenschap - Koninkrijk BelgiëDepartement Onderwijs en VormingATTEST VAN VERWORVEN BEKWAAMHEDEN :........................................................... (1)Naam en adres van het schoolbestuur : . . . . .Naam en adres van de school : . . . . .Ondergetekende, . . . . .,directeur van de bovenvermelde school, bevestigt dat . . . . . (2)geboren in . . . . ., op . . . . . (3),de volgende bekwaamheden heeft verworven : . . . . . . . . . . (4)Hij/zij bevestigt dat al de wettelijke, decretale en reglementaire voorschriften zijn nageleefd.Uitgereikt in . . . . ., op . . . . .De houder, De directeur,Stempel van de school
2. Richtlijnen voor het invullen :
(1) structuuronderdeel vermelden, bijvoorbeeld eerste leerjaar van de derde graad, studierichting kantoor bso
(2) eerste voornaam en achternaam van de leerling volgens identiteitskaart of geboorteakte
(3) de maand van de geboortedatum voluit in letters
(4) oplijsting van de door de leerling verworven bekwaamheden]1
Vlaamse Gemeenschap - Koninkrijk België
Departement Onderwijs en Vorming
ATTEST VAN VERWORVEN BEKWAAMHEDEN :
........................................................... (1)
Naam en adres van het schoolbestuur : . . . . .
Naam en adres van de school : . . . . .
Ondergetekende, . . . . .,
directeur van de bovenvermelde school, bevestigt dat
. . . . . (2)
geboren in . . . . ., op . . . . . (3),
de volgende bekwaamheden heeft verworven :
. . . . .
. . . . . (4)
Hij/zij bevestigt dat al de wettelijke, decretale en reglementaire voorschriften zijn nageleefd.
Uitgereikt in . . . . ., op . . . . .
De houder, De directeur,
Stempel van de school
Vlaamse Gemeenschap - Koninkrijk BelgiëDepartement Onderwijs en VormingATTEST VAN VERWORVEN BEKWAAMHEDEN :........................................................... (1)Naam en adres van het schoolbestuur : . . . . .Naam en adres van de school : . . . . .Ondergetekende, . . . . .,directeur van de bovenvermelde school, bevestigt dat . . . . . (2)geboren in . . . . ., op . . . . . (3),de volgende bekwaamheden heeft verworven : . . . . . . . . . . (4)Hij/zij bevestigt dat al de wettelijke, decretale en reglementaire voorschriften zijn nageleefd.Uitgereikt in . . . . ., op . . . . .De houder, De directeur,Stempel van de school
2. Richtlijnen voor het invullen :
(1) structuuronderdeel vermelden, bijvoorbeeld eerste leerjaar van de derde graad, studierichting kantoor bso
(2) eerste voornaam en achternaam van de leerling volgens identiteitskaart of geboorteakte
(3) de maand van de geboortedatum voluit in letters
(4) oplijsting van de door de leerling verworven bekwaamheden]1
Art. N19. [1 (Beeld niet opgenomen om technische redenen, zie B.St. van 04-08-2023, p. 65530-65534)]1
Art. N19. [1 (Image non reprise pour des raisons techniques, voir M.B. du 04-08-2023, p. 65532-65536)]1