Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
27 SEPTEMBER 2002. - Besluit van de Vlaamse regering betreffende de Commissie Zorgvuldig bestuur(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 31-10-2002 en tekstbijwerking tot 16-05-2019)
Titre
27 SEPTEMBRE 2002. - Arrêté du Gouvernement flamand relatif à la Commission de bonne administration (TRADUCTION)(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 31-10-2002 et mise à jour au 16-05-2019)
Documentinformatie
Numac: 2002036363
Datum: 2002-09-27
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2002036363
Date: 2002-09-27
Moniteur: Voir
Tekst (30)
Texte (30)
HOOFDSTUK I. - Definities.
CHAPITRE 1. - Définitions.
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° bestuur :
  a) het orgaan bedoeld in :
  - artikel 3, 50° van het decreet basisonderwijs van 25 februari 1997,
  - [1 artikel 3, 40°, van de codificatie betreffende het secundair onderwijs,]1
  - artikel 2, 3° van het decreet van 1 december 1998 betreffende de centra voor leerlingenbegeleiding,
  - artikel 3, 7° van het decreet van 2 maart 1999 tot regeling van een aantal aangelegenheden van het volwassenen-onderwijs;
  b) de inrichtende macht van een instelling voor deeltijds kunstonderwijs;
  2° betrokkenen : de betrokkenen bedoeld in artikel V.29 van het decreet;
  3° Commissie : de Commissie zorgvuldig bestuur, bedoeld in Afdeling 2 van Hoofdstuk V van het decreet;
  4° decreet : het decreet van 13 juli 2001 betreffende het onderwijs XIII-Mozaïek;
  5° leden : de voorzitter van de Commissie, en de in artikel V.22, tweede lid van het decreet bedoelde personen;
  6° minister : de Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs.
  
Article 1. Au sens du présent arrêté on entend par :
  1° administration :
  a) l'organe visé :
  - à l'article 3, 50° du décret relatif à l'enseignement fondamental du 25 février 1997,
  - [1 à l'article 3, 40°, de la codification relative à l'enseignement secondaire,]1
  - à l'article 2, 3° du décret du 1er décembre 1998 relatif aux centres d'encadrement des élèves,
  - à l'article 3, 7° du décret du 2 mars 1999 réglant certaines matières relatives à l'éducation des adultes;
  b) le pouvoir organisateur d'un établissement d'enseignement artistique à temps partiel;
  2° intéressés : les intéressés visés à l'article V.29 du décret;
  3° Commission : la Commission de bonne administration, visée à la Section 2 du Chapitre V du décret;
  4° décret : le décret du 13 juillet 2001 relatif à l'enseignement-XIII - Mosaïque;
  5° membres : le président de la Commission et les personnes visées à l'article V.22, alinéa 2 du décret;
  6° Ministre : le Ministre flamand chargé de l'enseignement.
  
HOOFDSTUK II. - Aanstelling, duur van het mandaat en vergoeding van de leden van de Commissie.
CHAPITRE II. - Nomination, durée du mandat et rémunération des membres de la Commission.
Art. 2. De minister stelt de leden en hun plaatsvervangers aan.
  [1 De secretaris-generaal van het departement Onderwijs van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap" vervangen door de woorden "De administrateur-generaal van het Agentschap voor Onderwijsdiensten]1 wijst een ambtenaar aan, die fungeert als secretaris van de Commissie.
  
Art. 2. Le Ministre nomme les membres et leurs suppléants.
  [1 L'administrateur général de l'Agentschap voor Onderwijsdiensten (Agence de services d'enseignement)]1 désigne un fonctionnaire qui assume les fonctions de secrétaire.
  
Art. 3. De leden hebben een mandaat van zes jaar. Het mandaat is eenmaal hernieuwbaar.
  In elk geval behoudt de Commissie haar bevoegdheden tot de nieuwe Commissie is samengesteld.
  Onverminderd de bepalingen van het eerste lid eindigt het mandaat :
  1° in geval van ontslagneming, vanaf het ogenblik van aanvaarding van het ontslag door de minister;
  2° ambtshalve wanneer niet meer voldaan is aan de in artikel V.22 en V.23 van het decreet bedoelde aanstellingsvoorwaarden;
  3° in geval van overlijden.
  Bij het vroegtijdig beëindigen van het mandaat van effectief lid, voltooit de plaatsvervanger als effectief lid de lopende mandaatperiode van zijn voorganger. De minister duidt een nieuwe plaatsvervanger aan.
Art. 3. Les membres de la Commission ont un mandat de six ans. Le mandat est renouvelable une fois.
  La Commission conserve en tout cas ses compétences jusqu'à la constitution de la nouvelle Commission.
  Sans préjudice des dispositions de l'alinéa premier, le mandat prend fin :
  1° en cas de démission, à partir du moment où le Ministre accepte la démission;
  2° d'office, lorsque les conditions de nomination énoncées aux articles V.22 et V.23 du décret ne sont plus remplies;
  3° en cas de décès.
  En cas de fin précoce du mandat d'un membre effectif, le suppléant achève le mandat de son prédécesseur en tant que membre effectif. Le Ministre désigne un nouveau suppléant.
Art. 4. De voorzitter ontvangt een jaarlijkse forfaitaire vergoeding van [1 4.000 euro]1.
  [2 De vergoeding volgt de evolutie van het gezondheidsindexcijfer overeenkomstig de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het rijk worden gekoppeld, zoals gewijzigd door het koninklijk besluit nr. 178 van 30 december 1982 en onverminderd artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen.]2
  [2 De andere leden dan de voorzitter die deelnemen aan een zitting, ontvangen een forfaitaire vergoeding per zitting van 125 euro tegen 100 %, met een maximum van tien zittingen per jaar. Een lid kan afzien van deze vergoeding.]2
  [2 De vergoeding volgt de evolutie van het gezondheidsindexcijfer overeenkomstig de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer van de consumptieprijzen van het rijk worden gekoppeld, zoals gewijzigd door het koninklijk besluit nr. 178 van 30 december 1982 en onverminderd artikel 2 van het koninklijk besluit van 24 december 1993 ter uitvoering van de wet van 6 januari 1989 tot vrijwaring van 's lands concurrentievermogen. De vergoeding wordt gekoppeld aan de spilindex 138, 01.]2
  [2 De voorzitter en de leden ontvangen een terugbetaling van de reis- en verblijfskosten overeenkomstig de geldende reglementering die van toepassing is op de personeelsleden van de Vlaamse overheid.]2
  [2 De secretaris ontvangt een jaarlijkse forfaitaire vergoeding van 500 euro als de zittingen geheel of gedeeltelijk plaatsvinden buiten de normale diensttijd.]2
  
Art. 4. Le président reçoit une indemnité forfaitaire annuelle de [1 4.000 euros]1.
  [2 L'indemnité suit l'évolution de l'indice de santé, conformément à la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public, telle que modifiée par l'arrêté royal n° 178 du 30 décembre 1982 et sans préjudice de l'article 2 de l'arrêté royal du 24 décembre 1993 portant exécution de la loi du 6 janvier 1989 de sauvegarde de la compétitivité du pays.]2
  [2 Les membres autres que le président participant à une session, reçoivent une indemnité forfaitaire de 125 euros s'élevant à 100 % par session, le maximum de sessions étant de dix par an. Un membre peut renoncer à cette indemnité.]2
  [2 L'indemnité suit l'évolution de l'indice de santé, conformément à la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation du Royaume de certaines dépenses dans le secteur public, telle que modifiée par l'arrêté royal n° 178 du 30 décembre 1982 et sans préjudice de l'article 2 de l'arrêté royal du 24 décembre 1993 portant exécution de la loi du 6 janvier 1989 de sauvegarde de la compétitivité du pays. L'indemnité est liée à l'indice pivot 138,01.]2
  [2 Le président et les membres reçoivent un remboursement des frais de voyage et de séjour conformément à la réglementation en vigueur applicable aux membres du personnel de l'Autorité flamande.]2
  [2 Le secrétaire reçoit une indemnité forfaitaire annuelle de 500 euros, si les séances ont lieu en tout ou en partie en dehors des heures de service normales.]2
  
HOOFDSTUK III. - Werking.
CHAPITRE III. - Fonctionnement.
Afdeling 1. - Algemeen.
Section 1. - Généralités.
Art. 5. De kamer van de Commissie, bevoegd voor het basisonderwijs, behandelt op de zitting alle vragen en klachten met betrekking tot inbreuken op de in artikel V.25, eerste lid van het decreet bedoelde beginselen, vastgesteld in een school voor basisonderwijs.
  De kamer van de Commissie, bevoegd voor het secundair onderwijs, de centra voor leerlingenbegeleiding, het deeltijds kunstonderwijs en het volwassenenonderwijs, behandelt op de zitting alle vragen en klachten met betrekking tot inbreuken op de in artikel V.25, eerste lid van het decreet bedoelde beginselen, vastgesteld in een school voor secundair onderwijs, een centrum voor leerlingenbegeleiding, een instelling voor deeltijds kunstonderwijs of een centrum voor volwassenenonderwijs.
  Gemeenschappelijke vragen en klachten worden door de beide kamers samen behandeld op de wijze voorgeschreven door het reglement van orde.
Art. 5. La chambre de la Commission pour l'enseignement fondamental traite en séance toutes les questions et plaintes relatives aux infractions aux principes énoncés à l'article V.25, alinéa premier du décret, constatées dans un établissement d'enseignement fondamental.
  La chambre de la Commission pour l'enseignement secondaire, les centres d'encadrement des élèves, l'enseignement artistique à temps partiel et l'éducation des adultes traite en séance toutes les demandes et plaintes relatives aux infractions aux principes énoncés à l'article V.25, alinéa premier du décret, constatées dans un établissement d'enseignement secondaire, un centre d'encadrement des élèves, un établissement d'enseignement artistique à temps partiel ou un centre d'éducation des adultes.
  Les demandes et plaintes communes sont traitées conjointement par les deux chambres selon les modalités fixées par le règlement d'ordre intérieur.
Art. 6. De voorzitter oordeelt over de ontvankelijkheid van de vragen en klachten. Hij toetst deze daarbij aan de bepalingen van artikel V.25, V.26 en V.28 van het decreet. De indiener van een klacht wordt onverwijld schriftelijk in kennis gesteld van de eventuele onontvankelijkheid.
Art. 6. Le président juge de la recevabilité des demandes et plaintes, à la lumière des dispositions des articles V.25, V.26 et V.28 du décret. Le plaignant est informé sans tarder par écrit de l'éventuelle irrecevabilité.
Art. 7. Een zitting is rechtsgeldig indien alle effectieve leden aanwezig zijn. Het lid dat tijdelijk verhinderd is, wordt vervangen door zijn plaatsvervanger, die als effectief lid deelneemt aan de zitting.
Art. 7. Une séance est valable si tous les membres effectifs sont présents. Le membre qui est empêché temporairement est remplacé par son suppléant, qui participe à la séance à titre de membre effectif.
Art. 8. De Commissie beslist bij gewone meerderheid van stemmen.
  De stemming is geheim.
Art. 8. La Commission statue à la majorité simple des voix.
  Le vote est secret.
Art. 9. De minister bekrachtigt het door de Commissie opgestelde reglement van orde.
Art. 9. Le Ministre sanctionne le règlement d'ordre intérieur rédigé par la Commission.
Afdeling 2. - Klachtenprocedure.
Section 2. - Procédure des plaintes.
Onderafdeling 1. - Algemene bepalingen.
Sous-section 1. - Généralités..
Art. 10. De in artikel V.29 van het decreet bedoelde schriftelijke kennisgeving omvat de datum van behandeling van de klacht en van de lijst van effectieve en plaatsvervangende leden.
Art. 10. La notification écrite visée à l'article V.29 du décret comprend la date de la mise en délibération ainsi que la liste des membres effectifs et suppléants.
Art. 11. § 1. De betrokkenen kunnen één of meer leden wraken vóór de aanvang van de zitting, tenzij de reden tot wraking later is ontstaan.
  De plaatsvervanger neemt de plaats in van het gewraakte lid.
  Indien zowel de voorzitter als de plaatsvervangende voorzitter worden gewraakt, duidt de minister een andere plaatsvervangende voorzitter aan om in de zaak te zetelen.
  § 2. De redenen van wraking zijn deze voorzien in artikel 828 van het Gerechtelijk Wetboek.
  § 3. Het lid dat weet dat er een reden tot wraking tegen hem bestaat, moet zich van de zaak onthouden.
Art. 11. § 1er. Les intéressés peuvent récuser un ou plusieurs membres avant la séance, à moins que la cause de la récusation ne soit survenue plus tard.
  Le suppléant remplace le membre récusé.
  Lorsque tant le président que le président suppléant sont récusés, le Ministre désigne un autre président suppléant pour siéger dans l'affaire.
  § 2. Les causes de récusation sont celles prévues à l'article 828 du Code judiciaire.
  § 3. Tout membre qui sait cause de récusation en sa personne est tenu de s'abstenir.
Art. 12. De betrokkenen kunnen zich op de zitting laten bijstaan of vervangen door een raadsman.
Art. 12. Les intéressés peuvent se faire assister ou remplacer par un conseil en séance.
Art. 13. Behoudens in het geval van overmacht, is een beslissing geldig bij afwezigheid van de betrokkenen, voor zover aan de vormvereiste van artikel 10 werd voldaan.
Art. 13. Sauf en cas de force majeure, une décision est valable en absence des intéressés, pour autant que la condition de forme de l'article 10 soit remplie.
Art. 14. De in artikel V.32, eerste lid van het decreet bedoelde termijn van zestig kalenderdagen wordt geschorst gedurende de periode van 6 juli tot en met 15 augustus.
Art. 14. Le délai de soixante jours calendaires visé à l'article V.32, alinéa premier du décret est suspendu pendant la période du 6 juillet au 15 août inclus.
Onderafdeling 2. - Procedure.
Sous-section 2. - Procédure.
Art. 15. Binnen een termijn van vijftien kalenderdagen, die ingaat op de dag na die van de in artikel V.29 van het decreet bedoelde kennisgeving, kan het betrokken bestuur een verweerschrift indienen.
  De voorzitter kan op verzoek en rekening houdend met de complexiteit van een dossier :
  1° een verlenging van de in het eerste lid bedoelde termijn toestaan;
  2° de indiening van schriftelijke stukken ter zitting toestaan.
Art. 15. L'administration concernée peut introduire un contredit dans un délai de quinze jours calendaires, à compter du lendemain de la signification visée à l'article V.29 du décret.
  Le président peut, sur demande et en tenant compte de la complexité d'un dossier :
  1° consentir une prorogation du délai visé à l'alinéa premier;
  2° admettre la production de documents écrits en séance.
Art. 16. § 1. Wanneer de Commissie beslist dat een klacht ongegrond is of geen aanleiding kan geven tot een sanctie, wordt deze beslissing onverwijld betekend overeenkomstig artikel V.32, tweede lid van het decreet.
  § 2. Wanneer de Commissie oordeelt dat een klacht gegrond is en aanleiding geeft tot een sanctie, nodigt zij het betrokken bestuur voorafgaand aan de betekening van de beslissing uit om de bestreden rechtshandeling in te trekken of te herzien of in een passende genoegdoening te voorzien. De Commissie bepaalt daartoe de termijn waarover het bestuur beschikt.
  De Commissie oordeelt na verloop van de verleende termijn of :
  1° het geboden rechtsherstel redelijkerwijs als afdoende kan worden beschouwd;
  2° de voorgestelde sanctie alsnog redelijkerwijs verantwoord is.
  De beslissing over de gegrondheid van de klacht en de eventuele sanctie worden vervolgens betekend overeenkomstig artikel V.32, tweede lid van het decreet.
Art. 16. § 1er. Lorsque la Commission décide qu'une plainte est non fondée ou ne peut donner lieu à sanction, cette décision est notifiée sans tarder conformément à l'article V.32, alinéa 2 du décret.
  § 2. Lorsque la Commission estime qu'une plainte est fondée et donne lieu à sanction, elle invite la direction intéressée préalablement à la notification de la décision à retirer ou à revoir l'acte juridique attaqué ou à pourvoir à une satisfaction adéquate. La Commission fixe le délai dont dispose la direction.
  A l'expiration du délai imparti, la Commission juge si :
  1° le redressement en droit peut raisonnablement être considéré comme suffisant;
  2° la sanction proposée est toujours raisonnablement justifiée.
  La décision sur le bien-fondé de la plainte et l'éventuelle sanction sont ensuite notifiées conformément à l'article V.32, alinéa 2 du décret.
Afdeling 3. - Vragen.
Section 3. - Questions.
Art. 17. De Commissie beantwoordt vragen binnen een termijn van zestig kalenderdagen, die ingaat op de dag na die van de ontvangst van de vraag.
Art. 17. La Commission répond aux questions dans un délai de soixante jours calendaires, prenant cours le lendemain de la réception de la question.
Afdeling 4. - Openbaarheid.
Section 4. - Publicité.
Art. 18. De Commissie maakt jaarlijks de antwoorden en de beslissingen bekend in een verslagboek. De namen van de betrokkenen worden uit het verslagboek geweerd.
  Het verslagboek omvat tevens een synthese van de overwegingen die tot de antwoorden en beslissingen hebben geleid.
  Het verslagboek is ten minste beschikbaar op het internet.
Art. 18. La Commission publie chaque année les réponses et décisions dans un rapport. Les noms des intéressés sont écartés du rapport.
  Le rapport contient en outre une synthèse des considérations ayant donné lieu aux réponses et décisions.
  Le rapport est disponible au moins sur l'Internet.
HOOFDSTUK V. - Inwerkingtredings- en slotbepaling.
CHAPITRE V. - Disposition d'entrée en vigueur et disposition finale.
Art. 19. Dit besluit treedt in werking op 1 september 2002.
Art. 19. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er septembre 2002.
Art. 20. De minister is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 20. Le Ministre est chargé de l'exécution du présent arrêté.