Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
1 MAART 2002. - Besluit van de Vlaamse regering betreffende het experimenteel secundair onderwijs volgens een modulair stelsel. (NOTA : raadpleging van vroegere versies vanaf 19-06-2002 en tekstbijwerking tot 21-08-2007)
Titre
1 MARS 2002. - Arrêté du Gouvernement flamand relatif à l'enseignement secondaire expérimental suivant un régime modulaire (TRADUCTION). (NOTE : consultation des versions antérieures à partir du 19-06-2002 et mise à jour au 21-08-2007)
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK I. - Inleidende bepalingen.
HOOFDSTUK II. - Bepalingen met betrekking tot h...
Afdeling 1. - Algemene bepalingen.
Afdeling 2. - Specifieke bepalingen voor het vo...
Afdeling 3. - Specifieke bepalingen voor het de...
HOOFDSTUK III. - Bepalingen met betrekking tot ...
HOOFDSTUK IV. - Bepalingen met betrekking tot h...
HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen.
BIJLAGEN.
Inhoud
CHAPITRE I. - Dispositions introductives.
CHAPITRE II. - Dispositions portant sur l'ensei...
Section 1. - Dispositions générales.
Section 2. - Dispositions spécifiques pour l'en...
Section 3. - Dispositions spécifiques pour l'en...
CHAPITRE III. - Dispositions portant sur l'ense...
CHAPITRE IV. - Dispositions portant sur les per...
CHAPITRE V. - Dispositions finales.
ANNEXES.
Tekst (50)
Texte (50)
HOOFDSTUK I. - Inleidende bepalingen.
CHAPITRE I. - Dispositions introductives.
Artikel 1. Dit besluit regelt op experimentele basis de organisatie volgens een modulair stelsel van het voltijds beroepssecundair onderwijs, van het buitengewoon secundair beroepsonderwijs van de opleidingsvormen 3 en 4 en van het deeltijds beroepssecundair onderwijs, hierna respectievelijk voltijds modulair onderwijs, buitengewoon modulair onderwijs en deeltijds modulair onderwijs genoemd, zoals bedoeld in artikel 8 van het decreet van 14 juli 1998 houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs.
Article 1. Le présent article règle, sur une base expérimentale, l'organisation suivant un régime modulaire de l'enseignement secondaire professionnel à temps plein, l'enseignement secondaire professionnel spécial des formes d'enseignement 3 et 4 et de l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel, appelés ci-après respectivement 'enseignement modulaire à temps plein', 'enseignement spécial modulaire ' et 'enseignement modulaire à temps partiel', tels que visés à l'article 8 du décret du 14 juillet 1998 contenant diverses mesures relatives à l'enseignement secondaire et modifiant le décret du 25 février 1997 relatif à l'enseignement fondamental.
Art. 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° (het besluit van 19 juli 2002) : (het besluit van de Vlaamse regering van 19 juli 2002) betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs;
2° het besluit inrichting : het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990 houdende inrichting van het deeltijds beroepssecundair onderwijs;
3° het besluit uren-leraar : het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990 tot vastlegging van het pakket "uren-leraar" in het voltijds secundair onderwijs;
4° delibererende klassenraad in het voltijds modulair onderwijs : de raad bedoeld in artikel 5 van (het besluit van 19 juli 2002);
5° toelatingsklassenraad in het voltijds modulair onderwijs : de raad bedoeld in artikel 3 van (het besluit van 19 juli 2002);
6° klassenraad in het deeltijds modulair onderwijs : de raad bedoeld in artikel 7, § 2, van het besluit inrichting;
7° pedagogische begeleidingsdiensten : de begeleidingsdiensten bedoeld in het decreet van 17 juli 1991 betreffende de inspectie, Dienst voor Onderwijsontwikkeling en pedagogische begeleidingsdiensten.
1° (het besluit van 19 juli 2002) : (het besluit van de Vlaamse regering van 19 juli 2002) betreffende de organisatie van het voltijds secundair onderwijs;
2° het besluit inrichting : het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990 houdende inrichting van het deeltijds beroepssecundair onderwijs;
3° het besluit uren-leraar : het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990 tot vastlegging van het pakket "uren-leraar" in het voltijds secundair onderwijs;
4° delibererende klassenraad in het voltijds modulair onderwijs : de raad bedoeld in artikel 5 van (het besluit van 19 juli 2002);
5° toelatingsklassenraad in het voltijds modulair onderwijs : de raad bedoeld in artikel 3 van (het besluit van 19 juli 2002);
6° klassenraad in het deeltijds modulair onderwijs : de raad bedoeld in artikel 7, § 2, van het besluit inrichting;
7° pedagogische begeleidingsdiensten : de begeleidingsdiensten bedoeld in het decreet van 17 juli 1991 betreffende de inspectie, Dienst voor Onderwijsontwikkeling en pedagogische begeleidingsdiensten.
Art. 2. Pour l'application du présent arrêté, il faut entendre par :
1° (l'arrêté du 19 juillet 2002) : (l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2002) relatif à l'organisation de l'enseignement secondaire à temps plein;
2° l'arrêté organisation : l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 portant organisation de l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel;
3° l'arrêté périodes-professeur : l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 fixant le capital "périodes-professeur" dans l'enseignement secondaire à temps plein;
4° conseil de classe délibérant dans l'enseignement modulaire à temps plein : le conseil visé à l'article 5 de (l'arrêté du 19 juillet 2002);
5° conseil de classe d'admission dans l'enseignement modulaire à temps plein : le conseil visé à l'article 3 de (l'arrêté du 19 juillet 2002);
6° conseil de classe dans l'enseignement modulaire à temps partiel : le conseil visé à l'article 7, § 2, de l'arrêté organisation;
7° services d'encadrement pédagogique : les services d'encadrement visés par le décret du 17 juillet 1991 relatif à l'inspection, au Service d'études et aux services d'encadrement pédagogique.
1° (l'arrêté du 19 juillet 2002) : (l'arrêté du Gouvernement flamand du 19 juillet 2002) relatif à l'organisation de l'enseignement secondaire à temps plein;
2° l'arrêté organisation : l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 portant organisation de l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel;
3° l'arrêté périodes-professeur : l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 fixant le capital "périodes-professeur" dans l'enseignement secondaire à temps plein;
4° conseil de classe délibérant dans l'enseignement modulaire à temps plein : le conseil visé à l'article 5 de (l'arrêté du 19 juillet 2002);
5° conseil de classe d'admission dans l'enseignement modulaire à temps plein : le conseil visé à l'article 3 de (l'arrêté du 19 juillet 2002);
6° conseil de classe dans l'enseignement modulaire à temps partiel : le conseil visé à l'article 7, § 2, de l'arrêté organisation;
7° services d'encadrement pédagogique : les services d'encadrement visés par le décret du 17 juillet 1991 relatif à l'inspection, au Service d'études et aux services d'encadrement pédagogique.
HOOFDSTUK II. - Bepalingen met betrekking tot het voltijds modulair onderwijs en het deeltijds modulair onderwijs.
CHAPITRE II. - Dispositions portant sur l'enseignement modulaire a temps plein et l'enseignement modulaire a temps partiel.
Afdeling 1. - Algemene bepalingen.
Section 1. - Dispositions générales.
Art. 3. Het experiment heeft betrekking enerzijds op maximum 30 projecten waarin één of meer scholen met de tweede en derde graad van het voltijds beroepssecundair onderwijs en eventueel één of meer centra voor deeltijds beroepssecundair onderwijs zijn opgenomen en anderzijds op scholen met de vierde graad verpleegkunde van het voltijds beroepssecundair onderwijs.
Art. 3. L'expérience porte d'une part sur un maximum de 30 projets intégrant une ou plusieurs écoles des deuxième et troisième degrés de l'enseignement secondaire professionnel à temps plein et éventuellement un ou plusieurs centres d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel et, d'autre part, sur des écoles du quatrième degré 'nursing' de l'enseignement secondaire professionnel à temps plein.
Art. 4. § 1. Aan de minister, bevoegd voor het onderwijs, wordt opdracht gegeven om op voorstel van de inrichtende machten - en in voorkomend geval per project - de scholen en centra aan te duiden die deelnemen aan het experiment.
§ 2. Een voorstel tot deelname is slechts ontvankelijk indien alle volgende voorwaarden zijn vervuld :
1° de school respectievelijk het centrum moet zich schriftelijk engageren tot :
a) het duidelijk en objectief informeren van ouders en leerlingen over het experiment;
b) het organiseren van de modules waarbinnen een gedeelte van de algemene vakken, de kunstvakken, de technische vakken en de praktische vakken waaronder de stages geïntegreerd zijn;
c) het aanvaarden van de ondersteuning door het departement onderwijs van de Vlaamse gemeenschap, eventueel in samenspraak met de pedagogische begeleidingsdiensten;
d) het actief participeren aan de permanente en de eindevaluatie uitgevoerd onder toezicht van de Europese commissie en de Vlaamse gemeenschap;
2° het voorstel dient in overeenstemming te zijn met de afspraken die binnen de scholengemeenschap zijn gemaakt op het vlak van de ordening van het onderwijsaanbod en op het vlak van de leerlingenoriëntering en -begeleiding;
3° de deelname aan het experiment mag geen aanleiding geven tot programmatie van een nieuw studiegebied en hoeft geen aanleiding te geven tot programmatie van een bijkomende graad.
§ 2. Een voorstel tot deelname is slechts ontvankelijk indien alle volgende voorwaarden zijn vervuld :
1° de school respectievelijk het centrum moet zich schriftelijk engageren tot :
a) het duidelijk en objectief informeren van ouders en leerlingen over het experiment;
b) het organiseren van de modules waarbinnen een gedeelte van de algemene vakken, de kunstvakken, de technische vakken en de praktische vakken waaronder de stages geïntegreerd zijn;
c) het aanvaarden van de ondersteuning door het departement onderwijs van de Vlaamse gemeenschap, eventueel in samenspraak met de pedagogische begeleidingsdiensten;
d) het actief participeren aan de permanente en de eindevaluatie uitgevoerd onder toezicht van de Europese commissie en de Vlaamse gemeenschap;
2° het voorstel dient in overeenstemming te zijn met de afspraken die binnen de scholengemeenschap zijn gemaakt op het vlak van de ordening van het onderwijsaanbod en op het vlak van de leerlingenoriëntering en -begeleiding;
3° de deelname aan het experiment mag geen aanleiding geven tot programmatie van een nieuw studiegebied en hoeft geen aanleiding te geven tot programmatie van een bijkomende graad.
Art. 4. § 1er. Le ministre ayant l'enseignement dans ses attributions est chargé de désigner, sur la proposition des pouvoirs organisateurs - et le cas échéant par projet - les écoles et centres qui participeront à l'expérience.
§ 2. Une proposition de participation n'est reçue que si les conditions suivantes sont remplies :
1° l'école ou le centre doit s'engager par écrit :
a) à informer les parents et les élèves clairement et objectivement sur l'expérience;
b) à organiser les modules intégrant une partie des cours généraux, des cours artistiques, des cours techniques et des cours pratiques, dont les stages;
c) à accepter l'appui offert par le Département de l'Enseignement de la Communauté flamande, éventuellement de concert avec les services d'encadrement pédagogique;
d) à participer activement aux évaluations permanente et finale, effectuées sous la surveillance de la Commission européenne et de la Communauté flamande;
2° la proposition doit cadrer avec ce qui a été convenu au sein du centre d'enseignement au niveau de l'organisation de l'offre d'enseignement et au niveau de l'orientation et de l'encadrement des élèves;
3° la participation à l'expérience ne peut donner lieu à la programmation d'une nouvelle discipline et ne doit pas nécessairement donner lieu à la programmation d'un degré supplémentaire.
§ 2. Une proposition de participation n'est reçue que si les conditions suivantes sont remplies :
1° l'école ou le centre doit s'engager par écrit :
a) à informer les parents et les élèves clairement et objectivement sur l'expérience;
b) à organiser les modules intégrant une partie des cours généraux, des cours artistiques, des cours techniques et des cours pratiques, dont les stages;
c) à accepter l'appui offert par le Département de l'Enseignement de la Communauté flamande, éventuellement de concert avec les services d'encadrement pédagogique;
d) à participer activement aux évaluations permanente et finale, effectuées sous la surveillance de la Commission européenne et de la Communauté flamande;
2° la proposition doit cadrer avec ce qui a été convenu au sein du centre d'enseignement au niveau de l'organisation de l'offre d'enseignement et au niveau de l'orientation et de l'encadrement des élèves;
3° la participation à l'expérience ne peut donner lieu à la programmation d'une nouvelle discipline et ne doit pas nécessairement donner lieu à la programmation d'un degré supplémentaire.
Art. 5. Het experiment wordt uitsluitend georganiseerd op basis van uren die geen lesuren zijn, meer bepaald onder vorm van bijzondere pedagogische taken. Deze bijzondere pedagogische taken worden gelijkgesteld met een opdracht in de tweede, derde of vierde graad beroepssecundair onderwijs, rekening houdend met het in artikel 12 gestelde.
Art. 5. L'expérience est uniquement organisée sur la base d'heures qui ne sont pas des heures de cours, notamment sous forme de tâches pédagogiques particulières. Ces tâches pédagogiques particulières sont assimilées à une charge dans le deuxième, troisième ou quatrième degré de l'enseignement secondaire professionnel, compte tenu des dispositions de l'article 12.
Art. 6. Voor de toepassing van de omkaderingsnormen met betrekking tot de ambten van technisch adviseur-coördinator en technisch adviseur, opgenomen in het besluit van de Vlaamse regering van 13 november 1991 tot vaststelling van de voorwaarden voor het oprichten van betrekkingen in de ambten van technisch adviseur en technisch adviseur-coördinator in het voltijds secundair onderwijs worden voor de studiegebieden en opleidingen die in het experiment zijn betrokken als uren praktische vakken beschouwd de uren die niet als lesuren doch als bijzondere pedagogische taken worden ingericht én, voor de toepassing van de vigerende personeelsreglementering, gelijkgesteld worden met uren praktische vakken.
Art. 6. Pour l'application des normes d'encadrement relatives aux fonctions de conseiller technique-coordinateur et de conseiller technique, insérées dans l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 novembre 1991 fixant les conditions de création d'emplois dans les fonctions de conseiller technique et de conseiller technique-coordinateur dans l'enseignement secondaire à temps plein, sont considérées comme des heures de cours pratiques pour les disciplines et formations impliquées dans l'expérience, les heures étant organisées non pas comme des heures de cours, mais comme des tâches pédagogiques particulières et étant assimilées à des heures de cours pratiques pour l'application de la réglementation en vigueur en matière des personnels.
Afdeling 2. - Specifieke bepalingen voor het voltijds modulair onderwijs.
Section 2. - Dispositions spécifiques pour l'enseignement modulaire à temps plein.
Art. 7. § 1. Het voltijds modulair onderwijs wordt georganiseerd per studiegebied en wijkt af van een structuur opgebouwd uit graden en leerjaren.
De volgende studiegebieden kunnen modulair georganiseerd worden : Auto, Bouw, Grafische technieken, Handel, Hout, (Mode), Koeling en warmte, Lichaamsverzorging, Mechanica-elektriciteit, Personenzorg, Textiel, Voeding.
§ 2. Elk studiegebied bundelt een reeks opleidingen. Eenzelfde opleiding kan in verschillende studiegebieden voorkomen.
Elke opleiding is samengesteld uit een aantal modules. Eenzelfde module kan in verschillende opleidingen en in verschillende studiegebieden voorkomen.
Een studiegebied, dat als entiteit de grondslag vormt voor opname in de financierings- of subsidiëringsregeling, kan in een school niet gelijktijdig modulair en niet-modulair worden aangeboden.
§ 3. De basisvorming, bedoeld in artikel 55, §§ 3, 6 en 7, van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs - II, kan geheel of gedeeltelijk modulair worden georganiseerd.
§ 4. In het voltijds modulair onderwijs besteedt elke regelmatige leerling op school gemiddeld per week minimum 6 en maximum 8 uren aan gedifferentieerde onderwijsactiviteiten.
(Gelet op het feit dat in het derde leerjaar van de derde graad 12 uren moeten worden besteed aan basisvorming, die bestaat uit algemene vakken, wordt aan de scholen de mogelijkheid geboden voor de betrokken leerlingen 2 tot 6 uren gedifferentieerde onderwijsactiviteiten om te zetten in uren basisvorming. De school dient echter steeds minimaal 2 uren gedifferentieerde onderwijsactiviteiten in te richten.)
§ 5. De in dit artikel bedoelde modulaire opleidingsstructuur per studiegebied met inbegrip van de te volgen mogelijke trajecten wordt gevoegd in bijlage 1 bij dit besluit. De minister, bevoegd voor het onderwijs, bepaalt voor elke module de duurtijd, uitgedrukt in weken per schooljaar.
In afwijking op een binnen een studiegebied vastgelegd traject, kan een school om organisatorische redenen steeds een instapvrije module behorend tot datzelfde studiegebied, inrichten.
§ 6. Het voltijds modulair onderwijsaanbod van een school, gebaseerd op de in dit artikel bedoelde modulaire opleidingsstructuur, moet elke regelmatige leerling finaal in staat stellen om, onverminderd de bepalingen inzake studiebekrachtiging zoals vastgelegd in het besluit van 13 maart 1991 en al dan niet binnen het voltijds modulair onderwijs, naargelang van het geval één der onderstaande studiebewijzen te behalen :
- een diploma van secundair onderwijs;
- een studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs;
- een diploma in de psychiatrische verpleegkunde;
- een diploma in de ziekenhuisverpleegkunde.
(Vanaf het schooljaar 2004-2005 wordt het diploma in de psychiatrische verpleegkunde en het diploma in de ziekenhuisverpleegkunde vervangen door het diploma in de verpleegkunde.)
§ 7. Een regelmatige leerling kan niet gelijktijdig twee of meer modules volgen, tenzij anders vermeld in de opleidingsstructuur.
De volgende studiegebieden kunnen modulair georganiseerd worden : Auto, Bouw, Grafische technieken, Handel, Hout, (Mode), Koeling en warmte, Lichaamsverzorging, Mechanica-elektriciteit, Personenzorg, Textiel, Voeding.
§ 2. Elk studiegebied bundelt een reeks opleidingen. Eenzelfde opleiding kan in verschillende studiegebieden voorkomen.
Elke opleiding is samengesteld uit een aantal modules. Eenzelfde module kan in verschillende opleidingen en in verschillende studiegebieden voorkomen.
Een studiegebied, dat als entiteit de grondslag vormt voor opname in de financierings- of subsidiëringsregeling, kan in een school niet gelijktijdig modulair en niet-modulair worden aangeboden.
§ 3. De basisvorming, bedoeld in artikel 55, §§ 3, 6 en 7, van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs - II, kan geheel of gedeeltelijk modulair worden georganiseerd.
§ 4. In het voltijds modulair onderwijs besteedt elke regelmatige leerling op school gemiddeld per week minimum 6 en maximum 8 uren aan gedifferentieerde onderwijsactiviteiten.
(Gelet op het feit dat in het derde leerjaar van de derde graad 12 uren moeten worden besteed aan basisvorming, die bestaat uit algemene vakken, wordt aan de scholen de mogelijkheid geboden voor de betrokken leerlingen 2 tot 6 uren gedifferentieerde onderwijsactiviteiten om te zetten in uren basisvorming. De school dient echter steeds minimaal 2 uren gedifferentieerde onderwijsactiviteiten in te richten.)
§ 5. De in dit artikel bedoelde modulaire opleidingsstructuur per studiegebied met inbegrip van de te volgen mogelijke trajecten wordt gevoegd in bijlage 1 bij dit besluit. De minister, bevoegd voor het onderwijs, bepaalt voor elke module de duurtijd, uitgedrukt in weken per schooljaar.
In afwijking op een binnen een studiegebied vastgelegd traject, kan een school om organisatorische redenen steeds een instapvrije module behorend tot datzelfde studiegebied, inrichten.
§ 6. Het voltijds modulair onderwijsaanbod van een school, gebaseerd op de in dit artikel bedoelde modulaire opleidingsstructuur, moet elke regelmatige leerling finaal in staat stellen om, onverminderd de bepalingen inzake studiebekrachtiging zoals vastgelegd in het besluit van 13 maart 1991 en al dan niet binnen het voltijds modulair onderwijs, naargelang van het geval één der onderstaande studiebewijzen te behalen :
- een diploma van secundair onderwijs;
- een studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs;
- een diploma in de psychiatrische verpleegkunde;
- een diploma in de ziekenhuisverpleegkunde.
(Vanaf het schooljaar 2004-2005 wordt het diploma in de psychiatrische verpleegkunde en het diploma in de ziekenhuisverpleegkunde vervangen door het diploma in de verpleegkunde.)
§ 7. Een regelmatige leerling kan niet gelijktijdig twee of meer modules volgen, tenzij anders vermeld in de opleidingsstructuur.
Art. 7. § 1er. L'enseignement modulaire à temps plein est organisé par discipline et diverge d'une structure montée en degrés et années d'études.
Les disciplines suivantes peuvent être organisées de manière modulaire : Auto, Bouw, Grafische technieken, Handel, Hout, (Mode), Koeling en warmte, Lichaamsverzorging, Mechanica-elektriciteit, Personenzorg, Textiel, Voeding.
§ 2. Chaque discipline renferme une série de formations. Une même formation peut figurer dans plusieurs disciplines.
Chaque formation contient un nombre de modules. Un même module peut figurer dans plusieurs formations et plusieurs disciplines.
Une discipline qui, en tant qu'entité, constitue la base de l'admission au financement et aux subventions, ne peut être offerte dans une école simultanément suivant le régime modulaire et le régime non modulaire.
§ 3. La formation de base, visée à l'article 55, §§ 3, 6 et 7, du décret du 31 juillet 1990 relatif à l'enseignement - II, peut être organisée, en tout ou en partie, de manière modulaire.
§ 4. Dans l'enseignement modulaire à temps plein, chaque élève régulier consacre par semaine 6 heures au minimum et 8 heures au maximum à des activités d'enseignement différenciées à l'école.
(Etant entendu que dans la troisième année d'études du troisième degré, 12 heures doivent être consacrées à la formation de base, se composant de cours généraux, les écoles sont autorisées à transformer au profit des élèves concernés les activités d'enseignement différenciées en heures de formation de base. Toutefois, l'école doit organiser toujours au moins 2 heures d'activités d'enseignement différenciées.)
§ 5. La structure modulaire de formation visée au présent article montée par discipline - y compris les parcours pouvant être suivis - figure à l'annexe 1re au présent arrêté. Le Ministre ayant l'enseignement dans ses attributions définit pour chaque module la durée, exprimée en semaines par année scolaire.
Par dérogation au parcours défini au sein d'une discipline, une école peut à tout temps organiser, pour des raisons organisationnelles, un module librement accessible appartenant à cette même discipline.
§ 6. L'offre d'enseignement modulaire à temps plein d'une école, basée sur la structure de formation modulaire visée au présent article, doit permettre à chaque élève régulier, indépendamment des dispositions relatives à la validation des études telles que fixées à l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 mars 1991, d'obtenir en fin d'études, via l'enseignement modulaire à temps plein ou non, un des titres ci-après, suivant le cas :
- un diplôme d'enseignement secondaire;
- un certificat d'études de la deuxième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire;
- un diplôme en nursing psychiatrique;
- un diplôme en nursing hospitalier.
(A partir de l'année scolaire 2004-2005, le diplôme en nursing psychiatrique et le diplôme en nursing hospitalier sont remplacés par le diplôme en nursing.)
§ 7. Un élève régulier ne peut suivre deux ou plusieurs modules simultanément, à moins qu'il ne soit stipulé autrement dans la structure de formation.
Les disciplines suivantes peuvent être organisées de manière modulaire : Auto, Bouw, Grafische technieken, Handel, Hout, (Mode), Koeling en warmte, Lichaamsverzorging, Mechanica-elektriciteit, Personenzorg, Textiel, Voeding.
§ 2. Chaque discipline renferme une série de formations. Une même formation peut figurer dans plusieurs disciplines.
Chaque formation contient un nombre de modules. Un même module peut figurer dans plusieurs formations et plusieurs disciplines.
Une discipline qui, en tant qu'entité, constitue la base de l'admission au financement et aux subventions, ne peut être offerte dans une école simultanément suivant le régime modulaire et le régime non modulaire.
§ 3. La formation de base, visée à l'article 55, §§ 3, 6 et 7, du décret du 31 juillet 1990 relatif à l'enseignement - II, peut être organisée, en tout ou en partie, de manière modulaire.
§ 4. Dans l'enseignement modulaire à temps plein, chaque élève régulier consacre par semaine 6 heures au minimum et 8 heures au maximum à des activités d'enseignement différenciées à l'école.
(Etant entendu que dans la troisième année d'études du troisième degré, 12 heures doivent être consacrées à la formation de base, se composant de cours généraux, les écoles sont autorisées à transformer au profit des élèves concernés les activités d'enseignement différenciées en heures de formation de base. Toutefois, l'école doit organiser toujours au moins 2 heures d'activités d'enseignement différenciées.)
§ 5. La structure modulaire de formation visée au présent article montée par discipline - y compris les parcours pouvant être suivis - figure à l'annexe 1re au présent arrêté. Le Ministre ayant l'enseignement dans ses attributions définit pour chaque module la durée, exprimée en semaines par année scolaire.
Par dérogation au parcours défini au sein d'une discipline, une école peut à tout temps organiser, pour des raisons organisationnelles, un module librement accessible appartenant à cette même discipline.
§ 6. L'offre d'enseignement modulaire à temps plein d'une école, basée sur la structure de formation modulaire visée au présent article, doit permettre à chaque élève régulier, indépendamment des dispositions relatives à la validation des études telles que fixées à l'arrêté du Gouvernement flamand du 13 mars 1991, d'obtenir en fin d'études, via l'enseignement modulaire à temps plein ou non, un des titres ci-après, suivant le cas :
- un diplôme d'enseignement secondaire;
- un certificat d'études de la deuxième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire;
- un diplôme en nursing psychiatrique;
- un diplôme en nursing hospitalier.
(A partir de l'année scolaire 2004-2005, le diplôme en nursing psychiatrique et le diplôme en nursing hospitalier sont remplacés par le diplôme en nursing.)
§ 7. Un élève régulier ne peut suivre deux ou plusieurs modules simultanément, à moins qu'il ne soit stipulé autrement dans la structure de formation.
Art. 8. § 1. Tot het voltijds modulair onderwijs kan als regelmatige leerling worden toegelaten, de leerling die voldoet aan alle volgende voorwaarden :
1° de toelatingsvoorwaarden tot het eerste leerjaar van de tweede graad van het beroepssecundair onderwijs, bepaald in artikel 11, § 1, van (het besluit van 19 juli 2002);
2° de specifieke toelatingsvoorwaarden tot elke afzonderlijke module die door de betrokken toelatingsklassenraad van de school worden vastgelegd, onverminderd het in artikel 7, § 5, gestelde.
§ 2. In afwijking van § 1, 1°, moet voor toelating tot een verpleegopleiding de leerling voldoen aan de toelatingsvoorwaarden tot het eerste leerjaar van de vierde graad van het beroepssecundair onderwijs, bepaald in artikel (27), van (het besluit van 19 juli 2002).
1° de toelatingsvoorwaarden tot het eerste leerjaar van de tweede graad van het beroepssecundair onderwijs, bepaald in artikel 11, § 1, van (het besluit van 19 juli 2002);
2° de specifieke toelatingsvoorwaarden tot elke afzonderlijke module die door de betrokken toelatingsklassenraad van de school worden vastgelegd, onverminderd het in artikel 7, § 5, gestelde.
§ 2. In afwijking van § 1, 1°, moet voor toelating tot een verpleegopleiding de leerling voldoen aan de toelatingsvoorwaarden tot het eerste leerjaar van de vierde graad van het beroepssecundair onderwijs, bepaald in artikel (27), van (het besluit van 19 juli 2002).
Art. 8. § 1er. Peut être admis à l'enseignement modulaire à temps plein comme élève régulier, l'élève qui remplit les conditions suivantes :
1° les conditions d'admission à la première année d'études du deuxième degré de l'enseignement secondaire professionnel, visé à l'article 11, § 1er, de l'arrêté du 13 mars 1991;
2° les conditions spécifiques d'admission à chaque module séparé fixées par le conseil de classe d'admission intéressé de l'école, sans préjudice des dispositions de l'article 7, § 5.
§ 2. Par dérogation au § 1er, 1°, l'élève qui souhaite être admis à une formation en nursing doit remplir les conditions d'admission à la première année d'études du quatrième degré de l'enseignement secondaire professionnel, définies à l'article (27), de (l'arrêté du 19 juillet 2002).
1° les conditions d'admission à la première année d'études du deuxième degré de l'enseignement secondaire professionnel, visé à l'article 11, § 1er, de l'arrêté du 13 mars 1991;
2° les conditions spécifiques d'admission à chaque module séparé fixées par le conseil de classe d'admission intéressé de l'école, sans préjudice des dispositions de l'article 7, § 5.
§ 2. Par dérogation au § 1er, 1°, l'élève qui souhaite être admis à une formation en nursing doit remplir les conditions d'admission à la première année d'études du quatrième degré de l'enseignement secondaire professionnel, définies à l'article (27), de (l'arrêté du 19 juillet 2002).
Art. 8bis. <INGEVOEGD bij BVR 2003-09-12/33, art. 2 ; Inwerkingtreding : 01-09-2002> Onverminderd het in artikel 8, § 2, gestelde is regelmatige leerling van de vierde graad van het studiegebied personenzorg, de leerling die één of meer modules volgt waarvan de globale duurtijd, uitgedrukt in weken per schooljaar, korter is dan of gelijk is aan de duurtijd van dat schooljaar, verlof- en vakantieperiodes uitgezonderd.
Art. 8bis. Sans préjudice des dispositions de l'article 8, § 2, est considéré 'élève régulier du quatrième degré de la discipline 'personenzorg' (soins aux personnes)', l'élève qui suit un ou plusieurs modules dont la durée totale, exprimée en semaines par année scolaire, est inférieure ou égale à la durée de cette année scolaire, exception faite des périodes de congés et de vacances.
Art. 9. De overstap van de leerling bij het begin of in de loop van het schooljaar van het voltijds modulair naar het voltijds niet-modulair onderwijs vindt plaats op basis van een gemotiveerde beslissing van de toelatingsklassenraad, tenzij aan de toelatingsvoorwaarden vastgelegd in (het besluit van 19 juli 2002) wordt voldaan ingevolge het door de leerling behaald getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs of studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs.
Art. 9. Le passage de l'élève, au début ou au cours de l'année scolaire, de l'enseignement modulaire à temps plein à l'enseignement non modulaire à temps plein est effectué sur la base d'une décision motivée du conseil de classe d'admission, sauf s'il est satisfait aux conditions d'admission fixées par (l'arrêté du 19 juillet 2002) suite au certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire ou au certificat d'études de la deuxième année du troisième degré de l'enseignement secondaire obtenu par l'élève.
Art. 10. In het voltijds modulair onderwijs beslist de delibererende klassenraad bij het beëindigen van een module of de regelmatige leerling hetzij geslaagd is zonder beperkingen hetzij niet geslaagd is. Aan de geslaagde leerling wordt een deelcertificaat uitgereikt. De leerling die de deelcertificaten van alle modules van een opleiding heeft behaald, ontvangt een certificaat van de desbetreffende opleiding, uitgezonderd in de verpleegopleiding.
Het model van deelcertificaat respectievelijk certificaat wordt gevoegd in bijlage 2 respectievelijk 3 bij dit besluit.
Het model van deelcertificaat respectievelijk certificaat wordt gevoegd in bijlage 2 respectievelijk 3 bij dit besluit.
Art. 10. Dans l'enseignement modulaire à temps plein, le conseil de classe délibérant décide, à la conclusion d'un module, si l'élève régulier a soit réussi sans limitations soit échoué. A l'élève ayant réussi est délivré un certificat partiel. L'élève qui a obtenu les certificats partiels de tous les modules d'une formation reçoit un certificat de la formation en question (, sauf dans la formation en nursing.).
Le modèle du certificat partiel et celui du certificat sont respectivement joints à l'annexe 2 et à l'annexe 3 au présent arrêté.
Le modèle du certificat partiel et celui du certificat sont respectivement joints à l'annexe 2 et à l'annexe 3 au présent arrêté.
Art. 11. § 1. Worden in het voltijds modulair onderwijs toegekend :
1° een getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs : mits de leerling
- ten minste twee schooljaren secundair onderwijs heeft gevolgd, en
- de eindtermen van de tweede graad van het beroepssecundair onderwijs heeft bereikt, en
- ten minste twee modules binnen eenzelfde studiegebied met vrucht heeft beëindigd;
2° een studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs : mits de leerling
- ten minste vier schooljaren secundair onderwijs heeft gevolgd, en
- de eindtermen van de eerste twee leerjaren van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs heeft bereikt, en
- een bepaald corpus binnen een studiegebied met vrucht heeft beëindigd;
3° (een diploma van secundair onderwijs : mits de leerling na het behalen van het getuigschrift van de tweede graad ten minste drie schooljaren secundair onderwijs met vrucht heeft gevolgd. Voor wat betreft de toekenning van het diploma van secundair onderwijs in de derde graad impliceert dit tevens dat de leerling de eindtermen heeft bereikt van het derde leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs en een bepaald corpus binnen een studiegebied met vrucht heeft beëindigd; voor wat betreft de toekenning van het diploma van secundair onderwijs in de vierde graad impliceert dit tevens dat de leerling de eerste twee modules van de verpleegopleiding met vrucht heeft beëindigd)
4° een studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, ingericht onder de vorm van een specialisatiejaar : mits de leerling
- ten minste vijf schooljaren secundair onderwijs heeft gevolgd, en
- de eindtermen van het derde leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs heeft bereikt, en
- een bepaald corpus binnen een studiegebied met vrucht heeft beëindigd;
5° (een diploma in de psychiatrische verpleegkunde (tot en met het schooljaar 2003-2004), een diploma in de ziekenhuisverpleegkunde (tot en met het schooljaar 2003-2004) respectievelijk een diploma in de verpleegkunde (vanaf het schooljaar 2004-2005) : mits de leerling de overeenkomstige opleiding met vrucht heeft beëindigd;)
6° (...)
(6°) een getuigschrift over de basiskennis van het bedrijfsbeheer : mits de leerling het certificaat van basiskennis van het bedrijfsbeheer heeft behaald en derhalve beantwoordt aan de bepalingen van artikel (55) van (het besluit van 19 juli 2002).
§ 2. Onder corpus, bedoeld in § 1, 2° tot en met 4°, wordt een bepaalde afgeronde verzameling van modules verstaan die staat voor hetzij één volledige opleiding hetzij een combinatie van meerdere volledige opleidingen. In bijlage 5 bij dit besluit worden, per studiegebied en onder verwijzing naar het overeenkomstig certificaat, die opleidingen van de modulaire opleidingsstructuur vermeld die als corpora worden aangeduid.
§ 3. In het model, opgenomen in de bijlage 7 van (het besluit van 19 juli 2002), wordt :
1° in de aanhef de rubriek "Studierichting" vervangen door achtereenvolgens de rubriek "Studiegebied" en de rubriek "Modules";
2° in 2° de woorden "en studierichting" vervangen door de woorden ",studiegebied en modules".
§ 4. In het model, opgenomen (in de bijlage 10) respectievelijk (11) van (het besluit van 19 juli 2002), wordt :
1° in de aanhef de rubriek "Studierichting" vervangen door de rubriek "Modulaire opleiding";
2° in 2° het woord "studierichting" vervangen door de woorden "Modulaire opleiding".
§ 5. In het model, opgenomen (in de bijlage 12) van (het besluit van 19 juli 2002), wordt in 3° het woord "studierichting" vervangen door de woorden "Modulaire opleiding" en wordt in diezelfde bijlage onder de onderrichtingen voor het invullen het punt (3) als volgt vervangen : (3) 'de modulaire opleiding', gevolgd door de betrokken benaming.
1° een getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs : mits de leerling
- ten minste twee schooljaren secundair onderwijs heeft gevolgd, en
- de eindtermen van de tweede graad van het beroepssecundair onderwijs heeft bereikt, en
- ten minste twee modules binnen eenzelfde studiegebied met vrucht heeft beëindigd;
2° een studiegetuigschrift van het tweede leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs : mits de leerling
- ten minste vier schooljaren secundair onderwijs heeft gevolgd, en
- de eindtermen van de eerste twee leerjaren van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs heeft bereikt, en
- een bepaald corpus binnen een studiegebied met vrucht heeft beëindigd;
3° (een diploma van secundair onderwijs : mits de leerling na het behalen van het getuigschrift van de tweede graad ten minste drie schooljaren secundair onderwijs met vrucht heeft gevolgd. Voor wat betreft de toekenning van het diploma van secundair onderwijs in de derde graad impliceert dit tevens dat de leerling de eindtermen heeft bereikt van het derde leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs en een bepaald corpus binnen een studiegebied met vrucht heeft beëindigd; voor wat betreft de toekenning van het diploma van secundair onderwijs in de vierde graad impliceert dit tevens dat de leerling de eerste twee modules van de verpleegopleiding met vrucht heeft beëindigd)
4° een studiegetuigschrift van het derde leerjaar van de derde graad van het secundair onderwijs, ingericht onder de vorm van een specialisatiejaar : mits de leerling
- ten minste vijf schooljaren secundair onderwijs heeft gevolgd, en
- de eindtermen van het derde leerjaar van de derde graad van het beroepssecundair onderwijs heeft bereikt, en
- een bepaald corpus binnen een studiegebied met vrucht heeft beëindigd;
5° (een diploma in de psychiatrische verpleegkunde (tot en met het schooljaar 2003-2004), een diploma in de ziekenhuisverpleegkunde (tot en met het schooljaar 2003-2004) respectievelijk een diploma in de verpleegkunde (vanaf het schooljaar 2004-2005) : mits de leerling de overeenkomstige opleiding met vrucht heeft beëindigd;)
6° (...)
(6°) een getuigschrift over de basiskennis van het bedrijfsbeheer : mits de leerling het certificaat van basiskennis van het bedrijfsbeheer heeft behaald en derhalve beantwoordt aan de bepalingen van artikel (55) van (het besluit van 19 juli 2002).
§ 2. Onder corpus, bedoeld in § 1, 2° tot en met 4°, wordt een bepaalde afgeronde verzameling van modules verstaan die staat voor hetzij één volledige opleiding hetzij een combinatie van meerdere volledige opleidingen. In bijlage 5 bij dit besluit worden, per studiegebied en onder verwijzing naar het overeenkomstig certificaat, die opleidingen van de modulaire opleidingsstructuur vermeld die als corpora worden aangeduid.
§ 3. In het model, opgenomen in de bijlage 7 van (het besluit van 19 juli 2002), wordt :
1° in de aanhef de rubriek "Studierichting" vervangen door achtereenvolgens de rubriek "Studiegebied" en de rubriek "Modules";
2° in 2° de woorden "en studierichting" vervangen door de woorden ",studiegebied en modules".
§ 4. In het model, opgenomen (in de bijlage 10) respectievelijk (11) van (het besluit van 19 juli 2002), wordt :
1° in de aanhef de rubriek "Studierichting" vervangen door de rubriek "Modulaire opleiding";
2° in 2° het woord "studierichting" vervangen door de woorden "Modulaire opleiding".
§ 5. In het model, opgenomen (in de bijlage 12) van (het besluit van 19 juli 2002), wordt in 3° het woord "studierichting" vervangen door de woorden "Modulaire opleiding" en wordt in diezelfde bijlage onder de onderrichtingen voor het invullen het punt (3) als volgt vervangen : (3) 'de modulaire opleiding', gevolgd door de betrokken benaming.
Art. 11. § 1er. Sont délivrés dans l'enseignement modulaire à temps plein :
1° un certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire : à condition que l'élève
- ait suivi l'enseignement secondaire pendant au moins deux années scolaires et
- ait atteint les objectifs finaux du deuxième degré de l'enseignement secondaire professionnel et
- ait terminé avec succès au moins deux modules de la même discipline;
2° un certificat d'études de la deuxième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire; à condition que l'élève
- ait suivi l'enseignement secondaire pendant au moins quatre années scolaires et
- ait atteint les objectifs finaux des deux premières années d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel et
- ait terminé avec succès un corpus déterminé au sein d'une discipline;
3° (un diplôme d'enseignement secondaire : à condition que l'élève ait suivi l'enseignement secondaire pendant au moins trois années scolaires après l'obtention du certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire. Pour ce qui est de la délivrance du diplôme de l'enseignement secondaire dans le troisième degré, cela implique également que l'élève ait atteint les objectifs finaux de la troisième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel et ait terminé avec succès un corpus déterminé au sein d'une discipline. Pour ce qui est de la délivrance du diplôme de l'enseignement secondaire dans le quatrième degré, cela implique également que l'élève ait terminé avec succès les deux premiers modules de la formation en nursing;)
4° un certificat d'études de la troisième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation : à condition que l'élève
- ait suivi l'enseignement scolaire pendant au moins cinq années scolaires et
- ait atteint les objectifs finaux de la troisième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel et
- ait terminé avec succès un corpus déterminé au sein d'une discipline;
5° (un diplôme en nursing psychiatrique (jusque l'année scolaire 2003-2004 incluse), un diplôme en nursing hospitalier (jusque l'année scolaire 2003-2004 incluse), respectivement un diplôme en nursing (à partir de l'année scolaire 2004-2005) : à condition que l'élève ait terminé avec succès la formation correspondante;)
6° (...)
(6°) un certificat sur la connaissance de base de la gestion d'entreprise : à condition que l'élève ait obtenu le certificat de connaissance de base de la gestion d'entreprise et qu'il satisfasse dès lors aux dispositions de l'article (55) de (l'arrêté du 19 juillet 2002).
§ 2. Par 'corpus', visé au § 1er, 2° à 4° inclus, il faut entendre un ensemble limité de modules constituant soit une entière formation, soit une combinaison de plusieurs entières formations. A l'annexe 5 au présent arrêté figurent, par discipline et sous référence au certificat correspondant, les formations de la structure de formation modulaire qui sont qualifiées de corpora.
§ 3. Dans le modèle repris à l'annexe 7 de (l'arrêté du 19 juli 2002),
1° la rubrique 'Studierichting' figurant dans l'intitulé est consécutivement remplacée par la rubrique 'Studiegebied' et la rubrique 'Modules';
2° les mots 'en studierichting' repris au point 2° sont remplacés par les mots 'studiegebied en modules'.
§ 4. Dans le modèle repris (aux annexes 10 et 11) de (l'arrêté du 19 juillet 2002),
1° la rubrique 'Studierichting' figurant dans l'intitulé est remplacée par la rubrique 'Modulaire opleiding';
2° le mot 'studierichting' repris au point 2° est remplacé par les mots 'Modulaire opleiding'.
§ 5. Dans le modèle, repris (à l'annexe 12) de (l'arrêté du 19 juillet 2002), au point 3°, le mot 'studierichting' est remplacé par les mots 'Modulaire opleiding', tandis que dans la même annexe, le point (3) des instructions de remplissage doit être remplacé comme suit : (3) 'de modulaire opleiding', suivi de la dénomination en question.
1° un certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire : à condition que l'élève
- ait suivi l'enseignement secondaire pendant au moins deux années scolaires et
- ait atteint les objectifs finaux du deuxième degré de l'enseignement secondaire professionnel et
- ait terminé avec succès au moins deux modules de la même discipline;
2° un certificat d'études de la deuxième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire; à condition que l'élève
- ait suivi l'enseignement secondaire pendant au moins quatre années scolaires et
- ait atteint les objectifs finaux des deux premières années d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel et
- ait terminé avec succès un corpus déterminé au sein d'une discipline;
3° (un diplôme d'enseignement secondaire : à condition que l'élève ait suivi l'enseignement secondaire pendant au moins trois années scolaires après l'obtention du certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire. Pour ce qui est de la délivrance du diplôme de l'enseignement secondaire dans le troisième degré, cela implique également que l'élève ait atteint les objectifs finaux de la troisième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel et ait terminé avec succès un corpus déterminé au sein d'une discipline. Pour ce qui est de la délivrance du diplôme de l'enseignement secondaire dans le quatrième degré, cela implique également que l'élève ait terminé avec succès les deux premiers modules de la formation en nursing;)
4° un certificat d'études de la troisième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire, organisée sous la forme d'une année de spécialisation : à condition que l'élève
- ait suivi l'enseignement scolaire pendant au moins cinq années scolaires et
- ait atteint les objectifs finaux de la troisième année d'études du troisième degré de l'enseignement secondaire professionnel et
- ait terminé avec succès un corpus déterminé au sein d'une discipline;
5° (un diplôme en nursing psychiatrique (jusque l'année scolaire 2003-2004 incluse), un diplôme en nursing hospitalier (jusque l'année scolaire 2003-2004 incluse), respectivement un diplôme en nursing (à partir de l'année scolaire 2004-2005) : à condition que l'élève ait terminé avec succès la formation correspondante;)
6° (...)
(6°) un certificat sur la connaissance de base de la gestion d'entreprise : à condition que l'élève ait obtenu le certificat de connaissance de base de la gestion d'entreprise et qu'il satisfasse dès lors aux dispositions de l'article (55) de (l'arrêté du 19 juillet 2002).
§ 2. Par 'corpus', visé au § 1er, 2° à 4° inclus, il faut entendre un ensemble limité de modules constituant soit une entière formation, soit une combinaison de plusieurs entières formations. A l'annexe 5 au présent arrêté figurent, par discipline et sous référence au certificat correspondant, les formations de la structure de formation modulaire qui sont qualifiées de corpora.
§ 3. Dans le modèle repris à l'annexe 7 de (l'arrêté du 19 juli 2002),
1° la rubrique 'Studierichting' figurant dans l'intitulé est consécutivement remplacée par la rubrique 'Studiegebied' et la rubrique 'Modules';
2° les mots 'en studierichting' repris au point 2° sont remplacés par les mots 'studiegebied en modules'.
§ 4. Dans le modèle repris (aux annexes 10 et 11) de (l'arrêté du 19 juillet 2002),
1° la rubrique 'Studierichting' figurant dans l'intitulé est remplacée par la rubrique 'Modulaire opleiding';
2° le mot 'studierichting' repris au point 2° est remplacé par les mots 'Modulaire opleiding'.
§ 5. Dans le modèle, repris (à l'annexe 12) de (l'arrêté du 19 juillet 2002), au point 3°, le mot 'studierichting' est remplacé par les mots 'Modulaire opleiding', tandis que dans la même annexe, le point (3) des instructions de remplissage doit être remplacé comme suit : (3) 'de modulaire opleiding', suivi de la dénomination en question.
Art. 12. Binnen een studiegebied zal gedurende de organisatie van het voltijds modulair onderwijs de verhouding tussen de praktische vakken en de andere vakken in de betrokken school in beginsel dezelfde zijn als de verhouding tijdens het schooljaar onmiddellijk voorafgaand aan deze organisatie.
Art. 12. Pour une discipline déterminée, le rapport entre les cours pratiques et les autres cours sera, pendant l'organisation de l'enseignement modulaire à temps plein dans l'école concernée, identique au rapport qui existait pendant l'année scolaire précédant immédiatement cette organisation.
Art. 13. In afwijking van de groepen van disciplines en de overeenstemmende coëfficiënten, bedoeld in artikel 4, § 1, f) , respectievelijk § 2, 6., eerste lid, van het besluit uren-leraar en onverminderd de overige bepalingen van dit besluit, worden voor het voltijds modulair onderwijs de volgende coëfficiënten vastgelegd :
Studiegebied auto :
- alle modules leidend tot het certificaat van vrachtwagenchauffeur en de vervolgmodules : 3,70
- alle overige modules : 3,05
Studiegebied bouw :
- alle modules leidend tot het certificaat van schilder-decorateur : 2,65
- alle overige modules : 3,05
Studiegebied grafische technieken :
- alle modules : 2,85
Studiegebied handel :
- alle modules : 2,45
Studiegebied hout :
- alle modules : 3,05
Studiegebied (mode) :
- alle modules : 2,75
Studiegebied koeling en warmte :
- alle modules : 3,05
Studiegebied lichaamsverzorging :
- alle modules : 2,75
Studiegebied mechanica-elektriciteit :
- alle modules leidend tot een certificaat in de elektriciteit : 2,65
- alle overige modules : 3,05
Studiegebied personenzorg :
- alle modules leidend tot (het diploma in de psychiatrische verpleegkunde, in de ziekenhuisverpleegkunde of in de verpleegkunde) : 3,80
- alle overige modules : 2,55
Studiegebied textiel :
- alle modules : 3,05
Studiegebied voeding :
- alle modules : 2,65
Ongeacht het studiegebied waarin ondergebracht :
- de modules basis elektriciteit, basis lassen en basis metaal : 3,05
- de module heftruckchauffeur : 3,70
Studiegebied auto :
- alle modules leidend tot het certificaat van vrachtwagenchauffeur en de vervolgmodules : 3,70
- alle overige modules : 3,05
Studiegebied bouw :
- alle modules leidend tot het certificaat van schilder-decorateur : 2,65
- alle overige modules : 3,05
Studiegebied grafische technieken :
- alle modules : 2,85
Studiegebied handel :
- alle modules : 2,45
Studiegebied hout :
- alle modules : 3,05
Studiegebied (mode) :
- alle modules : 2,75
Studiegebied koeling en warmte :
- alle modules : 3,05
Studiegebied lichaamsverzorging :
- alle modules : 2,75
Studiegebied mechanica-elektriciteit :
- alle modules leidend tot een certificaat in de elektriciteit : 2,65
- alle overige modules : 3,05
Studiegebied personenzorg :
- alle modules leidend tot (het diploma in de psychiatrische verpleegkunde, in de ziekenhuisverpleegkunde of in de verpleegkunde) : 3,80
- alle overige modules : 2,55
Studiegebied textiel :
- alle modules : 3,05
Studiegebied voeding :
- alle modules : 2,65
Ongeacht het studiegebied waarin ondergebracht :
- de modules basis elektriciteit, basis lassen en basis metaal : 3,05
- de module heftruckchauffeur : 3,70
Art. 13. Par dérogation aux groupes de disciplines et aux coefficients correspondants visés à l'article 4, § 1er, f), respectivement § 2, 6., premier alinéa, de l'arrêté périodes-professeur et sans préjudice des autres dispositions du même arrêté, les coefficients suivants sont fixés pour l'enseignement modulaire à temps plein :
Discipline 'auto' (auto) :
- tout module conduisant au 'certificaat van vrachtwagenchauffeur' (certificat de conducteur de poids lourds), ainsi que les modules complémentaires : 3,70
- tous les autres modules : 3,05
Discipline 'bouw' (construction) :
- tout module conduisant au 'certificaat van schilder-decorateur (certificat de peintre-décorateur) : 2,65
- tous les autres modules : 3,05
Discipline 'grafische technieken' (techniques graphiques) :
- tous les modules : 2,85
Discipline 'handel' (commerce) :
- tous les modules : 2,45
Discipline 'hout' (bois) :
- tous les modules : 3,05
Discipline '(mode)' (habillement) :
- tous les modules : 2,75
Discipline 'koeling en warmte' (réfrigération et chauffage)
- tous les modules : 3,05
Discipline 'lichaamsverzorging' (soins du corps) :
- tous les modules : 2,75
Discipline 'mechanica-elektriciteit' (mécanique-électricité) :
- tous les modules conduisant au 'certificaat in de elektriciteit' (certificat en électricité) : 2,65
- tous les autres modules : 3,05
Discipline 'personenzorg' (soins aux personnes) :
- tous les modules conduisant (au 'diploma in de psychiatrische verpleegkunde' (diplôme en nursing psychiatrique), au 'diploma in de ziekenhuisverpleegkunde' (diplôme en nursing hospitalier) ou au 'diploma in de verpleegkunde' (diplôme en nursing)) : 3,80
- tous les autres modules : 2,55
Discipline 'textiel' (textile) :
- tous les modules : 3,05
Discipline 'voeding' (alimentation) :
- tous les modules : 2,65
Quelle que soit la discipline dans laquelle les modules sont groupés :
- les modules 'basis elektriciteit', 'basis lassen' et 'basis metaal' : 3,05
- le module 'heftruckchauffeur' : 3,70
Discipline 'auto' (auto) :
- tout module conduisant au 'certificaat van vrachtwagenchauffeur' (certificat de conducteur de poids lourds), ainsi que les modules complémentaires : 3,70
- tous les autres modules : 3,05
Discipline 'bouw' (construction) :
- tout module conduisant au 'certificaat van schilder-decorateur (certificat de peintre-décorateur) : 2,65
- tous les autres modules : 3,05
Discipline 'grafische technieken' (techniques graphiques) :
- tous les modules : 2,85
Discipline 'handel' (commerce) :
- tous les modules : 2,45
Discipline 'hout' (bois) :
- tous les modules : 3,05
Discipline '(mode)' (habillement) :
- tous les modules : 2,75
Discipline 'koeling en warmte' (réfrigération et chauffage)
- tous les modules : 3,05
Discipline 'lichaamsverzorging' (soins du corps) :
- tous les modules : 2,75
Discipline 'mechanica-elektriciteit' (mécanique-électricité) :
- tous les modules conduisant au 'certificaat in de elektriciteit' (certificat en électricité) : 2,65
- tous les autres modules : 3,05
Discipline 'personenzorg' (soins aux personnes) :
- tous les modules conduisant (au 'diploma in de psychiatrische verpleegkunde' (diplôme en nursing psychiatrique), au 'diploma in de ziekenhuisverpleegkunde' (diplôme en nursing hospitalier) ou au 'diploma in de verpleegkunde' (diplôme en nursing)) : 3,80
- tous les autres modules : 2,55
Discipline 'textiel' (textile) :
- tous les modules : 3,05
Discipline 'voeding' (alimentation) :
- tous les modules : 2,65
Quelle que soit la discipline dans laquelle les modules sont groupés :
- les modules 'basis elektriciteit', 'basis lassen' et 'basis metaal' : 3,05
- le module 'heftruckchauffeur' : 3,70
Art. 13bis. <INGEVOEGD bij BVR 2003-09-12/33, art. 6; Inwerkingtreding : 01-09-2003> § 1. (Voor toepassing van de omkaderingsnormen voor de diverse personeelscategorieën, voor de bepaling van de werkings- en andere financiële middelen en voor de toepassing van de programmatie- en rationalisatienormen, gelden met betrekking tot de vierde graad van het studiegebied personenzorg de volgende principes :
1) er worden twee tellingsdata gehanteerd : 15 januari en 15 juni, telkenmale van het schooljaar voorafgaand aan het betrokken schooljaar; indien een tellingsdatum op een lesvrije dag valt - waarbij een voor de school facultatieve vakantiedag of pedagogische studiedag buiten beschouwing wordt gelaten -, dan wordt de eerstvolgende lesdag erna als tellingsdatum genomen, en
2) elke leerling, bedoeld in artikel 8bis, wordt op de tellingsdatum naar rata van 1/2 leerling in aanmerking genomen.)
§ 2. De bepalingen van § 1 zijn niet van toepassing op :
1° de ambten van technisch adviseur-coördinator en technisch adviseur;
2° de middelen voor nascholing.
1) er worden twee tellingsdata gehanteerd : 15 januari en 15 juni, telkenmale van het schooljaar voorafgaand aan het betrokken schooljaar; indien een tellingsdatum op een lesvrije dag valt - waarbij een voor de school facultatieve vakantiedag of pedagogische studiedag buiten beschouwing wordt gelaten -, dan wordt de eerstvolgende lesdag erna als tellingsdatum genomen, en
2) elke leerling, bedoeld in artikel 8bis, wordt op de tellingsdatum naar rata van 1/2 leerling in aanmerking genomen.)
§ 2. De bepalingen van § 1 zijn niet van toepassing op :
1° de ambten van technisch adviseur-coördinator en technisch adviseur;
2° de middelen voor nascholing.
Art. 13bis. § 1er. (Voor toepassing van de omkaderingsnormen voor de diverse personeelscategorieën, voor de bepaling van de werkings- en andere financiële middelen en voor de toepassing van de programmatie- en rationalisatienormen, gelden met betrekking tot de vierde graad van het studiegebied personenzorg de volgende principes :
1) er worden twee tellingsdata gehanteerd : 15 januari en 15 juni, telkenmale van het schooljaar voorafgaand aan het betrokken schooljaar; indien een tellingsdatum op een lesvrije dag valt - waarbij een voor de school facultatieve vakantiedag of pedagogische studiedag buiten beschouwing wordt gelaten -, dan wordt de eerstvolgende lesdag erna als tellingsdatum genomen, en
2) elke leerling, bedoeld in artikel 8bis, wordt op de tellingsdatum naar rata van 1/2 leerling in aanmerking genomen.)
§ 2. Les dispositions du § 1er ne s'appliquent pas :
1° aux fonctions de conseiller technique-coordinateur et de conseiller technique;
2° aux moyens à affecter à la formation continuée.
1) er worden twee tellingsdata gehanteerd : 15 januari en 15 juni, telkenmale van het schooljaar voorafgaand aan het betrokken schooljaar; indien een tellingsdatum op een lesvrije dag valt - waarbij een voor de school facultatieve vakantiedag of pedagogische studiedag buiten beschouwing wordt gelaten -, dan wordt de eerstvolgende lesdag erna als tellingsdatum genomen, en
2) elke leerling, bedoeld in artikel 8bis, wordt op de tellingsdatum naar rata van 1/2 leerling in aanmerking genomen.)
§ 2. Les dispositions du § 1er ne s'appliquent pas :
1° aux fonctions de conseiller technique-coordinateur et de conseiller technique;
2° aux moyens à affecter à la formation continuée.
Art. 14. [1 Met het oog op de implementatie van het experiment tijdens het schooljaar 2007-2008 wordt aan elke school voor voltijds gewoon secundair onderwijs de volgende extra personeelsomkadering toegekend :
a) één vijfde van een betrekking in een ambt naar keuze van de inrichtende macht per studiegebied dat tijdens het betrokken schooljaar volledig modulair wordt georganiseerd;
b) 0,20 uren-leraar per regelmatige leerling in het experiment op 1 februari 2007.
Voor de toepassing van deze bepalingen wordt de vierde graad van het studiegebied personenzorg buiten beschouwing gelaten.]1
a) één vijfde van een betrekking in een ambt naar keuze van de inrichtende macht per studiegebied dat tijdens het betrokken schooljaar volledig modulair wordt georganiseerd;
b) 0,20 uren-leraar per regelmatige leerling in het experiment op 1 februari 2007.
Voor de toepassing van deze bepalingen wordt de vierde graad van het studiegebied personenzorg buiten beschouwing gelaten.]1
Art. 14. [1 En vue de la mise en application de l'expérience pendant l'année scolaire 2007-2008, toute école d'enseignement secondaire ordinaire à temps plein se voit attribué l'encadrement des personnels supplémentaire suivant :
a) un cinquième d'un emploi dans une fonction choisie par le pouvoir organisateur par discipline organisée de façon entièrement modulaire pendant l'année scolaire concernée;
b) 0,20 périodes-professeur par élève régulier dans l'expérience le 1er février 2007.
Pour l'application de ces dispositions, le quatrième degré de la discipline " personenzorg " (soins aux personnes) n'est pas pris en compte.]1
a) un cinquième d'un emploi dans une fonction choisie par le pouvoir organisateur par discipline organisée de façon entièrement modulaire pendant l'année scolaire concernée;
b) 0,20 périodes-professeur par élève régulier dans l'expérience le 1er février 2007.
Pour l'application de ces dispositions, le quatrième degré de la discipline " personenzorg " (soins aux personnes) n'est pas pris en compte.]1
Afdeling 3. - Specifieke bepalingen voor het deeltijds modulair onderwijs.
Section 3. - Dispositions spécifiques pour l'enseignement modulaire à temps partiel.
Art. 15. § 1. Het deeltijds modulair onderwijs wordt georganiseerd per studiegebied en wijkt af van een structuur bestaande uit graden.
De volgende studiegebieden kunnen modulair georganiseerd worden : Auto, Bouw, Grafische technieken, Handel, Hout, (Mode), Koeling en warmte, Lichaamsverzorging, Mechanica-elektriciteit, Personenzorg, Textiel, Voeding.
§ 2. Elk studiegebied bundelt een reeks opleidingen. Eenzelfde opleiding kan in verschillende studiegebieden voorkomen.
Elke opleiding is samengesteld uit een aantal modules. Eenzelfde module kan in verschillende opleidingen en in verschillende studiegebieden voorkomen.
Eenzelfde opleiding kan in een centrum niet gelijktijdig modulair en niet-modulair worden aangeboden.
§ 3. De in dit artikel bedoelde modulaire opleidingsstructuur per studiegebied met inbegrip van de te volgen mogelijke trajecten wordt gevoegd in bijlage 1 bij dit besluit. Binnen het deeltijds modulair onderwijs wordt voor de modules geen duurtijd bepaald.
§ 4. Een regelmatige leerling kan niet gelijktijdig twee of meer modules volgen, tenzij anders vermeld in de opleidingsstructuur.
De volgende studiegebieden kunnen modulair georganiseerd worden : Auto, Bouw, Grafische technieken, Handel, Hout, (Mode), Koeling en warmte, Lichaamsverzorging, Mechanica-elektriciteit, Personenzorg, Textiel, Voeding.
§ 2. Elk studiegebied bundelt een reeks opleidingen. Eenzelfde opleiding kan in verschillende studiegebieden voorkomen.
Elke opleiding is samengesteld uit een aantal modules. Eenzelfde module kan in verschillende opleidingen en in verschillende studiegebieden voorkomen.
Eenzelfde opleiding kan in een centrum niet gelijktijdig modulair en niet-modulair worden aangeboden.
§ 3. De in dit artikel bedoelde modulaire opleidingsstructuur per studiegebied met inbegrip van de te volgen mogelijke trajecten wordt gevoegd in bijlage 1 bij dit besluit. Binnen het deeltijds modulair onderwijs wordt voor de modules geen duurtijd bepaald.
§ 4. Een regelmatige leerling kan niet gelijktijdig twee of meer modules volgen, tenzij anders vermeld in de opleidingsstructuur.
Art. 15. § 1er. L'enseignement modulaire à temps partiel est organisé par discipline et diverge d'une structure montée en degrés.
Les disciplines suivantes peuvent être organisées de manière modulaire : Auto, Bouw, Grafische technieken, Handel, Hout, (Mode), Koeling en warmte, Lichaamsverzorging, Mechanica-elektriciteit, Personenzorg, Textiel, Voeding.
§ 2. Chaque discipline renferme une série de formations. Une même formation peut figurer dans plusieurs disciplines.
Chaque formation contient un nombre de modules. Un même module peut figurer dans plusieurs formations et plusieurs disciplines.
Une même formation ne peut être offerte dans un centre simultanément suivant le régime modulaire et le régime non modulaire.
§ 3. La structure modulaire de formation visée au présent article, montée par discipline - y compris les parcours pouvant être suivis - figure à l'annexe 1re au présent arrêté. Dans l'enseignement modulaire à temps partiel, aucune durée n'est définie pour les modules.
§ 4. Un élève régulier ne peut suivre deux ou plusieurs modules simultanément, à moins qu'il ne soit stipulé autrement dans la structure de formation.
Les disciplines suivantes peuvent être organisées de manière modulaire : Auto, Bouw, Grafische technieken, Handel, Hout, (Mode), Koeling en warmte, Lichaamsverzorging, Mechanica-elektriciteit, Personenzorg, Textiel, Voeding.
§ 2. Chaque discipline renferme une série de formations. Une même formation peut figurer dans plusieurs disciplines.
Chaque formation contient un nombre de modules. Un même module peut figurer dans plusieurs formations et plusieurs disciplines.
Une même formation ne peut être offerte dans un centre simultanément suivant le régime modulaire et le régime non modulaire.
§ 3. La structure modulaire de formation visée au présent article, montée par discipline - y compris les parcours pouvant être suivis - figure à l'annexe 1re au présent arrêté. Dans l'enseignement modulaire à temps partiel, aucune durée n'est définie pour les modules.
§ 4. Un élève régulier ne peut suivre deux ou plusieurs modules simultanément, à moins qu'il ne soit stipulé autrement dans la structure de formation.
Art. 16. Voor de toelating als regelmatige leerling tot het deeltijds modulair onderwijs dient rekening gehouden met de specifieke toelatingsvoorwaarden tot elke afzonderlijke module die, onverminderd het in artikel 15, § 3, gestelde, door het centrum worden vastgelegd.
Art. 16. Pour être admis comme élève régulier à l'enseignement modulaire à temps partiel, les conditions spécifiques d'admission à chaque module séparé fixées par le centre, sans préjudice de l'article 15, § 3, doivent être prises en compte.
Art. 17. De overstap van de leerling bij het begin of in de loop van het schooljaar van het deeltijds modulair naar het deeltijds niet-modulair onderwijs vindt plaats op basis van een gemotiveerde beslissing van het centrum, tenzij aan de toelatingsvoorwaarden vastgelegd in het besluit inrichting wordt voldaan ingevolge het door de leerling behaald studiegetuigschrift van de tweede graad van het deeltijds beroepssecundair onderwijs (of het getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs).
Art. 17. Le passage de l'élève, au début ou au cours de l'année scolaire, de l'enseignement modulaire à temps partiel à l'enseignement non modulaire à temps partiel est effectué au vu d'une décision motivée du centre, sauf s'il est satisfait aux conditions d'admission fixées à l'arrêté organisation, suite au certificat d'études du deuxième degré de l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel obtenu par l'élève (ou le certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire).
Art. 18. In het deeltijds modulair onderwijs beslist de klassenraad bij het beëindigen van een module of de regelmatige leerling hetzij geslaagd is hetzij niet geslaagd is. Aan de geslaagde leerling wordt een deelcertificaat uitgereikt, aan de niet geslaagde leerling een attest van verworven competenties. De leerling die de deelcertificaten van alle modules van een opleiding heeft behaald, ontvangt een certificaat van de desbetreffende opleiding.
Het model van deelcertificaat, certificaat respectievelijk attest van verworven competenties wordt gevoegd in bijlage 2, 3 respectievelijk 4 bij dit besluit.
Het model van deelcertificaat, certificaat respectievelijk attest van verworven competenties wordt gevoegd in bijlage 2, 3 respectievelijk 4 bij dit besluit.
Art. 18. Dans l'enseignement modulaire à temps partiel, le conseil de classe décide, à la conclusion d'un module, si l'élève régulier a soit réussi, soit échoué. A l'élève ayant réussi est délivré un certificat partiel, tandis que l'élève ayant échoué reçoit une attestation de compétences acquises. L'élève qui a obtenu les certificats partiels de tous les modules d'une formation reçoit un certificat de la formation en question.
Le modèle du certificat partiel, celui du certificat et celui de l'attestation de compétences acquises sont respectivement joints à l'annexe 2, 3 et 4 au présent arrêté.
Le modèle du certificat partiel, celui du certificat et celui de l'attestation de compétences acquises sont respectivement joints à l'annexe 2, 3 et 4 au présent arrêté.
Art. 19. Worden in het deeltijds modulair onderwijs toegekend :
1° (een getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs : mits de leerling voldoet aan alle voorwaarden voor toekenning van desbetreffend getuigschrift zoals bepaald in het besluit inrichting;)
2° (...)
3° een kwalificatiegetuigschrift van het deeltijds beroepssecundair onderwijs : mits de leerling in het bezit is van een of meer deelcertificaten, uitgezonderd deelcertificaten van modules basis, dat (die) volgens het betrokken centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs noodzakelijk is (zijn) om recht te geven op een kwalificatiegetuigschrift;
4° een getuigschrift over de basiskennis van het bedrijfsbeheer : mits de leerling het certificaat van basiskennis van het bedrijfsbeheer heeft behaald en derhalve beantwoordt aan de bepalingen van artikel 9, § 2, van het besluit inrichting.
1° (een getuigschrift van de tweede graad van het secundair onderwijs : mits de leerling voldoet aan alle voorwaarden voor toekenning van desbetreffend getuigschrift zoals bepaald in het besluit inrichting;)
2° (...)
3° een kwalificatiegetuigschrift van het deeltijds beroepssecundair onderwijs : mits de leerling in het bezit is van een of meer deelcertificaten, uitgezonderd deelcertificaten van modules basis, dat (die) volgens het betrokken centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs noodzakelijk is (zijn) om recht te geven op een kwalificatiegetuigschrift;
4° een getuigschrift over de basiskennis van het bedrijfsbeheer : mits de leerling het certificaat van basiskennis van het bedrijfsbeheer heeft behaald en derhalve beantwoordt aan de bepalingen van artikel 9, § 2, van het besluit inrichting.
Art. 19. Sont délivrés dans l'enseignement modulaire à temps partiel :
1° (un certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire : à condition que l'élève satisfasse aux conditions d'octroi du certificat en question telles que fixées à l'arrêté organisation);
2° (...)
3° un certificat de qualification de l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel : à condition que l'élève possède un ou plusieurs certificats partiels, excepté des certificats partiels de modules de base, que le centre concerné d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel estime requis pour donner droit à un certificat de qualification;
4° un certificat sur la connaissance de base de la gestion d'entreprise : à condition que l'élève ait obtenu le certificat de connaissance de base de la gestion d'entreprise et qu'il satisfasse dès lors aux dispositions de l'article 9, § 2, de l'arrêté organisation.
1° (un certificat du deuxième degré de l'enseignement secondaire : à condition que l'élève satisfasse aux conditions d'octroi du certificat en question telles que fixées à l'arrêté organisation);
2° (...)
3° un certificat de qualification de l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel : à condition que l'élève possède un ou plusieurs certificats partiels, excepté des certificats partiels de modules de base, que le centre concerné d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel estime requis pour donner droit à un certificat de qualification;
4° un certificat sur la connaissance de base de la gestion d'entreprise : à condition que l'élève ait obtenu le certificat de connaissance de base de la gestion d'entreprise et qu'il satisfasse dès lors aux dispositions de l'article 9, § 2, de l'arrêté organisation.
Art. 20. [1 Met het oog op de implementatie van het experiment tijdens het schooljaar 2007-2008 wordt aan elk centrum voor deeltijds beroepssecundair onderwijs de volgende extra personeelsomkadering toegekend :
a) één vijfde van een betrekking in een ambt naar keuze van de inrichtende macht per studiegebied dat tijdens het betrokken schooljaar volledig modulair wordt georganiseerd;
b) 0,20 uren-leraar per regelmatige leerling in het experiment op 1 februari 2007 voorbehouden voor leerlingenbegeleiding onder vorm van trajectbegeleiding, georiënteerd naar werkplek-leren.]1
a) één vijfde van een betrekking in een ambt naar keuze van de inrichtende macht per studiegebied dat tijdens het betrokken schooljaar volledig modulair wordt georganiseerd;
b) 0,20 uren-leraar per regelmatige leerling in het experiment op 1 februari 2007 voorbehouden voor leerlingenbegeleiding onder vorm van trajectbegeleiding, georiënteerd naar werkplek-leren.]1
Art. 20. [1 En vue de la mise en application de l'expérience pendant l'année scolaire 2007-2008, tout centre d'enseignement secondaire professionnel à temps partiel se voit attribué l'encadrement des personnels supplémentaire suivant :
a) un cinquième d'un emploi dans une fonction choisie par le pouvoir organisateur par discipline organisée de façon entièrement modulaire pendant l'année scolaire concernée;
b) 0,20 périodes-professeur par élève régulier dans l'expérience le 1er février 2007, réservées à l'encadrement des élèves sous forme de parcours d'insertion, orienté vers l'apprentissage sur le lieu de travail.]1
a) un cinquième d'un emploi dans une fonction choisie par le pouvoir organisateur par discipline organisée de façon entièrement modulaire pendant l'année scolaire concernée;
b) 0,20 périodes-professeur par élève régulier dans l'expérience le 1er février 2007, réservées à l'encadrement des élèves sous forme de parcours d'insertion, orienté vers l'apprentissage sur le lieu de travail.]1
HOOFDSTUK III. - Bepalingen met betrekking tot het buitengewoon modulair onderwijs.
CHAPITRE III. - Dispositions portant sur l'enseignement spécial modulaire.
Art. 21. Het buitengewoon modulair onderwijs heeft betrekking op 3 projecten waarin één of meer scholen voor buitengewoon secundair beroepsonderwijs van opleidingsvorm 3 en eventueel één of meer scholen voor buitengewoon secundair beroepsonderwijs van opleidingsvorm 4 zijn opgenomen.
In het buitengewoon modulair onderwijs worden de opleidingsfase en de kwalificatiefase voor wat betreft de opleidingsvorm 3 en de tweede en de derde graad voor wat betreft de opleidingsvorm 4 betrokken.
In het buitengewoon modulair onderwijs worden de opleidingsfase en de kwalificatiefase voor wat betreft de opleidingsvorm 3 en de tweede en de derde graad voor wat betreft de opleidingsvorm 4 betrokken.
Art. 21. L'enseignement spécial modulaire porte sur 3 projets intégrant une ou plusieurs écoles d'enseignement secondaire professionnel spécial de la forme d'enseignement 3 et éventuellement une ou plusieurs écoles d'enseignement secondaire professionnel spécial de la forme d'enseignement 4.
A l'enseignement spécial modulaire sont associées la phase de formation et la phase de qualification pour ce qui est de la forme d'enseignement 3 et les deuxième et troisième degrés pour ce qui est de la forme d'enseignement 4.
A l'enseignement spécial modulaire sont associées la phase de formation et la phase de qualification pour ce qui est de la forme d'enseignement 3 et les deuxième et troisième degrés pour ce qui est de la forme d'enseignement 4.
Art. 22. Artikel 4, § 1 en § 2, 1° is eveneens van toepassing op het buitengewoon modulair onderwijs van opleidingsvorm 3 en opleidingsvorm 4.
Art. 22. L'article 4, § 1er et § 2, 1°, s'applique également à l'enseignement spécial modulaire des formes d'enseignement 3 et 4.
Art. 23. § 1. Het buitengewoon modulair onderwijs van opleidingsvorm 3 wordt georganiseerd per studiegebied. De volgende studiegebieden kunnen modulair georganiseerd worden : Auto, Bouw, Grafische technieken, Handel, Hout, (Mode), Koeling en warmte, Lichaamsverzorging, Mechanica-elektriciteit, Personenzorg, Textiel, Voeding.
Een studiegebied kan in een school niet gelijktijdig modulair en niet-modulair als afdeling worden georganiseerd.
§ 2. Elk studiegebied bundelt een reeks van opleidingen. Eenzelfde opleiding kan in verschillende studiegebieden voorkomen.
Elke opleiding is samengesteld uit een aantal modules. Eenzelfde module kan in verschillende opleidingen en in verschillende studiegebieden voorkomen.
§ 3. Binnen het buitengewoon modulair onderwijs van opleidingsvorm 3 kan voor sommige leerlingen, op basis van handelingsplanning, een instapeenheid worden georganiseerd. Een instapeenheid bevat de meest elementaire kennis en vaardigheden die noodzakelijk worden geacht om één van de modules te kunnen aanvatten.
§ 4. De algemene en sociale vorming kan geheel of gedeeltelijk modulair worden georganiseerd.
§ 5. De in dit artikel bedoelde modulaire opleidingsstructuur per studiegebied met inbegrip van de te volgen trajecten doch zonder instapeenheden, wordt gevoegd in bijlage 1 bij dit besluit. De duur van elke module wordt door de klassenraad bepaald en is aangepast aan de individuele leerling op basis van handelingsplanning.
§ 6. Een regelmatige leerling kan niet gelijktijdig twee of meer modules volgen, tenzij anders vermeld in de opleidingsstructuur.
§ 7. Bij de organisatie van het buitengewoon modulair onderwijs van opleidingsvorm 3 is de verhouding tussen de algemene en sociale vorming en de beroepsgerichte vorming in beginsel dezelfde als tijdens het schooljaar onmiddellijk voorafgaand aan deze organisatie.
Een studiegebied kan in een school niet gelijktijdig modulair en niet-modulair als afdeling worden georganiseerd.
§ 2. Elk studiegebied bundelt een reeks van opleidingen. Eenzelfde opleiding kan in verschillende studiegebieden voorkomen.
Elke opleiding is samengesteld uit een aantal modules. Eenzelfde module kan in verschillende opleidingen en in verschillende studiegebieden voorkomen.
§ 3. Binnen het buitengewoon modulair onderwijs van opleidingsvorm 3 kan voor sommige leerlingen, op basis van handelingsplanning, een instapeenheid worden georganiseerd. Een instapeenheid bevat de meest elementaire kennis en vaardigheden die noodzakelijk worden geacht om één van de modules te kunnen aanvatten.
§ 4. De algemene en sociale vorming kan geheel of gedeeltelijk modulair worden georganiseerd.
§ 5. De in dit artikel bedoelde modulaire opleidingsstructuur per studiegebied met inbegrip van de te volgen trajecten doch zonder instapeenheden, wordt gevoegd in bijlage 1 bij dit besluit. De duur van elke module wordt door de klassenraad bepaald en is aangepast aan de individuele leerling op basis van handelingsplanning.
§ 6. Een regelmatige leerling kan niet gelijktijdig twee of meer modules volgen, tenzij anders vermeld in de opleidingsstructuur.
§ 7. Bij de organisatie van het buitengewoon modulair onderwijs van opleidingsvorm 3 is de verhouding tussen de algemene en sociale vorming en de beroepsgerichte vorming in beginsel dezelfde als tijdens het schooljaar onmiddellijk voorafgaand aan deze organisatie.
Art. 23. § 1er. L'enseignement spécial modulaire de la forme d'enseignement 3 est organisé par discipline. Les disciplines suivantes peuvent être organisées de manière modulaire : Auto, Bouw, Grafische technieken, Handel, Hout, (Mode), Koeling en warmte, Lichaamsverzorging, Mechanica-elektriciteit, Personenzorg, Textiel, Voeding.
Une discipline ne peut être offerte dans une école simultanément suivant le régime modulaire et le régime non modulaire en tant que section.
§ 2. Chaque discipline renferme une série de formations. Une même formation peut figurer dans plusieurs disciplines.
Chaque formation contient un nombre de modules. Un même module peut figurer dans plusieurs formations et plusieurs disciplines.
§ 3. Dans l'enseignement spécial modulaire de la forme d'enseignement 3, il peut être organisé pour certains élèves, sur la base d'une planification d'actions, une unité d'entrée. Une unité d'entrée comprend les connaissances et aptitudes les plus élémentaires estimées requises pour pouvoir entamer un des modules.
§ 4. La formation générale et sociale peut être organisée, en tout ou en partie, de manière modulaire.
§ 5. La structure modulaire de formation visée au présent article, montée par discipline - y compris les parcours à suivre - figure à l'annexe 1re au présent arrêté. La durée de chaque module est fixée par le conseil de classe et est adaptée à l'élève individuel, au vu de la planification d'actions.
§ 6. Un élève régulier ne peut suivre deux ou plusieurs modules simultanément, à moins qu'il ne soit stipulé autrement dans la structure de formation.
§ 7. Lors de l'organisation de l'enseignement spécial modulaire de la forme 3, le rapport entre la formation générale et sociale et la formation professionnelle est en principe le même que pendant l'année scolaire immédiatement précédant ladite organisation.
Une discipline ne peut être offerte dans une école simultanément suivant le régime modulaire et le régime non modulaire en tant que section.
§ 2. Chaque discipline renferme une série de formations. Une même formation peut figurer dans plusieurs disciplines.
Chaque formation contient un nombre de modules. Un même module peut figurer dans plusieurs formations et plusieurs disciplines.
§ 3. Dans l'enseignement spécial modulaire de la forme d'enseignement 3, il peut être organisé pour certains élèves, sur la base d'une planification d'actions, une unité d'entrée. Une unité d'entrée comprend les connaissances et aptitudes les plus élémentaires estimées requises pour pouvoir entamer un des modules.
§ 4. La formation générale et sociale peut être organisée, en tout ou en partie, de manière modulaire.
§ 5. La structure modulaire de formation visée au présent article, montée par discipline - y compris les parcours à suivre - figure à l'annexe 1re au présent arrêté. La durée de chaque module est fixée par le conseil de classe et est adaptée à l'élève individuel, au vu de la planification d'actions.
§ 6. Un élève régulier ne peut suivre deux ou plusieurs modules simultanément, à moins qu'il ne soit stipulé autrement dans la structure de formation.
§ 7. Lors de l'organisation de l'enseignement spécial modulaire de la forme 3, le rapport entre la formation générale et sociale et la formation professionnelle est en principe le même que pendant l'année scolaire immédiatement précédant ladite organisation.
Art. 24. § 1. De bepalingen van artikel 10 zijn eveneens van toepassing op het buitengewoon modulair onderwijs van opleidingsvorm 3, met uitzondering van het begrip " delibererende klassenraad ", dat in dit artikel vervangen wordt door het begrip " klassenraad ".
§ 2. In het buitengewoon modulair onderwijs van opleidingsvorm 3 wordt een kwalificatiegetuigschrift toegekend, mits de leerling :
- de opleidingsfase en de kwalificatiefase van deze opleidingsvorm heeft gevolgd;
- ten minste één module met vrucht heeft beëindigd, waarbij de modules basis buiten beschouwing worden gelaten.
§ 2. In het buitengewoon modulair onderwijs van opleidingsvorm 3 wordt een kwalificatiegetuigschrift toegekend, mits de leerling :
- de opleidingsfase en de kwalificatiefase van deze opleidingsvorm heeft gevolgd;
- ten minste één module met vrucht heeft beëindigd, waarbij de modules basis buiten beschouwing worden gelaten.
Art. 24. § 1er. Les dispositions de l'article 10 s'appliquent également à l'enseignement spécial modulaire de la forme d'enseignement 3, à l'exception de la notion "conseil de classe délibérant", qui est remplacée dans le présent article par la notion "conseil de classe".
§ 2. Un certificat de qualification est délivré dans l'enseignement spécial modulaire de la forme d'enseignement 3, à condition que l'élève
- ait suivi la phase de formation et la phase de qualification de cette forme d'enseignement;
- ait terminé avec succès au moins un (1) module, tout en faisant abstraction des modules de base.
§ 2. Un certificat de qualification est délivré dans l'enseignement spécial modulaire de la forme d'enseignement 3, à condition que l'élève
- ait suivi la phase de formation et la phase de qualification de cette forme d'enseignement;
- ait terminé avec succès au moins un (1) module, tout en faisant abstraction des modules de base.
Art. 25. § 1. De bepalingen van artikel 7 zijn eveneens van toepassing op het buitengewoon modulair onderwijs van opleidingsvorm 4, met uitzondering van § 5, eerste lid, tweede zin.
§ 2. De bepalingen van artikel 8, § 1, 1° en 2°, eerste lid, 9, 10, 11 en 12 zijn eveneens van toepassing op het buitengewoon modulair onderwijs van opleidingsvorm 4, met uitzondering van de begrippen " toelatingsklassenraad " en " delibererende klassenraad ", die in deze artikelen vervangen worden door het begrip " klassenraad ".
§ 3. Toepassing van de bepalingen van artikel 8, § 1, doet, voor wat betreft het buitengewoon secundair onderwijs van opleidingsvorm 4, geen afbreuk aan de gewone toelatingsvoorwaarden tot deze vorm van onderwijs.
§ 2. De bepalingen van artikel 8, § 1, 1° en 2°, eerste lid, 9, 10, 11 en 12 zijn eveneens van toepassing op het buitengewoon modulair onderwijs van opleidingsvorm 4, met uitzondering van de begrippen " toelatingsklassenraad " en " delibererende klassenraad ", die in deze artikelen vervangen worden door het begrip " klassenraad ".
§ 3. Toepassing van de bepalingen van artikel 8, § 1, doet, voor wat betreft het buitengewoon secundair onderwijs van opleidingsvorm 4, geen afbreuk aan de gewone toelatingsvoorwaarden tot deze vorm van onderwijs.
Art. 25. § 1er. Les dispositions de l'article 7 s'appliquent également à l'enseignement spécial modulaire de la forme d'enseignement 4, à l'exception du § 5, premier alinéa, deuxième phrase.
§ 2. Les dispositions des articles 8, § 1er, 1° et 2°, premier alinéa, 9, 10, 11 et 12 s'appliquent également à l'enseignement spécial modulaire de la forme d'enseignement 4, à l'exception des notions 'conseil de classe d'admission' et 'conseil de classe déliberant', qui sont remplacées dans ces articles par la notion 'conseil de classe'.
§ 3. L'application des dispositions de l'article 8, § 1er, ne porte nullement préjudice, pour ce qui est de l'enseignement secondaire spécial de la forme d'enseignement 4, aux conditions ordinaires d'admission à ladite forme d'enseignement.
§ 2. Les dispositions des articles 8, § 1er, 1° et 2°, premier alinéa, 9, 10, 11 et 12 s'appliquent également à l'enseignement spécial modulaire de la forme d'enseignement 4, à l'exception des notions 'conseil de classe d'admission' et 'conseil de classe déliberant', qui sont remplacées dans ces articles par la notion 'conseil de classe'.
§ 3. L'application des dispositions de l'article 8, § 1er, ne porte nullement préjudice, pour ce qui est de l'enseignement secondaire spécial de la forme d'enseignement 4, aux conditions ordinaires d'admission à ladite forme d'enseignement.
Art. 26. [1 Met het oog op de implementatie van het experiment tijdens het schooljaar 2007-2008 wordt aan elke school voor buitengewoon secundair onderwijs de volgende extra personeelsomkadering toegekend :
a) één vijfde van een betrekking in een ambt naar keuze van de inrichtende macht per studiegebied dat tijdens het betrokken schooljaar volledig modulair wordt georganiseerd;
b) 0,20 uren-leraar per regelmatige leerling in het experiment op 1 februari 2007. ";
4° in artikel 33 worden de woorden " 31 augustus 2007 " vervangen door de woorden " 31 augustus2008 ".]1
a) één vijfde van een betrekking in een ambt naar keuze van de inrichtende macht per studiegebied dat tijdens het betrokken schooljaar volledig modulair wordt georganiseerd;
b) 0,20 uren-leraar per regelmatige leerling in het experiment op 1 februari 2007. ";
4° in artikel 33 worden de woorden " 31 augustus 2007 " vervangen door de woorden " 31 augustus2008 ".]1
Art. 26. [1 En vue de la mise en application de l'expérience pendant l'année scolaire 2007-2008, toute école d'enseignement secondaire spécial se voit attribué l'encadrement des personnels supplémentaire suivant :
a) un cinquième d'un emploi dans une fonction choisie par le pouvoir organisateur par discipline organisée de façon entièrement modulaire pendant l'année scolaire concernée;
b) 0,20 périodes-professeur par élève régulier dans l'expérience le 1er février 2007.]1
a) un cinquième d'un emploi dans une fonction choisie par le pouvoir organisateur par discipline organisée de façon entièrement modulaire pendant l'année scolaire concernée;
b) 0,20 périodes-professeur par élève régulier dans l'expérience le 1er février 2007.]1
Art. 27. Voor de toepassing van de omkaderingsnormen met betrekking tot de ambten van technisch adviseur-coördinator en technisch adviseur, opgenomen in het koninklijk besluit nr. 65 van 20 juli 1982 tot vaststelling van de wijze waarop de ambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel worden bepaald in inrichtingen voor buitengewoon onderwijs, worden voor de studiegebieden en opleidingen die in het experiment zijn betrokken als uren beroepsgerichte vorming beschouwd, de uren die niet als lesuren doch als bijzondere pedagogische taken worden georganiseerd en, voor de toepassing van de vigerende personeelsreglementering, gelijkgesteld worden met lesuren beroepsgerichte vorming.
Art. 27. Pour l'application des normes d'encadrement relatives aux emplois de conseiller-coordinateur et de conseiller technique insérés dans l'arrêté royal n° 65 du 20 juillet 1982 fixant la façon de déterminer les fonctions du personnel directeur et enseignant dans les établissements d'enseignement spécial, sont considérées comme des heures de formation professionnelle pour les disciplines et formations impliquées dans l'expérience, les heures étant organisées non pas comme des heures de cours, mais comme des tâches pédagogiques particulières et étant assimilées à des heures de cours de formation professionnelle pour l'application de la réglementation en vigueur en matière des personnels.
HOOFDSTUK IV. - Bepalingen met betrekking tot het personeel.
CHAPITRE IV. - Dispositions portant sur les personnels.
Art. 28. In artikel 25bis van het besluit van de Vlaamse regering van 29 april 1992 betreffende de verdeling van betrekkingen, de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage, vervangen bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999, wordt § 2 vervangen door wat volgt :
" § 2. Met het oog op de reaffectatie en de werking van de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap moeten de inrichtende machten die tot een scholengemeenschap behoren, aan de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap de volgende gegevens verstrekken over hun terbeschikkinggestelde personeelsleden van de instellingen die tot de scholengemeenschap behoren :
de naam en voornamen, het geslacht, de geboortedatum, het adres, de bekwaamheidsbewijzen en de instellingen of de jury's die ze hebben uitgereikt, de dienstanciënniteit, het ambt waarin de betrokkene ter beschikking gesteld is met vermelding van het aantal uren, de instelling die de betrokkene ter beschikking heeft gesteld, de instellingen waar hij eventueel een ambt blijft uitoefenen en de omvang van de prestaties die hij er verstrekt.
Er moet eveneens worden meegedeeld of het personeelslid wenst te worden gereaffecteerd of wedertewerkgesteld in het buitengewoon onderwijs met vermelding van het type, in het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs, in het deeltijds beroepssecundair onderwijs, in het experimenteel secundair onderwijs volgens een modulair stelsel, in het onderwijs voor sociale promotie of in het deeltijds kunstonderwijs. "
" § 2. Met het oog op de reaffectatie en de werking van de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap moeten de inrichtende machten die tot een scholengemeenschap behoren, aan de reaffectatiecommissie van de scholengemeenschap de volgende gegevens verstrekken over hun terbeschikkinggestelde personeelsleden van de instellingen die tot de scholengemeenschap behoren :
de naam en voornamen, het geslacht, de geboortedatum, het adres, de bekwaamheidsbewijzen en de instellingen of de jury's die ze hebben uitgereikt, de dienstanciënniteit, het ambt waarin de betrokkene ter beschikking gesteld is met vermelding van het aantal uren, de instelling die de betrokkene ter beschikking heeft gesteld, de instellingen waar hij eventueel een ambt blijft uitoefenen en de omvang van de prestaties die hij er verstrekt.
Er moet eveneens worden meegedeeld of het personeelslid wenst te worden gereaffecteerd of wedertewerkgesteld in het buitengewoon onderwijs met vermelding van het type, in het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs, in het deeltijds beroepssecundair onderwijs, in het experimenteel secundair onderwijs volgens een modulair stelsel, in het onderwijs voor sociale promotie of in het deeltijds kunstonderwijs. "
Art. 28. A l'article 25bis de l'arrêté du Gouvernement flamand du 29 avril 1992 relatif à la répartition de fonctions, à la mise en disponibilité par défaut d'emploi, à la réaffectation, à la remise au travail et a l'attribution d'un traitement d'attente ou d'une subvention-traitement d'attente, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 1999, le § 2 est remplacé par ce qui suit :
" §2. En vue de la réaffectation et du fonctionnement de la commission de réaffectation du centre d'enseignement, les pouvoirs organisateurs appartenant à un centre d'enseignement sont tenus de transmettre à la commission de réaffectation les données suivantes au sujet de leurs membres du personnel mis en disponibilité des établissements faisant partie du centre d'enseignement :
le nom et les prénoms, le sexe, la date de naissance, l'adresse, les titres de capacité et les établissements ou jurys les ayant attribués, l'ancienneté de service, la fonction dans laquelle l'intéressé est mis en disponibilité avec mention du nombre d'heures, l'établissement ayant mis en disponibilité l'intéressé, les établissements dans lesquels il continue éventuellement à exercer une fonction et le volume des prestations qu'il y accomplit.
Il faut également signaler si le membre du personnel désire être réaffecté ou remis au travail dans l'enseignement spécial avec mention du type, l'enseignement secondaire de la pêche maritime à temps partiel, l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel, l'enseignement secondaire expérimental suivant un régime modulaire, l'enseignement de promotion sociale ou l'enseignement artistique à temps partiel. "
" §2. En vue de la réaffectation et du fonctionnement de la commission de réaffectation du centre d'enseignement, les pouvoirs organisateurs appartenant à un centre d'enseignement sont tenus de transmettre à la commission de réaffectation les données suivantes au sujet de leurs membres du personnel mis en disponibilité des établissements faisant partie du centre d'enseignement :
le nom et les prénoms, le sexe, la date de naissance, l'adresse, les titres de capacité et les établissements ou jurys les ayant attribués, l'ancienneté de service, la fonction dans laquelle l'intéressé est mis en disponibilité avec mention du nombre d'heures, l'établissement ayant mis en disponibilité l'intéressé, les établissements dans lesquels il continue éventuellement à exercer une fonction et le volume des prestations qu'il y accomplit.
Il faut également signaler si le membre du personnel désire être réaffecté ou remis au travail dans l'enseignement spécial avec mention du type, l'enseignement secondaire de la pêche maritime à temps partiel, l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel, l'enseignement secondaire expérimental suivant un régime modulaire, l'enseignement de promotion sociale ou l'enseignement artistique à temps partiel. "
Art. 29. In artikel 25ter van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999, wordt § 2 vervangen door wat volgt :
" § 2. Met het oog op de reaffectatie en de wedertewerkstelling en de werking van de bevoegde reaffectatiecommissie moeten de inrichtende machten aan de bevoegde reaffectatiecommissie volgende gegevens verstrekken over hun terbeschikkinggestelde personeelsleden van de instellingen die niet behoren tot een scholengemeenschap :
de naam en voornamen, het geslacht, de geboortedatum, het adres, de bekwaamheidsbewijzen en de instellingen of de jury's die ze hebben uitgereikt, de dienstanciënniteit, het ambt waarin de betrokkene ter beschikking gesteld is met vermelding van het aantal uren, de instelling die de betrokkene ter beschikking heeft gesteld, de instellingen waar hij eventueel een ambt blijft uitoefenen en de omvang van de prestaties die hij er verstrekt.
Er moet eveneens worden meegedeeld of het personeelslid wenst te worden gereaffecteerd of wedertewerkgesteld in het buitengewoon onderwijs met vermelding van het type, in het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs, in het deeltijds beroepssecundair onderwijs, in het experimenteel secundair onderwijs volgens een modulair stelsel, in het onderwijs voor sociale promotie of in het deeltijds kunstonderwijs. "
" § 2. Met het oog op de reaffectatie en de wedertewerkstelling en de werking van de bevoegde reaffectatiecommissie moeten de inrichtende machten aan de bevoegde reaffectatiecommissie volgende gegevens verstrekken over hun terbeschikkinggestelde personeelsleden van de instellingen die niet behoren tot een scholengemeenschap :
de naam en voornamen, het geslacht, de geboortedatum, het adres, de bekwaamheidsbewijzen en de instellingen of de jury's die ze hebben uitgereikt, de dienstanciënniteit, het ambt waarin de betrokkene ter beschikking gesteld is met vermelding van het aantal uren, de instelling die de betrokkene ter beschikking heeft gesteld, de instellingen waar hij eventueel een ambt blijft uitoefenen en de omvang van de prestaties die hij er verstrekt.
Er moet eveneens worden meegedeeld of het personeelslid wenst te worden gereaffecteerd of wedertewerkgesteld in het buitengewoon onderwijs met vermelding van het type, in het deeltijds secundair zeevisserijonderwijs, in het deeltijds beroepssecundair onderwijs, in het experimenteel secundair onderwijs volgens een modulair stelsel, in het onderwijs voor sociale promotie of in het deeltijds kunstonderwijs. "
Art. 29. A l'article 25ter du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 1999, le § 2 est remplacé par ce qui suit :
" § 2. En vue de la réaffectation et de la remise au travail et du fonctionnement de la commission de reaffectation compétente, les pouvoirs organisateurs sont tenus de fournir à la commission de réaffectation compétente les données suivantes sur leurs membres du personnel mis en disponibilité dans les établissements n'appartenant pas à un centre d'enseignement :
le nom et les prénoms, le sexe, la date de naissance, l'adresse, les titres de capacité et les établissements ou jurys les ayant attribués, l'ancienneté de service, la fonction dans laquelle l'intéressé est mis en disponibilite avec mention du nombre d'heures, l'établissement ayant mis en disponibilité l'intéressé, les établissements dans lesquels il continue éventuellement a exercer une fonction et le volume des prestations qu'il y accomplit.
Il faut également signaler si le membre du personnel désire être réaffecté ou remis au travail dans l'enseignement spécial avec mention du type, l'enseignement secondaire de la pêche maritime à temps partiel, l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel, l'enseignement secondaire expérimental suivant un régime modulaire, l'enseignement de promotion sociale ou l'enseignement artistique à temps partiel. "
" § 2. En vue de la réaffectation et de la remise au travail et du fonctionnement de la commission de reaffectation compétente, les pouvoirs organisateurs sont tenus de fournir à la commission de réaffectation compétente les données suivantes sur leurs membres du personnel mis en disponibilité dans les établissements n'appartenant pas à un centre d'enseignement :
le nom et les prénoms, le sexe, la date de naissance, l'adresse, les titres de capacité et les établissements ou jurys les ayant attribués, l'ancienneté de service, la fonction dans laquelle l'intéressé est mis en disponibilite avec mention du nombre d'heures, l'établissement ayant mis en disponibilité l'intéressé, les établissements dans lesquels il continue éventuellement a exercer une fonction et le volume des prestations qu'il y accomplit.
Il faut également signaler si le membre du personnel désire être réaffecté ou remis au travail dans l'enseignement spécial avec mention du type, l'enseignement secondaire de la pêche maritime à temps partiel, l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel, l'enseignement secondaire expérimental suivant un régime modulaire, l'enseignement de promotion sociale ou l'enseignement artistique à temps partiel. "
Art. 30. In artikel 26 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 22 september 1998 en 31 augustus 1999, wordt § 1bis vervangen door wat volgt :
" § 1bis. Met het oog op de reaffectatie en de wedertewerkstelling en de werking van de zonale reaffectatiecommissie moeten de inrichtende machten over hun ter beschikking gestelde personeelsleden en over de personeelsleden die ze op 1 september zullen ter beschikking stellen aan de zonale reaffectatiecommissie de volgende gegevens verstrekken :
de naam en voornamen, het geslacht, de geboortedatum, het adres, de bekwaamheidsbewijzen en de instellingen of de jury's die ze hebben uitgereikt, de dienstanciënniteit, het ambt waarin de betrokkene ter beschikking gesteld is met vermelding van het aantal uren, de instelling die hem ter beschikking heeft gesteld, de instellingen waar hij eventueel een ambt blijft uitoefenen en de omvang van de prestaties die hij er verstrekt, voor het buitengewoon onderwijs het type.
Er moet eveneens meegedeeld worden of het personeelslid wenst weder te werk gesteld te worden in het buitengewoon onderwijs met vermelding van het type, in het deeltijds beroepssecundair onderwijs, in het experimenteel secundair onderwijs volgens een modulair stelsel, of in het onderwijs voor sociale promotie of met beperkt leerplan. "
" § 1bis. Met het oog op de reaffectatie en de wedertewerkstelling en de werking van de zonale reaffectatiecommissie moeten de inrichtende machten over hun ter beschikking gestelde personeelsleden en over de personeelsleden die ze op 1 september zullen ter beschikking stellen aan de zonale reaffectatiecommissie de volgende gegevens verstrekken :
de naam en voornamen, het geslacht, de geboortedatum, het adres, de bekwaamheidsbewijzen en de instellingen of de jury's die ze hebben uitgereikt, de dienstanciënniteit, het ambt waarin de betrokkene ter beschikking gesteld is met vermelding van het aantal uren, de instelling die hem ter beschikking heeft gesteld, de instellingen waar hij eventueel een ambt blijft uitoefenen en de omvang van de prestaties die hij er verstrekt, voor het buitengewoon onderwijs het type.
Er moet eveneens meegedeeld worden of het personeelslid wenst weder te werk gesteld te worden in het buitengewoon onderwijs met vermelding van het type, in het deeltijds beroepssecundair onderwijs, in het experimenteel secundair onderwijs volgens een modulair stelsel, of in het onderwijs voor sociale promotie of met beperkt leerplan. "
Art. 30. A l'article 26 du même arrêté, modifie par les arrêtés du Gouvernement flamand des 22 septembre 1998 et 31 août 1999, le § 1erbis est remplacé par ce qui suit :
"§ 1erbis. En vue de la reaffectation et de la remise au travail et du fonctionnement de la commission zonale de réaffectation, les pouvoirs organisateurs doivent fournir à la commission zonale de réaffectation les renseignements suivants au sujet de leurs membres du personnel mis en disponibilité et des membres du personnel qu'ils mettront en disponibilité le 1er septembre :
le nom et les prénoms, le sexe, la date de naissance, l'adresse, les titres de capacité et les établissements ou jurys les ayant attribués, l'ancienneté de service, la fonction dans laquelle l'intéressé est mis en disponibilité avec mention du nombre d'heures, l'établissement ayant mis en disponibilité l'intéressé, les établissements dans lesquels il continue éventuellement à exercer une fonction et le volume des prestations qu'il y accomplit, ainsi que le type s'il s'agit de l'enseignement spécial.
Il faut également signaler si le membre du personnel désire être remis au travail dans l'enseignement spécial avec mention du type, l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel, l'enseignement secondaire expérimental suivant un régime modulaire, ou l'enseignement de promotion sociale ou à horaire réduit. "
"§ 1erbis. En vue de la reaffectation et de la remise au travail et du fonctionnement de la commission zonale de réaffectation, les pouvoirs organisateurs doivent fournir à la commission zonale de réaffectation les renseignements suivants au sujet de leurs membres du personnel mis en disponibilité et des membres du personnel qu'ils mettront en disponibilité le 1er septembre :
le nom et les prénoms, le sexe, la date de naissance, l'adresse, les titres de capacité et les établissements ou jurys les ayant attribués, l'ancienneté de service, la fonction dans laquelle l'intéressé est mis en disponibilité avec mention du nombre d'heures, l'établissement ayant mis en disponibilité l'intéressé, les établissements dans lesquels il continue éventuellement à exercer une fonction et le volume des prestations qu'il y accomplit, ainsi que le type s'il s'agit de l'enseignement spécial.
Il faut également signaler si le membre du personnel désire être remis au travail dans l'enseignement spécial avec mention du type, l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel, l'enseignement secondaire expérimental suivant un régime modulaire, ou l'enseignement de promotion sociale ou à horaire réduit. "
Art. 31. In artikel 45 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 31 augustus 1999, wordt punt 4 vervangen door wat volgt:
" 4. als in het deeltijds beroepssecundair onderwijs, in het buitengewoon onderwijs, in het experimenteel secundair onderwijs volgens een modulair stelsel, in het onderwijs voor sociale promotie, in het deeltijds kunstonderwijs, in de internaten, in de semi-internaten of in de opvangcentra een betrekking wordt aangeboden.
Deze reaffectatie of wedertewerkstelling moet slechts worden opgenomen als de betrokken personeelsleden verzocht hebben om te worden gereaffecteerd of wedertewerkgesteld in één van voormelde onderwijssectoren. Deze bepaling geldt niet voor het personeelslid dat in de betreffende onderwijssector fungeerde op de vooravond van de terbeschikkingstelling; ".
" 4. als in het deeltijds beroepssecundair onderwijs, in het buitengewoon onderwijs, in het experimenteel secundair onderwijs volgens een modulair stelsel, in het onderwijs voor sociale promotie, in het deeltijds kunstonderwijs, in de internaten, in de semi-internaten of in de opvangcentra een betrekking wordt aangeboden.
Deze reaffectatie of wedertewerkstelling moet slechts worden opgenomen als de betrokken personeelsleden verzocht hebben om te worden gereaffecteerd of wedertewerkgesteld in één van voormelde onderwijssectoren. Deze bepaling geldt niet voor het personeelslid dat in de betreffende onderwijssector fungeerde op de vooravond van de terbeschikkingstelling; ".
Art. 31. A l'article 45 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 31 août 1999, le point 4 est remplacé par ce qui suit :
" 4. lorsqu'un emploi est offert dans l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel, dans l'enseignement spécial, dans l'enseignement secondaire expérimental suivant un régime modulaire, dans l'enseignement de promotion sociale, dans l'enseignement artistique à temps partiel, dans les internats, les semi-internats ou les centres d'accueil.
L'occupation de cet emploi par réaffectation ou remise au travail ne doit cependant se faire que si les membres du personnel intéressés ont demandé à être réaffectés ou remis au travail dans un des secteurs d'enseignement précités. Cette disposition ne s'applique pas au membre du personnel qui était employé, la veille de sa mise en disponibilité, dans le secteur d'enseignement en question; ".
" 4. lorsqu'un emploi est offert dans l'enseignement secondaire professionnel à temps partiel, dans l'enseignement spécial, dans l'enseignement secondaire expérimental suivant un régime modulaire, dans l'enseignement de promotion sociale, dans l'enseignement artistique à temps partiel, dans les internats, les semi-internats ou les centres d'accueil.
L'occupation de cet emploi par réaffectation ou remise au travail ne doit cependant se faire que si les membres du personnel intéressés ont demandé à être réaffectés ou remis au travail dans un des secteurs d'enseignement précités. Cette disposition ne s'applique pas au membre du personnel qui était employé, la veille de sa mise en disponibilité, dans le secteur d'enseignement en question; ".
HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen.
CHAPITRE V. - Dispositions finales.
Art. 32. Het besluit van de Vlaamse regering van 28 augustus 2000 houdende invoering van een experimenteel secundair onderwijs volgens een modulair stelsel wordt opgeheven.
Art. 32. L'arrêté du Gouvernement flamand du 28 août 2000 instaurant un enseignement secondaire expérimental suivant un régime modulaire est abrogé.
Art. 33. Dit besluit treedt in werking op 1 september 2001 en houdt op uitwerking te hebben op [1 31 augustus 2008]1.
Art. 33. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er septembre 2001 et cesse ses effets le [1 31 août 2008]1.
Art. 34. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 1 maart 2002.
De minister-president van de Vlaamse regering,
P. DEWAEL
De Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming,
M. VANDERPOORTEN
Brussel, 1 maart 2002.
De minister-president van de Vlaamse regering,
P. DEWAEL
De Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming,
M. VANDERPOORTEN
Art. 34. Le Ministre flamand ayant l'Enseignement dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Bruxelles, le 1er mars 2002.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
P. DEWAEL
Le Ministre flamand de l'Enseignement et de la Formation,
M. VANDERPOORTEN
Bruxelles, le 1er mars 2002.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
P. DEWAEL
Le Ministre flamand de l'Enseignement et de la Formation,
M. VANDERPOORTEN
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage 1. OPLEIDINGSSTRUCTUUR.
(Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 19-06-2002, p. 27965-28004).
Vervangen door :
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse regering van 1 maart 2002 betreffende het experimenteel secundair onderwijs volgens een modulair stelsel.
Brussel, 1 maart 2002.
De minister-president van de Vlaamse regering,
P. DEWAEL
De Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming,
M. VANDERPOORTEN
(Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 19-06-2002, p. 27965-28004).
Vervangen door :
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse regering van 1 maart 2002 betreffende het experimenteel secundair onderwijs volgens een modulair stelsel.
Brussel, 1 maart 2002.
De minister-president van de Vlaamse regering,
P. DEWAEL
De Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming,
M. VANDERPOORTEN
Art. N1. (Annexe non traduite. Voir version néerlandaise).
Remplacé par
Remplacé par
Art. N2. Bijlage 2. MODEL VAN DEELCERTIFICAAT.
(Model niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 19-06-2002, p. 28006).
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse regering van 1 maart 2002 betreffende het experimenteel secundair onderwijs vervolgens een modulair stelsel.
Brussel, 1 maart 2002.
De minister-president van de Vlaamse regering,
P. DEWAEL
De Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming,
M. VANDERPOORTEN
(Model niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 19-06-2002, p. 28006).
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse regering van 1 maart 2002 betreffende het experimenteel secundair onderwijs vervolgens een modulair stelsel.
Brussel, 1 maart 2002.
De minister-president van de Vlaamse regering,
P. DEWAEL
De Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming,
M. VANDERPOORTEN
Art. N2. (Annexe non traduite. Voir version néerlandaise).
Art. N3. Bijlage 3. MODEL VAN DEELCERTIFICAAT.
(Model niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 19-06-2002, p. 28008).
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse regering van 1 maart 2002 betreffende het experimenteel secundair onderwijs vervolgens een modulair stelsel.
Brussel, 1 maart 2002.
De minister-president van de Vlaamse regering,
P. DEWAEL
De Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming,
M. VANDERPOORTEN
(Model niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 19-06-2002, p. 28008).
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse regering van 1 maart 2002 betreffende het experimenteel secundair onderwijs vervolgens een modulair stelsel.
Brussel, 1 maart 2002.
De minister-president van de Vlaamse regering,
P. DEWAEL
De Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming,
M. VANDERPOORTEN
Art. N3. (Annexe non traduite. Voir version néerlandaise).
Art. N4. Bijlage 4. MODEL VAN ATTEST VAN VERWORVEN COMPETENTIES.
(Model niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 19-06-2002, p. 28010).
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse regering van 1 maart 2002 betreffende het experimenteel secundair onderwijs vervolgens een modulair stelsel.
Brussel, 1 maart 2002.
De minister-president van de Vlaamse regering,
P. DEWAEL
De Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming,
M. VANDERPOORTEN
(Model niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 19-06-2002, p. 28010).
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse regering van 1 maart 2002 betreffende het experimenteel secundair onderwijs vervolgens een modulair stelsel.
Brussel, 1 maart 2002.
De minister-president van de Vlaamse regering,
P. DEWAEL
De Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming,
M. VANDERPOORTEN
Art. N4. (Annexe non traduite. Voir version néerlandaise).
Art. N5. Bijlage 5. CORPORA.
(Tabel niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 19-06-2002, p. 28012-28013).
Vervangen door :
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse regering van 1 maart 2002 betreffende het experimenteel secundair onderwijs vervolgens een modulair stelsel.
Brussel, 1 maart 2002.
De minister-president van de Vlaamse regering,
P. DEWAEL
De Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming,
M. VANDERPOORTEN.
(Tabel niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 19-06-2002, p. 28012-28013).
Vervangen door :
Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse regering van 1 maart 2002 betreffende het experimenteel secundair onderwijs vervolgens een modulair stelsel.
Brussel, 1 maart 2002.
De minister-president van de Vlaamse regering,
P. DEWAEL
De Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming,
M. VANDERPOORTEN.
Art. N5. (Annexe non traduite. Voir version néerlandaise).
Remplacé par
Remplacé par