Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
14 DECEMBER 2001. - Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 8 december 1998 tot uitvoering van het decreet inzake sociale werkplaatsen.
Titre
14 DECEMBRE 2001. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté du gouvernement du 8 décembre 1998 portant exécution du décret relatif aux ateliers sociaux (TRADUCTION).
Documentinformatie
Numac: 2002035167
Datum: 2001-12-14
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2002035167
Date: 2001-12-14
Moniteur: Voir
Tekst (7)
Texte (7)
Artikel 1. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse regering van 8 december 1998 tot uitvoering van het decreet inzake sociale werkplaatsen wordt 10° vervangen door wat volgt :
  " 10° omkadering : persoon die instaat voor de persoonlijke en dagdagelijkse begeleiding van de doelgroepwerknemers en/of arbeidszorgmedewerkers en de bedrijfsvoering; ".
Article 1. L'article 1er, 10°, de l'arrêté du Gouvernement flamand du 8 décembre 1998 portant exécution du décret relatif aux ateliers sociaux, est remplacé par le texte suivant :
  " 10° encadrement : personne qui prend en charge l'accompagnement personnel et journalier des travailleurs de groupe-cible et/ou des collaborateurs à l'assistance par le travail ainsi que l'exploitation de l'atelier;".
Art. 2. Aan artikel 1 van hetzelfde besluit worden een 15° en 16° toegevoegd, die luiden als volgt :
  " 15° arbeidszorgmedewerker : persoon die omwille van persoonsgebonden redenen niet of niet meer kan werken onder een arbeidscontract in het reguliere of beschermd tewerkstellingscircuit en die toegeleid wordt via de geïntegreerde basisdienstverlening van de Lokale Werkwinkel of de toeleider om binnen een productieve en/of dienstverlenende setting arbeidsmatige activiteiten uit te voeren die reële kansen bieden tot sociale interactie en participatie in de samenleving en die daartoe met een sociale werkplaats een arbeidszorgovereenkomst heeft afgesloten;
  16° arbeidszorgovereenkomst : overeenkomst tussen een sociale werkplaats en een arbeidszorgmedewerker die geen arbeidsovereenkomst is en waarbij de volgende elementen bepaald worden :
  - de tijdsbesteding van de arbeidszorgmedewerker
  - de frequentie, aard en de omvang van de activiteiten
  - de plaats waar de activiteiten plaatsvinden
  - de eventuele onkostenvergoeding
  - de regelingen met betrekking tot de verzekeringen, werkkledij, veiligheidsinstructies en hygiëne
  - de modaliteiten van begeleiding
  - de wijze van beëindigen van de overeenkomst. ".
Art. 2. _ Dans l'article 1 du même arrêté, il est inséré un point 15° et un point 16°, rédigés comme suit :
  " 15° collaborateur à l'assistance par le travail : une personne qui, pour des raisons personnelles, ne peut (plus) travailler dans les liens d'un contrat de travail dans le circuit de travail régulier ou protégé, et qui est orientée par le biais des services de base intégrés de la Maison locale de l'Emploi ou de l'orienteur afin d'exercer, dans un cadre productif et/ou prestataire de services, des activités professionnelles offrant des possibilités réelles d'interaction et participation sociales à la société, et qui a conclu une convention de travail assisté avec un atelier social à cette fin;
  16° convention de travail assisté : une convention entre un atelier social et un collaborateur à l'assistance par le travail, qui n'est pas un contrat de travail et qui définit les éléments suivants :
  - l'emploi du temps du collaborateur à l'assistance par le travail;
  - la fréquence, la nature et le volume des activités;
  - l'endroit où les activités sont exercées;
  - le remboursement éventuel des frais;
  - les régimes en matière d'assurances, de vêtements de travail, d'instructions de sécurité et d'hygiène;
  - les modalités d'accompagnement;
  - le mode de résiliation de la convention.".
Art. 3. In hoofdstuk VIII van hetzelfde besluit wordt een artikel 20bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " Art.20bis. § 1. In toepassing van artikel 12, §§ 2 en 3, van het decreet en binnen de perken van een begrotingskrediet kunnen de erkende sociale werkplaatsen, aan wie minimaal 10 voltijds equivalente doelgroepwerknemers toegekend zijn, aanspraak maken op een omkaderingssubsidie à rato van een tegemoetkoming in de loonkost van één voltijds equivalent omkaderingspersoneelslid per 5 voltijds equivalente arbeidszorgmedewerkers die arbeidsmatige activiteiten uitvoeren in de sociale werkplaats.
  Het maximum aantal arbeidszorgmedewerkers waarmee rekening gehouden wordt voor het bepalen van deze omkaderingssubsidie bedraagt 1 voltijds equivalente arbeidszorgmedewerker per 5 voltijds equivalente erkende doelgroepwerknemers.
  § 2. Het jaarbedrag van de omkaderingssubsidie zoals bepaald in § 1 wordt vastgesteld op 22.000 euro per voltijds equivalent omkaderingspersoneelslid.
  § 3. De arbeidszorgmedewerkers worden toegeleid door de geïntegreerde basisdienstverlening van de Lokale Werkwinkel of de toeleider op basis van een verslag waaruit blijkt dat de arbeidszorgmedewerker omwille van persoonsgebonden redenen niet of niet meer kan werken onder een arbeidscontract in het regulier of beschermd tewerkstellingscircuit;
  § 4. Om aanspraak te kunnen maken op de omkaderingssubsidie zoals bepaald in § 1 verbindt de sociale werkplaats zich ertoe :
  1° een arbeidszorgovereenkomst af te sluiten met elke arbeidszorgmedewerker die aan de sociale werkplaats werd toegewezen en toegeleid werd door de geïntegreerde basisdienstverlening van de Lokale Werkwinkel of de toeleider;
  2° een verzekering aan te gaan voor de burgerlijke aansprakelijkheid van elke arbeidszorgmedewerker voor schade toegebracht tijdens de arbeidsmatige activiteiten uitgevoerd in de sociale werkplaats of op weg naar en van de sociale werkplaats;
  3° een verzekering aan te gaan voor de lichamelijke en materiële schade geleden door elke arbeidszorgmedewerker tijdens de arbeidsmatige activiteiten uitgevoerd in de sociale werkplaats of op weg naar en van de sociale werkplaats;
  4° binnen de 3 maanden na het sluiten van de arbeidszorgovereenkomst in overleg met de toeleider een individueel begeleidingsplan op maat van de arbeidszorgmedewerker op te stellen, waarin een overzicht gegeven wordt van de inspanningen waartoe de werkgever zich verplicht op het vlak van de begeleiding;
  5° de omkaderingssubsidie uitsluitend in te zetten voor de begeleiding van de arbeidszorgmedewerkers;
  6° externe doelgroepbewaking van de arbeidszorgmedewerkers te aanvaarden;
  7° zich in te schakelen in een regionaal netwerk van arbeidszorginitiatieven.
  § 5. Om aanspraak te kunnen maken op de omkaderingssubsidie zoals bepaald in § 1 dient de sociale werkplaats een aanvraag in op een door de administratie ter beschikking gesteld formulier. Het onderzoek van de aanvraag gebeurt door de administratie die ten aanzien van de minister een advies verleent. De minister bepaalt de maximale omkaderingssubsidie op basis van het aantal voltijds equivalente arbeidszorgmedewerkers zoals bepaald in het tweede lid van § 1. ".
Art. 3. Dans le chapitre VIII du même arrêté, il est inséré un article 20bis, rédigé comme suit :
  " Art. 20bis. § 1er. En application de l'article 12, §§ 2 et 3, du décret et dans les limites d'un crédit budgétaire affecté à cet effet, les ateliers sociaux agréés auxquels ont été attribués 10 travailleurs de groupe-cible équivalents temps plein au minimum, peuvent prétendre à une subvention d'encadrement à concurrence d'une intervention dans les frais salariaux d'un membre du personnel d'encadrement équivalent temps plein par 5 collaborateurs à l'assistance par le travail équivalents temps plein qui exercent des activités professionnelles dans l'atelier social.
  Le nombre maximal de collaborateurs à l'assistance par le travail servant de base à la détermination de cette subvention d'encadrement, s'élève à 1 collaborateur à l'assistance par le travail équivalent temps plein par 5 travailleurs de groupe-cible équivalents temps plein agréés.
  § 2. Le montant annuel de la subvention d'encadrement telle que déterminée au § 1er, est fixé à 22.000 euros par membre du personnel d'encadrement équivalent employé à temps plein.
  § 3. Les collaborateurs à l'assistance par le travail sont orientés par le biais des services de base intégrés de la Maison locale de l'Emploi ou par l'orienteur sur la base d'un rapport indiquant que le collaborateur à l'assistance par le travail ne peut (plus) travailler, pour des raisons personnelles, dans les liens d'un contrat de travail dans le circuit de travail régulier ou protégé;
  § 4. Afin de pouvoir prétendre à la subvention d'encadrement telle que déterminée au § 1er, l'atelier social s'engage à :
  1° conclure une convention de travail assisté avec chaque collaborateur à l'assistance par le travail qui a été attribué à l'atelier social et qui a été orienté par le biais des services de base intégrés de la Maison locale de l'Emploi ou par l'orienteur;
  2° contracter une assurance couvrant la responsabilité civile de chaque collaborateur à l'assistance par le travail pour les dommages causés pendant les activités professionnelles exercées dans l'atelier social ou sur le chemin de l'atelier social;
  3° contracter une assurance couvrant les dommages physiques et matériels subis par chaque collaborateur à l'assistance par le travail pendant les activités professionnelles exercées dans l'atelier social ou sur le chemin de l'atelier social;
  4° établir, dans les 3 mois après la conclusion de la convention de travail assisté et en concertation avec l'orienteur, un plan d'accompagnement individuel sur mesure du collaborateur à l'assistance par le travail, dans lequel on donne un aperçu des efforts auxquels l'employeur s'engage au niveau de l'accompagnement;
  5° n'utiliser la subvention d'encadrement que pour l'accompagnement des collaborateurs à l'assistance par le travail;
  6° accepter la surveillance externe du groupe-cible des collaborateurs à l'assistance par le travail;
  7° s'insérer dans un réseau régional d'initiatives en matière d'assistance par le travail.
  § 5. Afin de pouvoir prétendre à la subvention d'encadrement telle que déterminée au § 1er, l'atelier social introduit une demande au moyen d'un formulaire mis à disposition par l'administration. L'examen de la demande se fait par l'administration qui donne un avis au Ministre. Le Ministre détermine la subvention d'encadrement maximale sur la base du nombre de collaborateurs à l'assistance par le travail équivalents temps plein tel que fixé au deuxième alinéa du § 1er. ".
Art. 4. Artikel 22 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 22. In toepassing van artikel 12, § 3, van het decreet stelt de minister maandelijks het bedrag vast dat de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding stort vóór de tiende van de lopende kalendermaand.
  Het bedrag van de loonpremie wordt binnen het kader van de toegekende premie van de betrokken maand berekend op basis van de effectieve tewerkstelling van de erkende doelgroepwerknemer. Er is slechts recht op een loonpremie voor de werkelijk verrichte en daarmee gelijkgestelde arbeidsprestaties.
  Het bedrag van de omkaderingssubsidie, zoals bedoeld in artikel 20 van dit besluit, wordt binnen het kader van de toegekende premie van de betrokken maand en rekening houdend met de bepalingen van artikel 20, § 1, van dit besluit, berekend op basis van de tewerkstelling van een omkaderingspersoneelslid.
  Het bedrag van de omkaderingssubsidie, zoals bedoeld in artikel 20bis van dit besluit, wordt binnen het kader van de toegekende premie van de betrokken maand en rekening houdend met de bepalingen van artikel 20bis, § 1, van dit besluit, berekend op basis van de tewerkstelling van een omkaderingspersoneelslid. Er is evenwel slechts recht op een premie in verhouding tot de werkelijk verrichte arbeidsmatige activiteit vanwege arbeidszorgmedewerkers. Voor het berekenen van deze arbeidsmatige activiteit vanwege arbeidszorgmedewerkers worden 30 uren arbeidsmatige activiteit gelijkgesteld met een voltijds equivalente activiteit, ten opzichte waarvan de effectief gepresteerde uren op evenredige wijze verrekend worden. ".
Art. 4. L'article 22 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
  " Art. 22. En application de l'article 12, § 3, du décret, le Ministre fixe mensuellement le montant que l'Office flamand de l'Emploi et de la Formation professionnelle verse avant le dix du mois calendrier courant.
  Le montant de la prime salariale est calculé dans le cadre de la prime accordée lors du mois concerné sur la base du taux d'emploi effectif du travailleur de groupe-cible agréé. Le droit à une prime salariale n'existe que pour les prestations de travail réellement effectuées et pour les prestations assimilées.
  Le montant de la subvention d'encadrement visée à l'article 20 du présent arrêté, est calculé dans le cadre de la prime accordée lors du mois concerné et compte tenu des dispositions de l'article 20, § 1er, du présent arrêté, sur la base de l'emploi d'un membre du personnel d'encadrement.
  Le montant de la subvention d'encadrement visée à l'article 20bis du présent arrêté, est calculé dans le cadre de la prime accordée lors du mois concerné et compte tenu des dispositions de l'article 20bis, § 1er, du présent arrêté, sur la base de l'emploi d'un membre du personnel d'encadrement. Le droit d'une prime n'existe toutefois qu'en proportion des activités professionnelles effectivement exercées par des collaborateurs à l'assistance par le travail. Pour le calcul de ces activités professionnelles exercées par des collaborateurs à l'assistance par le travail, 30 heures d'activités professionnelles sont assimilées à une activité équivalente temps plein, sur laquelle les heures effectivement prestées seront imputées proportionnellement. ".
Art. 5. In hetzelfde besluit wordt een artikel 27bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " Art. 27bis. Vanaf de datum van inwerkingtreding van artikel 20bis tot en met 31 december 2001 geldt in de plaats van het bedrag "22.000 euro", vermeld in artikel 20bis, het bedrag van "887 478 Belgische frank".
Art. 5. Dans le même arrêté, il est inséré un article 27bis, rédigé comme suit :
  " Art. 27bis. A partir de la date d'entrée en vigueur de l'article 20bis, jusqu'au 31 décembre 2001 inclus, le montant de "887 478 francs belges" s'applique au lieu du montant de "22.000 euros", mentionné à l'article 20bis.".
Art. 6. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 november 2001.
Art. 6. Le présent arrêté produit ses effets le 1 novembre 2001.
Art. 7. De Vlaamse minister van Werkgelegenheid en Toerisme is belast met de uitvoering van het besluit.
  Brussel, 14 december 2001.
  De minister-president van de Vlaamse regering,
  P. DEWAEL
  De Vlaamse minister van Werkgelegenheid en Toerisme,
  R. LANDUYT.
Art. 7. Le Ministre flamand qui a l'Emploi et le Tourisme dans ses attributions, est chargé de l'exécution du présent arrêté.
  Bruxelles, 14 décembre 2001.
  Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
  P. DEWAEL
  Le Ministre flamand de l'Emploi et du Tourisme,
  R. LANDUYT.