Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
18 MAART 2002. - Decreet betreffende de Infrastructuur (VERTALING). (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 10-07-2002 en tekstbijwerking tot 17-04-2025)
Titre
18 MARS 2002. - Décret relatif à l'Infrastructure (TRADUCTION). (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 10-07-2002 et mise à jour au 17-04-2025)
Documentinformatie
Numac: 2002033050
Datum: 2002-03-18
Info du document
Numac: 2002033050
Date: 2002-03-18
Inhoud
HOOFDSTUK I. - Op alle infrastructuurprojecten ...
Afdeling 1. - Toepassingsgebied.
Doelstelling.
Definities.
Alternatieve financieringen.
Afdeling 2. - Algemene bepalingen.
Openbare aanbesteding.
Voorwaarden m.b.t. de subsidiëring van infrastr...
Gebruik.
Aan de Regering toevertrouwde opdracht.
Afdeling 3. - Infrastructuurplan.
Doelstelling.
Goedkeuring.
Subsidiëringsvoorwaarde.
Afdeling 4. - Subsidiëring.
Onderafdeling 1. - Voorwaarden.
Aanvrager.
Eigendomsverhoudingen.
Verzekering.
Werftoezicht.
Financieel plan.
Onderafdeling 2. - Bedrag van de toelagen.
Algemene percentages.
Berekeningsbasis voor de toelage.
Onderafdeling 3. - Uitbetaling van de toelage.
Uitbetaling.
Afdeling 5. - Procedure.
Onderafdeling 1. - Algemene procedure.
Aanmelding van infrastructuurprojecten.
Opneming in het infrastructuurplan.
Subsidiëringsaanvraag.
Spoedprocedure.
Meerkosten.
Onderafdeling 2. - Procedure voor de aanvraag o...
Uitrustingstoelagen.
Onderafdeling 3. [1 - Procédure voor de aanvraa...
Afdeling 6. - Terugbetaling.
Verandering van bestemming.
Overtreding van de bepalingen inzake subsidiëring.
Afdeling 7. - Garantie.
Garantie van de Gemeenschap.
Voorwaarden m.b.t. de leningen.
Terugvordering bij aanspraak op de garantie.
Aan de Regering toevertrouwde opdracht.
HOOFDSTUK II. - Bijzondere maatregelen.
Afdeling 1. - Onderwijs en Opleiding.
Rationalisatie- en programmatienormen.
Onderwijs.
Internaten en opleidingsinfrastructuren die voo...
[1 Infrastructuur voor de beroepsopleiding en d...
Afdeling 2. - Culturele aangelegenheden.
[1 Cultuurcentra van de Duitstalige Gemeenschap]1.
[1 Locaties van het sportondersteuningscentrum]1
Kampeerterreinen.
Hotelinrichtingen.
Vakantiewoningen.
Afdeling 3. - Monumentenzorg.
Monumentenzorg.
[1 - Subsidie van de provincie]1 (1)...
Afdeling 4. - Persoonsgebonden aangelegenheden.
[1Dienst voor zelfbeschikkend leven.]1
Diensten en inrichtingen voor personen met een ...
Inrichting van geïntegreerde, rolstoeltoegankel...
Uitrusting van woonzorgcentra voor ouderen en w...
Afdeling 5. . [1 - Ziekenhuizen en woonstr...
[1 Algemene voorwaarden voor de subsidiëring va...
[1 - Algemene subsidietarieven]1 (1)
[1 - Instaatstellingswerken aan ziekenhuizen]1&...
[1 -Uitrusting van ziekenhuizen]1 (1)
Afdeling 6. [1 - Omtrekken voor een sanerin...
Afdeling 7 [1 - Huisvesting met overheidssteun]1
HOOFDSTUK III. - Wijzigings-, opheffings-, over...
Afdeling 1. - Wijzigings- en opheffingsbepalingen.
Wijzigingsbepaling.
Opheffingsbepaling.
Afdeling 2. - Overgangsbepalingen.
Infrastructuurprojecten waarvoor een vaste belo...
Infrastructuurprojecten waarvoor toelagen zijn ...
Afdeling 3. - Slotbepalingen.
Infrastructuurplan 2002-2004.
Indexatie.
Inwerkingtreding.
Inhoud
CHAPITRE I. - Dispositions applicables à tous l...
Section 1. - Champ d'application.
Objectif.
Définitions.
Financements alternatifs.
Section 2. - Dispositions générales.
Adjudication publique.
Conditions préalables à la subsidiation de proj...
Utilisation.
Mission confiée au Gouvernement.
Section 3. - Plan d'infrastructure.
Objectif.
Adoption.
Condition mise à la subsidiation.
Section 4. - Subsidiation.
Sous-section 1. - Conditions.
Demandeur.
Rapports de propriété.
Assurance.
Surveillance des chantiers.
Plan de financement.
Sous-section 2. - Montant des subsides.
Taux généraux.
Base de calcul du subside.
Sous-section 3. - Liquidation du subside.
Liquidation.
Section 5. - Procédure.
Sous-section 1. - Procédure générale.
Annonce de projets d'infrastructure.
Inscription dans le plan d'infrastructure.
Demande de subsides.
Procédure d'urgence.
Coûts supplémentaires.
Sous-section 2. - Procédure pour la demande des...
Subsides d'équipement.
Sous-section 3. En vigueu [2 et de demande de s...
Section 6. - Remboursement.
Désaffectation.
Infraction aux obligations en matière de subsid...
Section 7. - Garantie.
Garantie de la Communauté.
Conditions relatives aux emprunts.
Remboursement en cas de sollicitation de la gar...
Mission confiée au Gouvernement.
CHAPITRE II. - Dispositions particulières.
Section 1. - Enseignement et formation.
Normes de rationalisation et de programmation.
Enseignement.
Internats et infrastructures de formation ouver...
[1 Infrastructures pour la formation profession...
Section 2. - Affaires culturelles.
[1 Centres culturels de la Communauté germanoph...
[1 Implantation du Centre de promotion du sport]1
Terrains de camping.
Etablissements hôteliers.
Maisons de vacances.
Section 3. - Protection des monuments.
Protection des monuments.
[1 - Subside provincial]1 (1 &...
Section 4. - Matières personnalisables.
[1Office pour une vie autodéterminée.]1
Services et établissements pour personnes handi...
Aménagement de maisons prises en location, inté...
Equipement de centres de repos et de soins pour...
Section 5. [1 - Hôpitaux [2 [3 et structures d'...
[1 Conditions générales pour la subsidiation d'...
[1 - Taux général de subsidiation]1 (1)
[1 - Travaux de remise en état réalisés dans de...
[1 - Equipement d'hôpitaux]1 (1)
Section 6. [1 - Périmètres d'un site à réam...
Section 7. [1 - Logement public]1
CHAPITRE III. - Dispositions modificatives, abr...
Section 1. - Dispositions modificatives et abro...
Disposition modificative.
Disposition abrogatoire.
Section 2. - Dispositions transitoires.
Projets d'infrastructure ayant reçu une promess...
Projets d'infrastructure pour lesquels des subs...
Section 3. - Dispositions finales.
Plan d'infrastructure 2002-2004.
Indexation.
Entrée en vigueur.
Tekst (153)
Texte (153)
HOOFDSTUK I. - Op alle infrastructuurprojecten toepasselijke bepalingen.
CHAPITRE I. - Dispositions applicables à tous les projets d'infrastructure.
Afdeling 1. - Toepassingsgebied.
Section 1. - Champ d'application.
Doelstelling.
Objectif.
Artikel 1. Voorliggend decreet bepaalt de voorwaarden waaronder de Regering van de Duitstalige Gemeenschap binnen de perken van de beschikbare begrotingsmiddelen toelagen toekent voor infrastructuurprojecten in het Duitse taalgebied (resp. in het ambtsgebied van de Duitstalige Gemeenschap).
Article 1. Le présent décret fixe les conditions auxquelles le Gouvernement de la Communauté germanophone, dans les limites des crédits disponibles, octroie des subventions pour les projets d'infrastructure en région de langue allemande (ou dans le ressort de la Communauté germanophone).
Definities.
Définitions.
Art.2. Voor de toepassing van dit decreet dient onder infrastructuurproject te worden verstaan :
1° de nieuwbouw van gebouwen [2 of buiteninfrastructuren]2;
2° de aanschaffing of onteigening van terreinen, gebouwen of gedeelten van gebouwen;
3° de ombouw of de uitbouw van een bestaand gebouw [2 of van een buiteninfrastructuur]2;
4° de instaatstellingswerken aan bestaande gebouwen [2 of buiteninfrastructuren]2;
5° de inrichting met uit hun aard of door hun bestemming onroerende goederen die onontbeerlijk zijn om de vaste goederen [2 of de buiteninfrastructuren]2 te gebruiken;
6° de uitrusting met roerende goederen die onontbeerlijk zijn om de vaste goederen [2 of de buiteninfrastructuren]2 te gebruiken;
7° de maatregelen ter verbetering van de verkeersveiligheid in de directe omgeving van de infrastructuur;
8° de maatregelen ter verbetering van de toegankelijkheid voor de gehandicapten en van de veiligheid;
9° de maatregelen waarbij [3 aspecten i.v.m. duurzaam bouwen of energie-efficiëntie, met inbegrip van de voorafgaande studies,]3 in aanmerking worden genomen [4 ;]4
[1 10° installaties voor de zuivering van afvalwater]1 [4 ;]4
[4 11° volgende maatregelen binnen een [5 overeenkomstig artikel D.II.57.4, § 5, van het Waals Wetboek van Ruimtelijke Ordening vastgelegde omtrek]5 :
a) maatregelen om gevaren en ongevalrisico's te voorkomen die uitgaan van bouwwerken, bouwelementen of gevaarlijke uitrustingen;
b) het afbreken of gedeeltelijk afbreken van bouwwerken of installaties, met inbegrip van ondergrondse structuren;
c) veiligheids- of beveiligingsmaatregelen;
d) de inzameling, verwijdering, verwerking of vernietiging van producten, stoffen, materialen, puin en afval die achtergelaten werden of afkomstig zijn van de maatregelen;
e) het leegpompen van kelders, tanks en leidingen, alsook het reinigen van putten, plassen en vijvers;
f) de behandeling van afvalwater;
g) maatregelen voor het bouwen, verbouwen, verbeteren of uitbreiden van openbare plaatsen, buiteninfrastructuur of groene ruimten.]4
In éénzelfde project mogen verschillende in het eerste lid vermelde infrastructuurprojecten worden opgenomen.
Alle in dit decreet vermelde bedragen dienen exclusief BTW te worden verstaan [en het kostenaandeel gedragen door de Openbare Maatschappij voor Waterbeheer].
1° de nieuwbouw van gebouwen [2 of buiteninfrastructuren]2;
2° de aanschaffing of onteigening van terreinen, gebouwen of gedeelten van gebouwen;
3° de ombouw of de uitbouw van een bestaand gebouw [2 of van een buiteninfrastructuur]2;
4° de instaatstellingswerken aan bestaande gebouwen [2 of buiteninfrastructuren]2;
5° de inrichting met uit hun aard of door hun bestemming onroerende goederen die onontbeerlijk zijn om de vaste goederen [2 of de buiteninfrastructuren]2 te gebruiken;
6° de uitrusting met roerende goederen die onontbeerlijk zijn om de vaste goederen [2 of de buiteninfrastructuren]2 te gebruiken;
7° de maatregelen ter verbetering van de verkeersveiligheid in de directe omgeving van de infrastructuur;
8° de maatregelen ter verbetering van de toegankelijkheid voor de gehandicapten en van de veiligheid;
9° de maatregelen waarbij [3 aspecten i.v.m. duurzaam bouwen of energie-efficiëntie, met inbegrip van de voorafgaande studies,]3 in aanmerking worden genomen [4 ;]4
[1 10° installaties voor de zuivering van afvalwater]1 [4 ;]4
[4 11° volgende maatregelen binnen een [5 overeenkomstig artikel D.II.57.4, § 5, van het Waals Wetboek van Ruimtelijke Ordening vastgelegde omtrek]5 :
a) maatregelen om gevaren en ongevalrisico's te voorkomen die uitgaan van bouwwerken, bouwelementen of gevaarlijke uitrustingen;
b) het afbreken of gedeeltelijk afbreken van bouwwerken of installaties, met inbegrip van ondergrondse structuren;
c) veiligheids- of beveiligingsmaatregelen;
d) de inzameling, verwijdering, verwerking of vernietiging van producten, stoffen, materialen, puin en afval die achtergelaten werden of afkomstig zijn van de maatregelen;
e) het leegpompen van kelders, tanks en leidingen, alsook het reinigen van putten, plassen en vijvers;
f) de behandeling van afvalwater;
g) maatregelen voor het bouwen, verbouwen, verbeteren of uitbreiden van openbare plaatsen, buiteninfrastructuur of groene ruimten.]4
In éénzelfde project mogen verschillende in het eerste lid vermelde infrastructuurprojecten worden opgenomen.
Alle in dit decreet vermelde bedragen dienen exclusief BTW te worden verstaan [en het kostenaandeel gedragen door de Openbare Maatschappij voor Waterbeheer].
Wijzigingen
Art.2. Pour l'application du présent décret, l'on entend par projet d'infrastructure :
1° la construction de bâtiments [2 ou d'infrastructures extérieures]2;
2° l'acquisition ou l'expropriation de terrains, bâtiments ou parties de bâtiments;
3° la transformation ou l'agrandissement d'un bâtiment existant [2 des infrastructures extérieures]2;
4° les travaux de remise en état réalisés à des bâtiments existants [2 d'une infrastructure extérieure]2;
5° l'aménagement avec des biens immeubles par nature ou par destination qui sont indispensables pour l'utilisation des biens immobiliers [2 des infrastructures extérieures]2;
6° l'équipement avec des biens meubles qui sont indispensables pour l'utilisation des biens immobiliers [2 des infrastructures extérieures]2;
7° les mesures visant à améliorer la sécurité routière aux abords de l'infrastructure;
8° les mesures en vue de faciliter l'accessibilité aux personnes handicapées ou d'améliorer la sécurité;
9° les mesures visant à intégrer notamment des aspects de la construction durable [3 ou de performance énergétique, y compris les études préparatoires]3 [4 ;]4
[1 10° les installations d'épuration]1[4 ;]4
[4 11° [5 les mesures suivantes au sein d'un périmètre fixé conformément à l'article D.II.57.4, § 5, du Code wallon du Développement territorial]5 :
a) les mesures visant à éliminer les dangers et les risques d'accident provenant de constructions, d'éléments de construction ou d'équipements dangereux;
b) les démolitions ou démolitions partielles de constructions ou d'installations, en ce compris les structures souterraines;
c) les mesures de sécurité ou de sûreté;
d) la collecte, la mise au rebut, le traitement ou la destruction des produits, matériaux, déblais et déchets ayant été abandonnés ou résultant des mesures en question;
e) le vidage des caves, réservoirs et canalisations ainsi que le curage des fosses, étangs et bassins;
f) le traitement des eaux usées;
g) les mesures relatives à la construction, à la transformation, à l'amélioration ou à l'extension de places publiques, d'infrastructures extérieures ou d'espaces verts.]4
Un seul et même projet peut regrouper plusieurs des projets d'infrastructure énoncés au premier alinéa.
Tous les montants mentionnés dans le présent décret s'entendent hors T.V.A. [et à l'exclusion de la part du coût supportée par la Société publique de Gestion de l'Eau].
1° la construction de bâtiments [2 ou d'infrastructures extérieures]2;
2° l'acquisition ou l'expropriation de terrains, bâtiments ou parties de bâtiments;
3° la transformation ou l'agrandissement d'un bâtiment existant [2 des infrastructures extérieures]2;
4° les travaux de remise en état réalisés à des bâtiments existants [2 d'une infrastructure extérieure]2;
5° l'aménagement avec des biens immeubles par nature ou par destination qui sont indispensables pour l'utilisation des biens immobiliers [2 des infrastructures extérieures]2;
6° l'équipement avec des biens meubles qui sont indispensables pour l'utilisation des biens immobiliers [2 des infrastructures extérieures]2;
7° les mesures visant à améliorer la sécurité routière aux abords de l'infrastructure;
8° les mesures en vue de faciliter l'accessibilité aux personnes handicapées ou d'améliorer la sécurité;
9° les mesures visant à intégrer notamment des aspects de la construction durable [3 ou de performance énergétique, y compris les études préparatoires]3 [4 ;]4
[1 10° les installations d'épuration]1[4 ;]4
[4 11° [5 les mesures suivantes au sein d'un périmètre fixé conformément à l'article D.II.57.4, § 5, du Code wallon du Développement territorial]5 :
a) les mesures visant à éliminer les dangers et les risques d'accident provenant de constructions, d'éléments de construction ou d'équipements dangereux;
b) les démolitions ou démolitions partielles de constructions ou d'installations, en ce compris les structures souterraines;
c) les mesures de sécurité ou de sûreté;
d) la collecte, la mise au rebut, le traitement ou la destruction des produits, matériaux, déblais et déchets ayant été abandonnés ou résultant des mesures en question;
e) le vidage des caves, réservoirs et canalisations ainsi que le curage des fosses, étangs et bassins;
f) le traitement des eaux usées;
g) les mesures relatives à la construction, à la transformation, à l'amélioration ou à l'extension de places publiques, d'infrastructures extérieures ou d'espaces verts.]4
Un seul et même projet peut regrouper plusieurs des projets d'infrastructure énoncés au premier alinéa.
Tous les montants mentionnés dans le présent décret s'entendent hors T.V.A. [et à l'exclusion de la part du coût supportée par la Société publique de Gestion de l'Eau].
Wijzigingen
Alternatieve financieringen.
Financements alternatifs.
Art.3. Op alternatieve wijze gefinancierde infrastructuurprojecten kunnen worden gesubsidieerd, indien het akkoord van de Regering vóór het afsluiten van een dienovereenkomstige overeenkomst is gevraagd. Dit akkoord opent het recht op toelagen waarvan het bedrag het met toepassing van dit decreet geactualiseerde bedrag niet mag overschrijden, behalve als de toelage ook op alternatieve wijze wordt gefinancierd.
De Regering legt de toepassingsmodaliteiten van voorafgaand lid vast, waarbij zij in eventuele afwijkingen van (de artikelen 14, 18 (, 21 et 27, 1° et 6°)) voorziet.
De Regering legt de toepassingsmodaliteiten van voorafgaand lid vast, waarbij zij in eventuele afwijkingen van (de artikelen 14, 18 (, 21 et 27, 1° et 6°)) voorziet.
Art.3. Les projets d'infrastructure financés autrement peuvent être subsidiés lorsque l'accord du Gouvernement a été demandé avant la conclusion d'un contrat ad hoc. Cet accord ouvre le droit aux subsides, dont le montant ne peut dépasser le montant actualisé en application du présent décret, à moins que le subside ne soit lui aussi financé de manière alternative.
Le Gouvernement fixe les modalités d'application de l'alinéa précédent en prévoyant d'éventuelles dérogations (aux articles 14, 18 (, 21 et 27, 1° et 6°)).
Le Gouvernement fixe les modalités d'application de l'alinéa précédent en prévoyant d'éventuelles dérogations (aux articles 14, 18 (, 21 et 27, 1° et 6°)).
Art. 3bis. <INGEVOEGD bij DDG 2003-02-03/51, art. 11; Inwerkingtreding : 01-01-2002> Het afsluiten van een overeenkomst tussen de Regering en een aanvrager ontbindt niet van de toepassing van voorliggend decreet.
Art. 3bis. La conclusion d'une convention entre le Gouvernement et un demandeur ne dispense pas de l'application du présent décret.
Art. 3ter. [1 Contracting.
Indien een aanvrager een contractingmaatregel heeft genomen, kan de Regering in het kader van een overeenkomst tot 30 % van de afbetalingen overnemen. De aanvrager heeft voor die maatregel dan geen recht op andere infrastructuursubsidies.]1
Indien een aanvrager een contractingmaatregel heeft genomen, kan de Regering in het kader van een overeenkomst tot 30 % van de afbetalingen overnemen. De aanvrager heeft voor die maatregel dan geen recht op andere infrastructuursubsidies.]1
Art. 3ter. [1 Passation de contrats.
Lorsqu'un demandeur a conclu une mesure de passation de contrat, le Gouvernement peut, selon un accord cadre, prendre en charge jusqu'à 30 % du remboursement. Le demandeur n'a droit, dans le cadre de cette mesure, à aucune autre subvention en matière d'infrastructure.]1
Lorsqu'un demandeur a conclu une mesure de passation de contrat, le Gouvernement peut, selon un accord cadre, prendre en charge jusqu'à 30 % du remboursement. Le demandeur n'a droit, dans le cadre de cette mesure, à aucune autre subvention en matière d'infrastructure.]1
Art. 3quater. [1 Publiek-privaat partnerschap.
Wanneer een aanvrager zich in het kader van een publiek-privaat partnerschap aansluit bij een infrastructuurproject van de Regering, worden de nadere regels betreffende zijn financiële participatie geregeld in het kader van een overeenkomst. Daarbij wordt gewaarborgd dat voor de aanvrager geen hogere kosten ontstaan dan die welke zouden ontstaan in geval van een subsidiëring krachtens dit decreet.]1
Wanneer een aanvrager zich in het kader van een publiek-privaat partnerschap aansluit bij een infrastructuurproject van de Regering, worden de nadere regels betreffende zijn financiële participatie geregeld in het kader van een overeenkomst. Daarbij wordt gewaarborgd dat voor de aanvrager geen hogere kosten ontstaan dan die welke zouden ontstaan in geval van een subsidiëring krachtens dit decreet.]1
Art. 3quater. [1 Partenariat public/privé
Lorsqu'un demandeur se rallie à un projet d'infrastructure du Gouvernement dans le cadre d'un partenariat public/privé, les modalités de sa participation financière sont réglées dans le cadre d'une convention. Ceci garantit que le demandeur ne devra pas supporter des frais supérieurs à ceux qu'ils devrait supporter en cas de subventionnement en vertu du présent décret.]1
Lorsqu'un demandeur se rallie à un projet d'infrastructure du Gouvernement dans le cadre d'un partenariat public/privé, les modalités de sa participation financière sont réglées dans le cadre d'une convention. Ceci garantit que le demandeur ne devra pas supporter des frais supérieurs à ceux qu'ils devrait supporter en cas de subventionnement en vertu du présent décret.]1
Afdeling 2. - Algemene bepalingen.
Section 2. - Dispositions générales.
Openbare aanbesteding.
Adjudication publique.
Art.4. § 1. Alle aanvragers zijn onderworpen aan de op de openbare overheden toepasselijke bepalingen van de wetgeving inzake overheidsopdrachten voor aanneming van werken, leveringen en diensten.
§ 2. Bij een openbare aanbesteding :
- deelt de aanvrager ten minste 14 dagen bij voorbaat aan de Regering de datum van de opening van de inschrijvingen, waarop zij een afgevaardigde mag uitzenden, schriftelijk mede;
- zijn de processen-verbaal over de opening van de inschrijvingen met het bericht (en de best geklasseerde offerte) aan de Regering te betekenen, die binnen veertien dagen haar grieven mag doen gelden.
§ 2. Bij een openbare aanbesteding :
- deelt de aanvrager ten minste 14 dagen bij voorbaat aan de Regering de datum van de opening van de inschrijvingen, waarop zij een afgevaardigde mag uitzenden, schriftelijk mede;
- zijn de processen-verbaal over de opening van de inschrijvingen met het bericht (en de best geklasseerde offerte) aan de Regering te betekenen, die binnen veertien dagen haar grieven mag doen gelden.
Art.4. § 1er. Tous les demandeurs sont soumis aux dispositions de la législation relative aux marchés publics de travaux, fournitures et services applicables aux pouvoirs publics.
§ 2. Lors de l'adjudication publique :
- le demandeur communique par écrit au Gouvernement, au moins 14 jours à l'avance, la date de l'ouverture des soumissions à laquelle le Gouvernement peut envoyer un délégué;
- les procès-verbaux d'ouverture des soumissions, accompagnés du rapport (et de l'offre la mieux classée), doivent être adressés au Gouvernement qui dispose de 14 jours pour faire valoir ses griefs.
§ 2. Lors de l'adjudication publique :
- le demandeur communique par écrit au Gouvernement, au moins 14 jours à l'avance, la date de l'ouverture des soumissions à laquelle le Gouvernement peut envoyer un délégué;
- les procès-verbaux d'ouverture des soumissions, accompagnés du rapport (et de l'offre la mieux classée), doivent être adressés au Gouvernement qui dispose de 14 jours pour faire valoir ses griefs.
Voorwaarden m.b.t. de subsidiëring van infrastructuurprojecten.
Conditions préalables à la subsidiation de projets d'infrastructure.
Art.5. Om subsidieerbaar te zijn, moeten de infrastructuurprojecten in het bijzonder aan de vigerende programmatienormen, aan de geldende voorschriften inzake toegankelijkheid voor de gehandicapten, ruimtelijke ordening en monumenten- en landschapszorg alsmede aan de door de Regering met toepassing van artikel 7 vastgelegde regels beantwoorden. Bovendien moeten ze bij het landschapsbeeld harmonisch passen.
[1 Het in artikel 2, lid 1, 7°, vermeld infrastructuurproject is enkel subsidieerbaar als het niet door andere overheden kan worden gesubsidieerd of als een toelage aangevraagd, echter niet toegekend werd.]1
[2 Infrastructuurprojecten waarvoor de Regering overeenkomstig artikel 7, 1°, algemene maximumbedragen en maximumbedragen per meeteenheid vastgelegd heeft als basis voor de berekening van de infrastructuurtoelagen, komen niet in aanmerking voor subsidiëring op basis van dit decreet.]2
[1 Het in artikel 2, lid 1, 7°, vermeld infrastructuurproject is enkel subsidieerbaar als het niet door andere overheden kan worden gesubsidieerd of als een toelage aangevraagd, echter niet toegekend werd.]1
[2 Infrastructuurprojecten waarvoor de Regering overeenkomstig artikel 7, 1°, algemene maximumbedragen en maximumbedragen per meeteenheid vastgelegd heeft als basis voor de berekening van de infrastructuurtoelagen, komen niet in aanmerking voor subsidiëring op basis van dit decreet.]2
Art.5. Pour être subsidiables, les projets d'infrastructure répondent notamment aux normes de programmation en vigueur, aux prescriptions applicables en matière d'accessibilité pour les personnes handicapées, d'aménagement du territoire et de protection des monuments et sites ainsi qu'aux règles que le Gouvernement doit prendre en application de l'article 7. De plus, ils s'intègrent de manière harmonieuse dans le paysage.
[1 Le projet d'infrastructure mentionné à l'article 2, alinéa 1er, 7°, n'est subsidiable que dans la mesure où il ne peut être subsidié par d'autres autorités ou lorsqu'un subside a été demandé mais n'a pas été accordé.]1
[2 Les projets d'infrastructure pour lesquels le Gouvernement, conformément à l'article 7, 1°, a fixé des plafonds généraux ou par unité de mesure comme base de calcul pour le subventionnement ne sont par ailleurs pas pris en compte pour l'octroi d'un subside en vertu du présent décret.]2
[1 Le projet d'infrastructure mentionné à l'article 2, alinéa 1er, 7°, n'est subsidiable que dans la mesure où il ne peut être subsidié par d'autres autorités ou lorsqu'un subside a été demandé mais n'a pas été accordé.]1
[2 Les projets d'infrastructure pour lesquels le Gouvernement, conformément à l'article 7, 1°, a fixé des plafonds généraux ou par unité de mesure comme base de calcul pour le subventionnement ne sont par ailleurs pas pris en compte pour l'octroi d'un subside en vertu du présent décret.]2
Gebruik.
Utilisation.
Art.6. De algemeen toegankelijke lokalen in de door de Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde infrastructuren zijn voor het publiek open zonder enigerlei vorm van discriminatie om ideologische of filosofische redenen.
Art.6. Les locaux généralement accessibles des infrastructures financées ou subsidiées par la Communauté germanophone sont accessibles au public, sans discrimination d'ordre idéologique ou philosophique quelconque.
Aan de Regering toevertrouwde opdracht.
Mission confiée au Gouvernement.
Art.7. Met het oog op de subsidiëring van infrastructuurprojecten kan de Regering :
1° voor alle of wel bepaalde bevoegdheden, voor zover ze niet door dit decreet geregeld worden, algemene maximumbedragen en maximumbedragen per meeteenheid vastleggen als basis voor de berekening van de infrastructuurtoelagen, waarbij zij de maximumbedragen ook volgens bouwkundige criteria kan differentiëren;
2° voor enkele of voor alle gebieden programmatienormen vastleggen;
3° termijnen bepalen voor de subsidiëring van instaatstellingswerken of voor de vernieuwing van de inrichting of de uitrusting;
4° regels vastleggen voor het gebruik van gesubsidieerde infrastructuren door andere gebruikers dan de inrichtende machten;
5° specifieke voorschriften vastleggen inzake toegankelijkheid voor de gehandicapten van de gesubsidieerde infrastructuren;
6° specifieke voorschriften vastleggen met betrekking tot de aanwending van bouwmateriaal, het redelijk energieverbruik of andere aspecten i.v.m. het duurzaam bouwen.
[1 7° de bijzondere voorwaarden vastleggen waaraan een projectmanager moet voldoen[2 ;]2]1
[2 8° bepalen welke aanneembare uitgaven onder duurzaam of energie-efficiënt bouwen vallen [3 ;]3]2
[3 9° de lijst van de in artikel 2, tweede lid, 11°, vermelde maatregelen binnen een [4 omtrek]4 zo nodig aanvullen of beperken.]3
1° voor alle of wel bepaalde bevoegdheden, voor zover ze niet door dit decreet geregeld worden, algemene maximumbedragen en maximumbedragen per meeteenheid vastleggen als basis voor de berekening van de infrastructuurtoelagen, waarbij zij de maximumbedragen ook volgens bouwkundige criteria kan differentiëren;
2° voor enkele of voor alle gebieden programmatienormen vastleggen;
3° termijnen bepalen voor de subsidiëring van instaatstellingswerken of voor de vernieuwing van de inrichting of de uitrusting;
4° regels vastleggen voor het gebruik van gesubsidieerde infrastructuren door andere gebruikers dan de inrichtende machten;
5° specifieke voorschriften vastleggen inzake toegankelijkheid voor de gehandicapten van de gesubsidieerde infrastructuren;
6° specifieke voorschriften vastleggen met betrekking tot de aanwending van bouwmateriaal, het redelijk energieverbruik of andere aspecten i.v.m. het duurzaam bouwen.
[1 7° de bijzondere voorwaarden vastleggen waaraan een projectmanager moet voldoen[2 ;]2]1
[2 8° bepalen welke aanneembare uitgaven onder duurzaam of energie-efficiënt bouwen vallen [3 ;]3]2
[3 9° de lijst van de in artikel 2, tweede lid, 11°, vermelde maatregelen binnen een [4 omtrek]4 zo nodig aanvullen of beperken.]3
Art.7. En vue de la subsidiation de projets d'infrastructure, le Gouvernement peut fixer :
1° pour toutes ou certaines compétences bien précises, dans la mesure où elles ne sont pas réglées par le présent décret, des plafonds généraux et par unité de mesure comme base de calcul pour le subventionnement d'infrastructures, en différenciant éventuellement les plafonds selon des critères architectoniques;
2° des normes de programmation pour tous les domaines ou pour certains d'entre eux;
3° des délais pour la subsidiation de travaux de remise en état ou pour le renouvellement de l'aménagement ou de l'équipement;
4° des règles pour l'utilisation des infrastructures subsidiées par d'autres utilisateurs que les pouvoirs organisateurs;
5° des prescriptions spécifiques en vue de rendre les infrastructures subsidiées accessibles aux personnes handicapées;
6° des prescriptions spécifiques quant à l'utilisation de matériaux de construction, à l'utilisation rationnelle de l'énergie et à d'autres aspects de la construction durable.
[1 7° des conditions particulières auxquelles doit satisfaire un gestionnaire de projet[2 ;]2]1
[2 8° les dépenses admissibles qui peuvent être qualifiées de construction durable ou basse énergie [3 ;]3]2
[3 9° des mesures dans le cadre de la liste des mesures au sein d'un [4 périmètre]4 mentionnées à l'article 2, alinéa 2, 11°, en complétant ou restreignant ladite liste, le cas échéant.]3
1° pour toutes ou certaines compétences bien précises, dans la mesure où elles ne sont pas réglées par le présent décret, des plafonds généraux et par unité de mesure comme base de calcul pour le subventionnement d'infrastructures, en différenciant éventuellement les plafonds selon des critères architectoniques;
2° des normes de programmation pour tous les domaines ou pour certains d'entre eux;
3° des délais pour la subsidiation de travaux de remise en état ou pour le renouvellement de l'aménagement ou de l'équipement;
4° des règles pour l'utilisation des infrastructures subsidiées par d'autres utilisateurs que les pouvoirs organisateurs;
5° des prescriptions spécifiques en vue de rendre les infrastructures subsidiées accessibles aux personnes handicapées;
6° des prescriptions spécifiques quant à l'utilisation de matériaux de construction, à l'utilisation rationnelle de l'énergie et à d'autres aspects de la construction durable.
[1 7° des conditions particulières auxquelles doit satisfaire un gestionnaire de projet[2 ;]2]1
[2 8° les dépenses admissibles qui peuvent être qualifiées de construction durable ou basse énergie [3 ;]3]2
[3 9° des mesures dans le cadre de la liste des mesures au sein d'un [4 périmètre]4 mentionnées à l'article 2, alinéa 2, 11°, en complétant ou restreignant ladite liste, le cas échéant.]3
Afdeling 3. - Infrastructuurplan.
Section 3. - Plan d'infrastructure.
Doelstelling.
Objectif.
Art.8. Het infrastructuurplan omvat de lijst met de binnen een bepaalde termijn uit te voeren infrastructuurprojecten.
Het infrastructuurplan is het resultaat van :
- de noodzakelijke instaatstellingswerken bepaald op grond van een plaatsbeschrijving van alle door de Duitstalige Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde infrastructuren;
- de behoefte aan nieuwe gebouwen bepaald op grond van een volledige analyse van de behoeften op langere termijn, waarbij rekening moet worden gehouden met alle binnen een bepaalde geografische kring bestaande infrastructuren die door een aanvrager kunnen worden gebruikt;
- de verenigbaarheid van de infrastructuurprojecten met de financiële planning op langere termijn van de Duitstalige Gemeenschap.
Het infrastructuurplan is het resultaat van :
- de noodzakelijke instaatstellingswerken bepaald op grond van een plaatsbeschrijving van alle door de Duitstalige Gemeenschap gefinancierde of gesubsidieerde infrastructuren;
- de behoefte aan nieuwe gebouwen bepaald op grond van een volledige analyse van de behoeften op langere termijn, waarbij rekening moet worden gehouden met alle binnen een bepaalde geografische kring bestaande infrastructuren die door een aanvrager kunnen worden gebruikt;
- de verenigbaarheid van de infrastructuurprojecten met de financiële planning op langere termijn van de Duitstalige Gemeenschap.
Art.8. Le plan d'infrastructure reprend la liste des projets d'infrastructure à réaliser au cours d'une certaine période.
Le plan d'infrastructure est le résultat :
- des travaux de remise en état nécessaires, déterminés sur base d'un état des lieux de toutes les infrastructures financées ou subsidiées par la Communauté germanophone;
- des besoins en nouvelles constructions, déterminés sur base d'une analyse détaillée et à long terme des besoins tenant compte de toutes les infrastructures existant dans une zone géographique déterminée et pouvant être utilisées par un demandeur;
- de la compatibilité des projets d'infrastructure et de la planification financière à long terme de la Communauté germanophone.
Le plan d'infrastructure est le résultat :
- des travaux de remise en état nécessaires, déterminés sur base d'un état des lieux de toutes les infrastructures financées ou subsidiées par la Communauté germanophone;
- des besoins en nouvelles constructions, déterminés sur base d'une analyse détaillée et à long terme des besoins tenant compte de toutes les infrastructures existant dans une zone géographique déterminée et pouvant être utilisées par un demandeur;
- de la compatibilité des projets d'infrastructure et de la planification financière à long terme de la Communauté germanophone.
Goedkeuring.
Adoption.
Art.9. Na overleg met de gemeenten keurt de Regering een meerjarenplan inzake infrastructuur goed dat jaarlijks wordt bijgewerkt.
Het infrastructuurplan wordt samen met het begrotingsontwerp aan (het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap) overgemaakt.
Het infrastructuurplan wordt samen met het begrotingsontwerp aan (het Parlement van de Duitstalige Gemeenschap) overgemaakt.
Art.9. Après concertation avec les communes, le Gouvernement arrête un plan d'infrastructure pluriannuel, actualisé annuellement.
Le plan d'infrastructure est transmis au (Parlement de la Communauté germanophone) avec le projet de budget.
Le plan d'infrastructure est transmis au (Parlement de la Communauté germanophone) avec le projet de budget.
Subsidiëringsvoorwaarde.
Condition mise à la subsidiation.
Art.10. [1 Om subsidieerbaar te zijn, moet een infrastructuurproject in het infrastructuurplan zijn opgenomen, met uitzondering van het in artikel 2, lid 1, 6°, bepaald infrastructuurproject en van de in de artikelen 36 à 38 vermelde infrastructuurprojecten m.b.t. kampeerterreinen, hotelinrichtingen en vakantiewoningen [2 , alsmede van de in artikel 39, § 3, vermelde infrastructuurprojecten m.b.t. gerangschikte gebouwen en landschappen, als de aanvrager een natuurlijke persoon is]2.]1
Bij uiterste dringendheid kan de Regering een infrastructuurproject goedkeuren dat niet in het infrastructuurplan is opgenomen.
Bij uiterste dringendheid kan de Regering een infrastructuurproject goedkeuren dat niet in het infrastructuurplan is opgenomen.
Art.10. [1 Pour être subsidiable, tout projet d'infrastructure doit être inscrit au plan d'infrastructure, à l'exception du projet d'infrastructure mentionné à l'article 2, alinéa 1er, 6°, et des projets d'infrastructure relatifs à des terrains de camping, des établissements hôteliers ou des maisons de vacances, mentionnés aux articles 36 à 38 [2 , ainsi que des projets d'infrastructure prévus à l'article 39, § 3, relatifs à des bâtiments et sites classés]2.]1
En cas d'extrême urgence dûment motivée, le Gouvernement peut approuver un projet d'infrastructure non prévu dans le plan d'infrastructure.
En cas d'extrême urgence dûment motivée, le Gouvernement peut approuver un projet d'infrastructure non prévu dans le plan d'infrastructure.
Afdeling 4. - Subsidiëring.
Section 4. - Subsidiation.
Onderafdeling 1. - Voorwaarden.
Sous-section 1. - Conditions.
Aanvrager.
Demandeur.
Art.11. De privaatrechtelijke personen, die niet in het tweede lid zijn vermeld, kunnen uitsluitend toelagen verkrijgen voor :
1° de in artikel 2, lid 1, 1° en 3° tot 9°, vermelde infrastructuurprojecten ten behoeve van hotelinrichtingen [1 ...]1;
[1 1bis de in artikel 2, lid 1, 1° en 3° tot 10°, vermelde infrastructuurprojecten m.b.t. kampeerterreinen.]1
2° de in artikel 2, lid 1, 3° tot 9°, vermelde infrastructuurprojecten ten behoeve van vakantiewoningen;
3° de in artikel 2, lid 1, 4°, vermelde infrastructuurprojecten ten behoeve van onder monumentenzorg geplaatste gebouwen en landschappen;
[3 3.1 de in artikel 2, eerste lid, 1°, en 3° tot 9°, vermelde infrastructuurprojecten voor het tot stand brengen van een gemeenschappelijke ruimte voor een seniorenresidentie in de zin van [5 de artikelen 19 en 20 van het decreet van 13 december 2018 betreffende het aanbod aan diensten voor ouderen en personen met ondersteuningsbehoefte, alsook betreffende palliatieve zorg]5;]3
[4 3.2 de infrastructuurprojecten bepaald in artikel 2, eerste lid, 1° en 3° tot 11°, voor zover ze gelegen zijn binnen een [6 overeenkomstig artikel D.II.57.4, § 5, van het Waals Wetboek van Ruimtelijke Ordening vastgelegde omtrek]6;]4
4° infrastructuurprojecten ten behoeve van onderwijsinrichtingen, internaten en psycho-medisch-sociale centra.
Voor zover ze op het rechtsgebied van de Duitstalige Gemeenschap werkzaam zijn, kunnen :
1° de gemeenten;
2° de zelfstandige regies;
3° de intercommunales;
4° de kerkfabrieken;
5° de verenigingen zonder winstgevend doel;
6° de stichtingen;
7° de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
8° de vennootschappen met een sociaal oogmerk;
9° de bouwcoöperaties;
10° alle andere openbare instellingen,
toelagen verkrijgen voor infrastructuurprojecten op alle gebieden;
[2 11° [3 ...]3]2
1° de in artikel 2, lid 1, 1° en 3° tot 9°, vermelde infrastructuurprojecten ten behoeve van hotelinrichtingen [1 ...]1;
[1 1bis de in artikel 2, lid 1, 1° en 3° tot 10°, vermelde infrastructuurprojecten m.b.t. kampeerterreinen.]1
2° de in artikel 2, lid 1, 3° tot 9°, vermelde infrastructuurprojecten ten behoeve van vakantiewoningen;
3° de in artikel 2, lid 1, 4°, vermelde infrastructuurprojecten ten behoeve van onder monumentenzorg geplaatste gebouwen en landschappen;
[3 3.1 de in artikel 2, eerste lid, 1°, en 3° tot 9°, vermelde infrastructuurprojecten voor het tot stand brengen van een gemeenschappelijke ruimte voor een seniorenresidentie in de zin van [5 de artikelen 19 en 20 van het decreet van 13 december 2018 betreffende het aanbod aan diensten voor ouderen en personen met ondersteuningsbehoefte, alsook betreffende palliatieve zorg]5;]3
[4 3.2 de infrastructuurprojecten bepaald in artikel 2, eerste lid, 1° en 3° tot 11°, voor zover ze gelegen zijn binnen een [6 overeenkomstig artikel D.II.57.4, § 5, van het Waals Wetboek van Ruimtelijke Ordening vastgelegde omtrek]6;]4
4° infrastructuurprojecten ten behoeve van onderwijsinrichtingen, internaten en psycho-medisch-sociale centra.
Voor zover ze op het rechtsgebied van de Duitstalige Gemeenschap werkzaam zijn, kunnen :
1° de gemeenten;
2° de zelfstandige regies;
3° de intercommunales;
4° de kerkfabrieken;
5° de verenigingen zonder winstgevend doel;
6° de stichtingen;
7° de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
8° de vennootschappen met een sociaal oogmerk;
9° de bouwcoöperaties;
10° alle andere openbare instellingen,
toelagen verkrijgen voor infrastructuurprojecten op alle gebieden;
[2 11° [3 ...]3]2
Wijzigingen
Art.11. Les personnes de droit privé, non mentionnées au deuxième alinéa, ne peuvent recevoir des subsides que pour :
1° les projets d'infrastructure mentionnés à l'article 2, alinéa 1er, 1°, et 3° à 9°, et relatifs à des établissements hôteliers [1 ...]1;
[1 1bis les projets d'infrastructure mentionnés à l'article 2, alinéa 1er, 1°, et 3° à 10°, et relatifs à des terrains de camping;]1
2° les projets d'infrastructure mentionnés à l'article 2, alinéa 1er, 3° à 9°, et relatifs à des maisons de vacances;
3° le projet d'infrastructure mentionné à l'article 2, alinéa 1er, 4°, et relatifs à des bâtiments ou paysages classés;
[3 3.1 les projets d'infrastructure prévus à l'article 2, alinéa 1er, 1° et 3° à 9°, pour la création d'un local communautaire d'une résidence pour seniors [5 au sens des articles 19 et 20 du décret du 13 décembre 2018 concernant les offres pour personnes âgées ou dépendantes ainsi que les soins palliatifs]5;]3
[4 3.2° les projets d'infrastructure prévus à l'article 2, alinéa 1er, 1°, et 3° à 11°, pour autant qu'ils se situent [6 au sein d'un périmètre fixé conformément à l'article D.II.57.4, § 5, du Code wallon du Développement territorial]6]4;
4° les projets d'infrastructure relatifs à des établissements d'enseignement, des internats et des centres psycho-médico-sociaux.
Peuvent bénéficier de subsides pour des projets d'infrastructure dans tous domaines :
1° les communes;
2° les régies autonomes;
3° les intercommunales;
4° les fabriques d'église;
5° les associations sans but lucratif;
6° les fondations;
7° les centres publics d'aide sociale;
8° les sociétés à finalité sociale;
9° les coopératives de construction;
10° tous les autres organismes publics,
dans la mesure où ils sont actifs dans le ressort de la Communauté germanophone;
[2 11° [3 ...]3]2
1° les projets d'infrastructure mentionnés à l'article 2, alinéa 1er, 1°, et 3° à 9°, et relatifs à des établissements hôteliers [1 ...]1;
[1 1bis les projets d'infrastructure mentionnés à l'article 2, alinéa 1er, 1°, et 3° à 10°, et relatifs à des terrains de camping;]1
2° les projets d'infrastructure mentionnés à l'article 2, alinéa 1er, 3° à 9°, et relatifs à des maisons de vacances;
3° le projet d'infrastructure mentionné à l'article 2, alinéa 1er, 4°, et relatifs à des bâtiments ou paysages classés;
[3 3.1 les projets d'infrastructure prévus à l'article 2, alinéa 1er, 1° et 3° à 9°, pour la création d'un local communautaire d'une résidence pour seniors [5 au sens des articles 19 et 20 du décret du 13 décembre 2018 concernant les offres pour personnes âgées ou dépendantes ainsi que les soins palliatifs]5;]3
[4 3.2° les projets d'infrastructure prévus à l'article 2, alinéa 1er, 1°, et 3° à 11°, pour autant qu'ils se situent [6 au sein d'un périmètre fixé conformément à l'article D.II.57.4, § 5, du Code wallon du Développement territorial]6]4;
4° les projets d'infrastructure relatifs à des établissements d'enseignement, des internats et des centres psycho-médico-sociaux.
Peuvent bénéficier de subsides pour des projets d'infrastructure dans tous domaines :
1° les communes;
2° les régies autonomes;
3° les intercommunales;
4° les fabriques d'église;
5° les associations sans but lucratif;
6° les fondations;
7° les centres publics d'aide sociale;
8° les sociétés à finalité sociale;
9° les coopératives de construction;
10° tous les autres organismes publics,
dans la mesure où ils sont actifs dans le ressort de la Communauté germanophone;
[2 11° [3 ...]3]2
Wijzigingen
Eigendomsverhoudingen.
Rapports de propriété.
Art.12. (§ 1.) Behalve voor de in artikel 2, lid 1, 2°, vermelde infrastructuurprojecten kan een toelage slechts worden toegekend als de aanvrager eigenaar is van de bestaande onroerende goederen resp. van het terrein waarop de infrastructuur zal worden opgericht, of in het bezit is van een erfpachtverdrag, opstalverdrag of huurcontract met, op het ogenblik van de aanvraag, een looptijd van ten minste :
- 3 jaar, indien de globale toelage minder dan euro 7.500 bedraagt;
- 12 jaar, indien de globale toelage minder dan euro 125.000 bedraagt;
- 20 jaar, indien de globale toelage minder dan euro 250.000 bedraagt;
- 33 jaar, indien de globale toelage ten minste euro 250.000 bedraagt.
In geval van vroegtijdige opzegging door de verhuurder of bij ontbinding door zijn schuld voorziet het erfpachtverdrag, opstalverdrag resp. huurcontract in de terugbetaling van de toelagen te zijner laste, zoals bepaald in artikel 25. De bepalingen van het verdrag resp. het contract mogen de uitvoering van de werken waarvoor de toelagen zijn aangevraagd, niet verhinderen.
(Is een gemeente eigenares van het te subsidiëren onroerend goed, dan kan het in het eerste lid vermeld erfpachtverdrag, opstalverdrag of huurcontract door een gebruiksrecht worden vervangen.)
(§ 2. In bijzonder gerechtvaardigde gevallen kan de Regering een afwijking van de in § 1 vermelde voorwaarden toekennen.)
(Voor de buiteninfrastructuren [1 ...]1 van de gemeenten wordt een algemene afwijking van de in § 1 vermelde voorwaarden toegekend.)
- 3 jaar, indien de globale toelage minder dan euro 7.500 bedraagt;
- 12 jaar, indien de globale toelage minder dan euro 125.000 bedraagt;
- 20 jaar, indien de globale toelage minder dan euro 250.000 bedraagt;
- 33 jaar, indien de globale toelage ten minste euro 250.000 bedraagt.
In geval van vroegtijdige opzegging door de verhuurder of bij ontbinding door zijn schuld voorziet het erfpachtverdrag, opstalverdrag resp. huurcontract in de terugbetaling van de toelagen te zijner laste, zoals bepaald in artikel 25. De bepalingen van het verdrag resp. het contract mogen de uitvoering van de werken waarvoor de toelagen zijn aangevraagd, niet verhinderen.
(Is een gemeente eigenares van het te subsidiëren onroerend goed, dan kan het in het eerste lid vermeld erfpachtverdrag, opstalverdrag of huurcontract door een gebruiksrecht worden vervangen.)
(§ 2. In bijzonder gerechtvaardigde gevallen kan de Regering een afwijking van de in § 1 vermelde voorwaarden toekennen.)
(Voor de buiteninfrastructuren [1 ...]1 van de gemeenten wordt een algemene afwijking van de in § 1 vermelde voorwaarden toegekend.)
Art.12. (§ 1er.) Sauf en ce qui concerne les projets d'infrastructure mentionnés à l'article 2, alinéa 1er, 2°, un subside ne peut être octroyé que lorsque le demandeur est propriétaire des immeubles existants ou du terrain sur lequel l'infrastructure sera érigée, ou est en possession d'un contrat de bail emphytéotique, d'un contrat de louage à domaine congéable ou d'un contrat de location qui, au moment de la demande, couvre une période d'au moins :
- 3 ans si le subside total est inférieur à euro 7.500;
- 12 ans si le subside total est inférieur à euro 125.000;
- 20 ans si le subside total est inférieur à euro 250.000;
- 33 ans si le subside total est égal ou supérieur à euro 250.000.
Le contrat de bail emphytéotique, contrat de louage à domaine congéable ou contrat de location prévoit, en cas de résiliation anticipée par le bailleur ou en cas de dissolution par sa faute, le remboursement à sa charge des subsides, tel que prévu à l'article 25. Les dispositions du contrat ne peuvent empêcher l'exécution des travaux pour lesquels les subsides ont été demandés.
(Lorsqu'une commune est propriétaire de l'immeuble à subsidier, le contrat de bail emphytéotique, de louage à domaine congéable ou de bail mentionné au premier alinéa peut être remplacé par un droit d'usage.)
(§ 2. Dans des cas particulièrement motivés, le Gouvernement peut accorder une dérogation aux conditions mentionnées au § 1er.)
(Pour les infrastructures extérieures [1 ...]1 des communes, une dérogation générale aux conditions mentionnées au § 1er est accordée.)
- 3 ans si le subside total est inférieur à euro 7.500;
- 12 ans si le subside total est inférieur à euro 125.000;
- 20 ans si le subside total est inférieur à euro 250.000;
- 33 ans si le subside total est égal ou supérieur à euro 250.000.
Le contrat de bail emphytéotique, contrat de louage à domaine congéable ou contrat de location prévoit, en cas de résiliation anticipée par le bailleur ou en cas de dissolution par sa faute, le remboursement à sa charge des subsides, tel que prévu à l'article 25. Les dispositions du contrat ne peuvent empêcher l'exécution des travaux pour lesquels les subsides ont été demandés.
(Lorsqu'une commune est propriétaire de l'immeuble à subsidier, le contrat de bail emphytéotique, de louage à domaine congéable ou de bail mentionné au premier alinéa peut être remplacé par un droit d'usage.)
(§ 2. Dans des cas particulièrement motivés, le Gouvernement peut accorder une dérogation aux conditions mentionnées au § 1er.)
(Pour les infrastructures extérieures [1 ...]1 des communes, une dérogation générale aux conditions mentionnées au § 1er est accordée.)
Wijzigingen
Verzekering.
Assurance.
Art.13. Het te subsidiëren onroerend goed of de te subsidiëren inrichting (, met uitzondering van de buiteninfrastructuren [1 ...]1 van de gemeenten,) is tegen brand en andere gevaren te verzekeren, wat de eenvoudige risico's betreft in de zin van de wetgeving inzake landverzekering. Een verzekering inzake " objectieve " burgerlijke aansprakelijkheid dient te worden afgesloten indien zij wettelijk voorgeschreven is.
Art.13. L'immeuble ou l'installation à subsidier (, à l'exception des infrastructures extérieures [1 ...]1 des communes,) doit être assuré contre l'incendie ou d'autres dangers, en ce qui concerne les risques simples au sens de la législation sur l'assurance terrestre. Si elle est prévue par la loi, une assurance en responsabilité objective doit être conclue.
Wijzigingen
Werftoezicht.
Surveillance des chantiers.
Art.14. Voor [2 infrastructuurprojecten]2 waarvan de (...) kosten ten minste [1 500.000 EUR]1 bedragen, sluit de aanvrager met een erkende onderneming een verdrag over het werftoezicht en de daarmee verbonden verzekering voor een tienjarige garantie alsmede een werfverzekering af die de gesloten ruwbouw alsmede de burgerlijke aansprakelijkheid van de bouwheer dekken. Voor buiteninstallaties van elke aard ook moeten de globale kosten worden gedekt.e globale kosten ten minste euro 400.000 bedragen, is de afsluiting van een verdrag over het werftoezicht en van de daarmee verbonden verzekering voor een tienjarige garantie, alsmede van een werfverzekering met een erkende onderneming verplicht.
(De in het eerste lid vermelde kosten omvatten de eigenlijke bouwkosten alsmede het ereloon van de architecten, ingenieurs en andere deskundigen, echter niet de kosten aangegaan voor de coördinator inzake veiligheid of de werfverzekering en/of het werftoezicht.)
(De in het eerste lid vermelde kosten omvatten de eigenlijke bouwkosten alsmede het ereloon van de architecten, ingenieurs en andere deskundigen, echter niet de kosten aangegaan voor de coördinator inzake veiligheid of de werfverzekering en/of het werftoezicht.)
Art.14. Pour les [2 projets d'infrastructure]2 dont le coût (...) est d'au moins [1 500.000 EUR]1 , le demandeur conclut auprès d'une entreprise agréée un contrat de surveillance du chantier et l'assurance de garantie décennale y afférente, ainsi qu'une assurance-chantier qui couvre le gros-oeuvre fermé et la responsabilité civile du maître de l'ouvrage. Pour les installations extérieures de toute nature, tous les coûts liés au projet doivent être couverts.
(Le coût visé au premier alinéa comprend les coûts de construction proprement dits ainsi que les honoraires des architectes, ingénieurs et autres experts, mais pas les coûts liés au coordinateur de sécurité, à l'assurance-chantier ou à la surveillance du chantier.)
(Le coût visé au premier alinéa comprend les coûts de construction proprement dits ainsi que les honoraires des architectes, ingénieurs et autres experts, mais pas les coûts liés au coordinateur de sécurité, à l'assurance-chantier ou à la surveillance du chantier.)
Art. 14bis. [1 Projectverantwoordelijke.
§ 1. De aanvrager wijst een projectverantwoordelijke aan. De projectverantwoordelijke begeleidt het infrastructuurproject, in het bijzonder wat de naleving van de specifieke voorschriften vermeld in artikel 7, 5° en 6°, betreft.
§ 2. Bij infrastructuurprojecten [2 die overeenkomstig artikel D.IV.1, § 2, van het Waals Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling]2 de medewerking van een architect vereisen, wijst de aanvrager een projectontwikkelaar als projectverantwoordelijke aan.
Deze zorgt voor de algemene planning, de sturing, het toezicht op en het afsluiten van het infrastructuurproject.
§ 3. Bij infrastructuurprojecten [2 die overeenkomstig artikel D.IV.1, § 2, van het Waals Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling]2 de medewerking van een architect vereisen en waarvan de totale kosten bovendien minstens 500.000 euro bedragen, wijst de aanvrager een projectmanager als bedoeld in artikel 7, 7°, en artikel 18bis, §§ 2 tot 3, als projectverantwoordelijke aan.
Bij die infrastructuurprojecten neemt de projectmanager de taken vermeld in § 2, tweede lid, en de begeleiding van de aanvrager op zich, terwijl de projectontwikkelaar zorgt voor de praktische uitvoering van het project, volgens de aanwijzingen van de projectmanager.
De aanwijzing van de projectmanager geschiedt voor de aanwijzing van de projectontwikkelaar. Beide functies zijn niet met elkaar te verenigen.
Geen enkel infrastructuurproject mag opgesplitst worden met de bedoeling om het aan de toepassing van de bepalingen van deze paragraaf te onttrekken.
In bijzonder gerechtvaardigde gevallen kan de Regering van het bedrag vermeld in het eerste lid afwijken.
§ 4. In afwijking van de paragrafen 1 tot 3 hoeft bij infrastructuurprojecten die overeenkomstig artikel 22 dringend moeten worden uitgevoerd, geen projectverantwoordelijke in de zin van dit artikel te worden aangewezen.]1
§ 1. De aanvrager wijst een projectverantwoordelijke aan. De projectverantwoordelijke begeleidt het infrastructuurproject, in het bijzonder wat de naleving van de specifieke voorschriften vermeld in artikel 7, 5° en 6°, betreft.
§ 2. Bij infrastructuurprojecten [2 die overeenkomstig artikel D.IV.1, § 2, van het Waals Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling]2 de medewerking van een architect vereisen, wijst de aanvrager een projectontwikkelaar als projectverantwoordelijke aan.
Deze zorgt voor de algemene planning, de sturing, het toezicht op en het afsluiten van het infrastructuurproject.
§ 3. Bij infrastructuurprojecten [2 die overeenkomstig artikel D.IV.1, § 2, van het Waals Wetboek van Ruimtelijke Ontwikkeling]2 de medewerking van een architect vereisen en waarvan de totale kosten bovendien minstens 500.000 euro bedragen, wijst de aanvrager een projectmanager als bedoeld in artikel 7, 7°, en artikel 18bis, §§ 2 tot 3, als projectverantwoordelijke aan.
Bij die infrastructuurprojecten neemt de projectmanager de taken vermeld in § 2, tweede lid, en de begeleiding van de aanvrager op zich, terwijl de projectontwikkelaar zorgt voor de praktische uitvoering van het project, volgens de aanwijzingen van de projectmanager.
De aanwijzing van de projectmanager geschiedt voor de aanwijzing van de projectontwikkelaar. Beide functies zijn niet met elkaar te verenigen.
Geen enkel infrastructuurproject mag opgesplitst worden met de bedoeling om het aan de toepassing van de bepalingen van deze paragraaf te onttrekken.
In bijzonder gerechtvaardigde gevallen kan de Regering van het bedrag vermeld in het eerste lid afwijken.
§ 4. In afwijking van de paragrafen 1 tot 3 hoeft bij infrastructuurprojecten die overeenkomstig artikel 22 dringend moeten worden uitgevoerd, geen projectverantwoordelijke in de zin van dit artikel te worden aangewezen.]1
Art. 14bis. [1 Responsable de projet.
§ 1er. Le demandeur mandate un responsable de projet. Celui-ci encadre le projet d'infrastructure, notamment en ce qui concerne le respect des prescriptions spécifiques énoncées à l'article 7, 5° et 6°.
§ 2. En ce qui concerne les projets d'infrastructure requérant l'intervention d'un architecte [2 conformément à l'article D.IV.1, § 2, du Code wallon du Développement territorial]2, le demandeur mandate un auteur de projet en tant que responsable de projet.
Celui-ci assure la planification générale, le pilotage, la surveillance ainsi que la clôture du projet d'infrastructure.
§ 3. En ce qui concerne les projets d'infrastructure requérant l'intervention d'un architecte [2 conformément à l'article D.IV.1, § 2, du Code wallon du Développement territorial]2, et dont le coût général s'élève au moins à 500.000 euros, le demandeur mandate un gestionnaire de projet conformément à l'article 7, 7°, et à l'article 18bis, §§ 2 et 3, en tant que responsable de projet.
Pour ces projets d'infrastructure, le gestionnaire de projet assure les missions mentionnées au § 2, alinéa 2, ainsi que l'encadrement du demandeur, alors que l'auteur de projet assure la mise en oeuvre pratique du projet en suivant les prescriptions du gestionnaire de projet.
Le gestionnaire de projet est mandaté avant l'auteur de projet. Les deux fonctions sont incompatibles.
Aucun projet d'infrastructure ne peut être scindé en vu d'échapper à l'application des dispositions du présent paragraphe.
Dans des cas particulièrement motivés, le Gouvernement peut octroyer des dérogations au montant repris au premier alinéa.
§ 4. Par dérogation aux paragraphes 1er à 3, aucun responsable de projet au sens du présent article ne doit être mandaté lorsqu'il s'agit de projets d'infrastructure à réaliser d'urgence conformément à l'article 22. ]1
§ 1er. Le demandeur mandate un responsable de projet. Celui-ci encadre le projet d'infrastructure, notamment en ce qui concerne le respect des prescriptions spécifiques énoncées à l'article 7, 5° et 6°.
§ 2. En ce qui concerne les projets d'infrastructure requérant l'intervention d'un architecte [2 conformément à l'article D.IV.1, § 2, du Code wallon du Développement territorial]2, le demandeur mandate un auteur de projet en tant que responsable de projet.
Celui-ci assure la planification générale, le pilotage, la surveillance ainsi que la clôture du projet d'infrastructure.
§ 3. En ce qui concerne les projets d'infrastructure requérant l'intervention d'un architecte [2 conformément à l'article D.IV.1, § 2, du Code wallon du Développement territorial]2, et dont le coût général s'élève au moins à 500.000 euros, le demandeur mandate un gestionnaire de projet conformément à l'article 7, 7°, et à l'article 18bis, §§ 2 et 3, en tant que responsable de projet.
Pour ces projets d'infrastructure, le gestionnaire de projet assure les missions mentionnées au § 2, alinéa 2, ainsi que l'encadrement du demandeur, alors que l'auteur de projet assure la mise en oeuvre pratique du projet en suivant les prescriptions du gestionnaire de projet.
Le gestionnaire de projet est mandaté avant l'auteur de projet. Les deux fonctions sont incompatibles.
Aucun projet d'infrastructure ne peut être scindé en vu d'échapper à l'application des dispositions du présent paragraphe.
Dans des cas particulièrement motivés, le Gouvernement peut octroyer des dérogations au montant repris au premier alinéa.
§ 4. Par dérogation aux paragraphes 1er à 3, aucun responsable de projet au sens du présent article ne doit être mandaté lorsqu'il s'agit de projets d'infrastructure à réaliser d'urgence conformément à l'article 22. ]1
Financieel plan.
Plan de financement.
Art.15. Toelagen worden slechts toegekend wanneer de aanvrager het bewijs levert dat gezorgd wordt voor de financiering van het gedeelte van de uitgaven dat niet door de toelagen gedekt is.
Dit bewijs wordt door middel van een omstandig financieel plan geleverd dat onder andere een analyse van de werkings- en onderhoudskosten omvat en waaruit, in voorkomend geval, blijkt hoe de kosten op de eindverbruiker worden afgewenteld.
Voor [2 infrastructuurprojecten]2 waarvan de globale kosten ten minste [1 500.000 EUR]1 bedragen of waarvoor de in artikel 27 vermelde garantie van de Gemeenschap wordt aangevraagd, moet het financieel plan een door de bevoegde gemeenteontvanger of door een erkende revisor of accountant opgesteld advies worden bijgevoegd.
Dit bewijs wordt door middel van een omstandig financieel plan geleverd dat onder andere een analyse van de werkings- en onderhoudskosten omvat en waaruit, in voorkomend geval, blijkt hoe de kosten op de eindverbruiker worden afgewenteld.
Voor [2 infrastructuurprojecten]2 waarvan de globale kosten ten minste [1 500.000 EUR]1 bedragen of waarvoor de in artikel 27 vermelde garantie van de Gemeenschap wordt aangevraagd, moet het financieel plan een door de bevoegde gemeenteontvanger of door een erkende revisor of accountant opgesteld advies worden bijgevoegd.
Art.15. Des subsides ne sont octroyés que lorsque le demandeur apporte la preuve que le financement de la partie des dépenses non couverte par ces subsides est assuré.
Cette preuve est apportée dans le cadre d'un plan de financement détaillé qui contient, entre autres, une analyse des coûts de fonctionnement et des coûts induits et qui, le cas échéant, fait apparaître la manière dont les coûts seront répercutés sur le consommateur final.
Pour les [2 projets d'infrastructure]2 dont le coût total est d'au moins [1 500.000 euros]1 ou pour lesquels la garantie de la Communauté, visée à l'article 27, a été demandée, le plan de financement doit être accompagné d'un avis émis par le receveur communal compétent ou par un réviseur ou expert-comptable agréé.
Cette preuve est apportée dans le cadre d'un plan de financement détaillé qui contient, entre autres, une analyse des coûts de fonctionnement et des coûts induits et qui, le cas échéant, fait apparaître la manière dont les coûts seront répercutés sur le consommateur final.
Pour les [2 projets d'infrastructure]2 dont le coût total est d'au moins [1 500.000 euros]1 ou pour lesquels la garantie de la Communauté, visée à l'article 27, a été demandée, le plan de financement doit être accompagné d'un avis émis par le receveur communal compétent ou par un réviseur ou expert-comptable agréé.
Onderafdeling 2. - Bedrag van de toelagen.
Sous-section 2. - Montant des subsides.
Algemene percentages.
Taux généraux.
Art.16. Voor de in artikel 2, lid 1, 1° tot 5° en [2 7° tot 11°]2, vermelde infrastructuurprojecten bedraagt de toelage 60 % van het totaal subsidieerbaar bedrag der uitgaven.
Voor het in artikel 2, lid 1, 6°, vermeld infrastructuurproject bedraagt de toelage 50 % van het totaal subsidieerbaar bedrag der uitgaven.
De toelage is, in voorkomend geval, beperkt tot de geldende maximumbedragen.
Voor het in artikel 2, lid 1, 6°, vermeld infrastructuurproject bedraagt de toelage 50 % van het totaal subsidieerbaar bedrag der uitgaven.
De toelage is, in voorkomend geval, beperkt tot de geldende maximumbedragen.
Art.16. Pour les projets d'infrastructure visés à l'article 2, alinéa 1er, 1° à 5° et [2 7° à 11°]2, le subside représente 60 % du montant total des dépenses pouvant être pris en considération pour une subsidiation.
Pour le projet d'infrastructure visé à l'article 2, alinéa 1er, 6°, le subside représente 50 % du montant total des dépenses pouvant être pris en considération pour une subsidiation.
Le cas échéant, le subside est limité aux plafonds en vigueur.
Pour le projet d'infrastructure visé à l'article 2, alinéa 1er, 6°, le subside représente 50 % du montant total des dépenses pouvant être pris en considération pour une subsidiation.
Le cas échéant, le subside est limité aux plafonds en vigueur.
Art. 16bis. [1 Verhoogde subsidie voor energie-efficiëntie
Als in het kader van infrastructuurprojecten waarvoor het subsidietarief vermeld in artikel 16 geldt :
1° alleen energie-efficiëntiemaatregelen worden uitgevoerd, dan krijgen die 80 % van het uitgavenbedrag dat in aanmerking komt voor een subsidie;
2° gedeeltelijk energie-efficiëntiemaatregelen worden uitgevoerd, dan wordt het subsidietarief voor die maatregelen verhoogd met 20 % van het uitgavenbedrag dat in aanmerking komt voor een subsidie. ]1
Als in het kader van infrastructuurprojecten waarvoor het subsidietarief vermeld in artikel 16 geldt :
1° alleen energie-efficiëntiemaatregelen worden uitgevoerd, dan krijgen die 80 % van het uitgavenbedrag dat in aanmerking komt voor een subsidie;
2° gedeeltelijk energie-efficiëntiemaatregelen worden uitgevoerd, dan wordt het subsidietarief voor die maatregelen verhoogd met 20 % van het uitgavenbedrag dat in aanmerking komt voor een subsidie. ]1
Art. 16bis. [1 Subside majoré pour performance énergétique "
Si, dans le cadre de projets d'infrastructure pour lesquels le taux de subvention mentionné à l'article 16 est valide :
1° seules des mesures de performance énergétique sont réalisées, celles-ci sont subsidiées à concurrence de 80 % du montant total des dépenses subsidiables;
2° les mesures de performance énergétique ne constituent qu'une partie desdits projets, ces mesures bénéficient d'un taux de subvention majoré représentant 20 % du montant total des dépenses subsidiables. ]1
Si, dans le cadre de projets d'infrastructure pour lesquels le taux de subvention mentionné à l'article 16 est valide :
1° seules des mesures de performance énergétique sont réalisées, celles-ci sont subsidiées à concurrence de 80 % du montant total des dépenses subsidiables;
2° les mesures de performance énergétique ne constituent qu'une partie desdits projets, ces mesures bénéficient d'un taux de subvention majoré représentant 20 % du montant total des dépenses subsidiables. ]1
Berekeningsbasis voor de toelage.
Base de calcul du subside.
Art.17. § 1. Voor de infrastructuurprojecten vermeld in artikel 2, lid 1, 1°, 3° tot 5° [4 en 7° tot 11°]4, bevat het totaal subsidieerbaar bedrag der uitgaven alle werkelijk gemaakte uitgaven m.b.t. de infrastructuurprojecten, o.a. de arbeids- en materiaalkosten, de wettelijk voorgeschreven prijsherziening, de kosten m.b.t. de wettelijk voorgeschreven coördinator inzake veiligheid, de werfverzekering en/of het werftoezicht, de BTW, indien ze niet teruggevorderd wordt, alsmede het ereloon van de [2 alsmede het ereloon van de]2 architecten, ingenieurs en andere deskundigen.
[De kosten die in het kader van het toegekend maximumbedrag uit afwijkingen van het goedgekeurd project voortvloeien, kunnen als aanneembare uitgaven in aanmerking worden genomen, op voorwaarde dat de geplande afwijkingen vóór de uitvoering van de werken aan de Regering zijn medegedeeld en dat ze geen fundamentele wijziging van het project met zich meebrengen. Fundamentele wijzigingen dienen vooraf door de Regering te worden goedgekeurd.
Ten laatste bij de slotrekening dient de aanvrager volgende documenten bij de Regering in :
- een uitvoerige motivering van de afwijking;
- de in artikel 21 bepaalde documenten die noodzakelijk zijn voor het infrastructuurproject, voorzover ze niet al ingediend zijn.]
De aanneembare uitgaven aangegaan vóór de vaste belofte van de Regering ter voorbereiding van de aanvraag bedoeld in artikel 21 zijn slechts subsidieerbaar als het betrokken infrastructuurproject gesubsidieerd wordt [3 , tenzij het gaat om uitgaven voor voorafgaande studies met het oog op energie-efficiëntiemaatregelen]3.
§ 2. Voor de infrastructuurprojecten vermeld in artikel 2, lid 1, 2°, wordt de toelage berekend op een basis die de raming niet mag overschrijden welke opgesteld werd door de bevoegde ontvanger van de Administratie der Registratie, de bevoegde ambtenaar van het Nationaal Comité tot aankoop van onroerende goederen of een (door de Regering erkende) taxateur, (verhoogd met de meet- en notariële kosten en) eventueel verhoogd met de wettelijke of door de overheden betaalde vergoeding voor wederbelegging of pachtvergoeding.
Het globaal bedrag van de subsidieerbare uitgaven m.b.t. de in artikel 2, lid 1, 6°, vermelde infrastructuurprojecten omvat de door de Regering goedgekeurde aankoopprijs, de BTW, indien ze niet teruggevorderd wordt, en het ereloon van de projectbewerkers.
§ 3. [Kan een infrastructuurproject door andere overheden gesubsidieerd worden, dan moet deze toelage aangevraagd worden. Met uitzondering van de toelage toegekend door de vestigingsgemeente van de aanvrager, worden deze toelagen van de globale kostprijs van het project afgetrokken voordat de toelage, toegekend met toepassing van voorliggend decreet, berekend wordt. Dit geldt eveneens voor elke door andere overheden of openbare instellingen toegekende vergoeding of voor alle verplichte kostenbijdragen, met uitzondering van de kostenbijdrage van de gebruiker van de infrastructuur, als hij zelf subsidieerbaar is.
Het eerste lid is niet van toepassing op de in artikel 39 vermelde toelage voor de onder monumentenzorg geplaatste gebouwen en landschappen] [1 alsmede op de in de artikelen 36, 37 en 38 vermelde premies voor kampeerterreinen, hotelinrichtingen en vakantiewoningen.]1
[De kosten die in het kader van het toegekend maximumbedrag uit afwijkingen van het goedgekeurd project voortvloeien, kunnen als aanneembare uitgaven in aanmerking worden genomen, op voorwaarde dat de geplande afwijkingen vóór de uitvoering van de werken aan de Regering zijn medegedeeld en dat ze geen fundamentele wijziging van het project met zich meebrengen. Fundamentele wijzigingen dienen vooraf door de Regering te worden goedgekeurd.
Ten laatste bij de slotrekening dient de aanvrager volgende documenten bij de Regering in :
- een uitvoerige motivering van de afwijking;
- de in artikel 21 bepaalde documenten die noodzakelijk zijn voor het infrastructuurproject, voorzover ze niet al ingediend zijn.]
De aanneembare uitgaven aangegaan vóór de vaste belofte van de Regering ter voorbereiding van de aanvraag bedoeld in artikel 21 zijn slechts subsidieerbaar als het betrokken infrastructuurproject gesubsidieerd wordt [3 , tenzij het gaat om uitgaven voor voorafgaande studies met het oog op energie-efficiëntiemaatregelen]3.
§ 2. Voor de infrastructuurprojecten vermeld in artikel 2, lid 1, 2°, wordt de toelage berekend op een basis die de raming niet mag overschrijden welke opgesteld werd door de bevoegde ontvanger van de Administratie der Registratie, de bevoegde ambtenaar van het Nationaal Comité tot aankoop van onroerende goederen of een (door de Regering erkende) taxateur, (verhoogd met de meet- en notariële kosten en) eventueel verhoogd met de wettelijke of door de overheden betaalde vergoeding voor wederbelegging of pachtvergoeding.
Het globaal bedrag van de subsidieerbare uitgaven m.b.t. de in artikel 2, lid 1, 6°, vermelde infrastructuurprojecten omvat de door de Regering goedgekeurde aankoopprijs, de BTW, indien ze niet teruggevorderd wordt, en het ereloon van de projectbewerkers.
§ 3. [Kan een infrastructuurproject door andere overheden gesubsidieerd worden, dan moet deze toelage aangevraagd worden. Met uitzondering van de toelage toegekend door de vestigingsgemeente van de aanvrager, worden deze toelagen van de globale kostprijs van het project afgetrokken voordat de toelage, toegekend met toepassing van voorliggend decreet, berekend wordt. Dit geldt eveneens voor elke door andere overheden of openbare instellingen toegekende vergoeding of voor alle verplichte kostenbijdragen, met uitzondering van de kostenbijdrage van de gebruiker van de infrastructuur, als hij zelf subsidieerbaar is.
Het eerste lid is niet van toepassing op de in artikel 39 vermelde toelage voor de onder monumentenzorg geplaatste gebouwen en landschappen] [1 alsmede op de in de artikelen 36, 37 en 38 vermelde premies voor kampeerterreinen, hotelinrichtingen en vakantiewoningen.]1
Art.17. § 1er. Pour les projets d'infrastructure visés à l'article 2, alinéa 1er, 1°, 3° à 5° et [4 7° à 11°]4, le montant total des dépenses pouvant être pris en considération pour une subsidiation comprend tous les coûts réellement engagés en rapport avec les projets d'infrastructure, notamment le coût de la main d'oeuvre et des matériaux, la révision de prix prévue par la loi, les coûts découlant du coordinateur en matière de sécurité prévu par la loi, de l'assurance-chantier et/ou de la surveillance du chantier, la T.V.A. lorsqu'elle n'est pas récupérée, et les honoraires des [2 gestionnaires de projet,]2 architectes, ingénieurs et autres experts.
[Les coûts découlant, dans le cadre des plafonds accordés, de dérogations au projet approuvé peuvent être pris en considération comme dépenses acceptables si les dérogations envisagées ont été communiquées au Gouvernement avant l'exécution des travaux et si elles ne comportent pas de modification fondamentale du projet. Des modifications fondamentales du projet nécessitent l'approbation préalable du Gouvernement.
Au plus tard lors du décompte final, le demandeur introduit les documents suivants auprès du Gouvernement :
- une motivation circonstanciée de la dérogation;
- les documents nécessaires pour le projet d'infrastructure, prévus à l'article 21, s'ils n'ont pas encore été remis.].
Des dépenses acceptables encourues avant la promesse définitive du Gouvernement en vue de préparer la demande visée à l'article 21 ne sont subsidiables que lorsque le projet d'infrastructure concerné est subsidié [3 , sauf s'il s'agit de dépenses engagées pour des études préparatoires en vue de réaliser des mesures de performance énergétique]3.
§ 2. Pour les projets d'infrastructure visés à l'article 2, alinéa 1er, 2°, le subside est calculé sur une base qui ne peut dépasser l'estimation réalisée par le receveur de l'enregistrement compétent, l'agent compétent du comité d'acquisition d'immeubles de l'Etat ou par un estimateur (agréé par le Gouvernement), (majorée des frais de mesurage et de notaire et) éventuellement majorée de l'indemnité de remploi ou emphytéotique prévue par la loi ou payée par les autorités.
Le montant total des dépenses subsidiables et relatives aux projets d'infrastructure visés à l'article 2, alinéa 1er, 6°, comprend le prix de vente approuvé par le Gouvernement, la T.V.A. dans la mesure où elle n'est pas récupérée, et les honoraires des auteurs du projet.
§ 3. [Lorsqu'un projet d'infrastructure peut être subsidié par d'autres autorités, ce subside doit être sollicité. A l'exception de celui de la commune d'implantation du demandeur, ces subsides sont déduits du coût global du projet avant que ne soit calculé le subside octroyé en application du présent décret. Ceci vaut également pour chaque indemnité accordée par d'autres autorités ou établissements publics ainsi que pour toutes les participations obligatoires aux frais, sauf pour la participation aux frais payée par l'utilisateur de l'infrastructure s'il est lui-même subsidiable.
Le premier alinéa ne s'applique pas au subside mentionné à l'article 39 pour les bâtiments et paysages classés] [1 ni aux primes pour terrains de camping, établissements hôteliers ou maisons de vacances mentionnées aux articles 36, 37 et 38.]1
[Les coûts découlant, dans le cadre des plafonds accordés, de dérogations au projet approuvé peuvent être pris en considération comme dépenses acceptables si les dérogations envisagées ont été communiquées au Gouvernement avant l'exécution des travaux et si elles ne comportent pas de modification fondamentale du projet. Des modifications fondamentales du projet nécessitent l'approbation préalable du Gouvernement.
Au plus tard lors du décompte final, le demandeur introduit les documents suivants auprès du Gouvernement :
- une motivation circonstanciée de la dérogation;
- les documents nécessaires pour le projet d'infrastructure, prévus à l'article 21, s'ils n'ont pas encore été remis.].
Des dépenses acceptables encourues avant la promesse définitive du Gouvernement en vue de préparer la demande visée à l'article 21 ne sont subsidiables que lorsque le projet d'infrastructure concerné est subsidié [3 , sauf s'il s'agit de dépenses engagées pour des études préparatoires en vue de réaliser des mesures de performance énergétique]3.
§ 2. Pour les projets d'infrastructure visés à l'article 2, alinéa 1er, 2°, le subside est calculé sur une base qui ne peut dépasser l'estimation réalisée par le receveur de l'enregistrement compétent, l'agent compétent du comité d'acquisition d'immeubles de l'Etat ou par un estimateur (agréé par le Gouvernement), (majorée des frais de mesurage et de notaire et) éventuellement majorée de l'indemnité de remploi ou emphytéotique prévue par la loi ou payée par les autorités.
Le montant total des dépenses subsidiables et relatives aux projets d'infrastructure visés à l'article 2, alinéa 1er, 6°, comprend le prix de vente approuvé par le Gouvernement, la T.V.A. dans la mesure où elle n'est pas récupérée, et les honoraires des auteurs du projet.
§ 3. [Lorsqu'un projet d'infrastructure peut être subsidié par d'autres autorités, ce subside doit être sollicité. A l'exception de celui de la commune d'implantation du demandeur, ces subsides sont déduits du coût global du projet avant que ne soit calculé le subside octroyé en application du présent décret. Ceci vaut également pour chaque indemnité accordée par d'autres autorités ou établissements publics ainsi que pour toutes les participations obligatoires aux frais, sauf pour la participation aux frais payée par l'utilisateur de l'infrastructure s'il est lui-même subsidiable.
Le premier alinéa ne s'applique pas au subside mentionné à l'article 39 pour les bâtiments et paysages classés] [1 ni aux primes pour terrains de camping, établissements hôteliers ou maisons de vacances mentionnées aux articles 36, 37 et 38.]1
Onderafdeling 3. - Uitbetaling van de toelage.
Sous-section 3. - Liquidation du subside.
Uitbetaling.
Liquidation.
Art.18. § 1. De toelage wordt na de beëindiging of oplevering van de werken resp. na de aankoop uitbetaald, op basis van de ingediende rekeningen en betalingsbewijzen en na de betekening van de verzekeringspolissen bedoeld in artikel 13.
§ 2. De globale toelage mag door middel van proportionele betalingen worden uitbetaald.
De daartoe ingediende gedetailleerde staten van de werken moeten door de bouwheer of architect worden goedgekeurd en telkens een minimumbedrag van euro 10.000 in rekening brengen.
De proportionele betalingen mogen 90 % van de globale toelage niet overschrijden.
§ 3. Na beëindiging of oplevering van de werken vindt de eindafrekening plaats aan de hand van alle noodzakelijke bewijsstukken; alle afwijkingen van de in het bestek vermelde werken worden in een met redenen omklede staat opgenomen.
[2 Bij de eindafrekening bepaalt de Regering welke energie-efficiëntiemaatregelen in het kader van het infrastructuurproject werden uitgevoerd en past ze vervolgens het subsidietarief vermeld in artikel 16bis toe op die maatregelen.]2
(De aanvrager deelt de Regering ten minste 14 dagen bij voorbaat de datum van de oplevering mede waarnaar zij een afgevaardigde kan zenden.)
Ten laatste 5 jaar na de vaste belofte resp. goedkeuring van de Regering bedoeld in de artikelen 21 tot 24 moeten de definitieve bewijsstukken ingediend zijn. [1 Indien de voltooiing van een project door gerechtelijke procedures vertraging oploopt, alsook in bijzonder gerechtvaardigde gevallen, kan de Regering deze termijn verlengen.]1.
§ 2. De globale toelage mag door middel van proportionele betalingen worden uitbetaald.
De daartoe ingediende gedetailleerde staten van de werken moeten door de bouwheer of architect worden goedgekeurd en telkens een minimumbedrag van euro 10.000 in rekening brengen.
De proportionele betalingen mogen 90 % van de globale toelage niet overschrijden.
§ 3. Na beëindiging of oplevering van de werken vindt de eindafrekening plaats aan de hand van alle noodzakelijke bewijsstukken; alle afwijkingen van de in het bestek vermelde werken worden in een met redenen omklede staat opgenomen.
[2 Bij de eindafrekening bepaalt de Regering welke energie-efficiëntiemaatregelen in het kader van het infrastructuurproject werden uitgevoerd en past ze vervolgens het subsidietarief vermeld in artikel 16bis toe op die maatregelen.]2
(De aanvrager deelt de Regering ten minste 14 dagen bij voorbaat de datum van de oplevering mede waarnaar zij een afgevaardigde kan zenden.)
Ten laatste 5 jaar na de vaste belofte resp. goedkeuring van de Regering bedoeld in de artikelen 21 tot 24 moeten de definitieve bewijsstukken ingediend zijn. [1 Indien de voltooiing van een project door gerechtelijke procedures vertraging oploopt, alsook in bijzonder gerechtvaardigde gevallen, kan de Regering deze termijn verlengen.]1.
Art.18. § 1er. Le subside est liquidé après achèvement ou réception des travaux ou après l'achat, sur la base des pièces comptables et preuves de paiement et après notification des polices d'assurance visées à l'article 13.
§ 2. Le subside total peut être liquidé sous forme de tranches proportionnelles.
Les états d'avancement détaillés, introduits à cette fin, doivent être approuvés par le maître de l'ouvrage ou l'architecte et correspondre chaque fois à un montant minimal de euro 10.000.
Les liquidations proportionnelles ne peuvent dépasser 90 % du subside total.
§ 3. Après achèvement ou réception des travaux, un décompte final est opéré au moyen de tous les justificatifs nécessaires, toutes les dérogations aux travaux mentionnés dans le cahier des charges faisant l'objet d'un relevé motivé.
[2 Lors du décompte final, le Gouvernement identifie les mesures de performance énergétique réalisées dans le cadre du projet d'infrastructure et applique aux mesures concernées le taux de subvention mentionné à l'article 16bis. ]2
(Le demandeur communique au Gouvernement, quinze jours à l'avance au moins, la date de la réception à laquelle le Gouvernement peut envoyer un délégué.)
Les justificatifs définitifs sont introduits au plus tard cinq ans après la promesse définitive ou l'approbation du Gouvernement dont question aux articles 21 à 24. En cas de procédure judiciaire retardant la réalisation d'un projet, [1 ainsi que dans des cas particulièrement motivés,]1 le Gouvernement peut prolonger ce délai.
§ 2. Le subside total peut être liquidé sous forme de tranches proportionnelles.
Les états d'avancement détaillés, introduits à cette fin, doivent être approuvés par le maître de l'ouvrage ou l'architecte et correspondre chaque fois à un montant minimal de euro 10.000.
Les liquidations proportionnelles ne peuvent dépasser 90 % du subside total.
§ 3. Après achèvement ou réception des travaux, un décompte final est opéré au moyen de tous les justificatifs nécessaires, toutes les dérogations aux travaux mentionnés dans le cahier des charges faisant l'objet d'un relevé motivé.
[2 Lors du décompte final, le Gouvernement identifie les mesures de performance énergétique réalisées dans le cadre du projet d'infrastructure et applique aux mesures concernées le taux de subvention mentionné à l'article 16bis. ]2
(Le demandeur communique au Gouvernement, quinze jours à l'avance au moins, la date de la réception à laquelle le Gouvernement peut envoyer un délégué.)
Les justificatifs définitifs sont introduits au plus tard cinq ans après la promesse définitive ou l'approbation du Gouvernement dont question aux articles 21 à 24. En cas de procédure judiciaire retardant la réalisation d'un projet, [1 ainsi que dans des cas particulièrement motivés,]1 le Gouvernement peut prolonger ce délai.
Afdeling 5. - Procedure.
Section 5. - Procédure.
Onderafdeling 1. - Algemene procedure.
Sous-section 1. - Procédure générale.
Art. 18bis. [1 Intentieverklaring en indeling.
§ 1. Voordat een aanvrager overeenkomstig artikel 19 een infrastructuurproject aanmeldt, deelt hij de Regering een intentieverklaring betreffende het infrastructuurproject mee. De intentieverklaring bevat de volgende gegevens :
1° gegevens over de identiteit van de aanvrager;
2° een korte beschrijving van het geplande infrastructuurproject;
3° een ruwe schatting van de kosten.
§ 2. Na ontvangst van de intentieverklaring deelt de Regering het infrastructuurproject in en bepaalt ze of de aanvrager overeenkomstig artikel 14bis een projectmanager moet aanwijzen.
De Regering beslist over de indeling binnen 15 dagen na ontvangst van het complete dossier over de intentieverklaring. Indien binnen de gestelde termijn geen beslissing is genomen, wordt het infrastructuurproject uitsluitend op grond van de ruwe schatting van de kosten ingedeeld.
§ 3. Indien de aanvrager een projectmanager moet aanwijzen, dient hij het bestek van de aanbesteding ter voorafgaande goedkeuring bij de Regering in.
De Regering beslist over het bestek binnen vijftien dagen na ontvangst van het complete aanbestedingsdossier. Indien binnen de gestelde termijn geen beslissing is genomen, wordt het bestek geacht goedgekeurd te zijn.
§ 4. Indien belangrijke onderdelen van de planning in het kader van de planning gewijzigd worden, moet een geactualiseerde intentieverklaring worden ingediend.
In dat geval kan de Regering, na ontvangst van de geactualiseerde intentieverklaring, het infrastructuurproject overeenkomstig § 2 nieuw indelen.]1
§ 1. Voordat een aanvrager overeenkomstig artikel 19 een infrastructuurproject aanmeldt, deelt hij de Regering een intentieverklaring betreffende het infrastructuurproject mee. De intentieverklaring bevat de volgende gegevens :
1° gegevens over de identiteit van de aanvrager;
2° een korte beschrijving van het geplande infrastructuurproject;
3° een ruwe schatting van de kosten.
§ 2. Na ontvangst van de intentieverklaring deelt de Regering het infrastructuurproject in en bepaalt ze of de aanvrager overeenkomstig artikel 14bis een projectmanager moet aanwijzen.
De Regering beslist over de indeling binnen 15 dagen na ontvangst van het complete dossier over de intentieverklaring. Indien binnen de gestelde termijn geen beslissing is genomen, wordt het infrastructuurproject uitsluitend op grond van de ruwe schatting van de kosten ingedeeld.
§ 3. Indien de aanvrager een projectmanager moet aanwijzen, dient hij het bestek van de aanbesteding ter voorafgaande goedkeuring bij de Regering in.
De Regering beslist over het bestek binnen vijftien dagen na ontvangst van het complete aanbestedingsdossier. Indien binnen de gestelde termijn geen beslissing is genomen, wordt het bestek geacht goedgekeurd te zijn.
§ 4. Indien belangrijke onderdelen van de planning in het kader van de planning gewijzigd worden, moet een geactualiseerde intentieverklaring worden ingediend.
In dat geval kan de Regering, na ontvangst van de geactualiseerde intentieverklaring, het infrastructuurproject overeenkomstig § 2 nieuw indelen.]1
Art. 18bis. [1 Déclaration d'intention et classement.
§ 1er. Avant d'annoncer un projet d'infrastructure conformément à l'article 19, un demandeur communique au Gouvernement une déclaration d'intention. Cette déclaration d'intention reprend les informations suivantes :
1° des données relatives à l'identité du demandeur;
2° une brève description du projet d'infrastructure envisagé;
3° un devis approximatif.
§ 2. Après réception de la déclaration d'intention, le Gouvernement procède au classement du projet d'infrastructure et détermine si le demandeur doit mandater un gestionnaire de projet conformément à l'article 14bis.
Le Gouvernement statue sur le classement dans un délai de 15 jours suivant la notification du dossier complet de déclaration d'intention. A défaut de décision dans le délai imparti, le projet d'infrastructure est uniquement classé sur la base du devis approximatif.
§ 3. Si le demandeur doit mandater un gestionnaire de projet, il introduit auprès du Gouvernement, pour approbation préalable, un cahier des charges relatif à l'attribution du marché.
Le Gouvernement statue sur le cahier des charges dans un délai de quinze jours suivant la notification du dossier complet relatif à l'attribution du marché. A défaut de décision dans le délai imparti, le cahier des charges est censé être approuvé.
§ 4. Si, dans le cadre de la planification, des éléments essentiels de planification sont modifiés, il y a lieu d'introduire une déclaration d'intention actualisée.
Dans ce cas, le Gouvernement peut procéder, après réception de la déclaration d'intention actualisée, à un nouveau classement du projet d'infrastructure conformément au § 2.]1
§ 1er. Avant d'annoncer un projet d'infrastructure conformément à l'article 19, un demandeur communique au Gouvernement une déclaration d'intention. Cette déclaration d'intention reprend les informations suivantes :
1° des données relatives à l'identité du demandeur;
2° une brève description du projet d'infrastructure envisagé;
3° un devis approximatif.
§ 2. Après réception de la déclaration d'intention, le Gouvernement procède au classement du projet d'infrastructure et détermine si le demandeur doit mandater un gestionnaire de projet conformément à l'article 14bis.
Le Gouvernement statue sur le classement dans un délai de 15 jours suivant la notification du dossier complet de déclaration d'intention. A défaut de décision dans le délai imparti, le projet d'infrastructure est uniquement classé sur la base du devis approximatif.
§ 3. Si le demandeur doit mandater un gestionnaire de projet, il introduit auprès du Gouvernement, pour approbation préalable, un cahier des charges relatif à l'attribution du marché.
Le Gouvernement statue sur le cahier des charges dans un délai de quinze jours suivant la notification du dossier complet relatif à l'attribution du marché. A défaut de décision dans le délai imparti, le cahier des charges est censé être approuvé.
§ 4. Si, dans le cadre de la planification, des éléments essentiels de planification sont modifiés, il y a lieu d'introduire une déclaration d'intention actualisée.
Dans ce cas, le Gouvernement peut procéder, après réception de la déclaration d'intention actualisée, à un nouveau classement du projet d'infrastructure conformément au § 2.]1
Wijzigingen
Aanmelding van infrastructuurprojecten.
Annonce de projets d'infrastructure.
Art.19. § 1. [1 Na succesvolle indeling en zo nodig na aanwijzing van de projectmanager meldt de aanvrager het]1. Daarvoor moeten ten minste de volgende documenten worden ingediend, voor zover ze voor het infrastructuurproject noodzakelijk zijn :
1° gegevens m.b.t. de identiteit van de aanvrager alsmede, desgevallend, een afschrift van de in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakte statuten, de actuele samenstelling van de raad van beheer alsmede het BTW-nummer;
[1 1°bis. gegevens over de identiteit van de projectmanager, alsook de bewijzen dat hij overeenkomstig artikel 7, 7°, aan de bijzondere voorwaarden voldoet;]1
2° het bewijs dat het project nuttig is en dat er een behoefte aan bestaat, rekening houdend met de actuele en potentiële gebruikers van de infrastructuur alsmede een nauwkeurige beschrijving van het geplande infrastructuurproject;
3° een schets ter verduidelijking van het infrastructuurproject;
4° een kostenraming en een schatting van de uitvoeringstermijnen;
5° het bewijs dat de BTW eventueel aftrekbaar is;
6° de grote lijnen van het financieel plan;
7° het bewijs van het principieel akkoord van de gemeente resp. de gemeenten om bij te dragen in de financiering als het in het financieel plan is voorgeschreven;
8° het bewijs dat het infrastructuurproject aan de vigerende programmatienormen beantwoordt;
9° het bewijs dat het onroerend goed onder monumentenzorg geplaatst is.
(10° een notitie met de geplande maatregelen m.b.t. het duurzaam bouwen;
11° een notitie met de geplande maatregelen m.b.t. de toegankelijkheid van het infrastructuurproject voor de personen met een handicap[2 ];-2)
[2 12° een notitie met de geplande energie-efficiëntiemaatregelen [3 ;]3]2
[3 13° in voorkomend geval, een afschrift van het besluit tot aanneming van [4 een overeenkomstig artikel D.II.57.4, § 5, van het Waals Wetboek van Ruimtelijke Ordening vastgelegde omtrek.]4]3
De Regering kan termijnen bepalen voor de aanmelding van infrastructuurprojecten.
[1 § 1bis. Indien de Regering vaststelt dat overeenkomstig artikel 18bis een nieuwe indeling van het infrastructuurproject noodzakelijk is, kan ze bepalen dat het aangepaste infrastructuurproject nieuw aangemeld moet worden.]1
§ 2. De aanmeldingen die alle vereiste documenten omvatten, worden in een registratieboek ingeschreven.
De inschrijving in het registratieboek geeft de aanvrager het recht om door de Regering gehoord te worden.
1° gegevens m.b.t. de identiteit van de aanvrager alsmede, desgevallend, een afschrift van de in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakte statuten, de actuele samenstelling van de raad van beheer alsmede het BTW-nummer;
[1 1°bis. gegevens over de identiteit van de projectmanager, alsook de bewijzen dat hij overeenkomstig artikel 7, 7°, aan de bijzondere voorwaarden voldoet;]1
2° het bewijs dat het project nuttig is en dat er een behoefte aan bestaat, rekening houdend met de actuele en potentiële gebruikers van de infrastructuur alsmede een nauwkeurige beschrijving van het geplande infrastructuurproject;
3° een schets ter verduidelijking van het infrastructuurproject;
4° een kostenraming en een schatting van de uitvoeringstermijnen;
5° het bewijs dat de BTW eventueel aftrekbaar is;
6° de grote lijnen van het financieel plan;
7° het bewijs van het principieel akkoord van de gemeente resp. de gemeenten om bij te dragen in de financiering als het in het financieel plan is voorgeschreven;
8° het bewijs dat het infrastructuurproject aan de vigerende programmatienormen beantwoordt;
9° het bewijs dat het onroerend goed onder monumentenzorg geplaatst is.
(10° een notitie met de geplande maatregelen m.b.t. het duurzaam bouwen;
11° een notitie met de geplande maatregelen m.b.t. de toegankelijkheid van het infrastructuurproject voor de personen met een handicap[2 ];-2)
[2 12° een notitie met de geplande energie-efficiëntiemaatregelen [3 ;]3]2
[3 13° in voorkomend geval, een afschrift van het besluit tot aanneming van [4 een overeenkomstig artikel D.II.57.4, § 5, van het Waals Wetboek van Ruimtelijke Ordening vastgelegde omtrek.]4]3
De Regering kan termijnen bepalen voor de aanmelding van infrastructuurprojecten.
[1 § 1bis. Indien de Regering vaststelt dat overeenkomstig artikel 18bis een nieuwe indeling van het infrastructuurproject noodzakelijk is, kan ze bepalen dat het aangepaste infrastructuurproject nieuw aangemeld moet worden.]1
§ 2. De aanmeldingen die alle vereiste documenten omvatten, worden in een registratieboek ingeschreven.
De inschrijving in het registratieboek geeft de aanvrager het recht om door de Regering gehoord te worden.
Art.19. § 1er. [1 Après que le classement a eu lieu et après avoir mandaté un gestionnaire de projet, le cas échéant, le demandeur annonce le projet d'infrastructure au Gouvernement.]1. A cette fin, il doit au moins introduire les documents suivants, dans la mesure où ils sont requis pour le projet d'infrastructure :
1° l'identité du demandeur ainsi que, le cas échéant, une copie des statuts publiés au Moniteur belge , la composition actuelle du conseil d'administration et le numéro de T.V.A.;
[1 1°bis. des données relatives à l'identité du gestionnaire de projet, ainsi que la preuve qu'il satisfait aux conditions particulières énoncées à l'article 7, 7°;]1
2° la preuve de l'utilité et du besoin quant aux utilisateurs actuels et potentiels de l'infrastructure ainsi qu'une description détaillée du projet d'infrastructure envisagé;
3° un schéma visualisant le projet d'infrastructure;
4° une évaluation des coûts et des délais d'exécution;
5° la preuve d'une éventuelle déductibilité de la T.V.A.;
6° les grandes lignes du plan de financement;
7° la preuve de l'accord de principe de la commune (des communes) de participer au financement lorsque ceci est prévu dans le plan de financement;
8° la preuve de la compatibilité du projet d'infrastructure avec les normes de programmation en vigueur;
9° la preuve du classement définitif de l'immeuble;
(10° une notice reprenant les mesures prévues en matière de construction durable;
11° une notice reprenant les mesures prévues en matière d'accessibilité du projet d'infrastructure pour les personnes handicapées[2 ;]2)
[2 12° une notice reprenant les mesures de performance énergétique envisagées [3 ;]3]2
[3 13° le cas échéant, une copie de l'arrêté portant adoption [4 du périmètre fixé conformément à l'article D.II.57.4, § 5, du Code wallon du Développement territorial]4]3;
Le Gouvernement peut prévoir des délais pour l'annonce du projet d'infrastructure.
[1 § 1erbis. Si le Gouvernement constate qu'il faut procéder à un nouveau classement du projet d'infrastructure conformément à l'article 18bis, il peut ordonner une nouvelle annonce du projet d'infrastructure adapté en conséquence.]1
§ 2. Les annonces qui comprennent tous les documents requis sont inscrites dans un catalogue d'enregistrement.
L'inscription dans le catalogue d'enregistrement donne le droit au demandeur d'être entendu par le Gouvernement.
1° l'identité du demandeur ainsi que, le cas échéant, une copie des statuts publiés au Moniteur belge , la composition actuelle du conseil d'administration et le numéro de T.V.A.;
[1 1°bis. des données relatives à l'identité du gestionnaire de projet, ainsi que la preuve qu'il satisfait aux conditions particulières énoncées à l'article 7, 7°;]1
2° la preuve de l'utilité et du besoin quant aux utilisateurs actuels et potentiels de l'infrastructure ainsi qu'une description détaillée du projet d'infrastructure envisagé;
3° un schéma visualisant le projet d'infrastructure;
4° une évaluation des coûts et des délais d'exécution;
5° la preuve d'une éventuelle déductibilité de la T.V.A.;
6° les grandes lignes du plan de financement;
7° la preuve de l'accord de principe de la commune (des communes) de participer au financement lorsque ceci est prévu dans le plan de financement;
8° la preuve de la compatibilité du projet d'infrastructure avec les normes de programmation en vigueur;
9° la preuve du classement définitif de l'immeuble;
(10° une notice reprenant les mesures prévues en matière de construction durable;
11° une notice reprenant les mesures prévues en matière d'accessibilité du projet d'infrastructure pour les personnes handicapées[2 ;]2)
[2 12° une notice reprenant les mesures de performance énergétique envisagées [3 ;]3]2
[3 13° le cas échéant, une copie de l'arrêté portant adoption [4 du périmètre fixé conformément à l'article D.II.57.4, § 5, du Code wallon du Développement territorial]4]3;
Le Gouvernement peut prévoir des délais pour l'annonce du projet d'infrastructure.
[1 § 1erbis. Si le Gouvernement constate qu'il faut procéder à un nouveau classement du projet d'infrastructure conformément à l'article 18bis, il peut ordonner une nouvelle annonce du projet d'infrastructure adapté en conséquence.]1
§ 2. Les annonces qui comprennent tous les documents requis sont inscrites dans un catalogue d'enregistrement.
L'inscription dans le catalogue d'enregistrement donne le droit au demandeur d'être entendu par le Gouvernement.
Opneming in het infrastructuurplan.
Inscription dans le plan d'infrastructure.
Art.20. Met toepassing van artikel 8 en aan de hand van de ingediende documenten beslist de Regering of een ingeschreven infrastructuurproject al dan niet in het overeenkomstig artikel 9 goedgekeurd infrastructuurplan opgenomen wordt.
De Regering kan experten belasten met het opstellen van adviezen over de opneming van infrastructuurprojecten in het infrastructuurplan.
Binnen twee weken deelt de Regering de aanvrager mede of zijn infrastructuurproject al dan niet in het infrastructuurplan wordt opgenomen.
De opneming van een infrastructuurproject in het infrastructuurplan geeft de aanvrager het recht om door de Regering gehoord te worden.
De Regering kan experten belasten met het opstellen van adviezen over de opneming van infrastructuurprojecten in het infrastructuurplan.
Binnen twee weken deelt de Regering de aanvrager mede of zijn infrastructuurproject al dan niet in het infrastructuurplan wordt opgenomen.
De opneming van een infrastructuurproject in het infrastructuurplan geeft de aanvrager het recht om door de Regering gehoord te worden.
Art.20. En application de l'article 8 et sur la base des documents introduits, le Gouvernement statue sur l'inscription, dans le plan d'infrastructure adopté conformément à l'article 9, d'un projet d'infrastructure enregistré.
Le Gouvernement peut charger des experts d'émettre des avis quant à l'inscription de projets d'infrastructure dans le plan d'infrastructure.
Dans les deux semaines, le Gouvernement informe le demandeur sur l'inscription ou non de son projet d'infrastructure dans le plan d'infrastructure.
L'inscription d'un projet d'infrastructure dans le plan d'infrastructure donne le droit au demandeur d'être entendu par le Gouvernement.
Le Gouvernement peut charger des experts d'émettre des avis quant à l'inscription de projets d'infrastructure dans le plan d'infrastructure.
Dans les deux semaines, le Gouvernement informe le demandeur sur l'inscription ou non de son projet d'infrastructure dans le plan d'infrastructure.
L'inscription d'un projet d'infrastructure dans le plan d'infrastructure donne le droit au demandeur d'être entendu par le Gouvernement.
Subsidiëringsaanvraag.
Demande de subsides.
Art.21. § 1. Na opneming van een infrastructuurproject in het infrastructuurplan kan de aanvrager een subsidiëringsaanvraag bij de Regering indienen. Bij de aanvraag moeten ten minste volgende documenten gevoegd worden, voor zover ze voor het infrastructuurproject noodzakelijk zijn :
1° het eigendomsbewijs of een afschrift van het huurcontract, het erfpachtverdrag of het opstalverdrag (of het met redenen omkleed verzoek om toekenning van de in (artikel 12, § 2, lid 1,) vermelde afwijking);
2° een afschrift van de beslissing van het bevoegd orgaan houdende aanwijzing van de projectbewerker en bepaling van de gunningsprocedure;
3° het bestek en de kostenramingen [6 , waarbij de geplande energie-efficiëntiemaatregelen afzonderlijk worden opgesplitst]6;
4° de plannen van het gebouw met vermelding van de bestemming van elk lokaal;
5° het financieel plan bedoeld in artikel 15;
6° het bewijs dat gezorgd wordt voor de financiering van het gedeelte van de uitgaven dat niet door de toelagen van de Duitstalige Gemeenschap gedekt is;
7° een opgave van de actuele waarde van het gebouw d.m.v. de kadasterwaarde en van de brandverzekeringspolis;
8° [7 een afschrift van de stedenbouwkundige vergunning of van andere vergunningen die voor de uitvoering van het infrastructuurproject noodzakelijk zijn, alsook een afschrift van de plannen die werden ingediend om die vergunning(en) te verkrijgen;]7
9° het advies van de brandweerdienst;
10° de noodzakelijke vergunningen inzake monumentenzorg;
11° (het bewijs dat de in de artikelen 5, lid 2, en 17, § 3, zijn aangevraagd.)
[3 12° een geactualiseerde versie van de notities vermeld in artikel 19, § 1, eerste lid, 10° en 11°. ]3
(Voor de buiteninfrastructuren [1 ...]1 van de gemeenten zijn de in 1°, 7° en 9°, vermelde documenten niet vereist.)
[2 Bij infrastructuurprojecten die in hun geheel gegund worden, wordt de aanvraag als volledig beschouwd indien de documenten vermeld in het eerste lid, 1° tot 7° en 11°, zijn ingediend. De documenten vermeld in het eerste lid, 8° tot 10°, moeten bij de Regering zijn ingediend voordat de bouwwerkzaamheden worden aangevat.]2
§ 2. Binnen drie maanden na ontvangst van de volledige aanvraag beslist de Regering erover en kent desgevallend de belofte voor een maximale toelage toe, onder voorbehoud van de wettelijk voorgeschreven prijsherziening.
[5 Indien een infrastructuurproject op het ogenblik van de aanvraag niet op alle punten aan de voorschriften inzake toegankelijkheid voor gehandicapten voldoet, kan de Regering een belofte verlenen onder voorbehoud van de uit te voeren werkzaamheden. In dat geval verliest de aanvrager het recht op subsidie voor de bouwfase vermeld in de belofte, indien de opgelegde voorwaarden bij voltooiing niet vervuld zijn.]5
Neemt de Regering geen beslissing binnen deze termijn, dan wordt de aanvraag geacht goedgekeurd te zijn.
(De termijn bepaald in lid 1 geldt slechts als de globale kosten van het project, berekend op basis van de aanvraag, het bedrag niet overschrijden dat ingeschreven is in het infrastructuurplan.)
De volledige aanvragen moeten ten laatste op [4 1 september]4 van het jaar waar het betrokken infrastructuurproject in het infrastructuurplan wordt opgenomen, bij de Regering worden ingediend.
(De opdracht mag niet gegund en de aankopen mogen niet uitgevoerd worden vóór de vaste belofte, vóór de in artikel 23 vermelde goedkeuring van de Regering of vóór de goedkeuring bepaald in artikel 22, § 2, in het geval van een verkoop bij opbod.)
§ 3. Het bedrag van de toelage wordt op basis van de herwaardering van de offertes aangepast; een afschrift ervan dient aan de Regering te worden betekend.
Wordt de maximale toelage niet overschreden, dan kan de opdracht worden gegund; een afschrift van de gunning dient aan de Regering te worden betekend.
Voor zover de opdracht nog niet gegund is, kan de Regering bij overschrijding van de maximale toegezegde toelage een nieuwe aanbesteding uitschrijven of het bedrag van de toelage verhogen.
1° het eigendomsbewijs of een afschrift van het huurcontract, het erfpachtverdrag of het opstalverdrag (of het met redenen omkleed verzoek om toekenning van de in (artikel 12, § 2, lid 1,) vermelde afwijking);
2° een afschrift van de beslissing van het bevoegd orgaan houdende aanwijzing van de projectbewerker en bepaling van de gunningsprocedure;
3° het bestek en de kostenramingen [6 , waarbij de geplande energie-efficiëntiemaatregelen afzonderlijk worden opgesplitst]6;
4° de plannen van het gebouw met vermelding van de bestemming van elk lokaal;
5° het financieel plan bedoeld in artikel 15;
6° het bewijs dat gezorgd wordt voor de financiering van het gedeelte van de uitgaven dat niet door de toelagen van de Duitstalige Gemeenschap gedekt is;
7° een opgave van de actuele waarde van het gebouw d.m.v. de kadasterwaarde en van de brandverzekeringspolis;
8° [7 een afschrift van de stedenbouwkundige vergunning of van andere vergunningen die voor de uitvoering van het infrastructuurproject noodzakelijk zijn, alsook een afschrift van de plannen die werden ingediend om die vergunning(en) te verkrijgen;]7
9° het advies van de brandweerdienst;
10° de noodzakelijke vergunningen inzake monumentenzorg;
11° (het bewijs dat de in de artikelen 5, lid 2, en 17, § 3, zijn aangevraagd.)
[3 12° een geactualiseerde versie van de notities vermeld in artikel 19, § 1, eerste lid, 10° en 11°. ]3
(Voor de buiteninfrastructuren [1 ...]1 van de gemeenten zijn de in 1°, 7° en 9°, vermelde documenten niet vereist.)
[2 Bij infrastructuurprojecten die in hun geheel gegund worden, wordt de aanvraag als volledig beschouwd indien de documenten vermeld in het eerste lid, 1° tot 7° en 11°, zijn ingediend. De documenten vermeld in het eerste lid, 8° tot 10°, moeten bij de Regering zijn ingediend voordat de bouwwerkzaamheden worden aangevat.]2
§ 2. Binnen drie maanden na ontvangst van de volledige aanvraag beslist de Regering erover en kent desgevallend de belofte voor een maximale toelage toe, onder voorbehoud van de wettelijk voorgeschreven prijsherziening.
[5 Indien een infrastructuurproject op het ogenblik van de aanvraag niet op alle punten aan de voorschriften inzake toegankelijkheid voor gehandicapten voldoet, kan de Regering een belofte verlenen onder voorbehoud van de uit te voeren werkzaamheden. In dat geval verliest de aanvrager het recht op subsidie voor de bouwfase vermeld in de belofte, indien de opgelegde voorwaarden bij voltooiing niet vervuld zijn.]5
Neemt de Regering geen beslissing binnen deze termijn, dan wordt de aanvraag geacht goedgekeurd te zijn.
(De termijn bepaald in lid 1 geldt slechts als de globale kosten van het project, berekend op basis van de aanvraag, het bedrag niet overschrijden dat ingeschreven is in het infrastructuurplan.)
De volledige aanvragen moeten ten laatste op [4 1 september]4 van het jaar waar het betrokken infrastructuurproject in het infrastructuurplan wordt opgenomen, bij de Regering worden ingediend.
(De opdracht mag niet gegund en de aankopen mogen niet uitgevoerd worden vóór de vaste belofte, vóór de in artikel 23 vermelde goedkeuring van de Regering of vóór de goedkeuring bepaald in artikel 22, § 2, in het geval van een verkoop bij opbod.)
§ 3. Het bedrag van de toelage wordt op basis van de herwaardering van de offertes aangepast; een afschrift ervan dient aan de Regering te worden betekend.
Wordt de maximale toelage niet overschreden, dan kan de opdracht worden gegund; een afschrift van de gunning dient aan de Regering te worden betekend.
Voor zover de opdracht nog niet gegund is, kan de Regering bij overschrijding van de maximale toegezegde toelage een nieuwe aanbesteding uitschrijven of het bedrag van de toelage verhogen.
Wijzigingen
Art.21. § 1er. Après inscription d'un projet d'infrastructure dans le plan d'infrastructure, le demandeur peut introduire une demande de subsides auprès du Gouvernement. Il devra y annexer au moins les documents suivants, dans la mesure où ils sont requis pour le projet d'infrastructure :
1° le titre de propriété ou une copie du contrat de location, du contrat de bail emphytéotique ou du contrat de louage à domaine congéable (ou la demande motivée d'octroi de la dérogation prévue à l'(article 12, § 2, alinéa 1er));
2° une copie de la décision de l'organe compétent, désignant l'auteur du projet et fixant la procédure de passation du marché;
3° le cahier des charges et les devis [6 , les mesures de performance énergétique envisagées devant être ventilées séparément ]6;
4° les plans du bâtiment, avec indication de l'affectation des différents locaux;
5° le plan de financement dont question à l'article 15;
6° la preuve que le financement de la partie des dépense non couverte par des subsides de la Communauté germanophone est assuré;
7° un état fixant la valeur actuelle du bâtiment, déterminée au moyen de la valeur cadastrale et de la police d'assurance-incendie;
8° [7 une copie du permis d'urbanisme ou des autres permis nécessaires à la réalisation du projet d'infrastructure et des plans déposés pour leur obtention;]7
9° l'avis du service d'incendie;
10° les autorisations nécessaires en matière de protection des monuments et sites;
11° (la preuve que les subsides mentionnés aux articles 5, alinéa 2, et 17, § 3, ont été demandés.)
[3 12° une version actualisée des notices mentionnées à l'article 19, § 1er, alinéa 1er, 10° et 11°.]3
(Pour les infrastructures extérieures [1 ...]1 des communes, les documents mentionnés aux 1°, 7° et 9°, ne sont pas requis.)
[2 Lorsqu'il s'agit de projets d'infrastructure pour lesquels un marché global a été attribué, la demande est censée être complète lorsqu'elle contient les documents mentionnés à l'alinéa 1er, 1° à 7° et 11°. Les documents mentionnés à l'alinéa 1er, 8° à 10°, doivent être introduits auprès du Gouvernement avant le début des travaux.]2
§ 2. Dans les trois mois suivant la réception de la demande complète, le Gouvernement statue sur celle-ci et délivre, le cas échéant, la promesse pour un subside maximal sous réserve de la révision de prix prévue par la loi.
[5 Lorsqu'un projet d'infrastructure ne respecte pas en tout point les prescriptions en matière d'accessibilité aux personnes handicapées au moment de la demande, le Gouvernement peut délivrer une promesse conditionnelle, sous réserve des travaux à réaliser. Dans ce cas, et si les obligations correspondantes n'ont pas été prises en considération lors la réalisation des travaux, le demandeur perd le droit au subventionnement pour la phase de construction mentionnée dans la promesse.]5
A défaut de décision du Gouvernement au terme de ce délai, la demande est censée être acceptée.
(Le délai mentionné au premier alinéa ne vaut que lorsque tous les coûts liés au projet, déterminé sur la base de la demande, ne dépassent pas le montant inscrit dans le plan d'infrastructure.)
Les demandes complètes doivent être introduites auprès du Gouvernement au plus tard pour le [4 1er septembre]4 de l'année où le projet d'infrastructure est pris en considération dans le plan d'infrastructure.
(Le marché ne peut être passé ou les achats ne peuvent être effectués avant la promesse définitive, l'approbation du Gouvernement visée à l'article 23, § 1er, ou, en cas d'enchères, l'approbation prévue à l'article 22, § 2).
§ 3. Le montant du subside est adapté sur base de la réévaluation des offres dont une copie doit être notifiée au Gouvernement.
Si le subside maximal n'est pas dépassé, le marché peut être attribué, une copie de l'attribution du marché devant être notifiée au Gouvernement.
Dans la mesure où le marché n'a pas encore été passé, le Gouvernement peut, en cas de dépassement du montant maximal promis comme subside, exiger une nouvelle adjudication ou augmenter le montant du subside.
1° le titre de propriété ou une copie du contrat de location, du contrat de bail emphytéotique ou du contrat de louage à domaine congéable (ou la demande motivée d'octroi de la dérogation prévue à l'(article 12, § 2, alinéa 1er));
2° une copie de la décision de l'organe compétent, désignant l'auteur du projet et fixant la procédure de passation du marché;
3° le cahier des charges et les devis [6 , les mesures de performance énergétique envisagées devant être ventilées séparément ]6;
4° les plans du bâtiment, avec indication de l'affectation des différents locaux;
5° le plan de financement dont question à l'article 15;
6° la preuve que le financement de la partie des dépense non couverte par des subsides de la Communauté germanophone est assuré;
7° un état fixant la valeur actuelle du bâtiment, déterminée au moyen de la valeur cadastrale et de la police d'assurance-incendie;
8° [7 une copie du permis d'urbanisme ou des autres permis nécessaires à la réalisation du projet d'infrastructure et des plans déposés pour leur obtention;]7
9° l'avis du service d'incendie;
10° les autorisations nécessaires en matière de protection des monuments et sites;
11° (la preuve que les subsides mentionnés aux articles 5, alinéa 2, et 17, § 3, ont été demandés.)
[3 12° une version actualisée des notices mentionnées à l'article 19, § 1er, alinéa 1er, 10° et 11°.]3
(Pour les infrastructures extérieures [1 ...]1 des communes, les documents mentionnés aux 1°, 7° et 9°, ne sont pas requis.)
[2 Lorsqu'il s'agit de projets d'infrastructure pour lesquels un marché global a été attribué, la demande est censée être complète lorsqu'elle contient les documents mentionnés à l'alinéa 1er, 1° à 7° et 11°. Les documents mentionnés à l'alinéa 1er, 8° à 10°, doivent être introduits auprès du Gouvernement avant le début des travaux.]2
§ 2. Dans les trois mois suivant la réception de la demande complète, le Gouvernement statue sur celle-ci et délivre, le cas échéant, la promesse pour un subside maximal sous réserve de la révision de prix prévue par la loi.
[5 Lorsqu'un projet d'infrastructure ne respecte pas en tout point les prescriptions en matière d'accessibilité aux personnes handicapées au moment de la demande, le Gouvernement peut délivrer une promesse conditionnelle, sous réserve des travaux à réaliser. Dans ce cas, et si les obligations correspondantes n'ont pas été prises en considération lors la réalisation des travaux, le demandeur perd le droit au subventionnement pour la phase de construction mentionnée dans la promesse.]5
A défaut de décision du Gouvernement au terme de ce délai, la demande est censée être acceptée.
(Le délai mentionné au premier alinéa ne vaut que lorsque tous les coûts liés au projet, déterminé sur la base de la demande, ne dépassent pas le montant inscrit dans le plan d'infrastructure.)
Les demandes complètes doivent être introduites auprès du Gouvernement au plus tard pour le [4 1er septembre]4 de l'année où le projet d'infrastructure est pris en considération dans le plan d'infrastructure.
(Le marché ne peut être passé ou les achats ne peuvent être effectués avant la promesse définitive, l'approbation du Gouvernement visée à l'article 23, § 1er, ou, en cas d'enchères, l'approbation prévue à l'article 22, § 2).
§ 3. Le montant du subside est adapté sur base de la réévaluation des offres dont une copie doit être notifiée au Gouvernement.
Si le subside maximal n'est pas dépassé, le marché peut être attribué, une copie de l'attribution du marché devant être notifiée au Gouvernement.
Dans la mesure où le marché n'a pas encore été passé, le Gouvernement peut, en cas de dépassement du montant maximal promis comme subside, exiger une nouvelle adjudication ou augmenter le montant du subside.
Wijzigingen
Spoedprocedure.
Procédure d'urgence.
Art.22. § 1. [1 Instaatstellingswerken of maatregelen in de zin van artikel 2, eerste lid, 11°]1 die gemotiveerd zijn door een bedreiging van het publiek respectievelijk een dreigende beschadiging of vernietiging van de hele infrastructuur kunnen vóór de in artikel 21 bedoelde vaste belofte van de Regering uitgevoerd worden en overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 16 tot 18 en 31 tot 42 van dit decreet gesubsidieerd worden.
Binnen de maand volgend op de gunning van de opdracht dient de aanvrager volgende documenten bij de Regering in :
1° [1 een met redenen omklede verklaring van de burgemeester over het gevaar voor het publiek of een met redenen omklede toelichting van een ingenieur, architect of studiebureau over een dreigende ernstige beschadiging of vernietiging van de hele infrastructuur of dreigende ernstige gevolgen voor het milieu;]1
2° een beschrijving en een kostenraming van de werken;
3° een afschrift van de in spoedgeval uitgevoerde gunningsprocedure;
4° het proces-verbaal over de met redenen omklede gunning van de opdracht.
Binnen drie maanden na ontvangst van de aanvraag beslist de Regering erover en kent, desgevallend, de belofte voor een maximale toelage toe. Is er geen beslissing binnen deze termijn, dan wordt de aanvraag geacht goedgekeurd te zijn.
§ 2. Op voorlegging van de in artikel 19 vermelde documenten kan de Regering de in artikel 10, lid 2, vermelde infrastructuurprojecten goedkeuren. De subsidiëringsaanvraag moet overeenkomstig artikel 21 worden ingediend.
Binnen de maand volgend op de gunning van de opdracht dient de aanvrager volgende documenten bij de Regering in :
1° [1 een met redenen omklede verklaring van de burgemeester over het gevaar voor het publiek of een met redenen omklede toelichting van een ingenieur, architect of studiebureau over een dreigende ernstige beschadiging of vernietiging van de hele infrastructuur of dreigende ernstige gevolgen voor het milieu;]1
2° een beschrijving en een kostenraming van de werken;
3° een afschrift van de in spoedgeval uitgevoerde gunningsprocedure;
4° het proces-verbaal over de met redenen omklede gunning van de opdracht.
Binnen drie maanden na ontvangst van de aanvraag beslist de Regering erover en kent, desgevallend, de belofte voor een maximale toelage toe. Is er geen beslissing binnen deze termijn, dan wordt de aanvraag geacht goedgekeurd te zijn.
§ 2. Op voorlegging van de in artikel 19 vermelde documenten kan de Regering de in artikel 10, lid 2, vermelde infrastructuurprojecten goedkeuren. De subsidiëringsaanvraag moet overeenkomstig artikel 21 worden ingediend.
Art.22. § 1er. Des travaux de remise en état [1 ou des mesures au sens de l'article 2, alinéa 1er, 11°,]1 justifiés par le fait que le public est mis en danger ou qu'il y a menace de détérioration ou de destruction de toute l'infrastructure peuvent être réalisés avant la promesse définitive du Gouvernement visée à l'article 21 et être subsidiés conformément aux dispositions des articles 16 à 18 et 31 à 42 du présent décret.
Dans le mois qui suit la passation du marché, le demandeur introduit les documents suivants auprès du Gouvernement :
1° [1 une déclaration motivée du bourgmestre quant au danger couru par le public ou une explication motivée d'un ingénieur, d'architectes ou de bureaux d'études en ce qui concerne le risque de grandes déprédations ou de destruction de toute l'infrastructure ou le risque d'incidences graves sur l'environnement;]1
2° une description et une estimation du coût des travaux;
3° une copie de la procédure d'urgence de passation du marché;
4° le procès-verbal de l'attribution motivée du marché.
Dans les trois mois suivant la réception de la demande, le Gouvernement statue sur celle-ci et délivre, le cas échéant, la promesse pour un subside maximal. A défaut de décision au terme de ce délai, la demande est censée être acceptée.
§ 2. Le Gouvernement peut, sur présentation des documents énoncés à l'article 19, approuver les projets d'infrastructure dont question à l'article 10, alinéa 2. La demande de subsides doit être introduite conformément à l'article 21.
Dans le mois qui suit la passation du marché, le demandeur introduit les documents suivants auprès du Gouvernement :
1° [1 une déclaration motivée du bourgmestre quant au danger couru par le public ou une explication motivée d'un ingénieur, d'architectes ou de bureaux d'études en ce qui concerne le risque de grandes déprédations ou de destruction de toute l'infrastructure ou le risque d'incidences graves sur l'environnement;]1
2° une description et une estimation du coût des travaux;
3° une copie de la procédure d'urgence de passation du marché;
4° le procès-verbal de l'attribution motivée du marché.
Dans les trois mois suivant la réception de la demande, le Gouvernement statue sur celle-ci et délivre, le cas échéant, la promesse pour un subside maximal. A défaut de décision au terme de ce délai, la demande est censée être acceptée.
§ 2. Le Gouvernement peut, sur présentation des documents énoncés à l'article 19, approuver les projets d'infrastructure dont question à l'article 10, alinéa 2. La demande de subsides doit être introduite conformément à l'article 21.
Wijzigingen
Meerkosten.
Coûts supplémentaires.
Art.23. (§ 1.) Onvoorzienbare meerkosten kunnen overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 16 tot 18 en 31 tot 42 van dit decreet worden gesubsidieerd mits voorafgaande goedkeuring van de Regering omtrent de uitvoering van de werken of de verrichting van de uitgaven.
Te dien einde dient de aanvrager volgende documenten in :
1° het bewijs dat de meerkosten niet konden worden voorzien bij het opstellen van de volledige aanvraag;
2° de in artikel 21 bepaalde documenten die noodzakelijk zijn voor het infrastructuurproject, voor zover ze niet al ingediend zijn.
(§ 2. Onvoorzienbare meerkosten in geval van wegenbouwkundige en andere ondergrondse werken (alsmede van werken uitgevoerd aan onder monumentenzorg geplaatste onroerende goederen en landschappen) kunnen overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 16 tot 18 en 31 tot 42 van dit decreet worden gesubsidieerd, indien ze vóór de uitvoering ervan aan de Regering zijn medegedeeld.
Ten laatste bij de slotrekening dient de aanvrager de in § 1, lid 2, bepaalde documenten bij de Regering in.)
Te dien einde dient de aanvrager volgende documenten in :
1° het bewijs dat de meerkosten niet konden worden voorzien bij het opstellen van de volledige aanvraag;
2° de in artikel 21 bepaalde documenten die noodzakelijk zijn voor het infrastructuurproject, voor zover ze niet al ingediend zijn.
(§ 2. Onvoorzienbare meerkosten in geval van wegenbouwkundige en andere ondergrondse werken (alsmede van werken uitgevoerd aan onder monumentenzorg geplaatste onroerende goederen en landschappen) kunnen overeenkomstig de bepalingen van de artikelen 16 tot 18 en 31 tot 42 van dit decreet worden gesubsidieerd, indien ze vóór de uitvoering ervan aan de Regering zijn medegedeeld.
Ten laatste bij de slotrekening dient de aanvrager de in § 1, lid 2, bepaalde documenten bij de Regering in.)
Art.23. (§ 1er.) Les coûts supplémentaires imprévisibles peuvent être subsidiés conformément aux dispositions des articles 16 à 18 et 31 à 42 du présent décret, lorsque l'approbation préalable du Gouvernement a été demandée pour réaliser les travaux ou pour effectuer les dépenses.
A cette fin, le demandeur introduit les documents suivants :
1° la preuve que les coûts supplémentaires étaient imprévisibles lors de la constitution de la demande complète;
2° les documents prévus à l'article 21, qui sont requis pour le projet d'infrastructure, s'ils n'ont pas encore été introduits.
(§ 2. Les coûts supplémentaires imprévisibles en cas de travaux de génie civil ou d'autres travaux en sous-sol (ainsi que de travaux réalisés à des bâtiments et paysages classés) peuvent être subsidiés conformément aux dispositions des articles 16 à 18 et 31 à 42 du présent décret, lorsque ces travaux ont été communiqués au Gouvernement avant leur exécution.
Au plus tard lors du décompte final, le demandeur introduit auprès du Gouvernement les documents prévus au § 1er, alinéa 2.)
A cette fin, le demandeur introduit les documents suivants :
1° la preuve que les coûts supplémentaires étaient imprévisibles lors de la constitution de la demande complète;
2° les documents prévus à l'article 21, qui sont requis pour le projet d'infrastructure, s'ils n'ont pas encore été introduits.
(§ 2. Les coûts supplémentaires imprévisibles en cas de travaux de génie civil ou d'autres travaux en sous-sol (ainsi que de travaux réalisés à des bâtiments et paysages classés) peuvent être subsidiés conformément aux dispositions des articles 16 à 18 et 31 à 42 du présent décret, lorsque ces travaux ont été communiqués au Gouvernement avant leur exécution.
Au plus tard lors du décompte final, le demandeur introduit auprès du Gouvernement les documents prévus au § 1er, alinéa 2.)
Onderafdeling 2. - Procedure voor de aanvraag om uitrustingstoelagen.
Sous-section 2. - Procédure pour la demande des subsides d'équipement.
Uitrustingstoelagen.
Subsides d'équipement.
Art.24. § 1. In afwijking van de [2 artikelen 18bis tot 23]2 gelden voor de subsidiëringsaanvraag m.b.t. het in artikel 2, lid 1, 6°, bedoeld infrastructuurproject volgende regels :
De aanvrager dient een subsidiëringsaanvraag bij de Regering in, die volgende documenten moet omvatten :
1° gegevens m.b.t. de identiteit van de aanvrager alsmede, desgevallend, een afschrift van de in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakte statuten, de actuele samenstelling van de raad van beheer alsmede het BTW-nummer.
2° een eigendomsbewijs of een afschrift van het huurcontract, het erfpachtverdrag of het opstalverdrag met betrekking tot de bedoelde onroerende goederen;
3° een nauwkeurige beschrijving van de geplande uitrusting alsmede het bewijs dat het project nuttig is en dat er een behoefte aan bestaat;
4° het bewijs dat de BTW eventueel aftrekbaar is;
5° het bewijs dat gezorgd wordt voor de financiering van het gedeelte van de uitgaven dat niet door de toelagen van de Duitstalige Gemeenschap gedekt is;
6° de kostenramingen of het bestek.
Deze aanvraag geeft de aanvrager het recht om door de Regering gehoord te worden.
§ 2. Binnen drie maanden na ontvangst van de volledige aanvraag beslist de Regering erover en kent, desgevallend, de belofte voor een maximale toelage toe.
Neemt de Regering geen beslissing binnen deze termijn, dan wordt de aanvraag geacht goedgekeurd te zijn.
[4 ...]4
De aankopen mogen niet uitgevoerd worden [5 vóór de vaste belofte van de Regering of voordat de termijn vermeld in het eerste lid verstreken is]5.
§ 3. Het bedrag van de toelage wordt op grond van de herwaardering van de offertes aangepast; een afschrift ervan dient aan de Regering te worden betekend.
Wordt de maximale toelage niet overschreden, dan kan de opdracht worden gegund; een afschrift ervan dient aan de Regering te worden betekend.
Voor zover de opdracht nog niet gegund is, kan de Regering bij overschrijding van de maximale toegezegde toelage een nieuwe aanbesteding uitschrijven of het bedrag van de toelage verhogen.
De aanvrager dient een subsidiëringsaanvraag bij de Regering in, die volgende documenten moet omvatten :
1° gegevens m.b.t. de identiteit van de aanvrager alsmede, desgevallend, een afschrift van de in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakte statuten, de actuele samenstelling van de raad van beheer alsmede het BTW-nummer.
2° een eigendomsbewijs of een afschrift van het huurcontract, het erfpachtverdrag of het opstalverdrag met betrekking tot de bedoelde onroerende goederen;
3° een nauwkeurige beschrijving van de geplande uitrusting alsmede het bewijs dat het project nuttig is en dat er een behoefte aan bestaat;
4° het bewijs dat de BTW eventueel aftrekbaar is;
5° het bewijs dat gezorgd wordt voor de financiering van het gedeelte van de uitgaven dat niet door de toelagen van de Duitstalige Gemeenschap gedekt is;
6° de kostenramingen of het bestek.
Deze aanvraag geeft de aanvrager het recht om door de Regering gehoord te worden.
§ 2. Binnen drie maanden na ontvangst van de volledige aanvraag beslist de Regering erover en kent, desgevallend, de belofte voor een maximale toelage toe.
Neemt de Regering geen beslissing binnen deze termijn, dan wordt de aanvraag geacht goedgekeurd te zijn.
[4 ...]4
De aankopen mogen niet uitgevoerd worden [5 vóór de vaste belofte van de Regering of voordat de termijn vermeld in het eerste lid verstreken is]5.
§ 3. Het bedrag van de toelage wordt op grond van de herwaardering van de offertes aangepast; een afschrift ervan dient aan de Regering te worden betekend.
Wordt de maximale toelage niet overschreden, dan kan de opdracht worden gegund; een afschrift ervan dient aan de Regering te worden betekend.
Voor zover de opdracht nog niet gegund is, kan de Regering bij overschrijding van de maximale toegezegde toelage een nieuwe aanbesteding uitschrijven of het bedrag van de toelage verhogen.
Wijzigingen
Art.24. § 1er. Par dérogation aux [2 articles 18bis à 23]2, les règles suivantes sont d'application pour la demande de subsides relative au projet d'infrastructure dont question à l'article 2, alinéa 1er, 6°.
Le demandeur introduit auprès du Gouvernement une demande de subsides comprenant les documents suivants :
1° l'identité du demandeur ainsi que, le cas échéant, une copie des statuts publiés au Moniteur belge , la composition actuelle du conseil d'administration et le numéro de T.V.A.;
2° le titre de propriété ou une copie du contrat de location, du contrat de bail emphytéotique ou du contrat de louage à domaine congéable relatif à l'immeuble à équiper;
3° une description détaillée de l'équipement envisagé ainsi que la preuve de l'utilité et du besoin;
4° la preuve d'une éventuelle déductibilité de la T.V.A.;
5° la preuve que le financement de la partie des dépenses non couverte par des subsides de la Communauté germanophone est assuré;
6° les devis ou le cahier des charges.
Cette demande donne au demandeur le droit d'être entendu par le Gouvernement.
§ 2. Dans les trois mois suivant la réception de la demande complète, le Gouvernement statue sur celle-ci et délivre, le cas échéant, la promesse pour un subside maximal.
A défaut de décision du Gouvernement au terme de ce délai, la demande est censée être acceptée.
[4 ...]4
Les achats ne peuvent être effectués avant la promesse définitive du Gouvernement [5 ou lorsque le délai mentionné à l'alinéa 1er expire]5.
§ 3. Le montant du subside est adapté sur base de la réévaluation des offres dont une copie doit être notifiée au Gouvernement.
Si le subside maximal n'est pas dépassé, le marché peut être attribué, une copie de l'attribution du marché devant être notifiée au Gouvernement.
Dans la mesure où le marché n'a pas encore été passé, le Gouvernement peut, en cas de dépassement du montant maximal promis comme subside, exiger une nouvelle adjudication ou augmenter le montant du subside.
Le demandeur introduit auprès du Gouvernement une demande de subsides comprenant les documents suivants :
1° l'identité du demandeur ainsi que, le cas échéant, une copie des statuts publiés au Moniteur belge , la composition actuelle du conseil d'administration et le numéro de T.V.A.;
2° le titre de propriété ou une copie du contrat de location, du contrat de bail emphytéotique ou du contrat de louage à domaine congéable relatif à l'immeuble à équiper;
3° une description détaillée de l'équipement envisagé ainsi que la preuve de l'utilité et du besoin;
4° la preuve d'une éventuelle déductibilité de la T.V.A.;
5° la preuve que le financement de la partie des dépenses non couverte par des subsides de la Communauté germanophone est assuré;
6° les devis ou le cahier des charges.
Cette demande donne au demandeur le droit d'être entendu par le Gouvernement.
§ 2. Dans les trois mois suivant la réception de la demande complète, le Gouvernement statue sur celle-ci et délivre, le cas échéant, la promesse pour un subside maximal.
A défaut de décision du Gouvernement au terme de ce délai, la demande est censée être acceptée.
[4 ...]4
Les achats ne peuvent être effectués avant la promesse définitive du Gouvernement [5 ou lorsque le délai mentionné à l'alinéa 1er expire]5.
§ 3. Le montant du subside est adapté sur base de la réévaluation des offres dont une copie doit être notifiée au Gouvernement.
Si le subside maximal n'est pas dépassé, le marché peut être attribué, une copie de l'attribution du marché devant être notifiée au Gouvernement.
Dans la mesure où le marché n'a pas encore été passé, le Gouvernement peut, en cas de dépassement du montant maximal promis comme subside, exiger une nouvelle adjudication ou augmenter le montant du subside.
Wijzigingen
Onderafdeling 3. [1 - Procédure voor de aanvraag om premies voor kampeerterreinen, hotelinrichtingen en vakantiewoningen]1 [2 en om subsidies voor gerangschikte gebouwen en landschappen]2
Sous-section 3. En vigueu [2 et de demande de subsides pour des bâtiments et sites classés]2
Art. 24bis. [1 [2 Premies voor kampeerterreinen, hotelbedrijven en vakantiewoningen, alsmede subsidies voor gerangschikte gebouwen en landschappen]2
§ 1. In afwijking van de [3 artikelen 18bis tot 23]3 zijn de volgende regels van toepassing op de aanvraag om de in de artikelen 36 tot 38 vermelde premies [2 en om de in artikel 39, § 3, vermelde subsidies voor onder monumentenzorg geplaatste gebouwen en landschappen, als de aanvrager een privaatrechtelijke persoon is]2 :
De aanvrager dient bij de Regering een premieaanvraag (NOTA : het DDG 2008-06-23/40, art. 50, Inwerkingtreding : 01-01-2009, beschikt dat in onderhavig artikel het woord "premie" door de woorden "premie of subsidie" wordt vervangen) in die volgende documenten moet omvatten :
1° gegevens m.b.t. de identiteit van de aanvrager;
2° een eigendomsbewijs of een afschrift van het huurcontract, het erfpachtverdrag of het opstalverdrag met betrekking tot de bedoelde onroerende goederen;
3° een nauwkeurige beschrijving van de geplande werken alsmede het bewijs dat het project nuttig is en dat er een behoefte aan bestaat;
4° het bewijs dat de BTW eventueel aftrekbaar is;
5° het bewijs dat gezorgd wordt voor de financiering van het gedeelte van de uitgaven dat niet door de [2 premie of subsidie]2 van de Duitstalige Gemeenschap gedekt is, alsmede voor de terugbetaling van de [2 premie of subsidie]2;
6° de kostenramingen of het bestek met een omstandige kostenraming.
[2 7° bij gerangschikte gebouwen of landschappen een verklaring van de aanvrager dat hij bereid is om, op verzoek van de Regering, het gesubsidieerd voorwerp op de open monumentendagen of op maximaal 2 dagen per jaar toegankelijk te maken voor het publiek.]2
Na ontvangst van het ontvangstbewijs van de volledige aanvraag kan de aanvrager met de werken beginnen zonder het recht op een [2 premie of subsidie]2 te verliezen.
§ 2. De Regering beslist over de aanvraag en kent desgevallend haar belofte voor een maximale [1 premie of subsidie]1 toe. Deze wordt desgevallend op grond van de eindrekening aangepast. [2 De belofte m.b.t. de in artikel 39 vermelde subsidies kan andere verplichtingen bevatten dan die van de erfgoedvergunning.]2 ]1
§ 1. In afwijking van de [3 artikelen 18bis tot 23]3 zijn de volgende regels van toepassing op de aanvraag om de in de artikelen 36 tot 38 vermelde premies [2 en om de in artikel 39, § 3, vermelde subsidies voor onder monumentenzorg geplaatste gebouwen en landschappen, als de aanvrager een privaatrechtelijke persoon is]2 :
De aanvrager dient bij de Regering een premieaanvraag (NOTA : het DDG 2008-06-23/40, art. 50, Inwerkingtreding : 01-01-2009, beschikt dat in onderhavig artikel het woord "premie" door de woorden "premie of subsidie" wordt vervangen) in die volgende documenten moet omvatten :
1° gegevens m.b.t. de identiteit van de aanvrager;
2° een eigendomsbewijs of een afschrift van het huurcontract, het erfpachtverdrag of het opstalverdrag met betrekking tot de bedoelde onroerende goederen;
3° een nauwkeurige beschrijving van de geplande werken alsmede het bewijs dat het project nuttig is en dat er een behoefte aan bestaat;
4° het bewijs dat de BTW eventueel aftrekbaar is;
5° het bewijs dat gezorgd wordt voor de financiering van het gedeelte van de uitgaven dat niet door de [2 premie of subsidie]2 van de Duitstalige Gemeenschap gedekt is, alsmede voor de terugbetaling van de [2 premie of subsidie]2;
6° de kostenramingen of het bestek met een omstandige kostenraming.
[2 7° bij gerangschikte gebouwen of landschappen een verklaring van de aanvrager dat hij bereid is om, op verzoek van de Regering, het gesubsidieerd voorwerp op de open monumentendagen of op maximaal 2 dagen per jaar toegankelijk te maken voor het publiek.]2
Na ontvangst van het ontvangstbewijs van de volledige aanvraag kan de aanvrager met de werken beginnen zonder het recht op een [2 premie of subsidie]2 te verliezen.
§ 2. De Regering beslist over de aanvraag en kent desgevallend haar belofte voor een maximale [1 premie of subsidie]1 toe. Deze wordt desgevallend op grond van de eindrekening aangepast. [2 De belofte m.b.t. de in artikel 39 vermelde subsidies kan andere verplichtingen bevatten dan die van de erfgoedvergunning.]2 ]1
Art. 24bis. [1 Primes pour terrains de camping, établissements hôteliers ou maisons de vacances et subsides pour les bâtiments et sites classés
§ 1er. Par dérogation aux [2 articles 18bis à 23]2, les règles suivantes s'appliquent à la demande des primes mentionnées aux articles 36 à 38 ainsi qu'à la demande des subsides pour des bâtiments et sites classés lorsque le demandeur est une personne de droit privé, mentionnés à l'article 39, § 3.
Le demandeur introduit auprès du Gouvernement une demande d'octroi d'une prime ou d'un subside, accompagnée des documents suivants :
1° des données d'identité du demandeur;
2° le titre de propriété ou une copie du contrat de bail, de bail emphytéotique ou du contrat de louage à domaine congéable relatif au bien immeuble concerné;
3° une description détaillée des travaux envisagés ainsi que la preuve de l'utilité et du besoin;
4° la preuve de l'éventuelle déductibilité de la T.V.A.;
5° la preuve que le financement de la partie des dépenses non couverte par la prime ou le subside de la Communauté germanophone et le remboursement de la prime ou du subside sont assurés;
6° les devis ou le cahier des charges avec estimation détaillée des coûts.
7° dans le cas de bâtiments ou sites classés, une déclaration du demandeur certifiant qu'il est, sur demande du Gouvernement, disposé à rendre l'objet subsidié accessible au public dans le cadre des journées du patrimoine ou pendant 2 autres jours maximum par an.
Après réception de l'accusé de réception de la demande complète, le demandeur peut commencer les travaux sans perdre le droit à une prime ou à un subside.
§ 2. Le Gouvernement statue sur la demande et octroie, le cas échéant, sa promesse pour un montant de prime ou de subside maximal. Le cas échéant, celui-ci sera adapté sur la base du décompte final. La promesse octroyée pour les subsides mentionnés à l'article 39 peut contenir des prescriptions autres que celles contenues dans le permis de patrimoine.]1
§ 1er. Par dérogation aux [2 articles 18bis à 23]2, les règles suivantes s'appliquent à la demande des primes mentionnées aux articles 36 à 38 ainsi qu'à la demande des subsides pour des bâtiments et sites classés lorsque le demandeur est une personne de droit privé, mentionnés à l'article 39, § 3.
Le demandeur introduit auprès du Gouvernement une demande d'octroi d'une prime ou d'un subside, accompagnée des documents suivants :
1° des données d'identité du demandeur;
2° le titre de propriété ou une copie du contrat de bail, de bail emphytéotique ou du contrat de louage à domaine congéable relatif au bien immeuble concerné;
3° une description détaillée des travaux envisagés ainsi que la preuve de l'utilité et du besoin;
4° la preuve de l'éventuelle déductibilité de la T.V.A.;
5° la preuve que le financement de la partie des dépenses non couverte par la prime ou le subside de la Communauté germanophone et le remboursement de la prime ou du subside sont assurés;
6° les devis ou le cahier des charges avec estimation détaillée des coûts.
7° dans le cas de bâtiments ou sites classés, une déclaration du demandeur certifiant qu'il est, sur demande du Gouvernement, disposé à rendre l'objet subsidié accessible au public dans le cadre des journées du patrimoine ou pendant 2 autres jours maximum par an.
Après réception de l'accusé de réception de la demande complète, le demandeur peut commencer les travaux sans perdre le droit à une prime ou à un subside.
§ 2. Le Gouvernement statue sur la demande et octroie, le cas échéant, sa promesse pour un montant de prime ou de subside maximal. Le cas échéant, celui-ci sera adapté sur la base du décompte final. La promesse octroyée pour les subsides mentionnés à l'article 39 peut contenir des prescriptions autres que celles contenues dans le permis de patrimoine.]1
Wijzigingen
Afdeling 6. - Terugbetaling.
Section 6. - Remboursement.
Verandering van bestemming.
Désaffectation.
Art.25. De Regering eist de terugbetaling van de toelage naar verhouding van de overblijvende looptijd wanneer de gesubsidieerde infrastructuur vóór het verstrijken van 3, 12, 20 resp. 33 jaar :
1° onder bezwarende titel of om niet wordt afgestaan;
2° niet meer tot het doel gebruikt wordt waarvoor de toelage werd toegekend;
3° de in artikel 12 vermelde huurcontracten voortijdig worden opgezegd, en naargelang de gehele toelage minder dan 7.500, 125.000 of 250.000 of ten minste 250.000 euro bedroeg.
De terug te betalen toelage is gekoppeld aan de bouwindex.
Na kennis te hebben genomen van de afstand of verandering van bestemming van de infrastructuur resp. de vroegtijdige opzegging van het erfpachtverdrag, opstalverdrag resp. huurcontract moet de Regering binnen de twee jaar de vordering opeisen.
De Regering kan van haar vordering tot terugbetaling afzien, indien de infrastructuur voor één door haar goedgekeurde en op grond van dit decreet subsidieerbare bestemming wordt gebruikt, voor zover daarvoor geen nieuwe toelage wordt aangevraagd.
1° onder bezwarende titel of om niet wordt afgestaan;
2° niet meer tot het doel gebruikt wordt waarvoor de toelage werd toegekend;
3° de in artikel 12 vermelde huurcontracten voortijdig worden opgezegd, en naargelang de gehele toelage minder dan 7.500, 125.000 of 250.000 of ten minste 250.000 euro bedroeg.
De terug te betalen toelage is gekoppeld aan de bouwindex.
Na kennis te hebben genomen van de afstand of verandering van bestemming van de infrastructuur resp. de vroegtijdige opzegging van het erfpachtverdrag, opstalverdrag resp. huurcontract moet de Regering binnen de twee jaar de vordering opeisen.
De Regering kan van haar vordering tot terugbetaling afzien, indien de infrastructuur voor één door haar goedgekeurde en op grond van dit decreet subsidieerbare bestemming wordt gebruikt, voor zover daarvoor geen nieuwe toelage wordt aangevraagd.
Art.25. Lorsque l'infrastructure subsidiée :
1° a été cédée à titre gratuit ou onéreux;
2° n'est plus utilisée aux fins pour lesquelles le subside a été octroyé;
3° les contrats de location mentionnés à l'article 12 ont été résiliés anticipativement, avant un terme de respectivement 3,12, 20 et 33 ans et selon que le subside s'élevait à moins de 7.500, 125.000 ou 250.000 euro ou à au moins 250.000 euro, le Gouvernement demande le remboursement dudit subside proportionnellement au terme restant à courir.
Le subside à rembourser est lié à l'index de la construction.
Le Gouvernement doit solliciter la créance dans les deux ans suivant la prise de connaissance de la cession, de la désaffectation de l'infrastructure ou de la résiliation anticipative du contrat de bail emphytéotique, du contrat de louage à domaine congéable ou du contrat de location.
Le Gouvernement peut renoncer à sa demande de remboursement lorsque l'infrastructure est affectée à des fins approuvée par le Gouvernement et subsidiables en vertu du présent décret dans la mesure où aucun nouveau subside n'est sollicité.
1° a été cédée à titre gratuit ou onéreux;
2° n'est plus utilisée aux fins pour lesquelles le subside a été octroyé;
3° les contrats de location mentionnés à l'article 12 ont été résiliés anticipativement, avant un terme de respectivement 3,12, 20 et 33 ans et selon que le subside s'élevait à moins de 7.500, 125.000 ou 250.000 euro ou à au moins 250.000 euro, le Gouvernement demande le remboursement dudit subside proportionnellement au terme restant à courir.
Le subside à rembourser est lié à l'index de la construction.
Le Gouvernement doit solliciter la créance dans les deux ans suivant la prise de connaissance de la cession, de la désaffectation de l'infrastructure ou de la résiliation anticipative du contrat de bail emphytéotique, du contrat de louage à domaine congéable ou du contrat de location.
Le Gouvernement peut renoncer à sa demande de remboursement lorsque l'infrastructure est affectée à des fins approuvée par le Gouvernement et subsidiables en vertu du présent décret dans la mesure où aucun nouveau subside n'est sollicité.
Overtreding van de bepalingen inzake subsidiëring.
Infraction aux obligations en matière de subsidiation.
Art.26. Te allen tijde kan de Regering een toelage geheel of gedeeltelijk terugvorderen wanneer de ontvanger van de toelage de bepalingen van dit decreet overtreedt.
Art.26. Le Gouvernement peut à tout moment exiger le remboursement en tout ou partie d'un subside lorsque le bénéficiaire du subside enfreint les dispositions du présent décret.
Afdeling 7. - Garantie.
Section 7. - Garantie.
Garantie van de Gemeenschap.
Garantie de la Communauté.
Art.27. De Regering verleent de garantie van de Gemeenschap voor de terugbetaling van het kapitaal, de interesten en de kosten van de leningen voor het niet gesubsidieerde gedeelte van het totaal subsidieerbaar bedrag der uitgaven, op voorwaarde dat :
1° de aanvrager (...), geen intercommunale, (...), geen provincie en geen andere publiekrechtelijke instelling is (noch één van de in artikel 11, lid 1, bedoelde privaatrechtelijke personen);
2° de bouwheer een garantie heeft aangevraagd;
3° de globale kostprijs van het project ten minste euro 100.000 bereikt;
4° het interest [1 ...]1 lager is dan de rentevoet gevraagd op de kapitaalmarkt voor vergelijkbare leningen.
(5° de kredietverlener van elke persoonlijke of zakelijke borg afziet bij gegarandeerde leningen;)
(6° aan de Duitstalige Gemeenschap een hypotheek wordt gegeven op het onroerend goed waarvoor een toelage wordt verleend. In gerechtvaardigde gevallen kan de Regering een hypotheekvolmacht in plaats van een hypotheek aanvaarden.)
1° de aanvrager (...), geen intercommunale, (...), geen provincie en geen andere publiekrechtelijke instelling is (noch één van de in artikel 11, lid 1, bedoelde privaatrechtelijke personen);
2° de bouwheer een garantie heeft aangevraagd;
3° de globale kostprijs van het project ten minste euro 100.000 bereikt;
4° het interest [1 ...]1 lager is dan de rentevoet gevraagd op de kapitaalmarkt voor vergelijkbare leningen.
(5° de kredietverlener van elke persoonlijke of zakelijke borg afziet bij gegarandeerde leningen;)
(6° aan de Duitstalige Gemeenschap een hypotheek wordt gegeven op het onroerend goed waarvoor een toelage wordt verleend. In gerechtvaardigde gevallen kan de Regering een hypotheekvolmacht in plaats van een hypotheek aanvaarden.)
Art.27. Le Gouvernement octroie la garantie de la Communauté pour le remboursement du capital, des intérêts et des frais des emprunts pour la partie non subsidiée du montant total des dépenses subsidiables à condition que :
1° le demandeur ne soit pas (...), une intercommunale, (...) une province ou une autre institution de droit public (ou encore une des personnes de droit privé mentionnées à l'article 11, alinéa 1;)
2° le maître de l'ouvrage ait introduit une demande de garantie;
3° le coût total du projet atteigne au moins euro 100.000;
4° le taux d'intérêt soit inférieur [1 ...]1 au taux pratiqué par le marché des capitaux pour des emprunts similaires.
(5° le prêteur renonce à toute caution personnelle ou réelle pour l'emprunt garanti;)
(6° une hypothèque sur l'immeuble à subsidier est consentie à la Communauté germanophone. Dans des cas motivés, le Gouvernement peut accepter un mandat hypothécaire au lieu d'une hypothèque.)
1° le demandeur ne soit pas (...), une intercommunale, (...) une province ou une autre institution de droit public (ou encore une des personnes de droit privé mentionnées à l'article 11, alinéa 1;)
2° le maître de l'ouvrage ait introduit une demande de garantie;
3° le coût total du projet atteigne au moins euro 100.000;
4° le taux d'intérêt soit inférieur [1 ...]1 au taux pratiqué par le marché des capitaux pour des emprunts similaires.
(5° le prêteur renonce à toute caution personnelle ou réelle pour l'emprunt garanti;)
(6° une hypothèque sur l'immeuble à subsidier est consentie à la Communauté germanophone. Dans des cas motivés, le Gouvernement peut accepter un mandat hypothécaire au lieu d'une hypothèque.)
Wijzigingen
Voorwaarden m.b.t. de leningen.
Conditions relatives aux emprunts.
Art.28. De leningen bedoeld in artikel 27 mogen een maximale looptijd van (33 jaar) hebben en moeten bij een te dien einde door de Regering erkende kredietinstelling aangegaan worden.
Art.28. Les emprunts visés à l'article 27 peuvent avoir un terme de (33 ans) au plus et doivent être contractés auprès d'un organisme de crédit agréé à cette fin par le Gouvernement.
Terugvordering bij aanspraak op de garantie.
Remboursement en cas de sollicitation de la garantie.
Art.29. Indien men aanspraak maakt op de in artikel 27 bedoelde garantie, kan de Regering met het oog op de terugbetaling de hieronder vermelde middelen in de volgende orde inroepen :
1° de werkingstoelagen die de aanvrager van de Duitstalige Gemeenschap verkrijgt, inhouden;
2° de inning door de Administratie van de registratie en domeinen ten laste van de aanvrager.
1° de werkingstoelagen die de aanvrager van de Duitstalige Gemeenschap verkrijgt, inhouden;
2° de inning door de Administratie van de registratie en domeinen ten laste van de aanvrager.
Art.29. Lorsque la garantie visée à l'article 27 est sollicitée, le Gouvernement peut recourir aux moyens suivants, dans l'ordre ci-dessous, en vue du remboursement :
1° retenir des subventions de fonctionnement que le demandeur obtient de la Communauté germanophone;
2° recouvrement à charge du demandeur par l'Administration de l'enregistrement et des domaines.
1° retenir des subventions de fonctionnement que le demandeur obtient de la Communauté germanophone;
2° recouvrement à charge du demandeur par l'Administration de l'enregistrement et des domaines.
Aan de Regering toevertrouwde opdracht.
Mission confiée au Gouvernement.
Art.30. De Regering legt de modaliteiten vast voor de toekenning van de in artikel 27 vermelde garantie.
Art.30. Le Gouvernement fixe les modalités d'octroi de la garantie visée à l'article 27.
HOOFDSTUK II. - Bijzondere maatregelen.
CHAPITRE II. - Dispositions particulières.
Afdeling 1. - Onderwijs en Opleiding.
Section 1. - Enseignement et formation.
Rationalisatie- en programmatienormen.
Normes de rationalisation et de programmation.
Art.31. Voor de financiering en de subsidiëring worden slechts de onderwijsinrichtingen, internaten en psycho-medisch-sociale centra in aanmerking genomen die beantwoorden aan de criteria van de vigerende rationalisatie- en programmatienormen, waarbij de voor onderwijsinrichtingen geldende behoudsnormen, verhoogd met 40 %, zowel bij de aanvraag als in de drie schooljaren vóór de aanvraag moeten worden bereikt.
Art.31. Pour le financement et la subsidiation, seuls sont retenus les établissements d'enseignement, les internats et les centres psycho-médico-sociaux qui répondent aux critères des normes de rationalisation et de programmation en vigueur, les normes de maintien en activité applicables aux établissements d'enseignement, majorées de 40 %, devant toutefois être atteintes tant au moment de la demande qu'au cours des trois années scolaires précédant celle-ci.
Onderwijs.
Enseignement.
Art.32. § 1. In afwijking van artikel 16 bedraagt de toelage voor de in artikel 2, lid 1, 1° tot 5° en 7° tot 9°, vermelde infrastructuurprojecten ten behoeve van onderwijsinrichtingen 80 % van het totaal subsidieerbaar bedrag der uitgaven.
Voor het in artikel 2, lid 1, 6°, vermeld infrastructuurproject bedraagt de toelage 60 % van het totaal subsidieerbaar bedrag der uitgaven.
§ 2. In afwijking van § 1 bedraagt de toelage voor de in artikel 2, lid 1, 5° en 6°, vermelde infrastructuurprojecten ten behoeve van de schoolbibliotheken en -mediatheken in de secundaire scholen en in hogescholen 100 % van het totaal subsidieerbaar bedrag der uitgaven.
§ 3. In afwijking van § 1 bedraagt de toelage voor de in artikel 2, lid 1, vermelde infrastructuurprojecten ten behoeve van hogescholen, die publiekrechtelijke rechtspersonen zijn op grond van artikel 5 van de wet van 31 december 1983 tot hervorming der instellingen voor de Duitstalige Gemeenschap en die het voorwerp zijn van een overeenkomst tussen inrichtende machten van hogescholen, 100 % van het totaal subsidieerbaar bedrag der uitgaven.
Voor het in artikel 2, lid 1, 6°, vermeld infrastructuurproject bedraagt de toelage 60 % van het totaal subsidieerbaar bedrag der uitgaven.
§ 2. In afwijking van § 1 bedraagt de toelage voor de in artikel 2, lid 1, 5° en 6°, vermelde infrastructuurprojecten ten behoeve van de schoolbibliotheken en -mediatheken in de secundaire scholen en in hogescholen 100 % van het totaal subsidieerbaar bedrag der uitgaven.
§ 3. In afwijking van § 1 bedraagt de toelage voor de in artikel 2, lid 1, vermelde infrastructuurprojecten ten behoeve van hogescholen, die publiekrechtelijke rechtspersonen zijn op grond van artikel 5 van de wet van 31 december 1983 tot hervorming der instellingen voor de Duitstalige Gemeenschap en die het voorwerp zijn van een overeenkomst tussen inrichtende machten van hogescholen, 100 % van het totaal subsidieerbaar bedrag der uitgaven.
Art.32. § 1er. Par dérogation à l'article 16, le subside représente 80 % du montant total des dépenses subsidiables pour les projets d'infrastructure mentionnés à l'article 2, alinéa 1er, 1° à 5°, et 7° à 9°, envisagés par des établissements d'enseignement.
Le subside représente 60 % du montant total des dépenses subsidiables pour le projet d'infrastructure mentionné à l'article 2, alinéa 1, 6°.
§ 2. Par dérogation au § 1er, le subside représente 100 % du montant total des dépenses subsidiables pour les projets d'infrastructure mentionnés à l'article 2, alinéa 1er, 5° et 6°, en ce qui concerne les bibliothèques et médiathèques scolaires dans l'enseignement secondaire et supérieur.
§ 3. Par dérogation au § 1er, le subside représente 100 % du montant total des dépenses subsidiables pour les projets d'infrastructure mentionnés à l'article 2, alinéa 1er, envisagés par les établissements d'enseignement supérieur qui sont des personnes morales de droit public en vertu de l'article 5 de la loi du 31 décembre 1983 de réformes institutionnelles pour la Communauté germanophone et font l'objet d'un accord entre pouvoirs organisateurs d'établissements d'enseignement supérieur.
Le subside représente 60 % du montant total des dépenses subsidiables pour le projet d'infrastructure mentionné à l'article 2, alinéa 1, 6°.
§ 2. Par dérogation au § 1er, le subside représente 100 % du montant total des dépenses subsidiables pour les projets d'infrastructure mentionnés à l'article 2, alinéa 1er, 5° et 6°, en ce qui concerne les bibliothèques et médiathèques scolaires dans l'enseignement secondaire et supérieur.
§ 3. Par dérogation au § 1er, le subside représente 100 % du montant total des dépenses subsidiables pour les projets d'infrastructure mentionnés à l'article 2, alinéa 1er, envisagés par les établissements d'enseignement supérieur qui sont des personnes morales de droit public en vertu de l'article 5 de la loi du 31 décembre 1983 de réformes institutionnelles pour la Communauté germanophone et font l'objet d'un accord entre pouvoirs organisateurs d'établissements d'enseignement supérieur.
Internaten en opleidingsinfrastructuren die voor verschillende inrichtende machten open staan.
Internats et infrastructures de formation ouvertes à différents pouvoirs organisateurs.
Art.33. In afwijking van artikel 16 bedraagt de toelage voor infrastructuurprojecten op het gebied van de internaten die voor de leerlingen van alle onderwijsnetten open staan, [1 ...]1 80 % van het totaal subsidieerbaar bedrag der uitgaven.
Art.33. Par dérogation à l'article 16, le subside représente 80 % du montant total des dépenses subsidiables pour les projets d'infrastructure envisagés dans le secteur des internats ouverts à des élèves de tous les réseaux [1 ...]1.
Wijzigingen
[1 Infrastructuur voor de beroepsopleiding en de technische opleiding]1
[1 Infrastructures pour la formation professionnelle et technique]1
Art.34. [1 In afwijking van artikel 16 bedraagt de toelage voor de in artikel 2, eerste lid, vermelde infrastructuurprojecten voor de beroepsopleiding en de technische opleiding die voor verschillende inrichtende machten open staan, 100 % van het totaal subsidieerbaar bedrag der uitgaven. ]1
Art.34. [1 Par dérogation à l'article 16, le subside représente 100 % du montant total des dépenses subsidiables pour les projets d'infrastructure mentionnés à l'article 2, alinéa 1er, qui sont envisagés dans le secteur de la formation professionnelle et technique et sont ouverts à différents pouvoirs organisateurs. ]1
Wijzigingen
Afdeling 2. - Culturele aangelegenheden.
Section 2. - Affaires culturelles.
[1 Cultuurcentra van de Duitstalige Gemeenschap]1.
[1 Centres culturels de la Communauté germanophone]1
Art.35. In afwijking van artikel 16, lid 1, bedraagt de toelage voor de in artikel 2, lid 1, 1° tot 5° en 7° tot 9°, vermelde infrastructuurprojecten m.b.t. [1 cultuurcentra van de Duitstalige Gemeenschap in de zin van het decreet van 18 november 2013 betreffende de ondersteuning van cultuur in de Duitstalige Gemeenschap]1 die door een gemeente, gemeenteregie of intercommunale worden opgericht, 75 % van het totaal subsidieerbaar bedrag der uitgaven.
[1 ...]1
[1 ...]1
Art.35. Par dérogation à l'article 16, alinéa 1er, le subside représente 75 % du montant total des dépenses subsidiables pour les projets d'infrastructure mentionnés à l'article 2, alinéa 1er, 1° à 5° et 7° à 9°, en ce qui concerne [1 les centres culturels de la Communauté germanophone au sens du décret du 18 novembre 2013 visant à soutenir la culture en Communauté germanophone qui sont créés par une commune, une régie communale ou une intercommunale]1.
[1 ...]1
[1 ...]1
Wijzigingen
[1 Locaties van het sportondersteuningscentrum]1
[1 Implantation du Centre de promotion du sport]1
Art. 35bis. [1 n afwijking van artikel 16, eerste lid, bedraagt de subsidie 75 % van het totaal subsidieerbaar bedrag der uitgaven voor de infrastructuurprojecten vermeld in artikel 2, eerste lid, 1° tot 5° en 7° tot 9°, die betrekking hebben op de sportinfrastructuur die de Koepelorganisatie voor de Sport in de Duitstalige Gemeenschap gebruikt als locaties van het sportondersteuningscentrum die door een gemeente, een gemeenteregie of een intercommunale worden opgericht.]1
Art. 35bis. [1 Par dérogation à l'article 16, alinéa 1er, le subside représente 75 % du montant total des dépenses subsidiables pour les projets d'infrastructure mentionnés à l'article 2, alinéa 1er, 1° à 5° et 7° à 9°, en ce qui concerne les infrastructures sportives utilisées par l'Association faitière pour le sport en Communauté germanophone en tant qu'implantation du Centre de promotion du sport, infrastructures créées par une commune, une régie communale ou une intercommunale.]1
Kampeerterreinen.
Terrains de camping.
Art.36. [1 In afwijking van de artikelen 1, 4, 14, 16 en 18, § 2, kent de Regering voor infrastructuurprojecten m.b.t. kampeerterreinen premies toe die binnen 10 jaar na de uitbetaling ervan overeenkomstig de in artikel [2 38bis]2 bepaalde voorwaarden moeten worden terugbetaald.
Slechts de in artikel 2, lid 1, 1 °, en 3° tot 10°, vermelde infrastructuurprojecten komen in aanmerking voor de toekenning van een premie voor kampeerterreinen.
Voor projecten waarvan de globale kosten tot 500.000 EUR bedragen, beloopt deze premie 30 % van het totaal bedrag der aanneembare uitgaven met een maximum van 50.000 EUR. Voor projecten waarvan de globale kosten meer dan 500.000 EUR bedragen, beloopt deze premie 100.000 EUR.
Voor éénzelfde kampeerterrein kan een andere premie slechts worden toegekend, als ten minste drie achtsten van de voorafgaande premie zijn terugbetaald.]1
Slechts de in artikel 2, lid 1, 1 °, en 3° tot 10°, vermelde infrastructuurprojecten komen in aanmerking voor de toekenning van een premie voor kampeerterreinen.
Voor projecten waarvan de globale kosten tot 500.000 EUR bedragen, beloopt deze premie 30 % van het totaal bedrag der aanneembare uitgaven met een maximum van 50.000 EUR. Voor projecten waarvan de globale kosten meer dan 500.000 EUR bedragen, beloopt deze premie 100.000 EUR.
Voor éénzelfde kampeerterrein kan een andere premie slechts worden toegekend, als ten minste drie achtsten van de voorafgaande premie zijn terugbetaald.]1
Art.36. [1 Par dérogation aux articles 1, 4, 14, 16 et 18, § 2, le Gouvernement octroie, pour des projets d'infrastructure relatifs à des terrains de camping, des primes remboursables aux conditions prévues à l'article [2 38bis]2 dans les 10 ans de leur liquidation.
Seuls les projets d'infrastructure mentionnés à l'article 2, alinéa 1er, 1° et 3° à 10°, entrent en ligne de compte pour l'octroi d'une prime pour terrains de camping.
Pour les projets dont le coût total est inférieur ou égal à 500.000 EUR, cette prime représente 30 % du montant total des dépenses acceptables, à concurrence de 50.000 EUR. Pour les projets dont le coût total est supérieur à 500.000 EUR, cette prime est de 100.000 EUR.
Pour un même terrain de camping, une autre prime ne pourra être accordée que lorsqu'au moins trois huitièmes de la prime précédente auront été remboursés.]1
Seuls les projets d'infrastructure mentionnés à l'article 2, alinéa 1er, 1° et 3° à 10°, entrent en ligne de compte pour l'octroi d'une prime pour terrains de camping.
Pour les projets dont le coût total est inférieur ou égal à 500.000 EUR, cette prime représente 30 % du montant total des dépenses acceptables, à concurrence de 50.000 EUR. Pour les projets dont le coût total est supérieur à 500.000 EUR, cette prime est de 100.000 EUR.
Pour un même terrain de camping, une autre prime ne pourra être accordée que lorsqu'au moins trois huitièmes de la prime précédente auront été remboursés.]1
Hotelinrichtingen.
Etablissements hôteliers.
Art.37. [1 In afwijking van de artikelen 1, 4, 14, 16 en 18, § 2, kent de Regering voor infrastructuurprojecten m.b.t. hotelinrichtingen premies toe die binnen 10 jaar na de uitbetaling ervan overeenkomstig de in artikel [2 38bis]2 bepaalde voorwaarden moeten worden terugbetaald.
Slechts de in artikel 2, lid 1, 1°, en 3° tot 9°, vermelde infrastructuurprojecten komen in aanmerking voor de toekenning van een premie, en dit uitsluitend voor hotelinrichtingen en vakantiewoningen waarvan elke kamer over bad en WC beschikt.
Voor projecten waarvan de globale kosten tot 500.000 EUR bedragen, beloopt de premie 30 % van het totaal bedrag der aanneembare uitgaven met een maximum van 50.000 EUR. Voor projecten waarvan de globale kosten meer dan 500.000 EUR bedragen, beloopt deze premie 100.000 EUR.
Voor éénzelfde hotelinrichting kan een andere premie slechts worden toegekend, als ten minste drie achtsten van de voorafgaande premie zijn terugbetaald.]1
Slechts de in artikel 2, lid 1, 1°, en 3° tot 9°, vermelde infrastructuurprojecten komen in aanmerking voor de toekenning van een premie, en dit uitsluitend voor hotelinrichtingen en vakantiewoningen waarvan elke kamer over bad en WC beschikt.
Voor projecten waarvan de globale kosten tot 500.000 EUR bedragen, beloopt de premie 30 % van het totaal bedrag der aanneembare uitgaven met een maximum van 50.000 EUR. Voor projecten waarvan de globale kosten meer dan 500.000 EUR bedragen, beloopt deze premie 100.000 EUR.
Voor éénzelfde hotelinrichting kan een andere premie slechts worden toegekend, als ten minste drie achtsten van de voorafgaande premie zijn terugbetaald.]1
Art.37. [1 Par dérogation aux articles 1, 4, 14, 16 et 18, § 2, le Gouvernement octroie, pour des projets d'infrastructure relatifs à des établissements hôteliers, des primes remboursables aux conditions prévues à l'article [2 38bis]2 dans les 10 ans de leur liquidation.
Seuls les projets d'infrastructure mentionnés à l'article 2, alinéa 1er, 1° et 3° à 9°, entrent en ligne de compte, et uniquement pour des établissements hôteliers et d'hébergement qui disposent d'un bain et d'un WC dans chaque chambre.
Pour les projets dont le coût total est inférieur ou égal à 500.000 EUR, cette prime représente 30 % du montant total des dépenses acceptables, à concurrence de 50.000 EUR. Pour les projets dont le coût total est supérieur à 500.000 EUR, cette prime est de 100.000 EUR.
Pour un même établissement hôtelier, une autre prime ne pourra être accordée que lorsqu'au moins trois huitièmes de la prime précédente auront été remboursés.]1
Seuls les projets d'infrastructure mentionnés à l'article 2, alinéa 1er, 1° et 3° à 9°, entrent en ligne de compte, et uniquement pour des établissements hôteliers et d'hébergement qui disposent d'un bain et d'un WC dans chaque chambre.
Pour les projets dont le coût total est inférieur ou égal à 500.000 EUR, cette prime représente 30 % du montant total des dépenses acceptables, à concurrence de 50.000 EUR. Pour les projets dont le coût total est supérieur à 500.000 EUR, cette prime est de 100.000 EUR.
Pour un même établissement hôtelier, une autre prime ne pourra être accordée que lorsqu'au moins trois huitièmes de la prime précédente auront été remboursés.]1
Vakantiewoningen.
Maisons de vacances.
Art.38. [1 In afwijking van de artikelen 1, 4, 14, 16 en 18, § 2, kent de Regering voor infrastructuurprojecten m.b.t. vakantiewoningen premies toe die binnen 10 jaar na de uitbetaling ervan overeenkomstig de in artikel [2 38bis]2 bepaalde voorwaarden moeten worden terugbetaald.
Slechts de in artikel 2, lid 1, 1 °, en 3 ° tot 9°, vermelde infrastructuurprojecten komen in aanmerking voor de toekenning van een premie.
De premie voor vakantiewoningen wordt slechts toegekend als :
- de aanvrager geen handelsvennootschap is:
- de globale kosten van het project ten minste 25.000 EUR bedragen [3 .]3
- [3 ...]3.
De premie voor vakantiewoningen bedraagt 7.500 EUR.
Deze premie wordt slechts één keer per autonome vakantiewoning toegekend. Deze premies worden voor maximum vijf vakantiewoningen aan een aanvrager toegekend. Samenwonende personen gelden als één aanvrager.]1
Slechts de in artikel 2, lid 1, 1 °, en 3 ° tot 9°, vermelde infrastructuurprojecten komen in aanmerking voor de toekenning van een premie.
De premie voor vakantiewoningen wordt slechts toegekend als :
- de aanvrager geen handelsvennootschap is:
- de globale kosten van het project ten minste 25.000 EUR bedragen [3 .]3
- [3 ...]3.
De premie voor vakantiewoningen bedraagt 7.500 EUR.
Deze premie wordt slechts één keer per autonome vakantiewoning toegekend. Deze premies worden voor maximum vijf vakantiewoningen aan een aanvrager toegekend. Samenwonende personen gelden als één aanvrager.]1
Art.38. [1 Par dérogation aux articles 1, 4, 14, 16 et 18, § 2, le Gouvernement octroie, pour des projets d'infrastructure relatifs à des maisons de vacances, des primes remboursables aux conditions prévues à l'article [2 38bis]2 dans les 10 ans de leur liquidation.
Seuls les projets d'infrastructure mentionnés à l'article 2, alinéa 1er, 1°et 3° à 9°, entrent en ligne de compte pour l'octroi d'une prime.
La prime pour maisons de vacances n'est octroyée que lorsque
- le demandeur n'est pas une société commerciale;
- le coût total du projet est au moins égal à 25.000 EUR [3 .]3
- [3 ...]3.
La prime pour maisons de vacances s'élève à 7.500 EUR.
Cette prime n'est accordée qu'une fois par maison de vacances autonome. Des primes sont octroyées à un demandeur pour maximum cinq maisons de vacances. Des cohabitants sont considérés comme un seul demandeur.]1
Seuls les projets d'infrastructure mentionnés à l'article 2, alinéa 1er, 1°et 3° à 9°, entrent en ligne de compte pour l'octroi d'une prime.
La prime pour maisons de vacances n'est octroyée que lorsque
- le demandeur n'est pas une société commerciale;
- le coût total du projet est au moins égal à 25.000 EUR [3 .]3
- [3 ...]3.
La prime pour maisons de vacances s'élève à 7.500 EUR.
Cette prime n'est accordée qu'une fois par maison de vacances autonome. Des primes sont octroyées à un demandeur pour maximum cinq maisons de vacances. Des cohabitants sont considérés comme un seul demandeur.]1
Art. 38bis. [1 Terugbetaling van de premies voor kampeerterreinen, hotelinrichtingen en vakantiewoningen
Elk jaar vóór 31 oktober, echter ten laatste vóór 31 oktober van het derde kalenderjaar na de uitbetaling van het totaal bedrag der in de artikelen 36 tot 38 vermelde premies, betaalt de begunstigde ten minste één achtste van de premie terug, verhoogd met 1,5 % van het effectief saldo van de schuld, vóór de uitbetaling van de overeenstemmende schijf.
Verwijlinteresten berekend tegen de wettelijke rentevoet worden verschuldigd, zodra de betalingsachterstand m.b.t. de schijf 30 kalenderdagen overschrijdt.]1
Elk jaar vóór 31 oktober, echter ten laatste vóór 31 oktober van het derde kalenderjaar na de uitbetaling van het totaal bedrag der in de artikelen 36 tot 38 vermelde premies, betaalt de begunstigde ten minste één achtste van de premie terug, verhoogd met 1,5 % van het effectief saldo van de schuld, vóór de uitbetaling van de overeenstemmende schijf.
Verwijlinteresten berekend tegen de wettelijke rentevoet worden verschuldigd, zodra de betalingsachterstand m.b.t. de schijf 30 kalenderdagen overschrijdt.]1
Art. 38bis. [1 Remboursement des primes pour hôtels, campings et maisons de vacances
Avant le 31 octobre de chaque année, et au plus tard avant le 31 octobre de la troisième année calendrier suivant la liquidation du montant total des primes visées aux articles 36 à 38, le bénéficiaire rembourse au moins un huitième de la prime, majoré de 1,5 % du solde effectif de la dette avant paiement de la tranche correspondante.
Des intérêts de retard au taux légal sont dus dès que le retard de paiement de la tranche dépasse 30 jours calendrier.]1
Avant le 31 octobre de chaque année, et au plus tard avant le 31 octobre de la troisième année calendrier suivant la liquidation du montant total des primes visées aux articles 36 à 38, le bénéficiaire rembourse au moins un huitième de la prime, majoré de 1,5 % du solde effectif de la dette avant paiement de la tranche correspondante.
Des intérêts de retard au taux légal sont dus dès que le retard de paiement de la tranche dépasse 30 jours calendrier.]1
Afdeling 3. - Monumentenzorg.
Section 3. - Protection des monuments.
Monumentenzorg.
Protection des monuments.
Art.39. [1 § 1. Slechts het infrastructuurproject dat in artikel 2, lid 1, 4°, vermeld en door de erfgoedvergunning toegelaten is, komt in aanmerking voor een subsidiëring als het gaat om onder monumentenzorg geplaatste gebouwen en landschappen of om daaraan vast verbonden inrichtingen als deze tot onder monumentenzorg geplaatste onroerende goederen of landschappen behoren.
Slechts definitief gerangschikte monumenten en landschappen komen in aanmerking voor een subsidiëring, behalve als de aanvraag betrekking heeft tot de in artikel 22, § 1, vermelde dringende instaatstellingswerken, die ook aan voorlopig gerangschikte monumenten en landschappen kunnen worden uitgevoerd en gesubsidieerd.
§ 2. [3 ...]3
In afwijking van artikel 18, § 2, lid 3, mogen de evenredige uitbetalingen ten hoogste 60 % van de globale subsidie belopen. De globale resp. de overblijvende subsidie wordt pas uitbetaald, nadat de Regering ter plaatse heeft onderzocht of de werken al dan niet overeenkomstig de vereisten van de erfgoedvergunning en de desgevallend bij de subsidiebelofte bijkomende opgelegde verplichtingen zijn uitgevoerd.
§ 3.[2 Is de aanvrager een van de privaatrechtelijke personen bedoeld in artikel 11, eerste lid, dan :
1° bedraagt de toelage, in afwijking van artikel 16, 40 % van het totale subsidieerbare bedrag van de aanneembare uitgaven, met een maximum van 100.000 euro per aanvraag voor een gerangschikt goed;
2° kan een nieuwe aanvraag ten vroegste twee jaar na een vaste belofte voor een bepaald goed in aanmerking worden genomen, tenzij ingestemd wordt met de in artikel 22 vermelde spoed;
3° is artikel 4 niet van toepassing.]2
[3 De afwijkingen vermeld in het eerste lid [4 ...]4 en in de artikelen 10 en 24bis gelden niet voor werkzaamheden die betrekking hebben op een definitief gerangschikt goed dat opgenomen is op een door de Regering vastgestelde lijst van bijzonder bedreigde monumenten.]3
Slechts definitief gerangschikte monumenten en landschappen komen in aanmerking voor een subsidiëring, behalve als de aanvraag betrekking heeft tot de in artikel 22, § 1, vermelde dringende instaatstellingswerken, die ook aan voorlopig gerangschikte monumenten en landschappen kunnen worden uitgevoerd en gesubsidieerd.
§ 2. [3 ...]3
In afwijking van artikel 18, § 2, lid 3, mogen de evenredige uitbetalingen ten hoogste 60 % van de globale subsidie belopen. De globale resp. de overblijvende subsidie wordt pas uitbetaald, nadat de Regering ter plaatse heeft onderzocht of de werken al dan niet overeenkomstig de vereisten van de erfgoedvergunning en de desgevallend bij de subsidiebelofte bijkomende opgelegde verplichtingen zijn uitgevoerd.
§ 3.[2 Is de aanvrager een van de privaatrechtelijke personen bedoeld in artikel 11, eerste lid, dan :
1° bedraagt de toelage, in afwijking van artikel 16, 40 % van het totale subsidieerbare bedrag van de aanneembare uitgaven, met een maximum van 100.000 euro per aanvraag voor een gerangschikt goed;
2° kan een nieuwe aanvraag ten vroegste twee jaar na een vaste belofte voor een bepaald goed in aanmerking worden genomen, tenzij ingestemd wordt met de in artikel 22 vermelde spoed;
3° is artikel 4 niet van toepassing.]2
[3 De afwijkingen vermeld in het eerste lid [4 ...]4 en in de artikelen 10 en 24bis gelden niet voor werkzaamheden die betrekking hebben op een definitief gerangschikt goed dat opgenomen is op een door de Regering vastgestelde lijst van bijzonder bedreigde monumenten.]3
Art.39. [1 § 1er. Dans la mesure où le permis de patrimoine l'autorise, seul le projet d'infrastructure prévu à l'article 2, alinéa 1er, 4°, entre en ligne de compte pour une subsidiation lorsqu'il s'agit de bâtiments, ensembles et sites classés ainsi que d'installations y attachées à demeure.
Seuls les monuments, ensembles et sites définitivement classés entrent en ligne de compte pour une subsidiation, sauf si la demande concerne les travaux de remise en etat à réaliser d'urgence vises à l'article 22, § 1er, lesquels peuvent être effectués à des monuments, ensembles et sites classés provisoirement et être subsidiés.
§ 2. [3 ...]3
Par dérogation à l'article 18, § 2, alinéa 3, les liquidations proportionnelles ne peuvent excéder 60 % du subside total. Le subside total ou le solde du subside n'est liquidé qu'après que le Gouvernement aura contrôlé sur place si les travaux sont conformes aux prescriptions imposées par le permis de patrimoine et aux prescriptions supplémentaires éventuellement imposées lors de la promesse de subside.
§ 3.[2 § 3. Si le demandeur est une des personnes de droit privé mentionnées à l'article 11, alinéa 1er :
1° le subside représente, par dérogation à l'article 16, 40 % du montant global des dépenses admissibles entrant en ligne de compte pour une subsidiation, avec un maximum de 100.000 euros par demande pour un bien classé;
2° une nouvelle demande peut être prise en considération au plus tôt deux ans après une promesse faite pour un bien précis, sauf si l'urgence mentionnée à l'article 22 est reconnue;
3° l'article 4 n'est pas applicable.]2
[3 Les dérogations prévues à l'alinéa 1er [4 ...]4 ainsi qu'aux articles 10 et 24bis ne s'appliquent pas aux travaux qui se rapportent à un bien définitivement classé repris dans une liste de monuments particulièrement vulnérables fixée par le Gouvernement. ]3
Seuls les monuments, ensembles et sites définitivement classés entrent en ligne de compte pour une subsidiation, sauf si la demande concerne les travaux de remise en etat à réaliser d'urgence vises à l'article 22, § 1er, lesquels peuvent être effectués à des monuments, ensembles et sites classés provisoirement et être subsidiés.
§ 2. [3 ...]3
Par dérogation à l'article 18, § 2, alinéa 3, les liquidations proportionnelles ne peuvent excéder 60 % du subside total. Le subside total ou le solde du subside n'est liquidé qu'après que le Gouvernement aura contrôlé sur place si les travaux sont conformes aux prescriptions imposées par le permis de patrimoine et aux prescriptions supplémentaires éventuellement imposées lors de la promesse de subside.
§ 3.[2 § 3. Si le demandeur est une des personnes de droit privé mentionnées à l'article 11, alinéa 1er :
1° le subside représente, par dérogation à l'article 16, 40 % du montant global des dépenses admissibles entrant en ligne de compte pour une subsidiation, avec un maximum de 100.000 euros par demande pour un bien classé;
2° une nouvelle demande peut être prise en considération au plus tôt deux ans après une promesse faite pour un bien précis, sauf si l'urgence mentionnée à l'article 22 est reconnue;
3° l'article 4 n'est pas applicable.]2
[3 Les dérogations prévues à l'alinéa 1er [4 ...]4 ainsi qu'aux articles 10 et 24bis ne s'appliquent pas aux travaux qui se rapportent à un bien définitivement classé repris dans une liste de monuments particulièrement vulnérables fixée par le Gouvernement. ]3
[1 - Subsidie van de provincie]1 (1)< Ingevoegd bij DDG 2016-02-22/24, art. 46, 018; Inwerkingtreding : 14-04-2016> Art. 39.1.[1 De provincie subsidieert de in artikel 2, eerste lid, 4°, vermelde infrastructuurprojecten bij onder monumentenzorg geplaatste gebouwen, ensembles en landschappen of daaraan vast verbonden inrichtingen. Die subsidie bedraagt per aanvraag voor een beschermd object minstens 4 % van het totaal subsidieerbaar bedrag van de aanneembare uitgaven. [2 De aanvrager dient een aanvraag om subsidie in bij de Regering; de Regering zendt deze aanvraag, na verificatie van de subsidiëringsvoorwaarden vermeld in artikel 39, door aan de provincie. De provincie betaalt de subsidie rechtstreeks uit aan de aanvrager na voltooiing van de werkzaamheden, op basis van de bewijsstukken die de aanvrager bij de Regering heeft ingediend en die de Regering aan de provincie doorzendt.]2]1
[1 - Subside provincial]1 (1 Art. 39.1.[1 La Province subsidie les projets d'infrastructure mentionnés à l'article 2, alinéa 1er, 4°, lorsqu'il s'agit de bâtiments, ensembles et sites classés ainsi que d'installations y attachées à demeure. Par demande concernant un bien classé, ce subside représente 4 % du montant total des dépenses acceptables pris en compte pour une subsidiation. [2 Le demandeur introduit une demande de subsides auprès du Gouvernement qui, après examen des conditions de subventionnement mentionnées à l'article 39, la transmet à la Province. Une fois les travaux réalisés, la Province liquide directement le subside au demandeur sur la base des justificatifs introduits auprès du Gouvernement, qui les a transmis à la Province.]2]1
Art. 39.1. [1 De provincie subsidieert de in artikel 2, eerste lid, 4°, vermelde infrastructuurprojecten bij onder monumentenzorg geplaatste gebouwen, ensembles en landschappen of daaraan vast verbonden inrichtingen.
Die subsidie bedraagt per aanvraag voor een beschermd object minstens 4 % van het totaal subsidieerbaar bedrag van de aanneembare uitgaven.
[2 De aanvrager dient een aanvraag om subsidie in bij de Regering; de Regering zendt deze aanvraag, na verificatie van de subsidiëringsvoorwaarden vermeld in artikel 39, door aan de provincie. De provincie betaalt de subsidie rechtstreeks uit aan de aanvrager na voltooiing van de werkzaamheden, op basis van de bewijsstukken die de aanvrager bij de Regering heeft ingediend en die de Regering aan de provincie doorzendt.]2]1
Die subsidie bedraagt per aanvraag voor een beschermd object minstens 4 % van het totaal subsidieerbaar bedrag van de aanneembare uitgaven.
[2 De aanvrager dient een aanvraag om subsidie in bij de Regering; de Regering zendt deze aanvraag, na verificatie van de subsidiëringsvoorwaarden vermeld in artikel 39, door aan de provincie. De provincie betaalt de subsidie rechtstreeks uit aan de aanvrager na voltooiing van de werkzaamheden, op basis van de bewijsstukken die de aanvrager bij de Regering heeft ingediend en die de Regering aan de provincie doorzendt.]2]1
Art. 39.1. [1 La Province subsidie les projets d'infrastructure mentionnés à l'article 2, alinéa 1er, 4°, lorsqu'il s'agit de bâtiments, ensembles et sites classés ainsi que d'installations y attachées à demeure.
Par demande concernant un bien classé, ce subside représente 4 % du montant total des dépenses acceptables pris en compte pour une subsidiation.
[2 Le demandeur introduit une demande de subsides auprès du Gouvernement qui, après examen des conditions de subventionnement mentionnées à l'article 39, la transmet à la Province. Une fois les travaux réalisés, la Province liquide directement le subside au demandeur sur la base des justificatifs introduits auprès du Gouvernement, qui les a transmis à la Province.]2]1
Par demande concernant un bien classé, ce subside représente 4 % du montant total des dépenses acceptables pris en compte pour une subsidiation.
[2 Le demandeur introduit une demande de subsides auprès du Gouvernement qui, après examen des conditions de subventionnement mentionnées à l'article 39, la transmet à la Province. Une fois les travaux réalisés, la Province liquide directement le subside au demandeur sur la base des justificatifs introduits auprès du Gouvernement, qui les a transmis à la Province.]2]1
Afdeling 4. - Persoonsgebonden aangelegenheden.
Section 4. - Matières personnalisables.
[1Dienst voor zelfbeschikkend leven.]1
[1Office pour une vie autodéterminée.]1
Diensten en inrichtingen voor personen met een handicap.
Services et établissements pour personnes handicapées.
Art. 41. In afwijking van artikel 16 bedraagt de toelage voor de in artikel 2, lid 1, 1° tot 5° en 7° tot 9°, vermelde infrastructuurprojecten ten behoeve van de diensten en inrichtingen voor personen met een handicap 80 % van het totaal subsidieerbaar bedrag der uitgaven.
De toelage voor het in artikel 2, lid 1, 6°, vermeld infrastructuurproject bedraagt 60 % van het totaal subsidieerbaar bedrag der uitgaven.
De toelage voor het in artikel 2, lid 1, 6°, vermeld infrastructuurproject bedraagt 60 % van het totaal subsidieerbaar bedrag der uitgaven.
Art. 41. Par dérogation à l'article 16, le subside représente 80 % du montant total des dépenses subsidiables pour les projets d'infrastructure mentionnés à l'article 2, alinéa 1, 1° à 5° et 7° à 9°, envisagés par les services et établissements pour personnes handicapées.
Le subside représente 60 % du montant total des dépenses subsidiables pour le projet d'infrastructure mentionné à l'article 2, alinéa 1er, 6°.
Le subside représente 60 % du montant total des dépenses subsidiables pour le projet d'infrastructure mentionné à l'article 2, alinéa 1er, 6°.
Inrichting van geïntegreerde, rolstoeltoegankelijke huurhuizen.
Aménagement de maisons prises en location, intégrées et adaptées aux personnes en chaise roulante.
Art. 42.1. [1 Gemeenschappelijke ruimten voor seniorenresidenties
De toelage voor het tot stand brengen van een gemeenschappelijke ruimte voor een seniorenresidentie wordt slechts overeenkomstig artikel 18 uitbetaald, indien de betrokken seniorenresidentie beschikt over het kwaliteitslabel vermeld in [2 artikel 20 van het decreet van 13 december 2018 betreffende het aanbod aan diensten voor ouderen en personen met ondersteuningsbehoefte, alsook betreffende palliatieve zorg]2. ]1
De toelage voor het tot stand brengen van een gemeenschappelijke ruimte voor een seniorenresidentie wordt slechts overeenkomstig artikel 18 uitbetaald, indien de betrokken seniorenresidentie beschikt over het kwaliteitslabel vermeld in [2 artikel 20 van het decreet van 13 december 2018 betreffende het aanbod aan diensten voor ouderen en personen met ondersteuningsbehoefte, alsook betreffende palliatieve zorg]2. ]1
Art. 42.1. [1 Locaux communs dans les résidences pour seniors
Le subside pour la création d'un local commun dans une résidence pour seniors ne sera liquidé conformément à l'article 18 que lorsque cette résidence pour seniors dispose du label de qualité mentionné [2 à l'article 20 du décret du 13 décembre 2018 concernant les offres pour personnes âgées ou dépendantes ainsi que les soins palliatifs]2.]1
Le subside pour la création d'un local commun dans une résidence pour seniors ne sera liquidé conformément à l'article 18 que lorsque cette résidence pour seniors dispose du label de qualité mentionné [2 à l'article 20 du décret du 13 décembre 2018 concernant les offres pour personnes âgées ou dépendantes ainsi que les soins palliatifs]2.]1
Uitrusting van woonzorgcentra voor ouderen en woonzorgcentra voor personen met ondersteuningsbehoefte.
Equipement de centres de repos et de soins pour personnes âgées et de centres de repos et de soins pour personnes dépendantes.
Art. 43. In afwijking van artikel 16, lid 2, bedraagt de toelage voor het in artikel 2, lid 1, 6°, vermeld infrastructuurproject ten behoeve van [1 woonzorgcentra voor ouderen en woonzorgcentra voor personen met ondersteuningsbehoefte]1 60 % van het totaal subsidieerbaar bedrag der uitgaven.
Art. 43. Par dérogation à l'article 16, alinéa 2, le subside représente 60 % du montant total des dépenses subsidiables pour le projet d'infrastructure mentionné à l'article 2, alinéa 1er, 6°, envisagé par [1 des centres de repos et de soins pour personnes âgées et des centres de repos et de soins pour personnes dépendantes]1.
Wijzigingen
Afdeling 5. . [1 - Ziekenhuizen en woonstructuren voor beschut wonen in de sector van de geestelijke gezondheidszorg]1
Section 5. [1 - Hôpitaux [2 [3 et structures d'hébergement accompagné pour la santé mentale]3]2]1
[1 Algemene voorwaarden voor de subsidiëring van ziekenhuizen]1 (1)
[1 Conditions générales pour la subsidiation d'hôpitaux]1 (1)
Art. 44. [1 Onverminderd de toepassing van artikel 10 zijn infrastructuurprojecten van ziekenhuizen alleen subsidieerbaar :
- als ze betrekking hebben op de erkende ziekenhuisdiensten en de medisch-technische diensten;
- na voorlegging van een samenwerkingsovereenkomst tussen de ziekenhuizen van de Duitstalige Gemeenschap die voldoet aan de door de Regering gestelde minimumeisen.]1
- als ze betrekking hebben op de erkende ziekenhuisdiensten en de medisch-technische diensten;
- na voorlegging van een samenwerkingsovereenkomst tussen de ziekenhuizen van de Duitstalige Gemeenschap die voldoet aan de door de Regering gestelde minimumeisen.]1
Art. 44. [1 Sans préjudice de l'application de l'article 10, les projets d'infrastructure relatifs à des hôpitaux ne sont subsidiables que :
- s'ils se rapportent aux services d'hospitalisation agréés et aux services médico-techniques;
- sur présentation d'une convention de coopération conclue entre les hôpitaux de la Communauté germanophone et respectant les obligations minimales déterminées par le Gouvernement. ]1
- s'ils se rapportent aux services d'hospitalisation agréés et aux services médico-techniques;
- sur présentation d'une convention de coopération conclue entre les hôpitaux de la Communauté germanophone et respectant les obligations minimales déterminées par le Gouvernement. ]1
[1 - Algemene subsidietarieven]1 (1)
[1 - Taux général de subsidiation]1 (1)
Art. 44.1. [1 In afwijking van artikel 16, eerste lid, bedraagt de subsidie voor de in artikel 2, eerste lid, 1° tot 3°, 5°, en 7° tot 10°, vermelde infrastructuurprojecten van [2 Ziekenhuizen [3 en woonstructuren voor beschut wonen in de zin van artikel 13 van het decreet van 22 april 2024 betreffende de geestelijke gezondheidszorg]3]2 80 % van het totaal subsidieerbaar bedrag der uitgaven.]1
Art. 44.1. [1 Par dérogation à l'article 16, alinéa 1er, le subside représente 80 % du montant total des dépenses subsidiables pour les projets d'infrastructure mentionnés à l'article 2, alinéa 1er, 1° à 3°, 5° et 7° à 10°, envisagés par des hôpitaux [2 [3 et par des structures d'hébergement accompagné au sens de l'article 13 du décret du 22 avril 2024 relatif à la santé mentale]3]2.]1
[1 - Instaatstellingswerken aan ziekenhuizen]1 (1)
[1 - Travaux de remise en état réalisés dans des hôpitaux]1 (1)
Art. 44.2. [1 In afwijking van de artikelen 8 tot 9 en 11 tot 26 krijgen de ziekenhuizen een [2 meerjarige]2 vaste subsidie voor het infrastructuurproject vermeld in artikel 2, eerste lid, 4°.
Het bedrag van die subsidie, dat in verhouding tot het aantal erkende bedden onder de ziekenhuizen opgesplitst wordt, hangt af van de beschikbare begrotingsmiddelen.
Alle kosten die direct of indirect samenhangen met de instaatstellingswerken die de Regering heeft vastgelegd, komen in aanmerking als verantwoording voor de aanwending van de middelen.
De Regering bepaalt welke stukken voor de controle van de aanwending van de subsidiemiddelen moeten worden ingediend.
Geld dat voor een bepaald doel bestemd is, maar binnen [2 een door haar bepaalde termijn]2 niet voor dat doel aangewend werd, wordt door de Regering teruggevorderd. Op die bedragen worden interesten tegen het wettelijke tarief berekend.]1
Het bedrag van die subsidie, dat in verhouding tot het aantal erkende bedden onder de ziekenhuizen opgesplitst wordt, hangt af van de beschikbare begrotingsmiddelen.
Alle kosten die direct of indirect samenhangen met de instaatstellingswerken die de Regering heeft vastgelegd, komen in aanmerking als verantwoording voor de aanwending van de middelen.
De Regering bepaalt welke stukken voor de controle van de aanwending van de subsidiemiddelen moeten worden ingediend.
Geld dat voor een bepaald doel bestemd is, maar binnen [2 een door haar bepaalde termijn]2 niet voor dat doel aangewend werd, wordt door de Regering teruggevorderd. Op die bedragen worden interesten tegen het wettelijke tarief berekend.]1
Art. 44.2. [1 Par dérogation aux articles 8 à 9 et 11 à 26, les hôpitaux obtiennent une subvention [2 pluriannuelle]2 forfaitaire pour le projet d'infrastructure mentionné à l'article 2, alinéa 1er, 4°.
Les crédits budgétaires disponibles déterminent la subvention, celle-ci étant répartie entre les hôpitaux proportionnellement au nombre de lits agréés.
Tous les frais liés directement ou indirectement aux travaux de remise en état fixés par le Gouvernement sont pris en considération pour justifier l'utilisation des moyens.
Le Gouvernement détermine les documents qui doivent être introduits en vue de contrôler l'utilisation des moyens de cette subvention.
Le Gouvernement récupère les fonds qui [2 , dans un délai qu'il fixe,]2 ont été utilisés à d'autres fins. Des intérêts calculés au taux légal sont dus sur ces montants.]1
Les crédits budgétaires disponibles déterminent la subvention, celle-ci étant répartie entre les hôpitaux proportionnellement au nombre de lits agréés.
Tous les frais liés directement ou indirectement aux travaux de remise en état fixés par le Gouvernement sont pris en considération pour justifier l'utilisation des moyens.
Le Gouvernement détermine les documents qui doivent être introduits en vue de contrôler l'utilisation des moyens de cette subvention.
Le Gouvernement récupère les fonds qui [2 , dans un délai qu'il fixe,]2 ont été utilisés à d'autres fins. Des intérêts calculés au taux légal sont dus sur ces montants.]1
[1 -Uitrusting van ziekenhuizen]1 (1)
[1 - Equipement d'hôpitaux]1 (1)
Art. 44.3. [1 In afwijking van artikel 16, tweede lid, bedraagt de toelage voor het in artikel 2, eerste lid, 6°, vermeld en door ziekenhuizen gepland infrastructuurproject 60 % van het totaal subsidieerbaar bedrag der uitgaven.
De uitbetaling van die toelage, waarvan het maximale bedrag beperkt wordt door de beschikbare begrotingsmiddelen, is gebonden aan de overlegging van een gemeenschappelijk [2 meerjarig]2 investeringsplan voor de uitrusting van de ziekenhuizen.]1
De uitbetaling van die toelage, waarvan het maximale bedrag beperkt wordt door de beschikbare begrotingsmiddelen, is gebonden aan de overlegging van een gemeenschappelijk [2 meerjarig]2 investeringsplan voor de uitrusting van de ziekenhuizen.]1
Art. 44.3. [1 Par dérogation à l'article 16, alinéa 2, le subside représente 60 % du montant total des dépenses subsidiables pour le projet d'infrastructure mentionné à l'article 2, alinéa 1er, 6°, envisagé par des hôpitaux.
Ce subside est plafonné en fonction des crédits budgétaires disponibles et sa liquidation est liée à la présentation d'un plan commun [2 pluriannuel]2 d'investissement portant sur l'équipement des hôpitaux.]1
Ce subside est plafonné en fonction des crédits budgétaires disponibles et sa liquidation est liée à la présentation d'un plan commun [2 pluriannuel]2 d'investissement portant sur l'équipement des hôpitaux.]1
Afdeling 6. [1 - Omtrekken voor een saneringslocatie of voor een stedelijke verkaveling]1
Section 6. [1 - Périmètres d'un site à réaménager ou de remembrement urbain]1
Art. 44.4. [1 - Subsidietarief voor bijzondere saneringsprojecten
In afwijking van artikel 16 kan de Regering het subsidietarief verhogen voor bijzondere infrastructuurprojecten binnen een [2 overeenkomstig artikel D.II.57.4, § 5, van het Waals Wetboek van Ruimtelijke Ordening vastgelegde omtrek]2 die een gemeente-overschrijdende uitstraling hebben.
De Regering bepaalt de nadere regels voor het selecteren van die projecten en de daarbij toe te passen kwaliteitscriteria.]1
In afwijking van artikel 16 kan de Regering het subsidietarief verhogen voor bijzondere infrastructuurprojecten binnen een [2 overeenkomstig artikel D.II.57.4, § 5, van het Waals Wetboek van Ruimtelijke Ordening vastgelegde omtrek]2 die een gemeente-overschrijdende uitstraling hebben.
De Regering bepaalt de nadere regels voor het selecteren van die projecten en de daarbij toe te passen kwaliteitscriteria.]1
Art. 44.4. [1 - Taux de subvention pour les projets de réaménagement particuliers
Par dérogation à l'article 16, le Gouvernement peut augmenter le taux de subvention pour les projets d'infrastructure particuliers à rayonnement supracommunal situés [2 au sein d'un périmètre fixé conformément à l'article D.II.57.4, § 5, du Code wallon du Développement territorial]2.
Le Gouvernement fixe les modalités concernant la sélection de ces projets ainsi que les critères de qualité à appliquer à cet effet.]1
Par dérogation à l'article 16, le Gouvernement peut augmenter le taux de subvention pour les projets d'infrastructure particuliers à rayonnement supracommunal situés [2 au sein d'un périmètre fixé conformément à l'article D.II.57.4, § 5, du Code wallon du Développement territorial]2.
Le Gouvernement fixe les modalités concernant la sélection de ces projets ainsi que les critères de qualité à appliquer à cet effet.]1
Art. 44.5. [1 - Subsidies voor privaatrechtelijke personen
Is de aanvrager een privaatrechtelijke persoon in de zin van artikel 11, eerste lid, 5°, dan :
1° bedraagt de subsidie, in afwijking van artikel 16, 40
van het totale bedrag van de aanneembare uitgaven dat voor subsidie in aanmerking komt, met als subsidiebedrag maximaal 100.000 euro per aanvraag en per onroerend goed;
2° kan een nieuwe aanvraag ten vroegste twee jaar na een vaste belofte voor een bepaald onroerend goed in aanmerking worden genomen, tenzij de in artikel 22 vermelde spoed wordt erkend;
3° is artikel 4 niet van toepassing.
De Regering kan voorwaarden in verband met de bestemming van het goed of termijnen voor de uitvoering van de maatregelen verbinden aan subsidies voor privaatrechtelijke personen overeenkomstig artikel 11, eerste lid, 5°.]1
Is de aanvrager een privaatrechtelijke persoon in de zin van artikel 11, eerste lid, 5°, dan :
1° bedraagt de subsidie, in afwijking van artikel 16, 40
van het totale bedrag van de aanneembare uitgaven dat voor subsidie in aanmerking komt, met als subsidiebedrag maximaal 100.000 euro per aanvraag en per onroerend goed;
2° kan een nieuwe aanvraag ten vroegste twee jaar na een vaste belofte voor een bepaald onroerend goed in aanmerking worden genomen, tenzij de in artikel 22 vermelde spoed wordt erkend;
3° is artikel 4 niet van toepassing.
De Regering kan voorwaarden in verband met de bestemming van het goed of termijnen voor de uitvoering van de maatregelen verbinden aan subsidies voor privaatrechtelijke personen overeenkomstig artikel 11, eerste lid, 5°.]1
Art. 44.5. [1 - Subsides pour les personnes de droit privé
Si le demandeur est une personne de droit privé au sens de l'article 11, alinéa 1er, 5° :
1° le subside représente, par dérogation à l'article 16, 40
du montant total des dépenses admissibles entrant en ligne de compte pour une subsidiation, avec un subside maximal de 100 000 euros par demande et par bien immeuble;
2° une nouvelle demande peut être prise en considération au plus tôt deux ans après une promesse faite pour un bien immeuble précis, sauf si l'urgence mentionnée à l'article 22 est reconnue;
3° l'article 4 n'est pas applicable.
Le Gouvernement peut subordonner l'octroi de subsides à des personnes de droit privé au sens de l'article 11, alinéa 1er, 5°, à des conditions concernant l'affectation du bien ou à des délais d'exécution des mesures.]1
Si le demandeur est une personne de droit privé au sens de l'article 11, alinéa 1er, 5° :
1° le subside représente, par dérogation à l'article 16, 40
du montant total des dépenses admissibles entrant en ligne de compte pour une subsidiation, avec un subside maximal de 100 000 euros par demande et par bien immeuble;
2° une nouvelle demande peut être prise en considération au plus tôt deux ans après une promesse faite pour un bien immeuble précis, sauf si l'urgence mentionnée à l'article 22 est reconnue;
3° l'article 4 n'est pas applicable.
Le Gouvernement peut subordonner l'octroi de subsides à des personnes de droit privé au sens de l'article 11, alinéa 1er, 5°, à des conditions concernant l'affectation du bien ou à des délais d'exécution des mesures.]1
Art. 44.6. [1 - Overeenkomst
De overeenkomstig artikel 21 gedane belofte tot toekenning van de subsidie voor infrastructuurprojecten binnen een [2 omtrek]2 wordt bij een overeenkomst tussen de Regering en de aanvrager gevoegd.
De overeenkomst bevat minstens de omschrijving, de nadere regels en de termijnen voor de uitvoering van de handelingen en werken, alsook de voorwaarden voor de toekenning van, de controle over en de terugbetaling van de subsidie.]1
De overeenkomstig artikel 21 gedane belofte tot toekenning van de subsidie voor infrastructuurprojecten binnen een [2 omtrek]2 wordt bij een overeenkomst tussen de Regering en de aanvrager gevoegd.
De overeenkomst bevat minstens de omschrijving, de nadere regels en de termijnen voor de uitvoering van de handelingen en werken, alsook de voorwaarden voor de toekenning van, de controle over en de terugbetaling van de subsidie.]1
Art. 44.6. [1 - Accord
Un accord conclu entre le Gouvernement et le demandeur est joint à la promesse d'octroi du subside, délivrée conformément à l'article 21, pour des projets d'infrastructure au sein d'un [2 périmètre]2.
L'accord comprend au moins la description, les modalités et les délais d'exécution des actes et travaux ainsi que les conditions en matière d'octroi, de contrôle et de remboursement du subside.]1
Un accord conclu entre le Gouvernement et le demandeur est joint à la promesse d'octroi du subside, délivrée conformément à l'article 21, pour des projets d'infrastructure au sein d'un [2 périmètre]2.
L'accord comprend au moins la description, les modalités et les délais d'exécution des actes et travaux ainsi que les conditions en matière d'octroi, de contrôle et de remboursement du subside.]1
Afdeling 7 [1 - Huisvesting met overheidssteun]1
Section 7. [1 - Logement public]1
Art.44.7. [1 - Gemeentelijke huisvesting met overheidssteun
Met behoud van de toepassing van titel II, hoofdstuk III, en titel III, hoofdstuk V, van het Waalse Wetboek van Duurzaam Wonen worden in afwijking van artikel 11, tweede lid, uitsluitend de door gemeenten ingediende subsidiëringsaanvragen voor infrastructuurprojecten voor het oprichten, verbeteren of aanpassen van woningen van openbaar nut in de zin van hetzelfde Wetboek, in aanmerking genomen.]1
Met behoud van de toepassing van titel II, hoofdstuk III, en titel III, hoofdstuk V, van het Waalse Wetboek van Duurzaam Wonen worden in afwijking van artikel 11, tweede lid, uitsluitend de door gemeenten ingediende subsidiëringsaanvragen voor infrastructuurprojecten voor het oprichten, verbeteren of aanpassen van woningen van openbaar nut in de zin van hetzelfde Wetboek, in aanmerking genomen.]1
Art.44.7. [1 - Logement public communal
Sans préjudice du titre II, chapitre III, et du titre III, chapitre V, du Code wallon de l'habitation durable, et par dérogation à l'article 11, alinéa 2, seules les demandes introduites par les communes pour le subventionnement de projets d'infrastructure visant à créer, à améliorer ou à adapter des logements d'utilité publique au sens du même Code sont prises en compte.]1
Sans préjudice du titre II, chapitre III, et du titre III, chapitre V, du Code wallon de l'habitation durable, et par dérogation à l'article 11, alinéa 2, seules les demandes introduites par les communes pour le subventionnement de projets d'infrastructure visant à créer, à améliorer ou à adapter des logements d'utilité publique au sens du même Code sont prises en compte.]1
Art.44.8. [1 - Overeenkomst
Bij de overeenkomstig artikel 21 gedane belofte tot toekenning van de subsidie voor infrastructuurprojecten voor het oprichten, verbeteren of aanpassen van woningen van openbaar nut wordt een overeenkomst tussen de Regering en de aanvrager gevoegd, waarin de nadere regels voor de financiering en het beheer van deze woningen met inachtneming van het Waalse Wetboek van Duurzaam Wonen worden vastgelegd.]1
Bij de overeenkomstig artikel 21 gedane belofte tot toekenning van de subsidie voor infrastructuurprojecten voor het oprichten, verbeteren of aanpassen van woningen van openbaar nut wordt een overeenkomst tussen de Regering en de aanvrager gevoegd, waarin de nadere regels voor de financiering en het beheer van deze woningen met inachtneming van het Waalse Wetboek van Duurzaam Wonen worden vastgelegd.]1
Art.44.8. [1 - Accord
A l'engagement donné conformément à l'article 21 d'octroyer le subside pour des projets d'infrastructure visant à créer, à améliorer ou à adapter des logements d'utilité publique est joint un accord conclu entre le Gouvernement et le demandeur, réglant les autres modalités de financement et de gestion de ces logements dans le respect des dispositions fixées dans le Code wallon de l'habitation durable.]1
A l'engagement donné conformément à l'article 21 d'octroyer le subside pour des projets d'infrastructure visant à créer, à améliorer ou à adapter des logements d'utilité publique est joint un accord conclu entre le Gouvernement et le demandeur, réglant les autres modalités de financement et de gestion de ces logements dans le respect des dispositions fixées dans le Code wallon de l'habitation durable.]1
HOOFDSTUK III. - Wijzigings-, opheffings-, overgangs- en slotbepalingen.
CHAPITRE III. - Dispositions modificatives, abrogatoires, transitoires et finales.
Afdeling 1. - Wijzigings- en opheffingsbepalingen.
Section 1. - Dispositions modificatives et abrogatoires.
Wijzigingsbepaling.
Disposition modificative.
Art. 45. Artikel 4, § 1, 5°, van het decreet van 19 juni 1990 houdende oprichting van een Dienst van de Duitstalige Gemeenschap voor de personen met een handicap, wordt door de volgende bepaling vervangen :
" 5° toelagen te verlenen voor de uitrusting van inrichtingen voor personen met een handicap; "
" 5° toelagen te verlenen voor de uitrusting van inrichtingen voor personen met een handicap; "
Art. 45. L'article 4, § 1er, 5°, du décret du 19 juin 1990 portant création d'un Office de la Communauté germanophone pour les personnes handicapées est remplacé par la disposition suivante :
" 5° accorder des subsides pour l'aménagement d'établissements pour personnes handicapées; "
" 5° accorder des subsides pour l'aménagement d'établissements pour personnes handicapées; "
Opheffingsbepaling.
Disposition abrogatoire.
Art. 46. Worden opgeheven :
1° artikel 14 van het decreet van 26 juni 1986 tot regeling van de erkenning van de diensten voor gezins- en bejaardenhulp, van de toekenning van subsidies aan deze diensten en van de bijdragen van de beneficiant van de hulp, gewijzigd bij het decreet van 1 maart 1988;
2° het decreet van 28 juni 1988 betreffende de toekenning van toelagen aan gemeenten of verenigingen zonder winstoogmerk die onroerende goederen voor de infrastructuur op het gebied van culturele of persoonsgebonden aangelegenheden bouwen of aankopen of die werken aan deze infrastructuur uitvoeren, gewijzigd bij de decreten van 21 oktober 1996 en 29 juni 1998;
3° de artikelen 6 en 7 van het decreet van 23 november 1992 betreffende de vakantiewoningen, gewijzigd bij het decreet van 23 oktober 2000;
4° artikel 21 van het decreet van 9 mei 1994 over het kamperen en de kampeerterreinen, gewijzigd bij het decreet van 21 oktober 1996;
5° artikel 31 van het decreet van 9 mei 1994 over de logiesverstrekkende inrichtingen en hotelinrichtingen, gewijzigd bij het decreet van 4 maart 1996;
6° de artikelen 7 tot 10, in artikel 11 de passus " alsmede een eenmalige toelage voor de inrichtingskosten van ten hoogste BEF 500 000 per plaats " en artikel 12 van het decreet van 9 mei 1994 betreffende de toelating, de erkenning en subsidiëring van opvangvoorzieningen voor bejaarden, gewijzigd bij het decreet van 21 oktober 1996;
7° de artikelen 7 tot 17 van het decreet van 9 mei 1994 houdende de erkenning van inrichtingen die personen in een noodtoestand voorlopig opnemen en begeleiden en houdende toekenning van toelagen met het oog op de aankoop, de bouw, de huur, de reparatie en de uitrusting van noodopvangwoningen, gewijzigd bij de decreten van 4 maart 1996, 21 oktober 1996 en 29 juni 1998;
8° het decreet van 27 juni 1994 betreffende de financiering en de subsidiëring van infrastructuurmaatregelen genomen in het door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd onderwijs, gewijzigd bij de decreten van 21 oktober 1996 en 29 juni 1998;
9° de artikelen 1 tot 4 van het programmadecreet van 21 oktober 1996 betreffende de infrastructuur;
10° de artikelen 26 tot 28undecies van het programmadecreet van 21 oktober 1996 betreffende de infrastructuur, vervangen bij het decreet van 29 juni 1998;
11° het koninklijk besluit van 23 januari 1951 betreffende het verlenen van toelagen tot bevordering van de arbeidersvacantie en het volkstoerisme, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 2 maart 1956 en het decreet van 21 oktober 1996;
12° de artikelen 80 tot 83 van het koninklijk besluit van 5 juli 1963 betreffende de sociale reclassering van de mindervaliden, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 10 mei 1965 en 21 januari 1971 alsmede bij het besluit van de Regering van 18 november 1996;
13° artikel 26 van het koninklijk besluit van 20 maart 1975 betreffende de erkenning en de subsidiëring van de diensten voor geestelijke gezondheidszorg;
14° het koninklijk besluit van 22 juni 1987 houdende vaststelling van de regels die de behoefte aan nieuwbouw of uitbreiding bepalen en van de fysische en financiële normen voor de schoolgebouwen, internaten en psycho-medisch-sociale centra;
15° het besluit van de Executieve van 23 augustus 1988 tot subsidiëring van installatiegoederen voor erkende diensten voor gezins- en bejaardenhulp;
16° het besluit van de Executieve van 25 augustus 1988 tot vaststelling van de maximale kosten die in aanmerking genomen worden bij het verlenen van subsidies voor bouwwerken en uitrusting van rustoorden voor bejaarden;
17° het besluit van de Executieve van 1 oktober 1988 betreffende de regeling tot toekenning van premies om de aanleg, de modernisering en de uitbreiding van kampeerterreinen te bevorderen;
18° het besluit van de Executieve van 1 oktober 1988 houdende regeling van de toekenning van premies om de schepping, de modernisering en de vergroting van hotelinrichtingen te bevorderen;
19° het besluit van de Executieve van 7 mei 1993 tot subsidiëring van infrastructuuruitgaven gemaakt door inrichtingen voor minder-validen en door beschutte werkplaatsen, gewijzigd bij het besluit van 18 november 1996;
20° de artikelen 8 tot 12 van het besluit van de Regering van 10 november 1993 betreffende de vakantiewoningen;
21° het besluit van de Regering van 19 oktober 1994 tot uitvoering van het decreet van 27 juni 1994 betreffende de financiering en de subsidiëring van infrastructuurmaatregelen genomen in het door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd onderwijs wat de samenstelling en de werking van de planificatiecommissie en van de commissie van deskundigen betreft;
22° het besluit van de Regering van 11 januari 1995 betreffende de goedkeuringsprocedure met het oog op de financiering en de subsidiëring van infrastructuurmaatregelen genomen in het door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd onderwijs;
23° het besluit van de Regering van 12 april 1995 betreffende de overdracht van beslissingsbevoegdheden aan het diensthoofd van de "Dienst infrastructuur" van de afdeling "Diensten van de Secretaris-Generaal" bij het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap in het kader van de goedkeuringsprocedure met het oog op de financiering en de subsidiëring van infrastructuurmaatregelen genomen in het door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd onderwijs;
24° het besluit van de Regering van 28 augustus 1996 houdende bepaling van de roerende goederen die in toepassing van het decreet van 27 juni 1994 betreffende de financiering en de subsidiëring van infrastructuurmaatregelen genomen in het door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd onderwijs als uitrusting worden gesubsidieerd;
25° het besluit van de Regering van 23 oktober 1998 tot subsidiëring van de infrastructuur op het gebied van culturele of persoonsgebonden aangelegenheden;
26° het ministerieel besluit van 22 september 1966 houdende vaststelling van de criteria van toekenning der toelagen voor de oprichting, de vergroting, de inrichting en het onderhoud van de centra voor beroepsopleiding of omscholing van minder-validen, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 25 oktober 1969 en bij het besluit van de Regering van 18 oktober 1990;
27° het ministerieel besluit van 30 januari 1967 houdende vaststelling van de criteria van toekenning der toelagen voor de oprichting, de vergroting, de inrichting en het onderhoud van de centra of diensten voor gespecialiseerde voorlichting bij beroepskeuze, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 25 oktober 1969 en bij het besluit van de Regering van 18 oktober 1990;
28° het ministerieel besluit van 5 september 1978 houdende vaststelling van de criteria voor toekenning van de toelagen voor de oprichting, de vergroting of de inrichting van beschutte werkplaatsen, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 25 oktober 1969 alsmede bij de besluiten van de Regering van 18 oktober 1990 en 18 november 1996;
29° artikel 13, § 2, en artikel 14 van het ministerieel besluit van 27 maart 1979 houdende bepaling van de rijkstoelagen voor het stelsel van de voortdurende vorming geregeld bij het koninklijk besluit van 4 oktober 1976 betreffende de voortdurende vorming in de middenstand, gewijzigd bij het besluit van de Regering van 6 juli 2000.
1° artikel 14 van het decreet van 26 juni 1986 tot regeling van de erkenning van de diensten voor gezins- en bejaardenhulp, van de toekenning van subsidies aan deze diensten en van de bijdragen van de beneficiant van de hulp, gewijzigd bij het decreet van 1 maart 1988;
2° het decreet van 28 juni 1988 betreffende de toekenning van toelagen aan gemeenten of verenigingen zonder winstoogmerk die onroerende goederen voor de infrastructuur op het gebied van culturele of persoonsgebonden aangelegenheden bouwen of aankopen of die werken aan deze infrastructuur uitvoeren, gewijzigd bij de decreten van 21 oktober 1996 en 29 juni 1998;
3° de artikelen 6 en 7 van het decreet van 23 november 1992 betreffende de vakantiewoningen, gewijzigd bij het decreet van 23 oktober 2000;
4° artikel 21 van het decreet van 9 mei 1994 over het kamperen en de kampeerterreinen, gewijzigd bij het decreet van 21 oktober 1996;
5° artikel 31 van het decreet van 9 mei 1994 over de logiesverstrekkende inrichtingen en hotelinrichtingen, gewijzigd bij het decreet van 4 maart 1996;
6° de artikelen 7 tot 10, in artikel 11 de passus " alsmede een eenmalige toelage voor de inrichtingskosten van ten hoogste BEF 500 000 per plaats " en artikel 12 van het decreet van 9 mei 1994 betreffende de toelating, de erkenning en subsidiëring van opvangvoorzieningen voor bejaarden, gewijzigd bij het decreet van 21 oktober 1996;
7° de artikelen 7 tot 17 van het decreet van 9 mei 1994 houdende de erkenning van inrichtingen die personen in een noodtoestand voorlopig opnemen en begeleiden en houdende toekenning van toelagen met het oog op de aankoop, de bouw, de huur, de reparatie en de uitrusting van noodopvangwoningen, gewijzigd bij de decreten van 4 maart 1996, 21 oktober 1996 en 29 juni 1998;
8° het decreet van 27 juni 1994 betreffende de financiering en de subsidiëring van infrastructuurmaatregelen genomen in het door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd onderwijs, gewijzigd bij de decreten van 21 oktober 1996 en 29 juni 1998;
9° de artikelen 1 tot 4 van het programmadecreet van 21 oktober 1996 betreffende de infrastructuur;
10° de artikelen 26 tot 28undecies van het programmadecreet van 21 oktober 1996 betreffende de infrastructuur, vervangen bij het decreet van 29 juni 1998;
11° het koninklijk besluit van 23 januari 1951 betreffende het verlenen van toelagen tot bevordering van de arbeidersvacantie en het volkstoerisme, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 2 maart 1956 en het decreet van 21 oktober 1996;
12° de artikelen 80 tot 83 van het koninklijk besluit van 5 juli 1963 betreffende de sociale reclassering van de mindervaliden, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 10 mei 1965 en 21 januari 1971 alsmede bij het besluit van de Regering van 18 november 1996;
13° artikel 26 van het koninklijk besluit van 20 maart 1975 betreffende de erkenning en de subsidiëring van de diensten voor geestelijke gezondheidszorg;
14° het koninklijk besluit van 22 juni 1987 houdende vaststelling van de regels die de behoefte aan nieuwbouw of uitbreiding bepalen en van de fysische en financiële normen voor de schoolgebouwen, internaten en psycho-medisch-sociale centra;
15° het besluit van de Executieve van 23 augustus 1988 tot subsidiëring van installatiegoederen voor erkende diensten voor gezins- en bejaardenhulp;
16° het besluit van de Executieve van 25 augustus 1988 tot vaststelling van de maximale kosten die in aanmerking genomen worden bij het verlenen van subsidies voor bouwwerken en uitrusting van rustoorden voor bejaarden;
17° het besluit van de Executieve van 1 oktober 1988 betreffende de regeling tot toekenning van premies om de aanleg, de modernisering en de uitbreiding van kampeerterreinen te bevorderen;
18° het besluit van de Executieve van 1 oktober 1988 houdende regeling van de toekenning van premies om de schepping, de modernisering en de vergroting van hotelinrichtingen te bevorderen;
19° het besluit van de Executieve van 7 mei 1993 tot subsidiëring van infrastructuuruitgaven gemaakt door inrichtingen voor minder-validen en door beschutte werkplaatsen, gewijzigd bij het besluit van 18 november 1996;
20° de artikelen 8 tot 12 van het besluit van de Regering van 10 november 1993 betreffende de vakantiewoningen;
21° het besluit van de Regering van 19 oktober 1994 tot uitvoering van het decreet van 27 juni 1994 betreffende de financiering en de subsidiëring van infrastructuurmaatregelen genomen in het door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd onderwijs wat de samenstelling en de werking van de planificatiecommissie en van de commissie van deskundigen betreft;
22° het besluit van de Regering van 11 januari 1995 betreffende de goedkeuringsprocedure met het oog op de financiering en de subsidiëring van infrastructuurmaatregelen genomen in het door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd onderwijs;
23° het besluit van de Regering van 12 april 1995 betreffende de overdracht van beslissingsbevoegdheden aan het diensthoofd van de "Dienst infrastructuur" van de afdeling "Diensten van de Secretaris-Generaal" bij het Ministerie van de Duitstalige Gemeenschap in het kader van de goedkeuringsprocedure met het oog op de financiering en de subsidiëring van infrastructuurmaatregelen genomen in het door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd onderwijs;
24° het besluit van de Regering van 28 augustus 1996 houdende bepaling van de roerende goederen die in toepassing van het decreet van 27 juni 1994 betreffende de financiering en de subsidiëring van infrastructuurmaatregelen genomen in het door de Duitstalige Gemeenschap georganiseerd of gesubsidieerd onderwijs als uitrusting worden gesubsidieerd;
25° het besluit van de Regering van 23 oktober 1998 tot subsidiëring van de infrastructuur op het gebied van culturele of persoonsgebonden aangelegenheden;
26° het ministerieel besluit van 22 september 1966 houdende vaststelling van de criteria van toekenning der toelagen voor de oprichting, de vergroting, de inrichting en het onderhoud van de centra voor beroepsopleiding of omscholing van minder-validen, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 25 oktober 1969 en bij het besluit van de Regering van 18 oktober 1990;
27° het ministerieel besluit van 30 januari 1967 houdende vaststelling van de criteria van toekenning der toelagen voor de oprichting, de vergroting, de inrichting en het onderhoud van de centra of diensten voor gespecialiseerde voorlichting bij beroepskeuze, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 25 oktober 1969 en bij het besluit van de Regering van 18 oktober 1990;
28° het ministerieel besluit van 5 september 1978 houdende vaststelling van de criteria voor toekenning van de toelagen voor de oprichting, de vergroting of de inrichting van beschutte werkplaatsen, gewijzigd bij het ministerieel besluit van 25 oktober 1969 alsmede bij de besluiten van de Regering van 18 oktober 1990 en 18 november 1996;
29° artikel 13, § 2, en artikel 14 van het ministerieel besluit van 27 maart 1979 houdende bepaling van de rijkstoelagen voor het stelsel van de voortdurende vorming geregeld bij het koninklijk besluit van 4 oktober 1976 betreffende de voortdurende vorming in de middenstand, gewijzigd bij het besluit van de Regering van 6 juli 2000.
Art. 46. Sont abrogés :
1° l'article 14 du décret du 26 juin 1986 réglant l'agréation des services d'aide aux familles et aux personnes âgées, l'octroi de subventions à ces services et la contribution du bénéficiaire de l'aide, modifié par le décret du 1er mars 1988;
2° le décret du 28 juin 1988 relatif à l'octroi de subventions aux communes et aux associations sans but lucratif qui érigent ou achètent des biens immobiliers servant d'infrastructure dans les matières culturelles et personnalisables ou qui effectuent des travaux à cette infrastructure, modifié par les décrets des 21 octobre 1996 et 29 juin 1998;
3° les articles 6 et 7 du décret du 23 novembre 1992 relatif aux habitations de vacances, modifié par le décret du 23 octobre 2000;
4° l'article 21 du décret du 9 mai 1994 sur le camping et les terrains de camping, modifié par le décret du 21 octobre 1996;
5° l'article 31 du décret du 9 mai 1994 sur les établissements d'hébergement et les établissements hôteliers, modifié par le décret du 4 mars 1996;
6° les articles 7 à 10, dans l'article 11 le passage " ainsi qu'un subside unique de maximum 500 000 francs par place pour les frais d'équipement " et l'article 12 du décret du 9 mai 1994 relatif à l'autorisation, à l'agréation et à la subsidiation de structures d'accueil pour seniors, modifié par le décret du 21 octobre 1996;
7° les articles 7 à 17 du décret du 9 mai 1994 portant agréation d'institutions accueillant et encadrant provisoirement des personnes en détresse et portant octroi de subsides en vue de l'expropriation, l'achat, la construction, la location, la remise en état et l'équipement d'habitations destinées à l'accueil d'urgence, modifié par les décrets des 4 mars 1996, 21 octobre 1996 et 29 juin 1998;
8° le décret du 27 juin 1994 relatif au financement et à la subsidiation de mesures d'infrastructure prises dans l'enseignement organisé et subventionné par la Communauté germanophone, modifié par les décrets des 21 octobre 1996 et 29 juin 1998;
9° les articles 1 à 4 du décret-programme du 21 octobre 1996 relatif à l'infrastructure;
10° les articles 26 à 28undecies du décret-programme du 21 octobre 1996 relatif à l'infrastructure, remplacés par le décret du 29 juin 1998;
11° l'arrêté royal du 23 janvier 1951 relatif à l'allocation de subventions en vue de promouvoir les vacances ouvrières et le tourisme populaire, modifié par l'arrêté royal du 2 mars 1956 et le décret du 21 octobre 1996;
12° les articles 80 à 83 de l'arrêté royal du 5 juillet 1963 concernant le reclassement social des handicapés, modifié par les arrêtés royaux des 10 mai 1965 et 21 janvier 1971 et l'arrêté du Gouvernement du 18 novembre 1996;
13° l'article 26 de l'arrêté royal du 20 mars 1975 relatif à l'agréation des services de santé mentale et à l'octroi de subventions en leur faveur;
14° l'arrêté royal du 22 juin 1987 fixant les règles qui déterminent le besoin en constructions nouvelles ou extensions et les normes physiques et financières pour les bâtiments scolaires, internats et centres psycho-médico-sociaux;
15° l'arrêté de l'Exécutif du 23 août 1988 portant subsidiation de biens d'installation pour des services agréés d'aide aux familles et aux personnes âgées;
16° l'arrêté de l'Exécutif du 25 août 1988 fixant le coût maximal à prendre en ligne de compte lors de l'octroi de subsides pour des travaux de construction et l'équipement de maisons de repos pour personnes âgées;
17° l'arrêté de l'Exécutif du 1er octobre 1988 réglant l'octroi de primes en vue de promouvoir l'amenagement, la modernisation et l'agrandissement de terrains de camping;
18° l'arrêté de l'Exécutif du 1er octobre 1988 réglant l'octroi de primes en vue de promouvoir la création, la modernisation et l'agrandissement d'établissements hôteliers;
19° l'arrêté de l'Exécutif du 7 mai portant subventionnement des dépenses d'infrastructure faites par les établissements pour personnes handicapées et par les ateliers protégés, modifié par l'arrête du 18 novembre 1996;
20° les articles 8 à 12 de l'arrêté du Gouvernement du 10 novembre 1993 relatif aux habitations de vacances;
21° l'arrêté du Gouvernement du 19 octobre 1994 portant exécution du décret du 27 juin 1994 relatif au financement et à la subsidiation de mesures d'infrastructure prises dans l'enseignement organisé et subventionné par la Communauté germanophone en ce qui concerne la composition et fonctionnement de la commission de planification et de la commission d'experts;
22° l'arrêté du Gouvernement du 11 janvier 1995 relatif à la procédure d'approbation en vue du financement et de la subsidiation de mesures d'infrastructure prises dans l'enseignement organisé et subventionné par la Communauté germanophone;
23° l'arrêté du Gouvernement du 12 avril 1995 transférant des pouvoirs de décision au chef de service du "service infrastructure" de la division "Services du secrétaire général" auprès du ministère de la Communauté germanophone dans le cadre de la procédure d'approbation en vue du financement et de la subsidiation de mesures d'infrastructure prises dans l'enseignement organisé et subventionné par la Communauté germanophone;
24° l'arrêté du Gouvernement du 28 août 1996 déterminant les biens meubles subventionnés comme équipement en application du décret du 27 juin 1994 relatif au financement et à la subsidiation de mesures d'infrastructure prises dans l'enseignement organisé et subventionné par la Communauté germanophone;
25° l'arrêté du Gouvernement du 23 octobre 1998 portant subsidiation de l'infrastructure dans les matières culturelles et personnalisables;
26° l'arrêté ministériel du 22 septembre 1966 fixant les critères d'octroi des subsides à la création, l'agrandissement, l'aménagement et l'entretien des centres de formation ou de réadaptation professionnelle pour handicapés, modifié par l'arrêté ministériel du 25 octobre 1969 et par l'arrêté du Gouvernement du 18 octobre 1990;
27° l'arrêté ministériel du 30 janvier 1967 fixant les critères d'octroi des subsides à la création, l'agrandissement, l'aménagement et l'entretien des centres ou services d'orientation professionnelle spécialisée, modifié par l'arrêté ministériel du 25 octobre 1969 et par l'arrêté du Gouvernement du 18 octobre 1990;
28° l'arrêté ministériel du 5 septembre 1978 fixant les critères d'octroi des subsides à la création, l'agrandissement ou l'aménagement d'ateliers protégés, modifié par l'arrêté ministériel du 25 octobre 1969 et par les arrêtés du Gouvernement des 18 octobre 1990 et 18 novembre 1996;
29° les article 13, § 2, et 14 de l'arrêté ministériel du 27 mars 1979 fixant l'intervention financière de l'Etat dans la formation permanente réglée par l'arrêté royal du 4 octobre 1976 relatif à la formation permanente dans les classes moyennes, modifié par l'arrêté du Gouvernement du 6 juillet 2000.
1° l'article 14 du décret du 26 juin 1986 réglant l'agréation des services d'aide aux familles et aux personnes âgées, l'octroi de subventions à ces services et la contribution du bénéficiaire de l'aide, modifié par le décret du 1er mars 1988;
2° le décret du 28 juin 1988 relatif à l'octroi de subventions aux communes et aux associations sans but lucratif qui érigent ou achètent des biens immobiliers servant d'infrastructure dans les matières culturelles et personnalisables ou qui effectuent des travaux à cette infrastructure, modifié par les décrets des 21 octobre 1996 et 29 juin 1998;
3° les articles 6 et 7 du décret du 23 novembre 1992 relatif aux habitations de vacances, modifié par le décret du 23 octobre 2000;
4° l'article 21 du décret du 9 mai 1994 sur le camping et les terrains de camping, modifié par le décret du 21 octobre 1996;
5° l'article 31 du décret du 9 mai 1994 sur les établissements d'hébergement et les établissements hôteliers, modifié par le décret du 4 mars 1996;
6° les articles 7 à 10, dans l'article 11 le passage " ainsi qu'un subside unique de maximum 500 000 francs par place pour les frais d'équipement " et l'article 12 du décret du 9 mai 1994 relatif à l'autorisation, à l'agréation et à la subsidiation de structures d'accueil pour seniors, modifié par le décret du 21 octobre 1996;
7° les articles 7 à 17 du décret du 9 mai 1994 portant agréation d'institutions accueillant et encadrant provisoirement des personnes en détresse et portant octroi de subsides en vue de l'expropriation, l'achat, la construction, la location, la remise en état et l'équipement d'habitations destinées à l'accueil d'urgence, modifié par les décrets des 4 mars 1996, 21 octobre 1996 et 29 juin 1998;
8° le décret du 27 juin 1994 relatif au financement et à la subsidiation de mesures d'infrastructure prises dans l'enseignement organisé et subventionné par la Communauté germanophone, modifié par les décrets des 21 octobre 1996 et 29 juin 1998;
9° les articles 1 à 4 du décret-programme du 21 octobre 1996 relatif à l'infrastructure;
10° les articles 26 à 28undecies du décret-programme du 21 octobre 1996 relatif à l'infrastructure, remplacés par le décret du 29 juin 1998;
11° l'arrêté royal du 23 janvier 1951 relatif à l'allocation de subventions en vue de promouvoir les vacances ouvrières et le tourisme populaire, modifié par l'arrêté royal du 2 mars 1956 et le décret du 21 octobre 1996;
12° les articles 80 à 83 de l'arrêté royal du 5 juillet 1963 concernant le reclassement social des handicapés, modifié par les arrêtés royaux des 10 mai 1965 et 21 janvier 1971 et l'arrêté du Gouvernement du 18 novembre 1996;
13° l'article 26 de l'arrêté royal du 20 mars 1975 relatif à l'agréation des services de santé mentale et à l'octroi de subventions en leur faveur;
14° l'arrêté royal du 22 juin 1987 fixant les règles qui déterminent le besoin en constructions nouvelles ou extensions et les normes physiques et financières pour les bâtiments scolaires, internats et centres psycho-médico-sociaux;
15° l'arrêté de l'Exécutif du 23 août 1988 portant subsidiation de biens d'installation pour des services agréés d'aide aux familles et aux personnes âgées;
16° l'arrêté de l'Exécutif du 25 août 1988 fixant le coût maximal à prendre en ligne de compte lors de l'octroi de subsides pour des travaux de construction et l'équipement de maisons de repos pour personnes âgées;
17° l'arrêté de l'Exécutif du 1er octobre 1988 réglant l'octroi de primes en vue de promouvoir l'amenagement, la modernisation et l'agrandissement de terrains de camping;
18° l'arrêté de l'Exécutif du 1er octobre 1988 réglant l'octroi de primes en vue de promouvoir la création, la modernisation et l'agrandissement d'établissements hôteliers;
19° l'arrêté de l'Exécutif du 7 mai portant subventionnement des dépenses d'infrastructure faites par les établissements pour personnes handicapées et par les ateliers protégés, modifié par l'arrête du 18 novembre 1996;
20° les articles 8 à 12 de l'arrêté du Gouvernement du 10 novembre 1993 relatif aux habitations de vacances;
21° l'arrêté du Gouvernement du 19 octobre 1994 portant exécution du décret du 27 juin 1994 relatif au financement et à la subsidiation de mesures d'infrastructure prises dans l'enseignement organisé et subventionné par la Communauté germanophone en ce qui concerne la composition et fonctionnement de la commission de planification et de la commission d'experts;
22° l'arrêté du Gouvernement du 11 janvier 1995 relatif à la procédure d'approbation en vue du financement et de la subsidiation de mesures d'infrastructure prises dans l'enseignement organisé et subventionné par la Communauté germanophone;
23° l'arrêté du Gouvernement du 12 avril 1995 transférant des pouvoirs de décision au chef de service du "service infrastructure" de la division "Services du secrétaire général" auprès du ministère de la Communauté germanophone dans le cadre de la procédure d'approbation en vue du financement et de la subsidiation de mesures d'infrastructure prises dans l'enseignement organisé et subventionné par la Communauté germanophone;
24° l'arrêté du Gouvernement du 28 août 1996 déterminant les biens meubles subventionnés comme équipement en application du décret du 27 juin 1994 relatif au financement et à la subsidiation de mesures d'infrastructure prises dans l'enseignement organisé et subventionné par la Communauté germanophone;
25° l'arrêté du Gouvernement du 23 octobre 1998 portant subsidiation de l'infrastructure dans les matières culturelles et personnalisables;
26° l'arrêté ministériel du 22 septembre 1966 fixant les critères d'octroi des subsides à la création, l'agrandissement, l'aménagement et l'entretien des centres de formation ou de réadaptation professionnelle pour handicapés, modifié par l'arrêté ministériel du 25 octobre 1969 et par l'arrêté du Gouvernement du 18 octobre 1990;
27° l'arrêté ministériel du 30 janvier 1967 fixant les critères d'octroi des subsides à la création, l'agrandissement, l'aménagement et l'entretien des centres ou services d'orientation professionnelle spécialisée, modifié par l'arrêté ministériel du 25 octobre 1969 et par l'arrêté du Gouvernement du 18 octobre 1990;
28° l'arrêté ministériel du 5 septembre 1978 fixant les critères d'octroi des subsides à la création, l'agrandissement ou l'aménagement d'ateliers protégés, modifié par l'arrêté ministériel du 25 octobre 1969 et par les arrêtés du Gouvernement des 18 octobre 1990 et 18 novembre 1996;
29° les article 13, § 2, et 14 de l'arrêté ministériel du 27 mars 1979 fixant l'intervention financière de l'Etat dans la formation permanente réglée par l'arrêté royal du 4 octobre 1976 relatif à la formation permanente dans les classes moyennes, modifié par l'arrêté du Gouvernement du 6 juillet 2000.
Afdeling 2. - Overgangsbepalingen.
Section 2. - Dispositions transitoires.
Infrastructuurprojecten waarvoor een vaste belofte is verleend.
Projets d'infrastructure ayant reçu une promesse ferme de subside.
Art. 47. De vóór de inwerkingtreding van dit decreet vigerende subsidiëringsregels blijven van toepassing op de infrastructuurprojecten waarvoor een vaste belofte al bestaat op het ogenblik van de inwerkingtreding van dit decreet, hetzij voor het geheel of voor een gedeelte van éénzelfde in loten verdeeld project.
De artikelen 4, 6, 13, 14, 18, 23, 25, leden 2 tot 4, en 26, van dit decreet gelden echter vanaf de datum van zijn inwerkingtreding.
De artikelen 4, 6, 13, 14, 18, 23, 25, leden 2 tot 4, en 26, van dit decreet gelden echter vanaf de datum van zijn inwerkingtreding.
Art. 47. Pour les projets d'infrastructure ayant reçu une promesse ferme avant l'entrée en vigueur du présent décret, que ce soit pour l'ensemble du projet ou pour une partie d'un projet subdivisé en lots, les règles de subsidiation applicables avant l'entrée en vigueur du présent décret restent d'application.
Les articles 4, 6,13, 14, 18, 23, 25, alinéas 2 à 4, et 26, du présent décret sont toutefois valables dès son entrée en vigueur.
Les articles 4, 6,13, 14, 18, 23, 25, alinéas 2 à 4, et 26, du présent décret sont toutefois valables dès son entrée en vigueur.
Infrastructuurprojecten waarvoor toelagen zijn aangevraagd.
Projets d'infrastructure pour lesquels des subsides ont été demandés.
Art. 48. Dit decreet is van toepassing op alle aanvragen waarvoor nog geen vaste belofte is verleend vóór zijn inwerkingtreding.
Art. 48. Le présent décret s'applique à toutes les demandes pour lesquelles aucune promesse ferme de subside n'a été donnée avant son entrée en vigueur.
Art. 48bis. [1 Overgangsbepaling ziekenhuizen.
Afwijkend van artikel 21, § 2 van voorliggend decreet kunnen werken aan de ziekenhuizen van de Duitstalige Gemeenschap die voor de inwerkingtreding zijn aangevat, gesubsidieerd worden indien deze geregeld worden in een van aanpassingen van de overeenkomst van 10 juli 1997 die de regering, het ziekenhuis Sankt Joseph in Sankt Vith en het Sankt Nikolaus Hospital in Eupen gesloten hebben over bouwmaatregelen aan beide ziekenhuizen.]1
Afwijkend van artikel 21, § 2 van voorliggend decreet kunnen werken aan de ziekenhuizen van de Duitstalige Gemeenschap die voor de inwerkingtreding zijn aangevat, gesubsidieerd worden indien deze geregeld worden in een van aanpassingen van de overeenkomst van 10 juli 1997 die de regering, het ziekenhuis Sankt Joseph in Sankt Vith en het Sankt Nikolaus Hospital in Eupen gesloten hebben over bouwmaatregelen aan beide ziekenhuizen.]1
Art. 48bis. [1 Disposition transitoire pour les hôpitaux.
Contrairement aux dispositions de l'article 21, § 2, du présent décret, les travaux commencés avant l'entrée en vigueur dudit décret dans les hôpitaux de la Communauté germanophone peuvent être subventionnés, si ces travaux font partie des mesures de rénovation des deux hôpitaux stipulées dans l'un des textes d'actualisation de l'accord du 10 juillet 1997 entre le Gouvernement, la Clinique Saint-Joseph de Saint-Vith et l'Hôpital Saint-Nicolas d'Eupen.]1
Contrairement aux dispositions de l'article 21, § 2, du présent décret, les travaux commencés avant l'entrée en vigueur dudit décret dans les hôpitaux de la Communauté germanophone peuvent être subventionnés, si ces travaux font partie des mesures de rénovation des deux hôpitaux stipulées dans l'un des textes d'actualisation de l'accord du 10 juillet 1997 entre le Gouvernement, la Clinique Saint-Joseph de Saint-Vith et l'Hôpital Saint-Nicolas d'Eupen.]1
Wijzigingen
Afdeling 3. - Slotbepalingen.
Section 3. - Dispositions finales.
Infrastructuurplan 2002-2004.
Plan d'infrastructure 2002-2004.
Art. 49. Voor de opneming in het voor de jaren 2002-2004 door de Regering goedgekeurd infrastructuurplan moeten de in artikel 19 vermelde documenten niet bij de aanmelding van het infrastructuurproject, maar wel op het ogenblik van de eventuele opneming in het infrastructuurplan worden ingediend.
Art. 49. Pour figurer dans le plan d'infrastructure arrêté par le Gouvernement pour les années 2002-2004, il faut avoir introduit les documents dont question à l'article 19 non pas au moment de l'annonce du projet d'infrastructure mais au moment de l'inscription eventuelle dans le plan d'infrastructure.
Indexatie.
Indexation.
Art. 50. Met het oog op de aanpassing aan de kosten van levensonderhoud en aan de beschikbare begrotingsmiddelen kan de Regering alle of verschillende van de in dit decreet vermelde bedragen met een coëfficiënt vermenigvuldigen.
Art. 50. En vue de les adapter à l'évolution du coût de la vie et aux crédits budgétaires disponibles, le Gouvernement peut multiplier par un coefficient tous les montants cités dans le présent décret ou certains d'entre eux.
Inwerkingtreding.
Entrée en vigueur.
Art. 51. Dit decreet heeft uitwerking op 1 januari 2002, met uitzondering van artikel 32, § 2, dat op 1 januari 2001 uitwerking heeft.
Art. 51. Le présent décret produit ses effets le 1er janvier 2002, sauf l'article 32, § 2, qui produit ses effets le 1er janvier 2001.