Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
4 JULI 2002. - Besluit van de Waalse Regering betreffende de procedure en diverse maatregelen voor de uitvoering van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning (VERTALING). (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 21-09-2002 en tekstbijwerking tot 19-11-2024)
Titre
4 JUILLET 2002. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon relatif Ă  la procĂ©dure et Ă  diverses mesures d'exĂ©cution du dĂ©cret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement. (NOTE : Consultation des versions antĂ©rieures Ă  partir du 21-09-2002 et mise Ă  jour au 19-11-2024)
Documentinformatie
Numac: 2002027817
Datum: 2002-07-04
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2002027817
Date: 2002-07-04
Moniteur: Voir
Inhoud
HOOFDSTUK I. - Begripsbepalingen. HOOFDSTUK II. - Procedures. Afdeling 1. - Procedure voor de toekenning van ... Onderafdeling 1. - Indiening van de aanvraag. Onderafdeling 2. - Openbaar onderzoek. Onderafdeling 3. - Modaliteiten voor het admini... Onderafdeling 4. - Minimale inhoud van de advie... Onderafdeling 5. - Inhoud van de milieuvergunning. Onderafdeling 6. - Modaliteiten voor de behande... Onderafdeling 7. - Bijhouden van de registers v... Afdeling 2. - Procedure voor de toekenning van ... Onderafdeling 1. - Indiening van de aanvraag. Onderafdeling 2. - Openbaar onderzoek. Onderafdeling 3. - Modaliteiten voor het admini... Onderafdeling 3/1. [1 -- Minimale inhoud van de... Onderafdeling 4. - Inhoud van de unieke vergunn... Onderafdeling 5. - Modaliteiten voor de behande... Onderafdeling 7. - Bijhouden van de registers. Afdeling 3. [1 Aanvullende bepalingen betreffen... Onderafdeling 1. - Algemeen. Onderafdeling 2. - Stukken te voegen bij de aan... Onderafdeling 3. - Behandeling en afgifte van d... Onderafdeling 4. - Toezicht en administratieve ... Afdeling 4. - Aangiften. Onderafdeling I. - Procedure voor de aangifte v... Onderafdeling 2. - Modaliteiten voor het in art... Onderafdeling 3. - Bijhouden van de aangiftereg... Afdeling 5. - Zekerheid bedoeld in artikel 55 v... Onderafdeling 1. - Geval waarin de zekerheid ho... Onderafdeling 2. - Modaliteiten voor het stelle... Onderafdeling 3. - Modaliteiten voor de vrijgav... Onderafdeling 4. - Modaliteiten voor de indieni... Afdeling 6. - Procedure voor de in artikel 52 v... Afdeling 6bis. [1 - Procedure tot verlenging va... Afdeling 6ter. [1 - Overdracht]1 Afdeling 7. - Maatregelen van administratieve p... Onderafdeling 1. [1 - Milieu-inspectieplan]1. Onderafdeling 2. - (Modaliteiten van de procedu... Onderafdeling 2bis. - Modaliteiten inzake toets... Onderafdeling 3. - Modaliteiten betreffende het... Onderafdeling 4. - Modaliteiten voor de inning ... Afdeling 8. - Karakteriseringonderzoek bedoeld ... Afdeling [-1 8]-1. - Verbouwing en uitbreiding ... Afdeling 10. - Aanwijzing van de ambtenaren. Onderafdeling 1. - Procedure voor de toekenning... Onderafdeling 2. - Procedure voor de toekenning... Onderafdeling 3. - Aangifte. Onderafdeling 4. - Verbouwing en uitbreiding va... Onderafdeling 5. - Zekerheden. Onderafdeling 6. - Verplichtingen van de exploi... Onderafdeling 7. - Maatregelen van administrati... Onderafdeling 8. Onderafdeling 9. - Straffen. Onderafdeling 10. - Beroep. Onderafdeling 11. [1 Verplichting tot periodiek... Onderafdeling 12. [1 - Diverse aanwijzingen.]1 Afdeling 11. [1 - Diverse aanwijzingen.]1 HOOFDSTUK III. - Herstel. HOOFDSTUK IV. - Opheffings-, wijzigings- en slo... Afdeling 1. - Opheffings- en wijzigingsbepalingen. Onderafdeling 1. - Gevaarlijke, ongezonde en hi... Onderafdeling 2. - Water. Onderafdeling 3. - Afvalstoffen. Onderafdeling 4. - Springstoffen. Onderafdeling 5. - Lucht. Onderafdeling 5. - Diverse bepalingen. Afdeling 2. - Slotbepalingen. BIJLAGEN.
Inhoud
CHAPITRE I. - DĂ©finitions. CHAPITRE II. - ProcĂ©dures. Section 1. - ProcĂ©dure d'octroi du permis d'env... Sous-section 1. - Introduction de la demande. Sous-section 2. - EnquĂȘte publique. Sous-section 3. - ModalitĂ©s de la concertation ... Sous-section 4. - Contenu minimum des avis requ... Sous-section 5. - Contenu du permis d'environne... Sous-section 6. - ModalitĂ©s d'instruction des r... Sous-section 7. - Tenue des registres des permi... Section 2. - ProcĂ©dure d'octroi du permis unique. Sous-section 1. - Introduction de la demande. Sous-section 2. - EnquĂȘte publique. Sous-section 3. - ModalitĂ©s de la concertation ... Sous-section 3/1. [1 - Contenu minimum des avis... Sous-section 4. - Contenu du permis unique. Sous-section 5. - ModalitĂ©s d'instruction des r... Sous-section 6. - Tenue des registres. Section 3. [1 Dispositions complĂ©mentaires rela... Sous-section 1. - GĂ©nĂ©ralitĂ©s. Sous-section 2. - Documents Ă  joindre Ă  la dema... Sous-section 3. - Instruction et dĂ©livrance du ... Sous-section 4. - Surveillance et mesures admin... Section 4. - DĂ©clarations. Sous-section 1. - ProcĂ©dure de dĂ©claration rela... Sous-section 2. - ModalitĂ©s du recours prĂ©vu Ă  ... Sous-section 3. - Tenue des registres des dĂ©cla... Section 5. - SĂ»retĂ© visĂ©e Ă  l'article 55 du dĂ©c... Sous-section 1. - Cas oĂč la sĂ»retĂ© est toujours... Sous-section 2. - ModalitĂ©s de constitution de ... Sous-section 3. - ModalitĂ©s de libĂ©ration de la... Sous-section 4. - ModalitĂ©s de recours. Section 6. - ProcĂ©dure de prolongation de la du... Section 6bis. [1 - ProcĂ©dure de prolongation d'... Section 6ter. [1 - Cession ]1 Section 7. - Mesures de police administrative. Sous-section 1-[1 - Plan d'inspection environne... Sous-section 2. - (ModalitĂ©s de la procĂ©dure vi... Sous-section 2bis. - ModalitĂ©s du rĂ©examen et d... Sous-section 3. - ModalitĂ©s du recours contre l... Sous-section 4. - ModalitĂ©s de perception des a... Section 8. - Etude de caractĂ©risation visĂ©e Ă  l... Section [-1 8]-1 . - Transformation et extensio... Section 10. - DĂ©signation des fonctionnaires. Sous-section 1. - ProcĂ©dure d'octroi du permis ... Sous-section 2. - ProcĂ©dure d'octroi du permis ... Sous-section 3. - DĂ©claration. Sous-section 4. - Transformation et extension d... Sous-section 5. - SĂ»retĂ©s. Sous-section 6. - Obligations de l'exploitant. Sous-section 7. - Mesures de police administrat... Sous-section 8. Sous-section 9. - Sanctions pĂ©nales. Sous-section 10. - Recours. Sous-section 11. [1 Obligation de notification ... Sous-section 12. [1 - DĂ©signations diverses.]1 Section 11. [1 - DĂ©signations diverses.]1 CHAPITRE III. - Remise en Ă©tat. CHAPITRE IV. - Dispositions abrogatoires, modif... Section 1. - Dispositions abrogatoires et modif... Sous-section 1. - Etablissements dangereux, ins... Sous-section 2. - Eau. Sous-section 3. - DĂ©chets. Sous-section 4. - Explosifs. Sous-section 5- Air. Sous-section 5. - Dispositions diverses. Section 2. - Dispositions finales. ANNEXES.
Tekst (412)
Texte (412)
HOOFDSTUK I. - Begripsbepalingen.
CHAPITRE I. - Définitions.
Artikel 1. § 1. Voor de toepassing van de hoofdstukken I tot III van dit besluit wordt verstaan onder " decreet " : het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning.
§ 2. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
1° [4 Wetboek" : Wetboek van Ruimtelijke ontwikkeling]4
2° toezichthoudende ambtenaar : ambtenaar of personeelslid aangewezen krachtens [1 deel VIII van Boek I van het Milieuwetboek]1 ;
3° [3 DPA : het Departement Vergunningen en Machtigingen van het Operationeel Directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu van de Waalse Overheidsdienst;]3
4° [2 ...]2;
(5° [3 installaties en activiteiten die broeikasgassen uitstoten : de installaties en activiteiten bedoeld in bijlage I bij het besluit van de Waalse Regering van 22 juni 2006 tot opstelling van de lijst van de broeikasgasuitstotende installaties en activiteiten bedoeld in het decreet van 10 november 2004 tot invoering van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten, tot oprichting van een "Fonds wallon Kyoto" (Waals Kyotofonds) en betreffende de flexibiliteitsmechanismen van het Protocol van Kyoto;]3
6° [3 broeikasgassen : gassen bedoeld in artikel 2, 2°, van het decreet van 10 november 2004 tot invoering van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten, tot oprichting van een "Fonds wallon Kyoto" en betreffende de flexibiliteitsmechanismen van het Protocol van Kyoto;]3
[5 ...]5
[7° ]5 gevaarlijke stoffen : de stoffen of mengsels zoals omschreven in artikel 3 van verordening (EG) nr. 1272/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 betreffende de indeling, etikettering en verpakking van stoffen en mengsels.]3
§ 3. [5 § 3. Voor de toepassing van afdeling 3 van hoofdstuk II wordt verstaan onder:
1° samenwerkingsakkoord : het samenwerkingsakkoord van 16 februari 2016 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de beheersing van de gevaren van zware ongevallen waarbij gevaarlijke stoffen zijn betrokken;
2° inrichting: de onder controle van een exploitant geplaatste gezamenlijke site waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn in één of meer installaties, met inbegrip van de infrastructuren of de gemeenschappelijke of verwante activiteiten. De inrichtingen zijn ofwel lagedrempelinrichtingen, ofwel hogedrempelinrichtingen;
3° lagedrempelinrichting: een inrichting waar gevaarlijke stoffen aanwezig zijn in gelijke of grotere hoeveelheden dan de in kolom 2 van bijlage 1, deel 1 of deel 2 vermelde hoeveelheden, die evenwel niet gelijk zijn aan of hoger liggen dan de in kolom 3 van deel 1 of deel 2 van bijlage I bij het samenwerkingsakkoord vermelde hoeveelheden, in voorkomend geval gebruikmakend van de in aantekening 4 bij bijlage I bedoelde sommatieregel;
3° hogedrempelinrichting: een inrichting waar gevaarlijke stoffen in hoeveelheden gelijk aan of groter dan de in de kolom 3 van deel 1 of van deel 2 van bijlage I bij het samenwerkingscontract vermelde hoeveelheden aanwezig zijn, in voorkomend geval gebruikmakend van de in aantekening 4 van bijlage I bedoelde sommatieregel;
5° installatie: een technische eenheid binnen een inrichting en boven- of ondergronds, waar gevaarlijke stoffen worden geproduceerd, gebruikt, gebezigd of opgeslagen, met inbegrip van alle uitrustingen, constructies, leidingen, machines, gereedschappen, private spoorwegemplacementen, laad- en loskades, aanlegsteigers voor de installatie, pieren, depots of soortgelijke, al dan niet drijvende constructies die nodig zijn voor de werking van die installatie;
6° zwaar ongeval: een gebeurtenis, zoals een zware emissie, brand of explosie die het gevolg is van ongecontroleerde ontwikkelingen tijdens de exploitatie van een inrichting waarop dit samenwerkingsakkoord van toepassing is, waardoor hetzij onmiddellijk, hetzij na verloop van tijd ernstig gevaar voor de menselijke gezondheid of het milieu, binnen of buiten de inrichting ontstaat en waarbij één of meerdere gevaarlijke stoffen betrokken zijn;
7° gevaarlijke stof : een onder deel 1 van bijlage 1 vallende of in deel 2 van bijlage 1 bij het samenwerkingscontract opgenomen stof of mengsel, onder meer onder de vorm van grondstof, product, bijproduct, residu of tussenproduct;
8° mengsel : een mengsel of oplossing bestaande uit twee of meerdere stoffen;
9° gevaar : de intrinsieke eigenschap van een gevaarlijke stof of van een fysische situatie die potentieel tot schade voor de menselijke gezondheid of het milieu kan leiden;
10° risico : de waarschijnlijkheid dat een bepaald effect zich binnen een bepaalde periode of onder bepaalde omstandigheden voordoet;
11° opslag : de aanwezigheid van een hoeveelheid gevaarlijke stoffen voor opslag, veilige bewaring of voorraadbewaring;
12° aanwezigheid van gevaarlijke stoffen: de werkelijke of verwachte aanwezigheid van gevaarlijke stoffen in de inrichting, of van gevaarlijke stoffen waarvan redelijkerwijs kan worden voorzien dat ze zouden kunnen ontstaan bij verlies van controle over de processen, met inbegrip van opslagactiviteiten, in een installatie binnen de inrichting, in hoeveelheden, die gelijk zijn aan of groter dan de in deel 1 of deel 2 van bijlage 1 bij het samenwerkingsakkoord vermelde drempelwaarden. Dat omvat ook de in de vergunning toegelaten gevaarlijke stoffen]5
.
Article 1. § 1er. Pour l'application des chapitres I Ă  III du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, on entend par " dĂ©cret " le dĂ©cret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement.
§ 2. Pour l'application du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, on entend par :
1° [4 CoDT : Code du développement territorial]4
2° fonctionnaire chargé de la surveillance : l'un des fonctionnaires et agents désignés par [1 la partie VIII du Livre Ier du Code de l'Environnement]1 ;
3° [3 DPA : le Département des Permis et Autorisations de la Direction générale opérationnelle Agriculture, Ressources naturelles et Environnement du Service public de Wallonie;]3
4° [2 ...]2;
(5° [3 installations et activitĂ©s Ă©mettant des gaz Ă  effet de serre : les installations et activitĂ©s visĂ©es Ă  l'annexe 1re de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 22 juin 2006 Ă©tablissant la liste des installations et activitĂ©s Ă©mettant des gaz Ă  effet de serre visĂ©s par le dĂ©cret du 10 novembre 2004 instaurant un systĂšme d'Ă©change de quotas d'Ă©mission de gaz Ă  effet de serre, crĂ©ant un Fonds wallon Kyoto et relatif aux mĂ©canismes de flexibilitĂ© du Protocole de Kyoto;]3
6° [3 gaz à effet de serre : les gaz visés à l'article 2, 2°, du décret du 10 novembre 2004 instaurant un systÚme d'échange de quotas d'émission de gaz à effet de serre, créant un Fonds wallon Kyoto et relatif aux mécanismes de flexibilité du Protocole de Kyoto;]3
[5 ...]5;
[5 7°]5substances dangereuses : les substances ou les mélanges tels que définis à l'article 3 du RÚglement (CE) n° 1272/2008 du Parlement européen et du Conseil du 16 décembre 2008 relatif à la classification, à l'étiquetage et à l'emballage des substances et des mélanges.]3
§ 3.[5 Pour l'application de la section 3 du chapitre II, l'on entend par :
1° accord de coopération : l'accord de coopération du 16 février 2016 entre l'Etat fédéral; la Région flamande, la Région wallonne et la Région de Bruxelles-Capitale concernant la maßtrise des dangers liés aux accidents majeurs impliquant des substances dangereuses;
2° Ă©tablissement : l'ensemble du site placĂ© sous le contrĂŽle d'un exploitant oĂč des substances dangereuses sont prĂ©sentes dans une ou plusieurs installations, y compris les infrastructures ou les activitĂ©s communes ou connexes. Les Ă©tablissements sont soit des Ă©tablissements seuil bas, soit des Ă©tablissements seuil haut;
3° établissement seuil bas : un établissement dans lequel des substances dangereuses sont présentes dans des quantités égales ou supérieures aux quantités indiquées dans la colonne 2 de l'annexe 1re, partie 1 ou partie 2, mais inférieures aux quantités indiquées dans la colonne 3 de l'annexe 1re de l'accord de coopération, partie 1 ou partie 2, le cas échéant en appliquant la rÚgle de cumul exposée à la note 4 relative à l'annexe 1re de l'accord de coopération;
4° établissement seuil haut : un établissement dans lequel des substances dangereuses sont présentes dans des quantités égales ou supérieures aux quantités figurant dans la colonne 3 de l'annexe 1re de l'accord de coopération, partie 1 ou partie 2, le cas échéant en appliquant la rÚgle de cumul exposée à la note 4 relative à l'annexe 1re de l'accord de coopération;
5° installation : une unité technique au sein d'un établissement et en surface ou sous le sol, dans laquelle des substances dangereuses sont produites, utilisées, manipulées ou stockées; elle comprend tous les équipements, structures, tuyauteries, machines, outils, embranchements ferroviaires, quais de chargement et de déchargement, appontements desservant l'installation, jetées, dépÎts ou structures analogues, flottantes ou non, nécessaires pour le fonctionnement de cette installation;
6° accident majeur : un événement tel qu'une émission, un incendie ou une explosion d'importance majeure résultant de développements incontrÎlés survenus au cours de l'exploitation d'un établissement couvert par l'accord de coopération, entraßnant pour la santé humaine ou pour l'environnement, un danger grave, immédiat ou différé, à l'intérieur ou à l'extérieur de l'établissement, et faisant intervenir une ou plusieurs substances dangereuses;
7° substance dangereuse : une substance ou un mélange relevant de la partie 1 ou figurant dans la partie 2 de l'annexe 1re de l'accord de coopération, entre autres en tant que matiÚre premiÚre, produit, produit dérivé, résidu ou intermédiaire;
8° mélange : un mélange ou une solution composé de deux substances ou plus;
9° danger : la propriété intrinsÚque d'une substance dangereuse ou d'une situation physique de pouvoir provoquer des dommages pour la santé humaine ou l'environnement;
10° risque : la probabilité qu'un effet spécifique se produise dans une période donnée ou dans des circonstances déterminées;
11° stockage : la présence d'une certaine quantité de substances dangereuses à des fins d'entreposage, de mise en dépÎt sous bonne garde ou d'emmagasinage;
12° prĂ©sence de substances dangereuses : la prĂ©sence rĂ©elle ou anticipĂ©e de substances dangereuses dans l'Ă©tablissement, ou de substances dangereuses dont il est raisonnable de prĂ©voir qu'elles pourraient ĂȘtre produites en cas de perte de contrĂŽle des procĂ©dĂ©s, y compris des activitĂ©s de stockage, dans une installation au sein de l'Ă©tablissement, dans des quantitĂ©s Ă©gales ou supĂ©rieures aux quantitĂ©s seuils fixĂ©es dans la partie 1 ou dans la partie 2 de l'annexe 1 de l'accord de coopĂ©ration. Cela inclut Ă©galement les substances dangereuses autorisĂ©es par le permis ]5
.
HOOFDSTUK II. - Procedures.
CHAPITRE II. - Procédures.
Afdeling 1. - Procedure voor de toekenning van de milieuvergunning.
Section 1. - Procédure d'octroi du permis d'environnement.
Onderafdeling 1. - Indiening van de aanvraag.
Sous-section 1. - Introduction de la demande.
Art. 2. [1 Het algemene formulier voor de aanvraag van een milieuvergunning wordt aan de hand van het formulier vastgelegd door de Minister van Leefmilieu ingediend.
Als de milieuvergunningsaanvraag betrekking heeft op de teelt en het houden van dieren, zoals bedoeld in de rubrieken 01.20 tot 01.39, 92.53.01 en 92.53.02 van bijlage I bij het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een milieueffectenstudie onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten, bevat ze, naast het algemene aanvraagformulier, de gegevens vastgesteld door de Minister van Leefmilieu.
[3 Als de milieuvergunningsaanvraag betrekking heeft op een waterwinning, een boring, de uitrusting van een put en een installatie voor de bevoorrading of de proeven voor de kunstmatige bevoorrading van het grondwater, de reinjectie van grondweter bedoeld bij rubriek 41.00.05 van bijlage I van het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een milieueffectstudie onderworpen projecten, van de ingedeelde installaties en activiteiten, bevat ze, naast de in het algemene aanvraagformulier gevraagde informatie, de door de Minister van Leefmilieu bepaalde informatie.]3
Als de milieuvergunningsaanvraag betrekking heeft op de installaties voor de sortering en verzameling, voorbehandeling, verwijdering of nuttige toepassing van afvalstoffen, bevat ze, naast het algemene aanvraagformulier, de gegevens vastgesteld door de Minister van Leefmilieu.
Als de milieuvergunningsaanvraag betrekking heeft op de inrichtingen bedoeld in de richtlijn inzake industriële emissies (IED/IPPC), bevat ze, naast het algemene aanvraagformulier, de gegevens vastgesteld door de Minister van Leefmilieu.
Als de milieuvergunningsaanvraag betrekking heeft op het beheer van industriële risico's (uitgezonderd Seveso), bevat ze, naast het algemene aanvraagformulier, de gegevens vastgesteld door de Minister van Leefmilieu.
Als de milieuvergunningsaanvraag betrekking heeft op de centra voor technische ingraving, bevat ze, naast het algemene aanvraagformulier, de gegevens vastgesteld door de Minister van Leefmilieu.
Als de milieuvergunningsaanvraag betrekking heeft op de verbrandings- en meeverbrandingsinstallaties bedoeld in rubriek 90.24, bevat ze, naast het algemene aanvraagformulier, de gegevens vastgesteld door de Minister van Leefmilieu.
Als de milieuvergunningsaanvraag betrekking heeft op de installaties en activiteiten de die broeikasgassen uitstoten, bevat ze, naast het algemene aanvraagformulier, de gegevens vastgesteld door de Minister van Leefmilieu.
Als de milieuvergunningsaanvraag betrekking heeft op de composteerinstallaties wanneer de hoeveelheid opgeslagen stof hoger dan of gelijk is aan 500 m3, bevat ze, naast het algemene aanvraagformulier, de gegevens vastgesteld door de Minister van Leefmilieu.
Als de milieuvergunningsaanvraag betrekking heeft op de zwembaden, bevat ze, naast het algemene aanvraagformulier, de gegevens vastgesteld door de Minister van Leefmilieu.
Als de milieuvergunningsaanvraag betrekking heeft op de installaties voor de productie van biomethaan bedoeld in rubriek 93.23.15, bevat ze, naast het algemene aanvraagformulier, de gegevens vastgesteld door de Minister van Leefmilieu.
Als de milieuvergunningsaanvraag betrekking heeft op een beheersplan voor onverkochte voedselproducten, bevat ze, naast het algemene aanvraagformulier, de gegevens vastgesteld door de Minister van Leefmilieu.
Als de milieuvergunningsaanvraag betrekking heeft op energie-efficiëntie, bevat ze, naast het algemene aanvraagformulier, de gegevens vastgesteld door de Minister van Leefmilieu.
Als de milieuvergunningsaanvraag betrekking heeft op de brandstofdistributie-installaties die bestemd zijn voor de bevoorrading van motorvoertuigen met gasvormige alternatieve brandstoffen, zoals bedoeld in rubriek 50.50.04.01. bevat ze, behalve het algemene aanvraagformulier, de gegevens vastgesteld door de Minister van Leefmilieu.
Als de milieuvergunningsaanvraag betrekking heeft op steengroeven, bevat ze, naast het algemene aanvraagformulier, de gegevens vastgesteld door de Minister van Leefmilieu.
Als de milieuvergunningsaanvraag betrekking heeft op de aanvragen voor de lozing van afvalwater van de openbare zuiveringsstations, bevat ze, naast het algemene aanvraagformulier, de gegevens vastgesteld door de Minister van Leefmilieu.
Als de milieuvergunningsaanvraag betrekking heeft op de installaties voor het beheer van winningsafval, bevat ze, naast het algemene aanvraagformulier, de gegevens vastgesteld door de Minister van Leefmilieu.
Als de milieuvergunningsaanvraag betrekking heeft op de terugwinning van grond en steenachtige stoffen bedoeld in rubriek 14.91, 90.28.01 of 90.28.02, bevat ze, naast het algemene aanvraagformulier, de gegevens vastgesteld door de Minister van Leefmilieu.
Als de milieuvergunningsaanvraag betrekking heeft op een inrichting met één of meerdere stookinstallaties, bevat ze, naast de inlichtingen aangevraagd in het algemene aanvraagformulier, de gegevens vastgesteld door de Minister van Leefmilieu.
Als de milieuvergunningsaanvraag betrekking heeft op een windturbine of een windmolenpark bedoeld in de rubrieken 40.10.01.04.02 en 40.10.01.04.03 van bijlage I bij het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een effectonderzoek onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten, bevat ze de gegevens vastgesteld door de Minister van Leefmilieu.
Als de milieuvergunningsaanvraag betrekking heeft op GGO ('s) of de pathogene organismen, bevat ze, naast de in het algemene aanvraagformulier aangevraagde inlichtingen, de gegevens vastgesteld door de Minister van Leefmilieu ]1
.
[2 Indien de milieuvergunningsaanvraag betrekking heeft op een handeling bedoeld in de rubrieken 94.01 van bijlage I bij het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een effectonderzoek onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten, bevat ze, naast de gegevens van het formulier bedoeld in het eerste lid, de gegevens vastgesteld door de Minister van Leefmilieu.]2
[4 Als de milieuvergunningsaanvraag betrekking heeft op een waterkrachtcentrale bedoeld in de rubrieken 40.10.01.05.03 of 40.10.01.05.02 van bijlage I bij het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een milieueffectstudie onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten die een risico voor de bodem vormen, bevat ze, naast het algemene aanvraagformulier, de gegevens vastgesteld door de Minister van Leefmilieu.]4
Art. 2. [1 Le formulaire gĂ©nĂ©ral de demande de permis d'environnement est introduit au moyen du formulaire arrĂȘtĂ© par le Ministre de l'Environnement.
Si la demande de permis d'environnement est relative Ă  l'Ă©levage et Ă  la dĂ©tention d'animaux visĂ©es par les rubriques 01.20 Ă  01.39, 92.53.01 et 92.53.02 de l'annexe I de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrĂȘtant la liste des projets soumis Ă  Ă©tude d'incidences, des installations et activitĂ©s classĂ©es ou des installations ou des activitĂ©s prĂ©sentant un risque pour le sol, elle comprend, outre le formulaire gĂ©nĂ©ral de demande, les informations arrĂȘtĂ©es par le Ministre de l'Environnement.
[3 Si la demande de permis d'environnement est relative Ă  une prise d'eau, un forage, Ă  l'Ă©quipement d'un puits et une installation pour la recharge ou les essais de recharge artificielle des eaux souterraines, Ă  la rĂ©injection d'eau souterraine visĂ©e par la rubrique 41.00.05 de l'annexe IĂšre de l'arrĂȘte du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrĂȘtant la liste des projets soumis Ă  Ă©tude d'incidences et des installations et activitĂ©s classĂ©es, elle comprend, outre les renseignements demandĂ©s dans le formulaire gĂ©nĂ©ral de demande, les informations arrĂȘtĂ©es par le ministre de l'Environnement. ]3
Si la demande de permis d'environnement est relative aux installations de tri et regroupement, prĂ©traitement, d'Ă©limination ou de valorisation des dĂ©chets, elle comprend, outre le formulaire gĂ©nĂ©ral de demande, les informations arrĂȘtĂ©es par le Ministre de l'Environnement.
Si la demande de permis d'environnement est relative aux Ă©tablissements visĂ©s par la directive relative aux Ă©missions industrielles (IED/IPPC), elle comprend, outre le formulaire gĂ©nĂ©ral de demande, les informations arrĂȘtĂ©es par le Ministre de l'Environnement.
Si la demande de permis d'environnement est relative Ă  la gestion des risques industriels Non Seveso, elle comprend, outre le formulaire gĂ©nĂ©ral de demande, les informations arrĂȘtĂ©es par le Ministre de l'Environnement.
Si la demande de permis d'environnement est relative aux centres d'enfouissement technique, elle comprend, outre le formulaire gĂ©nĂ©ral de demande, les informations arrĂȘtĂ©es par le Ministre de l'Environnement.
Si la demande de permis d'environnement est relative aux installations d'incinĂ©ration et de co-incinĂ©ration de dĂ©chets visĂ©es par la rubrique 90.24, elle comprend, outre le formulaire gĂ©nĂ©ral de demande, les informations arrĂȘtĂ©es par le Ministre de l'Environnement.
Si la demande de permis d'environnement est relative aux installations et activitĂ©s Ă©mettant des gaz Ă  effet de serre, elle comprend, outre le formulaire gĂ©nĂ©ral de demande, les informations arrĂȘtĂ©es par le Ministre de l'Environnement.
Si la demande de permis d'environnement est relative aux installations de compostage lorsque la quantitĂ© de matiĂšre entreposĂ©e est supĂ©rieure ou Ă©gale cinq cent m3, elle comprend, outre le formulaire gĂ©nĂ©ral de demande, les informations arrĂȘtĂ©es par le Ministre de l'Environnement
Si la demande de permis d'environnement est relative aux bassins de natation, elle comprend, outre le formulaire gĂ©nĂ©ral de demande, les informations arrĂȘtĂ©es par le Ministre de l'Environnement.
Si la demande de permis d'environnement est relative aux installations de biomĂ©thanisation visĂ©es par la rubrique 93.23.15, elle comprend, outre le formulaire gĂ©nĂ©ral de demande, les informations arrĂȘtĂ©es par le Ministre de l'Environnement.
Si la demande de permis d'environnement est relative Ă  un plan de gestion des invendus alimentaires, elle comprend, outre le formulaire gĂ©nĂ©ral de demande, les informations arrĂȘtĂ©es par le Ministre de l'Environnement.
Si la demande de permis d'environnement est relative Ă  l'efficacitĂ© Ă©nergĂ©tique, elle comprend, outre le formulaire gĂ©nĂ©ral de demande, les informations arrĂȘtĂ©es par le Ministre de l'Environnement.
Si la demande de permis d'environnement est relative aux installations de distribution de carburants destinĂ©es Ă  l'alimentation en carburant alternatif gazeux de rĂ©servoir de vĂ©hicules routiers Ă  moteur, visĂ©es par la rubrique 50.50.04.01, elle comprend, outre le formulaire gĂ©nĂ©ral de demande, les informations arrĂȘtĂ©es par le Ministre de l'Environnement.
Si la demande de permis d'environnement est relative aux carriĂšres, elle comprend, outre le formulaire gĂ©nĂ©ral de demande, les informations arrĂȘtĂ©es par le Ministre de l'Environnement.
Si la demande de permis d'environnement est relative aux demandes de dĂ©versement d'eaux usĂ©es des stations d'Ă©puration publiques, elle comprend, outre le formulaire gĂ©nĂ©ral de demande, les informations arrĂȘtĂ©es par le Ministre de l'Environnement.
Si la demande de permis d'environnement est relative aux installations de gestion de dĂ©chets d'extraction, elle comprend, outre le formulaire gĂ©nĂ©ral de demande, les informations arrĂȘtĂ©es par le Ministre de l'Environnement.
Si la demande de permis d'environnement est relative Ă  la valorisation de terres et matiĂšres pierreuses visĂ©es par les rubriques 14.91, 90.28.01 ou 90.28.02, elle comprend, outre le formulaire gĂ©nĂ©ral de demande, les informations arrĂȘtĂ©es par le Ministre de l'Environnement.
Si la demande de permis d'environnement est relative Ă  un Ă©tablissement dans lequel interviennent une ou plusieurs installations de combustion, elle comprend, outre les renseignements demandĂ©s dans le formulaire gĂ©nĂ©ral de demande, les informations arrĂȘtĂ©es par le Ministre de l'Environnement.
Si la demande de permis d'environnement est relative Ă  une Ă©olienne ou un parc d'Ă©oliennes visĂ© aux rubriques 40.10.01.04.02 et 40.10.01.04.03 de l'annexe Ire de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrĂȘtant la liste des projets soumis Ă  Ă©tude d'incidences et des installations et activitĂ©s classĂ©es, elle comprend les informations arrĂȘtĂ©es par le Ministre de l'Environnement.
Si la demande de permis d'environnement est relative aux OGM et aux organismes pathogĂšnes, elle comprend, outre les renseignements demandĂ©s dans le formulaire gĂ©nĂ©ral de demande, les informations arrĂȘtĂ©es par le Ministre de l'Environnement ]1
.
[2 Si la demande de permis d'environnement est relative Ă  une activitĂ© visĂ©e Ă  la rubrique 94.01 de l'annexe I de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrĂȘtant la liste des projets soumis Ă  Ă©tude d'incidences et des installations et activitĂ©s classĂ©es ou des installations ou des activitĂ©s prĂ©sentant un risque pour le sol, elle comprend, outre les renseignements demandĂ©s dans le formulaire visĂ© Ă  l'alinĂ©a 1er, les informations arrĂȘtĂ©es par le Ministre de l'Environnement.]2
[4 Si la demande de permis d'environnement est relative Ă  une centrale hydroĂ©lectrique visĂ©e Ă  la rubrique 40.10.01.05.03 ou 40.10.01.05.02 de l'annexe I de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrĂȘtant la liste des projets soumis Ă  Ă©tude d'incidences, des installations et activitĂ©s classĂ©es ou des installations ou des activitĂ©s prĂ©sentant un risque pour le sol, elle comprend, outre le formulaire gĂ©nĂ©ral de demande, les informations arrĂȘtĂ©es par le Ministre de l'Environnement.]4
Art. 3. § 1. De aanvraag gaat vergezeld van een milieu-effectbeoordeling.
§ 2. Als de aanvraag betrekking heeft op een inrichting (bedoeld in bijlage I bij het samenwerkingsakkoord), zijn de artikelen 59 tot 64 van dit besluit van toepassing.
Art. 3. § 1er. La demande de permis d'environnement comporte une évaluation des incidences sur l'environnement.
§ 2. Si la demande de permis concerne un Ă©tablissement (visĂ© par l'annexe Ire de l'accord de coopĂ©ration), les articles 59 Ă  64 du prĂ©sent arrĂȘtĂ© sont d'application.
Art. 4. De vergunningsaanvraag wordt in drie exemplaren ingediend.
Als het project het grondgebied van verschillende gemeenten bestrijkt, wordt het aantal exemplaren bedoeld in het eerste lid verhoogd naar gelang van het aantal gemeenten op het grondgebied waarvan het project betrekking heeft.
Art. 4. La demande de permis est introduite en trois exemplaires.
Si le projet s'étend sur le territoire de plusieurs communes, le nombre d'exemplaires de la demande de permis, prévu à l'alinéa 1er, est à augmenter du nombre d'autres communes sur le territoire desquelles est situé le projet.
Art. 5. Het gemeentebestuur bewaart één exemplaar van de vergunningsaanvraag en stuurt de overige exemplaren naar de technische ambtenaar.
Art. 5. L'administration communale conserve un exemplaire de la demande de permis et adresse les autres exemplaires au fonctionnaire technique.
Art. 6.
Art. 6.
Onderafdeling 2. - Openbaar onderzoek.
Sous-section 2. - EnquĂȘte publique.
Art. 7.
Art. 7.
Art. 8. De technische ambtenaar stuurt een afschrift van de vergunningsaanvraag en van de eventuele aanvullende stukken naar de overige gemeenten [1 die onder het aangevraagd project kunnen vallen]1 de dag waarop hij aan het gemeentebestuur waar de aanvraag is ingediend, een afschrift van de beslissing overmaakt waarbij bevestigd wordt dat de aanvraag volledig en ontvankelijk is, of na afloop van de termijn bedoeld in artikel [20, § 1, eerste lid, of § 3, eerste lid].
Art. 8. Le jour oĂč il envoie Ă  l'administration communale auprĂšs de laquelle la demande de permis a Ă©tĂ© introduite, une copie de la dĂ©cision dĂ©clarant que cette demande est complĂšte et recevable ou Ă  l'expiration du dĂ©lai visĂ© Ă  l'article [20, § 1er, alinĂ©a 1er, ou § 3, alinĂ©a 1er], du dĂ©cret, le fonctionnaire technique transmet une copie de la demande de permis et de ses complĂ©ments Ă©ventuels aux autres communes [1 susceptibles d'ĂȘtre affectĂ©es par le projet faisant l'objet de la demande]1.
Art. 9. [1 Het bericht van openbaar onderzoek bedoeld in artikel D.29-7 van Boek I van het Milieuwetboek wordt binnen vijf dagen na ontvangst van de stukken bedoeld in artikel 8 aangeplakt. Het bericht is conform het model opgenomen in bijlage X. "
Het gemeentecollege van elke gemeente waar een openbaar onderzoek werd georganiseerd bezorgt de technische ambtenaar binnen tien dagen na afsluiting van het openbaar onderzoek de schriftelijke en mondelinge geformuleerde bezwaren en opmerkingen, met inbegrip van het proces-verbaal bedoeld in artikel D.29-19 van Boek I van het Milieuwetboek. Daarbij voegt hij zijn eventueel advies.]1

Art. 9. [1 L'avis d'enquĂȘte publique visĂ© Ă  l'article D.29-7 du Livre Ier du Code de l'Environnement est affichĂ© dans les cinq jours de la rĂ©ception des documents visĂ©s Ă  l'article 8. L'avis est conforme au modĂšle figurant en annexe X. "
Le collĂšge communal de chaque commune oĂč une enquĂȘte publique a Ă©tĂ© organisĂ©e envoie, dans les dix jours de la clĂŽture de l'enquĂȘte, au fonctionnaire technique les objections et observations Ă©crites et orales formulĂ©es au cours de l'enquĂȘte publique, y compris le procĂšs-verbal visĂ© Ă  l'article D.29-19 du Livre Ier du Code de l'Environnement. Il y joint son avis Ă©ventuel.]1

Art. 10.
Art. 10.
Art. 11.
Art. 11.
Art. 12.
Art. 12.
Art. 13.
Art. 13.
Onderafdeling 3. - Modaliteiten voor het administratief overleg betreffende de milieuvergunningsaanvragen.
Sous-section 3. - Modalités de la concertation administrative relative aux demandes de permis d'environnement.
Art. 14. Als de geraadpleegde besturen of overheden verzoeken om de organisatie van de overlegvergadering bedoeld in artikel 31 van het decreet, wordt de technische ambtenaar daarvan [1 volgens de in artikel 176 van het decreet bedoelde formaliteiten]1 in kennis gesteld binnen :
1° tien dagen als het gaat om een inrichting van klasse 2;
2° dertig dagen als het gaat om een inrichting van klasse 1.
Als de technische ambtenaar verzoekt om de organisatie van een overlegvergadering, worden de geraadpleegde besturen of overheden op dezelfde wijze geĂŻnformeerd.
Art. 14. Si les administrations ou autorités consultées souhaitent la tenue de la réunion de concertation visée à l'article 31 du décret, elles en informent le fonctionnaire technique, [1 selon les formalités prévues par l'article 176 du décret]1, dans un délai de :
1° dix jours s'il s'agit d'un établissement de classe 2;
2° trente jours s'il s'agit d'un établissement de classe 1.
Si le fonctionnaire technique souhaite la tenue de la rĂ©union de concertation, il en informe de la mĂȘme maniĂšre les administrations ou autoritĂ©s consultĂ©es.
Art. 15. De technische ambtenaar bepaalt de datum en de plaats van de overlegvergadering.
De vergadering vindt plaats binnen vijfentwintig dagen als het gaat om een inrichting van klasse 2 en binnen vijftig dagen als het gaat om een inrichting van klasse 1.
De bevoegde overheid en de geraadpleegde besturen en overheden worden door de technische ambtenaar [1 volgens de in artikel 176 van het decreet bedoelde formaliteiten]1 uitgenodigd op de vergadering.
Art. 15. Le fonctionnaire technique fixe la date et le lieu de la réunion de concertation.
Cette réunion se tient dans un délai de vingt-cinq jours s'il s'agit d'un établissement de classe 2 et cinquante jours s'il s'agit d'un établissement de classe 1.
Le fonctionnaire technique y invite [1 selon les formalités prévues par l'article 176 du décret]1 l'autorité compétente et les administrations et autorités consultées.
Art. 16. De termijnen bedoeld in de artikelen 14 en 15 lopen vanaf de datum waarop de technische ambtenaar het aanvraagdossier naar de geraadpleegde overheden en besturen verzendt.
Art. 16. Les délais visés aux articles 14 et 15 se calculent à dater de l'envoi du dossier de demande de permis aux autorités et administrations consultées par le fonctionnaire technique.
Art. 17. De technische ambtenaar maakt de notulen van de overlegvergadering op en voegt ze bij het syntheserapport bedoeld in artikel 32 van het decreet.
Art. 17. Le fonctionnaire technique rédige le procÚs-verbal de la réunion de concertation et le joint au rapport de synthÚse visé à l'article 32 du décret.
Onderafdeling 4. - Minimale inhoud van de adviezen vereist voor de behandeling van de milieuvergunningsaanvragen.
Sous-section 4. - Contenu minimum des avis requis lors de l'instruction des demandes de permis d'environnement.
Art. 18. De adviezen bedoeld in artikel 30, tweede lid, van het decreet vermelden hoe dan ook :
1° de identificatie van de geraadpleegde instantie;
2° de referenties van het project;
3° de naam, voornaam en hoedanigheid van de auteur van het advies;
4° een beschrijving van de effecten van het project;
5° het onderzoek naar de doelmatigheid van het project rekening houdende met de bevoegdheden van de geraadpleegde instantie;
6° in geval van gunstig advies, de bijzondere voorwaarden die onder de bevoegdheid van de geraadpleegde instantie ressorteren en waaraan de exploitatie van de inrichting zou moeten voldoen;
7° in geval van ongunstig advies, de motieven.
Art. 18. Les avis visés à l'article 30 alinéa 2 du décret contiennent au minimum :
1° l'identification de l'instance consultée;
2° les références du projet;
3° les nom, prénom et qualité de l'auteur de l'avis;
4° la description des incidences du projet;
5° l'examen de l'opportunité du projet au regard des compétences de l'instance consultée;
6° en cas d'avis favorable, les conditions particuliĂšres qui relĂšvent de la compĂ©tence de l'instance consultĂ©e, et auxquelles devrait ĂȘtre soumise l'exploitation de l'Ă©tablissement;
7° en cas d'avis défavorable, les motifs qui le justifient.
Onderafdeling 5. - Inhoud van de milieuvergunning.
Sous-section 5. - Contenu du permis d'environnement.
Art. 19. [6 § 1. Behalve de gegevens bedoeld in artikel 45 van het decreet, vermeldt het besluit tot toekenning van de vergunning :
1° de maatregelen tot bekendmaking van het besluit;
2° de beroepsmodaliteiten;
3° desgevallend, een bijzondere termijn van tenuitvoerlegging voor bepaalde bijzondere exploitatievoorwaarden;
4° de verplichtingen van de exploitant bedoeld in de artikelen [9 10, 57 tot]9 tot 59 van het decreet;
5° de verplichting om de bevoegde autoriteit kennis te geven van de verandering van exploitant overeenkomstig artikel 60 van het decreet;
6° het vervalprincipe in de gevallen bepaald bij artikel 48 van het decreet.
In het besluit wordt desgevallend benadrukt of de tenuitvoerlegging onderworpen is :
1° de vestiging van zakelijke rechten door de houder van de vergunning op de bij de exploitatie betrokken goederen;
2° de voorafgaande goedkeuring van de technisch ambtenaar.
§ 2. Indien de vergunning betrekking heeft op een installatie voor het beheer van winningsafval bedoeld in het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een effectenonderzoek onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten, bevat het besluit het afvalbeheersplan overeenkomstig het besluit van de Waalse Regering van 27 mei 2009 houdende sectorale en integrale voorwaarden voor de installaties voor het beheer van winningsafval en betreffende de monitoring na sluiting. Als zulks het geval is, wordt in dat besluit eveneens aangegeven dat de installatie het voorwerp is van rubriek 90.27.01.03 van bijlage I bij het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een milieueffectstudie onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten.
Het bevat bovendien de volgende gegevens :
1° een omschrijving van het project, met gegevens over de locatie, het ontwerp en de afmetingen ervan;
2° de nodige gegevens ter opsporing en beoordeling van de voornaamste rechtstreekse en onrechtstreekse effecten die het project kan teweegbrengen voor het leefmilieu en, meer bepaald, de mens, de fauna en flora, de bodem, het water, de lucht, het klimaat en het landschap, de materiële goederen en het culturele erfgoed, en de interactie tussen die factoren;
3° een omschrijving van de overwogen maatregelen om de belangrijke negatieve effecten te voorkomen en te beperken en, indien mogelijk, te verhelpen;
4° een niet technische samenvatting van de gegevens bedoeld onder de punten 1° tot 3°.
§ 3. Indien de vergunning betrekking heeft op een inrichting waar één of meer installaties of activiteiten broeikasgassen uitstoten, bevat de in artikel 45 van het decreet bedoelde vergunning om broeikasgassen uit te stoten :
1° de naam en het adres van de exploitant;
2° een omschrijving van de activiteiten van de inrichting;
[12 3° het monitoringplan goedgekeurd door het "Agence wallonne de l'air et du Climat" (Waals Agentschap voor Lucht en Klimaat) overeenkomstig het besluit van de Waalse Regering van 17 februari 2022 tot bepaling van de sectorale voorwaarden betreffende de bedrijven die een activiteit met broeikasgasemissies uitoefenen;]12
4° de eisen inzake de rapportage van de broeikasgasemissies;
[12 5° de verplichting om tegen 30 september emissierechten in te leveren die overeenstemmen met de totale broeikasgasemissies van de inrichting tijdens het voorgaande kalenderjaar zoals bevestigd overeenkomstig artikel 10 van het decreet van 10 november 2004 tot invoering van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten, tot oprichting van een "Fonds wallon Kyoto" en betreffende de flexibiliteitsmechanismen van het Protocol van Kyoto. ]12
Als emissies van een broeikasgas uit een inrichting gespecificeerd worden in bijlage I bij het besluit van de Waalse Regering van 22 juni 2006 tot opstelling van de lijst van de [12 ...]12 activiteiten die gespecificeerde broeikasgassen uitstoten en tot bepaling van de gespecificeerde broeikasgassen bedoeld in het decreet van 10 november 2006 tot invoering van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten, tot oprichting van een "Fonds wallon Kyoto" (Waals Kyotofonds) en betreffende de flexibiliteitsmechanismen i.v.m. een activiteit die in die inrichting uitgeoefend wordt, bevat het besluit tot toekenning van de milieuvergunning geen emissiegrenswaarde voor rechtstreekse emissies van dat gas, tenzij het noodzakelijk is om een ernstige plaatselijke verontreiniging te voorkomen.
§ 4. [8 Wanneer de beslissing tot toekenning van de milieuvergunning een inrichting met een waterwinning betreft, worden de in acht te nemen voorwaarden vermeld, betreffende met name:
1° de waterwinningssystemen;
2° de nadere regels voor de uitvoering en de uitrusting van bouwwerk;
3° de systemen voor het opmeten van de volumes, het meten van het waterpeil en het afnemen van satelen in het bouwwerk om de kwaliteit van de waterstaalafname te controleren;
4° het gebruik van het gewonnen water;
5° het maximaal af te nemen watervolume per dag en per jaar;
6° de frequentie van de opmetingen van de volumes;
7° het isolement van de verschillende aquiferen;
8° de vrijwaring van de waterwinningen in de buurt;
9° de veiligheid van de personen en de goederen;
10° de te nemen maatregelen bij het staken van de waterwinning;
11° de specifieke inrichtingen en maatregelen voor het waterwingebied;
12° de ligging van de piëzometers bestemd voor de meting van de hydrogeologische parameters in verband met de uitgebate laag en de desbetreffende staalafnames;
13° de nadere regels voor de uitvoering en de uitrusting van nevenbouwwerken nodig voor de uitbating en die een risico op de insijpeling van een vervuiling vormen, zoals toegangs- en verluchtingsputten voor aanvoertunnels.]8

§ 5. Het besluit tot toekenning van de milieuvergunning voor een inrichting [9 bedoeld in het ministerieel besluit van 6 juni 2019 tot vaststelling van een formulier betreffende de inrichtingen betrokken bij richtlijn inzake industriële emissies (IED/IPPC)]9 vermeldt:
1° emissiegrenswaarden voor de verontreinigende stoffen [9 bedoeld in het ministerieel besluit van 6 juni 2019 tot vaststelling van een formulier betreffende de inrichtingen betrokken bij richtlijn inzake industriële emissies (IED/IPPC)]9 bij het decretale gedeelte van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, en in bijlage XXV bij dit besluit en voor de overige verontreinigende stoffen waarvan belangrijke hoeveelheden door de betrokken inrichting uitgestoten kunnen worden, gezien de aard ervan en het potentieel aan verontreinigingsoverdrachten van het ene milieu naar het andere. De emissiegrenswaarden kunnen aangevuld of vervangen worden door parameters of technische maatregelen die een gelijkwaardig milieubeschermingsniveau garanderen;
2° gepaste voorschriften die de bescherming van de grond en het grondwater garanderen en maatregelen betreffende het toezicht op en het beheer van de door de inrichting voortgebrachte afvalstoffen;
3° gepaste eisen inzake monitoring van de emissies :
a) waarin gewag gemaakt wordt van de meetmethode, de beoordelingsprocedure en de frequentie van de metingen, tenzij die frequentie in de sectorale voorwaarden bepaald wordt; en
b) die specificeren dat de resultaten van de monitoring van de emissies in geval van toepassing van artikel 7bis, § 1, 2°, van het decreet beschikbaar zijn voor dezelfde periodes en dezelfde referentieomstandigheden als de emissieniveaus die samenhangen met de beste beschikbare technieken.
Die eisen inzake monitoring worden desgevallend gebaseerd op de in de BBT-conclusies beschreven conclusies inzake monitoring.
4° de verplichting om de Milieuadministratie regelmatig en minstens één keer per jaar :
a) informatie te verstrekken op grond van de resultaten van de monitoring van de emissies bedoeld onder 3° alsook andere vereiste gegevens aan de hand waarvan de toezichthoudend ambtenaar kan controleren of de exploitatievoorwaaarden vervuld zijn; en
b) in geval van toepassing van artikel 7bis, § 1, 2, van het decreet, een samenvatting van de resultaten van de monitoring van de emissies op grond waarvan een vergelijking gemaakt kan worden met de emissieniveaus die samenhangen met de beste beschikbare technieken.
5° gepaste eisen betreffende :
a) het onderhoud en de monitoring met regelmatige tussentijden van de maatregelen die worden genomen ter voorkoming van emissies in de grond en de grondwater overeenkomstig 2° ;
b) de periodieke monitoring van grond en grondwater met betrekking tot relevante gevaarlijke stoffen die in de locatie kunnen worden aangetroffen, rekening houdend met de mogelijkheid van grond- en grondwaterverontreiniging in de locatie van de installatie;
c) de frequentie van de periodieke monitoring, tenzij ze in de sectorale voorwaarden bepaald wordt.
Onverminderd punt a), wordt de periodieke monitoring ten minste eenmaal om de vijf jaar doorgevoerd voor grondwater en om de tien jaar voor de grond, tenzij de monitoring gebaseerd is op een systematische evaluatie van het verontreinigingsrisico;
6° maatregelen betreffende andere bedrijfsomstandigheden dan normale bedrijfsomstandigheden, zoals opstarten en stilleggen, lekkages, storingen, tijdelijke stilleggingen en definitieve stopzetting van de exploitatie;
7° bepalingen betreffende de minimalisering van grootschalige of grensoverschrijdende verontreinigingen;
8° voorwaarden voor het beoordelen van de naleving van de emissiegrenswaarden of een verwijzing naar de toepasselijke eisen waarin een andere wetgeving voorziet.
Het besluit tot toekenning van de milieuvergunning voor een inrichting bedoeld in bijlage XXIII vermeldt ook :
1° de resultaten van de inspraak die aan de besluitvorming is voorafgegaan en een toelichting van de manier waarop daarmee rekening is gehouden in het besluit;
2° de titel van de BBT-referentiedocumenten die voor de betrokken installatie of activiteit relevant zijn;
3° de methode aangewend om de exploitatievoorwaarden te bepalen, met inbegrip van de emissiegrenswaarden, ten opzichte van de beste beschikbare technieken en de emissieniveaus die met de best beschikbare technieken geassocieerd zijn;
4° indien een afwijking wordt toegestaan overeenkomstig artikel 7bis, § 2, van het decreet, de specifieke redenen waarom ze toegekend werd, op basis van de criteria bedoeld in genoemde paragraaf en de daarmee samenhangende voorwaarden;
5° desgevallend, voor de inrichtingen die relevante gevaarlijke grondstoffen gebruiken, produceren of uitstoten, veiligheids- of monitoringsmaatregelen opgelegd na de analyse van het basisrapport bedoeld in het derde deel bis van het algemeen aanvraagformulier.
§ 6. Als het besluit tot toekenning van de milieuvergunning een verbrandings- of meeverbrandingsinstallatie betreft, bevat het de volgende elementen :
1° een expliciete lijst van de categorieën van afvalstoffen die verwerkt mogen worden. De lijst omvat, indien mogelijk, ten minste de afvalcategorieën zoals bepaald in bijlage I bij het besluit van de Waalse Regering van 10 juli 1997 tot vaststelling van een afvalcatalogus en geeft in voorkomend geval informatie over de hoeveelheid afval van elke categorie;
2° de totale capaciteit van de verbrandings- of meeverbrandingsinstallatie;
3° de grenswaarden voor emissies in water en lucht;
4° de eisen betreffende de pH, de temperatuur en het debiet van de lozingen van afvalwater;
5° de bemonsterings- en meetprocedures en de frequenties die moeten worden gebruikt om te voldoen aan de gestelde voorwaarden inzake monitoring van emissies;
6° de toelaatbare maximale duur van technisch onvermijdelijke stilleggingen, storingen dan wel defecten aan de reinigingsapparatuur of de meetapparatuur gedurende welke de emissies in de lucht en de lozingen van afvalwater de voorgeschreven emissiegrenswaarden mogen overschrijden;
7° als het gaat om een verbrandings of meeverbrandingsinstallatie met energieterugwinning, de maatregelen voorzien om ervoor te zorgen dat de afvalvalorisatie plaatsvindt met hoge energie-efficiëntie.
Naast de eisen opgesomd in het vorige lid, bevat het besluit tot toekenning van de milieuvergunning aan een afvalverbrandings- of afvalmeeverbrandingsinstallatie die gevaalijke afvalstoffen gebruikt de volgende elementen :
1° de lijst van de hoeveelheden gevaarlijke afvalstoffen uit de verschillende categorieën die verwerkt mogen worden;
2° de minimale en maximale massastroom van deze gevaarlijke afvalstoffen, hun minimale en maximale calorische waarde en hun maximale gehalte aan PCB's, PCP, chloor, fluor, zwavel, zware metalen en andere verontreinigende stoffen.
[11 § 6/1. Wanneer het gaat om een activiteit als bedoeld in rubriek nr. 94.01 van bijlage I van het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot vaststelling van de lijst van aan een effectbeoordeling onderworpen projecten en geklasseerde installaties en activiteiten of installaties of activiteiten met een risico voor de bodem, bevat de beslissing tot het verlenen van de milieuvergunning wat volgt:
° de elementen voorgeschreven bij artikel 8, §§ 2 en 3, van Verordening (EU) nr. 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2014 betreffende de preventie en beheersing van de introductie en verspreiding van invasieve uitheemse soorten;
2° het standaarddocument bedoeld in de bijlage bij de Uitvoeringsverordening (EU) 2016/145 van de Commissie van 4 februari 2016 tot vaststelling van het sjabloon van het document dat als bewijs dient voor de door de bevoegde autoriteit van een lidstaat verleende vergunning op basis waarvan bepaalde instellingen bepaalde activiteiten betreffende voor de Unie zorgwekkende invasieve uitheemse soorten kunnen verrichten krachtens Verordening (EU) nr. 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad.]11

§ 7. Het besluit tot toekenning van de milieuvergunning voor de inrichtingen bedoeld in bijlage XXIII bij dit besluit, de installaties en/of activiteiten die gebruik maken van de oplosmiddelen bedoeld in de rubrieken VOS-01 tot VOS-21 van het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een effectonderzoek onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten, de verbrandingsinstallaties met een totaal nominaal warmtevermogen van 50 MW of meer, ongeacht het type gebruikte brandstof en bedoeld [7 in rubriek 40.50.01.02 of 40.50.02]7 van het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een effectonderzoek onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten, de titaandioxide (TiO2) producerende installaties bedoeld in rubriek 24.12.03 van het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een effectonderzoek onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten en de afvalverbrandings- en afvalmeeverbrandingsinstallaties bedoeld in rubriek 90.24 van het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een effectonderzoek onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten bevat bepalingen betreffende de verdeling van de verantwoordelijkheden als er verschillende exploitanten voor dezelfde inrichting zijn.
§ 8. Als het besluit overeenkomstig artikel 35 van het decreet door de bevoegde autoriteit aan de technisch ambtenaar gericht wordt, vermeldt de bevoegde autoriteit op welke punten de inhoud van het besluit afwijkt van het syntheserapport dat door de technisch ambtenaar is opgemaakt in het kader van de procedure tot behandeling van de vergunningsaanvraag.]6

Art. 19. [6 § 1er. Outre les mentions énumérées à l'article 45 du décret, la décision accordant le permis mentionne :
1° les mesures de publicité de la décision;
2° les modalités de recours;
3° le cas échéant, un délai de mise en oeuvre particulier pour certaines conditions particuliÚres d'exploitation;
4° les obligations de l'exploitant énumérées aux articles [9 10, 57 à]9 59 du décret;
5° l'obligation d'informer l'autorité compétente du changement d'exploitant conformément à l'article 60 du décret;
6° le principe de caducité dans les cas prévus à l'article 48 du décret.
La décision indique, le cas échéant, si la mise en oeuvre du permis est subordonnée :
1° à la constitution de droits réels par le titulaire du permis sur les biens concernés par l'exploitation;
2° à l'approbation préalable du fonctionnaire technique.
§ 2. Si le permis porte sur une installation de gestion de dĂ©chets d'extraction visĂ©e par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrĂȘtant la liste des projets soumis Ă  Ă©tude d'incidences et des installations et activitĂ©s classĂ©es, la dĂ©cision contient le plan de gestion des dĂ©chets conforme Ă  l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 27 mai 2009 portant conditions sectorielles et intĂ©grales des installations de gestion de dĂ©chets d'extraction et relatif au suivi aprĂšs fermeture. Elle indique Ă©galement, si c'est le cas, que l'installation est visĂ©e par la rubrique 90.27.01.03. de l'annexe Ire de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrĂȘtant la liste des projets soumis Ă  Ă©tude d'incidences et des installations et activitĂ©s classĂ©es.
Elle contient en outre les informations suivantes :
1° une description du projet comportant des informations relatives à son site, à sa conception et à ses dimensions;
2° les données nécessaires pour identifier et évaluer les effets principaux directs et indirects que le projet est susceptible d'avoir sur l'environnement et, notamment, l'homme, la faune et la flore, le sol, l'eau, l'air, le climat et le paysage, les biens matériels et le patrimoine culturel, et l'interaction entre ces facteurs;
3° une description des mesures envisagées pour éviter et réduire les effets négatifs importants et, si possible, y remédier;
4° un résumé non technique des informations visées aux points 1° à 3°.
§ 3. Si le permis porte sur un établissement dans lequel intervient une ou plusieurs installations ou activités émettant des gaz à effet de serre, l'autorisation d'émettre des gaz à effet de serre visée à l'article 45 du décret comporte :
1° le nom et l'adresse de l'exploitant;
2° une description des activités de l'établissement;
[12 3° le plan de surveillance approuvĂ© par l'Agence wallonne de l'air et du climat conformĂ©ment Ă  l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 17 fĂ©vrier 2022 dĂ©terminant les conditions sectorielles relatives aux Ă©tablissements se livrant Ă  une activitĂ© entraĂźnant des Ă©missions de gaz Ă  effet de serre ;]12
4° les exigences en matiÚre de déclaration des émissions de gaz à effet de serre;
[12 5° l'obligation de restituer pour le 30 septembre des quotas correspondant aux émissions totales de gaz à effet de serre de l'établissement au cours de l'année civile précédente telles qu'elles ont été vérifiées conformément à l'article 10 du décret du 10 novembre 2004 instaurant un systÚme d'échange de quotas d'émission de gaz à effet de serre, créant un Fonds wallon Kyoto et relatif aux mécanismes de flexibilité du Protocole de Kyoto.]12
Lorsque les Ă©missions d'un gaz Ă  effet de serre provenant d'un Ă©tablissement sont spĂ©cifiĂ©es Ă  l'annexe Ire de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 22 juin 2006 Ă©tablissant la liste des [12 ...]12 activitĂ©s Ă©mettant des gaz Ă  effet de serre visĂ©s par le dĂ©cret du 10 novembre 2004 instaurant un systĂšme d'Ă©change de quotas d'Ă©mission de gaz Ă  effet de serre, crĂ©ant un Fonds wallon Kyoto et relatif aux mĂ©canismes de flexibilitĂ© du Protocole de Kyoto en relation avec une activitĂ© exercĂ©e dans cet Ă©tablissement, la dĂ©cision accordant le permis d'environnement ne comporte pas de valeur limite d'Ă©mission pour les Ă©missions directes de ce gaz, Ă  moins que cela ne soit nĂ©cessaire pour Ă©viter toute pollution locale significative.
§ 4. [8 Lorsqu'elle concerne un établissement comportant une prise d'eau, la décision accordant le permis d'environnement mentionne les conditions à observer relatives, notamment :
1° aux dispositifs de prise d'eau ;
2° aux modalités de réalisation et d'équipement de l'ouvrage ;
3° aux dispositifs de comptage des volumes, de mesure des niveaux d'eau et de prise d'échantillons dans l'ouvrage en vue du contrÎle de la qualité de l'eau prélevée ;
4° à l'utilisation de l'eau captée ;
5° au volume d'eau maximal à prélever par jour et par an ;
6° à la fréquence des relevés de comptage des volumes ;
7° à l'isolement des différentes nappes aquifÚres ;
8° à la préservation des prises d'eau dans le voisinage ;
9° à la sécurité des personnes et des biens ;
10° aux mesures à prendre en cas de cessation de la prise d'eau ;
11° aux aménagements et mesures spécifiques à la zone de prise d'eau ;
12° à la localisation des piézomÚtres destinés à la mesure des paramÚtres hydrogéologiques liés à la nappe exploitée et au prélÚvement d'échantillons y relatifs ;
13° aux modalités de réalisation et d'équipement d'ouvrages annexes nécessaires à l'exploitation et constituant un risque d'introduction de pollution, tels que des puits d'accÚs et d'aération de galeries captantes.]8

§ 5. La dĂ©cision accordant le permis d'environnement portant sur un Ă©tablissement [9 visĂ© par l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 6 juin 2019 Ă©tablissant un formulaire relatif aux Ă©tablissements visĂ©s par la directive relative aux Ă©missions industrielles (IED/IPPC) ]9 mentionne :
1° des valeurs limites d'Ă©mission pour les substances polluantes figurant Ă  l'annexe VII de la partie dĂ©crĂ©tale du Livre II du Code de l'Environnement, contenant le Code de l'Eau et Ă  l'annexe XXV du prĂ©sent arrĂȘtĂ© et pour les autres substances polluantes qui sont susceptibles d'ĂȘtre Ă©mises par l'Ă©tablissement concernĂ© en quantitĂ©s significatives, eu Ă©gard Ă  leur nature et Ă  leur potentiel de transferts de pollution d'un milieu Ă  l'autre. Les valeurs limite d'Ă©mission peuvent ĂȘtre complĂ©tĂ©es ou remplacĂ©es par des paramĂštres ou des mesures techniques garantissant un niveau Ă©quivalent de protection de l'environnement;
2° des prescriptions appropriées garantissant la protection du sol et des eaux souterraines et des mesures concernant la surveillance et la gestion des déchets générés par l'établissement;
3° des exigences appropriées en matiÚre de surveillance des émissions spécifiant :
a) la méthode de mesure, la procédure d'évaluation et la fréquence des relevés, à moins que cette fréquence ne soit déterminée dans les conditions sectorielles; et
b) en cas d'application de l'article 7bis, § 1er, 2°, du dĂ©cret, que les rĂ©sultats de la surveillance des Ă©missions sont disponibles pour les mĂȘmes pĂ©riodes et pour les mĂȘmes conditions de rĂ©fĂ©rence que les niveaux d'Ă©mission associĂ©s aux meilleures techniques disponibles.
Ces exigences de surveillance sont basées, le cas échéant, sur les conclusions de la surveillance décrite dans les conclusions sur les MTD.
4° une obligation de fournir à l'Administration de l'Environnement réguliÚrement et au moins une fois par an :
a) des informations fondées sur les résultats de la surveillance des émissions visée au 3° et d'autres données requises permettant au fonctionnaire chargé de la surveillance de contrÎler le respect des conditions d'exploitation; et
b) en cas d'application de l'article 7bis, § 1er, 2, du décret, un résumé des résultats de la surveillance des émissions permettant la comparaison avec les niveaux d'émission associés aux meilleures techniques disponibles;
5° des exigences appropriées concernant :
a) l'entretien et la surveillance à intervalles réguliers des mesures prises afin de prévenir les émissions dans le sol et dans les eaux souterraines en application du 2° ;
b) la surveillance périodique du sol et des eaux souterraines portant sur les substances dangereuses pertinentes susceptibles de se trouver sur le site et eu égard à la possibilité de contamination du sol et des eaux souterraines sur le site de l'établissement;
c) la fréquence de cette surveillance périodique, à moins que cette fréquence ne soit déterminée dans les conditions sectorielles.
Sans préjudice du point a), cette surveillance périodique s'effectue au moins une fois tous les cinq ans pour les eaux souterraines et tous les dix ans pour le sol, à moins qu'elle ne soit fondée sur une évaluation systématique du risque de contamination;
6° des mesures relatives Ă  des conditions d'exploitation autres que les conditions d'exploitation normales, telles que les opĂ©rations de dĂ©marrage et d'arrĂȘt, les fuites, les dysfonctionnements, les arrĂȘts momentanĂ©s et l'arrĂȘt dĂ©finitif de l'exploitation;
7° des dispositions visant à réduire au minimum la pollution à longue distance ou transfrontiÚre;
8° des conditions permettant d'évaluer le respect des valeurs limites d'émission ou une référence aux exigences applicables prévues par une autre législation.
La décision accordant le permis d'environnement portant sur un établissement visé à l'annexe XXIII mentionne également :
1° les résultats des consultations menées avant que la décision ne soit prise, et une explication de la maniÚre dont il en a été tenu compte dans la décision;
2° le titre des documents de référence MTD pertinents pour l'installation ou l'activité concernée;
3° la méthode utilisée pour déterminer les conditions d'exploitation, y compris les valeurs limites d'émission, au regard des meilleures techniques disponibles et des niveaux d'émission associés aux meilleures techniques disponibles;
4° lorsqu'une dérogation est accordée conformément à l'article 7bis, § 2, du décret, les raisons spécifiques pour lesquelles elle l'a été, sur la base des critÚres visés audit paragraphe, et les conditions dont elle s'assortit;
5° le cas échéant, pour les établissements qui utilisent, produisent ou rejettent des substances dangereuses pertinentes, des mesures de sécurité ou de suivi imposées suite à l'analyse du rapport de base visé à la 3e partie bis du formulaire général de demande.
§ 6. Lorsqu'elle concerne une installation d'incinération ou de coincinération, la décision accordant le permis d'environnement comprend les éléments suivants:
1° une Ă©numĂ©ration explicite des catĂ©gories de dĂ©chets qui peuvent ĂȘtre traitĂ©s. La liste utilise, si possible, au moins les catĂ©gories de dĂ©chets telles que dĂ©finies Ă  l'annexe Ire de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 10 juillet 1997 Ă©tablissant un catalogue de dĂ©chets et contient, le cas Ă©chĂ©ant, des informations sur la quantitĂ© de chaque catĂ©gorie de dĂ©chets;
2° la capacité totale d'incinération ou de coincinération de l'installation;
3° les valeurs limites d'émission dans l'air et dans l'eau;
4° les exigences requises concernant le pH, la température et le débit des rejets d'eaux résiduaires;
5° les procédures d'échantillonnage et de mesure, et les fréquences à utiliser pour respecter les conditions définies pour la surveillance des émissions;
6° la durĂ©e maximale admissible des arrĂȘts, dĂ©rĂšglements ou dĂ©faillances techniquement inĂ©vitables des systĂšmes d'Ă©puration ou des systĂšmes de mesure, pendant lesquels les Ă©missions dans l'air et les rejets d'eaux rĂ©siduaires peuvent dĂ©passer les valeurs limites d'Ă©mission prescrites;
7° lorsqu'il s'agit d'une installation d'incinération ou de coincinération avec valorisation énergétique, les mesures prévues pour assurer une efficacité énergétique élevée de la valorisation des déchets.
En plus des exigences énoncées à l'alinéa précédent, la décision accordant le permis d'environnement à une installation d'incinération des déchets ou de coincinération des déchets utilisant des déchets dangereux contient les éléments suivants:
1° la liste des quantitĂ©s des diffĂ©rentes catĂ©gories de dĂ©chets dangereux pouvant ĂȘtre traitĂ©es;
2° le débit massique minimal et maximal de ces déchets dangereux, leur valeur calorifique minimale et maximale et leur teneur maximale en polychlorobiphényle, pentachlorophénol, chlore, fluor, soufre, métaux lourds et autres substances polluantes.
[11 § 6/1. Lorsqu'elle concerne une activitĂ© visĂ©e Ă  la rubrique n° 94.01 de l'annexe I de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrĂȘtant la liste des projets soumis Ă  Ă©tude d'incidences et des installations et activitĂ©s classĂ©es ou des installations ou des activitĂ©s prĂ©sentant un risque pour le sol, la dĂ©cision accordant le permis d'environnement contient :
1° les éléments prescrits par l'article 8, §§ 2 et 3, du rÚglement (UE) n° 1143/2014 du Parlement européen et du Conseil du 22 octobre 2014 relatif à la prévention et à la gestion de l'introduction et de la propagation des espÚces exotiques envahissantes ;
2° le document-type visé à l'annexe du rÚglement d'exécution (UE) 2016/145 de la Commission du 4 février 2016 portant adoption du document-type servant de justificatif pour le permis délivré par les autorités compétentes des Etats membres autorisant des établissements à mener certaines activités sur des espÚces exotiques envahissantes préoccupantes pour l'Union conformément au rÚglement (UE) n° 1143/2014 du Parlement européen et du Conseil.]11

§ 7. La dĂ©cision accordant le permis d'environnement portant sur les Ă©tablissements visĂ©s par l'annexe XXIII du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, les installations et/ou activitĂ©s consommant des solvants visĂ©es aux rubriques COV-01 Ă  COV-21 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrĂȘtant la liste des projets soumis Ă  Ă©tude d'incidences et des installations et activitĂ©s classĂ©es, les installations de combustion, dont la puissance thermique nominale totale est Ă©gale ou supĂ©rieure Ă  50 MW, quel que soit le type de combustible utilisĂ© et qui sont visĂ©es [7 aux rubriques 40.50.01.02 ou 40.50.02]7 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrĂȘtant la liste des projets soumis Ă  Ă©tude d'incidences et des installations et activitĂ©s classĂ©es, les installations produisant du dioxyde de titane (TiO2) visĂ©es Ă  la rubrique 24.12.03 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrĂȘtant la liste des projets soumis Ă  Ă©tude d'incidences et des installations et des activitĂ©s classĂ©es et les installations d'incinĂ©ration et de coincinĂ©ration de dĂ©chets visĂ©es par la rubrique 90.24 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrĂȘtant la liste des projets soumis Ă  Ă©tude d'incidences et des installations et activitĂ©s classĂ©es comporte des dispositions relatives Ă  la rĂ©partition des responsabilitĂ©s lorsque il existe plusieurs exploitants pour le mĂȘme Ă©tablissement.
§ 8. Lorsque la décision est envoyée au fonctionnaire technique par l'autorité compétente conformément à l'article 35 du décret, l'autorité compétente indique sur quels points le contenu de la décision s'écarte du rapport de synthÚse rédigé par le fonctionnaire technique dans le cadre de la procédure d'instruction de la demande de permis.]6

Onderafdeling 6. - Modaliteiten voor de behandeling van beroepen tegen beslissingen i.v.m. milieuvergunningsaanvragen.
Sous-section 6. - Modalités d'instruction des recours dirigés contre les décisions relatives aux demandes de permis d'environnement.
Art. 20. [1 Het in artikel 40 van het decreet bedoelde beroep wordt aan de Minister van Leefmilieu toegezonden, aan het adres van de Waalse Overheidsdienst Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu. Het wordt vastgesteld aan de hand van het formulier vastgelegd door de Minister van Leefmilieu ]1.
Art. 20. [1 Le recours visĂ© Ă  l'article 40 du dĂ©cret est envoyĂ© au Ministre de l'Environnement, Ă  l'adresse du Service public de Wallonie Agriculture, Ressources naturelles et Environnement. Il est Ă©tabli au moyen du formulaire dont le modĂšle est arrĂȘtĂ© par le Ministre de l'environnement ]1.
Art. 21. Het beroep wordt ondertekend en bevat hoe dan ook de volgende gegevens :
1° de naam, de voornaam en het adres van de aanvrager;
2° als de aanvrager een rechtspersoon is, de benaming of handelsnaam, de rechtsvorm, het adres van de maatschappelijke zetel, alsook de naam, de voornaam, het adres en de hoedanigheid van de persoon die het beroep mag instellen;
3° de referenties, het voorwerp en de datum van de beslissing;
4° het belang van de aanvrager bij het instellen van het beroep, behalve als het door de technische ambtenaar wordt ingesteld;
5° de middelen aangevoerd tegen de betwiste beslissing;
6° een afschrift van het stortingsbewijs of van het debetbericht betreffende het dossierrecht bedoeld in artikel 177 van het decreet, behalve wanneer het beroep wordt ingediend door de technische ambtenaar die het dossier in eerste aanleg heeft behandeld.
Art. 21. Le recours est signé et comprend au minimum les informations suivantes :
1° les nom, prénom et adresse du requérant;
2° si le requérant est une personne morale, sa dénomination ou sa raison sociale, sa forme juridique, l'adresse du siÚge social ainsi que les nom, prénom, adresse et qualité de la personne mandatée pour introduire le recours;
3° les références, l'objet et la date de la décision attaquée;
4° l'intĂ©rĂȘt du requĂ©rant Ă  l'introduction du recours sauf si le recours est introduit par le fonctionnaire technique;
5° les moyens développés à l'encontre de la décision attaquée;
6° la copie du rĂ©cĂ©pissĂ© du versement ou de l'avis de dĂ©bit du droit de dossier visĂ© Ă  l'article 177 du dĂ©cret, sauf dans l'hypothĂšse oĂč le recours est introduit par le fonctionnaire technique qui a instruit le dossier en premiĂšre instance.
Art. 22. Na ontvangst van het beroep [2 zendt de technische ambtenaar een afschrift aan]2 :
1° de overheid bevoegd om de milieuvergunning in eerste aanleg af te leveren;
2° de Minister van Leefmilieu;
3° het [1 gemeentecollege]1 van de gemeenten waar een openbaar onderzoek werd georganiseerd;
4° de technische ambtenaar die het dossier in eerste aanleg heeft behandeld en aan de exploitant, behalve wanneer ze de auteur van het beroep zijn.
Art. 22. DÚs réception du recours, le fonctionnaire technique compétent sur recours en [2 envoie]2 une copie :
1° à l'autorité compétente pour délivrer le permis d'environnement en premiÚre instance;
2° au Ministre de l'Environnement;
3° au [1 collĂšge communal]1 des communes oĂč une enquĂȘte publique a Ă©tĂ© organisĂ©e;
4° au fonctionnaire technique qui a instruit le dossier en premiĂšre instance, ainsi qu'Ă  l'exploitant sauf dans l'hypothĂšse oĂč ils sont les auteurs du recours.
Art. 23. Na ontvangst van het afschrift van het beroep [2 zendt de overheid die bevoegd is om de milieuvergunning in eerste aanleg af te leveren, de volgende stukken aan]2 de technische ambtenaar :
1° het bewijs waarbij de aanplakking van de beslissing wordt bevestigd als de bevoegde overheid het [1 gemeentecollege]1 is;
2° het bewijs van de kennisgeving bedoeld in artikel 35 van het decreet en,
3° in voorkomend geval, elk advies dat volgt op het syntheserapport.
Zodra het [1 gemeentecollege]1 van elke gemeente op het grondgebied waarvan een openbaar onderzoek werd georganiseerd het afschrift van het beroep overeenkomstig artikel 22, 3°, in ontvangst heeft genomen, geeft het ook de in beroep bevoegde technische ambtenaar kennis van het bewijs waarbij wordt bevestigd dat de beslissing in elke gemeente is aangeplakt.
Art. 23. DÚs réception de la copie du recours, l'autorité compétente pour délivrer le permis d'environnement en premiÚre instance [2 envoie]2 au fonctionnaire technique compétent sur recours
1° l'attestation certifiant l'affichage de la décision lorsque l'autorité compétente est le collÚge des bourgmestre et échevins;
2° la preuve de la notification visée à l'article 35 du décret et,
3° le cas échéant, tout avis postérieur au rapport de synthÚse.
DĂšs rĂ©ception de la copie du recours conformĂ©ment Ă  l'article 22, 3°, le [1 collĂšge communal]1 de chaque commune sur le territoire de laquelle une enquĂȘte publique a Ă©tĂ© organisĂ©e transmet Ă©galement au fonctionnaire technique compĂ©tent sur recours l'attestation certifiant l'affichage de la dĂ©cision dans cette commune.
Art. 24. Het beroep wordt ter kennis gebracht van het publiek volgens de modaliteiten bedoeld in [1 artikel D. 29-22, § 2, van Boek 1 van het Milieuwetboek, met uitzondering van het vierde lid, 6°]1.
Art. 24. Le recours est porté à la connaissance du public selon les modalités prévues à l'[1 article D. 29-22, § 2, du Livre 1er du Code de l'Environnement, à l'exception de l'alinéa 4, 6°]1.
Art. 25. De in beroep bevoegde technische ambtenaar verzoekt het Directoraat-generaal Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Patrimonium om advies en raadpleegt de besturen en overheden waarvan hij het advies nuttig acht. Die instanties sturen hem hun advies [1 volgens de in artikel 176 van het decreet bedoelde formaliteiten]1 :
1° twintig dagen, te rekenen van de aanhangigmaking, als het beroep betrekking heeft op een inrichting van klasse 2;
2° veertig dagen, te rekenen van de aanhangigmaking, als het beroep betrekking heeft op een inrichting van klasse 1.
De minimale inhoud van de adviezen vereist voor de behandeling van het beroep is dezelfde als die bedoeld in artikel 18.
Art. 25. Le fonctionnaire technique compétent sur recours sollicite l'avis de la Direction générale de l'Aménagement du Territoire, du Logement et du Patrimoine et des administrations et autorités qu'il juge nécessaire de consulter. Celles-ci lui envoient leur avis [1 selon les formalités prévues par l'article 176 du décret]1 dans un délai de :
1° vingt jours à dater de leur saisine si le recours concerne un établissement de classe 2;
2° quarante jours à dater de leur saisine si le recours concerne un établissement de classe 1.
Le contenu minimum des avis requis lors de l'instruction du recours est identique à celui défini à l'article 18.
Art. 26. De Minister van Leefmilieu verstuurt zijn besluit naar de aanvrager bedoeld in artikel 40, § 7, van het decreet en maakt er tegelijkertijd een afschrift van over aan :
1° de in eerste instantie bevoegde overheid;
2° de overheden en administraties die tijdens de procedure advies hebben uitgebracht binnen de voorgeschreven termijn;
3° de exploitant als hij de aanvrager niet is;
4° de toezichthoudende ambtenaar;
[1 5° de S.P.G.E. als de aanvraag tot milieuvergunning een individueel zuiveringssysteem betreft in de zin van artikel R.233 van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt.]1
Art. 26. Simultanément à l'envoi de la décision au requérant visé à l'article 40, § 7, du décret, le Ministre qui a l'Environnement dans ses attributions envoie une copie de sa décision :
1° à l'autorité compétente en premiÚre instance;
2° aux autorités et administrations qui ont émis un avis dans le délai imparti au cours de la procédure;
3° à l'exploitant si celui-ci n'est pas le requérant;
4° au fonctionnaire chargé de la surveillance;
[1 5° à la S.P.G.E. si la demande de permis d'environnement concerne un systÚme d'épuration individuelle au sens de l'article R.233 du Livre II du Code de l'Environnement contenant le Code de l'Eau.]1
Onderafdeling 7. - Bijhouden van de registers voor milieuvergunningen.
Sous-section 7. - Tenue des registres des permis d'environnement.
Art. 27. § 1. Het gemeentebestuur van elke gemeente op het grondgebied waarvan de inrichting gevestigd is, vermeldt de toekenning van de vergunning in zijn register [2 ,dat door de Minister van Leefmilieu vastgesteld is,]2 binnen de tien dagen die volgen op :
1° hetzij de besluitvorming door het [1 gemeentecollege]1;
2° hetzij de ontvangst van het besluit door het [1 gemeentecollege]1;
3° hetzij de verstrijkdatum van de termijn bedoeld in artikel 35 van het decreet, als het syntheserapport is verstuurd overeenkomstig artikel 32 van het decreet en als het een gunstig advies van de technische ambtenaar en, in voorkomend geval, bijzondere voorwaarden bevat.
De technische ambtenaar vermeldt de toekenning van de vergunning in zijn register [2 ,dat door de Minister van Leefmilieu vastgesteld is,]2 binnen de tien dagen na :
1° hetzij de besluitvorming als hij de bevoegde overheid is;
2° hetzij de inontvangstneming van de door het [1 gemeentecollege]1 genomen beslissing;
3° hetzij de verstrijkdatum van de termijn bedoeld in artikel 35 van het decreet, als het syntheserapport verstuurd werd overeenkomstig artikel 32 van het decreet en als het een gunstig advies van de technische ambtenaar en, in voorkomend geval, bijzondere voorwaarden bevat.
§ 2. Als de vergunning na beroep wordt toegekend, vermelden het gemeentebestuur van elke gemeente op het grondgebied waarvan de inrichting gevestigd is en de technische ambtenaar de toekenning van de vergunning in hun register binnen tien dagen :
1° na ontvangst van het besluit dat de Regering overeenkomstig artikel (40, § 7), van het decreet heeft verstuurd;
2° bij gebrek aan verzending overeenkomstig artikel (40, § 7), van het decreet, met ingang van de verstrijkdatum van de termijn waarover de Regering beschikt om haar besluit naar de aanvrager te sturen.
Art. 27. § 1er. L'administration communale de chaque commune sur le territoire de laquelle se trouve l'Ă©tablissement fait mention du permis octroyĂ© dans son registre[2 arrĂȘtĂ© par le Ministre de l'environnement]2 dans les dix jours qui suivent :
1° soit la prise de décision par le collÚge des bourgmestre et échevins;
2° soit la réception par le [1 collÚge communal]1 de la décision;
3° soit l'expiration du délai visé à l'article 35 du décret, si le rapport de synthÚse a été envoyé conformément à l'article 32 du décret et s'il comporte un avis favorable du fonctionnaire technique et, le cas échéant, des conditions particuliÚres.
Le fonctionnaire technique fait mention du permis octroyĂ© dans son registre [2 arrĂȘtĂ© par le Ministre de l'environnement]2 dans les dix jours qui suivent :
1° soit la prise de décision s'il est l'autorité compétente;
2° soit la réception de la décision prise par le [1 collÚge communal]1;
3° soit l'expiration du délai visé à l'article 35 du décret, si le rapport de synthÚse a été envoyé conformément à l'article 32 du décret et s'il comporte un avis favorable du fonctionnaire technique et, le cas échéant, des conditions particuliÚres.
§ 2. Lorsque le permis est octroyé sur recours, l'administration communale de chaque commune sur le territoire de laquelle se trouve l'établissement et le fonctionnaire technique font mention du permis octroyé dans leur registre dans les dix jours :
1° à dater de la réception de la décision envoyée par le Gouvernement conformément à l'article (40, § 7), du décret;
2° à défaut d'envoi conformément à l'article (40, § 7), du décret, à dater de l'expiration du délai imparti au Gouvernement pour envoyer sa décision au requérant.
Art. 28. In de registers van de technische ambtenaar en van het gemeentebestuur van elke gemeente op het grondgebied waarvan de inrichting gevestigd is, worden de volgende gegevens vermeld :
1° de datum van het besluit;
2° de referenties van het besluit ( : naam van de gemeente gevolgd door een dossiernummer;)
3° de naam, voornaam, hoedanigheid en woonplaats van de vergunninghouder;
4° het soort inrichting, met het nummer en de bewoording van de bedoelde rubriek(en);
5° de lokalisatie van de inrichting en het adres van de exploitatiezetel;
6° de datum waarop het besluit van kracht wordt en de geldigheidsduur van de vergunning.
Art. 28. Dans les registres de l'administration communale de chaque commune sur le territoire de laquelle se trouve l'établissement et du fonctionnaire technique sont mentionnées les informations suivantes :
1° la date de la décision;
2° les références de la décision ( : nom de la commune suivi d'un numéro de dossier);
3° les nom, prénom, qualité et domicile du titulaire du permis;
4° la nature de l'établissement avec le numéro et le libellé de la ou des rubriques concernées;
5° la localisation de l'établissement avec l'adresse du siÚge de l'exploitation;
6° la date à laquelle la décision est exécutoire et la durée de validité du permis.
Art. 29. Het gemeentebestuur van elke gemeente op het grondgebied waarvan de inrichting gevestigd is en de technische ambtenaar houden het register van de milieuvergunningen bij en vermelden er :
1° de besluiten tot wijziging van de exploitatievoorwaarden, de besluiten tot schorsing of intrekking van de vergunningen;
2° de beroepen ingesteld tegen de besluiten bedoeld in artikel 27, § 1, en het al dan niet schorsende karakter ervan (en hun beslissingen);
3° de beroepen ingesteld tegen de besluiten bedoeld in 1° (en hun beslissingen);
4° de overdrachten van vergunning.
Art. 29. L'administration communale de chaque commune sur le territoire de laquelle se trouve l'établissement et le fonctionnaire technique tiennent à jour le registre des permis d'environnement en mentionnant :
1° les décisions de modification des conditions d'exploitation, les décisions de suspension ou de retrait des permis;
2° les recours introduits contre les décisions visées à l'article 27, § 1er, et leur caractÚre suspensif ou non (et leurs décisions);
3° les recours introduits contre les décisions visées au 1° (et leurs décisions);
4° les cessions de permis.
Afdeling 2. - Procedure voor de toekenning van de unieke vergunning.
Section 2. - Procédure d'octroi du permis unique.
Onderafdeling 1. - Indiening van de aanvraag.
Sous-section 1. - Introduction de la demande.
Art. 30. [1 Het algemene formulier voor de aanvraag van een globale vergunning wordt aan de hand van het formulier vastgelegd door de Minister van Leefmilieu ingediend.
Als de aanvraag voor een globale vergunning betrekking heeft op de teelt en het houden van dieren, zoals bedoeld in de rubrieken 01.20 tot 01.39, 92.53.01 en 92.53.02 van bijlage I bij het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een milieueffectenstudie onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten, bevat ze, behalve het algemene aanvraagformulier, de gegevens vastgesteld door de Minister van Leefmilieu.
[3 Als de milieuvergunningsaanvraag betrekking heeft op een waterwinning, een boring, de uitrusting van een put en een installatie voor de bevoorrading of de proeven voor de kunstmatige bevoorrading van het grondwater, de reinjectie van grondweter bedoeld bij rubriek 41.00.05 van bijlage I van het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een milieueffectstudie onderworpen projecten, van de ingedeelde installaties en activiteiten, bevat ze, naast de in het algemene aanvraagformulier gevraagde informatie, de door de Minister van Leefmilieu bepaalde informatie.]3
Als de aanvraag voor een globale vergunning betrekking heeft op de installaties voor de sortering en verzameling, voorbehandeling, verwijdering of nuttige toepassing van afvalstoffen, bevat ze, naast het algemene aanvraagformulier, de gegevens vastgesteld door de Minister van Leefmilieu.
Als de aanvraag voor een globale vergunning betrekking heeft op de inrichtingen bedoeld in de richtlijn inzake industriële emissies (IED/IPPC), bevat ze, naast het algemene aanvraagformulier, de gegevens vastgesteld door de Minister van Leefmilieu.
Als de aanvraag voor een globale vergunning betrekking heeft op het beheer van industriële risico's (uitgezonderd Seveso), bevat ze, naast het algemene aanvraagformulier, de gegevens vastgesteld door de Minister van Leefmilieu.
Als de aanvraag voor een globale vergunning betrekking heeft op de centra voor technische ingraving, bevat ze, naast het algemene aanvraagformulier, de gegevens vastgesteld door de Minister van Leefmilieu.
Als de aanvraag voor een globale vergunning betrekking heeft op de verbrandings- en meeverbrandingsinstallaties bedoeld in rubriek 90.24, bevat ze, naast het algemene aanvraagformulier, de gegevens vastgesteld door de Minister van Leefmilieu.
Als de aanvraag voor een globale vergunning betrekking heeft op de installaties en activiteiten de die broeikasgassen uitstoten, bevat ze, naast het algemene aanvraagformulier, de gegevens vastgesteld door de Minister van Leefmilieu.
Als de aanvraag voor een globale vergunning betrekking heeft op de composteerinstallaties wanneer de hoeveelheid opgeslagen stof hoger dan of gelijk is aan 500 m3, bevat ze, naast het algemene aanvraagformulier, de gegevens vastgesteld door de Minister van Leefmilieu.
Als de aanvraag voor een globale vergunning betrekking heeft op de zwembaden, bevat ze, naast het algemene aanvraagformulier, de gegevens vastgesteld door de Minister van Leefmilieu.
Als de aanvraag voor een globale vergunning betrekking heeft op de installaties voor de productie van biomethaan bedoeld in rubriek 93.23.15, bevat ze, naast het algemene aanvraagformulier, de gegevens vastgesteld door de Minister van Leefmilieu.
Als de aanvraag voor een globale vergunning betrekking heeft op een beheersplan voor onverkochte voedselproducten, bevat ze, naast het algemene aanvraagformulier, de gegevens vastgesteld door de Minister van Leefmilieu.
Als de aanvraag voor een globale vergunning betrekking heeft op energie-efficiëntie, bevat ze, naast het algemene aanvraagformulier, de gegevens vastgesteld door de Minister van Leefmilieu.
Als de aanvraag voor een globale vergunning betrekking heeft op een brandstofdistributie-installaties die bestemd zijns voor de bevoorrading van motorvoertuigen met gasvormige alternatieve brandstoffen, zoals bedoeld in rubriek 50.50.04.01. bevat ze, behalve het algemene aanvraagformulier, de gegevens vastgesteld door de Minister van Leefmilieu.
Als de aanvraag voor een globale vergunning betrekking heeft op steengroeven, bevat ze, naast het algemene aanvraagformulier, de gegevens vastgesteld door de Minister van Leefmilieu.
Als de aanvraag voor een globale vergunning betrekking heeft op de aanvragen voor de lozing van afvalwater van de openbare zuiveringsstations, bevat ze, naast het algemene aanvraagformulier, de gegevens vastgesteld door de Minister van Leefmilieu.
Als de aanvraag voor een globale vergunning betrekking heeft op de installaties voor het beheer van winningsafval, bevat ze, naast het algemene aanvraagformulier, de gegevens vastgesteld door de Minister van Leefmilieu.
Als de aanvraag voor een globale vergunning betrekking heeft op de terugwinning van grond en steenachtige stoffen bedoeld in rubriek 14.91, 90.28.01 of 90.28.02, bevat ze, naast het algemene aanvraagformulier, de gegevens vastgesteld door de Minister van Leefmilieu.
Als de aanvraag voor een globale vergunning betrekking heeft op een inrichting met één of meerdere stookinstallaties, bevat ze, naast de inlichtingen aangevraagd in het algemene aanvraagformulier, de gegevens vastgesteld door de Minister van Leefmilieu.
Als de aanvraag voor een globale vergunning betrekking heeft op een windturbine of een windmolenpark bedoeld in de rubrieken 40.10.01.04.02 en 40.10.01.04.03 van bijlage I bij het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een effectonderzoek onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten, bevat ze de gegevens vastgesteld door de Minister van Leefmilieu.
Als de aanvraag voor een globale vergunning betrekking heeft op GGO ('s) of de pathogene organismen, bevat ze, naast de in het algemene aanvraagformulier aangevraagde inlichtingen, de gegevens vastgesteld door de Minister van Leefmilieu ]1
.
[2 Indien de aanvraag om globale vergunning betrekking heeft op een activiteit bedoeld in rubriek 94.01 van bijlage I van het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot vaststelling van de lijst van projecten die aan een milieueffectenonderzoek zijn onderworpen en geklasseerde installaties en activiteiten of installaties of activiteiten met een risico voor de bodem, bevat zij, naast de informatie die wordt gevraagd in het formulier bedoeld in het eerste lid, de informatie die door de Minister van Milieu wordt bepaald.]2
[4 Als de milieuvergunningsaanvraag betrekking heeft op een waterkrachtcentrale bedoeld in de rubrieken 40.10.01.05.03 of 40.10.01.05.02 van bijlage I bij het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een milieueffectstudie onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten die een risico voor de bodem vormen, bevat ze, naast het algemene aanvraagformulier, de gegevens vastgesteld door de Minister van Leefmilieu.]4
Art. 30. [1 Le formulaire gĂ©nĂ©ral de demande de permis unique est introduit au moyen du formulaire arrĂȘtĂ© par le Ministre de l'Environnement.
Si la demande de permis unique est relative Ă  l'Ă©levage et Ă  la dĂ©tention d'animaux visĂ©es par les rubriques 01.20 Ă  01.39, 92.53.01 et 92.53.02 de l'annexe I de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrĂȘtant la liste des projets soumis Ă  Ă©tude d'incidences et des installations, activitĂ©s classĂ©es ou des installations ou des activitĂ©s prĂ©sentant un risque pour le sol, elle comprend, outre le formulaire gĂ©nĂ©ral de demande, les informations arrĂȘtĂ©es par le Ministre de l'Environnement.
[3 Si la demande de permis d'environnement est relative Ă  une prise d'eau, un forage, Ă  l'Ă©quipement d'un puits et une installation pour la recharge ou les essais de recharge artificielle des eaux souterraines, Ă  la rĂ©injection d'eau souterraine visĂ©e par la rubrique 41.00.05 de l'annexe IĂšre de l'arrĂȘte du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrĂȘtant la liste des projets soumis Ă  Ă©tude d'incidences et des installations et activitĂ©s classĂ©es, elle comprend, outre les renseignements demandĂ©s dans le formulaire gĂ©nĂ©ral de demande, les informations arrĂȘtĂ©es par le ministre de l'Environnement.]3
Si la demande de permis unique est relative aux installations de tri et regroupement, prĂ©traitement, d'Ă©limination ou de valorisation des dĂ©chets, elle comprend, outre le formulaire gĂ©nĂ©ral de demande, les informations arrĂȘtĂ©es par le Ministre de l'Environnement.
Si la demande de permis unique est relative aux Ă©tablissements visĂ©s par la directive relative aux Ă©missions industrielles (IED/IPPC), elle comprend, outre le formulaire gĂ©nĂ©ral de demande, les informations arrĂȘtĂ©es par le Ministre de l'Environnement.
Si la demande de permis unique est relative Ă  la gestion des risques industriels Non Seveso, elle comprend, outre le formulaire gĂ©nĂ©ral de demande, les informations arrĂȘtĂ©es par le Ministre de l'Environnement.
Si la demande de permis unique est relative aux centres d'enfouissement technique, elle comprend, outre le formulaire gĂ©nĂ©ral de demande, les informations arrĂȘtĂ©es par le Ministre de l'Environnement.
Si la demande de permis unique est relative aux installations d'incinĂ©ration et de co-incinĂ©ration de dĂ©chets visĂ©es par la rubrique 90.24, elle comprend, outre le formulaire gĂ©nĂ©ral de demande, les informations arrĂȘtĂ©es par le Ministre de l'Environnement.
Si la demande de permis unique est relative aux installations et activitĂ©s Ă©mettant des gaz Ă  effet de serre, elle comprend, outre le formulaire gĂ©nĂ©ral de demande, les informations arrĂȘtĂ©es par le Ministre de l'Environnement.
Si la demande de permis unique est relative aux installations de compostage lorsque la quantitĂ© de matiĂšre entreposĂ©e est supĂ©rieure ou Ă©gale cinq cents m3, elle comprend, outre le formulaire gĂ©nĂ©ral de demande, les informations arrĂȘtĂ©es par le Ministre de l'Environnement
Si la demande de permis unique est relative aux bassins de natation, elle comprend, outre le formulaire gĂ©nĂ©ral de demande, les informations arrĂȘtĂ©es par le Ministre de l'Environnement.
Si la demande de permis unique est relative aux installations de biomĂ©thanisation visĂ©es par la rubrique 93.23.15, elle comprend, outre le formulaire gĂ©nĂ©ral de demande, les informations arrĂȘtĂ©es par le Ministre de l'Environnement.
Si la demande de permis unique est relative Ă  un plan de gestion des invendus alimentaires, elle comprend, outre le formulaire gĂ©nĂ©ral de demande, les informations arrĂȘtĂ©es par le Ministre de l'Environnement.
Si la demande de permis unique est relative Ă  l'efficacitĂ© Ă©nergĂ©tique, elle comprend, outre le formulaire gĂ©nĂ©ral de demande, les informations arrĂȘtĂ©es par le Ministre de l'Environnement.
Si la demande de permis unique est relative aux installations de distribution de carburants destinĂ©es Ă  l'alimentation en carburant alternatif gazeux de rĂ©servoir de vĂ©hicules routiers Ă  moteur, visĂ©es par la rubrique 50.50.04.01, elle comprend, outre le formulaire gĂ©nĂ©ral de demande, les informations arrĂȘtĂ©es par le Ministre de l'Environnement.
Si la demande de permis unique est relative aux carriĂšres, elle comprend, outre le formulaire gĂ©nĂ©ral de demande, les informations arrĂȘtĂ©es par le Ministre de l'Environnement.
Si la demande de permis unique est relative aux demandes de dĂ©versement d'eaux usĂ©es des stations d'Ă©puration publiques, elle comprend, outre le formulaire gĂ©nĂ©ral de demande, les informations arrĂȘtĂ©es par le Ministre de l'Environnement.
Si la demande de permis unique est relative aux installations de gestion de dĂ©chets d'extraction, elle comprend, outre le formulaire gĂ©nĂ©ral de demande, les informations arrĂȘtĂ©es par le Ministre de l'Environnement.
Si la demande de permis unique est relative Ă  la valorisation de terres et matiĂšres pierreuses visĂ©es par les rubriques 14.91, 90.28.01 ou 90.28.02, elle comprend, outre le formulaire gĂ©nĂ©ral de demande, les informations arrĂȘtĂ©es par le Ministre de l'Environnement.
Si la demande de permis unique est relative Ă  un Ă©tablissement dans lequel interviennent une ou plusieurs installations de combustion, elle comprend, outre les renseignements demandĂ©s dans le formulaire gĂ©nĂ©ral de demande, les informations arrĂȘtĂ©es par le Ministre de l'Environnement.
Si la demande de permis d'environnement est relative Ă  une Ă©olienne ou un parc d'Ă©oliennes visĂ© aux rubriques 40.10.01.04.02 et 40.10.01.04.03 de l'annexe Ire de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrĂȘtant la liste des projets soumis Ă  Ă©tude d'incidences et des installations et activitĂ©s classĂ©es, elle comprend les informations arrĂȘtĂ©es par le Ministre de l'Environnement.
Si la demande de permis unique est relative aux OGM et aux organismes pathogĂšnes, elle comprend, outre les renseignements demandĂ©s dans le formulaire gĂ©nĂ©ral de demande, les informations arrĂȘtĂ©es par le Ministre de l'Environnement ]1
.
[2 Si la demande de permis unique est relative Ă  une activitĂ© visĂ©e Ă  la rubrique 94.01 de l'annexe I de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrĂȘtant la liste des projets soumis Ă  Ă©tude d'incidences et des installations et activitĂ©s classĂ©es ou des installations ou des activitĂ©s prĂ©sentant un risque pour le sol, elle comprend, outre les renseignements demandĂ©s dans le formulaire visĂ© Ă  l'alinĂ©a 1er, les informations arrĂȘtĂ©es par le Ministre de l'Environnement.]2
[4 Si la demande de permis unique est relative Ă  une centrale hydroĂ©lectrique visĂ©e Ă  la rubrique 40.10.01.05.03 ou 40.10.01.05.02 de l'annexe I de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrĂȘtant la liste des projets soumis Ă  Ă©tude d'incidences, des installations et activitĂ©s classĂ©es ou des installations ou des activitĂ©s prĂ©sentant un risque pour le sol, elle comprend, outre le formulaire gĂ©nĂ©ral de demande, les informations arrĂȘtĂ©es par le Ministre de l'Environnement.]4
Art. 31. § 1. De aanvraag gaat vergezeld van een milieu-effectbeoordeling.
§ 2. Als de aanvraag betrekking heeft op een inrichting bedoeld[1 in bijlage 1 bij het samenwerkingsakkoord]1, zijn de artikelen 59 tot 64 van dit besluit van toepassing.
Art. 31. § 1er. La demande de permis unique comporte une évaluation des incidences sur l'environnement.
§ 2. Si la demande de permis concerne un Ă©tablissement visĂ© par [1 l'annexe 1re de l'accord de coopĂ©ration]1, les articles 59 Ă  64 du prĂ©sent arrĂȘtĂ© sont d'application.
Art. 32. De vergunningsaanvraag wordt ingediend in vier exemplaren.
Als het project het grondgebied van verschillende gemeenten bestrijkt, wordt het aantal exemplaren bedoeld in het eerste lid verhoogd naar gelang van het aantal gemeenten op het grondgebied waarvan het project betrekking heeft.
Art. 32. § 1er. La demande de permis est introduite en quatre exemplaires.
Si le projet s'étend sur le territoire de plusieurs communes, le nombre d'exemplaires de la demande de permis, prévu à l'alinéa 1er, est à augmenter du nombre d'autres communes sur le territoire desquelles est situé le projet.
Art. 33. Het gemeentebestuur bewaart één exemplaar van de vergunningsaanvraag en stuurt de overige exemplaren naar de technische ambtenaar en de gemachtigde ambtenaar.
Art. 33. L'administration communale conserve un exemplaire de la demande de permis et adresse les autres exemplaires au fonctionnaire technique et au fonctionnaire délégué.
Art. 34.
Art. 34.
Onderafdeling 2. - Openbaar onderzoek.
Sous-section 2. - EnquĂȘte publique.
Art. 35.
Art. 35.
Art. 36. De technische ambtenaar en de gemachtigde ambtenaar sturen een afschrift van de vergunningsaanvraag en van de eventuele aanvullende stukken naar de overige gemeenten [1 die onder het aangevraagd project kunnen vallen]1, de dag waarop zij aan het gemeentebestuur waar de aanvraag is ingediend een afschrift van de beslissing overmaken waarbij bevestigd wordt dat de aanvraag volledig en ontvankelijk is, of na afloop van de termijn bedoeld in artikel [86, § 1, eerste lid, of § 3, eerste lid].

Wijzigingen

Art. 36. Le jour oĂč ils envoient Ă  l'administration communale auprĂšs de laquelle la demande de permis a Ă©tĂ© introduite une copie de la dĂ©cision dĂ©clarant que cette demande est complĂšte et recevable ou Ă  l'expiration du dĂ©lai visĂ© Ă  l'article [86, § 1er, alinĂ©a 1er, ou § 3, alinĂ©a 1er] du dĂ©cret, le fonctionnaire technique et le fonctionnaire dĂ©lĂ©guĂ© [2 envoient]2 une copie de la demande de permis et de ses complĂ©ments Ă©ventuels aux autres communes [1 susceptibles d'ĂȘtre affectĂ©es par le projet faisant l'objet de la demande]1.
Art. 37. [1 Het bericht van openbaar onderzoek bedoeld in artikel D.29-7 van Boek I van het Milieuwetboek wordt aangeplakt binnen vijf dagen na ontvangst van de stukken bedoeld in artikel 36. Het bericht is conform het model opgenomen in bijlage X.
Het gemeentecollege van elke gemeente waar een openbaar onderzoek werd georganiseerd, bezorgt de technische ambtenaar en de afgevaardigde ambtenaar binnen tien dagen na afsluiting van het openbaar onderzoek de schriftelijke en mondelinge geformuleerde bezwaren en opmerkingen, met inbegrip van het proces-verbaal bedoeld in artikel D.29-19 van Boek I van het Milieuwetboek. Daarbij voegt hij zijn eventueel advies.]1

Art. 37. [1 L'avis d'enquĂȘte publique visĂ© Ă  l'article D.29-7 du Livre Ier du Code de l'Environnement est affichĂ© dans les cinq jours de la rĂ©ception des documents visĂ©s Ă  l'article 36. L'avis est conforme au modĂšle figurant en annexe X.
Le collĂšge communal de chaque commune oĂč une enquĂȘte publique a Ă©tĂ© organisĂ©e envoie, dans les dix jours de la clĂŽture de l'enquĂȘte, au fonctionnaire technique et au fonctionnaire dĂ©lĂ©guĂ© les objections et observations Ă©crites et orales formulĂ©es au cours de l'enquĂȘte publique, y compris le procĂšs-verbal visĂ© Ă  l'article D.29-19 du Livre Ier du Code de l'Environnement. Il y joint son avis Ă©ventuel.]1

Art. 38.
Art. 38.
Art. 39.
Art. 39.
Art. 40.
Art. 40.
Art. 41.
Art. 41.
Onderafdeling 3. - Modaliteiten voor het administratief overleg betreffende de aanvragen om unieke vergunning.
Sous-section 3. - Modalités de la concertation administrative relative aux demandes de permis unique.
Art. 42. Als de geraadpleegde besturen of overheden verzoeken om de organisatie van de overlegvergadering bedoeld in artikel 92, § 2, van het decreet, worden de technische ambtenaar en de gemachtigde ambtenaar daarvan [1 volgens de in artikel 176 van het decreet bedoelde formaliteiten]1 in kennis gesteld binnen :
1° tien dagen als het gaat om een inrichting van klasse 2;
2° dertig dagen als het gaat om een inrichting van klasse 1.
De technische ambtenaar en de gemachtigde ambtenaar nodigen de bevoegde overheid en de geraadpleegde besturen en overheden bij aangetekend uit op de vergadering.
Art. 42. Si les administrations ou autorités consultées souhaitent la tenue de la réunion de concertation visée à l'article 92, § 2 du décret, elles en informent le fonctionnaire technique et le fonctionnaire délégué, [1 selon les formalités prévues par l'article 176 du décret ]1, dans un délai de :
1° dix jours s'il s'agit d'un établissement de classe 2;
2° trente jours s'il s'agit d'un établissement de classe 1.
Le fonctionnaire technique et le fonctionnaire délégué y invitent par pli recommandé l'autorité compétente et les administrations et autorités consultées.
Art. 43. De technische ambtenaar en de gemachtigde ambtenaar organiseren samen de overlegvergadering binnen vijfentwintig dagen als het gaat om een inrichting van klasse 2 en binnen vijftien dagen als het gaat om een inrichting van klasse 1.
Art. 43. Le fonctionnaire technique et le fonctionnaire délégué organisent conjointement la réunion de concertation dans un délai de vingt-cinq jours s'il s'agit d'un établissement de classe 2 et cinquante jours s'il s'agit d'un établissement de classe 1.
Art. 44. De termijnen bedoeld in de artikelen 42 en 43 lopen vanaf de datum waarop het aanvraagdossier naar de geraadpleegde overheden en besturen wordt verzonden.
Art. 44. Les délais visés aux articles 42 et 43 se calculent à dater de l'envoi du dossier de demande de permis aux autorités et administrations consultées.
Art. 45. De technische ambtenaar en de gemachtigde ambtenaar maken de notulen van de overlegvergadering op en voegen ze bij het syntheserapport bedoeld in artikel 92 van het decreet.
Art. 45. Le fonctionnaire technique et le fonctionnaire délégué rédigent le procÚs-verbal de la réunion de concertation et le joignent au rapport de synthÚse visé à l'article 92 du décret.
Onderafdeling 3/1. [1 -- Minimale inhoud van de adviezen vereist bij de indiening van de aanvragen voor een globale vergunning]1
Sous-section 3/1. [1 - Contenu minimum des avis requis lors de l'instruction des demandes de permis unique ]1
Art. 45/1. [1 De in artikel 91 van het decreet bedoelde adviezen omvatten minstens:
1° de identificatie van de geraadpleegde instantie;
2° de referenties van het project;
3° de naam, voornaam en hoedanigheid van de auteur van het advies;
4° de beschrijving van de gevolgen van het project;
5° het onderzoek naar de geschiktheid van het project in het licht van de bevoegdheden van de geraadpleegde instantie;
6° in geval van een gunstig advies, de specifieke voorwaarden die onder de bevoegdheid van de geraadpleegde instantie vallen en waaraan de bouw en de exploitatie van de inrichting onderworpen moeten worden;
7° in geval van ongunstig advies, de redenen die het rechtvaardigen. ]1

Art. 45/1. [1 Les avis visés à l'article 91 du décret contiennent au minimum :
1° l'identification de l'instance consultée;
2° les références du projet;
3° les nom, prénom et qualité de l'auteur de l'avis;
4° la description des incidences du projet;
5° l'examen de l'opportunité du projet au regard des compétences de l'instance consultée;
6° en cas d'avis favorable, les conditions particuliĂšres qui relĂšvent de la compĂ©tence de l'instance consultĂ©e, et auxquelles devrait ĂȘtre soumise la construction et l'exploitation de l'Ă©tablissement;
7° en cas d'avis défavorable, les motifs qui le justifient. ]1

Onderafdeling 4. - Inhoud van de unieke vergunning.
Sous-section 4. - Contenu du permis unique.
Art. 46. [6 § 1. Behalve de gegevens bedoeld in artikel 45 van het decreet, vermeldt het besluit tot toekenning van de vergunning :
1° de maatregelen tot bekendmaking van het besluit;
2° de beroepsmodaliteiten;
3° desgevallend, een bijzondere termijn van tenuitvoerlegging voor bepaalde bijzondere exploitatievoorwaarden;
4° de verplichtingen van de exploitant bedoeld in de artikelen [8 10, 57 ]8 tot 59 van het decreet;
5° de verplichting om de bevoegde autoriteit kennis te geven van de verandering van exploitant overeenkomstig artikel 60 van het decreet;
6° het vervalprincipe in de gevallen bepaald bij artikel 48 van het decreet.
In het besluit wordt desgevallend benadrukt of de tenuitvoerlegging onderworpen is :
1° de vestiging van zakelijke rechten door de houder van de vergunning op de goederen betrokken bij de exploitatie;
2° de voorafgaande goedkeuring van de technisch ambtenaar.
§ 2. Indien de vergunning betrekking heeft op een installatie voor het beheer van winningsafval bedoeld in het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een effectenonderzoek onderworpen projecten en van de ingedeelde [11 ...]11 activiteiten, bevat het besluit het afvalbeheersplan overeenkomstig het besluit van de Waalse Regering van 27 mei 2009 houdende sectorale en integrale voorwaarden voor de installaties voor het beheer van winningsafval en betreffende de monitoring na sluiting. Als zulks het geval is, wordt in dat besluit eveneens aangegeven dat de installatie het voorwerp is van rubriek 90.27.01.03 van bijlage I bij het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een milieueffectstudie onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten.
Het bevat bovendien de volgende gegevens :
1° een omschrijving van het project, met gegevens over de locatie, het ontwerp en de afmetingen ervan;
2° de nodige gegevens ter opsporing en beoordeling van de voornaamste rechtstreekse en onrechtstreekse effecten die het project kan teweegbrengen voor het leefmilieu en, meer bepaald, de mens, de fauna en flora, de bodem, het water, de lucht, het klimaat en het landschap, de materiële goederen en het culturele erfgoed, en de interactie tussen die factoren;
3° een omschrijving van de overwogen maatregelen om de belangrijke negatieve effecten te voorkomen en te beperken en, indien mogelijk, te verhelpen;
4° een niet technische samenvatting van de gegevens bedoeld onder de punten 1° tot 3°.
§ 3. Indien de vergunning betrekking heeft op een inrichting waar één of meer installaties of activiteiten broeikasgassen uitstoten, bevat de in artikel 45 van het decreet bedoelde vergunning om broeikasgassen uit te stoten :
1° de naam en het adres van de exploitant;
2° een omschrijving van de activiteiten van de inrichting;
3° [11 het monitoringplan goedgekeurd door het "Agence wallonne de l'air et du Climat" (Waals Agentschap voor Lucht en Klimaat) overeenkomstig het besluit van de Waalse Regering van 17 februari 2022 tot bepaling van de sectorale voorwaarden betreffende de bedrijven die een activiteit met broeikasgasemissies uitoefenen]11;
4° de eisen inzake de rapportage van de broeikasgasemissies;
5° [11 de verplichting om tegen 30 september emissierechten in te leveren die overeenstemmen met de totale broeikasgasemissies van de inrichting tijdens het voorgaande kalenderjaar zoals bevestigd overeenkomstig artikel 10 van het decreet van 10 november 2004 tot invoering van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten, tot oprichting van een "Fonds wallon Kyoto" en betreffende de flexibiliteitsmechanismen van het Protocol van Kyoto.]11.
Als emissies van een broeikasgas uit een inrichting gespecificeerd worden in bijlage I bij het besluit van de Waalse Regering van 22 juni 2006 tot opstelling van de lijst van de installaties en activiteiten die gespecificeerde broeikasgassen uitstoten en tot bepaling van de gespecificeerde broeikasgassen bedoeld in het decreet van 10 november 2004 tot invoering van een regeling voor de handel in broeikasgasemissierechten, tot oprichting van een "Fonds wallon Kyoto" (Waals Kyotofonds) en betreffende de flexibiliteitsmechanismen i.v.m. een activiteit die in die inrichting uitgeoefend wordt, bevat het besluit tot toekenning van de milieuvergunning geen emissiegrenswaarde voor rechtstreekse emissies van dat gas, tenzij het noodzakelijk is om een aanzienlijke plaatselijke verontreiniging te voorkomen.
§ 4. Het besluit tot toekenning van de eenmalige vergunning voor een waterwinning vermeldt :
1° de waterwinvoorzieningen;
2° de modaliteiten tot uitvoering en uitrusting van het werk;
3° het gebruik van het getapte water;
4° het maximale watervolume dat per dag en per jaar getapt moet worden;
5° de frequentie van de opmetingen inzake het tellen van de volumes en bij de controle van de kwaliteit van het getapte water.
§ 4. Het besluit tot toekenning van de eenmalige vergunning voor een waterwinning vermeldt desgevallend ook :
1° de afzondering van de verschillende grondwaterspiegels;
2° de bescherming van de grondwaterwinningen in de buurt;
3° de veiligheid van de personen en de goederen;
4° de plaatsbepaling van de piëzometers die bestemd zijn voor de meting van de hydrogeologische parameters i.v.m. de geëxploiteerde grondwaterspiegel en het nemen van desbetreffende monsters;
5° de modaliteiten tot uitvoering en uitrusting van bijkomende werken die nodig zijn voor de exploitatie en die gevaar voor vervuiling inhouden, zoals toegangs- en verluchtingsputten van winningsgalerijen.
§ 5. Het besluit tot toekenning van de eenmalige vergunning voor een inrichting [8 bedoeld in het ministerieel besluit van 6 juni 2019 tot vaststelling van een formulier betreffende de inrichtingen betrokken bij richtlijn inzake industriële emissies (IED/IPPC]8 vermeldt :
1° emissiegrenswaarden voor de verontreinigende stoffen bedoeld in bijlage VII bij het decretale gedeelte van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, en in bijlage XXV bij dit besluit en voor de overige verontreinigende stoffen waarvan belangrijke hoeveelheden door de betrokken inrichting uitgestoten kunnen worden, gezien de aard ervan en het potentieel aan verontreinigingsoverdrachten van het ene milieu naar het andere. De emissiegrenswaarden kunnen aangevuld of vervangen worden door parameters of technische maatregelen die een gelijkwaardig milieubeschermingsniveau garanderen;
2° gepaste voorschriften die de bescherming van de grond en het grondwater garanderen en maatregelen betreffende het toezicht op en het beheer van de door de inrichting voortgebrachte afvalstoffen;
3° gepaste eisen inzake toezicht op de emissies, waarin gewag gemaakt wordt van :
a) de meetmethode, de beoordelingsprocedure en de frequentie van de metingen, tenzij die frequentie in de sectorale voorwaarden bepaald wordt, en
b) die specificeren dat de resultaten van het toezicht op de emissies in geval van toepassing van artikel 7bis, § 1, 2°, van het decreet beschikbaar zijn voor dezelfde periodes en dezelfde referentievoorwaarden als de emissieniveaus geassocieerd met de beste beschikbare technieken.
Die eisen inzake monitoring worden desgevallend gebaseerd op de in de BBT-conclusies beschreven conclusies inzake monitoring;
4° de verplichting om de Milieuadministratie regelmatig en minstens één keer per jaar :
a) informatie te verstrekken op grond van de resultaten van de monitoring van de emissies bedoeld onder 3° alsook andere vereiste gegevens aan de hand waarvan de toezichthoudend ambtenaar kan controleren of de exploitatievoorwaaarden vervuld zijn; en
b) in geval van toepassing van artikel 7bis, § 1, 2, van het decreet, een samenvatting van de resultaten van de monitoring van de emissies op grond waarvan een vergelijking gemaakt kan worden met de emissieniveaus die geassocieerd zijn met de beste beschikbare technieken.
5° gepaste eisen betreffende :
a) het onderhoud en de monitoring met regelmatige tussentijden van de maatregelen die worden genomen ter voorkoming van emissies in de grond en het grondwater overeenkomstig 2° ;
b) de periodieke monitoring van grond en grondwater met betrekking tot relevante gevaarlijke stoffen die in de locatie kunnen worden aangetroffen, rekening houdend met de mogelijkheid van grond- en grondwaterverontreiniging in de locatie van de installatie;
c) de frequentie van de periodieke monitoring, tenzij ze in de sectorale voorwaarden bepaald wordt.
Onverminderd punt a), wordt de periodieke monitoring ten minste eenmaal om de vijf jaar uitgevoerd voor grondwater en om de tien jaar voor de grond, tenzij de monitoring gebaseerd is op een systematische evaluatie van het verontreinigingsrisico;
6° maatregelen betreffende andere bedrijfsomstandigheden dan normale bedrijfsomstandigheden, zoals opstarten en stilleggen, lekkages, storingen, tijdelijke stilleggingen en definitieve stopzetting van de exploitatie;
7° bepalingen betreffende de minimalisering van grootschalige of grensoverschrijdende verontreinigingen;
8° voorwaarden voor het beoordelen van de naleving van de emissiegrenswaarden of een verwijzing naar de toepasselijke eisen waarin een andere wetgeving voorziet.
Het besluit tot toekenning van de eenmalige vergunning voor een inrichting [9 bedoeld in het ministerieel besluit van 6 juni 2019 tot vaststelling van een formulier betreffende de inrichtingen betrokken bij richtlijn inzake industriële emissies (IED/IPPC)]9 vermeldt ook:
1° de resultaten van de inspraak die aan de besluitvorming is voorafgegaan en een toelichting van de manier waarop daarmee rekening is gehouden in het besluit;
2° de titel van de BBT-referentiedocumenten die voor de betrokken installatie of activiteit relevant zijn;
3° de methode aangewend om de exploitatievoorwaarden te bepalen, met inbegrip van de emissiegrenswaarden, ten opzichte van de beste beschikbare technieken en de emissieniveaus die met de best beschikbare technieken geassocieerd zijn;
4° indien een afwijking wordt toegestaan overeenkomstig artikel 7bis, § 2, van het decreet, de specifieke redenen waarom ze toegekend werd, op basis van de criteria bedoeld in genoemde paragraaf en de daarmee samenhangende voorwaarden;
5° desgevallend, voor de inrichtingen die relevante gevaarlijke grondstoffen gebruiken, produceren or lozen, veiligheids- of monitoringsmaatregelen opgelegd na de analyse van het basisrapport bedoeld in het derde deel bis van het algemeen aanvraagformulier.
§ 6. Als het besluit tot toekenning van de eenmalige vergunning een verbrandings- of meeverbrandingsinstallatie betreft, bevat het de volgende elementen :
1° een expliciete lijst van de categorieën van afvalstoffen die verwerkt mogen worden. Indien het mogelijk is, gebruikt de lijst ten minste de categorieën zoals omschreven in bijlage I bij besluit van de Waalse Regering van 10 juli 1997 tot vaststelling van een afvalcatalogus en bevat ze desgevallend informatie over de hoeveelheid afval van elke categorie;
2° de totale capaciteit van de verbrandings- of meeverbrandingsinstallatie;
3° de grenswaarden voor emissies in water en lucht;
4° eisen betreffende de pH, de temperatuur en het debiet van de lozingen van afvalwateren;
5° de bemonsterings- en meetprocedures en de frequenties die moeten worden gebruikt om te voldoen aan de gestelde voorwaarden inzake monitoring van emissies;
6° de toelaatbare maximale duur van technisch onvermijdelijke stilleggingen, storingen dan wel defecten aan de reinigingsapparatuur of de meetapparatuur gedurende welke de emissies in de lucht en de lozingen van afvalwater de voorgeschreven emissiegrenswaarden mogen overschrijden;
7° als het gaat om een verbrandings of meeverbrandingsinstallatie met energievalorisatie, de maatregelen voorzien om ervoor te zorgen dat de afvalvalorisatie plaatsvindt met hoge energie-efficiëntie.
Naast de eisen opgesomd in het vorige lid, bevat het besluit tot toekenning van de eenmalige vergunning aan een afvalverbrandings- of afvalmeeverbrandingsinstallatie die gevaalijke afvalstoffen gebruikt de volgende elementen :
1° de lijst van de hoeveelheden gevaarlijke afvalstoffen uit de verschillende categorieën die verwerkt mogen worden;
2° de minimale en maximale massastroom van deze gevaarlijke afvalstoffen, hun minimale en maximale calorische waarde en hun maximale gehalte aan pcb's, pcp, chloor, fluor, zwavel, zware metalen en andere verontreinigende stoffen.
[10 § 6/1. Wanneer het gaat om een activiteit als bedoeld in rubriek nr. 94.01 van bijlage I van het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot vaststelling van de lijst van aan een effectbeoordeling onderworpen projecten en geklasseerde installaties en activiteiten of installaties of activiteiten met een risico voor de bodem, bevat de beslissing tot het verlenen van de globale vergunning wat volgt:
1° de elementen voorgeschreven bij artikel 8, §§ 2 en 3, van Verordening (EU) nr. 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2014 betreffende de preventie en beheersing van de introductie en verspreiding van invasieve uitheemse soorten;
2° het standaarddocument bedoeld in de bijlage bij de Uitvoeringsverordening (EU) 2016/145 van de Commissie van 4 februari 2016 tot vaststelling van het sjabloon van het document dat als bewijs dient voor de door de bevoegde autoriteit van een lidstaat verleende vergunning op basis waarvan bepaalde instellingen bepaalde activiteiten betreffende voor de Unie zorgwekkende invasieve uitheemse soorten kunnen verrichten krachtens Verordening (EU) nr. 1143/2014 van het Europees Parlement en de Raad.]10

§ 7. Het besluit tot toekenning van de eenmalige vergunning voor de inrichtingen bedoeld in bijlage XXIII bij dit besluit, de installaties en/of activiteiten die gebruik maken van de oplosmiddelen bedoeld in de rubrieken VOS-01 tot VOS-21 van het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een effectonderzoek onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten, de verbrandingsinstallaties met een totaal nominaal warmtevermogen van 50 MW of meer, ongeacht het type gebruikte brandstof en bedoeld [7 in rubriek 40.50.01.02 of 40.50.02]7 van het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een effectonderzoek onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten, de titaandioxide (TiO2) producerende installaties bedoeld in rubriek 24.12.03 van het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een effectonderzoek onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten en de afvalverbrandings- en afvalmeeverbrandingsinstallaties bedoeld in rubriek 90.24 van het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een effectonderzoek onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten bevat bepalingen betreffende de verdeling van de verantwoordelijkheden als er verschillende exploitanten voor dezelfde inrichting zijn.
§ 9. Als het besluit overeenkomstig artikel 93 van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning door het gemeentecollege aan de technisch ambtenaar en aan de afgevaardigde ambtenaar gericht wordt, vermeldt het gemeentecollege op welke punten de inhoud van het besluit afwijkt van het syntheserapport dat door de technisch ambtenaar en de afgevaardigde ambtenaar is opgemaakt in het kader van de procedure tot behandeling van de aanvraag.]6

Art. 46. [6 § 1er. Outre les mentions énumérées à l'article 45 du décret, la décision accordant le permis mentionne :
1° les mesures de publicité de la décision;
2° les modalités de recours;
3° le cas échéant, un délai de mise en oeuvre particulier pour certaines conditions particuliÚres d'exploitation;
4° les obligations de l'exploitant énumérées aux articles [8 10, 57 à]8 59 du décret;
5° l'obligation d'informer l'autorité compétente du changement d'exploitant conformément à l'article 60 du décret;
6° le principe de caducité dans les cas prévus à l'article 48 du décret.
La décision indique, le cas échéant, si la mise en oeuvre du permis est subordonnée :
1° à la constitution de droits réels par le titulaire du permis sur les biens concernés par l'exploitation;
2° à l'approbation préalable du fonctionnaire technique.
§ 2. Si le permis porte sur une installation de gestion de dĂ©chets d'extraction visĂ©e par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrĂȘtant la liste des projets soumis Ă  Ă©tude d'incidences et des installations et activitĂ©s classĂ©es, la dĂ©cision contient le plan de gestion des dĂ©chets conforme Ă  l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 27 mai 2009 portant conditions sectorielles et intĂ©grales des installations de gestion de dĂ©chets d'extraction et relatif au suivi aprĂšs fermeture. Elle indique Ă©galement, si c'est le cas, que l'installation est visĂ©e par la rubrique 90.27.01.03. de l'annexe Ire de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrĂȘtant la liste des projets soumis Ă  Ă©tude d'incidences et des installations et activitĂ©s classĂ©es.
Elle contient en outre les informations suivantes :
1° une description du projet comportant des informations relatives à son site, à sa conception et à ses dimensions;
2° les données nécessaires pour identifier et évaluer les effets principaux directs et indirects que le projet est susceptible d'avoir sur l'environnement et, notamment, l'homme, la faune et la flore, le sol, l'eau, l'air, le climat et le paysage, les biens matériels et le patrimoine culturel, et l'interaction entre ces facteurs;
3° une description des mesures envisagées pour éviter et réduire les effets négatifs importants et, si possible, y remédier;
4° un résumé non technique des informations visées aux points 1° à 3°.
§ 3. Si le permis porte sur un établissement dans lequel intervient une ou plusieurs installations ou activités émettant des gaz à effet de serre, l'autorisation d'émettre des gaz à effet de serre visée à l'article 45 du décret comporte:
1° le nom et l'adresse de l'exploitant;
2° une description des activités de l'établissement;
[11 3° le plan de surveillance approuvĂ© par l'Agence wallonne de l'air et du climat conformĂ©ment Ă  l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 17 fĂ©vrier 2022 dĂ©terminant les conditions sectorielles relatives aux Ă©tablissements se livrant Ă  une activitĂ© entraĂźnant des Ă©missions de gaz Ă  effet de serre ]11;
4° les exigences en matiÚre de déclaration des émissions de gaz à effet de serre;
[11 5° l'obligation de restituer pour le 30 septembre des quotas correspondant aux émissions totales de gaz à effet de serre de l'établissement au cours de l'année civile précédente telles qu'elles ont été vérifiées conformément à l'article 10 du décret du 10 novembre 2004 instaurant un systÚme d'échange de quotas d'émission de gaz à effet de serre, créant un Fonds wallon Kyoto et relatif aux mécanismes de flexibilité du Protocole de Kyoto.]11
Lorsque les Ă©missions d'un gaz Ă  effet de serre provenant d'un Ă©tablissement sont spĂ©cifiĂ©es Ă  l'annexe Ire de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 22 juin 2006 Ă©tablissant la liste des [11 ...]11 activitĂ©s Ă©mettant des gaz Ă  effet de serre visĂ©s par le dĂ©cret du 10 novembre 2004 instaurant un systĂšme d'Ă©change de quotas d'Ă©mission de gaz Ă  effet de serre, crĂ©ant un Fonds wallon Kyoto et relatif aux mĂ©canismes de flexibilitĂ© du Protocole de Kyoto en relation avec une activitĂ© exercĂ©e dans cet Ă©tablissement, la dĂ©cision accordant le permis d'environnement ne comporte pas de valeur limite d'Ă©mission pour les Ă©missions directes de ce gaz, Ă  moins que cela ne soit nĂ©cessaire pour Ă©viter toute pollution locale significative.
§ 4. La décision accordant le permis unique portant sur une prise d'eau mentionne :
1° les dispositifs de prise d'eau;
2° les modalités de réalisation et d'équipement de l'ouvrage;
3° l'utilisation de l'eau captée;
4° le volume d'eau maximal à prélever par jour et par an;
5° la fréquence des relevés de comptage des volumes et au contrÎle de la qualité de l'eau prélevée.
La décision accordant le permis unique portant sur une prise d'eau mentionne également, le cas échéant :
1° l'isolement des différentes nappes aquifÚres;
2° la préservation des prises d'eau souterraines dans le voisinage;
3° la sécurité des personnes et des biens;
4° la localisation des piézomÚtres destinés à la mesure des paramÚtres hydrogéologiques liés à la nappe exploitée et au prélÚvement d'échantillons y relatifs;
5° les modalités de réalisation et d'équipement d'ouvrages annexes nécessaires à l'exploitation et constituant un risque d'introduction de pollution, tels que des puits d'accÚs et d'aération de galeries captantes.
§ 5. La décision accordant le permis unique portant sur un établissement visé à l'annexe XXIII mentionne :
1° des valeurs limites d'Ă©mission pour les substances polluantes figurant Ă  l'annexe VII de la partie dĂ©crĂ©tale du Livre II du Code de l'Environnement, contenant le Code de l'Eau et Ă  l'annexe XXV du prĂ©sent arrĂȘtĂ© et pour les autres substances polluantes qui sont susceptibles d'ĂȘtre Ă©mises par l'Ă©tablissement concernĂ© en quantitĂ©s significatives, eu Ă©gard Ă  leur nature et Ă  leur potentiel de transferts de pollution d'un milieu Ă  l'autre. Les valeurs limite d'Ă©mission peuvent ĂȘtre complĂ©tĂ©es ou remplacĂ©es par des paramĂštres ou des mesures techniques garantissant un niveau Ă©quivalent de protection de l'environnement;
2° des prescriptions appropriées garantissant la protection du sol et des eaux souterraines et des mesures concernant la surveillance et la gestion des déchets générés par l'établissement;
3° des exigences appropriées en matiÚre de surveillance des émissions spécifiant :
a) la méthode de mesure, la procédure d'évaluation et la fréquence des relevés, à moins que cette fréquence ne soit déterminée dans les conditions sectorielles; et
b) en cas d'application de l'article 7bis, § 1er, 2°, du dĂ©cret, que les rĂ©sultats de la surveillance des Ă©missions sont disponibles pour les mĂȘmes pĂ©riodes et pour les mĂȘmes conditions de rĂ©fĂ©rence que les niveaux d'Ă©mission associĂ©s aux meilleures techniques disponibles.
Ces exigences de surveillance sont basées, le cas échéant, sur les conclusions de la surveillance décrite dans les conclusions sur les MTD;
4° une obligation de fournir à l'Administration de l'Environnement réguliÚrement et au moins une fois par an :
a) des informations fondées sur les résultats de la surveillance des émissions visée au 3° et d'autres données requises permettant au fonctionnaire chargé de la surveillance de contrÎler le respect des conditions d'exploitation; et
b) en cas d'application de l'article 7bis, paragraphe 1er, 2, du décret, un résumé des résultats de la surveillance des émissions permettant la comparaison avec les niveaux d'émission associés aux meilleures techniques disponibles;
5° des exigences appropriées concernant :
a) l'entretien et la surveillance à intervalles réguliers des mesures prises afin de prévenir les émissions dans le sol et dans les eaux souterraines en application du 2° ;
b) la surveillance périodique du sol et des eaux souterraines portant sur les substances dangereuses pertinentes susceptibles de se trouver sur le site et eu égard à la possibilité de contamination du sol et des eaux souterraines sur le site de l'établissement;
c) la fréquence de cette surveillance périodique, à moins que cette fréquence ne soit déterminée dans les conditions sectorielles.
Sans préjudice du point a), cette surveillance périodique s'effectue au moins une fois tous les cinq ans pour les eaux souterraines et tous les dix ans pour le sol, à moins qu'elle ne soit fondée sur une évaluation systématique du risque de contamination;
6° des mesures relatives Ă  des conditions d'exploitation autres que les conditions d'exploitation normales, telles que les opĂ©rations de dĂ©marrage et d'arrĂȘt, les fuites, les dysfonctionnements, les arrĂȘts momentanĂ©s et l'arrĂȘt dĂ©finitif de l'exploitation;
7° des dispositions visant à réduire au minimum la pollution à longue distance ou transfrontiÚre;
8° des conditions permettant d'évaluer le respect des valeurs limites d'émission ou une référence aux exigences applicables prévues par une autre législation.
La dĂ©cision accordant le permis unique portant sur un Ă©tablissement [8 par l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 6 juin 2019 Ă©tablissant un formulaire relatif aux Ă©tablissements visĂ©s par la directive relative aux Ă©missions industrielles IED/IPPC]8 mentionne Ă©galement :
1° les résultats des consultations menées avant que la décision ne soit prise, et une explication de la maniÚre dont il en a été tenu compte dans la décision;
2° le titre des documents de référence MTD pertinents pour l'installation ou l'activité concernée;
3° la méthode utilisée pour déterminer les conditions d'exploitation, y compris les valeurs limites d'émission, au regard des meilleures techniques disponibles et des niveaux d'émission associés aux meilleures techniques disponibles;
4° lorsqu'une dérogation est accordée conformément à l'article 7bis, § 2, du décret, les raisons spécifiques pour lesquelles elle l'a été, sur la base des critÚres visés audit paragraphe, et les conditions dont elle s'assortit;
5° le cas échéant, pour les établissements qui utilisent, produisent ou rejettent des substances dangereuses pertinentes, des mesures de sécurité ou de suivi imposées suite à l'analyse du rapport de base visé à la 3Úmepartie bis du formulaire général de demande.
§ 6. Lorsqu'elle concerne une installation d'incinération ou de coincinération, la décision accordant le permis unique comprend les éléments suivants:
1° une Ă©numĂ©ration explicite des catĂ©gories de dĂ©chets qui peuvent ĂȘtre traitĂ©s. La liste utilise, si possible, au moins les catĂ©gories de dĂ©chets telles que dĂ©finies Ă  l'annexe Ire de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 10 juillet 1997 Ă©tablissant un catalogue de dĂ©chets et contient, le cas Ă©chĂ©ant, des informations sur la quantitĂ© de chaque catĂ©gorie de dĂ©chets;
2° la capacité totale d'incinération ou de coincinération de l'installation;
3° les valeurs limites d'émission dans l'air et dans l'eau;
4° les exigences requises concernant le pH, la température et le débit des rejets d'eaux résiduaires;
5° les procédures d'échantillonnage et de mesure, et les fréquences à utiliser pour respecter les conditions définies pour la surveillance des émissions;
6° la durĂ©e maximale admissible des arrĂȘts, dĂ©rĂšglements ou dĂ©faillances techniquement inĂ©vitables des systĂšmes d'Ă©puration ou des systĂšmes de mesure, pendant lesquels les Ă©missions dans l'air et les rejets d'eaux rĂ©siduaires peuvent dĂ©passer les valeurs limites d'Ă©mission prescrites;
7° lorsqu'il s'agit d'une installation d'incinération ou de coincinération avec valorisation énergétique, les mesures prévues pour assurer une efficacité énergétique élevée de la valorisation des déchets.
En plus des exigences énoncées à l'alinéa précédent, la décision accordant le permis unique à une installation d'incinération des déchets ou de coincinération des déchets utilisant des déchets dangereux contient les éléments suivants:
1° la liste des quantitĂ©s des diffĂ©rentes catĂ©gories de dĂ©chets dangereux pouvant ĂȘtre traitĂ©es;
2° le débit massique minimal et maximal de ces déchets dangereux, leur valeur calorifique minimale et maximale et leur teneur maximale en polychlorobiphényle, pentachlorophénol, chlore, fluor, soufre, métaux lourds et autres substances polluantes.
[10 § 6/1. Lorsqu'elle concerne une activitĂ© visĂ©e Ă  la rubrique n° 94.01 de l'annexe I de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrĂȘtant la liste des projets soumis Ă  Ă©tude d'incidences et des installations et activitĂ©s classĂ©es ou des installations ou des activitĂ©s prĂ©sentant un risque pour le sol, la dĂ©cision accordant le permis unique contient :
1° les éléments prescrits par l'article 8, §§ 2 et 3, du rÚglement (UE) n° 1143/2014 du Parlement européen et du Conseil du 22 octobre 2014 relatif à la prévention et à la gestion de l'introduction et de la propagation des espÚces exotiques envahissantes ;
2° le document-type visé à l'annexe du rÚglement d'exécution (UE) 2016/145 de la Commission du 4 février 2016 portant adoption du document-type servant de justificatif pour le permis délivré par les autorités compétentes des Etats membres autorisant des établissements à mener certaines activités sur des espÚces exotiques envahissantes préoccupantes pour l'Union conformément au rÚglement (UE) n° 1143/2014 du Parlement européen et du Conseil.]10

§ 7. La dĂ©cision accordant le permis unique portant sur les Ă©tablissements visĂ©s par l'annexe XXIII du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, les installations et/ou activitĂ©s consommant des solvants visĂ©es aux rubriques COV-01 Ă  COV-21 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrĂȘtant la liste des projets soumis Ă  Ă©tude d'incidences et des installations et activitĂ©s classĂ©es, les installations de combustion, dont la puissance thermique nominale totale est Ă©gale ou supĂ©rieure Ă  50 MW, quel que soit le type de combustible utilisĂ© et qui sont visĂ©es [7 aux rubriques 40.50.01.02 ou 40.50.02]7 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrĂȘtant la liste des projets soumis Ă  Ă©tude d'incidences et des installations et activitĂ©s classĂ©es, les installations produisant du dioxyde de titane (TiO2) visĂ©es Ă  la rubrique 24.12.03 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrĂȘtant la liste des projets soumis Ă  Ă©tude d'incidences et des installations et des activitĂ©s classĂ©es et les installations d'incinĂ©ration et de coincinĂ©ration de dĂ©chets visĂ©es par les rubriques 90.24 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrĂȘtant la liste des projets soumis Ă  Ă©tude d'incidences et des installations et activitĂ©s classĂ©es comporte des dispositions relatives Ă  la rĂ©partition des responsabilitĂ©s lorsque il existe plusieurs exploitants pour le mĂȘme Ă©tablissement.
§ 8. Lorsque la décision est envoyée au fonctionnaire technique et au fonctionnaire délégué par le collÚge communal conformément à l'article 93 du décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement, le collÚge communal indique sur quels points le contenu de la décision s'écarte du rapport de synthÚse rédigé par le fonctionnaire technique et le fonctionnaire délégué dans le cadre de la procédure d'instruction de la demande.]6

Onderafdeling 5. - Modaliteiten voor de behandeling van de beroepen tegen beslissingen i.v.m. aanvragen om unieke vergunning.
Sous-section 5. - Modalités d'instruction des recours dirigés contre les décisions relatives aux demandes de permis unique.
Art. 47. [1 Het in artikel 95 van het decreet bedoelde beroep wordt aan de Minister bevoegd voor de globale vergunningen toegezonden, aan het adres van de Waalse Overheidsdienst Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu. Het wordt vastgesteld aan de hand van het formulier vastgelegd door de Minister van Leefmilieu ]1.
Art. 47. [1 Le recours visĂ© Ă  l'article 95 du dĂ©cret est envoyĂ© au Ministre qui a les permis uniques dans ses attributions, Ă  l'adresse du Service public de Wallonie Agriculture, Ressources naturelles et Environnement. Il est Ă©tabli au moyen du formulaire dont le modĂšle est arrĂȘtĂ© par le Ministre de l'Environnement.]1.
Art. 48. Het beroep wordt ondertekend en bevat hoe dan ook de volgende gegevens :
1° de naam, de voornaam en het adres van de aanvrager;
2° als de aanvrager een rechtspersoon is, de benaming of handelsnaam, de rechtsvorm, het adres van de maatschappelijke zetel alsook de naam, de voornaam, het adres en de hoedanigheid van de persoon die gemachtigd is om het beroep in te stellen;
3° de referenties, het voorwerp en de datum van de beslissing;
4° het belang van de aanvrager bij het instellen van het beroep, behalve als het door de technische ambtenaar of de gemachtigde ambtenaar wordt ingesteld;
5° de middelen aangevoerd tegen de betwiste beslissing;
6° een afschrift van het stortingsbewijs of van het debetbericht betreffende het dossierrecht bedoeld in artikel 177 van het decreet, behalve wanneer het beroep wordt ingediend door de technische ambtenaar die het dossier in eerste aanleg heeft behandeld.
Art. 48. Le recours est signé et comprend au minimum les informations suivantes :
1° les nom, prénom et adresse du requérant;
2° si le requérant est une personne morale, sa dénomination ou sa raison sociale, sa forme juridique, l'adresse du siÚge social ainsi que les nom, prénom, adresse et qualité de la personne mandatée pour introduire le recours;
3° les références, l'objet et la date de la décision attaquée;
4° l'intĂ©rĂȘt du requĂ©rant Ă  l'introduction du recours sauf si le recours est introduit par le fonctionnaire technique ou le fonctionnaire dĂ©lĂ©guĂ©;
5° les moyens développés à l'encontre de la décision attaquée;
6° la copie du rĂ©cĂ©pissĂ© du versement ou de l'avis de dĂ©bit visĂ© Ă  l'article 177 du dĂ©cret, sauf dans l'hypothĂšse oĂč le recours est introduit par le fonctionnaire technique ou le fonctionnaire dĂ©lĂ©guĂ© qui ont instruit le dossier en premiĂšre instance.
Art. 49. De in beroep bevoegde administratie Leefmilieu [2 zendt gelijktijdig een afschrift van het beroep aan de administratie Ruimtelijke Ordening en Stedenbouw en de technische ambtenaar]2 : (NOTA : de wijziging van art. 13, 1°, van BWG 2006-05-04/46 ; Inwerkingtreding : 05-06-2006 kan niet worden doorgevoerd in de Nederlandse teskt)
1° de overheid bevoegd om de unieke vergunning in eerste aanleg af te leveren;
2° (de Minister die voor de Enige Vergunningen bevoegd is);
3° het [1 gemeentecollege]1 van de gemeenten waar een openbaar onderzoek werd georganiseerd;
4° de technische ambtenaar en de gemachtigde ambtenaar die het dossier in eerste aanleg hebben behandeld en aan de exploitant, behalve wanneer zij de auteurs van het beroep zijn.
Art. 49. Simultanément à l'envoi de la copie du recours à l'Administration de l'Aménagement du territoire et de l'Urbanisme visé à l'article (95, § 2, alinéa 4), du décret, l'Administration de l'Environnement compétente sur recours [2 envoie]2 une copie de ce recours :
1° à l'autorité compétente pour délivrer le permis unique en premiÚre instance;
2° (au Ministre ayant les Permis uniques dans ses attributions); ;
3° au [1 collĂšge communal]1 des communes oĂč une enquĂȘte publique a Ă©tĂ© organisĂ©e;
4° au fonctionnaire technique et au fonctionnaire dĂ©lĂ©guĂ© qui ont instruit le dossier en premiĂšre instance, ainsi que l'exploitant, sauf dans l'hypothĂšse oĂč ils sont les auteurs du recours.
Art. 50. Na ontvangst van het afschrift van het beroep [2 zendt de overheid die bevoegd is om de unieke vergunning in eerste aanleg af te leveren de volgende stukken aan de]2 administraties Leefmilieu, Ruimtelijke Ordening en Stedenbouw :
1° het bewijs waarbij de aanplakking van de beslissing wordt bevestigd als de bevoegde overheid het [1 gemeentecollege]1 is;
2° het bewijs van de kennisgeving bedoeld in artikel 93, § 1, van het decreet en,
3° in voorkomend geval, elk advies dat volgt op het syntheserapport.
Na ontvangst van het afschrift van het beroep overeenkomstig artikel 49, 3°, bezorgt het [1 gemeentecollege]1 van elke gemeente op het grondgebied waarvan een openbaar onderzoek werd georganiseerd, ook aan de in beroep bevoegde administraties Leefmilieu, Ruimtelijke Ordening en Stedenbouw het bewijs waarbij de aanplakking van de beslissing in elke gemeente wordt bevestigd.
Art. 50. DÚs réception de la copie du recours, l'autorité compétente pour délivrer le permis unique en premiÚre instance, [2 envoie]2 aux Administrations de l'Environnement et de l'Aménagement du Territoire et de l'Urbanisme compétentes sur recours :
1° l'attestation certifiant l'affichage de la décision lorsque l'autorité compétente est le [1 collÚge communal]1;
2° la preuve de la notification visée à l'article 93, § 1er du décret et,
3°le cas échéant, tout avis postérieur au rapport de synthÚse.
DĂšs rĂ©ception de la copie du recours conformĂ©ment Ă  l'article 49, 3°, le [1 collĂšge communal]1 de chaque commune sur le territoire de laquelle une enquĂȘte publique a Ă©tĂ© organisĂ©e [2 envoie]2 Ă©galement aux Administrations de l'Environnement et de l'AmĂ©nagement du Territoire et de l'Urbanisme compĂ©tentes sur recours l'attestation certifiant l'affichage de la dĂ©cision dans cette commune.
Art. 51. Het beroep wordt ter kennis gebracht van het publiek volgens de modaliteiten bedoeld in [1 artikel D. 29-22, § 2, van Boek 1 van het Milieuwetboek, met uitzondering van het vierde lid, 6°]1.
Art. 51. Le recours est porté à la connaissance du public selon les modalités prévues a l'[1 article D. 29-22, § 2, du Livre 1er du Code de l'Environnement, à l'exception de l'alinéa 4, 6°]1.
Art. 52. § 1. De in beroep bevoegde administraties Leefmilieu, Ruimtelijke Ordening en Stedenbouw raadplegen de besturen en overheden waarvan zij het advies nuttig achten. Die instanties sturen hen hun advies [1 volgens de in artikel 176 van het decreet bedoelde formaliteiten]1 :
1° twintig dagen, te rekenen van de datum van aanhangigmaking, als het beroep betrekking heeft op een inrichting van klasse 2;
2° veertig dagen, te rekenen van de datum van aanhangigmaking, als het beroep betrekking heeft op een inrichting van klasse 1.
§ 2. De minimale inhoud van de adviezen vereist voor de behandeling van het beroep is dezelfde als die bedoeld in artikel 18.
Art. 52. § 1er. Les Administrations de l'Environnement et de l'Aménagement du Territoire et de l'Urbanisme compétentes sur recours sollicitent l'avis des administrations et autorités qu'elles jugent nécessaires de consulter. Celles-ci leur envoient leur avis [1 selon les formalités prévues par l'article 176 du décret]1 dans un délai de :
1° vingt jours à dater de leur saisine si le recours concerne un établissement de classe 2;
2° quarante jours à dater de leur saisine si le recours concerne un établissement de classe 1.
§ 2. Le contenu minimum des avis requis lors de l'instruction du recours est identique à celui défini à l'article 18.
Art. 53. Het syntheserapport bedoeld in artikel 95, § 3, van het decreet bedoelde gaat vergezeld van een voorstel van gemotiveerde beslissing van de technische ambtenaar en van de gemachtigde ambtenaar op grond van de ingewonnen adviezen.
Art. 53. Le rapport de synthÚse visé à l'article 95, § 3, du décret comprend une proposition de décision motivée du fonctionnaire technique et du fonctionnaire délégué au regard des avis recueillis.
Art. 54. Wanneer (de Minister die voor de Enige Vergunningen bevoegd is) zijn besluit verstuurt naar de aanvrager bedoeld in artikel (95, § 7), van het decreet, maakt hij tegelijkertijd een afschrift daarvan over aan :
1° de overheid die bevoegd is om de unieke vergunning in eerste aanleg af te leveren;
2° de exploitant als hij de aanvrager niet is;
3° de toezichthoudende ambtenaar;
[1 4° de S.P.G.E. als de aanvraag tot unieke vergunning een individueel zuiveringssysteem betreft in de zin van artikel R.233 van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt.]1
Art. 54. Simultanément à l'envoi de la décision au requérant visé à l'article (95, § 7), du décret, (le Ministre ayant les Permis uniques dans ses attributions) envoie une copie de sa décision :
1° à l'autorité compétente pour délivrer le permis unique en premiÚre instance;
2° à l'exploitant si celui-ci n'est pas le requérant;
3° au fonctionnaire chargé de la surveillance;
[1 4° à la S.P.G.E. si la demande de permis unique concerne un systÚme d'épuration individuelle au sens de l'article R.233 du Livre II du Code de l'Environnement contenant le Code de l'Eau.]1
Art. 55. De beslissing na beroep wordt ter kennis gebracht van het publiek volgens de modaliteiten bedoeld in [1 artikel D. 29-22, § 2, van Boek 1 van het Milieuwetboek]1.
Art. 55. La décision sur recours est portée à la connaissance du public selon les modalités prévues à l'[1 article D. 29-22, § 2, du Livre 1er du Code de l'Environnement]1.
Onderafdeling 7. - Bijhouden van de registers.
Sous-section 6. - Tenue des registres.
Art. 56. § 1. Het gemeentebestuur van elke gemeente op het grondgebied waarvan de inrichting gevestigd is, vermeldt de toekenning van de vergunning in zijn register [4 ,dat door de Minister van Leefmilieu vastgesteld is,]4 binnen de tien dagen na :
1° hetzij de besluitvorming door het [1 gemeentecollege]1;
2° hetzij de inontvangstneming van het besluit door het [1 gemeentecollege]1;
3° hetzij de verstrijkdatum van de termijn bedoeld in artikel 93 van het decreet, als het syntheserapport is verstuurd overeenkomstig artikel 92 van het decreet en als het een gunstig advies van de technische ambtenaar (en van de afgevaardigde ambtenaar) en, in voorkomend geval, bijzondere voorwaarden bevat.
De technische ambtenaar vermeldt de toekenning van de vergunning in zijn register [4 ,dat door de Minister van Leefmilieu vastgesteld is,]4 binnen de tien dagen na :
1° hetzij de besluitvorming als de gemachtigde ambtenaar en de technische ambtenaar de bevoegde overheid zijn;
2° hetzij de inontvangstneming van de door het [1 gemeentecollege]1 genomen beslissing;
3° hetzij de verstrijkdatum van de termijn bedoeld in artikel 93 van het decreet, als het syntheserapport verstuurd werd overeenkomstig artikel 92 van het decreet.
§ 2. Als de vergunning wordt toegekend (op beroep) [2 of als ze door de Regering wordt toegekend voor handelingen en werken waarvoor er dringende redenen van algemeen belang bestaan]2, vermelden het gemeentebestuur van elke gemeente op het grondgebied waarvan de inrichting gevestigd is en de technische ambtenaar de toekenning van de vergunning in hun register binnen tien dagen :
1° na ontvangst van het besluit dat de Regering overeenkomstig artikel 95, § 6, van het decreet [3 of artikel D.IV.50 van het Wetboek]3 heeft verstuurd;
2° bij gebrek aan verzending overeenkomstig artikel (95, § 7), van het decreet, met ingang van de verstrijkdatum van de termijn waarover de Regering beschikt om haar besluit naar de aanvrager te sturen.
Art. 56. § 1er. L'administration communale de chaque commune sur le territoire de laquelle se trouve l'Ă©tablissement fait mention du permis octroyĂ© dans son registre [4 arrĂȘtĂ© par le Ministre de l'Environnement]4 dans les dix jours qui suivent :
1° soit la prise de décision par le [1 collÚge communal]1;
2° soit la réception par le [1 collÚge communal]1 de la décision;
3° soit l'expiration du délai visé à l'article 93 du décret, si le rapport de synthÚse a été envoyé conformément à l'article 92 du décret et s'il comporte un avis favorable du fonctionnaire technique (et du fonctionnaire délégué) et, le cas échéant, des conditions particuliÚres.
Le fonctionnaire technique fait mention du permis octroyĂ© dans son registre[4 arrĂȘtĂ© par le Ministre de l'Environnement]4 dans les dix jours qui suivent :
1° soit la prise de décision si le fonctionnaire délégué et le fonctionnaire technique sont l'autorité compétente;
2° soit la réception de la décision prise par le [1 collÚge communal]1;
3° soit l'expiration du délai visé à l'article 93 du décret, si le rapport de synthÚse a été envoyé conformément à l'article 92 du décret.
§ 2. Lorsque le permis est octroyĂ© (sur recours) [2 ou lorsqu'il est octroyĂ© par le Gouvernement pour des actes et travaux pour lesquels il existe des motifs impĂ©rieux d'intĂ©rĂȘt gĂ©nĂ©ral]2, l'administration communale de chaque commune sur le territoire de laquelle se trouve l'Ă©tablissement et le fonctionnaire technique font mention du permis octroyĂ© dans leur registre dans les dix jours :
1° à dater de la réception de la décision envoyée par le Gouvernement conformément à l'article (95, § 7), du décret [3 ou à l'article D.IV.50 du CoDT]3;
2° à défaut d'envoi conformément à l'article (95, § 7), du décret, à dater de l'expiration du délai imparti au Gouvernement pour envoyer sa décision au requérant.
Art. 57. In de registers van de technische ambtenaar en van het gemeentebestuur van elke gemeente op het grondgebied waarvan de inrichting gevestigd is, worden de volgende gegevens vermeld :
1° de datum van het besluit;
2° de referenties van het besluit ( : naam van de gemeente gevolgd door een dossiernummer : );
3° de naam, voornaam, hoedanigheid en woonplaats van de vergunninghouder;
4° het soort inrichting, met het nummer en de bewoording van de bedoelde rubriek(en);
5° de lokalisatie van de inrichting en het adres van de exploitatiezetel;
6° de datum waarop het besluit van kracht wordt en de geldigheidsduur van de vergunning.
Art. 57. Dans les registres du fonctionnaire technique et de l'administration communale de chaque commune sur le territoire de laquelle se trouve l'établissement sont mentionnées les informations suivantes :
1° la date de la décision;
2° les références de la décision ( : nom de la commune suivi d'un numéro de dossier : );
3° les nom, prénom, qualité et domicile du titulaire du permis;
4° la nature de l'établissement avec le numéro et le libellé de la ou des rubriques concernées;
5° la localisation de l'établissement avec l'adresse du siÚge de l'exploitation;
6° la date à laquelle la décision est exécutoire et la durée de validité du permis.
Art. 58. Het gemeentebestuur van elke gemeente op het grondgebied waarvan de inrichting gevestigd is en de technische ambtenaar houden het register van de unieke vergunningen bij en vermelden er :
1° de besluiten tot wijziging van de exploitatievoorwaarden, de besluiten tot schorsing of intrekking van de vergunningen;
2° de beroepen ingesteld tegen de besluiten bedoeld in artikel 56, § 1, en het al dan niet schorsende karakter ervan (en hun beslissingen);
3° de beroepen ingesteld tegen de besluiten bedoeld in 1° (en hun beslissingen);
4° de overdrachten van vergunning.
Art. 58. L'administration communale de chaque commune sur le territoire de laquelle se trouve l'établissement et le fonctionnaire technique tiennent à jour le registre des permis uniques en mentionnant :
1° les décisions de modification des conditions d'exploitation, les décisions de suspension ou de retrait des permis;
2° les recours introduits contre les décisions visées à l'article 56, § 1er, et leur caractÚre suspensif ou non (et leurs décisions);
3° les recours introduits contre les décisions visées au 1° (et leurs décisions);
4° les cessions de permis.
Afdeling 3. [1 Aanvullende bepalingen betreffende de inrichtingen bedoeld in het samenwerkingsakkoord ]1
Section 3. [1 Dispositions complémentaires relatives aux établissements visés par l'accord de coopération ]1
Onderafdeling 1. - Algemeen.
Sous-section 1. - Généralités.
Art. 59. [1 § 1. Deze afdeling is van toepassing op de in artikel 1, § 3, bedoelde inrichtingen.
§ 2. Deze afdeling is niet van toepassing op:
1° militaire inrichtingen, installaties of opslagplaatsen;
2° gevaren inherent aan ioniserende straling afkomstig van stoffen;
3° het vervoer van gevaarlijke stoffen en de tijdelijke opslag die er rechtstreeks mee verbonden is, via de weg, het spoor, de binnenwateren, zeewateren of de lucht, met inbegrip van laad- en losactiviteiten en de overbrenging naar of van een andere tak van vervoer in havens, op kaden of in spoorwegemplacementen, buiten de door deze afdeling bedoelde inrichtingen;
4° het vervoer van gevaarlijke stoffen via pijpleidingen, met inbegrip van pompstations, buiten de onder deze afdeling vallende inrichtingen;
5° de exploitatie, namelijk de prospectie, de winning en de verwerking, van delfstoffen in mijnen en groeven of d.m.v. boringen;
6° de offshore-prospectie en exploitatie van minerale stoffen, met inbegrip van koolwaterstoffen;
7° de opslag van gas op ondergrondse offshore-locaties, of het nu gaat om locaties die gereserveerd zijn voor opslag of om locaties waar de prospectie en exploitatie van minerale stoffen, met inbegrip van koolwaterstoffen, plaatsvindt;
8° de stortplaatsen voor afval, met inbegrip van ondergrondse opslag van afval.
§ 3. In afwijking van paragraaf 2, 5° en 8°, vallen onder het toepassingsgebied van deze afdeling:
1° de ondergrondse gasopslag op het vasteland in natuurlijke lagen, waterhoudende lagen, zoutholten en verlaten mijnen;
2° de chemische en thermische verwerkingsactiviteiten en de opslag in verband met deze verrichtingen waarbij gevaarlijke stoffen aanwezig zijn;
3° de actieve installaties voor de verwijdering van afvalgesteente, met inbegrip van bezinkingsbekkens van steriele gesteenten, die gevaarlijke stoffen bevatten]1
.
Art. 59. [1 . § 1er. Cette section s'applique aux établissements visés à l'article 1er, § 3.
§ 2. La présente section ne s'applique pas :
1° aux établissements, installations ou aires de stockage militaires;
2° aux dangers liés aux rayonnements ionisants provenant de substances;
3° au transport de substances dangereuses et le stockage temporaire intermédiaire qui y est directement lié par route, rail, voies navigables intérieures et maritimes ou par air, y compris les activités de chargement et de déchargement et le transfert vers et à partir d'un autre mode de transport aux quais de chargement, aux quais ou aux gares ferroviaires de triage, à l'extérieur des établissements visés par la présente section;
4° au transport de substances dangereuses par pipelines, y compris les stations de pompage, à l'extérieur des établissements visés par la présente section;
5° à l'exploitation, à savoir la prospection, l'extraction et le traitement, des matiÚres minérales dans les mines et les carriÚres, y compris au moyen de forages;
6° aux activités de prospection et d'exploitation offshore de matiÚres minérales, y compris d'hydrocarbures;
7° au stockage de gaz sur des sites offshore souterrains, qu'il s'agisse de sites réservés au stockage ou de sites dans lesquels la prospection et l'exploitation de matiÚres minérales, y compris d'hydrocarbures, ont également lieu;
8° aux décharges de déchets, y compris le stockage souterrain de déchets.
§ 3. Par dérogation au paragraphe 2, 5° et 8°, relÚvent du champ d'application de la présente section :
1° le stockage de gaz souterrain à terre dans les strates naturelles, en aquifÚres, en cavités salines et dans des mines désaffectées;
2° les opérations de traitement chimique et thermique ainsi que le stockage lié à ces opérations qui entraßnent la présence de substances dangereuses;
3° les installations en activité d'élimination des stériles, y compris les bassins de décantation des stériles, qui contiennent des substances dangereuses ]1
.
Art. 60.
Art. 60.
Onderafdeling 2. - Stukken te voegen bij de aanvraag om milieuvergunning of om unieke vergunning.
Sous-section 2. - Documents Ă  joindre Ă  la demande de permis d'environnement et de permis unique.
Art. 61. § 1. Onverminderd de gegevens en stukken vereist krachtens andere wettelijke, decretale of reglementaire bepalingen, gaat de aanvraag om milieuvergunning of om unieke vergunning voor een [1 lagedrempelinrichting]1, vergezeld van een nota met de identificatie van de gevaren waarvan de structuur en de minimale inhoud [1 vastgesteld worden door de Minister van Leefmilieu ]1.
§ 2. Onverminderd de gegevens en stukken vereist bij andere wettelijke, decretale of reglementaire bepalingen, gaat de aanvraag om milieuvergunning of om unieke vergunning voor een [1 hogedrempelinrichting]1 bij het besluit van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een effectonderzoek onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten, vergezeld van een veiligheidsstudie die :
1° aantoont dat de gevaren voor zware ongevallen opgespoord zijn en dat de nodige maatregelen worden getroffen om ze te voorkomen en de gevolgen ervan voor mens en leefmilieu te beperken;
2° aantoont dat het ontwerp, de bouw, de exploitatie en het onderhoud van elke installatie, opslagplaats, uitrusting en infrastructuur vereist voor de werking van de inrichting waar gevaar voor zware ongevallen schuilt, voldoende veiligheid en betrouwbaarheid bieden;
3° (bevat voldoende informatie over de vestiging en het bestaan van activiteiten of installaties rondom de inrichting en vermeldt de naam van de bevoegde instanties die aan de studie hebben meegewerkt. De structuur en de minimale inhoud van de veiligheidsstudie bedoeld in het vorige lid [1 worden vastgesteld door de Minister van Leefmilieu]1.)
§ 3. De identificatienota en de veiligheidsstudie houden rekening met de nieuwe technische kennis op het vlak van de veiligheid en de evolutie van de risico's.
§ 4. De aanvraag om milieuvergunning of om unieke vergunning die betrekking heeft op de verbouwing of de uitbreiding van een inrichting, gaat vergezeld van een identificatienota of een veiligheidsstudie of, hoe dan ook, van een document ter wijziging of bijwerking van de nota of de studie als :
1° [1 de verbouwing of de uitbreiding ernstige gevolgen kan hebben wat betreft de gevaren voor zware ongevallen of]1;
2° [1 de verbouwing of de uitbreiding de hoeveelheid aanwezige gevaarlijke stoffen aanzienlijk verhoogt of]1;
3° [1 de verbouwing of de uitbreiding de aard of de fysische vorm van de aanwezige gevaarlijke stoffen aanwezige duidelijk wijzigt;]1.
4 ° [1 de verbouwing of de uitbreiding de processen die de gevaarlijke stoffen uitvoert, duidelijk wijzigt.]1
De identificatienota en de veiligheidsstudie gaan vergezeld van een bijwerking van de plannen en beschrijvingen betreffende de inrichting.
[1 De criteria voor de bepaling van de begrippen "belangrijke implicatie, aanzienlijke verhoging en wijziging" worden door de Minister van Leefmilieu vastgesteld]1.
Art. 61. § 1er. Sans prĂ©judice des indications et documents requis par d'autres dispositions lĂ©gales, dĂ©crĂ©tales ou rĂ©glementaires, la demande de permis d'environnement et de permis unique qui porte sur un [1 Ă©tablissement seuil bas]1 comprend une notice d'identification des dangers dont la structure et le contenu minimal [1 sont arrĂȘtĂ©s par le Ministre de l'Environnement]1.
§ 2. Sans préjudice des indications et documents requis par d'autres dispositions légales, décrétales ou réglementaires, la demande de permis d'environnement et de permis unique qui porte sur un [1 établissement seuil haut ]1 comprend une étude de sûreté qui :
1° démontre que les dangers d'accidents majeurs ont été identifiés et que les mesures nécessaires pour les prévenir et pour limiter les conséquences de tels accidents pour l'homme et l'environnement ont été prises;
2° démontre que la conception, la construction, l'exploitation et l'entretien de toute installation, aire de stockage, équipement et infrastructure liés à son fonctionnement, ayant un rapport avec les dangers d'accidents majeurs au sein de l'établissement, présentent une sécurité et une fiabilité suffisantes;
3° (contient une information suffisante sur l'implantation et l'existence d'activitĂ©s ou d'amĂ©nagement autour de l'Ă©tablissement et indique le nom des organismes compĂ©tents ayant participĂ© Ă  l'Ă©tablissement de l'Ă©tude. La structure et le contenu minimal de l'Ă©tude de sĂ»retĂ© visĂ©e a l'alinĂ©a prĂ©cĂ©dent [1 sont arrĂȘtĂ©s par le Ministre de l'Environnement ]1.
§ 3. La notice d'identification des dangers et l'étude de sûreté tiennent compte des nouvelles connaissances techniques relatives à la sécurité ainsi qu'à l'évolution des risques.
§ 4. La demande de permis d'environnement ou de permis unique qui porte sur la transformation ou l'extension d'un établissement comprend pareille notice d'identification des dangers ou étude de sûreté ou, à tout le moins, un document qui modifie et actualise la notice ou l'étude initiale si :
1° [1 la transformation ou l'extension peut avoir des implications importantes sur le plan des dangers liés aux accidents majeurs ou]1;
2° [1 la transformation ou l'extension entraßne une augmentation significative de la quantité de la ou des substances dangereuses présentes;]1;
3° [1 la transformation ou l'extension entraßne une modification significative de la nature ou de la forme physique de la ou des substances dangereuses présentes;]1
4° [1 la transformation ou l'extension entraßne une modification des procédés qui mettent en oeuvre la ou les substances dangereuses.]1.
La notice d'identification des dangers et l'étude de sûreté comportent une actualisation des plans et descriptions relatif à l'établissement.
[1 Les critĂšres permettant de dĂ©terminer les notions d'implication importante, d'augmentation et de modification significatives, et de modification des procĂ©dĂ©s sont arrĂȘtĂ©s par le Ministre de l'Environnement]1.
Onderafdeling 3. - Behandeling en afgifte van de milieuvergunning en de unieke vergunning.
Sous-section 3. - Instruction et délivrance du permis d'environnement et du permis unique.
Art. 62. Elke aanvraag tot milieuvergunning of eenmalige vergunning die betrekking heeft op een inrichting [2 ...]2 en die vergezeld moet gaan van een nota betreffende de identificatie van de gevaren of van een veiligheidsstudie overeenkomstig artikel 61 wordt [2 voor advies overgelegd aan de Directie Industriële, Geologische en Mijnrisico's en aan de gewestelijke brandweerdienst]2.
[2 ...]2
Art. 62. Toute demande de permis d'environnement ou demande de permis unique qui porte sur un Ă©tablissement [2 ...]2 et qui doit ĂȘtre accompagnĂ©e d'une notice d'identification des dangers ou d'une Ă©tude de sĂ»retĂ© en application de l'article 61 est soumise [2 pour avis Ă  la Direction des Risques Industriels GĂ©ologiques et Miniers, et au Service rĂ©gional d'incendi]2.
[2 ...]2
Art. 63. § 1. Onverminderd de stukken vereist krachtens andere wettelijke, decretale of reglementaire bepalingen, is de identificatienota of de veiligheidsstudie onderworpen aan de modaliteiten van het openbaar onderzoek bedoeld in dit besluit.
§ 2. In afwijking van elke andere andersluidende reglementaire bepaling, blijft de aanvraag om milieuvergunning of unieke vergunning onderworpen aan een openbaar onderzoek als de aangevraagde uitbreiding of verbouwing tot gevolg heeft dat de inrichting onder het toepassingsgebied valt van deze afdeling of, in de gevallen bedoeld in artikel 61, § 4, van dit besluit.
Art. 63. § 1er. Sans prĂ©judice des documents prĂ©vus par d'autres dispositions lĂ©gales, dĂ©crĂ©tales ou rĂ©glementaires, la notice d'identification des dangers ou l'Ă©tude de sĂ»retĂ©, est soumise aux modalitĂ©s de l'enquĂȘte publique telles que dĂ©finies par le prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
§ 2. Par dĂ©rogation Ă  toute autre disposition rĂ©glementaire contraire, la demande de permis d'environnement et de permis unique est toujours soumise Ă  enquĂȘte publique lorsque l'extension ou la transformation demandĂ©e aura pour effet que l'Ă©tablissement tombe sous l'application de la prĂ©sente Section ou dans les cas visĂ©s Ă  l'article 61, § 4, du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 64. De overheid bevoegd om de milieuvergunning of de unieke vergunning in eerste aanleg of na beroep af te geven motiveert haar beslissing onder meer op grond van de gegevens vermeld in de identificatienota of de veiligheidsstudie, van het advies van elke geraadpleegde overheid en van de bijkomende gegevens die eventueel aan de exploitant werden gevraagd.
Art. 64. L'autorité compétente pour délivrer le permis d'environnement et le permis unique en premiÚre instance ou sur recours, motive sa décision notamment au regard des indications qui figurent dans la notice d'identification des dangers ou l'étude de sûreté ainsi qu'au regard des avis émis par toutes les instances consultées et des informations complémentaires éventuellement demandées à l'exploitant.
Onderafdeling 4. - Toezicht en administratieve maatregelen.
Sous-section 4. - Surveillance et mesures administratives.
Art. 65. § 1. Als de door de exploitant genomen maatregelen om zware ongevallen te voorkomen en de gevolgen ervan voor de mens en het leefmilieu te beperken duidelijk onvoldoende zijn, wordt de milieuvergunning of de unieke vergunning opgeschort of, in voorkomend geval, ingetrokken door de overheid die bevoegd is om ze in eerste aanleg af te geven, onverminderd elke andere straf of maatregel bedoeld in andere wettelijke, decretale of reglementaire bepalingen.
In voorkomend geval wordt de in het vorige lid bedoelde opschorting of intrekking slechts gedeeltelijk uitgevoerd of betreft ze slechts een gedeelte van de inrichting of van de installatie bedoeld in deze afdeling.
Vooraleer een beslissing te nemen op grond van de vorige leden, geeft de overheid die bevoegd is om de milieuvergunning en de unieke vergunning in eerste aanleg af te geven, de exploitant de mogelijkheid om zijn opmerkingen mondeling of schriftelijk te formuleren binnen een redelijke termijn, overeenkomstig de artikelen de 96 tot 97.
§ 2. De exploitant kan bij de Regering een beroep instellen tegen de krachtens § 1 genomen besluiten tot opschorting of intrekking van de vergunning. In afwijking van elke andere andersluidende bepaling, heeft dat beroep geen schorsende kracht. Het beroep wordt ingesteld overeenkomstig Hoofdstuk IV van het decreet.
Art. 65. § 1er. Sans préjudice de toute autre sanction ou mesure prévue par d'autres dispositions légales, décrétales ou réglementaires, quand les mesures prises par l'exploitant pour prévenir les accidents majeurs et en limiter les conséquences pour l'homme et l'environnement sont nettement insuffisantes, l'autorité compétente pour délivrer le permis d'environnement et le permis unique en premiÚre instance suspend ou, le cas échéant, retire celui-ci.
Le cas Ă©chĂ©ant, la suspension ou le retrait visĂ© Ă  l'alinĂ©a prĂ©cĂ©dent peuvent revĂȘtir un caractĂšre partiel et ne porter que sur une partie de l'Ă©tablissement ou de l'installation visĂ© par la prĂ©sente Section.
Avant de prendre une décision sur la base des alinéas précédents, l'autorité compétente pour délivrer le permis d'environnement et le permis unique en premiÚre instance donne à l'exploitant la possibilité de faire valoir dans des délais raisonnables, ses observations, oralement ou par écrit conformément aux articles 96 à 97.
§ 2. Un recours auprÚs du Gouvernement est ouvert à l'exploitant contre les décisions portant suspension ou retrait du permis prises en vertu du § 1er. Par dérogation à toute autre disposition réglementaire contraire, ce recours n'est pas suspensif. Ce recours est exercé conformément au Chapitre IV du décret.
Art. 66. § 1. Als de door de exploitant genomen maatregelen om zware ongevallen te voorkomen en om de gevolgen ervan voor de mens en het leefmilieu te beperken duidelijk onvoldoende zijn, bevelen de overheid (overheden), diensten of ambtenaren bevoegd voor het toezicht op de inrichting bedoeld in deze afdeling de stopzetting van de exploitatie van de inrichting of de installatie bedoeld in deze afdeling of van de opslagruimte of van een gedeelte daarvan, ongeacht of al dan niet een milieuvergunning of een unieke vergunning is afgegeven en onverminderd elke andere straf of maatregel opgelegd krachtens andere wettelijke, decretale of reglementaire bepalingen.
§ 2. De exploitant kan bij de Regering een beroep instellen tegen elke beslissing genomen overeenkomstig § 1. In afwijking van elke andere andersluidende reglementaire bepaling, heeft het beroep geen schorsende kracht. Het wordt ingesteld overeenkomstig de artikelen 98 tot 106.
Art. 66. § 1er. Sans préjudice de toute autre sanction ou mesure prévue par d'autres dispositions légales, décrétales ou réglementaires, et qu'un permis d'environnement et un permis unique ait ou non été délivré, quand les mesures prises par l'exploitant pour prévenir les accidents majeurs et en limiter les conséquences pour l'homme et l'environnement sont nettement insuffisantes, la ou les autorités, services ou fonctionnaires compétents en matiÚre de surveillance des établissements visés par la présente Section ordonnent la cessation de l'exploitation de l'établissement ou de l'installation visé par le présente Section ou de l'aire de stockage, ou d'une quelconque partie de ceux-ci.
§ 2. Un recours auprÚs du Gouvernement est ouvert à l'exploitant contre toute décision prise en vertu du § 1er. Par dérogation à toute autre disposition réglementaire contraire, ce recours n'est pas suspensif. Ce recours est exercé conformément aux articles 98 à 106.
Afdeling 4. - Aangiften.
Section 4. - Déclarations.
Onderafdeling I. - Procedure voor de aangifte van inrichtingen van klasse 3.
Sous-section 1. - Procédure de déclaration relative aux établissements de classe 3.
Art. 67. [1 De aangifte wordt opgemaakt d.m.v. het formulier vastgelegd door de Minister van Leefmilieu.
Met uitzondering van de toezending van de aangifte via de elektronische weg, wordt de aangifte in vier exemplaren opgemaakt.]1

Art. 67. [1 La dĂ©claration est Ă©tablie au moyen du formulaire arrĂȘtĂ© par le Ministre de l'Environnement.
A l'exception de l'envoi de la déclaration par voie électronique, la déclaration est établie en quatre exemplaires.]1

Art. 68. [1 Met uitzondering van de toezending van de aangifte via de elektronische weg, worden drie exemplaren van de aangifte overgemaakt aan de bevoegde overheid bedoeld in artikel 14, § 1, van het decreet.
De aangever bewaart een afschrift of een exemplaar van de aangifte op de bedrijfszetel of op elke andere plaats overeengekomen met de bevoegde overheid krachtens artikel 59 van het decreet.]1

Art. 68. [1 A l'exception de l'envoi de la déclaration par voie électronique, trois exemplaires de la déclaration sont adressés à l'autorité compétente visée à l'article 14, § 1er, du décret.
Le déclarant conserve une copie ou un exemplaire de sa déclaration sur les lieux de l'établissement ou à tout autre endroit convenu avec l'autorité compétente conformément à l'article 59 du décret.]1

Art. 69. Als de aangifte ontvankelijk is, wordt één exemplaar ervan met de vermelding " geregistreerd " door de bevoegde overheid of haar afgevaardigde aan de technische ambtenaar [1 en aan het gemeentecollege als ze geen deel uitmaken van de bevoegde overheid]1 en de gemachtigde ambtenaar overgemaakt binnen de termijn bedoeld in artikel 14, § 4, van het decreet. [2 Als de aangifte een individueel zuiveringssysteem betreft in de zin van artikel R.279 van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, richt de gemeente een afschrift van de aangifte met deze vermelding aan de S.P.G.E.]2
In voorkomend geval wijst de bevoegde overheid of haar afgevaardigde de technische ambtenaar [1 en aan het gemeentecollege als ze geen deel uitmaken van de bevoegde overheid]1 of de gemachtigde ambtenaar erop dat bijkomende exploitatievoorwaarden opgelegd worden.
In dat geval zendt ze hen een exemplaar van de voorwaarden terwijl ze haar beslissing naar de aangever verstuurt overeenkomstig artikel 14, § 5, van het decreet.
Art. 69. Si la déclaration est recevable, l'autorité compétente ou son délégué transmet au fonctionnaire technique [1 et au collÚge communal lorsqu'ils ne sont pas l'autorité compétente]1 et au fonctionnaire délégué, dans le délai prévu à l'article 14, § 4, du décret, un exemplaire de la déclaration sur lequel est ajoutée la mention " enregistrée ". [2 Si la déclaration concerne un systÚme d'épuration individuelle au sens de l'article R.279 du Livre II du Code de l'Environnement contenant le Code de l'Eau, la commune adresse une copie de la déclaration portant cette mention à la S.P.G.E.]2
Le cas échéant, l'autorité compétente ou son délégué indique au fonctionnaire technique [1 et au collÚge communal lorsqu'ils ne sont pas l'autorité compétente]1 et au fonctionnaire délégué que des conditions complémentaires d'exploitation sont requises.
Dans ce cas, elle leur envoie un exemplaire de ces conditions en mĂȘme temps qu'elle envoie sa dĂ©cision au dĂ©clarant conformĂ©ment a l'article 14, § 5, du dĂ©cret.
Art. 70. Als de aangifte niet-ontvankelijk is, maakt de bevoegde overheid of haar afgevaardigde binnen dezelfde termijn een exemplaar ervan over aan de technische ambtenaar [1 en aan het gemeentecollege als ze geen deel uitmaken van de bevoegde overheid]1 en de gemachtigde ambtenaar, met de vermelding " niet-ontvankelijk ". Ze voegt er een afschrift bij van de aan de aangever gezonden beslissing tot kennisgeving van de niet-ontvankelijkheid van de aangifte. [2 Als de aangifte een individueel zuiveringssysteem betreft in de zin van artikel R.279 van Boek II van het Milieuwetboek, dat het Waterwetboek inhoudt, richt de gemeente een afschrift van de aangifte met deze vermelding aan de S.P.G.E.]2
Art. 70. Si la dĂ©claration est irrecevable, l'autoritĂ© compĂ©tente ou son dĂ©lĂ©guĂ© transmet au fonctionnaire technique [1 et au collĂšge communal lorsqu'ils ne sont pas l'autoritĂ© compĂ©tente]1 et au fonctionnaire dĂ©lĂ©guĂ©, dans le mĂȘme dĂ©lai, un exemplaire de la dĂ©claration sur lequel est ajoutĂ©e la mention " non recevable " auquel elle joint une copie de la dĂ©cision notifiant l'irrecevabilitĂ© de la dĂ©claration envoyĂ©e au dĂ©clarant. [2 Si la dĂ©claration concerne un systĂšme d'Ă©puration individuelle au sens de l'article R.279 du Livre II du Code de l'Environnement contenant le Code de l'Eau, la commune adresse une copie de la dĂ©claration portant cette mention Ă  la S.P.G.E.]2
Art. 71. Zodra de technische ambtenaar de aangifte met de vermelding " geregistreerd " of " niet-ontvankelijk " in ontvangst neemt, [1 vermelden hij en het gemeentecollege ze in het aangifteregister]1.
Art. 71. DÚs réception de la déclaration comportant soit la mention " enregistrée ", soit la mention " non recevable ", le fonctionnaire technique [1 et le collÚge communal l'inscrivent dans leur registre]1 des déclarations.
Onderafdeling 2. - Modaliteiten voor het in artikel 41 van het decreet bedoelde beroep tegen eventuele bijkomende voorwaarden.
Sous-section 2. - Modalités du recours prévu à l'article 41 du décret contre les conditions complémentaires éventuelles.
Art. 72. Het beroep bedoeld in artikel 41 van het decreet wordt ingediend bij [3 de directeur-generaal van de Waalse Overheidsdienst Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu]3. [1 Daartoe wordt gebruik gemaakt van het formulier vastgelegd door de Minister van Leefmilieu.]1
Het beroep [1 ...]1 gaat vergezeld van een beknopt overzicht van de middelen aangevoerd tegen de beslissing waarbij bijkomende voorwaarden worden opgelegd. De aangever voegt er een afschrift van de beslissing bij, één van de aangifte en [2 een bewijs van de storting]2 betreffende het dossierrecht bedoeld in artikel 177 van het decreet.
Art. 72. Le recours visĂ© Ă  l'article 41 du dĂ©cret est envoyĂ© au [3 directeur gĂ©nĂ©ral du Service public de Wallonie Agriculture, Ressources naturelles et Environnement]3. [1 Il est Ă©tabli au moyen du formulaire arrĂȘtĂ© par le Ministre de l'Environnement.]1
Le recours [1 ...]1 comprend un exposé succinct des moyens développés à l'encontre de la décision prescrivant les conditions complémentaires. Le déclarant y joint une copie de cette décision, une copie de la déclaration et la [2 preuve du versement]2 du droit de dossier visé à l'article 177 du décret.
Art. 73. [1 Die instanties sturen hun advies volgens de formaliteiten bedoeld in artikel 176, § 1, van het decreet binnen acht dagen, te rekenen van de datum van aanhangigmaking.[2 ...]2.]1
Art. 73. [1 Celles-ci lui envoient leur avis selon les formalités visées à l'article 176, § 1er, du décret dans un délai de huit jours à dater de leur saisine.[2 ...]2.]1
Art. 73/1. [1 De in artikel 41 van het decreet bedoelde adviezen omvatten minstens:
1° de identificatie van de geraadpleegde instantie;
2° de referenties van het project;
3° de naam, voornaam en hoedanigheid van de auteur van het advies;
4° de beschrijving van de gevolgen van het project;
5° het onderzoek naar de geschiktheid van het project in het licht van de bevoegdheden van de geraadpleegde instantie;
6° in geval van een gunstig advies, de eventuele aanvullende voorwaarden die onder de bevoegdheid van de geraadpleegde instantie vallen en waaraan de bouw en de exploitatie van de inrichting onderworpen moeten worden;
7° in geval van ongunstig advies, de redenen die het rechtvaardigen ]1

Art. 73/1. [1 Les avis visés à l'article 41 du décret contiennent au minimum :
1° l'identification de l'instance consultée;
2° les références du projet;
3° les nom, prénom et qualité de l'auteur de l'avis;
4° la description des incidences du projet;
5° l'examen de l'opportunité du projet au regard des compétences de l'instance consultée;
6° en cas d'avis favorable, les Ă©ventuelles conditions complĂ©mentaires qui relĂšvent de la compĂ©tence de l'instance consultĂ©e, et auxquelles devrait ĂȘtre soumise l'exploitation de l'Ă©tablissement;
7° en cas d'avis défavorable, les motifs qui le justifient.]1

Art. 74. De in beroep bevoegde technische ambtenaar bezorgt de Minister van Leefmilieu zijn syntheserapport met de ingewonnen adviezen en een voorstel van beslissing binnen éénentwintig dagen, te rekenen van [1 de dag van ontvangst van het beroep]1.
Art. 74. Le fonctionnaire technique compétent sur recours remet au Ministre de l'Environnement son rapport de synthÚse comprenant les avis recueillis et une proposition de décision dans un délai de vingt et un jours à dater [1 du jour de la réception du recours]1.
Art. 75. De [2 directeur-generaal van de Waalse Overheidsdienst Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu]2 stuurt zijn beslissing naar de aanvrager binnen dertig dagen, te rekenen van [1 de dag van ontvangst van het beroep]1.
Tegelijkertijd stuurt de [2 directeur-generaal van de Waalse Overheidsdienst Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu]2 een afschrift van de beslissing aan :
1° de overheid die bevoegd is om de aangiften in ontvangst te nemen;
2° de toezichthoudende ambtenaar;
[1 3° de technisch ambtenaar en het gemeentecollege als ze geen deel uitmaken van de bevoegde overheid.]1
Art. 75. Le [2 directeur général du Service public de Wallonie Agriculture, Ressources naturelles et Environnement]2 envoie sa décision au requérant dans un délai de trente jours à dater [1 du jour de la réception du recours]1.
Simultanément à l'envoi de sa décision, le [2 directeur général du Service public de Wallonie Agriculture, Ressources naturelles et Environnement]2 envoie une copie de sa décision :
1° à l'autorité compétente pour recevoir les déclarations;
2° au fonctionnaire chargé de la surveillance;
[1 3° au fonctionnaire technique et au collÚge communal lorsqu'ils ne sont pas l'autorité compétente.]1
Onderafdeling 3. - Bijhouden van de aangifteregisters.
Sous-section 3. - Tenue des registres des déclarations.
Art. 76. Het model van het aangifteregister wordt opgemaakt overeenkomstig bijlage XIXbis bij dit besluit.
Het register bevat de volgende gegevens :
1° de aangiftedatum;
2° de referentie van het aangiftedossier : naam van de gemeente gevolgd door een dossiernummer;
3° het soort inrichting en het nummer en de bewoording van de rubriek waaronder ze vermeld staat;
4° het adres van de inrichting en/of de kadastrale percelen waarop ze gevestigd is;
5° de naam en het adres van de aangever;
6° in voorkomend geval, de bijkomende exploitatievoorwaarden opgelegd door de bevoegde overheid.
Art. 76. Le modĂšle du registre des dĂ©clarations est Ă©tabli conformĂ©ment Ă  l'annexe XIXbis du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Le registre est constitué des parties suivantes :
1° la date de la déclaration;
2° la référence du dossier de déclaration : nom de la commune suivi d'un numéro de dossier;
3° la nature de l'établissement avec le numéro et le libellé de la rubrique sous lequel l'établissement est repris;
4° l'adresse de l'établissement et/ou les numéros des parcelles cadastrales sur lesquelles il est situé;
5° le nom et l'adresse du déclarant;
6° le cas échéant, les conditions complémentaires d'exploitation prescrites par l'autorité compétente
Art. 77. Het gemeentebestuur en de technische ambtenaar houden het aangifteregister bij en vermelden er :
1° de wijzigingen van de bijkomende exploitatievoorwaarden;
2° de stopzettingen bedoeld in artikel 58, § 2, 4°, van het decreet;
3° elke exploitatieoverdracht bedoeld in artikel 60 van het decreet;
4° de schorsingen of elk exploitatieverbod opgelegd door de bevoegde overheid overeenkomstig artikel 72, § 2, van het decreet;
5° de gehele of gedeeltelijke stopzettingen van exploitatie bevolen door de burgemeester of de toezichthoudende ambtenaren overeenkomstig artikel 74, § 1, van het decreet;
6° de beslissingen na beroep bedoeld in artikel 41 (en 73) van het decreet.
Art. 77. L'administration communale et le fonctionnaire technique tiennent à jour le registre des déclarations en mentionnant :
1° les modifications des conditions complémentaires d'exploitation;
2° les cessations d'activité visées à l'article 58, § 2, 4°, du décret;
3° les cessions d'exploitation visées à l'article 60 du décret;
4° les suspensions et interdictions d'exploiter ordonnées par l'autorité compétente conformément à l'article 72, § 2, du décret;
5° les cessations totales ou partielles d'exploitation, ordonnées par le bourgmestre ou les fonctionnaires chargés de la surveillance conformément à l'article 74, § 1er, du décret;
6° Les décisions sur recours visées par l'article 41 (et 73) du décret.
Afdeling 5. - Zekerheid bedoeld in artikel 55 van het decreet.
Section 5. - Sûreté visée à l'article 55 du décret.
Onderafdeling 1. - Geval waarin de zekerheid hoe dan ook vereist wordt.
Sous-section 1. - Cas oĂč la sĂ»retĂ© est toujours exigĂ©e.
Art. 78. De exploitatie van centra voor technische ondergraving en groeven vereist het stellen van een zekerheid.
Art. 78. Une sûreté est constituée pour l'exploitation de centres d'enfouissement technique et de carriÚres.
Art. 79. [1 De zekerheid voor de exploitatie van een centrum voor technische ingraving dekt de kosten voor het herstel en de onderhoudsfases, het toezicht en de controle op de installatie gedurende de nabeheersperiode.
Het bedrag van de zekerheid voor het centrum voor technische ingraving wordt overeenkomstig artikel 82 door de bevoegde overheid bepaald na advies van de technisch ambtenaar.]1

Art. 79. [1 La sûreté pour l'exploitation d'un centre d'enfouissement technique couvre les frais afférents à la remise en état et aux phases de maintenance, de surveillance et de contrÎle de l'installation durant la période de post-gestion.
Le montant de la sûreté pour le centre d'enfouissement technique est fixé par l'autorité compétente sur avis du fonctionnaire technique, conformément à l'article 82.]1

Onderafdeling 2. - Modaliteiten voor het stellen van de zekerheid.
Sous-section 2. - Modalités de constitution de la sûreté.
Art. 80. § 1. De zekerheid wordt gesteld d.m.v. een borgtocht in contanten, overeenkomstig de desbetreffende wettelijke en reglementaire bepalingen.
De aanvrager levert het bewijs van de borgtocht, gesteld door hem zelf of een derde, d.m.v. een storting op het postrekeningnummer bij de Deposito- en consignatiekas of bij een kredietinstelling erkend door de Commissie voor het Bank- en Financiewezen, een verzekeringsmaatschappij erkend door de Controledienst voor de verzekeringen of elke andere instelling erkend door de technische ambtenaar.
Hij bezorgt de technische ambtenaar het bewijs van de storting bij de Deposito- en consignatiekas, de kredietinstelling, de verzekeringsmaatschappij of de door de technische ambtenaar erkende instelling.
Het stortingsbewijs, ondertekend door de deposant en de depositaris, vermeldt voor wie de borgtocht wordt gesteld, de exacte bestemming ervan, alsook de naam, de voornaam en het volledige adres van de aanvrager en, in voorkomend geval, van de derde die het deposito heeft verricht, met de vermelding " geldschieter " of " gemachtigde ", al naar gelang het geval.
De borgtocht wordt aangevuld als zij niet langer integraal gesteld is, met name als gevolg van inhoudingen van ambtswege.
§ 2. De in § 1 bedoelde borgtocht kan worden vervangen door een onafhankelijke en onherroepelijke garantie, invorderbaar op het eerste verzoek van de Regering en afgeleverd door een kredietinstelling erkend door de Deposito- en consignatiekas, een verzekeringsmaatschappij erkend door de Controledienst voor de verzekeringen of elke andere instelling erkend door de technische ambtenaar.
De waarborg en de aanvulling gaan vergezeld van de vermeldingen die vereist worden voor de borgtocht bedoeld in § 1.
[1 Wanneer de zekerheid voor een centrum voor technische ingraving wordt samengesteld in de vorm van één of meerdere bankgaranties, moet(en) ze aan de volgende voorwaarden voldoen :
- het gaat om een bankwaarborg op eerste verzoek ten gunste van de Waalse Regering waarbij de garant zich ertoe verbindt het gewaarborgde bedrag te volstorten binnen één maand na de aangetekende verzending per post van de aanvraag om volstorting van de waarborg door de Waalse Regering wegens gebrek aan uitvoering van de verplichtingen van de schuldenaar binnen één maand, met ingang van het vonnis van zijn faillietverklaring;
- de garant verklaart uitdrukkelijk afstand te doen van het voorrecht van uitwinning en verdeling, van de artikelen 2036, 2037 en 2039 van het Burgerlijk Wetboek en, in het algemeen, van elk voordeel en uitzondering die gerechtelijk voorzien zijn ten gunste van de garant, zowel tegen de schuldenaar als tegen de Waalse Regering;
- de uitvoering van de verplichtingen van de exploitant van het centrum voor technische ingraving inzake herstel en nabeheer overeenkomstig het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen, het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning en de algemene en sectorale voorwaarden worden er onvoorwaardelijk in gewaarborgd.]1

§ 3. Het bedrag van de borgtocht of de waarborg wordt bepaald en eventueel door de technische ambtenaar aangepast overeenkomstig artikel 82. [1 Deze bepaling is niet van toepassing op de zekerheden betreffende de centra voor technische ingraving.]1
Art. 80. § 1er. La sûreté est procurée sous la forme d'un cautionnement constitué en numéraire conformément aux dispositions légales et réglementaires en la matiÚre.
Le demandeur justifie de la constitution du cautionnement, par lui-mĂȘme ou par un tiers, par versement au numĂ©ro de compte-chĂšque postal Ă  la Caisse des dĂ©pĂŽts et consignations ou par un versement auprĂšs d'un Ă©tablissement de crĂ©dit agréé par la Commission bancaire et financiĂšre, d'une compagnie d'assurances agréée par l'Office de contrĂŽle des assurances ou de tout autre organisme agréé par le fonctionnaire technique.
Cette justification est donnée par la production au fonctionnaire technique, du récépissé de dépÎt à la Caisse des dépÎts et consignation, de l'établissement de crédit, de la compagnie d'assurances ou de l'organisme agréé par le fonctionnaire technique.
Ce récépissé, signé par le déposant et le dépositaire, indique au profit de qui le cautionnement est constitué, son affectation précise ainsi que les nom, prénom et adresse complÚte du demandeur et, le cas échéant, du tiers qui a effectué le dépÎt pour compte avec la mention " bailleur de fonds " ou " mandataire " suivant le cas.
Le cautionnement est reconstituĂ© lorsqu'il cesse d'ĂȘtre intĂ©gralement constituĂ© notamment Ă  la suite de prĂ©lĂšvements d'office.
§ 2. Le cautionnement visĂ© au § 1er peut ĂȘtre remplacĂ© par une garantie indĂ©pendante et irrĂ©vocable, appelable Ă  premiĂšre demande du Gouvernement, procurĂ©e par un Ă©tablissement de crĂ©dit agréé par la Commission bancaire et financiĂšre, une compagnie d'assurances agréée par l'Office de contrĂŽle des assurances ou tout autre organisme agréé par le fonctionnaire technique.
La garantie et la reconstitution contiennent les mentions exigées pour le cautionnement visé au § 1er.
[1 Lorsque la sûreté pour un centre d'enfouissement technique est constituée sous la forme d'une ou de plusieurs garanties bancaires, elle(s) répond(ent) aux conditions suivantes :
- il s'agit d'une garantie bancaire à premiÚre demande au bénéfice du Gouvernement wallon, le garant s'engageant à libérer le montant garanti dans un délai d'un mois à dater de l'envoi par courrier recommandé à la poste de la demande de libération de la garantie par le Gouvernement wallon pour défaut d'exécution des obligations du débiteur dans un délai d'un mois à dater du jugement déclaratif de faillite du débiteur;
- le garant y déclare expressément renoncer au bénéfice de discussion et de division, au bénéfice des articles 2036, 2037 et 2039 du code civil et, en général, au bénéfice de tout avantage et exception juridiquement prévus en faveur du garant à l'encontre tant du débiteur que du Gouvernement wallon;
- l'exécution des obligations de l'exploitant du centre d'enfouissement technique en matiÚre de remise en état et de post-gestion découlant du décret du 27 juin 1996 relatif aux déchets, du décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement et des conditions générales et sectorielles, y sont garanties de façon inconditionnelle.]1

§ 3. Le montant du cautionnement ou de la garantie est fixé et éventuellement adapté par le fonctionnaire technique conformément à l'article 82. [1 Cette disposition ne s'applique pas aux sûretés concernant les centres d'enfouissement technique.]1
Art. 81. De milieuvergunning en de unieke vergunning zijn pas uitvoerbaar vanaf de dag waarop de technische ambtenaar [1 volgens de in artikel 176 van het decreet bedoelde formaliteiten]1 aan de aanvrager erkent dat een zekerheid of een gedeelte ervan als ze in tranches opgedeeld is, regelmatig gesteld werd overeenkomstig bovenbedoelde modaliteiten.
Art. 81. Le permis d'environnement et le permis unique n'est exĂ©cutoire qu'Ă  dater du jour oĂč le fonctionnaire technique reconnaĂźt [1 selon les formalitĂ©s prĂ©vues par l'article 176 du dĂ©cret]1 adressĂ©e au demandeur, qu'une sĂ»retĂ© conforme aux modalitĂ©s indiquĂ©es ci-dessus ou une partie de sĂ»retĂ© lorsque celle-ci est fractionnĂ©e, a Ă©tĂ© rĂ©guliĂšrement constituĂ©e.
Art. 82. § 1. De milieuvergunning en de unieke vergunning voor de exploitatie van groeven of centra voor technische ondergraving vermelden de geraamde kostprijs van de herstelwerken en, wat de centra voor technische ondergraving betreft, de kosten voor het onderhoud, de controle en het toezicht op de installaties gedurende een bepaalde periode.
Die kosten worden jaarlijks geĂŻndexeerd overeenkomstig de modaliteiten bedoeld in de besluiten van de Waalse Regering tot bepaling van de sectorale voorwaarden voor bedoelde projecten.
§ 2. De milieuvergunning en de unieke vergunning vermelden het bedrag van de vóór de aanvang van de werken te stellen zekerheid op grond van de geraamde kostprijs van de herstelwerken en, wat de centra voor technische ondergraving betreft, op grond van de kostprijs van het nabeheer.
§ 3. Het bedrag van de zekerheid wordt jaarlijks aangepast, behalve dat van de zekerheid gesteld na aanvang van de werken.
Het bedrag van de zekerheid voor de exploitatie van groeven wordt aangepast overeenkomstig artikel 26 van het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 31 mei 1990 houdende uitvoering van het decreet van 27 oktober 1988 op de groeven.
§ 4. Tegen de krachtens dit artikel genomen beslissingen kan een beroep bij de Regering ingesteld worden overeenkomstig de artikelen 85 en volgende.
Art. 82. § 1er. Le permis d'environnement et le permis unique portant sur l'exploitation de carriÚres ou de centres d'enfouissement technique fixe le coût estimé des travaux de remise en état et, pour les centres d'enfouissement technique, des frais afférents à la période de maintenance, de surveillance et de contrÎle des installations.
Ce coĂ»t est indexĂ© chaque annĂ©e selon les modalitĂ©s insĂ©rĂ©es dans les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement wallon dĂ©terminant les conditions sectorielles des projets concernĂ©s.
§ 2. Le permis d'environnement et le permis unique fixe le montant de la sûreté à constituer avant le début des travaux sur la base du coût estimé de remise en état et, pour les centres d'enfouissement technique, de post-gestion.
§ 3. Le montant de la sûreté est ajusté chaque année, sauf celle qui suit le début des travaux.
Le montant de la sĂ»retĂ© pour l'exploitation de carriĂšres est ajustĂ© conformĂ©ment l'article 26 de l'arrĂȘtĂ© de l'ExĂ©cutif rĂ©gional wallon du 31 mai 1990 portant exĂ©cution du dĂ©cret du 27 octobre 1988 sur les carriĂšres.
§ 4. Les décisions prises en vertu du présent article sont susceptibles d'un recours auprÚs du Gouvernement conformément aux articles 85 et suivants.
Onderafdeling 3. - Modaliteiten voor de vrijgave van de zekerheid.
Sous-section 3. - Modalités de libération de la sûreté.
Art. 83. § 1. De vaststelling van herstel bedoeld in artikel 55, § 5 [1 en in geval van een centrum voor technische ingraving, artikel 55, § 6bis, tweede en derde lid]1, van het decreet of de beslissing van de Regering waarbij ze zich over het beroep uitspreekt en het herstel vaststelt, geeft aanleiding tot de vrijgave van de zekerheid ten gunste van de exploitant of van het deel ervan betreffende het herstel van de site of van bepaalde sectoren.
§ 2. De aanvraag om vrijgave [1 ingediend door de exploitant]1 gaat vergezeld van de vaststelling van het herstel, zonder voorbehoud opgemaakt door de technische ambtenaar of, bij gebrek aan vaststelling binnen de termijn bedoeld in artikel 55, § 5 [1 of in artikel 55, § 6bis, tweede en derde lid]1, van het decreet, een afschrift van de aanvraag om vaststelling. De aanvraag om vrijgave wordt al naar gelang het geval aan de Deposito- en consignatiekas, de kredietinstelling, verzekeringsmaatschappij of de door de technische ambtenaar erkende instelling gericht binnen een termijn van één maand, te rekenen van de datum van de vaststelling van het herstel of, bij gebreke daarvan, van de verstrijkdatum van een termijn van zestig dagen, te rekenen van de datum van de aanvraag tot vaststelling.
De aanvraag om vrijgave wordt dezelfde dag [2 volgens de in artikel 176 van het decreet bedoelde formaliteiten]2 ter kennis gebracht van de technische ambtenaar, op straffe van nietigheid. Een afschrift van die kennisgeving wordt overgemaakt aan de Deposito- en consignatiekas, de kredietinstelling, de verzekeringsmaatschappij of de door de technische ambtenaar erkende instelling, al naar gelang het geval.
§ 3. De zekerheid of een deel ervan wordt vrijgegeven binnen twee maanden, te rekenen van de datum van de aanvraag om vrijgave.
De eventuele interesten worden aan de exploitant overgemaakt binnen dezelfde termijn.
§ 4. De aanvraag om vrijgave van de zekerheid [1 ingediend door de exploitant en]1 betreffende het nabeheer van het centrum voor technische ondergraving [1 overeenkomstig artikel 55, § 6bis, vierde en vijfde lid, van het decreet]1 gaat vergezeld van de vaststelling door de technische ambtenaar dat het centrum geen gevaar meer inhoudt voor het leefmilieu. De aanvraag wordt [1 door de exploitant]1 gericht aan de Deposito- en consignatiekas, de kredietinstelling, de verzekeringsmaatschappij of de door de technische ambtenaar erkende instelling, al naar gelang het geval.
De aanvraag om vrijgave wordt dezelfde dag bij ter post aangetekend schrijven ter kennis gebracht van de technische ambtenaar, op straffe van nietigheid. Een afschrift van die kennisgeving wordt overgemaakt aan de Deposito- en consignatiekas, de kredietinstelling, de verzekeringsmaatschappij of de door de technische ambtenaar erkende instelling, al naar gelang het geval.
Art. 83. § 1er. Le constat de remise en état visé à l'article 55, § 5 [1 et en cas de centre d'enfouissement technique, l'article 55, § 6bis, alinéa 2 et alinéa 3]1, du décret ou la décision du Gouvernement statuant sur recours et constatant la remise en état emporte libération au profit de l'exploitant de la sûreté ou de la partie de celle-ci relative à la remise en état du site ou de certains secteurs.
§ 2. La demande de libération [1 , introduite par l'exploitant,]1 comprend le constat de remise en état établi sans réserve par le fonctionnaire technique ou, à défaut de constat dans le délai prévu à l'article 55, § 5 [1 et les mots " ou l'article 55, § 6 bis, alinéa 2 et alinéa 3]1, du décret, la copie de la demande de constat. La demande de libération est adressée, selon le cas, à la Caisse des dépÎts et consignations, à l'établissement de crédit, à la compagnie d'assurances ou à l'organisme agréé par le fonctionnaire technique dans un délai d'un mois à dater du constat de remise en état ou, à défaut, à dater de l'expiration d'un délai de 60 jours à dater de la demande de constat.
Sous peine de nullitĂ©, cette demande de libĂ©ration est notifiĂ©e le mĂȘme jour au fonctionnaire technique [2 selon les formalitĂ©s prĂ©vues par l'article 176 du dĂ©cret]2. Une copie de cette notification est adressĂ©e, selon le cas, Ă  la Caisse des dĂ©pĂŽts et consignations, Ă  l'Ă©tablissement de crĂ©dit, Ă  la compagnie d'assurances ou Ă  l'organisme agréé par le fonctionnaire technique.
§ 3. La libération de la sûreté ou d'une partie de celle-ci a lieu dans un délai de deux mois à dater de la demande de libération.
Les intĂ©rĂȘts Ă©ventuels produits sont restituĂ©s dans le mĂȘme dĂ©lai Ă  l'exploitant.
§ 4. La demande de libération de la sûreté [1 , introduite par l'exploitant et]1 relative à la post-gestion du centre d'enfouissement technique [1 conformément à l'article 55, § 6bis, alinéa 4 et alinéa 5, du décret]1 comprend le constat du fonctionnaire technique indiquant que le centre d'enfouissement technique n'est plus susceptible d'entraßner un danger pour l'environnement. Elle est adressée [1 par l'exploitant]1, selon le cas, à la Caisse des dépÎts et consignations, à l'établissement de crédit, à la compagnie d'assurances ou à l'organisme agréé par le fonctionnaire technique.
Sous peine de nullitĂ©, cette demande de libĂ©ration est notifiĂ©e le mĂȘme jour au fonctionnaire technique [2 selon les formalitĂ©s prĂ©vues par l'article 176 du dĂ©cret ]2. Une copie de cette notification est adressĂ©e, selon le cas, Ă  la Caisse des dĂ©pĂŽts et consignations, Ă  l'Ă©tablissement de crĂ©dit, Ă  la compagnie d'assurances ou Ă  l'organisme agréé par le fonctionnaire technique.
Art. 84. Als de exploitant zijn herstelplicht [1 of zijn verplichtingen inzake nabeheer van het centrum voor technische ingraving]1 niet nakomt, wordt het overeenkomstig artikel 61 van het decreet opgemaakte proces-verbaal overgemaakt aan de Regering die bij gemotiveerd besluit om de zekerheid mag verzoeken ten belope van het bedrag bestemd om de herstelwerken [1 of het nabeheer van het centrum voor technische ingraving]1 van ambtswege te laten uitvoeren.
De uitvoeringsaanvraag wordt gericht aan de Deposito- en consignatiekas, de kredietinstelling, de verzekeringsmaatschappij of de door de technische ambtenaar erkende instelling.
Het bedrag dat opgeëist wordt door de Deposito- en consignatiekas, de kredietinstelling, de verzekeringsmaatschappij of de door de technische ambtenaar erkende instelling, wordt betaald binnen twee maanden na de opeising door de Regering.
Art. 84. Si l'exploitant ne respecte pas ses obligations de remise en état des lieux [1 ou ses obligations de post-gestion du centre d'enfouissement technique]1, le procÚs-verbal dressé conformément à l'article 61 du décret est adressé au Gouvernement qui peut, par une décision motivée, appeler la sûreté jusqu'à concurrence du montant engagé pour faire exécuter d'office les travaux de remise en état [1 post-gestion du centre d'enfouissement technique]1.
La demande d'exécution est adressée à la Caisse des dépÎts et consignations, à l'établissement de crédit, à la compagnie d'assurances ou à l'organisme agréé par le fonctionnaire technique.
Le paiement du montant appelé par la Caisse des dépÎts et consignations, par l'établissement de crédit, par la compagnie d'assurances ou par l'organisme agréé par le fonctionnaire technique, à concurrence du montant appelé, a lieu dans un délai de deux mois à dater de l'appel du Gouvernement.
Onderafdeling 4. - Modaliteiten voor de indiening van het beroep.
Sous-section 4. - Modalités de recours.
Art. 85. [1 Het in artikel 55, § 7, van het decreet bedoelde beroep wordt aan de Minister van Leefmilieu toegezonden, aan het adres van de Waalse Overheidsdienst Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu. Het wordt vastgesteld aan de hand van het formulier vastgelegd door de Minister van Leefmilieu.]1.
Art. 85. [1 Le recours visĂ© Ă  l'article 55, § 7, du dĂ©cret est envoyĂ© au Ministre de l'Environnement, Ă  l'adresse du Service public de Wallonie Agriculture, Ressources naturelles et Environnement. Il est Ă©tabli au moyen du formulaire dont le modĂšle est arrĂȘtĂ© par le Ministre de l'Environnement ]1.
Art. 86. § 1. Het beroep tegen de beslissingen inzake zekerheid en tegen de beslissing van de technische ambtenaar m.b.t. het niet-herstel van de plaats, bedoeld in artikel 55 van het decreet, wordt [4 volgens de in artikel 176 van het decreet bedoelde formaliteiten]4 overgemaakt aan de in beroep bevoegde technische ambtenaar binnen een termijn van twintig dagen, te rekenen van de datum waarop de exploitant de betwiste beslissing in ontvangst heeft genomen.
[4 Het beroep wordt ter kennis van het publiek gebracht overeenkomstig de modaliteiten voorzien in artikel D. 29-22, § 2, van Boek I van het Milieuwetboek en in paragraaf 4 van dit artikel]4.
Zodra de in beroep bevoegde technische ambtenaar het beroep in ontvangst neemt, maakt hij er een afschrift van over aan :
1° de Minister van Leefmilieu;
2° de technische ambtenaar als hij niet de auteur van het beroep is;
3° de overheid bevoegd om de milieuvergunning of de unieke vergunning in eerste aanleg af te geven;
4° (het [1 gemeentecollege]1 van de gemeente op het grondgebied waarvan of de [1 gemeentecollege]1 van de gemeente op het grondgebied waarvan) de inrichting gevestigd is als het beroep betrekking heeft op de beslissing van de technische ambtenaar i.v.m. het niet-herstel van de plaats.
Het beroep heeft geen schorsende kracht als het betrekking heeft op beslissingen inzake zekerheid.
Het beroep heeft schorsende kracht als het betrekking heeft op de beslissing van de technische ambtenaar i.v.m. het niet-herstel van de plaats.
Het beroep wordt ter kennis gebracht van het publiek volgens de modaliteiten bedoeld in [2 artikel D. 29-22, § 2, van Boek 1 van het Milieuwetboek, met uitzondering van het vierde lid, 6°]2.
§ 2. De in beroep bevoegde technische ambtenaar raadpleegt de besturen en overheden waarvan hij het advies nuttig acht. Die instanties sturen hem hun advies bij ter post aangetekend schrijven met ontvangbewijs of maken het over tegen ontvangbewijs binnen acht dagen, te rekenen van de datum van aanhangigmaking.
Als het advies niet wordt verstuurd of tegen ontvangbewijs overgemaakt binnen de gestelde termijnen, wordt het geacht gunstig te zijn.
§ 3. De in beroep bevoegde technische ambtenaar [4 zendt zijn syntheserapport met de ingewonnen adviezen en een voorstel van beslissing aan de Minister van Leefmilieu]4 binnen éénentwintig dagen, te rekenen van de eerste dag na de datum van ontvangst van het beroep.
§ 4. De Minister van Leefmilieu stuurt zijn gemotiveerde beslissing naar de aanvrager binnen dertig dagen, te rekenen van de eerste dag na de datum van ontvangst van het beroep.
Wanneer de Minister van Leefmilieu zijn beslissing verstuurt, maakt hij tegelijkertijd een afschrift daarvan over aan :
1° het (de) [1 gemeentecollege(s)]1 van de gemeente op het grondgebied waarvan de inrichting gevestigd is, als het beroep betrekking heeft op de beslissing van de technische ambtenaar i.v.m. het niet-herstel van de plaats;
2° de overheid bevoegd om de unieke vergunning in eerste aanleg af te leveren;
3° de toezichthoudende ambtenaar.
§ 5. De beslissing na beroep wordt ter kennis gebracht van het publiek volgens de modaliteiten bedoeld in [3 artikel D. 29-22, § 2, van Boek 1 van het Milieuwetboek]3.
Art. 86. § 1er. Le recours contre les décisions en matiÚre de sûreté et la décision du fonctionnaire technique de non remise en état des lieux prévues à l'article 55 du décret est envoyé [4 selon les formalités prévues par l'article 176 du décret ]4 au fonctionnaire technique compétent sur recours dans un délai de vingt jours à dater de la réception par l'exploitant de la décision attaquée.
[4 Le recours est porté à la connaissance du public selon les modalités prévues à l'article D. 29-22, § 2, du Livre Ier du Code de l'environnement, et du paragraphe 4 du présent article]4.
DÚs réception du recours, le fonctionnaire technique compétent sur recours en transmet une copie :
1° au Ministre de l'Environnement;
2° au fonctionnaire technique s'il n'est pas l'auteur du recours;
3° à l'autorité compétente pour délivrer le permis d'environnement ou le permis unique en premiÚre instance;
4° (au [1 collÚge communal]1 sur le territoire de laquelle ou aux collÚges des Bourgmestre et échevins sur le territoire desquelles) se trouve l'établissement lorsque le recours porte sur la décision du fonctionnaire technique de non remise en état des lieux.
Le recours n'est pas suspensif lorsque le recours porte sur les décisions en matiÚre de sûreté.
Le recours est suspensif lorsque le recours porte sur la décision du fonctionnaire technique de non remise en état des lieux.
Le recours est porté à la connaissance du public selon les modalités prévues à l'[2 article D. 29-22, § 2, du Livre 1er du Code de l'Environnement, à l'exception de l'alinéa 4, 6°]2.
§ 2. Le fonctionnaire technique compétent sur recours sollicite l'avis des administrations et autorités qu'il juge nécessaire de consulter. Celles-ci lui envoient leur avis par lettre recommandée à la poste avec accusé de réception ou le lui remettent contre récépissé dans un délai de huit jours à dater de leur saisine.
A défaut d'envoi d'avis ou de remise contre récépissé dans les délais prévus, l'avis est réputé favorable à la décision prise.
§ 3. Le fonctionnaire compétent sur recours remet au Ministre de l'Environnement son rapport de synthÚse comprenant les avis recueillis et une proposition de décision dans un délai de vingt et un jours à dater du premier jour suivant la réception du recours.
§ 4. Le Ministre de l'Environnement envoie sa décision motivée au requérant dans un délai de 30 jours à dater du premier jour suivant la réception du recours.
Simultanément à l'envoi de sa décision, le Ministre de l'Environnement envoie une copie de la décision :
1° au ou aux [1 collÚges communaux]1 de la commune sur le territoire de laquelle se trouve l'établissement lorsque le recours porte sur la décision du fonctionnaire technique de non remise en état des lieux;
2° à l'autorité compétente pour délivrer le permis d'environnement ou le permis unique en premiÚre instance;
3° au fonctionnaire chargé de la surveillance.
§ 5. La décision sur recours est portée à la connaissance du public conformément à l'[3 article D. 29-22, § 2, du Livre 1er du Code de l'Environnement]3.
Afdeling 6. - Procedure voor de in artikel 52 van het decreet bedoelde verlenging van de geldigheidsduur van een milieuvergunning toegekend voor een tijdelijke inrichting.
Section 6. - Procédure de prolongation de la durée de validité d'un permis d'environnement accordé pour un établissement temporaire visée à l'article 52 du décret.
Art. 87. De aanvraag om verlenging van de voor een tijdelijke inrichting toegekende vergunning wordt ingediend overeenkomstig artikel 16 van het decreet, dertig dagen vóór het verstrijken van de milieuvergunning waarvoor de verlenging wordt aangevraagd.
De aanvraag gaat vergezeld van de volgende gegevens :
1° de naam, de voornaam en het adres van de aanvrager;
2° als de aanvrager een rechtspersoon is, de benaming of handelsnaam, de rechtsvorm, het adres van de maatschappelijke zetel, alsook de naam, de voornaam, het adres en de hoedanigheid van de persoon die gemachtigd is om het beroep in te stellen;
3° de referenties, het voorwerp en de datum van de beslissing tot toekenning van de milieuvergunning waarvan de verlenging van de geldigheidsduur wordt aangevraagd;
4° de motieven voor de verlengingsaanvraag en de aangevraagde duur van de verlenging.
De verlengingsaanvraag vermeldt ook elk gegeven dat niet voorkomt in de initiële aanvraag.
Art. 87. La demande de prolongation de la durée de validité d'un permis d'environnement accordé pour un établissement temporaire est introduite conformément à l'article 16 du décret, trente jours avant l'expiration du permis d'environnement pour lequel la prolongation est demandée.
La demande comprend les informations suivantes :
1° les nom, prénom et adresse du demandeur;
2° si le demandeur est une personne morale, sa dénomination ou sa raison sociale, sa forme juridique, l'adresse du siÚge social ainsi que les nom, prénom, adresse et qualité de la personne mandatée pour introduire la demande;
3° les références, l'objet et la date de la décision octroyant le permis d'environnement dont la prolongation de la durée de validité est demandée;
4° les motifs de la demande de prolongation et la durée pour laquelle elle est demandée.
En outre, la demande de prolongation mentionne tout élément nouveau qui ne figurait pas dans la demande de permis d'environnement initial.
Art. 88. Binnen drie weekdagen na ontvangst van de aanvraag [1 zendt het gemeentebestuur ze voor advies]1 aan de technische ambtenaar als hij de bevoegde overheid is.
Als de technische ambtenaar niet de bevoegde overheid is, maakt hij zijn advies aan de bevoegde overheid over binnen tien dagen na ontvangst van de overeenkomstig het eerste lid ingediende aanvraag. In voorkomend geval voegt hij er een voorstel van eventuele exploitatievoorwaarden bij.
Art. 88. Dans un délai de trois jours ouvrables à dater de la réception de la demande, l'administration communale [1 envoie ]1 celle-ci pour avis au fonctionnaire technique.
S'il n'est pas l'autorité compétente, le fonctionnaire technique envoie son avis à l'autorité compétente dans un délai de dix jours à dater de la réception de la demande transmise conformément à l'alinéa 1. Il y joint, le cas échéant une proposition de conditions d'exploitation éventuelles.
Art. 89. De bevoegde overheid geeft de aanvrager overeenkomstig de in artikel 35 van het decreet bedoelde modaliteiten kennis van zijn beslissing binnen dertig dagen na ontvangst van de aanvraag om verlenging. Ze geeft de technische ambtenaar kennis van de beslissing bij gewone post.
Art. 89. L'autorité compétente envoie sa décision au demandeur selon les modalités prévues à l'article 35 du décret dans un délai de trente jours à dater de la réception de la demande de prolongation. Elle en informe simultanément le fonctionnaire technique par pli ordinaire.
Afdeling 6bis. [1 - Procedure tot verlenging van een milieuvergunning of een globale vergunning toegekend in functie van de datum van verstrijken van een vergunning met betrekking tot een andere inrichting]1
Section 6bis. [1 - Procédure de prolongation d'un permis d'environnement ou d'un permis unique délivré en fonction de la date d'expiration d'un permis portant sur un autre établissement]1
Art. 89bis. [1 Wanneer een milieuvergunning of een globale vergunning toegekend wordt in functie van de datum van verstrijken van een vergunning met betrekking tot een andere bestaande, in de nabijheid gelegen inrichting in de zin van artikel 1, 3°, laatste zin, van het decreet wordt de aanvraag tot verlenging van de vergunning minstens zestig dagen voor het vestrijken van de milieuvergunning of de globale vergunning waarvoor de verlenging wordt aangevraagd, ingediend. De aanvraag wordt aan de in artikel 111 bedoelde technisch ambtenaar gericht.
De aanvraag omvat :
1° de naam, de voornaam en het adres van de aanvrager;
2° indien de aanvrager een rechtspersoon is, zijn benaming of firmanaam, zijn rechtsvorm, het adres van de bedrijfszetel en de naam, voornaam, het adres en de hoedanigheid van de persoon die gemachtigd is om de aanvraag in te dienen;
3° de referenties, het voorwerp en de datum van de beslissing tot toekenning van de milieuvergunning of de globale vergunning waarvan de verlenging van de geldigheidsduur aangevraagd wordt;
4° de redenen van de verlengingsaanvraag en duur waarvoor ze wordt aangevraagd.
De in het eerste lid bedoelde verlengingsaanvraag wordt ingediend aan de hand van een formulier waarvan het model door de Minister van Leefmilieu wordt vastgelegd.]1

Art. 89bis. [1 Lorsqu'un permis d'environnement ou permis unique est délivré en fonction de la date d'expiration d'un permis portant sur un autre établissement existant et implanté à proximité au sens de l'article 1er, 3°, derniÚre phrase, du décret, la demande de prolongation du permis est introduite au moins soixante jours avant l'expiration du permis d'environnement ou du permis unique pour lequel la prolongation est demandée. La demande est adressée au fonctionnaire technique visé à l'article 111.
La demande comprend :
1° les nom, prénom et adresse du demandeur;
2° si le demandeur est une personne morale, sa dénomination ou sa raison sociale, sa forme juridique, l'adresse du siÚge social ainsi que les nom, prénom, adresse et qualité de la personne mandatée pour introduire la demande;
3° les références, l'objet et la date de la décision octroyant le permis d'environnement ou le permis unique dont la prolongation de la durée de validité est demandée;
4° les motifs de la demande de prolongation et la durée pour laquelle elle est demandée.
La demande de prolongation visĂ©e Ă  l'alinĂ©a 1er est introduite au moyen d'un formulaire dont le modĂšle est arrĂȘtĂ© par le Ministre de l'Environnement.]1

Art. 89ter. [1 Als de technisch ambtenaar de bevoegde overheid niet is, stuurt hij zijn advies aan de in eerste instantie bevoegde overheid binnen een termijn van twintig dagen na ontvangst van de aanvraag.]1
Art. 89ter. [1 S'il n'est pas l'autorité compétente, le fonctionnaire technique envoie son avis à l'autorité compétente en premiÚre instance dans un délai de vingt jours à dater de la réception de la demande.]1
Art. 89quater. [1 § 1. De bevoegde overheid stuurt haar beslissing aan de aanvrager binnen een termijn van twintig dagen te rekenen van de ontvangst van het advies van de technisch ambtenaar.
De in eerste instantie bevoegde overheid informeert tegelijkertijd de volgende personen bij gewone brief :
1° als ze de bevoegde overheid niet zijn, de technisch ambtenaar en de gemachtigd ambtenaar;
2° als het de bevoegde overheid niet is, het gemeentebestuur bedoeld in artikel 16 of 81 van het decreet;
3° de toezichthoudend ambtenaar;
4° de tijdens deze procedure geraadpleegde overheden en administraties.
§ 2. Als de technisch ambtenaar de bevoegde overheid is, stuurt hij zijn beslissing aan de aanvrager binnen een termijn van vijftig dagen te rekenen van de ontvangst van de verlengingsaanvraag. Tegelijkertijd geeft hij er kennis daarvan aan de gemachtigd ambtenaar wanneer de aanvraag op een globale vergunning betrekking heeft.]1

Art. 89quater. [1 § 1er. L'autorité compétente envoie sa décision au demandeur dans un délai de vingt jours à dater de la réception de l'avis du fonctionnaire technique.
L'autorité compétente en premiÚre instance en informe simultanément par pli ordinaire :
1° lorsqu'ils ne sont pas l'autorité compétente, le fonctionnaire technique et le fonctionnaire délégué;
2° lorsqu'elle n'est pas l'autorité compétente, l'administration communale visée aux articles 16 ou 81 du décret;
3° le fonctionnaire chargé de la surveillance;
4° les autorités et administrations consultées lors de cette procédure.
§ 2. Si le fonctionnaire technique est l'autorité compétente, il envoie au demandeur sa décision dans un délai de cinquante jours à dater de la réception de la demande de prolongation. Simultanément à sa décision, il en informe le fonctionnaire délégué lorsque la demande porte sur un permis unique. ]1

Afdeling 6ter. [1 - Overdracht]1
Section 6ter. [1 - Cession ]1
Art. 89quinquies. [1 Het formulier betreffende de in artikel 60 van het decreet bedoelde overdracht wordt opgesteld door middel van een door de Minister van Leefmilieu vastgesteld formulier. ]1
Art. 89quinquies. [1 Le formulaire relatif Ă  la cession visĂ©e par l'article 60 du dĂ©cret est Ă©tabli au moyen d'un formulaire arrĂȘtĂ© par le Ministre de l'Environnement. ]1
Afdeling 7. - Maatregelen van administratieve politie.
Section 7. - Mesures de police administrative.
Onderafdeling 1. [1 - Milieu-inspectieplan]1.
Sous-section 1-[1 - Plan d'inspection environnementale.]1
Art. 90. [1 De Minister van Leefmilieu bepaalt het milieu-inspectieplan op gewestelijk niveau.
Dat plan wordt regelmatig getoetst en, desgevallend, bijgewerkt.
Het milieu-inspectieplan moet de volgende elementen bevatten :
1° een algemene analyse van de in overweging te nemen milieuproblemen;
2° de geografische zone waarop het plan betrekking heeft;
3° een register van de inrichtingen waarop het plan betrekking heeft;
4° de procedures voor de vastlegging van programma's inzake routinematige milieu-inspecties;
5° de procedures voor niet geplande milieu-inspecties;
6° desgevallend, bepalingen betreffende de samenwerking tussen verschillende inspectie-instanties.]1

Art. 90. [1 Le Ministre de l'Environnement détermine le plan d'inspection environnementale au niveau régional.
Ce plan est réguliÚrement révisé et le cas échéant mis à jour.
Le plan d'inspection environnementale comporte obligatoirement :
1° une analyse générale des problÚmes d'environnement à prendre en considération;
2° la zone géographie couverte par le plan d'inspection;
3° un registre des établissements couverts par le plan;
4° des procédures pour l'établissement des programmes d'inspections environnementales de routine;
5° des procédures pour les inspections environnementales non programmées;
6° le cas échéant, des dispositions concernant la coopération entre différentes autorités d'inspection.]1

Art. 91. [1 De systematische beoordeling van de milieurisico's, bedoeld in artikel 61, § 2, van het decreet, berust op zijn minst op de volgende criteria :
1° de potentiële en de reële gevolgen van de betrokken installaties voor de gezondheid van de mens en voor het milieu, rekening houdend met de emissieniveaus en de soorten emissies, de gevoeligheid van het plaatselijke milieu en het ongevallenrisico;
2° de resultaten inzake de naleving van de exploitatievoorwaarden;
3° de deelname van de exploitant aan het milieubeheer- en milieuauditsysteem van de Unie (EMAS) overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1221/2009 van 25 november 2009 inzake de vrijwillige deelneming van organisaties aan een communautair milieubeheer- en milieuauditsysteem.]1

Art. 91. [1 L'évaluation systématique des risques environnementaux, visée à l'article 61, § 2 du décret, est fondée au moins sur les critÚres suivants :
1° les incidences potentielles et réelles des établissements concernés sur la santé humaine et l'environnement, compte tenu des niveaux et des types d'émissions, de la sensibilité de l'environnement local et des risques d'accident;
2° les résultats en matiÚre de respect des conditions d'exploitation;
3° la participation de l'exploitant au systÚme de management environnemental et d'audit de l'Union européenne, conformément au RÚglement (CE) n° 221/2009 du 25 novembre 2009 permettant la participation volontaire des organisations à un systÚme communautaire de management environnemental et d'audit.]1

Art. 92. [1 Het rapport bedoeld in artikel 61, § 4, van het decreet wordt overeenkomstig de artikelen D. 10 tot D. 20-14 van Boek I van het Milieuwetboek binnen vier maanden na het bezoek aan de inrichting ter inzage van het publiek gelegd.]1
Art. 92. [1 Le rapport visé à l'article 61, § 4, du décret est rendu disponible au public conformément aux articles D. 10 à D. 20-14 du Livre Ier du Code de l'Environnement dans les quatre mois suivant la visite de l'établissement.]1
Art. 93.
Art. 93.
Art. 94.
Art. 94.
Art. 95.
Art. 95.
Onderafdeling 2. - (Modaliteiten van de procedure bedoeld in de artikelen 65, § 1, en 68 van het decreet.)
Sous-section 2. - (Modalités de la procédure visée aux articles 65, § 1er et 68 du décret.)
Art. 95bis. <INGEVOEGD bij BWG 2006-12-21/82, art. 4; Inwerkingtreding : 03-02-2007> Het voorstel of het verzoek tot aanvulling of tot wijziging van de specifieke exploitatienormen wordt d.m.v. het formulier, waarvan het model [1 door de Minister van Leefmilieu wordt vastgesteld]1, aan de bevoegde overheid gericht die de milieuvergunning in eerste instantie afgeeft.
Het voorstel of het verzoek tot aanvulling of tot wijziging van de specifieke exploitatienormen wordt ingediend in drie exemplaren.
Als de inrichting op het grondgebied van verschillende gemeenten gevestigd is, wordt het aantal exemplaren van het voorstel of het verzoek, zoals bedoeld in het tweede lid, verhoogd met het aantal overige gemeenten op het grondgebied waarvan de inrichting gevestigd is.
Art. 95bis. La proposition ou la demande de complĂ©ment ou de modification des conditions particuliĂšres d'exploitation est introduite auprĂšs de l'autoritĂ© compĂ©tente, pour dĂ©livrer le permis d'environnement en premiĂšre instance, au moyen d'un formulaire dont le modĂšle [1 est arrĂȘtĂ© par le Ministre de l'Environnement]1.
La proposition ou la demande de complément ou de modification des conditions particuliÚres d'exploitation est introduite en trois exemplaires.
Si l'établissement s'étend sur le territoire de plusieurs communes, le nombre d'exemplaires de la proposition ou de la demande, prévu à l'alinéa 2, est à augmenter du nombre d'autres communes sur le territoire desquelles est situé l'établissement.
Art. 95ter. <INGEVOEGD bij BWG 2006-12-21/82, art. 4; Inwerkingtreding : 03-02-2007> De technisch ambtenaar stuurt zijn advies m.b.t. de noodzaak tot organisatie van een openbaar onderzoek naar :
1° het gemeentecollege van de gemeente(n) op het grondgebied waarvan de inrichting gevestigd is;
2° de aanvrager;
3° de exploitant.
Art. 95ter. Le fonctionnaire technique envoie son avis sur la nĂ©cessitĂ© d'organiser une enquĂȘte publique :
1° au collÚge communal de la ou les communes sur le territoire de laquelle ou desquelles est situé l'établissement;
2° au demandeur;
3° à l'exploitant.
Art. 95quater. <INGEVOEGD bij BWG 2006-12-21/82, art. 4; Inwerkingtreding : 03-02-2007> Er wordt een openbaar onderzoek georganiseerd in de volgende gemeenten :
1° de gemeente(n) op het grondgebied waarvan het project gelegen is;
2° [1 de gemeente(n) die het voorwerp van het kunnen uitmaken.]1
Art. 95quater. Une enquĂȘte publique est organisĂ©e dans les communes suivantes :
1° la ou les communes sur le territoire de laquelle ou desquelles est situé le projet;
2° [1 la ou les communes susceptibles d'ĂȘtre affectĂ©es par le projet.]1
Art. 95quinquies. [1 Het bericht van openbaar onderzoek bedoeld in artikel D.29-7 van Boek I van het Milieuwetboek wordt aangeplakt binnen vijf dagen na ontvangst van de stukken bedoeld in artikel 95ter. Het bericht is conform het model opgenomen in bijlage X. "
Het gemeentecollege van elke gemeente waar een openbaar onderzoek werd georganiseerd, bezorgt de technische ambtenaar binnen tien dagen na afsluiting van het openbaar onderzoek de schriftelijke en mondelinge geformuleerde bezwaren en opmerkingen, met inbegrip van het proces-verbaal bedoeld in artikel D. 29-19 van Boek I van het Milieuwetboek. Daarbij voegt hij zijn eventueel advies.]1

Art. 95quinquies. [1 L'avis d'enquĂȘte publique visĂ© Ă  l'article D.29-7 du Livre Ier du Code de l'Environnement est affichĂ© dans les cinq jours de la rĂ©ception des documents visĂ©s Ă  l'article 95ter. L'avis est conforme au modĂšle figurant en annexe X.
Le collĂšge communal de chaque commune oĂč une enquĂȘte publique a Ă©tĂ© organisĂ©e envoie, dans les dix jours de la clĂŽture de l'enquĂȘte, au fonctionnaire technique les objections et observations Ă©crites et orales formulĂ©es au cours de l'enquĂȘte publique, y compris le procĂšs-verbal visĂ© Ă  l'article D.29-19 du Livre Ier du Code de l'Environnement. Il y joint son avis Ă©ventuel.]1

Art. 95sexies.
Art. 95sexies.
Art. 95septies.
Art. 95septies.
Art. 95octies.
Art. 95octies.
Art. 95nonies.
Art. 95nonies.
Art. 95decies. [1 Op basis van de ingewonnen adviezen stuurt de technisch ambtenaar, indien hij de bevoegde overheid is, zijn beslissing aan de exploitant en aan het gemeentecollege van elke gemeente op het grondgebied waarvan de inrichting gelegen is, binnen een termijn van 110 dagen na de zending van zijn voorstel overeenkomstig artikel 65, § 5, van het decreet]1.
Art. 95decies. [1 Sur la base des avis recueillis, le fonctionnaire technique, lorsqu'il est l'autorité compétente, envoie sa décision à l'exploitant et au collÚge communal de toute commune sur le territoire de laquelle est situé l'établissement dans un délai de cent dix jours à dater de l'envoi de sa proposition conformément à l'article 65, § 5, du décre ]1.
Art. 96. § 1. De bevoegde overheid verwittigt de exploitant [1 volgens de in artikel 176 van het decreet bedoelde formaliteiten-1 ]1 wanneer ze overweegt de bijzondere exploitatievoorwaarden te wijzigen of aan te vullen, of de vergunning tijdelijk te schorsen of in te trekken overeenkomstig artikel 65 van het decreet, behalve in geval van speciaal gemotiveerde dringende noodzakelijkheid.
§ 2. Na ontvangst van het aangetekend schrijven beschikt de exploitant over vijftien dagen [2 van de in paragraaf 1 bedoelde informatie]2 in te dienen.
Als hij door de bevoegde overheid gehoord wenst te worden, laat hij het haar weten binnen vijf dagen, te rekenen van de datum van ontvangst [1 van de in paragraaf 1 bedoelde informatie]1. De bevoegde overheid geeft de exploitant onmiddellijk kennis van de datum van de hoorzitting. Hij wordt zo spoedig mogelijk gehoord, hoe dan ook binnen twintig dagen met ingang van de verzenddatum van het aangetekend schrijven bedoeld de in § 1.
Art. 96. § 1er. Lorsque l'autorité compétente envisage de modifier ou de compléter les conditions particuliÚres d'exploitation, de suspendre temporairement ou retirer le permis conformément à l'article 65 du décret, sauf urgence spécialement motivée, elle en informe l'exploitant [1 selon les formalités prévues par l'article 176 du décret]1.
§ 2. L'exploitant dispose de quinze jours à dater de la réception [1 de l'information visée au paragraphe 1er]1 visée au § 1er pour faire valoir ses observations par écrit.
S'il souhaite ĂȘtre entendu par l'autoritĂ© compĂ©tente, il en avertit celle-ci dans les cinq jours Ă  dater de la rĂ©ception de la lettre recommandĂ©e. L'autoritĂ© compĂ©tente communique aussitĂŽt a l'exploitant la date Ă  laquelle il pourra ĂȘtre entendu. Cette audition a lieu le plus vite possible et en tout cas dans les vingt jours Ă  dater de l'envoi de la lettre recommandĂ©e visĂ©e au § 1er.
Art. 96bis. § 1. De bevoegde overheid stuurt haar beslissing naar de aanvrager, de technisch ambtenaar, de exploitant en naar elke geraadpleegde overheid of administratie binnen een termijn van dertig dagen, die ingaat op de datum waarop zij het advies van de technisch ambtenaar ontvangt of, bij gebreke daarvan, op de dag na afloop van de termijnen bedoeld in het eerste lid van artikel 95decies.
§ 2. Als de technisch ambtenaar de bevoegde overheid is, stuurt hij zijn beslissing naar de aanvrager, de exploitant, het gemeentecollege, alsook naar elke geraadpleegde overheid of administratie :
1° binnen tachtig dagen na ontvangst van het proces-verbaal van sluiting van het openbaar onderzoek;
2° als er geen openbaar onderzoek is georganiseerd, binnen tachtig dagen na verzending naar de technisch ambtenaar van het voorstel of het verzoek tot aanvulling of tot wijziging van de specifieke exploitatienormen.
§ 3. Bij gebrek aan beslissing van de bevoegde overheid binnen die termijn :
1° als de technisch ambtenaar de bevoegde overheid niet is, wordt de beslissing van de bevoegde overheid geacht te zijn vastgelegd op grond van de conclusies van het advies van de technisch ambtenaar;
2° Bij gebrek aan advies binnen de termijn bedoeld in artikel 95decies wordt het verzoek geacht verworpen te zijn;
als de technisch ambtenaar de bevoegde overheid is, wordt de aanvraag geacht verworpen te zijn.
Art. 96bis. § 1er. L'autoritĂ© compĂ©tente envoie sa dĂ©cision, au demandeur, au fonctionnaire technique, Ă  l'exploitant ainsi qu'Ă  chaque autoritĂ© ou administration consultĂ©e dans un dĂ©lai de trente jours Ă  dater du jour oĂč elle reçoit l'avis du fonctionnaire technique ou, Ă  dĂ©faut, du jour suivant l'expiration des dĂ©lais visĂ©s Ă  l'alinĂ©a 1er de l'article 95decies.
§ 2. Lorsque le fonctionnaire technique est l'autorité compétente, il envoie sa décision au demandeur, à l'exploitant, au collÚge communal ainsi qu'à chaque autorité ou administration consultée :
1° dans les quatre-vingts jours suivant la rĂ©ception du procĂšs-verbal de clĂŽture de l'enquĂȘte publique;
2° si aucune enquĂȘte publique n'a Ă©tĂ© organisĂ©e, dans les quatre-vingts jours de l'envoi au fonctionnaire technique de la proposition ou de la demande de complĂ©ment ou de modification des conditions particuliĂšres.
§ 3. A défaut de décision de l'autorité compétente dans ce délai :
1° lorsque le fonctionnaire technique n'est pas l'autoritĂ© compĂ©tente, la dĂ©cision de l'autoritĂ© compĂ©tente est censĂ©e ĂȘtre arrĂȘtĂ©e selon les conclusions de l'avis du fonctionnaire technique. A
2° dĂ©faut d'avis dans le dĂ©lai visĂ© Ă  l'article 95decies, la demande est censĂ©e ĂȘtre rejetĂ©e;
lorsque le fonctionnaire technique est l'autoritĂ© compĂ©tente, la demande est censĂ©e ĂȘtre rejetĂ©e.
Art. 97. De bevoegde overheid stuurt haar beslissing tot tijdelijke opschorting of tot intrekking van de vergunning naar de exploitant en de aanvrager binnen dertig dagen, met ingang van de verzenddatum van [1 de informatie]1 bedoeld in artikel 96, § 1. Ze informeert gelijktijdig de technisch ambtenaar [1 ...]1, de gemeentelijke overheid van elke gemeente waar een openbaar onderzoek is georganiseerd in het kader van de procedure tot aflevering van de milieuvergunning en de toezichthoudend ambtenaar. In voorkomend geval brengt ze de afgevaardigde ambtenaar op de hoogte daarvan.
§ 2. Gelijktijdig met de verzending van de beslissing tot aanvulling of tot wijziging van de specifieke exploitatienormen naar de aanvrager, stuurt de bevoegde overheid een afschrift van de beslissing naar de toezichthoudend ambtenaar. In voorkomend geval brengt ze de afgevaardigde ambtenaar op de hoogte daarvan.
Art. 97. L'autoritĂ© compĂ©tente envoie sa dĂ©cision de suspendre temporairement ou retirer le permis Ă  l'exploitant et au demandeur dans les trente jours Ă  dater de l'envoi de [1 l'information]1 visĂ©e a l'article 96, § 1er. Elle en informe simultanĂ©ment le fonctionnaire technique [1 ...]1, l'autoritĂ© communale de chaque commune oĂč une enquĂȘte publique a Ă©tĂ© organisĂ©e dans le cadre de la procĂ©dure de dĂ©livrance du permis d'environnement et le fonctionnaire chargĂ© de la surveillance. Le cas Ă©chĂ©ant, elle en informe le fonctionnaire dĂ©lĂ©guĂ©.
§ 2. Simultanément à l'envoi de la décision de compléter ou de modifier les conditions particuliÚres d'exploitation au demandeur, l'autorité compétente envoie une copie de la décision, au fonctionnaire chargé de la surveillance. Le cas échéant, elle en informe le fonctionnaire délégué.
Onderafdeling 2bis. - Modaliteiten inzake toetsing en wijziging van de bijzondere vergunningsvoorwaarden van sommige inrichtingen.
Sous-section 2bis. - Modalités du réexamen et de la modification des conditions particuliÚres des autorisations de certains établissements.
Art. 97bis. <INGEVOEGD bij BWG 2007-02-08/32, art. 2; Inwerkingtreding : 06-02-2007> § 1. Om de milieuvergunning in eerste instantie af te geven, kan de bevoegde overheid de specifieke exploitatienormen van de in bijlage XXIII bedoelde inrichtingen uiterlijk 30 oktober 2007 toetsen of, desgevallend, wijzigen, na advies van de directeur van de externe directie van de Afdeling Preventie en Vergunningen van de gemeente waar de aanvraag wordt ingediend en van de door de Regering aangewezen organen.
§ 2. Om de milieuvergunning in eerste instantie af te geven kan de bevoegde overheid, na advies van de directeur van de externe directie van de Afdeling Preventie en Vergunningen van de gemeente waar de aanvraag wordt ingediend en van de door de Regering aangewezen organen, de specifieke exploitatienormen van de in bijlage XXIII bedoelde inrichtingen toetsen of, desgevallend, wijzigen als :
1° de door de inrichting veroorzaakte verontreiniging van dien aard is dat de bestaande emissiegrenswaarden in een vergunning gewijzigd of nieuwe emissiegrenswaarden moeten opgenomen worden;
2° [1 er moet aan een nieuwe of herziene milieukwaliteitsnorm worden voldaan, overeenkomstig artikel 56 van het decreet;]1
3° bedrijfsveiligheid van het proces of de activiteit de toepassing van andere technieken vereist;
4° nieuwe wettelijke bepalingen zulks vereisen.
[2 Gezien het gevaar voor verontreiniging van de grond en het grondwater in de locatie van de exploitatie, voegt de exploitant van een in bijlage XXIII bedoelde inrichting die relevante gevaarlijke stoffen gebruikt, voortbrengt of uitstoot het basisrapport bedoelde in bijlage I, deel 3bis, eerste lid, 2°, van het algemene aanvraagformulier bij voor de eerste actualisering van zijn vergunning, die plaatsvindt na 7 januari 2013.]2
[1 § 3. Om de milieuvergunning in eerste instantie af te geven onderzoekt de bevoegde autoriteit binnen een termijn van vier jaar, te rekenen van de bekendmaking van de besluiten inzake de BBT-conclusies betreffende de hoofdactiviteit van een inrichting, opnieuw de bijzondere exploitatievoorwaarden bedoeld in bijlage XXIII om zich ervan te vergewissen dat ze o.a. aan artikel 7bis van het decreet voldoen. In voorkomend geval brengt ze er wijzigingen in aan, na advies van de directeur van de Buitendirectie van het " DPA " van de gemeente waar de vergunningsaanvraag is ingediend en van de instanties aangewezen door de Regering.
Bij het nieuwe onderzoek wordt rekening gehouden met alle nieuwe BBT-conclusies of met elke bijwerking ervan die op de inrichting toepasselijk zijn en die zijn aangenomen sinds de vergunning afgegeven of voor de laatste keer onderzocht werd.
De toezichthoudend ambtenaar zorgt ervoor dat de inrichting binnen dezelfde termijn aan genoemde exploitatievoorwaarden voldoet.]1

[1 § 4. Op verzoek van de directeur van de Buitendirectie van het " DPA " van de gemeente waar de vergunningsaanvraag is ingediend en binnen de door hem bepaalde termijn verstrekt de exploitant alle gegevens die nodig zijn om de vergunningen opnieuw te onderzoeken, met inbegrip van, o.a., de resultaten van de monitoring van de emissies en andere gegevens waarmee de werking van de inrichting getoetst kan worden aan de beste beschikbare technieken omschreven in de conclusies over de toepasselijke BBT's en de emissieniveaus geassocieerd met de beste beschikbare technieken.
De directeur van de Buitendirectie van het " DPA " van de gemeente waar de vergunningsaanvraag is ingediend, stuurt de gegevens onmiddellijk aan de autoriteit die bevoegd is om de milieuvergunning in eerste instantie af te geven.]1

[1 § 5. Als een installatie of activiteit bedoeld in bijlage XXIII het voorwerp van geen enkele BBT-conclusie uitmaakt, worden de bijzondere exploitatievoorwaarden opnieuw onderzocht en, zo nodig, gewijzigd indien de evolutie van de beste technieken een aanzienlijke vermindering van de emissies toelaat.]1
[1 § 6. [2 ...]2]1
Art. 97bis. § 1er. L'autorité compétente, pour délivrer le permis d'environnement en premiÚre instance, réexamine et, le cas échéant, modifie sur avis du directeur de la Direction extérieure de la Division de la Prévention et des Autorisations de la commune auprÚs de laquelle la demande de permis a été introduite et des instances désignées par le Gouvernement, les conditions particuliÚres d'exploitation des établissements visés à l'annexe XXIII pour le 30 octobre 2007 au plus tard.
§ 2. L'autorité compétente, pour délivrer le permis d'environnement en premiÚre instance, réexamine et, le cas échéant, modifie sur avis du directeur de la Direction extérieure de la Division de la Prévention et des Autorisations de la commune auprÚs de laquelle la demande de permis a été introduite et des instances désignées par le Gouvernement, les conditions particuliÚres d'exploitation des établissements visés à l'annexe XXIII lorsque :
1° la pollution causée par l'établissement est telle qu'il convient de réviser les valeurs limites d'émission existantes d'une autorisation ou d'inclure de nouvelles valeurs limites d'émission;
2° [1 il est nécessaire de respecter une norme de qualité environnementale nouvelle ou révisée, conformément à l'article 56 du décret;]1
3° la sécurité d'exploitation du procédé ou de l'activité requiert le recours à d'autres techniques;
4° de nouvelles dispositions légales l'exigent.
[2 L'exploitant d'un établissement visé par l'annexe XXIII qui utilise, produit ou rejette des substances dangereuses pertinentes et étant donné le risque de contamination du sol et des eaux souterraines sur le site de l'exploitation joint le rapport de base visé à l'annexe Ire, 3Úme partie bis, alinéa 1er, 2°, du formulaire général de demande avant la premiÚre actualisation de son permis qui intervient aprÚs le 7 janvier 2013.]2
[1 § 3. Dans un délai de quatre ans à partir de la publication des décisions concernant les conclusions sur les MTD relatives à l'activité principale d'un établissement, l'autorité compétente, pour délivrer le permis d'environnement en premiÚre instance, réexamine et, le cas échéant, modifie, sur avis du directeur de la Direction extérieure du DPA de la commune auprÚs de laquelle la demande de permis a été introduite et des instances désignées par le Gouvernement les conditions particuliÚres d'exploitation des établissements visés à l'annexe XXIII afin d'assurer leur conformité notamment à l'article 7bis du décret.
Le réexamen tient compte de toutes les nouvelles conclusions sur les MTD ou de toute mise à jour de celles-ci applicables à l'établissement, adoptées depuis que le permis a été délivré ou examiné pour la derniÚre fois.
Le fonctionnaire chargĂ© de la surveillance veille Ă  ce que l'Ă©tablissement respecte lesdites conditions d'exploitation dans le mĂȘme dĂ©lai.]1

[1 § 4. A la demande du directeur de la Direction extérieure du DPA de la commune auprÚs de laquelle la demande de permis a été introduite et dans le délai que celui-ci détermine, l'exploitant présente toutes les informations nécessaires aux fins du réexamen des permis y compris notamment les résultats de la surveillance des émissions et d'autres données permettant une comparaison du fonctionnement de l'établissement avec les meilleures techniques disponibles décrites dans les conclusions sur les MTD applicables et les niveaux d'émission associés aux meilleures techniques disponibles.
Le directeur de la Direction extérieure du DPA de la commune auprÚs de laquelle la demande de permis a été introduite envoie sans délai les informations à l'autorité compétente pour délivrer le permis d'environnement en premiÚre instance.]1

[1 § 5. Lorsqu'une installation ou activité visée par l'annexe XXIII ne fait l'objet d'aucune des conclusions sur les MTD, les conditions particuliÚres d'exploitation sont réexaminées et, si nécessaire, modifiées lorsque l'évolution des meilleures techniques permet une réduction sensible des émissions.]1
[1 § 6. [2 ...]2]1
Art. 97ter. [1 Bij het nieuwe onderzoek van de bijzondere exploitatievoorwaarden gebruikt de directeur van de Buitendirectie van het " DPA " van de gemeente waar de vergunningsaanvraag is ingediend alle gegevens voortvloeiend uit de monitoring of de inspecties.]1
Art. 97ter. [1 Lors du réexamen des conditions particuliÚres d'exploitation, le directeur de la Direction extérieure du DPA de la commune auprÚs de laquelle la demande de permis a été introduite utilise toutes les informations résultant de la surveillance ou des inspections.]1
Onderafdeling 3. - Modaliteiten betreffende het in artikel 71, § 4 en § 5, van het decreet bedoelde beroep tegen veiligheidsmaatregelen.
Sous-section 3. - Modalités du recours contre les mesures de sécurité, visé à l'article 71, § 4 et § 5, du décret.
Art. 98. Het beroep bedoeld in artikel 71, § 4 en § 5 van het decreet wordt bij het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu ingediend aan het adres van de Minister van Leefmilieu. Daartoe wordt gebruik gemaakt van het formulier waarvan het model in bijlage XI bij dit besluit gaat.
Het beroep wordt aan de in beroep bevoegde technisch ambtenaar bij ter post aangetekend schrijven met bericht van ontvangst overgemaakt of tegen ontvangbewijs afgegeven binnen een termijn van twintig dagen, te rekenen van de datum waarop de exploitant de beslissing in ontvangst neemt waarbij de veiligheidsmaatregel hem wordt opgelegd of van de datum waarop de exploitant en de belanghebbende personen de in artikel 71, § 5, van het decreet bedoelde beslissing in ontvangst nemen.
Art. 98. Le recours visĂ© Ă  l'article 71, § 4 et § 5, du dĂ©cret est envoyĂ© au Ministre de l'Environnement Ă  l'adresse de la Direction gĂ©nĂ©rale des Ressources naturelles et de l'Environnement. Il est Ă©tabli au moyen du formulaire dont le modĂšle figure en annexe XI du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Le recours est envoyé par lettre recommandée à la poste avec accusé de réception ou remis contre récépissé au fonctionnaire technique compétent sur recours dans un délai de vingt jours à dater de la réception par l'exploitant de la décision lui imposant la mesure de sécurité ou à dater de la réception par l'exploitant et les personnes intéressées de la décision visée par l'article 71, § 5, du décret.
Art. 99. Het beroep wordt ondertekend en bevat hoe dan ook de volgende gegevens :
1° de naam, de voornaam en het adres van de aanvrager;
2° als de aanvrager een rechtspersoon is, de benaming of handelsnaam, de rechtsvorm, het adres van de maatschappelijke zetel, alsook de naam, de voornaam, het adres en de hoedanigheid van de persoon die gemachtigd is om het beroep in te dienen;
3° de referenties, het voorwerp en de datum van de betwiste beslissing en, in geval van stilzwijgende weigering bedoeld in artikel 71, § 5, van het decreet, een afschrift van het aangetekend schrijven waarin de opheffing of wijziging van de maatregel wordt gevraagd;
4° de middelen aangevoerd tegen de betwiste beslissing.
Art. 99. Le recours est signé et comprend au minimum les informations suivantes :
1° les nom, prénom et adresse du requérant;
2° si le requérant est une personne morale, sa dénomination ou sa raison sociale, sa forme juridique, l'adresse du siÚge social ainsi que les nom, prénom, adresse et qualité de la personne mandatée pour introduire le recours;
3° les références, l'objet et la date de la décision attaquée et en cas de refus tacite visé à l'article 71, § 5, du décret, la copie de la lettre recommandée sollicitant la levée ou la modification de la mesure de sécurité;
4° les moyens développés à l'encontre de la décision attaquée.
Art. 100. Zodra de in beroep bevoegde technische ambtenaar het beroep ontvangen heeft, maakt hij er een afschrift van over aan de overheden die de veiligheidsmaatregelen hebben genomen, aan het [1 gemeentecollege]1 van de gemeente op het grondgebied waarvan de inrichting gevestigd is en aan de Minister van Leefmilieu.
Zodra ze het afschrift van het beroep hebben ontvangen, maken de overheden die de veiligheidsmaatregelen hebben genomen het bewijs van de kennisgeving van de maatregelen over aan de in beroep bevoegde technische ambtenaar.
Art. 100. DÚs réception du recours, le fonctionnaire technique compétent sur recours en transmet une copie aux autorités ayant pris les mesures de sécurité, au [1 collÚge communal]1 de la commune sur le territoire de laquelle se trouve l'établissement et au Ministre de l'Environnement.
DÚs réception de la copie du recours, les autorités ayant pris les mesures de sécurité transmettent au fonctionnaire technique compétent sur recours la preuve de la notification des mesures de sécurité.
Art. 101. Het beroep wordt ter kennis van het publiek gebracht volgens de modaliteiten bedoeld in [1 artikel D. 29-22, § 2, van Boek 1 van het Milieuwetboek, met uitzondering van het vierde lid, 6°]1.
Art. 101. Le recours est porté à la connaissance du public selon les modalités prévues à l'[1 article D. 29-22, § 2, du Livre 1er du Code de l'Environnement, à l'exception de l'alinéa 4, 6°]1.
Art. 102. De in beroep bevoegde technische ambtenaar raadpleegt de besturen en overheden waarvan hij het advies nuttig acht. Die instanties sturen hem hun advies bij ter post aangetekend schrijven met ontvangbewijs of maken het over tegen ontvangbewijs binnen acht dagen, te rekenen van de datum van aanhangigmaking.
Als het advies niet wordt verstuurd of tegen ontvangbewijs overgemaakt binnen de gestelde termijnen, wordt het geacht gunstig te zijn.
Art. 102. Le fonctionnaire technique compétent sur recours sollicite l'avis des administrations et autorités qu'il juge nécessaire de consulter. Celles-ci lui envoient leur avis par lettre recommandée à la poste avec accusé de réception ou le lui remettent contre récépissé dans un délai de huit jours à dater de leur saisine.
A défaut d'envoi d'avis ou de remise contre récépissé dans les délais prévus, l'avis est réputé favorable à la mesure de sécurité.
Art. 103. De in beroep bevoegde technische ambtenaar bezorgt de Minister van Leefmilieu zijn syntheserapport met de ingewonnen adviezen en een voorstel van beslissing binnen éénentwintig dagen, te rekenen van de eerste dag na de datum van ontvangst van het beroep.
Art. 103. Le fonctionnaire technique compétent sur recours remet au Ministre de l'Environnement son rapport de synthÚse comprenant les avis recueillis et une proposition de décision dans un délai de vingt et un jours à dater du premier jour suivant la réception du recours.
Art. 104. De Minister van Leefmilieu stuurt zijn gemotiveerde beslissing naar de aanvrager binnen dertig dagen, te rekenen van de eerste dag na de datum van ontvangst van het beroep.
Art. 104. Le Ministre de l'Environnement envoie sa décision au requérant dans un délai de trente jours à dater du premier jour suivant la réception du recours.
Art. 105. Wanneer de Minister van Leefmilieu zijn besluit verstuurt, maakt hij tegelijkertijd een afschrift daarvan over aan :
1° de aanvrager;
2° de overheid bevoegd om de milieuvergunning in eerste aanleg af te leveren of om de aangifte in ontvangst te nemen;
3° het [1 gemeentecollege]1 van de gemeente op het grondgebied waarvan de inrichting gevestigd is;
4° de toezichthoudende ambtenaar;
5° de overheden die veiligheidsmaatregelen hebben genomen.
Art. 105. Simultanément à l'envoi de sa décision, le Ministre de l'Environnement envoie une copie de sa décision :
1° au requérant;
2° à l'autorité compétente pour délivrer le permis d'environnement en premiÚre instance ou pour recevoir la déclaration;
3° au [1 collÚge communal]1 de la commune sur le territoire de laquelle se trouve l'établissement;
4° au fonctionnaire chargé de la surveillance;
5°aux autorités ayant pris les mesures de sécurité.
Art. 106. De beslissing na beroep wordt ter kennis gebracht van het publiek overeenkomstig [1 artikel D. 29-22, § 2, van Boek 1 van het Milieuwetboek]1.
Art. 106. La décision est portée à la connaissance du public conformément à l'[1 article D. 29-22, § 2, du Livre 1er du Code de l'Environnement]1.
Onderafdeling 4. - Modaliteiten voor de inning van de administratieve boetes bedoeld in artikel 76 van het decreet.
Sous-section 4. - Modalités de perception des amendes administratives visées à l'article 76 du décret.
Art. 107. De administratieve boete bedoeld in artikel 76 van het decreet wordt betaald binnen drie maanden, te rekenen van de dag van de kennisgeving van de beslissing waarbij ze wordt opgelegd.
Art. 107. L'amende administrative visée a l'article 76 du décret est acquittée dans un délai de trois mois à compter du jour de la notification de la décision infligeant l'amende administrative.
Art. 108. De administratieve boete wordt betaald door storting of overschrijving op de rekening van het Ministerie van het Waalse Gewest - Afdeling Thesaurie. Daartoe wordt gebruik gemaakt van het formulier dat bij de beslissing gaan.
Art. 108. L'amende administrative est acquittée par versement ou virement au compte du MinistÚre de la Région wallonne - Division de la Trésorerie - au moyen des formules jointes à la décision qui l'inflige.
Afdeling 8. - Karakteriseringonderzoek bedoeld in artikel 79, § 1, van het decreet.
Section 8. - Etude de caractérisation visée à l'article 79, § 1er, du décret.
Art. 109. Het karakteriseringonderzoek bedoeld in artikel 79, § 1, van het decreet bevat hoe dan ook de volgende stukken en gegevens :
1° een plaatsbeschrijving met :
a) een overzicht van de samenstelling van het dossier;
b) de geografische en administratieve context : woongebied, wegen, vegetatie, bestemming op het gewestplan;
c) de uitvoerige beschrijving van de bestaande afvalstoffen en andere materialen;
d) het volume van de bestaande afvalstoffen en andere materialen, geschat op grond van een topografische opmeting, aangevuld met de dwars- en lengteprofielen;
e) vier recente en precieze foto's van de site genomen vanuit elke windstreek;
2° de volgende plannen :
a) een kadastraal plan van de percelen gelegen in een straal van honderd meter rondom de bij de studie betrokken percelen, waarop de stortplaats wordt gelokaliseerd;
b) de naam van de bedoelde percelen en de vermelding van de desbetreffende oppervlakte;
c) een situatieplan van de bedoelde percelen op een topografische kaart van 1/10.000;
3° een lijst van :
a) de drinkwaterwinningen in de zin van het decreet van 30 april 1990 betreffende de bescherming en de exploitatie van het grondwater en het tot drinkwater verwerkbaar water, in een straal van 1000 meter;
b) de bestaande waterlopen in een straal van 1000 meter;
4° een studie van de effecten van de afvalstoffen en andere materialen op het leefmilieu, met name op de grondwaterlagen, de eventuele winningen en het oppervlaktewater;
5° het plan met de gezamenlijke handelingen voor de herintegratie van de site in het leefmilieu, rekening houdende met de herbestemming ervan voor een functioneel gebruik en met het oog op de verwijdering van het gevaar voor verontreiniging vanaf die site;
6° de overlegging van de technische procédés voor de uitvoering van het plan bedoeld in 5°;
7° een omschrijving van de maatregelen tot bescherming van het leefmilieu en de gezondheid van de mens bij de uitvoering van het in 5° bedoelde plan en van de naderhand te nemen toezichtmaatregelen;
8° een situatieplan met de volgende gegevens :
a) een topografisch plan van de site met vermelding van de hellingen en de oriëntatie van het terrein;
b) een voorstelling van de profielen vóór en na de uitvoering van de werken;
c) de aard, de herkomst en het volume van de gronden en materialen vereist om het geplande profiel uit te voeren;
d) de eindbestemming, zoals groene ruimten, parkeerplaatsen, bossen;
e) in geval van aanplantingen : de specificatie van de gebruikte methodes en soorten, de densiteit, het aanplantingprogramma, de beschermingsmaatregelen, het gewaarborgde groeicijfer;
9° het kalender voor de tenuitvoerlegging van het plan bedoeld in 5°;
10° de naam en het adres van de personen die de overtreder zich voorneemt te belasten met de uitvoering van het plan bedoeld in 5°;
11° de formele verbintenis tot plaatsbeschrijving van de site na de uitvoering van het plan bedoeld in 5°;
12° de gerechtvaardigde totaalkost van de werken, BTW inbegrepen.
Art. 109. L'étude de caractérisation visée à l'article 79, § 1er, du décret comporte au minimum les documents et renseignements suivants :
1° un état des lieux comprenant :
a) l'historique de la constitution du dossier;
b) le contexte géographique et administratif : habitat, routes, végétation, affectation au plan de secteur;
c) la description exhaustive des déchets et autres matériaux présents;
d) le volume des déchets et autres matériaux présents évalué sur la base d'un relevé topographique, complété des profils transversaux et longitudinaux;
e) quatre photos récentes et précises du site prises à partir de chaque point cardinal;
2° les plans suivants :
a) un plan cadastral des parcelles situées dans un rayon de cent mÚtres autour des parcelles concernées par l'étude, localisant le dépotoir;
b) le libellé des parcelles cadastrales concernées par l'étude et l'indication de la superficie concernée;
c) un plan de situation des parcelles concernées par l'étude sur une carte topographique exécutée à l'échelle 1/10 000;
3° un relevé :
a) des captages d'eau potabilisable au sens du décret du 30 avril 1990 sur la protection et l'exploitation des eaux souterraines et des eaux potabilisables, dans un rayon de 1000 mÚtres;
b) des cours d'eau existants dans un rayon de 1000 mĂštres;
4° une étude de l'impact des déchets et autres matériaux sur l'environnement, notamment sur les nappes phréatiques et les éventuels captages ainsi que sur les eaux de surface;
5° le plan reprenant l'ensemble des opérations à effectuer en vue d'assurer la réintégration du site dans l'environnement en regard de la réaffectation de celui-ci à un usage fonctionnel et en vue de la suppression des risques de pollution à partir de ce site;
6° la présentation des procédés techniques pour réaliser le plan visé au 5°;
7° la description des mesures destinées à préserver l'environnement et la santé humaine lors de la mise en oeuvre du plan visé au 5° et celle des dispositions de surveillance du site éventuellement nécessaires aprÚs cette mise en oeuvre;
8° un plan de la situation comportant les éléments suivants :
a) un plan topographique du site avec l'indication des pentes et de l'orientation du terrain;
b) une présentation des profils avant et aprÚs la réalisation des travaux;
c) la nature, l'origine et le volume des terres et matériaux à amener afin de réaliser le profil envisagé;
d) l'affectation finale telle que : espaces verts, parkings, forĂȘts;
e) dans le cas de plantations, la spécification des méthodes et essences utilisées, la densité, le plan de plantation, les mesures de protection, le taux de reprise garanti;
9° le calendrier de mise en oeuvre du plan visé au 5°;
10° les nom et adresse des personnes que le contrevenant se propose de charger de l'exécution du plan visé au 5°;
11° l'engagement formel d'établir un état des lieux du site aprÚs la mise en oeuvre du plan visé au 5°;
12° le coût total justifié des travaux, T.V.A. comprise.
Afdeling [-1 8]-1. - Verbouwing en uitbreiding van de inrichting bedoeld in artikel 10, § 2, van het decreet.
Section [-1 8]-1 . - Transformation et extension de l'établissement vise à l'article 10, § 2, du décret.
Art. 110. De exploitant stuurt jaarlijks met ingang van de tenuitvoerlegging van de milieuvergunning of de unieke vergunning een afschrift van de lijst van de verbouwingen of uitbreidingen van de inrichting [1 ...]1 naar de technische ambtenaar en het college van de burgemeester en schepenen van de gemeente op het grondgebied waarvan de inrichting gevestigd is.
Art. 110. L'exploitant envoie [1 ...]1 une copie de la liste des transformations ou extensions de l'établissement intervenues au fonctionnaire technique et au collÚge des bourgmestre et échevins de la commune sur le territoire de laquelle est situe l'établissement, tous les ans à partir de la mise en oeuvre du permis d'environnement ou du permis unique.
Afdeling 10. - Aanwijzing van de ambtenaren.
Section 10. - Désignation des fonctionnaires.
Onderafdeling 1. - Procedure voor de toekenning van de milieuvergunning.
Sous-section 1. - Procédure d'octroi du permis d'environnement.
Art. 111. De in artikel 13, tweede lid van het decreet, bedoelde technische ambtenaar die bevoegd is om kennis te nemen van de aanvragen om milieuvergunning voor inrichtingen gevestigd op het grondgebied van verschillende gemeenten, is de directeur van de externe directie van [1 het DPA]1 van de gemeente waar de aanvraag wordt ingediend.
De technische ambtenaar bedoeld in hoofdstuk III van het decreet is de directeur van de externe directie van [1 het DPA]1 van de gemeente waar de aanvraag wordt ingediend.
Art. 111. Le fonctionnaire technique compétent pour connaßtre des demandes de permis d'environnement relatives aux établissements situés sur le territoire de plusieurs communes visé à l'article 13, alinéa 2, du décret est le directeur de la Direction extérieure [1 du DPA]1 de la commune auprÚs de laquelle la demande a été introduite.
Le fonctionnaire technique visé au chapitre III du décret est le directeur de la Direction extérieure [1 du DPA]1 de la commune auprÚs de laquelle la demande a été introduite.
Onderafdeling 2. - Procedure voor de toekenning van de unieke vergunning.
Sous-section 2. - Procédure d'octroi du permis unique.
Art. 112. (De ambtenaren binnen het bestuur Ruimtelijke Ordening en Stedenbouw en van het Bestuur Leefmilieu die samen bevoegd zijn om kennis te nemen van de aanvragen om unieke vergunning voor handelingen of werken of inrichtingen gelegen op het grondgebied van verschillende gemeenten, zijn de ambtenaren bedoeld in artikel [2 R.I.3, § 1er, 3°, van het Wetboek]2 of, bij afwezigheid, [2 de personeelsleden bedoeld in artikel R.I.3-1, § 1er, 4°, van het Wetboek of, bij afwezigheid van deze personeelsleden, een personeelslid van niveau A aangewezen binnen DGO4 door de Minister van Ruimtelijke Ordening]2 en de directeur van de Buitendirectie "DPA" waaronder de gemeente waarbij de aanvraag werd ingediend, ressorteert.)
De technische ambtenaar bedoeld in hoofdstuk XI van het decreet is de directeur van de externe directie van [1 het DPA]1 van de gemeente waar de aanvraag wordt ingediend.
Art. 112. (Les fonctionnaires au sein de l'Administration de l'Aménagement du Territoire et de l'Urbanisme et de l'Administration de l'Environnement conjointement compétents pour connaßtre des demandes de permis uniques relatives à des actes et travaux ou à des établissements situes sur le territoire de plusieurs communes sont les fonctionnaires visés à l'article [2 R.I.3, § 1er, 3°, du CoDT]2 ou, en l'absence de ceux-ci, [2 les agents visés à l'article R.I.3-1, § 1er, 4°, du CoDT ou, en cas d'absence de ces agents, un agent de niveau A désigné au sein de la DGO4 par le Ministre de l'Aménagement du Territoire]2 et le directeur de la Direction extérieure [1 du DPA]1 dont relÚve la commune auprÚs de laquelle la demande a été introduite.)
Le fonctionnaire technique visé au Chapitre XI du décret est le directeur de la Direction extérieure [1 du DPA]1 de la commune auprÚs de laquelle a été introduite la demande.
Onderafdeling 3. - Aangifte.
Sous-section 3. - Déclaration.
Art. 113. De technische ambtenaar bedoeld in artikel 14 van het decreet is de directeur van de externe directie van [1 het DPA]1 van de gemeente waar de aanvraag wordt ingediend.
Art. 113. Le fonctionnaire technique visé à l'article 14 du décret est le directeur de la Direction extérieure [1 du DPA]1 de la commune auprÚs de laquelle la déclaration a été envoyée.
Onderafdeling 4. - Verbouwing en uitbreiding van de inrichting.
Sous-section 4. - Transformation et extension de l'établissement.
Art. 114. De technische ambtenaar bedoeld in artikel 10 van het decreet is de directeur van de externe directie van [1 het DPA]1 van de gemeente waar de exploitatiezetel van de inrichting gevestigd is.
De ambtenaren en personeelsleden bedoeld in artikel 10, § 2, tweede lid, van het decreet zijn de toezichthoudende ambtenaren.
Art. 114. Le fonctionnaire technique visĂ© Ă  l'article 10 du dĂ©cret est le directeur de la Direction extĂ©rieure [1 du DPA]1 de la commune oĂč se situe le siĂšge de l'exploitation de l'Ă©tablissement.
Les fonctionnaires et agents visés à l'article 10, § 2, alinéa 2, du décret sont les fonctionnaires chargés de la surveillance.
Onderafdeling 5. - Zekerheden.
Sous-section 5. - Sûretés.
Art. 115. De technische ambtenaar bedoeld in artikel 55, §§ 4 tot 6 [1 bis]1, van het decreet is de directeur van de externe directie van [2 het DPA]2 van de gemeente waar de aanvraag wordt ingediend.
Art. 115. Le fonctionnaire technique visé à l'article 55, §§ 4 à 6 [1 bis]1 du décret est le directeur de la Direction extérieure [2 du DPA]2 de la commune auprÚs de laquelle la demande a été introduite.
Onderafdeling 6. - Verplichtingen van de exploitant.
Sous-section 6. - Obligations de l'exploitant.
Art. 116. De technische ambtenaar bedoeld in de afdelingen 2 en 3 van hoofdstuk VIII van het decreet is de directeur van de externe directie van [1 het DPA]1 van de gemeente waar de aanvraag wordt ingediend.
Art. 116. Le fonctionnaire technique visé à la Section 2 et à la Section 3 du Chapitre VIII du décret est le directeur de la Direction extérieure [1 du DPA]1 de la commune auprÚs de laquelle la demande a été introduite.
Onderafdeling 7. - Maatregelen van administratieve politie.
Sous-section 7. - Mesures de police administrative.
Art. 117. § 1. De ambtenaren en personeelsleden bedoeld in de artikelen [2 1, 29°,]2 [3 8, § 2, 4° et 5°, en § 3]3 61, 71, § 1, en 74 van het decreet zijn de toezichthoudende ambtenaren.
§ 2.[3 2. De technisch ambtenaar bedoeld in artikel 65, § 8°, van het decreet is de toezichthoudend ambtenaar]3.
§ 3. De technische ambtenaar bedoeld in [3 de artikelen 58, § 2, 4° en 5°, en § 3, 65, §§ 2 tot 7, en 72, § 1, tweede lid]3, van het decreet is de directeur van de externe directie van [1 het DPA]1 van de gemeente waar de aanvraag wordt ingediend.
§ 4. D[3 ...]3
§ 5. De ambtenaar bedoeld in artikel 72, § 2, tweede lid, van het decreet is de directeur van de externe directie van [1 het DPA]1 van de gemeente waar de aangifte wordt ingediend.
§ 6. De ambtenaar bedoeld in artikel 72, § 2, eerste lid, van het decreet is :
1° de directeur van de externe directie van [1 het DPA]1 van de gemeente waar de aangifte wordt ingediend en
2° de toezichthoudende ambtenaar.
§ 7. De technische ambtenaar bedoeld in artikel 70 van het decreet is :
1° de directeur van de externe directie van [1 het DPA]1 van de gemeente waar de aanvraag wordt ingediend en
2° de toezichthoudende ambtenaar.
Art. 117. § 1er. Les fonctionnaires et agents visés aux articles [2 1er, 29°,]2 [3 58, § 2, 4° et 5°, et § 3]3 61, 71, § 1er, et 74 du décret sont les fonctionnaires chargés de la surveillance.
§ 2. [3 Le fonctionnaire technique visé à l'article 65, § 8, du décret est le fonctionnaire chargé de la surveillance]3.
§ 3. Le fonctionnaire technique visé [3 les articles 58, § 2, 4° et 5°, et § 3, 65, §§ 2 à 7, et 72, § 1er, alinéa 2]3, du décret est le directeur de la Direction extérieure [1 du DPA]1 de la commune auprÚs de laquelle la demande a été introduite.
§ 4.[3 ...]3
§ 5. Le fonctionnaire vise à l'article 72, § 2, alinéa 2, du décret est le directeur de la Direction extérieure [1 du DPA]1 de la commune auprÚs de laquelle la déclaration a été envoyée.
§ 6. Le fonctionnaire visé à l'article 72, § 2, alinéa 1, du décret est :
1° le directeur de la Direction extérieure [1 du DPA]1 de la commune auprÚs de laquelle la déclaration a été envoyée et
2° le fonctionnaire chargé de la surveillance.
§ 7. Le fonctionnaire technique visé a l'article 70 du décret est :
1° le Directeur de la Direction extérieure [1 du DPA]1 de la commune auprÚs de laquelle la demande a été introduite et
2° le fonctionnaire chargé de la surveillance.
Onderafdeling 8.
Sous-section 8.
Art. 118.
Art. 118.
Onderafdeling 9. - Straffen.
Sous-section 9. - Sanctions pénales.
Art. 119. De technische ambtenaar bedoeld in artikel 80 van het decreet is de toezichthoudende ambtenaar.
Art. 119. Le fonctionnaire technique visé à l'article 80 du décret est le fonctionnaire chargé de la surveillance.
Onderafdeling 10. - Beroep.
Sous-section 10. - Recours.
Art. 120. § 1. De technische ambtenaar die bevoegd is om het in artikel (40, § 2, eerste lid), eerste lid, van het decreet bedoelde beroep in te dienen is de directeur van de externe directie van [1 het DPA]1 van de gemeente waar de aanvraag wordt ingediend.
De in beroep bevoegde technische ambtenaar bedoeld in artikel 40, § 1, derde lid, van het decreet is de directeur-generaal van het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu.
§ 2. De technische ambtenaar bevoegd om het in artikel 95, § 1, van het decreet bedoelde beroep in te dienen is de directeur van de externe directie van [1 het DPA]1 van de gemeente waar de aanvraag wordt ingediend.
De administratie Leefmilieu bedoeld in hoofdstuk XI, afdeling 4, van het decreet is het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu, vertegenwoordigd door haar directeur-generaal.
(Het in Afdeling 4 van hoofdstuk XI van het decreet bedoelde Bestuur Ruimtelijke Ordening en Stedenbouw is het Directoraat-generaal Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Patrimonium, vertegenwoordigd door zijn directeur-generaal of, bij afwezigheid, door de inspecteur-generaal van de Afdeling Ruimtelijke Ordening en Stedenbouw of, bij afwezigheid van deze laatste, door de directeur van de Directie Beroepen en Geschillen.)
§ 3. De technische ambtenaar bedoeld in artikel 41, derde lid, van het decreet is de directeur-generaal van het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu.
§ 4. De in beroep bevoegde technische ambtenaar bedoeld in artikel 55, § 7, derde lid, van het decreet, is de directeur-generaal van het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu.
[2 ...]2
Art. 120. § 1er. Le fonctionnaire technique compétent pour introduire un recours visé à l'article 40, § 1er, alinéa 1, du décret est le directeur de la Direction extérieure [1 du DPA]1 de la commune auprÚs de laquelle la demande a été introduite.
Le fonctionnaire technique compétent sur recours visé à l'article (40, § 2, alinéa 1er), du décret est le directeur général de la Direction générale des Ressources naturelles et de l'Environnement.
§ 2. Le fonctionnaire technique compétent pour introduire un recours visé à l'article 95, § 1er, du décret est le directeur de la Direction extérieure [1 du DPA]1 de la commune auprÚs de laquelle la demande a été introduite.
L'Administration de l'Environnement visée par la Section 4 du chapitre XI du décret est la Direction générale des Ressources naturelles et de l'Environnement, représentée par son directeur général.
(L'Administration de l'Aménagement du Territoire et de l'Urbanisme visée par la Section 4 du chapitre XI du décret est la Direction générale de l'Aménagement du Territoire, du Logement et du Patrimoine, représentée par son directeur général ou, en son absence, par l'inspecteur général de la Division de l'Aménagement et de l'Urbanisme ou, en l'absence de ce dernier, par le directeur de la Direction des Recours et du Contentieux.)
§ 3. Le fonctionnaire technique visé à l'article 41, alinéa 3 du décret est le directeur général de la Direction générale des Ressources Naturelles et de l'Environnement.
§ 4. Le fonctionnaire technique compétent sur recours visé à l'article 55, § 7, alinéa 3, du décret est le directeur général de la Direction générale des Ressources naturelles et de l'Environnement.
§ 5.[2 ...]2
Onderafdeling 11. [1 Verplichting tot periodieke kennisgeving van de milieugegevens]1
Sous-section 11. [1 Obligation de notification périodique de données environnementales]1
Art. 120bis. [1 De milieuadministratie bedoeld in de artikelen 76bis, ter en quater van het decreet is het Directoraat-generaal Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu, vertegenwoordigd door zijn directeur-generaal.]1
[2 [3 Voor de informatie betreffende atmosferische emissies die moet worden verstrekt in het formulier bepaald in artikel 76ter, § 1, van het decreet, is de milieuadministratie bedoeld in artikel 76ter, § 2, artikel 76quater, § 2, eerste lid, tweede zin, tweede lid, en § 4, vanaf de woorden "in artikel 76ter, § 1," van het decreet echter het "Agence wallonne de l'Air et du Climat" (Waals Agentschap voor Lucht en Klimaat).]3.
Het Agentschap bezorgt het Operationeel Directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu zo spoedig mogelijk een afschrift van de aangenomen beslissingen zodat het ze kan opnemen in zijn beslissing omtrent de milieukwaliteiten.]2

Art. 120bis. [1 L'administration de l'environnement visée aux articles 76bis, ter et quater du décret est la Direction générale des Ressources naturelles et de l'Environnement, représentée par son directeur général.]1
[2 [3 Toutefois, pour les informations concernant les émissions atmosphériques à fournir dans le formulaire prévu à l'article 76ter, § 1er, du décret, l'administration de l'environnement visée à l'article 76ter, § 2, à l'article 76quater, § 2, alinéa 1er, deuxiÚme phrase, alinéa 2, et § 4, à partir des mots " à l'article 76ter, § 1er, " du décret est l'Agence wallonne de l'Air et du Climat.]3
L'Agence transmet sans délai à la Direction générale opérationnelle Agriculture, Ressources naturelles et Environnement une copie des décisions adoptées afin qu'elle puisse les intégrer dans sa décision sur les qualités environnementales.]2

Onderafdeling 12. [1 - Diverse aanwijzingen.]1
Sous-section 12. [1 - Désignations diverses.]1
Art. 120ter. [1 De in artikel 7bis, § 1, van het decreet bedoelde technisch ambtenaar die bevoegd is om de resultaten van de monitoring van de emissies te beoordelen is de toezichthoudend ambtenaar.
De in artikel 8bis van het decreet bedoelde technisch ambtenaar die bevoegd is om op de hoogte te blijven van de evolutie van de beste beschikbare technieken is de inspecteur-generaal van het Departement Leefmilieu en Water van het Operationeel Directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu, of zijn afgevaardigde.
De technisch ambtenaar bedoeld in artikel 58, § 2, 2°, van het decreet is de toezichthoudend ambtenaar.]1

[2 De in artikel 176, tweede lid, van het decreet bedoelde ambtenaren zijn de directeur van de buitendirectie van het Departement Vergunningen en Machtigingen van de gemeente waarbij de aanvraag is ingediend als het gaat om een aanvraag of een aangifte, en de directeur-generaal van de Waalse Overheidsdienst Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu als het gaat om een beroep.]2
Art. 120ter. [1 Le fonctionnaire technique compétent pour évaluer les résultats de la surveillance des émissions visé à l'article 7bis, § 1er, du décret est le fonctionnaire chargé de la surveillance.
Le fonctionnaire technique compétent pour se tenir informé de l'évolution des meilleures techniques disponibles visé à l'article 8bis du décret est l'inspecteur général du Département Environnement et Eau de la Direction générale opérationnelle Agriculture, Ressources naturelles et Environnement ou son délégué.
Le fonctionnaire technique visé à l'article 58, § 2, 2°, du décret est le fonctionnaire chargé de la surveillance.]1

[2 Les fonctionnaires visés à l'article 176, alinéa 2, du décret sont le directeur de la Direction extérieure du DPA de la commune auprÚs de laquelle la demande a été introduite lorsqu'il s'agit d'une demande ou d'une déclaration et le directeur général du Service public de Wallonie Agriculture, Ressources naturelles et Environnement lorsqu'il s'agit d'un recours.]2
Afdeling 11. [1 - Diverse aanwijzingen.]1
Section 11. [1 - Désignations diverses.]1
Art. 120quater. [1 De installaties en activiteiten in de artikelen 7bis, 38, 56bis, 61, 72, § 1, 94bis, 181ter van het decreet zijn die van bijlage XXIII.]1
Art. 120quater. [1 Les installations et activités visées aux articles 7bis, 38, 56bis, 61, 72, § 1er, 94bis, 181ter du décret sont celles de l'annexe XXIII.]1
Art. 120quinquies. [1 De emissiegrenswaarden bedoeld in artikel 7bis, § 2, derde lid, van het decreet zijn de emissiegrenswaarden waarin de volgende besluiten voorzien :
1° het besluit van de Waalse Regering van 18 juli 2002 houdende sectorale voorwaarden voor de installaties en/of activiteiten die oplosmiddelen verbruiken;
2° het besluit van de Waalse Regering van 21 februari 2013 tot bepaling van de sectorale voorwaarden voor [2 grote]2 stookinstallaties;
3° het besluit van de Waalse Regering van 21 februari 2013 tot bepaling van de sectorale voorwaarden betreffende afvalverbrandings- en afvalmeeverbrandingsinstallaties;
4° het besluit van de Waalse Regering van 21 februari 2013 tot bepaling van de sectorale voorwaarden voor installaties die titaandioxide produceren.]1

Art. 120quinquies. [1 Les valeurs limites d'Ă©mission visĂ©es Ă  l'article 7bis, § 2, alinĂ©a 3, du dĂ©cret sont les valeurs limites d'Ă©mission fixĂ©es dans les arrĂȘtĂ©s suivants :
1° arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 18 juillet 2002 portant conditions sectorielles relatives aux installations et/ou activitĂ©s consommant des solvants;
2° arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 21 fĂ©vrier 2013 dĂ©terminant les conditions sectorielles relatives aux [2 grandes]2 installations de combustion;
3° arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 21 fĂ©vrier 2013 dĂ©terminant les conditions sectorielles relatives aux installations d'incinĂ©ration et de coincinĂ©ration de dĂ©chets;
4° arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 21 fĂ©vrier 2013 dĂ©terminant les conditions sectorielles applicables aux installations produisant du dioxyde de titane.]1

Art. 120sexies. [1 Art. 120sexies. De capaciteitsdrempels bedoeld in artikel 10, § 1, tweede lid, 2°, van het decreet zijn die bedoeld in bijlage XXIII.]1
Art. 120sexies. [1 Les seuils de capacité visés à l'article 10, § 1er, alinéa 2, 2°, du décret sont ceux visés à l'annexe XXIII.]1
HOOFDSTUK III. - Herstel.
CHAPITRE III. - Remise en état.
Art. 121. De modaliteiten voor de opstelling, goedkeuring en uitvoering van de herstelplannen bedoeld in [1 in artikel 35, § 2, van het fiscaal decreet van 22 maart 2007 tot bevordering van afvalpreventie en -valorisatie in het Waalse Gewest en tot wijziging van het decreet van 6 mei 1999 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillen inzake de directe gewestelijke belastingen]1, zijn van toepassing, mits vervanging van het woord "belastingplichtige " door het woord " exploitant " wat betreft de herstelplannen bedoeld in de volgende bepalingen :
1° de artikelen 71, § 2, en 74, § 2, van het decreet;
2° artikel 68, § 2, van het decreet van 7 oktober 1985 betreffende de bescherming van het oppervlaktewater tegen verontreiniging;
3° artikel 21, § 2, van het decreet van 30 april 1990 betreffende de bescherming en de exploitatie van grondwater en tot drinkwater verwerkbaar water.
Art. 121. Les rÚgles d'établissement, d'approbation et de réalisation des plans de remise en état prévues [1 à l'article 35, § 2, du décret fiscal du 22 mars 2007 favorisant la prévention et la valorisation des déchets en Région wallonne et portant modification du décret du 6 mai 1999 relatif à l'établissement, au recouvrement et au contentieux en matiÚre de taxes régionales directes]1 sont d'application, moyennant remplacement du terme " redevable " par le terme " exploitant ", pour les plans de remise en état prévus dans les dispositions suivantes :
1° les articles 71, § 2, et 74, § 2, du décret;
2° l'article 68, § 2, du décret du 7 octobre 1985 sur la protection des eaux de surface contre la pollution;
3° l'article 21, § 2, du décret du 30 avril 1990 sur la protection et l'exploitation des eaux souterraines et des eaux potabilisables.
HOOFDSTUK IV. - Opheffings-, wijzigings- en slotbepalingen.
CHAPITRE IV. - Dispositions abrogatoires, modificatives et finales.
Afdeling 1. - Opheffings- en wijzigingsbepalingen.
Section 1. - Dispositions abrogatoires et modificatives.
Onderafdeling 1. - Gevaarlijke, ongezonde en hinderlijke inrichtingen.
Sous-section 1. - Etablissements dangereux, insalubres et incommodes.
Art. 122. Titel I, hoofdstuk I, van het besluit van de Regent van 11 februari 1946 houdende goedkeuring van de titels I en II van het Algemeen reglement voor de arbeidsbescherming, wordt opgeheven.
Art. 122. Le Titre Ier, chapitre Ier, de l'arrĂȘtĂ© du RĂ©gent du 11 fĂ©vrier 1946 portant approbation des titres I et II du RĂšglement gĂ©nĂ©ral pour la protection du travail est abrogĂ©.
Art. 123. Titel IV van het besluit van de Regent van 27 september 1947 houdende goedkeuring van de titels III, IV, en V van het Algemeen reglement voor de arbeidsbescherming, wordt opgeheven.
Art. 123. Le titre IV de l'arrĂȘtĂ© du RĂ©gent du 27 septembre 1947 portant approbation des titres III, IV et V du RĂšglement gĂ©nĂ©ral pour la protection du travail est abrogĂ©.
Onderafdeling 2. - Water.
Sous-section 2. - Eau.
Art. 124. Het tweede lid van artikel 3 van het koninklijk besluit van 3 augustus 1976 houdende algemeen reglement voor het lozen van afvalwater in de gewone oppervlaktewateren, in de openbare riolen en in de kunstmatige afvoerwegen voor regenwater, wordt opgeheven.
Art. 124. L'alinĂ©a 2 de l'article 3 de l'arrĂȘtĂ© royal du 3 aoĂ»t 1976 portant le rĂšglement gĂ©nĂ©ral relatif aux dĂ©versements des eaux usĂ©es dans les eaux de surface ordinaires, dans les Ă©gouts publics et dans les voies artificielles d'Ă©coulement des eaux pluviales est abrogĂ©..
Art. 125. Artikel 31 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 125. L'article 31 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est abrogĂ©.
Art. 126. Het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 1 april 1987 tot vaststelling van de delegaties die nodig zijn voor de uitvoering van de verordening inzake de bescherming van het oppervlaktewater tegen vervuiling, wordt opgeheven.
Art. 126. L'arrĂȘtĂ© de l'ExĂ©cutif rĂ©gional wallon du 1er avril 1987 fixant les dĂ©lĂ©gations nĂ©cessaires Ă  la mise en oeuvre du dĂ©cret sur la protection des eaux de surface contre la pollution est abrogĂ©.
Art. 127. Het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 12 november 1987 tot vaststelling van de samenstelling en de werking van de Commissie van beroep tegen de beslissingen betreffende het lozen van afvalwater, wordt opgeheven.
Art. 127. L'arrĂȘtĂ© de l'ExĂ©cutif rĂ©gional wallon du 12 novembre 1987 fixant la composition et le fonctionnement de la commission de recours contre les dĂ©cisions relatives au dĂ©versement des eaux usĂ©es est abrogĂ©.
Art. 128. In artikel 2 van het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 25 oktober 1990 tot vaststelling van de voorwaarden voor de erkenning van de laboratoria belast met de officiële analyses inzake bescherming van het oppervlaktewater en van het tot drinkwater verwerkbaar water tegen verontreiniging, wordt het zinsdeel " artikel 67, § 1, van het decreet van 7 oktober 1985 en in artikel 19, tweede en derde lid, van het decreet van 30 april 1990 " vervangen door het zinsdeel " artikel 62 van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning voor de uitvoering van officiële analyses inzake de bescherming van het oppervlaktewater tegen vervuiling alsook de bescherming en de exploitatie van grondwater en van tot drinkwater verwerkbaar water ".
Art. 128. A l'article 2 de l'arrĂȘtĂ© de l'ExĂ©cutif rĂ©gional wallon du 25 octobre 1990 fixant les conditions d'agrĂ©ment de laboratoires chargĂ©s des analyses officielles en matiĂšre de protection des eaux de surface et des eaux potabilisables contre la pollution, les mots " l'article 67, § 1er, du dĂ©cret du 7 octobre 1985 et Ă  l'article 19, alinĂ©as 2 et 3, du dĂ©cret du 30 avril 1990 " sont remplacĂ©s par les mots " l'article 62 du dĂ©cret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement en vue de rĂ©aliser des analyses officielles dans le domaine de la protection des eaux de surface contre la pollution, ainsi que dans celui de la protection et de l'exploitation des eaux souterraines et des eaux potabilisables ".
Art. 129. In artikel 9 van hetzelfde besluit wordt het zinsdeel " artikel 61 van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning " ingevoegd tussen de woorden " overeenkomstig " en " artikel ".
Art. 129. A l'article 9 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " Ă  l'article 61 du dĂ©cret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement, " sont insĂ©rĂ©s entre le mot " conformĂ©ment " et le mot " Ă  ".
Art. 130. In artikel 7, § 2, van het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 25 oktober 1990 tot bepaling van de voorwaarden inzake terugbetaling van de belasting op het lozen van ander afvalwater dan industrieel afvalwater, wordt het zinsdeel " van het decreet van 7 oktober 1985 betreffende de bescherming van het oppervlaktewater tegen de verontreiniging, artikel 67, § 1, en van artikel 19 van het decreet van 30 april 1990 op de bescherming en de exploitatie van grondwater en tot drinkwater verwerkbaar water " vervangen door het zinsdeel " van artikel 62 van het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning ".
Art. 130. A l'article 7, § 2, de l'arrĂȘtĂ© de l'ExĂ©cutif rĂ©gional wallon du 25 octobre 1990 dĂ©terminant les conditions de restitution de la taxe sur le dĂ©versement des eaux usĂ©es autres qu'industrielles, les mots " du dĂ©cret du 7 octobre 1985 sur la protection des eaux de surface, article 67, § 1er, et de l'article 19 du dĂ©cret du 30 avril 1990 sur la protection et l'exploitation des eaux potabilisables " sont remplacĂ©s par les mots " de l'article 62 du dĂ©cret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement ".
Art. 131. In artikel 1 van het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 29 november 1990 betreffende de vrijstellingsvoorwaarden inzake de betaling van de belasting op het lozen van industrieel en huishoudelijk afvalwater voor de hospitalen, ziekenhuizen en andere instellingen waar niet besmettelijke zieken worden behandeld, wordt het zinsdeel " de lozingsvergunning die afgegeven werd overeenkomstig artikel 6, § 3, van het decreet van 7 oktober 1985 betreffende de bescherming van het oppervlaktewater tegen de verontreiniging " vervangen door het zinsdeel " de milieuvergunning die afgegeven werd overeenkomstig het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning ".
Art. 131. A l'article 1er de l'arrĂȘtĂ© de l'ExĂ©cutif rĂ©gional wallon du 29 novembre 1990 relatif aux conditions d'exemption de paiement de la taxe sur le dĂ©versement des eaux usĂ©es industrielles et domestiques pour les hĂŽpitaux cliniques et autres Ă©tablissements oĂč les malades non contagieux reçoivent des soins, les mots " l'autorisation de dĂ©versement dĂ©livrĂ©e en application de l'article 6, § 3, du dĂ©cret du 7 octobre 1985 sur la protection des eaux de surface contre la pollution " sont remplacĂ©s par les mots " le permis d'environnement dĂ©livrĂ© en application du dĂ©cret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement ".
Art. 132. In artikel 2 van het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 14 november 1991 betreffende het winnen van tot drinkwater verwerkbaar oppervlaktewater en de waterwinnings-, voorkomings- en toezichtsgebieden, worden de §§ 1 en 3 opgeheven.
Art. 132. A l'article 2 de l'arrĂȘtĂ© de l'ExĂ©cutif rĂ©gional wallon du 14 novembre 1991 relatif aux prises d'eau de surface potabilisable et aux zones de prise d'eau de prĂ©vention et de surveillance, les §§ 1er et 3 sont abrogĂ©s.
Art. 133. In hetzelfde besluit worden de artikelen 4 en 5 opgeheven.
Art. 133. Les articles 4 et 5 du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont abrogĂ©s.
Art. 134. In artikel 6 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid wordt het zinsdeel " De in artikel 5 bedoelde besluiten met betrekking tot een waterwinningsmachtiging " vervangen door het zinsdeel " De milieuvergunningen voor inrichtingen met een waterwinning ";
2° in het derde lid, worden de woorden " een vergunning tot " vervangen door de woorden " een milieuvergunning voor inrichtingen met een " en worden het woord " vergunning " vervangen door het woord " milieuvergunning ".
Art. 134. A l'article 6 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° Ă  l'alinĂ©a 1er, les mots " Les arrĂȘtĂ©s d'autorisation de prise d'eau visĂ©s Ă  l'article 5 " sont remplacĂ©s par les mots "Les permis d'environnement portant sur des Ă©tablissements comportant une prise d'eau ";
2° à l'alinéa 3, les mots " d'une autorisation de " sont remplacés par les mots " d'un permis d'environnement portant sur des établissements comportant une " et les mots " d'autorisation " sont remplacés par les mots " du permis d'environnement ".
Art. 135. De artikelen 7 en 8 van hetzelfde besluit worden opgeheven.
Art. 135. Les articles 7 et 8 du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont abrogĂ©s.
Art. 136. De bijlage bij hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 136. L'annexe du mĂȘme arrĂȘtĂ© est abrogĂ©e.
Art. 137. In artikel 1, 17°, van het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 14 november 1991 betreffende de grondwaterwinningen, de waterwinning-, de voorkoming- en de toezichtgebieden en de kunstmatige aanvulling van de grondwaterlagen, worden de woorden " vergunning tot " vervangen door de woorden " milieuvergunning voor een inrichting met een ".
Art. 137. A l'article 1er, 17°, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 14 novembre 1991 relatif aux prises d'eau souterraine, aux zones de prise d'eau, de prĂ©vention et de surveillance et Ă  la recharge artificielle des nappes d'eau souterraine, les mots " de l'autorisation de " sont remplacĂ©s par les mots " du permis d'environnement portant sur un Ă©tablissement comportant une " et le mot " visĂ©e " par le mot " visĂ© ".
Art. 138. In artikel 2 van hetzelfde besluit worden de §§ 1 en 3 opgeheven.
Art. 138. A l'article 2 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les §§ 1er et 3 sont abrogĂ©s.
Art. 139. In hetzelfde besluit worden de artikelen 4 en 5 opgeheven.
Art. 139. Les articles 4 et 5 du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont abrogĂ©s.
Art. 140. In artikel 6 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid wordt het zinsdeel " De in artikel 5 bedoelde besluiten met betrekking tot een waterwinningsvergunning " vervangen door het zinsdeel " De milieuvergunningen voor inrichtingen met een ";
2° in het derde lid worden de woorden " een vergunning tot " vervangen door het zinsdeel " een milieuvergunning voor een inrichting met een waterwinning " en wordt het woord " vergunning " vervangen door het woord " milieuvergunning ".
Art. 140. A l'article 6 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° Ă  l'alinĂ©a 1er, les mots " Les arrĂȘtĂ©s d'autorisation de prise d'eau visĂ©s Ă  l'article 5 " sont remplacĂ©s par les mots "Les permis d'environnement portant sur des Ă©tablissements comportant une prise d'eau ";
2° à l'alinéa 3, les mots " d'une autorisation de " sont remplacés par les mots " d'un permis d'environnement portant sur un établissement comportant une prise d'eau " et les mots " d'autorisation " sont remplacés par les mots " du permis d'environnement ".
Art. 141. In hetzelfde besluit worden de artikelen 7 en 8 opgeheven.
Art. 141. Les articles 7 et 8 du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont abrogĂ©s.
Art. 142. In artikel 9, § 2, van hetzelfde besluit worden de woorden " het vergunningsbesluit " vervangen door de woorden " de milieuvergunning ".
Art. 142. A l'article 9, § 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " l'arrĂȘtĂ© d'autorisation " sont remplacĂ©s par les mots " le permis d'environnement ".
Art. 143. In artikel 13, § 2, eerste lid, van hetzelfde besluit, wordt het woord " vergunning " vervangen door het woord " milieuvergunning ".
Art. 143. A l'article 13, § 2, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " de l'autorisation " sont remplacĂ©s par les mots " du permis d'environnement ".
Art. 144. Artikel 15 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 144. L'article 15 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est abrogĂ©.
Art. 145. In artikel 17, eerste lid, 1°, van hetzelfde besluit, worden de woorden " vergunning tot " vervangen door de woorden " milieuvergunning voor een inrichting met een waterwinning ".
Art. 145. A l'article 17, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " de l'autorisation de " sont remplacĂ©s par les mots " du permis d'environnement portant sur un Ă©tablissement comportant une prise d'eau ".
Art. 146. In artikel 18 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° punt 2° wordt gewijzigd als volgt : " 2° de centra voor technische ondergraving bedoeld in het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen ";
2° punt 10° wordt gewijzigd als volgt : " 10° de permanent en occasioneel gebruikte circuits en terreinen bedoeld in rubriek 92.61.10 van bijlage I bij het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een effectonderzoek onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten ".
Art. 146. A l'article 18 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° le 2° est remplacé par ce qui suit : " 2° les centres d'enfouissement technique visés par le décret du 27 juin 1996 relatif aux déchets ";
2° le 10° est remplacĂ© par ce qui suit : " 10° les circuits ou terrains utilisĂ©s de façon permanente et non permanente visĂ©s par la rubrique 92.61.10 de l'annexe I de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrĂȘtant la liste des projets soumis Ă  Ă©tude d'incidences et des installations et activitĂ©s classĂ©es. "
Art. 147. In artikel 20, 3°, van hetzelfde besluit wordt de datum " 5 juli 1985 " vervangen door de datum " 27 juni 1996 ".
Art. 147. A l'article 20, 3°, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " 5 juillet 1985 " sont remplaces par les mots " 27 juin 1996 ".
Art. 148. In artikel 21, 1°, van hetzelfde besluit wordt het zinsdeel " de gecontroleerde stortplaatsen bedoeld in het decreet van 5 juli 1985 betreffende de afvalstoffen " vervangen door het zinsdeel " de centra voor technische ondergraving bedoeld in het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen ".
Art. 148. A l'article 21, 1°, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les termes " les dĂ©charges contrĂŽlĂ©es visĂ©es par le dĂ©cret du 5 juillet 1985 relatif aux dĂ©chets " sont remplacĂ©s par les termes " les centres d'enfouissement technique visĂ©s par le dĂ©cret du 27 juin 1996 relatif aux dĂ©chets ".
Art. 149. In artikel 22 van hetzelfde besluit wordt punt 3° gewijzigd als volgt : " 3° de permanent en occasioneel gebruikte circuits en terreinen bedoeld in rubriek 92.61.10 van bijlage I bij het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een effectonderzoek onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten. "
Art. 149. A l'article 22 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le 3° est remplacĂ© par ce qui suit : " 3° les circuits ou terrains utilisĂ©s de façon permanente et non permanente visĂ©s par la rubrique 92.61.10 de l'annexe I de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrĂȘtant la liste des projets soumis Ă  Ă©tude d'incidences et des installations et activitĂ©s classĂ©es; ".
Art. 150. In artikel 23, 3°, van hetzelfde besluit wordt de datum " 5 juli 1985 " vervangen door de datum " 27 juni 1996 ".
Art. 150. A l'article 23, 3°, du mĂȘme arrĂȘte, les mots " 5 juillet 1985 " sont remplacĂ©s par les mots " 27 juin 1996 ".
Art. 151. Bijlage I bij hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 151. L'annexe I du mĂȘme arrĂȘtĂ© est abrogĂ©e.
Art. 152. In artikel 4 van het besluit van het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 20 november 1991 betreffende de bescherming van het grondwater tegen verontreiniging veroorzaakt door lozingen van bepaalde gevaarlijke stoffen, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1, eerste lid, wordt het woord " vergunning " vervangen door " milieuvergunning ";
2° in § 1, tweede lid, wordt het zinsdeel " wordt de vergunning toegestaan " vervangen door het zinsdeel " wordt de milieuvergunning afgegeven ";
3° in § 2, eerste lid, worden de woorden " de Minister " vervangen door de woorden " de bevoegde overheid ";
4° in § 2, tweede lid, wordt het woord " vergunningen " vervangen door het woord " milieuvergunning ";
5° in § 3 worden de woorden " De Minister " vervangen door de woorden " De bevoegde overheid ".
Art. 152. A l'article 4 de l'arrĂȘtĂ© de l'ExĂ©cutif rĂ©gional wallon du 20 novembre 1991 relatif Ă  la protection des eaux souterraines contre la pollution causĂ©e par certaines substances dangereuses, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° au § 1er, alinéa 1er, le mot " autorisation " est remplacé par les mots " permis d'environnement ";
2° au § 1er, alinéa 2, les mots " l'autorisation est délivrée " sont remplacés par les mots " le permis d'environnement est délivré ";
3° au § 2, alinéa 1er, les mots " le Ministre " sont remplacés par les mots " l'autorité compétente ";
4° au § 2, alinéa 2, le mot " autorisations " est remplacé par les mots " permis d'environnement " et le mot " délivrées " par le mot " délivré ";
5° au § 3, les mots " Le ministre " sont remplacés par les mots " autorité compétente ".
Art. 153. In artikel 5 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid wordt het woord " vergunning " vervangen door het woord " milieuvergunning ";
2° in het tweede lid worden de woorden " de Minister " vervangen door de woorden " de bevoegde overheid " en de woorden " een vergunning " door de woorden " een milieuvergunning ".
Art. 153. A l'article 5 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° à l'alinéa 1er, le mot " autorisation " est remplacé par les mots " permis d'environnement ";
2° à l'alinéa 2, les mots " le ministre " sont remplacés par les mots " l'autorité compétente " et les mots " une autorisation " sont remplacés par les mots " un permis d'environnement ".
Art. 154. In artikel 7 van hetzelfde besluit worden het woord " vergunningen " vervangen door het woord "milieuvergunningen " en de woorden " door de Minister worden afgegeven " door de woorden " door de bevoegde overheid worden afgegeven ".
Art. 154. A l'article 7 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " autorisations visĂ©es " sont remplacĂ©s par les mots " permis d'environnement visĂ©s " et les mots " dĂ©livrĂ©es par le ministre " sont remplacĂ©s par les mots " dĂ©livrĂ©s par l'autoritĂ© compĂ©tente ".
Art. 155. In artikel 8 van hetzelfde besluit worden de woorden " de vergunning " vervangen door de woorden " de milieuvergunning ".
Art. 155. A l'article 8 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " l'autorisation " sont remplacĂ©s par les mots " le permis d'environnement ".
Art. 156. In artikel 9 van hetzelfde besluit worden de woorden " de vergunning " vervangen door de woorden " de milieuvergunning ".
Art. 156. A l'article 9 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " l'autorisation " sont remplacĂ©s par les mots " le permis d'environnement ".
Art. 157. In artikel 10 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden " bedoelde vergunningen " worden vervangen door de woorden " bedoelde milieuvergunningen ";
2° de tweede zin wordt opgeheven.
Art. 157. A l'article 10 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° les mots " autorisations visées " sont remplacés par les mots " permis d'environnement visés ";
2° la seconde phrase est abrogée.
Art. 158. Artikel 11 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 158. L'article 11 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est abrogĂ©.
Art. 159. In artikel 12 van hetzelfde besluit worden de woorden " de naleving van de in de vergunningen vastgestelde voorwaarden en " geschrapt.
Art. 159. A l'article 12 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " le respect des conditions imposĂ©es par les autorisations ainsi que " sont supprimĂ©s.
Art. 160. De artikelen 14 en 15 van hetzelfde besluit worden opgeheven.
Art. 160. Les articles 14 et 15 du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont abrogĂ©s.
Art. 161. In artikel 16 van hetzelfde besluit worden de woorden " de Minister " vervangen door de woorden " de bevoegde overheid " en de woorden " de vergunning " door de woorden " de milieuvergunning ".
Art. 161. A l'article 16 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " le ministre " sont remplacĂ©s par les mots " l'autoritĂ© compĂ©tente " et les mots " de l'autorisation " sont remplacĂ©s par les mots " du permis d'environnement ".
Art. 162. Het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 12 maart 1992 houdende aanwijzing van ambtenaren voor de uitoefening van de bevoegdheden voorzien in artikel 15, § 2, van het decreet van 7 oktober 1985 betreffende de bescherming van het oppervlaktewater tegen de verontreiniging, wordt opgeheven.
Art. 162. L'arrĂȘtĂ© de l'ExĂ©cutif rĂ©gional wallon du 12 mars 1992 portant dĂ©signation de fonctionnaires pour l'exercice des compĂ©tences prĂ©vues Ă  l'article 15, § 2, du dĂ©cret du 7 octobre 1985 sur la protection des eaux de surface contre la pollution, est abrogĂ©.
Art. 163. Het besluit van de Waalse Regering van 23 december 1993 betreffende de machtigingen tot lozing van industrieel of huishoudelijk afvalwater afkomstig van inrichtingen die industrieel afvalwater lozen, wordt opgeheven.
Art. 163. L'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 23 dĂ©cembre 1993 relatif aux autorisations de dĂ©versement d'eaux usĂ©es industrielles et d'eaux usĂ©es domestiques provenant d'Ă©tablissements Ă  partir desquels sont dĂ©versĂ©es des eaux usĂ©es industrielles est abrogĂ©.
Art. 164. Het besluit van de Waalse Regering van 19 mei 1994 betreffende de bezoldiging van de adviezen die bij de behandeling van de machtigingsaanvragen tot lozing van afvalwater door de zuiveringsinstellingen worden uitgebracht, wordt opgeheven.
Art. 164. L'arrĂȘte du Gouvernement wallon du 19 mai 1994 relatif Ă  la rĂ©munĂ©ration des avis remis par les organismes d'Ă©puration lors de l'instruction des demandes d'autorisation de dĂ©versement d'eaux usĂ©es est abroge.
Art. 165. In artikel 1 van het besluit van de Waalse Regering van 18 mei 1995 betreffende de financiering van het beheer en de bescherming van tot drinkwater verwerkbaar water worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° punt 4° wordt gewijzigd als volgt :
" 4° Houder : de houder van een milieuvergunning voor een inrichting met een winning van tot drinkwater verwerkbaar water, afgegeven krachtens het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning ";
2° in 6° wordt het woord " vergunninghouder " vervangen door de woorden " houder van een milieuvergunning ".
Art. 165. A l'article 1er de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 18 mai 1995 relatif au financement de la gestion et de la protection des eaux potabilisables, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° le 4° est remplacé par ce qui suit :
" 4° Titulaire : le titulaire d'un permis d'environnement portant sur un établissement comportant une prise d'eau potabilisable délivré en vertu du décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement ";
2° au 6°, les mots " de l'autorisation " sont remplacés par les mots " du permis d'environnement ".
Art. 166. In artikel 2, § 1, 10° en 11°, en § 2, van hetzelfde besluit, wordt het woord " vergunninghouders " vervangen door de woorden " houders van een milieuvergunning ".
Art. 166. A l'article 2, § 1er, 10° et 11°, et § 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " d'autorisation " sont remplacĂ©s par les mots "de permis d'environnement ".
Art. 167. In artikel 4, eerste lid, van hetzelfde besluit, wordt het woord " vergunninghouder " vervangen door de woorden " houder van een milieuvergunning ".
Art. 167. A l'article 4, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " d'une autorisation " sont remplacĂ©s par les mots " d'un permis d'environnement ".
Art. 168. In artikel 5, § 1, eerste lid, en § 4, eerste lid, van hetzelfde besluit, wordt het woord " vergunninghouder " vervangen door de woorden " houder van een milieuvergunning ".
Art. 168. A l'article 5, § 1er, alinĂ©a 1er, et § 4, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " de l'autorisation " sont remplacĂ©s par les mots " du permis d'environnement ".
Art. 169. In artikel 7, 1°, 3° en 4°, van hetzelfde besluit, wordt het woord " vergunninghouder " vervangen door de woorden " houder van een milieuvergunning ".
Art. 169. A l'article 7, 1°, 3° et 4°, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " de l'autorisation " sont remplacĂ©s par les mots " du permis d'environnement ".
Art. 170. In artikel 1 van het besluit van de Waalse Regering van 9 april 1998 betreffende de financiering van het beheer en de bescherming van grondwater, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° punt 4° wordt gewijzigd als volgt :
" 4° Houder : de houder van een milieuvergunning voor een inrichting met een waterwinning, afgegeven overeenkomstig het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning, die de bijdrage betaalt overeenkomstig artikel 4, § 2, van het decreet van 30 april 1990 op de bescherming en de exploitatie van grondwater en tot drinkwater verwerkbaar water ";
2° in punt 5° wordt het woord " vergunninghouder " vervangen door de woorden " houder van een milieuvergunning ".
Art. 170. A l'article 1er de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 9 avril 1998 relatif au financement de la gestion et de la protection des eaux souterraines, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° le 4° est remplacé par ce qui suit :
" 4° Titulaire : le titulaire d'un permis d'environnement portant sur un établissement comportant une prise d'eau délivré en vertu du décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement et qui paie la contribution en application de l'article 4, § 2, du décret du 30 avril 1990 sur la protection et l'exploitation des eaux souterraines et des eaux potabilisables ";
2° au 5°, les mots " d'autorisation " sont remplacés par les mots " du permis d'environnement ".
Art. 171. In artikel 2, § 1 en 2, en in artikel 3 van hetzelfde besluit wordt het woord " vergunninghouder " vervangen door de woorden " houder van een milieuvergunning ".
Art. 171. A l'article 2, § 1er et 2, et Ă  l'article 3 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " d'autorisation " sont remplacĂ©s partout par les mots " de permis d'environnement ".
Art. 172. In artikel 7 van het besluit van de Waalse Regering van 15 oktober 1998 houdende reglementering van de opvang van stedelijk afvalwater, wordt het zinsdeel " kan het [1 gemeentecollege]1 van de gemeente waar de woning gelegen is, overeenkomstig artikel 9 in plaats van de aansluiting op de riolering, instemmen met het gebruik " vervangen door het zinsdeel " kan in plaats van de aansluiting op de riolering een milieuvergunning worden aangevraagd voor het gebruik ".
Art. 172. A l'article 7 de l'arrĂȘte du Gouvernement wallon du 15 octobre 1998 portant rĂ©glementation sur la collecte des eaux urbaines rĂ©siduaires, les mots " le [1 collĂšge communal]1 de la commune oĂč l'habitation est situĂ©e peut autoriser, conformĂ©ment Ă  l'article 9, Ă  la place du raccordement Ă  l'Ă©gout, l'utilisation " sont remplacĂ©s par les mots " un permis d'environnement peut ĂȘtre demandĂ© pour l'utilisation, Ă  la place du raccordement Ă  l'Ă©gout ".
Art. 173. In artikel 8, § 1, van hetzelfde besluit wordt het laatste lid opgeheven.
Art. 173. A l'article 8, § 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le dernier alinĂ©a est abrogĂ©.
Art. 174. In artikel 9 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1, eerste lid, worden de woorden " een aanvraag om milieuvergunning " ingevoegd tussen de woorden "moet " en " indienen " en wordt het zinsdeel " het in bijlage IV bedoelde aanvraagformulier behoorlijk ingevuld en in tweevoud bij het [1 gemeentecollege]1 " geschrapt;
2° § 1, tweede lid, wordt opgeheven;
3° §§ 2 en 3 worden opgeheven;
4° in § 4 worden de woorden " In de in §§ 2 en 3 bedoelde gevallen " geschrapt ", worden de woorden " machtiging tot installatie " vervangen door de woorden " de milieuvergunning voor de installatie van " en wordt het woord "verleend " vervangen door het woord " toegekend ";
5° in § 5, tweede lid, worden de woorden " het [1 gemeentecollege]1 " vervangen door de woorden " de bevoegde overheid ";
6° in § 6 wordt het zinsdeel " een machtiging wordt verleend krachtens § 2 of § 3 " vervangen door de woorden " een milieuvergunning ".
Art. 174. A l'article 9 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° au § 1er, alinéa 1er, les mots " une demande de permis d'environnement " sont insérés entre le mot " introduire " et le mot " dans " et les mots " en deux exemplaires, auprÚs du [1 collÚge communal]1, le formulaire de demande de l'annexe IV dûment complété " sont supprimés;
2° le § 1er, alinéa 2, est abrogé;
3° les §§ 2 et 3 sont abrogés;
4° au § 4, les mots " Dans les cas visés aux §§ 2 et 3 " sont supprimés, les mots " l'autorisation d'installer " sont remplacés par les mots " le permis d'environnement pour l'installation d' " et le mot " rendue " est remplacé par le mot " octroyé ";
5° au § 5, alinéa 2, les mots " le [1 collÚge communal]1 " sont remplacés par les mots " l'autorité compétente ";
6° au § 6, les mots " d'une autorisation octroyée en vertu du § 2 ou du § 3 " sont remplacés par les mots " d'un permis d'environnement ".
Art. 175. In artikel 10 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden " krachtens artikel 9 " geschrapt;
2° in het derde en vierde lid wordt het woord " gemeentelijke " vervangen door het woord " bevoegde ".
Art. 175. A l'article 10 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° à l'alinéa 1er, les mots " en vertu de l'article 9 " sont supprimés;
2° aux alinéas 3 et 4, le mot " communale " est remplacé par le mot " compétente ".
Art. 176. Bijlage IV bij hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 176. L'annexe IV du mĂȘme arrĂȘtĂ© est abrogĂ©e.
Onderafdeling 3. - Afvalstoffen.
Sous-section 3. - Déchets.
Art. 177. Artikel 2, § 1, van het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 23 juli 1987 betreffende de gecontroleerde stortplaatsen, wordt opgeheven.
Art. 177. L'article 2, § 1er, de l'arrĂȘtĂ© de l'ExĂ©cutif rĂ©gional wallon du 23 juillet 1987 relatif aux dĂ©charges contrĂŽlĂ©es est abrogĂ©.
Art. 178. De afdelingen II, III en V van hoofdstuk II van hetzelfde besluit worden opgeheven.
Art. 178. Les Sections II, III, V du chapitre II du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont abrogĂ©es.
Art. 179. De hoofdstukken III en V van hetzelfde besluit worden opgeheven.
Art. 179. Le chapitre III et V du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont abrogĂ©s.
Art. 180. In de titel van het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 9 april 1992 betreffende de giftige of gevaarlijke afvalstoffen, worden de woorden " giftige of " geschrapt.
Art. 180. Dans l'intitulĂ© de l'arrĂȘtĂ© de l'ExĂ©cutif rĂ©gional wallon du 9 avril 1992 relatif aux dĂ©chets toxiques ou dangereux, les mots " toxiques ou " sont supprimĂ©s.
Art. 181. In artikel 1 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid, 1°, wordt de datum " 5 juli 1985 " vervangen door de datum " 27 juni 1996 ";
2° in het eerste lid, 2°, worden de woorden " in het decreet " vervangen door de woorden " in artikel 2,2°, van het decreet ";
3° in het eerste lid wordt punt 3° opgeheven;
4° het tweede lid wordt opgeheven.
Art. 181. A l'article 1er du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° à l'alinéa 1er, 1°, les mots " du 5 juillet 1985 " sont remplacés par les mots " du 27 juin 1996 ";
2° à l'alinéa 1er, 2°, les mots " par le décret " sont remplacés par les mots " à l'article 2, 2°, du décret ";
3° à l'alinéa 1er, le 3° est abrogé;
4° l'alinéa 2 est abrogé.
Art. 182. In artikel 2 van hetzelfde besluit worden de woorden " gecontroleerde stortplaatsen " vervangen door de woorden " centra voor technische ondergraving ".
Art. 182. A l'article 2 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " dĂ©charges contrĂŽlĂ©es " sont remplacĂ©s par les mots " centres d'enfouissement technique ".
Art. 183. In de artikelen 3 en 4 van hetzelfde besluit worden de woorden " giftige of " geschrapt.
Art. 183. Aux articles 3 et 4 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " toxiques ou " sont supprimĂ©s.
Art. 184. De titel van hoofdstuk II van hetzelfde besluit wordt gewijzigd als volgt :
" HOOFDSTUK II. - Verzekering van de exploitant van een installatie voor de verzameling, voorbehandeling, verwijdering of valorisatie van gevaarlijke afvalstoffen ".
Art. 184. L'intitulĂ© du chapitre II du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par l'intitulĂ© suivant :
" CHAPITRE II. - De l'assurance de l'exploitant d'une installation de regroupement, de prétraitement, d'élimination ou de valorisation de déchets dangereux "
Art. 185. De artikelen 5, 6, 7 en 8 van hetzelfde besluit worden opgeheven.
Art. 185. Les articles 5, 6, 7 et 8 du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont abrogĂ©s.
Art. 186. In artikel 9 van hetzelfde besluit worden de woorden " De vergunning " vervangen door de woorden " De milieuvergunning ".
Art. 186. A l'article 9 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " L'autorisation " sont remplacĂ©s par les mots " Le permis d'environnement ".
Art. 187. De artikelen 10 tot 28 van hetzelfde besluit worden opgeheven.
Art. 187. Les articles 10 Ă  28 du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont abrogĂ©s.
Art. 188. De titel van hoofdstuk III van hetzelfde besluit wordt gewijzigd als volgt :
" HOOFDSTUK III. - Erkenning van de ophalers en vervoerders van gevaarlijke afvalstoffen ".
Art. 188. L'intitulĂ© du chapitre III du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par l'intitulĂ© :
" CHAPITRE III. - De l'agrément des collecteurs et transporteurs de déchets dangereux ".
Art. 189. In artikel 29 van hetzelfde besluit worden de woorden " giftige of " of geschrapt.
Art. 189. A l'article 29 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " toxiques ou " sont supprimĂ©s.
Art. 190. Artikel 30 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 190. L'article 30 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est abrogĂ©.
Art. 191. In artikel 31 van hetzelfde besluit worden de woorden " giftige of " geschrapt.
Art. 191. A l'article 31 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " toxiques ou " sont supprimĂ©s.
Art. 192. In artikel 32, eerste lid, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de woorden " giftige of " worden geschrapt;
2° in 1°, c), wordt het zinsdeel " in het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen, in het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning " ingevoegd tussen de woorden " afvalstoffen bedoeld " en de woorden "of in elke gelijkwaardige wetgeving ";
3° in 1°, e), worden de woorden " voor giftige afvalstoffen " geschrapt.
Art. 192. A l'article 32, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° les mots " toxiques ou " sont supprimés;
2° au 1°, c) , les mots " au décret du 27 juin 1996 relatif aux déchets, au décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement " sont insérés entre le mot " déchets " et les mots " ou à toute autre législation ";
3° au 1°, e) , les mots " pour les déchets toxiques " sont supprimés.
Art. 193. In artikel 36 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 2, 1°, f), worden de woorden " giftige of " geschrapt;
2° in § 5 wordt het woord " giftig " geschrapt.
Art. 193. A l'article 36 du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° au § 2, 1°, f) , les mots " toxiques ou " sont supprimés;
2° au § 5, le mot " toxique " est supprimé.
Art. 194. De titel van hoofdstuk IV van hetzelfde besluit wordt gewijzigd als volgt :
" HOOFDSTUK IV - Erkenning van de verantwoordelijke voor de handelingen betreffende de verzameling, voorbehandeling, verwijdering of valorisatie van gevaarlijke afvalstoffen ".
Art. 194. L'intitulĂ© du chapitre IV du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par l'intitulĂ© suivant :
" CHAPITRE IV. - De l'agrément de la personne responsable des opérations de regroupement, de prétraitement, d'élimination ou de valorisation de déchets dangereux ".
Art. 195. De artikelen 42 tot 50 van hetzelfde besluit worden opgeheven.
Art. 195. Les articles 42 Ă  50 du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont abrogĂ©s.
Art. 196. In artikel 51 van hetzelfde besluit worden de woorden " giftige of " en " uitgevoerd door een erkende exploitant " geschrapt.
Art. 196. A l'article 51 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " toxiques ou " et les mots " effectuĂ©es par un exploitant agréé " sont supprimĂ©s.
Art. 197. In artikel 52 van hetzelfde besluit worden de woorden " erkenning " en " erkend " geschrapt en wordt het woord " vergunning " vervangen door het woord " milieuvergunning ".
Art. 197. A l'article 52 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " d'agrĂ©ment " et " agréé " sont supprimĂ©s et les mots " d'autorisation " sont remplacĂ©s par les mots " de permis d'environnement ".
Art. 198. In artikel 55, tweede lid, 1°, van hetzelfde besluit worden de woorden " giftige of " geschrapt.
Art. 198. A l'article 55, alinĂ©a 2, 1°, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " toxiques ou " sont supprimĂ©s.
Art. 199. In artikel 56, § 2, 2°, van hetzelfde besluit wordt het woord " erkend " geschrapt.
Art. 199. A l'article 56, § 2, 2°, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le mot " agréé " est supprimĂ©.
Art. 200. In hetzelfde besluit worden de woorden " giftige of " geschrapt :
1° in de titel van hoofdstuk V;
2° in de titel van afdeling 1 van hoofdstuk V;
3° in artikel 59;
4° in de titel van afdeling 2 van hoofdstuk V;
5° in artikel 61;
6° in artikel 65.
Art. 200. Dans les intitulĂ©s et dispositions suivantes du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " toxiques ou " sont supprimĂ©s :
1° dans l'intitulé du chapitre V;
2° dans l'intitulé de la Section 1 du chapitre V;
3° à l'article 59;
4° dans l'intitulé de la Section 2 du chapitre V;
5° à l'article 61;
6° à l'article 65.
Art. 201. In artikel 71, § 1, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid wordt de laatste zin vervangen als volgt : " Ze moet o.a. adviezen uitbrengen over de erkenningsaanvragen bedoeld in artikel 36, § 5 ";
2° in het tweede lid worden de woorden " of om vergunningen " geschrapt.
Art. 201. A l'article 71, § 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° à l'alinéa 1er, la derniÚre phrase est remplacée par " Elle est notamment chargée de remettre les avis sur les demandes d'agrément visées à l'article 36, § 5. " ;
2° à l'alinéa 2, les mots " ou d'autorisations " sont supprimés.
Art. 202. De artikelen 72 en 73 van hetzelfde besluit worden opgeheven.
Art. 202. Les articles 72 et 73 du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont abroges.
Art. 203. Artikel 76 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 203. L'article 76 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est abrogĂ©.
Art. 204. In de artikelen 77, 78, 79 en 80 worden de woorden " giftige of " geschrapt.
Art. 204. Aux articles 77, 78, 79 et 80, les mots " toxiques ou " sont supprimés.
Art. 205. De bijlagen I, II en IV bij hetzelfde besluit worden opgeheven.
Art. 205. Les annexes I, II et IV du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont abrogĂ©es.
Art. 206. In artikel 2, 1°, van het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 9 april 1992 betreffende de polychloorbifenylen en polychloorterfenylen worden de woorden " erkend en " geschrapt.
Art. 206. A l'article 2, 1°, de l'arrĂȘtĂ© de l'ExĂ©cutif rĂ©gional wallon du 9 avril 1992 relatif aux polychlorobiphĂ©nyles et aux polychloroterphĂ©nyles, les mots " agréé et " sont supprimĂ©s.
Art. 207. In artikel 3 van hetzelfde besluit worden de woorden " giftige of " geschrapt.
Art. 207. A l'article 3 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " toxiques ou " sont supprimĂ©s.
Art. 208. De artikelen 4 en 5 van hetzelfde besluit worden geschrapt.
Art. 208. Les articles 4 et 5 du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont abrogĂ©s.
Art. 209. In artikel 6 van hetzelfde besluit worden de woorden " in de hoedanigheid van ophaler of vervoerder van giftige afvalstoffen " geschrapt.
Art. 209. A l'article 6 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " en qualitĂ© de collecteur ou de transporteur de dĂ©chets toxiques " et les mots " toxiques ou " sont supprimĂ©s.
Art. 210. De artikelen 10 tot 15 van hetzelfde besluit worden opgeheven.
Art. 210. Les articles 10 Ă  15 du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont abrogĂ©s.
Art. 211. In artikel 2 van het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 9 april 1992 betreffende de afgewerkte oliën worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in 2° worden de woorden " in een niet-erkende installatie " geschrapt;
2° in 4° worden de woorden " giftige of " geschrapt;
3° in 6° wordt het woord " vergunde " geschrapt.
Art. 211. A l'article 2 de l'arrĂȘtĂ© de l'ExĂ©cutif rĂ©gional wallon du 9 avril 1992 relatif aux huiles usagĂ©es, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° au 2°, les mots " dans une installation non agréée " sont supprimés;
2° au 4°, les mots " toxiques ou " sont supprimés;
3° au 6°, le mot " agréés " aprÚs le mot " valorisation " est supprimé.
Art. 212. In artikel 3 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 2, eerste lid, worden de woorden " hergroepeerd, voorbehandeld en verwijderd " en " de hergroepering, de voorbehandeling en de verwijdering " geschrapt;
2° in § 2, tweede lid, worden de woorden " giftige of " en de woorden " hergroepeerd, voorbehandeld, verwijderd of nuttig toegepast " geschrapt;
3° § 3 wordt opgeheven.
Art. 212. A l'article 3 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° au § 2, alinéa 1er, les mots " regroupées, prétraitées et éliminées " et les mots " regrouper, prétraiter et éliminer " sont supprimés;
2° au § 2, alinéa 2, les mots " toxiques ou " et les mots " regroupées, prétraitées, éliminées ou valorisées " sont supprimés;
3° le § 3 est abrogé.
Art. 213. In artikel 4 van hetzelfde besluit worden de woorden " aan erkende afvalolieophalers of aan erkende exploitanten " vervangen door de woorden " aan erkende ophalers of aan exploitanten ".
Art. 213. L'article 4 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " Ă  des collecteurs ou Ă  des exploitants agréés " sont remplacĂ©s par les mots " Ă  des collecteurs agréés ou Ă  des exploitants ".
Art. 214. De artikelen 5 en 6 van hetzelfde besluit worden opgeheven.
Art. 214. Les articles 5 et 6 du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont abrogĂ©s.
Art. 215. In artikel 7 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 1, eerste lid, worden de woorden " andere inrichtingen dan die erkend overeenkomstig hoofdstuk V " vervangen door het woord " inrichtingen " en wordt het tweede lid opgeheven;
2° in § 2 worden de woorden " een inrichting met " ingevoegd tussen het woord " van " en het woord " een " en in 2° worden de woorden " in erkende bedrijven " geschrapt;
3° in § 3 en in § 4 worden de woorden " een inrichting met " ingevoegd tussen het woord " in " en het woord " een " en worden de woorden " het vergunningsbesluit " vervangen door de woorden " de milieuvergunning ";
4° in § 5 wordt het tweede lid opgeheven.
Art. 215. A l'article 7 du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° au § 1er, à l'alinéa 1er, les mots " autres que celles agréées en vertu du chapitre V " sont supprimés et l'alinéa 2 est abroge;
2° au § 2, les mots " un établissement comportant " sont insérés entre le mot " d' " et le mot " une ", et, au 2°, les mots "dans les entreprises agréées " sont supprimés;
3° au § 3 et au § 4, les mots " un établissement comportant " sont insérés entre le mot " dans " et le mot " une " et les mots " l'acte d'autorisation " sont remplacés par les mots " le permis d'environnement ";
4° au § 5, l'alinéa 2 est abrogé.
Art. 216. In artikel 9 van hetzelfde besluit worden de woorden " giftige of " geschrapt.
Art. 216. A l'article 9 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " toxiques ou " sont supprimĂ©s.
Art. 217. In artikel 10, § 1, 3°, van hetzelfde besluit wordt het woord " erkende " geschrapt.
Art. 217. A l'article 10, § 1er, 3°, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " agréée et " sont supprimĂ©s.
Art. 218. De artikelen 11, 12 en 13 van hetzelfde besluit worden opgeheven.
Art. 218. Les articles 11, 12 et 13 du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont abrogĂ©s.
Art. 219. In artikel 15, 3°, van hetzelfde besluit worden de woorden " een inrichting met " ingevoegd tussen het woord " van " en het woord " een ".
Art. 219. A l'article 15, 3°, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " un Ă©tablissement comportant " sont insĂ©rĂ©s entre le mot " d' " et le mot " une ".
Art. 220. In artikel 21, eerste en tweede lid, van hetzelfde besluit worden de woorden " inrichting met een " ingevoegd tussen het woord " de " en het woord " installatie ".
Art. 220. A l'article 21, alinĂ©as 1er et 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " Ă©tablissement comportant une " sont insĂ©rĂ©s entre le mot " l' " et le mot " installation ".
Art. 221. De artikelen 26, 27 en 31 van hetzelfde besluit worden opgeheven.
Art. 221. Les articles 26, 27 et 31 du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont abrogĂ©s.
Art. 222. In de titel van bijlage I bij hetzelfde besluit worden de woorden " niet-erkende " geschrapt.
Art. 222. Dans l'intitulĂ© de l'annexe I du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " non agréées " sont supprimĂ©s.
Art. 223. De titel van hoofdstuk II van het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 9 april 1992 betreffende de afvalstoffen van de titaandioxyde-industrie wordt gewijzigd als volgt :
" HOOFDSTUK II. - Milieuvergunning voor de opslag, storting in centra voor technische ondergraving of injectie van afval uit de titaandioxyde-industrie ".
Art. 223. L'intitulĂ© du chapitre II de arrĂȘtĂ© de l'ExĂ©cutif rĂ©gional wallon du 9 avril 1992 relatif aux dĂ©chets provenant de l'industrie du dioxyde de titane est remplacĂ© par l'intitulĂ© suivant :
" CHAPITRE II. - Du permis d'environnement pour un établissement comprenant le stockage, la mise en centre d'enfouissement technique ou l'injection de déchets provenant de l'industrie du dioxyde de titane ".
Art. 224. De artikelen 2, 3 en 4 van hetzelfde besluit worden opgeheven.
Art. 224. Les articles 2, 3 et 4 du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont abrogĂ©s.
Art. 225. In artikel 5 worden de woorden " De vergunning " vervangen door de woorden " De milieuvergunning ".
Art. 225. A l'article 5, les mots " L'autorisation " et " accordée " sont remplacés respectivement par les mots " Le permis d'environnement " et " accordé ".
Art. 226. De titel van hoofdstuk III van hetzelfde besluit wordt gewijzigd als volgt :
" HOOFDSTUK III. - Milieuvergunning voor de exploitatie van een bedrijf waar titaandioxide wordt geproduceerd ".
Art. 226. L'intitulĂ© du chapitre III du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par l'intitulĂ© suivant :
" CHAPITRE III - Du permis d'environnement pour l'exploitation d'un établissement comportant une production de dioxyde de titane "
Art. 227. Artikel 6 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 227. L'article 6 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est abrogĂ©.
Art. 228. In artikel 7 van hetzelfde besluit worden de woorden " De vergunning " en " verleend " vervangen door de woorden " De milieuvergunning " en " toegekend ".
Art. 228. A l'article 7 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " L'autorisation " et " accordĂ©e " sont remplacĂ©s respectivement par les mots " Le permis d'environnement " et " accordĂ© ".
Art. 229. In de titel van hoofdstuk IV en in artikel 8 van hetzelfde besluit wordt het woord " gestorte " voorafgegaan door de woorden " in een centrum voor technische ondergraving ".
Art. 229. Dans l'intitulĂ© du chapitre IV et Ă  l'article 8 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le mot " dĂ©charge " est remplacĂ© par les mots "centre d'enfouissement technique ".
Art. 230. Artikel 9 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 230. L'article 9 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est abrogĂ©.
Art. 231. De artikelen 17 en 18 van hetzelfde besluit worden opgeheven.
Art. 231. Les articles 17 et 18 du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont abrogĂ©s.
Art. 232. In de bijlagen bij hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° het woord " storting " wordt systematisch gevolgde door de woorden " in een centrum voor technische ondergraving ";
2° bijlage I wordt opgeheven;
3° in bijlage II, A, 1°, worden de woorden " de vergunningsvoorwaarden inzake opslag, storting of injectering " vervangen door de woorden " milieuvergunning voor de opslag, storting in centra voor technische ondergraving of injectie ".
Art. 232. Dans les annexes du mĂȘme arrĂȘtĂ©, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° le mot " décharge " est systématiquement remplacé par les mots " centre d'enfouissement technique ".
2° l'annexe I est abrogée;
3° à l'annexe II, A, 1°, les mots " de l'autorisation de stockage, de mise en décharge ou d'injection " sont remplacés par les mots " du permis d'environnement pour le stockage, la mise en centre d'enfouissement technique ou l'injection ".
Art. 233. In artikel 1 van het besluit van de Waalse Regering van 21 oktober 1993 betreffende dierlijke afvalstoffen wordt het zinsdeel " van 5 juli 1985 met betrekking tot de afvalstoffen, gewijzigd bij de decreten van 9 april 1987, 30 juni 1988, 4 juli 1991 en 25 juli 1991 " vervangen door het zinsdeel " van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen ".
Art. 233. A l'article 1er, 1°, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 21 octobre 1993 relatif aux dĂ©chets animaux, les mots " du 5 juillet 1985 relatif aux dĂ©chets, modifiĂ© par les dĂ©crets du 9 avril 1987, du 30 juin 1988, du 4 juillet 1991 et du 25 juillet 1991 " sont remplacĂ©s par les mots " du 27 juin 1996 relatif aux dĂ©chets ".
Art. 234. In artikel 3 van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 2, 1°, worden de woorden " overeenkomstig dit besluit " geschrapt;
2° in § 3, 4°, worden de woorden " overeenkomstig dit besluit erkend " vervangen door de woorden " behoorlijk vergund ".
Art. 234. A l'article 3 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° au § 2, 1°, les mots " conformĂ©ment au prĂ©sent arrĂȘtĂ© " sont supprimĂ©s;
2° au § 3, 4°, les mots " agréée conformĂ©ment au prĂ©sent arrĂȘtĂ© " sont remplacĂ©s par les mots " dĂ»ment autorisĂ©e ".
Art. 235. Artikel 5 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 235. L'article 5 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est abrogĂ©.
Art. 236. In de titel van afdeling 2 van hoofdstuk II van hetzelfde besluit wordt het woord " machtiging " vervangen door het woord " milieuvergunning ".
Art. 236. Dans l'intitulĂ© de la Section 2 du chapitre II du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " de l'autorisation " sont remplacĂ©s par les mots " du permis d'environnement ".
Art. 237. In artikel 6 van hetzelfde besluit worden de woorden " De machtiging " vervangen door de woorden " De milieuvergunning " en de woorden " alsmede aan de artikelen 6 tot 9 " door de woorden " alsook aan artikel 9 " en worden de woorden " giftige of " geschrapt.
Art. 237. A l'article 6 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " L'autorisation " et " soumise " sont remplaces respectivement par les mots " Le permis d'environnement " et " soumis ", les mots " ainsi qu'aux articles 6 Ă  9 " sont remplacĂ©s par les mots " ainsi qu'Ă  l'article 9 " et les mots " toxiques ou " sont supprimĂ©s.
Art. 238. In artikel 8, 8°, van hetzelfde besluit worden de woorden " de inrichting met " ingevoegd tussen het woord " van " en de woorden " de installatie ".
Art. 238. A l'article 8, 8°, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " l'Ă©tablissement contenant " sont insĂ©rĂ©s entre le mot " de " et les mots " l'installation ".
Art. 239. Artikel 10 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 239. L'article 10 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est abrogĂ©.
Art. 240. In artikel 11, § 2, van hetzelfde besluit wordt het zinsdeel " in artikel 5 van dit besluit bedoeld bedrijf " vervangen door het zinsdeel " in dit besluit bedoelde installatie voor verzameling, voorbehandeling, verwijdering of valorisatie ".
Art. 240. A l'article 11, § 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " visĂ©e a l'article 5 du prĂ©sent arrĂȘtĂ© " sont remplacĂ©s par les mots " de regroupement, de prĂ©traitement, d'Ă©limination ou de valorisation visĂ©e dans cet arrĂȘtĂ© ".
Art. 241. In artikel 12 van hetzelfde besluit worden de woorden " giftige of " geschrapt.
Art. 241. A l'article 12 du mĂȘme arrĂȘte, les mots " toxiques ou " sont supprimĂ©s.
Art. 242. In artikel 15 van hetzelfde besluit worden de woorden " in artikel 5 van dit besluit bedoeld bedrijf " vervangen door de woorden " in dit besluit bedoelde installatie voor verzameling, voorbehandeling, verwijdering of valorisatie ".
Art. 242. A l'article 15 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " visĂ©e Ă  l'article 5 " sont remplacĂ©s par les mots " de regroupement, de prĂ©traitement, d'Ă©limination ou de valorisation visĂ©e dans cet arrĂȘtĂ© ".
Art. 243. De artikelen 16, 17 en 18 van hetzelfde besluit worden opgeheven.
Art. 243. Les articles 16, 17 et 18 du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont abrogĂ©s.
Art. 244. In artikel 19 van hetzelfde besluit worden de woorden " overeenkomstig dit besluit erkend " vervangen door de woorden " bedoeld in dit besluit ".
Art. 244. A l'article 19 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " autorisĂ©e conformĂ©ment au prĂ©sent arrĂȘtĂ© " sont remplacĂ©s par les mots " visĂ©e par le prĂ©sent arrĂȘtĂ© ".
Art. 245. In artikel 20 van hetzelfde besluit worden de woorden " een inrichting met " ingevoegd tussen het woord " van " en de woorden " een installatie ".
Art. 245. A l'article 20 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " un Ă©tablissement comportant " sont insĂ©rĂ©s entre le mot " d' " et les mots " une installation ".
Art. 246. In artikel 21 van hetzelfde besluit worden de woorden " giftige of " geschrapt.
Art. 246. A l'article 21 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " toxiques ou " sont supprimĂ©s.
Art. 247. In artikel 22, tweede lid, van hetzelfde besluit worden de woorden " een inrichting met " ingevoegd tussen het woord " van " en de woorden " een installatie ".
Art. 247. A l'article 22, alinĂ©a 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " l'Ă©tablissement contenant " sont insĂ©rĂ©s entre le mot " de " et les mots " l'installation ".
Art. 248. De artikelen 24 en 25 van hetzelfde besluit worden opgeheven.
Art. 248. Les articles 24 et 25 du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont abrogĂ©s.
Art. 249. De titel van hoofdstuk I van bijlage I bij hetzelfde besluit wordt vervangen als volgt : " Vergunningsvoorwaarden betreffende de installaties voor de verzameling, voorbehandeling, valorisatie en verwijdering van dierlijke afvalstoffen ".
Art. 249. Dans l'intitulĂ© du chapitre 1er de l'annexe I au mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " d'autorisation des installations " sont remplaces par les mots " de permis d'environnement pour les Ă©tablissements contenant une installation ".
Art. 250. In artikel 1 van het besluit van de Waalse Regering van 30 juni 1994 betreffende de afval van ziekenhuis- en gezondheidszorgactiviteiten worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in 1° wordt de datum " 5 juli 1985 " vervangen door de datum " 27 juni 1996 ";
2° in 10° worden de woorden " een vergunning tot exploitatie " vervangen door de woorden " een milieuvergunning ".
Art. 250. A l'article 1er de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 30 juin 1994 relatif aux dĂ©chets d'activitĂ©s hospitaliĂšres et de soins de santĂ©, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° au 1°, les mots " du 5 juillet 1985 " sont remplacés par les mots " du 27 juin 1996 ";
2° au 10°, les mots " une autorisation d'exploiter " sont remplacés par les mots " un permis d'environnement ".
Art. 251. In artikel 2, 2°, b), van hetzelfde besluit worden de woorden " erkend en " geschrapt.
Art. 251. A l'article 2, 2°, b) , du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " agréé et " sont supprimes.
Art. 252. De artikelen 5 tot 10 van hetzelfde besluit worden opgeheven.
Art. 252. Les articles 5 Ă  10 du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont abrogĂ©s.
Art. 253. In artikel 13 van hetzelfde besluit worden de woorden " giftige of " geschrapt.
Art. 253. A l'article 13 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " toxiques ou " sont supprimĂ©s.
Art. 254. In artikel 15 van hetzelfde besluit worden de woorden " krachtens dit besluit gemachtigde " vervangen door de woorden " in dit besluit bedoelde ".
Art. 254. A l'article 15 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " autorisĂ©e en vertu du " sont remplacĂ©s par les mots " visĂ©e par le ".
Art. 255. In artikel 13 van hetzelfde besluit worden de woorden " giftige of " geschrapt.
Art. 255. A l'article 17 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " toxiques ou " sont supprimĂ©s.
Art. 256. Artikel 18 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 256. L'article 18 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est abrogĂ©.
Art. 257. In artikel 19 van hetzelfde besluit worden de woorden " of de exploitatie van een hergroeperings-, voorbehandelings- of verwijderingsinstallatie voor " geschrapt.
Art. 257. A l'article 19 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " ou d'exploitant d'une installation de regroupement, de prĂ©traitement ou d'Ă©limination " sont supprimĂ©s.
Art. 258. In de titel van hoofdstuk II van het besluit van de Waalse Regering van 30 november 1995 betreffende het beheer van stoffen die d.m.v. bagger- of ruimingswerken uit de bedding en de oevers van waterlopen en watervlakken verwijderd worden, worden de woorden " Vergunning tot vestiging en exploitatie " vervangen door de woorden " Milieuvergunning voor de vestiging en de exploitatie van een inrichting met ".
Art. 258. Dans l'intitulĂ© du chapitre II de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 30 novembre 1995 relatif Ă  la gestion des matiĂšres enlevĂ©es du lit et des berges des cours et plans d'eau du fait de travaux de dragage ou de curage, les mots " De l'autorisation d'implanter et d'exploiter " sont remplacĂ©s par les mots " Du permis d'environnement pour l'implantation et l'exploitation d'un Ă©tablissement comportant ".
Art. 259. De artikelen 6, 7, 8, 15, 16 en 17 van hetzelfde besluit worden opgeheven.
Art. 259. Les articles 6, 7, 8, 15, 16 et 17 du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont abrogĂ©s.
Art. 260. In de titel van hoofdstuk III van hetzelfde besluit worden de woorden " Vergunning tot vestiging en exploitatie van een stortplaats voor baggerspeciën of geruimde stoffen " vervangen door de woorden " Milieuvergunning voor de vestiging en de exploitatie van een inrichting met een centrum voor technische ondergraving ".
Art. 260. Dans l'intitulĂ© du chapitre III du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " De l'autorisation d'implanter et d'exploiter un centre d'enfouissement technique de matiĂšres de dragage ou de curage " sont remplacĂ©s par les mots " Du permis d'environnement pour l'implantation et l'exploitation d'un Ă©tablissement comportant un centre enfouissement technique ".
Art. 261. Artikel 18 van hetzelfde besluit wordt opgeheven.
Art. 261. L'article 18 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est abrogĂ©.
Art. 262. In de titel van afdeling II van hoofdstuk III van hetzelfde besluit wordt het woord " vergunning " vervangen door het woord " milieuvergunning ".
Art. 262. Dans l'intitulĂ© de la Section II du chapitre III du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " de l'autorisation " sont remplacĂ©s par les mots " de permis d'environnement ".
Art. 263. In artikel 19, § 1, van hetzelfde besluit worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden " De vergunning " vervangen door de woorden " De milieuvergunning ";
2° in het tweede lid wordt het woord " stortplaatsen " vervangen door de woorden " centra voor technische ondergraving ";
3° het derde lid wordt opgeheven.
Art. 263. A l'article 19, § 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° a l'alinéa 1er, les mots " L'autorisation " sont remplacés par les mots " Le permis d'environnement ", le mot " délivrée " est remplacé par le mot " délivré ";
2° à l'alinéa 2, le mot " décharges " est remplacé par le mot " centres d'enfouissement technique ";
3° l'alinéa 3 est abrogé.
Art. 264. De artikelen 20, 22, 23, 24, 26 en 27 van hetzelfde besluit worden opgeheven.
Art. 264. Les articles 20, 22, 23, 24, 26 et 27 du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont abrogĂ©s.
Art. 265. In de titel van het besluit van de Waalse Regering van 16 oktober 1997 tot aanwijzing van de ambtenaar bedoeld in artikel 2, 25°, van het decreet van 27 juni 1996 betreffende de afvalstoffen worden de woorden " bedoeld in artikel 2, 25° " vervangen door de woorden " bedoeld in artikel 2, 24° ".
Art. 265. Dans l'intitulĂ© de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 16 octobre 1997 portant dĂ©signation du fonctionnaire visĂ© Ă  l'article 2, 25° du dĂ©cret du 27 juin 1996 relatif aux dĂ©chets, les mots " visĂ© Ă  l'article 2, 25° " sont remplacĂ©s par les mots " visĂ© Ă  l'article 2, 24° ".
Art. 266. In artikel 1 van hetzelfde besluit worden de woorden " bedoeld in artikel 2, 25° " vervangen door de woorden " bedoeld in artikel 2, 24° ".
Art. 266. A l'article 1er du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les mots " visĂ© Ă  l'article 2, 25° " sont remplacĂ©s par les mots " visĂ© Ă  l'article 2, 24° ".
Onderafdeling 4. - Springstoffen.
Sous-section 4. - Explosifs.
Art. 267. Het koninklijk besluit van 23 september 1958 houdende algemeen reglement betreffende het fabriceren, opslaan, onder zich houden, verkopen, vervoeren en gebruiken van springstoffen, is in het Waalse Gewest niet langer van toepassing op de buitenpolitie voor de inrichtingen bedoeld in het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning.
Art. 267. L'arrĂȘtĂ© royal du 23 dĂ©cembre 1958 portant rĂšglement gĂ©nĂ©ral sur la fabrication, l'emmagasinage, la dĂ©tention, le dĂ©bit, le transport et l'emploi des produits explosifs cesse d'ĂȘtre applicable en RĂ©gion wallonne en ce qui concerne la police externe des Ă©tablissements visĂ©s par le dĂ©cret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement.
Onderafdeling 5. - Lucht.
Sous-section 5- Air.
Art. 268. In artikel 1, 2°, van het koninklijk besluit van 26 maart 1971 ter voorkoming van de luchtverontreiniging die door verbrandingsinstallaties wordt verwerkt, wordt het zinsdeel " ingedeelde inrichtingen die opgenomen zijn op de lijst gevoegd bij het algemeen reglement voor de arbeidsbescherming of de exploitatie van andere inrichtingen dan die bedoeld op die lijst " vervangen door het zinsdeel " installaties en activiteiten bedoeld in het besluit van de Waalse Regering van 4 juli 2002 tot bepaling van de lijst van de aan een effectonderzoek onderworpen projecten en van de ingedeelde installaties en activiteiten ".
Art. 268. A l'article 1er, 2°, de l'arrĂȘtĂ© royal du 26 mars 1971 relatif Ă  la prĂ©vention de la pollution atmosphĂ©rique engendrĂ©e par les installations de combustion, les mots " Ă©tablissements classĂ©s repris Ă  la liste annexĂ©e au rĂšglement gĂ©nĂ©ral pour la protection du travail ou Ă  l'exploitation d'autres Ă©tablissements visĂ©s par cette liste " sont remplacĂ©s par les mots " installations et activitĂ©s visĂ©es par arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 4 juillet 2002 arrĂȘtant la liste des projets soumis Ă  l'Ă©tude d'incidences et des installations et activitĂ©s classĂ©es "..
Art. 269. In artikel 1 van het besluit van de Waalse Regering van 9 december 1993 tot bestrijding van de door installaties voor huisvuilverbranding veroorzaakte luchtverontreiniging worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in 1° wordt de datum " 5 juli 1985 " vervangen door de datum " 27 juni 1996 ";
2° punt 3° wordt gewijzigd als volgt :
" vergunning : de vergunning afgegeven krachtens het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning ";
3° in 4° worden de woorden " de vergunningen " vervangen door de woorden " de milieuvergunningen ".
Art. 269. A l'article 1er de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 9 dĂ©cembre 1993 relatif a la lutte contre la pollution atmosphĂ©rique en provenance des installations d'incinĂ©ration de dĂ©chets mĂ©nagers sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° au 1°, les mots " 5 juillet 1985 " sont remplacés par les mots " 27 juin 1996 ";
2° le 3° est remplacé par ce qui suit :
" permis : les permis délivrés en vertu du décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement ";
3° au 4° les mots " les autorisations " sont remplacés par les mots " les permis ".
Art. 270. In artikel 2, 1, van het besluit van de Waalse Regering van 9 december 1993 betreffende de bestrijding van door industriële inrichtingen veroorzaakte luchtverontreiniging wordt het zinsdeel " de exploitatievergunningen die afgegeven zijn krachtens het algemeen reglement voor de arbeidsbescherming " vervangen door het zinsdeel " de vergunningen afgegeven krachtens het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning ".
Art. 270. A l'article 2, 1er, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 9 dĂ©cembre 1993 relatif Ă  la lutte contre la pollution atmosphĂ©rique en provenance des installations industrielles les mots " les autorisations d'exploiter dĂ©livrĂ©es en vertu du rĂšglement gĂ©nĂ©ral pour la protection du travail " sont remplacĂ©s par les mots " les permis dĂ©livrĂ©s en vertu du dĂ©cret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement ".
Art. 271. De artikelen 4 en 5 van hetzelfde besluit worden opgeheven.
Art. 271. Les articles 4 et 5 du mĂȘme arrĂȘtĂ© sont abrogĂ©s.
Art. 272. In artikel 1 van het besluit van de Waalse Regering van 9 december 1993 inzake voorkoming en vermindering van luchtverontreiniging door asbest worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° punt 5° wordt gewijzigd als volgt : " vergunning :
- de vergunningen afgegeven krachtens het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning;
- de ontginningsvergunningen afgegeven krachtens het decreet van 27 oktober 1988 op de groeven; ";
2° in 6° worden de woorden " vergunning of " geschrapt.
Art. 272. A l'article 1er de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 9 dĂ©cembre 1993 concernant la prĂ©vention et la rĂ©duction de la pollution de l'air par l'amiante, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
1° le 5° est remplacé par : " permis :
- les permis délivrés en vertu du décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement;
- les permis d'extraction délivrés en vertu du décret du 27 octobre 1988 sur les carriÚres; ";
2° au 6° les mots " autorisation ou " sont supprimés.
Art. 273. In artikel 2 van hetzelfde besluit wordt het woord " vergunning " vervangen door het woord " milieuvergunning ".
Art. 273. A l'article 2 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le mot " autorisation " est remplacĂ© par le mot " permis ".
Onderafdeling 5. - Diverse bepalingen.
Sous-section 5. - Dispositions diverses.
Art. 274. In artikel 4 van het besluit van de Waalse Regering van 16 september 1993 tot inwerkingstelling van een bijzonder beleid inzake leefmilieu in het kader de artikelen 5 en 5bis van de wet van 30 december 1970 betreffende de economische expansie, zoals gewijzigd bij het decreet van 25 juni 1992, wordt een punt 8° toegevoegd, luidend als volgt :
" 8° de milieuvergunning vereist krachtens het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning ".
Art. 274. A l'article 4 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 16 septembre 1993 visant Ă  mettre en oeuvre une politique spĂ©cifique en matiĂšre d'environnement dans le cadre des articles 5 et 5bis de la loi du 30 dĂ©cembre 1970 sur l'expansion Ă©conomique telle que modifiĂ©e par le dĂ©cret du 25 juin 1992, un 8° est ajoutĂ©, rĂ©digĂ© comme suit :
" 8° le permis d'environnement requis en vertu du décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement ".
Art. 275. In artikel 4 van het besluit van de Waalse Regering van 16 september 1993 tot inwerkingstelling van een bijzonder beleid inzake hernieuwbare energieën in het kader van artikel 32.13 van de wet van 4 augustus 1978 tot economische heroriëntering, zoals gewijzigd bij het decreet van 25 juni 1992, wordt een streepje met het woord " milieuvergunning " toegevoegd na het laatste streepje " machtiging tot winning van oppervlakte- of grondwater ".
Art. 275. A l'article 4 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 16 septembre 1993 visant Ă  mettre en oeuvre une politique spĂ©cifique en matiĂšre d'Ă©nergies renouvelables dans le cadre de l'article 32.13 de la loi du 4 aoĂ»t 1978 de rĂ©orientation Ă©conomique telle que modifiĂ©e par le dĂ©cret du 25 juin 1992, un tiret suivi des mots " permis d'environnement " est ajoutĂ© aprĂšs le dernier tiret " autorisation de captage des eaux de surface ou des eaux souterraines ".
Art. 276. In artikel 1, eerste lid, 1°, van het besluit van de Waalse Gewestexecutieve van 23 december 1992 tot aanwijzing van de ambtenaren bevoegd voor het opsporen en vaststellen van overtredingen inzake de milieubescherming, wordt het zinsdeel " de wet van 5 mei 1888 betreffende het toezicht op de gevaarlijke, ongezonde of hinderlijke inrichtingen en op de stoomtuigen en de stoomketels " vervangen door het zinsdeel " het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning ".
Art. 276. A l'article 1er, alinĂ©a 1er, 1°, de l'arrĂȘtĂ© de l'ExĂ©cutif rĂ©gional wallon du 23 dĂ©cembre 1992 portant dĂ©signation des agents compĂ©tents pour rechercher et constater les infractions en matiĂšre de protection de l'environnement, les mots " Ă  la loi du 5 mai 1888 relative Ă  l'inspection des Ă©tablissements dangereux, insalubres ou incommodes et Ă  la surveillance des machines et chaudiĂšres Ă  vapeur " sont remplacĂ©s par " au dĂ©cret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement ".
Afdeling 2. - Slotbepalingen.
Section 2. - Dispositions finales.
Art. 277. De aanvraag om milieuvergunning of om unieke vergunning gaat, net zoals het beroep, vergezeld van een afschrift van het stortingsbewijs of van het debetbericht betreffende de betaling van het dossierrecht bedoeld in artikel 177 van het decreet.
Art. 277. Une copie du récépissé du versement ou de l'avis de débit de virement du droit de dossier visé à l'article 177 du décret est jointe à la demande de permis d'environnement, de permis unique ou au recours.
Art. 278. Het decreet van 11 maart 1999 betreffende de milieuvergunning treedt in werking op 1 oktober 2002.
Art. 278. Le décret du 11 mars 1999 relatif au permis d'environnement entre en vigueur le 1er octobre 2002.
Art. 279. Dit besluit treedt in werking op 1 oktober 2002.
Art. 279. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© entre en vigueur le 1er octobre 2002.
Art. 280. De Minister van Leefmilieu, Ruimtelijke Ordening en Stedenbouw is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 280. Le Ministre de l'Environnement, de l'AmĂ©nagement du Territoire et de l'Urbanisme est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1.
Art. N1.
Art. N2.
Art. N2.
Art. N2 A.
Art. N2 A.
Art. N2 B.
Art. N2 B.
Art. N3.
Art. N3.
Art. N4.
Art. N4.
Art. N5.
Art. N5.
Art. N6.
Art. N6.
Art. N7.
Art. N7.
Art. N8.
Art. N8.
Art. N9.
Art. N9.
Art. N9 bis.
Art. N9 bis.
Art. N10. Bijlage X. - Openbaar onderzoek.
[1 Gemeente van ...........
INRICHTINGEN MET INSTALLATIES OF ACTIVITEITEN INGEDEELD KRACHTENS HET DECREET VAN 11 MAART 1999 BETREFFENDE DE MILIEUVERGUNNING
Betreft de aanvraag van
om een milieuvergunning of een unieke vergunning of de wijziging van de bijzondere exploitatievoorwaarden voor (voorwerp van de aanvraag en beknopte beschrijving van het project).
Het dossier (aangeven of het vergezeld gaat van een milieueffectstudie) ligt ter inzage bij het gemeentebestuur vanaf
Datum van aanplakking van de aanvraag :
Openingsdatum van het onderzoek :
Plaats, datum en uur van sluiting van het onderzoek :
Geschreven opmerkingen kunnen gericht worden aan :
De burgemeester informeert de bevolking dat een openbaar onderzoek betreffende bovenbedoelde aanvraag is geopend.
Het dossier ligt ter inzage vanaf de openingsdatum tot de sluitingsdatum van het onderzoek, elke werkdag tijdens de diensturen en op tot 20 uur of op zaterdagochtend.
Als de raadpleging plaatsvindt op een werkdag na zestien uur of op zaterdagochtend, moet de persoon die het dossier wenst in te kijken uiterlijk vierentwintig uur op voorhand afspraak maken bij
(naam en personalia van de persoon die verantwoordelijk is voor de afspraken).
Opmerkingen kunnen tot de sluiting van het onderzoek binnen bovenbedoeld termijn schriftelijk of mondeling gericht worden aan de gemeentelijke administratie.
Mondelinge klachten en opmerkingen worden op afspraak ingezameld door de milieuadviseur of, bij gebreke daarvan, door de daartoe afgevaardigde gemeentebeambte1.
Technische uitleg over het project kan verkregen worden bij de aanvrager, de milieuadviseur of, bij gebreke daarvan, bij het gemeentecollege of de daartoe afgevaardigde gemeentebeambte1, de technische ambtenaar (adres en algemeen telefoonnummer) en de afgevaardigde ambtenaar (als het gaat om een eenmalige vergunning, adres en algemeen telefoonnummer).
De overheid die bevoegd is om te beslissen over de aanvraag die het voorwerp uitmaakt van dit openbaar onderzoek is ...............
(Aangeven of het project het voorwerp uitmaakt van een milieueffectbeoordelingsprocedure in grensoverschrijdend verband overeenkomstig artikel D.29-11, § 1, van Boek I van het Milieuwetboek).
(Aangeven of overige milieuinformatie betreffende het project beschikbaar is).
(De naam en personalia van de milieuadviseur of, bij gebreke daarvan, van de adviseur(s) inzake ruimtelijke ordening en stedenbouw opgeven).
Te .........., op ................
De burgemeester]1

Art. N10. Annexe X. EnquĂȘte publique.
[1 Commune de
ETABLISSEMENTS CONTENANT DES INSTALLATIONS OU ACTIVITES CLASSEES EN VERTU DU DECRET DU 11 MARS 1999 RELATIF AU PERMIS D'ENVIRONNEMENT
Concerne la demande de
en vue d'obtenir le permis d'environnement, le permis unique ou la modification des conditions particuliĂšres d'exploitation pour (objet de la demande et courte description du projet).
Le dossier (indiquer s'il est accompagnĂ© d'une Ă©tude d'incidences) peut ĂȘtre consultĂ© Ă  l'administration communale Ă  partir du
Date d'affichage de la demande :
Date d'ouverture de l'enquĂȘte :
Lieu date et heure de clĂŽture de l'enquĂȘte :
Les observations Ă©crites peuvent ĂȘtre adressĂ©es Ă  :
Le bourgmestre, porte Ă  la connaissance de la population qu'une enquĂȘte publique est ouverte, relative Ă  la demande susmentionnĂ©e.
Le dossier peut ĂȘtre consultĂ© Ă  partir de la date d'ouverture jusqu'Ă  la date de clĂŽture de l'enquĂȘte, chaque jour ouvrable pendant les heures de service, et le jusqu'Ă  20 heures ou le samedi matin.
Lorsque la consultation a lieu un jour ouvrable aprĂšs seize heures ou le samedi matin, la personne souhaitant consulter le dossier doit prendre rendez-vous au plus tard vingt-quatre heures Ă  l'avance auprĂšs de
(nom et coordonnées de la personne responsable de l'organisation des rendez-vous).
Tout intĂ©ressĂ© peut formuler ses observations Ă©crites ou orales auprĂšs de l'administration communale dans le dĂ©lai mentionnĂ© ci-dessus, jusqu'Ă  la clĂŽture de l'enquĂȘte.
Les réclamations et observations verbales sont recueillies sur rendez-vous par le conseiller en environnement ou, à défaut, par l'agent communal délégué à cet effet1.
Tout intéressé peut obtenir des explications techniques sur le projet auprÚs du demandeur, du conseiller en environnement ou, à défaut, du collÚge communal ou de l'agent communal délégué à cet effet1, du fonctionnaire technique (adresse et numéro de téléphone général) et du fonctionnaire délégué (lorsqu'il s'agit d'un permis unique, adresse et numéro de téléphone général).
L'autoritĂ© compĂ©tente pour prendre la dĂ©cision sur la demande faisant l'objet de la prĂ©sente enquĂȘte publique est ...............
(Indiquer si le projet fait l'objet d'une procédure d'évaluation de l'impact sur l'environnement dans un contexte transfrontiÚre conformément à l'article D.29-11, § 1er, du Livre Ier du Code de l'Environnement).
(Indiquer si d'autres informations sur l'environnement se rapportant au projet sont disponibles).
(Indiquer, s'il existe, le nom et les coordonnées du conseiller en environnement ou, à défaut du ou des conseiller en aménagement du territoire et urbanisme).
A, ..... le ......
Le bourgmestre]1

Art. N11.
Art. N11.
Art. N12.
Art. N12.
Art. N13.
Art. N13.
Art. N14.
Art. N14.
Art. N15.
Art. N15.
Art. N16.
Art. N16.
Art. N16 bis.
Art. N16 bis.
Art. N17.
Art. N17.
Art. N18.
Art. N18.
Art. N19.
Art. N19. Art. N19. Registre relatif aux demandes de permis d'environnement.
(Formulaire non repris pour motifs techniques. Voir M.B. 29-04-2004, pp. 35222-35223>
Art. N19 bis. <INGEVOEGD bij BWG 2004-01-22/44, art. 25, Inwerkingtreding : 29-04-2004> Bijlage XIXbis. - Register betreffende de aangiften.
(Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 29-04-2004, p. 35371-35372.)
Art. N19 bis.
Art. N20.
Art. N20.
Art. N21.
Art. N21.
Art. N22.
Art. N22.
Art. N23.
Art. N23.
Art. N24.
Art. N24.
Art. N25.
Art. N25.
Art. N26.
Art. N26.
Art. N27.
Art. N27.
Art. N28.
Art. N28.
Art. N29.
Art. N29.
Art. N30.
Art. N30.
Art. N31.
Art. N31.
Art. N32.
Art. N32.
Art. N33.
Art. N33.
Art. N34.
Art. N34.
Art. N35.
Art. N35.
Art. N36.
Art. N36.