Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
25 NOVEMBER 2002. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie "mobiele urgentiegroep" (MUG) moet voldoen om te worden erkend.
Titre
25 NOVEMBRE 2002. - ArrĂȘtĂ© royal modifiant l'arrĂȘtĂ© royal du 10 aoĂ»t 1998 fixant les normes auxquelles une fonction "service mobile d'urgence" (SMUR) doit rĂ©pondre pour ĂȘtre agréée.
Documentinformatie
Numac: 2002023043
Datum: 2002-11-25
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2002023043
Date: 2002-11-25
Moniteur: Voir
Tekst (7)
Texte (7)
Artikel 1. Artikel 5 van het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie "mobiele urgentiegroep" (MUG) moet voldoen om te worden erkend, wordt aangevuld met een tweede lid, luidend als volgt :
" De geneesheer die de leiding van de functie heeft zoals bedoeld in dit artikel, kan tegelijkertijd het geneesheer-diensthoofd van de functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" zijn, zoals bedoeld in artikel 8 van het koninklijk besluit van 27 april 1998 tot vaststelling van de normen waaraan een functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" moet voldoen om erkend te worden. "
Article 1. L'article 5 de l'arrĂȘtĂ© royal du 10 aoĂ»t 1998 fixant les normes auxquelles doit rĂ©pondre une fonction " service mobile d'urgence " (SMUR) pour ĂȘtre agréée, est complĂ©tĂ© par un deuxiĂšme alinĂ©a, rĂ©digĂ© comme suit :
" Le mĂ©decin qui assume la direction de la fonction, tel que visĂ© dans le prĂ©sent article, peut simultanĂ©ment ĂȘtre le mĂ©decin chef de service de la fonction " soins urgents spĂ©cialisĂ©s ", tel que visĂ© Ă  l'article 8 de l'arrĂȘtĂ© royal du 27 avril 1998 fixant les normes auxquelles une fonction " soins urgents spĂ©cialisĂ©s " doit rĂ©pondre pour ĂȘtre agréée. "
Art. 2. In artikel 6, § 2, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het koninklijk besluit van 9 februari 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° De paragraaf, zoals die oorspronkelijk van kracht was, wordt aangevuld met een tweede en derde lid, luidend als volgt :
" De in deze paragraaf bedoelde geneesheren mogen evenwel tegelijkertijd de permanente aanwezigheid vervullen, zoals bedoeld in artikel 2, § 1, 4°, van het koninklijk besluit van 30 januari 1989 houdende vaststelling van de aanvullende normen voor de erkenning van ziekenhuizen en ziekenhuisdiensten alsmede tot nadere omschrijving van ziekenhuisgroeperingen en de bijzondere normen waaraan deze moeten voldoen.
De geneesheren die aan de medische permanentie deelnemen mogen niet langer dan 24 uur na elkaar een medische permanentie in een ziekenhuis vervullen. ";
2° Tussen het eerste en het tweede lid van de paragraaf, gewijzigd bij 1°, wordt een nieuw lid ingevoegd, luidend als volgt :
" De in deze paragraaf bedoelde geneesheren verzekeren de medische permanentie in de functie "mobiele urgentiegroep" (MUG). Zij kunnen niet tegelijkertijd de medische permanentie waarnemen als bedoeld in artikel 14 van het koninklijk besluit van 27 april 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie voor intensieve zorg moet voldoen om te worden erkend. Zij kunnen evenmin tegelijkertijd de medische permanentie waarnemen, als bedoeld in artikel 9, § 3, van het koninklijk besluit van 27 april 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" moet voldoen om erkend te worden, tenzij zulks gebeurt met inachtneming van de voorwaarden bepaald in het tweede lid van die bepaling. ";
3° De paragraaf, gewijzigd bij 1° en 2° wordt aangevuld met een vijfde lid, luidend als volgt :
" In het geval de permanentie wordt waargenomen door een geneesheer welke niet een geneesheer-specialist is zoals bedoeld in artikel 2, § 1, van voornoemd ministerieel besluit van 12 november 1993 en er op de vestigingsplaats waar de vertrekplaats zich bevindt, zich eveneens een erkende functie voor intensieve zorg bevindt, zoals bedoeld in het koninklijk besluit van 27 april 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie voor intensieve zorg moet voldoen om erkend te worden, dient een geneesheer-specialist, bedoeld in artikel 2, § 1, van voornoemd ministerieel besluit, aanwezig te zijn op bedoelde vestigingsplaats. ".
Art. 2. L'article 6, § 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal du 10 aoĂ»t 1998, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© royal du 9 fĂ©vrier 2001, est complĂ©tĂ© par les dispositions suivantes :
1° Le paragraphe, dans sa version originalement en vigueur, est complété par un alinéa 2 et 3, libellés comme suit :
" Les mĂ©decins visĂ©s dans le prĂ©sent paragraphe peuvent toutefois assurer simultanĂ©ment la permanence, telle que visĂ©e Ă  l'article 2, § 1er, 4°, de l'arrĂȘtĂ© royal du 30 janvier 1989 fixant les normes complĂ©mentaires d'agrĂ©ment des hĂŽpitaux et des services hospitaliers et prĂ©cisant la dĂ©finition des groupements d'hĂŽpitaux et les normes particuliĂšres qu'ils doivent respecter.
Les médecins qui participent à la permanence médicale ne peuvent effectuer de permanence médicale dans un hÎpital durant plus de 24 heures consécutives. ";
2° Entre le premier et le deuxiÚme alinéa du présent paragraphe, modifié par 1°, un nouvel alinéa est inséré, libellé comme suit :
" Les mĂ©decins visĂ©s dans le prĂ©sent paragraphe assurent la permanence mĂ©dicale dans la fonction "service mobile d'urgence" (SMUR). Ils ne peuvent pas assurer simultanĂ©ment la permanence mĂ©dicale, telle que visĂ©e Ă  l'article 14 de l'arrĂȘtĂ© royal du 27 avril 1998 fixant les normes auxquelles doit rĂ©pondre une fonction de soins intensifs pour ĂȘtre agréé. Ils ne peuvent pas non plus assurer simultanĂ©ment la permanence mĂ©dicale visĂ©e Ă  l'article 9, § 3, de l'arrĂȘtĂ© royal du 27 avril 1998 fixant les normes auxquelles doit rĂ©pondre une fonction "soins urgents spĂ©cialisĂ©s" pour ĂȘtre agréé, sauf Ă  remplir les conditions fixĂ©es Ă  l'alinĂ©a 2 de cette disposition. ";
3° Le paragraphe, modifié par 1° et 2°, est complété par un alinéa 5, libellé comme suit :
" Au cas oĂč la permanence est assurĂ©e par un mĂ©decin qui n'est pas un mĂ©decin spĂ©cialiste, comme visĂ© Ă  l'article 2, § 1er, de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel prĂ©citĂ© du 12 novembre 1993, et qu'une fonction agréée de soins intensifs se trouve Ă©galement sur le site oĂč se trouve le lieu de dĂ©part, comme visĂ© Ă  l'arrĂȘtĂ© royal du 27 avril 1998 fixant les normes auxquelles une fonction de soins intensifs doit rĂ©pondre pour ĂȘtre agréée, un mĂ©decin spĂ©cialiste, tel que visĂ© Ă  l'article 2, § 1er, de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel prĂ©citĂ©, doit ĂȘtre prĂ©sent sur le site dont question. "
Art. 3. In artikel 8 van hetzelfde koninklijk besluit van 10 augustus 1998 worden de woorden "tenzij hij kan bewijzen dat hij" vervangen door de woorden "tenzij hij/zij als gegradueerd of gebrevetteerd verpleger of verpleegster kan bewijzen dat hij/zij".
Art. 3. A l'article 8 du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal du 10 aoĂ»t 1998 les mots " sauf s'il peut justifier qu'il " sont remplacĂ©s par les mots " sauf s'il/elle peut justifier en tant qu'infirmier ou infirmiĂšre graduĂ©(e) ou brevetĂ©(e) qu'il/elle. "
Art. 4. Artikel 18, van het hetzelfde koninklijk besluit van 10 augustus 1998, wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Art. 18. § 1. Tot 31 december 2005 kan het in artikel 5 bedoelde diensthoofd ook een geneesheer-specialist zijn in een van de disciplines bedoeld in artikel 2, § 1, van het voornoemde ministerieel besluit van 12 november 1993.
§ 2. Gedurende de in § 1, bedoelde periode kan de medische permanentie ook worden waargenomen door een geneesheer-specialist in een van de disciplines bedoeld in artikel 2, § 1, van hoger vermeld ministerieel besluit van 12 november 1993.
§ 3. Gedurende de in § 1 bedoelde periode mag de medische permanentie eveneens worden waargenomen door een kandidaat-geneesheer-specialist in opleiding in een van de disciplines bedoeld in artikel 2, § 1, van hoger vermeld ministerieel besluit van 12 november 1993 voorzover deze ten minste twee jaar opleiding heeft genoten, dat de dienst waarin hij de permanentie waarneemt is opgenomen in zijn stageprogramma en dat hij in een spoedgevallendienst of een functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" vertrouwd werd gemaakt met alle aspecten van reanimatie en dringende geneeskundige behandeling.
§ 4. De Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft, kan de in §§ 1, 2 en 3 bedoelde overgangstermijnen verlengen indien zou blijken dat bij het verstrijken van deze termijnen nog niet voldoende geneesheren beantwoorden aan de voorwaarden bedoeld in de artikelen 8 en 9 van dit besluit. "
Art. 4. L'article 18, du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal du 10 aoĂ»t 1998, est remplacĂ© par la disposition suivante :
" Article 18, § 1er. Jusqu'au 31 dĂ©cembre 2005 le chef de service visĂ© Ă  l'article 5 peut Ă©galement ĂȘtre un mĂ©decin spĂ©cialiste dans une des disciplines visĂ©es Ă  l'article 2, § 1er, de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 12 novembre 1993.
§ 2. La permanence mĂ©dicale peut Ă©galement ĂȘtre assurĂ©e durant la pĂ©riode visĂ©e au § 1er, par un mĂ©decin spĂ©cialiste dans une des disciplines visĂ©es Ă  l'article 2, § 1er, de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel prĂ©citĂ© du 12 novembre 1993.
§ 3. La permanence mĂ©dicale peut, durant la pĂ©riode visĂ©e au § 1er, Ă©galement ĂȘtre assurĂ©e par un mĂ©decin candidat spĂ©cialiste en formation dans une des disciplines visĂ©es Ă  l'article 2, § 1er, de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel prĂ©citĂ© du 12 novembre 1993, pour autant que celui-ci ait suivi une formation d'au moins deux ans, que le service dans lequel il assure la permanence figure dans son programme de stage et qu'il se soit familiarisĂ© dans un service des urgences ou une fonction " soins urgents spĂ©cialisĂ©s " avec tous les aspects affĂ©rents Ă  la rĂ©animation et au traitement mĂ©dical d'urgence.
§ 4. Le Ministre quia la SantĂ© publique dans ses attributions peut prolonger la pĂ©riode transitoire visĂ©e aux §§ 1er, 2, 3, s'il s'avĂšre qu'Ă  son expiration, un nombre encore insuffisant de mĂ©decins rĂ©pond aux conditions visĂ©es aux articles 8 et 9 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©. "
Art. 5. Het koninklijk besluit van 9 februari 2001 tot wijziging van het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie "mobiele urgentiegroep" (MUG) moet voldoen om te worden erkend, wordt ingetrokken.
Art. 5. L'arrĂȘtĂ© royal du 9 fĂ©vrier 2001 modifiant l'arrĂȘtĂ© royal du 27 avril 1998 fixant les normes auxquelles doit rĂ©pondre une fonction "service mobile d'urgence" (SMUR) pour ĂȘtre agréé, est retirĂ©.
Art. 6. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 mei 1999, met uitzondering van :
1° de artikelen 2, 2° en 5, die uitwerking hebben met ingang van 6 april 2001;
2° artikel 2, 3°, dat in werking treedt op de datum waarop dit besluit in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art. 6. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© produit ses effets le 1er mai 1999, Ă  l'exception de :
1° les articles 2, 2° et 5, qui produisent leurs effets le 6 avril 2001;
2° l'article 2, 3°, qui entre en vigueur Ă  la date de la publication du prĂ©sent arrĂȘtĂ© au Moniteur belge.
Art. 7. Onze Minister van Volksgezondheid en Onze Minister van Sociale Zaken zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 25 november 2002.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Volksgezondheid,
J. TAVERNIER
De Minister van Sociale Zaken,
F. VANDENBROUCKE.
Art. 7. Notre Ministre de la SantĂ© publique et Notre Ministre des Affaires sociales sont chargĂ©s, chacun en ce qui le concerne, de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Donné à Bruxelles, le 25 novembre 2002.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de la Santé publique,
J. TAVERNIER
Le Ministre des Affaires sociales,
F. VANDENBROUCKE.