Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
25 NOVEMBER 2002. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 27 april 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" moet voldoen om erkend te worden.
Titre
25 NOVEMBRE 2002. - ArrĂȘtĂ© royal modifiant l'arrĂȘtĂ© royal du 27 avril 1998 fixant les normes auxquelles une fonction " soins urgents spĂ©cialisĂ©s " doit rĂ©pondre pour ĂȘtre agréée.
Documentinformatie
Numac: 2002023042
Datum: 2002-11-25
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2002023042
Date: 2002-11-25
Moniteur: Voir
Tekst (10)
Texte (10)
Artikel 1. Artikel 2 van het koninklijk besluit van 27 april 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg moet voldoen om erkend te worden", wordt aangevuld met een derde lid, luidend als volgt :
" De Koning bepaalt de voorwaarden en modaliteiten volgens welke de functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" beurtelings georganiseerd kan worden op één of meerdere vestigingsplaatsen van een ziekenhuis. "
Article 1. L'article 2 de l'arrĂȘtĂ© royal du 27 avril 1998 fixant les normes auxquelles une fonction " soins spĂ©cialisĂ©s " doit rĂ©pondre pour ĂȘtre agréée, est complĂ©tĂ© par un alinĂ©a 3, libellĂ© comme suit :
" Le Roi prĂ©voit les conditions et les modalitĂ©s selon lesquelles la fonction "soins urgents spĂ©cialisĂ©s peut ĂȘtre organisĂ©e alternativement sur un ou plusieurs sites d'un hĂŽpital. "
Art. 2. In artikel 5, tweede lid, van hetzelfde koninklijk besluit wordt het woord "vier" vervangen door het woord "drie".
Art. 2. A l'article 5, alinĂ©a 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal le mot "quatre" est remplacĂ© par le mot "trois".
Art. 3. Artikel 8 van hetzelfde koninklijk besluit wordt aangevuld met een tweede lid, luidend als volgt :
" De geneesheer-diensthoofd, bedoeld in dit artikel kan tegelijkertijd de geneesheer zijn die de leiding heeft van de functie "mobiele urgentiegroep" (MUG), zoals bedoeld in artikel 5 van het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie "mobiele urgentiegroep" (MUG) moet voldoen om te worden erkend. "
Art. 3. L'article 8 de l'arrĂȘtĂ© royal prĂ©citĂ© est complĂ©tĂ© par un deuxiĂšme alinĂ©a, rĂ©digĂ© comme suit :
" Le mĂ©decin-chef de service, tel que visĂ© dans le prĂ©sent article, peut simultanĂ©ment ĂȘtre le mĂ©decin qui assume la direction dĂ© la fonction " service mobile d'urgence " (SMUR), tel que visĂ© Ă  l'article 5 de l'arrĂȘtĂ© royal du 10 aoĂ»t 1998 fixant les normes auxquelles une fonction " service mobile d'urgence " (SMUR) doit rĂ©pondre pour ĂȘtre agréée. "
Art. 4. In artikel 9, § 3, van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de tekst zoals deze oorspronkelijk van kracht was, wordt aangevuld met een tweede lid, luidend als volgt :
" De in § 1, bedoelde geneesheren mogen tegelijkertijd de permanente aanwezigheid vervullen, zoals bedoeld in artikel 2, § 1, 4°, van het koninklijk besluit van 30 januari 1989 houdende vaststelling van aanvullende normen voor de erkenning van ziekenhuizen en ziekenhuisdiensten alsmede tot nadere omschrijving van ziekenhuisgroeperingen en bijzondere normen waaraan deze moeten voldoen. ";
2° In de tekst, gewijzigd door 1°, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
a) het eerste lid wordt aangevuld met de woorden "en mogen, met uitzondering van de toepassing van het tweede lid, tegelijkertijd geen andere medische permanentie uitvoeren, zoals bedoeld in artikel 14 van het koninklijk besluit van 27 april 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie voor intensieve zorg moet voldoen om erkend te worden en in artikel 6 van het koninklijk besluit van 10 augustus 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie "mobiele urgentiegroep" moeten voldoen om te worden erkend. ";
b) tussen het eerste lid, gewijzigd bij a) en het tweede lid, ingevoegd bij 1°, wordt een lid ingevoegd, luidend als volgt :
" Indien er op de bedoelde vestigingsplaats een functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg", een functie "mobiele urgentiegroep" (MUG) en een functie voor intensieve zorg worden uitgebaat, mogen de geneesheren die de permanentie waarnemen in de functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" tegelijkertijd de medische permanentie waarnemen in de functie "mobiele urgentiegroep" (MUG), als bedoeld in artikel 6 van het voornoemde koninklijk besluit van 10 augustus 1998, voorzover een bijkomende geneesheer, die beantwoordt aan de vereisten bedoeld in § 1, in de functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" aanwezig is binnen vijftien minuten nadat de eerstgenoemde geneesheer de bedoelde functie heeft verlaten ingevolge een oproep van de functie "mobiele urgentiegroep" (MUG). Zolang die geneesheer niet ter plaatse is, dient een geneesheer die, met toepassing van de artikelen 14 en 15 van het voornoemde koninklijk besluit van 27 april 1998, de permanentie waarneemt in de functie voor intensieve zorg, eveneens de permanentie waar te nemen in de functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg. "
Art. 4. A l'article 9, § 3, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° Le texte dans sa version initialement en vigueur, est complété par un deuxiÚme alinéa, rédigé comme suit :
" Les mĂ©decins visĂ©s au § 1er peuvent assurer simultanĂ©ment la permanence, telle que visĂ©e Ă  l'article 2, § 1er, 4°, de l'arrĂȘtĂ© royal du 30 janvier 1989 fixant les normes complĂ©mentaires d'agrĂ©ment des hĂŽpitaux et des services hospitaliers et prĂ©cisant la dĂ©finition des groupements d'hĂŽpitaux et les normes particuliĂšres qu'ils doivent respecter. ";
2° Dans le texte, modifié par 1°, les modifications suivantes sont apportées :
a) l'alinĂ©a 1er est complĂ©tĂ© par les mots "et ne peuvent, Ă  l'exception de l'application de l'alinĂ©a 2, assurer simultanĂ©ment aucune autre permanence mĂ©dicale, telle que visĂ©e Ă  l'article 4 de l'arrĂȘtĂ© royal du 27 avril 1998 fixant les normes auxquelles une fonction de soins intensifs doit rĂ©pondre pour ĂȘtre agréé et Ă  l'article 18, § 5, de l'arrĂȘtĂ© royal du 10 aoĂ»t 1998 fixant les normes auxquelles doit rĂ©pondre une fonction "service mobile d'urgence" (SMUR) pour ĂȘtre agréée";
b) entre le l'alinéa 1er, modifié par a) et l'alinéa 2, inséré par 1°, un alinéa est inséré, libellé comme suit :
" Si une fonction "soins urgents spĂ©cialisĂ©es", une fonction "service mobile d'urgence (SMUR) et une fonction de soins intensifs sont exploitĂ©es sur le site dont il est question, les mĂ©decins qui assurent la permanence de la fonction "soins urgents spĂ©cialisĂ©es" peuvent simultanĂ©ment assurer la permanence de la fonction "service mobile d'urgence" (SMUR) au sens de l'article 6 de l'arrĂȘtĂ© royal du 10 aoĂ»t 1998 susvisĂ©, pour autant qu'un mĂ©decin supplĂ©mentaire, rĂ©pondant aux conditions visĂ©es au § 1er, soit prĂ©sent dans les quinze minutes aprĂšs que le premier mĂ©decin a quittĂ© la fonction visĂ©e Ă  la suite d'un appel de la fonction "service mobile d'urgence" (SMUR). Tant que ce mĂ©decin n'est pas arrivĂ© sur place, le mĂ©decin qui, en application des articles 14 et 15 de l'arrĂȘtĂ© royal du 27 avril 1998 susvisĂ©, assure la permanence de la fonction de soins intensifs, doit assurer Ă©galement la permanence de la fonction "soins urgents spĂ©cialisĂ©s. "
Art. 5. Artikel 9, § 5, van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling :
" § 5. De geneesheren die aan de medische permanentie deelnemen mogen niet langer dan 24 uur na elkaar een medische permanentie in een ziekenhuis vervullen. "
Art. 5. L'article 9, § 5, est remplacé par la disposition suivante :
" § 5. Les médecins qui participent à la permanence médicale ne peuvent effectuer de permanence médicale dans un hÎpital durant plus de 24 heures consécutives. "
Art. 6. In artikel 11, § 2, eerste lid, van hetzelfde koninklijk besluit worden de woorden "tenzij hij/zij kan bewijzen dat hij/zij" vervangen door de woorden "tenzij hij/zij als gegradueerd of gebrevetteerd verpleger of verpleegster kan bewijzen dat hij/zij".
Art. 6. L'article 11, § 2, alinĂ©a 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ© royal les mots " sauf s'il/elle peut justifier qu' il/elle " sont remplacĂ©s par les mots " sauf s'il/elle peut justifier en tant qu'infirmier ou infirmiĂšre graduĂ©(e) ou brevetĂ©(e) qu'il/elle ".
Art. 7. Artikel 13 van het voornoemd koninklijk besluit van 27 april 1998 wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Art. 13. § 1. Tot 31 december 2005 kan het in artikel 8 bedoelde diensthoofd ook een geneesheer-specialist zijn, in een van de disciplines bedoeld in artikel 2, § 1, van voornoemd ministerieel besluit van 12 november 1993.
§ 2. Gedurende de in § 1, bedoelde periode kan de medische permanentie ook worden waargenomen door een geneesheer-specialist in een van de disciplines bedoeld in artikel 2, § 1, van hoger vermeld ministerieel besluit van 12 november 1993.
§ 3. Gedurende de in § 1 bedoelde periode mag de medische permanentie eveneens worden waargenomen door een kandidaat-geneesheer-specialist in opleiding, in een van de disciplines bedoeld in artikel 2, § 1, van hoger vermeld ministerieel besluit van 12 november 1993 voorzover deze ten minste twee jaar opleiding heeft genoten, dat de dienst waarin hij de permanentie waarneemt is opgenomen in zijn stageprogramma en dat hij in een spoedgevallendienst of een functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" vertrouwd werd gemaakt met alle aspecten van reanimatie en dringende geneeskundige behandeling.
§ 4. De Minister die de Volksgezondheid onder zijn bevoegdheid heeft, kan de in §§ 1, 2 en 3 bedoelde overgangstermijnen verlengen indien zou blijken dat bij het verstrijken van deze termijnen nog niet voldoende geneesheren beantwoorden aan de voorwaarden bedoeld in de artikelen 8 en 9 van dit besluit. "
Art. 7. L'article 13 de l'arrĂȘtĂ© royal prĂ©citĂ© du 27 avril 1998 est remplacĂ© par la disposition suivante :
" Article 13. § 1er. Jusqu'au 31 dĂ©cembre 2005, le chef de service visĂ© a l'article 8 peut Ă©galement ĂȘtre un mĂ©decin spĂ©cialiste dans une des disciplines visĂ©es Ă  l'article 2, § 1er, de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 12 novembre 1993 prĂ©citĂ©.
§ 2. La permanence mĂ©dicale peut Ă©galement ĂȘtre assurĂ©e durant la pĂ©riode visĂ©e au § 1er, par un mĂ©decin spĂ©cialiste dans une des disciplines visĂ©es Ă  l'article 2, § 1er, de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel prĂ©citĂ© du 12 novembre 1993.
§ 3. La permanence mĂ©dicale peut, durant la pĂ©riode visĂ©e au § 1er, Ă©galement ĂȘtre assurĂ©e par un mĂ©decin candidat spĂ©cialiste en formation dans une des disciplines visĂ©es Ă  l'article 2, § 1er, de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel prĂ©citĂ© du 12 novembre 1993, pour autant que celui-ci ait suivi une formation d'au moins deux ans, que le service dans lequel il assure la permanence figure dans son programme de stage et qu'il se soit familiarisĂ© dans un service des urgences ou une fonction " soins urgents spĂ©cialisĂ©s " avec tous les aspects affĂ©rents Ă  la rĂ©animation et au traitement mĂ©dical d'urgence.
§ 4. Le Ministre qui a la SantĂ© publique dans ses attributions peut prolonger la pĂ©riode transitoire visĂ©e aux §§ 1er, 2, 3, s'il s'avĂšre qu'Ă  son expiration, un nombre encore insuffisant de mĂ©decins rĂ©pond aux conditions visĂ©es aux articles 8 et 9 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©. "
Art. 8. Het koninklijk besluit van 9 februari 2001 tot wijziging van het koninklijk besluit van 27 april 1998 houdende vaststelling van de normen waaraan een functie "gespecialiseerde spoedgevallenzorg" moeten voldoen om erkend te worden, wordt ingetrokken.
Art. 8. L'arrĂȘtĂ© royal du 9 fĂ©vrier 2001 modifiant l'arrĂȘtĂ© royal du 27 avril 1998 fixant les normes auxquelles doit rĂ©pondre une fonction "soins urgents spĂ©cialisĂ© pour ĂȘtre agréé, est retirĂ©.
Art. 9. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 december 1998, met uitzondering van de artikelen 4, 2° en 8, die uitwerking hebben op 6 april 2001.
Art. 9. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© produit ses effets le 1er dĂ©cembre 1998, Ă  l'exception des articles 4, 2°, et 8, qui produisent leurs effets le 6 avril 2002.
Art. 10. _ Onze Minister van Volksgezondheid en Onze Minister van Sociale Zaken zijn belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 25 november 2002.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Volksgezondheid,
J. TAVERNIER
De Minister van Sociale Zaken,
F. VANDENBROUCKE.
Art. 10. Notre Ministre de la SantĂ© publique et Notre Ministre des Affaires sociales sont chargĂ©s, chacun en ce qui le concerne, de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Donné à Bruxelles, le 25 novembre 2002.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de la Santé publique,
J. TAVERNIER
Le Ministre des Affaires sociales,
F. VANDENBROUCKE.