Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
11 JULI 2002. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de financiële tussenkomst vanwege het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn in de loonkost van een gerechtigde op maatschappelijke integratie die wordt tewerkgesteld in een sociale inschakelingsinitiatief [...]. (KB 2004-04-01/60, art. 1, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004) - (NOTA : opgeheven voor de Duitstalige gemeenschap bij BDG2018-09-28/10, art. 61, 004; Inwerkingtreding : 01-01-2019) (NOTA : opgeheven voor het Brusselse Gewest bij BESL2019-05-16/17, art. 14, 005; Inwerkingtreding : 01-01-2021)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 31-07-2002 en tekstbijwerking tot 31-12-2025)
Titre
11 JUILLET 2002. - Arrêté royal déterminant l'intervention financière du centre public d'aide sociale dans le coût salarial d'un ayant droit à l'intégration sociale mis au travail dans une initiative d'insertion sociale [...]. (AR 2004-04-01/60, art. 1, 003; En vigueur : 01-01-2004) - (NOTE : abrogé pour la Communauté germanophone par ACG2018-09-28/10, art. 61, 004; En vigueur : 01-01-2019) (NOTE : abrogé pour la Région Bruxelloise par ARR2019-05-16/17, art. 14, 005; En vigueur : 01-01-2021)(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 31-07-2002 et mise à jour au 31-12-2025)
Documentinformatie
Numac: 2002022560
Datum: 2002-07-11
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2002022560
Date: 2002-07-11
Moniteur: Voir
Tekst (20)
Texte (20)
HOOFDSTUK I. - Inleidende bepaling.
CHAPITRE I. - Disposition préliminaire.
Artikel 1. <KB 2004-04-01/60, art. 2, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004> Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
" rechthebbende " : een gerechtigde op maatschappelijke integratie, bestaande uit een tewerkstelling en/of een leefloon;
" werkgever " : een werkgever bedoeld in artikel 1, § 1, van het koninklijk besluit van 3 mei 1999 tot uitvoering van artikel 7, § 1, derde lid, m, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders betreffende de herinschakeling van zeer moeilijk te plaatsen werklozen.
Article 1. <AR 2004-04-01/60, art. 2, 003; En vigueur : 01-01-2004> Pour l'application du présent arrêté on entend par :
" ayant droit " : un ayant droit à l'intégration sociale sous la forme d'un emploi et/ou d'un revenu d'intégration;
" employeur " : un employeur visé à l'article 1er, § 1er, de l'arrêté royal du 3 mai 1999 portant exécution de l'article 7, § 1er, alinéa 3, m, de l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs, relatif à la réinsertion de chômeurs très difficiles à placer.
HOOFDSTUK II. - Financiële tussenkomst vanwege het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn in de loonkost.
CHAPITRE II. - Intervention financière du centre public d'aide sociale dans le coût salarial.
Art. 2. <KB 2004-04-01/60, art. 3, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004> § 1. Wanneer een werkgever een rechthebbende aanwerft, komt het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn financieel tussen in de loonkost gedurende het kwartaal van indiensttreding en de tien daaropvolgende kwartalen voor zover de aangeworven werknemer gelijktijdig aan de volgende voorwaarden voldoet :
de werknemer is jonger dan 45 jaar op de dag van de indiensttreding;
de werknemer is gerechtigd op maatschappelijke integratie op de dag van de indiensttreding;
de werknemer is in de loop van de maand van indiensttreding en de negen kalendermaanden daaraan voorafgaand gerechtigd geweest op maatschappelijke integratie gedurende minstens honderd zesenvijftig dagen, gerekend in het zesdagenstelsel;
de werknemer is niet in het bezit van een getuigschrift of diploma van het hoger secundair onderwijs.
§ 2. Wanneer een werkgever een rechthebbende aanwerft, komt het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn financieel tussen in de loonkost gedurende het kwartaal van indiensttreding en de twintig daaropvolgende kwartalen voor zover de aangeworven werknemer gelijktijdig aan de volgende voorwaarden voldoet :
de werknemer is jonger dan 45 jaar op de dag van de indiensttreding;
de werknemer is gerechtigd op maatschappelijke integratie op de dag van de indiensttreding;
de werknemer is in de loop van de maand van indiensttreding en de achttien kalendermaanden daaraan voorafgaand gerechtigd geweest op maatschappelijke integratie gedurende minstens driehonderd en twaalf dagen, gerekend in het zesdagenstelsel;
de werknemer is niet in het bezit van een getuigschrift of diploma van het hoger secundair onderwijs.
§ 3. Wanneer een werkgever een rechthebbende aanwerft, komt het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn financieel tussen in de loonkost gedurende het kwartaal van indiensttreding en de daaropvolgende kwartalen voor zover de aangeworven werknemer gelijktijdig aan de volgende voorwaarden voldoet :
de werknemer is minstens 45 jaar op de dag van de indiensttreding;
de werknemer is gerechtigd op maatschappelijke integratie op de dag van de indiensttreding;
de werknemer is in de loop van de maand van indiensttreding en de negen kalendermaanden daaraan voorafgaand gerechtigd geweest op maatschappelijke integratie gedurende minstens honderd zesenvijftig dagen, gerekend in het zesdagenstelsel;
de werknemer is niet in het bezit van een getuigschrift of diploma van het hoger secundair onderwijs.
§ 4. Wanneer de bevoegde regionale dienst voor arbeidsbemiddeling na afloop van de tien kwartalen bedoeld in § 1, van mening is dat de voornoemde werknemer nog altijd niet geschikt is om zich te integreren in de reguliere arbeidsmarkt, wordt de duur van de toekenning van de financiële tussenkomst bedoeld in § 1, verlengd met een nieuwe periode van maximum tien kwartalen.
Wanneer de bevoegde regionale dienst voor arbeidsbemiddeling na afloop van de twintig kwartalen bedoeld in § 2, van mening is dat de voornoemde werknemer nog altijd niet geschikt is om zich te integreren in de reguliere arbeidsmarkt, wordt de duur van de toekenning van de financiële tussenkomst bedoeld in § 2, verlengd met een nieuwe periode van maximum twintig kwartalen.
De bevoegde regionale dienst voor arbeidsbemiddeling licht het voor de werknemer bevoegd openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn in.
Art. 2. <AR 2004-04-01/60, art. 3, 003; En vigueur : 01-01-2004> § 1er. Lorsqu'un employeur engage un ayant droit, le centre public d'aide sociale intervient financièrement dans le coût salarial pendant le trimestre d'engagement et les dix trimestres qui suivent pour autant que le travailleur recruté satisfasse simultanément aux conditions suivantes :
le travailleur est âgé de moins de 45 ans à la date d'engagement;
le travailleur a droit à l'intégration sociale à la date d'engagement;
le travailleur a été bénéficiaire du droit à l'intégration sociale pendant au moins cent cinquante-six jours, calculés dans le régime de six jours, au cours du mois de l'engagement et des neuf mois calendrier qui le précèdent;
le travailleur ne possède pas de certificat ou de diplôme de l'enseignement secondaire supérieur.
§ 2. Lorsqu'un employeur engage un ayant droit, le centre public d'aide sociale intervient financièrement dans le coût salarial pendant le trimestre d'engagement et les vingt trimestres qui suivent pour autant que le travailleur recruté satisfasse simultanément aux conditions suivantes :
le travailleur est âgé de moins de 45 ans à la date d'engagement;
le travailleur a droit à l'intégration sociale à la date d'engagement;
le travailleur a été bénéficiaire du droit à l'intégration sociale pendant au moins trois cent douze jours, calculés dans le régime de six jours, au cours du mois de l'engagement et des dix-huit mois calendrier qui le précèdent;
le travailleur ne possède pas de certificat ou de diplôme de l'enseignement secondaire supérieur.
§ 3. Lorsqu'un employeur engage un ayant droit, le centre public d'aide sociale intervient financièrement dans le coût salarial pendant le trimestre d'engagement et les trimestres qui suivent pour autant que le travailleur recruté satisfasse simultanément aux conditions suivantes :
le travailleur est âgé de 45 ans au moins à la date d'engagement;
le travailleur a droit à l'intégration sociale à la date d'engagement;
le travailleur a été bénéficiaire du droit à l'intégration sociale pendant au moins cent cinquante-six jours, calculés dans le régime de six jours, au cours du mois de l'engagement et des neuf mois calendrier qui le précèdent;
le travailleur ne possède pas de certificat ou de diplôme de l'enseignement secondaire supérieur.
§ 4. Lorsque l'organisme régional de placement compétent estime, à l'issue des dix trimestres visés au § 1er, que le travailleur précité n'est toujours pas apte à intégrer le marché du travail régulier, la durée de l'octroi de l'intervention financière visée au § 1er, est prolongée avec une nouvelle période de dix trimestres maximum.
Lorsque l'organisme régional de placement compétent estime, à l'issue des vingt trimestres visés au § 2, que le travailleur précité n'est toujours pas apte à intégrer le marché du travail régulier, la durée de l'octroi de l'intervention financière visée au § 2, est prolongée avec une nouvelle période de vingt trimestres maximum.
L'organisme régional de placement compétent avertit le centre public d'aide sociale compétent.
Art. 2bis. <INGEVOEGD bij KB 2004-04-01/60, art. 4; Inwerkingtreding : 01-01-2004> Voor de toepassing van artikel 2 worden met periodes van gerechtigd zijn op maatschappelijke integratie gelijkgesteld de periodes, bedoeld in artikel 14, § 4, van het koninklijk besluit van 16 mei 2003 tot uitvoering van het Hoofdstuk 7 van Titel IV van de programmawet van 24 december 2002 (I), betreffende de harmonisering en vereenvoudiging van de regelingen inzake verminderingen van de sociale zekerheidsbijdragen.
Art. 2bis. Pour l'application de l'article 2, sont assimilées avec des périodes de bénéfice du droit à l'intégration sociale, les périodes visées à l'article 14, § 4, de l'arrêté royal du 16 mai 2003 pris en exécution du chapitre 7 du Titre IV de la loi-programme du 24 décembre 2002 (I), visant à harmoniser et à simplifier les régimes de réductions de cotisations de sécurité sociale.
Art. 3. <KB 2004-04-01/60, art. 5, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004> De financiële tussenkomst vanwege het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn in de loonkost van een rechthebbende die wordt aangeworven door een werkgever, bedraagt ten hoogste 500 EUR per kalendermaand wanneer deze werknemer voltijds is tewerkgesteld.
Wanneer de werknemer niet voltijds is tewerkgesteld, wordt het maximumbedrag van de maandelijkse financiële tussenkomst verkregen door 750 EUR te vermenigvuldigen met de contractueel wekelijks voorziene tewerkstellingsbreuk in de deeltijdse betrekking. Het resultaat van deze formule wordt begrensd tot 500 EUR.
Het bedrag van de financiële tussenkomst wordt evenwel begrensd tot het nettoloon waarop de werknemer voor de betreffende kalendermaand recht heeft.
Art. 3. <AR 2004-04-01/60, art. 5, 003; En vigueur : 01-01-2004> L'intervention financière du centre public d'aide sociale dans le coût salarial d'un ayant droit engagé par un employeur, s'élève à maximum 500 EUR par mois calendrier, si ce travailleur est occupé à temps plein.
Si le travailleur n'est pas occupé à temps plein, le montant maximal de l'intervention financière mensuelle est obtenu en multipliant 750 EUR par la fraction d'occupation hebdomadaire de l'occupation à temps partiel contractuellement prévue. Le résultat de cette formule est plafonné à 500 EUR.
Le montant de l'intervention financière est cependant limité au salaire net auquel le travailleur a droit pour le mois calendrier concerné.
Art. 4. De financiële tussenkomst wordt door het openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn aan de werkgever betaald op basis van de maandelijkse voorlegging van een bewijs voor de financiële tussenkomst vanwege het OCMW waarvan het model in bijlage is gevoegd.
De werkgever betaalt maandelijks het volledig verschuldigd nettoloon waarop de werknemer recht heeft.
Art. 4. L'intervention financière est payée par le centre public d'aide sociale à l'employeur sur présentation mensuelle d'une attestation pour l'intervention financière du CPAS dont le modèle est joint en annexe.
L'employeur paie chaque mois la totalité du salaire net auquel le travailleur peut prétendre.
HOOFDSTUK III. - (Opeenvolgende aanwervingen van dezelfde werknemer door eenzelfde werkgever.)
CHAPITRE III. - (Des engagements successifs d'un même travailleur par le même employeur.)
Art. 5. <KB 2004-04-01/60, art. 7, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004> Wanneer een werkgever reeds van het voordeel van de financiële tussenkomst, bedoeld in dit besluit, genoten heeft voor een werknemer en hij deze terug in dienst neemt binnen een periode van twaalf maanden na de beëindiging van de vorige arbeidsovereenkomst, worden, onverminderd de toepassing van artikel 14, § 5, van het koninklijk besluit van 16 mei 2003 tot uitvoering van het Hoofdstuk 7 van Titel IV van de programmawet van 24 december 2002 (I), betreffende de harmonisering en vereenvoudiging van de regelingen inzake verminderingen van de sociale zekerheidsbijdragen, voor de bepaling van de duur voor dewelke dit voordeel wordt toegekend, deze tewerkstellingen als één tewerkstelling beschouwd. De periode gelegen tussen de arbeidsovereenkomsten verlengt de periode tijdens dewelke het voordeel van de financiële tussenkomst wordt toegekend, niet.
De bepaling van het vorig lid geldt niet in het geval de werknemer opnieuw wordt aangeworven door dezelfde werkgever op grond van de evaluatie, bedoeld in artikel 2, § 4.
Het voordeel van de financiële tussenkomst, bedoeld in dit besluit, wordt niet toegekend voor een werknemer die door dezelfde werkgever terug in dienst genomen wordt binnen een periode van twaalf maanden na de beëindiging van de vorige arbeidsovereenkomst die gesloten was voor een onbepaalde duur, wanneer de werkgever voor deze werknemer en voor deze tewerkstelling genoten heeft van de voordelen van het koninklijk besluit van 27 december 1994 tot uitvoering van Hoofdstuk II van Titel IV van de wet van 21 december 1994 houdende sociale en diverse bepalingen of van de voordelen van artikel 58 van het koninklijk besluit van 16 mei 2003 tot uitvoering van het hoofdstuk 7 van titel IV van de programmawet van 24 december 2002 (I) betreffende de harmonisering en vereenvoudiging van de regelingen inzake verminderingen van de sociale zekerheidsbijdragen, tenzij deze arbeidsovereenkomst van onbepaalde duur gesloten was in het kader van een doorstromingsprogramma in toepassing van het koninklijk besluit van 9 juni 1997 tot uitvoering van artikel 7, § 1, derde lid, m van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders betreffende de doorstromingsprogramma's.
Art. 5. <AR 2004-04-01/60, art. 5, 003; En vigueur : 01-01-2004> Lorsqu'un employeur a déjà bénéficié de l'avantage de l'intervention financière, visé au présent arrêté, pour un travailleur et qu'il engage à nouveau celui-ci au cours d'une période de douze mois après la fin du contrat de travail précédent, ces occupations sont, pour la fixation de la durée pendant laquelle cet avantage est accordé, sans préjudice de l'application de l'article 14, § 5, de l'arrêté royal du 16 mai 2003 pris en exécution du chapitre 7 du Titre IV de la loi-programme du 24 décembre 2002 (I), visant à harmoniser et à simplifier les régimes de réductions de cotisations de sécurité sociale, considérées comme étant une seule occupation. La période située entre les contrats de travail ne prolonge pas la période pendant laquelle l'avantage de l'intervention financière est accordé.
La disposition de l'alinéa précédent n'est pas applicable au cas où le travailleur est réengagé par le même employeur sur base de l'évaluation visée à l'article 2, § 4.
L'avantage de l'intervention financière, visé au présent arrêté, n'est pas accordé pour un travailleur qui est réengagé par le même employeur dans une période de douze mois qui suit la fin du contrat de travail précédent qui avait été conclu pour une durée indéterminée, lorsque l'employeur a bénéficié pour ce travailleur et pour cette occupation des avantages de l'arrêté royal du 27 décembre 1994 portant exécution du chapitre II du Titre IV de la loi du 21 décembre 1994 portant des dispositions sociales et diverses ou des avantages de l'article 58 de l'arrêté royal du 16 mai 2003 portant exécution du chapitre 7 du titre IV de la loi-programme du 24 décembre 2002 (I) relative à l'harmonisation et la simplification des régimes de réductions de cotisations de sécurité sociale, sauf lorsque ce contrat de travail à durée indéterminée était conclu dans le cadre d'un programme de transition professionnelle en application de l'arrêté royal du 9 juin 1997 d'exécution de l'article 7, § 1er, alinéa 3, m de l'arrêté-loi du 28 décembre 1944 concernant la sécurité sociale des travailleurs relatif aux programmes de transition professionnelle.
HOOFDSTUK IV. - Verbreking van de arbeidsovereenkomst.
CHAPITRE IV. - Résiliation du contrat de travail.
Art. 6. De werknemer die wordt tewerkgesteld door een werkgever (...), kan, met inachtneming van een opzeggingstermijn van zeven dagen die ingaat op de dag na de kennisgeving, een einde maken aan de arbeidsovereenkomst, wanneer hij aangeworven wordt in het kader van een andere arbeidsovereenkomst of benoemd wordt in een administratie. <KB 2004-04-01/60, art. 8, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004>
Art. 6. Le travailleur engagé par un employeur (...) peut, moyennant le respect d'un délai de préavis de sept jours prenant cours le jour suivant la notification, mettre fin au contrat de travail, lorsqu'il est engagé dans le cadre d'un autre contrat de travail ou lorsqu'il est nommé dans une administration. <AR 2004-04-01/60, art. 8, 003; En vigueur : 01-01-2004>
HOOFDSTUK V. - Slotbepalingen.
CHAPITRE V. - Dispositions finales.
Art. 7. <KB 2004-04-01/60, art. 9, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004> De financiële tussenkomst, voorzien in dit besluit, kan in hoofde van de werkgever niet gecumuleerd worden met :
- een andere financiële tussenkomst op grond van artikel 9 van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie;
- de toelage voorzien in de artikelen 36 en 37 van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie;
- een programma voor wedertewerkstelling zoals bedoeld in artikel 6, § 1, IX, 2°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen;
- een startbaanovereenkomst gesloten krachtens hoofdstuk VIII van titel II van de wet van 24 december 1999 ter bevordering van de werkgelegenheid.
De financiële tussenkomst, bedoeld in dit besluit, kan wel worden toegekend samen met de dienstencheque bedoeld in de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van de buurtdiensten en -banen.
Art. 7. <AR 2004-04-01/60, art. 9, 003; En vigueur : 01-01-2004> L'intervention financière, prévue par le présent arrêté, ne peut être cumulée dans le chef de l'employeur avec :
- une autre intervention financière sur la base de l'article 9 de la loi du 26 mai 2002 concernant le droit à l'intégration sociale;
- la subvention visée aux articles 36 et 37 de la loi du 26 mai 2002 concernant le droit à l'intégration sociale;
- un programme de remise au travail tel que visé à l'article 6, § 1er, IX, 2°, de la loi spéciale du 8 août 1980 de réformes institutionnelles;
- une convention de premier emploi conclue en vertu du chapitre VIII du Titre II de la loi du 24 décembre 1999 en vue de la promotion de l'emploi.
L'intervention financière, prévue par le présent arrêté, peut en revanche être cumulée avec le titre-services visé dans la loi du 20 juillet 2001 visant à favoriser le développement de services et d'emplois de proximité.
Art. 7bis. <INGEVOEGD bij KB 2004-04-01/60, art. 10; Inwerkingtreding : 01-01-2004> De financiële tussenkomst, voorzien in dit besluit, kan slechts worden toegekend voor zover de werknemer wordt aangeworven met een schriftelijke arbeidsovereenkomst die een contractueel voorziene normale uurregeling bevat.
Art. 7bis. L'intervention financière, prévue par le présent arrêté, ne peut être octroyée que pour autant que le travailleur a été engagé avec un contrat de travail écrit qui contient un horaire normal prévu contractuellement.
Art.7ter_WAALS_GEWEST.
[1 De werkgever kan geen aanspraak maken op de toelage waarin dit besluit voorziet voor de tewerkstelling van een werknemer die is aangeworven in het kader van een arbeidsovereenkomst dienstencheques zoals bedoeld in artikel 7bis van de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van buurtdiensten en -banen.]1
Art.7ter_REGION_WALLONNE.
[1 L'employeur ne peut pas prétendre à la subvention prévue par le présent arrêté pour l'occupation d'un travailleur engagé dans le cadre d'un contrat de travail titres-services visé à l'article 7bis de la loi du 20 juillet 2001 visant à favoriser le développement de services et d'emplois de proximité.]1
Art. 8. <KB 2004-04-01/60, art. 11, 003; Inwerkingtreding : 01-01-2004> De financiële tussenkomst, voorzien in dit besluit, blijft verschuldigd door het bevoegd openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn zolang de arbeidsovereenkomst loopt, zonder evenwel de maximale duur, voorzien in artikel 2, te overschrijden.
Art. 8. <AR 2004-04-01/60, art. 11, 003; En vigueur : 01-01-2004> L'intervention financière, prévue par le présent arrêté, reste due par le centre public d'aide sociale compétent aussi longtemps que le contrat de travail est poursuivi, sans dépasser toutefois la durée maximale, prévue à l'article 2.
Art. 9. Dit besluit treedt in werking op de datum van inwerkingtreding van de wet van 26 mei 2002 betreffende het recht op maatschappelijke integratie.
Art. 9. Le présent arrêté entre en vigueur à la date de l'entrée en vigueur de la loi du 26 mai 2002 concernant le droit à l'intégration sociale.
Art. 10. Onze Minister van Werkgelegenheid, Onze Minister van Sociale Zaken en Onze Minister van Maatschappelijke Integratie zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 10. Notre Ministre de l'Emploi, Notre Ministre des Affaires sociales et Notre Ministre de l'Intégration sociale sont chargés, chacun en ce qui le concerne, de l'exécution du présent arrêté.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. OCMW. OPENBAAR CENTRUM VOOR MAATSCHAPPELIJK WELZIJN. - OCMW - 78.SINE. - SOCIALE INSCHAKELINGSECONOMIE. - BEWIJS VOOR DE FINANCIELE TUSSENKOMST VANWEGE HET OCMW.
(Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 31-07-2002, p. 33647).
Art. N. CPAS. CENTRE PUBLIC D'AIDE SOCIALE. - CPAS - 78.SINE. - ECONOMIE SOCIALE D'INSERTION. - PREUVE POUR L'INTERVENTION FINANCIERE DU CPAS.
(Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir MB 31-07-2002, p. 33648).