Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
3 OKTOBER 2002. - Koninklijk besluit tot vaststelling van de bezoldigingsregelen toepasselijk op de personeelsleden, die in de Bondsrepubliek Duitsland bij overeenkomst werden aangeworven door de Centrale Dienst voor sociale en culturele actie van het Ministerie van Landsverdediging en die getroffen worden door de maatregelen betreffende de herstructurering van de Belgische Strijdkrachten in de Bondsrepubliek Duitsland. - (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 08-11-2002 en tekstbijwerking tot 03-10-2003.)
Titre
3 OCTOBRE 2002. - Arrêté royal fixant les règles pécuniaires applicables aux membres du personnel, engagés par contrat par l'Office central d'Action sociale et culturelle du Ministère de la Défense en République fédérale d'Allemagne et soumis aux mesures de restructuration des Forces belges en République fédérale d'Allemagne. - (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 08-11-2002 et mise à jour au 03-10-2003.)
Documentinformatie
Info du document
Tekst (8)
Texte (8)
Artikel 1. De bepalingen van onderhavig besluit zijn van toepassing op de personeelsleden die bij overeenkomst volgens Belgisch recht werden aangeworven, belast met de exploitatie van de diensten van de Centrale Dienst voor sociale en culturele actie van het Ministerie van Landsverdediging, welke in de Bondsrepubliek Duitsland zijn opgericht en waarvoor een einde wordt gemaakt aan de arbeidsovereenkomst als gevolg van de herstructurering van de Belgische Strijdkrachten in de Bondsrepubliek Duitsland.
Article 1. Les dispositions du présent arrêté sont applicables aux membres du personnel engagés par contrat de droit belge, préposés à l'exploitation des services en République fédérale d'Allemagne de l'Office central d'Action sociale et culturelle du Ministère de la Défense et dont il est mis fin au contrat de travail par suite de la restructuration des Forces belges en République fédérale d'Allemagne.
Art. 2. § 1. Een afdankingvergoeding wordt aan het in artikel één bedoelde personeelslid toegekend voorzover hij op het ogenblik van het beëindigen van de arbeidsovereenkomst ten minste 21 jaar oud is en ten minste 2 jaar dienst telt bij de Centrale dienst.
§ 2. Op het personeelslid dat ontslag moet nemen teneinde zijn familie of persoon met wie hij/zij samenwoont te volgen is de vergoeding op dezelfde wijze van toepassing, voorzover de mutatie van de echtgenoot of van de persoon met wie hij/zij samenwoont het gevolg is van de herstructureringsmaatregelen van de Belgische Strijdkrachten in de Bondsrepubliek Duitsland.
§ 2. Op het personeelslid dat ontslag moet nemen teneinde zijn familie of persoon met wie hij/zij samenwoont te volgen is de vergoeding op dezelfde wijze van toepassing, voorzover de mutatie van de echtgenoot of van de persoon met wie hij/zij samenwoont het gevolg is van de herstructureringsmaatregelen van de Belgische Strijdkrachten in de Bondsrepubliek Duitsland.
Art. 2. § 1er. Une indemnité de licenciement est accordée au membre du personnel visé à l'article 1er pour autant qu'au moment de la fin du contrat de travail, il soit âgé d'au moins 21 ans et qu'il soit depuis du moins 2 ans en service auprès de l'Office central.
§ 2. Le membre du personnel qui doit donner sa démission afin de suivre sa famille ou son (sa) cohabitant(e), bénéficie de la même manière de l'indemnité pour autant que la mutation du conjoint ou de son (sa) cohabitant(e) soit la conséquence des mesures de restructuration des Forces belges en République fédérale d'Allemagne.
§ 2. Le membre du personnel qui doit donner sa démission afin de suivre sa famille ou son (sa) cohabitant(e), bénéficie de la même manière de l'indemnité pour autant que la mutation du conjoint ou de son (sa) cohabitant(e) soit la conséquence des mesures de restructuration des Forces belges en République fédérale d'Allemagne.
Art. 3. § 1. Bij toepassing van artikel 2, heeft het personeelslid recht op een vergoeding die per volledig dienstjaar 1/3 van de laatste bruto maandbasiswedde bedraagt.
(Bovendien heeft hij recht, aan dezelfde voorwaarden, op een bijkomende vergoeding die per volledig dienstjaar 1/6 van de laatste bruto maandbasiswedde bedraagt; deze vergoeding zal ten vroegste uitbetaald worden in de loop van de dertiende maand en ten laatste tijdens de veertiende maand na de betaling van de vergoeding voorzien bij het vorige lid.) <KB 2003-08-12/43, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
§ 2. Het personeelslid dat echter overeenkomstig artikel 5 geniet van een wachtgeld, heeft recht op een vergoeding beperkt tot 3 maanden van de laatste bruto-maandbasiswedde.
§ 3. De diensttijd die reeds in aanmerking werd genomen voor het toekennen van een afdankingvergoeding, komt niet meer in aanmerking bij het berekenen van een nieuwe afdankingvergoeding op basis van een nieuwe diensttijd.
§ 4. De afdankingvergoeding wordt in één keer uitbetaald binnen 3 maanden na de bekendmaking van dit besluit of van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst.
(Bovendien heeft hij recht, aan dezelfde voorwaarden, op een bijkomende vergoeding die per volledig dienstjaar 1/6 van de laatste bruto maandbasiswedde bedraagt; deze vergoeding zal ten vroegste uitbetaald worden in de loop van de dertiende maand en ten laatste tijdens de veertiende maand na de betaling van de vergoeding voorzien bij het vorige lid.) <KB 2003-08-12/43, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
§ 2. Het personeelslid dat echter overeenkomstig artikel 5 geniet van een wachtgeld, heeft recht op een vergoeding beperkt tot 3 maanden van de laatste bruto-maandbasiswedde.
§ 3. De diensttijd die reeds in aanmerking werd genomen voor het toekennen van een afdankingvergoeding, komt niet meer in aanmerking bij het berekenen van een nieuwe afdankingvergoeding op basis van een nieuwe diensttijd.
§ 4. De afdankingvergoeding wordt in één keer uitbetaald binnen 3 maanden na de bekendmaking van dit besluit of van de beëindiging van de arbeidsovereenkomst.
Art. 3. § 1er. Pour l'application de l'article 2, le membre du personnel a droit par année complète de service à une indemnité s'élevant à 1/3 du dernier salaire de base mensuel brut.
(En outre, par année complète de service, il a droit aux mêmes conditions à une indemnité complémentaire de un sixième du dernier salaire de base mensuel brut; cette indemnité sera payée au plus tôt dans le courant du treizième mois et au plus tard dans le courant du quatorzième mois suivant le paiement de l'indemnité visée à l'alinéa précédent.) <AR 2003-08-12/43, art. 1, 002; En vigueur : 01-01-2002>
§ 2. Toutefois, le membre du personnel qui, conformément à l'article 5 bénéficie d'un traitement d'attente se voit octroyer une indemnité limitée à 3 mois du dernier salaire de base mensuel brut.
§ 3. La durée des services prestés prise en considération pour l'octroi d'une indemnité de licenciement n'entre plus en ligne de compte lors du calcul d'une nouvelle indemnité de licenciement sur base d'une nouvelle durée des services prestés.
§ 4. L'indemnité de licenciement est payée en une seule fois dans les 3 mois de la publication du présent arrêté ou de la fin du contrat de travail.
(En outre, par année complète de service, il a droit aux mêmes conditions à une indemnité complémentaire de un sixième du dernier salaire de base mensuel brut; cette indemnité sera payée au plus tôt dans le courant du treizième mois et au plus tard dans le courant du quatorzième mois suivant le paiement de l'indemnité visée à l'alinéa précédent.) <AR 2003-08-12/43, art. 1, 002; En vigueur : 01-01-2002>
§ 2. Toutefois, le membre du personnel qui, conformément à l'article 5 bénéficie d'un traitement d'attente se voit octroyer une indemnité limitée à 3 mois du dernier salaire de base mensuel brut.
§ 3. La durée des services prestés prise en considération pour l'octroi d'une indemnité de licenciement n'entre plus en ligne de compte lors du calcul d'une nouvelle indemnité de licenciement sur base d'une nouvelle durée des services prestés.
§ 4. L'indemnité de licenciement est payée en une seule fois dans les 3 mois de la publication du présent arrêté ou de la fin du contrat de travail.
Art. 4. Wanneer de vervangende tewerkstelling gepaard gaat met een inkomensverlies, wordt de vorige wedde van het personeelslid gegarandeerd gedurende een bepaalde periode, berekend als volgt :
voor 5 volledige dienstjaren, gegarandeerde wedde gedurende 6 maanden;
voor 10 volledige dienstjaren, gegarandeerde wedde gedurende 12 maanden;
voor 20 volledige dienstjaren, gegarandeerde wedde gedurende 18 maanden;
voor 25 volledige dienstjaren, gegarandeerde wedde gedurende 24 maanden.
voor 5 volledige dienstjaren, gegarandeerde wedde gedurende 6 maanden;
voor 10 volledige dienstjaren, gegarandeerde wedde gedurende 12 maanden;
voor 20 volledige dienstjaren, gegarandeerde wedde gedurende 18 maanden;
voor 25 volledige dienstjaren, gegarandeerde wedde gedurende 24 maanden.
Art. 4. Lorsque l'octroi d'un emploi de remplacement va de pair avec une diminution du revenu, le membre du personnel aura son salaire précédent garanti pendant une certaine période basée sur le nombre d'années de service déjà prestées, c'est-à-dire :
pour 5 années complètes de service, salaire garanti pendant 6 mois;
pour 10 années complètes de service, salaire garanti pendant 12 mois;
pour 20 années complètes de service, salaire garanti pendant 18 mois;
pour 25 années complètes de service, salaire garanti pendant 24 mois.
pour 5 années complètes de service, salaire garanti pendant 6 mois;
pour 10 années complètes de service, salaire garanti pendant 12 mois;
pour 20 années complètes de service, salaire garanti pendant 18 mois;
pour 25 années complètes de service, salaire garanti pendant 24 mois.
Art. 5. § 1. Het personeelslid dat op het ogenblik van zijn ontslag of afdanking de leeftijd van (52 jaar) heeft bereikt en minstens 20 jaar diensttijd bij de Centrale Dienst voor sociale en culturele actie in Duitsland heeft gepresteerd, heeft recht op een wachtgeld. <KB 2003-08-12/43, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 01-01-2002>
§ 2. Het wachtgeld wordt toegekend vanaf het einde van de opzeggingsperiode tot wanneer hij aanspraak kan maken op een rustpensioen.
§ 3. Het wachtgeld bedraagt 80 % van de laatste bruto-activiteitsmaandwedde en wordt maandelijks uitbetaald. Ook het vakantiegeld en de eindejaarspremie worden aan 80 % uitbetaald.
§ 4. Het wachtgeld ondergaat de schommelingen van het indexcijfer der consumptieprijzen overeenkomstig de regelen voorgeschreven door de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer der consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld, gewijzigd bij koninklijk besluit nr. 178 van 30 december 1982. Dit wachtgeld wordt aan het spilindexcijfer 138,01 gekoppeld.
§ 2. Het wachtgeld wordt toegekend vanaf het einde van de opzeggingsperiode tot wanneer hij aanspraak kan maken op een rustpensioen.
§ 3. Het wachtgeld bedraagt 80 % van de laatste bruto-activiteitsmaandwedde en wordt maandelijks uitbetaald. Ook het vakantiegeld en de eindejaarspremie worden aan 80 % uitbetaald.
§ 4. Het wachtgeld ondergaat de schommelingen van het indexcijfer der consumptieprijzen overeenkomstig de regelen voorgeschreven door de wet van 1 maart 1977 houdende inrichting van een stelsel waarbij sommige uitgaven in de overheidssector aan het indexcijfer der consumptieprijzen van het Rijk worden gekoppeld, gewijzigd bij koninklijk besluit nr. 178 van 30 december 1982. Dit wachtgeld wordt aan het spilindexcijfer 138,01 gekoppeld.
Art. 5. § 1er. Le membre du personnel qui, au moment de son licenciement ou de sa démission est âgé de (52 ans) et qui a presté minimum 20 ans de service auprès de l'Office central d'Action sociale et culturelle en Allemagne, a droit à l'obtention d'un traitement d'attente. <AR 2003-08-12/43, art. 2, 002; Ed : 01-01-2002>
§ 2. Le traitement d'attente est accordé dès la fin de la période de préavis et est versé jusqu'au jour où il peut faire valoir ses droits à la pension de retraite.
§ 3. Le montant du traitement d'attente s'élève à 80 % du dernier traitement mensuel brut d'activité et est payé mensuellement. Le pécule de vacances, ainsi que l'allocation de fin d'année, sont également payés à 80 %.
§ 4. Le traitement d'attente est lié aux fluctuations de l'indice des prix à la consommation conformément aux règles prescrites par la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation de l'Etat de certaines dépenses du secteur public modifiée par l'arrêté royal n° 178 du 30 décembre 1982. Le traitement est rattaché à l'indice-pivot 138,01.
§ 2. Le traitement d'attente est accordé dès la fin de la période de préavis et est versé jusqu'au jour où il peut faire valoir ses droits à la pension de retraite.
§ 3. Le montant du traitement d'attente s'élève à 80 % du dernier traitement mensuel brut d'activité et est payé mensuellement. Le pécule de vacances, ainsi que l'allocation de fin d'année, sont également payés à 80 %.
§ 4. Le traitement d'attente est lié aux fluctuations de l'indice des prix à la consommation conformément aux règles prescrites par la loi du 1er mars 1977 organisant un régime de liaison à l'indice des prix à la consommation de l'Etat de certaines dépenses du secteur public modifiée par l'arrêté royal n° 178 du 30 décembre 1982. Le traitement est rattaché à l'indice-pivot 138,01.
Art. 6. Heeft geen recht op de afdankingvergoeding, het personeelslid :
- dat een nieuwe tewerkstelling weigert met een arbeidsovereenkomst die rekening houdt met zijn beroepskwalificaties;
- dat aanspraak kan maken op pensioenrechten of die reeds van dergelijke rechten geniet;
- dat aansluitend op een afdanking of ontslag een tewerkstelling bekomt als contractueel of statutair personeelslid in een dienst of organisme afhangend van het Ministerie van Landsverdediging of bij een andere overheidsdienst.
- waarvan een arbeidsovereenkomst van bepaalde duur of een vervangingsovereenkomst is beëindigd.
- dat een nieuwe tewerkstelling weigert met een arbeidsovereenkomst die rekening houdt met zijn beroepskwalificaties;
- dat aanspraak kan maken op pensioenrechten of die reeds van dergelijke rechten geniet;
- dat aansluitend op een afdanking of ontslag een tewerkstelling bekomt als contractueel of statutair personeelslid in een dienst of organisme afhangend van het Ministerie van Landsverdediging of bij een andere overheidsdienst.
- waarvan een arbeidsovereenkomst van bepaalde duur of een vervangingsovereenkomst is beëindigd.
Art. 6. N'a pas droit à l'indemnité de licenciement, le membre du personnel :
- qui refuse un nouvel emploi assorti d'un contrat de travail qui tienne compte de ses qualifications professionnelles;
- qui peut faire valoir ses droits à la retraite au qui bénéficie déjà de tels droits;
- qui obtient, immédiatement après son licenciement ou sa démission, soit un emploi en tant qu'agent définitif, soit un emploi en tant que membre du personnel contractuel d'un service ou organisme relevant du Ministère de la Défense nationale ou d'un autre service public;
- qui arrive au terme d'un contrat à durée déterminée ou d'un contrat de remplacement.
- qui refuse un nouvel emploi assorti d'un contrat de travail qui tienne compte de ses qualifications professionnelles;
- qui peut faire valoir ses droits à la retraite au qui bénéficie déjà de tels droits;
- qui obtient, immédiatement après son licenciement ou sa démission, soit un emploi en tant qu'agent définitif, soit un emploi en tant que membre du personnel contractuel d'un service ou organisme relevant du Ministère de la Défense nationale ou d'un autre service public;
- qui arrive au terme d'un contrat à durée déterminée ou d'un contrat de remplacement.
Art. 7. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2002.
Art. 7. Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 2002.
Art. 8. Onze Minister van Landsverdediging is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 3 oktober 2002.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Landsverdediging,
A. FLAHAUT.
Gegeven te Brussel, 3 oktober 2002.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Landsverdediging,
A. FLAHAUT.
Art. 8. Notre Ministre de la Défense est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Donné à Bruxelles, le 3 octobre 2002.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de la Défense,
A. FLAHAUT.
Donné à Bruxelles, le 3 octobre 2002.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre de la Défense,
A. FLAHAUT.