Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
21 DECEMBER 2001. - Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2002. (NOTA : deze tekst werd gewijzigd door erratum die is verschenen in het B.S. 14-02-2002, p. 5488 - 5502; hierna volgt de correcte tekst) (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 29-12-2001 en tekstbijwerking tot 29-07-2022)
Titre
21 DECEMBRE 2001. - Décret contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2002. (NOTE : ce texte est modifié par l'erratum paru au M.B. 14-02-2002, p. 5504 à 5518; ci-après suit le texte correct) (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 29-12-2001 et mise à jour au 29-07-2022)
Documentinformatie
Numac: 2001036491
Datum: 2001-12-21
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2001036491
Date: 2001-12-21
Moniteur: Voir
Inhoud
CHAPITRE I. - Généralités. CHAPITRE II. - Enseignement. Section I. - Instituts supérieurs. Section II. - Universités. Section III. - Enseignement de promotion sociale. Section IV. - Autorisations d'engagement. CHAPITRE III. - Environnement. Section I. - Décret sur les engrais. Section II. - Décret forestier. Section III. - Eaux souterraines. Section IV. - Eaux de surface. Section V. - Déchets. Section VI. - " Vlaamse Maatschappij voor Water... Section VII. - Pêche fluviale. Section VIII. - Décret sur la chasse. Section IX. - Autorisations écologiques. CHAPITRE IV. - Captage d'eau. CHAPITRE V. - Economie. CHAPITRE VI. - Fonds Vlaanderen-Azië. CHAPITRE VII. [1 Fonds pour l'innovation et l... CHAPITRE VIII. - Finances. Section I. - " Fonds Onroerende Goederen " (Fon... Section II. - S.A. Koloniën Invest. Section III. - L'impôt sur les revenus. Section IV. - Droits de succession. CHAPITRE IX. - Médias. CHAPITRE X. - Energie. CHAPITRE XI. - Aspects financiers du décret por... CHAPITRE XII. - " Sociaal Impulsfonds " (Fonds ... CHAPITRE XIII. - Certains aspects du plan d'acc... CHAPITRE XIV. - Culture. Section I. - Arts amateurs. Section II. - Education populaire. Section III. - Abrogation d'arrêtés royaux. Section IV. - Musique, littérature, arts de la ... Section V. - Jeunesse. CHAPITRE XV. - Affaires bruxelloises. Section I. - Euro. Section II. - Vlaams-Brussel Fonds. CHAPITRE XVI. - Tourisme VZW Koninklijke Maatsc... CHAPITRE XVII. - Logement. CHAPITRE XVIII. - Disposition finale. ANNEXE.
Tekst (122)
Texte (122)
HOOFDSTUK I. - Algemeen.
CHAPITRE I. - Généralités.
Artikel 1. Dit decreet regelt een gemeenschaps- en gewestaangelegenheid.
Article 1. Le présent décret règle une matière communautaire et régionale.
HOOFDSTUK II. - Onderwijs.
CHAPITRE II. - Enseignement.
Afdeling I. - Hogescholen.
Section I. - Instituts supérieurs.
Art. 2. Artikel 178, § 1, van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen, gewijzigd bij decreten van 19 december 1998, 22 december 1999 en 22 december 2000, wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 178, § 1. Het bedrag bestemd voor het hoger onderwijs verstrekt door de hogescholen is in het begrotingsjaar 2002 gelijk aan 502 629 916 euro.
  Dit bedrag wordt overeenkomstig de collectieve arbeidsovereenkomst van 29 september 1993 vermeerderd als volgt : <...> <...>, in 2002 met 991 574 euro en in 2003 met 495 787 euro. ".
Art. 2. L'article 178, § 1er, du décret du 13 juillet 1994 relatif aux instituts supérieurs, modifié par les décrets des 19 décembre 1998, 22 décembre 1999 et 22 décembre 2000, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 178. § 1er. Le montant destiné à l'enseignement supérieur dispensé par les instituts supérieurs est égal à 502 629 916 euros pour l'an budgétaire 2002.
  Conformément à la convention collective de travail du 29 septembre 1993, ce montant est majoré comme suit : <...> <...>, en 2002 de 991 574 euros et en 2003 de 495 787 euros. ".
Art. 3. In artikel 196 van hetzelfde decreet worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1. het tweede lid van artikel 196, § 2, gewijzigd bij de decreten van 22 december 1999 en 22 december 2000, wordt opgeheven;
  2. er wordt een § 3 toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 3. De investeringsmiddelen bedragen voor het begrotingsjaar 2002 :
  1° voor de Vlaamse Autonome Hogescholen, exclusief de Hogere Zeevaartschool : 7 728 000 euro;
  2° voor de gesubsidieerde officiële hogescholen : 1 343 000 euro;
  3° voor de gesubsidieerde vrije hogescholen : 12 493 000 euro.
  Vanaf het begrotingsjaar 2003 worden deze bedragen aangepast met de voor het begrotingsdecreet gehanteerde aanpassingsfactor voor de investeringssubsidies. ".
Art. 3. A l'article 196 du même décret, les modifications suivantes sont apportées :
  1. le deuxième alinéa, modifié par les décrets des 22 décembre 1999 et 22 décembre 2000, de l'article 196, § 2 est abrogé;
  2. il est ajouté un § 3, rédigé comme suit :
  " § 3. Les moyens d'investissement égalent pour l'année budgétaire 2002 :
  1° pour les instituts supérieurs autonomes flamands, à l'exception de la " Hogere Zeevaartschool " : 7 728 000 euros;
  2° pour les instituts supérieurs officiels subventionnés : 1 343 000 euros;
  3° pour les instituts supérieurs libres subventionnés : 12 493 000 euros.
  A partir de l'année budgétaire 2003, ces montants sont ajustés en appliquant le coefficient d'ajustement repris au décret budgétaire pour les subventions d'investissement. ".
Art. 4. Artikel 209, § 1, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreet van 22 december 2000, wordt vervangen door wat volgt :
  " § 1. De vzw's bedoeld in artikel 208, § 1, ontvangen als sociale toelage per student een basisbedrag van 161,13 euro. Voor de berekening van dit bedrag wordt rekening gehouden met het aantal financierbare studenten op 1 februari van het voorgaande begrotingsjaar.
  Dit basisbedrag wordt vanaf 1 januari 2003 jaarlijks aangepast aan het indexcijfer van de consumptieprijzen overeenkomstig de formule :
  BB x I/I02.
  waarbij :
  - BB gelijk is aan het basisbedrag;
  - I gelijk is aan het indexcijfer van de consumptieprijzen in de maand januari;
  - I02 gelijk is aan het indexcijfer van de consumptieprijzen in de maand januari 2002.
  De sociale toelagen worden driemaandelijks ter beschikking gesteld van de vzw's bedoeld in artikel 208, § 1. ".
Art. 4. L'article 209, § 1er, du même décret, modifié par le décret du 22 décembre 2000, est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er. Les asbl visées à l'article 208, § 1er, reçoivent en tant qu'allocation sociale un montant de base par étudiant de 161,13 euros. Pour le calcul de ce montant, il est tenu compte du nombre d'étudiants admissibles au financement au 1er février de l'année budgétaire précédente.
  A compter du 1er janvier 2003, ce montant de base est ajusté annuellement à l'indice des prix à la consommation conformément à la formule suivante :
  BB x I/I02.
  Dans cette formule :
  - BB est égal au montant de base;
  - 1 est égal à l'indice des prix à la consommation du mois de janvier;
  - 102 est égal à l'indice des prix à la consommation du mois de janvier 2002.
  Tous les trois mois, les allocations sociales sont mises à la disposition des a asbl visées à l'article 208, § 1er. ".
Art. 5. In artikel 231, eerste lid, vierde streepje, van hetzelfde decreet " 64 % " vervangen door " 72 % ".
Art. 5. A l'article 231, premier alinéa, quatrième tiret, du même décret, " 64 % " est remplacé par " 72 % ".
Art. 6. Artikel 340ter, § 1, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij decreet van 8 juli 1996 en gewijzigd bij de decreten van 30 juni 2000 en 20 april 2001, wordt vervangen door wat volgt :
  " § 1. De Vlaamse regering kan ten belope van een maximumperiode van drie jaar, jaarlijks bijdragen in de financiering van uitzonderlijke projecten in het kader van het hoger kunstonderwijs. Deze projecten hebben een kunstzinnige en pedagogische component.
  Het totale bedrag van deze bijdragen wordt vastgesteld op 18,0 miljoen frank voor het begrotingsjaar 2001 en op 453 000 euro vanaf 1 januari 2002.
  Dit bedrag wordt vanaf het begrotingsjaar 2003 jaarlijks op de volgende wijze aangepast :
  0,8 x (Ln/L02) + 0,2 x (Cn/C02),
  waarbij :
  - Ln/L02 gelijk is aan de verhouding tussen de geraamde index van de eenheidsloonkosten op het einde van het betrokken begrotingsjaar en de index van de eenheidsloonkosten op het einde van het begrotingsjaar 2002;
  - Cn/C02 gelijk is aan de verhouding tussen de geraamde index van de consumptieprijzen op het einde van het betrokken begrotingsjaar 2002. ".
Art. 6. L'article 340ter, § 1er, du même décret, inséré par le décret du 8 juillet 1996 et modifié par les décrets des 30 juin 2000 et 20 avril 2001, est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er. Pendant une période de trois ans au maximum, le Gouvernement flamand peut intervenir annuellement dans le financement de projets exceptionnels dans le cadre de l'enseignement supérieur artistique. Ces projets ont une composante artistique et pédagogique.
  Le montant total de ces interventions est fixé à 18,0 millions de francs pour l'année budgétaire 2001 et à 453 000 euros à partir du 1er janvier 2002.
  A compter de l'année budgétaire 2003, ce montant est ajusté annuellement de la façon suivante :
  0,8 x (Ln/L02) + 0,2 x (Cn/C02),
  où :
  - Ln/L02 est égal à la proportion entre l'indice estimé des coûts salariaux unitaires au terme de l'année budgétaire en question et l'indice des coûts salariaux unitaires au terme de l'année budgétaire 2002;
  - Cn/C02 est égal à la proportion entre l'indice estimé des prix à la consommation au terme de l'année budgétaire concernée et l'indice des prix à la consommation au terme de l'année budgétaire 2002. ".
Art. 7. Artikel 340sexies, § 1, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij decreet van 22 december 1999 en vervangen bij decreet van 20 april 2001, wordt als volgt gewijzigd :
  " Art. 340sexies. § 1. De Vlaamse regering kan in de vorm van een jaarlijkse toelage bijdragen in de financiering van hogere instituten voor schone kunsten en van instellingen die excellente hogere kunstopleidingen organiseren.
  Het totale bedrag van de toelage wordt vastgesteld op 88,3 miljoen frank voor het begrotingsjaar 2001 en op 2 220 000 euro vanaf 1 januari 2002. Dit bedrag wordt vanaf het begrotingsjaar 2003 jaarlijks op de volgende wijze aangepast :
  0,8 x (Ln/L02) + (Cn/C02),
  waarbij :
  - Ln/L02 gelijk is aan de verhouding tussen de geraamde index van de eenheidsloonkosten op het einde van het betrokken begrotingsjaar en de index van de eenheidsloonkosten op het einde van het begrotingsjaar 2002;
  - Cn/C02 gelijk is aan de verhouding tussen de geraamde index van de consumptieprijzen op het einde van het betrokken begrotingsjaar en de index van de consumptieprijzen op het einde van het begrotingsjaar 2002. ".
Art. 7. L'article 340sexies, § 1er, du même décret, inséré par le décret du 22 décembre 1999 et remplacé par le décret du 20 avril 2001, est modifié comme suit :
  " Art. 340sexies. § 1er. Le Gouvernement flamand peut participer, sous forme d'une subvention annuelle, au financement d'instituts supérieurs des beaux-arts et d'institutions organisant d'excellentes formations artistiques supérieures.
  Le montant total de cette subvention est fixé à 88,3 millions de francs pour l'année budgétaire 2001 et à 2 220 000 euros à partir du 1er janvier 2002. Ce montant est annuellement ajusté de la façon suivante :
  0,8 x (Ln/L02) + (Cn/C02),
  où :
  - Ln/L02 est égale à la proportion entre l'indice estimé des coûts salariaux unitaires à la fin de l'année budgétaire en question et l'indice des coûts salariaux unitaires à la fin de l'année budgétaire 2002;
  - Cn/C02 est égale à la proportion entre l'indice estimé des prix à la consommation à la fin de l'année budgétaire en question et l'indice des prix à la consommation à la fin de l'année budgétaire 2002. ".
Afdeling II. - Universiteiten.
Section II. - Universités.
Art. 8. In artikel 130, § 5, 1°, van het decreet van 12 juni 1991 betreffende de universiteiten van de Vlaamse Gemeenschap, zoals gewijzigd bij het decreet van 7 december 2001 betreffende de herziening van de financiering van de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap en begeleidende bepalingen, wordt het woord " 61 " vervangen door " 71.1 ".
Art. 8. A l'article 130, § 5, 1°, du décret du 12 juin 1991 relatif aux universités dans la Communauté flamande, tel que modifié par le décret du 7 décembre 2001 relatif à la révision du financement des universités en Communauté flamande et à des dispositions connexes, le mot " 61 " est remplacé par " 71.1 ".
Art. 9. In artikel 169quater, § 7, tweede lid, van hetzelfde decreet, zoals gewijzigd bij het decreet van 7 december 2001 betreffende de herziening van de financiering van de universiteiten in de Vlaamse Gemeenschap en begeleidende bepalingen, wordt het woord " 744 " vervangen door " 992 ", het woord " 992 " door " 1 240 " en het woord " 1 116 " door " 1 364 ".
Art. 9. Dans l'article 169quater, § 7, deuxième alinéa, du même décret, tel que modifié par le décret du 7 décembre 2001 relatif à la révision du financement des universités en Communauté flamande et à des dispositions connexes, le mot " 744 " est remplacé par " 992 ", le mot " 992 " par " 1 240 " et le mot " 1 116 " par " 1 364 ".
Art. 10. In artikel 15 van het decreet van 18 mei 1999 betreffende sommige instellingen van openbaar nut voor postinitieel onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening, zoals gewijzigd bij het decreet van 20 april 2001, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 2, worden de woorden " voor het begrotingsjaar 1999 vastgesteld op 302 miljoen frank " vervangen door de woorden " voor het begrotingsjaar 2002 vastgesteld op 8 028 000 euro ";
  2° in § 3, worden de woorden " voor het begrotingsjaar 1999 vastgesteld op 55 miljoen frank " vervangen door " voor het begrotingsjaar 2002 vastgesteld op 1 665 000 euro ";
  3° aan § 4, wordt een tweede lid toegevoegd dat luidt als volgt :
  " De subsidie bedraagt voor het begrotingsjaar 2001 15,7 miljoen frank. Voor het begrotingsjaar 2002 bedraagt de subsidie 516 000 euro. ".
Art. 10. A l'article 15 du décret du 18 mai 1999 relatif à certains établissements d'intérêt public pour l'enseignement post-initial, la recherche et les services scientifiques, tel que modifié par le décret du 20 avril 2001, les modifications suivantes sont apportées :
  1° au § 2, les mots " est fixée à 302 millions de francs pour l'année budgétaire 1999 " sont remplacés par les mots " est fixée à 8 028 000 euros pour l'année budgétaire 2002 ";
  2° au § 3, les mots " est fixée à 55 millions de francs pour l'année budgétaire 1999 " sont remplacés par les mots " est fixée à 1 665 000 euros pour l'année budgétaire 2002 ";
  3° au § 4, il est ajouté un deuxième alinéa, rédigé comme suit :
  " Pour l'année budgétaire 2001, la subvention s'élève à 15,7 millions de francs. Pour l'année budgétaire 2002, la subvention égale 516 000 euros. ".
Afdeling III. - Onderwijs Sociale Promotie.
Section III. - Enseignement de promotion sociale.
Art. 11. In het decreet van 2 maart 1999 tot regeling van een aantal aangelegenheden met betrekking tot het volwassenenonderwijs wordt een artikel 48bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " Art. 48bis. § 1. De Vlaamse regering kan door middel van tijdelijke projecten extra middelen toekennen aan de Centra voor Volwassenenonderwijs.
  De tijdelijke projecten bieden het hoofd aan dringende of onvoorziene problemen of testen experimenten uit, zonder daarbij de inrichting van de Centra voor Volwassenenonderwijs te wijzigen. De tijdelijke projecten worden jaarlijks geëvalueerd.
  § 2. In de begrotingsjaren 2002-2005 worden tijdelijke projecten georganiseerd met het oog op ten minste één van de volgende elementen :
  - het wegwerken van wachtlijsten voor de activiteit " Nederlands tweede taal ";
  - het verwerven en verbeteren van de taalvaardigheid van ouders van allochtone leerlingen uit het basisonderwijs;
  - het inrichten van cursussen voor gedetineerde anderstaligen.
  In de besluiten met betrekking tot deze projecten worden de volgende elementen opgenomen :
  - de duur van de tijdelijke projecten;
  - de doelstellingen en doelgroep van het tijdelijk project;
  - het aantal financierbare of subsidieerbare leraarsuren dat bijkomend moet worden ingericht;
  - de extra middelen die worden toegekend. ".
Art. 11. Au décret du 2 mars 1999 réglant certaines matières relatives à l'éducation des adultes, il est inséré un article 48bis, rédigé comme suit :
  " Art. 48bis. § 1er. Le Gouvernement flamand peut attribuer par la voie de projets temporaires des moyens supplémentaires aux centres d'éducation des adultes.
  Les projets temporaires font face à des problèmes urgents ou imprévus ou permettent des expériences sans modifier l'organisation des centres d'éducation des adultes. Les projets temporaires sont évalués annuellement.
  § 2. Pendant les années budgétaires 2002-2005, des projets temporaires sont organisés en vue de réaliser un des éléments suivants :
  - faire disparaître les listes d'attente pour l'activité " néerlandais, deuxième langue ";
  - enseigner et améliorer les aptitudes linguistiques des parents d'élèves étrangers de l'enseignement fondamental;
  - organiser des cours destinés à des allophones détenus.
  Dans les arrêtés relatifs à ces projets, les éléments suivants sont stipulés :
  - la durée des projets temporaires;
  - les objectifs et le groupe cible du projet temporaire;
  - le nombre de périodes/enseignant admissibles au financement ou au subventionnement qui doit être organisé en plus;
  - les moyens supplémentaires qui sont attribués. ".
Afdeling IV. - Vastleggingsmachtigingen.
Section IV. - Autorisations d'engagement.
Art. 12. In het decreet van 21 december 1994 betreffende het onderwijs VI wordt een Titel XIIter, bestaande uit de artikelen 169quinquies tot en met 169septies toegevoegd, die luidt als volgt :
  " TITEL XIIter. - Middelen voor infrastructuurwerken 2002-2004.
  Art. 169quinquies. In de begroting van de Vlaamse Gemeenschap worden voor het jaar 2002-2004 de volgende vastleggingsmachtigingen toegekend :
  1° aan de scholengroepen en de raad van het°Gemeenschapsonderwijs, een bedrag van 29 773 000 euro voor grote en kleine infrastructuurwerken voor het vervullen van de opdracht bedoeld in artikel 4, § 1, van het bijzonder decreet van 14 juli 1998 betreffende het gemeenschapsonderwijs met betrekking tot de grote en kleine infrastructuurwerken;
  2° aan de DIGO, een bedrag van 19 815 000 euro voor het gesubsidieerd officieel onderwijs met uitzondering van de gesubsidieerde officiële hogescholen en een bedrag van 83 206 000 euro voor het gesubsidieerd vrij onderwijs met uitzondering van de gesubsidieerde vrije hogescholen voor het vervullen van de opdrachten bedoeld in artikel 13, § 2 en 17 van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving.
  Art. 169sexies. In de in artikel 169quinquies vermelde begroting worden jaarlijks de nodige ordonnanceringskredieten ingeschreven om de verbintenissen na te komen, die door het Gemeenschapsonderwijs en de DIGO aangegaan werden op basis van de in dit artikel vermelde vastleggingsmachtigingen.
  Dit ordonnanceringskrediet wordt, binnen de beschikbare middelen van de Vlaamse Gemeenschap, vastgesteld aan de hand van de door het Gemeenschapsonderwijs en de DIGO opgemaakte betalingskalender.
  Art. 169septies. Deze titel treedt in werking op 1 januari 2002. ".
Art. 12. Au décret du 21 décembre 1994 relatif à l'enseignement VI, il est ajouté un Titre XIIter, se composant des articles 169quinquies à 169septies inclus, rédigé comme suit :
  " TITRE XIIter. - Moyens pour les travaux d'infrastructure 2002-2004.
  Art. 169quinquies. Pour les années 2002-2004, les autorisations d'engagement suivantes sont accordées au budget de la Communauté flamande :
  1° aux groupes d'écoles et au conseil de l'Enseignement communautaire, un montant de 29 773 000 euros pour les grands et petits travaux d'infrastructure en vue de l'accomplissement de la mission visée à l'article 4, § 1er, du décret spécial du 14 juillet 1998 relatif à l'enseignement communautaire pour ce qui est des grands et petits travaux d'infrastructure;
  2° au DIGO, un montant de 19 815 000 euros pour l'enseignement officiel subventionné à l'exception des instituts supérieurs officiels subventionnés et un montant de 83 206 000 euros pour l'enseignement libre subventionné à l'exception des instituts supérieurs libres subventionnés pour l'accomplissement des missions visées aux articles 13, § 2 et 17 de la loi du 29 mai 1959 modifiant certaines dispositions de la législation de l'enseignement.
  Art. 169sexies. Au budget visé à l'article 169quinquies sont inscrits annuellement les crédits d'ordonnancement nécessaires à respecter les engagements qui ont été pris par l'Enseignement communautaire et le DIGO sur la base des autorisations d'engagement visées au présent article.
  Dans les limites des crédits disponibles de la Communauté flamande, ce crédit d'ordonnancement est fixé sur la base du calendrier de paiement dressé par l'Enseignement communautaire et le DIGO.
  Art. 169septies. Le présent titre entre en vigueur le 1er janvier 2002. ".
HOOFDSTUK III. - Leefmilieu.
CHAPITRE III. - Environnement.
Afdeling I. - Mestdecreet.
Section I. - Décret sur les engrais.
Art. 13. In artikel 21 van het decreet van 23 januari 1991 inzake de bescherming van het leefmilieu tegen de verontreiniging door meststoffen, gewijzigd bij de decreten van 25 juni 1992, 20 december 1995, 19 december 1997, 11 mei 1999, 3 maart 2000 en 8 december 2000, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1, tweede lid worden de woorden " - Xdmp = de heffingsvoet voor de productie van dierlijke mest in BF/kg P205; " vervangen door de woorden " - Xdmp = de heffingsvoet voor de productie van dierlijke mest in EUR/kg P205; ";
  2° in § 1, tweede lid worden de woorden " - Xdmn = de heffingsvoet voor de productie van dierlijke mest in BF/kg N. " vervangen door de woorden " - Xdmn = de heffingsvoet voor de productie van dierlijke mest in EUR/kg N. ";
  3° in § 1 wordt het vijfde lid vervangen door wat volgt :
  " Voormelde heffingsvoeten worden als volgt vastgesteld :
  - Xdmp = 0,0111 EUR/kg P205;
  - Xdmn = 0,0111 EUR/kg N. ";
  4° in § 2, tweede lid worden de woorden " - Xamp = de heffingsvoet voor het nutriënt P205, in BF/kg P205; " vervangen door de woorden " - Xamp = de heffingsvoet voor het nutriënt P205, in EUR/kg P205; ";
  5° in § 2, tweede lid worden de woorden " - Xamn = de heffingsvoet voor het nutriënt N, in BF/kg N. " vervangen door de woorden " - Xamn = de heffingsvoet voor het nutriënt N, in EUR/kg N. ";
  6° in § 2, wordt het derde lid vervangen door wat volgt :
  " Voormelde heffingsvoeten worden als volgt vastgesteld :
  - Xamp = 0,0223 EUR/KG P205;
  - Xamn = 0,0223 EUR/kg N. ";
  7° in § 3, tweede lid worden de woorden " - Xcmp = de heffingsvoet voor het nutriënt P205, in BF/kg P205; " vervangen door de woorden " - Xcmp = de heffingsvoet voor het nutriënt P205, in EUR/kg P205; ";
  8° in § 3, tweede lid worden de woorden " - Xcmn = de heffingsvoet voor het nutriënt N, in BF/kg N. " vervangen door de woorden " - Xcmn = de heffingsvoet voor het nutriënt N, in EUR/kg N. ";
  9° in § 3 wordt het derde lid vervangen door wat volgt :
  " Voormelde heffingsvoeten worden als volgt vastgesteld :
  - Xcmp = 0,0223 EUR/kg P205;
  - Xcmn = 0,0223 EUR/kg N. ";
  10° in § 5, eerste lid wordt in de laatste zin de woorden " op 100 frank " vervangen door de woorden " op 2,4789 euro ";
  11° in § 6, 2° wordt het tweede lid vervangen door wat volgt :
  " De heffingsvoeten, bedoeld in het eerste lid, worden als volgt vastgesteld :
  - Xspn = 0,99 EUR/kg N;
  - Xspp = 0,99 EUR/kg P205;
  - Xvn =
  - 0,24 EUR/kg N voor het productiejaar 2000;
  - 0,49 EUR/kg N voor de productiejaren 2001 en 2002;
  - 0,99 EUR/kg N vanaf het productiejaar 2003;
  - Xvp =
  - 0,24 EUR/kg P205 voor het productiejaar 2000;
  - 0,49 EUR/kg P205 voor de productiejaren 2001 en 2002;
  - 0,99 EUR/kg P205 vanaf het productiejaar 2003. ".
Art. 13. A l'article 21 du décret du 23 janvier 1991 relatif à la protection de l'environnement contre la pollution due aux engrais, modifié par les décrets des 25 juin 1992, 20 décembre 1995, 19 décembre 1997, 11 mai 1999, 3 mars 2000 et 8 décembre 2000, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au § 1er, deuxième alinéa, les mots " - Xdmp = le taux de redevance pour la production d'effluents d'élevage en BF/kg de P2O5; " sont remplacés par les mots " - Xdmp = le taux de redevance pour la production d'effluents d'élevage en EUR/kg de P2O5; ";
  2° au § 1er, deuxième alinéa, les mots " - Xdmn = le taux de redevance pour la production d'effluents d'élevage en BF/kg de N. " sont remplacés par les mots " - Xdmn = le taux de redevance pour la production d'effluents d'élevage en EUR/kg de N. ";
  3° au § 1er, le cinquième alinéa est remplacé par ce qui suit :
  " Les taux de redevance précités sont déterminés comme suit :
  - Xdmp = 0,0111 EUR/kg de P2O5;
  - Xdmn = 0,0111 EUR/kg de N. ";
  4° au § 2, deuxième alinéa, les mots " Xamp = le taux de redevance pour l'élément nutritionnel P2O5, en BF/kg de P2O5; " sont remplacés par les mots " Xamp = le taux de redevance pour l'élément nutritionnel P2O5, en EUR/kg de P2O5; ";
  5° au § 2, deuxième alinéa, les mots " - Xamn = le taux de redevance pour l'élément nutritionnel N, en BF/kg de N.; " sont remplacés par les mots " - Xamn = le taux de redevance pour l'élément nutritionnel N, en EUR/kg de N. ";
  6° au § 2, le troisième alinéa est remplacé par ce qui suit :
  " Les taux de redevance précités sont déterminés comme suit :
  - Xamp = 0,0223 EUR/kg de P2O5;
  - Xamn = 0,0223 EUR/kg de N. ";
  7° au § 3, deuxième alinéa, les mots " - Xcmp = le taux de redevance pour l'élément nutritionnel P2O5, en BF/kg de P2O5; " sont remplacés par les mots " - Xcmp = le taux de redevance pour l'élément nutritionnel P2O5, en EUR/kg de P2O5; ";
  8° au § 3, deuxième alinéa, les mots " - Xcmn = le taux de redevance pour l'élément nutritionnel N, en BF/kg de N. " sont remplacés par les mots " - Xcmn = le taux de redevance pour l'élément nutritionnel N, en EUR/kg de N. ";
  9° au § 3, le troisième alinéa est remplacé par ce qui suit :
  " Les taux de redevance précités sont déterminés comme suit :
  - Xcmp = 0,0223 EUR/kg de P2O5;
  - Xcmn = 0,0223 EUR/kg de N. ";
  10° au § 5, premier alinéa, dernière phrase, les mots " à 100 francs " sont remplacés par les mots " à 2,4789 euros ";
  11° au § 6, 2°, le deuxième alinéa est remplacé par ce qui suit :
  " Les taux de redevance, visés à l'alinéa premier, sont déterminés comme suit :
  - Xspn = 0,99 EUR/kg de N;
  - Xspp = 0,99 EUR/kg de P2O5;
  - Xvn =
  - 0,24 EUR/kg de N pour l'année de production 2000;
  - 0,49 EUR/kg de N pour les années de production 2001 et 2002;
  - 0,99 EUR/kg de N à partir de l'année de production 2003;
  - Xvp =
  - 0,24 EUR/kg de P2O5 pour l'année de production 2000;
  - 0,49 EUR/kg de P2O5 pour les années de production 2001 et 2002;
  - 0,99 EUR/kg de P2O5 à partir de l'année de production 2003. ".
Art. 14. In artikel 25 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 20 december 1995 en 11 mei 1999, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1 worden de woorden " 20 000 frank " vervangen door de woorden " 500 euro ";
  2° in § 2 worden de woorden " 100 000 frank " vervangen door de woorden " 2 500 euro ";
  3° in § 3 worden de woorden " 10 000 frank " vervangen door de woorden " 250 euro ";
  4° in § 4, tweede lid, § 5 en § 7, tweede lid worden de woorden " 40 frank " vervangen door de woorden " 1 euro ".
Art. 14. A l'article 25 du même décret, modifié par les décrets des 20 décembre 1995 et 11 mai 1999, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au § 1er, les mots " 20 000 francs " sont remplacés par les mots " 500 euros ";
  2° au § 2, les mots " 100 000 francs " sont remplacés par les mots " 2 500 euros ";
  3° au § 3, les mots " 10 000 francs ", sont remplacés par les mots " 250 euros ";
  4° au § 4, deuxième alinéa, § 5 et § 7, deuxième alinéa, les mots " 40 francs " sont remplacés par les mots " 1 euro ".
Art. 15. In artikel 37 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 20 december 1995, 11 mei 1999 en 8 december 2000, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1 worden de woorden " honderd frank tot vijftigduizend frank " vervangen door de woorden " honderd euro tot vijftigduizend euro ";
  2° in § 2 worden de woorden " honderd frank tot vijfenzeventigduizend frank " vervangen door de woorden " honderd euro tot vijfenzeventigduizend euro ";
  3° in § 3 worden de woorden " honderd frank tot honderdduizend frank " vervangen door de woorden " honderd euro tot honderdduizend euro ".
Art. 15. A l'article 37 du même décret, modifié par les décrets des 20 décembre 1995, 11 mai 1999 et 8 décembre 2000, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au § 1er, les mots " cent francs à cinquante mille francs " sont remplacés par les mots " cent euros à cinquante mille euros ";
  2° au § 2, les mots " cent francs à septante-cinq mille francs " sont remplacés par les mots " cent euros à septante-cinq mille euros ";
  3° au § 3, les mots " cent francs à cent mille francs " sont remplacés par les mots " cent euros à cent mille euros ".
Afdeling II. - Bosdecreet.
Section II. - Décret forestier.
Art. 16. In artikel 90bis van het Bosdecreet van 13 juni 1990, ingevoegd bij decreet van 21 oktober 1997 en vervangen bij decreet van 17 juli 2000, wordt § 4, 2° vervangen door wat volgt :
  " 2° door storting van een bosbehoudsbijdrage; ".
Art. 16. Dans l'article 90bis du décret forestier du 13 juin 1990, inséré par le décret du 21 octobre 1997 et remplacé par le décret du 17 juillet 2000, le § 4, 2° est remplacé par ce qui suit :
  " 2° par versement d'une cotisation de conservation des bois; ".
Art. 17. § 1. Er wordt een Fonds voor de compenserende bebossing, in de zin van artikel 45 van de wetten op de rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, opgericht.
  § 2. [3 Aan het Fonds voor de compenserende bebossing worden de volgende ontvangsten toegewezen:
   1° alle ontvangsten die voortvloeien uit de toepassing van artikel 90bis van het Bosdecreet van 13 juni 1990, als de Vlaamse Regering of de gewestelijke omgevingsambtenaar de vergunning tot ontbossing of de omgevingsvergunning voor het verkavelen van gronden, vermeld in artikel 90bis, § 2, 2°, van het voormelde decreet, aflevert;
   2° de ontvangsten van niet-aangewende middelen die vanuit het Fonds voor de compenserende bebossing toegekend zijn aan de Vlaamse Landmaatschappij of aan openbare besturen, natuurlijke personen en privaatrechtelijke rechtspersonen die bebossen.]3

  § 3. [1 De middelen van het Fonds voor Compenserende Bebossing kunnen aangewend worden voor :
   1° het uitvoeren van bebossing door het Vlaamse Gewest;
   2° de subsidiëring van openbare besturen, natuurlijke personen en privaatrechtelijke rechtspersonen die bebossen;
   3° terugstorten van te veel betaalde bosbehoudsbijdragen in het kader van artikel 90bis van het Bosdecreet van 13 juni 1990.
   De Vlaamse Regering kan hierover nadere regels vaststellen.]1

  
Art. 17. § 1er. Il est institué un Fonds pour le boisement compensateur, au sens de l'article 45 des lois sur la comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991.
  § 2. [3 Au Fonds pour le boisement compensateur sont affectées les recettes suivantes :
   1° toutes les recettes découlant de l'application de l'article 90bis du Décret forestier du 13 juin 1990, si le Gouvernement flamand ou le fonctionnaire environnement régional délivre le permis de déboisement ou le permis d'environnement pour le lotissement de sols, visé à l'article 90bis, § 2, 2°, du décret précité ;
   2° les recettes des fonds non engagés attribués au titre du Fonds pour le boisement compensateur à l'Agence flamande terrienne ou à des pouvoirs publics, des personnes physiques et des personnes morales de droit privé qui oeuvrent dans le domaine du boisement.]3

  § 3. [1 Les ressources du Fonds pour le boisement compensateur peuvent être affectées à :
   1° l'exécution du boisement par la Région flamande;
   2° l'octroi de subventions aux administrations publiques, personnes physiques et personnes morales de droit public qui entreprennent des boisements;
   3° le remboursement des contributions à la conservation des bois dans le cadre de l'article 90bis du Décret forestier du 13 juin 1990.
   Le Gouvernement flamand peut déterminer les modalités à cet effet.]1

  
Afdeling III. - Grondwater.
Section III. - Eaux souterraines.
Art. 18. In artikel 2 van het decreet van 24 januari 1984 houdende maatregelen inzake grondwaterbeheer, gewijzigd bij decreet van 20 december 1996, wordt de definitie van grondwater vervangen door wat volgt :
  " - grondwater : al het water dat zich onder het bodemoppervlak in de verzadigde zone bevindt en dat in direct contact met de bodem of de ondergrond staat; ".
Art. 18. Dans l'article 2 du décret du 24 janvier 1984 portant des mesures en matière de gestion des eaux souterraines, modifié par le décret du 20 décembre 1996, la définition de l'eau souterraine est remplacée par ce qui suit :
  " - eau souterraine : toute eau qui se trouve dans la zone saturée sous la surface du sol et qui est en contact direct avec le sol ou le sous-sol. ".
Art. 19. Aan artikel 2 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreet van 20 december 1996, wordt de volgende definitie toegevoegd :
  " - hydrogeologische hoofdeenheid : een opeenvolging van geologische lagen die globaal dezelfde hydrologische eigenschappen bezitten. De hydrogeologische hoofdeenheden zijn opgesomd in de bijlage gevoegd bij dit decreet. ".
Art. 19. A l'article 2 du même décret, modifié par le décret du 20 décembre 1996, est ajouté la définition suivante :
  " - unité principale hydrogéologique : une succession de strates géologiques qui possèdent globalement les mêmes propriétés hydrogéologiques. Les unités principales hydrogéologiques sont énumérées dans l'annexe jointe au présent décret. ".
Art. 20. Aan artikel 28ter, § 1, van hetzelfde decreet, vervangen bij decreet van 22 december 1999, wordt een lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " Voor wat de heffing op het winnen van grondwater betreft wordt ook als grondwater beschouwd elk water dat zonder exploitatie in open verbinding staat met de waterverzadigde zone onder het bodemoppervlak en ermee in statisch evenwicht is. Water dat op natuurlijke wijze opborrelt of welwater wordt niet meer als grondwater beschouwd vanaf het ogenblik dat het langs natuurlijke weg in het openbaar hydrografisch net stroomt. ".
Art. 20. A l'article 28ter, § 1er, du même décret, remplacé par le décret du 22 décembre 1999, est ajouté un alinéa, rédigé comme suit :
  " Pour ce qui concerne la redevance sur le captage d'eau souterraine, est également considérée comme eau souterraine, toute eau qui, sans exploitation, communique directement avec la zone saturée d'eau située sous la surface du sol et constitue avec elle un équilibre statique. L'eau qui émerge de façon naturelle ou l'eau de source ne sont plus considérées comme des eaux souterraines dès qu'elles sont évacuées par voie naturelle vers le réseau hydrographique public. ".
Art. 21. Artikel 28ter, § 2, 2°, van hetzelfde decreet, vervangen bij decreet van 22 december 1999, wordt geschrapt.
Art. 21. L'article 28ter, § 2, 2°, du même décret, remplacé par le décret du 22 décembre 1999, est supprimé.
Art. 22. In artikel 28quater van hetzelfde decreet, vervangen bij decreet van 22 december 1999, wordt § 1 vervangen door wat volgt :
  " § 1. Het bedrag van de heffing, bedoeld in artikel 28ter, wordt vastgesteld als volgt :
  1° voor de exploitatie van grondwaterwinningen bestemd voor de openbare drinkwatervoorziening :
  7,5 x index eurocent per m3 grondwater die in het jaar voorafgaand aan het heffingsjaar werd opgepompt en die tot drinkbaar water voor de openbare drinkwatervoorziening verwerkt kan worden, ongeacht de wijze van winning of het gebruik;
  2° voor de exploitatie van grondwaterwinningen niet bestemd voor de openbare drinkwatervoorziening :
  a) indien de exploitatie voor het geheel van de grondwaterwinningseenheid aanleiding geeft tot een gewonnen hoeveelheid grondwater in het jaar voorafgaand aan het heffingsjaar van 500 tot en met 30 000 m3 : 5 x index eurocent per m3 opgepompt grondwater;
  b) indien de exploitatie voor het geheel van de grondwaterwinningseenheid aanleiding geeft tot een gewonnen hoeveelheid grondwater in het jaar voorafgaand aan het heffingsjaar van meer dan 30 000 m3 : Z x (LAMBDA) x index per m3 opgepompt grondwater, waarbij :
  - Z is een lineaire tarieffunctie gelijk aan :
  (6,2 eurocent + 0,75 eurocent xaantal m3 opgepompt grondwater/100 000) x a;
  a = 0,75 op 1 januari 2002;
  a = 1 vanaf 1 januari 2003;
  - (LAMBDA) is een multiplicator, zijnde het product van twee termen : laagfactor en gebiedsfactor. Daarbij nemen de laagfactor en gebiedsfactor in het heffingsjaar 2002 de waarde aan die is aangegeven in de bijlage gevoegd bij dit decreet;
  - index is de verhouding van twee indexcijfers van de consumptieprijzen met in de teller het indexcijfer van de maand december van het jaar voorafgaand aan het heffingsjaar en in de noemer het indexcijfer van de maand december 2001.
  De indexering dient ieder jaar automatisch, dus zonder voorafgaande verwittiging te geschieden op 1 januari van elk jaar.
  Het aangepast bedrag wordt afgerond tot de hogere eurocent. ".
Art. 22. Dans l'article 28quater du même décret, remplacé par le décret du 22 décembre 1999, le § 1er est remplacé par ce qui suit :
  " § 1er. Le montant de la redevance, visée à l'article 28ter, est fixé comme suit :
  1° pour l'exploitation de prises d'eau souterraine affectées à la distribution publique d'eau potable :
  7,5 x indice eurocent par m3 d'eau souterraine pompée au cours de l'année qui précède l'année d'imposition et qui peut être transformée en eau potable aux fins de la distribution publique, quel que soit le mode de captage ou d'utilisation;
  2° pour l'exploitation de prises d'eau souterraine non affectées à la distribution publique d'eau potable :
  a) si l'exploitation pour l'ensemble de l'unité de prise d'eau souterraine donne lieu à une quantité d'eau souterraine, captée au cours de l'année qui précède l'année d'imposition, de 500 à 30 000 m3 inclus : 5 x indice eurocent par m3 d'eau souterraine pompée;
  b) si l'exploitation pour l'ensemble de l'unité de prise d'eau souterraine donne lieu à une quantité d'eau souterraine, captée au cours de l'année qui précède l'année d'imposition, de plus de 30 000 m3 : Z x (LAMBDA) x indice par m3 d'eau souterraine pompée, où :
  - Z est une fonction tarifaire linéaire égale à :
  (6,2 eurocents + 0,75 eurocent x nombre de m3 d'eau souterraine pompée/100 000) x a;
  a = 0,75 au 1er janvier 2002;
  a = 1 à partir du 1er janvier 2003;
  - (LAMBDA) est un multiplicateur, à savoir le produit de deux termes : facteur nappe et facteur zone. Le facteur nappe et le facteur zone prennent dans l'année d'imposition 2002 la valeur indiquée dans l'annexe jointe au présent décret;
  - l'indice est le rapport entre deux indices des prix à la consommation, l'indice du mois de décembre de l'année précédant l'année d'imposition étant le numérateur et l'indice du mois de décembre 2001 étant le dénominateur.
  L'indexation s'effectue automatiquement chaque année, sans avertissement préalable, au 1er janvier de chaque année.
  Le montant adapté est arrondi à l'eurocent supérieur. ".
Art. 23. In artikel 28quater van hetzelfde decreet, vervangen bij decreet van 22 december 1999, wordt § 3 vervangen door wat volgt :
  " § 3. De heffing ten laste van elke van de in artikel 28ter bedoelde heffingsplichtige kan in geen geval lager zijn dan het minimum bedrag van 124 x index euro.
  Index is de verhouding van twee indexcijfers van de consumptieprijzen met in de teller het indexcijfer van de maand december van het jaar voorafgaand aan het heffingsjaar en in de noemer het indexcijfer van de maand december 2001.
  De indexering dient ieder jaar automatisch, dus zonder voorafgaande verwittiging te geschieden op 1 januari van elk jaar.
  Het aangepast bedrag wordt afgerond tot de hogere eurocent. ".
Art. 23. Dans l'article 28quater du même décret, remplacé par le décret du 22 décembre 1999, le § 3 est remplacé par ce qui suit :
  " § 3. La redevance à charge de chacun des redevables, visés à l'article 28ter, ne peut en aucun cas être inférieure au montant minimum de 124 x indice euro.
  L'indice est le rapport entre deux indices des prix à la consommation, l'indice du mois de décembre de l'année précédant l'année d'imposition étant le numérateur et l'indice du mois de décembre 2001 étant le dénominateur.
  L'indexation s'effectue automatiquement chaque année, sans avertissement préalable, au 1er janvier de chaque année.
  Le montant adapté est arrondi à l'eurocent supérieur. ".
Art. 24. In hetzelfde decreet wordt de bijlage, ingevoegd bij het decreet van 19 december 1997 en gewijzigd bij de decreten van 22 december 1999 en 22 december 2000, vervangen door de bijlage, gevoegd bij dit decreet.
Art. 24. Dans le même décret, l'annexe, insérée par le décret du 19 décembre 1997 et modifiée par les décrets des 22 décembre 1999 et 22 décembre 2000, est remplacée par l'annexe jointe au présent décret.
Afdeling IV. - Oppervlaktewateren.
Section IV. - Eaux de surface.
Art. 25. In artikel 35ter van de wet van 26 maart 1971 op de bescherming van de oppervlaktewateren tegen verontreiniging, vervangen bij decreet van 25 juni 1992 en gewijzigd bij de decreten van 22 december 1993, 22 december 1995 en 22 december 2000, worden volgende wijzigingen aangebracht :
  1° paragraaf 2 wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " § 2. Het bedrag van het eenheidstarief van de heffing wordt vastgesteld op 22,3 EUR en wordt jaarlijks aangepast aan het indexcijfer der consumptieprijzen met als basisindex het indexcijfer der consumptieprijzen van december 1992, basis 1988, met name 113,76.
  De indexering dient ieder jaar automatisch, dus zonder voorafgaande verwittiging, te geschieden op 1 januari van elk jaar.
  Voor het begrotingsjaar 1994 wordt het hierboven vernoemde bedrag van het eenheidstarief verhoogd met 2,5 procent, in afwijking van de hierboven vernoemde indexering.
  Het aangepaste bedrag wordt afgerond op de hogere eurocent. ";
  2° § 3 wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " § 3. De heffing ten laste van elk van de in artikel 35bis, § 3 bedoelde heffingsplichtigen kan in geen geval lager zijn dan het minimum bedrag van 7,5 EUR. ";
  3° § 5 wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " § 5. Wordt vrijgesteld van de verplichting tot betaling van de in § 1 bedoelde heffing, elke heffingsplichtige die op 1 januari van het heffingsjaar of op de datum van overlijden geniet van :
  1. ofwel, het gewaarborgd inkomen voor bejaarden volgens de wet van 1 april 1969 tot instelling van een gewaarborgd inkomen voor bejaarden of de inkomensgarantie voor ouderen volgens de wet van 22 maart 2001 tot instelling van een inkomensgarantie voor ouderen;
  2. ofwel, het bestaansminimum of levensminimum, toegekend door het OCMW met toepassing van de wet van 7 augustus 1974 tot instelling van het recht op een bestaansminimum respectievelijk van de wet van 2 april 1965 betreffende het ten laste nemen van de steun verleend door de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
  3. ofwel, de inkomensvervangende tegemoetkoming voor gehandicapten volgens de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan gehandicapten;
  4. ofwel, de tegemoetkoming hulp aan bejaarden volgens de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan gehandicapten;
  5. ofwel, de integratietegemoetkoming voor gehandicapten volgens de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan gehandicapten.
  De vrijstelling wordt uitsluitend verleend voor de plaats van het watergebruik die tevens zijn wettelijke domicilie is. Dezelfde vrijstelling geldt voor de heffingsplichtige met een gezinslid gedomicilieerd op hetzelfde adres voor wie conform artikel 487bis-octies van het Burgerlijk Wetboek de verlengde minderjarigheid werd uitgesproken en die geniet van de inkomensvervangende tegemoetkoming voor gehandicapten en/of de tegemoetkoming hulp aan bejaarden, en/of de integratietegemoetkoming voor gehandicapten volgens de wet van 27 februari 1987 betreffende tegemoetkomingen aan gehandicapten.
  De Maatschappij kan een heffingsplichtige ambtshalve vrijstellen op basis van de inlichtingen die worden ingewonnen bij de kruispuntbank van de Sociale Zekerheid.
  Ingeval de vrijstelling ambtshalve wordt toegekend, ontvangt de rechthebbende geen heffingsbiljet. Voor heffingsplichtigen die een heffingsbiljet hebben gekregen, wordt de vrijstelling enkel op schriftelijke aanvraag verleend. De aanvraag tot vrijstelling moet uiterlijk binnen de drie maanden na de verzendingsdatum van het heffingsbiljet bij de Maatschappij worden ingediend.
  Deze aanvraag dient vergezeld te zijn van :
  1. ofwel, een voor eensluidend verklaard afschrift van de door de Rijksdienst voor Pensioenen gedane kennisgeving van de beslissing tot toekenning van het gewaarborgd inkomen voor bejaarden of van de inkomensgarantie voor ouderen of een attest afgeleverd door de Rijksdienst voor Pensioenen waaruit blijkt dat de op het heffingsbiljet vermelde heffingsplichtige genoten heeft van het gewaarborgd inkomen voor bejaarden of van de inkomensgarantie voor ouderen;
  2. ofwel, een attest afgeleverd door het OCMW waaruit blijkt dat de op het heffingsbiljet vermelde heffingsplichtige genoten heeft van een door het OCMW toegekend bestaansminimum of levensminimum;
  3. ofwel, een voor eensluidend verklaard afschrift van de door het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu gedane kennisgeving van de beslissing tot toekenning van de inkomensvervangende tegemoetkoming voor gehandicapten en/of de tegemoetkoming hulp aan bejaarden, en/of de integratietegemoetkoming voor gehandicapten of een attest afgeleverd door het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu waaruit blijkt dat de op het heffingsbiljet vermelde heffingsplichtige genoten heeft van de inkomensvervangende tegemoetkoming voor gehandicapten en/of de tegemoetkoming hulp aan bejaarden, en/of de integratietegemoetkoming voor gehandicapten;
  4. de afscheurstrook van het overeenkomstig heffingsbiljet.
  Mits op 1 januari van het heffingsjaar of op de datum van overlijden voldaan is aan de boven vermelde voorwaarden, is bedoelde vrijstelling van rechtswege verworven. ";
  4° § 6 wordt vervangen door de volgende bepaling :
  " § 6. Elke fysieke persoon die niet de heffingsplichtige is maar wel de werkelijke gebruiker van het water en die niet samenwoont met de heffingsplichtige, kan de terugbetaling van zijn aandeel in de in § 1 bedoelde heffing voor de plaats van het waterverbruik die tevens zijn wettelijke domicilie is verkrijgen van de Maatschappij, mits binnen de twaalf maanden na de verzendingsdatum van het heffingsbiljet een aanvraag daartoe wordt ingediend waarin het aantal wooneenheden waarop het heffingsbiljet betrekking heeft, is vermeld en waaraan de volgende bijlagen zijn toegevoegd :
  1. ofwel, een voor eensluidend verklaard afschrift van de door de Rijksdienst voor Pensioenen gedane kennisgeving van de beslissing tot toekenning van het gewaarborgd inkomen voor bejaarden of van de inkomensgarantie voor ouderen of een attest afgeleverd door de Rijksdienst voor Pensioenen waaruit blijkt dat de betrokken fysieke persoon genoten heeft van het gewaarborgd inkomen voor bejaarden of van de inkomensgarantie voor ouderen;
  2. ofwel, een attest afgeleverd door het betrokken OCMW waaruit blijkt dat de betrokken fysieke persoon genoten heeft van een door het OCMW toegekend bestaansminimum of levensminimum;
  3. ofwel, een voor eensluidend verklaard afschrift van de door het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu gedane kennisgeving van de beslissing tot toekenning van de inkomensvervangende tegemoetkoming voor gehandicapten en/of de tegemoetkoming hulp aan bejaarden, en/of integratietegemoetkoming voor gehandicapten of een attest afgeleverd door het Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu waaruit blijkt dat de betrokken fysieke persoon genoten heeft van de inkomensvervangende tegemoetkoming voor gehandicapten en/of de tegemoetkoming hulp aan bejaarden, en/of de integratietegemoetkoming voor gehandicapten;
  4. de afscheurstrook van het overeenkomstig heffingsbiljet.
  Aan de voorwaarden vermeld in § 5 moet worden voldaan op 1 januari van het heffingsjaar of op de datum van overlijden. ".
Art. 25. A l'article 35ter de la loi du 26 mars 1971 sur la protection des eaux de surface contre la pollution, remplacé par le décret du 25 juin 1992 et modifié par les décrets des 22 décembre 1993, 22 décembre 1995 et 22 décembre 2000, sont apportées les modifications suivantes :
  1° le paragraphe 2 est remplacé par la disposition suivante :
  " § 2. Le montant du tarif unitaire de la redevance est fixé à 22,3 EUR et est adapté annuellement à l'indice des prix à la consommation, l'indice des prix à la consommation de décembre 1992, base 1988, à savoir l'indice 113,76, étant adopté comme indice de base.
  L'indexation s'effectue automatiquement chaque année, sans avertissement préalable, au 1er janvier de chaque année.
  Pour l'année budgétaire 1994, le montant susmentionné du tarif unitaire est majorée de 2,5 pour cent, par dérogation à l'indexation précité.
  Le montant adapté est arrondi à l'eurocent supérieur. ";
  2° le § 3 est remplacé par ce qui suit :
  " § 3. La redevance à charge de chacun des redevables, visés à l'article 35bis, § 3, ne peut en aucun cas être inférieure au montant minimum de 7,5 EUR. ";
  3° le § 5 est remplacé par ce qui suit :
  " § 5. Est exempté de l'obligation de payer la redevance visée au § 1er, tout redevable qui perçoit le 1er janvier de l'année d'imposition ou à la date de son décès :
  1. soit, le revenu garanti pour personnes âgées accordé en vertu de la loi du 1er avril 1969 instituant un revenu garanti aux personnes âgées ou la garantie de revenus aux personnes âgées en vertu de la loi du 22 mars 2001 instituant la garantie de revenus aux personnes âgées;
  2. soit, le minimum de moyens d'existence ou le minimum de moyens de subsistance accordé par un CPAS en application de la loi du 7 août 1974 instituant le droit à un minimum de moyens d'existence ou de la loi du 2 avril 1965 relative à la prise en charge des secours accordés par les centres publics d'aide sociale;
  3. soit, l'allocation de remplacement de revenus accordée aux handicapés en vertu de la loi du 27 février 1987 relative aux allocations aux handicapés;
  4. soit, l'allocation pour l'aide aux personnes âgées en vertu de la loi du 27 février 1987 relative aux allocations aux handicapés;
  5. soit, l'allocation d'intégration pour handicapés en vertu de la loi du 27 février 1987 relative aux allocations aux handicapés.
  L'exemption délivrée ne concerne que le lieu de consommation d'eau qui est également son domicile légal. Bénéficie de la même exemption, tout redevable ayant un membre de la famille domicilié à la même adresse, pour lequel la minorité prolongée a été prononcée conformément à l'article 487bis-octies du Code civil, et qui bénéficie d'une allocation de remplacement des revenus pour handicapés et/ou d'une allocation pour l'aide aux personnes âgées, et/ou d'une allocation d'intégration pour handicapés en vertu de la loi du 27 février 1987 relative aux allocations aux handicapés.
  La Société peut dispenser d'office un redevable sur la base des informations recueillies auprès de la banque-carrefour de la Sécurité sociale.
  Si l'exemption est accordée d'office, le bénéficiaire ne reçoit aucune feuille d'impôts. Pour les redevables ayant reçu une feuille d'impôts, l'exemption n'est accordée que moyennant demande écrite. La demande d'exemption doit être adressée à la Société au plus tard dans les trois mois de la date d'envoi de la feuille d'impôts.
  Cette demande doit être accompagnée :
  1. soit, d'une copie certifiée conforme de la notification de la décision d'octroi du revenu garanti pour personnes âgées ou de la garantie de revenus aux personnes âgées faite par l'Office national des Pensions ou une attestation délivrée par l'Office national des Pensions, faisant apparaître que le redevable figurant sur la feuille d'impôt a bénéficié d'un revenu garanti pour personnes âgées ou de la garantie de revenus pour personnes âgées;
  2. soit, d'une attestation délivrée par le CPAS, faisant apparaître que le redevable mentionné sur la feuille d'impôts a bénéficié d'un minimum de moyens d'existence ou d'un minimum de moyens subsistance accordés par lui;
  3. soit, d'une copie certifiée conforme de la notification de la décision d'octroi de l'allocation de remplacement de revenus et/ou de l'allocation de l'aide aux personnes âgées, et/ou de l'allocation d'intégration pour handicapés, faite par le Ministère des Affaires sociales, de la Santé publique et de l'Environnement, ou une attestation délivrée par le Ministère des Affaires sociales, de la Santé publique et de l'Environnement, faisant apparaître que le redevable figurant sur la feuille d'impôt a bénéficié de l'allocation de remplacement de revenus pour handicapés et/ou de l'allocation de l'aide aux personnes âgées, et/ou l'allocation d'intégration pour handicapés;
  4. le volant détachable de la feuille d'impôts correspondante.
  L'exemption est acquise de plein droit, pourvu que les conditions susmentionnées soient remplies au 1er janvier de l'année d'imposition ou à la date du décès. ";
  4° le § 6 est remplacé par ce qui suit :
  " § 6. Toute personne physique qui, n'étant pas le redevable, mais bien le consommateur effectif de l'eau et qui ne cohabite pas avec le redevable, peut obtenir de la Société le remboursement de sa quote-part de la redevance visée au § 1er, relativement au lieu de consommation d'eau qui est en même temps son domicile légal, à condition qu'une demande spécifiant le nombre d'unités de logement auxquelles la feuille d'impôts se rapporte et accompagnée des documents mentionnés ci-après soit présentée dans les douze mois à compter de la date d'envoi de la feuille d'impôts :
  1. soit d'une copie certifiée conforme de la notification de la décision d'octroi du revenu garanti pour personnes âgées ou de la garantie de revenus aux personnes âgées faite par l'Office national des Pensions ou une attestation délivrée par l'Office national des Pensions, faisant apparaître que le redevable figurant sur la feuille d'impôt a bénéficié d'un revenu garanti pour personnes âgées ou de la garantie de revenus pour personnes âgées;
  2. soit d'une attestation délivrée par le CPAS certifiant que la personne physique intéressé a bénéficié d'un minimum de moyens d'existence ou d'un minimum de moyens de subsistance accordés par lui;
  3. soit d'une copie certifiée conforme de la notification de la décision d'octroi de l'allocation de remplacement de revenus et/ou de l'allocation de l'aide aux personnes âgées, et/ou de l'allocation d'intégration pour handicapés, faite par le Ministère des Affaires sociales, de la Santé publique et de l'Environnement, ou une attestation délivrée par le Ministère des Affaires sociales, de la Santé publique et de l'Environnement, faisant apparaître que le redevable figurant sur la feuille d'impôt a bénéficié de l'allocation de remplacement de revenus pour handicapés et/ou de l'allocation de l'aide aux personnes âgées, et/ou l'allocation d'intégration pour handicapés;
  4. le volant détachable de la feuille d'impôts correspondante.
  Les conditions mentionnées au § 5 doivent être remplies le 1er janvier de l'année d'imposition ou à la date de décès. ".
Art. 26. In artikel 35quater, § 1, 1° en 3°, van dezelfde wet, vervangen bij decreet van 25 juni 1992 en gewijzigd bij decreet van 19 december 1998, onder " Qw : " de woorden :
  " dat Qw gelijk is aan het quotiënt van enerzijds de door de openbare watervoorzieningsmaatschappij in het jaar voorafgaand aan het heffingsjaar totale gefactureerde kosten, exclusief BTW, verhoogd met de aftrek voor de hoeveelheid water die in hetzelfde jaar gratis werd geleverd en anderzijds de deelfactor 50 " vervangen door de woorden " dat Qw gelijk is aan het quotiënt van enerzijds de door de openbare watervoorzieningsmaatschappij in het jaar voorafgaand aan het heffingsjaar totaal gefactureerde kosten uitgedrukt in EUR, exclusief BTW, verhoogd met de aftrek voor de hoeveelheid water die in hetzelfde jaar gratis werd geleverd en anderzijds de deelfactor 1,55 ".
Art. 26. Dans l'article 35quater, § 1er, 1° et 3°, de la même loi, remplacé par le décret du 25 juin 1992 et modifié par le décret du 19 décembre 1998, sous " Qw : " les mots :
  " que Qw soit égal au quotient se composant des frais globaux, hors TVA, facturés par la société publique de distribution d'eau au cours de l'année précédant l'année d'imposition et augmentés du décompte pour la quantité d'eau fournie gratuitement au cours de cette même année, d'une part, et du diviseur 50, d'autre part " sont remplacés par les mots " que Qw soit égal au quotient se composant des frais globaux, exprimés en EUR, TVA non comprise, facturés par la société publique de distribution d'eau au cours de l'année précédant l'année d'imposition et augmentés du décompte pour la quantité d'eau fournie gratuitement au cours de cette même année, d'une part, et du diviseur 1,55, d'autre part ".
Art. 27. In artikel 35septies van dezelfde wet, vervangen bij decreet van 25 juni 1992 en gewijzigd bij de decreten van 22 december 1993, 21 december 1994, 19 december 1997 en 19 december 1998, worden de woorden " in geval de facturen het waterverbruik niet vermelden wordt door de Maatschappij aangenomen dat dit verbruik gelijk is aan het quotiënt van enerzijds de door de openbare watervoorzieningsmaatschappij in het jaar voorafgaand aan het heffingsjaar totale gefactureerde kosten, exclusief BTW, verhoogd met de aftrek voor de hoeveelheid water die in hetzelfde jaar gratis werd geleverd en anderzijds de deelfactor 50; " vervangen door de woorden " in geval de facturen het waterverbruik niet vermelden wordt door de Maatschappij aangenomen dat dit verbruik gelijk is aan het quotiënt van enerzijds de door de openbare watervoorzieningsmaatschappij in het jaar voorafgaand aan het heffingsjaar totaal gefactureerde kosten uitgedrukt in EUR, exclusief BTW, verhoogd met de aftrek voor de hoeveelheid water die in hetzelfde jaar gratis werd geleverd en anderzijds de deelfactor 1,55; ".
Art. 27. Dans l'article 35septies de la même loi, remplacé par le décret du 25 juin 1992 et modifié par les décrets des 22 décembre 1993, 21 décembre 1994, 19 décembre 1997 et 19 décembre 1998, les mots " au cas où les factures ne mentionneraient pas la consommation d'eau, il est admis par la Société que cette consommation soit égale au quotient se composant des frais globaux, hors TVA, facturés par la société publique de distribution d'eau au cours de l'année précédant l'année d'imposition et augmentés du décompte pour la quantité d'eau fournie gratuitement au cours de cette même année, d'une part, et du diviseur 50, d'autre part; " sont remplacés par les mots " au cas où les factures ne mentionneraient pas la consommation d'eau, il est admis par la Société que cette consommation soit égale au quotient se composant des frais globaux, exprimé en EUR, TVA non comprise, facturés par la société publique de distribution d'eau au cours de l'année précédant l'année d'imposition et augmentés du décompte pour la quantité d'eau fournie gratuitement au cours de cette même année, d'une part, et du diviseur 1,55, d'autre part; ".
Afdeling V. - Afvalstoffen.
Section V. - Déchets.
Art. 28. In artikel 47, § 2, van het decreet van 2 juli 1981 betreffende de voorkoming en het beheer van afvalstoffen, vervangen bij decreet van 20 december 1989 en gewijzigd bij de decreten van 21 december 1994, 22 december 1995, 20 december 1996 en 19 december 1997, worden vanaf 1 januari 2002 de in Belgische frank uitgedrukte bedragen die in de tweede kolom van onderstaande tabel worden vermeld, vervangen door de in euro uitgedrukte bedragen, vermeld in de derde kolom van onderstaande tabel :
Art. 28. Dans l'article 47, § 2, du décret du 2 juillet 1981 relatif à la prévention et à la gestion des déchets, remplacé par le décret du 20 décembre 1989 et modifié par les décrets des 21 décembre1994, 22 décembre 1995, 20 décembre 1996 et 19 décembre 1997, les montants exprimés en francs belges, mentionnés dans la deuxième colonne du tableau ci-dessous, sont remplacés, à partir du 1er janvier 2002, par les montants exprimés en euro, mentionnés dans la troisième colonne du tableau ci-dessous :

Wijzigingen

Art. 47                      BEF                 EUR
------------------------------------------------------
§ 2, 1°                     6 000               148,74
3°                       850                21,07
4°                       500                12,39
6°                     4 000                99,16
7°                     2 000                49,58
8°, a)                   150                 3,72
b)                   500                12,39
9°                       100                 2,48
10°, a)                 2 000                49,58
b)                 1 900                47,10
c)                   535                13,26
11°                       100                 2,48
13°                     2 000                49,58
14°                       600                14,87
15°, a)                 2 000                49,58
b)                 1 900                47,10
16°                       600                14,87
17°                       350                 8,68
18°                       350                 8,68
19°                        20                 0,50
20°                       150                 3,72
21°                        30                 0,74
22°                        30                 0,74
23°                        10                 0,25
24°                       150                 3,72
25°                     2 000                49,58
26°, a)                    50                 1,24
b)                    30                 0,74
27°                       825                20,45
28°                       290                 7,19
30°                       535                13,26
31°                       465                11,53
32°                       365                 9,05
33°                       220                 5,45
34°                       535                13,26
35°                       465                11,53
36°                       365                 9,05
37°                       220                 5,45
------------------------------------------------------

Wijzigingen

Art. 47                      BEF                 EUR
------------------------------------------------------
§ 2, 1°                     6 000               148,74
3°                       850                21,07
4°                       500                12,39
6°                     4 000                99,16
7°                     2 000                49,58
8°, a)                   150                 3,72
b)                   500                12,39
9°                       100                 2,48
10°, a)                 2 000                49,58
b)                 1 900                47,10
c)                   535                13,26
11°                       100                 2,48
13°                     2 000                49,58
14°                       600                14,87
15°, a)                 2 000                49,58
b)                 1 900                47,10
16°                       600                14,87
17°                       350                 8,68
18°                       350                 8,68
19°                        20                 0,50
20°                       150                 3,72
21°                        30                 0,74
22°                        30                 0,74
23°                        10                 0,25
24°                       150                 3,72
25°                     2 000                49,58
26°, a)                    50                 1,24
b)                    30                 0,74
27°                       825                20,45
28°                       290                 7,19
30°                       535                13,26
31°                       465                11,53
32°                       365                 9,05
33°                       220                 5,45
34°                       535                13,26
35°                       465                11,53
36°                       365                 9,05
37°                       220                 5,45
------------------------------------------------------
Art. 29. In artikel 47, § 2bis, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij decreet van 22 december 1993, wordt vanaf 1 januari 2002 het woord " frank " vervangen door het woord " cent ".
Art. 29. Dans l'article 47, § 2bis, du même décret, inséré par le décret du 22 décembre 1993, le mot " franc " est remplacé par le mot " euro " à partir du 1er janvier 2002.
Art. 30. In artikel 47, § 2ter, van hetzelfde decreet, ingevoegd bij decreet van 19 december 1998, wordt vanaf 1 januari 2002 het woord " frank " vervangen door het woord " euro ".
Art. 30. Dans l'article 47, § 2ter, du même décret, inséré par le décret du 22 décembre 1998, le mot " francs " est remplacé par le mot " euro " à partir du 1er janvier 2002.
Art. 31. In artikel 47ter, § 2, van hetzelfde decreet, vervangen bij decreet van 20 december 1989, wordt vanaf 1 januari 2002 het woord " duizendtal " vervangen door het woord " tiental ".
Art. 31. Dans l'article 47ter, § 2, du même décret, remplacé par le décret du 20 décembre 1989, les mots " au millier inférieur " est remplacé par les mots " à la dizaine inférieure " à partir du 1er janvier 2002.
Art. 32. In artikel 47, § 2, van hetzelfde decreet, vervangen bij het decreet van 25 juni 1992 en gewijzigd bij de decreten van 22 december 1993, 21 december 1994, 19 december 1997 en 19 december 1998, wordt een lid toegevoegd dat luidt als volgt :
  " Voor het storten van slib dat gebruikt wordt in de afdichtlaag van een vergunde inrichting, geldt het nultarief. Dit geldt enkel op voorwaarde dat deze techniek als Beste Beschikbare Technologie (BBT) wordt weerhouden voor de verwerking van het betreffende slib. Dit tarief wordt toegepast vanaf het ogenblik dat de goedkeuring vanwege de toezichthoudende overheid per aangetekend schrijven door de stortexploitant of de stortuitbater aan de OVAM wordt bezorgd. ".
Art. 32. Dans l'article 47, § 2, du même décret, remplacé par le décret du 25 juin 1992 et modifié par les décrets des 22 décembre 1993, 21 décembre 1994, 19 décembre 1997 et 19 décembre 1998, il est ajouté un alinéa, rédigé comme suit :
  " Le déversement des boues, utilisées pour recouvrir un établissement autorisé, est soumis au tarif zéro et ce uniquement à la condition que cette technique soit retenue comme Meilleure Technique Disponible pour le traitement des boues concernées. Ce tarif est appliqué à partir de la date d'envoi par lettre recommandée à l'OVAM de l'approbation de l'autorité de tutelle par l'exploitant de la décharge. ".
Afdeling VI. - Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening.
Section VI. - " Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening ".
Art. 33. De Vlaamse Regering wordt ertoe gemachtigd om de volgende grote waterbouwkundige werken te vervreemden aan de Vlaamse Maatschappij voor Watervoorziening, die deze exploiteert op terreinen van het Vlaamse Gewest :
  - het spaarbekken en de installaties voor productie van drinkwater en diens inboedel, behorend tot het complex Blankaart I, gelegen op het grondgebied van de gemeenten Diksmuide en Houthulst;
  - het spaarbekken en de installaties voor productie van drinkwater en diens inboedel, behorend tot het complex Kluizen I, gelegen op het grondgebied van de gemeente Evergem;
  - het spaarbekken en de installaties voor productie van drinkwater en diens inboedel, behorend tot het complex Kluizen II, gelegen op het grondgebied van de gemeente Evergem.
  Deze bepaling heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2002.
Art. 33. Le Gouvernement flamand est autorisé à aliéner à la " VMW " les grands ouvrages hydrauliques suivants qu'elle exploite sur les terrains de la Région flamande :
  - le bassin d'épargne et les installations de production d'eau potable et son mobilier, appartenant au complexe Blankaart I, situé sur le territoire des communes de Dixmude et Houthulst;
  - le bassin d'épargne et les installations de production d'eau potable et son mobilier, appartenant au complexe Kluizen I, situé sur le territoire des communes d'Evergem;
  - le bassin d'épargne et les installations de production d'eau potable et son mobilier, appartenant au complexe Kluizen II, situé sur le territoire de la commune d'Evergem.
  La présente disposition produit ses effets le 1er janvier 2002.
Afdeling VII. - Riviervisserij.
Section VII. - Pêche fluviale.
Art. 34. In artikel 9 van de wet van 1 juli 1954 op de riviervisserij, gewijzigd bij de decreten van 21 december 1990 en 21 december 1994, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in 1° worden de woorden " 150 frank " vervangen door de woorden " 3,72 euro ";
  2° in 2° worden de woorden " 450 frank " vervangen door de woorden " 11,16 euro ";
  3° in 3° worden de woorden " 1 850 frank " vervangen door de woorden " 45,86 euro ".
Art. 34. A l'article 9 de la loi du 1er juillet 1954 sur la pêche fluviale, modifié par les décrets des 21 décembre 1990 et 21 décembre 1994, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au 1°, les mots " 150 francs " sont remplacés par les mots " 3,72 euros ";
  2° au 2°, les mots " 450 francs " sont remplacés par les mots " 11,16 euros ";
  3° au 3°, les mots " 1 850 francs " sont remplacés par les mots " 45,86 euros ".
Afdeling VIII. - Jachtdecreet.
Section VIII. - Décret sur la chasse.
Art. 35. In artikel 16 van het jachtdecreet van 24 juli 1991 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in 1. worden de woorden " 6 000 frank " vervangen door de woorden " 150 euro ";
  2° in 2. worden de woorden " 4 200 frank " vervangen door de woorden " 105 euro ";
  3° in 3. worden de woorden " 1 500 frank " vervangen door de woorden " 40 euro ".
Art. 35. A l'article 16 du décret sur la chasse du 24 juillet 1991, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au 1., les mots " 6 000 francs " sont remplacés par les mots " 150 euros ";
  2° au 2., les mots " 4 200 francs " sont remplacés par les mots " 105 euros ";
  3° au 3., les mots " 1 500 francs " sont remplacés par les mots " 40 euros ".
Afdeling IX. - Milieuvergunningen.
Section IX. - Autorisations écologiques.
Art. 36. In artikel 19bis, § 3, van het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning, ingevoegd bij decreet van 21 december 1990 houdende begrotingstechnische bepalingen, alsmede bepalingen tot begeleiding van de begroting 1991, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in 1° worden de woorden " 20 000 frank " vervangen door de woorden " 495,79 euro ";
  2° in 2° worden de woorden " 10 000 frank " vervangen door de woorden " 247,89 euro ";
  3° in 3° worden de woorden " 5 000 frank " vervangen door de woorden " 123,95 euro ";
  4° in 4° worden de woorden " 2 500 frank " vervangen door de woorden " 61,97 euro ";
  5° in 5° worden de woorden " 250 frank " vervangen door de woorden " 6,2 euro ".
Art. 36. A l'article 19bis, § 3, du décret du 28 juin 1985 relatif à l'autorisation écologique, inséré par le décret du 21 décembre 1990 contenant des dispositions budgétaires techniques, ainsi que des dispositions accompagnant le budget 1991, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au 1°, les mots " 20 000 francs " sont remplacés par les mots " 495,79 euros ";
  2° au 2°, les mots " 10 000 francs " sont remplacés par les mots " 247,89 euros ";
  3° au 3°, les mots " 5 000 francs " sont remplacés par les mots " 123,95 euros ";
  4° au 4°, les mots " 2 500 francs " sont remplacés par les mots " 61,97 euros ";
  5° au 5°, les mots " 250 francs " sont remplacés par les mots " 6,2 euros ".
Art. 37. In artikel 19ter van hetzelfde decreet, ingevoegd bij decreet van 21 december 1994 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1995 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1 wordt tussen het woord " kennisgevingsdossier " en de woorden " met betrekking tot ", het woord " of toelatingsaanvraag " ingevoegd;
  2° § 2 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 2. Het bedrag van het in § 1 bedoelde dossierrecht wordt vastgesteld als volgt :
  1° voor elke kennisgeving (of in voorkomend geval een toelatingsaanvraag) bij een eerste ingeperkt gebruik :
  - van risiconiveau 1 : 123,95 euro;
  - van risiconiveau 2 : 247,89 euro;
  - van risiconiveau 3 : 239,47 euro;
  - van risiconiveau 4 : 478,94 euro;
  2° voor een kennisgeving voor een volgend ingeperkt gebruik, voor een aanpassing of een hernieuwing van een volgend ingeperkt gebruik :
  - van risiconiveau 1 : 61,97 euro;
  - van risiconiveau 2 : 123,95 euro;
  3° voor een toelatingsaanvraag voor een volgend ingeperkt gebruik, voor een aanpassing of een hernieuwing van het volgend ingeperkt gebruik :
  - van risiconiveau 2 : 247,89 euro;
  - van risiconiveau 3 : 1 239,47 euro;
  - van risiconiveau 4 : 2 478,94 euro;
  4° voor een heroverweging van een beslissing van de bevoegde instantie met betrekking tot ingeperkt gebruik :
  - van risiconiveau 2 : 123,95 euro;
  - van risiconiveau 3 : 247,89 euro;
  - van risiconiveau 4 : 371,84 euro. ";
  3° een § 3 wordt ingevoegd, die luidt als volgt :
  " § 3. Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder :
  1° micro-organisme : elke cellulaire of niet-cellulaire microbiologische entiteit met het vermogen tot replicatie of tot overbrenging van genetisch materiaal, met inbegrip van virussen, viroïden, dierlijke en plantencellen in cultuur;
  2° organisme : elke biologische entiteit, met inbegrip van micro-organismen, met het vermogen tot replicatie of tot overbrenging van genetisch materiaal;
  3° menselijke pathogenen : de micro-organismen, de celculturen en de menselijke endoparasieten, met inbegrip van hun genetisch gemodificeerde derivaten, die bij de immunocompetente mens een infectie, een allergie of een vergiftiging kunnen veroorzaken;
  4° zoöpathogenen : de micro-organismen, de celculturen en de endoparasieten, met inbegrip van hun genetisch gemodificeerde derivaten, die bij het immunocompetente dier een infectie, een allergie of een vergiftiging kunnen veroorzaken;
  5° fytopathogenen : de micro-organismen en de organismen, met inbegrip van hun genetisch gemodificeerde derivaten, die bij de gezonde plant een ziekte kunnen veroorzaken;
  6° genetisch gemodificeerd micro-organisme (GGM) of organisme (GGO) : een micro-organisme of een organisme waarvan het genetisch materiaal gewijzigd is op een wijze die van nature of door voortplanting of natuurlijke recombinatie niet mogelijk is;
  7° kennisgeving : het indienen van documenten met de vereiste gegevens met het oog op het uitoefenen van activiteiten van risiconiveau 1 of 2;
  8° toelatingsaanvraag : het indienen van documenten met de vereiste gegevens met het oog op het bekomen van een toelating voor de uitoefening van activiteiten met risiconiveau 3 of 4;
  9° ingeperkt gebruik : elke activiteit waarbij organismen genetisch worden gemodificeerd of waarbij dergelijke GGO's en/of pathogene organismen worden gekweekt, opgeslagen, getransporteerd, vernietigd, verwijderd of anderszins gebruikt en waarbij specifieke inperkingsmaatregelen worden gebruikt om het contact van die organismen met de bevolking in het algemeen en het milieu te beperken;
  10° eerste ingeperkt gebruik : elk ingeperkt gebruik binnen een op basis van rubriek 51 vergunde inrichting, waarvoor nog niet eerder een kennisgeving werd gedaan of een toelating werd gegeven, van eenzelfde of hoger risiconiveau;
  11° volgend ingeperkt gebruik : elk ingeperkt gebruik binnen een op basis van rubriek 51 vergunde inrichting, waarvoor reeds een kennisgeving werd gedaan of een toelating werd gegeven, van eenzelfde of hoger risiconiveau. ".
Art. 37. A l'article 19ter du même décret, inséré par le décret du 21 décembre 1994 contenant des mesures d'accompagnement du budget 1995, sont apportées les modifications suivantes :
  1° au § 1er, les mots " ou une demande d'autorisation " sont insérés entre les mots " dossier de notification " et les mots " relatif à ";
  2° le § 2 est remplacé par ce qui suit :
  " § 2. Le montant de la taxe de dossier, visé au § 1er, est fixé comme suit :
  1° pour toute notification (ou le cas échéant, une demande d'autorisation) en cas d'une première utilisation limitée :
  - du niveau de risque 1 : 123,95 euros;
  - du niveau de risque 2 : 247,89 euros;
  - du niveau de risque 3 : 1 239,47 euros;
  - du niveau de risque 4 : 2 478,94 euros;
  2° pour une notification en cas d'une utilisation limitée suivante, une adaptation ou un renouvellement d'une utilisation limitée suivante :
  - du niveau de risque 1 : 61,97 euros;
  - du niveau de risque 2 : 123,95 euros;
  3° pour une demande d'autorisation pour une utilisation limitée suivante, une adaptation ou un renouvellement de l'utilisation limitée suivante :
  - du niveau de risque 2 : 247,89 euros;
  - du niveau de risque 3 : 1 239,47 euros;
  - du niveau de risque 4 : 2 478,94 euros;
  4° pour une reconsidération d'une décision de l'autorité compétente relative à l'utilisation limitée :
  - du niveau de risque 2 : 123,95 euros;
  - du niveau de risque 3 : 247,89 euros;
  - du niveau de risque 4 : 371,84 euros. ";
  3° il est inséré un § 3, rédigé comme suit :
  " § 3. Pour l'application du présent article, on entend par :
  1° micro-organisme : toute entité microbiologique cellulaire ou non cellulaire ayant la capacité de se répliquer ou de transmettre du matériel génétique, y compris les virus, les viroïdes, les cellules animales et végétales in vitro;
  2° organisme : toute entité biologique, y compris les micro-organismes ayant la capacité de se répliquer ou de transmettre du matériel génétique;
  3° pathogènes humains : les micro-organismes, cultures cellulaires et endoparasites humains, y compris leurs dérivés génétiquement modifiés susceptibles de provoquer une infection, une allergie ou une intoxication chez les sujets immunocompétents;
  4° zoopathogènes : les micro-organismes, cultures cellulaires et endoparasites, y compris leurs dérivés génétiquement modifiés susceptibles de provoquer une infection, une allergie ou une intoxication chez les animaux immunocompétents;
  5° phytopathogènes : les micro-organismes et les organismes, y compris leurs dérivés génétiquement modifiés susceptibles de provoquer une maladie chez les plantes saines;
  6° micro-organisme (MGM) ou organisme (OGM) génétiquement modifié : un micro-organisme ou un organisme dont le matériel génétique a été modifié d'une manière non réalisable par la nature, la reproduction ou la recombinaison naturelle;
  7° notification : l'introduction de documents comportant les renseignements nécessaires en vue de l'exercice des activités du niveau de risque 1 ou 2;
  8° demande d'autorisation : l'introduction de documents comportant les renseignements nécessaires en vue d'obtenir une autorisation pour l'exercice des activités du niveau de risque 3 ou 4;
  9° utilisation limitée : toute activité impliquant la modification génétique d'organismes ou l'élevage, l'entreposage, le transport, la destruction, l'élimination ou d'autres utilisations de tels OGM et/ou organisme pathogènes, des mesures restrictives spécifiques étant appliquées pour limiter les contacts entre les organismes et la population en général et l'environnement;
  10° première utilisation restreinte : toute utilisation restreinte dans un établissement autorisé sur la base de la rubrique 51, qui n'a pas encore fait l'objet d'une notification ou d'une autorisation, du même niveau de risque ou d'un niveau plus élevé;
  11° utilisation restreinte suivante : toute utilisation restreinte dans un établissement autorise sur la base de la rubrique 51, qui a déjà fait l'objet d'une notification ou d'une autorisation, du même niveau de risque ou d'un niveau plus élevé. ".
HOOFDSTUK IV. - Watervang.
CHAPITRE IV. - Captage d'eau.
Art. 38. In artikel 83, § 2 en § 5, van het decreet van 21 december 1990 houdende begrotingstechnische bepalingen, alsmede bepalingen tot begeleiding van de begroting 1991 worden de in Belgische franken uitgedrukte bedragen die in de tweede kolom van onderstaande tabel worden vermeld vervangen door de in euro uitgedrukte bedragen vermeld in de derde kolom van onderstaande tabel :
Art. 38. Dans l'article 83, §§ 2 et 5, du décret du 21 décembre 1990 contenant des dispositions budgétaires techniques, ainsi que des dispositions accompagnant le budget 1991, les montants exprimés en francs belges dans la deuxième colonne du tableau ci-dessous sont remplacés par les montants exprimés en euros mentionnés dans la troisième colonne du tableau ci-dessous :

Wijzigingen

Art. 83                      BEF                 EUR
--------------------------------------------------------
§ 2                           1,750             0,043381
1,015             0,025161
0,510             0,012643
0,096             0,002380
§ 5                       5 000               125
--------------------------------------------------------

Wijzigingen

Art. 83                      BEF                 EUR
--------------------------------------------------------
§ 2                           1,750             0,043381
1,015             0,025161
0,510             0,012643
0,096             0,002380
§ 5                       5 000               125
--------------------------------------------------------
HOOFDSTUK V. - Economie.
CHAPITRE V. - Economie.
Art. 39. In artikel 1, § 3, van het decreet van 22 december 1993 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1994 worden de woorden " 100 miljoen frank " vervangen door " 2 500 000 euro ".
Art. 39. Dans l'article 1er, § 3, du décret du 22 décembre 1993 contenant des mesures d'accompagnement du budget 1994, les mots " 100 millions de francs " sont remplacés par " 2 500 000 euros ".
HOODSTUK VI. - Fonds Vlaanderen-Azië.
CHAPITRE VI. - Fonds Vlaanderen-Azië.
Art. 40. Artikel 23 van het decreet van 20 december 1996 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1997 worden afgeschaft.
  De uitstaande rechten en verplichtingen van het Fonds Vlaanderen-Azië worden bij opheffing van het Fonds overgedragen naar het Vlaams Gewest.
Art. 40. L'article 23 du décret du 20 décembre 1996 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 1997 est abrogé.
  Les droits et obligations du Fonds Vlaanderen-Azië sont transférés à la Région flamande lors de la liquidation du Fonds.
HOOFDSTUK VII. [1 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]1
CHAPITRE VII. [1 Fonds pour l'innovation et l'entrepreneuriat]1
Art. 41. § 1. Er wordt een [4 [5 "Fonds voor Innoveren en Ondernemen"]5]4 opgericht [5 ...]5.
  [1 Het [5 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]5 wordt ingesteld bij het [4 Agentschap Innoveren en Ondernemen]4.]1
  § 2. Het Fonds heeft rechtspersoonlijkheid. De bepalingen van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut, die van toepassing zijn op de instellingen van categorie A zijn op het Fonds van toepassing voorzover er in dit decreet niet wordt van afgeweken.
  § 3. [2 De financiële middelen van het [5 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]5 zijn :
   1° een jaarlijkse dotatie ten laste van de algemene uitgavenbegroting van het Vlaamse Gewest of de Vlaamse Gemeenschap;
   2° financiële, personele of materiële ondersteuning door openbare besturen of door internationale of supranationale organisaties of organen;
   3° tegemoetkomingen van de europese Unie in uitgaven met betrekking tot de tenuitvoerlegging van europese programma's;
   4° leningen, na machtiging door de Vlaamse Regering;
   5° de terugbetaling van sommen die voortvloeien uit de uitvoering van de taken van het [5 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]5;
   6° ontvangsten die voortvloeien uit daden van beheer of beschikking met betrekking tot het eigen patrimonium of intellectuele rechten waarvan het [5 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]5 de titularis is;
   7° toevallige ontvangsten, met inbegrip van schenkingen, legaten en de opbrengst van sponsoring;
   8° alle inkomsten die voortvloeien uit diensten die door het [5 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]5 aan derden worden verstrekt tegen betaling;
   9° inkomsten uit eigen participaties, met inbegrip van de verkoop ervan, en uit door het [5 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]5 verstrekte kredieten aan derden;
   10° subsidies waarvoor het [5 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]5 als begunstigde in aanmerking komt;
   11° inkomsten uit beleggingen;
   12° andere inkomsten in het kader van de taken van het [5 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]5;
   13° inkomsten uit de terbeschikkingstelling aan derden, tegen betaling, van overheidsinformatie die zich tot een dergelijke terbeschikkingstelling leent;
   14° het eventuele saldo op het einde van het voorgaande begrotingsjaar op het [5 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]5;
   15° andere inkomsten, na goedkeuring door de Vlaamse minister, bevoegd voor de economie en het technologisch innovatiebeleid, en de Vlaamse minister, bevoegd voor de financiën en de begrotingen.]2
]1
  [1 § 3bis. Het [5 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]5 neemt de vermogensbestanddelen, rechten en plichten, van het Vlaams Agentschap Ondernemen die in uitvoering van artikel 3 van het decreet van 19 december 2008 houdende diverse maatregelen inzake de ontbinding van het Vlaams Agentschap Ondernemen en houdende de inrichting van een comité voor preventief bedrijfsbeleid door de Vlaamse Regering worden toegewezen aan het [5 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]5, over.
  [2 Het [5 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]5 neemt ook het vermogen, de rechten en plichten en de activiteiten van het Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie, vermeld in artikel 3 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de organisatie en financiering van het wetenschaps- en innovatiebeleid, over die ter uitvoering van artikel 4 van het decreet van 20 november 2015 houdende diverse maatregelen inzake de herstructurering van de agentschappen van het beleidsdomein Economie, Wetenschap en Innovatie door de Vlaamse Regering worden toegewezen aan het [5 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]5.]2
  [5 Het Fonds voor Innoveren en Ondernemen neemt ook het vermogen, de rechten en plichten en de activiteiten van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd Agentschap Vlaams Agentschap voor ondernemingsvorming - Syntra Vlaanderen, vermeld in artikel 3 van het decreet van 7 mei 2004 tot oprichting van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd agentschap "Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen", over die ter uitvoering van artikel 3 van het decreet van 19 juni 2020 tot opheffing van het publiekrechtelijk vormgegeven extern verzelfstandigd Agentschap "Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen", tot regeling van de taken en bevoegdheden en tot wijziging van de naam "Hermesfonds" worden toegewezen aan het Fonds voor Innoveren en Ondernemen.]5
  De middelen die voortvloeien uit de overgedragen rechten en plichten worden gevoegd bij het vermogen van het [5 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]5.]1

  [1 § 3ter. Het [5 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]5 wordt gemachtigd om een reservefonds aan te leggen.
   De middelen in het reservefonds mogen worden aangewend voor :
   1° de taken die krachtens dit decreet aan het [5 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]5 zijn opgedragen of die door de Vlaamse Regering aan het [5 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]5 of aan het Agentschap Ondernemen worden gegeven;
   2° het verwerven en beheren van patrimonium dat wordt aangewend voor de realisatie van de taken die krachtens dit decreet aan het [5 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]5 zijn opgedragen of die door de Vlaamse Regering aan het [5 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]5 of aan het Agentschap Ondernemen worden gegeven.
   Het reservefonds wordt gestijfd door :
   1° de middelen die aan het [5 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]5 worden overgedragen ter uitvoering van § 3bis ;
   2° de intresten of andere inkomsten uit de middelen, vermeld in punt 1°.]1

  § 4. [2 Het [5 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]5 neemt de uitgaven voor zijn rekening die voortvloeien uit :
   1° de toepassing van de wettelijke en decretale en overige reglementaire bepalingen met betrekking tot het economisch ondersteuningsbeleid en het innovatiebeleid;
   2° de studies in verband met het economisch ondersteuningsbeleid en het innovatiebeleid;
   3° de Vlaamse cofinanciering in de uitgaven van europese programma's die aansluiten bij de doelstellingen van het [5 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]5 en het Agentschap Innoveren en Ondernemen;
   4° de bijdragen aan de werking van nationale en internationale organisaties die actief zijn op het vlak van economische ontwikkeling of innovatiebeleid;
   5° elke andere uitgave die past in het [5 sociaal, economisch, ondernemersvormings-, innovatie-, ruimtelijk economisch, handelsvestigingen- en ondernemingsbeleid]5 van de Vlaamse Regering.]2

  § 5. De Vlaamse regering beschikt over de kredieten van het [2 [5 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]5 voor al wat dienen kan in het raam van het sociaal, economisch, [5 ondernemersvormings-,]5 innovatie-, ruimtelijk economisch, handelsvestigingen- en ondernemingsbeleid]2.
  § 6. [2 Het [5 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]5 neemt de op 31 december 2001 uitstaande rechten en plichten ten laste van het Fonds voor de Economische Expansie en Regionale Reconversie - Grote Ondernemingen en ten laste van het Fonds voor de Economische Expansie en Regionale Reconversie - Kleine Ondernemingen over.
   De middelen die voortvloeien uit de overgedragen rechten en plichten, worden bij de financiële middelen van het [5 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]5 gevoegd.
   De op 31 december 2001 beschikbare saldi van het Fonds voor de Economische Expansie en Regionale Reconversie - Grote Ondernemingen en het Fonds voor de Economische Expansie en Regionale Reconversie - Kleine Ondernemingen worden overgedragen aan het [5 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]5.]2
.
  § 7. [2 Het vastgestelde verschil in de jaarrekening van het [5 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]5 tussen het gecumuleerde bedrijfsresultaat en het gecumuleerde budgettaire resultaat wordt op 1 januari 2016 door een correctieboeking weggewerkt.
   De Vlaamse Regering kan de nodige maatregelen nemen om deze bepaling uit te voeren.]2

  § 8. [2 ...]2.
  § 9. [2 De Vlaamse Regering regelt de werking en het beheer van het [5 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]5. Ze stelt de nodige diensten, uitrusting, installaties en personeelsleden van haar diensten ter beschikking van het [5 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]5 en kan, overeenkomstig de ter zake geldende algemene beginselen, sommige van haar bevoegdheden delegeren aan de leidend ambtenaar die zij daartoe aanwijst.]2.
  § 10. Artikelen 1 en 2 van het decreet van 21 december 1990 houdende begrotingstechnische bepalingen, alsmede de bepalingen tot begeleiding van de begroting 1991 worden opgeheven.
  [3 § 11. Het [5 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]5 neemt de op 31 december 2015 uitstaande vorderingen, verbintenissen en verplichtingen over van het Fonds voor de verwerving, het beheer en de vervreemding van onroerende goederen, opgericht bij het decreet van 18 december 2009 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2010.
   [4 ...]4
   [4 ...]4
(NOTA : De wijziging aangebracht bij DVR 2015-12-18/23, art. 38, 1° en 2°; Inwerkingtreding : 01-01-2016, kan niet worden uitgevoerd, aangezien de wetgever geen rekening heeft gehouden met de wijziging aangebracht bij DVR 2015-11-20/20, art. 9; Inwerkingtreding : 10-12-2015)
  
Art. 41. § 1er. Il est institué un [2 [4 [5 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]5 ]4-]2 [5 ...]5.
   [1 Le [5 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]5 est établi auprès de la "[4 Agentschap Innoveren en Ondernemen " (Agence de l'Innovation et de l'Entrepreneuriat) ;]4n ".]1
   § 2. Le [2 [5 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]5]2 est doté de la personnalité civile. Les dispositions de la loi du 16 mars 1954 relative au contrôle de certains organismes d'intérêt public, applicables aux organismes de la catégorie A, sont applicables au [2 [5 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]5]2, à moins qu'il n'y soit dérogé par le présent décret.
   § 3. [2 Le [5 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]5 dispose des ressources financières suivantes :
   1° une dotation annuelle à charge du budget général des dépenses de la Région flamande ou de la Communauté flamande ;
   2° du soutien financier, personnel ou matériel par des administrations publiques ou par des organisations ou organes internationaux ou supranationaux ;
   3° les interventions de la Communauté européenne dans les dépenses relatives à l'implémentation des programmes européens ;
   4° des prêts, après autorisation du Gouvernement flamand ;
   5° le remboursement des sommes découlant de l'exécution des tâches du [5 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]5;
   6° les recettes découlant des actes de gestion ou de disposition relatifs aux biens propres du [5 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]5, y compris les droits intellectuels dont le [5 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]5 est titulaire ;
   7° les recettes occasionnelles, y compris des donations, des legs et des recettes de sponsoring ;
   8° toutes les recettes découlant des services prestés par le [5 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]5 à des tiers moyennant paiement ;
   9° les recettes des propres participations, y compris de leur vente, et des crédits octroyés par le [5 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]5 à des tiers ;
   10° les subventions pour lesquelles le [5 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]5 entre en ligne de compte comme bénéficiaire ;
   11° les revenus de placements ;
   12° d'autres revenus dans le cadre des tâches du [5 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]5 ;
   13° les revenus de la mise à disposition de tiers, contre paiement, d'informations du secteur public qui se prêtent à une telle mise à disposition ;
   14° le solde éventuel du [5 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]5 au terme de l'exercice budgétaire précédent ;
   15° d'autres revenus, moyennant l'accord par le Ministre flamand qui a l'économie et la politique d'innovation technologique dans ses attributions et par le Ministre flamand chargé des finances et des budgets.]2

   [1 § 3bis. Le [5 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]5 reprend les parties du patrimoine, les droits et les obligations de la " Vlaams Agentschap Ondernemen " qui, en exécution de l'article 3 du décret du 19 décembre 2008 contenant diverses mesures concernant la dissolution de la "Vlaams Agentschap Ondernemen" et portant création d'un comité de politique industrielle préventive sont assignés au [5 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]5 par le Gouvernement flamand.
   [2 Le [5 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]5 reprend également le patrimoine, les droits et les obligations et les activités de l'" Agentschap voor Innovatie door Wetenschap en Technologie " visées à l'article 3 du décret du 30 avril 2009 relatif à l'organisation et au financement de la politique en matière de sciences et d'innovation, en exécution de l'article 4 du décret du 20 novembre 2015 contenant diverses mesures concernant la restructuration des agences du domaine politique de l'Economie, des Sciences et de l'Innovation assignées au [5 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]5 par le Gouvernement flamand.]2
  [5 Le Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat reprend également le patrimoine, les droits et obligations et les activités de l'agence autonomisée externe de droit public Agence flamande pour la formation d'entrepreneurs - Syntra Flandre, visée à l'article 3 du décret du 7 mai 2004 relatif à la création de l'agence autonomisée externe de droit public " Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen ", qui, en exécution de l'article 3 du décret du 19 juin 2020 portant abrogation de l'agence autonomisée externe de droit public " Vlaams Agentschap voor Ondernemersvorming - Syntra Vlaanderen ", réglant les tâches et les compétences et modifiant le nom " Fonds Hermès " sont assignés au Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat.]5
   Les moyens découlant des droits et des obligations transférés sont ajoutés au patrimoine du [5 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]5.]1

   [1 § 3ter. Le [5 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]5 est autorisé à constituer un fonds de réserve.
   Les moyens du fonds de réserve peuvent être affectés :
   1° aux tâches attribuées au [5 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]5 en vertu du présent décret, ou confiées au [5 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]5 ou à la " Agentschap Ondernemen " par le Gouvernement flamand;
   2° à l'acquisition et la gestion du patrimoine affecté à la réalisation des tâches attribuées au [5 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]5 en vertu du présent décret, ou confiées au [5 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]5 ou à la " Agentschap Ondernemen " par le Gouvernement flamand.
   Le fonds de réserve est alimenté par :
   1° les moyens transférés au [5 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]5 en exécution du § 3bis ;
   2° les intérêts ou autres revenus des moyens visés au 1°.]1

   § 4. [2 Le [5 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]5 prend à charge de son budget les dépenses découlant :
   1° de l'application des dispositions légales et décrétales et des autres dispositions réglementaires relatives à la politique d'aide économique et d'innovation ;
   2° des études relatives à la politique d'aide économique et la politique d'innovation ;
   3° du cofinancement flamand dans les dépenses des programmes européens qui correspondent aux objectifs du [5 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]5 et de l' " Agentschap Innoveren en Ondernemen " ;
   4° des contributions au fonctionnement des organisations nationales et internationales, actives dans le domaine du développement économique ou de la politique de l'innovation ;
   5° de toute autre dépense qui répond [5 à la politique sociale, économique, à la politique en matière de la formation entrepreneurs, en matière d'innovation, à la politique spatiale-économique, à la politique des établissements commerciaux et d'encadrement des entreprises]5 du Gouvernement flamand.]2

   § 5. Le Gouvernement flamand dispose des crédits du [2 [5 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]5 pour tout ce qui est utile dans le cadre de la politique sociale, économique, [5 la politique en matière de la formation d'entrepreneurs]5 la politique en matière d'innovation, la politique spatiale-économique, la politique des établissements commerciaux et la politique d'encadrement des entreprises.]2
   § 6. [2 Le [5 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]5 reprend, en date du 31 décembre 2001, les droits et obligations à charge du " Fonds voor de Economische Expansie en Regionale Reconversie - Grote Ondernemingen " (Fonds d'Expansion économique et de Reconversion régionale - Grandes entreprises), et à charge du " Fonds voor de Economische Expansie en Regionale Reconversie - Kleine Ondernemingen " (Fonds d'Expansion économique et de Reconversion régionale - Petites entreprises.
   Les moyens découlant des droits et obligations cédés sont joints aux ressources financières du [5 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]5.
   Les soldes disponibles au 31 décembre 2001 du " Fonds voor de Economische Expansie en Regionale Reconversie " - Grandes entreprises, et du " Fonds voor de Economische Expansie en Regionale Reconversie " - Petites entreprises sont transférés au [5 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]5.]2

   § 7. [2 La différence constatée dans les comptes annuels du [5 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]5 entre le résultat d'exploitation cumulé et le résultat budgétaire cumulé est éliminée le 1er janvier 2016 par un redressement suite au contrôle financier.
   Le Gouvernement flamand peut prendre les mesures nécessaires pour exécuter cette disposition.]2

   § 8. [2 ...]2.
   § 9. [2 Le Gouvernement flamand règle le fonctionnement et la gestion du [5 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]5. Elle met les services, équipements, installations et membres du personnel nécessaires de ses services à la disposition du Fonds et peut, conformément aux principes généraux valables en la matière, déléguer certaines de ses attributions au fonctionnaire dirigeant qu'elle désigne à cet effet.]2
   § 10. Les articles 1er et 2 du décret du 21 décembre 1990 contenant des dispositions budgétaires techniques, ainsi que des dispositions accompagnant le budget 1991 sont abrogés.
   [3 § 11. Le [5 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]5 reprend les créances, engagements et obligations en cours au 31 décembre 2015 du " Fonds voor de verwerving, het beheer en de vervreemding van onroerende goederen ", créé par le décret du 18 décembre 2009 portant mesures d'accompagnement du budget 2010.
   [4 ...]4.
   [4 ...]4
   (NOTE : La modification apportée par DCFL 2015-12-18/23, art. 38, 1° et 2°; En vigueur : 01-01-2016, n'a pas pu être effectuée, puisque le législateur n'a pas pris en compte la modifiction apportée par DCFL 2015-11-20/20, art. 9; En vigueur : 10-12-2015)
  
Art. 41bis. [1 Het [2 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]2 kan voor de verwezenlijking van zijn doel contracten sluiten in het raam van een aanneming, onderaanneming, tijdelijke vereniging, consortium, en alle andere geschikt bevonden samenwerkingsverbanden, roerende en onroerende goederen verwerven en vervreemden en in het algemeen alle nuttige rechtshandelingen stellen.]1
  
Art. 41bis. [1 Le [2 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]2 peut, en vue de la réalisation de ses objectifs, conclure des contrats dans le cadre d'un contrat d'entreprise, d'une sous-traitance, d'une association temporaire, d'un consortium et de tout autre partenariat jugé approprié, ainsi qu'acquérir et aliéner des biens mobiliers et immobiliers et, en général, passer tout acte juridique utile.]1
  
Art. 41ter. [1 § 1. Bij het [4 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]4 wordt een beslissingscomité opgericht dat bestaat uit twaalf stemgerechtigde leden, natuurlijke personen, waaronder een voorzitter.
   § 2. De Vlaamse Regering kan steun verlenen aan projecten ter bevordering van de economie of de innovatie :
   1° aan ondernemingen onder de voorwaarden, vermeld in dit decreet, de van toepassing zijnde europese regelgeving inzake staatssteun en de uitvoeringsbesluiten;
   2° aan entiteiten, die geen onderneming zijn, onder de voorwaarden, vermeld in dit decreet en de uitvoeringsbesluiten.
   Onder onderneming wordt verstaan : iedere entiteit, ongeacht haar rechtsvorm, die een economische activiteit uitoefent.
   De voorwaarden, vermeld in het eerste lid, moeten in ieder geval betrekking hebben op het volgende :
   1° een positieve evaluatie van de kwaliteit van de uitvoering;
   2° een positieve evaluatie van het economische of maatschappelijke valorisatie|Uppotentieel van de aanvraag.
   De Vlaamse Regering kan bijkomende algemene of specifieke voorwaarden opleggen.
   De Vlaamse Regering kan de begunstigden, vermeld in het eerste lid, verder concretiseren in functie van de noodzakelijkheden en de beleidsprioriteiten.
   De steunintensiteit wordt berekend als een percentage van de in aanmerking komende kosten.
   De Vlaamse Regering bepaalt de in aanmerking komende kosten en de steunintensiteit.
   De Vlaamse Regering bepaalt in welke mate er cumulatie van steun is toegelaten, ongeacht de bron en in welke vorm ook verleend, met betrekking tot dezelfde kosten.
   Er kan op basis van een steunregeling als vermeld in dit decreet pas steun toegekend worden na de inwerkingtreding van de desbetreffende uitvoeringsbesluiten. Voor de toepassing van dit artikel wordt onder steun verstaan : [3 elke vorm van financiering, met inbegrip van staatssteun]3.
   Binnen de grenzen bepaald door de Vlaamse Regering staat het beslissingscomité in voor de beslissing over het uitschrijven en bepalen van nadere modaliteiten en criteria van de programma's of combinaties van programma's, de volledige beoordeling en toekenning van de steun en de opvolging ervan.
   De Vlaamse Regering bepaalt welke instrumenten met betrekking tot de steunverlening tot de bevoegdheid van het beslissingscomité bij het [4 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]4 behoren.
   Het beslissingscomité bij het [4 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]4 is ervoor bevoegd om een beslissing over de toekenning van steun te nemen, ongeacht het bedrag van de toe te kennen steun.
  [3 Staatssteun is elke maatregel die voldoet aan alle criteria, vermeld in artikel 107 van het Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie]3
   § 3. De Vlaamse Regering benoemt de leden van het beslissingscomité bij het [4 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]4 :
   1° twee leden worden aangesteld op voordracht van de Vlaamse Interuniversitaire Raad, vermeld in artikel II.40 van de Codex Hoger Onderwijs van 11 oktober 2013;
   2° één lid wordt aangesteld uit een dubbeltal dat voorgedragen is door de Vlaamse Hogescholenraad (VLHORA);
   3° één lid wordt aangesteld uit een dubbeltal, gezamenlijk voorgedragen door de Strategische Onderzoekscentra, erkend overeenkomstig artikel 29 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de organisatie en financiering van het wetenschaps- en innovatiebeleid, gewijzigd bij de decreten van 21 december 2012 en 25 april 2014;
   4° vier leden worden aangesteld uit een dubbeltal, voorgedragen door de organisaties die vertegenwoordigd zijn in de Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen;
   5° vier leden uit het bedrijfsleven, die vertrouwd zijn met het economisch en het innovatiebeleid.
   De leden van het beslissingscomité bij het [4 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]4 worden onder de personen, vermeld in paragraaf 3, door de Vlaamse Regering benoemd voor een hernieuwbare termijn van vijf jaar.
   De termijn van vijf jaar, vermeld in het tweede lid, vangt aan zes maanden na de beëdiging van een nieuwe Vlaamse Regering na algehele vernieuwing van het Vlaams Parlement. Als tussen de beëindiging van twee opeenvolgende regeringen minder of meer dan vijf jaar is verlopen, wordt die termijn overeenkomstig aangepast.
   Als in de loop van de termijn een mandaat van lid van het beslissingscomité bij het [4 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]4 vrijkomt, stelt de Vlaamse Regering een nieuwe mandataris aan die het mandaat overneemt voor de nog resterende looptijd ervan. In voorkomend geval wordt het mandaat van al de zittende leden van het beslissingscomité bij het [4 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]4 van rechtswege verlengd tot wanneer de Vlaamse Regering bij het verstrijken van de termijn de leden van het beslissingscomité bij het [4 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]4 heeft aangesteld.
   De uittredende leden van het beslissingscomité bij het [4 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]4 zijn herbenoembaar.
  [2 De secretaris-generaal van het Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek, vermeld in artikel 15 van het decreet van 30 april 2009 betreffende de organisatie en financiering van het wetenschaps- en innovatiebeleid, en de secretaris-generaal van het Departement Economie, Wetenschap en Innovatie wonen de vergaderingen van het beslissingscomité bij het [4 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]4 bij met raadgevende stem.]2
   § 4. Onder voorbehoud van eventuele andere onverenigbaarheden is het mandaat van lid van het beslissingscomité bij het [4 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]4 onverenigbaar met :
   1° een mandaat in het europees Parlement, de Kamer van Volksvertegenwoordigers, de Senaat, het Vlaams Parlement en het Brussels Hoofdstedelijk Parlement;
   2° het ambt van minister of staatssecretaris en de hoedanigheid van kabinetslid van een Vlaams minister;
   3° het ambt van personeelslid van het Agentschap Innoveren en Ondernemen.
   Als een lid niet voldoet aan de voorwaarden, vermeld in het eerste lid, beschikt hij over een termijn van drie maanden om de mandaten of functies die tot de onverenigbaarheid aanleiding geven, neer te leggen.
   Als het lid nalaat de onverenigbare mandaten of functies neer te leggen, wordt hij na afloop van de termijn, vermeld in het tweede lid, van rechtswege geacht zijn mandaat in het beslissingscomité bij het [4 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]4 te hebben neergelegd, zonder dat dit afbreuk doet aan de rechtsgeldigheid van de handelingen die hij inmiddels heeft gesteld of van de beraadslagingen waaraan hij inmiddels heeft deelgenomen. Hij wordt vervangen conform paragraaf 3, vierde lid.
   De Vlaamse Regering bepaalt een regeling inzake de vergoeding van de leden van het beslissingscomité bij het [4 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]4.
   § 5. De leden van het beslissingscomité bij het [4 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]4 kunnen op elk moment worden ontslagen door de Vlaamse Regering, al dan niet op voorstel van de instantie die hen heeft voorgedragen, vermeld in paragraaf 3, eerste lid.
   § 6. De Vlaamse Regering wijst onder de leden van het beslissingscomité bij het [4 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]4 een voorzitter aan.
   Het hoofd van het Agentschap Innoveren en Ondernemen is van rechtswege de secretaris van het beslissingscomité bij het [4 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]4.
   § 7. De secretaris van het beslissingscomité, vermeld in paragraaf 6, tweede lid, neemt deel aan alle vergaderingen van het beslissingscomité. De secretaris verzorgt de oproepingsagenda, alsook de voorbereiding van de vergaderingen van het beslissingscomité. De secretaris staat ook in voor het opstellen van de notulen van het beslissingscomité. De secretaris kan zich laten vervangen volgens de regels vastgelegd in het huishoudelijk reglement, vermeld in paragraaf 9. De secretaris van het beslissingscomité bij het [4 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]4 vertegenwoordigt het [4 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]4 in en buiten rechte.
   § 8. Het beslissingscomité bij het [4 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]4 kan bevoegdheden delegeren aan het hoofd van het Agentschap Innoveren en Ondernemen, dit alles met mogelijkheid van verdere delegatie door de leidend ambtenaar.
   De Vlaamse Regering legt de hoogte van het bedrag vast waarboven beslissingen over individuele steundossiers niet kunnen worden gedelegeerd.
   § 9. Het beslissingscomité bij het [4 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]4 stelt, met inachtneming van dit decreet en de uitvoeringsbesluiten ervan, een huishoudelijk reglement op waarin het zijn werkwijze nader regelt.
   Het huishoudelijk reglement regelt in elk geval :
   1° de frequentie en de wijze van bijeenroeping van de vergaderingen van het beslissingscomité bij het [4 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]4;
   2° de inhoud van de oproeping tot de vergaderingen van het beslissingscomité bij het [4 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]4;
   3° het aanwezigheidsquorum dat geldt opdat het beslissingscomité bij het [4 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]4 geldig kan beraadslagen;
   4° het gebruik van volmachten als een lid van het beslissingscomité bij het [4 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]4 verhinderd is om deel te nemen aan een vergadering van het beslissingscomité;
   5° het meerderheidsquorum dat geldt opdat het beslissingscomité bij het [4 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]4 geldig beslissingen kan nemen;
   6° de wijze waarop genotuleerd wordt tijdens de vergaderingen van het beslissingscomité bij het [4 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]4 en de wijze waarop de notulen bewaard worden;
   7° de regeling van belangenconflicten die zich kunnen voordoen bij de leden van het beslissingscomité bij het [4 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]4.
   Na vaststelling van het huishoudelijk reglement, vermeld in het eerste lid, of na een wijziging ervan, legt het beslissingscomité bij het [4 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]4 het huishoudelijk reglement, respectievelijk de aangebrachte wijziging, ter goedkeuring voor aan de Vlaamse Regering.
   De Vlaamse Regering bepaalt de datum van inwerkingtreding van het huishoudelijk reglement.
   § 10. De personeelsleden van het Agentschap Innoveren en Ondernemen, de leden van het beslissingscomité bij het [4 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]4, de externe deskundigen, alsook alle andere personen die ambtshalve kennis krijgen van een steunaanvraag of opvolging ervan, zijn voor de gegevens van of over bedrijven, organisaties, instellingen of personen over vindingen, innovaties of onderzoeksresultaten, of over hun uitgangspunten of methoden om tot dergelijke vindingen, innovaties of onderzoeksresultaten te komen, alsook de tijdens de behandeling of opvolging van een aanvraag geformuleerde adviezen, ertoe gehouden om ze :
   1° strikt vertrouwelijk te behandelen;
   2° alleen mee te delen of te laten meedelen aan derden als dat in het rechtstreekse belang is van de onderneming, de organisatie, de instelling of de persoon die de steunaanvraag doen, of als dat een functioneel onderdeel is van de behandeling van de aanvraag, of van een lopend dossier door het Agentschap Innoveren en Ondernemen;
   3° nooit in eigen voordeel of met het oog op een persoonlijk voordeel te gebruiken of te verspreiden.
   De verplichtingen, vermeld in het eerste lid, blijven gelden, ook na het einde van de tewerkstelling bij de Vlaamse overheid of na de aanstelling als lid van het beslissingscomité bij het [4 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]4 of als externe deskundige, of na het einde van de uitoefening van elke andere opdracht op verzoek van het Agentschap Innoveren en Ondernemen.]1

  
Art. 41ter. [1 § 1er. Un comité de décision est établi auprès du [4 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]4 comprenant douze membres à voix délibérative, personnes physiques, dont un président.
   § 2. Le Gouvernement flamand peut accorder des aides à des projets visant à encourager l'économie ou l'innovation :
   1° aux entreprises aux conditions visées au présent décret, à la législation européenne applicable en matière d'aides d'état et aux arrêtés d'exécution ;
   2° aux entités qui ne sont pas des entreprises, aux conditions visées au présent décret et aux arrêtés d'exécution.
   Par entreprise on entend : toute entité, quel que soit son statut légal, exerçant une activité économique.
   Les conditions visées à l'alinéa premier doivent en tout cas avoir trait à :
   1° une évaluation positive de la qualité scientifique de la mise en oeuvre ;
   2° une évaluation positive du potentiel de valorisation économique ou sociale de la demande.
   Le Gouvernement flamand peut imposer des conditions d'agrément additionnelles générales ou spécifiques.
   Le Gouvernement flamand peut concrétiser les bénéficiaires, visés à l'alinéa premier, en fonction des besoins et des priorités politiques.
   L'intensité des aides est calculée comme un pourcentage des frais éligibles.
   Le Gouvernement flamand arrête les frais éligibles et l'intensité des aides.
   Le Gouvernement flamand détermine dans quelle mesure le cumul des aides est permis, quelle que soit la source ou la forme sous laquelle elles sont accordées, concernant les mêmes frais.
   Sur la base d'un régime d'aide dans le sens du présent décret, une aide ne peut être octroyée qu'après l'entrée en vigueur des arrêtés d'exécution y afférents. Pour l'application du présent article on entend par aide : [3 toute forme de financement, y compris l'aide d'Etat]3.
   Dans les limites fixées par le Gouvernement flamand, le comité de décision est chargé de la décision sur l'établissement des modalités et des critères des programmes ou des combinaisons de programmes, l'évaluation entière et l'octroi et le suivi de l'aide.
   Le Gouvernement flamand détermine quels sont les instruments relatifs à l'octroi d'aide qui relèvent de la compétence du comité de décision du [4 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]4.
   Le comité de décision auprès du [4 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]4 est compétent pour prendre une décision sur l'octroi d'aide, quel qu'en soit le montant de l'aide à octroyer.
  [3 L'aide d'Etat est toute mesure qui répond à tous les critères de l'article 107 du Traité sur le Fonctionnement de l'Union européenne.]3
   § 3. Le Gouvernement flamand nomme les membres du comité de décision auprès du [4 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]4 :
   1° deux membres sont désignés sur la proposition du " Vlaamse Interuniversitaire Raad " (Conseil Interuniversitaire Flamand) visé à l'article II, 40 du Code de l'Enseignement supérieur du 11 octobre 2013 ;
   2° un membre est désigné à partir d'une liste double, proposée par le " Vlaamse Hogescholenraad " (VLHORA) ;
   3° un membre est désigné à partir d'une liste double, proposée conjointement par les Centres de Recherche Stratégique agréés conformément à l'article 29 du décret du 30 avril 2009 relatif à l'organisation et au financement de la politique en matière de sciences et d'innovation, modifié par les décrets des 21 décembre 2012 et 25 avril 2014 ;
   4° quatre membres sont désignés à partir d'une liste double, proposée par les organisations représentées au " Sociaal-Economische Raad van Vlaanderen " (Conseil socio-économique de la Flandre) ;
   5° quatre membres provenant des entreprises qui sont familiarisés avec la politique économique et la politique d'innovation.
   Les membres du comité de décision auprès du [4 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]4 sont nommés par le Gouvernement flamand parmi les personnes visées au paragraphe 3, pour un délai renouvelable de cinq ans.
   Le délai de cinq ans visé à l'alinéa deux, prend cours six mois après la prestation de serment d'un nouveau Gouvernement flamand suivant le renouvellement intégral du Parlement flamand. Lorsqu'une période de moins ou plus de cinq ans a écoulé entre la prestation de serment de deux Gouvernements successifs, ce délai est adapté en conséquence.
   Lorsqu'un mandat de membre du comité de décision auprès du [4 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]4 devient vacant au cours du délai, le Gouvernement flamand désigne un nouveau mandataire qui reprend le mandat pour sa durée restante. Le cas échéant, le mandat de tous les membres déjà en fonction du comité de décision auprès du [4 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]4 est prolongé de droit jusqu'à ce que le Gouvernement flamand ait désigné les membres du comité de décision auprès du [4 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]4 à l'expiration du délai.
   Le mandat des membres sortants du comité de décision auprès du [4 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]4 est renouvelable.
  [2 Le secrétaire général du Fonds de la recherche scientifique, visé à l'article 15 du décret du 30 avril 2009 relatif à l'organisation et au financement de la politique en matière de sciences et d'innovation, et le secrétaire général du Département de l'Economie, des Sciences et de l'Innovation assistent aux réunions du comité de décision auprès du Fonds Hermes à voix consultative.]2
   § 4. Sous réserve d'autres incompatibilités éventuelles, le mandat de membre du comité de décision auprès du [4 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]4 est incompatible avec :
   1° un mandat au Parlement européen, à la Chambre des Représentants, au Sénat, au Parlement flamand et au Parlement de la région de Bruxelles-Capitale ;
   2° les fonctions de ministre ou de secrétaire d'Etat et la qualité de membre du cabinet d'un ministre flamand ;
   3° la fonction du membre du personnel de l' " Agentschap Innoveren en Ondernemen ".
   Lorsqu'un membre ne répond pas aux conditions visées à l'alinéa premier, il dispose d'un délai de trois mois pour cesser les mandats ou fonctions qui occasionnent l'incompatibilité.
   Lorsque le membre manque de cesser les mandats ou fonctions incompatibles, il est censé de plein droit avoir démissionné de son mandat au du comité de décision auprès du [4 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]4, à l'expiration du délai fixé à l'alinéa deux, sans porter préjudice à la validité des actes qu'il a accomplis entre-temps ou aux délibérations auxquelles il a participé entre-temps. Il sera remplacé conformément au paragraphe 3, alinéa quatre.
   Le Gouvernement flamand fixe un régime concernant la rémunération des membres du comité de décision auprès du [4 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]4.
   § 5. Les membres du comité de décision auprès du [4 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]4 peuvent être licenciés à tout moment par le Gouvernement flamand, que ce soit sur la proposition de l'instance qui les a proposés, visé au paragraphe 3, alinéa premier, ou non.
   § 6. Le Gouvernement flamand désigne un président parmi les membres du comité de décision auprès du [4 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]4.
   Le chef de l' " Agentschap Innoveren en Ondernemen " est de droit le secrétaire du comité de décision auprès du [4 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]4.
   § 7. Le secrétaire du comité de décision visé au paragraphe 6, alinéa deux, participe à toutes les réunions du comité de décision. Le secrétaire se charge de l'ordre du jour, ainsi que de la préparation des réunions du comité de décision. Le secrétaire est également responsable de l'établissement du procès-verbal du comité de décision. Le secrétaire peut se faire remplacer conformément selon les règles fixées au règlement d'ordre intérieur visé au paragraphe 9. Le secrétaire du comité de décision auprès du [4 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]4 représente le [4 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]4 dans tous les actes judiciaires et extrajudiciaires.
   § 8. Le comtié de décision auprès du [4 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]4 peut déléguer des compétences au chef de l'" Agentschap Innoveren en Ondernemen ", avec la possibilité de délégation par le fonctionnaire dirigeant.
   Le Gouvernement flamand fixe le montant au-delà duquel les décisions sur les dossiers d'aide individuels ne peuvent pas être déléguées.
   § 9. Le comité de décision auprès du [4 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]4 établit, en respectant le présent décret et ses arrêtés d'exécution, un règlement d'ordre intérieur, stipulant les modalités de son fonctionnement.
   Le règlement d'ordre intérieur règle en tout cas :
   1° la fréquence et le mode de convocation des réunions du comité de décision auprès du [4 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]4 ;
   2° le contenu de la convocation aux réunions du comité de décision auprès du [4 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]4 ;
   3° le quorum applicable pour que le comité de décision auprès du [4 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]4 puisse délibérer valablement ;
   4° l'utilisation de procurations lorsqu'un membre du comité de décision auprès du [4 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]4 est empêché d'assister à une réunion du comité de décision ;
   5° le quorum majoritaire applicable pour que le comité de décision auprès du [4 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]4 puisse délibérer valablement ;
   6° le mode d'établissement du procès-verbal lors des réunions du comité de décision auprès du [4 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]4 et la manière dont les procès-verbaux seront conservés.
   7° le règlement des conflits d'intérêts pouvant se produire auprès des membres du comité de décision auprès du [4 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]4.
   Après la fixation du règlement d'ordre intérieur visé à l'alinéa premier, ou après sa modification, le comité de décision auprès du [4 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]4 soumet le règlement d'ordre intérieur, respectivement la modification apportée, à l'approbation du Gouvernement flamand.
   Le Gouvernement flamand arrête la date d'entrée en vigueur du règlement d'ordre intérieur.
   § 10. Les membres du personnel de l' " Agentschap Innoveren en Ondernemen ", les membres du comité de décision auprès du [4 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]4, les experts externes ainsi que toute autre personne qui prend connaissance d'une demande d'aide ou de son suivi, sont tenus, en ce qui concerne les données de ou sur les entreprises, les organisations, les organismes ou personnes pour inventions, innovations ou résultats, ou sur leurs points de départ ou méthodes en vue d'aboutir à de tels inventions, innovations ou résultats, ainsi que pour les avis formulés lors du traitement ou du suivi d'une demande, de :
   1° les traiter de façon strictement confidentielle ;
   2° les communiquer ou faire communiquer à des tiers uniquement lorsque c'est dans l'intérêt direct de l'entreprise, de l'organisation, de l'organisme ou de la personne, ou que cela est une partie fonctionnelle du traitement de la demande ou du dossier en cours par l' " Agentschap Innoveren en Ondernemen " ;
   3° ne jamais les utiliser ou distribuer à son avantage ou en vue d'un bénéfice personnel.
   Les obligations visées à l'alinéa premier, restent en vigueur, également après la fin de l'emploi auprès de l'autorité flamande ou après la désignation comme membre du comité de décision auprès du [4 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]4 ou comme expert externe, ou après la fin de l'exercice de toute autre mission à la demande de l' " Agentschap Innoveren en Ondernemen.]1

  
Art. 41quater. [1 § 1. Het [3 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]3 staat voor de beslissingen die genomen worden door het beslissingscomité bij het [3 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]3, onder de controlebevoegdheid van de Vlaamse minister onder wie het Agentschap Innoveren en Ondernemen ressorteert. Die controle wordt uitgeoefend door een regeringsafgevaardigde, benoemd en afgezet door de Vlaamse Regering, op voordracht van de Vlaamse minister onder wie het Agentschap Innoveren en Ondernemen ressorteert.
   Daarnaast wordt een regeringsafgevaardigde, benoemd en afgezet door de Vlaamse Regering op voordracht van de Vlaamse minister, bevoegd voor de financiën en de begrotingen, met dezelfde controlefunctie als de regeringsafgevaardigde, vermeld in het eerste lid, inzake alle beslissingen met een budgettaire of financiële weerslag.
   Als de regeringsafgevaardigden, vermeld in het eerste en tweede lid, verhinderd zijn, benoemt de Vlaamse Regering een plaatsvervanger op voordracht, naargelang het geval, van de Vlaamse minister onder wie het Agentschap Innoveren en Ondernemen ressorteert of van de Vlaamse minister, bevoegd voor de financiën en de begrotingen. De plaatsvervangende regeringsafgevaardigde heeft, voor de uitoefening van zijn opdracht, dezelfde bevoegdheden als de regeringsafgevaardigden, vermeld in het eerste en tweede lid. De Vlaamse Regering kan op elk moment een plaatsvervangende regeringsafgevaardigde afzetten.
   De Vlaamse Regering stelt de vergoeding vast van de regeringsafgevaardigden en hun plaatsvervangers. Die vergoeding is ten laste van de algemene uitgavenbegroting van het Vlaamse Gewest.
   De Vlaamse Regering kan regels vaststellen voor de uitvoering van de opdrachten, de actiemiddelen en het statuut van de regeringsafgevaardigden en de plaatsvervangers.
   § 2. De regeringsafgevaardigden waken over de naleving van de wetgeving.
   § 3. De regeringsafgevaardigden worden uitgenodigd om alle vergaderingen van het beslissingscomité bij het [3 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]3 bij te wonen en hebben er een raadgevende stem. De regeringsafgevaardigden ontvangen de volledige agenda van de vergaderingen waarop zij worden uitgenodigd, alsook elk bijbehorend document, uiterlijk vijf werkdagen vóór de datum van de vergaderingen, behalve in geval van met redenen omklede buitengewone omstandigheden. De regeringsafgevaardigden ontvangen de notulen van de vergaderingen van het beslissingscomité bij het [3 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]3.
   De regeringsafgevaardigden kunnen op elk moment ter plaatse inzage nemen van de boeken, brieven, notulen en, in het algemeen, van alle documenten en geschriften van het [3 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]3. De regeringsafgevaardigden kunnen van de leden van het beslissingscomité bij het [3 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]3 alle verduidelijkingen en inlichtingen vorderen en alle verificaties verrichten die zij nodig achten voor de uitvoering van hun mandaat.
   § 4. Een regeringsafgevaardigde kan binnen een termijn van vier werkdagen beroep aantekenen bij de Vlaamse minister op wiens voordracht hij is aangesteld tegen elke beslissing van het beslissingscomité bij het [3 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]3 die hij strijdig acht met de wetgeving.
   De termijn om beroep in te stellen tegen een beslissing van het beslissingscomité bij het [3 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]3 gaat in op de dag van de vergadering waarop de beslissing is genomen, als de regeringsafgevaardigde daarop regelmatig was uitgenodigd, en, in het tegenovergestelde geval, de dag waarop de beslissing aan hem werd betekend of, bij gebrek daaraan, de dag waarop hij van de beslissing kennis heeft gekregen.
   Het beroep, vermeld in het eerste lid, is opschortend.
   Elk beroep van een regeringsafgevaardigde wordt dezelfde dag met een aangetekende brief meegedeeld aan de secretaris van het beslissingscomité bij het [3 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]3, vermeld in artikel 41ter, § 6, tweede lid, en aan de Vlaamse minister op wiens voordracht de betreffende regeringsafgevaardigde is aangesteld.
   De secretaris van het beslissingscomité bij het [3 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]3 brengt elk beroep binnen een termijn van twee werkdagen vanaf de ontvangst daarvan schriftelijk, met de elektronische post of elk ander telecommunicatiemiddel dat kan resulteren in een schriftelijk stuk aan de kant van de geadresseerde, ter kennis van de voorzitter en de andere leden van het beslissingscomité bij het [3 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]3.
   § 5. Binnen een termijn van tien werkdagen, die ingaat op dezelfde dag als de termijn, vermeld in paragraaf 4, tweede lid, betekent de Vlaamse minister bij wie het beroep werd ingesteld, aan het beslissingscomité bij het [3 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]3 de nietigverklaring van de beslissing.
   § 6. Elk jaar brengen de regeringsafgevaardigden vóór 1 maart verslag uit bij de Vlaamse minister op wiens voordracht zij zijn aangesteld, over de uitvoering van hun taken.
   De Vlaamse Regering stelt jaarlijks een verslag op over de werking en het beheer van het [3 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]3, alsook over de werking van het beslissingscomité bij het [3 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]3. Het verslag wordt aan het Vlaams Parlement meegedeeld vóór 30 juni van het daaropvolgende jaar.
   § 7. Als de naleving van de wet dat vereist, kan de Vlaamse minister onder wie het Agentschap Innoveren en Ondernemen ressorteert, of de regeringsafgevaardigden het beslissingscomité bij het [3 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]3 verplichten om, binnen de door hem gestelde termijn, te beraadslagen over iedere door hem bepaalde aangelegenheid, binnen de taken van het beslissingscomité bij het [3 Fonds voor Innoveren en Ondernemen]3.
   § 8. [2 ...]2]1

  
Art. 41quater. [1 § 1er. Le [3 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]3 est responsable des décisions prises par le comité de décision auprès du [3 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]3, sous la compétence de contrôle du Ministre flamand ayant l' " Agentschap Innoveren en Ondernemen " dans ses attributions. Ce contrôle est effectué par un représentant du gouvernement, nommé et révoqué par le Gouvernement flamand, sur la proposition du Ministre flamand compétent pour l' " Agentschap Innoveren en Ondernemen ".
   En outre, un délégué du gouvernement est nommé et révoqué par le Gouvernement flamand sur la proposition du Ministre ayant les finances et le budget dans ses attributions, ayant la même fonction de contrôle que le délégué du gouvernement visé à l'alinéa premier, en ce qui concerne toutes les décisions à incidence budgétaire ou financière.
   Lorsque les délégués du gouvernement visés aux alinéas premier et deux, sont empêchés, le Gouvernement flamand nomme un suppléant sur la proposition, selon le cas, du Ministre ayant l' " Agentschap Innoveren en Ondernemen " dans ses attributions ou du Ministre ayant les finances et le budget dans ses attributions. Le suppléant du délégué du gouvernement a, pour l'exercice de sa mission, les mêmes compétences que les délégués du gouvernement visés aux alinéas premier et deux. Le Gouvernement flamand peut en tout temps révoquer un délégué du gouvernement suppléant.
   Le Gouvernement flamand fixe les indemnités des délégués du gouvernement et de leurs suppléants. Cette indemnité est à charge du budget général des dépenses de la Région flamande.
   Le Gouvernement flamand peut arrêter les modalités pour l'exécution des missions, des moyens d'action et du statut des délégués du gouvernement et des suppléants.
   § 2. Les délégués du gouvernement veillent au respect de la législation.
   § 3. Les délégués du gouvernement sont invités à assister à toutes les réunions du comité de décision auprès du [3 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]3 et ont une voix consultative. Les délégués du gouvernement reçoivent l'ordre du jour complet des réunions auxquelles ils sont invités, ainsi que tout document correspondant, au plus tard cinq jours ouvrables avant la date des réunions, sauf en cas de circonstances exceptionnelles motivées. Les délégués du gouvernement reçoivent les procès-verbaux des réunions du comité de décision auprès du [3 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]3.
   Les délégués du gouvernement peuvent à tout moment consulter les livres, lettres, procès-verbaux et, en général, tous les documents et écrits du [3 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]3. Les délégués du gouvernement peuvent réclamer auprès des membres du comité de décision toutes les informations et éclaircissements et effectuer toutes les vérifications qu'ils jugement nécessaires pour l'exécution de leur mandat.
   § 4. Un délégué du gouvernement peut introduire un recours dans un délai de quatre jours ouvrables auprès du Ministre flamand, à la proposition duquel il a été désigné, contre toute décision du comité de décision auprès du [3 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]3 qu'il juge contraire à la législation.
   Le délai pour introduire un recours contre une décision du comité de décision auprès du [3 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]3 prend effet le jour de la réunion lors de laquelle la décision est prise, lorsque le délégué du gouvernement y était régulièrement invité, et, dans le cas contraire, le jour où la décision lui a été notifiée ou, à défaut, le jour auquel il a été informé de la décision.
   Le recours visé à l'alinéa premier, est suspensif.
   Tout recours d'un délégué du gouvernement est communiqué le même jour par lettre recommandée au secrétaire du comité de décision auprès du [3 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]3, visé à l'article 41ter, § 6, alinéa deux, et au Ministre flamand à la proposition duquel le délégué du gouvernement concerné est désigné.
   Le secrétaire du comité de décision auprès du [3 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]3 notifie tout recours au président et aux autres membres du comité de décision auprès du [3 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]3 dans un délai de deux jours ouvrables de la réception par écrit, par courrier électronique ou tout autre moyen de télécommunication pouvant résulter en un document écrit du côté du destinataire.
   § 5. Dans un délai de dix jours ouvrables qui prend effet le même jour que le délai visé au paragraphe 4, alinéa deux, le Ministre flamand auprès duquel le recours a été introduit, notifie l'annulation de la décision auprès du comité de décision auprès du [3 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]3.
   § 6. Avant le 1er mars de chaque année, les délégués du gouvernement font rapport sur l'exécution de leurs tâches auprès du Ministre flamand sur la proposition duquel ils sont désignés
   Le gouvernement flamand établit chaque année un rapport sur le fonctionnement et la gestion du [3 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]3, ainsi que sur le fonctionnement du comité de décision auprès du [3 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]3. Le rapport est communiqué au Parlement flamand avant le 30 juin de l'année suivante.
   § 7. Lorsque le respect de la loi le requiert, le Ministre flamand ayant l' " Agentschap Innoveren en Ondernemen " dans ses attributions, ou les délégués du gouvernement peuvent obliger le comité de décision auprès du [3 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]3 à délibérer sur toute matière qu'il définit, dans les tâches du comité de décision auprès du [3 Fonds pour l'Innovation et l'Entrepreneuriat]3.
   § 8. [2 ...]2]1

  
HOOFDSTUK VIII. - Financiën.
CHAPITRE VIII. - Finances.
Afdeling I. - Fonds Onroerende Goederen.
Section I. - " Fonds Onroerende Goederen " (Fonds des Biens immobiliers).
Art. 42. Artikel 19, § 3, tweede lid, van het decreet van 21 december 1990 houdende begrotingstechnische bepalingen, alsmede de bepalingen tot begeleiding van de begroting 1991, gewijzigd bij decreet van 22 november 1995, wordt vervangen door wat volgt :
  " De middelen van het Fonds Onroerende Goederen, zoals bedoeld in § 2, tweede lid, van dit artikel worden aangewend voor het beheer, de uitrusting, de geschiktmaking, de sanering, het onderhoud en de aankoop van gronden in het kader van het Cargovilproject. Na beëindiging van het project kan het saldo besteed worden aan aanvullende infrastructuurwerken in de provincie Vlaams-Brabant. ".
Art. 42. L'article 19, § 3, alinéa 2, du décret du 21 décembre 1990 contenant des dispositions budgétaires techniques, ainsi que des dispositions accompagnant le budget 1991, modifié par le décret du 22 novembre 1995, est remplacé par ce qui suit :
  " Les moyens du " Fonds Onroerende Goederen ", dont question au § 2, alinéa 2, du présent article, sont affectés à la gestion, l'équipement, l'aménagement, l'assainissement, l'entretien et l'acquisition de terrains dans le cadre du projet " Cargovil ". Lorsqu'il est mis fin au projet, le solde peut être affecté à des travaux d'infrastructure supplémentaires dans la province de Brabant flamand. ".
Afdeling II. - N.V. Koloniën Invest.
Section II. - S.A. Koloniën Invest.
Art. 43. De akte van 25 april 2001 houdende erfpacht door de Vlaamse Gemeenschap aan de Naamloze Vennootschap " Koloniën Invest " van een administratief gebouw gelegen te Brussel, Koloniënstraat 29-31 en Kanselarijstraat 17-17A, voor een periode van 60 jaar en mits een canon voor de totale erfpachtperiode van 236 500 000 BEF, wordt goedgekeurd.
Art. 43. L'acte du 25 avril 2001 portant emphytéose par la Communauté flamande à la société anonyme " Koloniën Invest " d'un immeuble administratif sis à Bruxelles, rue des Colonies 29-31 et rue de la Chancellerie 17-17A, pour une période de 60 ans moyennant une redevance de 236 500 000 FB pour la période totale de l'emphytéose, est approuvé.
Afdeling III. - Personenbelasting.
Section III. - L'impôt sur les revenus.
Art. 44. Het decreet van 22 december 2000 houdende toekenning van een korting op de personenbelasting wordt opgeheven vanaf aanslagjaar 2002.
Art. 44. Le décret du 22 décembre 2000 portant octroi d'une réduction de l'impôt sur les revenus est abrogé à partir de l'année d'imposition 2002.
Afdeling IV. - Successierechten.
Section IV. - Droits de succession.
Art. 45. Artikel 50 van het Wetboek der successierechten, vervangen bij decreet van 20 december 1996, wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 50. Een verkrijging tussen een stiefouder en een stiefkind wordt gelijkgesteld met een verkrijging in rechte lijn. Dezelfde gelijkstelling geldt voor de verkrijging tussen een kind van een persoon die met de erflater samenwoont en de erflater, evenals voor een verkrijging tussen een persoon die met een ouder van de erflater samenwoont en de erflater. In het laatste geval van gelijkstelling voldoet de legataris aan de vereiste van samenwonen met een ouder van de erflater, indien hij met die ouder op de dag van het overlijden, overeenkomstig de bepalingen van Boek III, Titel Vbis van het Burgerlijk Wetboek, samenwoonde, of indien hij bewijst, door alle middelen maar met uitzondering van de eed, dat hij met die ouder op het ogenblik van het overlijden reeds sedert één jaar ononderbroken een gemeenschappelijke huishouding voerde.
  Een verkrijging tussen uit de echt gescheiden of van tafel en bed gescheiden personen en een verkrijging tussen ex-samenwonenden wordt alleen indien er gemeenschappelijke afstammelingen zijn gelijkgesteld met een verkrijging tussen echtgenoten of tussen samenwonenden. De ex-samenwonende legataris moet om het voordeel van de gelijkstelling te genieten bewijzen dat hij met de erflater heeft samengewoond, overeenkomstig de bepalingen van Boek III, Titel Vbis van het Burgerlijk Wetboek, of, door alle middelen maar met uitzondering van de eed, dat hij met de erflater gedurende minstens één jaar ononderbroken een gemeenschappelijke huishouding heeft gevoerd. ".
Art. 45. L'article 50 du Code des droits de succession, remplacé par le décret du 20 décembre 1996, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 50. Une obtention entre un beau-parent et un enfant d'un autre lit est assimilée avec une obtention en ligne directe. La même assimilation est valable pour l'obtention entre un enfant d'une personne qui cohabite avec le de cujus et le de cujus, et pour une obtention entre une personne qui cohabite avec un parent du de cujus et le de cujus. Dans ce dernier cas d'assimilation, le légataire remplit la condition de cohabitation avec un parent du de cujus, s'il cohabitait avec ce parent le jour du décès, conformément aux dispositions du Livre III, Titre Vbis du Code civil, ou s'il prouve, par tous les moyens à l'exception du serment, qu'au moment du décès, il menait depuis un an sans interruption un ménage commun.
  Une obtention entre des personnes divorcées ou séparées de corps et une obtention entre ex-cohabitants ne sont assimilées à une obtention entre conjoints ou cohabitants que s'il y a des descendants communs. Pour pouvoir bénéficier de l'assimilation, le légataire ex-cohabitants doit prouver qu'il a cohabité avec le de cujus, conformément aux dispositions du Livre III, Titre Vbis du Code civil, ou s'il prouve, par tous les moyens à l'exception du serment, qu'au moment du décès, il menait depuis un an sans interruption un ménage commun. ".
Art. 46. Artikel 56 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij decreet van 20 december 1996 en gewijzigd bij decreet van 15 juli 1997, 30 juni 2000 en 1 december 2000, wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 56. De rechten van successie verschuldigd uit hoofde van een verkrijging in de rechte lijn, tussen echtgenoten of tussen samenwonenden worden, indien de netto-verkrijging niet meer bedraagt dan 50 000 EUR, verminderd met 500 EUR vermenigvuldigd met (1 - (netto-verkrijging/50 000)).
  De rechten van successie verschuldigd uit hoofde van een verkrijging door een broer of zuster worden, indien de netto-verkrijging groter is dan 20 000 EUR en niet meer bedraagt dan 75 000 EUR, verminderd met 2 500 EUR vermenigvuldigd met (1 - (netto-verkrijging/75 000)). Indien de netto-verkrijging gelijk is aan of minder is dan 20 000 EUR, worden die rechten verminderd met 2 000 EUR vermenigvuldigd met (netto-verkrijging/20 000).
  De rechten van successie verschuldigd uit hoofde van de samengenomen verkrijgingen door andere personen dan erfgenamen in de rechte lijn, de echtgenoot, samenwonenden of broers en zusters worden, indien de som van hun netto-verkrijgingen groter is dan 12 500 EUR en niet meer bedraagt dan 75 000 EUR, verminderd met 2 500 EUR vermenigvuldigd met (1 - (som van de netto-verkrijgingen/75 000)). Indien de som van hun nettoverkrijgingen gelijk is aan of minder is dan 12 500 EUR, worden die rechten verminderd met 2 000 EUR vermenigvuldigd met (som van de netto-verkrijgingen/12 500). De overeenkomstig dit lid bekomen vermindering wordt omgeslagen over de betrokken erfgenamen in verhouding tot hun aandeel in de samengenomen verkrijgingen.
  Is het recht van overgang bij overlijden verschuldigd voor verkrijgingen, als bedoeld in het eerste, tweede en derde lid, dan geldt dezelfde rechtenvermindering met dien verstande dat dan rekening gehouden wordt met de bruto-verkrijging.
  De door een kind van de overledene verschuldigde rechten worden verminderd met 75 EUR voor elk vol jaar dat nog moet verlopen tot het de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt. De door de overlevende echtgenoot of samenwonende verschuldigde rechten worden verminderd met de helft van de verminderingen die de gemeenschappelijke kinderen overeenkomstig dit lid genieten. Deze verminderingen zijn van toepassing ongeacht de netto-verkrijgingen van de rechthebbenden en bovenop de vermindering waarop ze krachtens het eerste of het vierde lid recht hebben. ".
Art. 46. L'article 56 du même Code, remplacé par le décret du 20 décembre 1996 et modifié par les décrets des 15 juillet 1997, 30 juin 2000 et 1er décembre 2000, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 56. Les droits de succession dus du chef d'une obtention en ligne directe entre conjoints ou cohabitants sont réduits de 500 EUR multipliés par (1 - (obtention nette/50 000)), si l'obtention nette n'excède pas 50 000 EUR.
  Les droits de succession dus du chef d'une obtention par un frere ou une soeur sont réduits de 2 500 EUR multiplies par (1 - (obtention nette/75 000)), si l'obtention nette est supérieure à 20 000 EUR et n'excède pas 75 000 EUR.
  Si l'obtention nette est égale ou inférieure à 20 000 EUR, ces droits sont réduits de 2 000 EUR multipliés par (obtention nette/20 000). Les droits de succession dus du chef des obtentions réunies par des personnes autres que des héritiers en ligne directe, le conjoint, cohabitant ou frère ou soeur, sont réduits de 2 500 EUR multipliés par (1 - (obtention nette/75 000)), si la somme des obtentions nettes est supérieure à 12 500 EUR et n'excède pas 75 000 EUR. Si la somme de leurs obtentions nettes est égale ou inférieure à 12 500 EUR, ces droits sont réduits de 2 000 EUR multipliés par (obtention nette/12 500). La réduction consentie en vertu du présent alinéa est répartie entre les héritiers intéressés en proportion des parts héréditaires qu'ils ont recueillies.
  Si le droit de mutation est dû du chef d'obtentions, telles que visées dans les alinéas 1er, 2 et 3, la même reduction est applicable, étant entendu qu'il est tenu compte de l'obtention brute.
  Les droits dus par un enfant du défunt sont réduits de 75 EUR pour chaque année qui doit s'écouler avant qu'il n'atteigne l'âge de vingt et un ans. Les droits dus par l'époux ou le cohabitant sont réduits de la moitié des réductions dont bénéficient les enfants communs en vertu du présent alinéa. Ces réductions sont applicables indépendamment des obtentions nettes des ayants-droit et en sus de la réduction dont ils ont droit en vertu de l'alinéa premier ou de l'alinéa 4. ".
Art. 47. Artikel 31 van het decreet van 6 juli 2001 houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2001 wordt ingetrokken.
Art. 47. L'article 31 du décret du 6 juillet 2001 contenant diverses mesures d'accompagnement de l'ajustement du budget 2001 est retiré.
HOOFDSTUK IX. - Media.
CHAPITRE IX. - Médias.
Art. 48. Artikel 16 van de decreten betreffende de radio-omroep en de televisie, gecoördineerd op 25 januari 1995, wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 16. De beheersovereenkomst regelt in het bijzonder de volgende aangelegenheden :
  1° de meetbare doelstellingen met betrekking tot het radio- en televisie-aanbod, uitgaande van de openbare omroepopdracht van de VRT en de vooropgestelde strategie die invulling geeft aan de openbare omroepopdracht, zoals bepaald in artikel 8.
  De meetbare doelstellingen hebben onder meer betrekking op de kwaliteitscontrole en op hetzij bereikcijfers, hetzij waarderingscijfers;
  2° de doelstellingen betreffende de innovatieve media-projecten, hierna genoemd de e-vrt projecten, uitgaande van de openbare omroepopdracht van de VRT en de vooropgestelde strategie die invulling geeft aan de openbare omroepopdracht, zoals bepaald in artikel 8, inzonderheid artikel 8, § 5;
  3° de doelstellingen betreffende het personeelsbeleid, het financiële beleid, technologie en transmissie;
  4° de berekening van de enveloppe aan financiële middelen noodzakelijk voor het verzorgen van het openbare radio- en televisieaanbod, bedoeld in 1° van dit artikel, en de uitbetalingsmodaliteiten ervan.
  De enveloppe wordt, uitgaande van de kostprijs verbonden aan het verzorgen van het openbare radio- en televisieaanbod, bedoeld in 1° van dit artikel, in 2002 bepaald op 229,326 miljoen euro. Dit bedrag wordt gedurende de looptijd van de beheersovereenkomst 2002-2006, vanaf 1 januari 2003 jaarlijks verhoogd met 4 procent, voor zover aan de resultaatsverbintenissen en de voorwaarden gesteld in de beheersovereenkomst is voldaan.
  De bepalingen van de Europese richtlijn 80/723/EEG van de Commissie van 25 juni 1980 betreffende de doorzichtigheid in de financiële betrekkingen tussen lidstaten en openbare bedrijven en de financiële doorzichtigheid binnen bepaalde ondernemingen zijn van toepassing;
  5° de berekening van de algemene middelen voor de werking van e-vrt, afgezien van de middelen noodzakelijk voor de uitvoering van de e-vrt projecten zelf, bedoeld in 2° van dit artikel, en de uitbetalingsmodaliteiten ervan.
  Die algemene middelen worden voor 2001 bepaald op 3,099 miljoen euro. Dit bedrag wordt gedurende de looptijd van de beheersovereenkomst 2002-2006, vanaf 1 januari 2002 jaarlijks als volgt aangepast, voorzover aan de resultaatsverbintenissen en de voorwaarden gesteld in de beheersovereenkomst is voldaan, voor 2002 : 3,223 miljoen euro, voor 2003 : 3,347 miljoen euro, voor 2004 : 3,471 miljoen euro, voor 2005 : 3,619 miljoen euro, voor 2006 : 3,768 miljoen euro;
  6° het uitbrengen van een jaarlijks rapport vóór 1 juni van het volgend jaar betreffende de evaluatie van de uitvoering van de beheersovereenkomst gedurende het afgelopen kalenderjaar alsook andere documenten die jaarlijks, al dan niet ter goedkeuring door de Vlaamse regering, dienen voorgelegd te worden;
  7° de maatregelen bij niet-naleving door een partij van haar verbintenissen die voortvloeien uit de beheersovereenkomst. ".
Art. 48. L'article 16 des décrets relatifs à la radiodiffusion et à la télévision, coordonnés le 25 janvier 1995, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 16. Le contrat de gestion règle notamment les matières suivantes :
  1° les objectifs mesurables relatifs à l'offre proposée de la radio et de la télévision, partant de la mission de radiodiffuseur public de la VRT et de la stratégie envisagee qui répond à la mission de radiodiffuseur de service public, telle que définie à l'article 8.
  Les objectifs mesurables concernent notamment le contrôle de la qualité et soit les chiffres d'audience, soit la cote d'appréciation;
  2° les objectifs relatifs aux projets audiovisuels innovateurs, dénommés ci-après les projets e-vrt, partant de la mission de radiodiffuseur public de la VRT et de la stratégie envisagée qui répond à la mission de radiodiffuseur de service public, telle que définie à l'article 8, notamment l'article 8, § 5;
  3° les objectifs relatifs à la gestion du personnel, à la gestion financière, à la technologie et à la transmission;
  4° le calcul de l'enveloppe des moyens financiers nécessaires pour assurer l'offre publique de radio et de télévision visée au 1° du présent article, ainsi que les modalités de paiement.
  Sur la base du prix coûtant de l'offre publique de radio et de télévision visée au 1° du présent article, l'enveloppe est fixée à 229,326 millions d'euros en 2002. Pendant la durée de validité du contrat de gestion 2002-2006 et à partir du 1er janvier 2003, ce montant sera majoré annuellement de 4 pour cent, à condition que les obligations de résultat et les conditions posées dans le contrat de gestion soient remplies.
  Les dispositions de la directive 80/723/CEE de la Commission du 25 juin 1980 relative à la transparence des relations financières entre les Etats-membres et les entreprises publiques sont applicables;
  5° le calcul des moyens généraux pour le fonctionnement de la e-vrt, indépendamment des moyens nécessaires pour l'exécution des projets e-vrt, tels que visés au 2° du présent article, ainsi que les modalités de paiement.
  Les moyens généraux sont fixés à 3,099 millions d'euros pour 2001. Pendant la durée de validité du contrat de gestion 2002-2006 et à partir du 1er janvier 2002, ce montant sera ajusté annuellement comme suit, à condition que les obligations de résultat et les conditions posees dans le contrat de gestion soient remplies : pour 2002 : 3,223 millions d'euros, pour 2003 : 3,347 millions d'euros, pour 2004 : 3,471 millions d'euros, pour 2005 : 3,619 millions d'euros, pour 2006 : 3,768 millions d'euros;
  6° la rédaction d'un rapport annuel, avant le 1er juin de l'année suivante, portant sur l'évaluation de l'exécution du contrat de gestion, ainsi que d'autres documents qui doivent être soumis annuellement à l'approbation ou non du Gouvernement flamand;
  7° les mesures en cas de non-respect, par une partie, des engagements découlant du contrat de gestion. ".
Art. 49. In artikel 18 van dezelfde decreten worden de woorden " 16, 4° " vervangen door de woorden " 16, 6° ".
Art. 49. Dans l'article 18 des mêmes décrets, les mots " 16, 4° " sont remplacés par les mots " 16, 6° ".
HOOFDSTUK X. - Energie.
CHAPITRE X. - Energie.
Art. 50. In artikel 23 van het decreet van 17 juli 2000 houdende organisatie van de elektriciteitsmarkt wordt het eerste lid van § 2 vervangen door wat volgt :
  " § 2. Het aantal groenestroomcertificaten dat door een netbeheerder of door een houder van een leveringsvergunning in een bepaald jaar moet worden voorgelegd, wordt vastgesteld met toepassing van de volgende formule :
  C = G x Ev,
  waarbij :
  - C = het aantal in jaar n voor te leggen groenestroomcertificaten, uitgedrukt in MWh (1000 kWh);
  - Ev = de totale hoeveelheid geleverde elektriciteit aan eindafnemers via het distributienet in het jaar n-1 (in MWh);
  - G = het minimaal te halen percentage in het jaartal n. ".
Art. 50. Dans l'article 23 du décret du 17 juillet 2000 relatif à l'organisation du marché de l'électricité, le premier alinéa du § 2 est remplacé par ce qui suit :
  " § 2. Le nombre de certificats d'électricité écologique, qui doit être produit par un gestionnaire du réseau ou par un titulaire d'une autorisation de fourniture dans une année déterminée, est fixé en application de la formule suivante :
  C = G x Ev,
  où :
  - C = le nombre de certificats d'électricité écologique à produire dans l'année n, exprimés en MWh (1 000 kWh);
  - Ev : la quantité globale d'électricité fournie aux clients finals via le réseau de distribution dans l'année n-1 (en MWh);
  - G : le pourcentage minimum à atteindre dans l'année n. ".
Art. 51. Artikel 37, § 7, van hetzelfde decreet wordt vervangen door wat volgt :
  " § 7. De opbrengst van de administratieve geldboeten, vermeld in § 1, wordt gestort in de Vlaamse middelenbegroting, met uitzondering van de opbrengst van de administratieve geldboeten opgelegd bij niet-naleving van de openbare dienstverplichtingen, opgelegd ter uitvoering van artikel 19, die in het Energiefonds wordt gestort.
  De opbrengst van de administratieve geldboeten, vermeld in § 2, komt ten gunste van het Fonds Hernieuwbare Energiebronnen, bedoeld in artikel 26. ".
Art. 51. L'article 37, § 7, du même décret est remplacé par les dispositions suivantes :
  " § 7. Le produit des amendes administratives, visées au § 1er, est versé au budget flamand des voies et moyens, à l'exception du produit des amendes administratives infligées en cas de non-respect des obligations de service public, imposées en exécution de l'article 19, qui alimente le Fonds de l'Energie.
  Le produit des amendes administratives, visées au § 2, alimente le Fonds des Sources d'énergie renouvelables, visé à l'article 26. ".
HOOFDSTUK XI. - Financiële aspecten van het decreet houdende het beleid en het beheer van de zeehavens.
CHAPITRE XI. - Aspects financiers du décret portant sur la politique et la gestion des ports maritimes.
Art. 52. In het decreet van 2 maart 1999 houdende het beleid en het beheer van de zeehavens worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in artikel 2 wordt 10° vervangen door wat volgt :
  " 10° basisinfrastructuur : zeesluizen, havendammen, staketsels, taluds en kaaimuren langs de maritieme toegangswegen niet bestemd voor de overslag van goederen of het vervoer van personen, leidingstroken van gewestelijk belang, zaten van spoorwegen van gewestelijk belang, groenschermen, bufferzones aan de rand van het havengebied, telkens met hun aanhorigheden en de ontsluitingswegen van en naar het havengebied, met uitzondering van de haveninterne basisinfrastructuur; ";
  2° in artikel 2 wordt 12° vervangen door wat volgt :
  " 12° uitrustingsinfrastructuur : aanmeerinfrastructuur voor zee- en binnenschepen met het oog op de overslag van goederen of het vervoer van personen, zoals kaaimuren, steigers, landingsbruggen, roll-on/roll-off-hellingen, evenals de lichte infrastructuur, zoals kaaiverhardingen, spoorwegen van lokaal belang, leidingstroken van lokaal belang, interne ontsluitingswegen binnen het havengebied, telkens met hun aanhorigheden; ";
  3° in artikel 4 wordt § 2 vervangen door wat volgt :
  " § 2. Indien de havenbedrijven de havenbestuurlijke bevoegdheden niet uitoefenen, overeenkomstig de bepalingen van dit decreet en van de besluiten genomen ter uitvoering ervan, kan de Vlaamse regering de uitkeringen bedoeld in de artikelen 29bis, 30, 31, 32 en 44 geheel of gedeeltelijk inhouden of terugvorderen, vermeerderd met de wettelijke verwijlintrest, tenzij de havenbedrijven binnen de twee maanden nadat hun die beslissing per aangetekende brief wordt bekendgemaakt, aan de Vlaamse regering kunnen aantonen dat zij hieraan wel voldoen. ";
  4° aan artikel 4 wordt een § 3 toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 3. De Vlaamse regering bepaalt de nadere procedureregelen die toepasselijk zijn op de in § 2 bedoelde inhoudingen en terugvorderingen. ";
  5° aan artikel 9, § 1, eerste lid wordt de volgende tekst toegevoegd :
  " , en zijn verantwoordelijk voor de exploitatie en het onderhoud, met inbegrip van het verwerken van de specie van de binnen het havengebied gelegen zeesluizen. Voor buitengewone herstellingswerken, buitengewone uitbreidingen of vervangingswerken aan zeesluizen en aanhorigheden, zoals het vervangen of renoveren van sluisdeuren, van sluisbruggen, van seinmasten, van en aan bedieningsgebouwen, grootschalige vervanging van elektromechanische uitrusting en dergelijke is voorafgaandelijk de goedkeuring van de bevoegde diensten van het Vlaamse Gewest vereist ";
  6° in artikel 18 wordt § 1 vervangen door wat volgt :
  " § 1. Onverminderd artikel 9, § 1, eerste lid en artikel 19, behouden het Vlaamse Gewest en de andere publiekrechtelijke besturen of instellingen bij en na de oprichting van een havenbedrijf hun eigendomsrechten op de domeingoederen, inbegrepen de basisinfrastructuur, de haveninterne basisinfrastructuur en uitrustingsinfrastructuur, gelegen, verworven of te verwerven in het havengebied. ";
  7° aan artikel 18 wordt een § 3 toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 3. De havenbedrijven en het Vlaamse Gewest sluiten voor 1 januari 2004 overeenkomsten om tot een eenvormig eigendomsstatuut te komen van de in § 1 bedoelde domeingoederen, met inbegrip van de basisinfrastructuur, de haveninterne basisinfrastructuur, de uitrustingsinfrastructuur en maritieme toegangswegen, gelegen, verworven of te verwerven in het havengebied. ";
  8° aan de huidige tekst van artikel 28, die § 1 wordt, worden een § 2 en een § 3 toegevoegd, die luiden als volgt :
  " § 2. Binnen elk subregionaal overlegorgaan wordt een secretariaat opgericht dat de werkzaamheden inzake voornoemd subregionaal overleg begeleidt en coördineert.
  § 3. De Vlaamse regering wordt gemachtigd om binnen de perken van de begroting subsidies toe te kennen aan deze subregionale overlegorganen voor hun werking. ";
  9° artikel 29 wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 29. Onverminderd artikelen 9 en 31, is het Vlaamse Gewest verantwoordelijk voor de aanleg, de instandhouding, met inbegrip van het verwerken van de specie, het onderhoud en de exploitatie van de maritieme toegangswegen en de basisinfrastructuur, de haveninterne basisinfrastructuur uitgezonderd. In afwijking van het eerste lid van artikel 18, blijft het Autonoom Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen tot 31 december 2004 verantwoordelijk voor de instandhouding, met inbegrip van het verwerken van de specie, het onderhoud en de exploitatie van de kanaaldokken en zwaaikommen. ";
  10° er wordt een nieuw artikel 29bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " Art. 29bis. De Vlaamse regering wordt ertoe gemachtigd binnen de perken van de begroting toelagen toe te kennen aan de havenbedrijven voor de instandhouding, met inbegrip van het verwerken van de specie, het onderhoud en de exploitatie van de binnen de havengebieden gelegen zeesluizen. ";
  11° aan Hoofdstuk VI wordt een nieuw artikel 44 toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " Art. 44. § 1. Onverminderd artikel 29bis, wordt binnen de perken van de begrotingskredieten voor de begrotingsjaren 2001, 2002 en 2003 aan de havenbedrijven van Antwerpen, Zeebrugge en Oostende ten behoeve van de exploitatie, de instandhouding, met inbegrip van het verwerken van de specie en het onderhoud van de binnen de havengebieden gelegen zeesluizen, een te verantwoorden toelage vastgesteld van :
  voor de haven van Antwerpen, voor het begrotingsjaar :
  2001 : 108 490 401 frank;
  2002 : 5 378 814 euro;
  2003 : 8 068 220 euro;
  voor de haven van Zeebrugge, voor het begrotingsjaar :
  2001 : 30 181 686 frank;
  2002 : 1 496 369 euro;
  2003 : 2 244 553 euro.
  voor de haven van Oostende, voor het begrotingsjaar :
  2001 : 9 762 023 frank;
  2002 : 483 988 euro;
  2003 : 725 982 euro.
  § 2. Onverminderd artikelen 29, 33 en 34, wordt binnen de perken van de begroting voor de begrotingsjaren 2001, 2002, 2003 en 2004 aan het havenbedrijf van Antwerpen ten behoeve van de instandhouding, met inbegrip van het verwerken van de specie en het onderhoud van de kanaaldokken en zwaaikommen, een te verantwoorden toelage vastgesteld van :
  voor de haven van Antwerpen, voor het begrotingsjaar :
  2001 : 203 986 739 frank;
  2002 : 10 113 375 euro;
  2003 : 15 170 062 euro;
  2004 : 20 226 749 euro.
  De in artikel 9, § 1 bedoelde werken voor buitengewoon onderhoud van de zeesluizen zijn niet in deze toelagen begrepen. ".
Art. 52. Le décret du 2 mars 1999 portant sur la politique et la gestion des ports maritimes est modifié comme suit :
  1° dans l'article 2, le 10° est remplacé par ce qui suit :
  " 10° infrastructure de base : les ecluses maritimes, les digues portuaires, les palissades, les murs de quai qui ne sont pas destinés au transbordement de marchandises ou transport de personnes, bandes à canalisations d'intérêt régional, assiettes de chemin de fer d'intérêt régional, écrans verts, zones-tampons au bord de la zone portuaire, toutes avec leurs attenances et les routes de désenclavement de et vers la zone portuaire, à l'exception de l'infrastructure portuaire de base interne; ";
  2° dans l'article 2, le 12° est remplacé par ce qui suit :
  " 12° infrastructure d'équipement : infrastructure d'amarrage pour navires de mer et bateaux d'intérieur en vue du transbordement de marchandises ou du transport de personnes, tels que les murs de quai, les embarcadères, les débarcadères, les plans inclinés roll-on/roll-off, ainsi que l'infrastructure légère, tel que les revêtements de quai, assiettes de chemin de fer d'intérêt local, bandes à canalisations d'intérêt local, les routes internes de désenclavement à l'intérieur de la zone portuaire, toutes avec leurs attenances; ";
  3° dans l'article 4, le § 2 est remplacé par ce qui suit :
  " § 2. Lorsque les régies portuaires n'exercent pas les compétences administratives portuaires, conformément aux dispositions du présent décret et des arrêtés pris en exécution de ce dernier, le Gouvernement flamand peut retenir ou réclamer, entièrement ou partiellement, les allocations visées aux articles 29bis, 30, 31, 32 et 44, majorées des intérêts de retard légaux, sauf si les régies portuaires peuvent démontrer au Gouvernement flamand, dans les deux mois de la date à laquelle cette décision leur a été notifiée, qu'elles répondent aux dites dispositions. ";
  4° il est ajouté à l'article 4 un § 3, rédigé comme suit :
  " § 3. Le Gouvernement flamand fixe les règles de procédure applicables aux retenues et réclamations visées au § 2. ";
  5° il est ajouté à l'article 9, § 1er, alinéa premier le texte suivant :
  " et sont responsables de l'exploitation et de l'entretien, y compris le traitement de la matière de dragage des écluses maritimes situées dans la zone portuaire. L'approbation préalable des services compétents de la Region flamande est requise pour les travaux extraordinaires de réparation, d'extension ou de remplacement d'écluses maritimes et leurs attenances, comme le remplacement ou la rénovation de portes d'écluse, de ponts-écluses, de sémaphores, le remplacement à grande échelle d'équipements électromécaniques, etc. ";
  6° dans l'article 18, le § 1er est remplacé comme suit :
  " § 1er. Sans préjudice de l'article 9, § 1er, alinéa premier et de l'article 19, la Région flamande et les autres autorités et institutions de droit public conservent leurs droits de propriété sur les biens domaniaux lors et après la creation d'une régie portuaire, y compris sur l'infrastructure de base portuaire interne et d'équipement située, acquise ou à acquérir dans la zone portuaire. ";
  7° il est ajouté à l'article 18 un § 3, rédigé comme suit :
  " § 3. Les régies portuaires et la Région flamande concluent des accords, avant le 1er janvier 2004, en vue d'arriver à un statut de propriété uniforme des biens domaniaux visés au § 1er, y compris l'infrastructure de base portuaire interne et d'équipement et les voies d'accès maritimes situees, acquises ou à acquérir dans la zone portuaire. ";
  8° le texte actuel de l'article 28, qui devient le § 1er, est complété d'un § 2 et d'un § 3 rédigés comme suit :
  " § 2. Il est institué, au sein de chaque organe subrégional de concertation, un secrétariat qui assure l'encadrement et la coordination des activités de ladite concertation subrégionale.
  § 3. Le Gouvernement flamand est autorisé à octroyer, dans les limites budgétaires, des subventions de fonctionnement à ces organes subrégionaux de concertation. ";
  9° l'article 29 est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 29. Sans préjudice des articles 9 et 31, la Région flamande est responsable de la construction, de la maintenance, y compris le traitement de la matière de dragage, l'entretien et l'exploitation des voies d'accès maritimes et de l'infrastructure de base, à l'exception de l'infrastructure de base portuaire interne. Par dérogation à l'alinéa premier de l'article 18, la " Autonoom Gemeentelijk Havenbedrijf Antwerpen " reste responsable, jusqu'au 31 décembre 2004, de la maintenance, y compris le traitement de la matière de dragage, de l'entretien et de l'exploitation des bassins-canaux et des bassins de virement. ";
  10° il est inséré un nouvel article 29bis, rédigé comme suit :
  " Art. 29bis. Le Gouvernement flamand est autorisé à octroyer, dans les limites budgétaires, des subventions aux régies portuaires pour la maintenance, y compris le traitement de la matière de dragage, l'entretien et l'exploitation des écluses maritimes situées dans les zones portuaires. ";
  11° il est ajouté au Chapitre VI un nouvel article 44, rédigé comme suit :
  " Art. 44. § 1er. Sans préjudice de l'article 29bis, une subvention à justifier est fixée, dans les limites des crédits budgétaires, pour les exercices budgétaires 2001, 2002 et 2003, à l'usage des régies portuaires d'Anvers, Zeebrugge et Ostende, pour l'exploitation, la maintenance, y compris le traitement de la matière de dragage et l'entretien des écluses maritimes situées dans les zones portuaires :
  pour le port d'Anvers, pour l'exercice budgétaire :
  2001 : 108 490 401 francs;
  2002 : 5 378 814 euros;
  2003 : 8 068 220 euros;
  pour le port de Zeebrugge, pour l'exercice budgétaire :
  2001 : 30 181 686 francs;
  2002 : 1 496 369 euros;
  2003 : 2 244 553 euros;
  pour le port d'Ostende, pour l'exercice budgétaire :
  2001 : non publié.
  2002 : non publié.
  2003 : non publié.
  § 2. Non publié.
  pour le port d'Anvers, pour l'exercice budgétaire :
  2001 : 203 986 739 francs;
  2002 : 10 113 375 euros;
  2003 : 15 170 062 euros;
  2004 : 20 226 749 euros.
  Les travaux pour l'entretien extraordinaire des écluses maritimes, visé à l'article 9, § 1er, ne sont pas compris dans ces subventions. ".
HOOFDSTUK XII. - Sociaal Impulsfonds.
CHAPITRE XII. - " Sociaal Impulsfonds " (Fonds d'Impulsion sociale).
Art. 53. In artikel 3, § 5, van het decreet van 14 mei 1996 tot vaststelling van de regelen inzake de werking en de verdeling van het Sociaal Impulsfonds, gewijzigd bij de decreten van 18 mei 1999 en 22 december 1999, worden de woorden " en artikel 5, tweede lid " geschrapt.
Art. 53. Dans l'article 3, § 5, du décret du 14 mai 1996 réglementant le fonctionnement et la répartition du " Sociaal Impulsfonds ", modifié par les décrets des 18 mai 1999 et 22 décembre 1999, les mots " et 5, alinéa deux " sont rayés.
Art. 54. Artikel 5 van hetzelfde decreet, gewijzigd bij de decreten van 18 mei 1999, 22 december 1999 en 30 juni 2000, wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 5. Van het bedrag van het vastleggings- en ordonnanceringskrediet van de basisallocatie 43.11 wordt voor 2002 een bedrag van 1 000 000 euro voorafgenomen voor communicatie stedenbeleid. Deze voorafname wordt ingeschreven in het programma 53.2 op basisallocatie 12.05 (libellé Communicatie stedenbeleid). ".
Art. 54. L'article 5 du même décret, modifié par les décrets des 18 mai 1999, 22 décembre 1999 et 30 juin 2000, est remplacé par ce qui suit :
  " Art. 5. Il est prélevé, pour 2002, du montant du crédit d'engagement et d'ordonnancement de l'allocation de base 43.11, un montant de 1 000 000 d'euros pour la communication en matière de politique des villes. Ce prélèvement est inscrit au programme 53.2 à l'allocation de base 12.05. ".
HOOFDSTUK XIII. - Sommige aspecten van het Sociaal Begeleidingsplan Doel.
CHAPITRE XIII. - Certains aspects du plan d'accompagnement social pour Doel.
Art. 55. Voor de realisatie van het door de Vlaamse regering goedgekeurde sociaal begeleidingsplan voor Doel, worden de verwervingen van onroerende goederen gelegen binnen de geografische omschrijving van dat plan, die gebeuren op verzoek van de begunstigden van hetzelfde plan, noodzakelijk geacht om reden van openbaar nut.
Art. 55. En vue de la réalisation du plan d'accompagnement social pour Doel, approuvé par le Gouvernement flamand, les acquisitions de biens immobiliers dans la circonscription géographique de ce plan, qui s'effectuent à la demande des bénéficiaires de ce même plan, sont jugées nécessaires pour des motifs d'intérêt public.
HOOFDSTUK XIV. - Cultuur.
CHAPITRE XIV. - Culture.
Afdeling I. - Amateurkunsten.
Section I. - Arts amateurs.
Art. 56. § 1. In artikel 15, § 1, van het decreet van 22 december 2000 betreffende de amateurkunsten worden de woorden " minimum 25 miljoen frank " vervangen door de woorden " minimum 12,5 miljoen frank en maximum 25 miljoen frank. ".
  § 2. Artikel 15, § 6, van hetzelfde decreet wordt opgeheven.
Art. 56. § 1er. Dans l'article 15, § 1er, du décret du 22 décembre 2000 relatif aux arts amateurs, les mots " 25 millions de francs au moins " sont remplacés par les mots " 12,5 millions de francs au minimum et 25 millions de francs au maximum ".
  § 2. L'article 15, § 6, du même décret est abrogé.
Afdeling II. - Volksontwikkelingswerk.
Section II. - Education populaire.
Art. 57. § 1. In artikel 34, 6°, van het decreet van 19 april 1995 houdende een subsidieregeling voor verenigingen voor volksontwikkelingswerk wordt de zinsnede " deze uitzondering geldt slechts gedurende de eerste zes jaar van de toepassing van dit decreet " vervangen door de volgende zinsnede :
  " deze uitzondering geldt tot het einde van het werkjaar 2002 ".
  § 2. Artikel 35, § 2, van hetzelfde decreet, gewijzigd bij decreet van 22 december 2000, wordt vervangen door wat volgt :
  " § 2. De regeling vervat in § 1 geldt tot het einde van het werkjaar 2002. ".
  § 3. (Opgeheven).
  § 4. (Opgeheven).
Art. 57. § 1er. Dans l'article 34, 6°, du décret du 19 avril 1995 réglant l'octroi de subventions aux associations d'éducation populaire, la proposition " cette exception n'est valable que pendant les six premières années d'application du présent décret " est remplacée par la proposition suivante :
  " cette exception est valable jusqu'à la fin de l'année d'activité 2002 ".
  § 2. L'article 35, § 2, du même décret, modifié par le décret du 22 décembre 2000, est remplacé par ce qui suit :
  " § 2. Le règlement du § 1er reste valable jusqu'à la fin de l'année d'activité 2002. ".
  § 3. (Abrogé).
  § 4. (Abrogé).
Art. 57bis. § 1. In artikel 20, eerste lid, van het decreet van 19 april 1995 houdende een subsidieregeling voor instellingen voor volksontwikkelingswerk, gewijzigd bij decreet van 22 december 2000, wordt de laatste zin vervangen door wat volgt :
  " Tot en met het werkingsjaar 2002, worden geen personeelsuitbreidingen toegestaan. ".
  § 2. In artikel 24, § 4 en § 5, van hetzelfde decreet, vervangen bij decreet van 24 juni 1997 en gewijzigd bij decreet van 22 december 2000, worden de woorden " tot en met het werkingsjaar 2001 " telkens vervangen door de woorden " tot en met het werkingsjaar 2002 ".
Art. 57bis. § 1er. Dans l'article 20, premier alinéa, du décret du 19 avril 1995 réglant l'octroi de subventions aux institutions d'éducation populaire, modifié par le décret du 22 décembre 2000, la dernière phrase est remplacée par ce qui suit :
  " Jusqu'à l'année d'activité 2002 incluse, aucune extension du personnel n'est autorisée. ".
  § 2. Dans l'article 24, §§ 4 et 5, du même décret, remplacé par le décret du 24 juin 1997 et modifié par le décret du 22 décembre 2000, les mots " jusqu'à l'année d'activité 2001 incluse " sont remplaces chaque fois par les mots " jusqu'à l'année d'activité 2002 incluse ".
Afdeling III. - Opheffing koninklijke besluiten.
Section III. - Abrogation d'arrêtés royaux.
Art. 58. Het koninklijk besluit van 5 september 1921 betreffende de aanvragen om toelagen aan naschoolse werken, gewijzigd bij koninklijk besluit van 4 april 1925, wordt met ingang van 1 januari 2002 opgeheven.
Art. 58. L'arrête royal du 5 septembre 1921 concernant les demandes de subsides aux oeuvres complémentaires de l'école, modifié par l'arrêté royal du 4 avril 1925, est abrogé à partir du 1er janvier 2002.
Art. 59. Het koninklijk besluit van 18 september 1969 tot subsidiëring van speciale activiteiten voor volksontwikkeling wordt met ingang van 1 januari 2002 opgeheven.
Art. 59. L'arrêté royal du 18 septembre 1969 octroyant des subventions aux activités spéciales d'éducation populaire est abrogé à partir du 1er janvier 2002.
Afdeling IV. - Muziek, letteren, podiumkunsten.
Section IV. - Musique, littérature, arts de la scène.
Art. 60. In het decreet van 18 mei 1999 houdende wijziging van het muziekdecreet van 31 maart 1998 wordt de volgende bepaling geschrapt :
  " het bedrag van de overgangssubsidies mag per jaar niet groter zijn dan het gemiddelde van de subsidies die in de vierjarige periode vóór de eerste vierjarige erkenningsperiode waarvoor erkenning kon worden aangevraagd, voor het geheel van hun werking aan de niet-erkende professionele muziekensembles werden toegekend. ".
Art. 60. Dans le décret du 18 mai 1999 modifiant le décret sur la musique du 31 mars 1998, la disposition suivante est rayée :
  " le montant des subventions de transition ne peut excéder la moyenne des subventions octroyées à des ensembles de musiciens professionnels non agréés pour l'ensemble de leurs activités, pendant la periode quadriennale précédant la première période d'agrément quadriennale pour laquelle une demande pouvait être introduite. ".
Afdeling V. - Jeugd.
Section V. - Jeunesse.
Art. 61. De erkenning en subsidiëring van organisaties op basis van artikel 13 van het decreet van 12 mei 1998 houdende erkenning en subsidiëring van het landelijk georganiseerd jeugdwerk wordt op 1 januari 2002 opgeheven.
Art. 61. L'agrément et le subventionnement d'organisations en vertu de l'article 13 du décret du 12 mai 1998 relatif à l'agrément des organisations nationales de la jeunesse est abrogé à partir du 1er janvier 2002.
HOOFDSTUK XV. - Brusselse aangelegenheden.
CHAPITRE XV. - Affaires bruxelloises.
Afdeling I. - Euro.
Section I. - Euro.
Art. 62. In artikel 8, § 1, 2°, van het decreet van 5 juli 1989 tot organisatie van het toezicht op de Vlaamse Gemeenschapscommissie worden de bedragen in Belgische frank vervangen door bedragen in euro :
  " 50 miljoen frank " door " 1 250 000 euro ", " 30 miljoen frank " door " 500 000 euro ", " 10 miljoen frank " door " 250 000 euro ", " 20 miljoen frank " door " 750 000 euro ", " 12 miljoen frank " door " 300 000 euro ", " 4 miljoen frank " door " 150 000 euro ", " 6 miljoen frank " door " 100 000 euro " en " 2 miljoen frank " door " 50 000 euro ".
Art. 62. Dans l'article 8, § 1er, 2°, du décret du 5 juillet 1989 portant organisation de la tutelle sur la Commission communautaire flamande, les montants en francs belges sont remplacés par des montants en euros :
  " 50 millions de francs " par " 1 250 000 euros ", " 30 millions de francs " par " 500 000 euros ", " 10 millions de francs " par " 250 000 euros ", " 20 millions de francs " par " 750 000 euros ", " 12 millions de francs " par " 300 000 euros ", " 4 millions de francs " par " 150 000 euros ", " 6 millions de francs " par " 100 000 euros " et " 2 millions de francs " par " 50 000 euros ".
Art. 63. In artikel 6 van het decreet van 1 juni 1994 tot regeling van de overdracht van roerende en onroerende goederen van de Vlaamse Gemeenschap aan de Vlaamse Gemeenschapscommissie wordt het bedrag van " 50 miljoen frank " vervangen door het bedrag " 1 239 467,62 euro ".
Art. 63. Dans l'article 6 du décret du 1er juin 1994 réglant le transfert de biens mobiliers et immobiliers de la Communauté flamande à la Commission communautaire flamande, le montant de " 50 millions de francs " est remplacé par le montant de " 1 239 467,62 euros ".
Art. 64. In artikel 7 van hetzelfde decreet wordt het bedrag van " 450 miljoen frank " vervangen door het bedrag van " 11 155 208,61 euro ".
Art. 64. Dans l'article 7 du même décret, le montant de " 450 millions de francs " est remplacé par le montant de " 11 155 208,61 euros ".
Afdeling II. - Vlaams-Brussel Fonds.
Section II. - Vlaams-Brussel Fonds.
Art. 65. Er wordt een Vlaams-Brussel Fonds opgericht, hierna het " Fonds " te noemen.
  Het Fonds wordt opgericht als een instelling van categorie A vermeld in artikel 1 in de zin van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle van sommige instellingen van openbaar nut. De bepalingen van deze wet zijn op dit Fonds van toepassing voorzover er in dit decreet niet wordt van afgeweken.
Art. 65. Il est institué un " Vlaams-Brussel Fonds ", dénommé ci-après le " Fonds ".
  Le Fonds est institué en tant qu'organisme de la catégorie A au sens de l'article 1er de la loi du 16 mars 1954 relative au contrôle de certains organismes d'intérêt public. Les dispositions de cette loi sont applicables au Fonds, à moins qu'il n'y soit dérogé par le présent décret.
Art. 66. De middelen van het Fonds zijn :
  a) een jaarlijkse dotatie lastens de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap;
  b) het gebeurlijke saldo op het einde van het voorgaande begrotingsjaar;
  c) alle inkomsten voortvloeien uit activiteiten van het fonds;
  d) de terugvorderingen van de ten onrechte gedane betalingen.
Art. 66. Les ressources du Fonds sont les suivantes :
  a) une dotation annuelle à charge du budget général des dépenses de la Région flamande;
  b) le solde éventuel à la fin de l'exercice budgétaire précédent;
  c) toutes les recettes découlant des activités du Fonds;
  d) le recouvrement de paiements indus.
Art. 67. De middelen van het fonds worden aangewend voor initiatieven ter bevordering van de ontsluiting en de toegankelijkheid van instellingen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest die wegens hun activiteiten of hun organisatie worden beschouwd als uitsluitend te behoren tot de Vlaamse Gemeenschap door middel van :
  - tegemoetkomingen voor de gebruikers van deze instellingen;
  - de uitbouw van een kwalitatief, bereikbaar en zichtbaar netwerk van gemeenschapsvoorzieningen.
  Deze initiatieven zijn complementair aan het inclusief gemeenschapsbeleid.
Art. 67. Les ressources du Fonds sont affectées à des initiatives visant à promouvoir l'ouverture et l'accessibilité de structures dans la Région de Bruxelles-Capitale qui, de par leurs activités ou leur organisation, sont considérées comme relevant exclusivement de la Communauté flamande, par :
  - des interventions pour les usagers de ces structures;
  - le développement d'un réseau qualitatif, accessible et visible de structures communautaires.
  Ces initiatives sont complémentaires à la politique communautaire inclusive.
Art. 68. De middelen van het Fonds kunnen aangewend worden voor investeringen, overdrachten, opdrachten en werkingskosten.
Art. 68. Les moyens du Fonds peuvent être affectés à des investissements, des transferts, des missions et des frais de fonctionnement.
Art. 69. De Vlaamse regering stelt het personeel en materieel ter beschikking van het Fonds.
Art. 69. Le Gouvernement flamand met du personnel et du matériel à la disposition du Fonds.
Art. 70. De Vlaamse regering bepaalt de verdere samenstelling, bevoegdheid en werking van het Fonds.
Art. 70. Le Gouvernement flamand fixe la composition, les compétences et le fonctionnement du Fonds.
Art. 71. De Vlaamse regering stelt jaarlijks een verslag op over de werking en het beheer van het Fonds. Het verslag wordt vóór 30 juni aan het Vlaams Parlement meegedeeld.
Art. 71. Le Gouvernement flamand établit, chaque annee, un rapport sur le fonctionnement et la gestion du Fonds. Le rapport est communiqué au Parlement flamand avant le 30 juin de l'année suivante.
HOOFDSTUK XVI. - Toerisme VZW Koninklijke Maatschappij voor Dierkunde van Antwerpen.
CHAPITRE XVI. - Tourisme VZW Koninklijke Maatschappij voor Dierkunde - Anvers.
Art. 72. In artikel 3 van het decreet van 30 mei 1985 betreffende de subsidiëring van de VZW Koninklijke Maatschappij voor Dierkunde van Antwerpen worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in § 1 en § 2 wordt het woord " totale " geschrapt;
  2° in § 1, eerste lid, a) worden de woorden " 49 600 000 frank " vervangen door de woorden " 2 272 000 euro ";
  3° in § 1, eerste lid, b) wordt het woord " vijfjarenplan " vervangen door het woord " investeringsplan ";
  4° aan § 1 wordt een c) toegevoegd, die luidt als volgt :
  " c) de jaarlijkse toekenning van een toelage voor wetenschappelijk onderzoek, waarvan de voorwaarden worden vastgelegd in een overeenkomst tussen de VZW KMDA en de Vlaamse regering; ";
  5° in § 1 worden in het tweede lid de woorden " decreet van 17 november 1982 houdende bekrachtiging van het besluit van de Vlaamse Executieve tot bepaling voor het Nederlandse taalgebied van de verdeling der kosten voor werken aan beschermde monumenten, andere dan gebouwen bestemd voor een erkende eredienst, seminaries en pastorieën " vervangen door de woorden " besluit van de Vlaamse regering van 5 april 1995 houdende vaststelling van het premiestelsel voor restauratiewerken aan beschermde monumenten, gewijzigd bij besluit van de Vlaamse regering van 15 oktober 1996 ";
  6° § 2 wordt aangevuld als volgt :
  " - het sluiten van een vijfjaarlijkse beheersovereenkomst tussen de Vlaamse regering en de VZW KMDA, voor de eerste maal voor de jaren 2002-2006, waarin de doelstellingen, de opdrachten en de voorwaarden inzake de werking worden bepaald waaraan de VZW KMDA dient te beantwoorden. ".
Art. 72. Dans l'article 3 du décret du 30 mai 1985 relatif à l'octroi de subventions à l'asbl " Koninklijke Maatschappij voor Dierkunde van Antwerpen ", les modifications suivantes sont apportées :
  1° au § 1er et § 2, le mot " globale " est raye;
  2° au § 1er, alinéa premier, a), les mots " 49 600 000 francs " sont remplacés par les mots " 2 272 000 euros ";
  3° au § 1er, alinéa premier, b), les mots " plan quinquennal " sont remplacés par les mots " plan d'investissement ";
  4° il est ajouté un c) au § 1er, rédigé comme suit :
  " c) l'octroi annuel d'une subvention pour la recherche, dont les conditions sont fixées dans une convention entre l'asbl KMDA et le Gouvernement flamand. ";
  5° au § 1er, alinéa 2, les mots " décret du 17 novembre 1982 portant confirmation de l'arrêté du Gouvernement flamand fixant, pour la Région néerlandophone, la répartition des charges résultant de travaux effectués à des monuments protégés, autres que les bâtiments destinés à un culte reconnu, séminaires ou presbytères " sont remplacés par les mots " arrêté du Gouvernement flamand du 5 avril 1995 flamand fixant un régime de prime pour des travaux de restauration aux monuments protégés, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 octobre 1996 ";
  6° le § 2 est complété comme suit :
  " - la conclusion d'un contrat de gestion quinquennal entre le Gouvernement flamand et l'asbl KMDA, pour la première fois pour les années 2002-2006, fixant les objectifs, les missions et les conditions de fonctionnement à remplir par l'asbl KMDA. ".
HOOFDSTUK XVII. - Huisvesting.
CHAPITRE XVII. - Logement.
Art. 73. In artikel 62 van het decreet van 8 december 2000 houdende diverse bepalingen wordt tussen de tweede en de derde zin de volgende zin ingevoegd :
  " Artikel 32 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2001. ".
Art. 73. Dans l'article 62 du décret du 8 décembre 2000 contenant diverses dispositions, la phrase suivante est insérée entre la deuxième et la troisième phrase :
  " L'article 32 produit ses effets le 1er janvier 2002. ".
HOOFDSTUK XVIII. - Slotbepaling.
CHAPITRE XVIII. - Disposition finale.
Art. 74. Dit decreet treedt in werking op 1 januari 2002, met uitzondering van de artikelen 6, 7 en 10, 3°, die uitwerking hebben met ingang van 1 januari 2001.
Art. 74. Le présent décret entre en vigueur le 1er janvier 2002, à l'exception des articles 6, 7 et 10, 3°, qui produisent leurs effets le 1er janvier 2001.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. Bijlage bij artikel 19 en 24. - Bijlage bij het decreet van 24 januari 1984 houdende maatregelen inzake het grondwaterbeheer.
  1. Laag-factor :
Art. N. Annexe aux articles 19 et 24. - Annexe au décret du 24 janvier 1984 portant des mesures en matière de gestion des eaux souterraines.
  1. Facteur nappe :

Wijzigingen

Code          Hydrogeologische hoofdeenheid           Laag-factor
-----------------------------------------------------------------
0100   Quartiare aquifersystemen                           1
0200   Kempens aquifersystemen                             1
0300   Boom aquitard                                       1
0400   Oligoceen aquifersysteem                            1
0500   Bartoon aquitardsysteem                             1
0600   Ledo-paniseliaan brusseliaan aquifersytsteem        1
0700   Paniseliaan aquitard                                1
0800   Ieperiaan aquifer                                   1
0900   Ieperiaan aquitardsysteem                           1
1000   Paleoceen aquifersysteem                            1
1100   Krijt aquifersysteem                                1
1200   Jura trias perm                                     1
1300   Sokkel                                              1
-----------------------------------------------------------------

Wijzigingen

Code               Unite hydrogeologique               Facteur nappe
--------------------------------------------------------------------
0100   Systemes d'aquifere quaternaire                       1
0200   Systeme d'aquifere campinois                          1
0300   Aquitard de Boom                                      1
0400   Systeme d'aquifere oligocene                          1
0500   Systeme d'aquitard bartonien                          1
0600   Systeme d'aquifere ledo-paniselien bruxellien         1
0700   Aquitard paniselien                                   1
0800   Aquifere ypresien                                     1
0900   Systeme d'aquifere ypresien                           1
1000   Systeme d'aquifere paleocene                          1
1100   Systeme d'aquifere cretace                            1
1200   Jurassique trias permien                              1
1300   Socle                                                 1
--------------------------------------------------------------------
  2. Gebiedsfactor :
  de gebiedsfactor is overal gelijk aan 1.
  2. Facteur zone :
  le facteur zone est partout égal à 1.