Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
6 JULI 2001. - Decreet houdende bepalingen tot begeleiding van de aanpassing van de begroting 2001. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 10-10-2001 en tekstbijwerking tot 30-12-2025)
Titre
6 JUILLET 2001. - Décret contenant diverses mesures d'accompagnement de l'ajustement du budget 2001. (Traduction). (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 10-10-2001 et mise à jour au 30-12-2025)
Documentinformatie
Info du document
Inhoud
HOOFDSTUK I. - Algemeen.
HOOFDSTUK II. - Onderwijs.
Afdeling I. - Hogescholen.
Afdeling II. - Vzw Epon.
Afdeling III. - Basiseducatie.
Afdeling IV. - Hogere Zeevaartschool.
Afdeling V. - Leerlingenvervoer.
HOOFDSTUK III. - Welzijnszorg en Gezondheidsbel...
Afdeling I. - Welzijn.
Afdeling II. - Wetenschappelijk Instituut Volks...
Afdeling III. - Euro.
Afdeling IV. - Gezondheidsenquête.
HOOFDSTUK IV. - Cultuur.
Afdeling I. - Amateurskunsten.
Afdeling II. - Cultuurinvesteringsfonds.
Afdeling III. - Vzw Vlaams Omroeporkest en Kame...
HOOFDSTUK V. - Economie.
Afdeling I. - Economische Expansie.
Afdeling II. - Agro- en Visserijmarketing.
HOOFDSTUK VI. - Vlaams Provinciefonds.
HOOFDSTUK VII. - Vlaamse Vervoermaatschappij De...
HOOFDSTUK VIII. - Afvalstoffen.
HOOFDSTUK IX. - Monumenten en Landschappen.
HOOFDSTUK X. - Media.
Afdeling I. - Audiovisuele cultuur.
Afdeling II. - Fonds tot aanmoediging van de sc...
HOOFDSTUK XI. - Onroerende domeingoederen.
HOOFDSTUK XII. - Onroerende voorheffing.
HOOFDSTUK XIII. - Kas-, Schuld- en Waarborgbeheer.
HOOFDSTUK XIV. - Successierechten.
HOOFDSTUK XV. - Belasting op de automatische on...
HOOFDSTUK XVI. - Fonds personeelsleden met verl...
HOOFDSTUK XVII. - Invoering van de Euro voor de...
Afdeling I. - Onroerende voorheffing.
Afdeling II. - Belasting op automatische ontspa...
Afdeling III. - Successierechten.
Afdeling IV. - Leegstand en verwaarlozing bedri...
Afdeling V. - Leegstand en verwaarlozing woningen.
Afdeling VI. - Spelen en weddenschappen.
Afdeling VII. - Openingsbelasting inzake de sli...
HOOFDSTUK XVIII. - Financieringsfonds voor schu...
HOOFDSTUK XIX. - Vlaamse sportfederaties.
HOOFDSTUK XX. - Slotbepalingen.
BIJLAGE.
Inhoud
CHAPITRE I. - Généralités.
CHAPITRE II. - Enseignement.
Section I. -Instituts supérieurs.
Section II. - Asbl Epon.
Section III. - Education de base.
Section IV. - Hogere Zeevaartschool.
Section V. - Transport scolaire.
CHAPITRE III. - Aide sociale et Politique de sa...
Section I. - Aide sociale.
Section II. - Institut scientifique de la Santé...
Section III. - Euro.
Section IV.
CHAPITRE IV. - Culture.
Section I. - Arts amateurs.
Section II. - Fonds d'investissements culturels.
Section III. - ASBL " Vlaams Omroepkoor en Kame...
CHAPITRE V. - Economie.
Section I. - Expansion économique.
Section II. - Promotion des produits agricoles ...
CHAPITRE VI. - Fonds flamand des Provinces.
CHAPITRE VII. - " Vlaamse Vervoermaatschappij D...
CHAPITRE VIII. - Déchets.
CHAPITRE IX. - Monuments et Sites.
CHAPITRE X. - Médias.
Section I. - Culture audiovisuelle.
Section II. - Fonds pour encourager la création...
CHAPITRE XI. - Immeubles domaniaux.
CHAPITRE XII. - Précompte immobilier.
CHAPITRE XIII. - Gestion de la trésorerie, de l...
CHAPITRE XIV. - Droits de succession.
CHAPITRE XV. - Taxe sur les appareils automatiq...
CHAPITRE XVI. - Fonds des membres du personnel ...
CHAPITRE XVII. - Introduction de l'euro pour le...
Section I. - Précompte immobilier.
Section II. - Taxe sur les appareils automatiqu...
Section III. - Droits de succession.
Section IV. -Désaffectation et abandon de sites...
Section V. - Désaffectation et abandon d'habita...
Section VI. - Jeux et paris.
Section VII. - Taxe d'ouverture en matière de d...
CHAPITRE XVIII. - Fonds de financement pour le ...
CHAPITRE XIX. - Fédérations sportives flamandes.
CHAPITRE XX. - Dispositions finales.
ANNEXE.
Tekst (96)
Texte (96)
HOOFDSTUK I. - Algemeen.
CHAPITRE I. - Généralités.
Artikel 1. Dit decreet regelt een gemeenschaps- en gewestaangelegenheid.
Article 1. Le présent décret règle une matière communautaire et régionale.
HOOFDSTUK II. - Onderwijs.
CHAPITRE II. - Enseignement.
Afdeling I. - Hogescholen.
Section I. -Instituts supérieurs.
Art. 2. In artikel 178, § 1, van het decreet van 13 juli 1994 betreffende de hogescholen in de Vlaamse Gemeenschap, gewijzigd bij de decreten van 16 april 1996, 19 december 1998 en 22 december 1999 en 22 december 2000 worden de woorden " 2001 gelijk aan 19 629,5 miljoen frank " vervangen door de woorden " 2001 gelijk aan 19 829,5 miljoen frank ".
Art. 2. Dans l'article 178, § 1, du décret du 13 juillet 1994 relatif aux instituts supérieurs en Communauté flamande, modifié par les décrets des 16 avril 1996, 19 décembre 1998, 22 décembre 1999 et 22 décembre 2000, les mots " égal à 19 629,5 millions de francs " son remplacés par les mots " égal à 19 829,5 millions de francs ".
Afdeling II. - Vzw Epon.
Section II. - Asbl Epon.
Art. 3. In artikel 64 van het decreet van 8 juli 1996 betreffende het onderwijs VII wordt § 2 vervangen door wat volgt :
" § 2. De vzw is ertoe gehouden voor 1 april door haar bedrijfsrevisor gecertificeerde rekeningen voor te leggen waarbij expliciet een document is gevoegd betreffende de toestand van de financiële middelen die de vzw op 31 december ter beschikking heeft en de totale uitgaven in kasstromen die gerealiseerd werden gedurende het vorige boekjaar.
De subsidie wordt in twee schijven uitbetaald :
1° een eerste schijf van 80 percent na het voorleggen van de voornoemde documenten;
2° het saldo na advies van de inspectie van financiën waarbij rekening wordt gehouden met de reservevorming en de noodzaak tot prefinanciering van Europese projecten het daaropvolgende jaar. "
" § 2. De vzw is ertoe gehouden voor 1 april door haar bedrijfsrevisor gecertificeerde rekeningen voor te leggen waarbij expliciet een document is gevoegd betreffende de toestand van de financiële middelen die de vzw op 31 december ter beschikking heeft en de totale uitgaven in kasstromen die gerealiseerd werden gedurende het vorige boekjaar.
De subsidie wordt in twee schijven uitbetaald :
1° een eerste schijf van 80 percent na het voorleggen van de voornoemde documenten;
2° het saldo na advies van de inspectie van financiën waarbij rekening wordt gehouden met de reservevorming en de noodzaak tot prefinanciering van Europese projecten het daaropvolgende jaar. "
Art. 3. Dans l'article 64 du décret du 8 juillet 1996 relatif à l'enseignement VII, le § 2 est remplacé par les dispositions suivantes :
" § 2. L'asbl est tenue de soumettre avant le 1er avril, les comptes certifiés par son réviseur d'entreprise auxquels est joint explicitement un document concernant la situation des moyens financiers qu'elle a à sa disposition le 31 décembre et les dépenses intégrales en flux de caisse réalisées au cours de l'exercice budgétaire précédent.
La subvention sera payée en deux tranches :
1° une première tranche de 80 pour cent suite à la production des documents précités;
2° le solde après avis de l'Inspection des Finances, compte tenu de la constitution de réserves et du besoin de préfinancement des projets européens l'année suivante. "
" § 2. L'asbl est tenue de soumettre avant le 1er avril, les comptes certifiés par son réviseur d'entreprise auxquels est joint explicitement un document concernant la situation des moyens financiers qu'elle a à sa disposition le 31 décembre et les dépenses intégrales en flux de caisse réalisées au cours de l'exercice budgétaire précédent.
La subvention sera payée en deux tranches :
1° une première tranche de 80 pour cent suite à la production des documents précités;
2° le solde après avis de l'Inspection des Finances, compte tenu de la constitution de réserves et du besoin de préfinancement des projets européens l'année suivante. "
Afdeling III. - Basiseducatie.
Section III. - Education de base.
Art. 4. In het decreet van 12 juli 1990 houdende de regeling van basiseducatie voor laaggeschoolde volwassenen, gewijzigd bij de decreten van 21 december 1994, 8 juli 1996 en 2 maart 1999 wordt een artikel 14bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Artikel 14bis. § 1. De Vlaamse regering kan door middel van tijdelijke projecten extra middelen toekennen aan de Centra voor Basiseducatie.
De tijdelijke projecten bieden het hoofd aan dringende of onvoorziene problemen of testen experimenten uit, zonder daarbij de inrichting van de Centra voor Basiseducatie te wijzigen.
De tijdelijke projecten worden jaarlijks geëvalueerd.
§ 2. In de begrotingsjaren 2002-2004 worden tijdelijke projecten georganiseerd met het oog op ten minste één van de volgende elementen :
- het wegwerken van wachtlijsten voor de activiteit " Nederlands tweede taal ";
- het verwerven en verbeteren van de taalvaardigheid van ouders van allochtone leerlingen uit het basisonderwijs;
- het inrichten van taalcursussen voor gedetineerde anderstaligen.
In de overeenkomsten met betrekking tot deze projecten worden de volgende elementen opgenomen :
- de doelstelling en doelgroep van het tijdelijk project;
- het aantal deelnemersuren dat bijkomend moet worden ingericht;
- de extra middelen die worden toegekend. "
" Artikel 14bis. § 1. De Vlaamse regering kan door middel van tijdelijke projecten extra middelen toekennen aan de Centra voor Basiseducatie.
De tijdelijke projecten bieden het hoofd aan dringende of onvoorziene problemen of testen experimenten uit, zonder daarbij de inrichting van de Centra voor Basiseducatie te wijzigen.
De tijdelijke projecten worden jaarlijks geëvalueerd.
§ 2. In de begrotingsjaren 2002-2004 worden tijdelijke projecten georganiseerd met het oog op ten minste één van de volgende elementen :
- het wegwerken van wachtlijsten voor de activiteit " Nederlands tweede taal ";
- het verwerven en verbeteren van de taalvaardigheid van ouders van allochtone leerlingen uit het basisonderwijs;
- het inrichten van taalcursussen voor gedetineerde anderstaligen.
In de overeenkomsten met betrekking tot deze projecten worden de volgende elementen opgenomen :
- de doelstelling en doelgroep van het tijdelijk project;
- het aantal deelnemersuren dat bijkomend moet worden ingericht;
- de extra middelen die worden toegekend. "
Art. 4. Dans le décret du 12 juillet 1990 portant organisation de l'éducation de base pour adultes peu scolarisés, modifié par les décrets des 21 décembre 1994, 8 juillet 1996 et 2 mars 1999, il est inséré un article 14bis, rédigé comme suit :
" Article 14bis. § 1. Le Gouvernement flamand peut accorder des moyens supplémentaires aux Centres d'éducation de base par le biais de projets temporaires.
Ces projets temporaires font face aux problèmes urgents ou imprévus ou mettent des expérimentations à l'essai, sans que l'organisation des Centres d'éducation de base soit modifiée.
Les projets temporaires font l'objet d'une évaluation annuelle.
§ 2. Au cours des exercices budgétaires 2002-2004, des projets temporaires sont organisés en vue d'au moins un des éléments suivants :
- la résorption des listes d'attente pour l'activité " néerlandais seconde langue ";
- l'acquisition et l'amélioration de la maîtrise des langues des parents des élèves allochtones dans l'enseignement fondamental;
- l'organisation de cours linguistiques destinés aux détenus allophones.
Les conventions portant sur ces projets reprennent les éléments suivants :
- l'objectif et le groupe cible du projet temporaire;
- le nombre d'heures/participants à organiser à titre supplémentaire;
- les fonds supplémentaires octroyés. "
" Article 14bis. § 1. Le Gouvernement flamand peut accorder des moyens supplémentaires aux Centres d'éducation de base par le biais de projets temporaires.
Ces projets temporaires font face aux problèmes urgents ou imprévus ou mettent des expérimentations à l'essai, sans que l'organisation des Centres d'éducation de base soit modifiée.
Les projets temporaires font l'objet d'une évaluation annuelle.
§ 2. Au cours des exercices budgétaires 2002-2004, des projets temporaires sont organisés en vue d'au moins un des éléments suivants :
- la résorption des listes d'attente pour l'activité " néerlandais seconde langue ";
- l'acquisition et l'amélioration de la maîtrise des langues des parents des élèves allochtones dans l'enseignement fondamental;
- l'organisation de cours linguistiques destinés aux détenus allophones.
Les conventions portant sur ces projets reprennent les éléments suivants :
- l'objectif et le groupe cible du projet temporaire;
- le nombre d'heures/participants à organiser à titre supplémentaire;
- les fonds supplémentaires octroyés. "
Afdeling IV. - Hogere Zeevaartschool.
Section IV. - Hogere Zeevaartschool.
Art. 5. In artikel 35, § 1, van het decreet van 9 juni 1998 betreffende de Hogere Zeevaartschool wordt de tweede zin als volgt gewijzigd :
" Onverminderd § 2, bestaat het personeelskader van de Hogere Zeevaartschool uit 1 directeur, 1 adjunct-directeur, ten minste 32 voltijdse eenheden behorend tot het onderwijzend personeel en ten minste 3 personeelsleden behorend tot het administratief en technisch personeel. "
" Onverminderd § 2, bestaat het personeelskader van de Hogere Zeevaartschool uit 1 directeur, 1 adjunct-directeur, ten minste 32 voltijdse eenheden behorend tot het onderwijzend personeel en ten minste 3 personeelsleden behorend tot het administratief en technisch personeel. "
Art. 5. Dans l'article 35, § 1, du décret du 9 juin 1998 relatif à la " Hogere Zeevaartschool ", la deuxième phrase est modifiée comme suit :
" Sans préjudice du § 2, le cadre de la " Hogere Zeevaartschool " se compose de 1 directeur, de 1 directeur adjoint, et d'au moins 32 unités à temps plein appartenant au personnel enseignant et d'au moins 3 membres du personnel appartenant au personnel administratif et technique. "
" Sans préjudice du § 2, le cadre de la " Hogere Zeevaartschool " se compose de 1 directeur, de 1 directeur adjoint, et d'au moins 32 unités à temps plein appartenant au personnel enseignant et d'au moins 3 membres du personnel appartenant au personnel administratif et technique. "
Afdeling V. - Leerlingenvervoer.
Section V. - Transport scolaire.
Art. 6. In artikel 5 van de wet van 15 juli 1983 houdende oprichting van de Nationale Dienst voor Leerlingenvervoer worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° de huidige tekst wordt een § 1;
2° een § 2 wordt ingevoegd, die luidt als volgt :
" § 2. De Vlaamse Vervoermaatschappij, bedoeld in het decreet van 31 juli 1990 tot oprichting van de Vlaamse Vervoermaatschappij, zoals gewijzigd bij de decreten van 18 mei 1999 en 8 december 2000, neemt met ingang van 1 september 2001 van de Nationale Dienst voor Leerlingenvervoer de volgende taken over :
- het vastleggen van de reisroutes;
- het vaststellen van de behoeften;
- het in eigen beheer of via uitbesteding uitvoeren van de busdiensten. "
1° de huidige tekst wordt een § 1;
2° een § 2 wordt ingevoegd, die luidt als volgt :
" § 2. De Vlaamse Vervoermaatschappij, bedoeld in het decreet van 31 juli 1990 tot oprichting van de Vlaamse Vervoermaatschappij, zoals gewijzigd bij de decreten van 18 mei 1999 en 8 december 2000, neemt met ingang van 1 september 2001 van de Nationale Dienst voor Leerlingenvervoer de volgende taken over :
- het vastleggen van de reisroutes;
- het vaststellen van de behoeften;
- het in eigen beheer of via uitbesteding uitvoeren van de busdiensten. "
Art. 6. A l'article 5 de la loi du 15 juillet 1983 portant création du Service national de Transport scolaire, sont apportées les modifications suivantes :
1° le texte actuel devient le § 1;
2° il est inséré un § 2, rédigé comme suit :
" § 2. La " Vlaamse Vervoermaatschappij ", visée dans le décret du 31 juillet 1990 portant création de la " Vlaamse Vervoermaatschappij ", tel qu'il a été modifié par les décrets des 18 mai 1999 et 8 décembre 2000, reprend à partir du 1er septembre 2001 les missions suivantes du Service national de Transport scolaire :
- la fixation des itinéraires;
- la détermination des besoins;
- l'accomplissement en régie ou par sous-traitance des services de transport par bus. "
1° le texte actuel devient le § 1;
2° il est inséré un § 2, rédigé comme suit :
" § 2. La " Vlaamse Vervoermaatschappij ", visée dans le décret du 31 juillet 1990 portant création de la " Vlaamse Vervoermaatschappij ", tel qu'il a été modifié par les décrets des 18 mai 1999 et 8 décembre 2000, reprend à partir du 1er septembre 2001 les missions suivantes du Service national de Transport scolaire :
- la fixation des itinéraires;
- la détermination des besoins;
- l'accomplissement en régie ou par sous-traitance des services de transport par bus. "
HOOFDSTUK III. - Welzijnszorg en Gezondheidsbeleid.
CHAPITRE III. - Aide sociale et Politique de santé.
Afdeling I. - Welzijn.
Section I. - Aide sociale.
Art. 7. § 1. Binnen de perken van de begrotingskredieten wordt aan een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn of een [2 privaatrechtelijke vereniging met rechtspersoonlijkheid waarvoor het bij wet verboden is haar leden een vermogensvoordeel te bezorgen,]2 een jaarlijkse subsidie toegekend per flat in een serviceflatgebouw dat opgericht is in het kader van een onroerende leasingovereenkomst tussen het centrum of de vereniging en een beleggingsvennootschap met vast kapitaal die door de Vlaamse regering is erkend krachtens [1 artikel 2.7.6.0.1, § 2, van de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013]1.
In afwijking van het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden wordt deze subsidie verleend als een tegemoetkoming in de vergoeding die het centrum of de vereniging bij het einde van de onroerende leasingovereenkomst aan de beleggingsvennootschap moet betalen voor het verwerven van de eigendom van de serviceflats in kwestie.
De Vlaamse regering bepaalt het bedrag van de subsidie, de periode waarvoor ze wordt toegekend, de wijze waarop ze wordt vereffend en aangewend, evenals de wijze waarop verantwoording wordt afgelegd over haar aanwending.
§ 2. De in § 1 bedoelde kredieten worden jaarlijks ingeschreven in de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap.
§ 3. De kredieten die in de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap zijn ingeschreven om in 2001 aan een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn of een [2 privaatrechtelijke vereniging met rechtspersoonlijkheid waarvoor het bij wet verboden is haar leden een vermogensvoordeel te bezorgen,]2 een onderhoudssubsidie te verlenen voor serviceflats die zijn opgericht in het kader van een overeenkomst als bedoeld in § 1, eerste lid, worden aangewend voor het in § 1, tweede lid, vermelde doel.
§ 4. De onderhoudssubsidie die, voor de jaren die 2001 voorafgaan, ten laste van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap aan een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn of een [2 privaatrechtelijke vereniging met rechtspersoonlijkheid waarvoor het bij wet verboden is haar leden een vermogensvoordeel te bezorgen,]2 werd verleend voor serviceflats die zijn opgericht in het kader van een overeenkomst als bedoeld in § 1, eerste lid, wordt geacht een subsidie te zijn als bedoeld in § 1. De Vlaamse regering bepaalt de nadere regels.
In afwijking van het decreet van 23 februari 1994 inzake de infrastructuur voor persoonsgebonden aangelegenheden wordt deze subsidie verleend als een tegemoetkoming in de vergoeding die het centrum of de vereniging bij het einde van de onroerende leasingovereenkomst aan de beleggingsvennootschap moet betalen voor het verwerven van de eigendom van de serviceflats in kwestie.
De Vlaamse regering bepaalt het bedrag van de subsidie, de periode waarvoor ze wordt toegekend, de wijze waarop ze wordt vereffend en aangewend, evenals de wijze waarop verantwoording wordt afgelegd over haar aanwending.
§ 2. De in § 1 bedoelde kredieten worden jaarlijks ingeschreven in de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap.
§ 3. De kredieten die in de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap zijn ingeschreven om in 2001 aan een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn of een [2 privaatrechtelijke vereniging met rechtspersoonlijkheid waarvoor het bij wet verboden is haar leden een vermogensvoordeel te bezorgen,]2 een onderhoudssubsidie te verlenen voor serviceflats die zijn opgericht in het kader van een overeenkomst als bedoeld in § 1, eerste lid, worden aangewend voor het in § 1, tweede lid, vermelde doel.
§ 4. De onderhoudssubsidie die, voor de jaren die 2001 voorafgaan, ten laste van de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap aan een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn of een [2 privaatrechtelijke vereniging met rechtspersoonlijkheid waarvoor het bij wet verboden is haar leden een vermogensvoordeel te bezorgen,]2 werd verleend voor serviceflats die zijn opgericht in het kader van een overeenkomst als bedoeld in § 1, eerste lid, wordt geacht een subsidie te zijn als bedoeld in § 1. De Vlaamse regering bepaalt de nadere regels.
Art. 7. § 1. Dans les limites des crédits budgétaires, il est alloué à un centre public d'aide sociale ou à une [2 association de droit privé dotée de la personnalité juridique pour laquelle il est interdit par loi de payer un avantage patrimonial à ses membres]2, une subvention annuelle par appartement dans une résidence-services qui a été construite dans le cadre d'un contrat de crédit-bail immobilier entre le centre ou l'association et une société de placement à capital fixe qui a été agréée par le Gouvernement flamand en vertu de [1 l'article 2.7.6.0.1, § 2, du Code flamand de la Fiscalité du 13 décembre 2013]1.
Par dérogation au décret du 23 février 1994 relatif à l'infrastructure affectée aux matières personnalisables, cette subvention est accordée à titre d'intervention dans l'indemnité que le centre ou l'association doit payer à la société de placement à la fin du contrat de crédit-bail immobilier pour l'acquisition de la propriété des appartements en question.
Le Gouvernement flamand fixe le montant de la subvention, la période d'octroi, le mode de liquidation et d'affectation ainsi que le mode de justification de son affectation.
§ 2. Les crédits visés au § 1 sont inscrits annuellement au budget général des dépenses de la Communauté flamande.
§ 3. Les crédits inscrits au budget général des dépenses de la Communauté flamande en vue d'octroyer en 2001 à un centre public d'aide sociale ou une [2 association de droit privé dotée de la personnalité juridique pour laquelle il est interdit par loi de payer un avantage patrimonial à ses membres]2, une subvention d'entretien pour les appartements créés dans le cadre d'un contrat visé au § 1, premier alinéa, sont affectés au but mentionné au § 1, deuxième alinéa.
§ 4. La subvention d'entretien qui a été accordée à un centre public d'aide sociale ou une [2 association de droit privé dotée de la personnalité juridique pour laquelle il est interdit par loi de payer un avantage patrimonial à ses membres]2, au titre des années précédant 2001 et à charge du budget général des dépenses de la Communauté flamande, pour les appartements créés dans le cadre d'un contrat visé au § 1, premier alinéa, est considérée être une subvention telle que visée au § 1. Le Gouvernement flamand arrête les modalités.
Par dérogation au décret du 23 février 1994 relatif à l'infrastructure affectée aux matières personnalisables, cette subvention est accordée à titre d'intervention dans l'indemnité que le centre ou l'association doit payer à la société de placement à la fin du contrat de crédit-bail immobilier pour l'acquisition de la propriété des appartements en question.
Le Gouvernement flamand fixe le montant de la subvention, la période d'octroi, le mode de liquidation et d'affectation ainsi que le mode de justification de son affectation.
§ 2. Les crédits visés au § 1 sont inscrits annuellement au budget général des dépenses de la Communauté flamande.
§ 3. Les crédits inscrits au budget général des dépenses de la Communauté flamande en vue d'octroyer en 2001 à un centre public d'aide sociale ou une [2 association de droit privé dotée de la personnalité juridique pour laquelle il est interdit par loi de payer un avantage patrimonial à ses membres]2, une subvention d'entretien pour les appartements créés dans le cadre d'un contrat visé au § 1, premier alinéa, sont affectés au but mentionné au § 1, deuxième alinéa.
§ 4. La subvention d'entretien qui a été accordée à un centre public d'aide sociale ou une [2 association de droit privé dotée de la personnalité juridique pour laquelle il est interdit par loi de payer un avantage patrimonial à ses membres]2, au titre des années précédant 2001 et à charge du budget général des dépenses de la Communauté flamande, pour les appartements créés dans le cadre d'un contrat visé au § 1, premier alinéa, est considérée être une subvention telle que visée au § 1. Le Gouvernement flamand arrête les modalités.
Afdeling II. - Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid Louis Pasteur.
Section II. - Institut scientifique de la Santé publique Louis Pasteur.
Art. 8. Instemming wordt betuigd met het samenwerkingsakkoord van 30 maart 2001 tussen de Federale Staat en de Vlaamse Gemeenschap betreffende de uitvoering van een aantal activiteiten door het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid-Louis Pasteur voor de periode 2001-2005, zoals gevoegd als bijlage bij dit decreet.
Art. 8. Il est porté assentiment à l'accord de coopération du 30 mars 2001 entre l'Etat fédéral et la Communauté flamande relatif à l'exécution par l'Institut scientifique de la Santé Publique - Louis Pasteur d'un certain nombre d'activités pour la période 2001-2005.
Afdeling III. - Euro.
Section III. - Euro.
Art. 9. In artikel 30, § 1, van het decreet van 18 mei 1999 betreffende de geestelijke gezondheidszorg worden de woorden " 12 miljoen frank " vervangen door de woorden " 297 475 euro ".
Art. 9. Dans l'article 30, § 1, du décret du 18 mai 1999 relatif au secteur de la santé mentale, les mots " 12 millions de francs " sont remplacés par les mots " 297 475 euros ".
Art. 10. In artikel 31, § 1, van hetzelfde decreet worden de woorden " 10 miljoen frank " vervangen door de woorden " 247 900 euro ".
Art. 10. Dans l'article 31, § 1, du même décret, les mots " 10 millions de francs " sont remplacés par les mots " 247 900 euros ".
Afdeling IV. - Gezondheidsenquête.
Section IV.
Art. 11. Instemming wordt betuigd met het protocol van 29 maart 2000 tussen de Federale regering en de in de artikelen 128, 130 en 135 van de Grondwet bedoelde overheden inzake de organisatie en financiering van een gezondheidsenquête.
Art. 11. Il est donné assentiment au protocole du 29 mars 2000 conclu entre le Gouvernement fédéral et les autorités visées aux articles 128, 130 et 135 de la Constitution, concernant l'organisation et le financement d'une enquête de santé.
HOOFDSTUK IV. - Cultuur.
CHAPITRE IV. - Culture.
Afdeling I. - Amateurskunsten.
Section I. - Arts amateurs.
Art. 12. Aan artikel 14, § 2, van het decreet van 22 december 2000 betreffende de amateurskunsten wordt een zinsnede toegevoegd die luidt als volgt :
" en transferten ten gevolge van reaffectaties van personeelsleden naar het erkende steunpunt in uitvoering van artikel 45 van het decreet van 22 december 2000 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2001. "
" en transferten ten gevolge van reaffectaties van personeelsleden naar het erkende steunpunt in uitvoering van artikel 45 van het decreet van 22 december 2000 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2001. "
Art. 12. A l'article 14, § 2 du décret du 22 décembre 2000 relatif aux arts amateurs, il est ajouté un membre de phrase, rédigé comme suit :
" et des transferts suite aux réaffectations de membres du personnel au Service d'Appui agréé, en exécution de l'article 45 du décret du 22 décembre 2000 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2001. "
" et des transferts suite aux réaffectations de membres du personnel au Service d'Appui agréé, en exécution de l'article 45 du décret du 22 décembre 2000 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 2001. "
Afdeling II. - Cultuurinvesteringsfonds.
Section II. - Fonds d'investissements culturels.
Art. 13. In hoofdstuk XII van het decreet van 19 december 1998 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1999, wordt een artikel 51bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" Artikel 51bis. De Vlaamse regering bepaalt onder welke voorwaarden en op welke wijze de investeringssubsidies, bedoeld in artikel 51, 1°, door het Fonds worden verstrekt.
De investeringssubsidies betreffen enerzijds de subsidiëring van grote infrastructuren van hoog cultureel belang en anderzijds sectorale investeringssubsidies.
Onder grote infrastructuren van hoog cultureel belang worden verstaan : infrastructuren die van een uitzonderlijke omvang zijn en waarin een culturele werking wordt gerealiseerd die zich richt tot de ganse bevolking.
De subsidiëring van grote infrastructuren van een uitzonderlijke omvang wordt nominatim in de begroting van het Fonds voor Culturele Infrastructuur ingeschreven.
De raad voor Cultuur adviseert mee over de langetermijnvisie en -planning aangaande de nieuwe grote infrastructuren van hoog cultureel belang.
Onder sectorale investeringssubsidies worden verstaan : subsidies toegekend als tussenkomst in de infrastructuuruitgaven van specifieke sectoren die door de Vlaamse regering als prioritair worden aangeduid. De Vlaamse regering legt deze prioriteit vast voor een bepaalde periode. De Vlaamse regering bepaalt het globaal hiervoor te bestemmen subsidiebedrag.
Voor het toekennen van sectorale subsidies wordt door de Vlaamse regering, binnen het Fonds voor culturele infrastructuur, een adviescommissie opgericht met deelname van de administratie Cultuur en deskundigen i.v.m. de betrokken sectoren.
De regeling voor het toekennen van subsidies zal volgende bestanddelen bevatten :
- de bepaling van de kandidaat-subsidietrekker en de voorwaarden om voor subsidiëring in aanmerking te komen;
- de bepaling i.v.m. terugbetaling van de toegekende subsidies, bij vervreemding van de infrastructuur of bestemmingswijziging ervan;
- voor de toekenning van sectorale investeringssubsidies, zal de regeling nog bevatten :
- de wijze en de termijnen van het indienen van aanvragen,
- de beoordelingscriteria,
- de wijze van principiële toezegging,
- de uitbetalingsvoorwaarden en -modaliteiten. "
" Artikel 51bis. De Vlaamse regering bepaalt onder welke voorwaarden en op welke wijze de investeringssubsidies, bedoeld in artikel 51, 1°, door het Fonds worden verstrekt.
De investeringssubsidies betreffen enerzijds de subsidiëring van grote infrastructuren van hoog cultureel belang en anderzijds sectorale investeringssubsidies.
Onder grote infrastructuren van hoog cultureel belang worden verstaan : infrastructuren die van een uitzonderlijke omvang zijn en waarin een culturele werking wordt gerealiseerd die zich richt tot de ganse bevolking.
De subsidiëring van grote infrastructuren van een uitzonderlijke omvang wordt nominatim in de begroting van het Fonds voor Culturele Infrastructuur ingeschreven.
De raad voor Cultuur adviseert mee over de langetermijnvisie en -planning aangaande de nieuwe grote infrastructuren van hoog cultureel belang.
Onder sectorale investeringssubsidies worden verstaan : subsidies toegekend als tussenkomst in de infrastructuuruitgaven van specifieke sectoren die door de Vlaamse regering als prioritair worden aangeduid. De Vlaamse regering legt deze prioriteit vast voor een bepaalde periode. De Vlaamse regering bepaalt het globaal hiervoor te bestemmen subsidiebedrag.
Voor het toekennen van sectorale subsidies wordt door de Vlaamse regering, binnen het Fonds voor culturele infrastructuur, een adviescommissie opgericht met deelname van de administratie Cultuur en deskundigen i.v.m. de betrokken sectoren.
De regeling voor het toekennen van subsidies zal volgende bestanddelen bevatten :
- de bepaling van de kandidaat-subsidietrekker en de voorwaarden om voor subsidiëring in aanmerking te komen;
- de bepaling i.v.m. terugbetaling van de toegekende subsidies, bij vervreemding van de infrastructuur of bestemmingswijziging ervan;
- voor de toekenning van sectorale investeringssubsidies, zal de regeling nog bevatten :
- de wijze en de termijnen van het indienen van aanvragen,
- de beoordelingscriteria,
- de wijze van principiële toezegging,
- de uitbetalingsvoorwaarden en -modaliteiten. "
Art. 13. Dans le chapitre XII du décret du 19 décembre 1998 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 1999, il est inséré un article 51bis, rédigé comme suit :
" Article 51bis. Le Gouvernement flamand arrête les conditions et les modalités d'octroi par le Fonds des subventions d'investissement, visées à l'article 51, 1°.
Les subventions d'investissement concernent d'une part, le subventionnement des grandes infrastructures de haut intérêt culturel et d'autre part, les subventions d'investissement sectorielles.
Par grandes infrastructures de haut intérêt culturel, on entend les infrastructures d'une ampleur exceptionnelle dans lesquelles sont organisées des activités culturelles s'adressant au grand public.
Le subventionnement des grandes infrastructures d'une ampleur exceptionnelle est inscrit nommément au budget du " Fonds voor Culturele Infrastructuur ".
Le conseil de la Culture émet des avis sur la vision et la planification à long terme des grandes infrastructures de haut intérêt culturel.
Par subventions d'investissement sectorielles, on entend les subventions allouées à titre d'intervention dans les dépenses d'infrastructure faites par les secteurs spécifiques que le Gouvernement flamand désigne comme prioritaires. Le Gouvernement flamand désigne ces priorités pour une période déterminée. Le Gouvernement flamand fixe le montant global des subventions destinées à cet effet.
En vue de l'octroi des subventions sectorielles, le Gouvernement flamand crée au sein du " Fonds voor Culturele Infrastructuur ", une commission consultative associant l'administration de la Culture et des experts des secteurs intéressés.
Le régime d'octroi de subventions comportera les éléments suivants :
- la désignation du candidat bénéficiaire des subventions et les conditions de son éligibilité;
- la disposition relative au remboursement des subventions octroyées en cas d'aliénation de l'infrastructure ou de modification de sa destination;
- pour l'octroi de subventions d'investissement sectorielles, le régime comportera en plus :
- le mode et les délais de présentation des demandes,
- les critères d'évaluation,
- le mode d'accord de principe;
- les conditions et modalités de paiement. "
" Article 51bis. Le Gouvernement flamand arrête les conditions et les modalités d'octroi par le Fonds des subventions d'investissement, visées à l'article 51, 1°.
Les subventions d'investissement concernent d'une part, le subventionnement des grandes infrastructures de haut intérêt culturel et d'autre part, les subventions d'investissement sectorielles.
Par grandes infrastructures de haut intérêt culturel, on entend les infrastructures d'une ampleur exceptionnelle dans lesquelles sont organisées des activités culturelles s'adressant au grand public.
Le subventionnement des grandes infrastructures d'une ampleur exceptionnelle est inscrit nommément au budget du " Fonds voor Culturele Infrastructuur ".
Le conseil de la Culture émet des avis sur la vision et la planification à long terme des grandes infrastructures de haut intérêt culturel.
Par subventions d'investissement sectorielles, on entend les subventions allouées à titre d'intervention dans les dépenses d'infrastructure faites par les secteurs spécifiques que le Gouvernement flamand désigne comme prioritaires. Le Gouvernement flamand désigne ces priorités pour une période déterminée. Le Gouvernement flamand fixe le montant global des subventions destinées à cet effet.
En vue de l'octroi des subventions sectorielles, le Gouvernement flamand crée au sein du " Fonds voor Culturele Infrastructuur ", une commission consultative associant l'administration de la Culture et des experts des secteurs intéressés.
Le régime d'octroi de subventions comportera les éléments suivants :
- la désignation du candidat bénéficiaire des subventions et les conditions de son éligibilité;
- la disposition relative au remboursement des subventions octroyées en cas d'aliénation de l'infrastructure ou de modification de sa destination;
- pour l'octroi de subventions d'investissement sectorielles, le régime comportera en plus :
- le mode et les délais de présentation des demandes,
- les critères d'évaluation,
- le mode d'accord de principe;
- les conditions et modalités de paiement. "
Afdeling III. - Vzw Vlaams Omroeporkest en Kamerkoor.
Section III. - ASBL " Vlaams Omroepkoor en Kamerkoor ".
Art. 14. Aan artikel 4 van het decreet van 13 april 1999 tot regeling van de rechtspositie van het statutair en contractueel personeel van het VRT-Filharmonisch orkest en het VRT-koor wordt een § 5 toegevoegd, die luidt als volgt :
" § 5. Als vastgesteld wordt dat de VRT in realiteit meer loonkosten, genoemd in § 1, eerste lid, moet betalen dan oorspronkelijk door de VRT geraamd werd en aan de Vlaamse Gemeenschap werd meegedeeld, en het krediet, dat in de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het desbetreffende begrotingsjaar voorzien werd voor de financiering van de toelage, bedoeld in § 1, eerste lid, volstaat niet om het vastgestelde tekort te financieren, dan wordt de subsidie die, krachtens artikel 5 van het decreet van 19 december 1997 tot machtiging van de Vlaamse regering om mee te werken aan de oprichting van de vereniging zonder winstgevend doel " Vlaams Omroeporkest en Kamerkoor ", in dat begrotingsjaar aan die vzw wordt toegekend, van rechtswege verminderd met het bedrag dat de Vlaamse Gemeenschap aanvullend aan het voorziene krediet aan de VRT moet betalen.
In afwijking van artikelen 15 en 18 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, betaalt de vzw " Vlaams Omroeporkest en Kamerkoor " dit aanvullend bedrag in opdracht en voor rekening van de Vlaamse Gemeenschap aan de VRT binnen de termijn vastgesteld door de door de Vlaamse regering aangewezen dienst.
De door de Vlaamse regering aangewezen dienst brengt de vzw " Vlaams Omroeporkest en Kamerkoor " en de VRT op de hoogte van het juiste bedrag dat die vzw krachtens het tweede lid moet betalen aan de VRT.
Als vastgesteld wordt dat de VRT in realiteit minder loonkosten, genoemd in § 1, eerste lid, betaalde dan oorspronkelijk door de VRT voor dat begrotingsjaar geraamd werd en aan de Vlaamse Gemeenschap werd meegedeeld, dan wordt het door de Vlaamse Gemeenschap teveel betaalde bedrag van rechtswege toegevoegd aan de subsidie die, krachtens artikel 5 van het decreet van 19 december 1997 tot machtiging van de Vlaamse regering om mee te werken aan de oprichting van de vereniging zonder winstgevend doel " Vlaams Omroeporkest en Kamerkoor ", in dat begrotingsjaar aan die vzw wordt toegekend.
In afwijking van artikel 15 en 18 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, betaalt de VRT het bedrag, bedoeld in het vierde lid, in opdracht en voor rekening van de Vlaamse Gemeenschap aan de vzw " Vlaams Omroeporkest en Kamerkoor " binnen de termijn vastgesteld door de door de Vlaamse regering aangewezen dienst.
De door de Vlaamse regering aangewezen dienst brengt de VRT en de vzw " Vlaams Omroeporkest en Kamerkoor " op de hoogte van het juiste bedrag dat de VRT krachtens het vijfde lid moet betalen aan de vzw " Vlaams Omroeporkest en Kamerkoor ". "
" § 5. Als vastgesteld wordt dat de VRT in realiteit meer loonkosten, genoemd in § 1, eerste lid, moet betalen dan oorspronkelijk door de VRT geraamd werd en aan de Vlaamse Gemeenschap werd meegedeeld, en het krediet, dat in de algemene uitgavenbegroting van de Vlaamse Gemeenschap voor het desbetreffende begrotingsjaar voorzien werd voor de financiering van de toelage, bedoeld in § 1, eerste lid, volstaat niet om het vastgestelde tekort te financieren, dan wordt de subsidie die, krachtens artikel 5 van het decreet van 19 december 1997 tot machtiging van de Vlaamse regering om mee te werken aan de oprichting van de vereniging zonder winstgevend doel " Vlaams Omroeporkest en Kamerkoor ", in dat begrotingsjaar aan die vzw wordt toegekend, van rechtswege verminderd met het bedrag dat de Vlaamse Gemeenschap aanvullend aan het voorziene krediet aan de VRT moet betalen.
In afwijking van artikelen 15 en 18 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, betaalt de vzw " Vlaams Omroeporkest en Kamerkoor " dit aanvullend bedrag in opdracht en voor rekening van de Vlaamse Gemeenschap aan de VRT binnen de termijn vastgesteld door de door de Vlaamse regering aangewezen dienst.
De door de Vlaamse regering aangewezen dienst brengt de vzw " Vlaams Omroeporkest en Kamerkoor " en de VRT op de hoogte van het juiste bedrag dat die vzw krachtens het tweede lid moet betalen aan de VRT.
Als vastgesteld wordt dat de VRT in realiteit minder loonkosten, genoemd in § 1, eerste lid, betaalde dan oorspronkelijk door de VRT voor dat begrotingsjaar geraamd werd en aan de Vlaamse Gemeenschap werd meegedeeld, dan wordt het door de Vlaamse Gemeenschap teveel betaalde bedrag van rechtswege toegevoegd aan de subsidie die, krachtens artikel 5 van het decreet van 19 december 1997 tot machtiging van de Vlaamse regering om mee te werken aan de oprichting van de vereniging zonder winstgevend doel " Vlaams Omroeporkest en Kamerkoor ", in dat begrotingsjaar aan die vzw wordt toegekend.
In afwijking van artikel 15 en 18 van de wetten op de Rijkscomptabiliteit, gecoördineerd op 17 juli 1991, betaalt de VRT het bedrag, bedoeld in het vierde lid, in opdracht en voor rekening van de Vlaamse Gemeenschap aan de vzw " Vlaams Omroeporkest en Kamerkoor " binnen de termijn vastgesteld door de door de Vlaamse regering aangewezen dienst.
De door de Vlaamse regering aangewezen dienst brengt de VRT en de vzw " Vlaams Omroeporkest en Kamerkoor " op de hoogte van het juiste bedrag dat de VRT krachtens het vijfde lid moet betalen aan de vzw " Vlaams Omroeporkest en Kamerkoor ". "
Art. 14. A l'article 4 du décret du 13 avril 1999 réglant le statut du personnel statutaire et contractuel de l'Orchestre philharmonique de la VRT et du Choeur de la VRT, il est ajouté un § 5, rédigé comme suit :
" § 5. S'il est constaté que le coût salarial à payer par la VRT, prévu au § 1, premier alinéa, est en réalité supérieur à celui initialement estimé par elle et communiqué à la Communauté flamande, et que le crédit prévu au budget des dépenses générales de la Communauté flamande au titre de l'exercice budgétaire concerné, pour le financement de la dotation, visée au § 1, premier alinéa, ne suffit pas pour financer le déficit constaté, la subvention qui, en vertu de l'article 5 du décret du 19 décembre 1997 autorisant le Gouvernement flamand à collaborer à la création de l'association sans but lucratif " Vlaams Omroeporkest en Kamerkoor ", est allouée au cours de l'exercice budgétaire en question à l'asbl, est réduite de plein droit du montant que la Communauté flamande doit payer à la VRT en sus du crédit prévu.
Par dérogation aux articles 15 et 18 des lois sur la Comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991, l'asbl " Vlaams Omroeporkest en Kamerkoor " paie ce montant complémentaire à la VRTpour ordre et pour le compte de la Communauté flamande, dans le délai fixé par le service désigné par le Gouvernement flamand.
Le service désigné par le Gouvernement flamand notifie à l'asbl " Vlaams Omroeporkest en Kamerkoor " le montant exact que cette asbl doit payer à la VRT en vertu du deuxième alinéa.
S'il est constaté que le coût salarial, prévu au § 1, premier alinéa, payé par la VRT est en réalité inférieur à celui initialement estimé par la VRT pour l'exercice budgétaire en question et communiqué à la Communauté flamande, le surplus payé par la Communauté flamande est additionné de plein droit à la subvention qui, en vertu de l'article 5 du décret du 19 décembre 1997 autorisant le Gouvernement flamand à collaborer à la création de l'association sans but lucratif " Vlaams Omroeporkest en Kamerkoor ", est allouée au cours de l'exercice budgétaire en question à l'asbl.
Par dérogation aux articles 15 et 18 des lois sur la Comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991, la VRT paie le montant, visé au quatrième alinéa, à l'asbl " Vlaams Omroeporkest en Kamerkoor " pour ordre et pour le compte de la Communauté flamande, dans le délai fixé par le service désigné par le Gouvernement flamand.
Le service désigné par le Gouvernement flamand notifie à la VRT et à l'asbl " Vlaams Omroeporkest en Kamerkoor " le montant exact que la VRT doit payer en vertu du cinquième alinéa, à l'asbl " Vlaams Omroeporkest en Kamerkoor ". "
" § 5. S'il est constaté que le coût salarial à payer par la VRT, prévu au § 1, premier alinéa, est en réalité supérieur à celui initialement estimé par elle et communiqué à la Communauté flamande, et que le crédit prévu au budget des dépenses générales de la Communauté flamande au titre de l'exercice budgétaire concerné, pour le financement de la dotation, visée au § 1, premier alinéa, ne suffit pas pour financer le déficit constaté, la subvention qui, en vertu de l'article 5 du décret du 19 décembre 1997 autorisant le Gouvernement flamand à collaborer à la création de l'association sans but lucratif " Vlaams Omroeporkest en Kamerkoor ", est allouée au cours de l'exercice budgétaire en question à l'asbl, est réduite de plein droit du montant que la Communauté flamande doit payer à la VRT en sus du crédit prévu.
Par dérogation aux articles 15 et 18 des lois sur la Comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991, l'asbl " Vlaams Omroeporkest en Kamerkoor " paie ce montant complémentaire à la VRTpour ordre et pour le compte de la Communauté flamande, dans le délai fixé par le service désigné par le Gouvernement flamand.
Le service désigné par le Gouvernement flamand notifie à l'asbl " Vlaams Omroeporkest en Kamerkoor " le montant exact que cette asbl doit payer à la VRT en vertu du deuxième alinéa.
S'il est constaté que le coût salarial, prévu au § 1, premier alinéa, payé par la VRT est en réalité inférieur à celui initialement estimé par la VRT pour l'exercice budgétaire en question et communiqué à la Communauté flamande, le surplus payé par la Communauté flamande est additionné de plein droit à la subvention qui, en vertu de l'article 5 du décret du 19 décembre 1997 autorisant le Gouvernement flamand à collaborer à la création de l'association sans but lucratif " Vlaams Omroeporkest en Kamerkoor ", est allouée au cours de l'exercice budgétaire en question à l'asbl.
Par dérogation aux articles 15 et 18 des lois sur la Comptabilité de l'Etat, coordonnées le 17 juillet 1991, la VRT paie le montant, visé au quatrième alinéa, à l'asbl " Vlaams Omroeporkest en Kamerkoor " pour ordre et pour le compte de la Communauté flamande, dans le délai fixé par le service désigné par le Gouvernement flamand.
Le service désigné par le Gouvernement flamand notifie à la VRT et à l'asbl " Vlaams Omroeporkest en Kamerkoor " le montant exact que la VRT doit payer en vertu du cinquième alinéa, à l'asbl " Vlaams Omroeporkest en Kamerkoor ". "
HOOFDSTUK V. - Economie.
CHAPITRE V. - Economie.
Afdeling I. - Economische Expansie.
Section I. - Expansion économique.
Art. 15. In artikel 2 van het decreet van 15 december 1993 tot bevordering van de economische expansie in het Vlaamse Gewest wordt 1°, vervangen bij het decreet van 18 mei 1999, vervangen door wat volgt :
" 1° onderneming : natuurlijke personen die koopman zijn of een zelfstandig beroep uitoefenen, de vennootschappen die de rechtsvorm van een handelsvennootschap hebben aangenomen, de Europese Economische samenwerkingsverbanden en de economische samenwerkingsverbanden die beschikken over een exploitatiezetel in het Vlaamse Gewest of zich ertoe verbinden in het Vlaamse Gewest een exploitatiezetel te vestigen. "
" 1° onderneming : natuurlijke personen die koopman zijn of een zelfstandig beroep uitoefenen, de vennootschappen die de rechtsvorm van een handelsvennootschap hebben aangenomen, de Europese Economische samenwerkingsverbanden en de economische samenwerkingsverbanden die beschikken over een exploitatiezetel in het Vlaamse Gewest of zich ertoe verbinden in het Vlaamse Gewest een exploitatiezetel te vestigen. "
Art. 15. Dans l'article 2 du décret du 15 décembre 1993 favorisant l'expansion économique en Région flamande, le 1°, remplacé par le décret du 18 mai 1999, est remplacé par les dispositions suivantes :
" 1° entreprise : les personnes physiques qui sont négociants ou exercent une profession indépendante, les sociétés ayant adopté le statut de société commerciale, les groupements européens d'intérêt économique, les groupements d'intérêt économique qui disposent d'un siège d'exploitation en Région flamande ou qui s'engagent à y établir un siège d'exploitation. "
" 1° entreprise : les personnes physiques qui sont négociants ou exercent une profession indépendante, les sociétés ayant adopté le statut de société commerciale, les groupements européens d'intérêt économique, les groupements d'intérêt économique qui disposent d'un siège d'exploitation en Région flamande ou qui s'engagent à y établir un siège d'exploitation. "
Afdeling II. - Agro- en Visserijmarketing.
Section II. - Promotion des produits agricoles et de la pêche.
Art. 16. Aan artikel 3 van het decreet van 20 december 1996 betreffende het Vlaams Promotiecentrum voor Agro- en Visserijmarketing worden een § 3 en § 4 toegevoegd, die luiden als volgt :
" § 3. Onverminderd hetgeen bepaald wordt in § 4, worden de besluiten bedoeld in §§ 1 en 2 geacht nooit uitwerking te hebben gehad wanneer zij door de decreetgever niet worden bekrachtigd in het jaar volgend op dat van hun bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.
§ 4. Het besluit van 4 februari 1997 van de Vlaamse regering betreffende de verplichte bijdragen bestemd voor de promotie en afzetbevordering van de Vlaamse producten van de sectoren landbouw, tuinbouw en visserij, met bijlagen, evenals de wijzigingen ervan bij besluiten van 23 juli 1997, 4 november 1997, 10 maart 1998, 19 december 1998 en 26 januari 2001, worden bekrachtigd met ingang van de dag van hun inwerkingtreding. "
" § 3. Onverminderd hetgeen bepaald wordt in § 4, worden de besluiten bedoeld in §§ 1 en 2 geacht nooit uitwerking te hebben gehad wanneer zij door de decreetgever niet worden bekrachtigd in het jaar volgend op dat van hun bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.
§ 4. Het besluit van 4 februari 1997 van de Vlaamse regering betreffende de verplichte bijdragen bestemd voor de promotie en afzetbevordering van de Vlaamse producten van de sectoren landbouw, tuinbouw en visserij, met bijlagen, evenals de wijzigingen ervan bij besluiten van 23 juli 1997, 4 november 1997, 10 maart 1998, 19 december 1998 en 26 januari 2001, worden bekrachtigd met ingang van de dag van hun inwerkingtreding. "
Art. 16. A l'article 3 du décret du 20 décembre 1996 relatif au " Vlaams Promotiecentrum voor Agro- en Visserijmarketing " (Centre flamand pour la promotion des produits agricoles et de la pêche), il est ajouté un § 3 et un § 4, rédigés comme suit :
" § 3. Sans préjudice des dispositions du § 4, les arrêtés visés au §§ 1 et 2 sont censés n'avoir produit aucun effet lorsqu'ils ne sont pas sanctionnés par le pouvoir décrétal dans l'année qui suit celle de leur publication au Moniteur belge.
§ 4. L'arrêté du Gouvernement flamand du 4 février 1997 relatif aux cotisations obligatoires affectées à la promotion des produits flamands des secteurs agricole, horticole et de la pêche et de leurs débouchés, les annexes et les modifications apportées par les arrêtés des 23 juillet 1997, 4 novembre 1997, 10 mars 1998, 19 décembre 1998 et 26 janvier 2001, sont sanctionnés à partir de leur date d'entrée en vigueur. "
" § 3. Sans préjudice des dispositions du § 4, les arrêtés visés au §§ 1 et 2 sont censés n'avoir produit aucun effet lorsqu'ils ne sont pas sanctionnés par le pouvoir décrétal dans l'année qui suit celle de leur publication au Moniteur belge.
§ 4. L'arrêté du Gouvernement flamand du 4 février 1997 relatif aux cotisations obligatoires affectées à la promotion des produits flamands des secteurs agricole, horticole et de la pêche et de leurs débouchés, les annexes et les modifications apportées par les arrêtés des 23 juillet 1997, 4 novembre 1997, 10 mars 1998, 19 décembre 1998 et 26 janvier 2001, sont sanctionnés à partir de leur date d'entrée en vigueur. "
HOOFDSTUK VI. - Vlaams Provinciefonds.
CHAPITRE VI. - Fonds flamand des Provinces.
Art. 17. Aan artikel 9 van het decreet van 29 april 1991 betreffende het Vlaams Provinciefonds wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" Wanneer de dotatie van het jaar waarvoor de kwartaalvoorschotten worden toegekend kleiner is dan de dotatie van het laatste jaar waarvoor de Vlaamse regering de definitieve verdeling heeft bepaald, wordt de som van de, overeenkomstig het eerste lid van dit artikel, aan elke provincie toegekende kwartaalvoorschotten beperkt tot het op basis van dit decreet vastgestelde aandeel van die provincie in de dotatie van het jaar waarvoor de voorschotten worden toegekend. "
" Wanneer de dotatie van het jaar waarvoor de kwartaalvoorschotten worden toegekend kleiner is dan de dotatie van het laatste jaar waarvoor de Vlaamse regering de definitieve verdeling heeft bepaald, wordt de som van de, overeenkomstig het eerste lid van dit artikel, aan elke provincie toegekende kwartaalvoorschotten beperkt tot het op basis van dit decreet vastgestelde aandeel van die provincie in de dotatie van het jaar waarvoor de voorschotten worden toegekend. "
Art. 17. A l'article 9 du décret du 29 avril 1991 relatif au Fonds flamand des Provinces, il est ajouté un deuxième alinéa, rédigé comme suit :
" Lorsque la dotation de l'année au titre de laquelle les avances trimestrielles sont octroyées, est inférieure à la dotation de la dernière année pour laquelle le Gouvernement flamand a fixé la répartition définitive, la somme des avances trimestrielles allouées à chaque province, conformément au premier alinéa du présent article, est limitée à la quote-part déterminée sur la base du présent décret, de la province dans la dotation de l'année pour laquelle les avances sont accordées. "
" Lorsque la dotation de l'année au titre de laquelle les avances trimestrielles sont octroyées, est inférieure à la dotation de la dernière année pour laquelle le Gouvernement flamand a fixé la répartition définitive, la somme des avances trimestrielles allouées à chaque province, conformément au premier alinéa du présent article, est limitée à la quote-part déterminée sur la base du présent décret, de la province dans la dotation de l'année pour laquelle les avances sont accordées. "
HOOFDSTUK VII. - Vlaamse Vervoermaatschappij De Lijn.
CHAPITRE VII. - " Vlaamse Vervoermaatschappij De Lijn ".
Art. 18. Aan artikel 3 van het decreet van 31 juli 1990 tot oprichting van de Vlaamse Vervoermaatschappij, gewijzigd bij decreten van 18 mei 1999 en 8 december 2000, wordt een vijfde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" De Maatschappij organiseert leerlingenvervoer zoals bedoeld in de wet van 15 juli 1983 houdende de oprichting van de Nationale Dienst voor Leerlingenvervoer. De opdracht van de Maatschappij omvat het vastleggen van de reisroutes, het vaststellen van de behoeften en het in eigen beheer of via uitbesteding uitvoeren van de busdiensten. "
" De Maatschappij organiseert leerlingenvervoer zoals bedoeld in de wet van 15 juli 1983 houdende de oprichting van de Nationale Dienst voor Leerlingenvervoer. De opdracht van de Maatschappij omvat het vastleggen van de reisroutes, het vaststellen van de behoeften en het in eigen beheer of via uitbesteding uitvoeren van de busdiensten. "
Art. 18. A l'article 3 du décret du 31 juillet 1990 portant création de la " Vlaamse Vervoermaatschappij " (Société des Transports flamande), modifié par les décrets des 18 mai 1999 et 8 décembre 2000, il est ajouté un cinquième alinéa, rédigé comme suit :
" La Société organise le transport scolaire, tel que visé par la loi du 15 juillet 1983 portant création du Service national de Transport scolaire. La mission de la Société implique la fixation des itinéraires, la détermination des besoins et l'accomplissement en régie ou par sous-traitance des services de transport par bus. "
" La Société organise le transport scolaire, tel que visé par la loi du 15 juillet 1983 portant création du Service national de Transport scolaire. La mission de la Société implique la fixation des itinéraires, la détermination des besoins et l'accomplissement en régie ou par sous-traitance des services de transport par bus. "
HOOFDSTUK VIII. - Afvalstoffen.
CHAPITRE VIII. - Déchets.
Art. 19. In artikel 47, § 2, van het decreet van 2 juli 1981 betreffende de voorkoming en het beheer van afvalstoffen worden 8°, a), derde streepje, 11°, eerste streepje, 12°, 29° opgeheven.
Art. 19. Dans l'article 47, § 2, du décret du 2 juillet 1981 relatif à la prévention et à la gestion des déchets, les 8°, a), troisième tiret, 11°, premier tiret, 12° et 29° sont abrogés.
Art. 20. In artikel 47, § 2, van hetzelfde decreet wordt een 37°bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" 37°bis vanaf 1 januari 2002 6,2 euro/ton voor het storten, in een daartoe vergunde inrichting, en 1,24 euro/ton voor het verbranden, in een daartoe vergunde inrichting, van recyclageresidu's van bedrijven die afvalstoffen afkomstig van selectieve inzamelingen, zoals hieronder vermeld, gebruiken of voorsorteren als grondstof voor de aanmaak van nieuwe producten;
De te storten of verbranden restfractie moet na voorbehandeling kleiner zijn dan de hierna vermelde percentages welke moeten beschouwd worden ten opzichte van de totale aanvoer van de betreffende afvalstoffen op jaarbasis in de vergunde inrichting :
- 5 gewichtspercent voor papier en kartonafval;
- 15 gewichtspercent voor glasafval;
- 10 gewichtspercent voor lompenafval;
- 5 gewichtspercent voor kunststofafval;
- 10 gewichtspercent voor elektronisch en elektrisch schrootafval;
- 10 gewichtspercent voor schrootafval;
- 20 gewichtspercent voor houtafval;
- 5 gewichtspercent voor groenafval;
- 5 gewichtspercent voor piepschuimafval;
- 10 gewichtspercent voor groente-, fruit- en tuinafval (GFT);
- 11 gewichtspercent voor groente-, fruit- en tuinafval vermengd met gebruikte luiers;
- 20 gewichtspercent voor bouw- en sloopafval;
- 10 gewichtspercent voor rubberafval, andere dan bandenafval;
- 5 gewichtspercent voor bandenafval;
- 20 gewichtspercent voor plastiekverpakkingen, metalen verpakkingen en drankkartons (PMD);
- 25 gewichtspercent voor shredderafval/flotatieafval afkomstig van schrootverwerking.
Voor het storten, in een daartoe vergunde inrichting, of verbranden, in een daartoe vergunde inrichting, van afvalstoffen afkomstig van het gebruik van selectief ingezameld papier- of kartonafval of van het voorbehandelen tot grondstof binnen de inrichting vergund voor de aanmaak van nieuw papier of karton geldt een tarief van 1,24 euro per ton.
Voor het storten, in een daartoe vergunde inrichting, of verbranden, in een daartoe vergunde inrichting, van recyclageresidu's van bedrijven die glasafval afkomstig van selectieve inzamelingen, gebruiken of voorsorteren als grondstof voor de aanmaak van nieuw glas geldt een tarief van 0 euro per ton.
De vermelde gewichtspercenten gelden voor verbranden en storten samen. "
" 37°bis vanaf 1 januari 2002 6,2 euro/ton voor het storten, in een daartoe vergunde inrichting, en 1,24 euro/ton voor het verbranden, in een daartoe vergunde inrichting, van recyclageresidu's van bedrijven die afvalstoffen afkomstig van selectieve inzamelingen, zoals hieronder vermeld, gebruiken of voorsorteren als grondstof voor de aanmaak van nieuwe producten;
De te storten of verbranden restfractie moet na voorbehandeling kleiner zijn dan de hierna vermelde percentages welke moeten beschouwd worden ten opzichte van de totale aanvoer van de betreffende afvalstoffen op jaarbasis in de vergunde inrichting :
- 5 gewichtspercent voor papier en kartonafval;
- 15 gewichtspercent voor glasafval;
- 10 gewichtspercent voor lompenafval;
- 5 gewichtspercent voor kunststofafval;
- 10 gewichtspercent voor elektronisch en elektrisch schrootafval;
- 10 gewichtspercent voor schrootafval;
- 20 gewichtspercent voor houtafval;
- 5 gewichtspercent voor groenafval;
- 5 gewichtspercent voor piepschuimafval;
- 10 gewichtspercent voor groente-, fruit- en tuinafval (GFT);
- 11 gewichtspercent voor groente-, fruit- en tuinafval vermengd met gebruikte luiers;
- 20 gewichtspercent voor bouw- en sloopafval;
- 10 gewichtspercent voor rubberafval, andere dan bandenafval;
- 5 gewichtspercent voor bandenafval;
- 20 gewichtspercent voor plastiekverpakkingen, metalen verpakkingen en drankkartons (PMD);
- 25 gewichtspercent voor shredderafval/flotatieafval afkomstig van schrootverwerking.
Voor het storten, in een daartoe vergunde inrichting, of verbranden, in een daartoe vergunde inrichting, van afvalstoffen afkomstig van het gebruik van selectief ingezameld papier- of kartonafval of van het voorbehandelen tot grondstof binnen de inrichting vergund voor de aanmaak van nieuw papier of karton geldt een tarief van 1,24 euro per ton.
Voor het storten, in een daartoe vergunde inrichting, of verbranden, in een daartoe vergunde inrichting, van recyclageresidu's van bedrijven die glasafval afkomstig van selectieve inzamelingen, gebruiken of voorsorteren als grondstof voor de aanmaak van nieuw glas geldt een tarief van 0 euro per ton.
De vermelde gewichtspercenten gelden voor verbranden en storten samen. "
Art. 20. Dans l'article 47, § 2, du même décret, il est inséré un 37°bis, rédigé comme suit :
" 37°bis à partir du 1er janvier 2002, 6,2 euros/tonne pour la mise en décharge dans un établissement autorisé à cet effet et 1,24 euro/tonne pour l'incinération dans un établissement autorisé à cet effet, de résidus de recyclage provenant d'entreprises qui utilisent ou trient des déchets collectés sélectivement, mentionnés ci-dessous, comme matière première pour la production de nouveaux produits;
La fraction résiduaire à mettre en décharge ou à incinérer doit, après prétraitement, être inférieure au pourcentages ci-dessous lesquels doivent se rapporter à l'acheminement total des déchets en question, sur base annuelle, vers l'établissement autorisé :
- 5 pour cent en poids pour déchets de papier et de carton;
- 15 pour cent en poids pour déchets de verre;
- 10 pour cent en poids pour déchets de chiffons;
- 5 pour cent en poids pour déchets plastiques;
- 10 pour cent en poids pour déchets de ferraille électronique et électrique;
- (pas traduit, voir version néerlandaise)
- 20 pour cent en poids pour déchets de bois;
- 5 pour cent en poids pour déchets verts;
- 5 pour cent en poids pour déchets de polystyrène expansé;
- 10 pour cent en poids pour déchets de légumes, de fruits et de jardin (GFT);
- 11 pour cent en poids pour le mélange de déchets de légumes, de fruits et de jardin et de couches usées;
- 20 pour cent en poids pour déchets de construction et de démolition;
- 10 pour cent en poids pour déchets de caoutchouc, autres que déchets de pneus;
- 5 pour cent en poids pour déchets de pneus;
- 20 pour cent en poids pour déchets plastiques, emballages métalliques et briques pour boissons (PMD);
- 25 pour cent en poids pour déchets de compactage/flottation issus de la transformation de ferraille.
La mise en décharge dans un établissement autorisé à cet effet, ou l'incinération dans un établissement autorisé à cet effet, de déchets provenant de la collecte sélective de déchets de papier ou de carton ou du prétraitement comme matière première par l'établissement autorisé pour la production de nouveau papier ou carton, est soumis à un tarif de 1,24 euro par tonne.
La mise en décharge dans un établissement autorisé à cet effet, ou l'incinération dans un établissement autorisé à cet effet, de résidus de recyclage provenant d'établissements qui utilisent ou trient les déchets de verre collectés sélectivement comme matière première pour la production de verre, est soumis à un tarif de 0 euro par tonne.
Les pourcentages en poids mentionnés s'appliquent à la fois à la mise en décharge et à l'incinération. "
" 37°bis à partir du 1er janvier 2002, 6,2 euros/tonne pour la mise en décharge dans un établissement autorisé à cet effet et 1,24 euro/tonne pour l'incinération dans un établissement autorisé à cet effet, de résidus de recyclage provenant d'entreprises qui utilisent ou trient des déchets collectés sélectivement, mentionnés ci-dessous, comme matière première pour la production de nouveaux produits;
La fraction résiduaire à mettre en décharge ou à incinérer doit, après prétraitement, être inférieure au pourcentages ci-dessous lesquels doivent se rapporter à l'acheminement total des déchets en question, sur base annuelle, vers l'établissement autorisé :
- 5 pour cent en poids pour déchets de papier et de carton;
- 15 pour cent en poids pour déchets de verre;
- 10 pour cent en poids pour déchets de chiffons;
- 5 pour cent en poids pour déchets plastiques;
- 10 pour cent en poids pour déchets de ferraille électronique et électrique;
- (pas traduit, voir version néerlandaise)
- 20 pour cent en poids pour déchets de bois;
- 5 pour cent en poids pour déchets verts;
- 5 pour cent en poids pour déchets de polystyrène expansé;
- 10 pour cent en poids pour déchets de légumes, de fruits et de jardin (GFT);
- 11 pour cent en poids pour le mélange de déchets de légumes, de fruits et de jardin et de couches usées;
- 20 pour cent en poids pour déchets de construction et de démolition;
- 10 pour cent en poids pour déchets de caoutchouc, autres que déchets de pneus;
- 5 pour cent en poids pour déchets de pneus;
- 20 pour cent en poids pour déchets plastiques, emballages métalliques et briques pour boissons (PMD);
- 25 pour cent en poids pour déchets de compactage/flottation issus de la transformation de ferraille.
La mise en décharge dans un établissement autorisé à cet effet, ou l'incinération dans un établissement autorisé à cet effet, de déchets provenant de la collecte sélective de déchets de papier ou de carton ou du prétraitement comme matière première par l'établissement autorisé pour la production de nouveau papier ou carton, est soumis à un tarif de 1,24 euro par tonne.
La mise en décharge dans un établissement autorisé à cet effet, ou l'incinération dans un établissement autorisé à cet effet, de résidus de recyclage provenant d'établissements qui utilisent ou trient les déchets de verre collectés sélectivement comme matière première pour la production de verre, est soumis à un tarif de 0 euro par tonne.
Les pourcentages en poids mentionnés s'appliquent à la fois à la mise en décharge et à l'incinération. "
Art. 21. In artikel 47, § 2, van hetzelfde decreet worden in 38° de woorden " sub 37° " vervangen door de woorden " sub 37°bis ".
Art. 21. Dans l'article 47, § 2, 38° du même décret, les mots " 37° inclus " sont remplacés par les mots " 37°bis inclus ".
Art. 22. Aan artikel 47, § 2, van hetzelfde decreet wordt een lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
" Gronden die beantwoorden aan de voorwaarden voor het gebruik als bodem opgenomen in het Vlaams reglement inzake afvalvoorkoming en -beheer en het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering worden niet onderworpen aan een afvalheffing. "
" Gronden die beantwoorden aan de voorwaarden voor het gebruik als bodem opgenomen in het Vlaams reglement inzake afvalvoorkoming en -beheer en het Vlaams reglement betreffende de bodemsanering worden niet onderworpen aan een afvalheffing. "
Art. 22. A l'article 47, § 2 du même décret, il est ajouté un alinéa, rédigé comme suit :
" Les terrains qui répondent aux conditions d'utilisation comme sol repris dans le règlement flamand relatif à la prévention et à la gestion des déchets et le règlement flamand relatif à l'assainissement du sol, ne sont pas soumis à redevance. "
" Les terrains qui répondent aux conditions d'utilisation comme sol repris dans le règlement flamand relatif à la prévention et à la gestion des déchets et le règlement flamand relatif à l'assainissement du sol, ne sont pas soumis à redevance. "
HOOFDSTUK IX. - Monumenten en Landschappen.
CHAPITRE IX. - Monuments et Sites.
Art. 24. In het decreet van 18 mei 1999 houdende diverse bepalingen naar aanleiding van de begroting 1999, worden in artikel 7 de woorden : " Koksijdestraat 2 " vervangen door de woorden " Grote Markt 26 ".
Art. 24. Dans l'article 7 du décret du 18 mai 1999 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 1999, les mots " Koksijdestraat 2 " sont remplacés par les mots " Grote Markt 26 ".
HOOFDSTUK X. - Media.
CHAPITRE X. - Médias.
Afdeling I. - Audiovisuele cultuur.
Section I. - Culture audiovisuelle.
Art. 25. In artikel 7, § 1, van het decreet van 22 december 1993 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1994 wordt het derde lid vervangen door wat volgt :
" De verenigingen of instellingen moeten minimum twee van de zes activiteiten uitoefenen. De subsidies kunnen maximaal een derde bedragen van de kosten voor uitgaven bepaald onder 1°, 2°, 4°, 5° en 6°; zij kunnen maximaal de helft van de kosten bedragen voor de uitgaven bepaald onder 3°. "
" De verenigingen of instellingen moeten minimum twee van de zes activiteiten uitoefenen. De subsidies kunnen maximaal een derde bedragen van de kosten voor uitgaven bepaald onder 1°, 2°, 4°, 5° en 6°; zij kunnen maximaal de helft van de kosten bedragen voor de uitgaven bepaald onder 3°. "
Art. 25. Dans l'article 7, § 1, du décret du 22 décembre 1993 contenant diverses mesures d'accompagnement du budget 1994, le troisième alinéa est remplacé par la disposition suivante :
" Les organisations ou institutions doivent exercer au moins deux des six activités susvisées. Les subventions seront plafonnées à un tiers des frais exposés pour les dépenses reprises sous 1°, 2°, 4° 5° et 6°; elles seront plafonnées à la moitié des frais exposés pour les dépenses prévues sous 3°. "
" Les organisations ou institutions doivent exercer au moins deux des six activités susvisées. Les subventions seront plafonnées à un tiers des frais exposés pour les dépenses reprises sous 1°, 2°, 4° 5° et 6°; elles seront plafonnées à la moitié des frais exposés pour les dépenses prévues sous 3°. "
Afdeling II. - Fonds tot aanmoediging van de schepping van geluidswerken en audiovisuele werken.
Section II. - Fonds pour encourager la création d'oeuvres sonores et audiovisuelles.
HOOFDSTUK XI. - Onroerende domeingoederen.
CHAPITRE XI. - Immeubles domaniaux.
Art. 27. In artikel 1 van de wet van 31 mei 1923 betreffende de vervreemding van onroerende domeingoederen, gewijzigd bij de wetten van 2 juli 1969 en 6 juli 1989 en van overeenkomstige toepassing verklaard op de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest bij artikel 22 van het decreet van 20 december 1989 houdende bepalingen tot uitvoering van de begroting van de Vlaamse Gemeenschap, wordt voor wat de Vlaamse Gemeenschap en het Vlaamse Gewest betreft, de woorden " 50 miljoen frank " vervangen door de woorden " 1 250 000 euro ".
Art. 27. Dans l'article 1 de la loi du 31 mai 1923 relative à l'aliénation d'immeubles domaniaux, modifié par les lois des 2 juillet 1969 et 6 juillet 1989 et déclarée applicable par analogie à la Région flamande par l'article 22 du décret du 20 décembre 1989 contenant des dispositions d'exécution du budget de la Communauté flamande, les mots " 50 millions de francs " sont remplacés par les mots " 1 250 000 euros ", pour ce qui concerne la Communauté flamande et la Région flamande.
HOOFDSTUK XII. - Onroerende voorheffing.
CHAPITRE XII. - Précompte immobilier.
Art. 28. Aan artikel 496 van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992 worden, voor wat de onroerende voorheffing in het Vlaamse Gewest betreft, na de woorden " administratie der directe belastingen " de woorden " of het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap " toegevoegd.
Art. 28. A l'article 496 du Code des impôts sur les revenus 1992, il est ajouté, pour ce qui concerne le précompte immobilier en Région flamande, après les mots " l'administration des contributions directes ", les mots " ou le Ministère de la Communauté flamande ".
HOOFDSTUK XIII. - Kas-, Schuld- en Waarborgbeheer.
CHAPITRE XIII. - Gestion de la trésorerie, de la dette et de la garantie.
Art. 30. De indirecte schuld, zoals gedefinieerd in artikel 2, 2°, van het decreet van 16 december 1997 houdende bepaling van het kas-, schuld- en waarborgbeheer van de Vlaamse Gemeenschap, kan - voor wat het aandeel schuld van de lagere overheden betreft - geheel of gedeeltelijk worden opgenomen in de directe schuld.
De Vlaamse regering wordt hiertoe gemachtigd.
De Vlaamse regering wordt hiertoe gemachtigd.
Art. 30. La dette indirecte, telle que définie à l'article 2, 2° du décret du 16 décembre 1997 contenant des dispositions relatives à la gestion de la trésorerie, de la dette et de la garantie de la Communauté flamande, peut être reprise en tout ou en partie dans la dette directe, pour ce qui concerne la quote-part de la dette des pouvoirs subordonnés.
Le Gouvernement flamand est autorisé à cet effet.
Le Gouvernement flamand est autorisé à cet effet.
HOOFDSTUK XIV. - Successierechten.
CHAPITRE XIV. - Droits de succession.
HOOFDSTUK XV. - Belasting op de automatische ontspanningstoestellen.
CHAPITRE XV. - Taxe sur les appareils automatiques de divertissement.
Art. 32. In titel IV van het Wetboek van de met inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen wordt een hoofdstuk IVbis ingevoegd, dat luidt als volgt :
" HOOFDSTUK IVbis. - Regeling voor wat het Vlaams Gewest betreft tot teruggave van de belasting.
Artikel 84bis. Wanneer het toestel, waarvoor reeds werd betaald, door overmacht niet wordt opgesteld of in de loop van het eerste, het tweede of het derde kwartaal van het aanslagjaar niet meer wordt opgesteld, wordt het volledig bedrag, de drie vierden, de helft of het vierde van de betaalde belasting voor dat aanslagjaar teruggegeven.
De Vlaamse regering bepaalt de nadere regels inzake terugbetaling. "
" HOOFDSTUK IVbis. - Regeling voor wat het Vlaams Gewest betreft tot teruggave van de belasting.
Artikel 84bis. Wanneer het toestel, waarvoor reeds werd betaald, door overmacht niet wordt opgesteld of in de loop van het eerste, het tweede of het derde kwartaal van het aanslagjaar niet meer wordt opgesteld, wordt het volledig bedrag, de drie vierden, de helft of het vierde van de betaalde belasting voor dat aanslagjaar teruggegeven.
De Vlaamse regering bepaalt de nadere regels inzake terugbetaling. "
Art. 32. Dans le titre IV du Code des taxes assimilées aux impôts sur les revenus, il est inséré un chapitre IVbis, rédigé comme suit :
" CHAPITRE IVbis. - Régime de remboursement d'impôts en ce qui concerne la Région flamande.
Article 84bis. Lorsque l'appareil qui a déjà fait l'objet d'un paiement, n'est pas installé ou ne sera plus installé au cours des premier, deuxième ou troisième trimestres de l'année d'imposition, le montant complet, les trois-quarts, la moitié ou le quart de la taxe payée est remboursée pour cette année d'imposition.
Le Gouvernement flamand arrête les modalités du remboursement. "
" CHAPITRE IVbis. - Régime de remboursement d'impôts en ce qui concerne la Région flamande.
Article 84bis. Lorsque l'appareil qui a déjà fait l'objet d'un paiement, n'est pas installé ou ne sera plus installé au cours des premier, deuxième ou troisième trimestres de l'année d'imposition, le montant complet, les trois-quarts, la moitié ou le quart de la taxe payée est remboursée pour cette année d'imposition.
Le Gouvernement flamand arrête les modalités du remboursement. "
HOOFDSTUK XVI. - Fonds personeelsleden met verlof voor opdracht.
CHAPITRE XVI. - Fonds des membres du personnel en congé pour mission.
Art. 33. [1 Bij elk op 1 januari 2007 bestaand Vlaams ministerie wordt er een fonds, in de zin van [5 artikel 15, § 2 en § 3, van de Vlaamse Codex Overheidsfinanciën van 29 maart 2019]5, opgericht voor de aanwending van de terugbetaling van salarissen van personeelsleden binnen het Vlaams ministerie die ten laste genomen worden door andere overheden of vakorganisaties.
§ 2. Aan ieder fonds worden toegewezen :
- alle terugvorderingen van wedden en ermee samenhangende vergoedingen of kosten met betrekking tot personeelsleden van het betrokken Vlaams ministerie die ten laste genomen worden door andere overheden of vakorganisaties;
- een gedeelte van het vastleggings- en ordonnanceringssaldo op 31 december 2006 dat bij besluit van de Vlaamse Regering zal worden vastgesteld.
§ 3. [5 De middelen van ieder fonds dienen aangewend te worden voor de betaling van wedden en weddentoelagen van de ter vervanging aangeworven personeelsleden of van de personeelsleden binnen het Vlaams ministerie die ten laste genomen worden door andere overheden of organisaties.]5
§ 4. Aan het fonds van het Vlaams ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin worden toegewezen :
- alle terugvorderingen van wedden en ermee samenhangende vergoedingen of kosten met betrekking tot personeelsleden welke op basis van het decreet van 15 december 2006 betreffende de aanstelling van bedienaars der erediensten en moreel consulenten bij sommige rechtspersonen worden aangesteld bij instellingen van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.
§ 5. De middelen van het fonds van het Vlaams ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, verkregen op basis van § 4, dienen aangewend te worden voor de betaling van de wedden en weddentoelagen van de personeelsleden welke op basis van het decreet van 15 december 2006 betreffende de aanstelling van bedienaars der erediensten en moreel consulenten bij sommige rechtspersonen worden aangesteld bij instellingen van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.]1
[2 § 6. De middelen van het fonds van het Vlaams ministerie van Bestuurszaken, verkregen op basis van § 2, kunnen eveneens aangewend worden voor het ontwikkelen van Vlaamse overheidsgerelateerde ICT-projecten.]2
[3 § 7. Aan het fonds bij het Vlaams ministerie Kanselarij en Bestuur worden alle terugvorderingen van wedden en ermee samenhangende vergoedingen of kosten toegewezen met betrekking tot personeelsleden die naar het agentschap Facilitair Bedrijf worden overgedragen zonder kredietoverdracht of hun vervangers.]3
[3 § 8. De middelen van het fonds van het Vlaams ministerie Kanselarij en Bestuur, verkregen op basis van paragraaf 7, dienen aangewend te worden voor de betaling van wedden, weddentoelagen en werkingskosten van personeelsleden die naar het agentschap Facilitair Bedrijf worden overgedragen zonder kredietoverdracht of hun vervangers.]3
[4 § 9. [6 Aan het fonds van het Vlaams ministerie van Cultuur, Jeugd, Sport en Media worden alle inkomsten toegewezen die verkregen worden uit de kandidaatstellingen voor landelijke radio's, netwerkradio's en lokale radio's die bij het Departement Cultuur, Jeugd en Media worden ingediend.
De middelen van het fonds van het Vlaams ministerie van Cultuur, Jeugd, Sport en Media, verkregen op basis van het eerste lid, dienen aangewend te worden voor de betaling van de wedden en weddentoelagen van de tijdelijke personeelsleden die worden aangeworven voor het behandelen van de aanvragen inzake landelijke radio's, netwerkradio's en lokale radio's alsook voor de werkingsuitgaven naar aanleiding van de behandeling van de genoemde aanvragen.]6]4
[7 § 10. De middelen van het fonds van het Vlaams ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, verkregen op basis van paragraaf 2, kunnen eveneens aangewend worden voor de betaling van facturen voor het tijdelijk inhuren van personeel via uitzendarbeid of externe ICT-profielen ter vervanging van de personeelsleden binnen WVG die ten laste genomen worden door andere organisaties of overheden]7;
[8 § 11. Aan het fonds bij het Vlaams Ministerie van Kanselarij, Bestuur, Buitenlandse Zaken en Justitie worden alle ontvangsten uit de betalende diensten inzake overheidsopdrachten van het agentschap Facilitair Bedrijf toegewezen.
§ 12. De middelen van het fonds van het Vlaams Ministerie van Kanselarij, Bestuur, Buitenlandse Zaken en Justitie, verkregen op basis van paragraaf 11, worden aangewend voor de betaling van wedden, weddetoelagen en werkingskosten die gemaakt worden in het kader van de betalende diensten inzake overheidsopdrachten van het agentschap Facilitair Bedrijf]8;
[9 § 13. Aan het fonds bij het Vlaams Ministerie van Omgeving worden alle terugvorderingen van wedden en de vergoedingen of kosten die ermee samenhangen, toegewezen die betrekking hebben op personeelsleden van het Ministerie van Omgeving en die worden ingezet door andere organisaties voor de uitvoering van specifieke taken in het kader van opdrachten van de Vlaamse Regering.
De middelen van het fonds van het Vlaamse Ministerie van Omgeving, die worden verkregen conform het eerste lid, worden gebruikt om de wedden, weddentoelagen en werkingskosten van personeelsleden te betalen die worden ingezet door andere organisaties voor de uitvoering van specifieke taken in het kader van opdrachten van de Vlaamse Regering, of voor de betaling van wedden, weddentoelagen en werkingskosten van hun vervangers]9.
§ 2. Aan ieder fonds worden toegewezen :
- alle terugvorderingen van wedden en ermee samenhangende vergoedingen of kosten met betrekking tot personeelsleden van het betrokken Vlaams ministerie die ten laste genomen worden door andere overheden of vakorganisaties;
- een gedeelte van het vastleggings- en ordonnanceringssaldo op 31 december 2006 dat bij besluit van de Vlaamse Regering zal worden vastgesteld.
§ 3. [5 De middelen van ieder fonds dienen aangewend te worden voor de betaling van wedden en weddentoelagen van de ter vervanging aangeworven personeelsleden of van de personeelsleden binnen het Vlaams ministerie die ten laste genomen worden door andere overheden of organisaties.]5
§ 4. Aan het fonds van het Vlaams ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin worden toegewezen :
- alle terugvorderingen van wedden en ermee samenhangende vergoedingen of kosten met betrekking tot personeelsleden welke op basis van het decreet van 15 december 2006 betreffende de aanstelling van bedienaars der erediensten en moreel consulenten bij sommige rechtspersonen worden aangesteld bij instellingen van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.
§ 5. De middelen van het fonds van het Vlaams ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, verkregen op basis van § 4, dienen aangewend te worden voor de betaling van de wedden en weddentoelagen van de personeelsleden welke op basis van het decreet van 15 december 2006 betreffende de aanstelling van bedienaars der erediensten en moreel consulenten bij sommige rechtspersonen worden aangesteld bij instellingen van het beleidsdomein Welzijn, Volksgezondheid en Gezin.]1
[2 § 6. De middelen van het fonds van het Vlaams ministerie van Bestuurszaken, verkregen op basis van § 2, kunnen eveneens aangewend worden voor het ontwikkelen van Vlaamse overheidsgerelateerde ICT-projecten.]2
[3 § 7. Aan het fonds bij het Vlaams ministerie Kanselarij en Bestuur worden alle terugvorderingen van wedden en ermee samenhangende vergoedingen of kosten toegewezen met betrekking tot personeelsleden die naar het agentschap Facilitair Bedrijf worden overgedragen zonder kredietoverdracht of hun vervangers.]3
[3 § 8. De middelen van het fonds van het Vlaams ministerie Kanselarij en Bestuur, verkregen op basis van paragraaf 7, dienen aangewend te worden voor de betaling van wedden, weddentoelagen en werkingskosten van personeelsleden die naar het agentschap Facilitair Bedrijf worden overgedragen zonder kredietoverdracht of hun vervangers.]3
[4 § 9. [6 Aan het fonds van het Vlaams ministerie van Cultuur, Jeugd, Sport en Media worden alle inkomsten toegewezen die verkregen worden uit de kandidaatstellingen voor landelijke radio's, netwerkradio's en lokale radio's die bij het Departement Cultuur, Jeugd en Media worden ingediend.
De middelen van het fonds van het Vlaams ministerie van Cultuur, Jeugd, Sport en Media, verkregen op basis van het eerste lid, dienen aangewend te worden voor de betaling van de wedden en weddentoelagen van de tijdelijke personeelsleden die worden aangeworven voor het behandelen van de aanvragen inzake landelijke radio's, netwerkradio's en lokale radio's alsook voor de werkingsuitgaven naar aanleiding van de behandeling van de genoemde aanvragen.]6]4
[7 § 10. De middelen van het fonds van het Vlaams ministerie van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, verkregen op basis van paragraaf 2, kunnen eveneens aangewend worden voor de betaling van facturen voor het tijdelijk inhuren van personeel via uitzendarbeid of externe ICT-profielen ter vervanging van de personeelsleden binnen WVG die ten laste genomen worden door andere organisaties of overheden]7;
[8 § 11. Aan het fonds bij het Vlaams Ministerie van Kanselarij, Bestuur, Buitenlandse Zaken en Justitie worden alle ontvangsten uit de betalende diensten inzake overheidsopdrachten van het agentschap Facilitair Bedrijf toegewezen.
§ 12. De middelen van het fonds van het Vlaams Ministerie van Kanselarij, Bestuur, Buitenlandse Zaken en Justitie, verkregen op basis van paragraaf 11, worden aangewend voor de betaling van wedden, weddetoelagen en werkingskosten die gemaakt worden in het kader van de betalende diensten inzake overheidsopdrachten van het agentschap Facilitair Bedrijf]8;
[9 § 13. Aan het fonds bij het Vlaams Ministerie van Omgeving worden alle terugvorderingen van wedden en de vergoedingen of kosten die ermee samenhangen, toegewezen die betrekking hebben op personeelsleden van het Ministerie van Omgeving en die worden ingezet door andere organisaties voor de uitvoering van specifieke taken in het kader van opdrachten van de Vlaamse Regering.
De middelen van het fonds van het Vlaamse Ministerie van Omgeving, die worden verkregen conform het eerste lid, worden gebruikt om de wedden, weddentoelagen en werkingskosten van personeelsleden te betalen die worden ingezet door andere organisaties voor de uitvoering van specifieke taken in het kader van opdrachten van de Vlaamse Regering, of voor de betaling van wedden, weddentoelagen en werkingskosten van hun vervangers]9.
Wijzigingen
Art. 33. [1 § 1er. Il est créé un fonds auprès de chaque ministère flamand existant au 1er janvier 2007, au sens de [5 l'article 15, §§ 2 et 3, du Code flamand des Finances publiques du 29 mars 2019]5, pour l'affectation des recouvrements de traitements de membres du personnel du Ministère flamand, qui sont pris en charge par d'autres autorités ou par des organisations syndicales.
§ 2. Sont attribués à chaque fonds :
- toutes récupérations de traitements et d'indemnités ou frais y afférents portant sur les membres du personnel du Ministère flamand concerné pris en charge par d'autres autorités ou par des organisations syndicales;
- une partie du solde d'engagement et d'ordonnancement au 31 décembre 2006, à fixer par arrêté du Gouvernement flamand.
§ 3. [5 Les moyens du fonds seront affectés au paiement des traitements et subventions-traitements des membres du personnel recrutés en vue de leur remplacement ou des membres du personnel au sein du Ministère flamand qui sont pris en charge par d'autres autorités ou organisations.]5
§ 4. Au fonds du Ministère flamand du Bien-être, de la Santé publique et de la Famille sont attribués :
- toutes récupérations de traitements et d'indemnités ou frais y afférents portant sur les membres du personnel désignés, sur la base du décret du 15 décembre 2006 relatif à la désignation des ministres des cultes et des conseillers moraux auprès de certaines personnes morales, auprès des institutions du domaine politique du Bien-être, de la Santé publique et de la Famille.
§ 5. Les ressources du fonds du Ministère flamand du Bien-Etre, de la Santé publique et de la Famille, obtenus sur la base du § 4, doivent être affectés au paiement des traitements et subventions-traitements des membres du personnel désignés, sur la base du décret du 15 décembre 2006 relatif à la désignation des ministres des cultes et des conseillers moraux auprès de certaines personnes morales, auprès des institutions du domaine politique du Bien-Etre, de la Santé publique et de la Famille.]1
[2 § 6. Les moyens du fonds du Ministère flamand des Affaires administratives, obtenus sur la base du § 2, peuvent également être affectés au développement de projets TIC relatés à l'Autorité flamande.]2
[3 § 7. Le fonds du Ministère flamand de la Chancellerie et de la Gouvernance publique se voit attribuer la totalité des recouvrements de salaires et des indemnisations et coûts y relatifs concernant les membres du personnel qui sont transférés à l'agence de Gestion des infrastructures sans transfert de crédit ou leurs remplaçants.]3
[3 § 8. Les moyens du fonds du Ministère flamand de la Chancellerie et de la Gouvernance publique obtenus sur la base du § 7 seront utilisés pour le paiement des traitements, subventions-traitements et frais de fonctionnement des membres du personnel transférés à l'agence de Gestion des infrastructures sans transfert de crédit ou de leurs remplaçants.]3
[4 § 9. [6 Le fonds du ministère flamand de la Culture, de la Jeunesse, du Sport et des Médias se voit attribuer la totalité des recettes provenant des candidatures pour radios nationales, radios de réseau et radios locales introduites au Département Culture, Jeunesse et Médias.
Les moyens du fonds du ministère flamand de la Culture, de la Jeunesse, du Sport et des Médias obtenus sur la base de l'alinéa premier seront utilisés pour le paiement des traitements et subventions-traitements des membres du personnel temporaire engagés en vue de traiter les demandes relevant des radios nationales, des radios de réseau et des radios locales ainsi que pour les dépenses de fonctionnement résultant du traitement desdites demandes.]6]4
[7 § 10. Les moyens du fonds du Ministère flamand du Bien-Etre, de la Santé publique et de la Famille, obtenus sur la base du paragraphe 2, peuvent également être affectés au paiement de factures pour l'engagement temporaire de personnel via le travail intérimaire ou de profils de TIC externes à titre de remplacement des membres du personnel au sein de WVG qui sont pris en charge par d'autres organisations ou autorités]7;
[8 § 11. Toutes les recettes provenant des services payants en matière de marchés publics de l'Agence de Gestion des Infrastructures sont octroyées au fonds du ministère flamand de la Chancellerie, de la Gouvernance publique, des Affaires étrangères et de la Justice.
§ 12. Les ressources du fonds du ministère flamand de la Chancellerie, de la Gouvernance publique, des Affaires étrangères et de la Justice, obtenues sur la base du paragraphe 11, sont utilisées pour le paiement des traitements, des subventions-traitements et des frais de fonctionnement engagés dans le cadre des services payants en matière de marchés publics de l'Agence de Gestion des Infrastructures]8;
[9 § 13. Sont affectés au fonds du Ministère flamand de l'Environnement tous les recouvrements de salaires et les indemnisations ou coûts associés, qui concernent les membres du personnel du Ministère de l'Environnement et qui sont déployés par d'autres organisations pour l'exécution de tâches spécifiques dans le cadre des missions du Gouvernement flamand.
Les ressources du fonds du Ministère flamand de l'Environnement, obtenues conformément à l'alinéa 1er, sont utilisées pour le paiement des traitements, subventions-traitements et frais de fonctionnement des membres du personnel déployés par d'autres organisations pour l'exécution de tâches spécifiques dans le cadre des missions du Gouvernement flamand, ou pour le paiement des traitements, subventions-traitements et frais de fonctionnement de leurs remplaçants]9.
§ 2. Sont attribués à chaque fonds :
- toutes récupérations de traitements et d'indemnités ou frais y afférents portant sur les membres du personnel du Ministère flamand concerné pris en charge par d'autres autorités ou par des organisations syndicales;
- une partie du solde d'engagement et d'ordonnancement au 31 décembre 2006, à fixer par arrêté du Gouvernement flamand.
§ 3. [5 Les moyens du fonds seront affectés au paiement des traitements et subventions-traitements des membres du personnel recrutés en vue de leur remplacement ou des membres du personnel au sein du Ministère flamand qui sont pris en charge par d'autres autorités ou organisations.]5
§ 4. Au fonds du Ministère flamand du Bien-être, de la Santé publique et de la Famille sont attribués :
- toutes récupérations de traitements et d'indemnités ou frais y afférents portant sur les membres du personnel désignés, sur la base du décret du 15 décembre 2006 relatif à la désignation des ministres des cultes et des conseillers moraux auprès de certaines personnes morales, auprès des institutions du domaine politique du Bien-être, de la Santé publique et de la Famille.
§ 5. Les ressources du fonds du Ministère flamand du Bien-Etre, de la Santé publique et de la Famille, obtenus sur la base du § 4, doivent être affectés au paiement des traitements et subventions-traitements des membres du personnel désignés, sur la base du décret du 15 décembre 2006 relatif à la désignation des ministres des cultes et des conseillers moraux auprès de certaines personnes morales, auprès des institutions du domaine politique du Bien-Etre, de la Santé publique et de la Famille.]1
[2 § 6. Les moyens du fonds du Ministère flamand des Affaires administratives, obtenus sur la base du § 2, peuvent également être affectés au développement de projets TIC relatés à l'Autorité flamande.]2
[3 § 7. Le fonds du Ministère flamand de la Chancellerie et de la Gouvernance publique se voit attribuer la totalité des recouvrements de salaires et des indemnisations et coûts y relatifs concernant les membres du personnel qui sont transférés à l'agence de Gestion des infrastructures sans transfert de crédit ou leurs remplaçants.]3
[3 § 8. Les moyens du fonds du Ministère flamand de la Chancellerie et de la Gouvernance publique obtenus sur la base du § 7 seront utilisés pour le paiement des traitements, subventions-traitements et frais de fonctionnement des membres du personnel transférés à l'agence de Gestion des infrastructures sans transfert de crédit ou de leurs remplaçants.]3
[4 § 9. [6 Le fonds du ministère flamand de la Culture, de la Jeunesse, du Sport et des Médias se voit attribuer la totalité des recettes provenant des candidatures pour radios nationales, radios de réseau et radios locales introduites au Département Culture, Jeunesse et Médias.
Les moyens du fonds du ministère flamand de la Culture, de la Jeunesse, du Sport et des Médias obtenus sur la base de l'alinéa premier seront utilisés pour le paiement des traitements et subventions-traitements des membres du personnel temporaire engagés en vue de traiter les demandes relevant des radios nationales, des radios de réseau et des radios locales ainsi que pour les dépenses de fonctionnement résultant du traitement desdites demandes.]6]4
[7 § 10. Les moyens du fonds du Ministère flamand du Bien-Etre, de la Santé publique et de la Famille, obtenus sur la base du paragraphe 2, peuvent également être affectés au paiement de factures pour l'engagement temporaire de personnel via le travail intérimaire ou de profils de TIC externes à titre de remplacement des membres du personnel au sein de WVG qui sont pris en charge par d'autres organisations ou autorités]7;
[8 § 11. Toutes les recettes provenant des services payants en matière de marchés publics de l'Agence de Gestion des Infrastructures sont octroyées au fonds du ministère flamand de la Chancellerie, de la Gouvernance publique, des Affaires étrangères et de la Justice.
§ 12. Les ressources du fonds du ministère flamand de la Chancellerie, de la Gouvernance publique, des Affaires étrangères et de la Justice, obtenues sur la base du paragraphe 11, sont utilisées pour le paiement des traitements, des subventions-traitements et des frais de fonctionnement engagés dans le cadre des services payants en matière de marchés publics de l'Agence de Gestion des Infrastructures]8;
[9 § 13. Sont affectés au fonds du Ministère flamand de l'Environnement tous les recouvrements de salaires et les indemnisations ou coûts associés, qui concernent les membres du personnel du Ministère de l'Environnement et qui sont déployés par d'autres organisations pour l'exécution de tâches spécifiques dans le cadre des missions du Gouvernement flamand.
Les ressources du fonds du Ministère flamand de l'Environnement, obtenues conformément à l'alinéa 1er, sont utilisées pour le paiement des traitements, subventions-traitements et frais de fonctionnement des membres du personnel déployés par d'autres organisations pour l'exécution de tâches spécifiques dans le cadre des missions du Gouvernement flamand, ou pour le paiement des traitements, subventions-traitements et frais de fonctionnement de leurs remplaçants]9.
Wijzigingen
HOOFDSTUK XVII. - Invoering van de Euro voor de Vlaamse Gewestelijke Belastingen en Financiën.
CHAPITRE XVII. - Introduction de l'euro pour les impôts et finances régionaux flamands.
Afdeling I. - Onroerende voorheffing.
Section I. - Précompte immobilier.
Art. 34. In artikel 257, § 1, 1°, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, gewijzigd bij decreet van 9 juni 1998 worden voor wat het Vlaamse Gewest betreft de woorden " 30 000 frank " vervangen door de woorden " 745 euro ".
Art. 34. Dans l'article 257, § 1, 1° du Code des impôts sur les revenus 1992, modifié par le décret du 9 juin 1998, les mots " 30 000 francs " sont remplacés par les mots " 745 euros ", pour ce qui concerne la Région flamande.
Art. 35. In artikel 257, § 1, 2°, van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992, gewijzigd bij decreet van 9 juni 1998, worden voor wat het Vlaamse Gewest betreft de bedragen zoals vermeld in onderstaande tabel in de tweede kolom vervangen door de in euro uitgedrukte bedragen, vermeld in de derde kolom van onderstaande tabel :
Art. 35. Dans l'article 257, § 1, 2° du Code des impôts sur les revenus 1992, modifié par le décret du 9 juin 1998, les montants mentionnés dans la deuxième colonne du tableau ci-dessous, sont remplacés, pour ce qui concerne la Région flamande, par les montants exprimés en euros, mentionnés dans la troisième colonne du tableau ci-dessous :
| Verwijzing | BEF | EUR |
| Artikel 257, # 1, 2° | 218 | 5,40 |
| 345 | 8,55 | |
| 483 | 11,97 | |
| 633 | 15,69 | |
| 794 | 19,68 | |
| 967 | 23,97 | |
| 1 152 | 28,56 | |
| 1 348 | 33,42 | |
| 1 557 | 38,60 | |
| Artikel 257, # 1, 2° tweede lid | 218 | 5,40 |
| Référence | BEF | EUR |
| Article 257, § 1, 2° | 218 | 5,40 |
| 345 | 8,55 | |
| 483 | 11,97 | |
| 633 | 15,69 | |
| 794 | 19,68 | |
| 967 | 23,97 | |
| 1 152 | 28,56 | |
| 1 348 | 33,42 | |
| 1 557 | 38,60 | |
| Article 257, § 1, 2° deuxième alinéa | 218 | 5,40 |
Art. 36. In artikel 260 van hetzelfde wetboek worden voor wat het Vlaamse Gewest betreft in 2° de woorden " 30 000 frank " vervangen door de woorden " 745 euro " en worden in 3° de woorden " 40 000 frank " vervangen door de woorden " 992 euro ".
Art. 36. Dans l'article 260, du même code, les mots " 30 000 francs " sont remplacés par les mots " 745 euros " au 2° et les mots " 40 000 francs " sont remplacés, pour ce qui concerne la Région flamande, par les mots " 992 euros " au 3°.
Afdeling II. - Belasting op automatische ontspanningstoestellen.
Section II. - Taxe sur les appareils automatiques de divertissement.
Art. 37. In artikel 80, § 1, van het Wetboek van de met de Inkomstenbelastingen Gelijkgestelde Belastingen van 23 november 1965, gewijzigd bij het decreet van 21 december 1990 worden voor wat het Vlaams Gewest betreft de in Belgische frank uitgedrukte bedragen die in de tweede kolom van onderstaande tabel worden vermeld, vervangen door de in euro uitgedrukte bedragen, vermeld in de derde kolom van onderstaande tabel :
Art. 37. Dans l'article 80, § 1 du Code des taxes assimilées aux impôts sur les revenus du 23 novembre 1965, modifié par le décret du 21 décembre 1990, les montants exprimés en francs belges mentionnés dans la deuxième colonne du tableau ci-dessous, sont remplacés par les montants exprimés en euro mentionnés dans la troisième colonne du tableau ci-dessous, pour ce qui concerne la Région flamande :
| Verwijzing | BEF | EUR |
| Artikel 80, # 1 | 144 000 | 3 570 |
| 52 000 | 1 290 | |
| 14 000 | 350 | |
| 10 000 | 250 | |
| 6 000 | 150 |
| Référence | BEF | EUR |
| Article 80, § 1 | 144 000 | 3 570 |
| 52 000 | 1 290 | |
| 14 000 | 350 | |
| 10 000 | 250 | |
| 6 000 | 150 |
Afdeling III. - Successierechten.
Section III. - Droits de succession.
Art. 38. In Tabellen I en II van artikel 48 van het Wetboek der Successierechten, zoals bepaald in het decreet van 15 april 1997 en gewijzigd bij de decreten van 15 juli 1997, 30 juni 2000 en 1 december 2000, betreffende het tarief in rechte lijn tussen twee echtgenoten en tussen samenwonenden worden, voor wat het Vlaamse Gewest betreft, de in Belgische frank uitgedrukte bedragen die in onderstaande tabellen worden vermeld vervangen door de in euro uitgedrukte bedragen, vermeld in de onderstaande tabellen :
Art. 38. Dans les tableaux I et II de l'article 48 du Code des droits de succession, tels que prévus par le décret du 15 avril 1997 et modifiés par les décrets des 15 juillet 1997, 30 juin 2000 et 1er décembre 2000, concernant le tarif en ligne droite entre deux conjoints et entre cohabitants, les montants exprimés en francs belges mentionnés dans les tableaux ci-dessous, sont remplacés, pour ce qui concerne la Région flamande, par les montants exprimés en euros, mentionnés dans les tableaux ci-dessous :
| `` Tabel I. - Tarief in rechte lijn, tussen echtgenoten en tussen | |||
| samenwonenden. | |||
| A | Tarief, | Totale bedrag van | |
| toepasselijk | de belasting | ||
| op het | over voorgaande | ||
| overeenstemmende | gedeelten | ||
| gedeelte zoals | |||
| voorkomend in | |||
| kolom A | |||
| Van | tot | ||
| 1 BEF | 2 miljoen BEF | 3 % | |
| 2 miljoen BEF | 10 miljoen BEF | 9 % | 60 000 BEF |
| Boven de 10 | 27 % | 780 000 BEF `` | |
| miljoen BEF | |||
| `` Tableau I. - Tarif applicable en ligne directe, entre époux et entre | |||
| cohabitants | |||
| A | Tarif applicable | Montant total de | |
| a la tranche | l`impôt sur les | ||
| correspondante | tranches | ||
| figurant dans la | précédentes | ||
| colonne A | |||
| de | a | ||
| 1 BEF | 2 millions BEF | 3 % | |
| 2 millions BEF | 10 millions BEF | 9 % | 60 000 F |
| au-delà de | |||
| 10 millions F | 27 % | 780 000 F `` | |
wordt vervangen door de volgende tabel I :
est remplacé par le tableau I suivant :
| `` Tabel I. - Tarief in rechte lijn, tussen echtgenoten en tussen | |||
| samenwonenden. | |||
| A | Tarief, | Totale bedrag van | |
| toepasselijk | de belasting | ||
| op het | over voorgaande | ||
| overeenstemmende | gedeelten | ||
| gedeelte zoals | |||
| voorkomend in | |||
| kolom A | |||
| Van | tot | ||
| 0,01 EUR | 50 000 EUR | 3 % | |
| 50 000 EUR | 250 000 EUR | 9 % | 1 500 EUR |
| Boven de 250 000 EUR | 27 % | 19 500 EUR `` | |
| `` Tableau I. - Tarif applicable en ligne directe, entre époux et entre | ||||
| cohabitants | ||||
| A | Tarif applicable | Montant total de | ||
| a la tranche | l`impôt sur les | |||
| correspondante | tranches | |||
| figurant dans la | précédentes | |||
| colonne A | ||||
| de | a | |||
| 0,01 EUR | 50 000 EUR | 3 % | ||
| 50 000 EUR | 250 000 EUR | 9 % | 1 500 EUR | |
| au-delà de | ||||
| 250 000 EUR | 27 % | 19 500 EUR `` | ||
| `` Tabel II. - Tarief tusse n andere personen dan personen in rechte lijn, | |||||
| echtgenoten en samenwone nden. | |||||
| A | Tarief, toepasselijk op het | Totale bedrag van | |||
| overeen stemmende gedeelte | de belasting | ||||
| zoals voorkomend in kolom A | over voorgaande | ||||
| gedeelten | |||||
| Van | tot | Tussen | Tussen | Tussen | Tussen anderen |
| broers | an- | broers | |||
| en | deren | en | |||
| zusters | zusters | ||||
| 1 BEF | 3 miljoen BEF | 30 % | 45 % | ||
| 3 miljoen BEF | 5 miljoen BEF | 55 % | 55 % | 900 000 BEF | 1 350 000 BEF |
| Boven de 5 | 65 % | 65 % | 2 000 000 BEF | 2 450 000 BEF `` | |
| miljoen BEF | |||||
| `` Tableau II. - Tarif applicable entre les personnes autres que les | |||||
| personnes en ligne directe , entre e poux et entre cohabitants. | |||||
| A | Tarif applicable | Montant total de | |||
| a la tr anche | l`impôt sur les | ||||
| correspondante | tranches | ||||
| figurant dans la | précédentes | ||||
| colonne A | |||||
| de | a | Entre | Entre | Entre | Entre tous |
| frères | tous | frères | autres | ||
| et | autres | et | |||
| soeurs | soeurs | ||||
| 1 BEF | 3 millions | 30 % | 45 % | ||
| BEF | |||||
| 3 millions BEF | 5 millions | 55 % | 55 % | 900 000 | 1 350 000 BEF |
| BEF | BEF | ||||
| Au-delà de 5 | |||||
| millions BEF | 65 % | 65 % | 2 000 000 | 2 450 000 BEF `` | |
| BEF | |||||
wordt vervangen door de volgende tabel II :
est remplacé par le tableau II suivant :
| `` Tabel II. - Tarief tusse n andere personen dan personen in rechte lijn, | |||||
| echtgenoten en samenwone nden. | |||||
| A | Tarief, toepasselijk op het | Totale bedrag van | |||
| overeen stemmende gedeelte | de belasting | ||||
| zoals voorkomend in kolom A | over voorgaande | ||||
| gedeelten | |||||
| Van | tot | Tussen | Tussen | Tussen | Tussen anderen |
| broers | anderen | broers | |||
| en | en | ||||
| zusters | zusters | ||||
| 0,01 | 75 000 EUR | 30 % | 45 % | ||
| 75 000 EUR | 125 000 EUR | 55 % | 55 % | 22 500 EUR | 33 750 EUR |
| Boven de | 65 % | 65 % | 50 000 EUR | 61 250 EUR `` | |
| 125 000 EUR | |||||
| `` Tableau II. - Tarif applicable entre les personnes autres que les | |||||
| personnes en ligne directe, entre époux et entre cohabitants | |||||
| A | Tarif applicable | Montant total de | |||
| a la tranche | l`impôt sur les | ||||
| correspondante | tranches | ||||
| figurant dans la | précédentes | ||||
| colonne A | |||||
| de | a | Entre | Entre | Entre | Entre tous |
| frères | tous | frères | autres | ||
| et | autres | et | |||
| soeurs | soeurs | ||||
| 0,01 | 75 000 EUR | 30 % | 45 % | ||
| 75 000 EUR | 125 000 EUR | 55 % | 55 % | 22 500 EUR | 33 750 EUR |
| Au-delà de | |||||
| 125 000 EUR | 65 % | 65 % | 50 000 EUR | 61 250 EUR `` | |
Art. 39. In artikel 48.2 van het Wetboek der Successierechten worden, voor wat het Vlaamse Gewest betreft, de in Belgische frank uitgedrukte bedragen die in de onderstaande tabel worden vermeld vervangen door de in euro uitgedrukte bedragen, vermeld in de onderstaande tabel :
Art. 39. Dans l'article 48.2 du Code des droits de succession, les montants exprimés en francs mentionnés dans le tableau ci-dessous, sont remplacés, pour ce qui concerne la Région flamande, par les montants exprimés en euro, mentionnés dans le tableau ci-dessous :
| artikel | Onderwerp van de bepaling | Inhoud van de | in EUR |
| bepaling in BEF | |||
| 48.2 | Beroepsmatig geinvesteerde | 10 000 000 | 250 000,00 |
| activavermindering percentage | 20 000 000 | 500 000,00 | |
| in hoogste schijven |
| article | Objet de la disposition | Contenu de la | en EUR |
| disposition en | |||
| BEF | |||
| 48.2 | Réduction de l'actif investi | 10 000 000 | 250 000,00 |
| a titre professionnel | 20 000 000 | 500 000,00 | |
| pourcentage dans les tranches | |||
| les plus élevées |
Art. 40. In artikel 56 van het Wetboek der Successierechten, zoals bepaald in het decreet van 15 april 1997 en gewijzigd bij de decreten van 15 juli 1997 2000 worden, voor wat het Vlaamse Gewest betreft, de in Belgische frank uitgedrukte bedragen die in de onderstaande tabel worden vermeld vervangen door de in euro uitgedrukte bedragen, vermeld in de onderstaande tabel :
Art. 40. Dans l'article 56 du Code des droits de succession, prévu par le décret du 15 avril 1997 et remplacé par les décrets des 15 juillet 1997, les montants exprimés en francs mentionnés dans le tableau ci-dessous, sont remplacés, pour ce qui concerne la Région flamande, par les montants exprimés en euros, mentionnés dans le tableau ci-dessous :
| Overige | Onderwerp van de bepaling | Inhoud van de | in EUR |
| artikelen | bepaling in BEF | ||
| 56, eerste | Vrijstellingen en | 2 000 000 | 50 000 |
| lid | verminderingen | 20 000 | 500 |
| In hoofde van een door de | 1-(erfdeel / | 1-(erfdeel / | |
| wet tot de erfenis geroepen | 2 000 000) | 50 000) | |
| erfgenaam in de rechte | |||
| lijn, tussen echtgenoten | |||
| of tussen samenwonenden | |||
| 56, eerste | Vrijstellingen en | 2 000 000 | 50 000 |
| lid | verminderingen | 20 000 | 500 |
| In hoofde van een door de | 1-(erfdeel / | 1-(erfdeel / | |
| wet tot de erfenis geroepen | 2 000 000) | 50 000) | |
| erfgenaam in de rechte | |||
| lijn, tussen echtgenoten | |||
| of tussen samenwonenden | |||
| 56, tweede | Vrijstellingen en | 3 000 | 75 |
| lid | verminderingen | ||
| Ten gunste van de kinderen | |||
| die de leeftijd van 21 | |||
| jaar niet hebben bereikt - | |||
| ten gunste van de | |||
| overlevende echtgenoot of | |||
| samenwonende | |||
| 56, derde | Vrijstellingen en | 750 000 | 20 000 |
| lid | verminderingen | 3 000 000 | 75 000 |
| Verminderingen | 100 000 | 2 500 | |
| Ten gunste van een broer of | 1-(erfdeel / | 1-(erfdeel / | |
| zuster | 3 000 000) | 75 000) | |
| 750 000 | 20 000 | ||
| 75 000 | 2 000 | ||
| (het erfdeel / | (het erfdeel | ||
| 750 000 | / 20 000) | ||
| 56, vierde | Vrijstellingen en | 500 000 | 12 500 |
| lid | verminderingen | 3 000 000 | 75 000 |
| Verminderingen | 90 000 | 2 500 | |
| Ten gunste van alle andere | 1-(totaal van | 1-(totaal | |
| erfgenamen dan erfgenamen | deze erfdelen / | van deze | |
| in rechte lijn of | 3 000 000) | erfdelen / | |
| echtgenoten, samenwonenden, | 75 000) | ||
| broers of zusters | |||
| 500 000 | 12 500 | ||
| 75 000 | 2 000 | ||
| (totaal van deze | (totaal van | ||
| erfdelen / | deze | ||
| 500 000) | erfdelen / | ||
| 12 500) |
| Autres | Objet de la disposition | Contenu de la | en EUR |
| articles | disposition en | ||
| BEF | |||
| 56, premier | Exemptions et | 2 000 000 | 50 000 |
| alinéa | reductions | 20 000 | 500 |
| Du chef d'un héritier en | 1-(part | 1-(part | |
| ligne directe, appelé | héréditaire / | héréditaire | |
| légalement à la succession, | 2 000 000) | / 50 000) | |
| entre époux ou entre | |||
| cohabitants | |||
| 56, premier | Exemptions et | 2 000 000 | 50 000 |
| alinéa | reductions | 20 000 | 500 |
| Du chef d'un héritier en | 1-(part | 1-(part | |
| ligne directe, appelé | héréditaire / | héréditaire | |
| légalement à la succession, | 2 000 000) | / 50 000) | |
| entre époux ou entre | |||
| cohabitants | |||
| 56, deuxième | Exemptions et | 3 000 | 75 |
| alinéa | reductions | ||
| En faveur des enfants du | |||
| défunt n'ayant pas atteint | |||
| l'age de 21 ans - en | |||
| faveur du conjoint | |||
| survivant ou du | |||
| cohabitant | |||
| 56, troisième | Exemptions et | 750 000 | 20 000 |
| alinéa | reductions | 3 000 000 | 75 000 |
| Réductions | 100 000 | 2 500 | |
| En faveur d'un frère ou | 1-(part | 1-(part | |
| d'une soeur | héréditaire / | héréditaire | |
| 3 000 000) | / 75 000) | ||
| 750 000 | 20 000 | ||
| 75 000 | 2 000 | ||
| (part héréditaire | (part | ||
| / 750 000) | héréditaire | ||
| / 20 000) | |||
| 56, quatrième | Exemptions et | 500 000 | 12 500 |
| alinéa | reductions | 3 000 000 | 75 000 |
| Réductions | 90 000 | 2 500 | |
| En faveur de tous les | 1-(total de ces | 1-(total de | |
| autres héritiers que les | parts | ces parts | |
| héritiers en ligne | héréditaires / | héréditaires | |
| directe ou époux, | 3 000 000) | / 75 000) | |
| cohabitants, frères ou | 500 000 | 12 500 | |
| soeurs | 75 000 | 2 000 | |
| (total de ces | (total de ces | ||
| parts | parts | ||
| héréditaires / | héréditaires | ||
| 500 000) | / 12 500) |
Afdeling IV. - Leegstand en verwaarlozing bedrijfsruimten.
Section IV. -Désaffectation et abandon de sites d'activité économique.
Art. 41. In artikel 16, eerste lid van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen tot bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, worden de in Belgische frank uitgedrukte bedragen die in de tweede kolom van onderstaande tabel worden vermeld, vervangen door de in euro uitgedrukte bedragen, vermeld in de derde kolom van onderstaande tabel :
Art. 41. Dans l'article 16, premier alinéa, du décret du 19 avril 1995 portant des mesures visant à lutter contre et à prévenir la désaffectation et l'abandon de sites d'activité économique, les montants exprimés en francs belges, mentionnés dans la deuxième colonne du tableau ci-dessous, sont remplacés par les montants exprimés en euros, mentionnés dans la troisième colonne du tableau ci-dessous :
| Verwijzing | BEF | EUR |
| Art. 16, eerste lid | 500 000 | 12 350 |
| 150 000 | 3 700 | |
| 1 500 000 | 37 150 | |
| 3 000 000 | 74 350 |
| Référence | BEF | EUR |
| Art. 16, premier alinéa | 500 000 | 12 350 |
| 150 000 | 3 700 | |
| 1 500 000 | 37 150 | |
| 3 000 000 | 74 350 |
In artikel 16, tweede lid van het decreet van 19 april 1995 houdende maatregelen tot bestrijding en voorkoming van leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten, gewijzigd bij het decreet van 14 juli 1998, worden de woorden " 100 fr./m2 " vervangen door de woorden " 2,47 EUR/m2 ".
Dans l'article 16, deuxième alinéa du décret du 19 avril 1995 portant des mesures visant à lutter contre et à prévenir la désaffectation et l'abandon de sites d'activité économique, modifié par le décret du 14 juillet 1998, les mots " 100 F/m2 " sont remplacés par les mots " 2,47 EUR/m2 ".
Art. 42. In artikel 42, § 3, van hetzelfde decreet worden de woorden " 1 000 000 frank " vervangen door de woorden " 24 750 euro ".
Art. 42. Dans l'article 42, § 3 du même décret, les mots " 1 000 000 F " sont remplacés par les mots " 24 750 euros ".
Afdeling V. - Leegstand en verwaarlozing woningen.
Section V. - Désaffectation et abandon d'habitations.
Art. 43. In artikel 36 van het decreet van 22 december 1995 houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 1996, worden de woorden " 20 000 frank " en " 40 000 frank " respectievelijk vervangen door de woorden " 495 euro " en " 990 euro ".
Art. 43. Dans l'article 36 du décret du 22 décembre 1995 contenant des mesures d'accompagnement du budget 1996, les mots " 20 000 francs " et " 40 000 francs " sont remplacés respectivement par les mots " 495 euros " et " 990 euros ".
Afdeling VI. - Spelen en weddenschappen.
Section VI. - Jeux et paris.
Art. 44. In artikel 63, 3, 3°, van het decreet van 21 december 1990 houdende begrotingstechnische bepalingen alsmede de bepalingen tot begeleiding van de begroting 1991 " Belasting op casinospelen " worden voor wat het Vlaamse Gewest betreft de woorden " 35 miljoen frank " vervangen door " 865 000 euro ".
Art. 44. Dans l'article 63, 3, 3° du décret du 21 décembre 1990 contenant des dispositions budgétaires techniques ainsi que des dispositions accompagnant le budget 1991, " Taxe sur les jeux de casino ", les mots " 35 millions de francs " sont remplacés, pour ce qui concerne la Région flamande, par les mots " 865 000 euros ".
Art. 45. In artikel 45 van het Wetboek van de met Inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen, gewijzigd bij het decreet van 22 december 1995 worden voor wat het Vlaams Gewest betreft onder " met de casinospelen gelijkgestelde toestellen " de in Belgische frank uitgedrukte bedragen die in de tweede kolom van onderstaande tabel worden vermeld, vervangen door de in euro uitgedrukte bedragen, vermeld in de derde kolom van onderstaande tabel :
Art. 45. Dans l'article 45 du Code des taxes assimilées aux impôts sur les revenus, modifié par le décret du 22 décembre 1995, sous " les appareils assimilés à des jeux de casino ", les montants exprimés en francs belges mentionnés dans la deuxième colonne du tableau ci-dessous, sont remplacés, pour ce qui concerne la Région flamande, par les montants exprimés en euros mentionnés dans la troisième colonne du tableau ci-dessous :
| Verwijzing | BEF | EUR |
| Artikel 45 | 50 miljoen | 1 200 000 |
| 100 miljoen | 2 450 000 | |
| 150 miljoen | 3 700 000 | |
| 250 miljoen | 6 150 000 | |
| 350 miljoen | 8 650 000 | |
| 500 miljoen | 12 350 000 |
| Référence | BEF | EUR |
| Article 45 | 50 millions | 1 200 000 |
| 100 millions | 2 450 000 | |
| 150 millions | 3 700 000 | |
| 250 millions | 6 150 000 | |
| 350 millions | 8 650 000 | |
| 500 millions | 12 350 000 |
Art. 46. In artikel 43 van het Wetboek van de met Inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen gewijzigd bij het decreet van 13 april 1999 worden voor wat het Vlaams Gewest betreft onder " vrijstelling volksvermakelijkheden " de woorden " 1 000 frank " vervangen door " 25 euro ".
Art. 46. Dans l'article 43 du Code des taxes assimilées aux impôts sur les revenus, modifié par le décret du 13 avril 1999, sous " exemption pour divertissements populaires ", les mots " 1 000 francs " sont remplacés, pour ce qui concerne la Région flamande, par " 25 euros ".
Art. 47. In het Koninklijk Besluit van 8 juli 1970 houdende de algemene verordening betreffende de met de inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen, gewijzigd bij Koninklijk Besluit van 10 november 1980, wordt in artikel 56, 1°, c, het minimumbedrag, in handelswaarde, van de gewone prijzen, uitgedrukt in Belgische frank, namelijk 250 BEF, vervangen door het in euro uitgedrukte bedrag, namelijk 6,20 EUR.
Art. 47. Dans l'article 56, 1°, c, de l'arrêté royal du 8 juillet 1970 portant règlement général des taxes assimilées aux impôts sur les revenus, modifié par l'arrêté royal du 10 novembre 1980, le montant minimum, en valeur commerciale, des prix ordinaires, exprimés en francs belges, notamment 250 BEF, est remplacé par le montant exprimé en euro, notamment 6,20 EUR.
Afdeling VII. - Openingsbelasting inzake de slijterijen van gegiste dranken.
Section VII. - Taxe d'ouverture en matière de débits de boissons fermentées.
Art. 48. In de gecoördineerde wetsbepalingen inzake de slijterijen van gegiste dranken zoals gewijzigd bij de wet van 6 juli 1967 worden voor wat het Vlaamse Gewest betreft de in Belgische frank uitgedrukte bedragen die in de derde kolom van onderstaande tabel worden vermeld, vervangen door de in euro uitgedrukte bedragen, vermeld in de vierde kolom van onderstaande tabel :
Art. 48. Dans les dispositions légales coordonnées concernant les débits de boissons fermentées, modifiées par la loi du 6 juillet 1967, les montants exprimés en francs belges mentionnés dans la troisième colonne du tableau ci-dessous, sont remplacés, pour ce qui concerne la Région flamande, par les montants exprimés en euros, mentionnés dans la quatrième colonne du tableau ci-dessous :
| ARTIKEL | Onderwerp van de bepaling | BEF | EUR |
| 9, # 1 | Minimale openingsbelasting | 3 000 | 74,00 |
| naargelang het aantal inwoners | 4 000 | 99,00 | |
| 5 000 | 123,00 | ||
| 7 500 | 185,00 | ||
| 10 000 | 247,00 | ||
| 9, # 3,1° | Eenvormige belasting voor de | 5 000 | 123,00 |
| reizende slijterijen | 200 | 4,90 | |
| 9, # 3,2 | Eenvormige belasting per | ||
| exploitatiedag voor de | |||
| gelegenheidsslijterijen | |||
| 14 | Belasting in de gehuchten | ||
| bepaald door de Minister | 3 000 | 74,00 | |
| 26, # 2 | Vijfjaarlijkse forfaitaire | ||
| belasting voor de door een | |||
| rechtspersoon geexploiteerde | |||
| reizende slijterijen | 800 | 19,00 | |
| 27, # 2 | Jaarlijkse forfaitaire belasting | ||
| voor de reizende slijterijen die | |||
| als hoofd- of bijbedrijf, | |||
| hoeveelheden van zes liter of | |||
| minder verkoopt of levert | 300 | 7,00 | |
| 27, # 3 | Forfaitaire belasting voor een | ||
| gelegenheidsslijterij voor de | |||
| verkoop of de levering | |||
| hoeveelheden van zes liter of | |||
| minder per exploitatiedag | 15 | 0,35 |
| ARTICLE | Sujet de la disposition | BEF | EUR |
| 9, § 1 | Taxe d`ouverture minimale suivant | 3 000 | 74,00 |
| le nombre d`habitants | 4 000 | 99,00 | |
| 5 000 | 123,00 | ||
| 7 500 | 185,00 | ||
| 10 000 | 247,00 | ||
| 9, § 3, 1° | Taxe uniforme pour les débits | 5 000 | 123,00 |
| ambulants | 200 | 4,90 | |
| 9, § 3, 2 | Taxe uniforme par journée | ||
| d`exploitation pour les débits | |||
| occasionnels | |||
| 14 | Taxe dans les hameaux fixée par le | ||
| Ministre | 3 000 | 74,00 | |
| 26, § 2 | Taxe quinquennale forfaitaire pour | ||
| les débits ambulants exploites par | |||
| une personne morale | 800 | 19,00 | |
| 27, § 2 | Taxe annuelle forfaitaire pour les | ||
| débits ambulants qui vendent ou | |||
| livrent, a titre principal ou | |||
| accessoire, des quantités de six | |||
| litres ou moins | 300 | 7,00 | |
| 27, § 3 | Taxe forfaitaire pour un débit | ||
| occasionnel pour la vente ou la | |||
| livraison de quantités de six | |||
| litres ou moins par journée | |||
| d`exploitation | 15 | 0,35 |
HOOFDSTUK XVIII. - Financieringsfonds voor schuldafbouw en éénmalige investeringsuitgaven.
CHAPITRE XVIII. - Fonds de financement pour le Désendettement et les Dépenses d'investissement uniques.
Art. 49. Aan artikel 4, § 1, van het decreet van 22 december 2000 houdende oprichting van een Financieringsfonds voor Schuldafbouw en Eenmalige Investeringsuitgaven wordt toegevoegd :
" 4° kapitaalsubsidies aan lokale overheden ".
" 4° kapitaalsubsidies aan lokale overheden ".
Art. 49. A l'article 4, § 1 du décret du 22 décembre 2000 portant création d'un Fonds de financement pour le Désendettement et les Dépenses d'investissement uniques, il est ajouté :
" 4° de subventions de capital aux autorités locales ".
" 4° de subventions de capital aux autorités locales ".
HOOFDSTUK XIX. - Vlaamse sportfederaties.
CHAPITRE XIX. - Fédérations sportives flamandes.
Art. 50. In artikel 13, 1°, van het decreet van 13 april 1999 betreffende de erkenning en subsidiëring van de Vlaamse sportfederaties, wordt de laatste zin geschrapt.
Art. 50. Dans l'article 13, 1° du décret du 13 avril 1999 portant agréation et admission aux subventions des fédérations sportives flamandes, la dernière phrase est supprimée.
HOOFDSTUK XX. - Slotbepalingen.
CHAPITRE XX. - Dispositions finales.
Art. 51. Dit decreet treedt in werking op 1 juli 2001, met uitzondering van :
- Artikel 3 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2001;
- Artikel 7 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2001;
- Artikel 14 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2001;
- Artikel 18 treedt in werking op 1 september 2001;
- Artikel 19 treedt in werking op 1 januari 2002;
- Artikel 32 van dit decreet heeft uitwerking met ingang van het aanslagjaar 2001;
- Artikel 34 tot en met 48 treden in werking op 1 januari 2002.
- Artikel 3 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2001;
- Artikel 7 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2001;
- Artikel 14 heeft uitwerking met ingang van 1 januari 2001;
- Artikel 18 treedt in werking op 1 september 2001;
- Artikel 19 treedt in werking op 1 januari 2002;
- Artikel 32 van dit decreet heeft uitwerking met ingang van het aanslagjaar 2001;
- Artikel 34 tot en met 48 treden in werking op 1 januari 2002.
Art. 51. Le présent décret entre en vigueur le 1er juillet 2001, à l'exception de :
- l'article 3 qui produit ses effets le 1er janvier 2001;
- l'article 7 qui produit ses effets le 1er janvier 2001;
- l'article 14 qui produit ses effets le 1er janvier 1999;
- l'article 18 qui entre en vigueur le 1er septembre 2001;
- l'article 19 qui entre en vigueur le 1er janvier 2002;
- l'article 32 du présent décret qui produit ses effets à partir de l'année d'imposition 2001;
- l'article 34 à l'article 48 inclus qui entrent en vigueur le 1er janvier 2002.
- l'article 3 qui produit ses effets le 1er janvier 2001;
- l'article 7 qui produit ses effets le 1er janvier 2001;
- l'article 14 qui produit ses effets le 1er janvier 1999;
- l'article 18 qui entre en vigueur le 1er septembre 2001;
- l'article 19 qui entre en vigueur le 1er janvier 2002;
- l'article 32 du présent décret qui produit ses effets à partir de l'année d'imposition 2001;
- l'article 34 à l'article 48 inclus qui entrent en vigueur le 1er janvier 2002.
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. Samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat en de Vlaamse Gemeenschap betreffende de uitvoering van een aantal activiteiten door het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid-Louis Pasteur voor de periode 2001-2002.
(Voor dit Akkoord, zie 2001-03-30/57).
(Voor dit Akkoord, zie 2001-03-30/57).
Art. N. Accord de coopération entre l'Etat fédéral et la Communauté flamande relatif à l'exécution par l'Institut scientifique de la Santé Publique - Louis Pasteur d'un certain nombre d'activités pour la période 2001-2005.
(Pour l'Accord, voir 2001-03-30/57).
(Pour l'Accord, voir 2001-03-30/57).