Art.7. § 1. Voor de erkende ambulante voorzieningen worden voor de toepassing van artikel 6 de werknemers opgenomen in de subsidieregeling vastgesteld in uitvoering van artikel 3, § 1bis, van het koninklijk besluit nr. 81 van 10 november 1967 tot instelling van een Fonds voor medische, sociale en pedagogische zorg voor gehandicapten, ingevoegd bij het decreet van 20 december 1989, ook als hierdoor het maximum subsidieerbaar personeelskader wordt overschreden.
§ 2. De werknemers die buiten het maximum subsidieerbaar kader een activiteit uitoefenen die tot de reguliere opdracht van de voorziening behoort, zullen zodra een betrekking vrijkomt of bij uitbreiding van de erkenning, worden ingeschakeld in de subsidieerbare personeelskaders.
De activiteiten van zij die tewerkgesteld zijn in andere activiteiten dan deze die behoren tot de reguliere opdrachten van een erkende voorziening, zullen in het erkenningsbesluit worden opgenomen. De activiteiten worden ten minste om de 5 jaar geëvalueerd.
§ 3. Aan de niet door het Fonds op de datum van inwerkingtreding van dit besluit erkende voorzieningen verleent het Fonds een tijdelijke en beperkte erkenning teneinde het loon van de werknemers ten laste te kunnen nemen.
Deze tijdelijke en beperkte erkenning dient niet door een vergunning vooraf gegaan te worden, en de bepalingen van het besluit van de Vlaamse regering van 15 december 1993 tot vaststelling van de algemene regels inzake het verlenen van vergunningen en erkenningen door het Vlaams Fonds voor Sociale Integratie van Personen met een Handicap zijn hierop niet van toepassing.
De bij dit artikel bedoelde tijdelijke erkenning opent ten overstaan van het Fonds geen andere rechten dan de in het eerste lid voorziene loonsubsidie en vervalt na 5 jaar.
Art.7. § 1er. Pour les institutions ambulatoires agréées, les travailleurs sont repris, pour l'application de l'article 6, dans la réglementation de subvention fixée en exécution de l'article 3, § 1bis, de l'arrêté royal n° 81 du 10 novembre 1967 créant un fonds de soins médico-socio-pédagogiques pour handicapés, inséré par le décret du 20 décembre 1989, même si le cadre du personnel maximum admis aux subventions selon l'agrément soit dépassé de ce fait.
§ 2. Les travailleurs qui exercent, en dehors du cadre du personnel maximum admis aux subventions, une activité faisant partie de la mission régulière de la structure, seront insérés dans les cadres du personnel admis aux subventions dès qu'un emploi est déclaré vacant ou en cas d'extension de l'agrément.
Les activités des travailleurs employés dans d'autres activités que celles faisant partie des missions régulières d'une structure agréée, seront reprises dans l'arrêté d'agrément. Les activités seront évaluées au moins toutes les 5 années.
§ 3. Aux institutions non agréées par le Fonds à la date d'entrée en vigueur du présent arrêté, le Fonds octroie un agrément temporaire et limité afin de pouvoir prendre à charge le salaire des travailleurs.
Cet agrément temporaire et limité ne doit pas être précédé par une autorisation, et les dispositions de l'arrêté du Gouvernement flamand du 15 décembre 1993 fixant la réglementation générale relative à l'octroi d'autorisations et d'agréments par le Fonds flamand pour l'intégration sociale des personnes handicapées ne s'y appliquent pas.
L'agrément temporaire visé à cet article n'ouvre, par rapport au Fonds, pas d'autres droits que la subvention salariale prévue au premier alinéa, et il échoit après 5 années.