Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
11 MEI 2001. - Besluit van de Vlaamse regering tot aanwijzing van de instellingen en administraties die adviseren over voorontwerpen van ruimtelijke uitvoeringsplannen. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 17-07-2001 en tekstbijwerking tot 10-09-2024)
Titre
11 MAI 2001. - Arrêté du Gouvernement flamand portant désignation des institutions et administrations émettant des avis sur les avant-projets des plans d'exécution spatiaux (TRADUCTION). (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 17-07-2001 et mise à jour au 10-09-2024)
Documentinformatie
Info du document
Tekst (4)
Texte (4)
Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder :
  1° ruimtelijk kwetsbare gebieden :
  a) de groengebieden, natuurgebieden, natuurgebieden met wetenschappelijke waarde, natuurreservaten, natuurontwikkelingsgebieden, parkgebieden, bosgebieden, valleigebieden, brongebieden, agrarische gebieden met ecologische waarde of belang, agrarische gebieden met bijzondere waarde, grote eenheden natuur, grote eenheden natuur in ontwikkeling en de met al deze gebieden vergelijkbare gebieden, aangeduid op de plannen van aanlag of de ruimtelijke uitvoeringsplannen;
  b) de beschermde duingebieden en voor het duingebied belangrijke landbouwgebieden, aangeduid krachtens het decreet van 14 juli 1993 houdende maatregelen tot bescherming van de kustduinen;
  2° [1 ...]1;
  3° vogelrichtlijngebieden : de in het Vlaamse Gewest aangewezen speciale beschermingszones in de zin van artikel 4 van de richtlijn 79/409/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschappen van 2 april 1979 inzake het behoud van de vogelstand.
  [2 4° advieskaart watertoets: de advieskaart die is opgenomen in bijlage I van het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstanties en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure bij de watertoets, vermeld in artikel 1.3.1.1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018.]2
  
Article 1. Dans le présent arrêté, il faut entendre par :
  1° les zones vulnérables du point de vue spatial :
  a) les zones vertes, les zones naturelles, les zones naturelles à valeur scientifique, les réserves naturelles, les zones naturelles de développement, les zones de parc, les zones de forêt, les zones de vallée, les zones agricoles à valeur ou intérêt écologique, les zones agricoles à valeur particulière, les grandes entités naturelles, les grandes entités naturelles en voie de développement et toutes les zones comparables à ces dernières, figurant sur les plans d'aménagement ou sur les plans d'exécution spatiaux;
  b) les zones dunaires protégées et les zones agricoles ayant un intérêt pour ces dernières, désignées en vertu du décret du 14 juillet 1993 portant des mesures de protections de dunes côtières;
  2° [1 ...]1
  3° zone soumise à la directive "oiseaux" : les zones en Région flamande spécialement affecté à la protection de l'avifaune dans le sens de l'article 4 de la Directive 79/409/CEE du Conseil, du 2 avril 1979, concernant la conservation des oiseaux sauvages.
  [2 4° carte consultative d'évaluation aquatique : la carte consultative figurant à l'annexe Ire de l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 juillet 2006 fixant les modalités d'application de l'évaluation aquatique, portant désignation des instances consultatives et définissant les modalités de la procédure d'avis pour l'évaluation aquatique, visée à l'article 1.3.1.1 du décret du 18 juillet 2003 relatif à la politique intégrée de l'eau, coordonné le 15 juin 2018.]2
  
Art.2. De instellingen en administraties die over een voorontwerp van een gewestelijk, provinciaal of gemeentelijk ruimtelijk uitvoeringsplan een advies uitbrengen, zijn :
  1° de bevoegde commissie voor ruimtelijke ordening;
  2° [5 het agentschap van [13 het beleidsdomein Omgeving]13 dat belast is met het uitvoeren van het beleid inzake onroerend erfgoed]5, als de gronden of de erop aanwezige constructies, gelegen binnen de begrenzing van het uitvoeringsplan,
  a) geheel of ten dele zijn beschermd als monument, of [9 eraan palen]9;
  b) geheel of ten dele beschermd zijn als [10 cultuurhistorisch]10 landschap, dorps- of stadsgezicht;
  c) [10 ...]10
  d) [10 ...]10
  (e) [10 geheel of ten dele deel uitmaken van een in het voorontwerp afgebakend erfgoedlandschap, van een reeds eerder afgebakend erfgoedlandschap of geheel of ten dele opgenomen zijn in de vastgestelde landschapsatlas;]10
  f) [10 geheel of ten dele beschermd zijn als archeologische site;]10
  3° (...);
  4° (het [17 Agentschap Landbouw en Zeevisserij]17), als de gronden, gelegen binnen de begrenzing van het uitvoeringsplan :
  a) volgens de bestaande plannen van aanleg of uitvoeringsplannen geheel of ten dele zijn bestemd als agrarisch gebied of als een ermee vergelijkbaar gebied;
  b) deze bestemming verkrijgen in afwijking van de bestaande plannen van aanleg of uitvoeringsplannen;
  5° (het Agentschap voor Natuur en Bos), als de gronden, gelegen binnen de begrenzing van het uitvoeringsplan :
  a) geheel of ten dele gelegen zijn binnen ruimtelijk kwetsbare gebieden;
  b) geheel of ten dele gelegen zijn binnen de perimeter van de vogelrichtlijngebieden, met uitzondering van de bestaande woongebieden in de ruime zin;
  c) geheel of ten dele gelegen zijn in een gebied aangeduid krachtens de Overeenkomst inzake watergebieden die van internationale betekenis zijn, ondertekend in Ramsar op 2 februari 1971;
  d) geheel of ten delen gelegen zijn binnen de perimeter van de door de Vlaamse regering voorgestelde habitatgebieden in het kader van de EG-richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna;
  e) een bestemming verkrijgen zoals bedoeld in artikel 1, 1°, a), in afwijking van de bestaande plannen van aanleg of uitvoeringsplannen;
  (f) (vroeger 6° a)) gelegen zijn in parken en bossen, zoals gedefinieerd in het bosdecreet van 13 juni 1990, alsmede in gebieden die op de plannen van aanleg of op de ruimtelijke uitvoeringsplannen zijn bestemd voor parken en bossen;
  g) (vroeger 6° b)) de bestemming parkgebied of bosgebied verkrijgen in afwijking van de bestaande plannen van aanleg of uitvoeringsplannen;)
  6° (...)
  7° [11 het Agentschap Innoveren en Ondernemen]11, als de gronden, gelegen binnen de begrenzing van het uitvoeringsplan :
  a) volgens de bestaande plannen van aanleg of uitvoeringsplannen geheel of ten dele zijn bestemd als industriegebied, bedrijventerrein of een ermee vergelijkbaar gebied;
  b) [9 volgens de bestaande plannen van aanleg of uitvoeringsplannen geheel of ten dele specifiek zijn bestemd voor de vestiging van kleinhandelsbedrijven of voorzien in een concentratie van kleinhandelsbedrijven]9;
  [9 c) een van de bestemmingen, vermeld in punt a) of b), verkrijgen in afwijking van de bestaande plannen van aanleg of uitvoeringsplannen;]9
  8° (het [13 Departement Omgeving]13), als de gronden, gelegen binnen de begrenzing van het uitvoeringsplan :
  a) volgens de bestaande plannen van aanleg of uitvoeringsplannen geheel of ten dele zijn bestemd als ontginningsgebied, uitbreiding van ontginningsgebied, of een ermee vergelijkbaar gebied;
  b) deze bestemming verkrijgen in afwijking van de bestaande plannen van aanleg of uitvoeringsplannen;
  9° ([8 ...]8 het agentschap [15 Wonen in Vlaanderen]15), als de gronden, gelegen binnen de begrenzing van het uitvoeringsplan :
  a) volgens de bestaande plannen van aanleg of uitvoeringsplannen geheel of ten dele zijn bestemd als woonuitbreidingsgebied, woonreservegebied, of een ermee vergelijkbaar gebied;
  b) [9 e bestemming woongebied of een ermee vergelijkbaar gebied verkrijgen in afwijking van de bestaande plannen van aanleg of uitvoeringsplannen, voor zover de bestemmingswijziging betrekking heeft op een oppervlakte van ten minste een halve hectare]9;
  10° (het [13 Departement Omgeving]13), voorzover het uitvoeringsplan de vestiging van bedrijven of activiteiten toelaat die onderworpen zijn aan de milieuvergunningsplicht klasse I;
  11° (De Scheepvaart, Waterwegen en Zeekanaal, het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust of het Departement Mobiliteit en Openbare Werken, telkens binnen hun werkgebied), als :
  a) er bevaarbare waterlopen gelegen zijn binnen de begrenzing van het uitvoeringsplan;
  b) de gronden, gelegen binnen de begrenzing van het uitvoeringsplan, gelegen zijn binnen de met die waterlopen verbonden overstromingsgebieden die op de plannen van aanleg of de ruimtelijke uitvoeringsplannen aangegeven zijn;
  (c) het uitvoeringsplan een deel van het strand omvat of eraan grenst;)
  [2 d) het uitvoeringsplan een deel van het strand omvat of eraan grenst;
   e) de gronden, gelegen binnen de begrenzing van het uitvoeringsplan, geheel of ten dele [16 binnen een zone liggen waarvoor de Vlaamse Waterweg nv, het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust of het Departement Mobiliteit en Openbare Werken als adviesinstantie is aangewezen op de advieskaart watertoets]16 in [6 bijlage 1]6 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstantie en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure, vermeld in [14 artikel 1.3.1.1. van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018]14;]2

  12° (de Vlaamse Milieumaatschappij), als :
  a) er onbevaarbare waterlopen van eerste categorie gelegen zijn binnen de begrenzing van het uitvoeringsplan;
  b) de gronden, gelegen binnen de begrenzing van het uitvoeringsplan geheel of ten dele gelegen zijn binnen de met die waterlopen verbonden overstromingsgebieden die op de plannen van aanleg of de ruimtelijke uitvoeringsplannen aangegeven zijn;
  c) [2 ...]2
  d) de gronden, gelegen binnen de begrenzing van het uitvoeringsplan, gelegen zijn binnen waterwingebieden en beschermingszones type I, II en III, afgebakend volgens het besluit van de Vlaamse regering van 27 maart 1985 houdende nadere regelen voor de afbakening van waterwingebieden en de beschermingszones;
  e) er oppervlaktewater voor oppervlaktewaterwinning bestemd voor drinkwaterproduktie gelegen is binnen de begrenzing van het uitvoeringsplan;
  [2 f) het uitvoeringsplan betrekking heeft op nieuwe infrastructuren die gevolgen hebben op de behandeling, de collectorisering en de zuivering van afvalwaters;
   g) de gronden, gelegen binnen de begrenzing van het uitvoeringsplan, [16 volledig of gedeeltelijk binnen een zone liggen waarvoor de Vlaamse Milieumaatschappij als adviesinstantie is aangewezen op de advieskaart watertoets]16 in [6 bijlage 1]6 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstantie en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure, vermeld in [14 artikel 1.3.1.1. van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018]14;
   h) [16 ...]16]2

  13° de bevoegde provinciale administratie, voorzover :
  a) er onbevaarbare waterlopen van tweede categorie gelegen zijn binnen de begrenzing van het uitvoeringsplan;
  b) de gronden, gelegen binnen de begrenzing van het uitvoeringsplan, gelegen zijn in de met die waterlopen verbonden overstromingsgebieden die op de plannen van aanleg of de ruimtelijke uitvoeringsplannen aangegeven zijn;
  [2 c) de gronden, gelegen binnen de begrenzing van het uitvoeringsplan, [16 volledig of gedeeltelijk binnen een zone liggen waarvoor de provincie als adviesinstantie is aangewezen op de advieskaart watertoets]16 in [6 bijlage 1]6 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstantie en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure, vermeld in[14 artikel 1.3.1.1. van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018]14;]2
  14° (het Agentschap Infrastructuur), als :
  a) de gronden, gelegen binnen de begrenzing van of onmiddellijk grenzend aan het uitvoeringsplan, volgens de bestaande plannen van aanleg of uitvoeringsplannen geheel of ten dele zijn bestemd als bestaande of aan te leggen autosnelweg, bestaande of aan te leggen hoofdverkeersweg, bestaande of aan te leggen primaire weg categorie I of II en de aan deze infrastructuur verbonden reservatie- of erfdienstbaarbeidsgebieden;
  b) de gronden, gelegen binnen de begrenzing van het uitvoeringsplan, palen aan een bestaande gewestweg;
  15° de bevoegde provinciale administratie, als de gronden, gelegen binnen de begrenzing van het uitvoeringsplan, palen aan een bestaande provincieweg;
  16° de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen, als de gronden, gelegen binnen de begrenzing van of onmiddellijk grenzend aan het uitvoeringsplan :
  a) volgens de bestaande plannen van aanleg of uitvoeringsplannen geheel of ten dele zijn bestemd als bestaande of aan te leggen spoorweglijn en de aan deze infrastructuur verbonden gebieden voor gemeenschapsvoorzieningen en openbare nutsvoorzieningen en reservatie- en erfdienstbaarheidsgebieden;
  b) deze bestemming verkrijgen in afwijking van de bestaande plannen van aanleg of uitvoeringsplannen;
  c) gelegen zijn binnen een straal van 250 meter van een stationsgebouw;
  17° (De Vlaamse Vervoermaatschappij De Lijn, voor zover het uitvoeringsplan betrekking heeft op :
  a) een gebied waarin zich minstens 250 bestaande en/of geplande woongelegenheden bevinden;
  b) een gebied waarin zich minstens 250 bestaande en/of geplande arbeidsplaatsen bevinden;
  c) de geografische afbakening van een grootstedelijk gebied, een stedelijk gebied, een randstedelijk gebied, een kleinstedelijk gebied of een buitengebied zoals bedoeld in het decreet van 20 april 2001 betreffende de organisatie van het personenvervoer over de weg (...).)
  18° het Bestuur van de Luchtvaart van het federaal Ministerie van Verkeer en Infrastructuur en (het [13 Departement Omgeving]13), voorzover het uitvoeringsplan betrekking heeft op de nationale luchthaven, of een invloed heeft op de afwikkeling van het vliegverkeer;
  19° (het Departement Mobiliteit en Openbare Werken en het [13 Departement Omgeving]13), voorzover het uitvoeringsplan betrekking heeft op een regionale luchthaven, of een betekenisvolle invloed heeft op de afwikkeling van het vliegverkeer.
  20° (...) Toerisme Vlaanderen [4 en [12 Sport Vlaanderen]12]4 als de gronden, gelegen binnen de grenzen van het uitvoeringsplan :
  a) volgens de bestaande plannen van aanleg of uitvoeringsplannen geheel of ten dele bestemd zijn als recreatiegebied, gebied voor verblijfsrecreatie of ermee vergelijkbaar gebied;
  b) deze bestemming verkrijgen in afwijking van de bestaande plannen van aanleg of uitvoeringsplannen;
  [2 21° de bevoegde exploitant van de grondwaterwinning, vermeld in artikel 5 van het decreet van 24 januari 1984 houdende maatregelen inzake het grondwaterbeheer voor zover de gronden gelegen binnen de begrenzing van het uitvoeringsplan, geheel of ten dele gelegen zijn binnen een afgebakende beschermingszone, als vermeld in het artikel 20 van het besluit van 27 maart 1985 houdende de nadere regelen voor de afbakening van waterwingebieden en de beschermingszones type I en II;
   22° het polderbestuur of het bestuur van de Watering, voor zover de gronden gelegen binnen de begrenzing van het uitvoeringsplan, geheel of ten dele gelegen zijn binnen het werkingsgebied van het polderbestuur of de Watering en als :
   a) er onbevaarbare waterlopen van tweede of derde categorie gelegen zijn binnen de begrenzing van het uitvoeringsplan;
   b) de gronden, gelegen binnen de begrenzing van het uitvoeringsplan, geheel of ten dele gelegen zijn binnen de met die waterlopen verbonden overstromingsgebieden die op de plannen van aanleg of de ruimtelijke uitvoeringsplannen aangegeven zijn;
   c) de gronden, gelegen binnen de begrenzing van het uitvoeringsplan, [16 volledig of gedeeltelijk binnen een zone liggen waarvoor het polderbestuur of het bestuur van de Watering als adviesinstantie is aangewezen op de advieskaart watertoets]16 in[6 bijlage 1]6 bij het besluit van de Vlaamse Regering van 20 juli 2006 tot vaststelling van nadere regels voor de toepassing van de watertoets, tot aanwijzing van de adviesinstantie en tot vaststelling van nadere regels voor de adviesprocedure, vermeld in [14 artikel 1.3.1.1. van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018]14;]2

  
Art.2. Les institutions et les administrations émettant un avis sur un avant-projet d'un plan d'exécution spatial régional, provincial ou communal, sont :
  1° la commission compétente pour l'aménagement du territoire;
  2° [5 l'agence du [13 domaine politique de l'Environnement]13 chargée de l'exécution de la politique en matière de patrimoine immobilier]5, lorsque les terrains et les constructions y présentes, situés dans les limites du plan d'exécution :
  a) sont entièrement ou partiellement protégés comme monument ou [9 y sont adjacents]9;
  b) sont entièrement ou partiellement protégés [10 comme paysage culturo-historique, site rural ou urbain]10;
  c) [10 ...]10
  d) [10 ...]10
  (e) [10 font partie entièrement ou partiellement d'un paysage patrimonial délimité dans l'avant-projet, d'un paysage patrimonial déjà délimité avant ou sont repris entièrement ou partiellement dans l'atlas des paysages établi;]10
  f) [10 sont protégés entièrement ou partiellement comme site archéologique ;]10
  3° (...);
  4° ([17 l'Agence de l'Agriculture et de la Pêche]17) lorsque les terrains, situés dans les limites du plan d'exécution :
  a) sont entièrement ou partiellement affectés suivant les plans d'aménagements ou les plans d'exécution existants à une zone agricole ou à une zone comparable à cette dernière;
  b) obtiennent cette affectation en dérogation aux plans d'aménagement ou aux plans d'exécution existants;
  5° (l'Agentschap voor Natuur en Bos) lorsque les terrains, situés dans les limites du plan d'exécution :
  a) sont entièrement ou partiellement situés dans des zones vulnérables du point de vue spatial;
  b) sont entièrement ou partiellement situés dans le périmètre de zones soumises à la directive "oiseaux", à l'exception des zones d'habitat dans le sens large du terme;
  c) sont entièrement ou partiellement situés dans une zone désignée en vertu de la Convention en matière des zones d'eau ayant une signification internationale, signée à Ramsar le 2 février 1971;
  d) sont entièrement ou partiellement situés dans le périmètre des zones d'habitat proposées par le Gouvernement flamand dans le cadre de la Directive 92/43/CEE du Conseil, du 21 mai 1992, concernant la conservation des habitats naturels ainsi que de la faune et de la flore sauvages;
  e) obtiennent l'affectation telle que visée à l'article 1er, 1°, a), en dérogation aux plans d'aménagements ou aux plans d'exécution existants;
  (f) (ancien 6° a)) sont situés dans des parcs ou forêts, tels que définis dans le décret forestier du 12 juin 1990 ainsi que dans les zones affectées aux parcs et forêts sur les plans d'aménagement ou sur les plans d'exécution;
  g) (ancien 6° b)) obtiennent l'affectation de zone de parc ou de forêt en dérogation aux plans d'aménagements ou aux plans d'exécution existants;)
  6° (...)
  7° [11 l'"Agentschap Innoveren en Ondernemen"]11 lorsque les terrains, situés dans les limites du plan d'exécution :
  a) sont entièrement ou partiellement affectés suivant les plans d'aménagements ou les plans d'exécution existants à une zone industrielle, à une zone d'activités économiques ou à une zone comparable à cette dernière;
  b) [9 sont affectés, suivant les plans d'aménagement ou les plans d'exécution existants, entièrement ou partiellement spécifiquement à l'établissement d'entreprises de commerce de détail ou prévoient dans une concentration d'entreprises de commerce de détail]9;
  [9 c) obtiennent une des affectations, visées aux points a) ou b), en dérogation des plans d'aménagement ou des plans d'exécution existants;]9
  8° (le [13 Département de l'Environnement]13), lorsque les terrains, situés dans les limites du plan d'exécution :
  a) sont entièrement ou partiellement affectés suivant les plans d'aménagements ou les plans d'exécution existants à une zone d'exploitation, à une zone d'expansion d'exploitation ou à une zone comparable à cette dernière;
  b) obtiennent cette affectation en dérogation aux plans d'aménagements ou aux plans d'exécution existants;
  9° ([8 ...]8 l'agence "[15 Wonen in Vlaanderen]15"), lorsque les terrains, situés dans les limites du plan d'exécution :
  a) sont entièrement ou partiellement affectés suivant les plans d'aménagements ou les plans d'exécution existants à une zone d'expansion d'habitat, à une zone de réserve d'habitat ou à une zone comparable à cette dernière;
  b) [9 obtiennent l'affectation d'une zone d'habitat ou d'une zone comparable en dérogation des plans d'aménagement ou des plans d'exécution existants, dans la mesure où la modification d'affectation a trait à une superficie d'au moins un demi-hectare]9;
  10° (le [13 Département de l'Environnement]13), pour autant que le plan d'exécution autorise l'établissement d'entreprises et d'activités qui sont soumises à l'obligation de l'autorisation écologique classe Ire;
  11° (les agences "De Scheepvaart", "Waterwegen en Zeekanaal", l'Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust ou le Département de la Mobilité et des Travaux publics", chaque fois au sein de leur ressort), lorsque :
  a) il y a des cours d'eau navigables situés dans les limites du plan d'exécution;
  b) les terrains se trouvant dans les limites du plan d'exécution, sont situés dans les zones d'inondation de ces cours d'eau qui sont indiquées sur les plans d'aménagement ou sur les plans d'exécution spatiaux;
  (c) le plan d'exécution comprend une partie de la plage ou y est adjacent;)
  [2 d) le plan d'exécution comprend une partie de la plage ou y est adjacent;
   e) les terrains, situés dans les délimitations du plan d'exécution, [16 sont situés dans une zone pour laquelle les Voies navigables flamandes, l'Agence des Services maritimes et de la Côte ou le Département de la Mobilité et des Travaux publics a été désigné comme instance consultative sur la carte consultative d'évaluation aquatique]16 sur la carte des zones sensibles aux inondations à l'[6 annexe 1re]6 à l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 juillet 2006 fixant les modalités d'application de l'évaluation aquatique, portant désignation de l'instance consultative et définissant les modalités de la procédure d'avis, visée à [14 l'article 1.3.1.1 du décret du 18 juillet 2003 relatif à la politique intégrée de l'eau, coordonné le 15 juin 2018]14;]2

  12° (la " Vlaamse Milieumaatschappij "), lorsque :
  a) il y a des cours d'eau non navigable de première catégorie dans les limites du plan d'exécution;
  b) les terrains, se trouvant dans les limites du plan d'exécution, sont situés dans les zones d'inondation de ces cours d'eau qui sont indiquées sur les plans d'aménagement ou sur les plans d'exécution spatiaux;
  c) [2 ...]2
  d) les terrains, se trouvant dans les limites du plan d'exécution, sont situés dans des zones de captage d'eau et des zones de protection du type I, II et III, délimitées suivant l'arrêté du Gouvernement flamand du 27 mars 1985 portant les règles détaillées pour la délimitation des zones de captage d'eau et des zones de protection;
  e) il y a des eaux de surface destinées au captage d'eau en vue de la production d'eau potable dans les limites du plan d'exécution;
  [2 f) le plan d'exécution a trait aux nouvelles infrastructures qui ont des conséquences sur le traitement, l'évacuation et l'épuration des eaux usées;
   g) les terrains, situés dans les délimitations du plan d'exécution, [16 sont situés entièrement ou partiellement dans une zone pour laquelle l'Agence flamande de l'Environnement a été désignée comme instance consultative sur la carte consultative d'évaluation aquatique]16 à l'[6 annexe 1re]6 à l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 juillet 2006 fixant les modalités d'application de l'évaluation aquatique, portant désignation de l'instance consultative et définissant les modalités de la procédure d'avis, visée à [14 l'article 1.3.1.1 du décret du 18 juillet 2003 relatif à la politique intégrée de l'eau, coordonné le 15 juin 2018 ]14;
   h) [16 ...]16
  13° l'administration provinciale compétente, pour autant :
  a) qu'il y ait des cours d'eau non navigable de deuxième catégorie dans les limites du plan d'exécution;
  b) les terrains, se trouvant dans les limites du plan d'exécution, soient situés dans les zones d'inondation de ces cours d'eau qui sont indiquées sur les plans d'aménagement ou sur les plans d'exécution spatiaux;
  [2 c) les terrains, situés dans les délimitations du plan d'exécution, [16 sont situés entièrement ou partiellement dans une zone pour laquelle la province a été désignée comme instance consultative sur la carte consultative d'évaluation aquatique]16 à l'[6 annexe 1re]6 à l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 juillet 2006 fixant les modalités d'application de l'évaluation aquatique, portant désignation de l'instance consultative et définissant les modalités de la procédure d'avis, visée à [14 l'article 1.3.1.1 du décret du 18 juillet 2003 relatif à la politique intégrée de l'eau, coordonné le 15 juin 2018]14;]2

  14° (l'Agentschap Infrastructuur), lorsque :
  a) les terrains, se trouvant dans les limites du plan d'exécution ou confinant à ce dernier, sont entièrement ou partiellement affectés suivant les plans d'aménagements ou les plans d'exécution existants à une autoroute existante ou envisagée, à une route principale existante ou envisagée, ou à une route primaire existante ou envisagée de la catégorie I ou II y compris les zones de réservation et de servitudes liées à cette infrastructure;
  b) lorsque les terrains, situés dans les limites du plan d'exécution, confinent à une route régionale existante;
  15° l'administration provinciale compétente, lorsque les terrains, situés dans les limites du plan d'exécution, confinent à une route provinciale existante;
  16° la Société nationale des Chemins de Fer belges, lorsque les terrains, situés dans les limites du plan d'exécution ou confinent au plan d'exécution :
  a) sont entièrement ou partiellement affectés suivant les plans d'aménagements ou les plans d'exécution existants à une ligne de chemin de fer existante ou envisagée y compris les zones liées à cette infrastructure pour les équipements communs et utilitaires publics; et les zones de réservation et de servitudes
  b) obtiennent cette affectation en dérogation aux plans d'aménagements ou aux plans d'exécution existants.
  c) sont situés dans un rayon de 250 mètres autour d'un bâtiment de gare;
  17° (La "Vlaamse Vervoermaatschappij De Lijn", pour autant que le plan d'exécution a trait :
  a) à une zone où se trouvent au moins 250 lieux d'habitation existants et/ou envisagés;
  b) à une zone où se trouvent au moins 250 endroits de travail existants et/ou envisagés;
  c) à la délimitation d'une zone métropolitaine, d'une zone de petite agglomération ou d'une zone extérieure telles que visées au décret du 20 avril 2001 portant organisation du transport de personnes (...).)
  18° l'Administration de l'Aéronautique du Ministère fédéral des Communications et de l'Infrastructure et (le [13 Département de l'Environnement]13), pour autant que le plan d'exécution ait trait à l'aéroport national ou influence le déroulement du trafic aérien;
  19° (le Département de la Mobilité et des Travaux publics et le [13 Département de l'Environnement]13), pour autant que le plan d'exécution ait trait à l'aéroport régional ou influence le déroulement du trafic aérien;
  20° (...) "Toerisme Vlaanderen" [4 et [12 Sport Flandre]12]4 lorsque les terrains, situés dans les limites du plan d'exécution :
  a) sont entièrement ou partiellement affectés suivant les plans d'aménagements ou les plans d'exécution existants à une zone de récréation, de récréation résidentielle ou à une zone comparable à cette dernière;
  b) obtiennent cette affectation en dérogation aux plans d'aménagements ou aux plans d'exécution existants.
  [2 21° l'exploitant compétent d'un captage d'eaux souterraines tel que visé à l'article 5 du décret du 24 janvier 1984 portant des mesures en matière de gestion des eaux souterraines dans la mesure où les terrains situés dans les délimitations du plan d'exécution, sont situés entièrement ou partiellement dans une zone de protection délimitée, telle que visée à l'article 20 de l'arrêté du 27 mars 1985 fixant les règles de délimitation des captages d'eau et des zones de protection type I et II;
   22° l'administration du polder ou l'administration de la Wateringue, dans la mesure où les terrains situés dans les délimitations du plan d'exécution, sont situés entièrement ou partiellement dans le ressort de l'administration du polder ou de la Wateringue et lorsque :
   a) des voies d'eau non navigables de deuxième ou troisième catégorie sont situées dans les limites du plan d'exécution;
   b) les terrains, situés dans les délimitations du plan d'exécution, sont situés entièrement ou partiellement dans les zones inondables liées à ces voies navigables, qui sont indiquées sur les plans d'aménagement ou les plans d'exécution spatiaux;
   c) les terrains, situés dans les délimitations du plan d'exécution, [16 sont situés entièrement ou partiellement dans une zone pour laquelle l'administration poldérienne ou l'administration de la wateringue a été désignée comme instance consultative sur la carte consultative d'évaluation aquatique]16 à l'[6 annexe 1re]6 à l'arrêté du Gouvernement flamand du 20 juillet 2006 fixant les modalités d'application de l'évaluation aquatique, portant désignation de l'instance consultative et définissant les modalités de la procédure d'avis, visée à [14 l'article 1.3.1.1 du décret du 18 juillet 2003 relatif à la politique intégrée de l'eau, coordonné le 15 juin 2018]14;]2

  
Art.3. De bepalingen van artikel 2, 4°, b), 5°, e) [1 ...]1 en 8°, b), gelden niet voor voorontwerpen van gemeentelijke ruimtelijke uitvoeringsplannen.
  
Art.3. Les dispositions de l'article 2, 4°, b), 5°, e) [1 ...]1 et 8°, b), ne s'appliquent pas aux avant-projets des plans d'exécution spatiaux communaux.
  
Art. 4. De Vlaamse minister, bevoegd voor de ruimtelijke ordening, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 4. Le Ministre flamand ayant l'aménagement du territoire dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.