Artikel 1. Artikel 1 van het besluit van de Vlaamse regering van 6 september 1995 betreffende de organisatie van een onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers in het secundair onderwijs, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 22 september 1998 wordt vervangen door wat volgt :
" Artikel 1. Het onthaaljaar genoemd in artikel 50, §5, 7°, van het decreet van 31 juli 1990 betreffende het onderwijs-II, kan in ten hoogste achttien onderwijsinstellingen worden georganiseerd.
Een leerling van een onthaaljaar wordt een anderstalige nieuwkomer genoemd. ".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
20 APRIL 2001. - Besluit tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 6 september 1995 betreffende de organisatie van een onthaaljaar voor anderstalige nieuwkomers in het voltijds secundair onderwijs.
Titre
20 AVRIL 2001. - Arrêté modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 septembre 1995 relatif à l'organisation d'une année d'accueil pour primo-arrivants dans l'enseignement secondaire à temps plein (TRADUCTION).
Documentinformatie
Info du document
Tekst (4)
Texte (4)
Article 1. L'article 1er de l'arrêté du Gouvernement flamand du 6 septembre 1995 relatif à l'organisation d'une année d'accueil pour primo-arrivants dans l'enseignement secondaire à temps plein, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 septembre 1998, est remplacé par ce qui suit :
" Article 1. L'année d'accueil mentionnée à l'article 50, § 5, 7°, du décret du 31 juillet 1990 relatif à l'enseignement-II, peut être organisée dans dix-huit établissements d'enseignement au maximum.
L'élève d'une année d'accueil est dénommé primo-arrivant allophone. ".
" Article 1. L'année d'accueil mentionnée à l'article 50, § 5, 7°, du décret du 31 juillet 1990 relatif à l'enseignement-II, peut être organisée dans dix-huit établissements d'enseignement au maximum.
L'élève d'une année d'accueil est dénommé primo-arrivant allophone. ".
Art. 2. In artikel 7 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 22 september 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in § 5 worden de woorden "§§ 1, 2 en 3" vervangen door de woorden "§§ 1 en 2";
2° § 6 wordt vervangen door wat volgt :
" § 6. Voor zover de beschikbare kredieten het toelaten, geldt de financieringsubsidiëring voor ten hoogste 130 uren-leraar per onderwijsinstelling.
In afwijking hierop en voor zover de beschikbare kredieten het toelaten, geldt voor de onderwijsinstellingen gelegen op het grondgebied van de steden Antwerpen en Gent de financiering-subsidiëring voor ten hoogste 148 uren-leraar per onderwijsinstelling. ".
1° in § 5 worden de woorden "§§ 1, 2 en 3" vervangen door de woorden "§§ 1 en 2";
2° § 6 wordt vervangen door wat volgt :
" § 6. Voor zover de beschikbare kredieten het toelaten, geldt de financieringsubsidiëring voor ten hoogste 130 uren-leraar per onderwijsinstelling.
In afwijking hierop en voor zover de beschikbare kredieten het toelaten, geldt voor de onderwijsinstellingen gelegen op het grondgebied van de steden Antwerpen en Gent de financiering-subsidiëring voor ten hoogste 148 uren-leraar per onderwijsinstelling. ".
Art. 2. A l'article 7 du même arrêté, modifié par l'arrêté du Gouvernement flamand du 22 septembre 1998, les modifications suivantes sont apportées :
1° au § 5, les mots "§§ 1er, 2 et 3" sont remplacés par les mots "§§ 1er et 2";
2° le § 6 est remplacé par ce qui suit :
" § 6. Le financement-subventionnement s'applique pour 130 périodes-professeur par établissement d'enseignement au maximum, pour autant que les crédits disponibles le permettent.
Par dérogation à ce qui précède et pour autant que les crédits disponibles le permettent, le financement-subventionnement s'applique pour 148 périodes-professeur par établissement d'enseignement au maximum pour ce qui est des établissements d'enseignement situés sur le territoire des villes d'Anvers et de Gand. ".
1° au § 5, les mots "§§ 1er, 2 et 3" sont remplacés par les mots "§§ 1er et 2";
2° le § 6 est remplacé par ce qui suit :
" § 6. Le financement-subventionnement s'applique pour 130 périodes-professeur par établissement d'enseignement au maximum, pour autant que les crédits disponibles le permettent.
Par dérogation à ce qui précède et pour autant que les crédits disponibles le permettent, le financement-subventionnement s'applique pour 148 périodes-professeur par établissement d'enseignement au maximum pour ce qui est des établissements d'enseignement situés sur le territoire des villes d'Anvers et de Gand. ".
Art. 3. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 1999.
Art. 3. Le présent arrêté produit ses effets le 1er septembre 1999.
Art. 4. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 20 april 2001.
De minister-president van de Vlaamse regering,
P DEWAEL
De Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming,
M. VANDERPOORTEN.
Brussel, 20 april 2001.
De minister-president van de Vlaamse regering,
P DEWAEL
De Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming,
M. VANDERPOORTEN.
Art. 4. Le Ministre flamand ayant l'enseignement dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Bruxelles, le 20 avril 2001.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
P. DEWAEL
La Ministre flamande de l'Enseignement et de la Formation,
Mme M. VANDERPOORTEN.
Bruxelles, le 20 avril 2001.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
P. DEWAEL
La Ministre flamande de l'Enseignement et de la Formation,
Mme M. VANDERPOORTEN.