Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
19 JULI 2001. - Besluit van de Waalse Regering met betrekking tot het gemeentelijk actieprogramma inzake de huisvesting (VERTALING). (NOTA : opgeheven voor de Duitstalige gemeenschap bij BDG2025-07-17/27, art. 2; Inwerkingtreding : 01-09-2025)(NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 08-09-2001 en tekstbijwerking tot 30-10-2025)
Titre
19 JUILLET 2001. - Arrêté du Gouvernement wallon relatif au programme communal d'actions en matière de logement. (NOTE : abrogé pour la Communauté germanophone par ACG2025-07-17/27, art. 2; En vigueur : 01-09-2025)(NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 08-09-2001 et mise à jour au 30-10-2025)
Documentinformatie
Numac: 2001027490
Datum: 2001-07-19
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2001027490
Date: 2001-07-19
Moniteur: Voir
Tekst (10)
Texte (10)
Artikel 1. Het actieprogramma inzake de huisvesting zoals bedoeld in artikel 188 van de Waalse Huisvestingscode omschrijft het gemeentelijk huisvestingsbeleid en wordt uitgewerkt overeenkomstig artikel 188, § 1, van de [1 Waals wetboek van huisvesting en duurzaam wonen]1 , met het oog op het doorvoeren van acties die in overeenstemming zijn met het gewestelijk huisvestingsbeleid.
Doel van het programma is om in overleg met alle actoren :
de noden inzake de huisvesting te lenigen, waarbij de aandacht vooral uitgaat naar de wijken die de zwaarste tekenen van verval vertonen en waarbij bijgedragen wordt tot de regulering van de woonmarkt in gebieden met een hoge vastgoeddruk;
de sociale cohesie te bevorderen;
het bestaan van lege en ongezonde woningen tegen te gaan;
de soorten woningen die op het grondgebied van de gemeenten beschikbaar zijn, te diversifiëren;
de verwezenlijking van transit-, integratie-, sociale, met [2 en met sociale woningen gelijkgestelde woningen]2 mogelijk te maken.
Article 1. Le programme d'actions en matière de logement visé à l'article 188 du [1 Code wallon du Logement et de l'Habitat durable]1 définit la politique communale de logement et est élaboré, conformément à l'article 188, § 1er, du Code wallon du Logement, en vue de la mise en oeuvre d'actions conformes à la politique régionale du logement.
Il vise notamment, en concertation avec tous les acteurs, à :
répondre aux besoins en logement, en agissant prioritairement dans les quartiers les plus dégradé, et en contribuant à la régulation du marché dans les zones à forte pression foncière;
favoriser la cohésion sociale;
lutter contre l'inoccupation et l'insalubrité des logements;
diversifier les types de logement disponibles sur le territoire communal;
permettre la réalisation de logements de transit, d'insertion, sociaux, [2 et sociaux assimilés]2.
Art. 2. Het actieprogramma inzake de huisvesting zoals bedoeld in artikel 188 van de [1 Waals wetboek van huisvesting en duurzaam wonen]1 is ingebed in het gewestelijk beleid dat ontwikkeld wordt in het gewestelijk ruimtelijk ontwikkelingsplan, namelijk :
structurering der steden en dorpen door versterking van hun centrale functie, door verdichting van de bebouwing, door bevordering van de functionele en sociale vermenging, door uitbouw van centrum en wijken die volgens dezelfde principes georganiseerd worden;
basering van de steden op de huisvesting en grotere bewoonbaarheid, waarbij leefklimaat en uitrusting verbeterd worden.
Het programma baseert zich op de opties die de gemeenten in voorkomend geval gekozen hebben naar aanleiding van de globale bezinning die ze over de huisvestingsproblematiek gehouden hebben in het kader van het gemeentelijk programma voor plattelandsontwikkeling
In het programma wordt rekening gehouden met de doelstellingen en de beginselen van de acties die gevoerd dienen te worden om het recht op menswaardig wonen te verwezenlijken en die de gemeenten, de openbare centra voor maatschappelijk welzijn en de provincies in overleg met de andere actoren inzake de huisvesting hebben vastgelegd.
In het programma wordt de nadruk gelegd op de samenwerkingsverbanden en, in elke actie, op de diversificatie van de woningen.
In de uitvoering van het programma nemen de gemeenten de coördinatie van de acties van de operatoren op zich waarbij zij steunen op de plaatselijke actoren die actief zijn inzake de huisvesting.
Art. 2. Le programme d'actions en matière de logement visé à l'article 188 du [1 Code wallon du Logement et de l'Habitat durable]1 s'inscrit dans la politique régionale développée dans le schéma de développement de l'espace régional, à savoir:
structurer les villes et les villages en renforçant leur centralité, en densifiant l'urbanisation, en favorisant la mixité sociale et fonctionnelle, en articulant le centre et les quartiers tout en organisant ceux-ci sur les mêmes principes;
refondre les villes sur le logement et sur une meilleure habitabilité de celles-ci en améliorant le cadre de vie et les équipements.
Il se fonde sur les options prises, le cas échéant, par la commune dans sa réflexion globale sur la problématique du logement opérée dans le cadre du schéma de structure communal ou du programme communal de développement rural.
Il tient compte des objectifs et des principes des actions à mener en vue de la mise en oeuvre du droit à un logement décent, fixés par la commune, le centre public d'aide sociale et la province, en concertation avec les autres acteurs du logement.
Il privilégie le partenariat et, dans chaque opération, la diversification des logements.
Dans l'exécution du programme, la commune assure la coordination des actions des opérateurs et s'appuie sur les acteurs locaux actifs en matière de logement.
Art. 3. Het actieprogramma inzake de huisvesting zoals bedoeld in artikel 188 van de [1 Waals wetboek van huisvesting en duurzaam wonen]1 onderstreept de aandachtspunten van de gemeenten.
Het programma wordt opgesteld voor een periode van drie jaar en houdt het volgende in :
de acties waarvan sprake in artikel 188, § 1, van de [1 Waals wetboek van huisvesting en duurzaam wonen]1;
[2 ...]2
de niet-materiële acties inzake de huisvesting, daarbij inbegrepen de acties die gestalte geven aan de sociale dimensie van het huisvestingsbeleid;
voor elke operator, de financiële en menselijke middelen die beschikbaar zijn om de acties te verwezenlijken.
Daarbij wordt een globale analyse van de bestaande toestand gevoegd, waaruit opgemaakt kan worden welke de voornaamste belastende factoren, de gebreken, de mogelijkheden, de tendenzen en de noden inzake de huisvesting op het gemeentelijk grondgebied zijn.
Bedoelde analyse wordt onder meer opgemaakt op grond van de beschikbare gegevens die verstrekt worden door het Directoraat-generaal Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Patrimonium, en kan in kaartvorm worden uitgebracht.
Art. 3. Le programme d'actions en matière de logement visé à l'article 188 du [1 Code wallon du Logement et de l'Habitat durable]1 fait apparaître les priorités de la commune.
Il est établi [2 par période de trois ans]2 et comporte:
les opérations dont question à l'article 188, § 1er, du [1 Code wallon du Logement et de l'Habitat durable]1;
[2 ...]2
les actions non matérielles en matière de logement y compris celles qui intègrent la dimension sociale de la politique du logement;
pour chaque opérateur, les moyens financiers et humains pour concrétiser ses actions.
Est jointe une analyse globale de la situation existante qui fait apparaître les principales contraintes, les déficiences, les potentialités, les tendances et les besoins en matière de logement sur le territoire communal.
Cette analyse est établie notamment sur la base des données disponibles fournies par la Direction générale de l'Aménagement du Territoire, du Logement et du Patrimoine. Elle peut être présentée sur supports cartographiques.
Art. 4. De Minister van Huisvesting bepaalt het model voor de opstelling van het actieprogramma inzake de huisvesting zoals bedoeld in artikel 188 van de [1 Waals wetboek van huisvesting en duurzaam wonen]1 , evenals de bij te voegen documenten en de inhoud van de analyse bedoeld in artikel 3.
Art. 4. Le Ministre du Logement détermine le modèle selon lequel le programme d'actions en matière de logement visé à l'article 188 du [1 Code wallon du Logement et de l'Habitat durable]1 est établi, les documents qui doivent y être joints et le contenu de l'analyse dont question à l'article 3.
Art. 5. Meerdere gemeenten kunnen een programma voorstellen waarvan sommige acties via een samenwerkingsverband tot stand komen. De gemeenschappelijke delen van dat programma worden goedgekeurd door de respectievelijke gemeenteraden.
Art. 5. Plusieurs communes peuvent présenter un programme dont certaines actions seront réalisées en partenariat. Les volets communs de ce programme sont approuvés par chacun des conseils communaux.
Art. 6. Een afschrift van het door de gemeenteraad goedgekeurde programma wordt onverwijld overgemaakt aan het Directoraat-generaal Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Patrimonium. Ingeval er een financiële tussenkomst van het Gewest wordt aangevraagd, wordt ook een afschrift bijgevoegd van de overmaking van het programma aan de " Société wallonne du Logement " (Waalse Huisvestingsmaatschappij) [1 ...]1.
Art. 6. Une copie du programme approuvé par le conseil communal est transmise sans délai à la Direction générale de l'Aménagement du Territoire, du Logement et du Patrimoine. Dans le cas où une intervention financière de la Région est sollicitée, la copie de la transmission du programme à la Société wallonne du Logement [1 ...]1 est également fournie.
Art.6bis.[1 § 1. Het gemeentecollege kan een beroep indienen tegen de beslissing van de Minister die hetgeen volgt aan de gemeente meedeelt :
een beslissing waarbij het aantal woningen waarvan de creatie gesubsidieerd kan worden, door het Gewest verminderd wordt wegens het lage percentage van verwezenlijking van voorheen gesubsidieerde verrichtingen;
en beslissing waarbij de goedkeuring van het overgelegde programma volledig of gedeeltelijk geweigerd wordt.
een beslissing waarbij de gemeente, waarvan het programma niet voorziet in de oprichting van een voldoende aantal openbare woningen, gestraft wordt;
een beslissing waarbij de gemeente, die over minder dan 5 procent openbare woningen op haar grondgebied beschikt en die niet voor de beheersovername of de huur van minstens één woning per jaar door een instelling met sociale doeleinden of een openbare huisvestingsmaatschappij in aanmerking komt, gestraft wordt.
Het beroep wordt ingediend bij de Kamer van beroep ingesteld binnen het Departement Wonen van het Operationeel Directoraat-generaal Ruimtelijke Ordening, Wonen, Erfgoed en Energie van de Waalse Overheidsdienst.
De Kamer van beroep is samengesteld uit :
één vertegenwoordiger van de Minister-President of zijn plaatsvervanger;
één vertegenwoordiger van de Minister van Begroting of zijn plaatsvervanger;
één vertegenwoordiger van de Minister van de Plaatselijke Besturen of zijn plaatsvervanger;
één vertegenwoordiger van de Minister bevoegd voor Huisvesting of zijn plaatsvervanger;
één vertegenwoordiger van de "Société wallonne du logement" of zijn plaatsvervanger;
één vertegenwoordiger van het Operationeel directoraat-generaal Ruimtelijke ordening, Wonen, Erfgoed en Energie van de Waalse Overheidsdienst of zijn plaatsvervanger;
één vertegenwoordiger van de "Union des Villes et Communes de Wallonie" (Unie van de Waalse steden en gemeenten) of zijn plaatsvervanger, als waarnemer.
De Regering benoemt de gewone en plaatsvervangende leden op de voordracht van de betrokken Minister, de "Société wallonne du Logement", de "Union des Villes et Communes de Wallonie" en het Operationeel directoraat-generaal Ruimtelijke Ordening, Wonen, Erfgoed en Energie van de Waalse Overheidsdienst.
§ 2. Het secretariaat wordt waargenomen door het Operationeel Directoraat-generaal Ruimtelijke Ordening, Wonen, Erfgoed en Energie van de Waalse Overheidsdienst.
De Kamer van beroep maakt haar huishoudelijk reglement op en legt het ter goedkeuring aan de Minister over.
Het huishoudelijk reglement voorziet ondermeer in de oproepingsmodaliteiten en -termijn van de Kamer van beroep.
§ 3. Het beroep bedoeld in § 1 wordt bij aangetekend schrijven aan de Kamer van beroep gericht binnen een termijn van tien kalenderdagen, te rekenen van de datum van kennisgeving van de beslissing van de Minister.
De Kamer van beroep bericht ontvangst van het beroep binnen tien kalenderdagen na ontvangst ervan.
§ 4. De Kamer van beroep beslist en geeft kennis van haar beslissing aan de gemeente en aan de Minister binnen dertig kalenderdagen na ontvangst van het beroep.
Als geen beslissing genomen en betekend wordt binnen de voorgeschreven termijnen, wordt de Kamer van beroep geacht een gunstige beslissing aan de gemeente te hebben betekend.]1

Art. 6bis. [1 § 1er. Le Collège communal peut adresser un recours contre la décision du ministre qui notifie à la commune :
une décision diminuant le nombre de logements dont la création peut être subventionnée par la Région en raison du faible taux de réalisation d'opérations subventionnées précédemment;
une décision de refus total ou partiel d'approbation du programme présenté;
une décision sanctionnant la commune dont le programme ne prévoit pas la création d'un nombre suffisant de logements publics;
une décision sanctionnant la commune qui dispose de moins de 5 pour cent de logements publics sur son territoire et qui n'obtient pas la prise en gestion ou en location d'au moins un logement par an par un organisme à finalité sociale ou une société de logement de service public.
Le recours est adressé auprès de la Chambre de recours instituée au sein du Département du Logement de la Direction générale opérationnelle Aménagement du Territoire, Logement, Patrimoine et Energie du Service public de Wallonie.
La Chambre de recours est composée de :
un représentant du Ministre-Président ou de son suppléant;
un représentant du Ministre du Budget ou de son suppléant;
un représentant du Ministre des Pouvoirs locaux ou de son suppléant;
un représentant du Ministre qui a le Logement dans ses attributions ou de son suppléant;
un représentant de la Société wallonne du Logement ou de son suppléant;
un représentant de Direction générale opérationnelle Aménagement du Territoire, Logement, Patrimoine et Energie du Service public de Wallonie ou de son suppléant;
un représentant de l'Union des Villes et Communes de Wallonie ou de son suppléant, à titre d'observateur.
Le Gouvernement nomme les membres effectifs et suppléants sur proposition du Ministre concerné, de la Société wallonne du Logement, de l'Union des Villes et Communes de Wallonie et de la Direction générale opérationnelle Aménagement du Territoire, Logement, Patrimoine et Energie du Service public de Wallonie.
§ 2. Le secrétariat est assuré par la Direction générale opérationnelle Aménagement du Territoire, Logement, Patrimoine et Energie du Service public de Wallonie.
La chambre de recours établit son règlement d'ordre intérieur qu'elle soumet à l'approbation du ministre.
Le règlement d'ordre intérieur dispose notamment des modalités et du délai de convocation de la chambre de recours;
§ 3. Le recours visé au paragraphe 1er est adressé, par envoi recommandé, à la Chambre de recours, dans les dix jours calendrier de la notification de la décision du Ministre.
La Chambre de recours accuse réception du recours dans les dix jours calendrier de sa réception.
§ 4. La Chambre de recours statue et notifie sa décision à la commune et au Ministre dans les trente jours calendrier qui suivent la réception du recours.
A défaut de décision prise et notifiée dans les délais prescrits, la Chambre de recours est réputée avoir rendu une décision favorable à la commune.]1

Art. 7. Het eerste programma loopt over de periode 2001-2003. Voor het jaar 2001 worden daarin alle projecten begrepen waarmee reeds principieel werd ingestemd of die door de Minister werden goedgekeurd. De beslissing om bedoelde projecten buiten het programma te houden, moet door de gemeenten met redenen worden omkleed.
Art. 7. Le premier programme couvre la période 2001-2003. Pour l'année 2001, il comprend tous les projets qui ont déjà reçu un accord de principe ou une approbation du Ministre. La décision de ne pas les inclure est dûment motivée par la commune.
Art. 8. Dit besluit treedt in werking de dag van diens bekendmaking in het Belgisch Staatsblad.
Art. 8. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
Art. 9. De Minister van Huisvesting is belast met de uitvoering van dit besluit.
Art. 9. Le Ministre du Logement est chargé de l'exécution du présent arrêté.