Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
5 SEPTEMBER 2001. - Koninklijk besluit tot uitvoering van artikel 2, § 6, van het koninklijk besluit nr. 25 van 24 maart 1982 tot opzetting van een programma ter bevordering van de werkgelegenheid in de niet-commerciële sector.
Titre
5 SEPTEMBRE 2001. - ArrĂȘtĂ© royal d'exĂ©cution de l'article 2, § 6, de l'arrĂȘtĂ© royal n° 25 du 24 mars 1982 crĂ©ant un programme de promotion de l'emploi dans le secteur non-marchand.
Documentinformatie
Numac: 2001012836
Datum: 2001-09-05
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2001012836
Date: 2001-09-05
Moniteur: Voir
Tekst (2)
Texte (2)
Artikel 1. De arbeidsplaatsen bedoeld in hoofdstuk II, afdeling 5, van het koninklijk besluit nr. 25 van 24 maart 1982 tot opzetting van een programma ter bevordering van de werkgelegenheid in de niet-commerciële sector, kunnen worden bekleed door werkzoekenden die gedurende een ononderbroken periode van zes maanden, gerekend van datum tot datum, die aan de indienstneming voorafgaan, ingeschreven zijn als werkzoekende bij een gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling en die op het ogenblik van de indienstneming hetzij :
  a) het bestaansminimum genieten, bepaald bij de wet van 7 augustus 1974 tot instelling van het recht op een bestaansminimum ;
  b) financiële sociale bijstand genieten, en :
  - ofwel ingeschreven zijn in het bevolkingsregister;
  - ofwel beschikken over een verblijfsvergunning van onbepaalde duur;
  - ofwel beschikken over een verblijfsvergunning met toepassing van artikel 9, derde lid, van de wet van 15 december 1980, betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, in zoverre de verlenging van de verblijfsvergunning onderworpen is aan de voorwaarde tewerkgesteld te zijn;
  - ofwel gerechtigd of toegelaten zijn, met toepassing van de artikelen 9 of 10 van voormelde wet van 15 december 1980, voor een bepaalde duur te verblijven in zoverre in de mogelijkheid van een verblijfsvergunning van onbepaalde duur uitdrukkelijk voorzien is.
  Worden gelijkgesteld met een periode van inschrijving als werkzoekende bij een gewestelijke dienst voor arbeidsbemiddeling :
  a) de periodes tijdens welke de werkzoekenden het bestaansminimum of financiële sociale bijstand, zoals bedoeld in het eerste lid, genoten;
  b) een tewerkstelling met toepassing van artikel 60, § 7, van de wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
  c) een tewerkstelling in een doorstromingsprogramma met toepassing van het koninklijk besluit van 9 juni 1997 tot uitvoering van artikel 7, § 1, derde lid, m, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders betreffende de doorstromingsprogramma's;
  d) een tewerkstelling in een erkende arbeidspost met toepassing van het koninklijk besluit van 8 augustus 1997 tot uitvoering van artikel 7, § 1, derde lid, m, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, betreffende de herinschakeling van de langdurig werklozen;
  e) een tewerkstelling met een startbaanovereenkomst, met toepassing van hoofdstuk VIII van titel II van de wet van 24 december 1999 ter bevordering van de werkgelegenheid, van een werknemer die geen getuigschrift of diploma van het hoger secundair onderwijs bezit. ".
Article 1. Les emplois visĂ©s par le chapitre II, section 5, de l'arrĂȘtĂ© royal n° 25 du 24 mars 1982 crĂ©ant un programme de promotion de l'emploi dans le secteur non-marchand, peuvent ĂȘtre occupĂ©s par des demandeurs d'emploi qui, sont inscrits sans interruption comme demandeurs d'emploi auprĂšs d'un office rĂ©gional de l'emploi pendant les six mois, calculĂ©s de date Ă  date, prĂ©cĂ©dant l'engagement, et qui, au moment de l'engagement, soit :
  a) bénéficient du minimum de moyens d'existence prévu par la loi du 7 août 1974 instituant le droit à un minimum de moyens d'existence;
  b) bénéficient de l'aide sociale financiÚre et sont :
  - soit inscrits dans le registre de la population;
  - soit autorisés au séjour de durée illimitée;
  - soit autorisés au séjour en application de l'article 9, alinéa 3, de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accÚs au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers, pour autant que la prolongation de l'autorisation de séjour soit soumise à la condition d'occuper un emploi;
  - soit autorisés ou admis, en application des articles 9 ou 10 de la loi du 15 décembre 1980 précitée, au séjour de durée déterminée pour autant que la possibilité d'une autorisation de séjour pour une durée indéterminée soit expressément prévue.
  Sont assimilées à une période d'inscription comme demandeur d'emploi auprÚs d'un office régional de l'emploi :
  a) les périodes pendant lesquelles les demandeurs d'emploi ont bénéficié du minimum de moyens d'existence ou de l'aide sociale financiÚre, visés à l'alinéa 1er;
  b) une occupation en application de l'article 60, § 7, de la loi organique du 8 juillet 1976 des centres publics d'aide sociale;
  c) une occupation dans un programme de transition professionnelle en application de l'arrĂȘtĂ© royal du 9 juin 1997 en exĂ©cution de l'article 7, § 1er, alinĂ©a 3, m, de l'arrĂȘtĂ©-loi du 28 dĂ©cembre 1944 concernant la sĂ©curitĂ© sociale des travailleurs relatif aux programmes de transition professionnelle;
  d) une occupation dans un poste de travail reconnu en application de l'arrĂȘtĂ© royal du 8 aoĂ»t 1997 d'exĂ©cution de l'article 7, § 1er, alinĂ©a 3, m, de l'arrĂȘtĂ©-loi du 28 dĂ©cembre 1944 concernant la sĂ©curitĂ© sociale des travailleurs relatif Ă  la rĂ©insertion professionnelle des chĂŽmeurs de longue durĂ©e;
  e) une occupation dans les liens d'une convention de premier emploi en application du chapitre VIII du titre II de la loi du 24 décembre 1999 en vue de la promotion de l'emploi, d'un travailleur qui ne possÚde pas de certificat ou de diplÎme de l'enseignement secondaire supérieur. ".
Art. 2. Onze Minister van Werkgelegenheid en Onze Minister van Sociale Zaken zijn, ieder wat hem betreft, belast met de uitvoering van dit besluit.
  Gegeven te Brussel, 5 september 2001.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Werkgelegenheid,
  Mevr. L. ONKELINX
  De Minister van Sociale Zaken,
  F. VANDENBROUCKE.
Art. 2. Notre Ministre de l'Emploi et Notre Ministre des Affaires sociales sont chargĂ©s, chacun en ce qui le concerne, de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
  Donné à Bruxelles, le 5 septembre 2001.
  ALBERT
  Par le Roi :
  La Ministre de l'Emploi,
  Mme L. ONKELINX
  Le Ministre des Affaires sociales,
  F. VANDENBROUCKE.