Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
4 JULI 2001. - Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Wetboek van strafvordering en tot wijziging van de wet van 19 februari 2001 betreffende de proceduregebonden bemiddeling in familiezaken.
Titre
4 JUILLET 2001. - Loi modifiant certaines dispositions du Code d'instruction criminelle et modifiant la loi du 19 février 2001 relative à la médiation en matiÚre familiale dans le cadre d'une procédure judiciaire.
Documentinformatie
Info du document
Tekst (11)
Texte (11)
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Article 1. La présente loi rÚgle une matiÚre visée à l'article 78 de la Constitution.
Art. 2. In artikel 28sexies van het Wetboek van strafvordering, ingevoegd bij de wet van 12 maart 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  A) in § 2, eerste lid, worden de woorden " ingediend bij " vervangen door de woorden " toegezonden aan of neergelegd op ";
  B) in § 2, tweede lid, worden de woorden " na de indiening van het verzoekschrift " vervangen door de woorden " na de inschrijving van het verzoekschrift in het register ";
  C) § 5 wordt vervangen als volgt :
  " § 5. Indien de procureur des Konings geen beslissing heeft genomen binnen de bij § 2, tweede lid, bepaalde termijn, vermeerderd met vijftien dagen, kan de verzoeker zich wenden tot de kamer van inbeschuldigingstelling. Dit recht vervalt indien het met redenen omklede verzoekschrift niet binnen acht dagen is neergelegd op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg. Het verzoekschrift wordt ingeschreven in een daartoe bestemd register. De procedure verloopt overeenkomstig § 4, derde tot zesde lid. ";
  D) in § 6, wordt het woord " indienen " vervangen door de woorden " toezenden of neerleggen ".
  A) in § 2, eerste lid, worden de woorden " ingediend bij " vervangen door de woorden " toegezonden aan of neergelegd op ";
  B) in § 2, tweede lid, worden de woorden " na de indiening van het verzoekschrift " vervangen door de woorden " na de inschrijving van het verzoekschrift in het register ";
  C) § 5 wordt vervangen als volgt :
  " § 5. Indien de procureur des Konings geen beslissing heeft genomen binnen de bij § 2, tweede lid, bepaalde termijn, vermeerderd met vijftien dagen, kan de verzoeker zich wenden tot de kamer van inbeschuldigingstelling. Dit recht vervalt indien het met redenen omklede verzoekschrift niet binnen acht dagen is neergelegd op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg. Het verzoekschrift wordt ingeschreven in een daartoe bestemd register. De procedure verloopt overeenkomstig § 4, derde tot zesde lid. ";
  D) in § 6, wordt het woord " indienen " vervangen door de woorden " toezenden of neerleggen ".
Art. 2. A l'article 28sexies du Code d'instruction criminelle, inséré par la loi du 12 mars 1998, sont apportées les modifications suivantes :
  A) au § 2, alinéa 1er, les mots " déposée auprÚs du " sont remplacés par les mots " adressée ou déposée au ";
  B) au § 2, alinĂ©a 2, les mots " du dĂ©pĂŽt de la requĂȘte " sont remplacĂ©s par les mots " de l'inscription de la requĂȘte dans le registre ";
  C) le § 5 est remplacé par la disposition suivante :
  " § 5. Si le procureur du Roi n'a pas statuĂ© dans le dĂ©lai prĂ©vu au § 2, alinĂ©a 2, majorĂ© de quinze jours, le requĂ©rant peut saisir la chambre des mises en accusation. Celui-ci est dĂ©chu de ce droit si la requĂȘte motivĂ©e n'est pas dĂ©posĂ©e, dans les huit jours, au greffe du tribunal de premiĂšre instance. La requĂȘte est inscrite dans un registre ouvert Ă cet effet. La procĂ©dure se dĂ©roule conformĂ©ment au § 4, alinĂ©as 3 Ă 6. ";
  D) au § 6, le mot " déposer " est remplacé par les mots " adresser ni déposer ".
  A) au § 2, alinéa 1er, les mots " déposée auprÚs du " sont remplacés par les mots " adressée ou déposée au ";
  B) au § 2, alinĂ©a 2, les mots " du dĂ©pĂŽt de la requĂȘte " sont remplacĂ©s par les mots " de l'inscription de la requĂȘte dans le registre ";
  C) le § 5 est remplacé par la disposition suivante :
  " § 5. Si le procureur du Roi n'a pas statuĂ© dans le dĂ©lai prĂ©vu au § 2, alinĂ©a 2, majorĂ© de quinze jours, le requĂ©rant peut saisir la chambre des mises en accusation. Celui-ci est dĂ©chu de ce droit si la requĂȘte motivĂ©e n'est pas dĂ©posĂ©e, dans les huit jours, au greffe du tribunal de premiĂšre instance. La requĂȘte est inscrite dans un registre ouvert Ă cet effet. La procĂ©dure se dĂ©roule conformĂ©ment au § 4, alinĂ©as 3 Ă 6. ";
  D) au § 6, le mot " déposer " est remplacé par les mots " adresser ni déposer ".
Art. 3. In artikel 61ter van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 12 maart 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  A) in § 1, worden de woorden " het deel van het dossier betreffende de feiten die tot de inverdenkingstelling of tot de burgerlijke partijstelling hebben geleid " vervangen door de woorden " het dossier ";
  B) in § 2, eerste lid, worden de woorden " ingediend bij " vervangen door de woorden " toegezonden aan of neergelegd op ";
  C) in § 2, tweede lid, worden de woorden " na de indiening van het verzoekschrift " vervangen door de woorden " na de inschrijving van het verzoekschrift in het register ";
  D) § 3 wordt aangevuld met de volgende zin :
  " De onderzoeksrechter kan voor de niet aangehouden inverdenkinggestelde de inzage beperken tot het deel van het dossier betreffende de feiten die tot de inverdenkingstelling hebben geleid en voor de burgerlijke partij tot dat deel dat tot de burgerlijke partijstelling heeft geleid. ";
  E) in § 4, eerste lid, worden de woorden " Ingeval het verzoek wordt ingewilligd, wordt het dossier binnen vijftien dagen " vervangen door de woorden " Ingeval het verzoek wordt ingewilligd, wordt, onverminderd de eventuele toepassing van § 3, het dossier binnen twintig dagen ";
  F) in § 5, eerste lid, worden de woorden " ingediend bij de griffie van de rechtbank van eerste aanleg, binnen een termijn van acht dagen " vervangen door de woorden " neergelegd bij de griffie van de rechtbank van eerste aanleg, binnen een termijn van acht dagen, en ingeschreven in een daartoe bestemd register ";
  G) in § 5, tweede lid, worden de woorden " na het indienen van het verzoekschrift " vervangen door de woorden " na de neerlegging van het verzoekschrift ";
  H) § 6 wordt vervangen als volgt :
  " § 6. Indien de onderzoeksrechter geen uitspraak heeft gedaan binnen de bij § 2, tweede lid, bepaalde termijn, vermeerderd met vijftien dagen, kan de verzoeker zich wenden tot de kamer van inbeschuldigingstelling. Dit recht vervalt indien het met redenen omklede verzoekschrift niet binnen acht dagen is neergelegd op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg. Het verzoekschrift wordt ingeschreven in een daartoe bestemd register. De procedure verloopt overeenkomstig § 5, tweede tot vierde lid. ";
  I) in § 7 wordt het woord " indienen " vervangen door de woorden " toezenden of neerleggen ".
  A) in § 1, worden de woorden " het deel van het dossier betreffende de feiten die tot de inverdenkingstelling of tot de burgerlijke partijstelling hebben geleid " vervangen door de woorden " het dossier ";
  B) in § 2, eerste lid, worden de woorden " ingediend bij " vervangen door de woorden " toegezonden aan of neergelegd op ";
  C) in § 2, tweede lid, worden de woorden " na de indiening van het verzoekschrift " vervangen door de woorden " na de inschrijving van het verzoekschrift in het register ";
  D) § 3 wordt aangevuld met de volgende zin :
  " De onderzoeksrechter kan voor de niet aangehouden inverdenkinggestelde de inzage beperken tot het deel van het dossier betreffende de feiten die tot de inverdenkingstelling hebben geleid en voor de burgerlijke partij tot dat deel dat tot de burgerlijke partijstelling heeft geleid. ";
  E) in § 4, eerste lid, worden de woorden " Ingeval het verzoek wordt ingewilligd, wordt het dossier binnen vijftien dagen " vervangen door de woorden " Ingeval het verzoek wordt ingewilligd, wordt, onverminderd de eventuele toepassing van § 3, het dossier binnen twintig dagen ";
  F) in § 5, eerste lid, worden de woorden " ingediend bij de griffie van de rechtbank van eerste aanleg, binnen een termijn van acht dagen " vervangen door de woorden " neergelegd bij de griffie van de rechtbank van eerste aanleg, binnen een termijn van acht dagen, en ingeschreven in een daartoe bestemd register ";
  G) in § 5, tweede lid, worden de woorden " na het indienen van het verzoekschrift " vervangen door de woorden " na de neerlegging van het verzoekschrift ";
  H) § 6 wordt vervangen als volgt :
  " § 6. Indien de onderzoeksrechter geen uitspraak heeft gedaan binnen de bij § 2, tweede lid, bepaalde termijn, vermeerderd met vijftien dagen, kan de verzoeker zich wenden tot de kamer van inbeschuldigingstelling. Dit recht vervalt indien het met redenen omklede verzoekschrift niet binnen acht dagen is neergelegd op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg. Het verzoekschrift wordt ingeschreven in een daartoe bestemd register. De procedure verloopt overeenkomstig § 5, tweede tot vierde lid. ";
  I) in § 7 wordt het woord " indienen " vervangen door de woorden " toezenden of neerleggen ".
Art. 3. A l'article 61ter du mĂȘme Code, insĂ©rĂ© par la loi du 12 mars 1998, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  A) au § 1er, les mots " la partie du dossier concernant les faits ayant conduit à l'inculpation ou à la constitution de partie civile " sont remplacés par les mots " le dossier ";
  B) au § 2, alinéa 1er, les mots " adressée ou " sont insérés entre les mots " Elle est " et les mots " déposée au greffe ";
  C) au § 2, alinĂ©a 2, les mots " du dĂ©pĂŽt de la requĂȘte " sont remplacĂ©s par les mots " de l'inscription de la requĂȘte dans le registre ";
  D) le § 3 est complété par la phrase suivante :
  " Le juge d'instruction peut, pour l'inculpé non détenu, limiter la consultation à la partie du dossier concernant les faits ayant conduit à l'inculpation et, pour la partie civile, la limiter à la partie ayant conduit à la constitution de partie civile. ";
  E) au § 4, alinéa 1er, les mots " En cas de décision favorable, le dossier est mis à disposition dans les quinze jours " sont remplacés par les mots " En cas de décision favorable, le dossier est, sans préjudice de l'application éventuelle du § 3, mis à disposition dans les vingt jours ";
  F) au § 5, alinéa 1er, les mots " déposée au greffe du tribunal de premiÚre instance dans un délai de huit jours " sont remplacés par les mots " déposée au greffe du tribunal de premiÚre instance dans un délai de huit jours et inscrite dans un registre ouvert à cet effet ";
  G) dans la version néerlandaise du § 5, alinéa 2, les mots " na het indienen van het verzoekschrift " sont remplacés par les mots " na de neerlegging van het verzoekschrift ";
  H) le § 6 est remplacé par la disposition suivante :
  " § 6. Si le juge d'instruction n'a pas statuĂ© dans le dĂ©lai prĂ©vu au § 2, alinĂ©a 2, majorĂ© de quinze jours, le requĂ©rant peut saisir la chambre des mises en accusation. Celui-ci est dĂ©chu de ce droit si la requĂȘte motivĂ©e n'est pas dĂ©posĂ©e, dans les huit jours, au greffe du tribunal de premiĂšre instance. La requĂȘte est inscrite dans un registre ouvert Ă cet effet. La procĂ©dure se dĂ©roule conformĂ©ment au § 5, alinĂ©as 2 Ă 4. ";
  I) au § 7, le mot " déposée " est remplacé par les mots " adresser ni déposer ".
  A) au § 1er, les mots " la partie du dossier concernant les faits ayant conduit à l'inculpation ou à la constitution de partie civile " sont remplacés par les mots " le dossier ";
  B) au § 2, alinéa 1er, les mots " adressée ou " sont insérés entre les mots " Elle est " et les mots " déposée au greffe ";
  C) au § 2, alinĂ©a 2, les mots " du dĂ©pĂŽt de la requĂȘte " sont remplacĂ©s par les mots " de l'inscription de la requĂȘte dans le registre ";
  D) le § 3 est complété par la phrase suivante :
  " Le juge d'instruction peut, pour l'inculpé non détenu, limiter la consultation à la partie du dossier concernant les faits ayant conduit à l'inculpation et, pour la partie civile, la limiter à la partie ayant conduit à la constitution de partie civile. ";
  E) au § 4, alinéa 1er, les mots " En cas de décision favorable, le dossier est mis à disposition dans les quinze jours " sont remplacés par les mots " En cas de décision favorable, le dossier est, sans préjudice de l'application éventuelle du § 3, mis à disposition dans les vingt jours ";
  F) au § 5, alinéa 1er, les mots " déposée au greffe du tribunal de premiÚre instance dans un délai de huit jours " sont remplacés par les mots " déposée au greffe du tribunal de premiÚre instance dans un délai de huit jours et inscrite dans un registre ouvert à cet effet ";
  G) dans la version néerlandaise du § 5, alinéa 2, les mots " na het indienen van het verzoekschrift " sont remplacés par les mots " na de neerlegging van het verzoekschrift ";
  H) le § 6 est remplacé par la disposition suivante :
  " § 6. Si le juge d'instruction n'a pas statuĂ© dans le dĂ©lai prĂ©vu au § 2, alinĂ©a 2, majorĂ© de quinze jours, le requĂ©rant peut saisir la chambre des mises en accusation. Celui-ci est dĂ©chu de ce droit si la requĂȘte motivĂ©e n'est pas dĂ©posĂ©e, dans les huit jours, au greffe du tribunal de premiĂšre instance. La requĂȘte est inscrite dans un registre ouvert Ă cet effet. La procĂ©dure se dĂ©roule conformĂ©ment au § 5, alinĂ©as 2 Ă 4. ";
  I) au § 7, le mot " déposée " est remplacé par les mots " adresser ni déposer ".
Art. 4. In artikel 61quater van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 12 maart 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  A) in § 2, eerste lid, worden de woorden " ingediend bij " vervangen door de woorden " toegezonden aan of neergelegd op ";
  B) in § 2, tweede lid, worden de woorden " na de indiening van het verzoekschrift " vervangen door de woorden " na de inschrijving van het verzoekschrift in het register ";
  C) § 6 wordt vervangen als volgt :
  " § 6. Indien de onderzoeksrechter geen uitspraak heeft gedaan binnen de bij § 2, tweede lid, bepaalde termijn, vermeerderd met vijftien dagen, kan de verzoeker zich wenden tot de kamer van inbeschuldigingstelling. Dit recht vervalt indien het met redenen omklede verzoekschrift niet binnen acht dagen is neergelegd op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg. Het verzoekschrift wordt ingeschreven in een daartoe bestemd register. De procedure verloopt overeenkomstig § 5, derde tot zesde lid. ";
  D) in § 7, wordt het woord " indiener " vervangen door de woorden " toezenden of neerleggen ".
  A) in § 2, eerste lid, worden de woorden " ingediend bij " vervangen door de woorden " toegezonden aan of neergelegd op ";
  B) in § 2, tweede lid, worden de woorden " na de indiening van het verzoekschrift " vervangen door de woorden " na de inschrijving van het verzoekschrift in het register ";
  C) § 6 wordt vervangen als volgt :
  " § 6. Indien de onderzoeksrechter geen uitspraak heeft gedaan binnen de bij § 2, tweede lid, bepaalde termijn, vermeerderd met vijftien dagen, kan de verzoeker zich wenden tot de kamer van inbeschuldigingstelling. Dit recht vervalt indien het met redenen omklede verzoekschrift niet binnen acht dagen is neergelegd op de griffie van de rechtbank van eerste aanleg. Het verzoekschrift wordt ingeschreven in een daartoe bestemd register. De procedure verloopt overeenkomstig § 5, derde tot zesde lid. ";
  D) in § 7, wordt het woord " indiener " vervangen door de woorden " toezenden of neerleggen ".
Art. 4. A l'article 61quater du mĂȘme Code, insĂ©rĂ© par la loi du 12 mars 1998, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  A) au § 2, alinéa 1er, les mots " déposée au " sont remplacés par les mots " adressée ou déposée au ";
  B) au § 2, alinĂ©a 2, les mots " du dĂ©pĂŽt de la requĂȘte " sont remplacĂ©s par les mots " de l'inscription de la requĂȘte dans le registre ";
  C) le § 6 est remplacé par la disposition suivante :
  " § 6. Si le juge d'instruction n'a pas statuĂ© dans le dĂ©lai prĂ©vu au § 2, alinĂ©a 2, majorĂ© de quinze jours, le requĂ©rant peut saisir la chambre des mises en accusation. Celui-ci est dĂ©chu de ce droit si la requĂȘte motivĂ©e n'a pas Ă©tĂ© dĂ©posĂ©e, dans les huit jours, au greffe du tribunal de premiĂšre instance. La requĂȘte est inscrite dans un registre ouvert Ă cet effet. La procĂ©dure se dĂ©roule conformĂ©ment au § 5, alinĂ©as 3 Ă 6. ";
  D) au § 7, le mot " déposer " est remplacé par les mots " adresser ni déposer ".
  A) au § 2, alinéa 1er, les mots " déposée au " sont remplacés par les mots " adressée ou déposée au ";
  B) au § 2, alinĂ©a 2, les mots " du dĂ©pĂŽt de la requĂȘte " sont remplacĂ©s par les mots " de l'inscription de la requĂȘte dans le registre ";
  C) le § 6 est remplacé par la disposition suivante :
  " § 6. Si le juge d'instruction n'a pas statuĂ© dans le dĂ©lai prĂ©vu au § 2, alinĂ©a 2, majorĂ© de quinze jours, le requĂ©rant peut saisir la chambre des mises en accusation. Celui-ci est dĂ©chu de ce droit si la requĂȘte motivĂ©e n'a pas Ă©tĂ© dĂ©posĂ©e, dans les huit jours, au greffe du tribunal de premiĂšre instance. La requĂȘte est inscrite dans un registre ouvert Ă cet effet. La procĂ©dure se dĂ©roule conformĂ©ment au § 5, alinĂ©as 3 Ă 6. ";
  D) au § 7, le mot " déposer " est remplacé par les mots " adresser ni déposer ".
Art. 5. In artikel 61quinquies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 12 maart 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  A) in § 2, eerste lid, worden de woorden " ingediend bij " vervangen door de woorden " toegezonden aan of neergelegd op ";
  B) in § 2, tweede lid, worden tussen de woorden " doet uitspraak " en de woorden " uiterlijk binnen een maand " de woorden " op straffe van nietigheid van zijn beschikking ", ingevoegd;
  C) in § 2, tweede lid, worden de woorden " na de indiening van het verzoekschrift " vervangen door de woorden " na de inschrijving van het verzoekschrift in het register ";
  D) in § 5, worden, tussen het woord " termijn " en de woorden " , kan de verzoeker ", de woorden " vermeerderd met vijftien dagen " ingevoegd;
  E) in § 6, wordt het woord " indienen " vervangen door de woorden " toezenden of neerleggen ".
  A) in § 2, eerste lid, worden de woorden " ingediend bij " vervangen door de woorden " toegezonden aan of neergelegd op ";
  B) in § 2, tweede lid, worden tussen de woorden " doet uitspraak " en de woorden " uiterlijk binnen een maand " de woorden " op straffe van nietigheid van zijn beschikking ", ingevoegd;
  C) in § 2, tweede lid, worden de woorden " na de indiening van het verzoekschrift " vervangen door de woorden " na de inschrijving van het verzoekschrift in het register ";
  D) in § 5, worden, tussen het woord " termijn " en de woorden " , kan de verzoeker ", de woorden " vermeerderd met vijftien dagen " ingevoegd;
  E) in § 6, wordt het woord " indienen " vervangen door de woorden " toezenden of neerleggen ".
Art. 5. A l'article 61quinquies du mĂȘme Code, insĂ©rĂ© par la loi du 12 mars 1998, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  A) au § 2, alinéa 1er, les mots " déposée au " sont remplacés par les mots " adressée ou déposée au ";
  B) au § 2, alinéa 2, les mots " , à peine de nullité de son ordonnance, " sont insérés entre le mot " statue " et les mots " au plus tard dans le mois ";
  C) au § 2, alinĂ©a 2, les mots " du dĂ©pĂŽt de la requĂȘte " sont remplacĂ©s par les mots " de l'inscription de la requĂȘte dans le registre ";
  D) au § 5, les mots " majoré de quinze jours, " sont insérés entre les mots " alinéa 2, " et les mots " le requérant ";
  E) au § 6, le mot " déposer " est remplacé par les mots " adresser ou déposer ".
  A) au § 2, alinéa 1er, les mots " déposée au " sont remplacés par les mots " adressée ou déposée au ";
  B) au § 2, alinéa 2, les mots " , à peine de nullité de son ordonnance, " sont insérés entre le mot " statue " et les mots " au plus tard dans le mois ";
  C) au § 2, alinĂ©a 2, les mots " du dĂ©pĂŽt de la requĂȘte " sont remplacĂ©s par les mots " de l'inscription de la requĂȘte dans le registre ";
  D) au § 5, les mots " majoré de quinze jours, " sont insérés entre les mots " alinéa 2, " et les mots " le requérant ";
  E) au § 6, le mot " déposer " est remplacé par les mots " adresser ou déposer ".
Art. 6. Artikel 131, § 2, van hetzelfde Wetboek, opnieuw ingevoegd bij de wet van 12 maart 1998, wordt aangevuld als volgt :
  " De ter griffie neergelegde stukken mogen niet worden ingezien, en mogen niet in de strafprocedure worden aangewend.
  (NOTA : bij arrest nr. 86/2002 van 8 mei 2002, heeft het Arbitragehof de onderhavige zin vernietigd, zie B.S. 24-05-2002, p. 22509 - 22514) ".
  " De ter griffie neergelegde stukken mogen niet worden ingezien, en mogen niet in de strafprocedure worden aangewend.
  (NOTA : bij arrest nr. 86/2002 van 8 mei 2002, heeft het Arbitragehof de onderhavige zin vernietigd, zie B.S. 24-05-2002, p. 22509 - 22514) ".
Art. 6. L'article 131, § 2, du mĂȘme Code, rĂ©tabli par la loi du 12 mars 1998, est complĂ©tĂ© comme suit :
  " Les piĂšces dĂ©posĂ©es au greffe ne peuvent pas ĂȘtre consultĂ©es, et ne peuvent pas ĂȘtre utilisĂ©es dans la procĂ©dure pĂ©nale.
  (NOTE : par arrĂȘt n° 86/2002 du 8 mai 2002, la Cour d'arbitrage a annulĂ© la prĂ©sente phrase, voir M.B. 24-05-2002, p. 22514 - 22519) ".
  " Les piĂšces dĂ©posĂ©es au greffe ne peuvent pas ĂȘtre consultĂ©es, et ne peuvent pas ĂȘtre utilisĂ©es dans la procĂ©dure pĂ©nale.
  (NOTE : par arrĂȘt n° 86/2002 du 8 mai 2002, la Cour d'arbitrage a annulĂ© la prĂ©sente phrase, voir M.B. 24-05-2002, p. 22514 - 22519) ".
Art. 7. In artikel 135 van hetzelfde Wetboek wordt § 4 vervangen als volgt :
  " § 4. Wanneer echter een van de inverdenkinggestelden van zijn vrijheid is beroofd, dan wordt het hoger beroep ingesteld binnen een termijn van vierentwintig uren, die ten aanzien van het openbaar ministerie en elk van de partijen, begint te lopen vanaf de dag waarop de beschikking is gewezen. ".
  " § 4. Wanneer echter een van de inverdenkinggestelden van zijn vrijheid is beroofd, dan wordt het hoger beroep ingesteld binnen een termijn van vierentwintig uren, die ten aanzien van het openbaar ministerie en elk van de partijen, begint te lopen vanaf de dag waarop de beschikking is gewezen. ".
Art. 7. A l'article 135 du mĂȘme Code, le § 4 est remplacĂ© par ce qui suit :
  " § 4. Lorsque toutefois l'un des inculpĂ©s est dĂ©tenu, l'appel est interjetĂ© dans un dĂ©lai de vingt-quatre heures, qui court contre le ministĂšre public et contre chacune des parties, Ă compter du jour oĂč la dĂ©cision est rendue. ".
  " § 4. Lorsque toutefois l'un des inculpĂ©s est dĂ©tenu, l'appel est interjetĂ© dans un dĂ©lai de vingt-quatre heures, qui court contre le ministĂšre public et contre chacune des parties, Ă compter du jour oĂč la dĂ©cision est rendue. ".
Art. 8. Artikel 235bis, § 6, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 12 maart 1998, wordt aangevuld als volgt :
  " De ter griffie neergelegde stukken mogen niet worden ingezien, en mogen niet in de strafprocedure worden aangewend.
  (NOTA : bij arrest nr. 86/2002 van 8 mei 2002, heeft het Arbitragehof de onderhavige zin vernietigd, zie B.S. 24-05-2002, p. 22509 - 22514) ".
  " De ter griffie neergelegde stukken mogen niet worden ingezien, en mogen niet in de strafprocedure worden aangewend.
  (NOTA : bij arrest nr. 86/2002 van 8 mei 2002, heeft het Arbitragehof de onderhavige zin vernietigd, zie B.S. 24-05-2002, p. 22509 - 22514) ".
Art. 8. L'article 235bis, § 6, du mĂȘme Code, insĂ©rĂ© par la loi du 12 mars 1998, est complĂ©tĂ© comme suit :
  " Les piĂšces dĂ©posĂ©es au greffe ne peuvent pas ĂȘtre consultĂ©es, et ne peuvent pas ĂȘtre utilisĂ©es dans la procĂ©dure pĂ©nale.
  (NOTE : par arrĂȘt n° 86/2002 du 8 mai 2002, la Cour d'arbitrage a annulĂ© la prĂ©sente phrase, voir M.B. 24-05-2002, p. 22514 - 22519) ".
  " Les piĂšces dĂ©posĂ©es au greffe ne peuvent pas ĂȘtre consultĂ©es, et ne peuvent pas ĂȘtre utilisĂ©es dans la procĂ©dure pĂ©nale.
  (NOTE : par arrĂȘt n° 86/2002 du 8 mai 2002, la Cour d'arbitrage a annulĂ© la prĂ©sente phrase, voir M.B. 24-05-2002, p. 22514 - 22519) ".
Art. 9. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 482bis ingevoegd, luidende :
  " Art. 482bis. De mededaders van en de medeplichtigen aan het misdrijf waarvoor de ambtenaar van de hoedanigheid als vermeld in artikel 479 wordt vervolgd en de daders van samenhangende misdrijven worden samen met de ambtenaar vervolgd en berecht.
  Het eerste lid is evenwel niet van toepassing op de daders van misdaden en van politieke misdrijven en drukpersmisdrijven die samenhangen met het misdrijf waarvoor de ambtenaar wordt vervolgd. ".
  " Art. 482bis. De mededaders van en de medeplichtigen aan het misdrijf waarvoor de ambtenaar van de hoedanigheid als vermeld in artikel 479 wordt vervolgd en de daders van samenhangende misdrijven worden samen met de ambtenaar vervolgd en berecht.
  Het eerste lid is evenwel niet van toepassing op de daders van misdaden en van politieke misdrijven en drukpersmisdrijven die samenhangen met het misdrijf waarvoor de ambtenaar wordt vervolgd. ".
Art. 9. Un article 482bis est insĂ©rĂ© dans le mĂȘme Code, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Art. 482bis. Les coauteurs et les complices de l'infraction pour laquelle un fonctionnaire de la qualitĂ© exprimĂ©e Ă l'article 479 est poursuivi, et les auteurs des infractions connexes sont poursuivis et jugĂ©s en mĂȘme temps que le fonctionnaire.
  L'alinéa 1er ne s'applique toutefois pas aux auteurs de crimes et de délits politiques et délits de presse qui sont connexes avec l'infraction pour laquelle le fonctionnaire est poursuivi. ".
  " Art. 482bis. Les coauteurs et les complices de l'infraction pour laquelle un fonctionnaire de la qualitĂ© exprimĂ©e Ă l'article 479 est poursuivi, et les auteurs des infractions connexes sont poursuivis et jugĂ©s en mĂȘme temps que le fonctionnaire.
  L'alinéa 1er ne s'applique toutefois pas aux auteurs de crimes et de délits politiques et délits de presse qui sont connexes avec l'infraction pour laquelle le fonctionnaire est poursuivi. ".
Art. 10. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 503bis ingevoegd, luidende :
  " Art. 503bis. De mededaders van en de medeplichtigen aan het in deze afdeling bedoelde misdrijf waarvoor een ambtenaar van de hoedanigheid als vermeld in artikel 483 of een in artikel 485 bepaalde rechtbank wordt vervolgd, en de daders van samenhangende misdrijven worden samen met de ambtenaar of de rechtbank vervolgd en berecht.
  Het eerste lid is evenwel niet van toepassing op de daders van misdaden en van politieke misdrijven en drukpersmisdrijven die samenhangen met het misdrijf waarvoor de ambtenaar of de rechtbank worden vervolgd. ".
  " Art. 503bis. De mededaders van en de medeplichtigen aan het in deze afdeling bedoelde misdrijf waarvoor een ambtenaar van de hoedanigheid als vermeld in artikel 483 of een in artikel 485 bepaalde rechtbank wordt vervolgd, en de daders van samenhangende misdrijven worden samen met de ambtenaar of de rechtbank vervolgd en berecht.
  Het eerste lid is evenwel niet van toepassing op de daders van misdaden en van politieke misdrijven en drukpersmisdrijven die samenhangen met het misdrijf waarvoor de ambtenaar of de rechtbank worden vervolgd. ".
Art. 10. Un article 503bis est insĂ©rĂ© dans le mĂȘme Code, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Art. 503bis. Les coauteurs et les complices de l'infraction visĂ©e Ă la prĂ©sente section, pour laquelle un fonctionnaire de la qualitĂ© exprimĂ©e Ă l'article 483 ou un tribunal visĂ© Ă l'article 485, est poursuivi, et les auteurs des infractions connexes sont poursuivis et jugĂ©s en mĂȘme temps que le fonctionnaire ou le tribunal.
  L'alinéa 1er ne s'applique toutefois pas aux auteurs de crimes et de délits politiques et délits de presse qui sont connexes avec l'infraction pour laquelle le fonctionnaire ou le tribunal est poursuivi. ".
  " Art. 503bis. Les coauteurs et les complices de l'infraction visĂ©e Ă la prĂ©sente section, pour laquelle un fonctionnaire de la qualitĂ© exprimĂ©e Ă l'article 483 ou un tribunal visĂ© Ă l'article 485, est poursuivi, et les auteurs des infractions connexes sont poursuivis et jugĂ©s en mĂȘme temps que le fonctionnaire ou le tribunal.
  L'alinéa 1er ne s'applique toutefois pas aux auteurs de crimes et de délits politiques et délits de presse qui sont connexes avec l'infraction pour laquelle le fonctionnaire ou le tribunal est poursuivi. ".
Art. 11. In artikel 734bis, § 5, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 februari 2001 worden de woorden " de in § 4, tweede lid, bedoelde terechtzitting " vervangen door de woorden " de in § 3, tweede lid, bedoelde terechtzetting, ".
  Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
  Gegeven te Brussel, 4 juli 2001.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Justitie,
  M. VERWILGHEN
  Met 's Lands zegel gezegeld :
  De Minister van Justitie,
  M. VERWILGHEN
  Kondigen deze wet af, bevelen dat zij met 's Lands zegel zal worden bekleed en door het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
  Gegeven te Brussel, 4 juli 2001.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Justitie,
  M. VERWILGHEN
  Met 's Lands zegel gezegeld :
  De Minister van Justitie,
  M. VERWILGHEN
Art. 11. A l'article 734bis, § 5, alinéa 1er, du Code judiciaire, inséré par la loi du 19 février 2001, les mots " l'audience visée au § 4, alinéa 2, " sont remplacés par les mots " l'audience visée au § 3, alinéa 2, ".
  Promulguons la prĂ©sente loi, ordonnons qu'elle soit revĂȘtue du sceau de l'Etat et publiĂ©e au Moniteur belge.
  Donné à Bruxelles, le 4 juillet 2001.
  ALBERT
  Par le Roi :
  Le Ministre de la Justice,
  M. VERWILGHEN
  Scellé du sceau de l'Etat :
  Le Ministre de la Justice,
  M. VERWILGHEN
  Promulguons la prĂ©sente loi, ordonnons qu'elle soit revĂȘtue du sceau de l'Etat et publiĂ©e au Moniteur belge.
  Donné à Bruxelles, le 4 juillet 2001.
  ALBERT
  Par le Roi :
  Le Ministre de la Justice,
  M. VERWILGHEN
  Scellé du sceau de l'Etat :
  Le Ministre de la Justice,
  M. VERWILGHEN