Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
10 JUNI 2001. - Wet tot wijziging van sommige bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek, het Wetboek van strafvordering en het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, inzake onttrekking en wraking.
Titre
10 JUIN 2001. - Loi modifiant certaines dispositions du Code judiciaire, du Code d'instruction criminelle et du Code des droits d'enregistrement, d'hypothÚque et de greffe, en ce qui concerne le dessaisissement et la récusation.
Documentinformatie
Numac: 2001009610
Datum: 2001-06-10
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2001009610
Date: 2001-06-10
Moniteur: Voir
Tekst (16)
Texte (16)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepaling.
CHAPITRE I. - Disposition générale.
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Article 1. La présente loi rÚgle une matiÚre visée à l'article 78 de la Constitution.
HOOFDSTUK II. - Wijzigingen van het Gerechtelijk Wetboek.
CHAPITRE II. - Modifications du Code judiciaire.
Art. 2. In artikel 656 van het Gerechtelijk Wetboek, vervangen bij de wet van 12 maart 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° tussen het eerste en het tweede lid, worden de volgende leden ingevoegd :
  " Indien daarenboven een geldboete wegens kennelijk onontvankelijk verzoek verantwoord kan zijn, wordt, bij dezelfde beslissing, een rechtsdag bepaald op een nabije datum, waarop alleen dit punt zal worden behandeld. De griffier roept de partijen bij gerechtsbrief op om tegen die datum hun opmerkingen schriftelijk mee te delen.
  De geldboete bedraagt 125 EUR tot 2 500 EUR. De Koning mag het minimum- en maximumbedrag om de vijf jaar aanpassen aan de kosten van het levensonderhoud. De geldboete wordt geïnd door de Administratie der Registratie en Domeinen met aanwending van alle middelen van recht. ";
  2° het tweede lid, 1°, wordt vervangen als volgt :
  " 1° a) dat van het arrest, het verzoekschrift en de bijgevoegde stukken mededeling wordt gedaan aan de vrederechter of de rechter in de politierechtbank tegen wie onttrekking wordt gevorderd, teneinde binnen de door het Hof bepaalde termijn een verklaring op de uitgifte van het arrest te stellen;
  b) dat van het arrest, het verzoekschrift en de bijgevoegde stukken mededeling wordt gedaan aan de eerste voorzitter of de voorzitter, naargelang van het gerecht waartegen onttrekking wordt gevorderd, teneinde binnen de door het Hof bepaalde termijn, een verklaring op de uitgifte van het arrest te stellen in overleg met de leden van het gerecht die met naam worden vermeld en deze verklaring mede ondertekenen; ".
Art. 2. A l'article 656 du Code judiciaire, remplacé par la loi du 12 mars 1998, sont apportées les modifications suivantes :
  1° les alinéas suivants sont insérés entre les alinéas 1er et 2 :
  " Si, en outre, une amende pour requĂȘte manifestement irrecevable peut se justifier, ce point seul sera traitĂ© Ă  une audience fixĂ©e par la mĂȘme dĂ©cision Ă  une date rapprochĂ©e. Le greffier convoque les parties par pli judiciaire afin qu'elles fassent connaĂźtre leurs observations par Ă©crit pour cette date.
  L'amende est de 125 EUR à 2 500 EUR. Tous les cinq ans, le Roi peut adapter les montants minimums et maximums au coût de la vie. Le recouvrement de l'amende est poursuivi par toutes voies de droit à la diligence de l'Administration de l'enregistrement et des domaines. ";
  2° l'alinéa 2, 1°, est remplacé par la disposition suivante :
  " 1° a) la communication de l'arrĂȘt, de la requĂȘte et des piĂšces y annexĂ©es au juge de paix ou au juge au tribunal de police dont le dessaisissement est demandĂ©, pour qu'il fasse, dans le dĂ©lai fixĂ© par la Cour, une dĂ©claration sur l'expĂ©dition de l'arrĂȘt;
  b) la communication de l'arrĂȘt, de la requĂȘte et des piĂšces y annexĂ©es au premier prĂ©sident ou au prĂ©sident, selon la juridiction dont le dessaisissement est demandĂ©, pour qu'il fasse, dans le dĂ©lai fixĂ© par la cour, une dĂ©claration sur l'expĂ©dition de l'arrĂȘt, et ce, en concertation avec les membres de la juridiction nommĂ©ment dĂ©signĂ©s, qui contresigneront ladite dĂ©claration; ".
Art. 3. In artikel 658, vierde lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 12 maart 1998, worden de woorden " door van de zaak onttrokken rechters " vervangen door de woorden " door rechters aan wie de zaak onttrokken is ".
Art. 3. A l'article 658, alinĂ©a 4, du mĂȘme Code, insĂ©rĂ© par la loi du 12 mars 1998, dans le texte nĂ©erlandais, les mots " door van de zaak onttrokken rechters " sont remplacĂ©s par les mots " door rechters aan wie de zaak onttrokken is ".
Art. 4. In artikel 828 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 31 maart 1987, de nummers 1° tot en met 11°, die de nummers 2° tot en met 12° worden, doen voorafgaan door een nieuw 1°, luidende :
  " 1° wegens wettige verdenking; ".
Art. 4. A l'article 828 du mĂȘme Code, modifiĂ© par la loi du 31 mars 1987, avant les points 1° Ă  11°, qui deviennent les points 2° Ă  12°, il est insĂ©rĂ© un nouveau point 1°, libellĂ© comme suit :
  " 1° s'il y a suspicion légitime; ".
Art. 5. In artikel 835 van hetzelfde Wetboek, worden de woorden " De wraking wordt voorgedragen " vervangen door de woorden " De vordering tot wraking wordt ingeleid ".
Art. 5. A l'article 835 du mĂȘme Code, les mots " La rĂ©cusation est proposĂ©e " sont remplacĂ©s par les mots " La demande en rĂ©cusation est introduite ".
Art. 6. Artikel 837, derde lid, van hetzelfde Wetboek wordt aangevuld als volgt :
  " Wanneer de wraking van een onderzoeksrechter wordt gevorderd, beveelt de eerste voorzitter of de voorzitter, op vordering van het openbaar ministerie, dat een andere rechter zal optreden. ".
Art. 6. L'article 837, alinĂ©a 3, du mĂȘme Code est complĂ©tĂ© comme suit :
  " Si la récusation d'un juge d'instruction est demandée, le premier président ou le président ordonne, à la demande du ministÚre public, qu'il sera procédé par un autre juge. ".
Art. 7. In artikel 838 van hetzelfde Wetboek worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° tussen het tweede en het derde lid, wordt het volgende lid ingevoegd :
  " Indien daarenboven een geldboete wegens kennelijk onontvankelijk verzoek verantwoord kan zijn, wordt, bij dezelfde beslissing, een rechtsdag bepaald op een nabije datum, waarop alleen dit punt zal worden behandeld. De griffier roept de partijen bij gerechtsbrief op om tegen die datum hun opmerkingen schriftelijk mee te delen.
  De geldboete bedraagt125 EUR tot2 500 EUR. De Koning mag het minimum- en maximumbedrag om de vijf jaar aanpassen aan de kosten van het levensonderhoud. De geldboete wordt geïnd door de Administratie der Registratie en Domeinen met aanwending van alle middelen van recht. ";
  2° in het derde lid, dat het vierde lid wordt, wordt het woord " vierentwintig " vervangen door het woord " achtenveertig ".
Art. 7. A l'article 838 du mĂȘme Code sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° l'alinéa suivant est inséré entre les alinéas 2 et 3 :
  " Si, en outre, une amende pour requĂȘte manifestement irrecevable peut se justifier, ce point seul sera traitĂ© Ă  une audience fixĂ©e par la mĂȘme dĂ©cision Ă  une date rapprochĂ©e. Le greffier convoque les parties par pli judiciaire afin qu'elles fassent connaĂźtre leurs observations par Ă©crit pour cette date.
  L'amende est de 125 EUR à 2 500 EUR. Tous les cinq ans, le Roi peut adapter les montants minimums et maximums au coût de la vie. Le recouvrement de l'amende est poursuivi par toutes voies de droit à la diligence de l'Administration de l'enregistrement et des domaines. ";
  2° à l'alinéa 3, qui devient l'alinéa 4, les mots " Dans les vingt-quatre heures " sont remplacés par les mots " Dans les quarante-huit heures ".
Art. 8. Artikel 842 van hetzelfde Wetboek, opgeheven bij de wet van 12 maart 1998, wordt hersteld in de volgende lezing :
  " Art. 842. Het vonnis of arrest dat een vordering tot wraking van een rechter heeft verworpen, belet niet dat een nieuwe vordering wordt ingesteld wegens feiten die zich sedert de uitspraak voorgedaan hebben. ".
Art. 8. L'article 842 du mĂȘme Code, abrogĂ© par la loi du 12 mars 1998, est rĂ©tabli dans la rĂ©daction suivante :
  " Art. 842. Le jugement ou l'arrĂȘt qui a rejetĂ© une demande en rĂ©cusation d'un juge ne fait pas obstacle Ă  l'introduction d'une nouvelle demande pour cause de faits survenus depuis la prononciation. ".
HOOFDSTUK III. - Wijzigingen van het Wetboek van strafvordering.
CHAPITRE III. - Modifications du Code d'instruction criminelle.
Art. 9. In artikel 545 van het Wetboek van Strafvordering, vervangen bij de wet van 12 maart 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° tussen het eerste en het tweede lid, worden de volgende leden ingevoegd :
  " Indien daarenboven een geldboete wegens kennelijk onontvankelijk verzoek verantwoord kan zijn, wordt, bij dezelfde beslissing, een rechtsdag bepaald op een nabije datum, waarop alleen dit punt zal worden behandeld. De griffier roept de partijen bij gerechtsbrief op om tegen die datum hun opmerkingen schriftelijk mee te delen.
  De geldboete bedraagt 125 EUR tot 2 500 EUR. De Koning mag het minimum- en maximumbedrag om de vijf jaar aanpassen aan de kosten van het levensonderhoud. De geldboete wordt geïnd door de Administratie der Registratie en Domeinen met aanwending van alle middelen van recht. ";
  2° het tweede lid, 1°, wordt vervangen als volgt :
  " 1° a) dat van het arrest, het verzoekschrift en de bijgevoegde stukken mededeling wordt gedaan aan de rechter in de politierechtbank tegen wie onttrekking wordt gevorderd, teneinde binnen de door het Hof bepaalde termijn een verklaring op de uitgifte van het arrest te stellen;
  b) dat van het arrest, het verzoekschrift en de bijgevoegde stukken mededeling wordt gedaan aan de eerste voorzitter of de voorzitter, naargelang van het gerecht waartegen onttrekking wordt gevorderd, teneinde binnen de door het hof bepaalde termijn, een verklaring op de uitgifte van het arrest te stellen in overleg met de leden van het gerecht die met naam worden vermeld en deze verklaring mede ondertekenen; ".
Art. 9. A l'article 545 du Code d'instruction criminelle, remplacé par la loi du 12 mars 1998, sont apportées les modifications suivantes :
  1° les alinéas suivants sont insérés entre les alinéas 1er et 2 :
  " Si, en outre, une amende pour requĂȘte manifestement irrecevable peut se justifier, ce point seul sera traitĂ© Ă  une audience fixĂ©e par la mĂȘme dĂ©cision Ă  une date rapprochĂ©e. Le greffier convoque les parties par pli judiciaire afin qu'elles fassent connaĂźtre leurs observations par Ă©crit pour cette date.
  L'amende est de 125 EUR à 2 500 EUR. Tous les cinq ans, le Roi peut adapter les montants minimums et maximums au coût de la vie. Le recouvrement de l'amende est poursuivi par toutes voies de droit à la diligence de l'Administration de l'enregistrement et des domaines. ";
  2° l'alinéa 2, 1°, est remplacé par la disposition suivante :
  " 1° a) la communication de l'arrĂȘt, de la requĂȘte et des piĂšces y annexĂ©es au juge au tribunal de police dont le dessaisissement est demandĂ©, pour qu'il fasse, dans le dĂ©lai fixĂ© par la Cour, une dĂ©claration sur l'expĂ©dition de l'arrĂȘt;
  b) la communication de l'arrĂȘt, de la requĂȘte et des piĂšces y annexĂ©es au premier prĂ©sident ou au prĂ©sident, selon la juridiction dont le dessaisissement est demandĂ©, pour qu'il fasse, dans le dĂ©lai fixĂ© par la Cour, une dĂ©claration sur l'expĂ©dition de l'arrĂȘt, et ce, en concertation avec les membres de la juridiction nommĂ©ment dĂ©signĂ©s, qui contresigneront ladite dĂ©claration; ".
HOOFDSTUK IV. - Wijziging van het Wetboek van registratie-, hypotheek- en griffierechten.
CHAPITRE IV. - Modification du Code des droits d'enregistrement, d'hypothĂšque et de greffe.
Art. 10. In artikel 162 van het Wetboek van registratie-, hypotheek- en griffierechten worden de punten 11° en 12°, opgeheven bij de wet van 10 oktober 1967, hersteld in de volgende lezing :
  " 11° de akten, vonnissen en arresten inzake onttrekking van de zaak aan de rechter, zoals bedoeld in het Gerechtelijk Wetboek, deel III, titel IV, hoofdstuk III;
  12° de akten, vonnissen en arresten inzake wraking, zoals bedoeld in het Gerechtelijk Wetboek, deel IV, boek II, titel III, hoofdstuk V; ".
Art. 10. A l'article 162 du Code des droits d'enregistrement, d'hypothÚque et de greffe, les points 11° et 12°, supprimés par la loi du 10 octobre 1967, sont rétablis dans la rédaction suivante :
  " 11° les actes, jugements et arrĂȘts relatifs Ă  la procĂ©dure de dessaisissement du juge visĂ©e au Code judiciaire, troisiĂšme partie, titre IV, chapitre III;
  12° les actes, jugements et arrĂȘts relatifs Ă  la procĂ©dure de rĂ©cusation visĂ©e au Code judiciaire, quatriĂšme partie, livre II, titre III, chapitre V; ".
HOOFDSTUK V. - Overgangsbepaling.
CHAPITRE V. - Disposition transitoire.
Art. 11. Vanaf de inwerkingtreding van deze wet tot 31 december 2001 gelden in de plaats van de bedragen van " 125 EUR " en " 2 500 EUR ", vermeld in de artikelen 656 en 838 van het Gerechtelijk Wetboek en 545 van het Wetboek van strafvordering, de bedragen van " 5 000 Belgische frank " en " 100 000 Belgische frank ".
Art. 11. A compter de l'entrée en vigueur de la présente loi jusqu'au 31 décembre 2001, les montants " 5 000 francs belges " et " 100 000 francs belges " remplacent les montants " 125 EUR " et " 2 500 EUR ", mentionnés aux articles 656 et 838 du Code judiciaire et à l'article 545 du Code d'instruction criminelle.