9 MAART 2001. - Ministerieel besluit houdende de goedkeuring van het programma van het vergelijkend examen tot rangschikking van kandidaat- notarissen voor het jaar 2001.
Art. 1-2
BIJLAGE.
Art. N
Artikel 1. Het programma van het vergelijkend examen tot rangschikking van kandidaat-notarissen voor het jaar 2001, bedoeld in artikel 39, § 2, van de wet van 25 ventôse jaar XI op het notarisambt, dat werd opgesteld door de verenigde benoemingscommissies van het notariaat op 25 november 2000, aangepast aan het advies van de Raad van State op 22 februari 2001, en dat als bijlage bij dit besluit is gevoegd, wordt goedgekeurd.
Art.2. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Brussel, 9 maart 2001.
De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN
BIJLAGE.
Art. N. Vergelijkend examen voor de rangschikking van kandidaat- notarissen voor het jaar 2001.
PROGRAMMA.
De schriftelijke en mondelinge proeven zullen over de volgende onderwerpen handelen :
1° het notarieel recht als dusdanig, met inbegrip van de deontologie en de notariële boekhouding;
2° de volgende juridische materies met betrekking tot het notariaat :
a) het personenrecht, zakenrecht, erfenissen, schenkingen en testamenten, het verbintenissenrecht, de overeenkomsten, het huwelijksvermogensrecht en de zekerheden;
b) het handelsrecht;
c) het gerechtelijk recht;
d) het publiek en administratief recht;
e) het fiscaal recht;
f) het sociaal recht;
g) het internationaal privaatrecht;
3° de menselijke aspecten in contacten met cliënten, het publiek in het algemeen, administraties, aanverwante beroepsbeoefenaars, alsmede collega's;
4° de bekwaamheid in :
a) het voorstellen van billijke en juridische geschikte oplossingen;
b) het beheer van een notariskantoor, de werkorganisatie ervan en het vermogen om de activiteiten die erin ontwikkeld worden te controleren;
c) het voorkomen van en bemiddelen bij conflicten tussen cliënten, tussen deze laatsten en medewerkers van een notaris, alsmede tussen medewerkers onderling.
De schriftelijke proef zal bestaan uit meerkeuzevragen, vragen waarop een bondig antwoord wordt gevraagd, praktische gevallen en het opstellen van clausules.
De mondelinge proef zal bestaan uit een onderhoud met de leden van de Benoemingscommissie die het vrij staat de kandidaat over het volgende te ondervragen :
a) zijn visie omtrent het notarisberoep, zijn motivaties voor een carrière in het notariaat, alsook de ervaring opgedaan sinds het afstuderen aan de universiteit;
b) antwoorden op theoretische of praktische vragen omtrent punten 1° tot 4° hierboven en/of het verder uitdiepen van antwoorden van de schriftelijke proef.
Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 9 maart 2001 houdende de goedkeuring van het programma van het vergelijkend examen tot rangschikking van kandidaat-notarissen voor het jaar 2001.
De Minister van Justitie,
M. VERWILGHEN.