Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
30 NOVEMBER 2001. - Ministerieel besluit tot goedkeuring van wijzigingen aan het reglement van Nasdaq Europe.
Titre
30 NOVEMBRE 2001. - Arrêté ministériel portant approbation de modifications au règlement de Nasdaq Europe.
Documentinformatie
Info du document
Tekst (4)
Texte (4)
Artikel 1. De wijzigingen aan het reglement van Nasdaq Europe in bijlage van dit besluit worden goedgekeurd.
Article 1. Les modifications au règlement de Nasdaq Europe annexées au présent arrêté sont approuvées.
Art. 2. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Brussel, 30 november 2001.
D. REYNDERS
Brussel, 30 november 2001.
D. REYNDERS
Art. 2. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
Bruxelles, le 30 novembre 2001.
D. REYNDERS
Bruxelles, le 30 novembre 2001.
D. REYNDERS
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. Wijzigingen aan het Nasdaq Europe reglement.
HOOFDSTUK 1.
Regel 10.39 wordt vervangen door de volgende Regel :
10.39. Nasdaq Europe-Communicatiemiddelen : de communicatie-middelen aangewezen door Nasdaq Europe waarlangs Emittenten Gevoelige Informatie en/of andere voor het publiek relevante informatie bekendmaken.
De volgende definities worden toegevoegd aan Hoofdstuk 1 :
10.63. ETF Unit of Exchange Traded Fund Unit : een Financieel Instrument verhandelbaar op een markt en uitgegeven door een ETF Emittent, dat eigendomsrechten vertegenwoordigt in een open-end type beleggingsfonds, trust of beleggingsmaatschappij, welk in het bezit is van een bepaald aantal Financiële Instrumenten en een bedrag in contanten, en dat de prestaties van een index nauw volgt.
10.64. ETF Emittent : een instelling voor collectieve belegging dat in overeenstemming is met de UCITS Richtlijn of een open-end type beleggingsfonds, trust of beleggingsmaatschappij dat geregistreerd is in overeenstemming met artikels 120 of 137 van de wet van 4 december 1990 en dat Exhange Traded Fund Units uitgeeft, of, indien het fonds, onder de toepasselijke wet, is opgericht als een fonds beheerd door een beheersvennootschap, de beheersvennootschap.
10.65. UCITS Richtlijn : Richtlijn 85/611/EEG van de Raad van 20 december 1985 tot coördinatie van de wettelijke, bestuursrechtelijke en administratieve bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's), zoals gewijzigd door de Richtlijn 88/220/EEG van de Raad van 22 maart 1988 en de Richtlijn 95/26/EEG van het Europees Parlement en de Raad van 29 juni 1995.
10.66. Wet van 4 december 1990 : belgische wet van 4 december 1990 aangaande financiële transacties en de financiële markten, zoals gewijzigd.
10.67. NAW of Netto Actief Waarde : waarde van de belegging beheerd door de ETF Emittent, die gelijk is aan de activa verminderd met de passiva, gedeeld door het aantal ETF Units uitgegeven en uitstaande; de activa worden dagelijks berekend op basis van de waarde van de onderliggende samenstellende effecten zoals beschreven in de relevante prospectus en de geldcomponent.
10.68. Portefeuille Deposito : een specifiek aantal van de onderliggende samenstellende effecten van een exchange traded fund en een geldcomponent, of enige andere samenstelling van de onderliggende activa zoals beschreven in de relevante prospectus en bekendgemaakt op een regelmatige basis.
10.69. Creation Unit : Portefeuille Deposito gedeponeerd bij een bebeerder, wat vereist is voor marktdeelnemers om in staat te zijn een creatie-order te plaatsen rechtstreeks bij de ETF Emittent en een overeenkomstig aantal ETF Units in ruil te verkrijgen.
10.70. Redemption Unit : een specifiek, minimum aantal ETF Units dat vereist is voor marktdeelnemers om in staat te zijn een afkoop-order te plaatsen rechtstreeks bij de ETF Emittent en een Portefeuille Deposito in ruil te verkrijgen.
HOOFDSTUK 4.
Het volgende deel wordt toegevoegd aan Hoofdstuk 4 :
48. Exchange Traded Fund Units.
48.1. Toepassingsgebied.
48.1.0. Tenzij anders bepaald in deze sectie of indien de context het niet vereist, zijn secties 40, 41, 42, 45 en 47 van toepassing op de Opneming van Exchange Traded Fund Units.
48.2. Toelatingsvereisten in hoofde van ETF Emittenten.
48.2.0. Elke ETF Emittent moet geregistreerd zijn in overeenstemming met artikels 120 of 137 van de Wet van 4 december 1990.
48.2.1. De ETF Emittent moet voldoen aan de wetten en voorschriften van zijn Staat van Herkomst en/of van enige andere Staat die op hem van toepassing zijn.
48.3. Toelatingsvereisten met betrekking tot de Financiële Instrumenten.
48.3.0. Exchange Traded Fund Units waarvoor toelating tot Opneming op Nasdaq Europe wordt gevraagd moeten voldoen aan de volgende vereisten :
(a) De ETF Units moeten vrij overdraagbaar zijn binnen de Europese Economische Ruimte;
(b) De onderliggende samenstellende Financiële Instrumenten van de ETF Units moeten bestaan uit Financiële Instrumenten Opgenomen op een Aangeduide Markt voor ten minste 90 % van de totale portfoliowaarde; of zulk ander percentage dat toegestaan is door de relevante wetten en reglementen;
(c) Minimum 100 000 Exchange Traded Fund Units moeten uitstaan op de dag van het begin van de handel;
(d) Minimum twee ingeschreven en actieve Markthouders met betrekking tot de specifieke Exchange Traded Fund Units;
(e) Goedkeuring van de relevante index door Nasdaq Europe en een gedetailleerde beschrijving van de index in de relevante prospectus; de relevante index moet samengesteld zijn uit een redelijk ruime korf onderliggende effecten die voldoende liquide zijn en moet worden bekend gemaakt aan het publiek; de relevante index moet berekend worden door een derde partij die, voor het berekenen van deze index, onafhankelijk is van de ETF Emittent.
(f) De waarde van de onderliggende index moet door de ETF Emittent worden bezorgd of ter beschikking gesteld van Nasdaq Europe op een continue intra-dagelijkse basis voor zover deze waarde wordt berekend en aangepast door de leverancier van deze index.
48.4. Neerleggen van documenten bij de Marktautoriteit.
48.4.0. Elke ETF Emittent moet bij de Marktautoriteit een bewijs neerleggen van de registratie van de Exchange Traded Fund Units in ten minste de Staat van Herkomst en in België.
48.4.1. Op verzoek van de Marktautoriteit moet elke ETF Emittent, in voorkomend geval, eveneens kopies neerleggen van de management overeenkomst tussen de ETF Emittent en de management vennootschap, en van elke andere overeenkomst, elk ander document of elke andere verklaring eventueel vereist door de Marktautoriteit en gerelateerd aan de specifieke aard van de uitgegeven Financiële Instrumenten.
Instructie bij Regel 48.4.1.
Bijkomende vereisten worden door de Marktautoriteit vastgelegd in dit Reglement of medegedeeld aan de Emittenten en, op verzoek, aan elke potentiële Emittent bij wijze van rondschrijven.
48.5. Prospectusvereisten.
48.5.0. Een ETF Emittent die toelating vraagt tot Opneming op Nasdaq Europe van Exchange Traded Fund Units moet een prospectus opstellen dat in overeenstemming is met de prospectusvereisten uit dit Reglement en met alle andere wetten en reglementen die van toepassing zijn.
48.5.1. De prospectus bedoeld in Regel 48.5.0. moet de informatie bevatten die noodzakelijk is voor de beleggers om een geïnformeerde beoordeling te maken van de belegging die hen wordt voorgesteld. Naast de relevante informatie zoals uiteengezet in Annex A van de UCITS Richtlijn, moet de prospectus ten minste de volgende informatie bevatten :
(a) Een beknopte beschrijving van het belastingsregime, inclusief de inhoudingsvoorzieningen, van toepassing op de houders van een ETF Unit onder de bestaande wetten en reglementen van de Staat waar de ETF Unit wordt gecommercialiseerd, met, in elk geval, inbegrip van België;
(b) De namen en adressen van de personen verantwoordelijk voor het controleren van de boekhoudkundige informatie van de ETF Emittent voor de afgelopen drie jaar of voor de levensduur van de ETF Emittent en zijn voorgangers indien minder dan drie jaar, in overeenstemming met de bestaande wetten en reglementen van de Staat van Herkomst van de Emittent. Verklaring dat de financiële staten gecontroleerd zijn. Indien controlerapporten over de boekhoudkundige informatie werden geweigerd of indien ze een afkeuring bevatten, moet deze weigering of afkeuring volledig hernomen worden met een indicatie van de redenen opgegeven door de revisor ter verantwoording van zulk een weigering of afkeuring. Indicatie van de informatie die is gecontroleerd door de revisoren;
(c) Beschrijving van het vereffeningsproces en indicatie van het relevante Nasdaq Europe Vereffeningssysteem;
(d) Regels betreffende de vaststelling van de Netto Actief Waarde van de ETF Unit;
(e) Een overzicht van de verloning, provisies en kosten;
(f) Beschrijving van de procedure en de voorwaarden voor de creatie en de afkoop van ETF Units, inclusief de omvang van de Creation en Redemption Units en de eraan verbonden kosten; en
(g) Beschrijving van de samenstelling van het Portefeuille Deposito en van de procedures voor de publikatie van deze samenstelling.
48.5.2. Aangezien de ETF Unit ontworpen is om de prestaties van een index nauw te volgen, moet de prospectus bedoeld in Regel 48.5.0. een gedetailleerde beschrijving bevatten van de volgende zaken gerelateerd tot de index en zijn componenten :
de berekeningsmethode van de index;
(b) de manier waarop wijzigingen in de methodologie zullen worden medegedeeld aan Nasdaq Europe en aan het publiek;
(c) de berekeningsmethode van de index indien één of meer van zijn samenstellende effecten is opgeschort van de handel of verwijderd uit de Notering of Opneming op een Aangeduide Markt;
(d) de berekeningsmethode van de index indien één of meerdere van de Aangeduide Markten waarop de samenstellende effecten Opgenomen zijn, is gesloten;
(e) de manier waarop informatie over de index beschikbaar wordt gemaakt.
48.6. Bekendmaking van Informatie.
48.6.0. Regels 47.4.0. en 47.5.0. van dit Reglement zijn van toepassing op elk prospectus dat opgesteld en bij de Marktautoriteit neergelegd wordt met betrekking tot Exchange Traded Fund Units.
48.6.1. Naast wat beschreven staat in Regel 48.6.0., moet de financiële informatie opgenomen in de prospectus die neergelegd wordt bij de Marktautoriteit in verband met de ETF Units, voorbereid zijn in overeenstemming met de relevante boekhoudnormen of -wetgeving van de Staat van Herkomst van de ETF Emittent.
HOOFDSTUK 5.
Het volgende deel wordt toegevoegd aan Hoofdstuk 5 :
58. Exchange Traded Fund Units.
58.1. Toepassingsgebied.
58.1.0. Tenzij anders bepaald in deze sectie of indien de context het niet anders vereist, zijn secties 50, 51, 52 en 57 van toepassing op de verhandeling van Exchange Traded Fund Units.
58.2. Doorlopende Vereisten in hoofde van de ETF Emittent.
58.2.0. Zolang ETF Units toegelaten blijven tot Opneming op Nasdaq Europe, moet de ETF Emittent geldig opgericht en wettelijk toegelaten zijn om ETF Units aan het publiek aan te bieden overeenkomstig de bestaande wetten en reglementen van zijn Staat van Herkomst of van elke andere relevante autoriteit.
58.2.1. De ETF Emittent moet op een doorlopende basis in overeenstemming zijn met de wetten en reglementen van zijn Staat van Herkomst en van elke andere Staat, die op hem van toepassing zijn.
58.3. Doorlopende Vereisten met betrekking tot de Financiële Instrumenten.
58.3.0. Exchange Traded Fund Units Opgenomen op Nasdaq Europe moeten te allen tijde voldoen aan de volgende vereisten :
(a) De ETF Units zijn vrij overdraagbaar binnen de Europese Economische Ruimte;
(b) De onderliggende samenstellende Financiële Instrumenten van de ETF Units moeten bestaan uit Financiële Instrumenten Opgenomen op een Aangeduide Markt voor tenminste 90 % van de totale portfoliowaarde, of zulk ander percentage dat toegestaan is door de relevante wetten en reglementen;
(c) Minimum 100 000 Exchange Traded Fund Units moeten uitstaan;
(d) Minimum twee ingeschreven en actieve Markthouders met betrekking tot de specifieke Exchange Traded Fund Units;
(e) Goedkeuring van de relevante index door Nasdaq Europe en een gedetailleerde beschrijving van materiële wijzigingen aan de index; de relevante index moet samengesteld zijn uit een redelijk ruime korf onderliggende effecten die voldoende liquide zijn en moet worden bekend gemaakt aan het publiek; de relevante index moet berekend worden door een derde partij die, voor het berekenen van deze index, onafhankelijk is van de ETF Emittent.
(f) De waarde van de onderliggende index moet door de ETF Emittent worden bezorgd of ter beschikking gesteld van Nasdaq Europe op een continue intra-dagelijkse basis voor zover deze waarde wordt berekend en aangepast door de leverancier van deze index. Ten minste éénmaal per dag moet de ETF Emittent de Netto Actief Waarde berekenen en bezorgen, en publiceren via de Nasdaq Europe-Communicatie-middelen.
(g) De ETF Emittent moet verzekeren dat de waarde van de onderliggende index publiekelijk beschikbaar wordt gesteld.
58.4. Bekendmaking van Informatie - Neerleggen van Documenten.
58.4.0. Elke ETF Emittent moet een kopie van de registratie van de ETF Units in elk ander land neerleggen bij de Marktautoriteit zodra deze registratie plaats vindt.
58.4.1. Elke ETF Emittent moet elk van de volgende gebeurtenissen neerleggen bij de Marktautoriteit en bekend maken aan het publiek, binnen het door de Marktautoriteit voorgeschreven tijdskader middels de Nasdaq Europe-Communicatiemiddelen :
(a) de voorafgaande mededeling van halfjaar- en jaarresultaten;
(b) de neerlegging van jaarverslagen en halfjaarlijkse verslagen;
(c) elke wijziging in de essentiële elementen van de prospectus;
(d) elke wijziging van zijn neerleggingsagent;
(e) in voorkomend geval, elke wijziging in de samenstelling en/of weging van de effecten in de onderliggende index van de ETF Units;
58.5. Bekendmaking van Informatie - Prijsgevoelige Informatie.
58.5.1. Een ETF Emittent moet onmiddellijk alle Prijsgevoelige Informatie met betrekking tot de ETF Unit zelf, middels de Nasdaq Europe-Communicatiemiddelen bekend maken.
Instructie bij Regel 58.5.1.
Onder Prijsgevoelige Informatie wordt, zonder beperkingen, het volgende verstaan :
- elke informatie met betrekking tot de ETF Emittent dat van materieel belang is, inclusief, maar niet beperkt tot zijn management, zijn financiële positie en performantie, elke materiële transactie tussen de ETF Emittent en zijn reglementaire status;
- een split of reverse split van de ETF Unit;
- de melding van de betaling van een dividend;
- elke andere informatie die relevant is voor de belegger of van publiek belang is.
58.6. Bekendmaking van Informatie - Periodieke Informatie.
58.6.1. De ETF Emittent legt bij de Marktautoriteit een jaarverslag neer, waarin tevens de gecontroleerde financiële staten zijn opgenomen en stelt dit beschikbaar aan het publiek, binnen vier maand na afloop van het boekjaar van de ETF Emittent of binnen zulke periode als vereist door de wetgeving van de Staat van Herkomst van de ETF Emittent. Het jaarverslag dient een balans of een staat van activa en passiva te bevatten, een gedetailleerde staat van inkomsten en uitgaven voor het boekjaar, een rapport over de activiteiten in het boekjaar en de andere informatie opgenomen in Schema B van de UCITS Richtlijn, zowel als alle significante informatie dat de beleggers in staat moet stellen een geïnformeerde beoordeling te maken van de activiteiten van de Exchange Traded Fund Emittent en zijn resultaten.
58.6.2. De ETF Emittent legt niet-gecontroleerde halfjaar- en jaarverslagen over de eerste zes maanden van het boekjaar van de ETF Emittent neer bij de Marktautoriteit en stelt deze ter beschikking van het publiek, binnen 2 maand na afloop van de relevante periode. Het halfjaarverslag dient tenminste de informatie omschreven in Hoofdstukken I tot IV van Schema B van de ECITS Richtlijn, hierin hernomen als Bijlage L, te bevatten. Indien de ETF Emittent een tussentijds dividend heeft betaald of voorgesteld heeft te betalen, dan moet het resultaat na belastingen voor het halfjaar en het tussentijds dividend of het voorstel daartoe opgenomen worden.
HOOFDSTUK 10.
Het volgende punt (g) wordt toegevoegd aan Regel 102.12.3 :
102.12.3. (g) in het geval van ETF Units of andere Financiële Instrumenten waarvan de waarde wordt bepaald door de waarde van de onderliggende effecten, in buitengewone omstandigheden waar een algehele stopzetting of schorsing van de handel wordt opgelegd die een invloed heeft op alle of een groot deel van deze onderliggende effecten of in alle andere omstandigheden die een invloed hebben op deze onderliggende effecten en als resultaat waarvan een ordelijke markt niet langer mogelijk is in de ETF Units of zulke andere Financiële Instrumenten.
Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 30 november 2001.
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
HOOFDSTUK 1.
Regel 10.39 wordt vervangen door de volgende Regel :
10.39. Nasdaq Europe-Communicatiemiddelen : de communicatie-middelen aangewezen door Nasdaq Europe waarlangs Emittenten Gevoelige Informatie en/of andere voor het publiek relevante informatie bekendmaken.
De volgende definities worden toegevoegd aan Hoofdstuk 1 :
10.63. ETF Unit of Exchange Traded Fund Unit : een Financieel Instrument verhandelbaar op een markt en uitgegeven door een ETF Emittent, dat eigendomsrechten vertegenwoordigt in een open-end type beleggingsfonds, trust of beleggingsmaatschappij, welk in het bezit is van een bepaald aantal Financiële Instrumenten en een bedrag in contanten, en dat de prestaties van een index nauw volgt.
10.64. ETF Emittent : een instelling voor collectieve belegging dat in overeenstemming is met de UCITS Richtlijn of een open-end type beleggingsfonds, trust of beleggingsmaatschappij dat geregistreerd is in overeenstemming met artikels 120 of 137 van de wet van 4 december 1990 en dat Exhange Traded Fund Units uitgeeft, of, indien het fonds, onder de toepasselijke wet, is opgericht als een fonds beheerd door een beheersvennootschap, de beheersvennootschap.
10.65. UCITS Richtlijn : Richtlijn 85/611/EEG van de Raad van 20 december 1985 tot coördinatie van de wettelijke, bestuursrechtelijke en administratieve bepalingen betreffende bepaalde instellingen voor collectieve belegging in effecten (icbe's), zoals gewijzigd door de Richtlijn 88/220/EEG van de Raad van 22 maart 1988 en de Richtlijn 95/26/EEG van het Europees Parlement en de Raad van 29 juni 1995.
10.66. Wet van 4 december 1990 : belgische wet van 4 december 1990 aangaande financiële transacties en de financiële markten, zoals gewijzigd.
10.67. NAW of Netto Actief Waarde : waarde van de belegging beheerd door de ETF Emittent, die gelijk is aan de activa verminderd met de passiva, gedeeld door het aantal ETF Units uitgegeven en uitstaande; de activa worden dagelijks berekend op basis van de waarde van de onderliggende samenstellende effecten zoals beschreven in de relevante prospectus en de geldcomponent.
10.68. Portefeuille Deposito : een specifiek aantal van de onderliggende samenstellende effecten van een exchange traded fund en een geldcomponent, of enige andere samenstelling van de onderliggende activa zoals beschreven in de relevante prospectus en bekendgemaakt op een regelmatige basis.
10.69. Creation Unit : Portefeuille Deposito gedeponeerd bij een bebeerder, wat vereist is voor marktdeelnemers om in staat te zijn een creatie-order te plaatsen rechtstreeks bij de ETF Emittent en een overeenkomstig aantal ETF Units in ruil te verkrijgen.
10.70. Redemption Unit : een specifiek, minimum aantal ETF Units dat vereist is voor marktdeelnemers om in staat te zijn een afkoop-order te plaatsen rechtstreeks bij de ETF Emittent en een Portefeuille Deposito in ruil te verkrijgen.
HOOFDSTUK 4.
Het volgende deel wordt toegevoegd aan Hoofdstuk 4 :
48. Exchange Traded Fund Units.
48.1. Toepassingsgebied.
48.1.0. Tenzij anders bepaald in deze sectie of indien de context het niet vereist, zijn secties 40, 41, 42, 45 en 47 van toepassing op de Opneming van Exchange Traded Fund Units.
48.2. Toelatingsvereisten in hoofde van ETF Emittenten.
48.2.0. Elke ETF Emittent moet geregistreerd zijn in overeenstemming met artikels 120 of 137 van de Wet van 4 december 1990.
48.2.1. De ETF Emittent moet voldoen aan de wetten en voorschriften van zijn Staat van Herkomst en/of van enige andere Staat die op hem van toepassing zijn.
48.3. Toelatingsvereisten met betrekking tot de Financiële Instrumenten.
48.3.0. Exchange Traded Fund Units waarvoor toelating tot Opneming op Nasdaq Europe wordt gevraagd moeten voldoen aan de volgende vereisten :
(a) De ETF Units moeten vrij overdraagbaar zijn binnen de Europese Economische Ruimte;
(b) De onderliggende samenstellende Financiële Instrumenten van de ETF Units moeten bestaan uit Financiële Instrumenten Opgenomen op een Aangeduide Markt voor ten minste 90 % van de totale portfoliowaarde; of zulk ander percentage dat toegestaan is door de relevante wetten en reglementen;
(c) Minimum 100 000 Exchange Traded Fund Units moeten uitstaan op de dag van het begin van de handel;
(d) Minimum twee ingeschreven en actieve Markthouders met betrekking tot de specifieke Exchange Traded Fund Units;
(e) Goedkeuring van de relevante index door Nasdaq Europe en een gedetailleerde beschrijving van de index in de relevante prospectus; de relevante index moet samengesteld zijn uit een redelijk ruime korf onderliggende effecten die voldoende liquide zijn en moet worden bekend gemaakt aan het publiek; de relevante index moet berekend worden door een derde partij die, voor het berekenen van deze index, onafhankelijk is van de ETF Emittent.
(f) De waarde van de onderliggende index moet door de ETF Emittent worden bezorgd of ter beschikking gesteld van Nasdaq Europe op een continue intra-dagelijkse basis voor zover deze waarde wordt berekend en aangepast door de leverancier van deze index.
48.4. Neerleggen van documenten bij de Marktautoriteit.
48.4.0. Elke ETF Emittent moet bij de Marktautoriteit een bewijs neerleggen van de registratie van de Exchange Traded Fund Units in ten minste de Staat van Herkomst en in België.
48.4.1. Op verzoek van de Marktautoriteit moet elke ETF Emittent, in voorkomend geval, eveneens kopies neerleggen van de management overeenkomst tussen de ETF Emittent en de management vennootschap, en van elke andere overeenkomst, elk ander document of elke andere verklaring eventueel vereist door de Marktautoriteit en gerelateerd aan de specifieke aard van de uitgegeven Financiële Instrumenten.
Instructie bij Regel 48.4.1.
Bijkomende vereisten worden door de Marktautoriteit vastgelegd in dit Reglement of medegedeeld aan de Emittenten en, op verzoek, aan elke potentiële Emittent bij wijze van rondschrijven.
48.5. Prospectusvereisten.
48.5.0. Een ETF Emittent die toelating vraagt tot Opneming op Nasdaq Europe van Exchange Traded Fund Units moet een prospectus opstellen dat in overeenstemming is met de prospectusvereisten uit dit Reglement en met alle andere wetten en reglementen die van toepassing zijn.
48.5.1. De prospectus bedoeld in Regel 48.5.0. moet de informatie bevatten die noodzakelijk is voor de beleggers om een geïnformeerde beoordeling te maken van de belegging die hen wordt voorgesteld. Naast de relevante informatie zoals uiteengezet in Annex A van de UCITS Richtlijn, moet de prospectus ten minste de volgende informatie bevatten :
(a) Een beknopte beschrijving van het belastingsregime, inclusief de inhoudingsvoorzieningen, van toepassing op de houders van een ETF Unit onder de bestaande wetten en reglementen van de Staat waar de ETF Unit wordt gecommercialiseerd, met, in elk geval, inbegrip van België;
(b) De namen en adressen van de personen verantwoordelijk voor het controleren van de boekhoudkundige informatie van de ETF Emittent voor de afgelopen drie jaar of voor de levensduur van de ETF Emittent en zijn voorgangers indien minder dan drie jaar, in overeenstemming met de bestaande wetten en reglementen van de Staat van Herkomst van de Emittent. Verklaring dat de financiële staten gecontroleerd zijn. Indien controlerapporten over de boekhoudkundige informatie werden geweigerd of indien ze een afkeuring bevatten, moet deze weigering of afkeuring volledig hernomen worden met een indicatie van de redenen opgegeven door de revisor ter verantwoording van zulk een weigering of afkeuring. Indicatie van de informatie die is gecontroleerd door de revisoren;
(c) Beschrijving van het vereffeningsproces en indicatie van het relevante Nasdaq Europe Vereffeningssysteem;
(d) Regels betreffende de vaststelling van de Netto Actief Waarde van de ETF Unit;
(e) Een overzicht van de verloning, provisies en kosten;
(f) Beschrijving van de procedure en de voorwaarden voor de creatie en de afkoop van ETF Units, inclusief de omvang van de Creation en Redemption Units en de eraan verbonden kosten; en
(g) Beschrijving van de samenstelling van het Portefeuille Deposito en van de procedures voor de publikatie van deze samenstelling.
48.5.2. Aangezien de ETF Unit ontworpen is om de prestaties van een index nauw te volgen, moet de prospectus bedoeld in Regel 48.5.0. een gedetailleerde beschrijving bevatten van de volgende zaken gerelateerd tot de index en zijn componenten :
de berekeningsmethode van de index;
(b) de manier waarop wijzigingen in de methodologie zullen worden medegedeeld aan Nasdaq Europe en aan het publiek;
(c) de berekeningsmethode van de index indien één of meer van zijn samenstellende effecten is opgeschort van de handel of verwijderd uit de Notering of Opneming op een Aangeduide Markt;
(d) de berekeningsmethode van de index indien één of meerdere van de Aangeduide Markten waarop de samenstellende effecten Opgenomen zijn, is gesloten;
(e) de manier waarop informatie over de index beschikbaar wordt gemaakt.
48.6. Bekendmaking van Informatie.
48.6.0. Regels 47.4.0. en 47.5.0. van dit Reglement zijn van toepassing op elk prospectus dat opgesteld en bij de Marktautoriteit neergelegd wordt met betrekking tot Exchange Traded Fund Units.
48.6.1. Naast wat beschreven staat in Regel 48.6.0., moet de financiële informatie opgenomen in de prospectus die neergelegd wordt bij de Marktautoriteit in verband met de ETF Units, voorbereid zijn in overeenstemming met de relevante boekhoudnormen of -wetgeving van de Staat van Herkomst van de ETF Emittent.
HOOFDSTUK 5.
Het volgende deel wordt toegevoegd aan Hoofdstuk 5 :
58. Exchange Traded Fund Units.
58.1. Toepassingsgebied.
58.1.0. Tenzij anders bepaald in deze sectie of indien de context het niet anders vereist, zijn secties 50, 51, 52 en 57 van toepassing op de verhandeling van Exchange Traded Fund Units.
58.2. Doorlopende Vereisten in hoofde van de ETF Emittent.
58.2.0. Zolang ETF Units toegelaten blijven tot Opneming op Nasdaq Europe, moet de ETF Emittent geldig opgericht en wettelijk toegelaten zijn om ETF Units aan het publiek aan te bieden overeenkomstig de bestaande wetten en reglementen van zijn Staat van Herkomst of van elke andere relevante autoriteit.
58.2.1. De ETF Emittent moet op een doorlopende basis in overeenstemming zijn met de wetten en reglementen van zijn Staat van Herkomst en van elke andere Staat, die op hem van toepassing zijn.
58.3. Doorlopende Vereisten met betrekking tot de Financiële Instrumenten.
58.3.0. Exchange Traded Fund Units Opgenomen op Nasdaq Europe moeten te allen tijde voldoen aan de volgende vereisten :
(a) De ETF Units zijn vrij overdraagbaar binnen de Europese Economische Ruimte;
(b) De onderliggende samenstellende Financiële Instrumenten van de ETF Units moeten bestaan uit Financiële Instrumenten Opgenomen op een Aangeduide Markt voor tenminste 90 % van de totale portfoliowaarde, of zulk ander percentage dat toegestaan is door de relevante wetten en reglementen;
(c) Minimum 100 000 Exchange Traded Fund Units moeten uitstaan;
(d) Minimum twee ingeschreven en actieve Markthouders met betrekking tot de specifieke Exchange Traded Fund Units;
(e) Goedkeuring van de relevante index door Nasdaq Europe en een gedetailleerde beschrijving van materiële wijzigingen aan de index; de relevante index moet samengesteld zijn uit een redelijk ruime korf onderliggende effecten die voldoende liquide zijn en moet worden bekend gemaakt aan het publiek; de relevante index moet berekend worden door een derde partij die, voor het berekenen van deze index, onafhankelijk is van de ETF Emittent.
(f) De waarde van de onderliggende index moet door de ETF Emittent worden bezorgd of ter beschikking gesteld van Nasdaq Europe op een continue intra-dagelijkse basis voor zover deze waarde wordt berekend en aangepast door de leverancier van deze index. Ten minste éénmaal per dag moet de ETF Emittent de Netto Actief Waarde berekenen en bezorgen, en publiceren via de Nasdaq Europe-Communicatie-middelen.
(g) De ETF Emittent moet verzekeren dat de waarde van de onderliggende index publiekelijk beschikbaar wordt gesteld.
58.4. Bekendmaking van Informatie - Neerleggen van Documenten.
58.4.0. Elke ETF Emittent moet een kopie van de registratie van de ETF Units in elk ander land neerleggen bij de Marktautoriteit zodra deze registratie plaats vindt.
58.4.1. Elke ETF Emittent moet elk van de volgende gebeurtenissen neerleggen bij de Marktautoriteit en bekend maken aan het publiek, binnen het door de Marktautoriteit voorgeschreven tijdskader middels de Nasdaq Europe-Communicatiemiddelen :
(a) de voorafgaande mededeling van halfjaar- en jaarresultaten;
(b) de neerlegging van jaarverslagen en halfjaarlijkse verslagen;
(c) elke wijziging in de essentiële elementen van de prospectus;
(d) elke wijziging van zijn neerleggingsagent;
(e) in voorkomend geval, elke wijziging in de samenstelling en/of weging van de effecten in de onderliggende index van de ETF Units;
58.5. Bekendmaking van Informatie - Prijsgevoelige Informatie.
58.5.1. Een ETF Emittent moet onmiddellijk alle Prijsgevoelige Informatie met betrekking tot de ETF Unit zelf, middels de Nasdaq Europe-Communicatiemiddelen bekend maken.
Instructie bij Regel 58.5.1.
Onder Prijsgevoelige Informatie wordt, zonder beperkingen, het volgende verstaan :
- elke informatie met betrekking tot de ETF Emittent dat van materieel belang is, inclusief, maar niet beperkt tot zijn management, zijn financiële positie en performantie, elke materiële transactie tussen de ETF Emittent en zijn reglementaire status;
- een split of reverse split van de ETF Unit;
- de melding van de betaling van een dividend;
- elke andere informatie die relevant is voor de belegger of van publiek belang is.
58.6. Bekendmaking van Informatie - Periodieke Informatie.
58.6.1. De ETF Emittent legt bij de Marktautoriteit een jaarverslag neer, waarin tevens de gecontroleerde financiële staten zijn opgenomen en stelt dit beschikbaar aan het publiek, binnen vier maand na afloop van het boekjaar van de ETF Emittent of binnen zulke periode als vereist door de wetgeving van de Staat van Herkomst van de ETF Emittent. Het jaarverslag dient een balans of een staat van activa en passiva te bevatten, een gedetailleerde staat van inkomsten en uitgaven voor het boekjaar, een rapport over de activiteiten in het boekjaar en de andere informatie opgenomen in Schema B van de UCITS Richtlijn, zowel als alle significante informatie dat de beleggers in staat moet stellen een geïnformeerde beoordeling te maken van de activiteiten van de Exchange Traded Fund Emittent en zijn resultaten.
58.6.2. De ETF Emittent legt niet-gecontroleerde halfjaar- en jaarverslagen over de eerste zes maanden van het boekjaar van de ETF Emittent neer bij de Marktautoriteit en stelt deze ter beschikking van het publiek, binnen 2 maand na afloop van de relevante periode. Het halfjaarverslag dient tenminste de informatie omschreven in Hoofdstukken I tot IV van Schema B van de ECITS Richtlijn, hierin hernomen als Bijlage L, te bevatten. Indien de ETF Emittent een tussentijds dividend heeft betaald of voorgesteld heeft te betalen, dan moet het resultaat na belastingen voor het halfjaar en het tussentijds dividend of het voorstel daartoe opgenomen worden.
HOOFDSTUK 10.
Het volgende punt (g) wordt toegevoegd aan Regel 102.12.3 :
102.12.3. (g) in het geval van ETF Units of andere Financiële Instrumenten waarvan de waarde wordt bepaald door de waarde van de onderliggende effecten, in buitengewone omstandigheden waar een algehele stopzetting of schorsing van de handel wordt opgelegd die een invloed heeft op alle of een groot deel van deze onderliggende effecten of in alle andere omstandigheden die een invloed hebben op deze onderliggende effecten en als resultaat waarvan een ordelijke markt niet langer mogelijk is in de ETF Units of zulke andere Financiële Instrumenten.
Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 30 november 2001.
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
Art. N. Modifications du règlement de Nasdaq Europe.
,CHAPITRE 1.
La Règle 10.39 est remplacée par la Règle suivante :
10.39. Modes de Communication du Nasdaq Europe : les modes de communication désignés par Nasdaq Europe par lesquels les Emetteurs communiquent au public les Informations Sensibles et/ou toute autre information relevante pour le public.
Les définitions suivantes sont ajoutées au Chapitre 1 :
10.63. ETF Unit ou Exchange Traded Fund Unit : un Instrument Financier qui est négociable sur un marché et qui est émis par un Emetteur ETF, représentant un droit de propriété dans un fond d'investissement, un trust ou dans une société d'investissement, de type ouvert, qui détient un certain nombre d'Instruments Financiers et des liquidités, et qui suit de près un index.
10.64. Emetteur ETF : un organisme de placement collectif qui est conforme à la Directive UCITS ou un fonds d'investissement, un trust ou une société d'investissement, de type ouvert, qui est enregistré conformément aux articles 120 ou 137 de la loi du 4 décembre 1990 et qui émet des Exchange Traded Fund Units, ou, si le fonds est constitué, en vertu du droit applicable, en tant que fonds commun géré par une société de gestion, la société de gestion.
10.65. Directive UCITS : Directive du Conseil 85/611/CEE du 20 décembre 1985 portant coordination des dispositions législatives, réglementaires et administratives concernant certains organismes de placement collectif en valeurs mobilières, tel que modifié par la Directive du Conseil 88//220/CEE du 22 mars 1988 et la Directive du Parlement européen et du Conseil 95/26/CEE du 29 juin 1995.
10.66. Loi du 4 décembre 1990 : loi belge du 4 décembre 1990 relative aux opérations financières et aux marchés financiers, comme modifiée.
10.67. Valeur d'Inventaire Nette ou VIN : valeur des investissements gérés par l'Emetteur ETF, égale à l'actif moins le passif, divisé par le nombre d'ETF Units émises et en circulation; l'actif est calculé quotidiennement sur base de la valeur des titres sous-jacents, tel que décrit dans le prospectus concerné, et des composantes cash.
10.68. Portfolio Deposit : un nombre spécifique de titres sous-jacents d'un exchange traded fund et une composante cash, ou tout autre composition d'actifs sous-jacents comme décrit dans le prospectus relevant et publié régulièrement.
10.69. Creation Unit : Portfolio Deposit déposé auprès d'un conservateur requis pour que les participants sur le marché soient en mesure de placer un ordre de création directement auprès d'un Emetteur ETF et recevoir en échange un nombre correspondant d'ETF Units.
10.70. Redemption Unit : un nombre spécifique minimum d'ETF Units requis afin de permettre aux participants sur le marché de placer un ordre de remboursement directement auprès l'Emetteur ETF et de recevoir un Porfolio Deposit en échange.
CHAPITRE 4.
La section suivante est ajoutée au Chapitre 4 :
48. Exchange Traded Fund Units.
48.1. Champ d'application.
48.1.0. Sauf disposition contraire dans cette section, ou lorsque le contexte ne l'exige pas, les sections 40, 41, 42, 45 et 47 sont applicables à l'Inscription des Exchange Traded Fund Units.
48.2. Conditions d'admission relatives aux Emetteurs ETF.
48.2.0. Tout Emetteur ETF doit être valablement enregistré conformément aux articles 120 ou 137 de la Loi du 4 décembre 1990.
48.2.1 L'Emetteur ETF doit se conformer aux lois et réglementations de son Etat d'Origine et de tout autre Etat, qui lui sont applicables.
48.3. Conditions d'admission relatives aux Instruments Financiers.
48.3.0. Les Exchange Traded Fund Units pour lesquelles l'admission à l'Inscription sur Nasdaq Europe a été demandée doivent répondre aux conditions suivantes :
(a) Les ETF Units doivent être librement cessibles au sein de l'Espace économique européen;
(b) Les Instruments Financiers sous-jacents aux ETF Units doivent être composés d'Instruments Financiers Inscrits sur un Marché Désigné pour 90 % de la valeur de portefeuille totale ou pour tout autre pourcentage autorisé par les lois et réglementations relevantes;
(c) Un nombre minimum de 100 000 ETF Units doivent exister au jour du début des négociations;
(d) Deux Teneurs de Marché au minimum doivent être enregistrés et actifs relativement aux Exchange Traded Fund Units visées;
(e) Approbation de l'index relevant par Nasdaq Europe et description détaillée de l'index dans le prospectus relevant; l'index relevant doit être composé d'un panier raisonnablement large de titres le composant, qui sont suffisamment liquides et doivent être rendus public; l'index relevant doit être calculé par un tiers qui doit être indépendant de l'Emetteur ETF pour les besoins d'un tel calcul;
(f) La valeur de l'index sous-jacent doit être fournie ou mise à la disposition du Nasdaq Europe par l'Emetteur ETF sur une base continue " intra-day " lorsque cette valeur est calculée et mise à jour par le fournisseur d'un tel index.
48.4. Dépôt auprès de l'Autorité de Marché.
48.4.0. Chaque Emetteur ETF doit déposer auprès de l'Autorité de Marché une preuve d'enregistrement d'ETF Units au minimum dans l'Etat d'Origine et en Belgique.
48.4.1. Sur requête de l'Autorité de Marché, l'Emetteur ETF doit déposer également auprès de l'Autorité de Marché, le cas échéant, des copies du contrat de gestion entre l'Emetteur ETF et la société de gestion, et de tout autre contrat, document ou déclaration qui pourrait être requis par l'Autorité de Marché et relative à la nature spécifique des Instruments Financiers émis.
Instruction relative à la Règle 48.4.1.
Des exigences additionnelles sont déterminées par l'Autorité de Marché dans ce Règlement ou communiquées aux Emetteurs et, sur requête, à tout Emetteur potentiel par voie de circulaire.
48.5. Conditions relatives au Prospectus.
48.5.0. Un Emetteur ETF qui demande l'admission à l'Inscription sur le Nasdaq Europe d'Exchange Traded Fund Units doit préparer un prospectus répondant aux exigences du présent Règlement et de toute législation ou réglementation applicable.
48.5.1. Le prospectus visé à la Règle 48.5.0. doit contenir l'information nécessaire aux investisseurs afin qu'ils puissent en connaissance de cause former un jugement sur l'investissement qui leur est proposé. En plus de l'information relevante visée à l'Annexe A de la Directive UCITS, le prospectus doit contenir, au minimum, l'information suivante :
(a) Une brève description du régime fiscal, en ce compris précomptes, auquel les détenteurs d'une ETF Unit sont sujets en vertu des lois et réglementations existantes de l'Etat où une ETF Unit est commercialisée, en ce compris, dans tous les cas, la Belgique;
(b) Noms et adresses des personnes responsables pour l'audit de l'information comptable de l'Emetteur ETF pour les trois années précédentes ou pour la durée d'existence de l'Emetteur ETF et de ses prédécesseurs si elle est inférieur à trois années comptables, conformément aux lois et réglementations applicables de l'Etat d'Origine de l'Emetteur. Indication que les états financiers ont été audités. Si des rapports d'audit sur l'information comptable ont été refusés ou s'ils contiennent des réserves, de tels refus ou réserves doivent être reproduits entièrement, en indiquant les raisons données par les auditeurs pour justifier ces refus ou ces réserves. Indication de toute information dans le prospectus qui a été auditée par les auditeurs.
(c) Description du processus de liquidation et indication du Système de Liquidation du Nasdaq Europe relevant;
(d) Règles pour l'établissement de la Valeur d'Inventaire Nette de l'ETF Unit;
(e) Une description de la rémunération, des charges et des coûts;
(f) Une description des procédures et des conditions de création et de remboursement des ETF Units, en ce compris la taille des Creation et Redemption Units et les coûts y associés; et
(g) Une description de la composition du Portfolio Deposit et des procédures de publication de sa composition.;
48.5.2. Dans la mesure où l'ETF Unit est destinée à suivre de près les performances d'un index, le prospectus visé à la Règle 48.5.0. doit décrire en détail relativement à cet index et à sa composition :
(a) la méthode de calcul de l'index;
(b) la façon selon laquelle les modifications à la méthodologie de l'index seront communiquées au Nasdaq Europe et au public;
(c) le mode de calcul de l'index lorsque la négociation d'un ou de plusieurs instruments financiers le composant est suspendue ou l'inscription ou la cotation de ces derniers sur un Marché Désigné est supprimée;
(d) le mode de calcul de l'index lorsque un ou plusieurs Marchés Désignés, sur lesquels les instruments financiers le composant sont négociés, sont fermés;
(e) la manière selon laquelle l'information sur l'index est rendue disponible.
48.6. Publication d'Informations.
48.6.0. Les Règles 47.4.0 à 47.5.0 de ce Règlement sont applicables aux prospectus relatifs aux Exchange Traded Fund Units préparés et déposés auprès de l'Autorité de Marché.
48.6.1. En plus de ce qui est prescrit en vertu de la Règle 48.6.0, l'information financière relative aux ETF Units reprise dans un prospectus préparé et déposé auprès de l'Autorité de Marché doit être préparée conformément aux standards comptables relevants ou à la législation de l'Etat d'Origine de l'Emetteur ETF.
CHAPITRE 5.
La section suivante est ajoutée au Chapitre 5 :
58. Exchange Traded Fund Units.
58.1. Champ d'application.
58.1.0. Sauf disposition contraire dans cette section ou lorsque le contexte ne l'exige pas, les sections 50, 51, 52, 55 et 57 sont applicables à la négociation des Exchange Traded Fund Units.
58.2. Obligations Continues relatives aux Emetteurs ETF.
58.2.0. Aussi longtemps que les ETF Units sont admises à l'Inscription sur Nasdaq Europe, l'Emetteur ETF doit être valablement constitué et légalement autorisé à offrir ses Exchange Traded Fund Units au public conformément aux lois et réglementations existantes dans son Etat d'Origine ou de toute autre autorité compétente.
58.2.1. L'Emetteur ETF doit se conformer continuellement aux lois et réglementations de son Etat d'Origine et de tout autre Etat, qui s'appliquent à son égard.
58.3. Obligations Continues relatives aux Instruments Financiers.
58.3.0. Les Exchange Traded Fund Units Admises à l'Inscription sur Nasdaq Europe doivent se conformer à tout moment aux conditions suivantes :
(a) Les ETF Units sont librement cessibles au sein de l'Espace Economique Européen;
(b) Les Instruments Financiers sous-jacents aux ETF Units doivent être composés d'Instruments Financiers Inscrits sur un Marché Désigné pour 90 % de la valeur de portefeuille totale ou pour tout autre pourcentage autorisé par les lois et réglementations relevantes;
(c) Un nombre minimum de 100 000 ETF Units est en circulation;
(d) Deux Teneurs de Marché au minimum sont enregistrés et actifs relativement aux ETF Units visées;
(e) Approbation de l'index relevant par Nasdaq Europe et description détaillée de tous changement significatif de l'index; l'index relevant doit être composé d'un panier raisonnablement large de titres le composant, qui sont suffisamment liquides et doivent être rendus public; l'index relevant doit être calculé par un tiers qui doit être indépendant de l'Emetteur ETF pour les besoins d'un tel calcul :
(f) La valeur de l'index sous-jacent doit être fournie ou mise à disposition du Nasdaq Europe par l'Emetteur ETF sur une base continue " intra-day " lorsque cette valeur est calculée et mise à jour par le fournisseur de cet index. Au moins une fois par jour, l'Emetteur ETF doit calculer et fournir la Valeur d'Inventaire Nette, et la publier par le biais des Modes de Communication du Nasdaq Europe.
(g) L'Emetteur ETF doit veiller à ce que la valeur de l'index sous-jacent soit mise à la disposition du public.
58.4. Publication d'Information - Dépôts de Documents.
58.4.0. Chaque Emetteur ETF doit déposer auprès de l'Autorité de Marché une preuve de l'enregistrement des ETF Units dans tout autre pays, dès que cela se produit.
58.4.1. Tout Emetteur ETF doit communiquer à l'Autorité de Marché, et rendre public par le biais des Modes de Communication du Nasdaq Europe, la survenance de chacun des événements suivants dans le délai prescrit par l'Autorité de Marché :
(a) l'annonce préliminaire des résultats annuels et semestriels;
(b) le dépôt des résultats annuels et semestriels;
(c) tout changement d éléments essentiels du prospectus;
(d) tout changement de son agent dépositaire;
(e) le cas échéant, tout changement dans la composition et/ou dans le poids d'un titre dans l'index sous-jacent à l'Exchange Traded Fund Units.
58.5. Publication d'informations - Informations Sensibles.
58.5.1. Un Emetteur ETF doit communiquer rapidement toute Information Sensible relative à l'ETF Unit via les Modes de Communication du Nasdaq Europe.
Instruction relative à la Règle 58.5.1.
Par Information Sensible, il faut entendre, notamment, les informations suivantes :
- toute information essentielle relative à l'Emetteur ETF incluant, sans limitation, sa gestion, sa situation et ses performances financières, toute transaction significative à laquelle est partie l'Emetteur ETF et son statut réglementaire;
- a split ou reverse split de l'ETF Unit;
- l'annonce du paiement d'un dividende;
- toute autre information essentielle relevante pour l'investisseur ou d'intérêt général.
58.6. Publication d'informations - Information Périodique.
58.6.1. L'Emetteur doit déposer auprès de l'Autorité de Marché et mettre à la disposition du public un rapport annuel, incluant des états financiers audités, dans les quatre mois suivant la clôture de l'exercice comptable de l'Emetteur ou dans toute autre période prévue par la législation de l'Etat d'Origine de l'Emetteur ETF. Le rapport annuel inclut un bilan ou un état de l'actif et du passif, un compte détaillant les revenus et les dépenses effectuées durant l'année comptable, un rapport d'activité de l'année comptable et les autres informations requises par l'Annexe B de la Directive UCITS, ainsi que toutes les informations significatives qui permettent aux investisseurs de porter en connaissance de cause un jugement sur les activités de l'Emetteur ETF et sur ses résultats.
58.6.2. L'Emetteur ETF doit déposer auprès de l'Autorité de Marché et mettre à la disposition du public un rapport semestriel non audité pour les six premiers mois de l'année comptable de l'Emetteur ETF, dans les deux mois suivant la fin de la période visée. Le rapport semestriel doit inclure au moins l'information prévue par les Chapitres I à IV de l'Annexe B de la Directive UCITS. Lorsque l'Emetteur ETF a payé ou propose de payer un dividende intérimaire, les chiffres doivent indiquer les résultats après impôt pour le semestre concerné et le dividende intérimaire payé ou proposé.
CHAPITRE 10.
Le point (g) suivant est ajouté à la Règle 102.12.3 :
102.12.3. (g) Pour les ETF Units ou tous autres Instruments Financiers dont la valeur est déterminée par la valeur de titres sous-jacent, dans des circonstances extraordinaires où une suspension temporaire ou une suspension du marché est imposée et affecte tout ou un nombre important de ces titres sous-jacent ou dans toutes autres circonstances qui affectent ces titres sous-jacent et suite à quoi il n'est pas possible de maintenir un marché ordonné pour les ETF Units ou de tels autres Instruments Financiers.
Vu pour être annexé à l'arrêté ministériel du 30 novembre 2001.
Le Ministre des Finances,
D. REYNDERS
,CHAPITRE 1.
La Règle 10.39 est remplacée par la Règle suivante :
10.39. Modes de Communication du Nasdaq Europe : les modes de communication désignés par Nasdaq Europe par lesquels les Emetteurs communiquent au public les Informations Sensibles et/ou toute autre information relevante pour le public.
Les définitions suivantes sont ajoutées au Chapitre 1 :
10.63. ETF Unit ou Exchange Traded Fund Unit : un Instrument Financier qui est négociable sur un marché et qui est émis par un Emetteur ETF, représentant un droit de propriété dans un fond d'investissement, un trust ou dans une société d'investissement, de type ouvert, qui détient un certain nombre d'Instruments Financiers et des liquidités, et qui suit de près un index.
10.64. Emetteur ETF : un organisme de placement collectif qui est conforme à la Directive UCITS ou un fonds d'investissement, un trust ou une société d'investissement, de type ouvert, qui est enregistré conformément aux articles 120 ou 137 de la loi du 4 décembre 1990 et qui émet des Exchange Traded Fund Units, ou, si le fonds est constitué, en vertu du droit applicable, en tant que fonds commun géré par une société de gestion, la société de gestion.
10.65. Directive UCITS : Directive du Conseil 85/611/CEE du 20 décembre 1985 portant coordination des dispositions législatives, réglementaires et administratives concernant certains organismes de placement collectif en valeurs mobilières, tel que modifié par la Directive du Conseil 88//220/CEE du 22 mars 1988 et la Directive du Parlement européen et du Conseil 95/26/CEE du 29 juin 1995.
10.66. Loi du 4 décembre 1990 : loi belge du 4 décembre 1990 relative aux opérations financières et aux marchés financiers, comme modifiée.
10.67. Valeur d'Inventaire Nette ou VIN : valeur des investissements gérés par l'Emetteur ETF, égale à l'actif moins le passif, divisé par le nombre d'ETF Units émises et en circulation; l'actif est calculé quotidiennement sur base de la valeur des titres sous-jacents, tel que décrit dans le prospectus concerné, et des composantes cash.
10.68. Portfolio Deposit : un nombre spécifique de titres sous-jacents d'un exchange traded fund et une composante cash, ou tout autre composition d'actifs sous-jacents comme décrit dans le prospectus relevant et publié régulièrement.
10.69. Creation Unit : Portfolio Deposit déposé auprès d'un conservateur requis pour que les participants sur le marché soient en mesure de placer un ordre de création directement auprès d'un Emetteur ETF et recevoir en échange un nombre correspondant d'ETF Units.
10.70. Redemption Unit : un nombre spécifique minimum d'ETF Units requis afin de permettre aux participants sur le marché de placer un ordre de remboursement directement auprès l'Emetteur ETF et de recevoir un Porfolio Deposit en échange.
CHAPITRE 4.
La section suivante est ajoutée au Chapitre 4 :
48. Exchange Traded Fund Units.
48.1. Champ d'application.
48.1.0. Sauf disposition contraire dans cette section, ou lorsque le contexte ne l'exige pas, les sections 40, 41, 42, 45 et 47 sont applicables à l'Inscription des Exchange Traded Fund Units.
48.2. Conditions d'admission relatives aux Emetteurs ETF.
48.2.0. Tout Emetteur ETF doit être valablement enregistré conformément aux articles 120 ou 137 de la Loi du 4 décembre 1990.
48.2.1 L'Emetteur ETF doit se conformer aux lois et réglementations de son Etat d'Origine et de tout autre Etat, qui lui sont applicables.
48.3. Conditions d'admission relatives aux Instruments Financiers.
48.3.0. Les Exchange Traded Fund Units pour lesquelles l'admission à l'Inscription sur Nasdaq Europe a été demandée doivent répondre aux conditions suivantes :
(a) Les ETF Units doivent être librement cessibles au sein de l'Espace économique européen;
(b) Les Instruments Financiers sous-jacents aux ETF Units doivent être composés d'Instruments Financiers Inscrits sur un Marché Désigné pour 90 % de la valeur de portefeuille totale ou pour tout autre pourcentage autorisé par les lois et réglementations relevantes;
(c) Un nombre minimum de 100 000 ETF Units doivent exister au jour du début des négociations;
(d) Deux Teneurs de Marché au minimum doivent être enregistrés et actifs relativement aux Exchange Traded Fund Units visées;
(e) Approbation de l'index relevant par Nasdaq Europe et description détaillée de l'index dans le prospectus relevant; l'index relevant doit être composé d'un panier raisonnablement large de titres le composant, qui sont suffisamment liquides et doivent être rendus public; l'index relevant doit être calculé par un tiers qui doit être indépendant de l'Emetteur ETF pour les besoins d'un tel calcul;
(f) La valeur de l'index sous-jacent doit être fournie ou mise à la disposition du Nasdaq Europe par l'Emetteur ETF sur une base continue " intra-day " lorsque cette valeur est calculée et mise à jour par le fournisseur d'un tel index.
48.4. Dépôt auprès de l'Autorité de Marché.
48.4.0. Chaque Emetteur ETF doit déposer auprès de l'Autorité de Marché une preuve d'enregistrement d'ETF Units au minimum dans l'Etat d'Origine et en Belgique.
48.4.1. Sur requête de l'Autorité de Marché, l'Emetteur ETF doit déposer également auprès de l'Autorité de Marché, le cas échéant, des copies du contrat de gestion entre l'Emetteur ETF et la société de gestion, et de tout autre contrat, document ou déclaration qui pourrait être requis par l'Autorité de Marché et relative à la nature spécifique des Instruments Financiers émis.
Instruction relative à la Règle 48.4.1.
Des exigences additionnelles sont déterminées par l'Autorité de Marché dans ce Règlement ou communiquées aux Emetteurs et, sur requête, à tout Emetteur potentiel par voie de circulaire.
48.5. Conditions relatives au Prospectus.
48.5.0. Un Emetteur ETF qui demande l'admission à l'Inscription sur le Nasdaq Europe d'Exchange Traded Fund Units doit préparer un prospectus répondant aux exigences du présent Règlement et de toute législation ou réglementation applicable.
48.5.1. Le prospectus visé à la Règle 48.5.0. doit contenir l'information nécessaire aux investisseurs afin qu'ils puissent en connaissance de cause former un jugement sur l'investissement qui leur est proposé. En plus de l'information relevante visée à l'Annexe A de la Directive UCITS, le prospectus doit contenir, au minimum, l'information suivante :
(a) Une brève description du régime fiscal, en ce compris précomptes, auquel les détenteurs d'une ETF Unit sont sujets en vertu des lois et réglementations existantes de l'Etat où une ETF Unit est commercialisée, en ce compris, dans tous les cas, la Belgique;
(b) Noms et adresses des personnes responsables pour l'audit de l'information comptable de l'Emetteur ETF pour les trois années précédentes ou pour la durée d'existence de l'Emetteur ETF et de ses prédécesseurs si elle est inférieur à trois années comptables, conformément aux lois et réglementations applicables de l'Etat d'Origine de l'Emetteur. Indication que les états financiers ont été audités. Si des rapports d'audit sur l'information comptable ont été refusés ou s'ils contiennent des réserves, de tels refus ou réserves doivent être reproduits entièrement, en indiquant les raisons données par les auditeurs pour justifier ces refus ou ces réserves. Indication de toute information dans le prospectus qui a été auditée par les auditeurs.
(c) Description du processus de liquidation et indication du Système de Liquidation du Nasdaq Europe relevant;
(d) Règles pour l'établissement de la Valeur d'Inventaire Nette de l'ETF Unit;
(e) Une description de la rémunération, des charges et des coûts;
(f) Une description des procédures et des conditions de création et de remboursement des ETF Units, en ce compris la taille des Creation et Redemption Units et les coûts y associés; et
(g) Une description de la composition du Portfolio Deposit et des procédures de publication de sa composition.;
48.5.2. Dans la mesure où l'ETF Unit est destinée à suivre de près les performances d'un index, le prospectus visé à la Règle 48.5.0. doit décrire en détail relativement à cet index et à sa composition :
(a) la méthode de calcul de l'index;
(b) la façon selon laquelle les modifications à la méthodologie de l'index seront communiquées au Nasdaq Europe et au public;
(c) le mode de calcul de l'index lorsque la négociation d'un ou de plusieurs instruments financiers le composant est suspendue ou l'inscription ou la cotation de ces derniers sur un Marché Désigné est supprimée;
(d) le mode de calcul de l'index lorsque un ou plusieurs Marchés Désignés, sur lesquels les instruments financiers le composant sont négociés, sont fermés;
(e) la manière selon laquelle l'information sur l'index est rendue disponible.
48.6. Publication d'Informations.
48.6.0. Les Règles 47.4.0 à 47.5.0 de ce Règlement sont applicables aux prospectus relatifs aux Exchange Traded Fund Units préparés et déposés auprès de l'Autorité de Marché.
48.6.1. En plus de ce qui est prescrit en vertu de la Règle 48.6.0, l'information financière relative aux ETF Units reprise dans un prospectus préparé et déposé auprès de l'Autorité de Marché doit être préparée conformément aux standards comptables relevants ou à la législation de l'Etat d'Origine de l'Emetteur ETF.
CHAPITRE 5.
La section suivante est ajoutée au Chapitre 5 :
58. Exchange Traded Fund Units.
58.1. Champ d'application.
58.1.0. Sauf disposition contraire dans cette section ou lorsque le contexte ne l'exige pas, les sections 50, 51, 52, 55 et 57 sont applicables à la négociation des Exchange Traded Fund Units.
58.2. Obligations Continues relatives aux Emetteurs ETF.
58.2.0. Aussi longtemps que les ETF Units sont admises à l'Inscription sur Nasdaq Europe, l'Emetteur ETF doit être valablement constitué et légalement autorisé à offrir ses Exchange Traded Fund Units au public conformément aux lois et réglementations existantes dans son Etat d'Origine ou de toute autre autorité compétente.
58.2.1. L'Emetteur ETF doit se conformer continuellement aux lois et réglementations de son Etat d'Origine et de tout autre Etat, qui s'appliquent à son égard.
58.3. Obligations Continues relatives aux Instruments Financiers.
58.3.0. Les Exchange Traded Fund Units Admises à l'Inscription sur Nasdaq Europe doivent se conformer à tout moment aux conditions suivantes :
(a) Les ETF Units sont librement cessibles au sein de l'Espace Economique Européen;
(b) Les Instruments Financiers sous-jacents aux ETF Units doivent être composés d'Instruments Financiers Inscrits sur un Marché Désigné pour 90 % de la valeur de portefeuille totale ou pour tout autre pourcentage autorisé par les lois et réglementations relevantes;
(c) Un nombre minimum de 100 000 ETF Units est en circulation;
(d) Deux Teneurs de Marché au minimum sont enregistrés et actifs relativement aux ETF Units visées;
(e) Approbation de l'index relevant par Nasdaq Europe et description détaillée de tous changement significatif de l'index; l'index relevant doit être composé d'un panier raisonnablement large de titres le composant, qui sont suffisamment liquides et doivent être rendus public; l'index relevant doit être calculé par un tiers qui doit être indépendant de l'Emetteur ETF pour les besoins d'un tel calcul :
(f) La valeur de l'index sous-jacent doit être fournie ou mise à disposition du Nasdaq Europe par l'Emetteur ETF sur une base continue " intra-day " lorsque cette valeur est calculée et mise à jour par le fournisseur de cet index. Au moins une fois par jour, l'Emetteur ETF doit calculer et fournir la Valeur d'Inventaire Nette, et la publier par le biais des Modes de Communication du Nasdaq Europe.
(g) L'Emetteur ETF doit veiller à ce que la valeur de l'index sous-jacent soit mise à la disposition du public.
58.4. Publication d'Information - Dépôts de Documents.
58.4.0. Chaque Emetteur ETF doit déposer auprès de l'Autorité de Marché une preuve de l'enregistrement des ETF Units dans tout autre pays, dès que cela se produit.
58.4.1. Tout Emetteur ETF doit communiquer à l'Autorité de Marché, et rendre public par le biais des Modes de Communication du Nasdaq Europe, la survenance de chacun des événements suivants dans le délai prescrit par l'Autorité de Marché :
(a) l'annonce préliminaire des résultats annuels et semestriels;
(b) le dépôt des résultats annuels et semestriels;
(c) tout changement d éléments essentiels du prospectus;
(d) tout changement de son agent dépositaire;
(e) le cas échéant, tout changement dans la composition et/ou dans le poids d'un titre dans l'index sous-jacent à l'Exchange Traded Fund Units.
58.5. Publication d'informations - Informations Sensibles.
58.5.1. Un Emetteur ETF doit communiquer rapidement toute Information Sensible relative à l'ETF Unit via les Modes de Communication du Nasdaq Europe.
Instruction relative à la Règle 58.5.1.
Par Information Sensible, il faut entendre, notamment, les informations suivantes :
- toute information essentielle relative à l'Emetteur ETF incluant, sans limitation, sa gestion, sa situation et ses performances financières, toute transaction significative à laquelle est partie l'Emetteur ETF et son statut réglementaire;
- a split ou reverse split de l'ETF Unit;
- l'annonce du paiement d'un dividende;
- toute autre information essentielle relevante pour l'investisseur ou d'intérêt général.
58.6. Publication d'informations - Information Périodique.
58.6.1. L'Emetteur doit déposer auprès de l'Autorité de Marché et mettre à la disposition du public un rapport annuel, incluant des états financiers audités, dans les quatre mois suivant la clôture de l'exercice comptable de l'Emetteur ou dans toute autre période prévue par la législation de l'Etat d'Origine de l'Emetteur ETF. Le rapport annuel inclut un bilan ou un état de l'actif et du passif, un compte détaillant les revenus et les dépenses effectuées durant l'année comptable, un rapport d'activité de l'année comptable et les autres informations requises par l'Annexe B de la Directive UCITS, ainsi que toutes les informations significatives qui permettent aux investisseurs de porter en connaissance de cause un jugement sur les activités de l'Emetteur ETF et sur ses résultats.
58.6.2. L'Emetteur ETF doit déposer auprès de l'Autorité de Marché et mettre à la disposition du public un rapport semestriel non audité pour les six premiers mois de l'année comptable de l'Emetteur ETF, dans les deux mois suivant la fin de la période visée. Le rapport semestriel doit inclure au moins l'information prévue par les Chapitres I à IV de l'Annexe B de la Directive UCITS. Lorsque l'Emetteur ETF a payé ou propose de payer un dividende intérimaire, les chiffres doivent indiquer les résultats après impôt pour le semestre concerné et le dividende intérimaire payé ou proposé.
CHAPITRE 10.
Le point (g) suivant est ajouté à la Règle 102.12.3 :
102.12.3. (g) Pour les ETF Units ou tous autres Instruments Financiers dont la valeur est déterminée par la valeur de titres sous-jacent, dans des circonstances extraordinaires où une suspension temporaire ou une suspension du marché est imposée et affecte tout ou un nombre important de ces titres sous-jacent ou dans toutes autres circonstances qui affectent ces titres sous-jacent et suite à quoi il n'est pas possible de maintenir un marché ordonné pour les ETF Units ou de tels autres Instruments Financiers.
Vu pour être annexé à l'arrêté ministériel du 30 novembre 2001.
Le Ministre des Finances,
D. REYNDERS