Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
5 NOVEMBER 2001. - Ministerieel besluit tot goedkeuring van wijzigingen aan het reglement van Nasdaq Europe.
Titre
5 NOVEMBRE 2001. - Arrêté ministériel portant approbation de modifications au règlement de Nasdaq Europe.
Documentinformatie
Numac: 2001003505
Datum: 2001-11-05
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2001003505
Date: 2001-11-05
Moniteur: Voir
Inhoud
Inhoud
Tekst (5)
Texte (5)
Artikel 1. De wijzigingen aan het reglement van Nasdaq Europe in bijlage van dit besluit worden goedgekeurd.
Article 1. Les modifications au règlement de Nasdaq Europe annexées au présent arrêté sont approuvées.
Art. 2. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Brussel, 5 november 2001.
D. REYNDERS
Art. 2. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
Bruxelles, le 5 novembre 2001.
D. REYNDERS
BIJLAGE.
ANNEXE.
Art. N. WIJZIGINGEN AAN HET NASDAQ EUROPE REGLEMENT.
Hoofdstuk 1.
De Instructie bij Regel 10.37 is opgeheven.
De volgende Regels worden toegevoegd aan Hoofdstuk 1 :
10.59. Nasdaq Europe Verrekeningssysteem : enig verrekeningssysteem of systemen zoals goedgekeurd door Nasdaq Europe N.V., op eensluidend advies van de Marktautoriteit.
10.60. Verrekeningsentiteit : enig persoon toegelaten door een Nasdaq Europe Verrekeningssysteem om verrichtingen te verrekenen in overeenstemming met de toepasselijke regels van zulk Nasdaq Europe Verrekeningssysteem.
10.61. Algemene Verrekeningsentiteit : een Verrekeningsentiteit toegelaten om verrichtingen te verrekenen die werden uitgevoerd voor eigen rekening of voor rekening van derden.
10.62. Niet-Verrekeningsentiteit : enig Lid dat met een Algemene Verrekeningsentiteit alle nodige regelingen heeft getroffen voor het leveren van diensten met betrekking tot, tenminste, de verrekening van transacties op Nasdaq Europe.
Hoofdstuk 8.
De volgende Regels vervangen de overeenstemmende Regels van Hoofdstuk 8 :.
83.1.2. Kwalificatievereisten voor Leden
(a) Het Lid of het Kandidaat-Lid waarnaar verwezen wordt in Regels 82.0.1. (a) en 82.0.1. (b) van dit Reglement moet voldoen aan de toepasselijke Europese Richtlijnen inzake de kapitaaltoereikendheid, en meer bepaald met de Richtlijn 89/299/EEG van de Raad van 17 april 1989 betreffende het eigen vermogen van kredietinstellingen, Richtlijn 89/647/EEG van de Raad van 18 december 1989 betreffende een solvabiliteitsratio van kredietinstellingen, Richtlijn 92/121/EEG van de Raad van 21 december 1992 betreffende het toezicht op en de beheersing van grote risico's van kredietinstellingen en Richtlijn 93/6/EEG van de Raad van 15 maart 1993 inzake de kapitaaltoereikendheid van beleggingsondernemingen en kredietinstellingen.
(b) Het Lid of het Kandidaat-Lid waarnaar verwezen wordt in Regel 82.0.1. (c) van dit Reglement moet voldoen aan de kapitaaltoereikendheidsvereisten opgelegd door de wetgeving van zijn Staat van Herkomst en met de toepasselijke vereisten zoals bepaald in de wet Financiële Markten, en moet het bewijs van de naleving van deze vereisten voorleggen aan de Marktautoriteit.
(c) Opgeheven.
(d) Het Kandidaat-Lid moet het lidmaatschapsgeld betalen, zoals bepaald door Nasdaq Europe N.V.
83.1.3. Bijkomende Kwalificatievereisten voor Makelaars en/of Markthouders
(a) Het Lid toegelaten in de hoedanigheid van Makelaar en/of Markthouder en het Kandidaat-Lid dat solliciteert om de hoedanigheid van Makelaar en/of Markthouder te bekomen, moeten een aanvraag indienen om deelnemer te worden bij het Nasdaq Europe Verhandelingssysteem;
(b) Tenzij anders bepaald door de Marktautoriteit, moeten het Lid en het Kandidaat-Lid in het bezit zijn van, of een aanvraag indienen om, de nodige rekeningen te hebben bij één of meerdere Nasdaq Europe Vereffeningssystemen of bij een agent van dergelijk Nasdaq Europe Vereffeningssysteem;
(c) Tenzij anders bepaald door de Marktautoriteit, moet een Lid dat gebruik wenst te maken van de faciliteiten van een Nasdaq Europe Verrekeningssysteem in het bezit zijn en houden, of het Kandidaat-Lid dat gebruik wenst te maken van de faciliteiten van een Nasdaq Europe Verrekeningssysteem, moet hiertoe een aanvraag indienen, van alle vereiste rekeningen en overeenkomsten met het relevante Nasdaq Europe Verrekeningssysteem, of met één of meerdere Algemene Verrekeningsentiteiten van dergelijk Nasdaq Europe Verrekeningssysteem;
(d) Het Lid dat een Niet-Verrekeningsentiteit is en dat gebruik wenst te maken van de faciliteiten van een Nasdaq Europe Verrekeningssysteem moet, te allen tijde, alle nodige regelingen treffen met één of meerdere Algemene Verrekeningsentiteiten;
(e) De Bestuursvertegenwoordigers van het Lid en/of hun vertegenwoordigers moeten verkrijgen of in het bezit zijn van een voldoende bewezen kennis van het Juridisch Kader van Nasdaq Europe, het Nasdaq Europe Verhandelingssysteem en de bijzondere regels en voorwaarden van het Nasdaq Europe Vereffeningssysteem en, in voorkomend geval, van het Nasdaq Europe Verrekeningssysteem. De Marktautoriteit kan discretionair de wijze vaststellen waarop een dergelijke kennis beoordeeld wordt;
(f) De Toezichthouders en Ingeschreven Handelaars van de Leden moeten verkrijgen of in het bezit zijn van een voldoende bewezen kennis van het Juridisch Kader van Nasdaq Europe, het Nasdaq Europe Verhandelingssysteem en de bijzondere regels en voorwaarden van het Nasdaq Europe Vereffeningssysteem en, in voorkomend geval, het Nasdaq Europe Verrekeningssysteem. De Marktautoriteit kan discretionair de wijze vaststellen waarop een dergelijke kennis beoordeeld wordt.
83.2.1. Een natuurlijke persoon of rechtspersoon, zij het ten tijde van de aanvraag of na toegelaten zijn in de hoedanigheid van Lid van Nasdaq Europe, maakt het voorwerp uit van een uitsluitingsgrond indien, en zodra :
(a) de hoedanigheid van Lid van de natuurlijke persoon of rechtspersoon of diens toelating tot het verhandelen op (zowel in het algemeen als met betrekking tot een bepaald Toegelaten Financieel Instrument) een gereglementeerde markt of effectenbeurs in het rechtstelsel waar het Lid is gevestigd, zijn normale bedrijfsvestiging of verblijfplaats heeft of waar de natuurlijke persoon of rechtspersoon beleggingsdiensten verstrekt, opgeheven of geschorst wordt, en een dergelijke opheffing of schorsing door de Marktautoriteit naar haar oordeel onverenigbaar wordt geacht met het Nasdaq Europe-lidmaatschap;
(b) de natuurlijke persoon of rechtspersoon, om welke reden dan ook, niet langer gemachtigd is beleggingsdiensten te verrichten zoals bedoeld in artikel 3 van de ISD of, in het geval van een natuurlijke persoon of rechtspersoon gevestigd of waarvan normale bedrijfvestiging of verblijfplaats is gevestigd in een land dat geen Lid-Staat is, hij niet meer over de vereiste vergunning, machtiging of toelating beschikt om beleggingsdiensten aan te bieden in dat land en/of in een Lid-Staat waar de natuurlijke of rechtspersoon beleggingsdiensten aanbiedt;
(c) de natuurlijke persoon of rechtspersoon insolvabel is of het voorwerp uitmaakt van een gerechtelijke vereffeningsprocedure, faillissementsprocedure of uitstel van betalingsprocedure (of enige procedure in enig relevant rechtsgebied vergelijkbaar met gerechtelijke vereffeningsprocedure, een faillissementsprocedure of uitstel van betalingsprocedure) of erkent niet in staat te zijn zijn schulden (of een bepaalde categorie daarvan) te kunnen betalen op vervaldag of een gerechtelijk akkoord treft met zijn schuldeisers (of enig bepaalde categorie van schuldeisers);
(d) er een beslissing is genomen om de bedrijfsactiviteiten van de natuurlijke persoon of rechtspersoon te ontbinden, te vereffenen of stop te zetten, tenzij een overdracht van lidmaatschap plaatsvindt, zoals voorzien in Regels 86.0.1 tot en met 86.0.3 van dit Reglement;
(e) de natuurlijke persoon of rechtspersoon alle of een aanzienlijk deel van zijn bedrijfsactiviteiten staakt, of niet langer beleggingsdiensten aanbiedt binnen de Europese Unie of in de landen die op de lijst van Staten voorkomen die overeenkomstig Regel 82.0.1. (c) van dit Reglement is opgesteld door de raad van bestuur van Nasdaq Europe N.V.;
(f) de natuurlijke persoon of rechtspersoon veroordeeld is wegens een misdrijf of zware overtreding (i) waarbij de aan- of verkoop van enig financieel instrument, het afleggen van een valse eed, het opstellen van een vals verslag, omkoping, meineed, inbraak of samenzwering tot het plegen van een dergelijk misdrijf of zware overtreding betrokken is, (ii) dat voortvloeit uit, of verband houdt met, het verrichten van beleggingsdiensten, (iii) waarbij de diefstal, verduistering of wederrechtelijke toeëigening van financiële instrumenten of gelden zijn betrokken, of (iv) waarbij enige activiteit is betrokken waarvan de Marktautoriteit, op discretionaire wijze, bepaalt dat die onverenigbaar is met de hoedanigheid van Nasdaq Europe-Lid;
(g) de natuurlijke persoon of rechtspersoon heeft bij, of als gevolg van, een bevel, vonnis of beslissing van een gerecht of een andere bevoegde rechtsinstantie, permanent of tijdelijk een verbod opgelegd gekregen één of meer beleggingsdiensten te verrichten of om enige activiteit uit te oefenen waarvan de Marktautoriteit oordeelt dat deze door elk Lid zou moeten kunnen uitgevoerd worden;
(h) de natuurlijke persoon of rechtspersoon in strijd handelt met een van de toepasselijke bepalingen van het Juridisch Kader van Nasdaq Europe, in elk geval waarin de sanctie voor de overtreding van de regel, het voorschrift of de beslissing de beëindiging van het Nasdaq Europe-lidmaatschap is;
(i) enige tuchtmaatregel wordt getroffen door enige effectenbeurs of -vereniging, enig verrekeningsorganisme, een vereffeningsorganisme, een vereffeningsagent, een termijnmarkt in grondstoffen, een markt in afgeleide instrumenten, een overheid of een toezichthoudende instantie tegen de natuurlijke persoon of rechtspersoon en deze situatie wordt door, de Marktautoriteit, naar haar vrij oordeel, onverenigbaar geacht met het Nasdaq Europe-lidmaatschap.
Instructie bij Regel 83.2.1. (i)
Een sanctie opgelegd door een effectenbeurs of -vereniging, verrekeningsorganisme, een vereffeningsorganisme, een vereffeningsagent, termijnbeurs voor grondstoffen, beurs voor afgeleide instrumenten, overheids- of toezichthoudende instantie vormt geen automatische uitsluitingsgrond;
(j) de natuurlijke persoon of rechtspersoon is betrokken bij, of verbonden met, enige andere gebeurtenis of omstandigheid die, naar het vrij oordeel van de Marktautoriteit, onverenigbaar is met het Nasdaq Europe-lidmaatschap;
(k) enige gebeurtenis of omstandigheid die in deze Regel wordt beschreven zich voordoet met betrekking tot een dochtervennootschap van de rechtspersoon, en dergelijke gebeurtenis of omstandigheid, naar het vrij oordeel van de Marktautoriteit, onverenigbaar is met het Nasdaq Europe-lidmaatschap; of
(l) enige gebeurtenis of omstandigheid die in deze Regel wordt beschreven zich gedurende drie jaar voorafgaand aan de datum van zijn lidmaatschapsaanvraag voordoet met betrekking tot de natuurlijke persoon of rechtspersoon of met betrekking tot een dochtervennootschap van de rechtspersoon, en dergelijke gebeurtenis of omstandigheid, naar het vrij oordeel van de Marktautoriteit, onverenigbaar is met het Nasdaq Europe-lidmaatschap.
85.2.1 De Marktautoriteit houdt een correct en volledig ledenregister bij met, zonder limitering, de namen, adressen en contactgegevens van elk Lid, elke Ingeschreven Vertegenwoordiger, Toezichthouder en Ingeschreven Handelaar van dit Lid, en de inschrijving van dit Lid als eenvoudig Lid of in de hoedanigheid van Markthouder en/of als Makelaar. De Marktautoriteit kan, op discretionaire wijze, andere types van informatie betreffende de Leden toevoegen aan het lidmaatschapregister.
85.5.1. Elk Lid verstrekt in het algemeen aan de Marktautoriteit :
(a) telkens, onmiddellijk na de verspreiding of de ontvangst van de Bevoegde Overheden, een kopie van elke mededeling die betrekking heeft op uitsluitingsgronden die in dit Hoofdstuk 8 zijn opgenomen of op omstandigheden die gelijkaardig zijn aan deze uitsluitingsgronden. Indien een Lid is gevestigd in een Staat die geen Lid-Staat is, of indien zijn normale bedrijfsvestiging of verblijfplaats in dergelijke staat gevestigd is, is de voormelde mededeling elke mededeling die het Lid overmaakt aan, of ontvangt van, zijn aandeelhouders, de nationale toezichthoudende instanties en de autoriteiten die voor dat doel door de Marktautoriteit zijn aangewezen;
(b) telkens, onmiddellijk na de verzending of de ontvangst, een kopie van elke mededeling die het Lid verstuurt aan, of ontvangt van, een gereglementeerde markt of effectenbeurs in de Staat waar het Lid is gevestigd, zijn normale bedrijfsvestiging of verblijfplaats heeft, of waar het Lid beleggingsdiensten verstrekt en die betrekking heeft op de uitsluitingsgronden die in dit Hoofdstuk 8 zijn opgenomen of op omstandigheden die gelijkaardig zijn aan deze uitsluitingsgronden;
(c) telkens, van zodra deze zich voordoen, gedetailleerde gegevens betreffende elke uitsluitingsgrond opgenomen in dit Hoofdstuk 8 ten aanzien van het Lid of een dochtervennootschap van het Lid;
(d) telkens, van zodra deze zich voordoet, gedetailleerde gegevens betreffende enige wijziging van de gegevens die het Lid samen met de lidmaatschapsaanvraag of op een later tijdstip aan de Marktautoriteit heeft verstrekt;
(e) telkens, van zodra deze zich voordoen, gedetailleerde gegevens betreffende enige tuchtmaatregel die wordt getroffen door enige effectenbeurs of -vereniging, verrekeningsorganisme, een vereffeningsorganisme, een vereffeningsagent, termijnmarkt voor grondstoffen, markt voor afgeleide produkten, overheids- of toezichthoudende instantie tegen het Lid of een dochtervennootschap van het Lid;
(f) telkens, van zodra deze zich voordoet, gedetailleerde gegevens betreffende enige tuchtmaatregel die wordt opgelegd door het Lid zelf jegens een Ingeschreven Handelaar, Toezichthouder of Bestuursvertegenwoordiger;
(g) telkens, van zodra dit zich voordoet, gedetailleerde gegevens betreffende het voorvallen van een uitsluitingsgrond zoals bedoeld in dit Hoofdstuk 8 of enig andere gebeurtenis die van dermate belang voor de Marktautoriteit is, dat zij oordeelt onmiddellijk ervan, in kennis dient te worden gesteld.
Instructie bij Regel 85.5.1. (g)
Elk lid deelt aan de Marktautoriteit het begin mee van enig formeel onderzoek waarbij het lid betrokken is, dat van die aard is dat het een uitsluitingsgrond kan worden zoals omschreven in dit Hoofdstuk 8;
(h) op specifiek verzoek van de Marktautoriteit, de identiteit van de uiteindelijke begunstigde van elke verrichting op Nasdaq Europe, indien dergelijke informatie volgens de wet vrijgegeven mag worden; en
(i) telkens, van zodra deze getroffen worden, gedetailleerde gegevens betreffende enige maatregelen waarnaar wordt verwezen in artikel 41 van de wet op de Financiële Markten.
89.0.1. De Marktautoriteit kan periodieke onderzoeken voeren naar de activiteiten van een Lid om de naleving van de toepasselijke bepalingen van het Juridisch Kader van Nasdaq Europe na te gaan, en de integriteit, veiligheid en eerlijke praktijken op Nasdaq Europe te verzekeren en de investeerders en het algemeen belang te beschermen. In het kader van een dergelijk onderzoek moeten Leden, op verzoek van de Marktautoriteit, binnen een redelijke termijn, informatie en uitleg verstrekken betreffende hun activiteiten, handel en verrichtingen, met inbegrip, maar zonder limitering, van details betreffende de regelingen inzake verrekening en vereffening. In overeenstemming met het Juridisch Kader van Nasdaq Europe kan de Marktautoriteit eveneens onderzoeken voeren in de lokalen van het Lid en elke andere actie ondernemen die zij gepast acht in het licht van de specifieke omstandigheden van elk geval.
Hoofdstuk 10. - De volgende Regels worden toegevoegd onder de Sectie 102.13 :.
102.13. Geautomatiseerde noterings- en uitvoeringssystemen
102.13.1. Een Lid gebruik makend van een systeem dat toelaat om, zonder manuele interventie, prijsaanbiedingen in te voeren of te wijzigen of verrichtingen uit te voeren (" geautomatiseerde invoeringssystemen ") op het Nasdaq Europe Verhandelingssysteem, moet zijn intentie om dit systeem te gebruiken melden aan en toelating bekomen van de Marktautoriteit voorafgaand aan de eerste toepassing op Nasdaq Europe.
102.13.2. Een Lid dat toelating verzoekt voor het gebruik van een geautomatiseerd invoeringssysteem, moet alle relevante details betreffende de aard en de werking van dit systeem, alsook alle van alle latere belangrijke wijzigingen voorafgaandelijk aan hun toepassing, meedelen aan de Marktautoriteit, en een volledig en prompt antwoord verschaffen op alle verzoeken om informatie van de Marktautoriteit. De afwezigheid van een volledig, correct en tijdig antwoord kan voldoende grond zijn voor de Marktautoriteit om geen toelating te geven voor het gebruik op Nasdaq Europe van het geautomatiseerd Verhandelingssysteem.
102.13.3. Een lid dat gebruik maakt van een geautomatiseerd invoeringssysteem als bedoeld in voormelde Regel 102.13.1, moet de voorwaarden naleven gespecificeerd door de Marktautoriteit.
Instructie bij Regel 102.13.3.
De voorwaarden bedoeld hiervoor, omvatten, maar zijn niet beperkt tot de mogelijkheid voor de Markthouder om de invoering van prijsaanbiedingen als bedoeld in Regel 101.1.3 van dit Reglement, te hervatten of voort te zetten voor alle Financiële Instrumenten waarvoor hij is geregistreerd als Markthouder, of technische vereisten.
102.13.4. Wanneer een geautomatiseerd invoeringssysteem wordt aangewend, blijft het Lid dat het systeem toepast verantwoordelijk voor alle gegevens die worden ingevoerd in het Nasdaq Europe Verhandelingssysteem of voor alle verrichtingen automatisch uitgevoerd door het systeem.
102.13.5. Een Lid moet onmiddellijk het gebruik stop zetten van een geautomatiseerd invoeringssysteem wanneer hierom wordt verzocht door de Marktautoriteit. De afwezigheid van een tijdige reactie op een dergelijk verzoek kan aanleiding geven tot de schorsing van het Lid door Nasdaq Europe.
102.13.6. Een verzoek als bedoeld in voormelde Regel 102.13.5 of elke andere omstandigheid buiten de controle van een Markthouder met betrekking tot een geautomatiseerd invoeringssysteem, worden op zichzelf niet aanvaard als een voldoende reden om een Markthouder te ontheffen van zijn verplichting prijsaanbiedingen aan te houden in overeenstemming met Regel 101.1.3 van dit Reglement.
De volgende Regel vervangt Regel 102.18.1 :
102.18.1. Voor een verrichting in Toegelaten Financiële Instrumenten die is uitgevoerd op een dag dat Nasdaq Europe bepaalt dat dergelijke Toegelaten Financiële Instrumenten ex-dividend of ander recht zijn, of op enig moment daarna, dient de verrichting en vereffening tussen Leden plaats te vinden ex-betreffend recht, tenzij anders is overeengekomen op het ogenblik van de verrichting.
De volgende Regel vervangt Regel 104.2.4 :
104.2.4. Een melding van verrichtingen zal tenminste de volgende informatie bevatten :
(a) de Nasdaq Europe-identificatiecode van het Lid;
(b) de Nasdaq Europe-identificatiecode van de tegenpartij indien de tegenpartij een Lid is, of een indicatie dat die tegenpartij geen Lid is;
(c) de datum en de tijd waarop de verrichting werd uitgevoerd;
(d) of de verrichting een aankoop of een verkoop betrof;
(e) de Nasdaq Europe-identificatiecode voor het Toegelaten Financieel Instrument betrokken in de verrichting;
(f) de hoeveelheid;
(g) de eenheidsprijs in de munteenheid van de prijsaanbieding (exclusief taksen, commissies, kosten, enz.);
(h) of het meldende Lid handelde als agent of voor eigen rekening;
(i) de vereffeningsdatum van de verrichting, de vereffeningsmunteenheid en, indien verschillend van de munteenheid van de prijsaanbieding, de toegepaste wisselkoers; en
(j) in voorkomend geval, het voorziene Nasdaq Europe Vereffeningssysteem of Nasdaq Europe Verrekeningssysteem voor de verrichting.
Instructie bij Regel 104.2.4. (g) en (i)
De munteenheid van de melding van een verrichting moet dezelfde zijn als de munteenheid waarin het Toegelaten Financieel Instrument is opgenomen.
De volgende Sectie vervangt Sectie 105 :
105. Verrekening en Vereffening
105.0.1. Leden moeten elke verrichting uitgevoerd op Nasdaq Europe vereffenen via een Nasdaq Europe Vereffeningssysteem.
105.0.2. In voorkomend geval, verrekent een Nasdaq Europe Verrekeningssysteem de verrichtingen uitgevoerd op Nasdaq Europe.
105.0.3. Nasdaq Europe duidt een enkel standaardproces aan betreffende de vereffening of verrekening van elk Financieel Instrument. Dergelijk standaardproces moet de vereffeningscyclus, de settlement valuta en het relevant Nasdaq Europe Vereffenings- of Verrekeningssysteem bevatten. Wanneer een verrichting is uitgevoerd op het Nasdaq Europe Verhandelingssysteem gebruik makend van een faciliteit waar dit wordt vereist, wordt deze verrichting vereffend of verrekend in overeenstemming met het standaardproces, en rekening houdend met de regels van het relevant Nasdaq Europe Vereffenings- of Verrekeningssysteem.
(a) Het standaard Nasdaq Europe Vereffenings- of Verrekeningsproces voor een bepaald Financieel Instrument wordt vastgesteld door de Marktautoriteit rekening houdend met het land van herkomst van dat Financieel Instrument en, in het geval van een Financieel Instrument Toegelaten tot Opnaming (Nota van Justel : waarschijnlijk moet men hier Opneming lezen) op Nasdaq Europe, na overleg met de Emittent of, in het geval een Financieel Instrument Toegelaten tot Verhandeling op Nasdaq Europe, met de Markthouders.
(b) Tenzij anders bepaald door de Marktautoriteit, is de standaard vereffeningsvaluta steeds dezelfde zijn als de verhandelingsvaluta voor dat Financieel Instrument.
(c) Tenzij anders bepaald door de Marktautoriteit, moet de standaard vereffeningscyclus voor elk Financieel Instrument normaliter de standaard vereffeningscyclus volgen van het land van herkomst van dat Financieel Instrument.
Instructie bij Regel 105.0.3. (c)
Op het tijdstip dat deze regels worden geschreven, betekent dit dat de Amerikaanse en de meeste Europese effecten worden vereffend volgens een T+3 kalender.
105.0.4. Wanneer een verrichting plaatsvindt buiten het Nasdaq Europe Verhandelingssysteem en gerapporteerd aan Nasdaq Europe, of gebruik maakt van een bepaalde faciliteit van het Nasdaq Europe Verhandelingssysteem, kunnen de partijen bij een verrichting, waar dit is toegelaten een alternatief vereffeningsproces, met inbegrip van een vereffeningscyclus tot 20 Nasdaq Europe Werkdagen volgend op de datum van de verrichting, en een alternatieve vereffeningsvaluta selecteren via een Nasdaq Europe Vereffeningssyteem dat de vereffening in dat Financieel Instrument aanvaardt. In dit geval moet het Lid het relevant Nasdaq Europe Vereffenings- of Verrekeningssysteem op de hoogte brengen van dergelijke vereffeningscyclus of valuta. De uiteindelijke vereffening van een verrichting vindt plaats in overeenstemming met de regels van het relevant Nasdaq Europe Vereffenings- of Verrekeningssysteem.
105.0.5. Tenzij anders is overeengekomen, moeten de Leden bij de levering betalen voor de betrokken Toegelaten Financiële Instrumenten.
105.0.6. Het vorderen en vereffenen van dividenden en andere rechten dient te geschieden overeenkomstig de specifieke regels en voorwaarden van de Nasdaq Europe Vereffenings- of Verrekeningssystemen.
105.0.7. De Marktautoriteit kan boetes of sancties opleggen aan Leden die in gebreke blijven om te vereffenen op de vereiste vereffeningsdatum. Deze boetes of sancties kunnen andere maatregelen vastgelegd in de specifieke regels en voorwaarden van het Nasdaq Europe Vereffenings- of Verrekeningssysteem aanvullen. Verzuim om te vereffenen op de vereiste vereffeningsdatum is op zichzelf geen reden om het contract als niet-nageleefd te beschouwen.
105.0.8. De Marktautoriteit kan op elk moment het bewijs eisen van de vereffening voor een Nasdaq Europe verrichting uitgevoerd door een Nasdaq Europe Lid, en dit tot drie jaar volgend op de datum van de verrichting. Wanneer een dergelijk verzoek wordt gericht tot een Lid, moet het Lid deze informatie bezorgen binnen de tien Nasdaq Europe Werkdagen volgend op het verzoek. Het in gebreke blijven om passende informatie betreffende de vereffening binnen deze tijdspanne mede te delen, kan aanleiding geven tot het opleggen van tarieven of sancties door de Marktautoriteit.
105.0.9. Voorbehouden
105.0.10. Indien een verrichting, die niet werd verrekend via het Nasdaq Europe Verrekeningssysteem, niet wordt vereffend, zijn de Nasdaq Europe Invorderingsregels, zoals bedoeld in Bijlage J aan dit Reglement, van toepassing. Indien een verrichting, die werd verrekend via het Nasdaq Europe Verrekeningssysteem, niet wordt vereffend, zijn de invorderingsregels van dat Nasdaq Europe Verrekeningssysteem van toepassing.
Art. N. MODIFICATIONS DU REGLEMENT DE NASDAQ EUROPE.
Chapitre 1er. - L'instruction relative à la Règle 10.37 est supprimée.
Les Règles suivantes sont ajoutées aux Règles du Chapitre 1er:
10.59. Système de Compensation du Nasdaq Europe : le ou les systèmes de compensation tel(s) qu'approuvé(s) par Nasdaq Europe S.A., sur avis conforme de l'Autorité de Marché.
10.60. Entité de Compensation : toute personne autorisée par un Système de Compensation du Nasdaq Europe à effectuer la compensation des transactions conformément aux règles applicables de ce Système de Compensation du Nasdaq Europe.
10.61. Entité générale de Compensation : une Entité de Compensation autorisée à compenser des transactions exécutées pour son propre compte et/ou pour le compte d'un ou plusieurs tiers.
10.62. Entité Non-Compensateur : tout Membre ayant conclu toutes les conventions nécessaires avec une Entité générale de Compensation pour fournir les services en relation avec, au minimum, la compensation de transactions sur Nasdaq Europe.
Chapitre 8.
Les Règles suivantes remplacent les Règles équivalentes du Chapitre 8 :.
83.1.2. Conditions d'Eligibilité des Membres
(a) Le Membre ou le Candidat Membre visé par les Règles 82.0.1. (a) et 82.0.1. (b) du présent Règlement doit satisfaire aux directives européennes applicables en matière d'adéquation du capital, et, en particulier, la Directive du Conseil 89/299/CEE du 17 avril 1989 concernant les fonds propres des établissements de crédit, la Directive du Conseil 89/647/CEE du 18 décembre 1989 relative à un ratio de solvabilité des établissements de crédit, la Directive du Conseil 92/121/CEE du 21 décembre 1992 relative à la surveillance et au contrôle des grands risques des établissements de crédit et la Directive du Conseil 93/6/CEE du 15 mars 1993 sur l'adéquation des fonds propres des entreprises d'investissement et des établissements de crédit.
(b) Le Membre ou le Candidat Membre visé par la Règle 82.0.1. (c) du présent Règlement doit satisfaire aux exigences en matière d'adéquation du capital qui lui sont imposées par la réglementation de son Etat d'Origine et aux exigences de la loi relative aux Marchés financiers, et doit fournir la preuve qu'il satisfait à ces exigences à l'Autorité de Marché.
(c) Abrogé.
(d) Le Candidat membre doit payer la cotisation d'adhésion en qualité de membre fixée par Nasdaq Europe S.A.
83.1.3. Conditions d'éligibilité additionnelles des Courtiers et/ou des Teneurs de Marché :
(a) Le Membre admis en la qualité de Courtier et/ou de Teneur de Marché, et le Candidat Membre sollicitant la qualité de Courtier et/ou Teneur de Marché, doivent devenir un participant au Système de Négociation du Nasdaq Europe;
(b) Sauf si déterminé autrement par l'Autorité de Marché, le Membre et le Candidat Membre doivent avoir ou solliciter l'obtention des comptes nécessaires auprès d'un ou plusieurs Systèmes de Liquidation du Nasdaq Europe ou auprès d'un agent de tels Systèmes de Liquidation du Nasdaq Europe;
(c) Sauf si déterminé autrement par l'Autorité de Marché, le Membre souhaitant utiliser les installations d'un Système de Compensation du Nasdaq Europe et le Candidat Membre souhaitant utiliser les installations d'un Système de Compensation du Nasdaq Europe doivent avoir ou solliciter et maintenir tous comptes et conventions requis avec le Système de Compensation du Nasdaq Europe relevant, ou avec une ou plusieurs Entités générales de Compensation d'un tel Système de Compensation du Nasdaq Europe;
(d) Le Membre qui est une Entité Non-Compensateur et qui souhaite utiliser les installations d'un Système de Compensation du Nasdaq Europe doit, à tout moment, avoir en place tout arrangement nécessaire avec une ou plusieurs Entités générales de Compensation;
(e) Le(s) Représentant(s) exécutif(s) des Membres et/ou leurs délégués doivent avoir ou acquérir une connaissance établie du Cadre juridique du Nasdaq Europe, du Système de Négociation du Nasdaq Europe et des règles et conditions spécifiques du Système de Liquidation du Nasdaq Europe et, le cas échéant, du Système de Compensation du Nasdaq Europe. L'Autorité de Marché peut, à sa seule discrétion, déterminer la façon d'évaluer un telle connaissance;
(f) Le(s) Superviseur(s) et le(s) Négociant(s) enregistré(s) des Membres doivent avoir ou acquérir une connaissance adéquate établie du Cadre juridique du Nasdaq Europe, du Système de Négociation du Nasdaq Europe et des règles et conditions spécifiques du Système de Liquidation du Nasdaq Europe et, le cas échéant, du Système de Compensation du Nasdaq Europe. L'Autorité de Marché peut, à sa seule discrétion, déterminer la façon d'évaluer un telle connaissance.
83.2.1. Une personne physique ou morale fait, lors de l'examen de sa candidature ou après avoir été admise en qualité de Membre, l'objet d'une cause d'exclusion si et dès lors que :
(a) la personne physique ou morale se voit retirer ou suspendre sa qualité de membre ou son droit de négocier (de manière générale ou concernant un instrument financier admis) sur un quelconque marché réglementé ou une bourse des valeurs mobilières dans une juridiction où elle est établie ou a son lieu d'activité habituel ou sa résidence ou dans lequel elle fournit des services d'investissement, lorsqu'une telle expulsion ou suspension est considérée par l'Autorité de Marché, de manière discrétionnaire, comme incompatible avec la qualité de Membre du Nasdaq Europe;
(b) la personne physique ou morale n'est plus autorisée, pour une raison quelconque, à fournir des services d'investissement tels que visés à l'article 3 de la DSI ou, dans le cas d'une personne physique ou morale établie ou ayant son lieu d'activité habituel ou sa résidence dans un Etat qui n'est pas un Etat Membre, ne possède plus l'agrément, le permis ou l'autorisation nécessaire pour lui permettre de fournir des services d'investissement dans cet Etat et/ou dans l'un des Etats Membres dans lequel cette personne physique ou morale fournit des services d'investissement;
(c) la personne physique ou morale est insolvable ou fait l'objet d'une procédure de liquidation judiciaire, de faillite ou de suspension de paiement (ou de toute procédure, dans une quelconque juridiction, comparable à la procédure de liquidation judiciaire, de faillite ou à une suspension de paiement) ou reconnaît être incapable de payer ses dettes (ou toute catégorie particulière de celles-ci) à l'échéance, ou conclut un concordat avec ses créanciers (ou toute catégorie particulière de créanciers);
(d) une décision de dissoudre, liquider ou de clôturer les activités professionnelles d'une personne physique ou morale a été prise, sauf en cas de transfert d'adhésion tel que prévu aux Règles 86.0.1 à 86.0.3 du présent Règlement;
(e) la personne physique ou morale cesse de mener tout ou une importante partie de ses activités commerciales, ou cesse de fournir des services d'investissement au sein de l'Union européenne ou dans les Etats figurant sur la liste des Etats établie par le conseil d'administration de Nasdaq Europe S.A. conformément à la Règle 82.0.1. (c) du présent Règlement;
(f) la personne physique ou morale est déclarée coupable d'un délit ou d'une infraction grave qui (i) concerne l'achat ou la vente de tout instrument financier, la prestation d'un faux serment, la rédaction d'un faux rapport, la corruption, le faux témoignage, le cambriolage ou la conspiration dans le but de commettre ce délit ou cette infraction grave, (ii) procède ou est lié(e) à la prestation de services d'investissement, (iii) implique le vol, le détournement ou l'usurpation d'instruments financiers ou de fonds ou (iv) concerne toute activité que l'Autorité de Marché estime, de manière discrétionnaire, incompatible avec la qualité de Membre du Nasdaq Europe;
(g) la personne physique ou morale se voit imposer une interdiction permanente ou temporaire, en vertu ou par l'effet d'une ordonnance, d'un jugement ou d'une décision d'un tribunal quelconque ou d'une autorité d'une juridiction compétente, de fournir un ou plusieurs services d'investissement ou d'exercer toute activité qui, selon l'Autorité de Marché, devrait pouvoir être exercée par tout Membre;
(h) la personne physique ou morale viole une des dispositions applicables du Cadre juridique du Nasdaq Europe, dans tous les cas où la sanction de la violation de cette règle, réglementation ou décision est le retrait de la qualité de Membre du Nasdaq Europe;
(i) toute mesure disciplinaire est entreprise par une quelconque bourse ou association de valeurs mobilières, un organisme de compensation, un organisme de liquidation, un agent en charge de la liquidation, un marché à terme de matières premières, un marché d'instruments dérivés, une autorité ou une instance de contrôle à l'encontre de la personne physique ou de l'entité morale ou toute filiale de l'entité morale, et cette situation est considérée par l'Autorité de Marché, de manière discrétionnaire, comme incompatible avec la qualité de Membre du Nasdaq Europe.
Instruction relative à la Règle 83.2.1 (i)
Une sanction imposée par une bourse ou association de valeurs mobilières, un organisme de compensation, un organisme de liquidation, un agent en charge de la liquidation, un marché à terme de matières premières, un marché pour instruments dérivés, un organe gouvernemental ou de réglementation ne constituera pas une cause d'exclusion automatique;
(j) la personne physique ou morale est concernée ou liée à tout autre événement ou toute autre circonstance que l'Autorité de Marché estime, de manière discrétionnaire, incompatible avec la qualité de Membre du Nasdaq Europe;
(k) tout événement ou circonstance tels que décrits dans la présente Règle qui affecte une filiale de l'entité morale, lorsqu'un tel événement ou circonstance est considéré par l'Autorité de Marché, de manière discrétionnaire, comme incompatibles avec la qualité de Membre du Nasdaq Europe; ou
(l) tout événement ou circonstance tels que décrits dans la présente Règle ont affecté la personne physique ou l'entité morale ou une filiale de l'entité morale durant les trois années précédant la date de sa demande d'adhésion, lorsque lesdits événements ou circonstances sont considérés par l'Autorité de Marché, de manière discrétionnaire, comme incompatibles avec la qualité de Membre du Nasdaq Europe.
85.2.1. L'Autorité de Marché tient un registre des Membres correct et complet reprenant, sans limitation, le nom, l'adresse et les coordonnées de chaque Membre, chaque Représentant Exécutif, Superviseur et Négociant enregistré du Membre, et l'inscription du Membre en qualité de simple Membre ou en qualité de Teneur de Marché et/ou Courtier. L'Autorité de Marché peut, à sa discrétion, ajouter au registre des membres, d'autres types d'information à propos des Membres.
85.5.1. Chaque Membre communique de manière générale à l'Autorité de Marché :
(a) chaque fois, dès transmission ou réception d'une ou des Autorité(s) compétente(s), une copie de toute communication relative à des causes d'exclusion ou à des événements similaires aux causes d'exclusion visées par le présent Chapitre 8. Dans le cas d'un Membre établi ou ayant son lieu d'activité habituel ou sa résidence dans un Etat qui n'est pas un Etat Membre, la communication susmentionnée est toute communication que le Membre adresse à ses actionnaires, ses autorités nationales de contrôle et aux autorités désignées à cet effet par l'Autorité de Marché, ou qu'il reçoit de ceux-ci;
(b) chaque fois, dès transmission ou réception, une copie de toute communication qu'il transmet ou reçoit de tout marché réglementé ou bourse de valeurs mobilières de l'Etat où il est établi ou a son lieu d'activité habituel ou sa résidence ou dans lequel il fournit des services d'investissement, et relative à des causes d'exclusion ou à des événements similaires aux causes d'exclusion visées par le présent Chapitre 8;
(c) chaque fois, dès que survient une cause d'exclusion visée par le présent Chapitre 8, des précisions à ce propos en ce qui concerne le Membre ou l'une de ses filiales;
(d) chaque fois, dès qu'elle survient, des précisions à propos de toute modification des données que le Membre a soumises à l'Autorité de Marché avec sa candidature d'adhésion ou ultérieurement;
(e) chaque fois, dès que se produit l'événement, des précisions à propos de toute action disciplinaire qu'entreprend, à l'égard du Membre ou de l'une de ses filiales, une quelconque bourse ou association de valeurs mobilières, un organisme de compensation, un organisme de liquidation, un agent en charge de la liquidation, un marché à terme de matières premières, un marché pour instruments dérivés, un organe gouvernemental ou de réglementation;
(f) chaque fois, dès que se produit l'événement, des précisions à propos de toute action disciplinaire entreprise par le Membre lui-même à l'encontre de tout Négociant enregistré, Superviseur ou Représentant exécutif;
(g) chaque fois, dès que se produit l'événement, des précisions à propos de la survenance de toute cause d'exclusion visée par le présent Chapitre 8 ou de tout autre événement qui, pour l'Autorité de Marché, revêt une telle importance qu'elle estime devoir en être informée immédiatement.
Instruction relative à la Règle 85.5.1. (g)
Chaque Membre doit rapporter à l'Autorité de Marché le commencement de toute enquête formelle dont le Membre ferait l'objet, qui serait de telle nature qu'elle pourrait déboucher sur une cause d'exclusion visée par le présent Chapitre 8;
(h) à la demande spécifique de l'Autorité de Marché, l'identité du bénéficiaire ultime de toute transaction sur Nasdaq Europe si cette information peut légalement être communiquée; et
(i) chaque fois, dès qu'elles sont prises, des précisions à propos de toute mesure visée à l'article 41 de la loi relative aux Marchés Financiers.
89.0.1. L'Autorité de Marché peut mener des enquêtes périodiques quant aux activités d'un Membre en vue de vérifier le respect des dispositions applicables du Cadre juridique du Nasdaq Europe, et d'assurer l'intégrité, la sécurité et les pratiques honnêtes du Nasdaq Europe et protéger les investisseurs et l'intérêt public. Dans le cadre de ces enquêtes, les Membres doivent fournir, sur demande de l'Autorité de Marché, et dans un délai raisonnable, toute information et explications relatives à leurs activités, négociations et opérations en ce compris, sans limitation, des renseignements sur les conventions de compensation et de liquidation. Conformément au Cadre juridique du Nasdaq Europe, l'Autorité de Marché peut aussi faire des inspections dans les locaux du Membre et prendre toute autre mesure que l'Autorité de Marché juge appropriée à la lumière des faits et circonstances de l'espèce.
Chapitre 10. - Les Règles suivantes sont ajoutées au sein de la Section 102.13 :.
102.13. Systèmes automatiques de cotation et d'exécution
102.13.1. Un Membre faisant usage d'un système capable, sans intervention manuelle, de soumettre ou de changer des cotations ou d'exécuter des transactions au sein du Système de Négociation du Nasdaq Europe (" système d'introduction automatique "), doit notifier son intention d'utiliser ce système et obtenir l'autorisation de l'Autorité de Marché avant d'en faire usage pour la première fois sur Nasdaq Europe.
102.13.2. Un Membre sollicitant l'autorisation d'utiliser un système d'introduction automatique doit communiquer à l'Autorité de Marché tous les renseignements relevants quant à la nature et au fonctionnement de ce système, et tous les changements significatifs ultérieurs avant d'en faire usage, et fournir des réponses complètes et promptes à toutes les demandes d'information de l'Autorité de Marché. Une absence de réponse de façon complète, correcte et dans les délais peut constituer des motifs pour que l'Autorité de Marché n'autorise pas l'usage du système d'introduction automatique sur Nasdaq Europe.
102.13.3. Un Membre faisant usage d'un système d'introduction automatique visé à la Règle 102.13.1 doit respecter les conditions spécifiées par l'Autorité de Marché.
Instruction à la Règle 102.13.3.
Les conditions visées ci-dessus incluent, sans limitation, la faculté pour le Teneur de Marché de reprendre ou de continuer l'introduction de cotations, tel que visé à la Règle 101.1.3 de ce Règlement, dans tous les Instruments financiers pour lesquels il est enregistré en tant que Teneur de Marché, ou des exigences techniques.
102.13.4. Lorsqu'un système d'introduction automatique est en place, le Membre opérant le système reste seul responsable pour l'introduction de toutes les données dans le Système de Négociation du Nasdaq Europe ou pour les transactions effectuées automatiquement par le système.
102.13.5. Un Membre doit arrêter l'usage d'un système d'introduction automatique ou en restreindre l'usage lorsque l'Autorité de Marché l'exige. Le défaut de répondre à une telle requête dans les délais peut résulter en la suspension du Membre par Nasdaq Europe.
102.13.6. Une demande visée à la Règle 102.13.5 ci-dessus ou toutes autres circonstances indépendantes du contrôle d'un Teneur de Marché relativement à un système d'introduction automatique ne sont pas considérées comme une raison suffisante pour relever un Teneur de Marché de son obligation de maintenir des cotations conformément à la Règle 101.1.3 de ce Règlement.
La Règle suivante remplace la Règle 102.18.1 :
102.18.1. Une transaction sur Instruments financiers admis conclue un jour où Nasdaq Europe détermine que ces Instruments financiers admis sont ex dividende ou autre droit, ou à tout moment ultérieur, est exécutée et liquidée entre Membres sans ce droit sauf convention contraire au moment de la transaction.
La Règle suivante remplace la Règle 104.2.4 :
104.2.4. Une déclaration de transaction doit contenir au moins l'information suivante :
(a) le code d'identification Nasdaq Europe du Membre;
(b) le code d'identification Nasdaq Europe de la contrepartie si cette contrepartie est un Membre, ou une indication que la contrepartie n'est pas un Membre;
(c) la date et l'heure à laquelle la transaction a été exécutée;
(d) le fait que la transaction était un achat ou une vente;
(e) le code d'identification Nasdaq Europe pour Instrument financiers admis visé dans la transaction;
(f) la quantité;
(g) le prix unitaire dans le devise de cotation (hors taxes, commissions, frais, etc.);
(h) si le Membre faisant la déclaration agissait en qualité d'agent ou en son nom propre;
(i) la date de liquidation de la transaction, la devise de liquidation et, si celle-ci est différente de la devise de cotation, le taux de change appliqué; et
(j) le cas échéant, le Système de Liquidation du Nasdaq Europe ou le Système de Compensation du Nasdaq Europe prévus.
Instruction relative à la Règle 104.2.4. (g) et (i)
La devise visée dans la déclaration d'une transaction doit être identique à la devise dans laquelle l'Instrument financier admis est coté.
La Section suivante remplace la Section 105 :
105. Compensation et Liquidation
105.0.1. Les Membres doivent liquider toute transaction exécutée sur Nasdaq Europe par le biais d'un Système de Liquidation du Nasdaq Europe.
105.0.2. Le cas échéant, le Système de Compensation du Nasdaq Europe effectue la compensation des transactions exécutées sur Nasdaq Europe.
105.0.3. Nasdaq Europe attribue un seul procédé de liquidation ou de compensation par défaut pour chaque Instrument financier. Ce procédé par défaut doit inclure le cycle de liquidation, la devise de liquidation et le Système de Compensation ou de Liquidation du Nasdaq Europe. Lorsqu'une transaction est effectuée sur le Système de Négociation du Nasdaq Europe, en faisant usage d'une facilité quand c'est requis, cette transaction doit être liquidée ou compensée conformément au procédé par défaut et aux règles du Système de Liquidation ou de Compensation du Nasdaq Europe relevant.
(a) Le procédé de Liquidation ou de Compensation du Nasdaq Europe par défaut pour un Instrument financier spécifique est déterminé par l'Autorité de Marché en prenant en compte le pays d'origine d'un Instrument financier et après consultation avec l'Emetteur, dans le cas des Instruments financiers admis à l'Inscription sur Nasdaq Europe, ou des Teneurs de Marchés, dans le cas des Instruments financiers admis à la Négociation sur Nasdaq Europe.
(b) Sauf si l'Autorité de Marché en décide autrement, la devise de liquidation par défaut est la même que la devise de négociation de cet Instrument financier.
(c) Sauf si l'Autorité de Marché en décide autrement, le cycle de liquidation par défaut pour tout Instrument financier doit suivre le cycle standard de liquidation du pays d'origine de cet Instrument financier.
Instruction à la Règle 105.0.3. (c)
A ce jour, ceci implique que la plupart des titres européens et américains seraient liquidés selon un calendrier T+3.
105.0.4. Lorsqu'une transaction est effectuée hors du Système de Négociation du Nasdaq Europe et communiquée à Nasdaq Europe, ou en utilisant les installations du Système de Négociation du Nasdaq Europe, les parties à la transaction peuvent, lorsque c'est permis, sélectionner un procédé alternatif de liquidation, incluant un cycle de liquidation de moins de 20 jours ouvrables du Nasdaq Europe après la date de la transaction, et une devise alternative de liquidation par le biais d'un Système de Liquidation du Nasdaq Europe acceptant la liquidation de cet Instrument financier. Dans cette hypothèse, le Membre doit avertir le Système de Liquidation ou de Compensation du Nasdaq Europe d'un tel cycle et d'une telle devise de liquidation. La liquidation finale d'une transaction s'effectue conformément aux règles du Système de Liquidation ou de Compensation du Nasdaq Europe relevant.
105.0.5. Sauf convention contraire, les Membres doivent payer les Instruments financiers admis concernés à la livraison.
105.0.6. La réclamation et la liquidation des dividendes et autres droits sont opérées conformément aux règles et conditions particulières des Systèmes de Liquidation ou de Compensation du Nasdaq Europe.
105.0.7. L'Autorité de Marché peut infliger des amendes ou imposer des sanctions aux Membres qui restent en défaut de liquider les transactions à la date requise pour la liquidation. Ces amendes ou sanctions peuvent s'ajouter à d'autres mesures prévues dans les règles et conditions particulières des Systèmes de Liquidation ou de Compensation du Nasdaq Europe. Le défaut de liquidation des transactions concernées à la date requise pour la liquidation ne constitue pas en soi un motif permettant de considérer que le contrat n'a pas été honoré.
105.0.8. L'Autorité de Marché peut, à tout moment, exiger la preuve de la liquidation d'une transaction effectuée par un Membre du Nasdaq Europe, et ce pendant trois ans après la date de la transaction. Lorsqu'une telle demande est faite à un Membre, celui-ci doit fournir cette information dans les 10 jours ouvrables du Nasdaq Europe suivant la demande. La non communication de renseignements adéquats à propos de la liquidation, dans les délais, peut résulter en l'imposition d'amendes ou de sanctions par l'Autorité de Marché.
105.0.9. Réservé
105.0.10. Lorsqu'une transaction, qui n'est pas compensée par le biais du Système de Compensation du Nasdaq Europe, ne se liquide pas, les règles de recouvrement du Nasdaq Europe, visées en Annexe J de ce Règlement, s'appliquent. Pour les transactions qui sont compensées par le biais du Système de Compensation du Nasdaq Europe et qui ne se liquident pas, les règles de recouvrement du Système de Compensation du Nasdaq Europe s'appliquent.
Art. 1N. Bijlage J.
Het volgende punt vervangt punt 1.0 van Bijlage J :
1.0. De volgende procedures dienen te worden toegepast in verband met artikel 105.0.10 van dit Reglement en zijn opgesteld om de Leden een eenvoudige en efficiënte manier van invordering te verschaffen indien hun tegenpartij zijn verplichting tot levering niet nageleefd heeft op de vereffeningsdatum.
Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 5 november 2001.
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS.
Art. 1N. Annexe J.
Le point suivant remplace le point 1.0 de l'Annexe J :
1.0. Les procédures suivantes doivent être mises en oeuvre dans le cadre de l'article 105.0.10 du présent Règlement et sont destinées à donner aux Membres un moyen de recouvrement simple et efficace lorsque leur contrepartie a manqué à son obligation de délivrance à la date de liquidation.
Vu pour être annexé à l'arrêté ministériel du 5 novembre 2001.
Le Ministre des Finances,
D. REYNDERS.