Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
9 JUNI 1997. - Collectieve arbeidsovereenkomst van 9 juni 1997 van het Paritair Subcomité voor het marokijnwerk. - Uitvoering van het koninklijk besluit van 27 januari 1997 - Hoofdstuk II - Maatregelen ten voordele van de werkgelegenheid en de vorming - houdende maatregelen ter bevordering van de werkgelegenheid met toepassing van artikel 7, § 2 van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen (Overeenkomst geregistreerd op 19 september 1997, onder het nummer 45246/CO/128.03).
Titre
9 JUIN 1997. - Convention collective de travail du 9 juin 1997 de la Sous-commission paritaire de la maroquinerie. - Exécution de l'arrêté royal du 27 janvier 1997 - Chapitre II - Mesures en faveur de l'emploi et de la formation - contenant des mesures pour la promotion de l'emploi en application de l'article 7, § 2 de la loi du 26 juillet 1996 relative à la promotion de l'emploi et à la sauvegarde préventive de la compétitivité (Convention enregistrée le 19 septembre 1997, sous le numéro 45246/CO/128.03).
Documentinformatie
Numac: 2000A12021
Datum: 1997-06-09
Info du document
Numac: 2000A12021
Date: 1997-06-09
Tekst (7)
Texte (7)
Artikel 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en op de werklieden en werksters van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor het marokijnwerk.
Article 1. La présente convention collective de travail s'applique aux employeurs et aux ouvriers et ouvrières des entreprises ressortissant à la Sous-commission paritaire de la maroquinerie.
Art. 2. De in artikel 1 bedoelde werkgevers betalen voor de jaren 1997 en 1998 een bijdrage van 0,10 pct., berekend op grond van het volledige loon van de werklieden en werksters, zoals bedoeld bij artikel 23 van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers.
Art. 2. Les employeurs, visés à l'article 1er, versent pour les années 1997 et 1998 une cotisation de 0,10 p.c., calculée sur la base du salaire global des ouvriers et ouvrières, comme prévu par l'article 23 de la loi du 29 juin 1981 établissant les principes généraux de la sécurité sociale des travailleurs salariés.
Art. 3. De opbrengst van de inning van de bijdrage van 0,10 pct. is bestemd voor de medefinanciering van opleidingsinitiatieven van personen die behoren tot de risicogroepen.
Deze initiatieven kunnen hetzij collectief, hetzij individueel of hetzij voor een groep van ondernemingen georganiseerd worden.
De modaliteiten van de financiering voor de algemene kosten, de ontwikkelingskosten en de rechtstreekse opleidingskosten zullen in de Raad van bestuur van het " Fonds voor bestaanszekerheid voor het marokijnwerk " bepaald worden.
De projectontwikkeling, de coördinatie, de kostenverrekening en de verslaggeving wordt toevertrouwd aan de werkgeversfederatie.
Deze initiatieven kunnen hetzij collectief, hetzij individueel of hetzij voor een groep van ondernemingen georganiseerd worden.
De modaliteiten van de financiering voor de algemene kosten, de ontwikkelingskosten en de rechtstreekse opleidingskosten zullen in de Raad van bestuur van het " Fonds voor bestaanszekerheid voor het marokijnwerk " bepaald worden.
De projectontwikkeling, de coördinatie, de kostenverrekening en de verslaggeving wordt toevertrouwd aan de werkgeversfederatie.
Art. 3. Le produit de la perception de la cotisation de 0,10 p.c. est destiné au cofinancement d'initiatives de formation de personnes appartenant aux groupes à risque.
Ces initiatives peuvent être organisées soit collectivement, soit individuellement, ou encore pour un groupe d'entreprises.
Les modalités de financement des frais généraux, des coûts de développement et des coûts de formation directs seront déterminées au sein du Conseil d'administration du " Fonds de sécurité d'existence de la maroquinerie ".
Le développement des projets, la coordination, le règlement des coûts et l'établissement des rapports sont confiés à la fédération patronale.
Ces initiatives peuvent être organisées soit collectivement, soit individuellement, ou encore pour un groupe d'entreprises.
Les modalités de financement des frais généraux, des coûts de développement et des coûts de formation directs seront déterminées au sein du Conseil d'administration du " Fonds de sécurité d'existence de la maroquinerie ".
Le développement des projets, la coordination, le règlement des coûts et l'établissement des rapports sont confiés à la fédération patronale.
Art. 4. In het kader van deze collectieve arbeidsovereenkomst moeten, rekening houdend met de bijzondere concurrentiedruk die op de sector uitgeoefend wordt, als risicogroepen beschouwd worden :
- de ongeschoolde of laaggeschoolde werknemers en/of werkzoekenden;
- de werknemers waarvan de tewerkstelling bedreigd wordt door gebrek aan scholing of herscholing van de vakbekwaamheid;
- de werknemers die een activiteit uitoefenen die de nakomende activiteiten in dermate beïnvloeden dat bij gebrek aan bestendige aanpassing de tewerkstelling in cascade bedreigd wordt.
- de ongeschoolde of laaggeschoolde werknemers en/of werkzoekenden;
- de werknemers waarvan de tewerkstelling bedreigd wordt door gebrek aan scholing of herscholing van de vakbekwaamheid;
- de werknemers die een activiteit uitoefenen die de nakomende activiteiten in dermate beïnvloeden dat bij gebrek aan bestendige aanpassing de tewerkstelling in cascade bedreigd wordt.
Art. 4. Doivent être considérés comme groupes à risque dans le cadre de la présente convention collective de travail, compte tenu de la pression concurrentielle qui est exercée sur le secteur :
- les travailleurs non qualifiés ou à qualification réduite et/ou les demandeurs d'emploi;
- les travailleurs dont l'occupation est menacée par suite d'un manque de formation ou de recyclage de la capacité professionnelle;
- les travailleurs exerçant une activité dont l'influence sur les futures activités est telle qu'à défaut d'une adaptation permanente l'emploi sera menacé en cascade.
- les travailleurs non qualifiés ou à qualification réduite et/ou les demandeurs d'emploi;
- les travailleurs dont l'occupation est menacée par suite d'un manque de formation ou de recyclage de la capacité professionnelle;
- les travailleurs exerçant une activité dont l'influence sur les futures activités est telle qu'à défaut d'une adaptation permanente l'emploi sera menacé en cascade.
Art. 5. Deze bijdrage wordt geïnd door de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid en overgemaakt aan het " Fonds voor bestaanszekerheid voor het marokijnwerk ", Hoogstraat, 26-28, 1000 Brussel, dat zal instaan voor de vereffening van de door de Raad van bestuur van het Fonds besliste bestedingen.
De totaliteit van de financiering in het kader van de bijdrage van 0,10 pct. mag de totaliteit van de ontvangsten niet overschrijden.
De totaliteit van de financiering in het kader van de bijdrage van 0,10 pct. mag de totaliteit van de ontvangsten niet overschrijden.
Art. 5. Cette cotisation est percue par l'Office national de Sécurité sociale et versée au " Fonds de sécurité d'existence de la maroquinerie ", rue Haute, 26-28 à 1000 Bruxelles, qui se chargera de la liquidation des affectations décidées par le Conseil d'administration du Fonds.
La totalité du financement dans le cadre de la cotisation de 0,10 p.c. ne peut pas dépasser la totalité des recettes.
La totalité du financement dans le cadre de la cotisation de 0,10 p.c. ne peut pas dépasser la totalité des recettes.
Art. 6. Jaarlijks zal, in de schoot van het Paritair Subcomité, een evaluatie worden gemaakt van de bestaande opleidingsinitiatieven en bestedingen zoals voorzien in artikel 3 van deze collectieve arbeidsovereenkomst.
Art. 6. Chaque année, au sein de la Sous-commission paritaire, une évaluation aura lieu des initiatives de formation existantes et des affectations prévues à l'article 3 de la présente convention collective de travail.
Art. 7. Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 1997 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 1998.
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 17 januari 2000.
(Voor het KB, zie %%2000-01-17/35%%).
De Minister van Werkgelegenheid,
Mevr. L. ONKELINX
Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 17 januari 2000.
(Voor het KB, zie %%2000-01-17/35%%).
De Minister van Werkgelegenheid,
Mevr. L. ONKELINX
Art. 7. La présente convention collective de travail entre en vigueur le 1er janvier 1997 et cesse d'être en vigueur le 31 décembre 1998.
Vu pour être annexé à l'arrêté royal du 17 janvier 2000.
(Pour l'AR, voir %%2000-01-17/35%%).
La Ministre de l'Emploi,
Mme L. ONKELINX
Vu pour être annexé à l'arrêté royal du 17 janvier 2000.
(Pour l'AR, voir %%2000-01-17/35%%).
La Ministre de l'Emploi,
Mme L. ONKELINX