Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
4 JULI 2000. - Besluit tot wijziging van de besluiten van de Commissie voor het Bank- en Financiewezen van 5 december 1995 over de reglementen op het eigen vermogen van de kredietinstellingen en de beursvennootschappen.
Titre
4 JUILLET 2000. - Arrêté modifiant les arrêtés de la Commission bancaire et financière du 5 décembre 1995 concernant les règlements relatifs aux fonds propres des établissements de crédit et des sociétés de bourse.
Documentinformatie
Numac: 2000A03506
Datum: 2000-07-04
Info du document
Numac: 2000A03506
Date: 2000-07-04
Tekst (9)
Texte (9)
Artikel 1. In de besluiten van de Commissie voor het Bank- en Financiewezen van 5 december 1995 over het reglement op het eigen vermogen van de kredietinstellingen en over het reglement op het eigen vermogen van de beursvennootschappen (hierna "het reglement" genoemd) worden de hierna bij artikelen 2 tot en met 7 bepaalde wijzigingen aangebracht.
Article 1. Dans les arrêtés de la Commission bancaire et financière du 5 décembre 1995 concernant le règlement relatif aux fonds propres des établissements de crédit et concernant le règlement relatif aux fonds propres des sociétés de bourse (ci-après "le règlement") sont apportées les modifications énoncées aux articles 2 à 7 ci-dessous.
Art. 2. § 1. In artikel 2 van het reglement wordt :
1° in punt 7°, de zinsnede " waar dagelijkse margevereisten gelden " weggelaten;
2° de tekst van punt 12° als volgt vervangen :
" "warrant", een waardepapier dat de houder het recht geeft, hetzij op het einde van de looptijd van de warrant, hetzij tijdens de looptijd van de warrant, tegen een vastgestelde prijs een onderliggende waarde te kopen; de warrant kan worden afgewikkeld door levering van de onderliggende waarde zelf of door afwikkeling in contanten; ";
3° een punt 14° toegevoegd dat luidt als volgt :
" "een erkende markt", een Belgische of buitenlandse markt
- die beantwoordt aan de voorwaarden als bedoeld bij artikel 1, § 3, 2° en 3°, van de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en de beleggingsadviseurs, en
- die beschikt over een clearingregeling krachtens dewelke de op die markt verhandelde afgeleide instrumenten onderworpen zijn aan dagelijkse margevereisten die naar het oordeel van de Commissie een passende bescherming bieden;
de Commissie stelt voor de toepassing van dit reglement de lijst op van bedoelde markten; ";
4° een punt 15° toegevoegd dat luidt als volgt :
" "voorraadfinanciering", posities waarbij fysieke voorraden op termijn verkocht worden en de financieringskosten tot de datum van de termijnverkoop zijn vastgelegd; ";
5° een punt 16° toegevoegd dat luidt als volgt :
" "retrocessieovereenkomst", en "omgekeerde retrocessieovereenkomst", een overeenkomst waarbij een instelling of haar tegenpartij effecten, grondstoffen, of gegarandeerde rechten betreffende de eigendom van effecten of grondstoffen overdraagt, mits die garantie is gegeven door een erkende markt die houder is van de rechten betreffende de effecten of grondstoffen, en de overeenkomst een instelling niet toestaat een bepaald effect of een bepaalde grondstof aan meer dan één tegenpartij tegelijkertijd over te dragen of toe te zeggen, onder de verbintenis deze effecten of grondstoffen (of vervangende effecten of grondstoffen met dezelfde kenmerken) tegen een vastgestelde prijs op een door de overdragende instelling bepaald of te bepalen tijdstip in de toekomst terug te kopen; deze wordt aangemerkt als een "retrocessieovereenkomst" voor de instelling die de effecten of grondstoffen verkoopt, en als een "omgekeerde retrocessieovereenkomst" voor de instelling die de effecten of grondstoffen koopt; ";
6° een punt 17° toegevoegd dat luidt als volgt :
" "verstrekte effecten- of grondstoffenlening" en "opgenomen effecten- of grondstoffenlening", een transactie waarbij een instelling of haar tegenpartij effecten of grondstoffen overdraagt tegen een passende zekerheid, onder de verbintenis dat de leningnemer op een tijdstip in de toekomst of wanneer de overdragende instelling daarom verzoekt, gelijkwaardige effecten of grondstoffen teruglevert; deze wordt aangemerkt als een "verstrekte effecten- of grondstoffenlening" voor de instelling die de effecten of grondstoffen overdraagt, en als een "opgenomen effecten- of grondstoffenlening" voor de instelling waaraan de effecten of grondstoffen worden overgedragen; ";
7° een punt 18° toegevoegd dat luidt als volgt :
" "de Commissie", de Commissie voor het Bank- en Financiewezen. ".
§ 2. In artikel 3, punt 1°, a) en b), worden na de woorden " financiële instrumenten " de woorden " grondstoffen en van grondstoffen afgeleide instrumenten " ingevoegd.
§ 3. In artikel 3, punt 2°, d) en e), en in de artikelen 4, 21, 22, 23 en 92 worden de woorden " effectenleningen ", " effecten ", " effecten of contanten " en " en VI " vervangen door respectievelijk " effecten- en grondstoffenleningen ", " effecten of grondstoffen ", " effecten, grondstoffen of contanten " en " , VI en VIIIbis ".
§ 4. In de artikelen 15 en 86 wordt " VIII " vervangen door " VIIIter ".
§ 5. In de artikelen 19 en 20 worden
- na de woorden " met aandelen kunnen worden gelijkgesteld ", enerzijds, in artikel 19, eerste lid, en in artikel 20, en anderzijds, in artikel 19, tweede lid, respectievelijk de woorden " of in grondstoffen, " en " of voor de grondstoffen, " ingevoegd;
- de woorden " dan wel " vervangen door een komma.
§ 6. In artikel 80, § 5, 5°, b), wordt de volgende zinsnede weggelaten : " en waarbij die ondernemingen kredietinstellingen of beleggingsondernemingen zijn met zetel in de geografische zone A ".
§ 7. In artikel 82, § 2, worden
- in het eerste lid de woorden " en hoofdstuk VIII " vervangen door " van onderhavig artikel, en uit hoofdstukken VIII, VIIIbis en in voorkomend geval VIIIter ";
- in het vierde lid de woorden " V, VI en VII en artikel 84 " vervangen door " V, VI, VII en in voorkomend geval VIIIter, en artikel 84 ".
1° in punt 7°, de zinsnede " waar dagelijkse margevereisten gelden " weggelaten;
2° de tekst van punt 12° als volgt vervangen :
" "warrant", een waardepapier dat de houder het recht geeft, hetzij op het einde van de looptijd van de warrant, hetzij tijdens de looptijd van de warrant, tegen een vastgestelde prijs een onderliggende waarde te kopen; de warrant kan worden afgewikkeld door levering van de onderliggende waarde zelf of door afwikkeling in contanten; ";
3° een punt 14° toegevoegd dat luidt als volgt :
" "een erkende markt", een Belgische of buitenlandse markt
- die beantwoordt aan de voorwaarden als bedoeld bij artikel 1, § 3, 2° en 3°, van de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en de beleggingsadviseurs, en
- die beschikt over een clearingregeling krachtens dewelke de op die markt verhandelde afgeleide instrumenten onderworpen zijn aan dagelijkse margevereisten die naar het oordeel van de Commissie een passende bescherming bieden;
de Commissie stelt voor de toepassing van dit reglement de lijst op van bedoelde markten; ";
4° een punt 15° toegevoegd dat luidt als volgt :
" "voorraadfinanciering", posities waarbij fysieke voorraden op termijn verkocht worden en de financieringskosten tot de datum van de termijnverkoop zijn vastgelegd; ";
5° een punt 16° toegevoegd dat luidt als volgt :
" "retrocessieovereenkomst", en "omgekeerde retrocessieovereenkomst", een overeenkomst waarbij een instelling of haar tegenpartij effecten, grondstoffen, of gegarandeerde rechten betreffende de eigendom van effecten of grondstoffen overdraagt, mits die garantie is gegeven door een erkende markt die houder is van de rechten betreffende de effecten of grondstoffen, en de overeenkomst een instelling niet toestaat een bepaald effect of een bepaalde grondstof aan meer dan één tegenpartij tegelijkertijd over te dragen of toe te zeggen, onder de verbintenis deze effecten of grondstoffen (of vervangende effecten of grondstoffen met dezelfde kenmerken) tegen een vastgestelde prijs op een door de overdragende instelling bepaald of te bepalen tijdstip in de toekomst terug te kopen; deze wordt aangemerkt als een "retrocessieovereenkomst" voor de instelling die de effecten of grondstoffen verkoopt, en als een "omgekeerde retrocessieovereenkomst" voor de instelling die de effecten of grondstoffen koopt; ";
6° een punt 17° toegevoegd dat luidt als volgt :
" "verstrekte effecten- of grondstoffenlening" en "opgenomen effecten- of grondstoffenlening", een transactie waarbij een instelling of haar tegenpartij effecten of grondstoffen overdraagt tegen een passende zekerheid, onder de verbintenis dat de leningnemer op een tijdstip in de toekomst of wanneer de overdragende instelling daarom verzoekt, gelijkwaardige effecten of grondstoffen teruglevert; deze wordt aangemerkt als een "verstrekte effecten- of grondstoffenlening" voor de instelling die de effecten of grondstoffen overdraagt, en als een "opgenomen effecten- of grondstoffenlening" voor de instelling waaraan de effecten of grondstoffen worden overgedragen; ";
7° een punt 18° toegevoegd dat luidt als volgt :
" "de Commissie", de Commissie voor het Bank- en Financiewezen. ".
§ 2. In artikel 3, punt 1°, a) en b), worden na de woorden " financiële instrumenten " de woorden " grondstoffen en van grondstoffen afgeleide instrumenten " ingevoegd.
§ 3. In artikel 3, punt 2°, d) en e), en in de artikelen 4, 21, 22, 23 en 92 worden de woorden " effectenleningen ", " effecten ", " effecten of contanten " en " en VI " vervangen door respectievelijk " effecten- en grondstoffenleningen ", " effecten of grondstoffen ", " effecten, grondstoffen of contanten " en " , VI en VIIIbis ".
§ 4. In de artikelen 15 en 86 wordt " VIII " vervangen door " VIIIter ".
§ 5. In de artikelen 19 en 20 worden
- na de woorden " met aandelen kunnen worden gelijkgesteld ", enerzijds, in artikel 19, eerste lid, en in artikel 20, en anderzijds, in artikel 19, tweede lid, respectievelijk de woorden " of in grondstoffen, " en " of voor de grondstoffen, " ingevoegd;
- de woorden " dan wel " vervangen door een komma.
§ 6. In artikel 80, § 5, 5°, b), wordt de volgende zinsnede weggelaten : " en waarbij die ondernemingen kredietinstellingen of beleggingsondernemingen zijn met zetel in de geografische zone A ".
§ 7. In artikel 82, § 2, worden
- in het eerste lid de woorden " en hoofdstuk VIII " vervangen door " van onderhavig artikel, en uit hoofdstukken VIII, VIIIbis en in voorkomend geval VIIIter ";
- in het vierde lid de woorden " V, VI en VII en artikel 84 " vervangen door " V, VI, VII en in voorkomend geval VIIIter, en artikel 84 ".
Art. 2. § 1er. A l'article 2 du règlement :
1° au 7°, le membre de phrase " où ils sont subordonnés à des exigences en matière de marges journalières " est supprimé;
2° le texte du 12° est remplacé par le texte suivant :
" "warrant", un titre qui donne à son détenteur le droit d'acheter un actif sous-jacent à un prix déterminé, soit à la date d'expiration du warrant, soit pendant toute la durée de vie du warrant; il peut être liquidé par la livraison de l'actif sous-jacent lui-même ou par un règlement en espèces; ";
3° il est ajouté un 14°, rédigé comme suit :
" "marché reconnu", un marché belge ou étranger
- qui répond aux conditions fixées à l'article 1er, § 3, 2° et 3°, de la loi du 6 avril 1995 relative aux marchés secondaires, aux entreprises d'investissement, aux intermédiaires et aux conseillers en placements, et
- qui dispose d'un mécanisme de compensation prévoyant que les instruments dérivés négociés sur ce marché sont soumis à des exigences en matière de marges journalières offrant une protection jugée appropriée par la Commission;
la Commission établit, aux fins du présent règlement, la liste des marchés visés ";
4° il est ajouté un 15°, rédigé comme suit :
" "financement de stocks", des positions où le stock physique a été vendu à terme et où le coût du financement est gelé jusqu'à la date de la vente à terme ";
5° il est ajouté un 16°, rédigé comme suit :
" "mise en pension", et "prise en pension", une opération par laquelle un établissement ou sa contrepartie transfère des titres, des produits de base ou des droits garantis relatifs à la propriété de titres ou de produits de base, lorsque cette garantie est émise par un marché reconnu qui détient les droits sur les titres ou les produits de base et que l'opération ne permet pas à un établissement de transférer ou de donner en gage un titre ou un produit de base à plus d'une contrepartie à la fois, en s'engageant à les racheter (ou à racheter des titres ou des produits de base présentant les mêmes caractéristiques) à un prix déterminé et à une date future fixée ou à fixer par l'établissement qui effectue le transfert. C'est une opération de "mise en pension" pour l'établissement qui vend les titres ou les produits de base, et une opération de "prise en pension" pour l'établissement qui les achète; ";
6° il est ajouté un 17°, rédigé comme suit :
" "prêt de titres ou de produits de base", et "emprunt de titres ou de produits de base", une transaction par laquelle un établissement ou sa contrepartie transfère des titres ou des produits de base contre remise d'une garantie appropriée, l'emprunteur s'engageant à restituer des titres ou des produits de base équivalents à une date future ou lorsque l'établissement qui transfère les titres ou les produits de base le lui demandera. C'est un "prêt de titres ou de produits de base" pour l'établissement qui transfère les titres ou les produits de base, et un "emprunt de titres ou de produits de base" pour l'établissement auquel ceux-ci sont transférés; ";
7° il est ajouté un 18°, rédigé comme suit :
" "Commission", la Commission bancaire et financière ".
§ 2. A l'article 3, 1°, a) et b), les mots " , en produits de base et en instruments dérivés sur produits de base, " sont insérés après les mots " en instruments financiers ".
§ 3. A l'article 3, 2°, d) et e), et aux articles 4, 21, 22, 23 et 92, les mots " prêt de titres ", " prêts de titres ", " emprunts de titres ", " prêts/emprunts de titres ", " transactions de prêt ou d'emprunt de titres ", " des titres ", " ces titres ", " des titres ou du montant " et " et VI " sont remplacés, respectivement, par les mots " prêt de titres ou de produits de base ", " prêts de titres ou de produits de base ", " emprunts de titres ou de produits de base ", " prêts/emprunts de titres ou de produits de base ", " transactions de prêt ou d'emprunt de titres ou de produits de base ", " des titres ou des produits de base ", " ces titres ou ces produits de base ", " des titres, des produits de base ou du montant " et " , VI et VIIIbis ".
§ 4. Aux articles 15 et 86, " VIII " est remplacé par " VIIIter ".
§ 5. Aux articles 19 et 20,
- après les mots " assimilables à des actions " sont insérés, d'une part à l'article 19, alinéa 1er, et à l'article 20, les mots " ou sur produits de base, ", et d'autre part à l'article 19, alinéa 2, les mots " ou pour les produits de base, ";
- les mots " ou sur actions " à l'article 19, alinéa 1er, " ou pour les actions " à l'article 19, alinéa 2, et " , ou sur actions " à l'article 20 sont remplacés respectivement par les mots " , sur actions ", " , pour les actions " et " , sur actions ".
§ 6. A l'article 80, § 5, 5°, b), le membre de phrase suivant est supprimé : " , ces entreprises étant des établissements de crédit ou entreprises d'investissement ayant leur siège dans la zone géographique A ".
§ 7. A l'article 82, § 2,
- à l'alinéa 1er, les mots " et du chapitre VIII " sont remplacés par les mots " du présent article, et des chapitres VIII, VIIIbis et le cas échéant VIIIter ";
- à l'alinéa 4, les mots " V, VI et VII, et de l'article 84 " sont remplacés par les mots " V, VI, VII et le cas échéant VIIIter, et de l'article 84 ".
1° au 7°, le membre de phrase " où ils sont subordonnés à des exigences en matière de marges journalières " est supprimé;
2° le texte du 12° est remplacé par le texte suivant :
" "warrant", un titre qui donne à son détenteur le droit d'acheter un actif sous-jacent à un prix déterminé, soit à la date d'expiration du warrant, soit pendant toute la durée de vie du warrant; il peut être liquidé par la livraison de l'actif sous-jacent lui-même ou par un règlement en espèces; ";
3° il est ajouté un 14°, rédigé comme suit :
" "marché reconnu", un marché belge ou étranger
- qui répond aux conditions fixées à l'article 1er, § 3, 2° et 3°, de la loi du 6 avril 1995 relative aux marchés secondaires, aux entreprises d'investissement, aux intermédiaires et aux conseillers en placements, et
- qui dispose d'un mécanisme de compensation prévoyant que les instruments dérivés négociés sur ce marché sont soumis à des exigences en matière de marges journalières offrant une protection jugée appropriée par la Commission;
la Commission établit, aux fins du présent règlement, la liste des marchés visés ";
4° il est ajouté un 15°, rédigé comme suit :
" "financement de stocks", des positions où le stock physique a été vendu à terme et où le coût du financement est gelé jusqu'à la date de la vente à terme ";
5° il est ajouté un 16°, rédigé comme suit :
" "mise en pension", et "prise en pension", une opération par laquelle un établissement ou sa contrepartie transfère des titres, des produits de base ou des droits garantis relatifs à la propriété de titres ou de produits de base, lorsque cette garantie est émise par un marché reconnu qui détient les droits sur les titres ou les produits de base et que l'opération ne permet pas à un établissement de transférer ou de donner en gage un titre ou un produit de base à plus d'une contrepartie à la fois, en s'engageant à les racheter (ou à racheter des titres ou des produits de base présentant les mêmes caractéristiques) à un prix déterminé et à une date future fixée ou à fixer par l'établissement qui effectue le transfert. C'est une opération de "mise en pension" pour l'établissement qui vend les titres ou les produits de base, et une opération de "prise en pension" pour l'établissement qui les achète; ";
6° il est ajouté un 17°, rédigé comme suit :
" "prêt de titres ou de produits de base", et "emprunt de titres ou de produits de base", une transaction par laquelle un établissement ou sa contrepartie transfère des titres ou des produits de base contre remise d'une garantie appropriée, l'emprunteur s'engageant à restituer des titres ou des produits de base équivalents à une date future ou lorsque l'établissement qui transfère les titres ou les produits de base le lui demandera. C'est un "prêt de titres ou de produits de base" pour l'établissement qui transfère les titres ou les produits de base, et un "emprunt de titres ou de produits de base" pour l'établissement auquel ceux-ci sont transférés; ";
7° il est ajouté un 18°, rédigé comme suit :
" "Commission", la Commission bancaire et financière ".
§ 2. A l'article 3, 1°, a) et b), les mots " , en produits de base et en instruments dérivés sur produits de base, " sont insérés après les mots " en instruments financiers ".
§ 3. A l'article 3, 2°, d) et e), et aux articles 4, 21, 22, 23 et 92, les mots " prêt de titres ", " prêts de titres ", " emprunts de titres ", " prêts/emprunts de titres ", " transactions de prêt ou d'emprunt de titres ", " des titres ", " ces titres ", " des titres ou du montant " et " et VI " sont remplacés, respectivement, par les mots " prêt de titres ou de produits de base ", " prêts de titres ou de produits de base ", " emprunts de titres ou de produits de base ", " prêts/emprunts de titres ou de produits de base ", " transactions de prêt ou d'emprunt de titres ou de produits de base ", " des titres ou des produits de base ", " ces titres ou ces produits de base ", " des titres, des produits de base ou du montant " et " , VI et VIIIbis ".
§ 4. Aux articles 15 et 86, " VIII " est remplacé par " VIIIter ".
§ 5. Aux articles 19 et 20,
- après les mots " assimilables à des actions " sont insérés, d'une part à l'article 19, alinéa 1er, et à l'article 20, les mots " ou sur produits de base, ", et d'autre part à l'article 19, alinéa 2, les mots " ou pour les produits de base, ";
- les mots " ou sur actions " à l'article 19, alinéa 1er, " ou pour les actions " à l'article 19, alinéa 2, et " , ou sur actions " à l'article 20 sont remplacés respectivement par les mots " , sur actions ", " , pour les actions " et " , sur actions ".
§ 6. A l'article 80, § 5, 5°, b), le membre de phrase suivant est supprimé : " , ces entreprises étant des établissements de crédit ou entreprises d'investissement ayant leur siège dans la zone géographique A ".
§ 7. A l'article 82, § 2,
- à l'alinéa 1er, les mots " et du chapitre VIII " sont remplacés par les mots " du présent article, et des chapitres VIII, VIIIbis et le cas échéant VIIIter ";
- à l'alinéa 4, les mots " V, VI et VII, et de l'article 84 " sont remplacés par les mots " V, VI, VII et le cas échéant VIIIter, et de l'article 84 ".
Art. 3. In artikel 16 van het reglement wordt
1° in § 1, 6°, na punt a) de volgende tekst ingevoegd :
" a') de vorderingen wegens leningen toegestaan na 31 mei 2000, die volledig zijn gewaarborgd door hypotheken op kantoorgebouwen en polyvalente commerciële panden ("multi-purpose" gebouwen), gelegen op het grondgebied van België of een andere lidstaat van de Europese Unie voor zover deze laatste een 50 % weging toestaat met toepassing van de hierna bepaalde voorwaarden, en welke leningen aan de hiernavolgende voorwaarden voldoen :
i) de wegingsfactor van 50 % is van toepassing op het gedeelte van de vordering dat het volgens het onderstaande punt a), dan wel volgens b) berekende maximum niet overschrijdt :
a) 50 % van de marktwaarde van het betrokken goed.
De marktwaarde van het goed moet door twee onafhankelijke schatters worden bepaald. Zij maken een onafhankelijke schatting op het ogenblik dat de lening wordt toegestaan, en de lening wordt toegestaan op basis van de laagste van de twee schattingen.
Het goed wordt minstens één keer per jaar door een schatter opnieuw geschat. Voor leningen die niet groter zijn dan 1 miljoen euro en 5 % van het eigen vermogen van de kredietinstelling als bedoeld bij artikel 14, dient het goed ten minste eens in de drie jaar opnieuw te worden geschat;
b) 50 % van de marktwaarde van het goed of, als dit lager ligt, 60 % van de hypotheekwaarde, in die landen die bij wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen strikte criteria voor de berekening van hypotheekwaarden hebben vastgesteld.
De hypotheekwaarde is de waarde van het goed dat door een schatter is vastgesteld op grond van een voorzichtige prognose van de toekomstige verhandelbaarheid van het goed, rekening houdend met duurzame langetermijnaspecten van het goed, de normale en plaatselijke marktvoorwaarden, het gebruik dat op dat ogenblik van het goed wordt gemaakt en eventuele andere doeleinden waarvoor het geschikt is. Speculatieve factoren mogen niet in de hypotheekwaarde worden verrekend. De vastgestelde hypotheekwaarde moet op doorzichtige en heldere wijze worden gedocumenteerd.
De hypotheekwaarde en met name de onderliggende hypothesen in verband met de ontwikkeling van de betrokken markt moeten ten minste eens in de drie jaar of als de marktprijzen met meer dan 10 % dalen, opnieuw worden bekeken.
Zowel onder a) als onder b) wordt onder " de marktwaarde " verstaan de prijs waartegen het goed op de dag van de schatting door een willige verkoper onderhands zou kunnen worden verkocht aan een onafhankelijke ("at arm's length") koper, in de veronderstelling dat het goed publiek te koop wordt aangeboden, de marktvoorwaarden van die aard zijn dat de verkoop in normale omstandigheden kan plaatsvinden en er, rekening houdend met de aard van het goed, een normale periode voorhanden is om de verkoop te sluiten;
ii) het goed moet door de eigenaar worden gebruikt of verhuurd;
de vijftig percent weging geldt tot en met 31 december 2006; nadien blijft op de vóór die datum toegekende leningen de vijftig percent weging van toepassing tot de eerstvolgende mogelijkheid van aanpassing van de overeenkomst of tot de vervaldag indien de contractuele bepalingen niet eerder kunnen worden aangepast;
a'') de vorderingen ingevolge onroerende leasing afgesloten na 31 mei 2000 en vóór 31 december 2006 en die betrekking hebben op voor beroepsdoeleinden bestemde goederen die in het land van de zetel gelegen zijn en waarop wettelijke bepalingen van toepassing zijn krachtens welke de lessor de volledige eigendom van het gehuurde goed behoudt zolang de huurder zijn koopoptie niet heeft uitgeoefend;
a''') door hypotheek gedekte effecten en ander waardepapier met betrekking tot dewelke de Commissie, rekening houdend met het van toepassing zijnde rechtskader, van oordeel is dat het kredietrisico verbonden aan dit waardepapier gelijkwaardig is aan dat van de in punt a) of a') bedoelde hypothecair gewaarborgde vorderingen;
in het bijzonder moet ten aanzien van de Commissie worden aangetoond :
i) dat bedoelde effecten en ander waardepapier volledig en op directe wijze gedekt zijn door een pool van hypothecaire kredieten als bedoeld in a) of a'), die ten tijde van de uitgifte van de betrokken effecten en waardepapier geen probleemrisico's zijn;
ii) dat de houders van bedoelde effecten en waardepapier, hetzij rechtstreeks, hetzij via een voor hun rekening handelend vertegenwoordiger, een recht met een voldoende hoge rang hebben op de onderliggende met hypotheek bezwaarde activa, minstens evenredig met hun aandeel in de effecten en waardepapier ";
in § 1, 1°, wordt de verwijzing naar 6°, a), uitgebreid tot a'), a'') en a''');
2° in § 1, 6°, g),
- in het derde lid, na het woord " instellingen " de volgende zinsnede ingevoegd :
" die vallen onder de de minimis-regeling bepaald bij artikel 7 ";
- in het laatste lid, de zinsnede " afgeleide instrumenten die worden verhandeld op erkende beurzen en waarvoor dagelijkse margevereisten gelden " vervangen door " afgeleide instrumenten die worden verhandeld op erkende markten ";
- een nieuw lid toegevoegd dat luidt als volgt :
" de Commissie kan tot en met 31 december 2006 gelijkstellen met de in vorig lid bedoelde afgeleide instrumenten verhandeld op erkende markten, de afgeleide buiten-beursinstrumenten die worden vereffend door een clearinginstelling die optreedt als tegenpartij en waarbij alle deelnemers het risico dat zij voor de clearinginstelling belichamen dagelijks volledig met onderpand dekken, zodat bescherming wordt geboden tegen zowel het huidige risico als het potentieel toekomstig risico, op voorwaarde dat de instelling aantoont dat het gestelde onderpand dezelfde mate van bescherming biedt als onderpand in de zin van § 6, 4° en 5°, en dat het gevaar dat de gezamenlijke risico's van de clearinginstelling boven de marktwaarde van het geplaatste onderpand uitstijgen wordt geëlimineerd ";
3° in § 1, 6°, een punt h) toegevoegd dat luidt als volgt :
" de verplichtingen met kredietvervangend karakter bedoeld in 5°, a) en b), die volledig zijn gewaarborgd door hypotheken als bedoeld in 6°, a), ten gunste van de rapporterende instelling die beschikt over een direct recht over de zekerheid ";
4° in § 3,
- punt 3 aangevuld met de woorden " hetzij regionale of lokale overheden van landen van de geografische zone A ";
- een tweede lid toegevoegd dat luidt als volgt :
" In afwijking van de bepalingen van § 1, 4°, wordt het niet gestorte en niet opgevraagde gedeelte van het kapitaal van het Europees Investeringsfonds voor twintig percent in het gewogen risicovolume opgenomen ";
5° in § 4, tweede lid, na de eerste zinsnede de woorden " evenals de bij artikel 11, § 2, van richtlijn 89/647/EEG van 18 december 1989 bedoelde obligaties die van een tien percent weging genieten " ingevoegd;
6° in § 6, eerste lid, een zesde punt ingevoegd dat luidt als volgt :
" mits voorafgaande toestemming van de Commissie, de bij § 3, 1°, a), bedoelde bestanddelen met als wederpartij regionale of lokale overheden van landen van de geografische zone A die in hun land van oorsprong van een nul percent weging genieten, met inbegrip van de bestanddelen die onherroepelijk en uitdrukkelijk gewaarborgd zijn door één van deze overheden ".
1° in § 1, 6°, na punt a) de volgende tekst ingevoegd :
" a') de vorderingen wegens leningen toegestaan na 31 mei 2000, die volledig zijn gewaarborgd door hypotheken op kantoorgebouwen en polyvalente commerciële panden ("multi-purpose" gebouwen), gelegen op het grondgebied van België of een andere lidstaat van de Europese Unie voor zover deze laatste een 50 % weging toestaat met toepassing van de hierna bepaalde voorwaarden, en welke leningen aan de hiernavolgende voorwaarden voldoen :
i) de wegingsfactor van 50 % is van toepassing op het gedeelte van de vordering dat het volgens het onderstaande punt a), dan wel volgens b) berekende maximum niet overschrijdt :
a) 50 % van de marktwaarde van het betrokken goed.
De marktwaarde van het goed moet door twee onafhankelijke schatters worden bepaald. Zij maken een onafhankelijke schatting op het ogenblik dat de lening wordt toegestaan, en de lening wordt toegestaan op basis van de laagste van de twee schattingen.
Het goed wordt minstens één keer per jaar door een schatter opnieuw geschat. Voor leningen die niet groter zijn dan 1 miljoen euro en 5 % van het eigen vermogen van de kredietinstelling als bedoeld bij artikel 14, dient het goed ten minste eens in de drie jaar opnieuw te worden geschat;
b) 50 % van de marktwaarde van het goed of, als dit lager ligt, 60 % van de hypotheekwaarde, in die landen die bij wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen strikte criteria voor de berekening van hypotheekwaarden hebben vastgesteld.
De hypotheekwaarde is de waarde van het goed dat door een schatter is vastgesteld op grond van een voorzichtige prognose van de toekomstige verhandelbaarheid van het goed, rekening houdend met duurzame langetermijnaspecten van het goed, de normale en plaatselijke marktvoorwaarden, het gebruik dat op dat ogenblik van het goed wordt gemaakt en eventuele andere doeleinden waarvoor het geschikt is. Speculatieve factoren mogen niet in de hypotheekwaarde worden verrekend. De vastgestelde hypotheekwaarde moet op doorzichtige en heldere wijze worden gedocumenteerd.
De hypotheekwaarde en met name de onderliggende hypothesen in verband met de ontwikkeling van de betrokken markt moeten ten minste eens in de drie jaar of als de marktprijzen met meer dan 10 % dalen, opnieuw worden bekeken.
Zowel onder a) als onder b) wordt onder " de marktwaarde " verstaan de prijs waartegen het goed op de dag van de schatting door een willige verkoper onderhands zou kunnen worden verkocht aan een onafhankelijke ("at arm's length") koper, in de veronderstelling dat het goed publiek te koop wordt aangeboden, de marktvoorwaarden van die aard zijn dat de verkoop in normale omstandigheden kan plaatsvinden en er, rekening houdend met de aard van het goed, een normale periode voorhanden is om de verkoop te sluiten;
ii) het goed moet door de eigenaar worden gebruikt of verhuurd;
de vijftig percent weging geldt tot en met 31 december 2006; nadien blijft op de vóór die datum toegekende leningen de vijftig percent weging van toepassing tot de eerstvolgende mogelijkheid van aanpassing van de overeenkomst of tot de vervaldag indien de contractuele bepalingen niet eerder kunnen worden aangepast;
a'') de vorderingen ingevolge onroerende leasing afgesloten na 31 mei 2000 en vóór 31 december 2006 en die betrekking hebben op voor beroepsdoeleinden bestemde goederen die in het land van de zetel gelegen zijn en waarop wettelijke bepalingen van toepassing zijn krachtens welke de lessor de volledige eigendom van het gehuurde goed behoudt zolang de huurder zijn koopoptie niet heeft uitgeoefend;
a''') door hypotheek gedekte effecten en ander waardepapier met betrekking tot dewelke de Commissie, rekening houdend met het van toepassing zijnde rechtskader, van oordeel is dat het kredietrisico verbonden aan dit waardepapier gelijkwaardig is aan dat van de in punt a) of a') bedoelde hypothecair gewaarborgde vorderingen;
in het bijzonder moet ten aanzien van de Commissie worden aangetoond :
i) dat bedoelde effecten en ander waardepapier volledig en op directe wijze gedekt zijn door een pool van hypothecaire kredieten als bedoeld in a) of a'), die ten tijde van de uitgifte van de betrokken effecten en waardepapier geen probleemrisico's zijn;
ii) dat de houders van bedoelde effecten en waardepapier, hetzij rechtstreeks, hetzij via een voor hun rekening handelend vertegenwoordiger, een recht met een voldoende hoge rang hebben op de onderliggende met hypotheek bezwaarde activa, minstens evenredig met hun aandeel in de effecten en waardepapier ";
in § 1, 1°, wordt de verwijzing naar 6°, a), uitgebreid tot a'), a'') en a''');
2° in § 1, 6°, g),
- in het derde lid, na het woord " instellingen " de volgende zinsnede ingevoegd :
" die vallen onder de de minimis-regeling bepaald bij artikel 7 ";
- in het laatste lid, de zinsnede " afgeleide instrumenten die worden verhandeld op erkende beurzen en waarvoor dagelijkse margevereisten gelden " vervangen door " afgeleide instrumenten die worden verhandeld op erkende markten ";
- een nieuw lid toegevoegd dat luidt als volgt :
" de Commissie kan tot en met 31 december 2006 gelijkstellen met de in vorig lid bedoelde afgeleide instrumenten verhandeld op erkende markten, de afgeleide buiten-beursinstrumenten die worden vereffend door een clearinginstelling die optreedt als tegenpartij en waarbij alle deelnemers het risico dat zij voor de clearinginstelling belichamen dagelijks volledig met onderpand dekken, zodat bescherming wordt geboden tegen zowel het huidige risico als het potentieel toekomstig risico, op voorwaarde dat de instelling aantoont dat het gestelde onderpand dezelfde mate van bescherming biedt als onderpand in de zin van § 6, 4° en 5°, en dat het gevaar dat de gezamenlijke risico's van de clearinginstelling boven de marktwaarde van het geplaatste onderpand uitstijgen wordt geëlimineerd ";
3° in § 1, 6°, een punt h) toegevoegd dat luidt als volgt :
" de verplichtingen met kredietvervangend karakter bedoeld in 5°, a) en b), die volledig zijn gewaarborgd door hypotheken als bedoeld in 6°, a), ten gunste van de rapporterende instelling die beschikt over een direct recht over de zekerheid ";
4° in § 3,
- punt 3 aangevuld met de woorden " hetzij regionale of lokale overheden van landen van de geografische zone A ";
- een tweede lid toegevoegd dat luidt als volgt :
" In afwijking van de bepalingen van § 1, 4°, wordt het niet gestorte en niet opgevraagde gedeelte van het kapitaal van het Europees Investeringsfonds voor twintig percent in het gewogen risicovolume opgenomen ";
5° in § 4, tweede lid, na de eerste zinsnede de woorden " evenals de bij artikel 11, § 2, van richtlijn 89/647/EEG van 18 december 1989 bedoelde obligaties die van een tien percent weging genieten " ingevoegd;
6° in § 6, eerste lid, een zesde punt ingevoegd dat luidt als volgt :
" mits voorafgaande toestemming van de Commissie, de bij § 3, 1°, a), bedoelde bestanddelen met als wederpartij regionale of lokale overheden van landen van de geografische zone A die in hun land van oorsprong van een nul percent weging genieten, met inbegrip van de bestanddelen die onherroepelijk en uitdrukkelijk gewaarborgd zijn door één van deze overheden ".
Art. 3. A l'article 16 du règlement,
1° au § 1er, 6°, est inséré, après le point a), le texte suivant :
" a') des créances résultant de prêts accordés après le 31 mai 2000, intégralement garantis par des hypothèques sur des bureaux ou des locaux commerciaux polyvalents (bâtiments "à usages multiples"), situés sur le territoire de la Belgique ou sur le territoire d'un autre Etat membre de l'Union européenne, pour autant que ce dernier autorise une pondération des risques de 50 % en application des conditions énoncées ci-dessous, prêts qui doivent satisfaire aux conditions suivantes :
i) la pondération de 50 % s'applique à la partie de la créance qui ne dépasse pas la limite calculée selon la formule a) ou la formule b) :
a) 50 % de la valeur vénale de l'immeuble en question.
La valeur vénale de l'immeuble doit être déterminée par deux experts indépendants. Ceux-ci procèdent à des évaluations indépendantes au moment de l'octroi du prêt, et le prêt est accordé sur la base de la plus basse de ces deux évaluations.
L'immeuble est réévalué au moins une fois par an par un expert. Pour les prêts ne dépassant pas un million d'euros et 5 % des fonds propres de l'établissement de crédit tels que visés à l'article 14, l'immeuble est réévalué au moins tous les trois ans;
b) 50 % de la valeur vénale de l'immeuble ou 60 % de sa valeur hypothécaire, selon celle de ces deux valeurs qui est la plus basse, dans les pays qui ont défini, dans des dispositions législatives ou réglementaires, des critères d'évaluation rigoureux de la valeur hypothécaire.
La valeur hypothécaire correspond à la valeur de l'immeuble calculée par un expert qui procède à une évaluation prudente de la valeur commerciale future de l'immeuble compte tenu de ses caractéristiques durables à long terme, des conditions de marché normales et locales, de l'usage actuel du bien et des autres usages qui pourraient lui être donnés. Les éléments d'ordre spéculatif ne peuvent pas être pris en compte dans l'évaluation de la valeur hypothécaire. La valeur hypothécaire est justifiée par écrit de manière claire et transparente.
Au moins tous les trois ans ou si le marché accuse une baisse de plus de 10 %, la valeur hypothécaire et, en particulier, les hypothèses retenues pour l'évolution du marché concerné sont réévaluées.
Dans les formules a) et b), la " valeur vénale " correspond au prix auquel l'immeuble pourrait être vendu sous contrat privé entre un vendeur consentant et un acheteur non lié ("at arm's length") à la date de l'évaluation, partant de l'hypothèse que la mise du bien sur le marché est rendue publique, que les conditions du marché permettent une vente régulière et qu'il existe un délai normal, eu égard à la nature du bien, pour négocier la vente;
ii) l'immeuble doit être occupé ou donné en location par le propriétaire;
la pondération de cinquante pour cent est applicable jusqu'au 31 décembre 2006; par la suite, les prêts consentis avant cette date restent soumis à la pondération de cinquante pour cent jusqu'à la prochaine possibilité d'adaptation du contrat ou jusqu'à leur échéance si les clauses contractuelles ne peuvent être adaptées auparavant;
a'') des créances résultant d'opérations de crédit-bail immobilier conclues après le 31 mai 2000 et avant le 31 décembre 2006 et portant sur des actifs à usage commercial situés dans le pays du siège social et régis par des dispositions légales en vertu desquelles le bailleur conserve la pleine propriété de l'actif loué jusqu'à ce que le locataire exerce son option d'achat;
a''') des valeurs mobilières et autres titres négociables couverts par des créances hypothécaires, si la Commission estime, compte tenu du cadre juridique en vigueur, que le risque de crédit lié à ces titres est équivalent à celui inhérent aux créances garanties par des hypothèques, telles que visées au point a) ou a');
il convient en particulier de démontrer à la Commission :
i) que les valeurs mobilières et autres titres négociables en question sont complètement et directement couverts par un ensemble de crédits hypothécaires de même nature que ceux visés au point a) ou a') et ne constituant pas des risques à problèmes lors de l'émission des valeurs mobilières et titres négociables concernés;
ii) que les porteurs des valeurs mobilières et titres négociables visés détiennent, soit directement, soit par le biais d'un représentant agissant pour leur compte, un droit d'un rang suffisamment élevé sur les actifs hypothéqués sous-jacents, au moins proportionnel aux valeurs mobilières et titres négociables qu'ils détiennent. ";
au § 1er, 1°, la référence au 6°, a), est complétée par a'), a'') et a''');
- au § 1er, 6°, g),
- à l'alinéa 3, le membre de phrase " bénéficiant du régime " de minimis " prévu à l'article 7 " est inséré après le mot " établissements ";
- au dernier alinéa, le membre de phrase " instruments dérivés qui ont été négociés sur un marché organisé où ils sont subordonnés à des exigences en matière de marges journalières " est remplacé par " instruments dérivés négociés sur des marchés reconnus ";
- il est ajouté un nouvel alinéa, rédigé comme suit :
" la Commission peut, jusque fin 2006, assimiler aux instruments dérivés négociés sur des marchés reconnus, tels que visés à l'alinéa précédent, les instruments dérivés hors bourse qui sont compensés par une chambre de compensation lorsque cette dernière fait office de contrepartie et que tous les participants couvrent pleinement et quotidiennement par un nantissement le risque qu'ils représentent pour la chambre de compensation, offrant ainsi une protection couvrant à la fois les risques actuels et les risques futurs potentiels, à condition que l'établissement démontre que le nantissement donné en garantie offre le même niveau de protection qu'un nantissement au sens du § 6, 4° et 5°, et que le danger de voir les risques pour la chambre de compensation s'accumuler au-delà de la valeur de marché du nantissement soit éliminé ";
3° au § 1er, 6°, il est ajouté un point h), rédigé comme suit :
" des engagements à caractère de substitut de crédit, tels que visés au 5°, a) et b), qui sont intégralement garantis par des hypothèques au sens du 6°, a), en faveur de l'établissement tenu de faire rapport, lequel dispose d'un droit direct sur la garantie ";
4° au § 3,
- le point 3 est complété par les mots " , soit par des pouvoirs publics régionaux ou locaux de pays de la zone géographique A ";
- il est ajouté un alinéa 2, rédigé comme suit :
" Par dérogation aux dispositions du § 1er, 4°, la fraction non libérée et non appelée du capital du Fonds européen d'Investissement est comprise dans le volume pondéré des risques à concurrence de vingt pour cent ";
5° au § 4, alinéa 2, le membre de phrase " , ainsi que les obligations visées à l'article 11, paragraphe 2, de la directive 89/647/CEE du 18 décembre 1989 qui bénéficient d'une pondération de dix pour cent " est inséré après les mots " du § 3 ";
6° au § 6, alinéa 1er, il est inséré un 6°, rédigé comme suit :
" moyennant l'accord préalable de la Commission, les éléments visés au § 3, 1°, a), qui ont pour contrepartie des pouvoirs publics régionaux ou locaux de pays de la zone géographique A et qui, dans leur pays d'origine, bénéficient d'une pondération de zéro pour cent, y compris les éléments garantis irrévocablement et expressément par l'un de ces pouvoirs publics ".
1° au § 1er, 6°, est inséré, après le point a), le texte suivant :
" a') des créances résultant de prêts accordés après le 31 mai 2000, intégralement garantis par des hypothèques sur des bureaux ou des locaux commerciaux polyvalents (bâtiments "à usages multiples"), situés sur le territoire de la Belgique ou sur le territoire d'un autre Etat membre de l'Union européenne, pour autant que ce dernier autorise une pondération des risques de 50 % en application des conditions énoncées ci-dessous, prêts qui doivent satisfaire aux conditions suivantes :
i) la pondération de 50 % s'applique à la partie de la créance qui ne dépasse pas la limite calculée selon la formule a) ou la formule b) :
a) 50 % de la valeur vénale de l'immeuble en question.
La valeur vénale de l'immeuble doit être déterminée par deux experts indépendants. Ceux-ci procèdent à des évaluations indépendantes au moment de l'octroi du prêt, et le prêt est accordé sur la base de la plus basse de ces deux évaluations.
L'immeuble est réévalué au moins une fois par an par un expert. Pour les prêts ne dépassant pas un million d'euros et 5 % des fonds propres de l'établissement de crédit tels que visés à l'article 14, l'immeuble est réévalué au moins tous les trois ans;
b) 50 % de la valeur vénale de l'immeuble ou 60 % de sa valeur hypothécaire, selon celle de ces deux valeurs qui est la plus basse, dans les pays qui ont défini, dans des dispositions législatives ou réglementaires, des critères d'évaluation rigoureux de la valeur hypothécaire.
La valeur hypothécaire correspond à la valeur de l'immeuble calculée par un expert qui procède à une évaluation prudente de la valeur commerciale future de l'immeuble compte tenu de ses caractéristiques durables à long terme, des conditions de marché normales et locales, de l'usage actuel du bien et des autres usages qui pourraient lui être donnés. Les éléments d'ordre spéculatif ne peuvent pas être pris en compte dans l'évaluation de la valeur hypothécaire. La valeur hypothécaire est justifiée par écrit de manière claire et transparente.
Au moins tous les trois ans ou si le marché accuse une baisse de plus de 10 %, la valeur hypothécaire et, en particulier, les hypothèses retenues pour l'évolution du marché concerné sont réévaluées.
Dans les formules a) et b), la " valeur vénale " correspond au prix auquel l'immeuble pourrait être vendu sous contrat privé entre un vendeur consentant et un acheteur non lié ("at arm's length") à la date de l'évaluation, partant de l'hypothèse que la mise du bien sur le marché est rendue publique, que les conditions du marché permettent une vente régulière et qu'il existe un délai normal, eu égard à la nature du bien, pour négocier la vente;
ii) l'immeuble doit être occupé ou donné en location par le propriétaire;
la pondération de cinquante pour cent est applicable jusqu'au 31 décembre 2006; par la suite, les prêts consentis avant cette date restent soumis à la pondération de cinquante pour cent jusqu'à la prochaine possibilité d'adaptation du contrat ou jusqu'à leur échéance si les clauses contractuelles ne peuvent être adaptées auparavant;
a'') des créances résultant d'opérations de crédit-bail immobilier conclues après le 31 mai 2000 et avant le 31 décembre 2006 et portant sur des actifs à usage commercial situés dans le pays du siège social et régis par des dispositions légales en vertu desquelles le bailleur conserve la pleine propriété de l'actif loué jusqu'à ce que le locataire exerce son option d'achat;
a''') des valeurs mobilières et autres titres négociables couverts par des créances hypothécaires, si la Commission estime, compte tenu du cadre juridique en vigueur, que le risque de crédit lié à ces titres est équivalent à celui inhérent aux créances garanties par des hypothèques, telles que visées au point a) ou a');
il convient en particulier de démontrer à la Commission :
i) que les valeurs mobilières et autres titres négociables en question sont complètement et directement couverts par un ensemble de crédits hypothécaires de même nature que ceux visés au point a) ou a') et ne constituant pas des risques à problèmes lors de l'émission des valeurs mobilières et titres négociables concernés;
ii) que les porteurs des valeurs mobilières et titres négociables visés détiennent, soit directement, soit par le biais d'un représentant agissant pour leur compte, un droit d'un rang suffisamment élevé sur les actifs hypothéqués sous-jacents, au moins proportionnel aux valeurs mobilières et titres négociables qu'ils détiennent. ";
au § 1er, 1°, la référence au 6°, a), est complétée par a'), a'') et a''');
- au § 1er, 6°, g),
- à l'alinéa 3, le membre de phrase " bénéficiant du régime " de minimis " prévu à l'article 7 " est inséré après le mot " établissements ";
- au dernier alinéa, le membre de phrase " instruments dérivés qui ont été négociés sur un marché organisé où ils sont subordonnés à des exigences en matière de marges journalières " est remplacé par " instruments dérivés négociés sur des marchés reconnus ";
- il est ajouté un nouvel alinéa, rédigé comme suit :
" la Commission peut, jusque fin 2006, assimiler aux instruments dérivés négociés sur des marchés reconnus, tels que visés à l'alinéa précédent, les instruments dérivés hors bourse qui sont compensés par une chambre de compensation lorsque cette dernière fait office de contrepartie et que tous les participants couvrent pleinement et quotidiennement par un nantissement le risque qu'ils représentent pour la chambre de compensation, offrant ainsi une protection couvrant à la fois les risques actuels et les risques futurs potentiels, à condition que l'établissement démontre que le nantissement donné en garantie offre le même niveau de protection qu'un nantissement au sens du § 6, 4° et 5°, et que le danger de voir les risques pour la chambre de compensation s'accumuler au-delà de la valeur de marché du nantissement soit éliminé ";
3° au § 1er, 6°, il est ajouté un point h), rédigé comme suit :
" des engagements à caractère de substitut de crédit, tels que visés au 5°, a) et b), qui sont intégralement garantis par des hypothèques au sens du 6°, a), en faveur de l'établissement tenu de faire rapport, lequel dispose d'un droit direct sur la garantie ";
4° au § 3,
- le point 3 est complété par les mots " , soit par des pouvoirs publics régionaux ou locaux de pays de la zone géographique A ";
- il est ajouté un alinéa 2, rédigé comme suit :
" Par dérogation aux dispositions du § 1er, 4°, la fraction non libérée et non appelée du capital du Fonds européen d'Investissement est comprise dans le volume pondéré des risques à concurrence de vingt pour cent ";
5° au § 4, alinéa 2, le membre de phrase " , ainsi que les obligations visées à l'article 11, paragraphe 2, de la directive 89/647/CEE du 18 décembre 1989 qui bénéficient d'une pondération de dix pour cent " est inséré après les mots " du § 3 ";
6° au § 6, alinéa 1er, il est inséré un 6°, rédigé comme suit :
" moyennant l'accord préalable de la Commission, les éléments visés au § 3, 1°, a), qui ont pour contrepartie des pouvoirs publics régionaux ou locaux de pays de la zone géographique A et qui, dans leur pays d'origine, bénéficient d'une pondération de zéro pour cent, y compris les éléments garantis irrévocablement et expressément par l'un de ces pouvoirs publics ".
Art. 4. In artikel 17 van het reglement
1° worden in § 1
- de woorden " verrichtingen op valuta en goud " vervangen door " verrichtingen op valuta of goud ";
- in het eerste lid na het woord " wordt " de woorden " onverminderd het bepaalde bij dat artikel " toegevoegd;
- in de voetnoot (3) bij de tabel bij de eerste methode de volgende woorden toegevoegd : " (bv. termijnverrichtingen op grondstoffen) ";
2° wordt in § 2
- het woord " (netting-overeenkomsten) " in de titel toegevoegd;
- in punt b), partim "schuldvergelijkingsovereenkomsten", de tekst van de tweede en derde alinea, eerste streepje, als volgt gewijzigd :
" Het tweede element, het potentieel toekomstig kredietrisico van de onder de schuldvergelijking vallende verrichtingen, wordt berekend met toepassing van de formule "PKRverlaagdbendinferb = (0,4*PKRbruto) + (0,6*NBR*PKRbruto)",
waarbij :
1° worden in § 1
- de woorden " verrichtingen op valuta en goud " vervangen door " verrichtingen op valuta of goud ";
- in het eerste lid na het woord " wordt " de woorden " onverminderd het bepaalde bij dat artikel " toegevoegd;
- in de voetnoot (3) bij de tabel bij de eerste methode de volgende woorden toegevoegd : " (bv. termijnverrichtingen op grondstoffen) ";
2° wordt in § 2
- het woord " (netting-overeenkomsten) " in de titel toegevoegd;
- in punt b), partim "schuldvergelijkingsovereenkomsten", de tekst van de tweede en derde alinea, eerste streepje, als volgt gewijzigd :
" Het tweede element, het potentieel toekomstig kredietrisico van de onder de schuldvergelijking vallende verrichtingen, wordt berekend met toepassing van de formule "PKRverlaagdbendinferb = (0,4*PKRbruto) + (0,6*NBR*PKRbruto)",
waarbij :
Art. 4. A l'article 17 du règlement
1° au § 1
- les mots " opérations sur devises et sur or " sont remplacés par les mots " opérations sur devises ou sur or ";
- à l'alinéa 1er, les mots " , sans préjudice des dispositions de cet article, " sont insérés après le mot " est ";
- dans la note (3) du tableau afférent à la première méthode, les mots suivants sont ajoutés : " (par exemple, les opérations à terme sur produits de base) ";
2° au § 2
- dans l'intitulé, les mots " (conventions de netting) " sont ajoutés;
- au point b), dans la partie "conventions de compensation", le texte de l'alinéa 2 et celui de l'alinéa 3, premier tiret, sont modifiés comme suit :
" Le second élément, le risque de crédit potentiel futur des opérations couvertes par la convention de compensation, est calculé par application de la formule "PCEred = (0,4*PCEgross) + (0,6*NGR*PCEgross)",
formule dans laquelle :
1° au § 1
- les mots " opérations sur devises et sur or " sont remplacés par les mots " opérations sur devises ou sur or ";
- à l'alinéa 1er, les mots " , sans préjudice des dispositions de cet article, " sont insérés après le mot " est ";
- dans la note (3) du tableau afférent à la première méthode, les mots suivants sont ajoutés : " (par exemple, les opérations à terme sur produits de base) ";
2° au § 2
- dans l'intitulé, les mots " (conventions de netting) " sont ajoutés;
- au point b), dans la partie "conventions de compensation", le texte de l'alinéa 2 et celui de l'alinéa 3, premier tiret, sont modifiés comme suit :
" Le second élément, le risque de crédit potentiel futur des opérations couvertes par la convention de compensation, est calculé par application de la formule "PCEred = (0,4*PCEgross) + (0,6*NGR*PCEgross)",
formule dans laquelle :
- PKRverlaagd = het verlaagde bedrag van het potentieel toekomstig
kredietrisico van de verrichtingen met eenzelfde
wederpartij die onder een bilaterale
schuldvergelijkingsovereenkomst vallen;
- PKRbruto = de som van de bedragen van de potentiele toekomstige
kredietrisico's van elk van de verrichtingen met dezelfde
wederpartij die onder de bilaterale
schuldvergelijkingsovereenkomst vallen, en welke bedragen
worden berekend met toepassing van de in # 1 vermelde
eerste methode;
- NBR = " netto/bruto-ratio ", zijnde het quotient van de
nettovervangingswaarde van de verrichtingen die onder de
bilaterale schuldvergelijkingsovereenkomst met de
wederpartij vallen (teller) en de brutovervangingswaarde
van dezelfde verrichtingen die onder bedoelde
schuldvergelijkingsovereenkomst met die wederpartij vallen
(noemer).
kredietrisico van de verrichtingen met eenzelfde
wederpartij die onder een bilaterale
schuldvergelijkingsovereenkomst vallen;
- PKRbruto = de som van de bedragen van de potentiele toekomstige
kredietrisico's van elk van de verrichtingen met dezelfde
wederpartij die onder de bilaterale
schuldvergelijkingsovereenkomst vallen, en welke bedragen
worden berekend met toepassing van de in # 1 vermelde
eerste methode;
- NBR = " netto/bruto-ratio ", zijnde het quotient van de
nettovervangingswaarde van de verrichtingen die onder de
bilaterale schuldvergelijkingsovereenkomst met de
wederpartij vallen (teller) en de brutovervangingswaarde
van dezelfde verrichtingen die onder bedoelde
schuldvergelijkingsovereenkomst met die wederpartij vallen
(noemer).
-PCEred = le montant reduit du risque de crédit potentiel futur de
toutes les operations effectuees avec une contrepartie donnee
qui sont couvertes par une convention de compensation
bilaterale;
-PCEgross = la somme des montants des risques de crédit potentiels
futurs de toutes les operations effectuees avec une
contrepartie donnee qui sont couvertes par la convention de
compensation bilaterale, montants calcules par application de
la première methode mentionnee au 1er;
-NGR = le " ratio net/brut ", a savoir le quotient du coût de
remplacement net des operations couvertes par la convention de
compensation bilaterale conclue avec la contrepartie
(numerateur) par le coût de remplacement brut des memes
operations couvertes par la convention de compensation visee
conclue avec cette contrepartie (denominateur).
toutes les operations effectuees avec une contrepartie donnee
qui sont couvertes par une convention de compensation
bilaterale;
-PCEgross = la somme des montants des risques de crédit potentiels
futurs de toutes les operations effectuees avec une
contrepartie donnee qui sont couvertes par la convention de
compensation bilaterale, montants calcules par application de
la première methode mentionnee au 1er;
-NGR = le " ratio net/brut ", a savoir le quotient du coût de
remplacement net des operations couvertes par la convention de
compensation bilaterale conclue avec la contrepartie
(numerateur) par le coût de remplacement brut des memes
operations couvertes par la convention de compensation visee
conclue avec cette contrepartie (denominateur).
Voor de berekening van het potentieel toekomstig kredietrisico volgens bovenstaande formule mogen de onder de schuldvergelijkingsovereenkomst vallende perfect matchende contracten worden beschouwd als één enkel contract, waarvan de theoretische hoofdsom gelijk is aan de netto-opbrengsten. Perfect matchende contracten zijn termijnverrichtingen op valuta (of soortgelijke verrichtingen) waarvan de theoretische hoofdsom gelijk is aan de kasstromen, waarbij de kasstromen op dezelfde datum vervallen en geheel of gedeeltelijk in dezelfde valuta luiden.
Bij toepassing van de tweede methode
- worden onder een schuldvergelijkingsovereenkomst vallende perfect matchende contracten beschouwd als één enkel contract waarvan de theoretische hoofdsom gelijk is aan de netto-opbrengsten; de bij § 1 bepaalde percentages zijn op overeenkomstige wijze van toepassing; ";
- in punt b) een nieuwe alinea toegevoegd die luidt als volgt :
" Wanneer onder een nettingovereenkomst eveneens termijnverrichtingen op valuta met een oorspronkelijke looptijd van hoogstens 14 kalenderdagen vallen of andere afgeleide instrumenten die niet moeten worden opgenomen in het gewogen risicovolume, mogen de instellingen ook deze instrumenten in rekening brengen bij de berekening van de hiervoor bedoelde nettobedragen, op voorwaarde dat zij bij de berekening van het risicovolume rekening houden met alle dergelijke instrumenten die onder een schuldvernieuwings- of schuldvergelijkingsovereenkomst vallen, zowel deze met een positieve als met een negatieve waarde ".
Bij toepassing van de tweede methode
- worden onder een schuldvergelijkingsovereenkomst vallende perfect matchende contracten beschouwd als één enkel contract waarvan de theoretische hoofdsom gelijk is aan de netto-opbrengsten; de bij § 1 bepaalde percentages zijn op overeenkomstige wijze van toepassing; ";
- in punt b) een nieuwe alinea toegevoegd die luidt als volgt :
" Wanneer onder een nettingovereenkomst eveneens termijnverrichtingen op valuta met een oorspronkelijke looptijd van hoogstens 14 kalenderdagen vallen of andere afgeleide instrumenten die niet moeten worden opgenomen in het gewogen risicovolume, mogen de instellingen ook deze instrumenten in rekening brengen bij de berekening van de hiervoor bedoelde nettobedragen, op voorwaarde dat zij bij de berekening van het risicovolume rekening houden met alle dergelijke instrumenten die onder een schuldvernieuwings- of schuldvergelijkingsovereenkomst vallen, zowel deze met een positieve als met een negatieve waarde ".
Aux fins du calcul du risque de crédit potentiel futur selon la formule indiquée ci-dessus, les contrats parfaitement correspondants inclus dans la convention de compensation peuvent être considérés comme formant un seul contrat dont le principal notionnel équivaut à leur montant net. Les contrats parfaitement correspondants sont des opérations à terme sur devises (ou des opérations similaires) dont le principal notionnel est égal aux flux de trésorerie lorsque ceux-ci sont exigibles le même jour et libellés entièrement ou partiellement dans la même monnaie.
Pour l'application de la seconde méthode :
- les contrats parfaitement correspondants inclus dans une convention de compensation sont considérés comme formant un seul contrat, dont le principal notionnel est égal à leur montant net; les pourcentages fixés au § 1er sont applicables par analogie; ";
- il est ajouté, au point b), un nouvel alinéa, rédigé comme suit :
" Lorsqu'une convention de netting couvre également des opérations à terme sur devises d'une durée initiale de quatorze jours-calendrier au plus ou d'autres instruments dérivés qui ne doivent pas être compris dans le volume pondéré des risques, les établissements peuvent également prendre ces instruments en considération pour le calcul des montants nets visés ci-dessus, à condition de tenir compte, lors du calcul du volume des risques, de tous les instruments similaires qui sont couverts par une convention de novation ou de compensation, que ceux-ci aient une valeur positive ou négative ".
Pour l'application de la seconde méthode :
- les contrats parfaitement correspondants inclus dans une convention de compensation sont considérés comme formant un seul contrat, dont le principal notionnel est égal à leur montant net; les pourcentages fixés au § 1er sont applicables par analogie; ";
- il est ajouté, au point b), un nouvel alinéa, rédigé comme suit :
" Lorsqu'une convention de netting couvre également des opérations à terme sur devises d'une durée initiale de quatorze jours-calendrier au plus ou d'autres instruments dérivés qui ne doivent pas être compris dans le volume pondéré des risques, les établissements peuvent également prendre ces instruments en considération pour le calcul des montants nets visés ci-dessus, à condition de tenir compte, lors du calcul du volume des risques, de tous les instruments similaires qui sont couverts par une convention de novation ou de compensation, que ceux-ci aient une valeur positive ou négative ".
Art. 5. § 1. In de artikelen 31 en 55 van het reglement worden de woorden " en gedekte warrants " weggelaten.
§ 2. In artikel 59, § 2, wordt de tekst van het eerste gedachtenstreepje als volgt gewijzigd :
" het mag niet gaan om emittenten die uitsluitend obligaties en andere schuldinstrumenten hebben uitgegeven waarvoor overeenkomstig artikel 36 een vereiste van 8 % geldt, of waarvoor, uitsluitend ingevolge een bekomen waarborg, een lagere eigen-vermogensvereiste geldt; ".
§ 3. In hoofdstuk VIII van het reglement worden de verwijzingen naar " andere edele metalen " weggelaten.
§ 4. In artikel 68 worden de woorden " de netto open positie in elke munt " aangevuld met " en in goud ".
§ 5. Artikel 70 wordt als volgt gewijzigd :
" De eigen-vermogensvereiste voor de dekking van het wisselkoersrisico op posities in valuta bedraagt 8 % van de totale nettopositie van de instelling in vreemde munt.
Indien de totale nettopositie in vreemde munt 2 % van het totale eigen vermogen van de instelling niet overschrijdt is deze aan geen eigen-vermogensvereiste ter dekking van het wisselkoersrisico onderworpen.
Tot en met 31 december 2004 bedraagt de eigen-vermogensvereiste voor de dekking van het wisselkoersrisico op posities in valuta 8 % van het deel van de totale nettopositie in vreemde munt van de instelling dat 2 % van het totale eigen vermogen overstijgt ".
§ 6. In artikel 75 worden na de woorden " de instellingen " de woorden " tot en met 31 december 2004 " ingevoegd.
§ 7. Artikel 78 wordt als volgt gewijzigd :
" De in artikel 75 bedoelde berekeningsmethodes moeten een eigen-vermogensvereiste opleveren die :
1° uitgaande van een analyse van de wisselkoersfluctuaties gedurende alle voortschrijdende periodes van tien werkdagen in de voorgaande drie jaren in 99 % of meer van de gevallen meer bedraagt dan de waarschijnlijke verliezen;
2° ongeacht het bedrag van de in vorig punt bedoelde eigen-vermogensvereiste, meer bedraagt dan 2 % van de netto open positie als berekend in artikel 69.
Voor de toepassing van de in vorig lid bedoelde methode bepaalt de Commissie de formule en de modaliteiten voor de berekening, evenals de correlatiecoëfficiënten. Zij past deze laatste regelmatig aan de ontwikkelingen van de valutamarkten aan. ".
§ 2. In artikel 59, § 2, wordt de tekst van het eerste gedachtenstreepje als volgt gewijzigd :
" het mag niet gaan om emittenten die uitsluitend obligaties en andere schuldinstrumenten hebben uitgegeven waarvoor overeenkomstig artikel 36 een vereiste van 8 % geldt, of waarvoor, uitsluitend ingevolge een bekomen waarborg, een lagere eigen-vermogensvereiste geldt; ".
§ 3. In hoofdstuk VIII van het reglement worden de verwijzingen naar " andere edele metalen " weggelaten.
§ 4. In artikel 68 worden de woorden " de netto open positie in elke munt " aangevuld met " en in goud ".
§ 5. Artikel 70 wordt als volgt gewijzigd :
" De eigen-vermogensvereiste voor de dekking van het wisselkoersrisico op posities in valuta bedraagt 8 % van de totale nettopositie van de instelling in vreemde munt.
Indien de totale nettopositie in vreemde munt 2 % van het totale eigen vermogen van de instelling niet overschrijdt is deze aan geen eigen-vermogensvereiste ter dekking van het wisselkoersrisico onderworpen.
Tot en met 31 december 2004 bedraagt de eigen-vermogensvereiste voor de dekking van het wisselkoersrisico op posities in valuta 8 % van het deel van de totale nettopositie in vreemde munt van de instelling dat 2 % van het totale eigen vermogen overstijgt ".
§ 6. In artikel 75 worden na de woorden " de instellingen " de woorden " tot en met 31 december 2004 " ingevoegd.
§ 7. Artikel 78 wordt als volgt gewijzigd :
" De in artikel 75 bedoelde berekeningsmethodes moeten een eigen-vermogensvereiste opleveren die :
1° uitgaande van een analyse van de wisselkoersfluctuaties gedurende alle voortschrijdende periodes van tien werkdagen in de voorgaande drie jaren in 99 % of meer van de gevallen meer bedraagt dan de waarschijnlijke verliezen;
2° ongeacht het bedrag van de in vorig punt bedoelde eigen-vermogensvereiste, meer bedraagt dan 2 % van de netto open positie als berekend in artikel 69.
Voor de toepassing van de in vorig lid bedoelde methode bepaalt de Commissie de formule en de modaliteiten voor de berekening, evenals de correlatiecoëfficiënten. Zij past deze laatste regelmatig aan de ontwikkelingen van de valutamarkten aan. ".
Art. 5. § 1er. Aux articles 31 et 55 du règlement, les mots " et warrants couverts " sont supprimés.
§ 2. A l'article 59, § 2, le texte du premier tiret est modifié comme suit :
" il ne peut s'agir d'émetteurs qui ont émis uniquement des obligations et autres titres de créance appelant une exigence de 8 % selon l'article 36 ou appelant une exigence en fonds propres inférieure uniquement en vertu d'une garantie obtenue; ".
§ 3. Au chapitre VIII du règlement, les références aux " autres métaux précieux " sont supprimées.
§ 4. A l'article 68, les mots " la position nette ouverte dans chaque monnaie " sont complétés par les mots " et en or ".
§ 5. L'article 70 est modifié comme suit :
" L'exigence en fonds propres pour la couverture du risque de change sur les positions en monnaies s'élève à 8 % de la position nette globale en devises de l'établissement.
Si sa position nette globale en devises n'excède pas 2 % du total de ses fonds propres, l'établissement n'est soumis à aucune exigence en fonds propres pour la couverture du risque de change.
Jusqu'au 31 décembre 2004, l'exigence en fonds propres pour la couverture du risque de change sur les positions en devises s'élève à 8 % de la partie de la position nette globale en devises qui excède 2 % du total des fonds propres. ".
§ 6. A l'article 75, les mots " , jusqu'au 31 décembre 2004, " sont insérés après le mot " peuvent ".
§ 7. L'article 78 est modifié comme suit :
" Les méthodes de calcul mentionnées à l'article 75 doivent résulter en une exigence en fonds propres suffisante :
1° pour, sur la base d'une analyse des mouvements des taux de change portant sur toutes les périodes glissantes de dix jours ouvrables au cours des trois années précédentes, dépasser les pertes probables dans 99 % ou plus des situations;
2° pour, quel que soit le montant de l'exigence en fonds propres visée au point précédent, dépasser l'équivalent de 2 % de la position ouverte nette calculée conformément à l'article 69.
Pour l'application de la méthode visée à l'alinéa précédent, la Commission détermine la formule et le mode de calcul à utiliser, ainsi que les coefficients de corrélation à appliquer. Elle adapte ces derniers périodiquement en fonction de l'évolution sur les marchés des changes. ".
§ 2. A l'article 59, § 2, le texte du premier tiret est modifié comme suit :
" il ne peut s'agir d'émetteurs qui ont émis uniquement des obligations et autres titres de créance appelant une exigence de 8 % selon l'article 36 ou appelant une exigence en fonds propres inférieure uniquement en vertu d'une garantie obtenue; ".
§ 3. Au chapitre VIII du règlement, les références aux " autres métaux précieux " sont supprimées.
§ 4. A l'article 68, les mots " la position nette ouverte dans chaque monnaie " sont complétés par les mots " et en or ".
§ 5. L'article 70 est modifié comme suit :
" L'exigence en fonds propres pour la couverture du risque de change sur les positions en monnaies s'élève à 8 % de la position nette globale en devises de l'établissement.
Si sa position nette globale en devises n'excède pas 2 % du total de ses fonds propres, l'établissement n'est soumis à aucune exigence en fonds propres pour la couverture du risque de change.
Jusqu'au 31 décembre 2004, l'exigence en fonds propres pour la couverture du risque de change sur les positions en devises s'élève à 8 % de la partie de la position nette globale en devises qui excède 2 % du total des fonds propres. ".
§ 6. A l'article 75, les mots " , jusqu'au 31 décembre 2004, " sont insérés après le mot " peuvent ".
§ 7. L'article 78 est modifié comme suit :
" Les méthodes de calcul mentionnées à l'article 75 doivent résulter en une exigence en fonds propres suffisante :
1° pour, sur la base d'une analyse des mouvements des taux de change portant sur toutes les périodes glissantes de dix jours ouvrables au cours des trois années précédentes, dépasser les pertes probables dans 99 % ou plus des situations;
2° pour, quel que soit le montant de l'exigence en fonds propres visée au point précédent, dépasser l'équivalent de 2 % de la position ouverte nette calculée conformément à l'article 69.
Pour l'application de la méthode visée à l'alinéa précédent, la Commission détermine la formule et le mode de calcul à utiliser, ainsi que les coefficients de corrélation à appliquer. Elle adapte ces derniers périodiquement en fonction de l'évolution sur les marchés des changes. ".
Art. 6. Na hoofdstuk VIII. "Wisselkoersrisico" wordt in het reglement een hoofdstuk VIIIbis. "Grondstoffenrisico's" ingevoegd, dat luidt als volgt :
" HOOFDSTUK VIIIbis. - Grondstoffenrisico's
" HOOFDSTUK VIIIbis. - Grondstoffenrisico's
Art. 6. Après le chapitre VIII. "Risque de change ", il est inséré dans le règlement un chapitre VIIIbis. "Risque sur produits de base", rédigé comme suit :
" CHAPITRE VIIIbis. - Risque sur produits de base
" CHAPITRE VIIIbis. - Risque sur produits de base
Art. 76. 7. Kwantitatieve normen en eigen-vermogensvereisten
§ 1. Elk intern model dat door de Commissie erkend wordt moet de relevante markt-risicofactoren bestrijken, in het licht van de markten en instrumenten waarin de instelling bedrijvig is. Minimaal moet aan de navolgende voorwaarden zijn voldaan :
i) Met betrekking tot het renterisico moet het interne model risicofactoren hanteren welke corresponderen met de rentevoeten voor elk van de valuta's waarin de instelling renterisicogevoelige posities binnen of buiten de balanstelling inneemt. De instelling geeft de rendementscurves weer door middel van een van de algemeen aanvaarde benaderingen. Voor renterisico's in de voornaamste valuta's en markten wordt de rendementscurve in ten minste zes looptijdsegmenten verdeeld, om de variaties van de rentevolatiliteit in de rendementscurve weer te geven. Het risicometingssysteem moet ook het risico van minder perfect gecorreleerde bewegingen binnen dezelfde munt tussen verschillende rendementscurves bestrijken.
ii) Met betrekking tot het valutarisico moeten in het risicometingssysteem risicofactoren worden gebruikt voor het goud en de afzonderlijke buitenlandse valuta's waarin de posities van de instelling luiden.
iii) Met betrekking tot het aandelenrisico moet in het risicometingssysteem een afzonderlijke risicofactor gebruikt worden voor ten minste elke aandelenmarkt waarop de instelling significante posities inneemt.
iv) Met betrekking tot het grondstoffenrisico moet in het risicometingssysteem een afzonderlijke risicofactor gebruikt worden voor tenminste elke grondstof waarin de instelling significante posities neemt. In het risicometingssysteem moeten het risico van niet-perfect gecorreleerde bewegingen van vergelijkbare (doch niet identieke) grondstoffen, alsmede het risico van veranderingen van termijnkoersen dat uit niet op elkaar passende looptijden voortvloeit, zijn verwerkt. Voorts moet rekening worden gehouden met de kenmerken van de markten, inzonderheid de leveringsdata en de mogelijkheid die wordt geboden om posities af te dekken.
De Commissie verlangt dat het model accuraat alle wezenlijke koersrisico's van opties en vergelijkbare posities bestrijkt en dat de overige niet door het model bestreken risico's afdoende met eigen vermogen afgedekt zijn.
De Commissie kan de instellingen toestaan, binnen risicocategorieën en over risicocategorieën heen, empirische correlaties te hanteren, indien zij ervan overtuigd is dat het systeem waarmee de instelling de correlaties meet, solide is en op deugdelijke wijze wordt toegepast.
Voor de berekening van het potentiële verlies gelden de volgende minimale kwantitatieve normen :
i) de berekening moet ten minste eenmaal per dag gebeuren;
ii) een eenzijdig betrouwbaarheidsinterval van 99 % dient te worden gehanteerd;
iii) een houdperiode (periode gedurende welke de positie wordt aangehouden) van minimum tien werkdagen;
iv) een historische observatieperiode van ten minste één jaar, tenzij een kortere periode kan gemotiveerd worden op grond van een aanmerkelijke toename van de koersvolatiliteit;
v) bijwerking van de historische cijferreeksen minimaal driemaandelijks.
§ 2. De eigen-vermogensvereiste berekend met toepassing van het door de Commissie erkend model als bedoeld bij artikel 76.5 is de hoogste van de hiernavolgende bedragen :
i) het potentiële verlies van de voorgaande dag als berekend door het model;
ii) het gemiddelde van de dagelijkse potentiële verliezen op elk van de zestig eraan voorafgaande werkdagen, vermenigvuldigd met de in § 3 vermelde vermenigvuldigingsfactor, welke vermenigvuldigingsfactor desgevallend verhoogd wordt met de in § 4 vermelde "plus-factor".
§ 3. De in § 2, ii), bedoelde vermenigvuldigingsfactor bedraagt minimaal "3", tenzij de Commissie uit prudentiële overwegingen een hogere factor oplegt die zich situeert tussen "3"en "4"("4"inbegrepen).
§ 4. De in § 2, ii), bedoelde plus-factor situeert zich tussen "0"en "1"("1" inbegrepen), en wordt berekend overeenkomstig de hiernavolgende tabel, afhankelijk van het aantal overschrijdingen (" overshootings ") dat de instelling gedurende de laatste 250 werkdagen bij het uitvoeren van tests achteraf heeft vastgesteld. De instellingen moeten de overschrijdingen consistent berekenen door middel van tests op de feitelijke dan wel op de hypothetische veranderingen in de waarde van de portefeuille. Een overschrijding is een eendagsverandering in de waarde van de portefeuille welke meer bedraagt dan de gerelateerde, uit het model van de instelling resulterende eendagswaarde van het potentiële verlies. Het aantal overschrijdingen wordt minstens per kwartaal geëvalueerd.
§ 1. Elk intern model dat door de Commissie erkend wordt moet de relevante markt-risicofactoren bestrijken, in het licht van de markten en instrumenten waarin de instelling bedrijvig is. Minimaal moet aan de navolgende voorwaarden zijn voldaan :
i) Met betrekking tot het renterisico moet het interne model risicofactoren hanteren welke corresponderen met de rentevoeten voor elk van de valuta's waarin de instelling renterisicogevoelige posities binnen of buiten de balanstelling inneemt. De instelling geeft de rendementscurves weer door middel van een van de algemeen aanvaarde benaderingen. Voor renterisico's in de voornaamste valuta's en markten wordt de rendementscurve in ten minste zes looptijdsegmenten verdeeld, om de variaties van de rentevolatiliteit in de rendementscurve weer te geven. Het risicometingssysteem moet ook het risico van minder perfect gecorreleerde bewegingen binnen dezelfde munt tussen verschillende rendementscurves bestrijken.
ii) Met betrekking tot het valutarisico moeten in het risicometingssysteem risicofactoren worden gebruikt voor het goud en de afzonderlijke buitenlandse valuta's waarin de posities van de instelling luiden.
iii) Met betrekking tot het aandelenrisico moet in het risicometingssysteem een afzonderlijke risicofactor gebruikt worden voor ten minste elke aandelenmarkt waarop de instelling significante posities inneemt.
iv) Met betrekking tot het grondstoffenrisico moet in het risicometingssysteem een afzonderlijke risicofactor gebruikt worden voor tenminste elke grondstof waarin de instelling significante posities neemt. In het risicometingssysteem moeten het risico van niet-perfect gecorreleerde bewegingen van vergelijkbare (doch niet identieke) grondstoffen, alsmede het risico van veranderingen van termijnkoersen dat uit niet op elkaar passende looptijden voortvloeit, zijn verwerkt. Voorts moet rekening worden gehouden met de kenmerken van de markten, inzonderheid de leveringsdata en de mogelijkheid die wordt geboden om posities af te dekken.
De Commissie verlangt dat het model accuraat alle wezenlijke koersrisico's van opties en vergelijkbare posities bestrijkt en dat de overige niet door het model bestreken risico's afdoende met eigen vermogen afgedekt zijn.
De Commissie kan de instellingen toestaan, binnen risicocategorieën en over risicocategorieën heen, empirische correlaties te hanteren, indien zij ervan overtuigd is dat het systeem waarmee de instelling de correlaties meet, solide is en op deugdelijke wijze wordt toegepast.
Voor de berekening van het potentiële verlies gelden de volgende minimale kwantitatieve normen :
i) de berekening moet ten minste eenmaal per dag gebeuren;
ii) een eenzijdig betrouwbaarheidsinterval van 99 % dient te worden gehanteerd;
iii) een houdperiode (periode gedurende welke de positie wordt aangehouden) van minimum tien werkdagen;
iv) een historische observatieperiode van ten minste één jaar, tenzij een kortere periode kan gemotiveerd worden op grond van een aanmerkelijke toename van de koersvolatiliteit;
v) bijwerking van de historische cijferreeksen minimaal driemaandelijks.
§ 2. De eigen-vermogensvereiste berekend met toepassing van het door de Commissie erkend model als bedoeld bij artikel 76.5 is de hoogste van de hiernavolgende bedragen :
i) het potentiële verlies van de voorgaande dag als berekend door het model;
ii) het gemiddelde van de dagelijkse potentiële verliezen op elk van de zestig eraan voorafgaande werkdagen, vermenigvuldigd met de in § 3 vermelde vermenigvuldigingsfactor, welke vermenigvuldigingsfactor desgevallend verhoogd wordt met de in § 4 vermelde "plus-factor".
§ 3. De in § 2, ii), bedoelde vermenigvuldigingsfactor bedraagt minimaal "3", tenzij de Commissie uit prudentiële overwegingen een hogere factor oplegt die zich situeert tussen "3"en "4"("4"inbegrepen).
§ 4. De in § 2, ii), bedoelde plus-factor situeert zich tussen "0"en "1"("1" inbegrepen), en wordt berekend overeenkomstig de hiernavolgende tabel, afhankelijk van het aantal overschrijdingen (" overshootings ") dat de instelling gedurende de laatste 250 werkdagen bij het uitvoeren van tests achteraf heeft vastgesteld. De instellingen moeten de overschrijdingen consistent berekenen door middel van tests op de feitelijke dan wel op de hypothetische veranderingen in de waarde van de portefeuille. Een overschrijding is een eendagsverandering in de waarde van de portefeuille welke meer bedraagt dan de gerelateerde, uit het model van de instelling resulterende eendagswaarde van het potentiële verlies. Het aantal overschrijdingen wordt minstens per kwartaal geëvalueerd.
Art. 76. 7. Normes quantitatives et exigences en fonds propres
§ 1er. Chaque modèle interne reconnu par la Commission doit appréhender les facteurs de risque de marché pertinents, eu égard aux marchés et instruments dans lesquels l'établissement est actif. Les conditions minimales à respecter sont les suivantes :
i) en ce qui concerne le risque de taux d'intérêt, le modèle interne comprend une série de facteurs de risque correspondant aux taux d'intérêt sur chaque devise dans laquelle l'établissement détient des positions de bilan ou de hors bilan sensibles au taux d'intérêt. L'établissement modélise les courbes des rendements à l'aide d'une des méthodes généralement admises. Pour les positions à risques dans les grandes devises et sur les grands marchés, la courbe des rendements est divisée en un minimum de six fourchettes d'échéances, afin d'appréhender la variation de la volatilité des taux tout au long de la courbe. Le système de mesure des risques doit aussi tenir compte du risque d'une corrélation imparfaite des variations, dans la même monnaie, entre des courbes de rendement différentes.
ii) en ce qui concerne le risque de change, le système de mesure des risques englobe les facteurs de risque correspondant à l'or et aux diverses devises dans lesquelles sont libellées les positions de l'établissement.
iii) en ce qui concerne le risque sur titres de propriété, le système de mesure des risques comprend un facteur de risque distinct au moins pour chacun des marchés sur lesquels l'établissement détient des positions significatives.
iv) en ce qui concerne le risque sur produits de base, le système de mesure des risques comprend un facteur de risque distinct au moins pour chacun des produits de base dans lesquels l'établissement détient des positions significatives. Le système de mesure des risques doit rendre compte du risque lié à des mouvements présentant une corrélation imparfaite entre des produits de base similaires (mais non identiques), ainsi que de celui lié à des variations de prix à terme dues à des décalages d'échéances. Il doit également prendre en considération les caractéristiques du marché, notamment les dates de livraison et la marge de manoeuvre pour dénouer les positions.
La Commission s'assure que le modèle appréhende de manière adéquate tous les risques de prix importants relatifs à des positions en options ou positions assimilées et que tous les autres risques non appréhendés par le modèle sont couverts de manière adéquate par des fonds propres.
La Commission peut autoriser les établissements à recourir à des corrélations empiriques à l'intérieur des catégories de risque et entre celles-ci, si elle estime que le système qu'utilise l'établissement pour mesurer ces corrélations est sain et qu'il est mis en oeuvre de manière intègre.
Le calcul de la valeur en risque doit respecter les normes quantitatives minimales suivantes :
i) calcul au moins quotidien de la valeur en risque;
ii) intervalle de confiance unilatéral de 99 %;
iii) période de détention équivalant à dix jours ouvrables minimum;
iv) période d'observation historique d'au moins un an, à moins qu'une période d'observation plus courte ne soit justifiée par une augmentation significative de la volatilité des prix;
v) mise à jour au moins trimestrielle des séries historiques.
§ 2. L'exigence en fonds propres calculée par application du modèle reconnu par la Commission conformément à l'article 76.5, équivaut au plus élevé des deux montants suivants :
i) la mesure de la valeur en risque du jour précédent, telle que calculée par le modèle;
ii) la moyenne des mesures de la valeur en risque quotidiennes au cours des soixante jours ouvrables precedents, multipliée par le facteur de multiplication mentionné au § 3, lequel est le cas échéant majoré du "facteur complémentaire" vise au § 4.
§ 3. Le facteur de multiplication visé au § 2, ii), est au moins égal à "3", à moins que, pour des raisons d'ordre prudentiel, la Commission n'impose un facteur plus éleve se situant entre "3"et "4"("4"compris).
§ 4. Le facteur complémentaire visé au § 2, ii) varie entre "0"et "1"("1"compris) et est calculé conformément au tableau reproduit ci-dessous, en fonction du nombre de dépassements (" overshootings ") mis en évidence par le contrôle ex post de l'établissement pour les 250 derniers jours ouvrables. Les établissements doivent calculer les dépassements de manière homogène sur la base de contrôles des variations soit effectives soit hypothétiques de la valeur du portefeuille. Il y a dépassement lorsque la variation de valeur du portefeuille sur un jour est supérieure à la mesure de la valeur en risque sur un jour correspondante, calculée par le modèle de l'établissement. Le nombre de dépassements est calculé au moins trimestriellement.
§ 1er. Chaque modèle interne reconnu par la Commission doit appréhender les facteurs de risque de marché pertinents, eu égard aux marchés et instruments dans lesquels l'établissement est actif. Les conditions minimales à respecter sont les suivantes :
i) en ce qui concerne le risque de taux d'intérêt, le modèle interne comprend une série de facteurs de risque correspondant aux taux d'intérêt sur chaque devise dans laquelle l'établissement détient des positions de bilan ou de hors bilan sensibles au taux d'intérêt. L'établissement modélise les courbes des rendements à l'aide d'une des méthodes généralement admises. Pour les positions à risques dans les grandes devises et sur les grands marchés, la courbe des rendements est divisée en un minimum de six fourchettes d'échéances, afin d'appréhender la variation de la volatilité des taux tout au long de la courbe. Le système de mesure des risques doit aussi tenir compte du risque d'une corrélation imparfaite des variations, dans la même monnaie, entre des courbes de rendement différentes.
ii) en ce qui concerne le risque de change, le système de mesure des risques englobe les facteurs de risque correspondant à l'or et aux diverses devises dans lesquelles sont libellées les positions de l'établissement.
iii) en ce qui concerne le risque sur titres de propriété, le système de mesure des risques comprend un facteur de risque distinct au moins pour chacun des marchés sur lesquels l'établissement détient des positions significatives.
iv) en ce qui concerne le risque sur produits de base, le système de mesure des risques comprend un facteur de risque distinct au moins pour chacun des produits de base dans lesquels l'établissement détient des positions significatives. Le système de mesure des risques doit rendre compte du risque lié à des mouvements présentant une corrélation imparfaite entre des produits de base similaires (mais non identiques), ainsi que de celui lié à des variations de prix à terme dues à des décalages d'échéances. Il doit également prendre en considération les caractéristiques du marché, notamment les dates de livraison et la marge de manoeuvre pour dénouer les positions.
La Commission s'assure que le modèle appréhende de manière adéquate tous les risques de prix importants relatifs à des positions en options ou positions assimilées et que tous les autres risques non appréhendés par le modèle sont couverts de manière adéquate par des fonds propres.
La Commission peut autoriser les établissements à recourir à des corrélations empiriques à l'intérieur des catégories de risque et entre celles-ci, si elle estime que le système qu'utilise l'établissement pour mesurer ces corrélations est sain et qu'il est mis en oeuvre de manière intègre.
Le calcul de la valeur en risque doit respecter les normes quantitatives minimales suivantes :
i) calcul au moins quotidien de la valeur en risque;
ii) intervalle de confiance unilatéral de 99 %;
iii) période de détention équivalant à dix jours ouvrables minimum;
iv) période d'observation historique d'au moins un an, à moins qu'une période d'observation plus courte ne soit justifiée par une augmentation significative de la volatilité des prix;
v) mise à jour au moins trimestrielle des séries historiques.
§ 2. L'exigence en fonds propres calculée par application du modèle reconnu par la Commission conformément à l'article 76.5, équivaut au plus élevé des deux montants suivants :
i) la mesure de la valeur en risque du jour précédent, telle que calculée par le modèle;
ii) la moyenne des mesures de la valeur en risque quotidiennes au cours des soixante jours ouvrables precedents, multipliée par le facteur de multiplication mentionné au § 3, lequel est le cas échéant majoré du "facteur complémentaire" vise au § 4.
§ 3. Le facteur de multiplication visé au § 2, ii), est au moins égal à "3", à moins que, pour des raisons d'ordre prudentiel, la Commission n'impose un facteur plus éleve se situant entre "3"et "4"("4"compris).
§ 4. Le facteur complémentaire visé au § 2, ii) varie entre "0"et "1"("1"compris) et est calculé conformément au tableau reproduit ci-dessous, en fonction du nombre de dépassements (" overshootings ") mis en évidence par le contrôle ex post de l'établissement pour les 250 derniers jours ouvrables. Les établissements doivent calculer les dépassements de manière homogène sur la base de contrôles des variations soit effectives soit hypothétiques de la valeur du portefeuille. Il y a dépassement lorsque la variation de valeur du portefeuille sur un jour est supérieure à la mesure de la valeur en risque sur un jour correspondante, calculée par le modèle de l'établissement. Le nombre de dépassements est calculé au moins trimestriellement.
Aantal overschrijdingen " Plus "-factor
Wijzigingen
minder dan 5 0,00
5 0,40
6 0,50
7 0,65
8 0,75
9 0,85
10 of meer 1,00
Nombre de depassements Facteur complementaire
moins de 5 0,00
5 0,40
6 0,50
7 0,65
8 0,75
9 0,85
10 ou plus 1,00
moins de 5 0,00
5 0,40
6 0,50
7 0,65
8 0,75
9 0,85
10 ou plus 1,00
De Commissie kan in individuele gevallen en uitzonderlijke omstandigheden ontheffing verlenen van de verplichting de vermenigvuldigingsfactor met een plus-factor te verhogen, indien de instelling aantoont dat een dergelijke verhoging onterecht is en dat het model in wezen solide is.
Teneinde de Commissie toe te laten de juistheid van de plus-factor op te volgen, moet de instelling de bij de toepassing van het back-testing-programma geconstateerde overschrijdingen die overeenkomstig de voorgaande tabel een verhoging van de plus-factor met zich zouden brengen, terstond en in ieder geval uiterlijk binnen vijf werkdagen ter kennis brengen van de Commissie.
Indien het groot aantal overschrijdingen erop wijst dat het model onvoldoende accuraat is, zal de Commissie de erkenning van het model intrekken of passende maatregelen opleggen om ervoor te zorgen dat het model onmiddellijk wordt verbeterd.
§ 5. Als het model van de instelling erkend is voor de berekening van de eigen-vermogensvereiste ter dekking van het specifieke risico als bedoeld bij artikel 76.6, § 4), wordt de overeenkomstig de §§ 1 tot 3 berekende vereiste verhoogd ten belope van :
i) ofwel het aandeel "specifiek risico" in het gemeten potentieel verlies ("value-at-risk");
ii) ofwel de metingen van het potentiële verlies van subportefeuilles van schuldpapier- en aandelenposities die een specifiek risico inhouden.
De instellingen die gebruik maken van keuze ii) moeten vooraf de structuur van hun subportefeuilles aan de Commissie meedelen en mogen deze niet wijzigen zonder haar instemming.
De Commissie kan ontheffing verlenen van de in vorig lid bedoelde verhoging wanneer de instelling aantoont dat haar model overeenkomstig internationaal overeengekomen normen ook het " event "-risico en het debiteurenrisico weergeeft voor haar posities in verhandelbare schuldinstrumenten en aandelen.
De eigen-vermogensvereiste ter dekking van het specifiek risico verbonden aan posities in schuldinstrumenten en aandelen dat niet berekend wordt met toepassing van een erkend model, wordt berekend overeenkomstig het bepaalde bij de hoofdstukken V en VI. ".
Teneinde de Commissie toe te laten de juistheid van de plus-factor op te volgen, moet de instelling de bij de toepassing van het back-testing-programma geconstateerde overschrijdingen die overeenkomstig de voorgaande tabel een verhoging van de plus-factor met zich zouden brengen, terstond en in ieder geval uiterlijk binnen vijf werkdagen ter kennis brengen van de Commissie.
Indien het groot aantal overschrijdingen erop wijst dat het model onvoldoende accuraat is, zal de Commissie de erkenning van het model intrekken of passende maatregelen opleggen om ervoor te zorgen dat het model onmiddellijk wordt verbeterd.
§ 5. Als het model van de instelling erkend is voor de berekening van de eigen-vermogensvereiste ter dekking van het specifieke risico als bedoeld bij artikel 76.6, § 4), wordt de overeenkomstig de §§ 1 tot 3 berekende vereiste verhoogd ten belope van :
i) ofwel het aandeel "specifiek risico" in het gemeten potentieel verlies ("value-at-risk");
ii) ofwel de metingen van het potentiële verlies van subportefeuilles van schuldpapier- en aandelenposities die een specifiek risico inhouden.
De instellingen die gebruik maken van keuze ii) moeten vooraf de structuur van hun subportefeuilles aan de Commissie meedelen en mogen deze niet wijzigen zonder haar instemming.
De Commissie kan ontheffing verlenen van de in vorig lid bedoelde verhoging wanneer de instelling aantoont dat haar model overeenkomstig internationaal overeengekomen normen ook het " event "-risico en het debiteurenrisico weergeeft voor haar posities in verhandelbare schuldinstrumenten en aandelen.
De eigen-vermogensvereiste ter dekking van het specifiek risico verbonden aan posities in schuldinstrumenten en aandelen dat niet berekend wordt met toepassing van een erkend model, wordt berekend overeenkomstig het bepaalde bij de hoofdstukken V en VI. ".
La Commission peut, dans des cas individuels et en raison de circonstances exceptionnelles, dispenser de l'obligation de majorer le facteur de multiplication par le facteur complementaire, si l'établissement a prouvé qu'une telle majoration est injustifiée et que le modèle est foncièrement sain.
Afin de permettre à la Commission de vérifier en permanence l'adéquation du facteur complémentaire, les établissements l'informent sans délai et, en tout état de cause, dans les cinq jours ouvrables, des dépassements qu'a révélés leur programme de contrôle ex post et qui, en fonction du tableau ci-dessus, impliqueraient un relèvement du facteur complémentaire.
Au cas où de nombreux dépassements révelent que le modèle n'est pas suffisamment précis, la Commission révoque la reconnaissance du modèle ou impose des mesures appropriées afin que le modèle soit amélioré dans les plus brefs délais.
§ 5. Si le modèle de l'établissement est reconnu aux fins du calcul de l'exigence en fonds propres pour la couverture du risque spécifique visé à l'article 76.6, § 4), l'exigence calculée conformément aux §§ 1er à 3 est majorée soit :
i) de la partie "risque spécifique" de la mesure de la valeur en risque ("value-at-risk");
ii) des mesures de la valeur en risque des sous-portefeuilles de positions en titres de créance et de propriété contenant un risque spécifique.
Les établissements qui utilisent la solution ii) sont tenus de communiquer au préalable la structure de leurs sous-portefeuilles a la Commission et de ne pas la modifier sans son accord.
La Commission peut dispenser de l'obligation d'opérer une majoration conformément à l'alinéa précedent, si l'établissement fournit la preuve qu'en conformité avec des normes internationales acceptées, son modèle appréhende également de manière adéquate le risque circonstanciel (" event risk ") et le risque de défaillance en ce qui concerne ses positions en titres de créance négociés et titres de propriété.
L'exigence en fonds propres pour la couverture du risque spécifique lié aux positions en titres de créance et titres de propriété qui n'est pas calculée par application d'un modèle reconnu, est calculée conformément aux dispositions des chapitres V et VI. ".
Afin de permettre à la Commission de vérifier en permanence l'adéquation du facteur complémentaire, les établissements l'informent sans délai et, en tout état de cause, dans les cinq jours ouvrables, des dépassements qu'a révélés leur programme de contrôle ex post et qui, en fonction du tableau ci-dessus, impliqueraient un relèvement du facteur complémentaire.
Au cas où de nombreux dépassements révelent que le modèle n'est pas suffisamment précis, la Commission révoque la reconnaissance du modèle ou impose des mesures appropriées afin que le modèle soit amélioré dans les plus brefs délais.
§ 5. Si le modèle de l'établissement est reconnu aux fins du calcul de l'exigence en fonds propres pour la couverture du risque spécifique visé à l'article 76.6, § 4), l'exigence calculée conformément aux §§ 1er à 3 est majorée soit :
i) de la partie "risque spécifique" de la mesure de la valeur en risque ("value-at-risk");
ii) des mesures de la valeur en risque des sous-portefeuilles de positions en titres de créance et de propriété contenant un risque spécifique.
Les établissements qui utilisent la solution ii) sont tenus de communiquer au préalable la structure de leurs sous-portefeuilles a la Commission et de ne pas la modifier sans son accord.
La Commission peut dispenser de l'obligation d'opérer une majoration conformément à l'alinéa précedent, si l'établissement fournit la preuve qu'en conformité avec des normes internationales acceptées, son modèle appréhende également de manière adéquate le risque circonstanciel (" event risk ") et le risque de défaillance en ce qui concerne ses positions en titres de créance négociés et titres de propriété.
L'exigence en fonds propres pour la couverture du risque spécifique lié aux positions en titres de créance et titres de propriété qui n'est pas calculée par application d'un modèle reconnu, est calculée conformément aux dispositions des chapitres V et VI. ".
Art. 7. Na hoofdstuk VIIIbis. "Grondstoffenrisico's" wordt in het reglement een hoofdstuk VIIIter. "Interne modellen voor marktrisico's" ingevoegd, dat luidt als volgt :
" HOOFDSTUK VIIIter. - Interne modellen voor marktrisico's
" HOOFDSTUK VIIIter. - Interne modellen voor marktrisico's
Art. 7. Après le chapitre VIIIbis. "Risque sur produits de base", il est inséré dans le règlement un chapitre VIIIter. "Modèles internes pour les risques de marché", rédigé comme suit :
" CHAPITRE VIIIter. - Modèles internes pour les risques de marché
" CHAPITRE VIIIter. - Modèles internes pour les risques de marché
Art. 8. Dit besluit treedt in werking op 21 juli 2000.
Brussel, 4 juli 2000.
De Voorzitter,
J.-L. Duplat.
Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 3 augustus 2000.
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Economie,
Ch. PICQUE.
Brussel, 4 juli 2000.
De Voorzitter,
J.-L. Duplat.
Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 3 augustus 2000.
De Minister van Financiën,
D. REYNDERS
De Minister van Economie,
Ch. PICQUE.
Art. 8. Le présent arrêté entre en vigueur le 21 juillet 2000.
Bruxelles, le 4 juillet 2000.
Le Président,
J.-L. Duplat.
Vu pour être annexé à l'arrêté ministériel du 3 août 2000.
Le Ministre des Finances,
D. REYNDERS
Le Ministre de l'Economie,
Ch. PICQUE.
Bruxelles, le 4 juillet 2000.
Le Président,
J.-L. Duplat.
Vu pour être annexé à l'arrêté ministériel du 3 août 2000.
Le Ministre des Finances,
D. REYNDERS
Le Ministre de l'Economie,
Ch. PICQUE.