Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
31 AUGUSTUS 1999. - Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddeschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs.
Titre
31 AOUT 1999. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand modifiant l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 14 juin 1989 relatif aux titres, aux traitements, au rĂ©gime de prestations et au statut pĂ©cuniaire dans l'enseignement secondaire (TRADUCTION).
Documentinformatie
Numac: 2000035040
Datum: 1999-08-31
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2000035040
Date: 1999-08-31
Moniteur: Voir
Tekst (32)
Texte (32)
Artikel 1. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse regering van 14 juni 1989 betreffende de bekwaamheidsbewijzen, de weddeschalen, het prestatiestelsel en de bezoldigingsregeling in het secundair onderwijs, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 31 juli 1990, 26 september 1990, 25 januari 1995 en 9 juli 1996, worden de woorden " en van het opvoedend hulppersoneel " vervangen door de woorden " , van het opvoedend hulppersoneel en van het ondersteunend personeel ".
Article 1. Dans l'article 1er de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 14 juin 1989 relatif aux titres, aux traitements, au rĂ©gime de prestations et au statut pĂ©cuniaire dans l'enseignement secondaire, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 31 juillet 1990, 26 septembre 1990, 25 janvier 1995 et 9 juillet 1996, les mots " et du personnel auxiliaire d'Ă©ducation " sont remplacĂ©s par les mots " , du personnel auxiliaire d'Ă©ducation en du personnel d'appui ".
Art. 2. In artikel 3 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 19 december 1991, 25 januari 1995 en 4 november 1997, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° aan § 2 worden twee liggende streepjes toegevoegd, die luiden als volgt :
  " - het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1;
  - het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 2; ".
  2° § 3 wordt vervangen door wat volgt :
  " § 3. Voor de houder van het diploma van licentiaat, die tevens houder is van een diploma of getuigschrift, genoemd in § 2, wordt dit laatste gelijkgesteld met het diploma van GHSO of GVO. ".
Art. 2. A l'article 3 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand du 19 dĂ©cembre 1991, 25 janvier 1995 et 4 novembre 1997, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° au § 2 sont ajoutés deux tirets, rédigés comme suit :
  " - le diplÎme d'agrégé de l'enseignement secondaire groupe 1;
  - le diplÎme d'agrégé de l'enseignement secondaire groupe 2; ".
  2° le § 3 est remplacé par ce qui suit :
  " § 3. Pour le porteur du diplĂŽme de licenciĂ©(e) qui est en mĂȘme temps porteur d'un diplĂŽme ou d'un certificat visĂ©s au § 2, ce dernier est assimilĂ© au diplĂŽme d'AESS ou d'AE. ".
Art. 3. In artikel 6 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 25 januari 1995 en 4 november 1997, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in plaats van punt 14 j, dat punt 14 l wordt, wordt een nieuw punt 14 j ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " j. het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1; ";
  2° aan punt 14 wordt k. toegevoegd, dat luidt als volgt :
  " k. het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1 samen met het diploma van de voortgezette lerarenopleiding voor de bijkomende uitdieping van een opleidingseenheid; ".
Art. 3. A l'article 6 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 25 janvier 1995 et 4 novembre 1997, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° au lieu du point 14j, qui devient le point 14l, il est inséré un nouveau point 14j, rédigé comme suit :
  " j. le diplÎme d'agrégé de l'enseignement secondaire groupe 1; ";
  2° au point 14 est ajouté le point " k ", rédigé comme suit :
  " k. le diplÎme d'agrégé de l'enseignement secondaire groupe 1 complété du diplÎme de la formation continue des enseignants pour l'approfondissement complémentaire d'une unité de formation; ".
Art. 4. In artikel 6bis, § 3, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse regering van 19 december 1991, worden de woorden " artikel 4 " vervangen door de woorden " artikel 4, § 1 ".
Art. 4. Dans l'article 6bis, § 3, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 19 dĂ©cembre 1991, les mots " article 4 " sont remplacĂ©s par les mots " article 4, § 1er ".
Art. 5. In artikel 7, § 1, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 26 september 1990, 19 december 1991, 25 januari 1995 en 4 november 1997 worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° in punt 5 worden de woorden " de punten 1 tot en met 14i " vervangen door de woorden " de punten 1 tot en met 14k ";
  2° aan punt 6, tweede lid, worden twee streepjes toegevoegd, die luiden als volgt :
  " - het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1;
  - het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1 samen met het diploma van de voortgezette lerarenopleiding voor de bijkomende uitdieping van een opleidingseenheid. ";
  3° er wordt een punt 6ter ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " 6ter. Voor het ondersteunend personeel wordt bedoeld met :
  1° een bekwaamheidsbewijs van het niveau HOKT : één van de basisdiploma's vermeld onder punt 7 tot en met 14 k van artikel 6 van dit besluit;
  2° een bekwaamheidsbewijs van het niveau HOLT : één van de basisdiploma's vermeld onder punt 1 tot en met 6 van artikel 6 van dit besluit. ";
  4° er wordt een punt 7ter ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " 7ter. GVSO-groep 2 het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 2. ";
  5° aan punt 8 worden drie streepjes toegevoegd, die luiden als volgt :
  " - het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 2;
  - het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs;
  - het diploma van geaggregeerde voor het onderwijs in de godsdienstwetenschappen. ";
  6° aan punt 9 worden twee liggende streepjes toegevoegd, die luiden als volgt :
  " - het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1;
  - het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1 samen met het diploma van de voortgezette lerarenopleiding voor de bijkomende uitdieping van een opleidingseenheid. ";
  7° er wordt een punt 9bis tot en met 9quater ingevoegd, die luiden als volgt :
  " 9bis. GVSO-groep 1 : het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1.
  9ter. GVSO-groep 1 + BU : het diploma van geaggregeerde voor het secundair onderwijs-groep 1 samen met het diploma van de voortgezette lerarenopleiding voor de bijkomende uitdieping van een opleidingseenheid.
  9quater. Onderwijzer + AV : het diploma van onderwijzer samen met het diploma van de voortgezette lerarenopleiding voor de algemene vakken in het eerste leerjaar B van het secundair onderwijs en het beroepsvoorbereidend leerjaar. ";
  8° punt 10 wordt vervangen door wat volgt :
  " 10. GLSO voor de algemene vakken : de GLSO die een vereist bekwaamheidsbewijs heeft, zoals bepaald in de bij dit besluit gevoegde bijlagen I tot en met VIII, voor het onderwijs van algemene vakken, alsmede het diploma van geaggregeerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs en het diploma van gegradueerde voor het godsdienstonderricht in het lager secundair onderwijs.".
Art. 5. A l'article 7, § 1er, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 26 septembre 1990, 19 dĂ©cembre 1991, 25 janvier 1995 et 4 novembre 1997, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° au point 5, les mots " aux points 1 à 14i inclus " sont remplacés par les mots " aux points 1 à 14k inclus ";
  2° au point 6, deuxiÚme alinéa, sont ajoutés deux tirets, rédigés comme suit :
  " - le diplÎme d'agrégé de l'enseignement secondaire groupe 1;
  - le diplÎme d'agrégé de l'enseignement secondaire groupe 1 complété du diplÎme de la formation continue des enseignants pour l'approfondissement complémentaire d'une unité de formation. ";
  3° il est inséré un point 6ter, rédigé comme suit :
  " 6ter. Pour le personnel d'appui, il faut entendre par :
  1° un titre du niveau de l'enseignement supĂ©rieur de type court : un des diplĂŽmes de base mentionnĂ©s aux points 7 Ă  14k inclus de l'article 6 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©;
  2° un titre du niveau de l'enseignement supĂ©rieur de type long : un des diplĂŽmes de base mentionnĂ©s aux points 1 Ă  6 inclus de l'article 6 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©. ";
  4° il est inséré un point 7ter, rédigé comme suit :
  " 7ter. AES-groupe 2 le diplÎme d'agrégé de l'enseignement secondaire groupe 2. ";
  5° au point 8 sont ajoutés trois tirets, rédigés comme suit :
  " - le diplÎme d'agrégé de l'enseignement secondaire groupe 2;
  - le diplÎme d'agrégé de l'enseignement;
  - le diplÎme d'agrégé de l'enseignement de sciences religieuses. ";
  6° au point 9 sont ajoutés deux tirets, rédigés comme suit :
  " - le diplÎme d'agrégé de l'enseignement secondaire groupe 1;
  - le diplÎme d'agrégé de l'enseignement secondaire groupe 1 complété du diplÎme de la formation continuée des enseignants pour l'approfondissement complémentaire d'une unité de formation. ";
  7° il est inséré un point 9bis au 9quater inclus, rédigés comme suit :
  " 9bis. AES-groupe 1 : le diplÎme d'agrégé de l'enseignement secondaire-groupe 1.
  9ter. AES-groupe 1 + AC : le diplÎme d'agrégé de l'enseignement secondaire-groupe 1 complété du diplÎme de la formation continuée des enseignants pour l'approfondissement complémentaire d'une unité de formation.
  9quater. Instituteur + CG : le diplÎme d'instituteur complété du diplÎme de la formation continuée des enseignants pour les cours généraux de la premiÚre année d'études B de l'enseignement secondaire et de l'année préparatoire à l'enseignement professionnel. ";
  8° le point 10 est remplacé par ce qui suit :
  " 10. AESI pour les cours gĂ©nĂ©raux : l'AESI qui est porteur du titre requis, prĂ©vu aux annexes Ire Ă  VIII incluse du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, pour l'enseignement des cours gĂ©nĂ©raux, ainsi que le diplĂŽme d'agrĂ©gĂ© de l'enseignement religieux dans l'enseignement secondaire infĂ©rieur et le diplĂŽme d'agrĂ©gĂ© de religion dans l'enseignement secondaire infĂ©rieur. ".
Art. 6. Aan artikel 7 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 26 september 1990, 19 december 1991, 25 januari 1995 en 4 november 1997 wordt een § 4 toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 4. In de bijlagen I tot en met VI gelden de afdelingen, specialiteiten, specialisaties, disciplines en opties, vermeld onder de basisdiploma's :
  1° GLSO ook voor de basisdiploma's HOKT, technisch ingenieur en hoger kunstonderwijs van de tweede graad;
  2° HOKT ook voor de basisdiploma's GLSO, technisch ingenieur en hoger kunstonderwijs van de tweede graad;
  3° technisch ingenieur ook voor de basisdiploma's GLSO, HOKT en hoger kunstonderwijs van de tweede graad;
  4° hoger kunstonderwijs van de tweede graad ook voor de basisdiploma's GLSO, HOKT en technisch ingenieur,
  wanneer deze basisdiploma's voor hetzelfde vak, in dezelfde graad en onderwijsvorm opgenomen zijn. ".
Art. 6. A l'article 7 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 26 septembre 1990, 19 dĂ©cembre 1991, 25 janvier 1995 et 4 novembre 1997, il est ajoutĂ© un § 4, rĂ©digĂ© comme suit :
  § 4. Dans les annexes Ire à VI incluse les sections, spécialités, spécialisations, disciplines et options, mentionnées aux diplÎmes de base :
  1° AESI valent également pour les diplÎmes de base de l'ESTC, d'ingénieur technique et de l'enseignement supérieur artistique du deuxiÚme degré;
  2° ESTC valent également pour les diplÎmes de base d'AESI, d'ingénieur technique et de l'enseignement supérieur artistique du deuxiÚme degré;
  3° d'ingénieur technique valent également pour les diplÎmes de base d'AESI, de l'ESTC et de l'enseignement supérieur artistique du deuxiÚme degré;
  4° de l'enseignement supĂ©rieur artistique du deuxiĂšme degrĂ© valent Ă©galement pour les diplĂŽmes de base d'AESI, de l'ESTC et d'ingĂ©nieur technique, quand ces diplĂŽmes de base sont intĂ©grĂ©s pour la mĂȘme branche, dans le mĂȘme degrĂ© et la mĂȘme forme d'enseignement. ".
Art. 7. In artikel 8 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 26 september 1990, 25 januari 1995 en 4 november 1997, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° er wordt een § 1bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " § 1bis. De getuigschriften en diploma's die vóór de inwerkingtreding van de bevoegde homologatiecommissies uitgereikt werden door een hogere secundaire middelbare of technische school, die door de Staat ingericht, gesubsidieerd of erkend was, worden geacht gehomologeerd te zijn. ".
  2° § 2, tweede lid wordt vervangen door wat volgt :
  " Voor de toepassing van deze bepalingen worden de diploma's beeldende kunsten uitgereikt door instellingen voor hoger kunstonderwijs met volledig leerplan in de periode van 1 september 1981 tot en met het academiejaar 1993-1994, samen met het verklarend attest met vermelding van de specialiteit, gelijkgesteld met de diploma's uitgereikt door instellingen voor hoger kunstonderwijs met volledig leerplan waarop de specialiteit vermeld staat. ".
Art. 7. A l'article 8 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 26 septembre 1990, 25 janvier 1995 et 4 novembre 1997, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° il est inséré un § 1bis, rédigé comme suit :
  " § 1bis. Les certificats et diplĂŽmes qui ont Ă©tĂ© dĂ©livrĂ©s avant l'entrĂ©e en vigueur des commissions d'homologation compĂ©tentes par une Ă©cole de l'enseignement secondaire supĂ©rieur ou technique, organisĂ©e, subventionnĂ©e ou agréée par l'Etat, sont censĂ©s ĂȘtre homologuĂ©s. ".
  2° le § 2, deuxiÚme alinéa, est remplacé par ce qui suit :
  " Pour l'application de ces dispositions, les diplÎmes d'arts plastiques délivrés par les établissements d'enseignement supérieur artistique de plein exercice pendant la période du 1er septembre 1981 à l'année académique 1993-1994 incluse, complétés d'une attestation explicative avec mention de la spécialité, sont assimilés aux diplÎmes délivrés par les établissements d'enseignement supérieur artistique de plein exercice, mentionnant la spécialité. ".
Art. 8. In artikel 9, § 2, van hetzelfde besluit, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° het tweede lid wordt vervangen door wat volgt :
  " Deze verklaring moet ook niet afgelegd worden bij de aanwerving van een personeelslid, indien het bekwaamheidsbewijs van dit personeelslid beschouwd zou worden als een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs indien de voorwaarde inzake het bezit van een bewijs van pedagogische bekwaamheid vervuld zou zijn. Deze bepaling kan slechts toegepast worden gedurende een periode gelijk aan de minimumduur nodig voor het behalen van een bewijs van pedagogische bekwaamheid zoals gedefinieerd in artikel 3, § 2, vermeerderd met één schooljaar. ";
  2° het derde lid wordt opgeheven.
Art. 8. A l'article 9, § 2, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° le deuxiÚme alinéa est remplacé par ce qui suit :
  " En outre, cette dĂ©claration n'est pas requise lors du recrutement d'un membre du personnel, si le titre de ce membre du personnel Ă©tait considĂ©rĂ© comme titre requis ou titre jugĂ© suffisant au cas oĂč la condition en matiĂšre de possession d'un certificat d'aptitudes pĂ©dagogiques serait remplie. Cette disposition ne peut ĂȘtre appliquĂ©e que pendant une pĂ©riode Ă©gale Ă  la durĂ©e minimale nĂ©cessaire Ă  l'obtention du certificat d'aptitudes pĂ©dagogiques tel que dĂ©fini Ă  l'article 3, § 2, prolongĂ©e d'une annĂ©e scolaire. ";
  2° le troisiÚme alinéa est abrogé.
Art. 9. Aan artikel 11 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 26 september 1990 en 9 juli 1996, wordt een § 4 toegevoegd die luidt als volgt :
  " § 4. De personeelsleden die tijdelijk belast worden met een andere opdracht in een niet-vacante betrekking in een ambt waarvoor de titularis de weddeschaal 106 ontvangt, krijgen de toelage voor het uitoefenen van een beter bezoldigde opdracht. ".
Art. 9. A l'article 11 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 26 septembre 1990 et 9 juillet 1996, il est ajoutĂ© un § 4, rĂ©digĂ© comme suit :
  " § 4. Les membres du personnel s'acquittant temporairement d'une autre charge dans un emploi non vacant dans une fonction pour laquelle le titulaire est rémunéré conformément à l'échelle de traitement 106, re}oivent l'allocation pour l'exercice d'une charge mieux rémunérée. ".
Art. 10. Aan artikel 12 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 31 juli 1990 en 9 juli 1996, waarvan de bestaande tekst § 1 zal vormen, wordt een § 2 toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 2.De afgevaardigden van de representatieve vakorganisaties mogen maximaal belast worden met een opdracht die het minimum van het aantal uren voor een ambt met volledige prestaties bedraagt. ".
Art. 10. A l'article 12 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 31 juillet 1990 et 9 juillet 1996, dont le texte actuel formera le § 1er, il est ajoutĂ© un § 2, rĂ©digĂ© comme suit :
  " § 2. Les dĂ©lĂ©guĂ©s des organisations syndicales reprĂ©sentatives peuvent ĂȘtre dĂ©signĂ©s au maximum Ă  une charge qui s'Ă©lĂšve au minimum du nombre d'heures requis pour une fonction Ă  prestations complĂštes. ".
Art. 11. Aan artikel 16 van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 26 september 1990, 9 juli 1996 en 4 november 1997, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
  1° In § 1 wordt een 3° toegevoegd waarvan de tekst luidt als volgt :
  " 3°. De personeelsleden die uiterlijk op 31 augustus 1989 op grond van de op deze datum geldende reglementering over een vrijstelling van het vereiste bekwaamheidsbewijs met het oog op de toelating tot de stage beschikten en uiterlijk op 1 juli 1998 in vast verband benoemd werden in een ambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel. ".
  2° In § 2 wordt een punt 2°ter ingevoegd waarvan de tekst luidt als volgt :
  " 2°ter. Voor de in § 1, 3° bedoelde personeelsleden voor het ambt, vak en/of specialiteit waarvoor de vrijstelling van het vereiste bekwaamheidsbewijs met het oog op de toelating tot de stage werd verleend. ".
  3° Een § 3 wordt toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 3. De overgangsmaatregelen worden toegekend op 1 september 1989,rekening houdend met het volgende :
  1° de in § 1, 1° bedoelde personeelsleden behouden deze overgangsmaatregelen zolang ze in dienst blijven in het onderwijs, het universitair en academisch onderwijs uitgezonderd.
  2° de in § 1, 2° bedoelde personeelsleden behouden deze overgangsmaatregelen zolang ze ononderbroken in dienst blijven in het onderwijs, het universitair en academisch onderwijs uitgezonderd, in een ambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel of van het ondersteunend personeel en als dusdanig gefinancierd of gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap. Voor de toepassing van deze bepaling worden niet als onderbreking beschouwd : de perioden opgesomd in § 1, 2°, tweede lid.
  3° met ingang van 1 september 1999 hebben de in 2° bedoelde personeelsleden recht op de overgangsmaatregelen die hen toegekend werden op 1 september 1989, indien ze sindsdien ononderbroken in dienst zijn gebleven in het onderwijs, het universitair en academisch onderwijs uitgezonderd, in een ambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel of van het ondersteunend personeel en als dusdanig gefinancierd of gesubsidieerd zijn door de Vlaamse Gemeenschap.
  Voor de toepassing van deze bepaling worden niet als onderbreking beschouwd : de vakantieperioden, de loopbaanonderbreking, de militaire dienst, de perioden van wederoproeping, de ziekte- of bevallingsverloven, de borstvoedingsverloven, de verloven van korte duur met behoud van wedde(ntoelage) ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard, alsook de verloven zonder behoud van wedde(ntoelage) voor een maximum duur van zes werkdagen per schooljaar, alsmede een onderbreking van een doorlopende periode van maximum twee kalenderjaren.
  4° de in 2° en 3° bedoelde personeelsleden behouden deze overgangsmaatregelen zolang ze ononderbroken in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd, in een ambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel of van het ondersteunend personeel en als dusdanig gefinancierd of gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap. Voor de toepassing van deze bepaling worden niet als onderbreking beschouwd : de perioden opgesomd in 3°, tweede lid. ".
Art. 11. A l'article 16 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 26 septembre 1990, 9 juillet 1996 et 4 novembre 1997, sont apportĂ©es les modifications suivantes :
  1° au § 1er, il est ajouté un 3°, rédigé comme suit :
  " 3°. Les membres du personnel qui, le 31 août 1989 au plus tard, sur la base de la réglementation en vigueur à cette date disposaient d'une dispense du titre requis en vue de l'admission au stage et qui, le 1er juillet 1998 au plus tard, étaient nommés à titre définitif dans une fonction du personnel directeur et enseignant. ".
  2° Dans le § 2, il est inséré un point 2°ter, rédigé comme suit :
  " 2°ter. Aux membres du personnel visés au § 1er, 3°, pour la fonction, la branche et/ou la spécialité pour laquelle la dispense du titre requis en vue de l'admission au stage était accordée. ".
  3° Il est ajouté un § 3, rédigé comme suit :
  " § 3. Les dispositions transitoires sont accordées le 1er septembre 1989, en tenant compte de ce qui suit :
  1° les membres du personnel visés au § 1er, 1°, gardent ces dispositions transitoires tant qu'ils restent en service dans l'enseignement, sauf l'enseignement universitaire et académique.
  2° les membres du personnel visés au § 1er, 2°, gardent ces mesures transitoires tant qu'ils restent, sans interruption, en service dans l'enseignement, sauf l'enseignement universitaire et académique, dans une fonction du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation ou du personnel d'appui et qu'ils sont financés ou subventionnés en cette qualité par la Communauté flamande. Pour l'application de la disposition précitée, on ne considÚre pas comme des interruptions de service : les périodes énumérées au § 1er, 2°, deuxiÚme alinéa.
  3° à partir du 1er septembre 1999, les membres du personnel visés au 2° ont droit aux mesures transitoires qui leurs étaient accordées au 1er septembre 1989 s'ils étaient depuis lors, sans interruption, en service dans l'enseignement, sauf l'enseignement universitaire et académique, dans une fonction du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation ou du personnel d'appui et s'ils sont financés ou subventionnés en cette qualité par la Communauté flamande.
  Pour l'application de la disposition précitée, on ne considÚre pas comme des interruptions de service : les périodes de vacances scolaires, les interruptions de carriÚre, le service militaire, les périodes de rappels sous les armes, les congés de maladie et de maternité, les congés d'allaitement, les congés de durée courte avec maintien du traitement ou de la subvention-traitement à l'occasion de certains événements d'ordre familial ou social, ainsi que les congés sans maintien du traitement ou de la subvention-traitement ne dépassant pas six jours ouvrables au maximum par année scolaire, ainsi qu'une interruption d'une période continue de deux années civiles au maximum.
  4° les membres du personnel visés aux 2° et 3° gardent ces mesures transitoires tant qu'ils restent, sans interruption, en service sans interruption dans l'enseignement, sauf l'enseignement académique, dans une fonction du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation ou du personnel d'appui et qu'ils sont financés ou subventionnés en cette qualité par la Communauté flamande. Pour l'application de la disposition précitée, on ne considÚre pas comme des interruptions de service : les périodes énumérées au 3°, deuxiÚme alinéa. ".
Art. 12. Aan artikel 16bis van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse regering van 26 september 1990 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 4 november 1997, wordt een § 3 toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 3. De overgangsmaatregelen worden toegekend op 1 september 1990, rekening houdend met het volgende :
  1° de in § 1 bedoelde personeelsleden behouden deze overgangsmaatregelen zolang ze ononderbroken in dienst blijven in het onderwijs, het universitair en academisch onderwijs uitgezonderd, in een ambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel of van het ondersteunend personeel. Voor de toepassing van deze bepaling worden niet als onderbreking beschouwd : de perioden opgesomd in § 1, tweede lid;
  2° met ingang van 1 september 1999 hebben de in § 1 bedoelde personeelsleden recht op de overgangsmaatregelen die hen toegekend werden op 1 september 1990, indien ze sindsdien ononderbroken in dienst zijn gebleven in het onderwijs, het universitair en academisch onderwijs uitgezonderd, in een ambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel of van het ondersteunend personeel.
  Voor de toepassing van deze bepaling worden niet als onderbreking beschouwd : de vakantieperioden, de loopbaanonderbreking, de militaire dienst, de perioden van wederoproeping, de ziekte- of bevallingsverloven, de borstvoedingsverloven, de verloven van korte duur met behoud van wedde(ntoelage) ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard, alsook de verloven zonder behoud van wedde(ntoelage) voor een maximum duur van zes werkdagen per schooljaar, alsmede een onderbreking van een doorlopende periode van maximum twee kalenderjaren;
  3° de in 1° en 2° bedoelde personeelsleden behouden deze overgangsmaatregelen zolang ze ononderbroken in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd, in een ambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel of van het ondersteunend personeel. Voor de toepassing van deze bepaling worden niet als onderbreking beschouwd : de perioden opgesomd in 2°, tweede lid. ".
Art. 12. A l'article 16bis du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 26 septembre 1990 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 4 novembre 1997, il est ajoutĂ© un § 3, rĂ©digĂ© comme suit :
  " § 3. Les mesures transitoires sont accordées le 1er septembre 1990, en tenant compte de ce qui suit :
  1° les membres du personnel visés au § 1er gardent ces mesures transitoires tant qu'ils restent, sans interruption, en service dans l'enseignement, sauf l'enseignement universitaire et académique, dans une fonction du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation ou du personnel d'appui. Pour l'application de la disposition précitée, on ne considÚre pas comme des interruptions de service : les périodes énumérées au § 1er, deuxiÚme alinéa;
  2° à partir du 1er septembre 1999, les membres du personnel visés au § 1er ont droit aux mesures transitoires qui leurs étaient accordées au 1er septembre 1990, si, depuis cette date, ils sont restés, sans interruption, en service dans l'enseignement, sauf l'enseignement universitaire et académique, dans une fonction du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation ou du personnel d'appui.
  Pour l'application de la disposition précitée, on ne considÚre pas comme des interruptions de service : les périodes de vacances scolaires, les interruptions de carriÚre, le service militaire, les périodes de rappels sous les armes, les congés de maladie ou de maternité, les congés d'allaitement, les congés de courte durée avec maintien du traitement ou de la subvention-traitement à l'occasion de certains événements d'ordre familial ou social, ainsi que les congés sans maintien du traitement ou de la subvention-traitement ne dépassant pas six jours ouvrables au maximum par année scolaire, ainsi qu'une interruption d'une période continue de deux années civiles au maximum;
  3° les membres du personnel visés au 1° et 2° gardent ces mesures transitoires tant qu'ils restent, sans interruption, en service dans l'enseignement, sauf l'enseignement académique, dans une fonction du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation ou du personnel d'appui. Pour l'application de la disposition précitée, on ne considÚre pas comme des interruption de service : les périodes énumérées au 2°, deuxiÚme alinéa. ".
Art. 13. Aan artikel 16ter van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse regering van 19 december 1991 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 4 november 1997, wordt een § 4 toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 4. De overgangsmaatregelen worden toegekend op 1 september 1990, rekening houdend met het volgende :
  1° de in § 1, 1°, bedoelde personeelsleden behouden deze overgangsmaatregelen zolang ze in dienst blijven in het onderwijs, het universitair en academisch onderwijs uitgezonderd;
  2° de in § 1, 2°, bedoelde personeelsleden behouden deze overgangsmaatregelen zolang ze ononderbroken in dienst blijven in het onderwijs, het universitair en academisch onderwijs uitgezonderd, in een ambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel of van het ondersteunend personeel en als dusdanig gefinancierd of gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap. Voor de toepassing van deze bepaling worden niet als onderbreking beschouwd : de perioden opgesomd in § 1, 2°, tweede lid.
  3° met ingang van 1 september 1999 hebben de in § 1, 2° bedoelde personeelsleden recht op de overgangsmaatregelen die hen toegekend waren op 1 september 1990, indien ze sindsdien ononderbroken in dienst zijn gebleven in het onderwijs, het universitair en academisch onderwijs uitgezonderd, in een ambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel of van het ondersteunend personeel en als dusdanig gefinancierd of gesubsidieerd zijn door de Vlaamse Gemeenschap.
  Voor de toepassing van deze bepaling worden niet als onderbreking beschouwd : de vakantieperioden, de loopbaanonderbreking, de militaire dienst, de perioden van wederoproeping, de ziekte- of bevallingsverloven, de borstvoedingsverloven, de verloven van korte duur met behoud van wedde(ntoelage) ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard, alsook de verloven zonder behoud van wedde(ntoelage) voor een maximum duur van zes werkdagen per schooljaar, alsmede een onderbreking van een doorlopende periode van maximum twee kalenderjaren.
  4° de in 2° en 3° bedoelde personeelsleden behouden deze overgangsmaatregelen zolang ze ononderbroken in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd, in een ambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel of van het ondersteunend personeel en als dusdanig gefinancierd of gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap. Voor de toepassing van deze bepaling worden niet als onderbreking beschouwd : de perioden opgesomd in 3°, tweede lid. ".
Art. 13. A l'article 16ter du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 19 dĂ©cembre 1991 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 4 novembre 1997, il est ajoutĂ© un § 4, rĂ©digĂ© comme suit :
  " § 4. Les dispositions transitoires sont accordées au 1er septembre 1990, en tenant compte de ce qui suit :
  1° les membres du personnel visés au § 1er, 1° gardent ces mesures transitoires tant qu'ils restent en service dans l'enseignement, sauf l'enseignement universitaire et académique;
  2° les membres du personnel visés au § 1er, 2° gardent ces mesures transitoires tant qu'ils restent, sans interruption, en service dans l'enseignement, sauf l'enseignement universitaire et académique, dans une fonction du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation ou du personnel d'appui et qu'ils sont financés ou subventionnés en cette qualité par la Communauté flamande. Pour l'application de la disposition précitée, on ne considÚre pas comme des interruption de service : les périodes énumérées au § 1er, 2°, deuxiÚme alinéa.
  3° à partir du 1er septembre 1999, les membres du personnel visés au § 1er, 2° ont droit aux mesures transitoires qui leurs étaient accordées au 1er septembre 1990, si, depuis cette date, ils sont restés, sans interruption, en service dans l'enseignement, sauf l'enseignement universitaire et académique, dans une fonction du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation ou du personnel d'appui et sils sont financés ou subventionnés en cette qualité par la Communauté flamande.
  Pour l'application de la disposition précitée, on ne considÚre pas comme des interruptions de service : les périodes de vacances scolaires, les interruptions de carriÚre, le service militaire, les périodes de rappels sous les armes, les congés de maladie ou de maternité, les congés d'allaitement, les congés de courte durée avec maintien du traitement ou de la subvention-traitement à l'occasion de certains événements d'ordre familial ou social, ainsi que les congés sans maintien du traitement ou de la subvention-traitement ne dépassant pas six jours ouvrables au maximum par année scolaire, ainsi qu'une interruption d'une période continue de deux années civiles au maximum;
  4° les membres du personnel visés au 2° et 3° gardent ces mesures transitoires tant qu'ils restent, sans interruption, en service dans l'enseignement, sauf l'enseignement académique, dans une fonction du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation ou du personnel d'appui et qu'ils sont financés ou subventionnés en cette qualité par la Communauté flamande. Pour l'application de la disposition précitée, on ne considÚre pas comme des interruptions de service : les périodes énumérées au 3°, deuxiÚme alinéa. ".
Art. 14. Aan artikel 16sexies van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse regering van 9 juli 1996 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 4 november 1997, wordt een § 5 toegevoegd, die luidt als volgt :
  " § 5. De overgangsmaatregelen worden toegekend op 1 september 1996, rekening houdend met het volgende :
  1° de personeelsleden, genoemd in § 1, 1°, behouden deze overgangsmaatregelen zolang ze in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd;
  2° de personeelsleden, genoemd in § 1, 2°, behouden deze overgangsmaatregelen zolang ze ononderbroken in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd, in een ambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel of van het ondersteunend personeel en als dusdanig gefinancierd of gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap. Voor de toepassing van deze bepaling wordt niet als onderbreking beschouwd : de perioden opgesomd in § 1, 2°, tweede lid;
  3° met ingang van 1 september 1999 hebben de personeelsleden, genoemd in § 1, 2°, recht op de overgangsmaatregelen die hen toegekend werden op 1 september 1996, indien ze sindsdien ononderbroken in dienst zijn gebleven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd, in een ambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel of van het ondersteunend personeel en als dusdanig gefinancierd of gesubsidieerd zijn door de Vlaamse Gemeenschap.
  Voor de toepassing van deze bepaling wordt niet als een onderbreking beschouwd : de vakantieperioden, de loopbaanonderbreking, de militaire dienst, de perioden van wederoproeping, de ziekte- of bevallingsverloven, de borstvoedingsverloven, de verloven van korte duur met behoud van wedde(ntoelage) ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard, alsook de verloven zonder behoud van wedde(ntoelage) voor een maximum duur van zes werkdagen per schooljaar, alsmede een onderbreking van een doorlopende periode van maximum twee kalenderjaren.
  4° de personeelsleden genoemd in 2° en 3° behouden deze overgangsmaatregelen zolang ze ononderbroken in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd, in een ambt van het bestuurs- en onderwijzend personeel, van het opvoedend hulppersoneel of van het ondersteunend personeel en als dusdanig gefinancierd of gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap. Voor de toepassing van deze bepaling worden niet als onderbreking beschouwd : de perioden opgesomd in 3°, tweede lid. ".
Art. 14. A l'article 16sexies su mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 9 juillet 1996 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 4 novembre 1997, il est ajoutĂ© un § 5, rĂ©digĂ© comme suit :
  " § 5. Les dispositions transitoires sont accordées au 1er septembre 1996, en tenant compte de ce qui suit :
  1° les membres du personnel visés au § 1er, 1°, gardent ces mesures transitoires tant qu'ils restent en service dans l'enseignement, sauf l'enseignement académique;
  2° les membres du personnel visés au § 1er, 2° gardent ces mesures transitoires tant qu'ils restent, sans interruption, en service dans l'enseignement, sauf l'enseignement académique, dans une fonction du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation ou du personnel d'appui et qu'ils sont financés ou subventionnés en cette qualité par la Communauté flamande. Pour l'application de la disposition précitée, on ne considÚre pas comme des interruptions de service : les périodes énumérées au § 1er, 2°, deuxiÚme alinéa;
  3° à partir du 1er septembre 1999, les membres du personnel visés au § 1er, 2° ont droit aux mesures transitoires qui leurs étaient accordées au 1er septembre 1996, si, depuis cette date, ils sont restés, sans interruption, en service dans l'enseignement, sauf l'enseignement académique, dans une fonction du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation ou du personnel d'appui et s'ils sont financés ou subventionnés en cette qualité par la Communauté flamande.
  Pour l'application de la disposition précitée, on ne considÚre pas comme des interruptions de service : les périodes de vacances scolaires, les interruptions de carriÚre, le service militaire, les périodes de rappels sous les armes, les congés de maladie ou de maternité, les congés d'allaitement, les congés de courte durée avec maintien du traitement ou de la subvention-traitement à l'occasion de certains événements d'ordre familial ou social, ainsi que les congés sans maintien du traitement ou de la subvention-traitement ne dépassant pas six jours ouvrables au maximum par année scolaire, ainsi qu'une interruption d'une période continue de deux années civiles au maximum.
  4° les membres du personnel visés au 2° et 3° gardent ces mesures transitoires tant qu'ils restent, sans interruption, en service dans l'enseignement, sauf l'enseignement académique, dans une fonction du personnel directeur et enseignant, du personnel auxiliaire d'éducation ou du personnel d'appui et qu'ils sont financés ou subventionnés en cette qualité par la Communauté flamande. Pour l'application de la disposition précitée, on ne considÚre pas comme des interruptions de service : les périodes énumérées au 3°, deuxiÚme alinéa. ".
Art. 15. In hetzelfde besluit wordt een artikel 16septies ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " Art. 16septies. § 1. Overgangsbepalingen worden toegekend aan :
  1° de personeelsleden die op 30 juni 1998 op grond van de op deze datum geldende reglementering vastbenoemd waren in een ambt van het opvoedend hulppersoneel;
  2° de personeelsleden die op 30 juni 1998 tijdelijk aangesteld waren of tijdelijk belast waren met een opdracht in een vacante betrekking van het opvoedend hulppersoneel;
  3° de personeelsleden die op 30 juni 1998 tijdelijk aangesteld waren in een niet-vacante betrekking van het opvoedend hulppersoneel en die sinds 1 september 1996 tot en met 31 augustus 1998 ononderbroken in dienst waren in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd;
  4° de personeelsleden die op 30 juni 1998 tijdelijk belast waren met een opdracht in een niet-vacante betrekking van een selectie- of bevorderingsambt van het opvoedend hulppersoneel en die sinds 1 september 1996 tot en met 31 augustus 1998 ononderbroken in dienst waren in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd.
  Voor de toepassing van voormelde bepaling worden niet als onderbreking beschouwd : de vakantieperioden, de loopbaanonderbreking, de militaire dienst, de perioden van wederoproeping, de ziekte- of bevallingsverloven, de borstvoedingsverloven, de verloven van korte duur met behoud van wedde(ntoelage) ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard, alsook de verloven zonder behoud van wedde(ntoelage) voor een maximum duur van ten hoogste 30 kalenderdagen per schooljaar. Voornoemde onderbrekingen kunnen aanvangen of lopen op 1 september 1996.
  § 2. De overgangsmaatregelen gelden voor de ambten van het ondersteunend personeel.
  § 3. De in § 1 genoemde personeelsleden :
  1° die op basis van de reglementering van kracht vóór 1 september 1998 organiek of via overgangsmaatregelen in het bezit waren van een vereist bekwaamheidsbewijs voor een ambt van het opvoedend hulppersoneel en geen vereist bekwaamheidsbewijs meer hebben voor een ambt van het ondersteunend personeel worden geacht in het bezit te zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs;
  2° die op basis van de reglementering van kracht vóór 1 september 1998 organiek of via overgangsmaatregelen in het bezit waren van een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs voor een ambt van het opvoedend hulppersoneel en geen vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs hebben voor een ambt van het ondersteunend personeel worden geacht in het bezit te zijn van een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs.
  § 4. De overgangsbepalingen worden toegekend op 1 september 1998, rekening houdend met het volgende :
  1° De personeelsleden, genoemd in § 1, 1°, behouden deze overgangsmaatregelen zolang ze in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd.
  2° De personeelsleden, genoemd in § 1, 2°, 3°en 4°, behouden deze overgangsmaatregelen zolang zij ononderbroken in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd, en gefinancierd of gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap. Voor de toepassing van deze bepaling worden niet als onderbreking beschouwd : de vakantieperioden, de loopbaanonderbreking, de militaire dienst, de perioden van wederoproeping, de ziekte- of bevallingsverloven, de borstvoedingsverloven, de verloven van korte duur met behoud van wedde(ntoelage) ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard, alsook de verloven zonder behoud van wedde(ntoelage) voor een maximum duur van zes werkdagen per schooljaar, alsmede een onderbreking van een doorlopende periode van maximum twee kalenderjaren. ".
Art. 15. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© un article 16septies, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Art.16septies. § 1er. Des dispositions transitoires sont accordées :
  1° aux membres du personnel qui, le 30 juin 1998, sur la base de la réglementation en vigueur à cette date, étaient nommés à titre définitif dans une fonction du personnel auxiliaire d'éducation;
  2° aux membres du personnel qui, le 30 juin 1998, étaient désignés temporairement ou s'acquittaient temporairement d'une charge dans un emploi vacant du personnel auxiliaire d'éducation;
  3° aux membres du personnel qui, au 30 juin 1998, étaient désignés temporairement à un emploi non vacant du personnel auxiliaire d'éducation et qui étaient, du 1er septembre 1996 au 31 août 1998 inclus, sans interruption en service dans l'enseignement, sauf l'enseignement académique;
  4° aux membres du personnel qui, au 30 juin 1998, s'acquittaient temporairement d'une charge dans un emploi non vacant d'une fonction de sélection ou de promotion du personnel auxiliaire d'éducation et qui étaient, du le 1er septembre 1996 au 31 août 1998 inclus, sans interruption en service dans l'enseignement, sauf l'enseignement académique.
  Pour l'application de la disposition prĂ©citĂ©e, on ne considĂšre pas comme des interruptions de service : les pĂ©riodes de vacances scolaires, les interruptions de carriĂšre, le service militaire, les pĂ©riodes de rappels sous les armes, les congĂ©s de maladie ou de maternitĂ©, les congĂ©s d'allaitement, les congĂ©s de courte durĂ©e avec maintien du traitement ou de la subvention-traitement Ă  l'occasion de certains Ă©vĂ©nements d'ordre familial ou social, ainsi que les congĂ©s sans maintien du traitement ou de la subvention-traitement ne dĂ©passant pas trente jours civils au maximum par annĂ©e scolaire. Les interruptions prĂ©citĂ©es peuvent commencer ou ĂȘtre en cours au 1er septembre 1996.
  § 2. Les mesures transitoires s'appliquent aux fonctions du personnel d'appui.
  § 3. Les membres du personnel visés au § 1er :
  1° qui, sur la base de la rĂ©glementation en vigueur avant le 1er septembre 1998, par mesure organique ou transitoire, Ă©taient porteurs d'un titre requis pour une fonction du personnel auxiliaire d'Ă©ducation et ne sont plus porteurs d'un titre requis pour une fonction du personnel d'appui, sont censĂ©s ĂȘtre porteurs d'un titre requis;
  2° qui, sur la base de la rĂ©glementation en vigueur avant le 1er septembre 1998, par mesure organique ou transitoire, Ă©taient porteurs d'un titre jugĂ© suffisant pour une fonction du personnel auxiliaire d'Ă©ducation et ne sont pas porteurs d'un titre requis ou jugĂ© suffisant pour une fonction du personnel d'appui, sont censĂ©s ĂȘtre porteurs d'un titre jugĂ© suffisant.
  § 4. Les dispositions transitoires sont accordées au 1er septembre 1998, en tenant compte de ce qui suit :
  1° Les membres du personnel visés au § 1er, 1°, gardent ces mesures transitoires tant qu'ils restent en service dans l'enseignement, sauf l'enseignement académique.
  2° Les membres du personnel visés au § 1er, 2°, 3° et 4° gardent ces mesures transitoires tant qu'ils restent, sans interruption, en service dans l'enseignement, sauf l'enseignement académique et qu'ils sont financés ou subventionnés par la Communauté flamande. Pour l'application de la disposition précitée, on ne considÚre pas comme des interruptions de service : les périodes de vacances scolaires, les interruptions de carriÚre, le service militaire, les périodes de rappels sous les armes, les congés de maladie ou de maternité, les congés d'allaitement, les congés de courte durée avec maintien du traitement ou de la subvention-traitement à l'occasion de certains événements d'ordre familial ou social, ainsi que les congés sans maintien du traitement ou de la subvention-traitement ne dépassant pas six jours ouvrables au maximum par année scolaire, ainsi qu'une interruption d'une période continue de deux années civiles au maximum. ".
Art. 16. In hetzelfde besluit wordt een artikel 16octies ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " Art. 16octies. § 1. Overgangsbepalingen worden toegekend aan :
  1° de personeelsleden die op 30 juni 1998 op grond van de op deze datum geldende reglementering vastbenoemd waren in een ambt van het administratief personeel;
  2° de personeelsleden die op 30 juni 1998 tijdelijk aangesteld waren of tijdelijk belast waren met een opdracht in een vacante betrekking van het administratief personeel;
  3° de personeelsleden die op 30 juni 1998 tijdelijk aangesteld waren in een niet-vacante betrekking van het administratief personeel en die sinds 1 september 1996 tot en met 31 augustus 1998 ononderbroken in dienst waren in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd.
  Voor de toepassing van voormelde bepaling worden niet als een onderbreking beschouwd : de vakantieperioden, de loopbaanonderbreking, de militaire dienst, de perioden van wederoproeping, de ziekte- of bevallingsverloven, de borstvoedingsverloven, de verloven van korte duur met behoud van wedde(ntoelage) ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard, alsook de verloven zonder behoud van wedde(ntoelage) voor een maximum duur van ten hoogste 30 kalenderdagen per schooljaar. Voornoemde onderbrekingen kunnen aanvangen of lopen op 1 september 1996.
  § 2. De overgangsmaatregelen gelden voor de ambten van het ondersteunend personeel.
  § 3. De in § 1 genoemde personeelsleden die op basis van de reglementering van kracht vóór 1 september 1998 organiek of via overgangsmaatregelen in het bezit waren van een bekwaamheidsbewijs vereist voor een ambt van het administratief personeel en geen vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs hebben voor een ambt van het ondersteunend personeel : zij worden geacht in het bezit te zijn van een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs.
  § 4. De overgangsbepalingen worden toegekend op 1 september 1998, rekening houdend met het volgende :
  1° De personeelsleden, genoemd in § 1, 1°, behouden deze overgangsmaatregelen zolang ze in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd;
  2° De personeelsleden, genoemd in § 1, 2° en 3°, behouden deze overgangsmaatregelen zolang zij ononderbroken in dienst blijven in het onderwijs, het academisch onderwijs uitgezonderd, en gefinancierd of gesubsidieerd worden door de Vlaamse Gemeenschap. Voor de toepassing van deze bepaling worden niet als onderbreking beschouwd : de vakantieperioden, de loopbaanonderbreking, de militaire dienst, de perioden van wederoproeping, de ziekte- of bevallingsverloven, de borstvoedingsverloven, de verloven van korte duur met behoud van wedde(ntoelage) ter gelegenheid van sommige gebeurtenissen van familiale of sociale aard, alsook de verloven zonder behoud van wedde(ntoelage) voor een maximum duur van zes werkdagen per schooljaar, alsmede een onderbreking van een doorlopende periode van maximum twee kalenderjaren. ".
Art. 16. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© un article 16octies, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Art. 16octies. § 1er. Des dispositions transitoires sont accordées :
  1° aux membres du personnel qui, le 30 juin 1998 sur la base de la réglementation en vigueur à cette date, étaient nommés à titre définitif dans une fonction du personnel administratif;
  2° aux membres du personnel qui, le 30 juin 1998, étaient désignés temporairement ou s'acquittaient temporairement d'une charge dans un emploi vacant du personnel administratif;
  3° aux membres du personnel qui, au 30 juin 1998, étaient désignés temporairement à un emploi non vacant du personnel administratif et qui étaient, sans interruption, en service entre le 1er septembre 1996 et le 31 août 1998 inclus dans l'enseignement, sauf l'enseignement académique.
  Pour l'application de la disposition prĂ©citĂ©e, on ne considĂšre pas comme des interruptions de service : les pĂ©riodes de vacances scolaires, les interruptions de carriĂšre, le service militaire, les pĂ©riodes de rappels sous les armes, les congĂ©s de maladie ou de maternitĂ©, les congĂ©s d'allaitement, les congĂ©s de courte durĂ©e avec maintien du traitement ou de la subvention-traitement Ă  l'occasion de certains Ă©vĂ©nements d'ordre familial ou social, ainsi que les congĂ©s sans maintien du traitement ou de la subvention-traitement ne dĂ©passant pas trente jours civils au maximum par annĂ©e scolaire. Les interruptions prĂ©citĂ©es peuvent commencer ou ĂȘtre en cours au 1er septembre 1996.
  § 2. Les mesures transitoires s'appliquent aux fonctions du personnel d'appui.
  § 3. Les membres du personnel visĂ©s au § 1er qui, sur la base de la rĂ©glementation en vigueur avant le 1er septembre 1998, par mesure organique ou transitoire, Ă©taient porteurs d'un titre requis pour une fonction du personnel administratif et ne sont pas porteurs d'un titre requis ou jugĂ© suffisant pour la fonction du personnel d'appui, sont censĂ©s ĂȘtre porteurs d'un titre jugĂ© suffisant.
  § 4. Les dispositions transitoires sont accordées au 1er septembre 1998, en tenant compte de ce qui suit :
  1° Les membres du personnel visés au § 1er, 1° gardent ces mesures transitoires tant qu'ils restent en service dans l'enseignement, sauf l'enseignement académique;
  2° Les membres du personnel visés au § 1er, 2° et 3° gardent ces mesures transitoires tant qu'ils restent, sans interruption, en service dans l'enseignement, sauf l'enseignement académique, et qu'ils sont financés ou subventionnés par la Communauté flamande. Pour l'application de la disposition précitée, on ne considÚre pas comme des interruptions de service : les périodes de vacances scolaires, les interruptions de carriÚre, le service militaire, les périodes de rappels sous les armes, les congés de maladie ou de maternité, les congés d'allaitement, les congés de courte durée avec maintien du traitement ou de la subvention-traitement à l'occasion de certains événements d'ordre familial ou social, ainsi que les congés sans maintien du traitement ou de la subvention-traitement ne dépassant pas six jours ouvrables au maximum par année scolaire, ainsi qu'une interruption d'une période continue de deux années civiles au maximum. ".
Art. 17. Artikel 17quater van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse regering van 26 september 1990 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 19 december 1991, wordt vervangen door wat volgt :
  " Art. 17quater. § 1. De personeelsleden die niet in het bezit zijn van één van de vereiste bekwaamheidsbewijzen die in de bijlagen gevoegd bij dit besluit bepaald zijn voor het ambt van werkplaatsleider/technisch adviseur-coördinator, doch die uiterlijk op 1 juni 1986 het bevorderingsbrevet voor dit ambt behaald hebben, worden geacht in het bezit te zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs voor het ambt van werkplaatsleider en van technisch adviseur-coördinator met als weddenschaal 311.
  § 2. De personeelsleden die niet in het bezit zijn van één van de vereiste bekwaamheidsbewijzen die in de bijlagen gevoegd bij dit besluit bepaald zijn voor het ambt van werkplaatsleider/technisch adviseur-coördinator, doch die het ambt van werkmeester uitoefenen en uiterlijk op 1 juni 1991 in dit ambt hetzij vastbenoemd en als dusdanig erkend zijn, daar waar de erkenning bestaat, hetzij gelijkgesteld zijn met de vastbenoemde of definitief erkende personeelsleden, worden eveneens geacht in het bezit te zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs voor het ambt van werkplaatsleider en van technisch adviseur-coördinator met weddenschaal 311. ".
Art. 17. L'article 17quater du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 26 septembre 1990 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 19 dĂ©cembre 1991, est remplacĂ© par ce qui suit :
  " Art. 17quater. § 1er. Les membres du personnel qui ne sont pas porteurs d'un des titres requis fixĂ©s dans les annexes au prĂ©sent arrĂȘtĂ© pour la fonction de chef de travaux d'atelier/conseiller technique-coordinateur, mais qui ont obtenu le 1er juin 1986 au plus tard le brevet de promotion pour cette fonction, sont censĂ©s ĂȘtre porteurs d'un titre requis pour la fonction de chef de travaux d'atelier et de conseiller technique-coordinateur avec Ă©chelle de traitement 311.
  § 2. Les membres du personnel qui ne sont pas porteurs d'un des titres requis fixĂ©s dans les annexes au prĂ©sent arrĂȘtĂ© pour la fonction de chef de travaux d'atelier/conseiller technique-coordinateur, mais qui exercent la fonction de chef d'atelier et qui sont au 1er juin 1991 au plus tard soit nommĂ©s Ă  titre dĂ©finitif dans cette fonction et agréés comme tels, lĂ  oĂč l'agrĂ©ation existe, soit assimilĂ©s aux membres du personnel nommĂ©s Ă  titre dĂ©finitif ou agréés Ă  titre dĂ©finitif, sont Ă©galement censĂ©s ĂȘtre porteurs d'un titre requis pour la fonction de chef de travaux d'atelier et de conseiller technique-coordinateur avec Ă©chelle de traitement 311. ".
Art. 18. In hetzelfde besluit wordt een artikel 17nonies ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " Art. 17nonies. § 1. De personeelsleden, genoemd in artikel 16septies en 16octies, blijven in de ambten van het ondersteunend personeel de weddenschaal genieten die hen op grond van de vóór 1 september 1998 geldende reglementering verleend mocht worden in de ambten van het opvoedend hulppersoneel of van het administratief personeel, tenzij het bekwaamheidsbewijs waarover zij beschikken recht geeft op een hogere weddenschaal.
  § 2. De personeelsleden, genoemd in artikel 16septies, § 1, die op basis van de reglementering van kracht vóór 1 september 1998 :
  1° organiek of via overgangsmaatregelen in het bezit waren van een vereist bekwaamheidsbewijs voor een ambt van het opvoedend hulppersoneel en die bij toepassing van dit besluit in het bezit zijn van een vereist bekwaamheidsbewijs voor een ambt van het ondersteunend personeel;
  2° organiek of via overgangsmaatregelen in het bezit waren van een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs voor een ambt van het opvoedend hulppersoneel en die bij toepassing van dit besluit in het bezit zijn van een voldoend geacht bekwaamheidsbewijs voor een ambt van het ondersteunend personeel,
  blijven eveneens de weddenschaal genieten die hen op grond van de vóór deze datum geldende reglementering toegekend werd, tenzij het bekwaamheidsbewijs waarover zij beschikken recht geeft op een hogere weddenschaal. ".
  § 3. De personeelsleden genoemd in artikel 16 octies § 1, die op basis van de reglementering van kracht vóór 1 september 1998 in het bezit waren van een bekwaamheidsbewijs vereist voor een ambt van het administratief personeel en een vereist of voldoend geacht bekwaamheidsbewijs hebben voor een ambt van het ondersteunend personeel, blijven eveneens de weddenschaal genieten die hen op grond van de vóór deze datum geldende reglementering toegekend werd, tenzij het bekwaamheidsbewijs waarover zij beschikken recht geeft op een hogere weddenschaal.
Art. 18. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© un article 17nonies, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Art.17nonies. § 1er. Les membres du personnel visĂ©s aux articles 16septies et 16octies, continuent Ă  bĂ©nĂ©ficier dans les fonctions du personnel d'appui de l'Ă©chelle de traitement qui pouvait leur ĂȘtre octroyĂ©e sur la base de la rĂ©glementation en vigueur avant le 1er septembre 1998 dans les fonctions du personnel auxiliaire d'Ă©ducation ou du personnel administratif, sauf si le titre dont ils disposent donne droit Ă  une Ă©chelle de traitement plus Ă©levĂ©e.
  § 2. Les membres du personnel visés à l'article 16septies, § 1er, qui, sur la base de la réglementation en vigueur avant le 1er septembre 1998 :
  1° par mesure organique ou transitoire, Ă©taient porteurs d'un titre requis pour une fonction du personnel auxiliaire d'Ă©ducation et qui, par application du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, sont porteurs d'un titre requis pour une fonction du personnel d'appui;
  2° par mesure organique ou transitoire, Ă©taient porteurs d'un titre jugĂ© suffisant pour une fonction du personnel auxiliaire d'Ă©ducation et qui, par application du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, sont porteurs d'un titre jugĂ© suffisant pour une fonction du personnel d'appui, continuent Ă©galement Ă  bĂ©nĂ©ficier de l'Ă©chelle de traitement qui leur Ă©tait accordĂ©e sur la base de la rĂ©glementation en vigueur avant cette date, sauf si le titre dont ils disposent donne droit Ă  une Ă©chelle de traitement plus Ă©levĂ©e. ".
  § 3. Les membres du personnel visés à l'article 16octies, § 1er, qui, sur la base de la réglementation en vigueur avant le 1er septembre 1998, étaient porteurs d'un titre requis pour une fonction du personnel administratif et qui sont porteurs d'un titre requis ou jugé suffisant pour une fonction du personnel d'appui, continuent également à bénéficier de l'échelle de traitement qui leur était octroyée sur la base de la réglementation en vigueur avant cette date, sauf si le titre dont ils disposent donne droit à une échelle de traitement plus élevée.
Art. 19. Artikel 20 van hetzelfde besluit wordt geschrapt.
Art. 19. L'article 20 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est supprimĂ©.
Art. 20. In hetzelfde besluit wordt een artikel 21bis ingevoegd, dat luidt als volgt :
  " Art. 21bis. § 1. In de bijlagen I tot en met VIII bij dit besluit wordt in de kolom " code dd. " bedoeld met :
  1° 1 : vanaf 1 september 1989;
  2° 2 : vanaf 1 september 1989, met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode van 1 september 1989 tot en met 31 augustus 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
  3° 3 : vanaf 1 september 1989 tot en met 31 augustus 1992;
  4° 4 : vanaf 1 september 1990;
  5° 5 : vanaf 1 september 1989, met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode van 1 september 1989 tot en met 31 december 1994 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
  6° 6 : vanaf 1 januari 1994;
  7° 7 : vanaf 1 september 1989 tot en met 31 december 1994;
  8° 8 : vanaf 1 september 1996, met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode van 1 september 1996 tot en met 19 april 1998 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot de bezoldiging en de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
  9° 9 : vanaf 1 januari 1995;
  10° 10 : vanaf 1 september 1989, met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode van 1 september 1989 tot en met 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
  11° 11 : vanaf 1 september 1997;
  12° 12 : vanaf 1 september 1996, met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode van 1 september 1996 tot en met 31 augustus 1997 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling;
  13° 13 : vanaf 1 september 1999;
  14° 14 : vanaf 1 september 1998;
  15° 15 : vanaf 1 september 1998 met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode van 1 september 1998 tot en met 31 augustus 1999 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling.
  § 2. De onderstreepte bepalingen van de bijlagen I tot en met VIII hebben uitwerking met ingang van 1 september 1989, met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode 1 september 1989 tot en met 31 december 1991 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling. ".
Art. 20. Dans le mĂȘme arrĂȘtĂ©, il est insĂ©rĂ© un article 21bis, rĂ©digĂ© comme suit :
  " Art. 21bis. § 1er. Dans les annexes Ire Ă  VIII incluse au prĂ©sent arrĂȘtĂ©, la colonne " code d.d. "se rĂ©fĂšre aux dates suivantes :
  1° 1 : à partir du 1er septembre 1989;
  2° 2 : à partir du 1er septembre 1989, avec la restriction toutefois que pendant la période du 1er septembre 1989 au 31 août 1991 inclus, il n'y aura aucune suite pour les membres du personnel et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et le réemploi;
  3° 3 : à partir du 1er septembre 1989 au 31 août 1992 inclus;
  4° 4 : à partir du 1er septembre 1990;
  5° 5 : à partir du 1er septembre 1989, avec la restriction toutefois que pendant la période du 1er septembre 1989 au 31 août 1994 inclus, il n'y aura aucune suite pour les membres du personnel et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et le réemploi;
  6° 6 : à partir du 1er janvier 1994;
  7° 7 : à partir du 1er septembre 1989 au 31 décembre 1994 inclus;
  8° 8 : à partir du 1er septembre 1996, avec la restriction toutefois que pendant la période du 1er septembre 1996 au 19 avril 1998 inclus, il n'y aura aucune suite pour les membres du personnel et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et le réemploi;
  9° 9 : à partir du 1er janvier 1995;
  10° 10 : à partir du 1er septembre 1989, avec la restriction toutefois que pendant la période du 1er septembre 1989 au 31 août 1997 inclus, il n'y aura aucune suite pour les membres du personnel et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et le réemploi;
  11° 11 : à partir du 1er septembre 1997;
  12° 12 : à partir du 1er septembre 1996, avec la restriction toutefois que pendant la période du 1er septembre 1996 au 31 août 1997 inclus, il n'y aura aucune suite pour les membres du personnel et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et le réemploi;
  13° 13 : à partir du 1er septembre 1999;
  14° 14 : à partir du 1er septembre 1998.
  15° 15 : à partir du 1er septembre 1998, avec la restriction toutefois que pendant la période du 1er septembre 1998 au 31 août 1999 inclus, il n'y aura aucune suite pour les membres du personnel et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et le réemploi;
  § 2. Les dispositions soulignées des annexes Ire à VIII incluse produisent leurs effets à partir du 1er septembre 1989, avec la restriction toutefois que pendant la période du 1er septembre 1989 au 31 décembre 1991 inclus, il n'y aura aucune suite pour les membres du personnel et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et le réemploi. ".
Art. 21. De bijlagen I tot en met VIII, gevoegd bij hetzelfde besluit, worden vervangen door de bijlagen I tot en met VIII, gevoegd bij dit besluit.
Art. 21. Les annexes Ire Ă  VIII incluse au mĂȘme arrĂȘtĂ© sont remplacĂ©s par les annexes Ire Ă  VIII incluse au prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Art. 22. § 1. De bepalingen van dit besluit hebben uitwerking met ingang van :
  1° 1 september 1989 : artikel 5, 8° en 7, 1°;
  2° 1 september 1989 met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode van 1 september 1989 tot en met 31 augustus 1999 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling : artikel 7, 2°;
  3° 1 september 1990 met de beperking evenwel dat hieruit tijdens de periode van 1 september 1990 tot en met 31 augustus 1999 geen gevolgen kunnen voortvloeien voor de personeelsleden en de inrichtende machten met betrekking tot bezoldiging en terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, reaffectatie en wedertewerkstelling : artikel 4;
  4° 1 september 1997 : artikel 2, 1°, 3, 5, 1°, 2°, 4° tot en met 7°;
  5° 1 januari 1998 : artikel 11, 1° en 2°;
  6° 1 september 1998 : artikel 1, 5, 3°, 9, 15, 16, 17 en 18;
  § 2. Artikel 2, 2°, 6, 8, 10, 11, 3°, 12, 13, 14, 19 en 20 treden in werking op 1 september 1999.
Art. 22. § 1er. Les dispositions du prĂ©sent arrĂȘtĂ© produisent leurs effets au :
  1° 1er septembre 1989 : les articles 5, 8°, et 7, 1°;
  2° 1er septembre 1989, avec la restriction toutefois que pendant la période du 1er septembre 1989 au 31 août 1999 inclus, il n'y aura aucune suite pour les membres du personnel et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et le réemploi : article 7, 2°;
  3° 1er septembre 1990, avec la restriction toutefois que pendant la période du 1er septembre 1990 au 31 août 1999 inclus, il n'y aura aucune suite pour les membres du personnel et les pouvoirs organisateurs en ce qui concerne la rémunération et la mise en disponibilité par défaut d'emploi, la réaffectation et le réemploi : article 4;
  4° 1er septembre 1997 : les articles 2, 1°, 3, 5, 1°, 2°, 4° au 7° inclus;
  5° 1er janvier 1998 : l'article 11, 1° et 2°;
  6° 1er septembre 1998 : les articles 1er, 5, 3°, 9, 15, 16, 17 et 18.
  § 2. Les articles 2, 2°, 6, 8, 10, 11, 3°, 12, 13, 14, 19 et 20 entrent en vigueur le 1er septembre 1999.
Art. 23. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Brussel, 31 augustus 1999.
  De minister-president van de Vlaamse regering,
  P. DEWAEL
  De Vlaamse minister van Onderwijs en Vorming,
  Mevr. M. VANDERPOORTEN
Art. 23. Le Ministre flamand ayant l'enseignement dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
  Bruxelles, le 31 août 1999.
  Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
  P. DEWAEL
  Le Ministre flamand de l'Enseignement et de la Formation,
  Mme M. VANDERPOORTEN
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage I. Bekwaamheidsbewijzen en weddeschalen voor de wervingsambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel
  (Tabel niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 23-03-2000, p. 3 - 74).
Art. N1. Annexe I. (Pour le tableau, voir version néerlandaise).
Art. N2. Bijlage II. - Bekwaamheidsbewijzen en weddenschalen voor de wervingsambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel
  (Tabel niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 23-03-2000, p. 75 - 292).
Art. N2. Annexe II. (Pour le tableau, voir version néerlandaise).
Art. N3. Bijlage III. - Bekwaamheidsbewijzen en weddeschalen voor de wervingsambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel
  (Tabel niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 23-03-2000, p. 293 - 516).
Art. N3. Annexe III.
  (Pour le tableau, voir version néerlandaise).
Art. N4. Bijlage IV. - Bekwaamheidsbewijzen en weddeschalen voor de wervingsambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel
  (Tabel niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 23-03-2000, p. 517 - 548).
Art. N4. Annexe IV. (Pour le tableau, voir version néerlandaise).
Art. N5. Bijlage V. Bekwaamheidsbewijzen en weddeschalen voor de wervingsambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel
  (Tabel niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 23-03-2000, p. 549 - 644).
Art. N5. Annexe V. (Pour le tableau, voir version néerlandaise).
Art. N6. Bijlage VI. - Bekwaamheidsbewijzen en weddeschalen voor de wervingsambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel
  (Tabel niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 23-03-2000, p. 645).
Art. N6. Annexe VI. (Pour le tableau, voir version néerlandaise).
Art. N7. Bijlage VII. - Bekwaamheidsbewijzen en weddeschalen voor de selectie- en bevorderingsambten van het bestuurs- en onderwijzend personeel
  (Tabel niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 23-03-2000, p. 665 - 668).
Art. N7. Annexe VII.
  (Pour le tableau, voir version néerlandaise).
Art. N8. Bijlage VIII. - Bekwaamheidsbewijzen en weddeschalen voor de wervings-, selectie- en bevorderingsambten van het opvoedend hulppersoneel en het ondersteunend personeel
  (Tabel niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 23-03-2000, p. 669 - 672)
Art. N8. Annexe VIII.
  (Pour le tableau, voir version néerlandaise).