Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
31 AUGUSTUS 2000. - Besluit van de Waalse Regering betreffende de voortgezette vorming en de beroepsomscholing in de permanente vorming voor de middenstand en de kleine en middelgrote ondernemingen (VERTALING).
Titre
31 AOUT 2000. - Arrêté du Gouvernement wallon relatif à la formation prolongée et à la reconversion professionnelle dans la formation permanente pour les classes moyennes et les petites et moyennes entreprises.
Documentinformatie
Info du document
Tekst (15)
Texte (15)
Artikel 1. Dit besluit regelt de organisatie van de voortgezette vorming en de beroepsomscholing overeenkomstig artikelen 12 en 13 van het samenwerkingsakkoord betreffende de permanente vorming van de middenstand en de kleine en middelgrote ondernemingen en het toezicht op het " Institut de Formation permanente pour les classes moyennes et les petites et moyennes entreprises ", gesloten op 20 februari 1995, goedgekeurd bij het decreet van de Waalse Gewestraad van 4 mei 1995.
Article 1. Le présent arrêté règle l'organisation de la formation prolongée et de la reconversion en application des articles 12 et 13 de l'accord de coopération relatif à la formation permanente pour les classes moyennes et les petites et moyennes entreprises et à la tutelle de l'Institut de Formation permanente pour les classes moyennes et les petites et moyennes entreprises, conclu le 20 février 1995, approuvé par décret du Conseil régional wallon du 4 mai 1995.
Art. 2. Een erkenningsaanvraag voorafgaand aan de organisatie van een vervolmakingswerkzaamheid, van een bijscholingscursus of van een omscholingsactiviteit moet uiterlijk vijftien dagen voor de werkzaamheid door het " Centre de formation permanente pour les classes moyennes et les petites entreprises " (Centrum voor permanente vorming voor de middenstand en de kleine en middelgrote ondernemingen), hierna " het Centrum " genoemd, ingediend worden bij het " Institut de Formation permanente pour les classes moyennes et les petites et moyennes entreprises ", hierna het " Instituut " genoemd.
Art. 2. Le Centre de formation permanente pour les classes moyennes et les petites et moyennes entreprises, ci-après dénommé " le Centre ", introduit, auprès de l'Institut de Formation permanente pour les classes moyennes et les petites et moyennes entreprises, ci-après dénommé " l'Institut ", une demande d'agrément préalable à l'organisation d'une activité de perfectionnement, d'un cours de recyclage ou d'une activité de reconversion, au plus tard dans les quinze jours qui précèdent l'activité.
Art. 3. De erkenningsaanvraag moet voldoen aan de door het Instituut vastgestelde voorwaarden en modaliteiten.
Art. 3. La demande d'agrément doit être conforme aux conditions et modalités fixées par l'Institut.
Art. 4. § 1. Om te kunnen worden erkend, dienen de in artikel 10 van bovenvermeld samenwerkingsakkoord bedoelde vervolmakingswerkzaamheden tegelijkertijd aan de volgende voorwaarden te voldoen :
1° de cursussen moeten minstens twee uur en mogen hoogstens drie uur duren;
2° één en dezelfde groep cursisten mag slechts twee cursussen per dag bijwonen;
3° één en dezelfde groep cursisten mag aan hoogstens tien cursuseenheden deelnemen;
4° de cursussen mogen voor tien deelnemers voorzien zijn, behoudens afwijking toegestaan door het Instituut.
§ 2. Om te kunnen worden erkend, dienen de in artikel 11 van bovenvermeld samenwerkingsakkoord bedoelde bijscholingscursussen tegelijkertijd aan de volgende voorwaarden te voldoen :
1° overeenstemmen met een programma dat aan de bijscholingsbehoeften beantwoordt;
2° zich richten tot ten minste acht deelnemers, behoudens afwijking toegestaan door het Instituut;
3° ten minste 24 uur en ten hoogste 72 uur omvatten, behoudens afwijking toegestaan door het Instituut.
1° de cursussen moeten minstens twee uur en mogen hoogstens drie uur duren;
2° één en dezelfde groep cursisten mag slechts twee cursussen per dag bijwonen;
3° één en dezelfde groep cursisten mag aan hoogstens tien cursuseenheden deelnemen;
4° de cursussen mogen voor tien deelnemers voorzien zijn, behoudens afwijking toegestaan door het Instituut.
§ 2. Om te kunnen worden erkend, dienen de in artikel 11 van bovenvermeld samenwerkingsakkoord bedoelde bijscholingscursussen tegelijkertijd aan de volgende voorwaarden te voldoen :
1° overeenstemmen met een programma dat aan de bijscholingsbehoeften beantwoordt;
2° zich richten tot ten minste acht deelnemers, behoudens afwijking toegestaan door het Instituut;
3° ten minste 24 uur en ten hoogste 72 uur omvatten, behoudens afwijking toegestaan door het Instituut.
Art. 4. § 1er. Pour pouvoir être agréées, les activités de perfectionnement, visées à l'article 10 de l'accord de coopération susmentionné, doivent répondre aux conditions cumulatives suivantes :
1° avoir une durée minimale de deux heures et maximale de trois heures par séance;
2° comporter un maximum de deux séances par jour pour un même auditoire;
3° comporter au maximum dix séances pour un même auditoire;
4° s'adresser à dix participants, sauf dérogation accordée par l'Institut.
§ 2. Pour pouvoir être agréés, les cours de recyclage, visés à l'article 11 de l'accord de coopération susmentionné, doivent répondre aux conditions cumulatives suivantes :
1° être conformes à un programme répondant aux impératifs du recyclage;
2° s'adresser à huit participants au moins, sauf dérogation accordée par l'Institut;
3° comporter 24 heures au moins et 72 heures au plus, sauf dérogation accordée par l'Institut.
1° avoir une durée minimale de deux heures et maximale de trois heures par séance;
2° comporter un maximum de deux séances par jour pour un même auditoire;
3° comporter au maximum dix séances pour un même auditoire;
4° s'adresser à dix participants, sauf dérogation accordée par l'Institut.
§ 2. Pour pouvoir être agréés, les cours de recyclage, visés à l'article 11 de l'accord de coopération susmentionné, doivent répondre aux conditions cumulatives suivantes :
1° être conformes à un programme répondant aux impératifs du recyclage;
2° s'adresser à huit participants au moins, sauf dérogation accordée par l'Institut;
3° comporter 24 heures au moins et 72 heures au plus, sauf dérogation accordée par l'Institut.
Art. 5. § 1. De omscholingsactiviteiten richten zich tot :
- hetzij personen die zich genoodzaakt zien hun beroepswerkzaamheid stop te moeten zetten om een door het Instituut als geldig erkende reden;
- hetzij personen die in een situatie van beroepsintegratie of herintegratie verkeren;
- hetzij kleine en middelgrote ondernemingen, met inbegrip van zelfstandigen en natuurlijke personen, geconfronteerd met een proces van technologische of economische veranderingen, om de beroepsvorming en omscholing van de bedrijfsleider, de meewerkende echtgenoot of van hun loontrekkenden te bevorderen.
§ 2. Om te kunnen worden erkend, dienen de in artikel 1, 4°, van bovenvermeld samenwerkingsakkoord bedoelde omscholingswerkzaamheden tegelijkertijd aan de volgende voorwaarden te voldoen :
1° zich richten tot ten minste vier deelnemers, behoudens afwijking toegestaan door het Instituut;
2° ten hoogste 256 uren cursus en praktijkstage omvatten;
3° overeenstemmen met een programma dat aan de omscholingsbehoeften beantwoordt en dat door het Instituut erkend is.
- hetzij personen die zich genoodzaakt zien hun beroepswerkzaamheid stop te moeten zetten om een door het Instituut als geldig erkende reden;
- hetzij personen die in een situatie van beroepsintegratie of herintegratie verkeren;
- hetzij kleine en middelgrote ondernemingen, met inbegrip van zelfstandigen en natuurlijke personen, geconfronteerd met een proces van technologische of economische veranderingen, om de beroepsvorming en omscholing van de bedrijfsleider, de meewerkende echtgenoot of van hun loontrekkenden te bevorderen.
§ 2. Om te kunnen worden erkend, dienen de in artikel 1, 4°, van bovenvermeld samenwerkingsakkoord bedoelde omscholingswerkzaamheden tegelijkertijd aan de volgende voorwaarden te voldoen :
1° zich richten tot ten minste vier deelnemers, behoudens afwijking toegestaan door het Instituut;
2° ten hoogste 256 uren cursus en praktijkstage omvatten;
3° overeenstemmen met een programma dat aan de omscholingsbehoeften beantwoordt en dat door het Instituut erkend is.
Art. 5. § 1er. Les activités de reconversion professionnelle s'adressent :
- soit à des personnes susceptibles de devoir cesser leur activité professionnelle, pour un motif reconnu valable par l'Institut;
- soit à des personnes se trouvant en situation d'insertion ou de réinsertion professionnelle;
- soit à des petites et moyennes entreprises, en ce compris les indépendants en personnes physiques, confrontées à un processus de mutations technologiques ou économiques, pour favoriser la formation et la reconversion professionnelle du chef d'entreprise, du conjoint aidant ou de leurs salariés.
§ 2. Pour pouvoir être agréées, les activités de reconversion professionnelles, visées à l'article 1er, 4°, de l'accord de coopération, doivent répondre aux conditions cumulatives suivantes :
1° s'adresser à quatre participants au moins, sauf dérogation accordée par l'Institut;
2° comprendre au maximum 256 heures de cours et de stage pratique;
3° être conforme à un programme répondant aux impératifs de la reconversion et agréé par l'Institut.
- soit à des personnes susceptibles de devoir cesser leur activité professionnelle, pour un motif reconnu valable par l'Institut;
- soit à des personnes se trouvant en situation d'insertion ou de réinsertion professionnelle;
- soit à des petites et moyennes entreprises, en ce compris les indépendants en personnes physiques, confrontées à un processus de mutations technologiques ou économiques, pour favoriser la formation et la reconversion professionnelle du chef d'entreprise, du conjoint aidant ou de leurs salariés.
§ 2. Pour pouvoir être agréées, les activités de reconversion professionnelles, visées à l'article 1er, 4°, de l'accord de coopération, doivent répondre aux conditions cumulatives suivantes :
1° s'adresser à quatre participants au moins, sauf dérogation accordée par l'Institut;
2° comprendre au maximum 256 heures de cours et de stage pratique;
3° être conforme à un programme répondant aux impératifs de la reconversion et agréé par l'Institut.
Art. 6. De voorwaarden waaraan de vormingswerkers van de voortgezette vorming en van de beroepsomscholing moeten voldoen, worden door het Instituut vastgesteld.
Art. 6. L'Institut fixe les conditions auxquelles doivent répondre les formateurs de la formation prolongée et de la reconversion professionnelle.
Art. 7. § 1. Een toelage wordt door het Instituut toegekend, binnen de perken van de budgettaire kredieten, voor de in artikel 2 bedoelde werkzaamheden en cursussen die het voorwerp zijn van een erkenning.
§ 2. De toelagen worden toegekend voor de vervolmakingscyclussen of de bijscholingscursussen indien de cursussen over hun gehele duur, wat de aanwezigheden betreft, aan het gemiddelde beantwoorden.
§ 2. De toelagen worden toegekend voor de vervolmakingscyclussen of de bijscholingscursussen indien de cursussen over hun gehele duur, wat de aanwezigheden betreft, aan het gemiddelde beantwoorden.
Art. 7. § 1er. Une subvention est accordée par l'Institut, dans les limites des crédits budgétaires pour les activités et cours, visés à l'article 2, ayant fait l'objet d'un agrément.
§ 2. Les subventions sont accordées pour les cycles de perfectionnement ou les cours de recyclage lorsque la moyenne des présences est bien atteinte sur l'ensemble de l'activité.
§ 2. Les subventions sont accordées pour les cycles de perfectionnement ou les cours de recyclage lorsque la moyenne des présences est bien atteinte sur l'ensemble de l'activité.
Art. 8. Het Instituut is belast met de pedagogische coördinatie van de vervolmakingswerkzaamheden, de bijscholingscursussen en de omscholingsactiviteiten.
In de pedagogische coördinatie worden onderzocht :
- de inhoud van de programma's en hun structuur;
- de gekozen pedagogische methoden;
- de materiële omstandigheden waarin de vormingswerkzaamheden verlopen.
In de pedagogische coördinatie worden onderzocht :
- de inhoud van de programma's en hun structuur;
- de gekozen pedagogische methoden;
- de materiële omstandigheden waarin de vormingswerkzaamheden verlopen.
Art. 8. L'Institut est chargé de la coordination pédagogique des activités de perfectionnement, des cours de recyclage et des activités de reconversion.
La coordination pédagogique comprend l'examen :
- du contenu des programmes et de leur structure;
- des méthodes pédagogiques adoptées;
- des conditions matérielles dans lesquelles se déroulent les activités de formation.
La coordination pédagogique comprend l'examen :
- du contenu des programmes et de leur structure;
- des méthodes pédagogiques adoptées;
- des conditions matérielles dans lesquelles se déroulent les activités de formation.
Art. 9. Het Instituut kan vormingsconsulenten aanwerven die zullen zorgen voor de in artikel 7 bedoelde opdrachten.
Art. 9. L'Institut peut engager des conseillers en formations, chargés d'assurer les missions visées à l'article 7.
Art. 10. De voorwaarden voor de aanwerving, de opdrachten en de regels voor de erkenning van de in artikel 9 bedoelde vormingsconsulenten worden door het Instituut vastgesteld.
Art. 10. L'Institut fixe les conditions de recrutement, les missions et les modalités d'agrément des conseillers en formation visés à l'article 9.
Art. 11. Het Instituut organiseert een evaluatie na de afloop van de vervolmakingswerkzaamheden, de bijscholingscursussen en de omscholingsactiviteiten volgens de voorwaarden en modaliteiten die het bepaalt.
Art. 11. L'Institut organise une évaluation au terme des activités de perfectionnement, des cours de recyclage et des activités de reconversion, selon les conditions et modalités qu'il détermine.
Art. 12. Het Centrum bezorgt een door het Instituut geviseerd getuigschrift aan de cursist die geslaagd is voor de in artikel 11 bedoelde evaluatie.
Art. 12. Le Centre remet, à l'auditeur qui a réussi l'évaluation, visée à l'article 11, un certificat de réussite visé par l'Institut.
Art. 13. Bij dit besluit worden de artikelen 1 tot 3 en 5 tot 7 van het besluit van de Executieve van de Franse Gemeenschap van 24 oktober 1991 betreffende de voortgezette vorming, de beroepsomscholing en de aanvullende pedagogische volmaking opgeheven.
Art. 13. Le présent arrêté abroge les articles 1er à 3 et 5 à 7 de l'arrêté de l'Exécutif de la Communauté française du 24 octobre 1991 relatif à la formation prolongée, à la reconversion professionnelle et au perfectionnement pédagogique complémentaire.
Art. 14. Dit besluit treedt in werking op 1 september 2000.
Art. 14. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er septembre 2000.
Art. 15. De Minister van Tewerkstelling en Vorming is belast met de uitvoering van dit besluit.
Namen, 31 augustus 2000.
De Minister-President,
J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE
De Minister van Tewerkstelling en Vorming,
Mevr. M. ARENA
Namen, 31 augustus 2000.
De Minister-President,
J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE
De Minister van Tewerkstelling en Vorming,
Mevr. M. ARENA
Art. 15. La Ministre de l'Emploi et de la Formation est chargée de l'exécution du présent arrêté.
Namur, le 31 août 2000.
Le Ministre-Président,
J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE
La Ministre de l'Emploi et de la Formation,
Mme M. ARENA
Namur, le 31 août 2000.
Le Ministre-Président,
J.-Cl. VAN CAUWENBERGHE
La Ministre de l'Emploi et de la Formation,
Mme M. ARENA