Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
24 FEBRUARI 2000. - Besluit van de Waalse Regering tot toekenning aan de erkende diensten voor gezins- en bejaardenhulp van een aanvullende toelage van 5 BEF per uur gepresteerd in 1999 ten gunste van gebruikers die in dunbevolkte gemeenten wonen (VERTALING).
Titre
24 FEVRIER 2000. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon portant rĂšglement d'une subvention supplĂ©mentaire de 5 francs octroyĂ©e aux services agréés d'aide aux familles et aux personnes ĂągĂ©es par heure prestĂ©e en 1999 au bĂ©nĂ©fice d'usagers habitant des communes Ă  faible densitĂ© de population.
Documentinformatie
Numac: 2000027093
Datum: 2000-02-24
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2000027093
Date: 2000-02-24
Moniteur: Voir
Tekst (8)
Texte (8)
Artikel 1. De diensten voor gezins- en bejaardenhulp krijgen een aanvullende toelage van 5 BEF per uur gepresteerd in 1999 ten gunste van gebruikers die in dunbevolkte gemeenten wonen.
Article 1. Une subvention supplémentaire de 5 francs est octroyée aux services d'aide aux familles et aux personnes ùgées, par heure prestée en 1999 au bénéfice d'usagers habitant des communes à faible densité de population.
Art. 2. De in dit besluit bedoelde diensten voor gezins- en bejaardenhulp zijn de diensten die erkend zijn overeenkomstig het besluit van de Franse Gemeenschapsexecutieve van 16 december 1988 tot regeling van de erkenning van de diensten voor gezins- en bejaardenhulp en van de toekenning van toelagen aan deze diensten, zoals gewijzigd bij het besluit van de Waalse Regering van 25 april 1996.
Art. 2. Les services d'aide aux familles et aux personnes ĂągĂ©es visĂ©s par le prĂ©sent arrĂȘtĂ© sont les services agréés sur base de l'arrĂȘtĂ© de l'ExĂ©cutif de la CommunautĂ© française du 16 dĂ©cembre 1988 rĂ©glant l'agrĂ©ment des services d'aide aux familles et aux personnes ĂągĂ©es et l'octroi des subventions Ă  ces services, tel que modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement wallon du 25 avril 1996.
Art. 3. Dunbevolkte gemeenten zijn gemeenten waarvan de bevolkingsdichtheid niet hoger is dan 120 inwoners per km2.
Art. 3. Les communes à faible densité de population sont les communes dont la population a une densité inférieure ou égale à 120 habitants par kilomÚtre carré.
Art. 4. De bevolkingsdichtheid wordt bepaald op grond van :
  1. de oppervlakte van de gemeenten, zoals meegedeeld door de Centrale Administratie van het kadaster van het Ministerie van Financiën;
  2. de cijfers van de werkelijke bevolking per gemeente op 1 januari 1999, zoals bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad door het Nationaal Instituut voor de Statistiek.
Art. 4. La densité de la population est déterminée grùce :
  1. à la superficie des communes telle que communiquée par l'Administration centrale du Cadastre du MinistÚre des Finances;
  2. aux chiffres de la population de droit par commune à la date du 1er janvier 1999 tels qu'ils sont publiés au Moniteur belge par l'Institut national de Statistique.
Art. 5. De toelagen worden toegekend voor alle in 1999 verleende diensten inzake gezins- en bejaardenhulp waarvan sprake in het in artikel 2 bedoelde besluit van de Franse Gemeenschapsexecutieve van 16 december 1988, met uitzondering van de activiteiten waarvan sprake in de artikelen 14, 15 en 17 van hetzelfde besluit.
Art. 5. Sont prises en considĂ©ration pour l'octroi de la subvention toutes les activitĂ©s des aides familiales et seniors effectuĂ©es en 1999 et visĂ©es Ă  l'arrĂȘtĂ© de l'ExĂ©cutif de la CommunautĂ© française du 16 dĂ©cembre 1988 citĂ© Ă  l'article 2, Ă  l'exception des activitĂ©s visĂ©es aux articles 14, 15 et 17 dudit arrĂȘtĂ©.
Art. 6. Het in aanmerking te nemen aantal uren mag per dienst niet hoger zijn dan de beperkingen vastgesteld in het tweede, het derde en het vierde lid van artikel 9 van het in artikel 2 bedoelde besluit van de Franse Gemeenschapsexecutieve.
Art. 6. Pour chaque service, le nombre d'heures Ă  prendre en considĂ©ration ne peut ĂȘtre supĂ©rieur aux limites fixĂ©es au deuxiĂšme, troisiĂšme et quatriĂšme alinĂ©as de l'article 9 de l'arrĂȘtĂ© de l'ExĂ©cutif de la CommunautĂ© française citĂ© Ă  l'article 2.
Art. 7. De activiteit van gezins- en bejaardenhulp, die gesubsidieerd wordt door het Interdepartementaal begrotingsfonds ter bevordering van de werkgelegenheid bedoeld in hoofdstuk II van het koninklijk besluit nr. 25 van 24 maart 1982 tot opzetting van een programma ter bevordering van de werkgelegenheid in de niet-commerciële sector, komt in aanmerking voor de toekenning van de toelage onder de voorwaarden van dit besluit. De in artikel 6 van dit besluit bedoelde beperking is niet van toepassing op die uren.
Art. 7. L'activitĂ© des aides familiales et seniors subsidiĂ©e par le Fonds budgĂ©taire interdĂ©partemental de Promotion de l'Emploi, visĂ© au chapitre II de l'arrĂȘtĂ© royal n° 25 du 24 mars 1982 crĂ©ant un programme de promotion de l'emploi dans le secteur non-marchand, est prise en considĂ©ration aux conditions du prĂ©sent arrĂȘtĂ© pour l'octroi de la subvention. La limite prĂ©vue Ă  l'article 6 du prĂ©sent arrĂȘtĂ© n'est pas applicable Ă  ces heures.
Art. 8. De Minister van Sociale Aangelegenheden is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Namen, 24 februari 2000.
  De Minister-President,
  E. DI RUPO
  De Minister van Sociale Aangelegenheden en Gezondheid,
  Th. DETIENNE
Art. 8. Le Ministre des Affaires sociales est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
  Namur, le 24 février 2000.
  Le Ministre-Président,
  E. DI RUPO
  Le Ministre des Affaires sociales et de la Santé,
  Th. DETIENNE