Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
4 FEBRUARI 2000. - Wet houdende oprichting van het federaal Agentschap voor de Veiligheid van de voedselketen. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 18-02-2000 en tekstbijwerking tot 21-06-2024)
Titre
4 FEVRIER 2000. - Loi relative à la création de l'Agence fédérale pour la Sécurité de la chaîne alimentaire. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 18-02-2000 et mise à jour au 21-06-2024)
Documentinformatie
Numac: 2000022108
Datum: 2000-02-04
Info du document
Numac: 2000022108
Date: 2000-02-04
Tekst (19)
Texte (19)
Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.
Article 1. La présente loi règle une matière visée à l'article 78 de la Constitution.
Art.2. Er wordt onder de benaming " federaal Agentschap voor de Veiligheid van de voedselketen ", hierna " Agentschap " genoemd, een openbare instelling met rechtspersoonlijkheid opgericht, ingedeeld in categorie A als bedoeld in de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut.
De Koning bepaalt, bij een in de Ministerraad overlegd besluit, de vestigingsplaats, de organisatie en de werking van het Agentschap, voorzover zulks niet geregeld werd in de wet van 16 maart 1954 of in de onderhavige wet.
De Koning bepaalt, bij een in de Ministerraad overlegd besluit, de vestigingsplaats, de organisatie en de werking van het Agentschap, voorzover zulks niet geregeld werd in de wet van 16 maart 1954 of in de onderhavige wet.
Art.2. Il est établi, sous la dénomination " Agence fédérale pour la Sécurité de la chaîne alimentaire ", ci-après dénommée l'" Agence ", un établissement public doté de la personnalité juridique, classé dans la catégorie A prévue par la loi du 16 mars 1954 relative au contrôle de certains organismes d'intérêt public.
Le Roi règle, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, le lieu d'établissement, l'organisation et le fonctionnement de l'Agence, pour autant que cela n'ait pas été réglé dans la loi du 16 mars 1954 ou dans la présente loi.
Le Roi règle, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, le lieu d'établissement, l'organisation et le fonctionnement de l'Agence, pour autant que cela n'ait pas été réglé dans la loi du 16 mars 1954 ou dans la présente loi.
Art.3. Voor de toepassing van deze wet wordt, tenzij anders bepaald, verstaan onder de Minister : de Minister bevoegd voor de Volksgezondheid.
Art.3. Sauf stipulation contraire, on entend pour l'application de la présente loi par le Ministre : le Ministre compétent pour la Santé publique.
Art.4. § 1. Het Agentschap heeft als doel de veiligheid van de voedselketen en de kwaliteit van het voedsel teneinde de gezondheid van de consumenten te beschermen.
§ 2. Met het oog hierop is het Agentschap belast met het uitwerken, toepassen en controleren van maatregelen die betrekking hebben op de analyse en de beheersing van de risico's die de gezondheid van de consumenten kunnen schaden.
[2 § 2/1. Voor de gebieden bedoeld in artikel 1, lid 2, a), b), c), d), e), g) en h) van Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 betreffende officiële controles en andere officiële activiteiten die worden uitgevoerd om de toepassing van de levensmiddelen- en diervoederwetgeving en van de voorschriften inzake diergezondheid, dierenwelzijn, plantgezondheid en gewasbeschermingsmiddelen te waarborgen, wordt, in het kader van de in artikel 4 van deze wet beschreven bevoegdheden, het Agentschap als bevoegde autoriteit aangewezen. Aan het Agentschap wordt de verantwoordelijkheid voor de organisatie of uitvoering van officiële controles en andere officiële activiteiten opgedragen.]2
§ 3. In het belang van de volksgezondheid is het Agentschap bevoegd voor :
1° de controle, het onderzoek en de keuring van de voedselproducten en hun grondstoffen in alle stadia van de voedselketen, en dit in het belang van de volksgezondheid;
2° de controle en de keuring van de productie, de verwerking, de bewaring, het vervoer, de handel, de in- en uitvoer, de productie-, verwerking-, verpakking-, verhandeling-, opslag- en verkoopplaatsen van de voedselproducten en hun grondstoffen, (alsmede alle andere plaatsen waar zich elk product of elke materie behorend tot de bevoegdheden van het Agentschap kunnen bevinden of waar zich zaken kunnen bevinden die toelaten inbreuken vast te stellen); <W 2003-12-22/42, art. 189, 004; Inwerkingtreding : 10-01-2004>
3° (het verlenen, schorsen en intrekken van erkenningen en vergunningen verbonden aan de uitoefening van zijn opdracht); <W 2003-12-22/42, art. 190, 004; Inwerkingtreding : 10-01-2004>
4° de integratie van en uitwerking van traceer- en identificatiesystemen van de voedselproducten en hun grondstoffen in de voedselketen en de controle erop;
5° [1 de verwerking, met name de inzameling, de ordening, het beheer, de archivering en de verspreiding van alle informatie met inbegrip van de persoonsgegevens met betrekking tot haar opdracht. Het Agentschap kan de gegevens aan de gewestelijke overheden overmaken die voor de uitvoering van hun reglementaire opdrachten noodzakelijk zijn;]1
6° de uitbouw en de doorvoering van een beleid inzake preventie, sensibilisatie en informatie, in overleg met de gewesten en de gemeenschappen;
7° het toezicht op de naleving van de wetgeving betreffende alle schakels van de voedselketen.
§ 4. Het Agentschap verleent, binnen het raam van zijn opdracht, aan de bevoegde overheden advies met betrekking tot de bestaande en toekomstige regelgeving, met inbegrip van de omzetting van de internationale regelgeving in het Belgisch recht.
§ 5. Bij een in de Ministerraad overlegd besluit, bepaalt de Koning binnen het raam van de bevoegdheden van het Agentschap de taken waarvoor het Agentschap zich kan laten bijstaan door derden of die het Agentschap door derden kan laten verrichten en bepaalt de eraan verbonden voorwaarden.
(Wanneer bepaalde taken krachtens het eerste lid worden voorbehouden aan dierenartsen, worden deze specifieke taken door de dierenartsen verricht onder het statuut van zelfstandige, zowel op het vlak van het toepasselijke sociaalzekerheidsrecht als op dat van het arbeidsrecht.) <W 2005-07-20/41, art. 110, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2006>
(§ 6. Teneinde de coherentie en doeltreffendheid van de controletaken te bewaren kan de Koning, bij een in de Ministerraad overlegd besluit, aan het agentschap bijkomende opdrachten toevertrouwen betreffende de in artikel 5 opgesomde wetten.) <W 2001-07-13/37, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 14-08-2001>
(Voor de financiering van de bijkomende opdrachten van het Agentschap en voor zover deze prestaties nog niet worden bezoldigd op grond van wettelijke of reglementaire bepalingen, kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad aan personen die worden gecontroleerd retributies opleggen waarvan Hij het bedrag, de termijnen en de modaliteiten van inning bepaalt alsook de gevolgen in geval van niet-betaling of laattijdige betaling.) <W 2004-07-09/30, art. 213, 005; Inwerkingtreding : 25-07-2004>
(§ 7. Het Agentschap kan de prefinanciering of de financiering ten laste nemen van de uitgaven in het kader van de programma's met betrekking tot de bestrijding van de ziekten bij dieren en planten. Het bedrag en de voorwaarden van de prefinanciering of de financiering worden door de Koning vastgelegd, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.) <W 2008-12-22/33, art. 30, 010; Inwerkingtreding : 08-01-2009>
§ 2. Met het oog hierop is het Agentschap belast met het uitwerken, toepassen en controleren van maatregelen die betrekking hebben op de analyse en de beheersing van de risico's die de gezondheid van de consumenten kunnen schaden.
[2 § 2/1. Voor de gebieden bedoeld in artikel 1, lid 2, a), b), c), d), e), g) en h) van Verordening (EU) 2017/625 van het Europees Parlement en de Raad van 15 maart 2017 betreffende officiële controles en andere officiële activiteiten die worden uitgevoerd om de toepassing van de levensmiddelen- en diervoederwetgeving en van de voorschriften inzake diergezondheid, dierenwelzijn, plantgezondheid en gewasbeschermingsmiddelen te waarborgen, wordt, in het kader van de in artikel 4 van deze wet beschreven bevoegdheden, het Agentschap als bevoegde autoriteit aangewezen. Aan het Agentschap wordt de verantwoordelijkheid voor de organisatie of uitvoering van officiële controles en andere officiële activiteiten opgedragen.]2
§ 3. In het belang van de volksgezondheid is het Agentschap bevoegd voor :
1° de controle, het onderzoek en de keuring van de voedselproducten en hun grondstoffen in alle stadia van de voedselketen, en dit in het belang van de volksgezondheid;
2° de controle en de keuring van de productie, de verwerking, de bewaring, het vervoer, de handel, de in- en uitvoer, de productie-, verwerking-, verpakking-, verhandeling-, opslag- en verkoopplaatsen van de voedselproducten en hun grondstoffen, (alsmede alle andere plaatsen waar zich elk product of elke materie behorend tot de bevoegdheden van het Agentschap kunnen bevinden of waar zich zaken kunnen bevinden die toelaten inbreuken vast te stellen); <W 2003-12-22/42, art. 189, 004; Inwerkingtreding : 10-01-2004>
3° (het verlenen, schorsen en intrekken van erkenningen en vergunningen verbonden aan de uitoefening van zijn opdracht); <W 2003-12-22/42, art. 190, 004; Inwerkingtreding : 10-01-2004>
4° de integratie van en uitwerking van traceer- en identificatiesystemen van de voedselproducten en hun grondstoffen in de voedselketen en de controle erop;
5° [1 de verwerking, met name de inzameling, de ordening, het beheer, de archivering en de verspreiding van alle informatie met inbegrip van de persoonsgegevens met betrekking tot haar opdracht. Het Agentschap kan de gegevens aan de gewestelijke overheden overmaken die voor de uitvoering van hun reglementaire opdrachten noodzakelijk zijn;]1
6° de uitbouw en de doorvoering van een beleid inzake preventie, sensibilisatie en informatie, in overleg met de gewesten en de gemeenschappen;
7° het toezicht op de naleving van de wetgeving betreffende alle schakels van de voedselketen.
§ 4. Het Agentschap verleent, binnen het raam van zijn opdracht, aan de bevoegde overheden advies met betrekking tot de bestaande en toekomstige regelgeving, met inbegrip van de omzetting van de internationale regelgeving in het Belgisch recht.
§ 5. Bij een in de Ministerraad overlegd besluit, bepaalt de Koning binnen het raam van de bevoegdheden van het Agentschap de taken waarvoor het Agentschap zich kan laten bijstaan door derden of die het Agentschap door derden kan laten verrichten en bepaalt de eraan verbonden voorwaarden.
(Wanneer bepaalde taken krachtens het eerste lid worden voorbehouden aan dierenartsen, worden deze specifieke taken door de dierenartsen verricht onder het statuut van zelfstandige, zowel op het vlak van het toepasselijke sociaalzekerheidsrecht als op dat van het arbeidsrecht.) <W 2005-07-20/41, art. 110, 007; Inwerkingtreding : 01-01-2006>
(§ 6. Teneinde de coherentie en doeltreffendheid van de controletaken te bewaren kan de Koning, bij een in de Ministerraad overlegd besluit, aan het agentschap bijkomende opdrachten toevertrouwen betreffende de in artikel 5 opgesomde wetten.) <W 2001-07-13/37, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 14-08-2001>
(Voor de financiering van de bijkomende opdrachten van het Agentschap en voor zover deze prestaties nog niet worden bezoldigd op grond van wettelijke of reglementaire bepalingen, kan de Koning, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad aan personen die worden gecontroleerd retributies opleggen waarvan Hij het bedrag, de termijnen en de modaliteiten van inning bepaalt alsook de gevolgen in geval van niet-betaling of laattijdige betaling.) <W 2004-07-09/30, art. 213, 005; Inwerkingtreding : 25-07-2004>
(§ 7. Het Agentschap kan de prefinanciering of de financiering ten laste nemen van de uitgaven in het kader van de programma's met betrekking tot de bestrijding van de ziekten bij dieren en planten. Het bedrag en de voorwaarden van de prefinanciering of de financiering worden door de Koning vastgelegd, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.) <W 2008-12-22/33, art. 30, 010; Inwerkingtreding : 08-01-2009>
Art.4. § 1er. L'Agence a pour objectif la sécurité de la chaîne alimentaire et la qualité des aliments afin de protéger la santé des consommateurs.
§ 2. A cette fin, l'Agence est chargée de l'élaboration, de l'application et du contrôle de mesures qui concernent l'analyse et la gestion des risques susceptibles d'affecter la santé des consommateurs.
[2 § 2/1. Dans les domaines visés à l'article 1er, paragraphe 2, a), b), c), d), e), g) et h) du Règlement (UE) 2017/625 du Parlement européen et du Conseil du 15 mars 2017 concernant les contrôles officiels et les autres activités officielles servant à assurer le respect de la législation alimentaire et de la législation relative aux aliments pour animaux ainsi que des règles relatives à la santé et au bien-être des animaux, à la santé des végétaux et aux produits phytopharmaceutiques, l'Agence est désignée, dans le cadre des compétences définies à l'article 4 de cette loi, comme autorité compétente. A l'Agence est confiée la responsabilité d'organiser ou d'effectuer des contrôles officiels et d'autres activités officielles.]2
§ 3. Dans l'intérêt de la santé publique, l'Agence est compétente pour :
1° le contrôle, l'examen et l'expertise des produits alimentaires et de leurs matières premières à tous les stades de la chaîne alimentaire, et ce dans l'intérêt de la santé publique;
2° le contrôle et l'expertise de la production, de la transformation, de la conservation, du transport, du commerce, de l'importation, de l'exportation et des sites de production, de transformation, d'emballage, de négoce, d'entreposage et de vente des produits alimentaires et de leurs matières premières, (ainsi que de tous autres sites où peuvent se trouver toute matière ou tout produit relevant des compétences de l'Agence ou tout objet permettant de constater les infractions); <L 2003-12-22/42, art. 189, 004; En vigueur : 10-01-2004>
3° (l'octroi, la suspension et le retrait des agréments et des autorisations liées à l'exécution de sa mission); <L 2003-12-22/42, art. 190, 004; En vigueur : 10-01-2004>
4° l'intégration et l'élaboration de systèmes d'identification et de tracage des produits alimentaires et de leurs matières premières dans la chaîne alimentaire et du contrôle de celui-ci;
5° [1 le traitement, notamment, la collecte, le classement, la gestion, l'archivage et la diffusion de toute information en ce compris les données à caractère personnel relatives à sa mission. L'Agence peut fournir aux autorités régionales les données nécessaires à l'accomplissement de leurs missions réglementaires;]1
6° l'élaboration et la mise en ouvre d'une politique de prévention, de sensibilisation et d'information, en concertation avec les communautés et les régions;
7° la surveillance du respect de la législation relative à tous les maillons de la chaîne alimentaire.
§ 4. Dans le cadre de sa mission, l'Agence donne aux autorités compétentes des avis relatifs à la réglementation existante et future, en ce compris la transposition de la réglementation internationale en droit belge.
§ 5. Par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, le Roi détermine dans le cadre des compétences de l'Agence les tâches pour lesquelles l'Agence peut se faire assister par des tiers ou que l'Agence peut faire exécuter par des tiers et détermine les conditions y liées.
(Si certaines tâches déterminées en vertu de l'alinéa 1er sont réservées à des vétérinaires, ces tâches spécifiques sont exécutées sous le statut d'indépendant, tant en ce qui concerne le régime de sécurité social applicable qu'en matière de droit du travail.) <L 2005-07-20/41, art. 110, 007; En vigueur : 01-01-2006>
(§ 6. Afin de sauvegarder la cohérence et l'efficacité des tâches de contrôle, le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, confier à l'agence des missions complémentaires qui ont trait aux lois énumérées à l'article 5.) <L 2001-07-13/37, art. 2, 002; En vigueur : 14-08-2001>
(Pour le financement des missions complémentaires de l'Agence et pour autant que ces prestations ne soient pas déjà rémunérées en vertu de dispositions légales ou réglementaires, le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, imposer à charge des personnes contrôlées des rétributions dont Il fixe les montants, les délais et modalités de leur perception ainsi que les conséquences de leur non paiement ou de leur paiement tardif.) <L 2004-07-09/30, art. 213, 005; En vigueur : 25-07-2004>
(§ 7. L'Agence peut prendre en charge le préfinancement ou le financement de dépenses dans le cadre de programmes de lutte contre les maladies animales et végétales. Le montant et les conditions du préfinancement ou du financement sont déterminés par le Roi, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres.) <L 2008-12-22/33, art. 30, 010; En vigueur : 08-01-2009>
§ 2. A cette fin, l'Agence est chargée de l'élaboration, de l'application et du contrôle de mesures qui concernent l'analyse et la gestion des risques susceptibles d'affecter la santé des consommateurs.
[2 § 2/1. Dans les domaines visés à l'article 1er, paragraphe 2, a), b), c), d), e), g) et h) du Règlement (UE) 2017/625 du Parlement européen et du Conseil du 15 mars 2017 concernant les contrôles officiels et les autres activités officielles servant à assurer le respect de la législation alimentaire et de la législation relative aux aliments pour animaux ainsi que des règles relatives à la santé et au bien-être des animaux, à la santé des végétaux et aux produits phytopharmaceutiques, l'Agence est désignée, dans le cadre des compétences définies à l'article 4 de cette loi, comme autorité compétente. A l'Agence est confiée la responsabilité d'organiser ou d'effectuer des contrôles officiels et d'autres activités officielles.]2
§ 3. Dans l'intérêt de la santé publique, l'Agence est compétente pour :
1° le contrôle, l'examen et l'expertise des produits alimentaires et de leurs matières premières à tous les stades de la chaîne alimentaire, et ce dans l'intérêt de la santé publique;
2° le contrôle et l'expertise de la production, de la transformation, de la conservation, du transport, du commerce, de l'importation, de l'exportation et des sites de production, de transformation, d'emballage, de négoce, d'entreposage et de vente des produits alimentaires et de leurs matières premières, (ainsi que de tous autres sites où peuvent se trouver toute matière ou tout produit relevant des compétences de l'Agence ou tout objet permettant de constater les infractions); <L 2003-12-22/42, art. 189, 004; En vigueur : 10-01-2004>
3° (l'octroi, la suspension et le retrait des agréments et des autorisations liées à l'exécution de sa mission); <L 2003-12-22/42, art. 190, 004; En vigueur : 10-01-2004>
4° l'intégration et l'élaboration de systèmes d'identification et de tracage des produits alimentaires et de leurs matières premières dans la chaîne alimentaire et du contrôle de celui-ci;
5° [1 le traitement, notamment, la collecte, le classement, la gestion, l'archivage et la diffusion de toute information en ce compris les données à caractère personnel relatives à sa mission. L'Agence peut fournir aux autorités régionales les données nécessaires à l'accomplissement de leurs missions réglementaires;]1
6° l'élaboration et la mise en ouvre d'une politique de prévention, de sensibilisation et d'information, en concertation avec les communautés et les régions;
7° la surveillance du respect de la législation relative à tous les maillons de la chaîne alimentaire.
§ 4. Dans le cadre de sa mission, l'Agence donne aux autorités compétentes des avis relatifs à la réglementation existante et future, en ce compris la transposition de la réglementation internationale en droit belge.
§ 5. Par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, le Roi détermine dans le cadre des compétences de l'Agence les tâches pour lesquelles l'Agence peut se faire assister par des tiers ou que l'Agence peut faire exécuter par des tiers et détermine les conditions y liées.
(Si certaines tâches déterminées en vertu de l'alinéa 1er sont réservées à des vétérinaires, ces tâches spécifiques sont exécutées sous le statut d'indépendant, tant en ce qui concerne le régime de sécurité social applicable qu'en matière de droit du travail.) <L 2005-07-20/41, art. 110, 007; En vigueur : 01-01-2006>
(§ 6. Afin de sauvegarder la cohérence et l'efficacité des tâches de contrôle, le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, confier à l'agence des missions complémentaires qui ont trait aux lois énumérées à l'article 5.) <L 2001-07-13/37, art. 2, 002; En vigueur : 14-08-2001>
(Pour le financement des missions complémentaires de l'Agence et pour autant que ces prestations ne soient pas déjà rémunérées en vertu de dispositions légales ou réglementaires, le Roi peut, par arrêté délibéré en Conseil des ministres, imposer à charge des personnes contrôlées des rétributions dont Il fixe les montants, les délais et modalités de leur perception ainsi que les conséquences de leur non paiement ou de leur paiement tardif.) <L 2004-07-09/30, art. 213, 005; En vigueur : 25-07-2004>
(§ 7. L'Agence peut prendre en charge le préfinancement ou le financement de dépenses dans le cadre de programmes de lutte contre les maladies animales et végétales. Le montant et les conditions du préfinancement ou du financement sont déterminés par le Roi, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres.) <L 2008-12-22/33, art. 30, 010; En vigueur : 08-01-2009>
Art.4/1. [1 § 1. In afwijking van de artikelen 13 en 14 van Verordening (EU) 2016/679 van 27 april 2016 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), om de doelstellingen van algemeen belang van de veiligheid van de voedselketen te waarborgen, en voor zover artikel 14, § 5, d), in het specifieke geval niet kan worden ingeroepen, kan het recht op informatie worden uitgesteld, beperkt of geweigerd voor wat betreft verwerkingen van persoonsgegevens waarvan het Agentschap de verwerkingsverantwoordelijke is.
De in het eerste lid bedoelde verwerkingen zijn deze die de voorbereiding, de organisatie, het beheer en de opvolging van de door het Agentschap gevoerde onderzoeken, met inbegrip van de procedures voor de eventuele toepassing van een administratieve geldboete of administratieve sanctie door de bevoegde diensten, tot doel hebben.
Onverminderd de bewaring noodzakelijk voor de verdere verwerking met het oog op archivering in het algemeen belang, wetenschappelijk of historisch onderzoek of statistische doeleinden, worden de persoonsgegevens die voortkomen uit de in het eerste lid bedoelde afwijking niet langer bewaard dan noodzakelijk voor de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt, met een maximum bewaringstermijn die één jaar na de definitieve beëindiging van de administratieve en jurisdictionele procedures en rechtsmiddelen die voortvloeien uit de beperking van de rechten van de betrokkene bedoeld in het eerste lid.
§ 2. Deze afwijkingen gelden gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle of een onderzoek of de daarmee verband houdende voorbereidende werkzaamheden uitgevoerd door het Agentschap in het kader van de uitvoering van zijn wettelijke opdrachten alsook gedurende de periode waarin het Agentschap de stukken behandelt om de vervolgingen hieromtrent in te stellen.
Deze afwijkingen gelden voor zover de toepassing van dit recht nadelig is voor de controle, het onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden, of het geheim van het strafonderzoek of de veiligheid van personen dreigt te schenden.
De duur van de voorbereidende werkzaamheden, bedoeld in paragraaf 2, tweede lid, gedurende dewelke de artikelen 13 en 14 van de algemene verordening gegevensbescherming niet van toepassing zijn, mag niet meer bedragen dan één jaar vanaf de ontvangst van een verzoek betreffende het meedelen van de te verstrekken informatie in toepassing van deze artikelen 13 en 14.
De beperking bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, heeft geen betrekking op gegevens die losstaan van het voorwerp van het onderzoek dat of van de controle die het uitstel, weigering of beperking van informatie rechtvaardigt.
§ 3. Bij ontvangst van een verzoek betreffende het meedelen van de te verstrekken informatie bedoeld in paragraaf 2, derde lid, bevestigt de functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsverantwoordelijke, zijnde het Agentschap, de ontvangst hiervan.
De functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsverantwoordelijke, zijnde het Agentschap, informeert de betrokkene schriftelijk, onverwijld, en in ieder geval binnen één maand na de ontvangst van het verzoek, over ieder uitstel, iedere weigering of iedere beperking van informatie, alsook over de redenen voor dit uitstel, deze weigering of deze beperking. Die redenen voor het uitstel, de weigering of de beperking kunnen achterwege worden gelaten wanneer de verstrekking daarvan één van de doelstellingen genoemd in paragraaf 2, tweede lid, zou ondermijnen. Afhankelijk van de complexiteit van de verzoeken en van het aantal verzoeken kan die termijn indien nodig met nog eens twee maanden worden verlengd. De functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsverantwoordelijke, zijnde het Agentschap, stelt de betrokkene binnen één maand na ontvangst van het verzoek in kennis van deze verlenging en van de redenen van het uitstel.
De functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsverantwoordelijke, zijnde het Agentschap, informeert de betrokkene over de mogelijkheden om een klacht in te dienen bij de Gegevensbeschermingsautoriteit en om een jurisdictioneel beroep in te stellen.
Wanneer het Agentschap gebruik heeft gemaakt van de uitzondering bepaald bij paragraaf 1, eerste lid, en met uitzondering van de situaties bedoeld in het vijfde en zesde lid van paragraaf 3, wordt de uitzonderingsregel onmiddellijk opgeheven na de afsluiting van de controle of van het onderzoek. De functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsverantwoordelijke, zijnde het Agentschap, brengt de betrokkene hiervan onverwijld op de hoogte.
Wanneer een dossier wordt overgemaakt aan een gerechtelijke overheid, worden de rechten van de betrokkene pas hersteld na machtiging door de gerechtelijke overheid of nadat de gerechtelijke fase is beëindigd, en, in voorkomend geval, nadat de bevoegde dienst voor administratieve geldboeten een beslissing heeft genomen. Evenwel mogen inlichtingen die werden ingewonnen tijdens de uitoefening van plichten voorgeschreven door de rechterlijke overheid slechts worden meegedeeld mits uitdrukkelijke machtiging van deze laatste.
Wanneer een dossier wordt overgemaakt aan een administratie, of aan de bevoegde instelling om over de bevindingen van het onderzoek te beslissen, worden de rechten van de betrokkene hersteld. In voorkomend geval kunnen deze beperkingen wel blijven gelden op grond van regelingen die bij wet, decreet of ordonnantie zijn ingesteld voor de andere administratie of instelling.]1
De in het eerste lid bedoelde verwerkingen zijn deze die de voorbereiding, de organisatie, het beheer en de opvolging van de door het Agentschap gevoerde onderzoeken, met inbegrip van de procedures voor de eventuele toepassing van een administratieve geldboete of administratieve sanctie door de bevoegde diensten, tot doel hebben.
Onverminderd de bewaring noodzakelijk voor de verdere verwerking met het oog op archivering in het algemeen belang, wetenschappelijk of historisch onderzoek of statistische doeleinden, worden de persoonsgegevens die voortkomen uit de in het eerste lid bedoelde afwijking niet langer bewaard dan noodzakelijk voor de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt, met een maximum bewaringstermijn die één jaar na de definitieve beëindiging van de administratieve en jurisdictionele procedures en rechtsmiddelen die voortvloeien uit de beperking van de rechten van de betrokkene bedoeld in het eerste lid.
§ 2. Deze afwijkingen gelden gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle of een onderzoek of de daarmee verband houdende voorbereidende werkzaamheden uitgevoerd door het Agentschap in het kader van de uitvoering van zijn wettelijke opdrachten alsook gedurende de periode waarin het Agentschap de stukken behandelt om de vervolgingen hieromtrent in te stellen.
Deze afwijkingen gelden voor zover de toepassing van dit recht nadelig is voor de controle, het onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden, of het geheim van het strafonderzoek of de veiligheid van personen dreigt te schenden.
De duur van de voorbereidende werkzaamheden, bedoeld in paragraaf 2, tweede lid, gedurende dewelke de artikelen 13 en 14 van de algemene verordening gegevensbescherming niet van toepassing zijn, mag niet meer bedragen dan één jaar vanaf de ontvangst van een verzoek betreffende het meedelen van de te verstrekken informatie in toepassing van deze artikelen 13 en 14.
De beperking bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, heeft geen betrekking op gegevens die losstaan van het voorwerp van het onderzoek dat of van de controle die het uitstel, weigering of beperking van informatie rechtvaardigt.
§ 3. Bij ontvangst van een verzoek betreffende het meedelen van de te verstrekken informatie bedoeld in paragraaf 2, derde lid, bevestigt de functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsverantwoordelijke, zijnde het Agentschap, de ontvangst hiervan.
De functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsverantwoordelijke, zijnde het Agentschap, informeert de betrokkene schriftelijk, onverwijld, en in ieder geval binnen één maand na de ontvangst van het verzoek, over ieder uitstel, iedere weigering of iedere beperking van informatie, alsook over de redenen voor dit uitstel, deze weigering of deze beperking. Die redenen voor het uitstel, de weigering of de beperking kunnen achterwege worden gelaten wanneer de verstrekking daarvan één van de doelstellingen genoemd in paragraaf 2, tweede lid, zou ondermijnen. Afhankelijk van de complexiteit van de verzoeken en van het aantal verzoeken kan die termijn indien nodig met nog eens twee maanden worden verlengd. De functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsverantwoordelijke, zijnde het Agentschap, stelt de betrokkene binnen één maand na ontvangst van het verzoek in kennis van deze verlenging en van de redenen van het uitstel.
De functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsverantwoordelijke, zijnde het Agentschap, informeert de betrokkene over de mogelijkheden om een klacht in te dienen bij de Gegevensbeschermingsautoriteit en om een jurisdictioneel beroep in te stellen.
Wanneer het Agentschap gebruik heeft gemaakt van de uitzondering bepaald bij paragraaf 1, eerste lid, en met uitzondering van de situaties bedoeld in het vijfde en zesde lid van paragraaf 3, wordt de uitzonderingsregel onmiddellijk opgeheven na de afsluiting van de controle of van het onderzoek. De functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsverantwoordelijke, zijnde het Agentschap, brengt de betrokkene hiervan onverwijld op de hoogte.
Wanneer een dossier wordt overgemaakt aan een gerechtelijke overheid, worden de rechten van de betrokkene pas hersteld na machtiging door de gerechtelijke overheid of nadat de gerechtelijke fase is beëindigd, en, in voorkomend geval, nadat de bevoegde dienst voor administratieve geldboeten een beslissing heeft genomen. Evenwel mogen inlichtingen die werden ingewonnen tijdens de uitoefening van plichten voorgeschreven door de rechterlijke overheid slechts worden meegedeeld mits uitdrukkelijke machtiging van deze laatste.
Wanneer een dossier wordt overgemaakt aan een administratie, of aan de bevoegde instelling om over de bevindingen van het onderzoek te beslissen, worden de rechten van de betrokkene hersteld. In voorkomend geval kunnen deze beperkingen wel blijven gelden op grond van regelingen die bij wet, decreet of ordonnantie zijn ingesteld voor de andere administratie of instelling.]1
Art.4/1. [1 § 1er. Par dérogation aux articles 13 et 14, du Règlement (UE) 2016/679 du Parlement Européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données), en vue de garantir les objectifs d'intérêt public de la sécurité de la chaîne alimentaire, et pour autant que l'article 14, § 5, d), ne puisse être invoqué dans le cas d'espèce, le droit d'information peut être retardé, limité ou refusé s'agissant des traitements de données à caractère personnel dont l'Agence est le responsable du traitement.
Les traitements visés à l'alinéa 1er sont ceux dont la finalité est la préparation, l'organisation, la gestion et le suivi des enquêtes menées par l'Agence, en ce compris les procédures visant à l'application éventuelle d'une amende administrative ou d'une sanction administrative par les services compétents.
Sans préjudice de la conservation nécessaire pour le traitement ultérieur à des fins archivistiques dans l'intérêt public, à des fins de recherche scientifique ou historique ou à des fins statistiques, les données à caractère personnel qui résultent de la dérogation visée à l'alinéa 1er ne sont pas conservées plus longtemps que nécessaire au regard des finalités pour lesquelles elles sont traitées, avec un délai de conservation maximum ne pouvant excéder un an après la cessation définitive des procédures et recours administratifs et judiciaires découlant de la restriction des droits de la personne concernée visée à l'alinéa 1er.
§ 2. Ces dérogations valent durant la période durant laquelle la personne concernée est l'objet d'un contrôle ou d'une enquête ou d'actes préparatoires à ceux-ci effectués par l'Agence dans le cadre de l'exécution de ses missions légales ainsi que durant la période durant laquelle l'Agence traite les pièces, en vue d'exercer les poursuites en la matière.
Ces dérogations valent dans la mesure où l'application de ce droit nuit aux besoins du contrôle, de l'enquête ou des actes préparatoires ou risque de violer le secret de l'enquête pénale ou la sécurité des personnes.
La durée des actes préparatoires, visés au paragraphe 2, alinéa 2, pendant laquelle les articles 13 et 14 du règlement général sur la protection des données ne sont pas applicables, ne peut excéder un an à partir de la réception d'une demande concernant la communication d'informations à fournir en application de ces articles 13 et 14.
La restriction visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, ne vise pas les données qui sont étrangères à l'objet de l'enquête ou du contrôle justifiant le retard, le refus ou la limitation d'information.
§ 3. Dès réception d'une demande concernant la communication d'informations à fournir visée au paragraphe 2, alinéa 3, le délégué à la protection des données du responsable du traitement, à savoir l'Agence, en accuse réception.
Le délégué à la protection des données du responsable du traitement, à savoir l'Agence, informe la personne concernée par écrit, dans les meilleurs délais, et en tout état de cause dans un délai d'un mois à compter de la réception de la demande, de tout retard, de tout refus ou de toute limitation d'information, ainsi que des motifs de ce retard, de ce refus ou de cette limitation. Ces motifs de retard, de refus ou de limitation peuvent ne pas être fournis lorsque leur communication risque de compromettre l'une des finalités énoncées au paragraphe 2, alinéa 2. Au besoin, ce délai peut être prolongé de deux mois, compte tenu de la complexité et du nombre de demandes. Le délégué à la protection des données du responsable du traitement, à savoir l'Agence, informe la personne concernée de cette prolongation et des motifs du report dans un délai d'un mois à compter de la réception de la demande.
Le délégué à la protection des données du responsable du traitement, à savoir l'Agence, informe la personne concernée des possibilités d'introduire une réclamation auprès de l'Autorité de protection des données et de former un recours juridictionnel.
Lorsque l'Agence a fait usage de l'exception telle que déterminée au paragraphe 1er, alinéa 1er, et à l'exception des situations visées aux alinéas 5 et 6 du paragraphe 3, la règle de l'exception est immédiatement levée après la clôture du contrôle ou de l'enquête. Le délégué à la protection des données du responsable du traitement, à savoir l'Agence, en informe la personne concernée sans délai.
Lorsqu'un dossier est transmis à l'autorité judiciaire, les droits de la personne concernée ne sont rétablis qu'après autorisation de l'autorité judiciaire, ou après que la phase judiciaire soit terminée, et, le cas échéant, après que le service des amendes administratives compétent ait pris une décision. Toutefois, les renseignements recueillis à l'occasion de l'exécution de devoirs prescrits par l'autorité judiciaire ne peuvent être communiqués qu'avec l'autorisation de celle-ci.
Lorsqu'un dossier est transmis à une administration ou à l'institution compétente pour statuer sur les conclusions de l'enquête, les droits de la personne concernée sont rétablis. Le cas échéant, ces limitations peuvent rester valables sur la base de dispositions établies par loi, décret ou ordonnance pour l'autre administration ou institution.]1
Les traitements visés à l'alinéa 1er sont ceux dont la finalité est la préparation, l'organisation, la gestion et le suivi des enquêtes menées par l'Agence, en ce compris les procédures visant à l'application éventuelle d'une amende administrative ou d'une sanction administrative par les services compétents.
Sans préjudice de la conservation nécessaire pour le traitement ultérieur à des fins archivistiques dans l'intérêt public, à des fins de recherche scientifique ou historique ou à des fins statistiques, les données à caractère personnel qui résultent de la dérogation visée à l'alinéa 1er ne sont pas conservées plus longtemps que nécessaire au regard des finalités pour lesquelles elles sont traitées, avec un délai de conservation maximum ne pouvant excéder un an après la cessation définitive des procédures et recours administratifs et judiciaires découlant de la restriction des droits de la personne concernée visée à l'alinéa 1er.
§ 2. Ces dérogations valent durant la période durant laquelle la personne concernée est l'objet d'un contrôle ou d'une enquête ou d'actes préparatoires à ceux-ci effectués par l'Agence dans le cadre de l'exécution de ses missions légales ainsi que durant la période durant laquelle l'Agence traite les pièces, en vue d'exercer les poursuites en la matière.
Ces dérogations valent dans la mesure où l'application de ce droit nuit aux besoins du contrôle, de l'enquête ou des actes préparatoires ou risque de violer le secret de l'enquête pénale ou la sécurité des personnes.
La durée des actes préparatoires, visés au paragraphe 2, alinéa 2, pendant laquelle les articles 13 et 14 du règlement général sur la protection des données ne sont pas applicables, ne peut excéder un an à partir de la réception d'une demande concernant la communication d'informations à fournir en application de ces articles 13 et 14.
La restriction visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, ne vise pas les données qui sont étrangères à l'objet de l'enquête ou du contrôle justifiant le retard, le refus ou la limitation d'information.
§ 3. Dès réception d'une demande concernant la communication d'informations à fournir visée au paragraphe 2, alinéa 3, le délégué à la protection des données du responsable du traitement, à savoir l'Agence, en accuse réception.
Le délégué à la protection des données du responsable du traitement, à savoir l'Agence, informe la personne concernée par écrit, dans les meilleurs délais, et en tout état de cause dans un délai d'un mois à compter de la réception de la demande, de tout retard, de tout refus ou de toute limitation d'information, ainsi que des motifs de ce retard, de ce refus ou de cette limitation. Ces motifs de retard, de refus ou de limitation peuvent ne pas être fournis lorsque leur communication risque de compromettre l'une des finalités énoncées au paragraphe 2, alinéa 2. Au besoin, ce délai peut être prolongé de deux mois, compte tenu de la complexité et du nombre de demandes. Le délégué à la protection des données du responsable du traitement, à savoir l'Agence, informe la personne concernée de cette prolongation et des motifs du report dans un délai d'un mois à compter de la réception de la demande.
Le délégué à la protection des données du responsable du traitement, à savoir l'Agence, informe la personne concernée des possibilités d'introduire une réclamation auprès de l'Autorité de protection des données et de former un recours juridictionnel.
Lorsque l'Agence a fait usage de l'exception telle que déterminée au paragraphe 1er, alinéa 1er, et à l'exception des situations visées aux alinéas 5 et 6 du paragraphe 3, la règle de l'exception est immédiatement levée après la clôture du contrôle ou de l'enquête. Le délégué à la protection des données du responsable du traitement, à savoir l'Agence, en informe la personne concernée sans délai.
Lorsqu'un dossier est transmis à l'autorité judiciaire, les droits de la personne concernée ne sont rétablis qu'après autorisation de l'autorité judiciaire, ou après que la phase judiciaire soit terminée, et, le cas échéant, après que le service des amendes administratives compétent ait pris une décision. Toutefois, les renseignements recueillis à l'occasion de l'exécution de devoirs prescrits par l'autorité judiciaire ne peuvent être communiqués qu'avec l'autorisation de celle-ci.
Lorsqu'un dossier est transmis à une administration ou à l'institution compétente pour statuer sur les conclusions de l'enquête, les droits de la personne concernée sont rétablis. Le cas échéant, ces limitations peuvent rester valables sur la base de dispositions établies par loi, décret ou ordonnance pour l'autre administration ou institution.]1
Art.4/2. [1 § 1. In afwijking van artikel 15 van Verordening (EU) 2016/679 van 27 april 2016 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), om de doelstellingen van algemeen belang van de veiligheid van de voedselketen te waarborgen, kan het recht op inzage van de hem betreffende persoonsgegevens geheel of gedeeltelijk worden uitgesteld, beperkt of geweigerd voor wat betreft verwerkingen van persoonsgegevens waarvan het Agentschap de verwerkingsverantwoordelijke is.
De in het eerste lid bedoelde verwerkingen zijn deze die de voorbereiding, de organisatie, het beheer en de opvolging van de door het Agentschap gevoerde onderzoeken, met inbegrip van de procedures voor de eventuele toepassing van een administratieve geldboete of administratieve sanctie door de bevoegde diensten, tot doel hebben.
Onverminderd de bewaring noodzakelijk voor de verdere verwerking met het oog op archivering in het algemeen belang, wetenschappelijk of historisch onderzoek of statistische doeleinden, worden de persoonsgegevens die voortkomen uit de in het eerste lid bedoelde afwijking niet langer bewaard dan noodzakelijk voor de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt, met een maximum bewaringstermijn die één jaar na de definitieve beëindiging van de administratieve en jurisdictionele procedures en rechtsmiddelen uit hoofde van de beperking van de rechten van de betrokkene bedoeld in het eerste lid en, in voorkomend geval, de integrale betaling van alle bedragen die hiermee verband houden, niet mag overschrijden.
§ 2. Deze afwijkingen gelden gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle of een onderzoek of de daarmee verband houdende voorbereidende werkzaamheden uitgevoerd door het Agentschap in het kader van de uitvoering van zijn wettelijke opdrachten alsook gedurende de periode waarin het Agentschap de stukken behandelt om de vervolgingen hieromtrent in te stellen.
Deze afwijkingen gelden voor zover de toepassing van dit recht nadelig is voor de controle, of het onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden, het geheim van het strafonderzoek of de veiligheid van personen dreigt te schenden.
De duur van de voorbereidende werkzaamheden, bedoeld in paragraaf 2, tweede lid, gedurende dewelke artikel 15 van de algemene verordening gegevensbescherming niet van toepassing is, mag niet meer bedragen dan één jaar vanaf de ontvangst van het verzoek dat is ingediend in toepassing van artikel 15.
De beperking bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, heeft geen betrekking op de gegevens die losstaan van het voorwerp van het onderzoek dat of van de controle die het uitstel, weigering of beperking van inzage rechtvaardigt.
§ 3. Bij ontvangst van een verzoek tot inzage bevestigt de functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsverantwoordelijke, zijnde het Agentschap, de ontvangst hiervan.
De functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsverantwoordelijke, zijnde het Agentschap, informeert de betrokkene schriftelijk, onverwijld, en in ieder geval binnen één maand na de ontvangst van het verzoek, over ieder uitstel, iedere weigering of iedere beperking van zijn recht op inzage van de hem betreffende gegevens alsook van de redenen voor dit uitstel, deze weigering of deze beperking. Die redenen voor het uitstel, de weigering of de beperking kunnen achterwege worden gelaten wanneer de verstrekking daarvan één van de doelstellingen genoemd in paragraaf 2, tweede lid, zou ondermijnen. Afhankelijk van de complexiteit van de verzoeken en van het aantal verzoeken kan die termijn indien nodig met nog eens twee maanden worden verlengd. Het Agentschap, als zijnde de verwerkingsverantwoordelijke, stelt de betrokkene binnen één maand na ontvangst van het verzoek in kennis van deze verlenging en van de redenen van het uitstel.
De functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsverantwoordelijke, zijnde het Agentschap, informeert de betrokkene over de mogelijkheden om een klacht in te dienen bij de Gegevensbeschermingsautoriteiten om een jurisdictioneel beroep in te stellen.
Wanneer het Agentschap gebruik heeft gemaakt van de uitzondering bepaald bij paragraaf 1, eerste lid, en met uitzondering van de situaties bedoeld in het vijfde en zesde lid van paragraaf 3, wordt de uitzonderingsregel onmiddellijk opgeheven na de afsluiting van de controle of van het onderzoek. De functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsverantwoordelijke, zijnde het Agentschap, brengt de betrokkene hiervan onverwijld op de hoogte.
Wanneer een dossier wordt overgemaakt aan een gerechtelijke overheid worden de rechten van de betrokkene pas hersteld na machtiging door de gerechtelijke overheid of nadat de gerechtelijke fase is beëindigd en, in voorkomend geval, nadat de bevoegde dienst voor administratieve geldboeten een beslissing heeft genomen. Evenwel mogen inlichtingen die werden ingewonnen tijdens de uitoefening van plichten voorgeschreven door de rechterlijke overheid slechts worden meegedeeld mits uitdrukkelijke machtiging van deze laatste.
Wanneer een dossier wordt overgemaakt aan een administratie, of aan de bevoegde instelling om over de bevindingen van het onderzoek te beslissen, worden de rechten van de betrokkene hersteld. In voorkomend geval kunnen deze beperkingen wel blijven gelden op grond van regelingen die bij wet, decreet of ordonnantie zijn ingesteld voor de andere administratie of instelling.]1
De in het eerste lid bedoelde verwerkingen zijn deze die de voorbereiding, de organisatie, het beheer en de opvolging van de door het Agentschap gevoerde onderzoeken, met inbegrip van de procedures voor de eventuele toepassing van een administratieve geldboete of administratieve sanctie door de bevoegde diensten, tot doel hebben.
Onverminderd de bewaring noodzakelijk voor de verdere verwerking met het oog op archivering in het algemeen belang, wetenschappelijk of historisch onderzoek of statistische doeleinden, worden de persoonsgegevens die voortkomen uit de in het eerste lid bedoelde afwijking niet langer bewaard dan noodzakelijk voor de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt, met een maximum bewaringstermijn die één jaar na de definitieve beëindiging van de administratieve en jurisdictionele procedures en rechtsmiddelen uit hoofde van de beperking van de rechten van de betrokkene bedoeld in het eerste lid en, in voorkomend geval, de integrale betaling van alle bedragen die hiermee verband houden, niet mag overschrijden.
§ 2. Deze afwijkingen gelden gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle of een onderzoek of de daarmee verband houdende voorbereidende werkzaamheden uitgevoerd door het Agentschap in het kader van de uitvoering van zijn wettelijke opdrachten alsook gedurende de periode waarin het Agentschap de stukken behandelt om de vervolgingen hieromtrent in te stellen.
Deze afwijkingen gelden voor zover de toepassing van dit recht nadelig is voor de controle, of het onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden, het geheim van het strafonderzoek of de veiligheid van personen dreigt te schenden.
De duur van de voorbereidende werkzaamheden, bedoeld in paragraaf 2, tweede lid, gedurende dewelke artikel 15 van de algemene verordening gegevensbescherming niet van toepassing is, mag niet meer bedragen dan één jaar vanaf de ontvangst van het verzoek dat is ingediend in toepassing van artikel 15.
De beperking bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, heeft geen betrekking op de gegevens die losstaan van het voorwerp van het onderzoek dat of van de controle die het uitstel, weigering of beperking van inzage rechtvaardigt.
§ 3. Bij ontvangst van een verzoek tot inzage bevestigt de functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsverantwoordelijke, zijnde het Agentschap, de ontvangst hiervan.
De functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsverantwoordelijke, zijnde het Agentschap, informeert de betrokkene schriftelijk, onverwijld, en in ieder geval binnen één maand na de ontvangst van het verzoek, over ieder uitstel, iedere weigering of iedere beperking van zijn recht op inzage van de hem betreffende gegevens alsook van de redenen voor dit uitstel, deze weigering of deze beperking. Die redenen voor het uitstel, de weigering of de beperking kunnen achterwege worden gelaten wanneer de verstrekking daarvan één van de doelstellingen genoemd in paragraaf 2, tweede lid, zou ondermijnen. Afhankelijk van de complexiteit van de verzoeken en van het aantal verzoeken kan die termijn indien nodig met nog eens twee maanden worden verlengd. Het Agentschap, als zijnde de verwerkingsverantwoordelijke, stelt de betrokkene binnen één maand na ontvangst van het verzoek in kennis van deze verlenging en van de redenen van het uitstel.
De functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsverantwoordelijke, zijnde het Agentschap, informeert de betrokkene over de mogelijkheden om een klacht in te dienen bij de Gegevensbeschermingsautoriteiten om een jurisdictioneel beroep in te stellen.
Wanneer het Agentschap gebruik heeft gemaakt van de uitzondering bepaald bij paragraaf 1, eerste lid, en met uitzondering van de situaties bedoeld in het vijfde en zesde lid van paragraaf 3, wordt de uitzonderingsregel onmiddellijk opgeheven na de afsluiting van de controle of van het onderzoek. De functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsverantwoordelijke, zijnde het Agentschap, brengt de betrokkene hiervan onverwijld op de hoogte.
Wanneer een dossier wordt overgemaakt aan een gerechtelijke overheid worden de rechten van de betrokkene pas hersteld na machtiging door de gerechtelijke overheid of nadat de gerechtelijke fase is beëindigd en, in voorkomend geval, nadat de bevoegde dienst voor administratieve geldboeten een beslissing heeft genomen. Evenwel mogen inlichtingen die werden ingewonnen tijdens de uitoefening van plichten voorgeschreven door de rechterlijke overheid slechts worden meegedeeld mits uitdrukkelijke machtiging van deze laatste.
Wanneer een dossier wordt overgemaakt aan een administratie, of aan de bevoegde instelling om over de bevindingen van het onderzoek te beslissen, worden de rechten van de betrokkene hersteld. In voorkomend geval kunnen deze beperkingen wel blijven gelden op grond van regelingen die bij wet, decreet of ordonnantie zijn ingesteld voor de andere administratie of instelling.]1
Art.4/2. [1 § 1er. Par dérogation à l'article 15 du Règlement (UE) 2016/679 du Parlement Européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données), en vue de garantir les objectifs d'intérêt public de la sécurité de la chaîne alimentaire, le droit d'accès aux données à caractère personnel la concernant peut être retardé, limité ou refusé, entièrement ou partiellement, s'agissant des traitements de données à caractère personnel dont l'Agence est le responsable du traitement.
Les traitements visés à l'alinéa 1er sont ceux dont la finalité est la préparation, l'organisation, la gestion et le suivi des enquêtes menées par l'Agence, en ce compris les procédures visant à l'application éventuelle d'une amende administrative ou d'une sanction administrative par les services compétents.
Sans préjudice de la conservation nécessaire pour le traitement ultérieur à des fins archivistiques dans l'intérêt public, à des fins de recherche scientifique ou historique ou à des fins statistiques, les données à caractère personnel qui résultent de la dérogation visée à l'alinéa 1er ne sont pas conservées plus longtemps que nécessaire au regard des finalités pour lesquelles elles sont traitées, avec un délai de conservation maximum ne pouvant excéder un an après la cessation définitive des procédures et recours administratifs et judiciaires découlant de la restriction des droits de la personne concernée visée à l'alinéa 1er et, le cas échéant, du paiement intégral de tous les montants y afférents.
§ 2. Ces dérogations valent durant la période durant laquelle la personne concernée est l'objet d'un contrôle ou d'une enquête ou d'actes préparatoires à ceux-ci effectués par l'Agence dans le cadre de l'exécution de ses missions légales ainsi que durant la période durant laquelle l'Agence traite les pièces en vue d'exercer les poursuites en la matière.
Ces dérogations valent dans la mesure où l'application de ce droit nuit aux besoins du contrôle, de l'enquête ou des actes préparatoires ou risque de violer le secret de l'enquête pénale ou la sécurité des personnes.
La durée des actes préparatoires, visés au paragraphe 2, alinéa 2, pendant laquelle l'article 15 du règlement général sur la protection des données n'est pas applicable, ne peut excéder un an à partir de la réception de la demande introduite en application de l'article 15.
La restriction visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, ne vise pas les données qui sont étrangères à l'objet de l'enquête ou du contrôle justifiant le retard, le refus ou la limitation d'accès.
§ 3. Dès réception d'une demande d'accès, le délégué à la protection des données du responsable du traitement, à savoir l'Agence, en accuse réception.
Le délégué à la protection des données du responsable du traitement, à savoir l'Agence, informe la personne concernée par écrit, dans les meilleurs délais, et en tout état de cause dans un délai d'un mois à compter de la réception de la demande, de tout retard, de tout refus ou de toute limitation à son droit d'accès aux données la concernant ainsi que des motifs de ce retard, de ce refus ou de cette limitation. Ces motifs de retard, de refus ou de limitation peuvent ne pas être fournis lorsque leur communication risque de compromettre l'une des finalités énoncées au paragraphe 2, alinéa 2. Au besoin, ce délai peut être prolongé de deux mois, compte tenu de la complexité et du nombre de demandes. L'Agence, en tant que responsable du traitement, informe la personne concernée de cette prolongation et des motifs du report dans un délai d'un mois à compter de la réception de la demande.
Le délégué à la protection des données du responsable du traitement, à savoir l'Agence, informe la personne concernée des possibilités d'introduire une réclamation auprès de l'Autorité de protection des données et de former un recours juridictionnel.
Lorsque l'Agence a fait usage de l'exception telle que déterminée au paragraphe 1er, alinéa 1er, et à l'exception des situations visées aux alinéas 5 et 6 du paragraphe 3, la règle de l'exception est immédiatement levée après la clôture du contrôle ou de l'enquête. Le délégué à la protection des données du responsable du traitement, à savoir l'Agence, en informe la personne concernée sans délai.
Lorsqu'un dossier est transmis à l'autorité judicaire, les droits de la personne concernée ne sont rétablis qu'après autorisation du l'autorité judiciaire, ou après que la phase judiciaire soit terminée, et, le cas échéant, après que le service des amendes administratives compétent ait pris une décision. Toutefois, les renseignements recueillis à l'occasion de l'exécution de devoirs prescrits par l'autorité judiciaire ne peuvent être communiqués qu'avec l'autorisation de celle-ci.
Lorsqu'un dossier est transmis à une administration ou à l'institution compétente pour statuer sur les conclusions de l'enquête, les droits de la personne concernée sont rétablis. Le cas échéant, ces limitations peuvent continuer à être valables sur la base de dispositions établies par loi, décret ou ordonnance pour l'autre administration ou institution.]1
Les traitements visés à l'alinéa 1er sont ceux dont la finalité est la préparation, l'organisation, la gestion et le suivi des enquêtes menées par l'Agence, en ce compris les procédures visant à l'application éventuelle d'une amende administrative ou d'une sanction administrative par les services compétents.
Sans préjudice de la conservation nécessaire pour le traitement ultérieur à des fins archivistiques dans l'intérêt public, à des fins de recherche scientifique ou historique ou à des fins statistiques, les données à caractère personnel qui résultent de la dérogation visée à l'alinéa 1er ne sont pas conservées plus longtemps que nécessaire au regard des finalités pour lesquelles elles sont traitées, avec un délai de conservation maximum ne pouvant excéder un an après la cessation définitive des procédures et recours administratifs et judiciaires découlant de la restriction des droits de la personne concernée visée à l'alinéa 1er et, le cas échéant, du paiement intégral de tous les montants y afférents.
§ 2. Ces dérogations valent durant la période durant laquelle la personne concernée est l'objet d'un contrôle ou d'une enquête ou d'actes préparatoires à ceux-ci effectués par l'Agence dans le cadre de l'exécution de ses missions légales ainsi que durant la période durant laquelle l'Agence traite les pièces en vue d'exercer les poursuites en la matière.
Ces dérogations valent dans la mesure où l'application de ce droit nuit aux besoins du contrôle, de l'enquête ou des actes préparatoires ou risque de violer le secret de l'enquête pénale ou la sécurité des personnes.
La durée des actes préparatoires, visés au paragraphe 2, alinéa 2, pendant laquelle l'article 15 du règlement général sur la protection des données n'est pas applicable, ne peut excéder un an à partir de la réception de la demande introduite en application de l'article 15.
La restriction visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, ne vise pas les données qui sont étrangères à l'objet de l'enquête ou du contrôle justifiant le retard, le refus ou la limitation d'accès.
§ 3. Dès réception d'une demande d'accès, le délégué à la protection des données du responsable du traitement, à savoir l'Agence, en accuse réception.
Le délégué à la protection des données du responsable du traitement, à savoir l'Agence, informe la personne concernée par écrit, dans les meilleurs délais, et en tout état de cause dans un délai d'un mois à compter de la réception de la demande, de tout retard, de tout refus ou de toute limitation à son droit d'accès aux données la concernant ainsi que des motifs de ce retard, de ce refus ou de cette limitation. Ces motifs de retard, de refus ou de limitation peuvent ne pas être fournis lorsque leur communication risque de compromettre l'une des finalités énoncées au paragraphe 2, alinéa 2. Au besoin, ce délai peut être prolongé de deux mois, compte tenu de la complexité et du nombre de demandes. L'Agence, en tant que responsable du traitement, informe la personne concernée de cette prolongation et des motifs du report dans un délai d'un mois à compter de la réception de la demande.
Le délégué à la protection des données du responsable du traitement, à savoir l'Agence, informe la personne concernée des possibilités d'introduire une réclamation auprès de l'Autorité de protection des données et de former un recours juridictionnel.
Lorsque l'Agence a fait usage de l'exception telle que déterminée au paragraphe 1er, alinéa 1er, et à l'exception des situations visées aux alinéas 5 et 6 du paragraphe 3, la règle de l'exception est immédiatement levée après la clôture du contrôle ou de l'enquête. Le délégué à la protection des données du responsable du traitement, à savoir l'Agence, en informe la personne concernée sans délai.
Lorsqu'un dossier est transmis à l'autorité judicaire, les droits de la personne concernée ne sont rétablis qu'après autorisation du l'autorité judiciaire, ou après que la phase judiciaire soit terminée, et, le cas échéant, après que le service des amendes administratives compétent ait pris une décision. Toutefois, les renseignements recueillis à l'occasion de l'exécution de devoirs prescrits par l'autorité judiciaire ne peuvent être communiqués qu'avec l'autorisation de celle-ci.
Lorsqu'un dossier est transmis à une administration ou à l'institution compétente pour statuer sur les conclusions de l'enquête, les droits de la personne concernée sont rétablis. Le cas échéant, ces limitations peuvent continuer à être valables sur la base de dispositions établies par loi, décret ou ordonnance pour l'autre administration ou institution.]1
Art.4/3. [1 § 1. In afwijking van artikel 16 van Verordening (EU) 2016/679 van 27 april 2016 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), om de doelstellingen van algemeen belang van de veiligheid van de voedselketen te waarborgen, kan het recht op rectificatie worden uitgesteld, beperkt of geweigerd voor wat betreft verwerkingen van persoonsgegevens waarvan het Agentschap de verwerkingsverantwoordelijke is.
De in het eerste lid bedoelde verwerkingen zijn deze die de voorbereiding, de organisatie, het beheer en de opvolging van de door het Agentschap gevoerde onderzoeken, met inbegrip van de procedures voor de eventuele toepassing van een administratieve geldboete of administratieve sanctie door de bevoegde diensten, tot doel hebben.
Onverminderd de bewaring noodzakelijk voor de verdere verwerking met het oog op archivering in het algemeen belang, wetenschappelijk of historisch onderzoek of statistische doeleinden, worden de persoonsgegevens die voortkomen uit de in het eerste lid bedoelde afwijking niet langer bewaard dan noodzakelijk voor de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt, met een maximum bewaringstermijn die één jaar na de definitieve beëindiging van de administratieve en jurisdictionele procedures en rechtsmiddelen uit hoofde van de beperking van de rechten van de betrokkene bedoeld in het eerste lid en, in voorkomend geval, de integrale betaling van alle bedragen die hiermee verband houden, niet mag overschrijden.
§ 2. Deze afwijking geldt gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle of een onderzoek of de daarmee verband houdende voorbereidende werkzaamheden uitgevoerd door het Agentschap in het kader van de uitvoering van hun wettelijke opdrachten alsook gedurende de periode waarin het Agentschap de stukken behandelt om de vervolgingen hieromtrent in te stellen.
Deze afwijking geldt voor zover de toepassing van dit recht nadelig is voor de controle, het onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden, of het geheim van het strafonderzoek of de veiligheid van personen dreigt te schenden.
De duur van de voorbereidende werkzaamheden, bedoeld in paragraaf 2, tweede lid, gedurende dewelke artikel 16 van de algemene verordening gegevensbescherming niet van toepassing is, mag niet meer bedragen dan één jaar vanaf de ontvangst van het verzoek dat is ingediend in toepassing van dit artikel 16.
De beperking bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, heeft geen betrekking op de gegevens die losstaan van het doel van het onderzoek dat of van de controle die het uitstel, weigering of beperking van rectificatie rechtvaardigt.
§ 3. Bij ontvangst van een verzoek tot rectificatie bevestigt de functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsverantwoordelijke, zijnde het Agentschap, de ontvangst hiervan.
De functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsverantwoordelijke, zijnde het Agentschap, informeert de betrokkene schriftelijk, onverwijld, en in ieder geval binnen één maand na de ontvangst van het verzoek, over ieder uitstel, iedere weigering of iedere beperking van zijn recht op rectificatie alsook van de redenen voor dit uitstel, deze weigering of deze beperking. Die redenen voor het uitstel, de weigering of de beperking kunnen achterwege worden gelaten wanneer de verstrekking daarvan één van de doelstellingen genoemd in paragraaf 2, tweede lid, zou ondermijnen. Afhankelijk van de complexiteit van de verzoeken en van het aantal verzoeken kan die termijn indien nodig met nog eens twee maanden worden verlengd. Het Agentschap, als zijnde de verwerkingsverantwoordelijke, stelt de betrokkene binnen één maand na ontvangst van het verzoek in kennis van deze verlenging en van de redenen voor het uitstel.
De functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsverantwoordelijke, zijnde het Agentschap, informeert de betrokkene over de mogelijkheden om een klacht in te dienen bij de Gegevensbeschermingsautoriteiten om een jurisdictioneel beroep in te stellen.
Wanneer het Agentschap gebruik heeft gemaakt van de uitzondering bepaald bij paragraaf 1, eerste lid, en met uitzondering van de situaties bedoeld in het vijfde en zesde lid van paragraaf 3, wordt de uitzonderingsregel onmiddellijk opgeheven na de afsluiting van de controle of van het onderzoek. De functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsverantwoordelijke, zijnde het Agentschap, brengt de betrokkene hiervan onverwijld op de hoogte.
Wanneer een dossier wordt overgemaakt aaneen gerechtelijke overheid, worden de rechten van de betrokkene pas hersteld na machtiging door de gerechtelijke overheid of nadat de gerechtelijke fase is beëindigd, en, in voorkomend geval, nadat de bevoegde dienst voor administratieve geldboeten een beslissing heeft genomen. Evenwel mogen inlichtingen die werden ingewonnen tijdens de uitoefening van plichten voorgeschreven door de rechterlijke overheid slechts worden meegedeeld mits uitdrukkelijke machtiging van deze laatste.
Wanneer een dossier wordt overgemaakt aan een administratie, of aan de bevoegde instelling om over de bevindingen van het onderzoek te beslissen, worden de rechten van de betrokkene hersteld. In voorkomend geval kunnen deze beperkingen wel blijven gelden op grond van regelingen die bij wet, decreet of ordonnantie zijn ingesteld voor de andere administratie of instelling.]1
De in het eerste lid bedoelde verwerkingen zijn deze die de voorbereiding, de organisatie, het beheer en de opvolging van de door het Agentschap gevoerde onderzoeken, met inbegrip van de procedures voor de eventuele toepassing van een administratieve geldboete of administratieve sanctie door de bevoegde diensten, tot doel hebben.
Onverminderd de bewaring noodzakelijk voor de verdere verwerking met het oog op archivering in het algemeen belang, wetenschappelijk of historisch onderzoek of statistische doeleinden, worden de persoonsgegevens die voortkomen uit de in het eerste lid bedoelde afwijking niet langer bewaard dan noodzakelijk voor de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt, met een maximum bewaringstermijn die één jaar na de definitieve beëindiging van de administratieve en jurisdictionele procedures en rechtsmiddelen uit hoofde van de beperking van de rechten van de betrokkene bedoeld in het eerste lid en, in voorkomend geval, de integrale betaling van alle bedragen die hiermee verband houden, niet mag overschrijden.
§ 2. Deze afwijking geldt gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle of een onderzoek of de daarmee verband houdende voorbereidende werkzaamheden uitgevoerd door het Agentschap in het kader van de uitvoering van hun wettelijke opdrachten alsook gedurende de periode waarin het Agentschap de stukken behandelt om de vervolgingen hieromtrent in te stellen.
Deze afwijking geldt voor zover de toepassing van dit recht nadelig is voor de controle, het onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden, of het geheim van het strafonderzoek of de veiligheid van personen dreigt te schenden.
De duur van de voorbereidende werkzaamheden, bedoeld in paragraaf 2, tweede lid, gedurende dewelke artikel 16 van de algemene verordening gegevensbescherming niet van toepassing is, mag niet meer bedragen dan één jaar vanaf de ontvangst van het verzoek dat is ingediend in toepassing van dit artikel 16.
De beperking bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, heeft geen betrekking op de gegevens die losstaan van het doel van het onderzoek dat of van de controle die het uitstel, weigering of beperking van rectificatie rechtvaardigt.
§ 3. Bij ontvangst van een verzoek tot rectificatie bevestigt de functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsverantwoordelijke, zijnde het Agentschap, de ontvangst hiervan.
De functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsverantwoordelijke, zijnde het Agentschap, informeert de betrokkene schriftelijk, onverwijld, en in ieder geval binnen één maand na de ontvangst van het verzoek, over ieder uitstel, iedere weigering of iedere beperking van zijn recht op rectificatie alsook van de redenen voor dit uitstel, deze weigering of deze beperking. Die redenen voor het uitstel, de weigering of de beperking kunnen achterwege worden gelaten wanneer de verstrekking daarvan één van de doelstellingen genoemd in paragraaf 2, tweede lid, zou ondermijnen. Afhankelijk van de complexiteit van de verzoeken en van het aantal verzoeken kan die termijn indien nodig met nog eens twee maanden worden verlengd. Het Agentschap, als zijnde de verwerkingsverantwoordelijke, stelt de betrokkene binnen één maand na ontvangst van het verzoek in kennis van deze verlenging en van de redenen voor het uitstel.
De functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsverantwoordelijke, zijnde het Agentschap, informeert de betrokkene over de mogelijkheden om een klacht in te dienen bij de Gegevensbeschermingsautoriteiten om een jurisdictioneel beroep in te stellen.
Wanneer het Agentschap gebruik heeft gemaakt van de uitzondering bepaald bij paragraaf 1, eerste lid, en met uitzondering van de situaties bedoeld in het vijfde en zesde lid van paragraaf 3, wordt de uitzonderingsregel onmiddellijk opgeheven na de afsluiting van de controle of van het onderzoek. De functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsverantwoordelijke, zijnde het Agentschap, brengt de betrokkene hiervan onverwijld op de hoogte.
Wanneer een dossier wordt overgemaakt aaneen gerechtelijke overheid, worden de rechten van de betrokkene pas hersteld na machtiging door de gerechtelijke overheid of nadat de gerechtelijke fase is beëindigd, en, in voorkomend geval, nadat de bevoegde dienst voor administratieve geldboeten een beslissing heeft genomen. Evenwel mogen inlichtingen die werden ingewonnen tijdens de uitoefening van plichten voorgeschreven door de rechterlijke overheid slechts worden meegedeeld mits uitdrukkelijke machtiging van deze laatste.
Wanneer een dossier wordt overgemaakt aan een administratie, of aan de bevoegde instelling om over de bevindingen van het onderzoek te beslissen, worden de rechten van de betrokkene hersteld. In voorkomend geval kunnen deze beperkingen wel blijven gelden op grond van regelingen die bij wet, decreet of ordonnantie zijn ingesteld voor de andere administratie of instelling.]1
Art.4/3. [1 § 1er. Par dérogation à l'article 16 du Règlement (UE) 2016/679 du Parlement Européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données), en vue de garantir les objectifs d'intérêt public de la sécurité de la chaîne alimentaire, le droit de rectification peut être retardé, limité ou refusé s'agissant des traitements de données à caractère personnel dont l'Agence est le responsable du traitement.
Les traitements visés à l'alinéa 1er sont ceux dont la finalité est la préparation, l'organisation, la gestion et le suivi des enquêtes menées par l'Agence, en ce compris les procédures visant à l'application éventuelle d'une amende administrative ou d'une sanction administrative par les services compétents.
Sans préjudice de la conservation nécessaire pour le traitement ultérieur à des fins archivistiques dans l'intérêt public, à des fins de recherche scientifique ou historique ou à des fins statistiques, les données à caractère personnel qui résultent de la dérogation visée à l'alinéa 1er ne sont pas conservées plus longtemps que nécessaire au regard des finalités pour lesquelles elles sont traitées, avec un délai de conservation maximum ne pouvant excéder un an après la cessation définitive des procédures et recours administratifs et judiciaires découlant de la restriction des droits de la personne concernée visée à l'alinéa 1er et, le cas échéant, du paiement intégral de tous les montants y afférents.
§ 2. Cette dérogation vaut durant la période durant laquelle la personne concernée est l'objet d'un contrôle ou d'une enquête ou d'actes préparatoires à ceux-ci effectués par l'Agence dans le cadre de l'exécution de ses missions légales ainsi que pendant la période durant laquelle l'Agence traite les pièces en vue d'exercer les poursuites en la matière.
Cette dérogation vaut dans la mesure où l'application de ce droit nuit aux besoins du contrôle, de l'enquête ou des actes préparatoires ou risque de violer le secret de l'enquête pénale ou la sécurité des personnes.
La durée des actes préparatoires, visés au paragraphe 2, alinéa 2, pendant laquelle l'article 16 du règlement général sur la protection des données n'est pas applicable, ne peut excéder un an à partir de la réception de la demande introduite en application de cet article 16.
La restriction visée au paragraphe 1er, premier alinéa, ne vise pas les données qui sont étrangères à l'objet de l'enquête ou du contrôle justifiant le retard, le refus ou la limitation de rectification.
§ 3. Dès réception d'une demande de rectification, le délégué à la protection des données du responsable du traitement, à savoir l'Agence, en accuse réception.
Le délégué à la protection des données du responsable du traitement, à savoir l'Agence, informe la personne concernée par écrit, dans les meilleurs délais, et en tout état de cause dans un délai d'un mois à compter de la réception de la demande, de tout retard, de tout refus ou de toute limitation à son droit de rectification, ainsi que des motifs de ce retard, de ce refus ou de cette limitation. Ces motifs de retard, de refus ou de limitation peuvent ne pas être fournis lorsque leur communication risque de compromettre l'une des finalités énoncées au paragraphe 2, alinéa 2. Au besoin, ce délai peut être prolongé de deux mois, compte tenu de la complexité et du nombre de demandes. L'Agence, en tant que responsable du traitement, informe la personne concernée de cette prolongation et des motifs du report dans un délai d'un mois à compter de la réception de la demande.
Le délégué à la protection des données du responsable du traitement, à savoir l'Agence, informe la personne concernée des possibilités d'introduire une réclamation auprès de l'Autorité de protection des données et de former un recours juridictionnel.
Lorsque l'Agence a fait usage de l'exception telle que déterminée au paragraphe 1er, alinéa 1er, et à l'exception des situations visées aux alinéas 5 et 6 du paragraphe 3, la règle de l'exception est immédiatement levée après la clôture du contrôle ou de l'enquête. Le délégué à la protection des données du responsable du traitement, à savoir l'Agence, en informe la personne concernée sans délai.
Lorsqu'un dossier est transmis à l'autorité judiciaire, les droits de la personne concernée ne sont rétablis qu'après autorisation de l'autorité judiciaire, ou après que la phase judiciaire soit terminée et, le cas échéant, après que le service des amendes administratives compétent ait pris une décision. Toutefois, les renseignements recueillis à l'occasion de l'exécution de devoirs prescrits par l'autorité judiciaire ne peuvent être communiqués qu'avec l'autorisation de celle-ci.
Lorsqu'un dossier est transmis à une administration ou à l'institution compétente pour statuer sur les conclusions de l'enquête, les droits de la personne concernée sont rétablis. Le cas échéant, ces limitations peuvent rester valables sur la base de dispositions établies par loi, décret ou ordonnance pour l'autre administration ou institution.]1
Les traitements visés à l'alinéa 1er sont ceux dont la finalité est la préparation, l'organisation, la gestion et le suivi des enquêtes menées par l'Agence, en ce compris les procédures visant à l'application éventuelle d'une amende administrative ou d'une sanction administrative par les services compétents.
Sans préjudice de la conservation nécessaire pour le traitement ultérieur à des fins archivistiques dans l'intérêt public, à des fins de recherche scientifique ou historique ou à des fins statistiques, les données à caractère personnel qui résultent de la dérogation visée à l'alinéa 1er ne sont pas conservées plus longtemps que nécessaire au regard des finalités pour lesquelles elles sont traitées, avec un délai de conservation maximum ne pouvant excéder un an après la cessation définitive des procédures et recours administratifs et judiciaires découlant de la restriction des droits de la personne concernée visée à l'alinéa 1er et, le cas échéant, du paiement intégral de tous les montants y afférents.
§ 2. Cette dérogation vaut durant la période durant laquelle la personne concernée est l'objet d'un contrôle ou d'une enquête ou d'actes préparatoires à ceux-ci effectués par l'Agence dans le cadre de l'exécution de ses missions légales ainsi que pendant la période durant laquelle l'Agence traite les pièces en vue d'exercer les poursuites en la matière.
Cette dérogation vaut dans la mesure où l'application de ce droit nuit aux besoins du contrôle, de l'enquête ou des actes préparatoires ou risque de violer le secret de l'enquête pénale ou la sécurité des personnes.
La durée des actes préparatoires, visés au paragraphe 2, alinéa 2, pendant laquelle l'article 16 du règlement général sur la protection des données n'est pas applicable, ne peut excéder un an à partir de la réception de la demande introduite en application de cet article 16.
La restriction visée au paragraphe 1er, premier alinéa, ne vise pas les données qui sont étrangères à l'objet de l'enquête ou du contrôle justifiant le retard, le refus ou la limitation de rectification.
§ 3. Dès réception d'une demande de rectification, le délégué à la protection des données du responsable du traitement, à savoir l'Agence, en accuse réception.
Le délégué à la protection des données du responsable du traitement, à savoir l'Agence, informe la personne concernée par écrit, dans les meilleurs délais, et en tout état de cause dans un délai d'un mois à compter de la réception de la demande, de tout retard, de tout refus ou de toute limitation à son droit de rectification, ainsi que des motifs de ce retard, de ce refus ou de cette limitation. Ces motifs de retard, de refus ou de limitation peuvent ne pas être fournis lorsque leur communication risque de compromettre l'une des finalités énoncées au paragraphe 2, alinéa 2. Au besoin, ce délai peut être prolongé de deux mois, compte tenu de la complexité et du nombre de demandes. L'Agence, en tant que responsable du traitement, informe la personne concernée de cette prolongation et des motifs du report dans un délai d'un mois à compter de la réception de la demande.
Le délégué à la protection des données du responsable du traitement, à savoir l'Agence, informe la personne concernée des possibilités d'introduire une réclamation auprès de l'Autorité de protection des données et de former un recours juridictionnel.
Lorsque l'Agence a fait usage de l'exception telle que déterminée au paragraphe 1er, alinéa 1er, et à l'exception des situations visées aux alinéas 5 et 6 du paragraphe 3, la règle de l'exception est immédiatement levée après la clôture du contrôle ou de l'enquête. Le délégué à la protection des données du responsable du traitement, à savoir l'Agence, en informe la personne concernée sans délai.
Lorsqu'un dossier est transmis à l'autorité judiciaire, les droits de la personne concernée ne sont rétablis qu'après autorisation de l'autorité judiciaire, ou après que la phase judiciaire soit terminée et, le cas échéant, après que le service des amendes administratives compétent ait pris une décision. Toutefois, les renseignements recueillis à l'occasion de l'exécution de devoirs prescrits par l'autorité judiciaire ne peuvent être communiqués qu'avec l'autorisation de celle-ci.
Lorsqu'un dossier est transmis à une administration ou à l'institution compétente pour statuer sur les conclusions de l'enquête, les droits de la personne concernée sont rétablis. Le cas échéant, ces limitations peuvent rester valables sur la base de dispositions établies par loi, décret ou ordonnance pour l'autre administration ou institution.]1
Art.4/4. [1 § 1. In afwijking van artikel 18 van Verordening (EU) 2016/679 van 27 april 2016 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), om de doelstellingen van algemeen belang van de veiligheid van de voedselketen te waarborgen, kan het recht op beperking van de verwerking worden uitgesteld, beperkt of geweigerd voor wat betreft verwerkingen van persoonsgegevens waarvan het Agentschap de verwerkingsverantwoordelijke is.
De in het eerste lid bedoelde verwerkingen zijn deze die de voorbereiding, de organisatie, het beheer en de opvolging van de door het Agentschap gevoerde onderzoeken, met inbegrip van de procedures voor de eventuele toepassing van een administratieve geldboete of administratieve sanctie door de bevoegde diensten, tot doel hebben.
Onverminderd de bewaring noodzakelijk voor de verdere verwerking met het oog op archivering in het algemeen belang, wetenschappelijk of historisch onderzoek of statistische doeleinden, worden de persoonsgegevens die voortkomen uit de in het eerste lid bedoelde afwijking niet langer bewaard dan noodzakelijk voor de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt, met een maximum bewaringstermijn die één jaar na de definitieve beëindiging van de administratieve en jurisdictionele procedures en rechtsmiddelen uit hoofde van de beperking van de rechten van de betrokkene bedoeld in het eerste lid en, in voorkomend geval, de integrale betaling van alle bedragen die hiermee verband houden, niet mag overschrijden.
§ 2. Deze afwijking geldt gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle of een onderzoek of de daarmee verband houdende voorbereidende werkzaamheden uitgevoerd door het Agentschap in het kader van de uitvoering van hun wettelijke opdrachten alsook gedurende de periode waarin het Agentschap de stukken behandelt om de vervolgingen hieromtrent in te stellen.
Deze afwijking geldt voor zover de toepassing van dit recht nadelig is voor de controle, het onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden, of het geheim van het strafonderzoek of de veiligheid van personen dreigt te schenden.
De duur van de voorbereidende werkzaamheden, bedoeld in paragraaf 2, tweede lid, gedurende dewelke artikel 18 van de algemene verordening gegevensbescherming niet van toepassing is, mag niet meer bedragen dan één jaar vanaf de ontvangst van het verzoek dat is ingediend in toepassing van dit artikel 18.
De beperking bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, heeft geen betrekking op de gegevens die losstaan van het voorwerp van het onderzoek dat of van de controle die het uitstel, weigering of beperking van de verwerking rechtvaardigt.
§ 3. Bij ontvangst van een verzoek tot beperking van de verwerking bevestigt de functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsverantwoordelijke, zijnde het Agentschap, de ontvangst hiervan.
De functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsverantwoordelijke, zijnde het Agentschap, informeert de betrokkene schriftelijk, onverwijld, en in ieder geval binnen één maand na de ontvangst van het verzoek, over ieder uitstel, iedere weigering of iedere beperking van zijn recht op beperking van de verwerking van de hem betreffende persoonsgegevens alsook van de redenen voor dit uitstel, deze weigering of deze beperking. Afhankelijk van de complexiteit van de verzoeken en van het aantal verzoeken kan die termijn indien nodig met nog eens twee maanden worden verlengd. Het Agentschap, als zijnde de verwerkingsverantwoordelijke, stelt de betrokkene binnen één maand na ontvangst van het verzoek in kennis van deze verlenging en van de redenen voor het uitstel. Die redenen voor het uitstel, de weigering of de beperking kunnen achterwege worden gelaten wanneer de verstrekking daarvan één van de doelstellingen genoemd in paragraaf 2, tweede lid, zou ondermijnen.
De functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsverantwoordelijke, zijnde het Agentschap, informeert de betrokkene over de mogelijkheden om een klacht in te dienen bij de Gegevensbeschermingsautoriteiten om een jurisdictioneel beroep in te stellen.
Wanneer het Agentschap gebruik heeft gemaakt van de uitzondering bepaald bij paragraaf 1, eerste lid, en met uitzondering van de situaties bedoeld in het vijfde en zesde lid van paragraaf 3, wordt de uitzonderingsregel onmiddellijk opgeheven na de afsluiting van de controle of van het onderzoek. De functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsverantwoordelijke, zijnde het Agentschap, brengt de betrokkene hiervan onverwijld op de hoogte.
Wanneer een dossier wordt overgemaakt aaneen gerechtelijke overheid, worden de rechten van de betrokkene pas hersteld na machtiging door de gerechtelijke overheid of nadat de gerechtelijke fase is beëindigd en, in voorkomend geval, nadat de bevoegde dienst voor administratieve geldboeten een beslissing heeft genomen. Evenwel mogen inlichtingen die werden ingewonnen tijdens de uitoefening van plichten voorgeschreven door de rechterlijke overheid slechts worden meegedeeld mits uitdrukkelijke machtiging van deze laatste.
Wanneer een dossier wordt overgemaakt aan een administratie, of aan de bevoegde instelling om over de bevindingen van het onderzoek te beslissen, worden de rechten van de betrokkene hersteld. In voorkomend geval kunnen deze beperkingen wel blijven gelden op grond van regelingen die bij wet, decreet of ordonnantie zijn ingesteld voor de andere administratie of instelling.]1
De in het eerste lid bedoelde verwerkingen zijn deze die de voorbereiding, de organisatie, het beheer en de opvolging van de door het Agentschap gevoerde onderzoeken, met inbegrip van de procedures voor de eventuele toepassing van een administratieve geldboete of administratieve sanctie door de bevoegde diensten, tot doel hebben.
Onverminderd de bewaring noodzakelijk voor de verdere verwerking met het oog op archivering in het algemeen belang, wetenschappelijk of historisch onderzoek of statistische doeleinden, worden de persoonsgegevens die voortkomen uit de in het eerste lid bedoelde afwijking niet langer bewaard dan noodzakelijk voor de doeleinden waarvoor zij worden verwerkt, met een maximum bewaringstermijn die één jaar na de definitieve beëindiging van de administratieve en jurisdictionele procedures en rechtsmiddelen uit hoofde van de beperking van de rechten van de betrokkene bedoeld in het eerste lid en, in voorkomend geval, de integrale betaling van alle bedragen die hiermee verband houden, niet mag overschrijden.
§ 2. Deze afwijking geldt gedurende de periode waarin de betrokkene het voorwerp uitmaakt van een controle of een onderzoek of de daarmee verband houdende voorbereidende werkzaamheden uitgevoerd door het Agentschap in het kader van de uitvoering van hun wettelijke opdrachten alsook gedurende de periode waarin het Agentschap de stukken behandelt om de vervolgingen hieromtrent in te stellen.
Deze afwijking geldt voor zover de toepassing van dit recht nadelig is voor de controle, het onderzoek of de voorbereidende werkzaamheden, of het geheim van het strafonderzoek of de veiligheid van personen dreigt te schenden.
De duur van de voorbereidende werkzaamheden, bedoeld in paragraaf 2, tweede lid, gedurende dewelke artikel 18 van de algemene verordening gegevensbescherming niet van toepassing is, mag niet meer bedragen dan één jaar vanaf de ontvangst van het verzoek dat is ingediend in toepassing van dit artikel 18.
De beperking bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, heeft geen betrekking op de gegevens die losstaan van het voorwerp van het onderzoek dat of van de controle die het uitstel, weigering of beperking van de verwerking rechtvaardigt.
§ 3. Bij ontvangst van een verzoek tot beperking van de verwerking bevestigt de functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsverantwoordelijke, zijnde het Agentschap, de ontvangst hiervan.
De functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsverantwoordelijke, zijnde het Agentschap, informeert de betrokkene schriftelijk, onverwijld, en in ieder geval binnen één maand na de ontvangst van het verzoek, over ieder uitstel, iedere weigering of iedere beperking van zijn recht op beperking van de verwerking van de hem betreffende persoonsgegevens alsook van de redenen voor dit uitstel, deze weigering of deze beperking. Afhankelijk van de complexiteit van de verzoeken en van het aantal verzoeken kan die termijn indien nodig met nog eens twee maanden worden verlengd. Het Agentschap, als zijnde de verwerkingsverantwoordelijke, stelt de betrokkene binnen één maand na ontvangst van het verzoek in kennis van deze verlenging en van de redenen voor het uitstel. Die redenen voor het uitstel, de weigering of de beperking kunnen achterwege worden gelaten wanneer de verstrekking daarvan één van de doelstellingen genoemd in paragraaf 2, tweede lid, zou ondermijnen.
De functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsverantwoordelijke, zijnde het Agentschap, informeert de betrokkene over de mogelijkheden om een klacht in te dienen bij de Gegevensbeschermingsautoriteiten om een jurisdictioneel beroep in te stellen.
Wanneer het Agentschap gebruik heeft gemaakt van de uitzondering bepaald bij paragraaf 1, eerste lid, en met uitzondering van de situaties bedoeld in het vijfde en zesde lid van paragraaf 3, wordt de uitzonderingsregel onmiddellijk opgeheven na de afsluiting van de controle of van het onderzoek. De functionaris voor gegevensbescherming van de verwerkingsverantwoordelijke, zijnde het Agentschap, brengt de betrokkene hiervan onverwijld op de hoogte.
Wanneer een dossier wordt overgemaakt aaneen gerechtelijke overheid, worden de rechten van de betrokkene pas hersteld na machtiging door de gerechtelijke overheid of nadat de gerechtelijke fase is beëindigd en, in voorkomend geval, nadat de bevoegde dienst voor administratieve geldboeten een beslissing heeft genomen. Evenwel mogen inlichtingen die werden ingewonnen tijdens de uitoefening van plichten voorgeschreven door de rechterlijke overheid slechts worden meegedeeld mits uitdrukkelijke machtiging van deze laatste.
Wanneer een dossier wordt overgemaakt aan een administratie, of aan de bevoegde instelling om over de bevindingen van het onderzoek te beslissen, worden de rechten van de betrokkene hersteld. In voorkomend geval kunnen deze beperkingen wel blijven gelden op grond van regelingen die bij wet, decreet of ordonnantie zijn ingesteld voor de andere administratie of instelling.]1
Art.4/4. [1 § 1er. Par dérogation à l'article 18 du Règlement (UE) 2016/679 du Parlement Européen et du Conseil du 27 avril 2016 relatif à la protection des personnes physiques à l'égard du traitement des données à caractère personnel et à la libre circulation de ces données, et abrogeant la directive 95/46/CE (règlement général sur la protection des données), en vue de garantir les objectifs d'intérêt public de la sécurité de la chaîne alimentaire, le droit à la limitation du traitement peut être retardé, limité ou refusé s'agissant des traitements de données à caractère personnel dont l'Agence est le responsable du traitement.
Les traitements visés à l'alinéa 1er sont ceux dont la finalité est la préparation, l'organisation, la gestion et le suivi des enquêtes menées par l'Agence, en ce compris les procédures visant à l'application éventuelle d'une amende administrative ou d'une sanction administrative par les services compétents.
Sans préjudice de la conservation nécessaire pour le traitement ultérieur à des fins archivistiques dans l'intérêt public, à des fins de recherche scientifique ou historique ou à des fins statistiques, les données à caractère personnel qui résultent de la dérogation visée à l'alinéa 1er ne sont pas conservées plus longtemps que nécessaire au regard des finalités pour lesquelles elles sont traitées, avec un délai de conservation maximum ne pouvant excéder un an après la cessation définitive des procédures et recours administratifs et judiciaires découlant de la restriction des droits de la personne concernée visée à l'alinéa 1er et, le cas échéant, du paiement intégral de tous les montants y afférents.
§ 2. Cette dérogation vaut durant la période durant laquelle la personne concernée est l'objet d'un contrôle ou d'une enquête ou d'actes préparatoires à ceux-ci effectués par l'Agence dans le cadre de l'exécution de ses missions légales ainsi que pendant la période durant laquelle l'Agence traite les pièces en vue d'exercer les poursuites en la matière.
Cette dérogation vaut dans la mesure où l'application de ce droit nuit aux besoins du contrôle, de l'enquête ou des actes préparatoires ou risque de violer le secret de l'enquête pénale ou la sécurité des personnes.
La durée des actes préparatoires, visés au paragraphe 2, alinéa 2, pendant laquelle l'article 18 du règlement général sur la protection des données n'est pas applicable, ne peut excéder un an à partir de la réception de la demande introduite en application de cet article 18.
La restriction visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, ne vise pas les données qui sont étrangères à l'objet de l'enquête ou du contrôle justifiant le retard, le refus ou la limitation du traitement.
§ 3. Dès réception d'une demande de limitation du traitement, le délégué à la protection des données du responsable du traitement, à savoir l'Agence, en accuse réception.
Le délégué à la protection des données du responsable du traitement, à savoir l'Agence, informe la personne concernée par écrit, dans les meilleurs délais, et en tout état de cause dans un délai d'un mois à compter de la réception de la demande, de tout retard, de tout refus ou de toute limitation à son droit à la limitation du traitement des données à caractère personnel la concernant ainsi que des motifs de ce retard, de ce refus ou de cette limitation. Au besoin, ce délai peut être prolongé de deux mois, compte tenu de la complexité et du nombre de demandes. L'Agence, en tant que responsable du traitement, informe la personne concernée de cette prolongation et des motifs du report dans un délai d'un mois à compter de la réception de la demande. Ces motifs de retard, de refus ou de limitation peuvent ne pas être fournis lorsque leur communication risque de compromettre l'une des finalités énoncées au paragraphe 2, alinéa 2.
Le délégué à la protection des données du responsable du traitement, à savoir l'Agence, informe la personne concernée des possibilités d'introduire une réclamation auprès de l'Autorité de protection des données et de former un recours juridictionnel.
Lorsque l'Agence a fait usage de l'exception telle que déterminée au paragraphe 1er, alinéa 1er, et à l'exception des situations visées aux alinéas 5 et 6 du paragraphe 3, la règle de l'exception est immédiatement levée après la clôture du contrôle ou de l'enquête. Le délégué à la protection des données du responsable du traitement, à savoir l'Agence, en informe la personne concernée sans délai.
Lorsqu'un dossier est transmis à l'autorité judiciaire, les droits de la personne concernée ne sont rétablis qu'après autorisation de l'autorité judiciaire, ou après que la phase judiciaire soit terminée, et, le cas échéant, après que le service des amendes administratives compétent ait pris une décision. Toutefois, les renseignements recueillis à l'occasion de l'exécution de devoirs prescrits par l'autorité judiciaire ne peuvent être communiqués qu'avec l'autorisation de celle-ci.
Lorsqu'un dossier est transmis à une administration ou à l'institution compétente pour statuer sur les conclusions de l'enquête, les droits de la personne concernée sont rétablis. Le cas échéant, ces limitations peuvent continuer à être appliquées sur la base de dispositions établies par loi, décret ou ordonnance pour l'autre administration ou institution.]1
Les traitements visés à l'alinéa 1er sont ceux dont la finalité est la préparation, l'organisation, la gestion et le suivi des enquêtes menées par l'Agence, en ce compris les procédures visant à l'application éventuelle d'une amende administrative ou d'une sanction administrative par les services compétents.
Sans préjudice de la conservation nécessaire pour le traitement ultérieur à des fins archivistiques dans l'intérêt public, à des fins de recherche scientifique ou historique ou à des fins statistiques, les données à caractère personnel qui résultent de la dérogation visée à l'alinéa 1er ne sont pas conservées plus longtemps que nécessaire au regard des finalités pour lesquelles elles sont traitées, avec un délai de conservation maximum ne pouvant excéder un an après la cessation définitive des procédures et recours administratifs et judiciaires découlant de la restriction des droits de la personne concernée visée à l'alinéa 1er et, le cas échéant, du paiement intégral de tous les montants y afférents.
§ 2. Cette dérogation vaut durant la période durant laquelle la personne concernée est l'objet d'un contrôle ou d'une enquête ou d'actes préparatoires à ceux-ci effectués par l'Agence dans le cadre de l'exécution de ses missions légales ainsi que pendant la période durant laquelle l'Agence traite les pièces en vue d'exercer les poursuites en la matière.
Cette dérogation vaut dans la mesure où l'application de ce droit nuit aux besoins du contrôle, de l'enquête ou des actes préparatoires ou risque de violer le secret de l'enquête pénale ou la sécurité des personnes.
La durée des actes préparatoires, visés au paragraphe 2, alinéa 2, pendant laquelle l'article 18 du règlement général sur la protection des données n'est pas applicable, ne peut excéder un an à partir de la réception de la demande introduite en application de cet article 18.
La restriction visée au paragraphe 1er, alinéa 1er, ne vise pas les données qui sont étrangères à l'objet de l'enquête ou du contrôle justifiant le retard, le refus ou la limitation du traitement.
§ 3. Dès réception d'une demande de limitation du traitement, le délégué à la protection des données du responsable du traitement, à savoir l'Agence, en accuse réception.
Le délégué à la protection des données du responsable du traitement, à savoir l'Agence, informe la personne concernée par écrit, dans les meilleurs délais, et en tout état de cause dans un délai d'un mois à compter de la réception de la demande, de tout retard, de tout refus ou de toute limitation à son droit à la limitation du traitement des données à caractère personnel la concernant ainsi que des motifs de ce retard, de ce refus ou de cette limitation. Au besoin, ce délai peut être prolongé de deux mois, compte tenu de la complexité et du nombre de demandes. L'Agence, en tant que responsable du traitement, informe la personne concernée de cette prolongation et des motifs du report dans un délai d'un mois à compter de la réception de la demande. Ces motifs de retard, de refus ou de limitation peuvent ne pas être fournis lorsque leur communication risque de compromettre l'une des finalités énoncées au paragraphe 2, alinéa 2.
Le délégué à la protection des données du responsable du traitement, à savoir l'Agence, informe la personne concernée des possibilités d'introduire une réclamation auprès de l'Autorité de protection des données et de former un recours juridictionnel.
Lorsque l'Agence a fait usage de l'exception telle que déterminée au paragraphe 1er, alinéa 1er, et à l'exception des situations visées aux alinéas 5 et 6 du paragraphe 3, la règle de l'exception est immédiatement levée après la clôture du contrôle ou de l'enquête. Le délégué à la protection des données du responsable du traitement, à savoir l'Agence, en informe la personne concernée sans délai.
Lorsqu'un dossier est transmis à l'autorité judiciaire, les droits de la personne concernée ne sont rétablis qu'après autorisation de l'autorité judiciaire, ou après que la phase judiciaire soit terminée, et, le cas échéant, après que le service des amendes administratives compétent ait pris une décision. Toutefois, les renseignements recueillis à l'occasion de l'exécution de devoirs prescrits par l'autorité judiciaire ne peuvent être communiqués qu'avec l'autorisation de celle-ci.
Lorsqu'un dossier est transmis à une administration ou à l'institution compétente pour statuer sur les conclusions de l'enquête, les droits de la personne concernée sont rétablis. Le cas échéant, ces limitations peuvent continuer à être appliquées sur la base de dispositions établies par loi, décret ou ordonnance pour l'autre administration ou institution.]1
Art.5. De bevoegdheden van personen, instellingen, diensten en organismen die kaderen in de in artikel 4 omschreven opdrachten van het Agentschap, evenals de daarmee verbonden rechten en plichten, worden naar het Agentschap overgeheveld, op de wijze te bepalen door de Koning bij een in de Ministerraad overlegd besluit.
(In het kader van de in artikel 4 beschreven bevoegdheden, is het Agentschap bevoegd voor de volgende wetten :
1° de wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van de gifstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, ontsmettingsstoffen en antiseptica;
[2 1° /1 de wet van 14 augustus 1933 betreffende de bescherming van drinkwaters;]2
2° de wet van 5 september 1952 betreffende de vleeskeuring en de vleeshandel;
[1 3° de wet van 5 mei 2022 betreffende diergeneesmiddelen;
3° /1 Verordening (EU) 2019/6 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 betreffende diergeneesmiddelen en tot intrekking van richtlijn 2001/82/EG;]1
4° de wet van 15 april 1965 betreffende de keuring en de handel in vis, gevogelte, konijnen en wild en tot wijziging van de wet van 5 september 1952 betreffende de vleeskeuring en de vleeshandel;
5° de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor nucleaire controle;
6° de wet van 11 juli 1969 betreffende de bestrijdingsmiddelen en grondstoffen voor de landbouw, tuinbouw, bosbouw en veeteelt;
7° de wet van 2 april 1971 betreffende de bestrijding van voor planten en plantaardige producten schadelijke organismen;
8° de wet van 28 maart 1975 betreffende de handel in landbouw-, tuinbouw- en zeevisserijproducten;
9° de wet van 24 januari 1977 betreffende de bescherming van de gezondheid van de verbruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere producten;
10° de wet van 21 juni 1983 betreffende gemedicineerde diervoeders;
11° de wet van 15 juli 1985 betreffende het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, anti-hormonale, beta-adrenergische of productiestimulerende werking;
12° [2 ...]2
13° de dierengezondheidswet van 24 maart 1987;
14° de wet van 20 juli 1991 houdende sociale en diverse bepalingen;
15° de wet van 28 augustus 1991 op de uitoefening van de diergeneeskunde;
16° de wet van 21 december 1998 betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid;) <W 2003-12-22/42, art. 192, 004; Inwerkingtreding : 10-01-2004>
[2 17° verordeningen en beschikkingen van de Europese Unie in de domeinen bedoeld in de punten 1 tot 16.]2
(In het kader van de in artikel 4 beschreven bevoegdheden, is het Agentschap bevoegd voor de volgende wetten :
1° de wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van de gifstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, ontsmettingsstoffen en antiseptica;
[2 1° /1 de wet van 14 augustus 1933 betreffende de bescherming van drinkwaters;]2
2° de wet van 5 september 1952 betreffende de vleeskeuring en de vleeshandel;
[1 3° de wet van 5 mei 2022 betreffende diergeneesmiddelen;
3° /1 Verordening (EU) 2019/6 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 betreffende diergeneesmiddelen en tot intrekking van richtlijn 2001/82/EG;]1
4° de wet van 15 april 1965 betreffende de keuring en de handel in vis, gevogelte, konijnen en wild en tot wijziging van de wet van 5 september 1952 betreffende de vleeskeuring en de vleeshandel;
5° de wet van 15 april 1994 betreffende de bescherming van de bevolking en van het leefmilieu tegen de uit ioniserende stralingen voortspruitende gevaren en betreffende het Federaal Agentschap voor nucleaire controle;
6° de wet van 11 juli 1969 betreffende de bestrijdingsmiddelen en grondstoffen voor de landbouw, tuinbouw, bosbouw en veeteelt;
7° de wet van 2 april 1971 betreffende de bestrijding van voor planten en plantaardige producten schadelijke organismen;
8° de wet van 28 maart 1975 betreffende de handel in landbouw-, tuinbouw- en zeevisserijproducten;
9° de wet van 24 januari 1977 betreffende de bescherming van de gezondheid van de verbruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere producten;
10° de wet van 21 juni 1983 betreffende gemedicineerde diervoeders;
11° de wet van 15 juli 1985 betreffende het gebruik bij dieren van stoffen met hormonale, anti-hormonale, beta-adrenergische of productiestimulerende werking;
12° [2 ...]2
13° de dierengezondheidswet van 24 maart 1987;
14° de wet van 20 juli 1991 houdende sociale en diverse bepalingen;
15° de wet van 28 augustus 1991 op de uitoefening van de diergeneeskunde;
16° de wet van 21 december 1998 betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productie- en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid;) <W 2003-12-22/42, art. 192, 004; Inwerkingtreding : 10-01-2004>
[2 17° verordeningen en beschikkingen van de Europese Unie in de domeinen bedoeld in de punten 1 tot 16.]2
Art.5. Les compétences des personnes, institutions, services et organismes qui entrent dans le cadre des missions de l'Agence décrites à l'article 4, ainsi que les droits et obligations y afférents, sont transférés à l'Agence, de la manière à déterminer par le Roi par arrêté délibéré en Conseil des Ministres.
(Dans le cadre des compétences définies à l'article 4, l'Agence est compétente pour les lois suivantes :
1° la loi du 24 février 1921 concernant le trafic des substances vénéneuses, soporifiques, stupéfiantes, désinfectantes ou antiseptiques;
[2 1° /1 la loi du 14 août 1933 concernant la protection des eaux de boisson;]2
2° la loi du 5 septembre 1952 relative à l'expertise et au commerce des viandes;
[1 3° la loi du 5 mai 2022 sur les médicaments vétérinaires;
3° /1 Règlement (UE) 2019/6 du Parlement Européen et du Conseil du 11 décembre 2018 relatif aux médicaments vétérinaires et abrogeant la directive 2001/82/CE;]1
4° la loi du 15 avril 1965 concernant l'expertise et le commerce du poisson, des volailles, des lapins et du gibier et modifiant la loi du 5 septembre 1952 relative à l'expertise et au commerce des viandes;
5 ° la loi du 15 avril 1994 relative à la protection de la population et de l'environnement contre les dangers résultant des rayonnements ionisants et relative à l'Agence fédérale de contrôle nucléaire;
6° la loi du 11 juillet 1969 relative aux pesticides et aux matières premières pour l'agriculture, l'horticulture, la sylviculture et l'élevage;
7° la loi du 2 avril 1971 relative à la lutte contre les organismes nuisibles aux végétaux et aux produits végétaux;
8° la loi du 28 mars 1975 relative au commerce des produits de l'agriculture, de l'horticulture et de la pêche maritime;
9° la loi du 24 janvier 1977 relative à la protection de la santé des consommateurs en ce qui concerne les denrées alimentaires et les autres produits;
10° la loi du 21 juin 1983 relative aux aliments médicamenteux pour animaux;
11° la loi du 15 juillet 1985 relative à l'utilisation de substances à effet hormonal, à effet anti-hormonal, à effet bêta-adrénergique ou à effet stimulateur de production chez les animaux;
12° [2 ...]2
13° la loi du 24 mars 1987 relative à la santé des animaux;
14° la loi du 20 juillet 1991 portant des dispositions sociales et diverses;
15° la loi du 28 août 1991 sur l'exercice de la médecine vétérinaire;
16° la loi du 21 décembre 1998 relative aux normes de produits ayant pour but la promotion des modes de production et de consommation durables et la protection de l'environnement et de la santé;) <L 2003-12-22/42, art. 192, 004; En vigueur : 10-01-2004>
[2 17° règlements et décisions de l'Union européenne dans les domaines visés aux points 1 à 16.]2
(Dans le cadre des compétences définies à l'article 4, l'Agence est compétente pour les lois suivantes :
1° la loi du 24 février 1921 concernant le trafic des substances vénéneuses, soporifiques, stupéfiantes, désinfectantes ou antiseptiques;
[2 1° /1 la loi du 14 août 1933 concernant la protection des eaux de boisson;]2
2° la loi du 5 septembre 1952 relative à l'expertise et au commerce des viandes;
[1 3° la loi du 5 mai 2022 sur les médicaments vétérinaires;
3° /1 Règlement (UE) 2019/6 du Parlement Européen et du Conseil du 11 décembre 2018 relatif aux médicaments vétérinaires et abrogeant la directive 2001/82/CE;]1
4° la loi du 15 avril 1965 concernant l'expertise et le commerce du poisson, des volailles, des lapins et du gibier et modifiant la loi du 5 septembre 1952 relative à l'expertise et au commerce des viandes;
5 ° la loi du 15 avril 1994 relative à la protection de la population et de l'environnement contre les dangers résultant des rayonnements ionisants et relative à l'Agence fédérale de contrôle nucléaire;
6° la loi du 11 juillet 1969 relative aux pesticides et aux matières premières pour l'agriculture, l'horticulture, la sylviculture et l'élevage;
7° la loi du 2 avril 1971 relative à la lutte contre les organismes nuisibles aux végétaux et aux produits végétaux;
8° la loi du 28 mars 1975 relative au commerce des produits de l'agriculture, de l'horticulture et de la pêche maritime;
9° la loi du 24 janvier 1977 relative à la protection de la santé des consommateurs en ce qui concerne les denrées alimentaires et les autres produits;
10° la loi du 21 juin 1983 relative aux aliments médicamenteux pour animaux;
11° la loi du 15 juillet 1985 relative à l'utilisation de substances à effet hormonal, à effet anti-hormonal, à effet bêta-adrénergique ou à effet stimulateur de production chez les animaux;
12° [2 ...]2
13° la loi du 24 mars 1987 relative à la santé des animaux;
14° la loi du 20 juillet 1991 portant des dispositions sociales et diverses;
15° la loi du 28 août 1991 sur l'exercice de la médecine vétérinaire;
16° la loi du 21 décembre 1998 relative aux normes de produits ayant pour but la promotion des modes de production et de consommation durables et la protection de l'environnement et de la santé;) <L 2003-12-22/42, art. 192, 004; En vigueur : 10-01-2004>
[2 17° règlements et décisions de l'Union européenne dans les domaines visés aux points 1 à 16.]2
Art.5/1. [1 Het Agentschap is bevoegd om op te treden als aankoopcentrale of opdrachtencentrale voor andere federale overheden en dit zelfs buiten de opdrachten die verband houden met de veiligheid van de voedselketen. ]1
Art.5/1. [1 L' Agence est compétente pour agir en tant que centrale d'achats ou centrale de marchés pour les autres autorités fédérales et cela même en dehors des missions ayant trait à la sécurité de la chaîne alimentaire. ]1
Art.6. § 1. [1 Het dagelijks bestuur van het Agentschap wordt toevertrouwd aan een gedelegeerd bestuurder. Hij is belast met de werking van het Agentschap. Hij leidt het personeel. De Koning kan hem bovendien specifieke bevoegdheden toekennen [2 en de handelingen van dagelijks bestuur omschrijven]2.]1
§ 2. [1 De gedelegeerd bestuurder vertegenwoordigt het Agentschap in de gerechtelijke en buitengerechtelijke handelingen en handelt geldig in naam of voor rekening van het Agentschap.]1
§ 3. [1 De gedelegeerd bestuurder wordt, in voorkomend geval, bij de uitoefening van zijn opdrachten bijgestaan door een adjunct-gedelegeerd bestuurder en door een directiecomité dat hij voorzit.
De adjunct-gedelegeerd bestuurder behoort tot de andere taalrol dan de gedelegeerd bestuurder. De gedelegeerd bestuurder en de adjunct-gedelegeerd bestuurder maken deel uit van het directiecomité.]1
§ 4. [1 De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de samenstelling van het directiecomité, het statuut en de wijze van aanstelling van de gedelegeerd bestuurder, in voorkomend geval, van de adjunct-gedelegeerd bestuurder en van de leden van het directiecomité.]1
§ 5. De Koning bepaalt bij een in Ministerraad overlegd besluit, de aanwervingsvoorwaarden van het statutair en van het contractueel personeel, teneinde de objectiviteit, de onafhankelijkheid en de bekwaamheid van het personeel te verzekeren.
§ 6. Vóór zijn indiensttreding verklaart ieder in vast dienstverband of contractueel aangeworven personeelslid van het Agentschap welke belangen het heeft in om het even welke instelling of onderneming die onder de bevoegdheid van het Agentschap valt, en verbindt het zich ertoe het Agentschap in te lichten zodra enige wijziging in die aangegeven belangen plaatsvindt.
De Koning bepaalt, bij een in de Ministerraad overlegd besluit, de voorwaarden waaronder het Agentschap de dienst regelt teneinde ieder belangenconflict te voorkomen.
§ 7. (De Koning bepaalt het administratief en geldelijk statuut van het personeel van het Agentschap), evenals de vrijwillige en ambtshalve mobiliteitsregeling naar, van en in het Agentschap met de daarmee gepaard gaande nadere regels. <W 2002-12-24/31, art. 302, 003; Inwerkingtreding : 10-01-2003>
De overige leidinggevende functies worden begeven bij wege van een mandaat, waarvan de modaliteiten worden bepaald in een in de Ministerraad overlegd besluit.
De personeelsleden van ministeries en van instellingen van openbaar nut die bij een in de Ministerraad overlegd besluit zullen worden overgedragen naar het Agentschap, zullen worden overgedragen met behoud van hun bezoldiging en anciënniteit.
§ 2. [1 De gedelegeerd bestuurder vertegenwoordigt het Agentschap in de gerechtelijke en buitengerechtelijke handelingen en handelt geldig in naam of voor rekening van het Agentschap.]1
§ 3. [1 De gedelegeerd bestuurder wordt, in voorkomend geval, bij de uitoefening van zijn opdrachten bijgestaan door een adjunct-gedelegeerd bestuurder en door een directiecomité dat hij voorzit.
De adjunct-gedelegeerd bestuurder behoort tot de andere taalrol dan de gedelegeerd bestuurder. De gedelegeerd bestuurder en de adjunct-gedelegeerd bestuurder maken deel uit van het directiecomité.]1
§ 4. [1 De Koning bepaalt, bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad, de samenstelling van het directiecomité, het statuut en de wijze van aanstelling van de gedelegeerd bestuurder, in voorkomend geval, van de adjunct-gedelegeerd bestuurder en van de leden van het directiecomité.]1
§ 5. De Koning bepaalt bij een in Ministerraad overlegd besluit, de aanwervingsvoorwaarden van het statutair en van het contractueel personeel, teneinde de objectiviteit, de onafhankelijkheid en de bekwaamheid van het personeel te verzekeren.
§ 6. Vóór zijn indiensttreding verklaart ieder in vast dienstverband of contractueel aangeworven personeelslid van het Agentschap welke belangen het heeft in om het even welke instelling of onderneming die onder de bevoegdheid van het Agentschap valt, en verbindt het zich ertoe het Agentschap in te lichten zodra enige wijziging in die aangegeven belangen plaatsvindt.
De Koning bepaalt, bij een in de Ministerraad overlegd besluit, de voorwaarden waaronder het Agentschap de dienst regelt teneinde ieder belangenconflict te voorkomen.
§ 7. (De Koning bepaalt het administratief en geldelijk statuut van het personeel van het Agentschap), evenals de vrijwillige en ambtshalve mobiliteitsregeling naar, van en in het Agentschap met de daarmee gepaard gaande nadere regels. <W 2002-12-24/31, art. 302, 003; Inwerkingtreding : 10-01-2003>
De overige leidinggevende functies worden begeven bij wege van een mandaat, waarvan de modaliteiten worden bepaald in een in de Ministerraad overlegd besluit.
De personeelsleden van ministeries en van instellingen van openbaar nut die bij een in de Ministerraad overlegd besluit zullen worden overgedragen naar het Agentschap, zullen worden overgedragen met behoud van hun bezoldiging en anciënniteit.
Art.6. § 1er. [1 La gestion journalière de l'Agence est confiée à un administrateur délégué. Il assure le fonctionnement de l'Agence. Il dirige le personnel. Le Roi peut en outre lui attribuer des compétences spécifiques [2 et décrire les actes de gestion journalière]2.]1
§ 2. [1 L'administrateur délégué représente l'Agence dans les actes judiciaires et extrajudiciaires et agit valablement en nom ou pour compte de l'Agence.]1
§ 3. [1 L'administrateur délégué est assisté, le cas échéant, dans l'exercice de ses missions, par un administrateur délégué adjoint et par un comité de direction dont il assume la présidence.
L'administrateur délégué adjoint appartient à l'autre rôle linguistique que l'administrateur délégué. L'administrateur délégué et l'administrateur délégué adjoint font partie du comité de direction.]1
§ 4. [1 Le Roi fixe, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, la composition du comité de direction, le statut et la procédure de désignation de l'administrateur délégué, le cas échéant, de l'administrateur délégué adjoint et des membres du comité de direction.]1
§ 5. Le Roi détermine par arrêté délibéré en Conseil des Ministres les conditions de recrutement du personnel statutaire ainsi que du personnel contractuel, afin d'assurer l'objectivité, l'indépendance et la compétence du personnel.
§ 6. Avant son entrée en fonction, tout membre du personnel statutaire ou contractuel de l'Agence déclare les intérêts qu'il a dans un établissement ou une entreprise quelconque relevant de la compétence de l'Agence et s'engage à informer celle-ci de toute modification relative aux intérêts déclarés.
Le Roi détermine par arrêté royal délibéré en Conseil des Ministres les conditions dans lesquelles l'Agence organise le service en vue de prévenir tout conflit d'intérêt.
§ 7. (Le Roi détermine le statut administratif et pécuniaire du personnel de l'Agence), ainsi que le régime de mobilité volontaire et d'office vers, à partir de ou dans l'Agence, avec les modalités y afférentes. <L 2002-12-24/31, art. 302, 003; En vigueur : 10-01-2003>
Les autres fonctions dirigeantes seront confiées par voie de mandat dont les modalités seront fixées par un arrêté délibéré en Conseil des Ministres.
Les membres du personnel de ministères et d'organismes d'intérêt public qui seront transférés à l'Agence par arrêté délibéré en Conseil des Ministres le seront avec maintien de leur traitement et de leur ancienneté.
§ 2. [1 L'administrateur délégué représente l'Agence dans les actes judiciaires et extrajudiciaires et agit valablement en nom ou pour compte de l'Agence.]1
§ 3. [1 L'administrateur délégué est assisté, le cas échéant, dans l'exercice de ses missions, par un administrateur délégué adjoint et par un comité de direction dont il assume la présidence.
L'administrateur délégué adjoint appartient à l'autre rôle linguistique que l'administrateur délégué. L'administrateur délégué et l'administrateur délégué adjoint font partie du comité de direction.]1
§ 4. [1 Le Roi fixe, par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, la composition du comité de direction, le statut et la procédure de désignation de l'administrateur délégué, le cas échéant, de l'administrateur délégué adjoint et des membres du comité de direction.]1
§ 5. Le Roi détermine par arrêté délibéré en Conseil des Ministres les conditions de recrutement du personnel statutaire ainsi que du personnel contractuel, afin d'assurer l'objectivité, l'indépendance et la compétence du personnel.
§ 6. Avant son entrée en fonction, tout membre du personnel statutaire ou contractuel de l'Agence déclare les intérêts qu'il a dans un établissement ou une entreprise quelconque relevant de la compétence de l'Agence et s'engage à informer celle-ci de toute modification relative aux intérêts déclarés.
Le Roi détermine par arrêté royal délibéré en Conseil des Ministres les conditions dans lesquelles l'Agence organise le service en vue de prévenir tout conflit d'intérêt.
§ 7. (Le Roi détermine le statut administratif et pécuniaire du personnel de l'Agence), ainsi que le régime de mobilité volontaire et d'office vers, à partir de ou dans l'Agence, avec les modalités y afférentes. <L 2002-12-24/31, art. 302, 003; En vigueur : 10-01-2003>
Les autres fonctions dirigeantes seront confiées par voie de mandat dont les modalités seront fixées par un arrêté délibéré en Conseil des Ministres.
Les membres du personnel de ministères et d'organismes d'intérêt public qui seront transférés à l'Agence par arrêté délibéré en Conseil des Ministres le seront avec maintien de leur traitement et de leur ancienneté.
Art.7. Er wordt bij het Agentschap een raadgevend Comité ingesteld, dat belast is met het adviseren, zowel op eigen initiatief als op vraag van de Minister of van de gedelegeerd bestuurder, omtrent alle aangelegenheden die betrekking hebben op het door het Agentschap gevolgde en te volgen beleid.
Dat Comité omvat in ieder geval vertegenwoordigers van de federale overheid, van de gewesten en gemeenschappen, van consumentenverenigingen en van de sectoren betrokken in de materies waarvoor het Agentschap bevoegd is, evenals deskundigen.
De Koning bepaalt bij een in de Ministerraad overlegd besluit de onverenigbaarheden met betrekking tot de beroepsuitoefening van de deskundigen.
(De Koning bepaalt de samenstelling van het comité, de wijze waarop de leden aangeduid worden, de werkwijze alsook de datum van installatie bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.) <W 2005-12-27/31, art. 46, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2006>
Dat Comité omvat in ieder geval vertegenwoordigers van de federale overheid, van de gewesten en gemeenschappen, van consumentenverenigingen en van de sectoren betrokken in de materies waarvoor het Agentschap bevoegd is, evenals deskundigen.
De Koning bepaalt bij een in de Ministerraad overlegd besluit de onverenigbaarheden met betrekking tot de beroepsuitoefening van de deskundigen.
(De Koning bepaalt de samenstelling van het comité, de wijze waarop de leden aangeduid worden, de werkwijze alsook de datum van installatie bij een besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad.) <W 2005-12-27/31, art. 46, 008; Inwerkingtreding : 09-01-2006>
Art.7. Il est institué auprès de l'Agence un Comité consultatif, chargé de la conseiller, autant de sa propre initiative qu'à la demande du Ministre ou de l'administrateur délégué, à propos de toutes les matières relatives à la politique suivie et à suivre par l'Agence.
Ce Comité comprend en tout cas des représentants de l'autorité fédérale, des régions et des communautés, des associations de consommateurs, et des secteurs concernés par les matières relevant de la compétence de l'Agence, ainsi que des experts.
Le Roi détermine par arrêté délibéré en Conseil des Ministres les incompatibilités relatives à l'exercice professionnel des experts.
(Le Roi détermine par arrêté délibéré en Conseil des Ministres la composition du comité, les modalités de désignation de ses membres, son fonctionnement ainsi que sa date d'installation.) <L 2005-12-27/31, art. 46, 008; En vigueur : 09-01-2006>
Ce Comité comprend en tout cas des représentants de l'autorité fédérale, des régions et des communautés, des associations de consommateurs, et des secteurs concernés par les matières relevant de la compétence de l'Agence, ainsi que des experts.
Le Roi détermine par arrêté délibéré en Conseil des Ministres les incompatibilités relatives à l'exercice professionnel des experts.
(Le Roi détermine par arrêté délibéré en Conseil des Ministres la composition du comité, les modalités de désignation de ses membres, son fonctionnement ainsi que sa date d'installation.) <L 2005-12-27/31, art. 46, 008; En vigueur : 09-01-2006>
Art.8. Er wordt bij het Agentschap een wetenschappelijk Comité ingesteld, bestaande uit (...) deskundigen in de materies waarvoor het Agentschap bevoegd is. <W 2003-12-22/42, art. 193, 004; Inwerkingtreding : 10-01-2004>
Dit Comité adviseert omtrent en onderzoekt, zowel op eigen initiatief als op vraag van de Minister of de gedelegeerd bestuurder, alle aangelegenheden die behoren tot de bevoegdheid van het Agentschap en die het door het Agentschap gevolgde en te volgen beleid betreffen. (De gedelegeerd bestuurder informeert dit comité over alle wetsontwerpen en alle ontwerpen van koninklijke besluiten ter uitvoering van wetten betreffende materies waarvoor het agentschap bevoegd is.) <W 2001-07-13/37, art. 5, 002; Inwerkingtreding : 14-08-2001>
(Het Comité dient verplicht voor advies te worden geraadpleegd over de wetsontwerpen en de ontwerpen van koninklijke besluiten betreffende de risico-evaluatie en het risicobeheer in de voedselketen, met uitzondering van de omzetting van Europese richtlijnen.) <W 2006-12-27/32, art. 273, 009; Inwerkingtreding : 01-07-2007>
De Koning bepaalt bij een in de Ministerraad overlegd besluit de onverenigbaarheden met betrekking tot de beroepsuitoefening van de deskundigen.
De Koning benoemt bij een in de Ministerraad overlegd besluit de leden van het Comité en bepaalt de verdere samenstelling en de werkwijze ervan, alsook de datum van installatie.
Dit Comité adviseert omtrent en onderzoekt, zowel op eigen initiatief als op vraag van de Minister of de gedelegeerd bestuurder, alle aangelegenheden die behoren tot de bevoegdheid van het Agentschap en die het door het Agentschap gevolgde en te volgen beleid betreffen. (De gedelegeerd bestuurder informeert dit comité over alle wetsontwerpen en alle ontwerpen van koninklijke besluiten ter uitvoering van wetten betreffende materies waarvoor het agentschap bevoegd is.) <W 2001-07-13/37, art. 5, 002; Inwerkingtreding : 14-08-2001>
(Het Comité dient verplicht voor advies te worden geraadpleegd over de wetsontwerpen en de ontwerpen van koninklijke besluiten betreffende de risico-evaluatie en het risicobeheer in de voedselketen, met uitzondering van de omzetting van Europese richtlijnen.) <W 2006-12-27/32, art. 273, 009; Inwerkingtreding : 01-07-2007>
De Koning bepaalt bij een in de Ministerraad overlegd besluit de onverenigbaarheden met betrekking tot de beroepsuitoefening van de deskundigen.
De Koning benoemt bij een in de Ministerraad overlegd besluit de leden van het Comité en bepaalt de verdere samenstelling en de werkwijze ervan, alsook de datum van installatie.
Art.8. Il est institué auprès de l'Agence un Comité scientifique, composé d'experts (...) dans les matières relevant de la compétence de l'Agence. <L 2003-12-22/42, art. 193, 004; En vigueur : 10-01-2004>
Ce Comité examine et donne des avis, tant de sa propre initiative qu'à la demande du Ministre ou de l'administrateur délégué, sur toutes les matières relevant de la compétence de l'Agence et relatives à la politique suivie et à suivre par l'Agence. (L'administrateur délégué informe ce comité de tous les projets de loi et de tous les projets d'arrêtés royaux d'exécution des lois relatives aux matières relevant de la compétence de l'agence.) <L 2001-07-13/37, art. 5, 002; En vigueur : 14-08-2001>
(Le Comité doit obligatoirement être consulté pour avis sur les projets de loi et les projets d'arrêtés royaux relatifs à l'évaluation et à la gestion des risques dans la chaîne alimentaire, à l'exception des transpositions de directives européennes.) <L 2006-12-27/32, art. 273, 009; En vigueur : 01-07-2007>
Le Roi détermine par arrêté délibéré en Conseil des Ministres les incompatibilités relatives à l'exercice de la profession des experts.
Le Roi nomme les membres du Comité par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, et détermine sa composition ultérieure et son fonctionnement ainsi que sa date d'installation.
Ce Comité examine et donne des avis, tant de sa propre initiative qu'à la demande du Ministre ou de l'administrateur délégué, sur toutes les matières relevant de la compétence de l'Agence et relatives à la politique suivie et à suivre par l'Agence. (L'administrateur délégué informe ce comité de tous les projets de loi et de tous les projets d'arrêtés royaux d'exécution des lois relatives aux matières relevant de la compétence de l'agence.) <L 2001-07-13/37, art. 5, 002; En vigueur : 14-08-2001>
(Le Comité doit obligatoirement être consulté pour avis sur les projets de loi et les projets d'arrêtés royaux relatifs à l'évaluation et à la gestion des risques dans la chaîne alimentaire, à l'exception des transpositions de directives européennes.) <L 2006-12-27/32, art. 273, 009; En vigueur : 01-07-2007>
Le Roi détermine par arrêté délibéré en Conseil des Ministres les incompatibilités relatives à l'exercice de la profession des experts.
Le Roi nomme les membres du Comité par arrêté délibéré en Conseil des Ministres, et détermine sa composition ultérieure et son fonctionnement ainsi que sa date d'installation.
Art.9. Er wordt bij het Agentschap een permanent meldpunt opgericht waar de consument terecht kan voor objectieve informatie en individuele klachtenbehandeling met betrekking tot de kwaliteit en de veiligheid van het voedsel.
Art.9. Il est institué auprès de l'Agence un point de contact permanent où le consommateur peut obtenir des informations objectives et déposer des plaintes individuelles concernant la qualité et la sécurité alimentaire.
Art.10. (Opgeheven) <W 2004-12-09/53, art. 19, 006; Inwerkingtreding : 27-01-2005>
Art.10. (Abrogé par) <L 2004-12-09/53, art. 19, 006; En vigueur : 27-01-2005>
Art.11. Het Agentschap kan, op de wijze en op de tijdstippen nader bij een in de Ministerraad overlegd koninklijk besluit bepaald, de noodzakelijke uitrusting en installaties, laboratoria inbegrepen, verwerven. De diensten, uitrusting en installaties, toebehorend aan de Staat of een publiek organisme nodig voor de uitvoering van de opdracht van het Agentschap zoals bepaald in artikel 4, worden het Agentschap van Staatswege om niet of tegen betaling ter beschikking gesteld.
Art.11. L'Agence peut acquérir, de la manière et aux moments spécifiés par arrêté royal délibéré en Conseil des Ministres, l'équipement et les installations, y compris les laboratoires, nécessaires. Les services, équipements et installations appartenant à l'Etat ou à un organisme public nécessaires pour l'exécution de la mission de l'Agence, tels que définie à l'article 4, sont mis gratuitement ou à titre onéreux à disposition de l'Agence par l'Etat.
Art.12. In artikel 1 van de wet van 16 maart 1954 betreffende de controle op sommige instellingen van openbaar nut, wordt de categorie A aangevuld met de woorden : " federaal Agentschap voor de Veiligheid van de voedselketen ", in te voegen in de alfabetische rangorde.
Art.12. à l'article 1er de la loi du 16 mars 1954 relative au contrôle de certains organismes d'intérêt public, la catégorie A est complétée par les mots " Agence fédérale pour la Sécurité de la chaîne alimentaire ", à insérer dans l'ordre alphabétique.
Art.13. § 1. Het Agentschap is onderworpen aan het hiërarchisch gezag van de Minister.
§ 2. Het maakt aan de Minister driemaandelijkse verslagen over betreffende zijn werkzaamheden, binnen de maand na het einde van de periode waarop het verslag betrekking heeft, evenals een jaarverslag over zijn werkzaamheden, dat eveneens een balans van de bereikte resultaten met betrekking tot zijn opdrachten omvat, dat het tevens overmaakt aan het Parlement.
Het Agentschap maakt driemaandelijkse toestandsopgaven over aan de Minister en aan de Minister die de Begroting onder zijn bevoegdheid heeft, binnen de maand na het einde van de periode waarop de opgave betrekking heeft. Het maakt uiterlijk op 30 april de jaarlijkse uitvoerrekening op van zijn begroting, alsmede een toestandsopgave van het actief en het passief op 31 december van het betrokken jaar.
§ 2. Het maakt aan de Minister driemaandelijkse verslagen over betreffende zijn werkzaamheden, binnen de maand na het einde van de periode waarop het verslag betrekking heeft, evenals een jaarverslag over zijn werkzaamheden, dat eveneens een balans van de bereikte resultaten met betrekking tot zijn opdrachten omvat, dat het tevens overmaakt aan het Parlement.
Het Agentschap maakt driemaandelijkse toestandsopgaven over aan de Minister en aan de Minister die de Begroting onder zijn bevoegdheid heeft, binnen de maand na het einde van de periode waarop de opgave betrekking heeft. Het maakt uiterlijk op 30 april de jaarlijkse uitvoerrekening op van zijn begroting, alsmede een toestandsopgave van het actief en het passief op 31 december van het betrokken jaar.
Art.13. § 1er. L'Agence est soumise à l'autorité hiérarchique du Ministre.
§ 2. L'Agence présente au Ministre des rapports trimestriels sur ses activités, dans le mois qui suit la période couverte par le rapport, ainsi qu'un rapport annuel sur ses activités, comprenant de plus le bilan des résultats atteints au regard de ses missions, qu'elle remet également au Parlement.
L'Agence présente au Ministre et au Ministre compétent pour le Budget des situations trimestrielles, dans le mois de la fin de la période considérée. Elle dresse pour le 30 avril au plus tard, le compte annuel d'exécution de son budget, ainsi qu'une situation active et passive au 31 décembre de l'année considérée.
§ 2. L'Agence présente au Ministre des rapports trimestriels sur ses activités, dans le mois qui suit la période couverte par le rapport, ainsi qu'un rapport annuel sur ses activités, comprenant de plus le bilan des résultats atteints au regard de ses missions, qu'elle remet également au Parlement.
L'Agence présente au Ministre et au Ministre compétent pour le Budget des situations trimestrielles, dans le mois de la fin de la période considérée. Elle dresse pour le 30 avril au plus tard, le compte annuel d'exécution de son budget, ainsi qu'une situation active et passive au 31 décembre de l'année considérée.
Art. 14. Het Agentschap wordt opgericht met ingang van 1 januari 2000.
Het Agentschap oefent zijn adviserende bevoegdheden uit vanaf zijn oprichting. De Koning bepaalt bij een in de Ministerraad overlegd besluit de data met ingang waarvan het zijn andere bevoegdheden uitoefent.
De machtigingen aan de Koning verleend door artikel 5 (...) vervallen een jaar na de inwerkingtreding van deze wet. <W 2004-12-09/53, art. 18, 006; Inwerkingtreding : 27-01-2005>
De koninklijke besluiten genomen in uitvoering van artikel 5 zijn van rechtswege opgeheven wanneer zij niet door de wetgever werden bekrachtigd binnen achttien maanden na de inwerkingtreding van deze wet.
(vijfde en zesde lid opgeheven) <W 2004-12-09/53, art. 19, 006; Inwerkingtreding : 27-01-2005>
Het Agentschap oefent zijn adviserende bevoegdheden uit vanaf zijn oprichting. De Koning bepaalt bij een in de Ministerraad overlegd besluit de data met ingang waarvan het zijn andere bevoegdheden uitoefent.
De machtigingen aan de Koning verleend door artikel 5 (...) vervallen een jaar na de inwerkingtreding van deze wet. <W 2004-12-09/53, art. 18, 006; Inwerkingtreding : 27-01-2005>
De koninklijke besluiten genomen in uitvoering van artikel 5 zijn van rechtswege opgeheven wanneer zij niet door de wetgever werden bekrachtigd binnen achttien maanden na de inwerkingtreding van deze wet.
(vijfde en zesde lid opgeheven) <W 2004-12-09/53, art. 19, 006; Inwerkingtreding : 27-01-2005>
Art. 14. L'Agence est créée à partir du 1er janvier 2000.
L'Agence exerce ses compétences d'avis dès sa création. Le Roi détermine par arrêté délibéré en Conseil des Ministres les dates à partir desquelles elle exerce ses autres compétences.
Les habilitations conférées au Roi par l'article 5 (...) expirent un an après l'entrée en vigueur de la présente loi. <L 2004-12-29/53, art. 18, 006; En vigueur : 27-01-2005>
Les arrêtés royaux pris en exécution de l'article 5 sont abrogés de plein droit lorsqu'ils n'ont pas été confirmés par le législateur au plus tard dix-huit mois après l'entrée en vigueur de la présente loi.
(alinéa 5 abrogé) <L 2004-12-29/53, art. 19, 006; En vigueur : 27-01-2005>
(alinéa 6 abrogé) <L 2004-12-29/53, art. 19, 006; En vigueur : 27-01-2005>
L'Agence exerce ses compétences d'avis dès sa création. Le Roi détermine par arrêté délibéré en Conseil des Ministres les dates à partir desquelles elle exerce ses autres compétences.
Les habilitations conférées au Roi par l'article 5 (...) expirent un an après l'entrée en vigueur de la présente loi. <L 2004-12-29/53, art. 18, 006; En vigueur : 27-01-2005>
Les arrêtés royaux pris en exécution de l'article 5 sont abrogés de plein droit lorsqu'ils n'ont pas été confirmés par le législateur au plus tard dix-huit mois après l'entrée en vigueur de la présente loi.
(alinéa 5 abrogé) <L 2004-12-29/53, art. 19, 006; En vigueur : 27-01-2005>
(alinéa 6 abrogé) <L 2004-12-29/53, art. 19, 006; En vigueur : 27-01-2005>