Artikel 1. Artikel 1, 1e lid, 8° van het ministerieel besluit van 30 maart 1995 houdende de invoering van een steunregeling voor agrarische bedrijfshoofden die zich ertoe verbinden om biologische teeltmethoden in te voeren of verder toe te passen, wordt door de volgende bepaling vervangen :
" 8° duur : de in dit besluit voorziene steunregeling wordt vastgesteld voor zeven jaar, vanaf het oogstjaar 1994 tot en met het oogstjaar 2000. ".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
31 MEI 2000. - Ministerieel besluit tot wijziging van het ministerieel besluit van 30 maart 1995 houdende de invoering van een steunregeling voor agrarische bedrijfshoofden die zich ertoe verbinden om biologische teeltmethoden in te voeren of verder toe te passen.
Titre
31 MAI 2000. - Arrêté ministériel modifiant l'arrêté ministériel du 30 mars 1995 portant instauration d'un régime d'aides en faveur des exploitants agricoles qui s'engagent à introduire ou à maintenir des méthodes de l'agriculture biologique.
Documentinformatie
Info du document
Tekst (6)
Texte (6)
Article 1. L'article 1er, 1er alinéa, 8° de l'arrêté ministériel du 30 mars 1995 portant instauration d'un régime d'aides en faveur des exploitants agricoles qui s'engagent à introduire ou à maintenir des méthodes de l'agriculture biologique, est remplacé par la disposition suivante :
" 8° durée : le régime d'aides visé au présent arrêté est fixé pour sept ans à partir de l'année de récolte 1994 jusqu'à l'année de récolte 2000 comprise. ".
" 8° durée : le régime d'aides visé au présent arrêté est fixé pour sept ans à partir de l'année de récolte 1994 jusqu'à l'année de récolte 2000 comprise. ".
Art. 2. Artikel 3 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling :
Art. 2. L'article 3 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
Art. 3. Artikel 4 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Artikel 4. § 1. Voor de producent die zijn bedrijf omschakelt naar een biologisch land- of tuinbouwbedrijf en dit bedrijf uitbaat in hoofdberoep, die voldoet aan de voorwaarden voorzien in artikel 2 en die een verbintenis is aangegaan ten laatste in 1998, wordt het bedrag van de steun die wordt uitgekeerd voor de percelen in omschakeling onder de vorm van een jaarlijkse premie gedurende de omschakelingsperiode van 2 jaar als volgt vastgesteld :
a) 7 282 BEF per ha voor éénjarige teelten met EG-premies;
b) 12 137 BEF per ha voor éénjarige teelten zonder EG-premies en voor weiden;
c) 40 000 BEF per ha voor het eerste jaar en 35 000 BEF per ha voor het tweede jaar voor de groenteteelt;
d) 33 985 BEF per ha voor meerjarige fruitteelt.
§ 2. Voor de producent die zijn bedrijf omschakelt naar een biologisch land- of tuinbouwbedrijf en dit bedrijf uitbaat in hoofdberoep, die voldoet aan de voorwaarden voorzien in artikel 2 en die een verbintenis is aangegaan vanaf 1999 en ten laatste in 2000 wordt het bedrag van de steun die wordt uitgekeerd voor de percelen in omschakeling onder de vorm van een jaarlijkse premie gedurende de omschakelingsperiode van 2 jaar als volgt vastgesteld :
a) 7 282 BEF per ha voor éénjarige teelten met EG-premies;
b) 12 137 BEF per ha voor éénjarige teelten zonder EG-premies;
c) 12 000 BEF per ha voor weiden;
d) 40 000 BEF per ha voor het eerste jaar en 35 000 BEF voor het tweede jaar, voor de groenteteelt;
e) 33 985 BEF per ha voor meerjarige fruitteelt.
§ 3. De jaarlijkse premie voorzien in § 2 wordt bovendien toegekend voor nieuwe percelen in omschakeling :
- gedurende de jaren 1999 en 2000, voor de producent die voor het eerst voor het jaar 1994 van de steun heeft genoten, op voorwaarde dat hij zich ertoe verbindt de biologische teeltmethode ook toe te passen in de jaren 1999 en 2000;
- gedurende het jaar 2000 voor de producent die voor het eerst voor het jaar 1995 van de steun heeft genoten, op voorwaarde dat hij zich ertoe verbindt de biologische teeltmethode ook toe te passen in het jaar 2000 ".
" Artikel 4. § 1. Voor de producent die zijn bedrijf omschakelt naar een biologisch land- of tuinbouwbedrijf en dit bedrijf uitbaat in hoofdberoep, die voldoet aan de voorwaarden voorzien in artikel 2 en die een verbintenis is aangegaan ten laatste in 1998, wordt het bedrag van de steun die wordt uitgekeerd voor de percelen in omschakeling onder de vorm van een jaarlijkse premie gedurende de omschakelingsperiode van 2 jaar als volgt vastgesteld :
a) 7 282 BEF per ha voor éénjarige teelten met EG-premies;
b) 12 137 BEF per ha voor éénjarige teelten zonder EG-premies en voor weiden;
c) 40 000 BEF per ha voor het eerste jaar en 35 000 BEF per ha voor het tweede jaar voor de groenteteelt;
d) 33 985 BEF per ha voor meerjarige fruitteelt.
§ 2. Voor de producent die zijn bedrijf omschakelt naar een biologisch land- of tuinbouwbedrijf en dit bedrijf uitbaat in hoofdberoep, die voldoet aan de voorwaarden voorzien in artikel 2 en die een verbintenis is aangegaan vanaf 1999 en ten laatste in 2000 wordt het bedrag van de steun die wordt uitgekeerd voor de percelen in omschakeling onder de vorm van een jaarlijkse premie gedurende de omschakelingsperiode van 2 jaar als volgt vastgesteld :
a) 7 282 BEF per ha voor éénjarige teelten met EG-premies;
b) 12 137 BEF per ha voor éénjarige teelten zonder EG-premies;
c) 12 000 BEF per ha voor weiden;
d) 40 000 BEF per ha voor het eerste jaar en 35 000 BEF voor het tweede jaar, voor de groenteteelt;
e) 33 985 BEF per ha voor meerjarige fruitteelt.
§ 3. De jaarlijkse premie voorzien in § 2 wordt bovendien toegekend voor nieuwe percelen in omschakeling :
- gedurende de jaren 1999 en 2000, voor de producent die voor het eerst voor het jaar 1994 van de steun heeft genoten, op voorwaarde dat hij zich ertoe verbindt de biologische teeltmethode ook toe te passen in de jaren 1999 en 2000;
- gedurende het jaar 2000 voor de producent die voor het eerst voor het jaar 1995 van de steun heeft genoten, op voorwaarde dat hij zich ertoe verbindt de biologische teeltmethode ook toe te passen in het jaar 2000 ".
Art. 3. L'article 4 du même arrêté est remplacé par la disposition suivante :
" Article 4. § 1er. Pour le producteur qui procède à la conversion de son exploitation en une exploitation agricole ou horticole biologique et qui exploite cette exploitation à titre principal, qui satisfait aux conditions visées à l'article 2 et qui a conclu un engagement au plus tard en 1998, le montant de l'aide octroyée pour les parcelles en conversion sous forme d'une prime annuelle pendant la période de conversion de deux ans, est fixé comme indiqué ci-après :
a) 7 282 BEF/ha pour les cultures annuelles avec primes CE;
b) 12 137 BEF/ha pour les cultures annuelles sans primes CE et pour les prairies;
c) 40 000 BEF par ha pour la première année et 35 000 BEF par ha pour la deuxième année, pour les cultures maraîchères;
d) 33 985 BEF par ha pour les cultures fruitières pérennes.
§ 2. Pour le producteur qui procède à la conversion de son exploitation en une exploitation agricole ou horticole biologique et qui exploite cette exploitation à titre principal, qui satisfait aux conditions visées à l'article 2 et qui a conclu en engagement à partir de 1999 et au plus tard en 2000 le montant de l'aide octroyée pour les parcelles en conversion sous forme d'une prime annuelle pendant la période de conversion de deux ans, est fixé comme indiqué ci-après :
a) 7 282 BEF par ha pour les cultures annuelles avec primes CE;
b) 12 137 BEF par ha pour les cultures annuelles sans primes CE;
c) 12 000 BEF par ha pour les prairies :
d) 40 000 BEF par ha pour la première année et 35 000 BEF par ha pour la deuxième année, pour les cultures maraîchères;
e) 33 985 F par ha pour les cultures fruitières pérennes.
§ 3. La prime annuelle prévue au § 2 vaut également pour des nouvelles parcelles en conversion :
- pour les années 1999 et 2000, pour le producteur qui a bénéficié pour la première fois de l'aide en 1994, à condition qu'il s'engage à maintenir les méthodes de l'agriculture biologique en 1999 et 2000;
- pour l'année 2000, pour le producteur qui a bénéficié pour la première fois de l'aide en 1995, à condition qu'il s'engage à maintenir les méthodes de l'agriculture biologique en 2000. ".
" Article 4. § 1er. Pour le producteur qui procède à la conversion de son exploitation en une exploitation agricole ou horticole biologique et qui exploite cette exploitation à titre principal, qui satisfait aux conditions visées à l'article 2 et qui a conclu un engagement au plus tard en 1998, le montant de l'aide octroyée pour les parcelles en conversion sous forme d'une prime annuelle pendant la période de conversion de deux ans, est fixé comme indiqué ci-après :
a) 7 282 BEF/ha pour les cultures annuelles avec primes CE;
b) 12 137 BEF/ha pour les cultures annuelles sans primes CE et pour les prairies;
c) 40 000 BEF par ha pour la première année et 35 000 BEF par ha pour la deuxième année, pour les cultures maraîchères;
d) 33 985 BEF par ha pour les cultures fruitières pérennes.
§ 2. Pour le producteur qui procède à la conversion de son exploitation en une exploitation agricole ou horticole biologique et qui exploite cette exploitation à titre principal, qui satisfait aux conditions visées à l'article 2 et qui a conclu en engagement à partir de 1999 et au plus tard en 2000 le montant de l'aide octroyée pour les parcelles en conversion sous forme d'une prime annuelle pendant la période de conversion de deux ans, est fixé comme indiqué ci-après :
a) 7 282 BEF par ha pour les cultures annuelles avec primes CE;
b) 12 137 BEF par ha pour les cultures annuelles sans primes CE;
c) 12 000 BEF par ha pour les prairies :
d) 40 000 BEF par ha pour la première année et 35 000 BEF par ha pour la deuxième année, pour les cultures maraîchères;
e) 33 985 F par ha pour les cultures fruitières pérennes.
§ 3. La prime annuelle prévue au § 2 vaut également pour des nouvelles parcelles en conversion :
- pour les années 1999 et 2000, pour le producteur qui a bénéficié pour la première fois de l'aide en 1994, à condition qu'il s'engage à maintenir les méthodes de l'agriculture biologique en 1999 et 2000;
- pour l'année 2000, pour le producteur qui a bénéficié pour la première fois de l'aide en 1995, à condition qu'il s'engage à maintenir les méthodes de l'agriculture biologique en 2000. ".
Art. 4. In hetzelfde besluit wordt een artikel 4bis ingevoegd, luidend als volgt :
" Artikel 4bis. De steun voorzien in artikel 3, § 2 en § 3, en in artikel 4, § 2 en § 3, wordt niet toegekend indien de opbrengst van de betrokken weiden en gewassen wordt verbruikt door vee dat niet voldoet aan de bepalingen van artikel 1bis, § 1, van het koninklijk besluit van 17 april 1992 inzake de biologische productiemethode en aanduidingen dienaangaande op landbouwproducten en levensmiddelen, gewijzigd door het koninklijk besluit van 10 juli 1998. De hoogstammige fruitbomen die sedert meer dan vijf jaar werden aangeplant, worden uitgesloten indien de fruitopbrengst niet wordt gecommercialiseerd. ".
" Artikel 4bis. De steun voorzien in artikel 3, § 2 en § 3, en in artikel 4, § 2 en § 3, wordt niet toegekend indien de opbrengst van de betrokken weiden en gewassen wordt verbruikt door vee dat niet voldoet aan de bepalingen van artikel 1bis, § 1, van het koninklijk besluit van 17 april 1992 inzake de biologische productiemethode en aanduidingen dienaangaande op landbouwproducten en levensmiddelen, gewijzigd door het koninklijk besluit van 10 juli 1998. De hoogstammige fruitbomen die sedert meer dan vijf jaar werden aangeplant, worden uitgesloten indien de fruitopbrengst niet wordt gecommercialiseerd. ".
Art. 4. Dans le même arrêté, un article 4bis est inséré, rédigé comme suit :
" Article 4bis. L'aide visée à l'article 3, § 2 et § 3, et à l'article 4, § 2 et § 3, n'est pas octroyée si le produit des prairies et des cultures concernées est consommé par du bétail qui ne répond pas aux dispositions de l'article 1bis, § 1er, de l'arrêté royal du 17 avril 1992 concernant le mode de production biologique de produits agricoles et sa présentation sur les produits agricoles et les denrées alimentaires, modifié par l'arrêté royal du 10 juillet 1998. Les cultures fruitières de hautes tiges qui ont été plantées depuis plus de cinq ans, sont exclues si la production fruitière n'est pas commercialisée. ".
" Article 4bis. L'aide visée à l'article 3, § 2 et § 3, et à l'article 4, § 2 et § 3, n'est pas octroyée si le produit des prairies et des cultures concernées est consommé par du bétail qui ne répond pas aux dispositions de l'article 1bis, § 1er, de l'arrêté royal du 17 avril 1992 concernant le mode de production biologique de produits agricoles et sa présentation sur les produits agricoles et les denrées alimentaires, modifié par l'arrêté royal du 10 juillet 1998. Les cultures fruitières de hautes tiges qui ont été plantées depuis plus de cinq ans, sont exclues si la production fruitière n'est pas commercialisée. ".
Art. 5. In artikel 5 van hetzelfde besluit worden tussen het tweede en derde lid de twee volgende leden ingevoegd :
" In afwijking van het tweede lid, moeten :
- de aanvragen voor de steun in 1998 ingediend zijn ten laatste op 15 mei 1998 om 17 uur;
- de aanvragen voor de steun in 1999 en in 2000 van de producenten die een verbintenis zijn aangegaan vanaf het jaar 1994 of vanaf het jaar 1999 en de aanvragen voor de steun in 2000 van de producenten die een verbintenis zijn aangegaan vanaf het jaar 1995 of vanaf het jaar 2000, ingediend zijn ten laatste op 14 juli 2000 om 17 uur; de poststempel geldt als bewijs.
Het te laat indienen van een aanvraag leidt tot een verlaging van de steunbedragen waarop de aanvraag betrekking heeft, waarop het bedrijfshoofd recht zou hebben indien hij de aanvraag tijdig had ingediend, met 1 % per werkdag. In geval van een vertraging van meer dan 25 dagen wordt de aanvraag niet ontvankelijk en kan deze niet langer tot toekenning van een bedrag leiden. ".
" In afwijking van het tweede lid, moeten :
- de aanvragen voor de steun in 1998 ingediend zijn ten laatste op 15 mei 1998 om 17 uur;
- de aanvragen voor de steun in 1999 en in 2000 van de producenten die een verbintenis zijn aangegaan vanaf het jaar 1994 of vanaf het jaar 1999 en de aanvragen voor de steun in 2000 van de producenten die een verbintenis zijn aangegaan vanaf het jaar 1995 of vanaf het jaar 2000, ingediend zijn ten laatste op 14 juli 2000 om 17 uur; de poststempel geldt als bewijs.
Het te laat indienen van een aanvraag leidt tot een verlaging van de steunbedragen waarop de aanvraag betrekking heeft, waarop het bedrijfshoofd recht zou hebben indien hij de aanvraag tijdig had ingediend, met 1 % per werkdag. In geval van een vertraging van meer dan 25 dagen wordt de aanvraag niet ontvankelijk en kan deze niet langer tot toekenning van een bedrag leiden. ".
Art. 5. Dans l'article 5 du même arrêté les deux alinéas suivants sont insérés entre les alinéas 2 et 3 :
" En dérogation au deuxième alinéa :
- les demandes d'aides en 1998 doivent être introduites pour le 15 mai 1998 à 17 heures au plus tard;
- les demandes ayant trait à l'année 1999 et à l'année 2000 des producteurs qui ont conclu un engagement à partir de l'année 1994 ou à partir de l'année 1999 et les demandes ayant trait à l'année 2000 des producteurs qui ont conclu un engagement à partir de l'année 1995 ou à partir de l'année 2000, doivent être introduites pour le 14 juillet 2000, à 17 heures au plus tard; le cachet de la poste fait foi.
Tout dépôt tardif d'une demande donne lieu à une réduction de 1 % par jour ouvrable des montants des aides affectées par la demande auxquels l'exploitant aurait droit en cas de dépôt en temps utile. En cas d'un retard de plus de vingt-cinq jours, la demande est irrecevable et ne peut plus entraîner l'octroi d'un montant. ".
" En dérogation au deuxième alinéa :
- les demandes d'aides en 1998 doivent être introduites pour le 15 mai 1998 à 17 heures au plus tard;
- les demandes ayant trait à l'année 1999 et à l'année 2000 des producteurs qui ont conclu un engagement à partir de l'année 1994 ou à partir de l'année 1999 et les demandes ayant trait à l'année 2000 des producteurs qui ont conclu un engagement à partir de l'année 1995 ou à partir de l'année 2000, doivent être introduites pour le 14 juillet 2000, à 17 heures au plus tard; le cachet de la poste fait foi.
Tout dépôt tardif d'une demande donne lieu à une réduction de 1 % par jour ouvrable des montants des aides affectées par la demande auxquels l'exploitant aurait droit en cas de dépôt en temps utile. En cas d'un retard de plus de vingt-cinq jours, la demande est irrecevable et ne peut plus entraîner l'octroi d'un montant. ".
Art. 6. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1999, met dien verstande dat de bepalingen van artikel 5 ook van toepassing zijn voor de aanvragen die voor het jaar 1998 werden ingediend.
Brussel, 31 mei 2000.
J. GABRIELS.
Brussel, 31 mei 2000.
J. GABRIELS.
Art. 6. Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 1999, étant entendu que les dispositions de l'article 5 sont également applicables pour les demandes introduites pour l'année 1998.
Bruxelles, le 31 mai 2000.
J. GABRIELS.
Bruxelles, le 31 mai 2000.
J. GABRIELS.