Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
27 JUNI 2000. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 juni 1998 betreffende de voorwaarden inzake aanleg en exploitatie van openbare telecommunicatienetwerken. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 17-08-2000 en tekstbijwerking tot 03-01-2001)
Titre
27 JUIN 2000. - Arrêté royal modifiant l'arrêté royal du 22 juin 1998 relatif aux conditions d'établissement et d'exploitation de réseaux publics de télécommunications. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 17-08-2000 et mise à jour au 03-01-2001)
Documentinformatie
Numac: 2000014169
Datum: 2000-06-27
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2000014169
Date: 2000-06-27
Moniteur: Voir
Tekst (16)
Texte (16)
Artikel 1. In artikel één van het koninklijk besluit van 22 juni 1998 betreffende het opzetten en de exploitatie van openbare telecommunicatienetwerken, worden een 8°, 9°, 10° en 11° toegevoegd, luidende :
" 8° vaste lokale radioverbindingen: de transmissiesystemen en, in voorkomend geval, schakelapparatuur en andere hulpmiddelen die het mogelijk maken signalen tussen een welbepaald vast radiostation en eindgebruikers over te brengen via radiogolven;
basisstation: site waar één of meer vaste radiostations zijn geïnstalleerd die door middel van een systeem van vaste lokale radioverbindingen een of meer eindgebruikers met een openbaar telecommunicatienet verbinden;
10° maximale capaciteit van een basisstation: het maximale numeriek debiet, uitgedrukt in megabit per seconde, dat het basisstation op gelijk welk ogenblik kan verwerken, hierin niet begrepen de capaciteit die door het systeem zelf wordt gebruikt voor de interne signalisatie van het netwerk;
11° maximale totale capaciteit van het gedeelte van het netwerk dat werkt met vaste lokale radioverbindingen: som van de maximale capaciteiten van elk basisstation dat door de operator wordt geëxploiteerd hierna "maximale totale capaciteit" genoemd. ".
Article 1. A l'article 1er de l'arrêté royal du 22 juin 1998 relatif aux conditions d'établissement et d'exploitation de réseaux publics de télécommunications, sont ajoutés un 8°, 9°, 10° et un 11° rédigés comme suit :
" 8° boucle locale radio: les systèmes de transmission et, le cas échéant, l'équipement de commutation et autres ressources permettant le transport de signaux entre une station radioélectrique fixe définie et des utilisateurs finals par ondes hertziennes;
station de base: site où sont installées une ou plusieurs stations radioélectriques fixes qui relient, par un système de boucle locale radio, un ou plusieurs utilisateurs finals à un réseau public de télécommunications;
10° capacité maximale d'une station de base: le débit maximal numérique, exprimé en mégabit par seconde, que peut traiter à tout moment la station de base, à l'exclusion de la capacité utilisée par le système pour la signalisation interne du réseau;
11° capacité maximale totale de la partie du réseau fonctionnant en boucle locale radio: somme des capacités maximales de chaque station de base exploitée par l'opérateur, ci-après "capacité maximale totale". ".
Art. 2. Op het einde van artikel 3 van hetzelfde besluit wordt de volgende zin toegevoegd : "De voorwaarden gesteld in het tweede en derde lid zijn niet van toepassing op de aanvrager die zijn openbaar telecommunicatienet uitsluitend exploiteert door vaste lokale radioverbindingen. ".
Art. 2. A la fin de l'article 3 du même arrêté est ajoutée la phrase suivante : "Les conditions fixées aux alinéas 2 et 3 ne sont pas d'application pour le demandeur dont le réseau public de télécommunications utilise exclusivement la boucle locale radio. ".
Art. 4. In hoofdstuk II, afdeling 8, van hetzelfde besluit wordt een artikel 13bis ingevoegd, luidende :
" Art. 13bis. § 1. Per basisstation dat de operator in werking stelt in zijn openbaar telecommunicatienetwerk is een recht verschuldigd per MHz duplex, gebaseerd op de toegewezen frequentiecapaciteit in elk basisstation en berekend als volgt :
voor de frequentieband bedoeld in artikel 31bis, 1° : 19.500 frank per MHz duplex;
voor de frequentieband bedoeld in artikel 31bis, 2° : 13.400 frank per MHz duplex;
voor de frequentieband bedoeld in artikel 31bis, 3° : 8.700 frank per MHz duplex;
§ 2. De eerste betaling geschiedt binnen een termijn van dertig dagen te rekenen vanaf de ingebruikname van het basisstation. Voor het eerste jaar wordt het bedrag berekend naar rato van het aantal resterende maanden van het jaar vanaf de ingebruikname van het basisstation. De maand waarin het basisstation in gebruik wordt genomen, wordt meegerekend als een volledige maand.
De verdere betalingen dienen volledig en ondeelbaar te geschieden voor 31 januari.
§ 3. Rechten die niet zijn betaald op de vastgestelde vervaldatum, geven, van rechtswege en zonder ingebrekestelling, aanleiding tot een rente tegen het wettelijke tarief. Die rente wordt berekend naar rato van het aantal kalenderdagen achterstand.
Art. 4. Un article 13bis rédige comme suit, est inséré dans la section 8 du chapitre II du même arrêté :
"Art. 13bis. § 1er. Par station de base que l'opérateur met en service dans son réseau public de télécommunications, une redevance est due par MHz duplex, basée sur la capacité des fréquences attribuée dans chaque station de base et calculée comme suit :
pour la bande de fréquences visée à l'article 31bis, 1° : 19.500 francs par MHz duplex;
pour la bande de fréquences visse à l'article 31bis, 2° : 13.400 francs par MHz duplex;
pour la bande de fréquences visée à l'article 31bis, 3° : 8.700 francs par MHz duplex.
§ 2. Le premier paiement est effectué dans un délai de trente jours à partir de la mise en service de la station de base. La première annee, le montant est calculé sur la base du nombre de mois restant dans l'année à partir de la mise en service de la station de base. Le mois au cours duquel la station de base est mise en service, est compté comme mois entier.
Les paiements ultérieurs doivent être effectués d manière complète et indivisible avant le 31 janvier.
§ 3. Les redevances qui ne sont pas payées à l'échéance fixée donnent lieu, de plein droit et sans mise en demeure, à un intérêt fixé au taux légal et calculé en fonction du nombre de jours calendrier de retard. ".
Art. 5. Artikel 27, § 3, van hetzelfde besluit wordt aangevuld met een 9°, luidende :
" 9° de frequentiebanden voor vaste lokale radioverbindingen. ".
Art. 5. L'article 27, § 3, du même arrêté est complété par un 9°, rédigé comme suit :
" 9° les bandes de fréquences pour la boucle locale radio. ".
Art. 6. Een hoofdstuk IIIbis, dat de artikelen 31bis tot 31octies invoert, wordt in hetzelfde koninklijk besluit ingevoegd, luidende :
"Hoofdstuk IIIbis. - Radio-electrische aspecten voor de openbare telecommunicatienetten met vaste lokale radioverbindingen
Art. 6. Un chapitre IIIbis, introduisant les articles 31bis à 31octies rédiges comme suit, est inséré dans le même arrête royal :
"Chapitre IIIbis. - Aspects radioélectriques pour les réseaux publics de télécommunications de boucle locale radio
Art. 31bis. Voor het opzetten van vaste lokale radioverbindingen in zijn openbaar telecommunicatienet kan een operator om capaciteit verzoeken in de volgende frequentiebanden :
3.450 - 3.500 MHz gekoppeld aan 3.550 - 3.600 MHz - duplexafstand 100 MHz;
10,15 - 10,30 GHz gekoppeld aan 10,50- 10,65 GHz - duplexafstand 350 MHz;
24,5 - 25,5 GHz gekoppeld aan 25,5 - 26,5 GHz - duplexafstand 1.008 MHz.
Art. 31bis. Pour l'établissement de la boucle locale radio dans son réseau public de télécommunications, un opérateur peut solliciter de la capacité dans les bandes de fréquences suivantes :
3.450 - 3.500 MHz couplé à 3.550 - 3.600 MHz - distance duplex 100 MHz;
10,15 - 10,30 GHz couple à 10,50- 10,65 GHz distance duplex 350 MHz;
24,5 - 25,5 GHz couplé à 25,5 - 26,5 GHz - distance duplex 1.008 MHz.
Art. 31ter. In de frequentieband vermeld in artikel 31bis, 1°, kan een operator capaciteit aanvragen tussen 7 en 25 MHz duplex.
In de frequentieband vermeld in artikel 31bis, 2°, kan een operator een capaciteit aanvragen van 14, 28, 42 of 56 MHz duplex.
In de frequentieband vermeld in artikel 31bis, 3°, kan een operator een capaciteit aanvragen van 14, 28, 42 of 56 MHz duplex.
Art. 31ter. Dans la bande de fréquences mentionnée à l'article 31bis, 1°, un opérateur peut solliciter une capacité entre 7 et 25 MHz duplex.
Dans la bande de fréquences mentionnée a l'article 31bis, 2°, un opérateur peut solliciter une capacité de 14, 28, 42 ou 56 MHz duplex.
Dans la bande de fréquences mentionnée à l'article 31bis, 3°, un opérateur peut solliciter une capacité de 14, 28, 42 ou 56 MHz duplex.
Art. 31quater. Een operator kan een capaciteit vragen in elk van de in artikel 31bis vermelde frequentiebanden.
Art. 31quater. Un operateur peut solliciter une capacité dans chacune des bandes de fréquences mentionnées à l'article 31bis.
Art. 31quinquies. § 1. Iedere operator die een capaciteit wil krijgen in een of meer frequentiebanden vermeld in artikel 31bis kan daartoe bij het instituut een aanvraag indienen, via aangetekende zending, uiterlijk de laatste dag van de tweede maand die volgt op de maand waarin in het Belgisch Staatsblad de mededeling is bekendgemaakt waarmee het instituut de termijn voor het indienen van aanvragen voor geopend verklaart.
§ 2. Indien op het einde van de termijn die vastgesteld werd in §1 de beschikbare frequentiecapaciteit niet kan voldoen aan alle aanvragen die op een geldige wijze zijn ingediend, stelt het instituut een rangschikking op van de aanvragen, in dalende volgorde, gebaseerd op maximale totale capaciteit die wordt geïntegreerd in het gedeelte van het netwerk dat werkt met vaste lokale radioverbindingen tijdens elk van de drie jaren volgend op de toekenning van de vergunning.
De weging voor elk van deze drie jaren in het voorgaande lid is de volgende :
- eerste jaar : 60;
- tweede jaar : 30;
- derde jaar : 10.
Het instituut behandelt vervolgens de aanvragen in volgorde van de rangschikking die is opgesteld overeenkomstig het eerste lid. indien twee verschillende aanvragen eenzelfde maximale totale capaciteit, wordt voorrang gegeven aan de aanvraag waarvoor het geplande aantal basisstations voor de drie jaren die volgen op de toekenning van de vergunning het hoogst is.
Indien de aanvraag van een operator de overblijvende capaciteit in één van de frequentiebanden overschrijdt, deelt het instituut, via aangetekende zending en binnen een termijn van dertig dagen, aan de operator mee welke capaciteit hem nog kan worden toegestaan. De operator brengt het instituut, binnen dertig dagen, via aangetekende zending, op de hoogte van zijn beslissing om de overblijvende capaciteit in de frequentieband te aanvaarden of om zijn aanvraag voor die frequentieband of voor het geheel in te trekken. Indien het instituut op het einde van die termijn geen antwoord ontvangen heeft, wordt de aanvraag als in zijn geheel ingetrokken beschouwd.
§ 3. Indien op het einde van de in § 1 vastgestelde termijn, niet alle frequenties zijn toegekend, gaat het Instituut over tot de toekenning van de resterende frequenties, waarbij de procedure van dit artikel wordt gevolgd.
In dat geval wordt de mededeling waarvan sprake in § 1, waarmee het instituut de termijn voor de indiening van aanvragen open verklaart, in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt binnen veertien dagen na de ontvangst op het instituut van de eerste aanvraag die door een operator is ingediend.
Art. 31quinquies. § 1er. Tout opérateur qui souhaite obtenir une capacité dans u e ou plusieurs des bandes de fréquences mentionnées à l'article 31bis peut à cet effet introduire une demande auprès de l'institut, par envoi recommandé, au plus tard le dernier jour du deuxième mois qui suit celui au cours duquel est publiée au Moniteur belge la communication par laquelle l'Institut déclare ouvert le délai pour l'introduction des demandes.
§ 2. Si au terme du délai fixa au § 1er la capacite des fréquences disponibles ne permet pas de satisfaire la totalité des demandes valablement introduites, l'institut établit un classement des demandes, par ordre décroissant, basé sur la capacité maximale totale qui est intégrée à la partie du réseau fonctionnant en boucle locale radio au cours de chacune des trois années qui suivent l'attribution de l'autorisation.
La pondération pour chacune des trois années visées à l'alinéa précèdent est la suivante :
- première année : 60;
- deuxième année : 30;
- troisième année : 10.
L'institut traite ensuite les demandes l'une après l'autre en suivant l'ordre du classement établi conformément à l'alinéa 1. Au cas ou deux demandes distinctes présentent une capacité maximale totale identique, la priorité revient à celle des demandes pour laquelle le nombre de stations de base prévu pour l'ensemble des trois années qui suivent l'attribution de l'autorisation est le plus élevé.
Au cas où la demande d'un opérateur dépasse la capacité restante dans une des bandes de fréquences, l'institut communique à l'opérateur, par envoi recommande dans un délai de trente jours, la capacité qui peut encore lui être attribuée. L'opérateur informe l'institut, dans les trente jours, par envoi recommandé, de sa décision d'accepter la capacité restante dans la bande de fréquences ou de retirer sa demande pour cette bande de Séquences ou pour le tout. Si au terme de ce délai l'institut n'a pas reçu de réponse, la demande est considérée comme retirée pour le tout.
§ 3. Si au terme du délai fixe au § 1er, toutes les fréquences n'ont pas été attribuées, l'institut procède à l'attribution des fréquences restantes en suivant la procédure prévue au présent article.
Dans ce cas, la communication, prevue au § 1er, par laquelle l'Institut déclare ouvert le délai pour l'introduction des demandes est publiée au Moniteur belge dans les quinze jours qui suivent la réception par l'Institut de la première demande introduite par un opérateur.
Art. 31sexies. Bij uitputting van de beschikbare capaciteit in de in artikel 31bis vermelde frequentiebanden, kan het instituut bijkomende capaciteit vrijmaken in één of meer andere frequentiebanden. De capaciteiten in de nieuwe beschikbare frequentiebanden worden toegewezen volgens de regels beschreven in artikel 31quinquies.
Art. 31sexies. Lorsque la capacité disponible dans une des bandes de fréquences mentionnées à l'article 31bis est épuisée, l'Institut peut libérer de la capacité supplémentaire dans une ou plusieurs autres bandes de fréquences. L'attribution de capacités dans les nouvelles bandes de fréquences disponibles se fait selon les règles décrites à l'article 31quinquies.
Art. 31septies. Het radionetwerk moet worden geïnstalleerd in de frequentiebanden die in de individuele vergunning zijn vermeld. Voor de toekenning van de frequenties is het koninklijk besluit van 15 oktober 1979 betreffende de private radioverbindingen van toepassing, uitgezonderd de artikelen 6 en 9. Indien aan de aanvrager frequenties worden toegekend op basis van dit besluit, coördineert het instituut de frequentietoekenning met de procedure van individuele vergunning, vastgelegd in hoofdstuk III. In dat geval kan de termijn, bedoeld in artikel 28, worden verlengd met maximaal drie maanden.
Alle voorwaarden gebonden aan de toekenning en intrekking van de individuele vergunningen zijn eveneens van toepassing op de exploitatie van de frequenties.
Het toegewezen spectrum dat per basisstation aan de operator is toegekend wordt in een bijlage bij de individuele vergunning vastgelegd.
De toekenning van een frequentie die aan een basisstation van een operator is toegewezen, verstrijkt automatisch wanneer dat station niet in werking is gesteld binnen een termijn van een jaar vanaf de geplande inwerkingtreding van dat basisstation.
De operator deelt aan het instituut, op diens verzoek, het volledige frequentieplan van zijn netwerk mee.
De operator deelt, tijdens de drie jaar die volgen op de toekenning van de capaciteit, aan het instituut elke maand de volledige lijst mee van in de werking zijnde basisstations, en nadien driemaandelijks.
Art. 31septies. Le réseau radioélectrique doit être mis en oeuvre dans les bandes de fréquences mentionnées dans l'autorisation individuelle. Pour l'attribution des fréquences l'arrête royal du 15 octobre 1979 relatif aux radiocommunications privées est d'application, a l'exception des articles 6 et 9. Si des fréquences sont attribuées au demandeur sur la base du présent arrête, l'Institut coordonne l'attribution de fréquences avec la procédure d'autorisation individuelle fixée au chapitre III. Dans ce cas, le délai visé à l'article 28 peut être prolonge de trois mois au maximum.
Toutes les conditions lices l'octroi et au retrait des autorisations individuelles s'appliquent également à l'exploitation des fréquences.
Le spectre attribué par station de base a l'opérateur est fixé en annexe de l'autorisation individuelle.
L'octroi d'une fréquence attribuée à une station de base de l'opérateur expire automatiquement si elle n'a pas été mise en service dans un délai d'un an a partir de la mise en service planifiée de cette station de base.
L'opérateur communique à l'Institut, sur demande, le plan de fréquences complet de son réseau.
L'opérateur communique, mensuellement pendant les trois années qui suivent l'attribution des capacités, ensuite trimestriellement, à l'Institut la liste complète des stations de base en service.
Art. 31octies. Het gebruik van de radioapparatuur die bij een eindgebruiker wordt geïnstalleerd voor het realiseren van de vaste lokale radioverbinding met een basisstation van het openbaar telecommunicatienet van de operator, wordt vrijgesteld van de vergunning bedoeld in artikel 3, § 1, van de wet van 30 juli 1979 betreffende de radioberichtgeving. ".
Art. 31octies. L'emploi de l'équipement radio installé chez un utilisateur final pour la réalisation de la liaison boucle locale radio avec une station de base du réseau public de télécommunications de l'opérateur est exempté de l'autorisation visée à l'article 3, § 1er, de la loi du 30 juillet 1979 relative aux radiocommunications. ".
Art. 7. In de bijlage bij hetzelfde besluit wordt een onderdeel 9 ingevoegd, luidende :
" 9. Frequentiebanden voor vaste lokale radioverbindingen.
9.1. Gevraagde capaciteiten.
9.1.1. In de band 3.450 - 3.500 MHz gekoppeld aan 3.550 - 3.600 MHz.
9.1.2. In de band 10,15 - 10,30 GHz gekoppeld aan 10,50 - 10,65 GHz.
9.1.3. In de band 24,5 - 25,5 GHz gekoppeld aan 25,5 - 26,5 GHz.
9.2. Volledige planning van de installatie van de basisstations, gemeente per gemeente, voor elk van de drie jaren die op de toekenning van de vergunning volgen.
9.3. Frequentieplan met per basisstation onder meer : de gemeente, de maximale capaciteit van het basisstation, de gebruikte frequentiecapaciteiten in het basisstation, de antennehoogte, het maximumzendvermogen, de spreiding van de antennes en de oriëntatie van de sectoren.
9.4. Technische karakteristieken van het gebruikte radiomateriaal in het basisstation.
9.5. Technische karakteristieken van het gebruikte radiomateriaal geïnstalleerd bij een eindgebruiker. ".
Art. 7. Un point 9, rédigé comme suit, est inséré dans l'annexe au même arrêté :
" 9. Bandes de fréquences pour la boucle locale radio.
9.1. Capacités demandées.
9.1.1. Dans la bande 3.450 - 3.500 MHz couple à 3.550 - 3.600 MHz.
9.1.2. Dans la bande 10,15 -10,30 GHz couplé à 10,50-10,65 GHz.
9.1.3. Dans la bande 24,5 - 25,5 GHz couplé à 25,5 - 26,5 GHz.
9.2. Planification complète de l'installation des stations de base, commune par commune, pour chacune des trois années qui suivent l'attribution de l'autorisation.
9.3. Plan de Séquences avec par station de base entre autres: la commune, la capacité maximale de la station de base, les capacités de fréquences utilisées à la station de base, la hauteur d'antenne, la puissance maximale (mise, la sectorisation d'antenne et l'orientation des secteurs.
9.4. Caractéristiques techniques des équipements radio utilisés sur la station de base.
9.5. Caractéristiques techniques des équipements radio installes chez un utilisateur final. ".
Art. 8. Dit besluit treedt in werking de dag waarop het in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt.
Art. 8. Le présent arrêté entre en vigueur le jour de sa publication au Moniteur belge.
Art. 9. Onze Minister bevoegd voor telecommunicatie is belast met de uitvoering van dit besluit.
Gegeven te Brussel, 27 juni 2000.
ALBERT
Van Koningswege :
De Minister van Telecommunicatie,
R. DAEMS.
Art. 9. Notre Ministre qui a les Télécommunications dans ses attributions est charge de l'exécution du présent arreté.
Donné à Bruxelles, le 27 juin 2000.
ALBERT
Par le Roi :
Le Ministre des Télécommunications,
R. DAEMS.