Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
23 NOVEMBER 2000. - Ministerieel besluit tot wijziging van de artikelen 1 en 31 van het ministerieel besluit van 26 november 1991 houdende de toepassingsregelen van de werkloosheidsreglementering, ten gunste van de artiesten.
Titre
23 NOVEMBRE 2000. - ArrĂȘtĂ© ministĂ©riel modifiant les articles 1er et 31 de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 26 novembre 1991 portant les modalitĂ©s d'application de la rĂ©glementation du chĂŽmage, en faveur des artistes.
Documentinformatie
Numac: 2000012911
Datum: 2000-11-23
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2000012911
Date: 2000-11-23
Moniteur: Voir
Tekst (3)
Texte (3)
Artikel 1. Artikel 1 van het ministerieel besluit van 26 november 1991 houdende de toepassingsregelen van de werkloosheidsreglementering, gewijzigd bij de ministeriële besluiten van 22 december 1992, 27 mei 1993, 15 juli 1993, 30 november 1995 en 30 april 1999, wordt aangevuld als volgt :
" 18° artistieke activiteit : de creatie en vertolking van artistieke werken, inzonderheid op het vlak van de audiovisuele en beeldende kunsten, de muziek, de literatuur, het spektakelbedrijf, het decorontwerp en de choreografie. ".
Article 1. L'article 1er de l'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 26 novembre 1991 portant les modalitĂ©s d'application de la rĂ©glementation du chĂŽmage, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s ministĂ©riels des 22 dĂ©cembre 1992, 27 mai 1993, 15 juillet 1993, 30 novembre 1995 et 30 avril 1999, est complĂ©tĂ© comme suit :
" 18° activité artistique : la création et l'interprétation d'oeuvres artistiques, notamment dans les domaines des arts audiovisuels et plastiques, de la musique, de l'écriture littéraire, du spectacle, de la scénographie et de la chorégraphie. ".
Art. 2. Artikel 31 van hetzelfde besluit wordt vervangen door de volgende bepaling :
" Art. 31. Een aangeboden dienstbetrekking in een ander beroep dan dat van kunstenaar wordt als niet passend beschouwd voor de werknemer die tijdens de 18 maanden die het aanbod voorafgaan, ten minste 156 arbeidsdagen in de zin van artikel 37 van het koninklijk besluit ingevolge artistieke activiteiten aantoont.
Voor de beoordeling van het passend karakter van een dienstbetrekking in een ander beroep dan dat van kunstenaar wordt rekening gehouden met de intellectuele ontwikkeling en met de lichaamsgeschiktheid van de kunstenaar, alsmede met het risico dat de vaardigheid vereist voor het uitoefenen van zijn beroep van kunstenaar, zou kunnen afnemen.
In afwijking van het eerste lid, wordt een dienstbetrekking in een ander beroep dan dat van kunstenaar als passend beschouwd voor de werknemer wiens beroep van kunstenaar slechts een bijberoep is in vergelijking met een ander beroep. ".
Art. 2. L'article 31 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par la disposition suivante :
" Art. 31. Un emploi, offert dans une autre profession que celle d'artiste, est rĂ©putĂ© non convenable pour le travailleur, qui au cours des 18 mois qui prĂ©cĂšdent l'offre, justifie au moins 156 journĂ©es de travail, au sens de l'article 37 de l'arrĂȘtĂ© royal, suite Ă  des activitĂ©s artistiques.
Pour l'appréciation du caractÚre convenable d'un emploi dans une autre profession que celle d'artiste, il est tenu compte de la formation intellectuelle et de l'aptitude physique de l'artiste, ainsi que du risque de détérioration des aptitudes requises pour l'exercice de son art.
Par dérogation à l'alinéa 1er, un emploi dans une autre profession que celle d'artiste est réputé convenable pour le travailleur dont la profession d'artiste n'est qu'accessoire par rapport à une autre profession. ".
Art. 3. Dit besluit treedt in werking op 1 januari 2001.
Brussel, 23 november 2000.
Mevr. L. ONKELINX
Art. 3. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© entre en vigueur le 1er janvier 2001.
Bruxelles, le 23 novembre 2000.
Mme L. ONKELINX