Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
6 APRIL 2000. - Omzendbrief betreffende de voorlopige arbeidsvergunningen voor de buitenlandse onderdanen die een aanvraag tot regularisatie van het verblijf hebben ingediend. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 15-04-2000 en tekstbijwerking tot 24-02-2001)
Titre
6 AVRIL 2000. - Circulaire concernant les autorisations provisoires d'occupation pour les ressortissants étrangers ayant introduit une demande de régularisation de séjour. (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 15-04-2000 et mise à jour au 24-02-2001 )
Documentinformatie
Numac: 2000012198
Datum: 2000-04-06
Info du document
Numac: 2000012198
Date: 2000-04-06
Tekst (5)
Texte (5)
Artikel M. (Om technische redenen werd deze omzendbrief onderverdeeld in fictieve artikelen : M1 tot M4.)
Article M. (Pour des motifs techniques, cette circulaire a été subdivisée en articles fictifs : M1 à M4).
Art. M1. 1. Deze omzendbrief heeft tot doel de modaliteiten vast te leggen waaronder een voorlopige arbeidsvergunning, zoals bepaald in artikel 4, § 4 van de wet van 30 april 1999 (Belgisch Staatsblad 21 mei 1999) betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers, kan worden afgeleverd aan een werkgever voor de tewerkstelling van volgende categorieën van personen :
- de buitenlandse onderdanen die een aanvraag tot regularisatie van het verblijf hebben ingediend op grond van de wet van 22 december 1999 (Belgisch Staatsblad 10 januari 2000) betreffende de regularisatie van het verblijf van bepaalde categorieën van vreemdelingen verblijvend op het grondgebied van het Rijk;
- de buitenlandse onderdanen die vóór 10 januari 2000, een aanvraag tot regularisatie hebben ingediend gebaseerd op artikel 9, derde lid, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen en waarin nog geen beslissing is genomen in toepassing van de omzendbrief van 15 december 1998 over de toepassing van artikel 9, derde lid, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen en de regularisatie van bijzondere situaties.
- de buitenlandse onderdanen die een aanvraag tot regularisatie van het verblijf hebben ingediend op grond van de wet van 22 december 1999 (Belgisch Staatsblad 10 januari 2000) betreffende de regularisatie van het verblijf van bepaalde categorieën van vreemdelingen verblijvend op het grondgebied van het Rijk;
- de buitenlandse onderdanen die vóór 10 januari 2000, een aanvraag tot regularisatie hebben ingediend gebaseerd op artikel 9, derde lid, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen en waarin nog geen beslissing is genomen in toepassing van de omzendbrief van 15 december 1998 over de toepassing van artikel 9, derde lid, van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen en de regularisatie van bijzondere situaties.
Art. M1. 1. La présente circulaire a pour but de fixer les modalités suivant lesquelles une autorisation provisoire d'occupation, telle que prévue par l'article 4, § 4 de la loi du 30 avril 1999 (Moniteur belge 21 mai 1999) relative à l'occupation des travailleurs étrangers, peut être délivrée à un employeur pour l'occupation des catégories de personnes suivantes :
- les ressortissants étrangers ayant introduit une demande de régularisation de séjour sur base de la loi du 22 décembre 1999 (Moniteur belge 10 janvier 2000) relative à la régularisation de séjour de certaines catégories d'étrangers séjournant sur le territoire du Royaume;
- les ressortissants étrangers ayant introduit, avant le 10 janvier 2000, une demande de régularisation fondée sur l'article 9, alinéa 3, de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers qui n'a pas encore fait l'objet d'une décision sur base de la circulaire du 15 décembre 1998 relative à l'application de l'article 9, alinéa 3 de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers et la régularisation de situations particulières.
- les ressortissants étrangers ayant introduit une demande de régularisation de séjour sur base de la loi du 22 décembre 1999 (Moniteur belge 10 janvier 2000) relative à la régularisation de séjour de certaines catégories d'étrangers séjournant sur le territoire du Royaume;
- les ressortissants étrangers ayant introduit, avant le 10 janvier 2000, une demande de régularisation fondée sur l'article 9, alinéa 3, de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers qui n'a pas encore fait l'objet d'une décision sur base de la circulaire du 15 décembre 1998 relative à l'application de l'article 9, alinéa 3 de la loi du 15 décembre 1980 sur l'accès au territoire, le séjour, l'établissement et l'éloignement des étrangers et la régularisation de situations particulières.
Art. M2. 2. Wanneer een werkgever een aanvraag om arbeidsvergunning voor een onder punt 1 bedoelde buitenlandse onderdaan indient, zijn de volgende regels van toepassing.
Een voorlopige arbeidsvergunning kan worden afgeleverd aan de werkgever. Deze aflevering gaat niet gepaard met de aflevering van een arbeidskaart aan de werknemer, maar de werkgever moet een afschrift van de voorlopige arbeidsvergunning aan de werknemer overhandigen.
De toekenning van de voorlopige arbeidsvergunning is niet onderworpen aan de voorwaarden bepaald in Hoofdstuk IV, Afdeling 1, van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 (Belgisch Staatsblad 26 juni 1999) houdende de uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers.
Evenmin is er sprake van de toepassing van artikel 4, § 2 van bovengenoemde wet van 30 april 1999.
Een geschreven arbeidsovereenkomst, conform de bepalingen van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, is evenwel vereist om de voorlopige arbeidsvergunning te bekomen. In geval van tewerkstelling in de tuinbouwsector als seizoenarbeider moet die arbeidsovereenkomst de bepalingen bevatten vermeld in de bijlage bij de omzendbrief van 1 juli 1994 (Belgisch Staatsblad 14 juli 1994) tot wijziging van de omzendbrief van 26 april 1994 (Belgisch Staatsblad 30 april 1994) betreffende de voorlopige toelatingen tot tewerkstelling voor kandidaat-vluchtelingen (asielzoekers).
(Vanaf de indiening van de aanvraag om voorlopige arbeidsvergunning levert de overheid bevoegd voor de ontvangst ervan (VDAB, FOREm, BGDA) een document af aan de aanvrager, waarin vastgesteld wordt of de aanvraag alle vereiste stukken bevat.
Indien het dossier volledig is, kan de betrokkene onmiddellijk worden tewerkgesteld, op basis van het document dat dit vaststelt.
Wanneer de bevoegde overheid geen negatieve beslissing heeft genomen binnen een termijn van drie maanden, te rekenen vanaf de datum van indiening van een volledige aanvraag, wordt de arbeidsvergunning geacht als zijnde toegekend.)
De voorlopige arbeidsvergunning wordt afgeleverd voor een periode van maximum één jaar en zij kan worden hernieuwd. Zij verliest alle geldigheid zodra inzake de aanvraag tot regularisatie een beslissing wordt genomen.
Een voorlopige arbeidsvergunning kan worden afgeleverd aan de werkgever. Deze aflevering gaat niet gepaard met de aflevering van een arbeidskaart aan de werknemer, maar de werkgever moet een afschrift van de voorlopige arbeidsvergunning aan de werknemer overhandigen.
De toekenning van de voorlopige arbeidsvergunning is niet onderworpen aan de voorwaarden bepaald in Hoofdstuk IV, Afdeling 1, van het koninklijk besluit van 9 juni 1999 (Belgisch Staatsblad 26 juni 1999) houdende de uitvoering van de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers.
Evenmin is er sprake van de toepassing van artikel 4, § 2 van bovengenoemde wet van 30 april 1999.
Een geschreven arbeidsovereenkomst, conform de bepalingen van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten, is evenwel vereist om de voorlopige arbeidsvergunning te bekomen. In geval van tewerkstelling in de tuinbouwsector als seizoenarbeider moet die arbeidsovereenkomst de bepalingen bevatten vermeld in de bijlage bij de omzendbrief van 1 juli 1994 (Belgisch Staatsblad 14 juli 1994) tot wijziging van de omzendbrief van 26 april 1994 (Belgisch Staatsblad 30 april 1994) betreffende de voorlopige toelatingen tot tewerkstelling voor kandidaat-vluchtelingen (asielzoekers).
(Vanaf de indiening van de aanvraag om voorlopige arbeidsvergunning levert de overheid bevoegd voor de ontvangst ervan (VDAB, FOREm, BGDA) een document af aan de aanvrager, waarin vastgesteld wordt of de aanvraag alle vereiste stukken bevat.
Indien het dossier volledig is, kan de betrokkene onmiddellijk worden tewerkgesteld, op basis van het document dat dit vaststelt.
Wanneer de bevoegde overheid geen negatieve beslissing heeft genomen binnen een termijn van drie maanden, te rekenen vanaf de datum van indiening van een volledige aanvraag, wordt de arbeidsvergunning geacht als zijnde toegekend.)
De voorlopige arbeidsvergunning wordt afgeleverd voor een periode van maximum één jaar en zij kan worden hernieuwd. Zij verliest alle geldigheid zodra inzake de aanvraag tot regularisatie een beslissing wordt genomen.
Art. M2. 2. Lorsqu'un employeur introduit une demande d'autorisation d'occupation pour un ressortissant étranger visé au point 1, les règles suivantes sont d'application.
Une autorisation provisoire d'occupation pourra être délivrée à l'employeur. Cette délivrance n'entraîne pas la délivrance d'un permis de travail au travailleur mais l'employeur doit remettre une copie de l'autorisation provisoire au travailleur.
L'octroi de l'autorisation provisoire d'occupation n'est pas soumis aux conditions prévues au chapitre IV, Section 1, de l'arrêté royal du 9 juin 1999 (Moniteur belge 26 juin 1999) portant exécution de la loi du 30 avril 1999 relative à l'occupation des travailleurs étrangers.
Il n'y a pas lieu également à application de l'article 4, § 2 de la loi précitée du 30 avril 1999.
Toutefois, pour obtenir l'autorisation provisoire d'occupation, un contrat de travail écrit, conforme aux dispositions de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail est requis. S'il s'agit d'une occupation comme travailleur saisonnier dans le secteur de l'horticulture, ce contrat doit reprendre les dispositions mentionnées en annexe à la circulaire du 1er juillet 1994 (Moniteur belge 14 juillet 1994) modifiant la circulaire du 26 avril 1994 (Moniteur belge 30 avril 1994) concernant les autorisations provisoires d'occupation pour candidats réfugiés (demandeurs d'asile).
(Dès l'introduction de la demande d'autorisation provisoire d'occupation, l'autorité chargée de la réceptionner (VDAB, FOREm, ORBEm) délivre au demandeur un document qui constate si la demande comprend toutes les pièces requises.
Dans le cas où le dossier est complet, l'intéressé peut, sur base du document le constatant, être mis au travail immédiatement.
A défaut de décision négative de l'autorité compétente dans un délai de trois mois à dater de l'introduction d'une demande complète, l'autorisation est réputée accordée.)
L'autorisation provisoire d'occupation est délivrée pour une période d'une année au maximum et elle peut être renouvelée. Elle prend fin dès qu'il aura été statué sur la demande de régularisation.
Une autorisation provisoire d'occupation pourra être délivrée à l'employeur. Cette délivrance n'entraîne pas la délivrance d'un permis de travail au travailleur mais l'employeur doit remettre une copie de l'autorisation provisoire au travailleur.
L'octroi de l'autorisation provisoire d'occupation n'est pas soumis aux conditions prévues au chapitre IV, Section 1, de l'arrêté royal du 9 juin 1999 (Moniteur belge 26 juin 1999) portant exécution de la loi du 30 avril 1999 relative à l'occupation des travailleurs étrangers.
Il n'y a pas lieu également à application de l'article 4, § 2 de la loi précitée du 30 avril 1999.
Toutefois, pour obtenir l'autorisation provisoire d'occupation, un contrat de travail écrit, conforme aux dispositions de la loi du 3 juillet 1978 relative aux contrats de travail est requis. S'il s'agit d'une occupation comme travailleur saisonnier dans le secteur de l'horticulture, ce contrat doit reprendre les dispositions mentionnées en annexe à la circulaire du 1er juillet 1994 (Moniteur belge 14 juillet 1994) modifiant la circulaire du 26 avril 1994 (Moniteur belge 30 avril 1994) concernant les autorisations provisoires d'occupation pour candidats réfugiés (demandeurs d'asile).
(Dès l'introduction de la demande d'autorisation provisoire d'occupation, l'autorité chargée de la réceptionner (VDAB, FOREm, ORBEm) délivre au demandeur un document qui constate si la demande comprend toutes les pièces requises.
Dans le cas où le dossier est complet, l'intéressé peut, sur base du document le constatant, être mis au travail immédiatement.
A défaut de décision négative de l'autorité compétente dans un délai de trois mois à dater de l'introduction d'une demande complète, l'autorisation est réputée accordée.)
L'autorisation provisoire d'occupation est délivrée pour une période d'une année au maximum et elle peut être renouvelée. Elle prend fin dès qu'il aura été statué sur la demande de régularisation.
Art. M3. 3. Met betrekking tot de indiening van de aanvragen om arbeidsvergunning moeten volgende documenten worden voorgelegd :
- het aanvraagformulier om arbeidsvergunning voor de tewerkstelling van een buitenlandse werknemer;
- een afschrift van de arbeidsovereenkomst;
- een afschrift van het ontvangstbewijs van de indiening van de aanvraag tot regularisatie van het verblijf of, bij gebrek daaraan, en getuigschrift vaststellend dat een dergelijke aanvraag ingediend werd.
De aanvragen tot hernieuwing moeten worden ingediend in dezelfde vorm.
- het aanvraagformulier om arbeidsvergunning voor de tewerkstelling van een buitenlandse werknemer;
- een afschrift van de arbeidsovereenkomst;
- een afschrift van het ontvangstbewijs van de indiening van de aanvraag tot regularisatie van het verblijf of, bij gebrek daaraan, en getuigschrift vaststellend dat een dergelijke aanvraag ingediend werd.
De aanvragen tot hernieuwing moeten worden ingediend in dezelfde vorm.
Art. M3. 3. En ce qui concerne l'introduction des demandes d'autorisation d'occupation, les documents suivants doivent être produits :
- le formulaire de demande d'autorisation d'occupation d'un travailleur étranger;
- une copie du contrat de travail;
- une copie de l'accusé de réception de l'introduction de la demande de régularisation de séjour ou, à défaut, une attestation établissant qu'une telle demande a été introduite.
Les demandes de renouvellement doivent être introduites dans les mêmes formes.
- le formulaire de demande d'autorisation d'occupation d'un travailleur étranger;
- une copie du contrat de travail;
- une copie de l'accusé de réception de l'introduction de la demande de régularisation de séjour ou, à défaut, une attestation établissant qu'une telle demande a été introduite.
Les demandes de renouvellement doivent être introduites dans les mêmes formes.
Art. M4. 4. Deze omzendbrief treedt in werking de dag van de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad.
Brussel, 6 april 2000.
De Minister van Werkgelegenheid,
Mevr. L. ONKELINX.
Brussel, 6 april 2000.
De Minister van Werkgelegenheid,
Mevr. L. ONKELINX.
Article M4. 4. La présente circulaire entre en vigueur le jour de sa parution au Moniteur belge.
Bruxelles, 6 avril 2000.
La Ministre de l'Emploi,
Mme L. ONKELINX.
Bruxelles, 6 avril 2000.
La Ministre de l'Emploi,
Mme L. ONKELINX.