Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
17 OKTOBER 2000. - Koninklijk besluit tot vaststelling van het bijzonder reglement voor de Rechtbank van eerste aanleg te Dinant.(NOTA : opgeheven met ingang op een onbepaalde datum bij KB2016-06-12/04, art. 1, Inwerkingtreding : onbepaald ) (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 28-10-2000 en tekstbijwerking tot 13-04-2001)
Titre
17 OCTOBRE 2000. - Arrêté royal fixant le règlement particulier du Tribunal de première instance de Dinant.(NOTE : abrogé avec effet à une date indéterminée par AR2016-06-12/04, art. 1, En vigueur : indéterminée ) (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 28-10-2000 et mise à jour au 13-04-2001)
Documentinformatie
Numac: 2000009903
Datum: 2000-10-17
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2000009903
Date: 2000-10-17
Moniteur: Voir
Tekst (14)
Texte (14)
Artikel 1. De Rechtbank van eerste aanleg te Dinant bestaat uit vijftien kamers, waarvan zes burgerlijke kamers, een Kamer voor zaken in kortgeding, een Kamer voor beslagzaken, vijf correctionele kamers, een Jeugdkamer en een Raadkamer.
Article 1. Le Tribunal de première instance de Dinant est composé de quinze chambres, dont six chambres civiles, une Chambre des référés, une Chambre des saisies, cinq chambres correctionnelles, une Chambre de la jeunesse et une Chambre du conseil.
Art. 2. De eerste tot en met de zesde Kamer nemen kennis van de burgerlijke zaken.
  De zevende Kamer neemt kennis van de kortgedingen.
  De achtste Kamer neemt kennis van de beslagzaken.
  De negende tot en met de dertiende Kamer nemen kennis van de strafzaken.
  De veertiende Kamer neemt kennis van de zaken die tot de bevoegdheid van de Jeugdrechtbank behoren.
  De vijftiende Kamer houdt zitting als Raadkamer in strafzaken.
Art. 2. Les chambres de une à six connaissent des affaires civiles.
  La septième Chambre connaît des référés.
  La huitième Chambre connaît des saisies.
  Les chambres de neuf à treize connaissent des affaires pénales.
  La quatorzième Chambre connaît des affaires relevant de la compétence du Tribunal de la jeunesse.
  La quinzième Chambre siège comme Chambre du conseil en matière répressive.
Art. 3. De tweede, de negende en de tiende Kamer bestaan uit drie rechters. Zo de noodwendigheden van de dienst zulks vereisen, kunnen de tweede en de tiende Kamer evenwel bestaan uit één rechter.
  Onverminderd de toepassing van de artikelen 91 en 92 van het gerechtelijk Wetboek, bestaan de andere kamers en (het Bureau voor rechtsbijstand) slechts uit één rechter. <KB 2001-03-13/43, art. 1, 002; Inwerkingtreding : 07-11-2000>
Art. 3. Les deuxième, neuvième et dixième chambres sont composées de trois juges. Toutefois, selon les nécessités de service, les deuxième et dixième chambres pourront ne comprendre qu'un juge.
  Sans préjudice de l'application des articles 91 et 92 du Code judiciaire, les autres chambres et (le bureau d'assistance judiciaire) ne comprennent qu'un seul juge. <AR 2001-03-13/43, art. 2, 002; En vigueur : 07-11-2000>
Art. 4. De kamers houden zitting als volgt :
  - de eerste Kamer, op donderdag om 9 uur;
  - de tweede Kamer, op woensdag om 9 uur;
  - de derde Kamer, op maandag om 9 uur;
  - de vierde Kamer, op donderdag om 9 uur;
  - de vijfde Kamer, op vrijdag om 9 uur;
  - de zesde Kamer, op woensdag om 9 uur;
  - de zevende Kamer, op vrijdag om 9 uur;
  - de achtste Kamer, op dinsdag en vrijdag om 9 uur;
  - de negende Kamer, op maandag om 9 uur;
  - de tiende Kamer, op dinsdag om 9 uur;
  - de elfde Kamer, op woensdag om 9 uur;
  - de twaalfde Kamer, op donderdag om 9 uur;
  - de dertiende Kamer, op vrijdag om 9 uur;
  - de veertiende Kamer, op maandag om 9 uur;
  - de vijftiende Kamer, op dinsdag en vrijdag om 9 uur.
  Buiten de hierboven vastgestelde dagen en uren, kan de Raadkamer in strafzaken zitting houden telkens de noodwendigheden van de dienst dit vergen.
  Indien de Raadkamer zitting houdt op een dag volgend op een feestdag, begint de zitting om 14 uur.
  De verschijningen inzake echtscheiding en scheiding van tafel en bed door onderlinge toestemming geschieden op dinsdag om 14 u 30 m.
  (Het Bureau voor rechtsbijstand) houdt zitting op dinsdag om 14 uur. <KB 2001-03-13/43, art. 2, 002; Inwerkingtreding : 07-11-2000>
  De getuigenverhoren in burgerlijke zaken hebben plaats op dinsdag en donderdag om 14 uur.
Art. 4. Les chambres tiennent audience comme suit :
  - la première Chambre, le jeudi à 9 heures;
  - la deuxième Chambre, le mercredi à 9 heures;
  - la troisième Chambre, le lundi à 9 heures;
  - la quatrième Chambre, le jeudi à 9 heures;
  - la cinquième Chambre, le vendredi à 9 heures;
  - la sixième Chambre, le mercredi à 9 heures;
  - la septième Chambre, le vendredi à 9 heures;
  - la huitième Chambre, les mardi et vendredi à 9 heures;
  - la neuvième Chambre, le lundi à 9 heures;
  - la dixième Chambre, le mardi à 9 heures;
  - la onzième Chambre, le mercredi à 9 heures;
  - la douzième Chambre, le jeudi à 9 heures;
  - la treizième Chambre, le vendredi à 9 heures;
  - la quatorzième Chambre, le lundi à 9 heures;
  - la quinzième Chambre, les mardi et vendredi à 9 heures.
  Outre les jours et heures fixés ci-avant, la Chambre du conseil en matière répressive peut tenir audience chaque fois que les nécessités du service le justifient.
  Si la Chambre du conseil tient audience un jour suivant un jour férié, l'audience commence à 14 heures.
  Les comparutions en matière de divorce et de séparation de corps par consentement mutuel ont lieu le mardi à 14 h 30 m.
  (Le Bureau d'assistance judiciaire) siège le mardi à 14 heures. <AR 2001-03-13/43, art. 1, 002; En vigueur : 07-11-2000>
  Les enquêtes en matière civile ont lieu les mardi et jeudi à 14 heures.
Art. 5. De kamers kunnen, naargelang van de behoeften van de dienst, buitengewone zittingen houden, waarvan zij zelf de dagen en uren bepalen, met instemming van de voorzitter van de rechtbank.
Art. 5. Les chambres peuvent, selon les besoins du service, tenir des audiences extraordinaires, dont elles fixent elles-mêmes les jours et heures, avec l'accord du président du tribunal.
Art. 6. De voorzitter van de rechtbank kan, zo de behoeften van de dienst het vereisen en na het advies van de Procureur des Konings en van de hoofdgriffier te hebben ingewonnen, beslissen dat één of meer kamers bijkomende zittingen houden, waarvoor hij de dagen en uren bepaalt.
Art. 6. Le président du tribunal peut, lorsque les besoins du service le justifient, et après avoir pris l'avis du Procureur du Roi et du greffier en chef, décider de faire tenir, par une ou plusieurs chambres, des audiences supplémentaires, dont il fixe les jours et heures.
Art. 7. De inleidingen hebben plaats :
  a) voor de burgerlijke Rechtbank :
  - inzake hoger beroep tegen de vonnissen van de vrederechters en de Politierechtbank (burgerlijke Kamer) : voor de tweede Kamer;
  - inzake echtscheiding en scheiding van tafel en bed wegens bepaalde feiten : voor de derde Kamer;
  - in burgerlijke zaken die niet bedoeld zijn hierboven en inzake verzoekschriften : voor de eerste Kamer;
  b) (niet gepubliceerd);
  c) voor de beslagrechter, op de zitting van dinsdag van de achtste Kamer;
  d) voor de correctionele Rechtbank :
  - inzake hoger beroep tegen vonnissen van de Politierechtbank, zetelend in strafzaken : voor de negende Kamer;
  - in strafzaken en bij rechtstreekse dagvaardingen die moeten worden toegewezen aan een Kamer met drie rechters, overeenkomstig artikel 92, § 1, 4°, van het gerechtelijk Wetboek : op de zitting van de tiende Kamer, behalve deze van de eerste dinsdag van de maand;
  - in zaken waarin de openbare rechtsvordering uitgeoefend wordt door de arbeidsauditeur, overeenkomstig artikel 155 van het gerechtelijk Wetboek : op de zitting van de tiende Kamer, op de eerste dinsdag van de maand;
  - in andere strafzaken en bij rechtstreekse dagvaardingen in andere strafzaken dan deze hierboven, die worden toegewezen aan een Kamer met één rechter : op de zitting van de elfde, de twaalfde en de dertiende Kamer;
  e) voor de Jeugdrechtbank : voor de veertiende Kamer, op maandag.
  In zaken met rechtstreekse dagvaarding, wordt het openbaar ministerie daarvan door de dagvaardende partij in kennis gesteld en krijgt het inzage van de stukken, ten minste drie dagen voor de oproeping van de zaak.
Art. 7. Les introductions ont lieu :
  a) devant le Tribunal civil :
  - pour les appels contre les jugements rendus par les juges de paix et le Tribunal de police (Chambre civile) : devant la deuxième Chambre;
  - en matière de divorce et de séparation de corps pour cause déterminée : devant la troisième Chambre;
  - pour les affaires civiles non visées ci-dessus et les requêtes : devant la première Chambre;
  b) (non publié);
  c) devant le juge des saisies, à l'audience du mardi de la huitième Chambre;
  d) devant le Tribunal correctionnel :
  - pour les appels contre les jugements du Tribunal de police, siégeant en matière pénale : devant la neuvième Chambre;
  - pour les affaires pénales et pour les citations directes qui doivent être attribuées à une Chambre composée de trois juges, conformément à l'article 92, § 1er, 4°, du Code judiciaire : à l'audience de la dixième Chambre, sauf à celle du premier mardi du mois;
  - pour les affaires où l'action publique est exercée par l'auditeur du travail, conformément à l'article 155 du Code judiciaire : à l'audience de la dixième Chambre, le premier mardi du mois;
  - pour les autres affaires pénales et pour les citations directes en matière pénale autres que celles visées ci-dessus, qui sont attribuées à une Chambre à juge unique : à l'audience des onzième, douzième et treizième chambres;
  e) devant le Tribunal de la jeunesse : devant la quatorzième Chambre, le lundi.
  En matière de citation directe, le ministère public est avisé par la partie citante et reçoit communication des pièces trois jours au moins avant l'appel de la cause.
Art. 8. De voorzitter van de rechtbank kan, na het advies van de Procureur des Konings en van de hoofdgriffier te hebben ingewonnen, het aantal en de bevoegdheden van de kamers tijdelijk wijzigen.
Art. 8. Le président du tribunal peut, après avoir pris l'avis du Procureur du Roi et du greffier en chef, modifier temporairement le nombre et les attributions des chambres.
Art. 9. De voorzitter van de rechtbank verdeelt de burgerlijke zaken.
  De strafzaken worden, op voorstel van de Procureur des Konings, door de voorzitter van de rechtbank toebedeeld.
Art. 9. Le président du tribunal distribue les affaires civiles.
  Les affaires pénales sont distribuées par le président du tribunal sur proposition du Procureur du Roi.
Art. 10. De voorzitter van de rechtbank bepaalt na het advies van de Procureur des Konings te hebben ingewonnen, de dienstregeling van de onderzoeksrechters en de verdeling van de zaken onder hen.
  De zaken worden toebedeeld aan de onderzoeksrechter die met dienst is op de datum van de vordering van de Procureur des Konings.
  Wanneer de behoeften van de dienst of een goede rechtsbedeling dit vergen, kan de voorzitter van de rechtbank, na het advies van de Procureur des Konings te hebben ingewonnen, afwijken van de dienstregeling en van de verdeling van de zaken of aan een onderzoeksrechter een zaak toebedelen die voor een andere onderzoeksrechter aanhangig is.
Art. 10. Le président du tribunal arrête, après avoir pris l'avis du Procureur du Roi, le tableau de service des juges d'instruction et la répartition des affaires entre eux.
  Les affaires sont distribuées au juge d'instruction qui est de service à la date du réquisitoire du Procureur du Roi.
  Si les besoins du service ou la bonne administration de la justice l'exigent, le président du tribunal peut déroger, après avoir pris l'avis du Procureur du Roi, au tableau de service et de répartition des affaires ou distribuer à un juge d'instruction une affaire, dont un autre juge d'instruction est saisi.
Art. 11. De voorzitter van de rechtbank bepaalt, na het advies van de Procureur des Konings te hebben ingewonnen, de dagen en uren van de vakantiezittingen in overeenstemming met de artikelen 334 tot 339 van het gerechtelijk Wetboek.
  Hij maakt de lijst op van de magistraten die er zitting zullen houden.
  De voorzitter van de rechtbank kan te allen tijde die lijst wijzigen, met het oog op de behoeften van de dienst.
Art. 11. Le président du tribunal établit, après avoir pris l'avis du Procureur du Roi, les jours et heures des audiences de vacation en se conformant aux articles 334 à 339 du Code judiciaire.
  Il détermine la liste des magistrats qui y siégeront.
  Le président du tribunal peut, en tout temps, modifier ce tableau en raison des nécessités du service.
Art. 12. De beschikkingen die de voorzitter van de rechtbank neemt op grond van de artikelen 89 en 90 van het gerechtelijk Wetboek of op grond van dit reglement, worden ter griffie van de rechtbank aangeplakt. Deze beschikkingen worden onmiddellijk ter kennis gebracht van de eerste voorzitter van het Hof van Beroep en van de Procureur des Konings.
Art. 12. Les ordonnances que le président du tribunal prend sur la base des articles 89 et 90 du Code judiciaire ou du présent règlement sont affichées au greffe du tribunal. Le premier président de la Cour d'Appel et le Procureur du Roi en sont immédiatement informés.
Art. 13. Het koninklijk besluit van 17 april 1986 tot vaststelling van het bijzonder reglement voor de Rechtbank van eerste aanleg te Dinant, gewijzigd bij de koninklijke besluiten van 17 augustus 1988 en 12 augustus 1991, wordt opgeheven.
Art. 13. L'arrêté royal du 17 avril 1986 fixant le règlement particulier du Tribunal de première instance de Dinant, modifié par les arrêtés royaux des 17 août 1988 et 12 août 1991, est abrogé.
Art. 14. Onze Minister van Justitie is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Gegeven te Brussel, 17 oktober 2000.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Justitie,
  M. VERWILGHEN
Art. 14. Notre Ministre de la Justice est chargé de l'exécution du présent arrêté.
  Donné à Bruxelles, le 17 octobre 2000.
  ALBERT
  Par le Roi :
  Le Ministre de la Justice,
  M. VERWILGHEN