Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
23 DECEMBER 1999. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 4 februari 1998 betreffende het uniform van de militairen.
Titre
23 DECEMBRE 1999. - ArrĂȘtĂ© royal modifiant l'arrĂȘtĂ© royal du 4 fĂ©vrier 1998 relatif Ă  l'uniforme des militaires.
Documentinformatie
Numac: 2000007011
Datum: 1999-12-23
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 2000007011
Date: 1999-12-23
Moniteur: Voir
Tekst (2)
Texte (2)
Artikel 1. In het koninklijk besluit van 4 februari 1998 betreffende het uniform van de militairen wordt een artikel 3bis ingevoegd, luidende :
  " Art. 3bis. § 1. De Minister van Landsverdediging of de militaire overheden die hij aanwijst kunnen meerderjarige burgers, die verbonden zijn aan of toestemming hebben om een detachement Belgische militairen te volgen in één van de deelstanden " in hulpverlening " buiten het nationale grondgebied of " in operationele inzet ", met uitsluiting van " orderhandhaving ", tijdelijk toestaan bepaalde onderdelen van het uniform te dragen bedoeld in artikel 2, eerste lid, 2°, 3° of 4°.
  In dit geval moet er een herkenbaar onderscheid zijn met het uniform dat gedragen wordt door militairen.
  Geen enkel kenteken van graad bepaald voor militairen mag gedragen worden.
  § 2. De Minister van Landsverdediging of de militaire overheden die hij aanwijst bepalen onder welke voorwaarden deze onderdelen van het uniform gedragen mogen worden. ".
Article 1. Un article 3bis, rĂ©digĂ© comme suit, est insĂ©rĂ© dans l'arrĂȘtĂ© royal du 4 fĂ©vrier 1998 relatif Ă  l'uniforme des militaires :
  " Art. 3bis. § 1er. Le Ministre de la Défense nationale ou les autorités militaires qu'il désigne, peuvent autoriser des citoyens majeurs, attachés à ou autorisés à suivre un détachement de militaires belges dans une des sous-positions " en assistance " hors du territoire national ou " en engagement opérationnel ", à l'exclusion du " maintien de l'ordre ", à porter certaines piÚces de l'uniforme visé à l'article 2, alinéa 1er, 2°, 3° ou 4°.
  Dans ce cas, une distinction reconnaissable avec l'uniforme porté par les militaires est imposée.
  Aucun insigne de grade fixĂ© pour les militaires ne peut ĂȘtre portĂ©.
  § 2. Le Ministre de la DĂ©fense nationale ou les autoritĂ©s militaires qu'il dĂ©signe fixent dans quelles conditions ces piĂšces de l'uniforme peuvent ĂȘtre portĂ©e. ".
Art. 2. Onze Minister van Landsverdediging is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Gegeven te Brussel, 23 december 1999.
  ALBERT
  Van Koningswege :
  De Minister van Landsverdediging,
  A. FLAHAUT
Art. 2. Notre Ministre de la DĂ©fense est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
  Donné à Bruxelles, le 23 décembre 1999.
  ALBERT
  Par le Roi :
  Le Ministre de la Défense,
  A. FLAHAUT