Artikel 1. Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en de werknemers van de privé-rusthuizen en de rust- en verzoringstehuizen die ressorteren onder het Paritair Subcomité voor de gezondheidsinrichtingen en -diensten.
  Onder werknemers wordt verstaan, het mannelijk en vrouwelijk werklieden- en bediendenpersoneel.
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
27 FEBRUARI 1997. - Collectieve arbeidsovereenkomst van 27 februari 1997, gesloten in het Paritair Subcomité voor de gezondheidsinrichtingen en -diensten, betreffende het bedrag en wijze van inning van de bijdrage voor de vormings- en tewerkstellingsinitiatieven voor risicogroepen voor de privé-rusthuizen en de rust- en verzorgingstehuizen (Overeenkomst geregistreerd op 1 juli 1997 onder het nummer 44447/CO/305.02). - (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 25-11-1999 en tekstbijwerking tot 11-02-2000.)
Titre
27 FEVRIER 1997. - Convention collective de travail du 27 février 1997, conclue au sein de la Sous-commission paritaire pour les établissements et les services de santé, concernant le montant et mode de perception de la cotisation pour les initiatives de formation et d'emploi en faveur des groupes à risque pour les homes pour personnes ùgées et les maisons de repos et soins privés (Convention enregistrée le 1er juillet 1997 sous le numéro 44447/CO/305.02). - (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 25-11-1999 et mise à jour au 11-02-2000.)
Documentinformatie
Numac: 1999A12372
Datum: 1997-02-27
Info du document
Numac: 1999A12372
Date: 1997-02-27
Inhoud
Tekst (9)
Texte (9)
HOOFDSTUK I. - Toepassingsgebied.
CHAPITRE I. - Champ d'application.
Article 1. La présente convention collective de travail s'applique aux employeurs et aux travailleurs des homes pour personnes ùgées et des maisons de repos et de soins privés ressortissant à la Sous-commission paritaire pour les établissements et les services de santé.
  On entend par travailleurs, le personnel ouvrier et employé, masculin et féminin.
  On entend par travailleurs, le personnel ouvrier et employé, masculin et féminin.
HOOFDSTUK II. - Beschikkingen.
CHAPITRE II. - Dispositions.
Art. 2. Overeenkomstig het koninklijk besluit van 27 januari 1997 houdende maatregelen ter bevordering van de werkgelegenheid met toepassing van artikel 7, § 2 van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen, verbinden de in artikel 1 bedoelde werkgevers zich er toe maatregelen te nemen ter bevordering van de tewerkstelling en de vorming van personen die behoren tot de risicogroepen of op wie een begeleidingsplan van toepassing is.
  Tot de risicogroep behoren de personen vermeld in artikel 3 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 september 1993, gesloten in het Paritair Comité voor de gezondheidsdiensten, betreffende de omschrijving van de risicogroepen voor de gezondheidssector, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 7 augustus 1995.
  Tot de risicogroep behoren de personen vermeld in artikel 3 van de collectieve arbeidsovereenkomst van 30 september 1993, gesloten in het Paritair Comité voor de gezondheidsdiensten, betreffende de omschrijving van de risicogroepen voor de gezondheidssector, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 7 augustus 1995.
Art. 2. ConformĂ©ment Ă l'arrĂȘtĂ© royal du 27 janvier 1997 contenant des mesures pour la promotion de l'emploi en application de l'article 7, § 2 de la loi du 26 juillet 1996 relative Ă la promotion de l'emploi et Ă la sauvegarde prĂ©ventive de la compĂ©titivitĂ©, les employeurs visĂ©s Ă l'article 1 s'engagent Ă prendre des initiatives en faveur de l'emploi et de la formation des personnes appartenant aux groupes Ă risque ou auxquelles s'applique un plan d'accompagnement.
  RelĂšvent des groupes Ă risque, les personnes mentionnĂ©es dans l'article 3 de la convention collective de travail du 30 septembre 1993, conclue au sein de la Commission paritaire des services de santĂ©, relative Ă la dĂ©finition des groupes Ă risque visĂ©s dans le secteur des soins de santĂ©, rendue obligatoire par arrĂȘtĂ© royal du 7 aoĂ»t 1995.
  RelĂšvent des groupes Ă risque, les personnes mentionnĂ©es dans l'article 3 de la convention collective de travail du 30 septembre 1993, conclue au sein de la Commission paritaire des services de santĂ©, relative Ă la dĂ©finition des groupes Ă risque visĂ©s dans le secteur des soins de santĂ©, rendue obligatoire par arrĂȘtĂ© royal du 7 aoĂ»t 1995.
Art. 3. De kost van deze initiatieven staat gelijk met de opbrengst van een bijdrage van 0,10 pct. tijdens het vierde kwartaal 1997, van 0,40 pct. tijdens het eerste kwartaal 1998 en van 0,10 pct. tijdens het tweede, derde en vierde kwartaal 1998, berekend op grond van het volledige loon van de werknemers, zoals bedoeld in artikel 23 van de wet van 29 juni 1981 houdende de algemene beginselen van de sociale zekerheid voor werknemers en de uitvoeringsbesluiten van deze wet, die tewerkgesteld zijn door de in artikel 1 bedoelde werkgevers.
Art. 3. Le coĂ»t de ces initiatives correspond au produit d'une cotisation de 0,10 p.c. pour le quatriĂšme trimestre 1997, de 0,40 p.c. pour le premier trimestre 1998 et de 0,10 p.c. pour le deuxiĂšme, troisiĂšme et quatriĂšme trimestre 1998, calculĂ©e sur la base du salaire global des travailleurs, comme prĂ©vu par l'article 23 de la loi du 29 juin 1981 Ă©tablissant les principes gĂ©nĂ©raux de la sĂ©curitĂ© sociale des travailleurs occupĂ©s par les employeurs visĂ©s Ă l'article 1er et par les arrĂȘtĂ©s d'exĂ©cution de ladite loi.
HOOFDSTUK III. - Toepassingsmodaliteiten.
CHAPITRE III. - Modalités d'application.
Art. 4. Partijen komen overeen om de inning van de in artikel 3 bepaalde bijdrage toe te vertrouwen aan de Rijksdienst voor sociale zekerheid en dit voor rekening van het Sociaal Fonds voor de privé-rusthuizen en de rust- en verzorgingstehuizen, opgericht bij de collectieve arbeidsovereenkomst van 3 mei 1993, gesloten in het Paritair Subcomité voor de gezondheidsinrichtingen en -diensten, tot oprichting van een fonds voor bestaanszekerheid voor de privé-rusthuizen en de rust- en verzorgingstehuizen en tot vaststelling van zijn statuten, algemeen verbindend verklaard bij koninklijk besluit van 15 september 1994.
Art. 4. Les parties conviennent de confier la perception de la cotisation prĂ©vue Ă l'article 3, Ă l'Office national de sĂ©curitĂ© sociale et cela pour le compte du Fonds social pour les homes pour personnes ĂągĂ©es et les maisons de repos et de soins privĂ©s, instaurĂ© par la convention collective de travail du 3 mai 1993, conclue au sein de la Sous-commission paritaire pour les Ă©tablissements et les services de santĂ©, instituant un fonds de sĂ©curitĂ© d'existence pour les homes pour personnes ĂągĂ©es et les maisons de repos et de soins privĂ©s et en fixant ses statuts, rendue obligatoire par arrĂȘtĂ© royal du 15 septembre 1994.
Art. 5. De opbrengst van deze bijdrage wordt gebruikt om personeel aan te werven en om vormingsinitiatieven te nemen voor risicogroepen die aangeworven zouden kunnen worden in de sector of reeds aangeworven zijn.
Art. 5. Le rapport de cette cotisation est destinĂ© Ă l'engagement de personnel et aux initiatives de formation pour les groupes Ă risque qui pourraient ĂȘtre engagĂ©s dans le secteur ou qui ont dĂ©jĂ Ă©tĂ© engagĂ©s.
Art. 6. Deze collectieve arbeidsovereenkomst treedt in werking op 1 januari 1997 en houdt op van kracht te zijn op 31 december 1998.
  Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 25 mei 1999.
  (Voor het KB, zie %%1999-05-25/88%%).
  De Minister van Tewerkstelling en Arbeid,
  Mevr. M. SMET
  Gezien om te worden gevoegd bij het koninklijk besluit van 25 mei 1999.
  (Voor het KB, zie %%1999-05-25/88%%).
  De Minister van Tewerkstelling en Arbeid,
  Mevr. M. SMET
Art. 6. La prĂ©sente convention collective de travail entre en vigueur le 1er janvier 1997 et cesse d'ĂȘtre en vigueur le 31 dĂ©cembre 1998.
  Vu pour ĂȘtre annexĂ© Ă l'arrĂȘtĂ© royal du 25 mai 1999.
  (Pour l'AR, voir %%1999-05-25/88%%).
  La Ministre de l'Emploi et du Travail,
  Mme M. SMET
  Vu pour ĂȘtre annexĂ© Ă l'arrĂȘtĂ© royal du 25 mai 1999.
  (Pour l'AR, voir %%1999-05-25/88%%).
  La Ministre de l'Emploi et du Travail,
  Mme M. SMET