Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
1 JUNI 1999. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende het brevet van havenloods. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 08-10-1999 en tekstbijwerking tot 15-01-2009).
Titre
1er JUIN 1999. - Arrêté du Gouvernement flamand relatif au brevet de pilote de port (TRADUCTION). (NOTE : Consultation des versions antérieures à partir du 08-10-1999 et mise à jour au 15-01-2009).
Documentinformatie
Info du document
Tekst (18)
Texte (18)
HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen.
CHAPITRE I. - Dispositions générales.
Artikel 1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :
  1° decreet : het decreet van 19 april 1995 betreffende de organisatie en de werking van de Loodsdienst van het Vlaamse Gewest en betreffende het brevet van havenloods;
  2° het brevet : het brevet van havenloods, zoals bedoeld in artikel 19 van het decreet;
  3° havenloods : de persoon die houder is van een geldig brevet van havenloods en die ressorteert onder een erkende Havenloodsdienst;
  4° havenbeloodsing : het loodsen van vaartuigen, zoals bedoeld in artikel 2, 1° van het decreet, in aan getijden onttrokken wateren;
  5° loodsen van vaartuigen : uitvoering van de loodstaken zoals omschreven in artikel 8 van het decreet;
  6° Havenloodsdienst : een organisatie of dienst erkend door de havenautoriteit, die de havenbeloodsingen organiseert en in voorkomend geval aanverwante diensten verstrekt;
  7° havenautoriteit : de natuurlijke of rechtspersonen die de gedecentraliseerd bestuurde havens en kanalen, in rechte mogen vertegenwoordigen;
  8° bekwaamheidsproef : het examen voor het behalen van het brevet van havenloods;
  9° Commissie : de Commissie belast met het afnemen van de bekwaamheidsproef;
  10° Minister : de Vlaamse Minister die de Loodsdienst onder zijn bevoegdheid heeft;
  11° (het agentschap : het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust binnen het beleidsdomein Mobiliteit en Openbare Werken).
Article 1. Pour l'application du présent arrêté, il convient d'entendre par :
  1° décret : le décret du 19 avril 1995 relatif à l'organisation et au fonctionnement du Service de Pilotage de la Région flamande et relatif au brevet de pilote de port;
  2° brevet : le brevet de pilote de port, tel que visé à l'article 19 du décret;
  3° pilote de port : la personne titulaire d'un brevet de pilote de port valable et qui relève d'un Service de Pilotage de port agréé;
  4° pilotage de port : l'action de piloter des navires, telle que visée à l'article 2, 1° du décret, dans des eaux qui ne sont pas soumises aux marées;
  5° pilotage de navires : exécution des tâches de pilote telles que décrites à l'article 8 du décret;
  6° Service de Pilotage de port : une organisation ou un service agréé par les autorités portuaires, qui organise le pilotage de port et fournit le cas échéant des services apparentés;
  7° autorités portuaires : les personnes physiques et morales qui peuvent représenter en droit les ports et canaux dirigés de manière décentralisée;
  8° épreuve d'aptitude : l'examen en vue de l'obtention du brevet de pilote de port;
  9° Commission : la Commission chargée de faire passer l'épreuve d'aptitude;
  10° Ministre : le Ministre flamand qui a le Service de Pilotage dans ses attributions;
  11° (agence : l' " Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust " au sein du domaine politique de la Mobilité et des Travaux publics);
HOOFDSTUK II. - Organisatie van de bekwaamheidsproef.
CHAPITRE II. - Organisation de l'épreuve d'aptitude.
Art.2. Het brevet wordt verworven door het slagen in een bekwaamheidsproef waarvan het programma en de puntenwaardering worden vastgesteld in bijlage I van dit besluit.
Art.2. Le brevet est obtenu après avoir réussi une épreuve d'aptitude dont le programme et la cotation sont définis à l'annexe I du présent arrêté.
Art.3. § 1. De proef voor het brevet wordt afgenomen door een Commissie samengesteld uit :
  1° een voorzitter met nautische kennis, ambtenaar van de administratie;
  2° twee leden met nautische kennis voorgesteld door de betrokken havenautoriteit;
  3° twee leden met nautische kennis voorgesteld door de betrokken Havenloodsdienst.
  Deze Commissie houdt steeds zitting met een voorzitter en twee of vier leden, paritair verdeeld tussen de havenautoriteit en de Havenloodsdienst. Bij gebrek aan een Havenloodsdienst houdt de Commissie zitting met een voorzitter en twee leden van de havenautoriteit.
  Elk lid van de Commissie geeft een afzonderlijke quotering aan de hand van het programma zoals bepaald in bijlage I. Bij staking van stemmen is de beslissing van de voorzitter doorslaggevend.
  De uitslag wordt door de voorzitter aan (het hoofd van het agentschap) ter kennis gebracht.
  § 2. De Minister benoemt de voorzitter en de leden van de Commissie voor een termijn van vijf jaar.
  De Minister benoemt tevens een plaatsvervangend voorzitter en de plaatsvervangende leden voor eenzelfde termijn.
  Ieder mandaat kan hernieuwd worden.
Art.3. § 1er. Le passage de l'épreuve en vue de l'obtention du brevet est confié à une Commission composée comme suit :
  1° un président ayant des connaissances en matière nautique, fonctionnaire de l'administration;
  2° deux membres ayant des connaissances en matière nautique, présentés par l'autorité portuaire concernée;
  3° deux membres ayant des connaissances en matière nautique, présentés par le Service de Pilotage de port concerné.
  Cette Commission tiendra toujours séance avec un président et deux ou quatre membres, répartis paritairement entre l'autorité portuaire et le Service de Pilotage de port. En l'absence du Service de Pilotage de port, la Commission tiendra séance avec un président et deux membres de l'autorité portuaire.
  Chaque membre de la Commission donne une cotation distincte sur la base du programme tel que défini à l'annexe I. En cas de partage du vote, la voix du président est prépondérante.
  Le président communique les résultats (au chef de l'agence).
  § 2. Le Ministre nomme le président ainsi que les membres de la Commission pour un délai de cinq ans.
  Le Ministre nomme également un président suppléant ainsi que des membres suppléants pour un même délai.
  Chaque mandat est renouvelable.
Art.4. De voorwaarden tot deelname aan de bekwaamheidsproef worden vastgesteld door de leidend ambtenaar van (het Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust), na overleg met de Havenloodsdienst of bij gebrek aan een Havenloodsdienst met de havenautoriteit.
Art.4. Les conditions de participation à l'épreuve d'aptitude sont déterminées par le fonctionnaire dirigeant de (l' " Agentschap voor Maritieme Dienstverlening en Kust "), après concertation avec le Service de Pilotage de port ou, en l'absence d'un Service de Pilotage de port, avec les autorités portuaires.
Art.5. De voorzitter van de Commissie organiseert de bekwaamheidsproef op aanvraag van de Havenloodsdienst, of bij gebrek aan een Havenloodsdienst door de havenautoriteit.
  De organisatie van de bekwaamheidsproef gebeurt binnen de maand na ontvangst van de schriftelijke aanvraag.
  Het secretariaat van de Examencommissie wordt waargenomen door (het agentschap).
Art.5. Le président de la Commission organise l'épreuve d'aptitude sur demande du Service de Pilotage de port, ou, en l'absence d'un Service de Pilotage de port, sur demande des autorités portuaires.
  L'organisation de l'épreuve d'aptitude intervient dans le mois suivant la réception de la demande écrite.
  Le secrétariat de la Commission d'examen est assuré par (l'agence).
HOOFDSTUK III. - Het brevet.
CHAPITRE III. - Le brevet.
Art.6. De vorm van het brevet is vastgesteld in bijlage II van dit besluit.
Art.6. La forme du brevet est déterminée à l'annexe II du présent arrêté.
Art.7. Op voorstel van de Commissie vermeld in artikel 3, reikt de leidend ambtenaar van (het agentschap), in naam van de Minister, het brevet uit aan de kandidaat die geslaagd is voor de bekwaamheidsproef.
Art.7. Sur la proposition de la Commission visée à l'article 3, le fonctionnaire dirigeant de (l'agence) délivre, au nom du Ministre, le brevet au candidat ayant réussi l'épreuve d'aptitude.
Art.8. Het brevet wordt geschorst of ingetrokken door de leidend ambtenaar van (het agentschap), op voorstel van de Havenloodsdienst of van de havenautoriteit. De schorsing of intrekking wordt voorgesteld bij grove schuld of opzet.
  Na onderzoek door de leidend ambtenaar wordt de beslissing bij aangetekend schrijven aan de betrokken havenloods ter kennis gebracht.
  Deze kan binnen de tien dagen na kennisgeving, bij aangetekend schrijven, beroep aantekenen bij de Minister.
  De Minister doet binnen de dertig dagen na ontvangst van het beroepschrift, uitspraak over het beroep. Deze beslissing wordt bij aangetekend schrijven aan de havenloods meegedeeld.
Art.8. Le brevet est suspendu ou retiré par le fonctionnaire dirigeant de (l'agence), sur la proposition du Service de Pilotage de port ou des autorités portuaires. La suspension ou le retrait est proposé en cas de faute grave ou de fait intentionnel.
  Après une enquête menée par le fonctionnaire dirigeant, la décision est communiquée par courrier recommandé au pilote de port concerné.
  Ce dernier peut introduire par lettre recommandée un recours auprès du Ministre dans les dix jours suivant la notification.
  Dans les trente jours suivant la réception du recours, le Ministre statue sur celui-ci. Cette décision est communiquée au pilote de port par courrier recommandé.
Art.9. De geldigheid van het brevet vervalt van rechtswege bij het beëindigen van de beroepsactiviteit als havenloods op de betrokken wateren.
  Dit wordt door de Havenloodsdienst of bij gebrek daaraan door de havenautoriteit, aan (het agentschap) gemeld binnen een termijn van dertig dagen.
Art.9. La validité du brevet échoit de plein droit à la fin de l'activité professionnelle en tant que pilote de port sur les eaux concernées.
  Le Service de Pilotage de port ou à défaut, les autorités portuaires, en informent l'administration dans un délai de trente jours.
HOOFDSTUK IV. - Slotbepalingen.
CHAPITRE IV. - Dispositions finales.
Art.10. § 1. De personen die op de dag van de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad belast zijn met het loodsen van vaartuigen in de havens en de kanalen zoals vermeld in het decreet, ontvangen van rechtswege een geldig brevet.
  § 2. De personen die op het ogenblik van de bekendmaking van dit besluit in het Belgisch Staatsblad reeds hun opleiding tot havenloods met goed gevolg hebben beëindigd, ontvangen een geldig brevet.
Art.10. § 1er. Les personnes qui, le jour de la publication du présent arrêté au Moniteur belge, sont chargées d'une mission de pilotage de navires dans les ports ou sur les canaux tels que précisés dans le décret, se voient conférer de plein droit un brevet valable.
  § 2. Les personnes qui, au moment de la publication du présent arrêté au Moniteur belge, ont achevé avec fruit leur formation de pilote de port, se voient remettre un brevet valable.
Art.11. De Vlaamse Minister, bevoegd voor het Vervoer, is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Brussel, 1 juni 1999.
  De Minister-President van de Vlaamse Regering,
  L. VAN DEN BRANDE
  De Vlaamse Minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening,
  S. STEVAERT
Art.11. Le Ministre flamand, qui a les Transports dans ses attributions, est chargé de l'exécution du présent arrêté.
  Bruxelles, le 1er juin 1999.
  Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
  L. VAN DEN BRANDE
  Le Ministre flamand des Travaux publics, des Transports et de l'Aménagement du territoire,
  S. STEVAERT
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage I. Programma voor het verwerven van het brevet van havenloods.
  Minimum te behalen aantal punten : 175 op een totaal van 250.
  I. Algemeen programma.
  Minimum te behalen aantal punten : 60 op 100.
  1. Reglementen (algemeen) : mondeling.
  - Internationale bepalingen ter voorkoming van aanvaringen op zee 1972 (met amendementen).
  - Het IALA-maritiem betonningsstelsel (International Association of Lighthouse Authorities).
  2. Manoeuvres : mondeling.
  - Manoeuvreren in havens, op rivieren, op kanalen en op zee :
  werking van de schroef;
  werken met sleepboten en ankers;
  werken met boeg- en hekschroef;
  werking van het roer en roeren;
  schroef en roer;
  dubbelschroevers;
  andere mogelijkheden;
  stopweg;
  invloed van ondiep :
  water;
  stroom;
  wind;
  gewichtsverdeling.
  - Ankeren en te nemen voorzorgen bij averij :
  ankeren (1 of meerdere ankers);
  voorzorgen bij :
  averij;
  aanvaring;
  stranding en vlotbrengen.
  - Manoeuvreren met behulp van anker.
  3. Communicatie : mondeling.
  - Elementaire kennis van radio en verdeling van het frequentiespectrum.
  - Praktische kennis van de radiotelefonische procedure, gespreksdiscipline.
  - Bediening van een radiotelefooninrichting.
  - Reglementering : algemene kennis van de artikels 17, 18, 33, 34, 35, 36, 37 van de radioreglementen.
  - Kennis spellingstabel letters en cijfers.
  - Elementaire kennis van de voorschriften van het zeevaartinspectiereglement inzake radio.
  4. Beroepsregelen : mondeling.
  - Wachtlopen op de brug (IMO resolutie A 285) (grondig).
  - Verantwoordelijkheid van de havenloods (wet 1967) (grondig).
  - Algemene kennis van de scheepsdocumenten :
  zeebrief;
  meetbrief;
  monsterrol;
  veiligheidscertificaat;
  andere documenten.
  - Meldingsplicht in geval van ongeval (grondig).
  - Organisatie van de maritieme instanties :
  tol- en havendiensten, zeevaartinspectiediensten (bevoegdheden);
  Waterschoutambt, zeevaartpolitie, loodswezen;
  Onderzoeksraad voor de zeevaart en de nautische Commissie bij de Rechtbank van koophandel.
  5. Milieubescherming : mondeling.
  Meldingsplicht en maatregelen bij bezoedeling en verontreiniging.
  II. Specifiek programma.
  Minimum te behalen punten : 70 op 100.
  Lokale reglementen.
  Bijzondere scheepvaartverordeningen voor de haven waarvoor het brevet wordt aangevraagd.
  1° Lokale infrastructuur.
  Algemene kennis van de infrastructuur van de haven waarvoor het brevet wordt aangevraagd (dokken, kaden, steigers, sluizen, bruggen, droogdokken, enz.).
  2° Nautisch-technische kennis van het gebied (koersen, diepten, betonning en bebakening, seinen en signalen, enz.).
  3° Radarnavigatie en manoeuvreersimulatie.
  4° Kennisgevingen en dienstorders.
  III. Methodiek.
  1. Minimum te behalen punten : 30 op 50.
  2. Opstellen van een loodsverklaring : 15 op 25.
  - Naar vorm en inhoud.
  - Volgens model.
  3. Samenstellen van een cursus : 15 op 25.
  Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1999 betreffende het brevet van havenloods.
  Brussel, 1 juni 1999.
  De Minister-President van de Vlaamse regering,
  L. VAN DEN BRANDE
  De Vlaamse Minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening,
  S. STEVAERT
Art. N1. Annexe I. Programme en vue de l'obtention du brevet de pilote de port.
  Minimum de points requis : 175 sur un total de 250.
  I. Programme général.
  Minimum de points requis : 60 sur 100.
  1. Règlements (général) : épreuve orale.
  - Dispositions internationales de prévention des collisions en mer 1972 (avec amendements).
  - Le système de balisage maritime IALA (International Association of Lighthouse Authorities).
  2. Manoeuvres : épreuve orale.
  - Manoeuvrer dans des ports, sur des rivières, sur des canaux et en mer :
  fonctionnement de l'hélice;
  travailler avec des remorqueurs et des ancres;
  travailler avec l'hélice de proue et de poupe;
  fonctionnement de la barre et barrer;
  hélice et barre;
  navire à hélices jumelles;
  autres possibilités;
  temps d'arrêt;
  incidence :
  de l'eau peu profonde;
  du courant;
  du vent;
  de la répartition du poids.
  - Ancrage et précautions à prendre en cas d'avarie :
  ancrage (un ou plusieurs ancres);
  précautions en cas :
  d'avarie;
  de collision;
  d'échouage et de renflouement.
  - Manoeuvrer à l'aide de l'ancre.
  3. Communication : épreuve orale.
  - Connaissances élémentaires en matière de radio et de répartition du spectre des fréquences.
  - Connaissances pratiques des procédures radio-téléphoniques, discipline de conversation.
  - Utilisation d'un dispositif radio-téléphonique.
  - Réglementation : connaissance générale des articles 17, 18, 33, 34, 35, 36 et 37 des règlements en matière de radio.
  - Connaissances du tableau de notation des lettres et des chiffres.
  - Connaissances élémentaires des prescriptions du règlement d'inspection de la navigation maritime en matière de radio.
  4. Règles professionnelles : épreuve orale.
  - Quart sur le pont (résolution IMO A 285) (de manière approfondie).
  - Responsabilité du pilote de port (loi de 1967) (de manière approfondie).
  - Connaissance générale des documents de bord :
  passeport de mer;
  certificat de tonnage de jaugeage;
  rôle d'équipage;
  certificat de sécurité;
  autres documents.
  - Obligation de se présenter en cas d'accident (de manière approfondie).
  - Organisation des instances maritimes :
  services des douanes et services portuaires, services d'inspection maritime (compétences);
  Administration des Affaires maritimes, police maritime, Service de Pilotage;
  Conseil d'enquête pour la navigation maritime et la Commission nautique auprès du Tribunal de commerce.
  5. Protection de l'environnement : épreuve écrite.
  Obligation de se présenter et mesures en cas de contamination et de pollution.
  II. Programme spécifique.
  Minimum de points requis : 70 sur 100.
  Règlements locaux.
  Règlements de navigation spéciaux pour les ports pour lesquels le brevet est sollicité.
  1° Infrastructure locale.
  Connaissance générale de l'infrastructure du port pour lequel le brevet est demandé (docks, débarcadères, appontements, écluses, ponts, bassins de radoub, etc.).
  2° Connaissance nautique et technique de la zone (caps, profondeurs, balisage de bouées et signalisation, signaux, etc.).
  3° Navigation au radar et simulation de manoeuvre.
  4° Notifications et ordres de service.
  III. Méthodique.
  1. Minimum de points requis : 30 sur 50.
  2. Rédaction d'une déclaration de pilote : 15 sur 25.
  - Quant à la forme et au contenu.
  - Conformément au modèle.
  3. Composition d'un cours : 15 sur 25.
  Vu pour être joint à l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er juin 1999 relatif au brevet de pilote de port.
  Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
  L. VAN DEN BRANDE
  Le Ministre flamand des Travaux publics, des Transports et de l'Aménagement du territoire,
  S. STEVAERT
Art. N2. Bijlage II. - Brevet van havenloods van het Administratie Waterwegen en Zeewezen van het Département Leefmilieu en Infrastructuur van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap.
  (Formulier niet opgenomen om technische redenen. Zie B.St. 08-10-1999, p. 38154).
  Gewijzigd bij :
  
  
  Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse regering van 1 juni 1999 betreffende het brevet van havenloods.
  Brussel, 1 juni 1999.
  De Minister-President van de Vlaamse regering,
  L. VAN DEN BRANDE
  De Vlaamse Minister van Openbare Werken, Vervoer en Ruimtelijke Ordening,
  S. STEVAERT
Art. N2. Annexe II. Brevet de pilote de port de l'Administration des Voies hydrauliques et de la Marine du Département de l'Environnement et de l'Infrastructure du Ministère de la Communauté flamande.
  (Formulaire non repris pour des raisons techniques. Voir M.B. 08-10-1999, p. 38159).
  Modifié par :
  
  
  Vu pour être joint à l'arrêté du Gouvernement flamand du 1er juin 1999 relatif au brevet de pilote de port.
  Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
  L. VAN DEN BRANDE
  Le Ministre flamand des Travaux publics, des Transports et de l'Aménagement du territoire,
  S. STEVAERT