Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
11 MEI 1999. - Besluit van de Vlaamse Regering betreffende de tewerkstelling buiten het onderwijs of de psycho-medisch-sociale centra.
Titre
11 MAI 1999. - Arrêté du Gouvernement flamand relatif à la mise au travail en dehors de l'enseignement ou des centres psycho-médico-sociaux (TRADUCTION).
Documentinformatie
Numac: 1999036267
Datum: 1999-05-11
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 1999036267
Date: 1999-05-11
Moniteur: Voir
Tekst (19)
Texte (19)
Artikel 1. § 1. Dit besluit is van toepassing op :
  1° de personeelsleden bedoeld in artikel 2, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van bepaalde personeelsleden van het gemeenschapsonderwijs;
  2° de personeelsleden bedoeld in artikel 4, § 1, van het decreet van 27 maart 1991 betreffende de rechtspositie van sommige personeelsleden van het gesubsidieerd onderwijs en de gesubsidieerde psycho-medisch-sociale centra.
  § 2. De bepalingen van dit besluit zijn van toepassing op de in § 1 genoemde personeelsleden als zij tot de proeftijd toegelaten zijn of als zij vast benoemd zijn.
Article 1. § 1er. Le présent arrêté s'applique :
  1° aux membres du personnel visés à l'article 2, § 1er, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement communautaire;
  2° aux membres du personnel visés à l'article 4, § 1er, du décret du 27 mars 1991 relatif au statut de certains membres du personnel de l'enseignement subventionné et des centres psycho-médico-sociaux subventionnés.
  § 2. Les dispositions du présent arrêté s'appliquent aux membres du personnel visés au § 1er s'ils sont admis au stage ou s'ils sont nommés à titre définitif.
Art. 2. § 1. De in artikel 1 vermelde personeelsleden kunnen in aanmerking komen voor een tewerkstelling in :
  1° een instelling in de gezondheids- en de welzijnssector;
  2° het kader van de werking en de uitbating van de natuur- en milieu-educatieve centra en bezoekerscentra van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap;
  3° jeugdinitiatieven in de sportsector, erkend en/of gesubsidieerd door het Commissariaat-generaal voor de Bevordering van de Lichamelijke Ontwikkeling, de Sport en de Openluchtrecreatie;
  4° educatieve projecten in de culturele sector verbonden aan de educatieve diensten, erkend en/of gesubsidieerd door de Administratie Cultuur van het Departement Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap.
  § 2. Deze tewerkstelling kan enkel plaatsvinden als de verantwoordelijke ter zake zich ertoe verbindt aan het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Departement Onderwijs, een gedeelte van de bezoldiging van het betrokken personeelslid terug te storten. Het terug te storten bedrag is op elk ogenblik gelijk aan het verschil tussen de wedde of weddetoelage die aan het personeelslid wordt uitbetaald en het wachtgeld of de wachtgeldtoelage waarop het aanspraak kan maken ingevolge zijn terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking.
Art. 2. § 1er. Les membres du personnel visés à l'article 1er peuvent entrer en ligne de compte pour une mise au travail :
  1° dans une institution du secteur de la santé et de l'aide sociale;
  2° dans le cadre du fonctionnement et de l'exploitation des centres d'éducation à la nature et à l'environnement et des centres touristiques du Ministère de la Communauté flamande;
  3° dans le cadre des initiatives pour la jeunesse dans le secteur du sport, agréées et/ou subventionnées par l'Administration de l'Education physique, des Sports et de la Vie en plein air;
  4° dans le cadre des projets éducatifs dans le secteur culturel liés aux services éducatifs, agréés et/ou subventionnés par l'Administration de la Culture du Département de l'Aide sociale, de la Santé publique et de la Culture du Ministère de la Communauté flamande.
  § 2. Cette mise au travail ne peut s'opérer que si le responsable en question s'engage à rembourser une partie de la rémunération du membre du personnel concerné au Ministère de la Communauté flamande, Département de l'Enseignement. Le montant à rembourser est à tout moment égal à la différence entre le traitement ou la subvention-traitement payé au membre du personnel et le traitement d'attente ou la subvention-traitement d'attente qu'il peut réclamer par suite de sa mise en disponibilité par défaut d'emploi.
Art. 3. § 1. De in artikel 1 vermelde personeelsleden kunnen in aanmerking komen voor een in artikel 2 genoemde tewerkstelling, indien zij :
  1° ter beschikking gesteld zijn wegens volledige of gedeeltelijke ontstentenis van betrekking overeenkomstig de bepalingen van het besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1992 betreffende de terbeschikkingstelling wegens ontstentenis van betrekking, de reaffectatie, de wedertewerkstelling en de toekenning van een wachtgeld of wachtgeldtoelage;
  2° hetzij niet of niet volledig gereaffecteerd of wedertewerkgesteld zijn, hetzij tewerkgesteld zijn als administratieve hulp in het gewoon kleuter- en lager onderwijs op grond van artikel 52 van voormeld besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1992.
  § 2. In afwijking van § 1, 2°, komen de personeelsleden die gereaffecteerd of wedertewerkgesteld zijn in een ambt dat organiek is opgericht in het onderwijs of de psycho-medisch-sociale centra eveneens in aanmerking, op voorwaarde dat zij in dit laatste ambt vervangen worden door een personeelslid dat ter beschikking gesteld is wegens volledige of gedeeltelijke ontstentenis van betrekking en dat niet gereaffecteerd of wedertewerkgesteld is.
Art. 3. § 1er. Les membres du personnel visés à l'article 1er peuvent entrer en ligne de compte pour une mise au travail visée à l'article 2 :
  1° s'ils sont mis en disponibilité par défaut complet ou partiel d'emploi conformément aux dispositions de l'arrêté du Gouvernement flamand du 29 avril 1992 relatif à la mise en disponibilité par défaut d'emploi, à la réaffectation, à la remise au travail et à l'attribution d'un traitement d'attente ou d'une subvention-traitement d'attente;
  2° s'ils ne sont pas ou pas complètement réaffectés ou remis au travail ou employés comme aide administratif dans l'enseignement maternel et primaire ordinaire sur la base de l'article 52 de l'arrêté précité du Gouvernement flamand du 29 avril 1992.
  § 2. Par dérogation au § 1er, 2°, les membres du personnel qui sont réaffectés ou remis au travail dans une fonction organisée organiquement dans l'enseignement ou les centres psycho-médico-sociaux, entrent également en ligne de compte, à condition qu'ils soient remplacés dans cette fonction par un membre du personnel mis en disponibilité par défaut complet ou partiel d'emploi qui n'est pas réaffecté ou remis au travail.
Art. 4. De projecten of activiteiten die voor een in artikel 2 genoemde tewerkstelling worden aangeboden, moeten voldoen aan de volgende voorwaarden :
  1° vastgelegd zijn in een overeenkomst gesloten tussen de Minister bevoegd voor het Onderwijs, en de Minister, belast met het toezicht, naar gelang van het geval, op :
  a) de instelling in de gezondheids- en de welzijnssector,
  b) de werking en de uitbating van de natuur- en milieu-educatieve centra en bezoekerscentra,
  c) de jeugdinitiatieven in de sportsector,
  d) de educatieve projecten in de culturele sector,
  waarbij de tewerkstelling plaatsvindt;
  2° ten goede komen aan het onderwijs of het algemeen belang dienen.
  In de overeenkomst worden, na overleg tussen de betrokken ministers, de volgende elementen vastgelegd :
  1° het concrete verloop van het project of de activiteit, met vermelding van de baten ten opzichte van het onderwijs of de psycho-medisch-sociale centra;
  2° de bekwaamheidsbewijzen die vereist zijn voor de beoogde tewerkstelling;
  3° de aanvangsdatum en de maximumduur van het project of de activiteit;
  4° de terugbetalingsvoorwaarden.
Art. 4. Les projets ou activités qui sont proposés pour une mise au travail visée à l'article 2, doivent satisfaire aux conditions suivantes :
  1° être fixés dans une convention entre le Ministre ayant l'Enseignement dans ses attributions et le Ministre chargé du contrôle, selon le cas :
  a) de l'établissement dans le secteur de la santé et de l'aide sociale,
  b) du fonctionnement et de l'exploitation des centres d'éducation à la nature et à l'environnement et des centres touristiques,
  c) des initiatives pour les jeunes dans le secteur du sport,
  d) des projets éducatifs dans le secteur culturel,
  où l'affectation est offerte;
  2° être au profit de l'enseignement ou être dans l'intérêt général.
  Après concertation entre les ministres concernés, les éléments suivants sont fixés dans la convention :
  1° le déroulement concret du projet ou de l'activité, avec mention des avantages pour l'enseignement ou les centres psycho-médico-sociaux;
  2° les titres de capacité requis pour l'emploi proposé;
  3° la date initiale et la durée maximale du projet ou de l'activité;
  4° les modalités de remboursement.
Art. 5. Voor een tewerkstelling in een instelling in de gezondheids- en de welzijnssector wordt bovendien een overeenkomst afgesloten tussen de Vlaamse Gemeenschap, Departement Onderwijs en de betrokken instelling.
  Deze overeenkomst wordt opgesteld volgens het model, gevoegd als bijlage I bij dit besluit.
  In de overeenkomst verbindt de betrokken instelling zich ertoe elke afwezigheid van het personeelslid wegens ziekte of gebrekkigheid tijdens de tewerkstelling mee te delen aan de daartoe aangewezen dienst van het Departement Onderwijs.
Art. 5. Pour une mise au travail dans une institution du secteur de la santé et de l'aide sociale, une convention est conclue entre la Communauté flamande, Département de l'Enseignement et l'institution concernée.
  Cette convention est établie selon le modèle repris à l'annexe I du présent arrêté.
  Dans la convention, l'institution concernée s'engage à communiquer chaque absence pour cause de maladie ou d'invalidité du membre du personnel pendant son emploi au service désigné du Département de l'Enseignement.
Art. 6. § 1. De daartoe bevoegde verantwoordelijke van de instelling en het betrokken personeelslid bepalen de voorwaarden voor de tewerkstelling in een instelling in de gezondheids- en de welzijnssector. Deze voorwaarden worden vastgelegd in een overeenkomst volgens het model, gevoegd als bijlage II bij dit besluit.
  De daartoe bevoegde ambtenaar van het Departement Leefmilieu en Infrastructuur en het betrokken personeelslid bepalen de voorwaarden voor de tewerkstelling in het kader van de werking en de uitbating van de natuur- en milieu-educatieve centra en bezoekerscentra van het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap.
  De daartoe bevoegde verantwoordelijke voor het jeugdinitiatief of de educatieve Dienst en het betrokken personeelslid bepalen de voorwaarden voor de tewerkstelling bij jeugdinitiatieven in de sportsector en bij educatieve projecten in de culturele sector. Deze voorwaarden worden vastgelegd in een overeenkomst, opgesteld naar analogie met het model, gevoegd als bijlage II bij dit besluit.
  § 2. Het aantal uren dat een betrokken personeelslid moet presteren, wordt vastgesteld op basis van het aantal uren vereist voor een volledige opdracht van een personeelslid dat rechtstreeks is aangeworven door de instelling, de dienst of het centrum, bedoeld in artikel 2. Bij onvolledige prestaties wordt het aantal uren vastgesteld volgens de volgende formule :
Art. 6. § 1er. Le responsable compétent de l'institution et le membre du personnel concerné déterminent les conditions d'emploi dans une institution du secteur de la santé et de l'aide sociale. Ces conditions sont stipulées dans une convention selon le modèle repris à l'annexe II du présent arrêté.
  Le fonctionnaire compétent du Département de l'Environnement et de l'Infrastructure et le membre du personnel concerné déterminent les conditions d'emploi dans le cadre du fonctionnement et de l'exploitation des centres d'éducation à la nature et à l'environnement et des centres touristiques du Ministère de la Communauté flamande.
  Le responsable compétent de l'initiative destinée aux jeunes ou le service éducatif et le membre du personnel concerné déterminent les conditions d'emploi lorsqu'on fait appel au membre du personnel pour les initiatives destinées aux jeunes dans le secteur du sport et aux projets éducatifs du secteur culturel. Ces conditions sont stipulées dans une convention selon le modèle repris à l'annexe II du présent arrêté.
  § 2. Le nombre d'heures qu'un membre du personnel concerné doit prester, est fixé sur la base du nombre d'heures exigé pour une charge complète d'un membre du personnel qui est engagé directement par l'institution, le service ou le centre visé à l'article 2. Pour les prestations incomplètes, le nombre d'heures est fixé selon la formule suivante :
  a x b
  

Wijzigingen

= x.
c
  a x b
  

Wijzigingen

= x.
c
  a = aantal uren waarvoor het personeelslid nog ter beschikking gesteld is wegens ontstentenis van betrekking.
  b = aantal uren, vereist voor een volledige opdracht in de instelling/de dienst/het centrum van tewerkstelling in het kader van dit besluit.
  c = minimumaantal uren vereist voor het ambt met volledige prestaties in het onderwijs.
  x = aantal uren te presteren in de instelling/de dienst/het centrum van tewerkstelling in het kader van dit besluit.
  Als de uitslag van deze berekening een decimaal getal is, wordt steeds afgerond naar de lagere eenheid.
  Als het personeelslid in het onderwijs aangesteld is voor opdrachten waarvan het minimumaantal uren vereist voor het ambt met volledige prestaties verschillend is, dan wordt de voorgaande berekening voor elk van de opdrachten gemaakt. De som van de deelberekeningen wordt afgerond naar de lagere eenheid.
  § 3. Een afschrift van de in § 1 bedoelde overeenkomst wordt door het betrokken personeelslid toegezonden :
  1° aan de daartoe aangewezen dienst van het Departement Onderwijs;
  2° voor kennisneming aan de inrichtende macht van de onderwijsinstelling of het psycho-medisch-sociaal centrum die het personeelslid ter beschikking gesteld heeft wegens ontstentenis van betrekking.
  § 4. Het betrokken personeelslid mag pas in de instelling, de dienst of het centrum beginnen te werken, nadat de daartoe aangewezen dienst van het Departement Onderwijs zijn goedkeuring heeft verleend.
  a = le nombre d'heures pour lequel le membre du personnel est encore mis en disponibilité par défaut d'emploi.
  b = le nombre d'heures requis pour une charge complète dans l'institution/le service/le centre d'emploi dans le cadre du présent arrêté.
  c = le nombre minimum d'heures requis pour la fonction à prestations complètes dans l'enseignement.
  x = le nombre d'heures à prester dans l'institution/le service/le centre d'emploi dans le cadre du présent arrêté.
  Si le résultat de ce calcul est un nombre décimal, il est toujours arrondi à l'unité inférieure.
  Si le membre du personnel est désigné dans l'enseignement pour des charges dont le nombre minimum d'heures requis pour la fonction à prestations complètes est différent, le calcul précédent est fait pour chacune des charges. La somme des calculs partiels est arrondie à l'unité inférieure.
  § 3. Une copie de la convention visée au § 1er est envoyée par le membre du personnel concerné :
  1° au service désigné du Département de l'Enseignement;
  2° à titre d'information, au pouvoir organisateur de l'établissement d'enseignement ou du centre psycho-médico-social qui a mis le membre du personnel en disponibilité par défaut d'emploi.
  § 4. Le membre du personnel concerné ne peut commencer à travailler dans l'institution, le service ou le centre qu'après approbation par le service désigné du Département de l'Enseignement.
Art. 7. De in dit besluit genoemde tewerkstelling kan enkel plaatsvinden op vrijwillig initiatief van het personeelslid. Dit personeelslid is er echter toe gehouden de inrichtende macht van de onderwijsinstelling of het psycho-medisch-sociaal centrum die hem ter beschikking gesteld heeft wegens ontstentenis van betrekking hiervan in kennis te stellen.
Art. 7. La mise au travail visée au présent arrêté ne peut avoir lieu que sur l'initiative volontaire du membre du personnel. Ce membre du personnel est tenu d'en informer le pouvoir organisateur de l'établissement d'enseignement ou du centre psycho-médico-social qui l'a mis en disponibilité par défaut d'emploi.
Art. 8. § 1. De tewerkstelling in toepassing van dit besluit is een " wedertewerkstelling " zoals bepaald in artikel 11, § 2, van het voormelde besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1992.
  § 2. Het personeelslid dat tewerkgesteld is in toepassing van dit besluit behoudt het statuut van het personeel van het onderwijs en de P.M.S.-centra en de aan dit statuut verbonden rechten. Dit personeelslid blijft verder bezoldigd door de Vlaamse Gemeenschap, Departement Onderwijs.
Art. 8. § 1er. La mise au travail en application du présent arrêté est une " remise au travail " telle que fixée à l'article 11, § 2, de l'arrêté précité du Gouvernement flamand du 29 avril 1992.
  § 2. Le membre du personnel employé en application du présent arrêté conserve le statut du personnel de l'enseignement et des centres P.M.S. et les droits liés à ce statut. La rémunération du membre du personnel continue à être payée par la Communauté flamande, Département de l'Enseignement.
Art. 9. Het personeelslid dat tewerkgesteld is in toepassing van dit besluit :
  1° moet, in afwijking van Titel IV van het voormeld besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1992, bij het toewijzen van een betrekking door de inrichtende macht die dit personeelslid ter beschikking heeft gesteld wegens ontstentenis van betrekking, slechts opnieuw in dienst genomen worden als het een betrekking is van hetzelfde ambt die definitief vacant is bij een instelling of een centrum van deze inrichtende macht of van de inrichtende macht die de instelling of het centrum heeft overgenomen;
  2° moet, in afwijking van Titel V van het voormeld besluit van de Vlaamse Regering van 29 april 1992, slechts een betrekking aanvaarden van hetzelfde ambt die definitief vacant is bij een instelling of een centrum van de inrichtende macht die het personeelslid ter beschikking heeft gesteld wegens ontstentenis van betrekking of van de inrichtende macht die de instelling of het centrum heeft overgenomen.
Art. 9. Le membre du personnel employé en application du présent arrêté :
  1° ne doit, par dérogation au Titre IV de l'arrêté précité du Gouvernement flamand du 29 avril 1992, lors de l'attribution d'un emploi par le pouvoir organisateur qui a mis ce membre du personnel en disponibilité par défaut d'emploi, être repris en service que s'il s'agit d'un emploi dans la même fonction qui est définitivement vacante auprès d'une institution ou d'un centre du même pouvoir organisateur ou du pouvoir organisateur qui a repris l'institution ou le centre;
  2° ne doit, par dérogation au Titre V de l'arrêté précité du Gouvernement flamand du 29 avril 1992, accepter un emploi que s'il s'agit d'un emploi de la même fonction définitivement vacante auprès d'une institution ou d'un centre du pouvoir organisateur qui a mis le membre du personnel en disponibilité par défaut d'emploi ou du pouvoir organisateur qui a repris l'institution ou le centre.
Art. 10. Het besluit van de Vlaamse Regering van 28 juli 1995 betreffende de tewerkstelling buiten het onderwijs of de psycho-medisch-sociale centra wordt opgeheven.
Art. 10. L'arrêté du Gouvernement flamand du 28 juillet 1995 relatif à l'emploi en dehors de l'enseignement ou des centres psycho-médico-sociaux est abrogé.
Art. 11. De personeelsleden die in een instelling in de gezondheids- en de welzijnssector tewerkgesteld zijn in toepassing van de omzendbrief van 10 februari 1993 - kenmerk OND/I/2/NS/na - Personeelsleden die in het onderwijs en in P.M.S.-centra ter beschikking gesteld zijn wegens ontstentenis van betrekking. Tewerkstelling buiten het onderwijs worden beschouwd als zijnde in dienst getreden in de betrokken instelling overeenkomstig de bepalingen van dit besluit.
  Deze tewerkstelling kan echter maar behouden blijven indien de overeenkomsten die ter zake worden afgesloten, met ingang van 1 januari 1999 in overeenstemming gebracht worden met artikel 2, § 2 en 4, tweede lid, van dit besluit.
Art. 11. Les membres du personnel qui sont employés dans une institution du secteur de la santé ou de l'aide sociale en application de la circulaire du 10 février 1993 référence OND/I/2/NS/na Personeelsleden die in het onderwijs en in P.M.S.-centra ter beschikking gesteld zijn wegens ontstentenis van betrekking. Tewerkstelling buiten het onderwijs sont censés être entrés en fonction dans l'institution concernée conformément aux dispositions du présent arrêté.
  Cette mise au travail ne peut être maintenue que si les conventions conclues en la matière sont conformées à l'article 2, §§ 2 et 4, deuxième alinéa, du présent arrêté, à partir du 1er janvier 1999.
Art. 12. De personeelsleden die werden tewerkgesteld in toepassing van het voormeld besluit van de Vlaamse Regering van 28 juli 1995 kunnen deze tewerkstelling maar behouden, als de overeenkomsten die ter zake werden afgesloten met ingang van 1 januari 1999 in overeenstemming gebracht worden met artikel 2, § 2, en 4, tweede lid, van dit besluit.
Art. 12. Les membres du personnel qui étaient employés en application de l'arrêté précité du Gouvernement flamand du 28 juillet 1995, ne peuvent conserver cet emploi que si les conventions conclues en la matière sont conformées à l'article 2, §§ 2 et 4, deuxième alinéa, du présent arrêté, à partir du 1er janvier 1999.
Art. 13. De personeelsleden die tewerkgesteld zijn buiten het onderwijs of de psycho-medisch-sociale centra op grond van de voormelde omzendbrief van 10 februari 1993 of van het voormelde besluit van de Vlaamse Regering van 28 juli 1995 en die momenteel behoren tot het personeel van de hogescholen, kunnen deze tewerkstelling behouden als de overeenkomsten die ter zake werden afgesloten, met ingang van 1 januari 1999 in overeenstemming gebracht worden met artikel 2, § 2, en 4, tweede lid, van dit besluit.
Art. 13. Les membres du personnel employés en dehors de l'enseignement ou des centres psycho-médico-sociaux en vertu de la circulaire précitée du 10 novembre 1993 ou de l'arrêté précité du Gouvernement flamand du 28 juillet 1995 et qui à présent font partie du personnel des instituts supérieurs, peuvent conserver cet emploi si les conventions conclues en la matière sont conformées à l'article 2, §§ 2 et 4, deuxième alinéa, du présent arrêté, à partir du 1er janvier 1999.
Art. 14. De personeelsleden die op 1 januari 1999 minimum twee jaar tewerkgesteld zijn buiten het onderwijs of de psycho-medisch-sociale centra op grond van de voormelde omzendbrief van 10 februari 1993 of van het voormelde besluit van de Vlaamse Regering van 28 juli 1995 worden voor de toepassing van artikel 2, § 2, en 4, tweede lid, beschouwd als zijnde op deze datum twee jaar ter beschikking gesteld wegens ontstentenis van betrekking.
Art. 14. Les membres du personnel qui, au 1er janvier 1999, sont employés deux ans au minimum en dehors de l'enseignement ou des centres psycho-médico-sociaux en vertu de la circulaire précitée du 10 février 1993 ou de l'arrêté précité du Gouvernement flamand du 28 juillet 1995, sont censés, pour l'application de l'article 2, §§ 2 et 4, deuxième alinéa, être mis en disponibilité par défaut d'emploi pour une durée de deux ans à cette date.
Art. 15. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 januari 1999.
Art. 15. Le présent arrêté produit ses effets le 1er janvier 1999.
Art. 16. De Vlaamse Minister, bevoegd voor het Onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
  Brussel, 11 mei 1999.
  De Minister-President van de Vlaamse Regering,
  L. VAN DEN BRANDE
  De Vlaamse Minister van Onderwijs en Ambtenarenzaken,
  E. BALDEWIJNS
Art. 16. Le Ministre flamand ayant l'Enseignement dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
  Bruxelles, le 11 mai 1999.
  Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
  L. VAN DEN BRANDE
  Le Ministre flamand de l'Enseignement et de la Fonction publique,
  E. BALDEWIJNS
BIJLAGEN.
ANNEXES.
Art. N1. Bijlage I. Overeenkomst tussen de Vlaamse Gemeenschap, Departement Onderwijs en de werkgever uit de gezondheids- en de welzijnssector.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 08-10-1999, p. 38127).
  Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 11 mei 1999 betreffende de tewerkstelling buiten het onderwijs of de psycho-medisch-sociale centra.
  Brussel, 11 mei 1999.
  De Minister-President van de Vlaamse Regering,
  L. VAN DEN BRANDE
  De Vlaamse Minister van Onderwijs en Ambtenarenzaken,
  E. BALDEWIJNS
Art. N1. Annexe I. Convention entre la Communauté flamande, Département de l'Enseignement et l'employeur du secteur de la santé et de l'aide sociale.
  (Annexe non reprise pour des raisons techniques. Voir M.B. 08-10-1999, p. 38132).
  Vu pour être annexé à l'arrêté du Gouvernement flamand du 11 mai 1999 relatif à la mise au travail en dehors de l'enseignement ou des centre psycho-médico-sociaux.
  Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
  L. VAN DEN BRANDE
  Le Ministre flamand de l'Enseignement et de la Fonction publique,
  E. BALDEWIJNS
Art. N2. Bijlage II. - Overeenkomst tussen de instelling in de gezondheids- en de welzijnssector en het personeelslid.
  (Bijlage niet opgenomen om technische redenen. Zie B.S. 08-10-1999, p. 38128).
  Gezien om gevoegd te worden bij het besluit van de Vlaamse Regering van 11 mei 1999 betreffende de tewerkstelling buiten het onderwijs of de psycho-medisch-sociale centra.
  Brussel, 11 mei 1999.
  De Minister-President van de Vlaamse Regering,
  L. VAN DEN BRANDE
  De Vlaamse Minister van Onderwijs en Ambtenarenzaken,
  E. BALDEWIJNS
Art. N2. Annexe II. Convention entre l'institution du secteur de la santé et de l'aide sociale et le membre du personnel.
  (Annexe non reprise pour des raisons techniques. Voir M.B. 08-10-1999, p. 38133).
  Vu pour être annexé à l'arrêté du Gouvernement flamand du 11 mai 1999 relatif à la mise au travail en dehors de l'enseignement ou des centres psycho-médico-sociaux.
  Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
  L. VAN DEN BRANDE
  Le Ministre flamand de l'Enseignement et de la Fonction publique,
  E. BALDEWIJNS