Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
21 JUNI 1999. - Ministerieel besluit tot uitvoering van het besluit van de Vlaamse regering van 27 oktober 1993 ter veralgemening van het stelsel van gesubsidieerde contractuelen.
Titre
21 JUIN 1999. - ArrĂȘtĂ© ministĂ©riel portant exĂ©cution de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 octobre 1993 portant gĂ©nĂ©ralisation du rĂ©gime des contractuels subventionnĂ©s. (TRADUCTION)
Documentinformatie
Numac: 1999036177
Datum: 1999-06-21
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 1999036177
Date: 1999-06-21
Moniteur: Voir
Tekst (5)
Texte (5)
Artikel 1. In toepassing van artikel 97, § 3, van de Programmawet van 30 december 1988 en van artikel 3, § 2, van het besluit van de Vlaamse regering van 27 oktober 1993 tot veralgemening van het stelsel van gesubsidieerde contractuelen, worden voor de tewerkstelling van gesubsidieerde contractuelen, met uitzondering van deze tewerkgesteld op grond van artikelen 6bis en 7bis van het besluit van de Vlaamse regering van 27 oktober 1993 ter veralgemening van het stelsel van gesubsidieerde contractuelen de volgende periodes gelijkgesteld met een periode van vergoede volledige werkloosheid of met een periode van inschrijving als werkzoekende :
  - de periode gedurende dewelke de werkloze genoten heeft van wachtuitkeringen;
  - de periode van vrijstelling van stempelcontrole om sociale en familiale redenen zoals bepaald in artikel 90 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering;
  - de periode van beroepsopleiding tijdens een periode van uitkeringsgerechtigde volledige werkloosheid of tijdens een periode van inschrijving als werkzoekende;
  - de periode van tewerkstelling in een beschutte werkplaats;
  - de periode van administratieve sanctie of uitsluiting op grond van artikelen 51 tot 52 en 153 tot 156 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende werkloosheidsreglementering;
  - de periode van militaire dienst en dienst als gewetensbezwaarde tijdens een periode van volledige werkloosheid of tijdens een periode van inschrijving als werkzoekende;
  - de periodes die aanleiding hebben gegeven tot betaling van een uitkering bij toepassing van wets- of reglementsbepalingen inzake verplichte verzekering tegen ziekte of invaliditeit of inzake moederschapsverzekering, gelegen tijdens een periode van volledige werkloosheid of tijdens een periode van inschrijving als werkzoekende;
  - de periode van onderbreking van werkloosheid, met inbegrip van de periodes van deeltijdse arbeid, kleiner dan 3 maanden;
  - de periode van onderbreking van inschrijving als werkzoekende, met inbegrip van de periodes van deeltijdse arbeid, kleiner dan 3 maanden;
  - de periode van gevangenzetting tijdens een periode van volledige werkloosheid of tijdens een periode van inschrijving als werkzoekende;
  - de periode van uitkeringsgerechtigde volledige werkloosheid op grond van artikel 103 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende werkloosheidsreglementering;
  - de periode gedurende dewelke de uitkeringsgerechtigde werkloze in toepassing van artikel 42, § 2, 9 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 vrijwillig verzaakt aan werkloosheidsuitkeringen;
  - de periodes van verblijf in het buitenland van een werknemer die samenwoont met een Belg, die werkzaam is in het kader van de stationering van de Belgische strijdkrachten;
  - de periode van deeltijdse arbeid die aanleiding gaf tot een inkomensgarantie-uitkering in toepassing van artikel 131bis van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering en de periode van deeltijdse arbeid met behoud van rechten in toepassing van artikel 29, § 2 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering;
  - de tewerkstellingsduur van de werknemer tewerkgesteld als tewerkgestelde werkloze, in het Bijzonder Tijdelijk Kader, in het Derde Arbeidscircuit, in het Interdepartementaal Begrotingsfonds, in het Programma ter bevordering van de Werkgelegenheid in de niet-commerciële sector of als gesubsidieerde contractueel;
  - de tewerkstellingsduur als Stagiair, zoals bepaald in het koninklijk besluit nr. 230 van 21 december 1983 betreffende de stage en de inschakeling van jongeren in het arbeidsproces;
  - de tewerkstellingsduur als tewerkgestelde krachtens artikel 60, § 7 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
  - de periode waarin de werkzoekende het bestaansminimum heeft genoten;
  - de periode waarin de werkzoekende begunstigde van de sociale bijstand was;
  - de wachttijd, zoals bepaald in artikel 36 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering;
  - de wachttijd, zoals bepaald in artikel 35, §§ 1 en 3 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, in het geval zoals bedoeld in artikel 39 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering;
  - de werkloosheidsperiode die niet vergoed werd ingevolge de toepassing van de artikelen 80 tot 88 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering;
  - de periode van tewerkstelling op grond van artikel 7bis van het besluit van de Vlaamse regering van 27 oktober 1993 ter veralgemening van het stelsel van gesubsidieerde contractuelen, op grond van artikel 7bis van het besluit van de Vlaamse regering van 27 oktober 1993 houdende uitvoering van het koninklijk besluit nr. 474 van 28 oktober 1986 tot opzetting van een stelsel van door de staat gesubsidieerde contractuelen bij sommige plaatselijke besturen en op grond van het besluit van de Vlaamse regering van 17 juni 1997 houdende harmonisering van diverse stelsels werkervaringsprojecten;
  - de periode van tewerkstelling op basis van artikel 63 tot en met 69 van het besluit van de Vlaamse regering van 21 december 1988 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en beroepsopleiding;
  - de periodes van tewerkstelling in het kader van een erkende arbeidspost gedurende dewelke de werknemer de uitkering genoot bedoeld in artikel 8, § 1 van het koninklijk besluit van 8 augustus 1997 tot uitvoering van artikel 7, § l. derde lid, m, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de sociale zekerheid der arbeiders betreffende de herinschakeling van de langdurig werklozen, in zoverre deze periodes van tewerkstelling samengevoegd niet meer dan 12 maanden Bedragen;
  - de periode van tewerkstelling als gemeentelijke mina-werker in het kader van optie 8 van de gemeentelijke milieuconvenants.
Article 1. En ce qui concerne la mise au travail des contractuels subventionnĂ©s, Ă  l'exception de ceux occupĂ©s en vertu des articles 6bis et 7bis de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 octobre 1993 portant gĂ©nĂ©ralisation du rĂ©gime des contractuels subventionnĂ©s, par application de l'article 97, § 3 de la loi-programme du 30 dĂ©cembre 1988 et de l'article 3, § 2 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 octobre 1993 portant gĂ©nĂ©ralisation du rĂ©gime des contractuels subventionnĂ©s, les pĂ©riodes suivantes sont assimilĂ©es Ă  une pĂ©riode de chĂŽmage complet indemnisĂ© ou Ă  une pĂ©riode d'inscription comme demandeur d'emploi :
  - la période pendant laquelle le chÎmeur a bénéficié d'indemnités de stage;
  - la pĂ©riode de dispense de contrĂŽle de chĂŽmage pour des raisons sociales et familiales, telle que prĂ©vue par l'article 90 de l'arrĂȘtĂ© royal du 25 novembre 1991 portant rĂ©glementation du chĂŽmage;
  - la période de formation professionnelle pendant une durée de chÎmage complet indemnisé ou pendant une période d'inscription comme demandeur d'emploi;
  - la durée de mise au travail dans un atelier protégé;
  - la pĂ©riode de sanction administrative ou d'exclusion en vertu des articles 51 jusque 52 et 153 jusque 156 de l'arrĂȘtĂ© royal du 25 novembre 1991 portant rĂ©glementation du chĂŽmage;
  - la période de service militaire ou de service comme objecteur de conscience pendant une durée de chÎmage complet ou pendant une période d'inscription comme demandeur d'emploi;
  - les périodes ayant donné lieu au paiement d'une allocation par application de dispositions légales ou réglementaires en matiÚre d'assurance obligatoire maladie ou invalidité ou en matiÚre d'assurance maternité, situées pendant une période de chÎmage complet ou une période d'inscription comme demandeur d'emploi;
  - la période d'interruption du chÎmage, y compris les périodes de travail à temps partiel, de moins de 3 mois;
  - la période d'interruption d'inscription comme demandeur d'emploi, y compris les périodes de travail à temps partiel, de moins de 3 mois;
  - la durée d'emprisonnement pendant une période de chÎmage complet ou pendant une période d'inscription comme demandeur d'emploi;
  - la durĂ©e de chĂŽmage complet indemnisĂ©, en vertu de l'article 103 de l'arrĂȘtĂ© royal du 25 novembre 1991 portant rĂ©glementation du chĂŽmage;
  - la pĂ©riode pendant laquelle le chĂŽmeur indemnisĂ© renonce volontairement au droit aux allocations de chĂŽmage, par application de l'article 42, § 2, 9, de l'arrĂȘtĂ© royal du 25 novembre 1991;
  - les périodes de séjour à l'étranger d'un travailleur qui habite avec un belge, qui est actif dans le cadre du stationnement des forces belges;
  - la pĂ©riode de travail Ă  temps partiel donnant lieu Ă  une allocation-garantie des revenus par application de l'article 131bis de l'arrĂȘtĂ© royal du 25 novembre 1991 portant rĂ©glementation du chĂŽmage et la pĂ©riode de travail Ă  temps partiel avec conservation des droits par application de l'article 29, § 2, de l'arrĂȘtĂ© royal du 25 novembre 1991 portant rĂ©glementation du chĂŽmage;
  - la période de mise au travail du travailleur occupé comme chÎmeur mis au travail, dans le Cadre temporaire spécial, dans le cadre du TroisiÚme Circuit de Travail, du Fonds budgétaire interdépartemental, du Programme de promotion de l'emploi dans le secteur non marchand ou comme contractuel subventionné;
  - la pĂ©riode de mise au travail comme stagiaire, tel que visĂ© Ă  l'arrĂȘtĂ© royal n 230 du 21 dĂ©cembre 1983 relatif au stage et Ă  l'insertion professionnelle des jeunes;
  - la période de mise au travail en vertu de l'article 60, § 7 de la loi organique du 8 juillet 1976 des centres publics d'aide sociale;
  - la période pendant laquelle le demandeur d'emploi a bénéficié du minimex;- la période pendant laquelle le demandeur d'emploi a bénéficié de l'aide sociale;
  - les pĂ©riodes de stage telles que prĂ©vues Ă  l'article 36 de l'arrĂȘtĂ© royal du 25 novembre 1991 portant rĂ©glementation du chĂŽmage;
  - les pĂ©riodes de stage, telles que prĂ©vues Ă  l'article 35, §§ 1er et 3 de l'arrĂȘtĂ© royal du 25 novembre 1991 portant rĂ©glementation du chĂŽmage, dans le cas visĂ© Ă  l'article 39 de l'arrĂȘtĂ© royal du 25 novembre 1991 portant rĂ©glementation du chĂŽmage;
  - la durĂ©e de chĂŽmage, non indemnisĂ©, suite Ă  l'application des articles 80 jusqu'Ă  88 de l'arrĂȘtĂ© royal du 25 novembre 1991 portant rĂ©glementation du chĂŽmage;
  - la durĂ©e de mise au travail en vertu de l'article 7bis de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 octobre 1993 portant gĂ©nĂ©ralisation du rĂ©gime de contractuels subventionnĂ©s, en vertu de l'article 7bis de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 octobre 1993 portant exĂ©cution de l'arrĂȘtĂ© royal n 474 du 28 octobre 1986 portant crĂ©ation d'un rĂ©gime de contractuels subventionnĂ©s par l'Etat auprĂšs de certains pouvoirs locaux et en vertu de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 juin 1997 portant harmonisation des rĂ©gimes divers de projets d'expĂ©rience du travail;
  - la pĂ©riode de mise au travail en vertu des articles 63 Ă  69 inclus de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 21 dĂ©cembre 1988 portant organisation de l'emploi et de la formation professionnelle;
  - les pĂ©riodes de mise au travail dans le cadre d'un poste de travail reconnu, pendant lesquelles le demandeur d'emploi a bĂ©nĂ©ficiĂ© d'une allocation visĂ©e Ă  l'article 8, § 1er de l'arrĂȘtĂ© royal du 8 aoĂ»t 1997 portant exĂ©cution de l'article 7, § 1er, alinĂ©a 3, m, de l'arrĂȘtĂ©-loi du 28 dĂ©cembre 1944 concernant la sĂ©curitĂ© sociale des travailleurs relatif Ă  la rĂ©insertion des chĂŽmeurs de longue durĂ©e, pour autant que ces pĂ©riodes de mise au travail rĂ©unies ne dĂ©passent pas 12 mois;
  - la période de mise au travail comme agent "MiNa" communal dans le cadre de l'option n 8 de la convention environnementale communale.
Art. 2. In toepassing van artikel 97, § 3, van de Programmawet van 30 december 1988 en van artikel 3, § 2, van het besluit van de Vlaamse regering van 27 oktober 1993 tot veralgemening van het stelsel van gesubsidieerde contractuelen, worden voor de tewerkstelling van gesubsidieerde contractuelen zoals bepaald in artikel 7bis van het besluit van de Vlaamse regering van 27 oktober 1993 ter veralgemening van het stelsel van gesubsidieerde contractuelen de volgende periodes gelijkgesteld met een periode van vergoede volledige werkloosheid of met een periode van inschrijving als werkzoekende :
  - de periode gedurende dewelke de werkloze genoten heeft van wachtuitkeringen;
  - de periode van vrijstelling van stempelcontrole om sociale en familiale redenen zoals bepaald in artikel 90 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering;
  - de periode van beroepsopleiding tijdens een periode van uitkeringsgerechtigde volledige werkloosheid of tijdens een periode van inschrijving als werkzoekende;
  - de periode van tewerkstelling in een beschutte werkplaats;
  - de periode van administratieve sanctie of uitsluiting op grond van artikelen 51 tot 52 en 153 tot 156 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende werkloosheidsreglementering;
  - de periode van militaire dienst en dienst als gewetensbezwaarde tijdens een periode van volledige werkloosheid of tijdens een periode van inschrijving als werkzoekende;
  - de periodes die aanleiding hebben gegeven tot betaling van een uitkering bij toepassing van wets- of reglementsbepalingen inzake verplichte verzekering tegen ziekte of invaliditeit of inzake moederschapsverzekering, gelegen tijdens een periode van volledige werkloosheid of tijdens een periode van inschrijving als werkzoekende;
  - de periode van onderbreking van werkloosheid, met inbegrip van de periodes van deeltijdse arbeid, kleiner dan 3 maanden;
  - de periode van onderbreking van inschrijving als werkzoekende, met inbegrip van de periodes van deeltijdse arbeid, kleiner dan 3 maanden;
  - de periode van gevangenzetting tijdens een periode van volledige werkloosheid of tijdens een periode van inschrijving als werkzoekende;
  - de periode van uitkeringsgerechtigde volledige werkloosheid op grond van artikel 103 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende werkloosheidsreglementering;
  - de periode gedurende dewelke de uitkeringsgerechtigde werkloze in toepassing van artikel 42, § 2, 9 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 vrijwillig verzaakt aan werkloosheidsuitkeringen;
  - de periode waarin de werkzoekende het bestaansminimum heeft genoten;
  - de periode waarin de werkzoekende begunstigde van de sociale bijstand was;
  - de periodes van wachttijd in de zin van artikel 36, § l, eerste lid, 4 van het besluit van 25 november 1991, tijdens dewelke de werkzoekende niet verbonden is door een arbeidsovereenkomst, onderworpen aan de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders of door een stageovereenkomst bedoeld in het koninklijk besluit nr. 230 van 21 december 1983 betreffende de stage en de inschakeling van jongeren in het arbeidsproces;
  - de werkloosheidsperiode die niet vergoed werd ingevolge de toepassing van de artikelen 80 tot 88 van het koninklijk besluit van 25 november houdende de werkloosheidsreglementering;
  - de periodes van verblijf in het buitenland van een werknemer die samenwoont met een Belg, die werkzaam is in het kader van de stationering van de Belgische strijdkrachten;
  - de periode van tewerkstelling op grond van artikel 7bis van het besluit van de Vlaamse regering van 27 oktober 1993 ter veralgemening van het stelsel van gesubsidieerde contractuelen, op grond van artikel 7bis van het besluit van de Vlaamse regering van 27 oktober 1993 houdende uitvoering van het koninklijk besluit nr. 474 van 28 oktober 1986 tot opzetting van een stelsel van door de staat gesubsidieerde contractuelen bij sommige plaatselijke besturen en op grond van het besluit van de Vlaamse regering van 17 juni 1997 houdende harmonisering van diverse stelsels werkervaringsprojecten, onverminderd de bepaling van artikel 7bis, § 7, derde lid van het besluit van de Vlaamse regering van 27 oktober 1993 ter veralgemening van het stelsel van gesubsidieerde contractuelen;
  - de periode van tewerkstelling krachtens artikel 60, § 7 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
  - de periode van tewerkstelling in het kader van een erkende arbeidspost gedurende dewelke de werknemer de uitkering genoot bedoeld in artikel 8, § 1 van het koninklijk besluit van 8 augustus 1997 tot uitvoering van artikel 7, § l, derde lid, m, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de sociale zekerheid der arbeiders betreffende de herinschakeling van de langdurig werklozen, in zoverre deze periodes van tewerkstelling niet meer dan 12 maanden bedragen;
  - de periode van tewerkstelling op basis van artikelen 63 tot en met 69 van het besluit van de Vlaamse regering van 21 december 1988 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en beroepsopleiding.
Art. 2. En ce qui concerne la mise au travail des contractuels subventionnĂ©s visĂ©s Ă  l'article 7bis de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 octobre 1993 portant gĂ©nĂ©ralisation du rĂ©gime de contractuels subventionnĂ©s, par application de l'article 97, § 3 de la loi-programme du 30 dĂ©cembre 1988 et de l'article 3, § 2 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 octobre 1993 portant gĂ©nĂ©ralisation du rĂ©gime de contractuels subventionnĂ©s, les pĂ©riodes suivantes sont assimilĂ©es Ă  une pĂ©riode de chĂŽmage complet indemnisĂ© ou Ă  une pĂ©riode d'inscription comme demandeur d'emploi :
  - la période pendant laquelle le chÎmeur a bénéficié d'indemnités de stage;
  - la pĂ©riode de dispense de contrĂŽle de chĂŽmage pour des raisons sociales et familiales, telle que prĂ©vue par l'article 90 de l'arrĂȘtĂ© royal du 25 novembre 1991 portant rĂ©glementation du chĂŽmage;
  - la période de formation professionnelle pendant une durée de chÎmage complet indemnisé ou pendant une période d'inscription comme demandeur d'emploi;
  - la durée de mise au travail dans un atelier protégé;
  - la pĂ©riode de sanction administrative ou d'exclusion en vertu des articles 51 jusque 52 et 153 jusque 156 de l'arrĂȘtĂ© royal du 25 novembre 1991 portant rĂ©glementation du chĂŽmage;
  - la période de service militaire ou de service en qualité d'objecteur de conscience pendant une durée de chÎmage complet ou pendant une période d'inscription comme demandeur d'emploi;
  - les périodes ayant donné lieu au paiement d'une allocation par application de dispositions légales ou réglementaires en matiÚre d'assurance obligatoire maladie ou invalidité ou en matiÚre d'assurance maternité, situées pendant une période de chÎmage complet ou une période d'inscription comme demandeur d'emploi;
  - la période d'interruption du chÎmage, y compris les périodes de travail à temps partiel, de moins de 3 mois;
  - la période d'interruption d'inscription comme demandeur d'emploi, y compris les périodes de travail à temps partiel, de moins de 3 mois;
  - la durée d'emprisonnement pendant une période de chÎmage complet ou pendant une période d'inscription comme demandeur d'emploi;
  - la durĂ©e de chĂŽmage complet indemnisĂ©, en vertu de l'article 103 de l'arrĂȘtĂ© royal du 25 novembre 1991 portant rĂ©glementation du chĂŽmage;
  - la pĂ©riode pendant laquelle le chĂŽmeur indemnisĂ© renonce volontairement au droit aux allocations de chĂŽmage, par application de l'article 42, § 2, 9, de l'arrĂȘtĂ© royal du 25 novembre 1991;
  - la période pendant laquelle le demandeur d'emploi a bénéficié du minimex;
  - la période pendant laquelle le demandeur d'emploi a bénéficié de l'aide sociale;
  - les pĂ©riodes de stage, telles que prĂ©vues Ă  l'article 36, § 1er, premier alinĂ©a, 4, de l'arrĂȘtĂ© du 25 novembre 1991, pendant laquelle le demandeur d'emploi n'est pas liĂ© par un contrat de travail, soumises Ă  la loi du 27 juin 1969 rĂ©visant l'arrĂȘtĂ©-loi du 28 dĂ©cembre 1944 concernant la sĂ©curitĂ© sociale des travailleurs, ou par un contrat de stage tel que visĂ© Ă  l'arrĂȘtĂ© royal n 230 du 21 dĂ©cembre 1983 relatif au stage et Ă  l'insertion professionnelle des jeunes;
  - la durĂ©e de chĂŽmage non indemnisĂ©, suite Ă  l'application des articles 80 jusque 88 de l'arrĂȘtĂ© royal du 25 novembre 1991 portant rĂ©glementation du chĂŽmage;
  - les périodes de séjour à l'étranger d'un travailleur qui habite avec un belge, qui est actif dans le cadre du stationnement des forces belges;
  - la durĂ©e de mise au travail en vertu de l'article 7bis de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 octobre 1993 portant gĂ©nĂ©ralisation du rĂ©gime de contractuels subventionnĂ©s, en vertu de l'article 7bis de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 octobre 1993 portant exĂ©cution de l'arrĂȘtĂ© royal n 474 du 28 octobre 1986 portant crĂ©ation d'un rĂ©gime de contractuels subventionnĂ©s par l'Etat auprĂšs de certains pouvoirs locaux et en vertu de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 juin 1997 portant harmonisation des rĂ©gimes divers de projets d'expĂ©rience du travail, sans prĂ©judice de la disposition de l'article 7bis, § 5, troisiĂšme alinĂ©a, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 octobre 1993 portant exĂ©cution de l'arrĂȘtĂ© royal n 474 du 28 octobre 1986 portant crĂ©ation d'un rĂ©gime de contractuels subventionnĂ©s par l'Etat auprĂšs de certains pouvoirs locaux;
  - la période de mise au travail en vertu de l'article 60, § 7 de la loi organique du 8 juillet 1976 des centres publics d'aide sociale;
  - les pĂ©riodes de mise au travail dans le cadre d'un poste de travail reconnu, pendant lesquelles le demandeur d'emploi a bĂ©nĂ©ficiĂ© d'une allocation visĂ©e Ă  l'article 8, § 1er de l'arrĂȘtĂ© royal du 8 aoĂ»t 1997 portant exĂ©cution de l'article 7, § 1er, alinĂ©a 3, m, de l'arrĂȘtĂ©-loi du 28 dĂ©cembre 1944 concernant la sĂ©curitĂ© sociale des travailleurs relatif Ă  la rĂ©insertion des chĂŽmeurs de longue durĂ©e, pour autant que ces pĂ©riodes de mise au travail rĂ©unies ne dĂ©passent pas 12 mois;
  - la pĂ©riode de mise au travail en vertu des articles 63 Ă  69 inclus de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 21 dĂ©cembre 1988 portant organisation de l'emploi et de la formation professionnelle.
Art. 3. In toepassing van artikel 97, § 3, van de Programmawet van 30 december 1988 en van artikel l, § 3 van het besluit van de Vlaamse regering van 8 december 1998 tot uitvoering van het besluit van de Vlaamse regering van 27 oktober 1993 tot veralgemening van het stelsel van gesubsidieerde contractuelen worden de volgende periodes gelijkgesteld met een periode van inactiviteit ;
  - de periode van onderbreking van werkloosheid, met inbegrip van de periodes van deeltijdse arbeid, kleiner dan 3 maanden;
  - de periode van onderbreking van inschrijving als werkzoekende, met inbegrip van de periodes van deeltijdse arbeid, kleiner dan 3 maanden;
  - de periode van onderbreking van de wachttijd, zoals bepaald in artikel 36 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, met inbegrip van de periodes van deeltijdse arbeid, kleiner dan 3 maanden;
  - de periode van onderbreking van de wachttijd, zoals bepaald in artikel 35, §§ 1 en 3 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering in het geval zoals bedoeld in art. 39 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, met inbegrip van de periodes van deeltijdse arbeid, kleiner dan 3 maanden;
  - de periode van tewerkstelling in een beschutte werkplaats;
  - de periode van hechtenis of gevangenzetting;
  - de periode van tewerkstelling krachtens artikel 60 § 7 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
  - de periode van tewerkstelling van een doelgroepwerknemer in een door de minister erkende sociale werkplaats;
  - de periode van tewerkstelling als gesubsidieerde contractueel op grond van de artikelen 6bis, 6ter, 7 en 7bis van het besluit van de Vlaamse regering van 27 oktober 1993 tot veralgemening van het stelsel van gesubsidieerde contractuelen;
  - de periode van tewerkstelling als gesubsidieerde contractueel op grond van de artikelen 6bis, 6ter, 7 en 7bis van het besluit van de Vlaamse regering van 27 oktober 1993 houdende uitvoering van het koninklijk besluit nr. 474 van 28 oktober 1986 tot opzetting van een stelsel van door de Staat gesubsidieerde contractuelen bij sommige plaatselijke besturen;
  - de periode van tewerkstelling op grond van het besluit van de Vlaamse regering van 17 juni 1997 houdende harmonisering van diverse stelsels werkervaringsprojecten;
  - de periode van tewerkstelling op basis van artikel 63 tot en met 69 van het besluit van de Vlaamse regering van 21 december 1988 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en beroepsopleiding;
  - de periodes van tewerkstelling in het kader van een erkende arbeidspost gedurende dewelke de werknemer de uitkering genoot bedoeld in artikel 8, § 1 van het koninklijk besluit van 8 augustus 1997 tot uitvoering van artikel 7, § l, derde lid, m, van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de sociale zekerheid der arbeiders betreffende de herinschakeling van de langdurig werklozen, in zoverre deze periodes van tewerkstelling samengevoegd niet meer dan 12 maanden bedragen;
  - de periode van tewerkstelling als gemeentelijke mina-werker in het kader van optie 8 van de gemeentelijke milieuconvenants.
Art. 3. En application de l'article 97, § 3 de la loi-programme du 30 dĂ©cembre 1988 et de l'article 1er, § 3 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 8 dĂ©cembre 1998 portant exĂ©cution de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 octobre 1993 portant gĂ©nĂ©ralisation du rĂ©gime de contractuels subventionnĂ©s, les pĂ©riodes suivantes sont assimilĂ©es Ă  une pĂ©riode d'inactivitĂ© :
  - la période d'interruption du chÎmage, y compris les périodes de travail à temps partiel, de moins de 3 mois;
  - la période d'interruption d'inscription comme demandeur d'emploi, y compris les périodes de travail à temps partiel, de moins de 3 mois;
  - la pĂ©riode d'interruption du stage tel que dĂ©fini Ă  l'article 36 de l'arrĂȘtĂ© royal du 25 novembre 1991 portant rĂ©glementation du chĂŽmage, y compris les pĂ©riodes de travail Ă  temps partiel, de moins de 3 mois;
  - la pĂ©riode d'interruption du stage tel que dĂ©fini Ă  l'article 35, §§ 1er et 3 de l'arrĂȘtĂ© royal du 25 novembre 1991 portant rĂ©glementation du chĂŽmage, dans le cas tel que visĂ© Ă  l'art. 39 de l'arrĂȘtĂ© royal du 25 novembre 1991 portant rĂ©glementation du chĂŽmage, y compris les pĂ©riodes de travail Ă  temps partiel, de moins de 3 mois;
  - la période de mise au travail dans un atelier protégé;
  - la période de détention ou d'emprisonnement;
  - la période de mise au travail en vertu de l'article 60, § 7 de la loi organique du 8 juillet 1976 des centres publics d'aide sociale;
  - la période de mise au travail d'un travailleur de groupe cible dans un atelier social agréé par le Ministre;
  - la pĂ©riode de mise au travail en tant que contractuel subventionnĂ© en vertu des articles 6bis, 6ter, 7 et 7bis de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 octobre 1993 portant gĂ©nĂ©ralisation du rĂ©gime des contractuels subventionnĂ©s;
  - la pĂ©riode de mise au travail en tant que contractuel subventionnĂ© en vertu des articles 6bis, 6ter, 7 et 7bis de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 octobre 1993 portant exĂ©cution de l'arrĂȘtĂ© royal n 474 du 28 octobre 1986 portant crĂ©ation d'un rĂ©gime de contractuels subventionnĂ©s auprĂšs de certaines administrations locales;
  - la pĂ©riode de mise au travail en tant que contractuel subventionnĂ© en vertu de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 juin 1997 portant harmonisation des rĂ©gimes divers de projets d'expĂ©rience du travail;
  - la pĂ©riode de mise au travail en vertu des articles 63 Ă  69 inclus de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 21 dĂ©cembre 1988 portant organisation de l'emploi et de la formation professionnelle;
  - les pĂ©riodes de mise au travail dans le cadre d'un poste de travail reconnu, pendant lesquelles le demandeur d'emploi a bĂ©nĂ©ficiĂ© d'une allocation visĂ©e Ă  l'article 8, § 1er de l'arrĂȘtĂ© royal du 8 aoĂ»t 1997 portant exĂ©cution de l'article 7, § 1er, alinĂ©a 3, m, de l'arretĂ©-loi du 28 dĂ©cembre 1944 concernant la sĂ©curitĂ© sociale des travailleurs relatif Ă  la rĂ©insertion des chĂŽmeurs de longue durĂ©e, pour autant que ces pĂ©riodes de mise au travail rĂ©unies ne dĂ©passent pas 12 mois;
  - la période de mise au travail comme agent "MiNa" communal dans le cadre de l'option n 8 de la convention environnementale communale.
Art 4. Het ministerieel besluit van 26 mei 1994 tot uitvoering van het besluit van de Vlaamse regering van 27 oktober 1993 ter veralgemening van het stelsel van gesubsidieerde contractuelen wordt opgeheven.
Art 4. L'arrĂȘtĂ© ministĂ©riel du 26 mai 1994 portant exĂ©cution de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 octobre 1993 portant gĂ©nĂ©ralisation du rĂ©gime des contractuels subventionnĂ©s, est abrogĂ©.
Art. 5. - Dit besluit treedt in werking op 1 juli 1999.
  Brussel, 21 juni 1999
  Th. KELCHTERMANS
Art. 5. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© entre en vigueur le 1er juillet 1999.
  Bruxelles, le 21 juin 1999.
  Th. KELCHTERMANS