Naar hoofdinhoud

Vergelijking NL / FR

| Word Word (citaat)

Nederlands (NL)

Français (FR)

Titel
21 JUNI 1999. - Ministerieel besluit tot uitvoering van het besluit van de Vlaamse regering van 8 december 1998 tot uitvoering van het decreet inzake sociale werkplaatsen.
Titre
21 JUIN 1999. - ArrĂȘtĂ© ministĂ©riel portant exĂ©cution de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 8 dĂ©cembre 1998 portant exĂ©cution du dĂ©cret relatif aux ateliers sociaux.
Documentinformatie
Numac: 1999036176
Datum: 1999-06-21
Staatsblad: Bekijken
Info du document
Numac: 1999036176
Date: 1999-06-21
Moniteur: Voir
Tekst (2)
Texte (2)
Artikel 1. In toepassing van artikel 2, § 3 van het besluit van de Vlaamse regering van 8 december 1998 tot uitvoering van het decreet inzake sociale werkplaatsen worden de volgende periodes gelijkgesteld met een periode van inactiviteit :
  - de periode van onderbreking van werkloosheid, met inbegrip van de periodes van deeltijdse arbeid, kleiner dan 3 maanden;
  - de periode van onderbreking van inschrijving als werkzoekende, met inbegrip van de periodes van deeltijdse arbeid, kleiner dan 3 maanden;
  - de periode van onderbreking van de wachttijd, zoals bepaald in artikel 36 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, kleiner dan 3 maanden;
  - de periode van onderbreking van de wachttijd, zoals bepaald in artikel 35, §§ 1 en 3 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering in het geval zoals bedoeld in artikel 39 van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, kleiner dan 3 maanden;
  - de periode van tewerkstelling in een beschutte werkplaats;
  - de periode van tewerkstelling krachtens artikel 60 § 7 van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn;
  - de periode van tewerkstelling van een doelgroepwerknemer in een door de minister erkende sociale werkplaats;
  - de periode van tewerkstelling als gesubsidieerde contractueel op grond van de artikelen 6bis, 6ter, 7 en 7bis van het besluit van de Vlaamse regering van 27 oktober 1993 tot veralgemening van het stelsel van gesubsidieerde contractuelen;
  - de periode van tewerkstelling als gesubsidieerde contractueel op grond van de artikelen 6bis, 6ter, 7 en 7bis van het besluit van de Vlaamse regering van 27 oktober 1993 houdende uitvoering van het koninklijk besluit nr. 474 van 28 oktober 1986 tot opzetting van een stelsel van door de Staat gesubsidieerde contractuelen bij sommige plaatselijke besturen;
  - de periode van tewerkstelling op grond van het besluit van de Vlaamse regering van 17 juni 1997 houdende harmonisering van diverse stelsels werkervaringsprojecten.
Article 1. Par application de l'article 2, § 3 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 8 dĂ©cembre 1998 portant exĂ©cution du dĂ©cret relatif
  aux ateliers sociaux, les périodes suivantes sont assimilées à des périodes d'inactivité :
  - la période d'interruption du chÎmage, y compris les périodes de travail à temps partiel, de moins de 3 mois;
  - la période d'interruption d'inscription comme demandeur d'emploi, y compris les périodes de travail à temps partiel, de moins de 3 mois;
  - la pĂ©riode d'interruption du stage tel que dĂ©fini Ă  l'article 36 de l'arrĂȘtĂ© royal du 25 novembre 1991 portant rĂ©glementation du chĂŽmage, y compris les pĂ©riodes de travail Ă  temps partiel, de moins de 3 mois;
  - la pĂ©riode d'interruption du stage tel que dĂ©fini Ă  l'article 35, §§ 1er et 3 de l'arrĂȘtĂ© royal du 25 novembre 1991 portant rĂ©glementation du chĂŽmage, dans le cas tel que visĂ© Ă  l'article 39 de l'arrĂȘtĂ© royal du 25 novembre 1991 portant rĂ©glementation du chĂŽmage, y compris les pĂ©riodes de travail Ă  temps partiel, de moins de 3 mois;
  - la période de mise au travail dans un atelier protégé;
  - la période de mise au travail en vertu de l'article 60, § 7 de la loi organique du 8 juillet 1976 des centres publics d'aide sociale;
  - la période de mise au travail d'un travailleur de groupe cible dans un atelier social agréé par le Ministre;
  - la pĂ©riode de mise au travail en tant que contractuel subventionnĂ© en vertu des articles 6bis, 6ter, 7 et 7bis de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 octobre 1993 portant gĂ©nĂ©ralisation du rĂ©gime des contractuels subventionnĂ©s;
  - la pĂ©riode de mise au travail en tant que contractuel subventionnĂ© en vertu des articles 6bis, 6ter, 7 et 7bis de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 octobre 1993 portant exĂ©cution de l'arrĂȘtĂ© royal n 474 du 28 octobre 1986 portant crĂ©ation d'un rĂ©gime de contractuels subventionnĂ©s auprĂšs de certaines administrations locales;
  - la pĂ©riode de mise au travail en tant que contractuel subventionnĂ© en vertu de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 17 juin 1997 portant harmonisation des rĂ©gimes divers de projets d'expĂ©rience du travail.
Art. 2. Dit besluit treedt in werking op 1 juli 1999.
  Brussel, 21 juni 1999.
  Th. KELCHTERMANS
Art. 2. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© entre en vigueur le 1er juillet 1999.
  Bruxelles, le 21 juin 1999.
  Th. KELCHTERMANS