Artikel 1. Aan artikel 4, § 2, punt 7, van het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990 tot vastlegging van het pakket "uren-leraar" in het voltijds secundair onderwijs, wordt een derde lid toegevoegd, dat luidt als volgt :
"In afwijking op wat voorafgaat en ongeacht het feit of de instelling in de desbetreffende graad al dan niet andere onderwijsvormen aanbiedt buiten het kunstsecundair onderwijs, bedraagt de verhoging per leerling van de structuuronderdelen muziek en bijzondere muzikale vorming van de discipline muziek van groep 4° steeds 2,20 uren-leraar."
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
8 JUNI 1999. - Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 31 juli 1990 tot vastlegging van het pakket "uren-leraar" in het voltijds secundair onderwijs.
Titre
8 JUIN 1999. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand modifiant l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 fixant le capital "pĂ©riodes-professeur" dans l'enseignement secondaire Ă temps plein. (TRADUCTION).
Documentinformatie
Info du document
Tekst (18)
Texte (18)
Article 1. A l'article 4, § 2, point 7, de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 31 juillet 1990 fixant le capital "pĂ©riodes-professeur" dans l'enseignement secondaire Ă temps plein, il est ajoutĂ© un troisiĂšme alinĂ©a, rĂ©digĂ© comme suit :
"Par dérogation à la disposition précédente et indépendamment du fait que l'établissement offre ou non d'autres formes d'enseignement au degré concerné en dehors de l'enseignement secondaire artistique, l'augmentation par élÚve des subdivisions structurelles "Muziek" et "Bijzondere muzikale vorming" de la discipline musique du groupe 4° s'élÚve toujours à 2,20 périodes-professeur.".
"Par dérogation à la disposition précédente et indépendamment du fait que l'établissement offre ou non d'autres formes d'enseignement au degré concerné en dehors de l'enseignement secondaire artistique, l'augmentation par élÚve des subdivisions structurelles "Muziek" et "Bijzondere muzikale vorming" de la discipline musique du groupe 4° s'élÚve toujours à 2,20 périodes-professeur.".
Art. 2. In artikel 4, § 4, derde lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 1 juli 1992, 22 juli 1993 en 30 mei 1996, worden de woorden "de rationalisatienorm bereiken van het koninklijk besluit van 30 maart 1982 betreffende de scholengemeenschappen voor secundair onderwijs en houdende het rationalisatie- en programmatieplan van het secundair onderwijs met volledig leerplan of artikel 106 van het decreet van 19 april 1995 houdende diverse wijzigingsbepalingen betreffende het hoger onderwijs in de Vlaamse Gemeenschap" vervangen door de woorden "de rationalisatienorm bereiken, bedoeld in het decreet van 14 juli 1998 houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs".
Art. 2. A l'article 4, § 4, troisiĂšme alinĂ©a, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 1er juillet 1992, 22 juillet 1993 et 30 mai 1996, les mots "n'atteignent pas la norme de rationalisation fixĂ©e par l'arrĂȘtĂ© du 30 mars 1982 relatif aux centres d'enseignement secondaire et fixant le plan de rationalisation et de programmation de l'enseignement secondaire de plein exercice ou par l'article 106 du dĂ©cret du 19 avril 1995 contenant diverses dispositions modificatives relatives Ă l'enseignement supĂ©rieur en CommunautĂ© flamande" sont remplacĂ©s par les mots "n'atteignent pas la norme de rationalisation visĂ©e au dĂ©cret du 14 juillet 1998 contenant diverses mesures relatives Ă l'enseignement secondaire et modifiant le dĂ©cret du 25 fĂ©vrier 1997 relatif Ă l'enseignement fondamental".
Art. 3. In artikel 4, § 4bis, van hetzelfde besluit, ingevoegd bij het besluit van de Vlaamse regering van 22 juli 1993 en gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 30 mei 1996, worden de woorden "de rationalisatienorm van het koninklijk besluit van 30 maart 1982 betreffende de scholengemeenschappen voor secundair onderwijs en houdende het rationalisatie- en programmatieplan van het secundair onderwijs met volledig leerplan en/of van het decreet van 19 april 1995 houdende diverse wijzigingsbepalingen betreffende het hoger onderwijs in de Vlaamse Gemeenschap, inzonderheid artikel 106" vervangen door de woorden "de rationalisatienorm, bedoeld in hetzelfde decreet van 14 juli 1998, genoemd in § 4, derde lid".
Art. 3. A l'article 4, § 4bis, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, insĂ©rĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 22 juillet 1993 et modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 30 mai 1996, les mots "la norme de rationalisation prĂ©vue par l'arrĂȘtĂ© royal du 30 mars 1982 relatif aux centres d'enseignement secondaire et fixant le plan de rationalisation et de programmation de l'enseignement secondaire de plein exercice et/ou par le dĂ©cret du 19 avril 1995 contenant diverses dispositions modificatives relatives Ă l'enseignement supĂ©rieur en CommunautĂ© flamande, notamment l'article 106" sont remplacĂ©s par les mots "la norme de rationalisation visĂ©e au mĂȘme dĂ©cret du 14 juillet 1998, citĂ© au § 4, troisiĂšme alinĂ©a".
Art. 4. In artikel 4, § 5, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 22 juli 1993, worden de woorden "de artikelen 18 of 21 van het koninklijk besluit van 30 maart 1982 betreffende de scholengemeenschappen voor secundair onderwijs en houdende het rationalisatie- en programmatieplan van het secundair onderwijs met volledig leerplan" vervangen door de woorden "artikel 48 of 49 van hetzelfde decreet van 14 juli 1998, genoemd in § 4, derde lid".
Art. 4. A l'article 4, § 5, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 22 juillet 1993, les mots "des articles 18 ou 21 de l'arrĂȘtĂ© royal du 30 mars 1982 relatif aux centres d'enseignement secondaire et fixant le plan de rationalisation et de programmation de l'enseignement secondaire de plein exercice" sont remplacĂ©s par les mots "de l'article 48 ou 49 du mĂȘme dĂ©cret du 14 juillet 1998, citĂ© au § 4, troisiĂšme alinĂ©a".
Art. 5. In artikel 4, § 6, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 22 juli 1993 en 8 juni 1994, worden de woorden "artikel 22 van het koninklijk besluit van 30 maart 1982 betreffende de scholengemeenschappen voor secundair onderwijs en houdende het rationalisatie- en programmatieplan van het secundair onderwijs met volledig leerplan" vervangen door de woorden "artikel 50 of 52bis, § 1, van hetzelfde decreet van 14 juli 1998, genoemd in § 4, derde lid".
Art. 5. A l'article 4, § 6, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 22 juillet 1993 et 8 juin 1994, les mots "de l'article 22 de l'arrĂȘtĂ© royal du 30 mars 1982 relatif aux centres d'enseignement secondaire et fixant le plan de rationalisation et de programmation de l'enseignement secondaire de plein exercice" sont remplacĂ©s par les mots "de l'article 50 ou 52bis, § 1er, du mĂȘme dĂ©cret du 14 juillet 1998, citĂ© au § 4, troisiĂšme alinĂ©a".
Art. 6. In artikel 4, § 7, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 22 juli 1993 en 8 juni 1994, worden de woorden "artikel 23 van het koninklijk besluit van 30 maart 1982 betreffende de scholengemeenschappen voor secundair onderwijs en houdende het rationalisatie- en programmatieplan van het secundair onderwijs met volledig leerplan" vervangen door de woorden "artikel 51, 52, 52bis, § 2, 52bis, § 3, of 54bis van hetzelfde decreet van 14 juli 1998, genoemd in § 4, derde lid".
Art. 6. A l'article 4, § 7, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 22 juillet 1993 et 8 juin 1994, les mots "de l'article 23 de l'arrĂȘtĂ© royal du 30 mars 1982 relatif aux centres d'enseignement secondaire et fixant le plan de rationalisation et de programmation de l'enseignement secondaire de plein exercice" sont remplacĂ©s par les mots "de l'article 51, 52, 52bis, § 2, 52bis, § 3, ou 54bis du mĂȘme dĂ©cret du 14 juillet 1998, citĂ© au § 4, troisiĂšme alinĂ©a".
Art. 7. In artikel 4, § 9, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 14 mei 1996, worden de woorden "de bijlagen 1 tot en met 6" vervangen door de woorden "de bijlagen 1 tot en met 3".
Art. 7. A l'article 4, § 9, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 14 mai 1996, les mots "aux annexes 1re Ă 6 incluse" sont remplacĂ©s par les mots "aux annexes 1re Ă 3 incluse".
Art. 8. In artikel 6, § 3, zesde lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 22 juli 1993, worden de woorden "de rationalisatienorm bereiken van het koninklijk besluit van 30 maart 1982 betreffende de scholengemeenschappen voor secundair onderwijs en houdende het rationalisatie- en programmatieplan van het secundair onderwijs met volledig leerplan" vervangen door de woorden "de rationalisatienorm bereiken, bedoeld in hetzelfde decreet van 14 juli 1998, genoemd in artikel 4, § 4, derde lid".
Art. 8. A l'article 6, § 3, sixiĂšme alinĂ©a, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par le Gouvernement flamand du 22 juillet 1993, les mots "la norme de rationalisation fixĂ©e par l'arrĂȘtĂ© royal du 30 mars 1982 relatif aux centres d'enseignement secondaire et fixant le plan de rationalisation et de programmation de l'enseignement secondaire de plein exercice" sont remplacĂ©s par les mots "la norme de rationalisation visĂ©e au mĂȘme dĂ©cret du 14 juillet 1998, citĂ© Ă l'article 4, § 4, troisiĂšme alinĂ©a".
Art. 9. In artikel 13, eerste lid, van hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 1 juli 1992, 22 juli 1993 en 30 juni 1998, worden de woorden "gedurende het schooljaar 1998-1999" geschrapt.
Art. 9. A l'article 13, premier alinĂ©a, du mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ© par les arrĂȘtĂ©s des 1er juillet 1992, 22 juillet 1993 et 30 juin 1998, les mots "pendant l'annĂ©e scolaire 1998-1999" sont supprimĂ©s.
Art. 10. Artikel 14 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 14. In toepassing van artikel 80 van hetzelfde decreet van 14 juli 1998, genoemd in artikel 4, § 4, derde lid, worden met ingang van het schooljaar 1999-2000, zonder dat bijkomende voorwaarden worden opgelegd, aan elke scholengemeenschap extra wekelijkse uren-leraar toegekend waarvan per schooljaar het aantal bij ministerieel besluit wordt bepaald overeenkomstig de volgende formule :
1° de in de onderwijsbegroting voor dat punt voorziene kredieten worden gedeeld door de gemiddelde totale loonkost op jaarbasis van een leraar secundair onderwijs;
2° het in 1° bedoelde quotiënt wordt vermenigvuldigd met het gemiddeld aantal uren dat een voltijdse opdracht van leraar secundair onderwijs omvat; het product geeft een aantal uren-leraar;
3° de met toepassing van de bepalingen van onderhavig besluit berekende uren-leraar van alle instellingen voor voltijds secundair onderwijs die behoren tot één van de scholengemeenschappen bedoeld in voormeld artikel 80, worden getotaliseerd;
4° de met toepassing van de bepalingen van onderhavig besluit berekende uren-leraar van alle instellingen voor voltijds secundair onderwijs die behoren tot eenzelfde scholengemeenschap bedoeld in voormeld artikel 80, worden getotaliseerd;
5° voor elke scholengemeenschap wordt, tot op één honderdste, het percentage van 4° ten opzichte van 3° bepaald;
6° het in 5° bepaald percentage wordt toegepast op het product bedoeld in 2°; het resultaat geeft het aantal extra wekelijkse uren-leraar dat aan de betrokken scholengemeenschap als financiële stimulans wordt toegekend. Indien het resultaat een cijfer na de komma van 5 of meer oplevert, dan wordt het opgetrokken naar de hogere eenheid; een cijfer na de komma van minder dan 5 wordt weggelaten."
"Art. 14. In toepassing van artikel 80 van hetzelfde decreet van 14 juli 1998, genoemd in artikel 4, § 4, derde lid, worden met ingang van het schooljaar 1999-2000, zonder dat bijkomende voorwaarden worden opgelegd, aan elke scholengemeenschap extra wekelijkse uren-leraar toegekend waarvan per schooljaar het aantal bij ministerieel besluit wordt bepaald overeenkomstig de volgende formule :
1° de in de onderwijsbegroting voor dat punt voorziene kredieten worden gedeeld door de gemiddelde totale loonkost op jaarbasis van een leraar secundair onderwijs;
2° het in 1° bedoelde quotiënt wordt vermenigvuldigd met het gemiddeld aantal uren dat een voltijdse opdracht van leraar secundair onderwijs omvat; het product geeft een aantal uren-leraar;
3° de met toepassing van de bepalingen van onderhavig besluit berekende uren-leraar van alle instellingen voor voltijds secundair onderwijs die behoren tot één van de scholengemeenschappen bedoeld in voormeld artikel 80, worden getotaliseerd;
4° de met toepassing van de bepalingen van onderhavig besluit berekende uren-leraar van alle instellingen voor voltijds secundair onderwijs die behoren tot eenzelfde scholengemeenschap bedoeld in voormeld artikel 80, worden getotaliseerd;
5° voor elke scholengemeenschap wordt, tot op één honderdste, het percentage van 4° ten opzichte van 3° bepaald;
6° het in 5° bepaald percentage wordt toegepast op het product bedoeld in 2°; het resultaat geeft het aantal extra wekelijkse uren-leraar dat aan de betrokken scholengemeenschap als financiële stimulans wordt toegekend. Indien het resultaat een cijfer na de komma van 5 of meer oplevert, dan wordt het opgetrokken naar de hogere eenheid; een cijfer na de komma van minder dan 5 wordt weggelaten."
Art. 10. L'article 14 du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
"Art. 14. Par application de l'article 80 du mĂȘme dĂ©cret du 14 juillet 1998, citĂ© Ă l'article 4, § 4, troisiĂšme alinĂ©a, des pĂ©riodes-professeur hebdomadaires supplĂ©mentaires sont attribuĂ©es Ă chaque centre d'enseignement, Ă partir de l'annĂ©e scolaire 1999-2000, sans que des conditions supplĂ©mentaires ne soient imposĂ©es. Le nombre de ces pĂ©riodes-professeur sera fixĂ© par annĂ©e scolaire au moyen d'un arrĂȘtĂ© ministĂ©riel, selon la formule suivante :
1° les crédits inscrits à ce propos au budget de l'enseignement sont divisés par la moyenne du coût salarial total sur une base annuelle d'un professeur d'enseignement secondaire;
2° le quotient visé au point 1° est multiplié par le nombre moyen de périodes qu'une charge de professeur d'enseignement secondaire comprend; le produit donne un nombre de périodes-professeur;
3° les pĂ©riodes-professeur de tous les Ă©tablissements d'enseignement secondaire Ă temps plein appartenant Ă un des centres d'enseignement visĂ©s Ă l'article 80 prĂ©citĂ©, calculĂ©es par application des dispositions du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, sont totalisĂ©es;
4° les pĂ©riodes-professeur de tous les Ă©tablissements d'enseignement secondaire Ă temps plein appartenant Ă un mĂȘme centre d'enseignement visĂ© Ă l'article 80 prĂ©citĂ©, calculĂ©es par application des dispositions du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, sont totalisĂ©es;
5° le pourcentage du point 4° par rapport au point 3° est fixé, jusqu'à un centiÚme, pour chaque centre d'enseignement;
6° le pourcentage fixé au point 5° est appliqué au produit visé au point 2°; le résultat donne le nombre de périodes-professeur hebdomadaires supplémentaires qui sont attribuées à chaque centre d'enseignement intéressé à titre de stimulant financier. Si dans ce résultat, le chiffre aprÚs la virgule s'élÚve à 5 ou plus, il est arrondi à l'unité supérieure; s'il est inférieur à 5, il est omis.".
"Art. 14. Par application de l'article 80 du mĂȘme dĂ©cret du 14 juillet 1998, citĂ© Ă l'article 4, § 4, troisiĂšme alinĂ©a, des pĂ©riodes-professeur hebdomadaires supplĂ©mentaires sont attribuĂ©es Ă chaque centre d'enseignement, Ă partir de l'annĂ©e scolaire 1999-2000, sans que des conditions supplĂ©mentaires ne soient imposĂ©es. Le nombre de ces pĂ©riodes-professeur sera fixĂ© par annĂ©e scolaire au moyen d'un arrĂȘtĂ© ministĂ©riel, selon la formule suivante :
1° les crédits inscrits à ce propos au budget de l'enseignement sont divisés par la moyenne du coût salarial total sur une base annuelle d'un professeur d'enseignement secondaire;
2° le quotient visé au point 1° est multiplié par le nombre moyen de périodes qu'une charge de professeur d'enseignement secondaire comprend; le produit donne un nombre de périodes-professeur;
3° les pĂ©riodes-professeur de tous les Ă©tablissements d'enseignement secondaire Ă temps plein appartenant Ă un des centres d'enseignement visĂ©s Ă l'article 80 prĂ©citĂ©, calculĂ©es par application des dispositions du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, sont totalisĂ©es;
4° les pĂ©riodes-professeur de tous les Ă©tablissements d'enseignement secondaire Ă temps plein appartenant Ă un mĂȘme centre d'enseignement visĂ© Ă l'article 80 prĂ©citĂ©, calculĂ©es par application des dispositions du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, sont totalisĂ©es;
5° le pourcentage du point 4° par rapport au point 3° est fixé, jusqu'à un centiÚme, pour chaque centre d'enseignement;
6° le pourcentage fixé au point 5° est appliqué au produit visé au point 2°; le résultat donne le nombre de périodes-professeur hebdomadaires supplémentaires qui sont attribuées à chaque centre d'enseignement intéressé à titre de stimulant financier. Si dans ce résultat, le chiffre aprÚs la virgule s'élÚve à 5 ou plus, il est arrondi à l'unité supérieure; s'il est inférieur à 5, il est omis.".
Art. 11. Artikel 15quater van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
"Art. 15quater. Overgedragen uren-leraar tussen instellingen van eenzelfde scholengemeenschap of tussen instellingen van hetzelfde net behorend tot een andere scholengemeenschap, bedoeld in artikel 3, § 6, van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving mogen, voorzover die uren-leraar zijn berekend op basis van artikel 6, in de andere instelling(en) enkel voor de vakken godsdienst, niet-confessionele zedenleer, cultuurbeschouwing en eigen cultuur en religie worden gebruikt."
"Art. 15quater. Overgedragen uren-leraar tussen instellingen van eenzelfde scholengemeenschap of tussen instellingen van hetzelfde net behorend tot een andere scholengemeenschap, bedoeld in artikel 3, § 6, van de wet van 29 mei 1959 tot wijziging van sommige bepalingen van de onderwijswetgeving mogen, voorzover die uren-leraar zijn berekend op basis van artikel 6, in de andere instelling(en) enkel voor de vakken godsdienst, niet-confessionele zedenleer, cultuurbeschouwing en eigen cultuur en religie worden gebruikt."
Art. 11. L'article 15quater du mĂȘme arrĂȘtĂ© est remplacĂ© par ce qui suit :
"Art. 15quater. Les pĂ©riodes-professeur transfĂ©rĂ©es entre les Ă©tablissements d'un mĂȘme centre d'enseignement ou entre les Ă©tablissements du mĂȘme rĂ©seau faisant partie d'un autre centre d'enseignement, visĂ© Ă l'article 3, § 6, de la loi du 29 mai 1959 modifiant certaines dispositions de la lĂ©gislation de l'enseignement, pour autant que ces pĂ©riodes-professeur soient calculĂ©es sur la base de l'article 6, ne peuvent ĂȘtre utilisĂ©es dans l'autre Ă©tablissement ou dans les autres Ă©tablissements que pour les cours de religion, de morale non confessionnelle, de formation culturelle et propre culture et religion.".
"Art. 15quater. Les pĂ©riodes-professeur transfĂ©rĂ©es entre les Ă©tablissements d'un mĂȘme centre d'enseignement ou entre les Ă©tablissements du mĂȘme rĂ©seau faisant partie d'un autre centre d'enseignement, visĂ© Ă l'article 3, § 6, de la loi du 29 mai 1959 modifiant certaines dispositions de la lĂ©gislation de l'enseignement, pour autant que ces pĂ©riodes-professeur soient calculĂ©es sur la base de l'article 6, ne peuvent ĂȘtre utilisĂ©es dans l'autre Ă©tablissement ou dans les autres Ă©tablissements que pour les cours de religion, de morale non confessionnelle, de formation culturelle et propre culture et religion.".
Art. 12. In het opschrift van bijlage 1, gevoegd bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 22 juli 1993, worden de woorden "artikel 18 of artikel 21 van het koninklijk besluit van 30 maart 1982" vervangen door de woorden "artikel 48 of 49 van het decreet van 14 juli 1998 houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs".
Art. 12. Dans l'intitulĂ© de l'annexe 1re, jointe au mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ©e par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 22 juillet 1993, les mots "des articles 18 ou 21 de l'arrĂȘtĂ© royal du 30 mars 1982" sont remplacĂ©s par les mots "de l'article 48 ou 49 du dĂ©cret du 14 juillet 1998 contenant diverses mesures relatives Ă l'enseignement secondaire et modifiant le dĂ©cret du 25 fĂ©vrier 1997 relatif Ă l'enseignement fondamental".
Art. 13. In het opschrift van bijlage 2, gevoegd bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 22 juli 1993, worden de woorden "artikel 22 van het koninklijk besluit van 30 maart 1982" vervangen door de woorden "artikel 50 of 52bis, § 1, van het decreet van 14 juli 1998 houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs".
Art. 13. Dans l'intitulĂ© de l'annexe 2, jointe au mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ©e par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 22 juillet 1993, les mots "de l'article 22 de l'arrĂȘtĂ© royal du 30 mars 1982" sont remplacĂ©s par les mots "de l'article 50 ou 52bis, § 1er, du dĂ©cret du 14 juillet 1998 contenant diverses mesures relatives Ă l'enseignement secondaire et modifiant le dĂ©cret du 25 fĂ©vrier 1997 relatif Ă l'enseignement fondamental".
Art. 14. In het opschrift van bijlage 3, gevoegd bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij het besluit van de Vlaamse regering van 22 juli 1993, worden de woorden "artikel 23 van het koninklijk besluit van 30 maart 1982" vervangen door de woorden "artikel 51, 52, 52bis, § 2, 52bis, § 3, of 54bis van het decreet van 14 juli 1998 houdende diverse maatregelen met betrekking tot het secundair onderwijs en tot wijziging van het decreet van 25 februari 1997 betreffende het basisonderwijs".
Art. 14. Dans l'intitulĂ© de l'annexe 3, jointe au mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ©e par l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 22 juillet 1993, les mots "de l'article 23 de l'arrĂȘtĂ© royal du 30 mars 1982" sont remplacĂ©s par les mots "de l'article 51, 52, 52bis, § 2, 52bis, § 3, ou 54bis du dĂ©cret du 14 juillet 1998 contenant diverses mesures relatives Ă l'enseignement secondaire et modifiant le dĂ©cret du 25 fĂ©vrier 1997 relatif Ă l'enseignement fondamental".
Art. 15. Bijlage 4, 5 en 6, gevoegd bij hetzelfde besluit, worden opgeheven.
Art. 15. Les annexes 4, 5 et 6, jointes au mĂȘme arrĂȘtĂ©, sont abrogĂ©es.
Art. 16. In bijlage 7, gevoegd bij hetzelfde besluit, gewijzigd bij de besluiten van de Vlaamse regering van 30 mei 1996 en 30 juni 1998, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° aan rubriek a) worden volgende bepalingen toegevoegd :
"groep 1°, discipline administratie en distributie : Toerisme en organisatie
groep 3°, discipline kleding en confectie : Creatie en mode
groep 4°, discipline elektriciteit : Elektriciteit-elektronica; Industriële elektronicatechnieken
groep 5°, discipline grafische technieken : Multimediatechnieken, Interactieve multimediatechnieken
groep 7°, discipline metaal : Haventechnieken"
2° aan rubriek b) worden volgende bepalingen toegevoegd :
"groep 2°, discipline personenzorg : Kinderzorg; Thuis- en bejaardenzorg
groep 6°, discipline goud-juwelen : Geautomatiseerde diamantbewerking en kwaliteitsanalyse
groep 6°, discipline hout en bouw : Bedrijfsvloeren en waterdichte bekuipingen
groep 6°, discipline metaal : Metaal- en kunststofschrijnwerk; Non-ferro metalen dakbedekkingen";
3° in rubriek b), groep 2°, discipline personenzorg, worden de woorden "Gezins- en sanitaire hulp; Kinderverzorging" geschrapt.
1° aan rubriek a) worden volgende bepalingen toegevoegd :
"groep 1°, discipline administratie en distributie : Toerisme en organisatie
groep 3°, discipline kleding en confectie : Creatie en mode
groep 4°, discipline elektriciteit : Elektriciteit-elektronica; Industriële elektronicatechnieken
groep 5°, discipline grafische technieken : Multimediatechnieken, Interactieve multimediatechnieken
groep 7°, discipline metaal : Haventechnieken"
2° aan rubriek b) worden volgende bepalingen toegevoegd :
"groep 2°, discipline personenzorg : Kinderzorg; Thuis- en bejaardenzorg
groep 6°, discipline goud-juwelen : Geautomatiseerde diamantbewerking en kwaliteitsanalyse
groep 6°, discipline hout en bouw : Bedrijfsvloeren en waterdichte bekuipingen
groep 6°, discipline metaal : Metaal- en kunststofschrijnwerk; Non-ferro metalen dakbedekkingen";
3° in rubriek b), groep 2°, discipline personenzorg, worden de woorden "Gezins- en sanitaire hulp; Kinderverzorging" geschrapt.
Art. 16. A l'annexe 7, jointe au mĂȘme arrĂȘtĂ©, modifiĂ©e par les arrĂȘtĂ©s du Gouvernement flamand des 30 mai 1996 et 30 juin 1998, les modifications suivantes sont apportĂ©es :
1° à la rubrique a) sont ajoutées les dispositions suivantes :
"groupe 1°, discipline administration et distribution : Toerisme en organisatie
groupe 3°, discipline habillement et confection : Creatie en mode
groupe 4°, discipline électricité : Elektriciteit-elektronica; Industriële elektronicatechnieken
groupe 5°, discipline techniques graphiques : Multimediatechnieken, Interactieve multimediatechnieken
groupe 7°, discipline métal : Haventechnieken";
2° à la rubrique b) sont ajoutées les dispositions suivantes :
"groupe 2°, discipline soins aux personnes : Kinderzorg; Thuis- en bejaardenzorg
groupe 6°, discipline or et bijoux : Geautomatiseerde diamantbewerking en kwaliteitsanalyse
groupe 6°, discipline bois et construction : Bedrijfsvloeren en waterdichte bekuipingen
groupe 6°, discipline métal : Metaal- en kunststofschrijnwerk; Non-ferro metalen dakbedekkingen";
3° à la rubrique b), groupe 2°, discipline soins aux personnes, les mots "Gezins- en sanitaire hulp; Kinderverzorging" sont supprimés.
1° à la rubrique a) sont ajoutées les dispositions suivantes :
"groupe 1°, discipline administration et distribution : Toerisme en organisatie
groupe 3°, discipline habillement et confection : Creatie en mode
groupe 4°, discipline électricité : Elektriciteit-elektronica; Industriële elektronicatechnieken
groupe 5°, discipline techniques graphiques : Multimediatechnieken, Interactieve multimediatechnieken
groupe 7°, discipline métal : Haventechnieken";
2° à la rubrique b) sont ajoutées les dispositions suivantes :
"groupe 2°, discipline soins aux personnes : Kinderzorg; Thuis- en bejaardenzorg
groupe 6°, discipline or et bijoux : Geautomatiseerde diamantbewerking en kwaliteitsanalyse
groupe 6°, discipline bois et construction : Bedrijfsvloeren en waterdichte bekuipingen
groupe 6°, discipline métal : Metaal- en kunststofschrijnwerk; Non-ferro metalen dakbedekkingen";
3° à la rubrique b), groupe 2°, discipline soins aux personnes, les mots "Gezins- en sanitaire hulp; Kinderverzorging" sont supprimés.
Art. 17. Dit besluit treedt in werking op 1 september 1999, met uitzondering van artikel 2, 3 tot en met 6, 8, 12 tot en met 14, en 16, wat de structuuronderdelen Kinderzorg en Thuis- en bejaardenzorg betreft, die uitwerking hebben met ingang van 1 september 1998.
Art. 17. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© entre en vigueur le 1er septembre 1999, Ă l'exception des articles 2, 3 Ă 6 inclus, 8, 12 Ă 14 inclus, et 16, en ce qui concerne les subdivisions structurelles "Kinderzorg" et "Thuis- en bejaardenzorg", qui produisent leurs effets le 1er septembre 1998.
Art. 18. De Vlaamse minister, bevoegd voor het onderwijs, is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 8 juni 1999.
De minister-president van de Vlaamse regering,
L. VAN DEN BRANDE
De Vlaamse minister van Onderwijs en Ambtenarenzaken,
E. BALDEWIJNS
Brussel, 8 juni 1999.
De minister-president van de Vlaamse regering,
L. VAN DEN BRANDE
De Vlaamse minister van Onderwijs en Ambtenarenzaken,
E. BALDEWIJNS
Art. 18. Le Ministre flamand ayant l'enseignement dans ses attributions est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
Bruxelles, le 8 juin 1999.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
L. VAN DEN BRANDE
Le Ministre flamand de l'Enseignement et de la Fonction publique,
E. BALDEWIJNS
Bruxelles, le 8 juin 1999.
Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
L. VAN DEN BRANDE
Le Ministre flamand de l'Enseignement et de la Fonction publique,
E. BALDEWIJNS