Artikel 1. Het opschrift van afdeling 4, Hoofdstuk IV van het besluit van de Vlaamse regering van 21 december 1988 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en de beroepsopleiding wordt vervangen door wat volgt :
" Werkervaringstegemoetkoming aan de werkgever in het loon en de begeleiding en/of opleiding van moeilijk te plaatsen werkzoekenden. ".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
8 JUNI 1999. - Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 21 december 1988 houdende de organisatie van de arbeidsbemiddeling en beroepsopleiding.
Titre
8 JUIN 1999. - Arrêté du Gouvernement flamand modifiant l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 décembre 1988 portant organisation de l'emploi et de la formation professionnelle (TRADUCTION).
Documentinformatie
Info du document
Tekst (5)
Texte (5)
Article 1. L'intitulé de la section 4, chapitre IV de l'arrêté du Gouvernement flamand du 21 décembre 1988 portant organisation de l'emploi et de la formation professionnelle est remplacé par ce qui suit :
" Intervention d'expérience de travail en faveur de l'employeur dans le salaire et l'accompagnement et/ou formation de demandeurs d'emploi difficiles à placer. ".
" Intervention d'expérience de travail en faveur de l'employeur dans le salaire et l'accompagnement et/ou formation de demandeurs d'emploi difficiles à placer. ".
Art. 2. Artikel 65 van hetzelfde besluit wordt vervangen door wat volgt :
" Art. 65. § 1. Bij de aanwerving van werknemers zoals bepaald in artikel 64 kan er een werkervaringspremie voor een periode van maximaal één jaar toegekend worden. Het maandbedrag van de werkervaringspremie per doelgroepwerknemer wordt als volgt vastgesteld.
Bij een tewerkstelling met een uurregeling van minstens de helft van de normale arbeidstijdregeling bedraagt de werkervaringspremie per maand BEF 10 000.
Bij een tewerkstelling met een uurregeling van minstens vier vijfden van de normale arbeidstijdregeling bedraagt de werkervaringspremie BEF 16 000 per maand.
Bij een tewerkstelling met een voltijdse uurregeling bedraagt de werkervaringspremie BEF 20 000 per maand.
§ 2. Bij de aanwerving van werknemers zoals bepaald in artikel 64 wordt eveneens een begeleidingspremie voorzien. Deze premie kan aangewend worden voor begeleiding en/of opleiding. De begeleiding of opleiding moet de arbeidsmarktinzetbaarheid van de werknemer verhogen. Hiervoor moet er gewerkt worden aan een geïndividualiseerd begeleidingsplan waarvoor de werkgever kan inschakelen :
- ofwel de VDAB;
- ofwel een organisatie erkend door hetzij het Subregionaal Tewerkstellingscomité hetzij het Beheerscomité naargelang de organisatie hiervoor actief is in hetzij één subregio hetzij in meerdere subregio's.
Per tewerkgestelde werknemer wordt een premie van maximum BEF 100 000 toegekend voor de inschakeling van de begeleidende of opleidende organisatie, volgens de modaliteiten bepaald door het Beheerscomité.
§ 3. De werkgever kan slechts premies ontvangen voor één arbeidsovereenkomst per werknemer.
§ 4. De premies kunnen niet gecumuleerd worden met andere tegemoetkomingen in de loonkost behoudens de vrijstelling van de RSZ-bijdrage en het bedrag van de banenplanuitkering zoals bepaald in artikel 131sexies van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, het bedrag van het geactiveerde bestaansminimum zoals bepaald in hoofdstuk III van het koninklijk besluit van 9 februari 1999 tot uitvoering van artikel 2, § 5, eerste lid van de wet van 7 augustus 1974 tot instelling van het recht op een bestaansminimum en het bedrag van de geactiveerde maatschappelijke hulp zoals vermeld in hoofdstuk III van het koninklijk besluit van 9 februari 1999 tot uitvoering van artikel 57quater van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijke welzijn. ".
" Art. 65. § 1. Bij de aanwerving van werknemers zoals bepaald in artikel 64 kan er een werkervaringspremie voor een periode van maximaal één jaar toegekend worden. Het maandbedrag van de werkervaringspremie per doelgroepwerknemer wordt als volgt vastgesteld.
Bij een tewerkstelling met een uurregeling van minstens de helft van de normale arbeidstijdregeling bedraagt de werkervaringspremie per maand BEF 10 000.
Bij een tewerkstelling met een uurregeling van minstens vier vijfden van de normale arbeidstijdregeling bedraagt de werkervaringspremie BEF 16 000 per maand.
Bij een tewerkstelling met een voltijdse uurregeling bedraagt de werkervaringspremie BEF 20 000 per maand.
§ 2. Bij de aanwerving van werknemers zoals bepaald in artikel 64 wordt eveneens een begeleidingspremie voorzien. Deze premie kan aangewend worden voor begeleiding en/of opleiding. De begeleiding of opleiding moet de arbeidsmarktinzetbaarheid van de werknemer verhogen. Hiervoor moet er gewerkt worden aan een geïndividualiseerd begeleidingsplan waarvoor de werkgever kan inschakelen :
- ofwel de VDAB;
- ofwel een organisatie erkend door hetzij het Subregionaal Tewerkstellingscomité hetzij het Beheerscomité naargelang de organisatie hiervoor actief is in hetzij één subregio hetzij in meerdere subregio's.
Per tewerkgestelde werknemer wordt een premie van maximum BEF 100 000 toegekend voor de inschakeling van de begeleidende of opleidende organisatie, volgens de modaliteiten bepaald door het Beheerscomité.
§ 3. De werkgever kan slechts premies ontvangen voor één arbeidsovereenkomst per werknemer.
§ 4. De premies kunnen niet gecumuleerd worden met andere tegemoetkomingen in de loonkost behoudens de vrijstelling van de RSZ-bijdrage en het bedrag van de banenplanuitkering zoals bepaald in artikel 131sexies van het koninklijk besluit van 25 november 1991 houdende de werkloosheidsreglementering, het bedrag van het geactiveerde bestaansminimum zoals bepaald in hoofdstuk III van het koninklijk besluit van 9 februari 1999 tot uitvoering van artikel 2, § 5, eerste lid van de wet van 7 augustus 1974 tot instelling van het recht op een bestaansminimum en het bedrag van de geactiveerde maatschappelijke hulp zoals vermeld in hoofdstuk III van het koninklijk besluit van 9 februari 1999 tot uitvoering van artikel 57quater van de organieke wet van 8 juli 1976 betreffende de openbare centra voor maatschappelijke welzijn. ".
Art. 2. L'article 65 du même arrêté est remplacé par ce qui suit :
" Art. 65. § 1er. Lors du recrutement de travailleurs tels que visés à l'article 64, une prime d'expérience de travail peut être allouée pour une période d'un an au maximum. Le montant mensuel, par travailleur de groupe cible, de la prime d'expérience de travail est fixée comme suit :
Pour un emploi qui correspond au moins à la moitié de l'horaire normal à plein temps, la prime d'expérience du travail est de FEB 10 000 par mois.
Pour un emploi qui correspond au moins aux quatre cinquièmes de l'horaire normal à plein temps, la prime d'expérience du travail est de FEB 16 000 par mois.
Pour un emploi à plein temps, la prime d'expérience du travail est de FEB 20 000 par mois.
§ 2. Lors du recrutement de travailleurs tels que visés à l'article 64, une prime d'accompagnement est également prévue. Elle peut être affectée à l'accompagnement et/ou la formation, en vue d'améliorer l'employabilité du travailleur. Il y a lieu d'élaborer à cet effet un plan d'accompagnement individualisé, pour lequel l'employeur peut faire appel :
- soit au VDAB;
- soit à une organisation agréée par le Comité subrégional de l'Emploi ou par le Comité de Gestion, selon que l'organisation soit active dans une seule sous-région ou dans plusieurs sous-régions.
Il est alloué une prime de FEB 100 000 par travailleur occupé pour le recours à une organisation d'accompagnement ou de formation, selon les modalités fixées par le Comité de gestion.
§ 3. L'employeur ne peut recevoir de primes qu'à raison d'un seul contrat de travail par travailleur.
§ 4. Les primes ne peuvent être cumulées avec d'autres interventions dans le coût salarial, sauf l'exonération de la cotisation O.N.S.S. et le montant de l'allocation du plan d'embauche tel que fixé à l'article 131sexies de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage, le montant du minimum des moyens d'existence activé tel que défini au chapitre III de l'arrêté royal du 9 février 1999 pris en exécution de l'article 2, § 5, alinéa 1er, de la loi du 7 août 1974 instituant le droit à un minimum de moyens d'existence et le montant de l'aide sociale activée telle que mentionnée au chapitre III de l'arrêté royal du 9 février1999 pris en exécution de l'article 57quater de la loi du 8 juillet 1976 organique des centres publics d'aide sociale. ".
" Art. 65. § 1er. Lors du recrutement de travailleurs tels que visés à l'article 64, une prime d'expérience de travail peut être allouée pour une période d'un an au maximum. Le montant mensuel, par travailleur de groupe cible, de la prime d'expérience de travail est fixée comme suit :
Pour un emploi qui correspond au moins à la moitié de l'horaire normal à plein temps, la prime d'expérience du travail est de FEB 10 000 par mois.
Pour un emploi qui correspond au moins aux quatre cinquièmes de l'horaire normal à plein temps, la prime d'expérience du travail est de FEB 16 000 par mois.
Pour un emploi à plein temps, la prime d'expérience du travail est de FEB 20 000 par mois.
§ 2. Lors du recrutement de travailleurs tels que visés à l'article 64, une prime d'accompagnement est également prévue. Elle peut être affectée à l'accompagnement et/ou la formation, en vue d'améliorer l'employabilité du travailleur. Il y a lieu d'élaborer à cet effet un plan d'accompagnement individualisé, pour lequel l'employeur peut faire appel :
- soit au VDAB;
- soit à une organisation agréée par le Comité subrégional de l'Emploi ou par le Comité de Gestion, selon que l'organisation soit active dans une seule sous-région ou dans plusieurs sous-régions.
Il est alloué une prime de FEB 100 000 par travailleur occupé pour le recours à une organisation d'accompagnement ou de formation, selon les modalités fixées par le Comité de gestion.
§ 3. L'employeur ne peut recevoir de primes qu'à raison d'un seul contrat de travail par travailleur.
§ 4. Les primes ne peuvent être cumulées avec d'autres interventions dans le coût salarial, sauf l'exonération de la cotisation O.N.S.S. et le montant de l'allocation du plan d'embauche tel que fixé à l'article 131sexies de l'arrêté royal du 25 novembre 1991 portant réglementation du chômage, le montant du minimum des moyens d'existence activé tel que défini au chapitre III de l'arrêté royal du 9 février 1999 pris en exécution de l'article 2, § 5, alinéa 1er, de la loi du 7 août 1974 instituant le droit à un minimum de moyens d'existence et le montant de l'aide sociale activée telle que mentionnée au chapitre III de l'arrêté royal du 9 février1999 pris en exécution de l'article 57quater de la loi du 8 juillet 1976 organique des centres publics d'aide sociale. ".
Art. 3. Artikel 67 wordt vervangen door :
" Art. 67. § 1. Jaarlijks bepaalt de Vlaamse regering het maximaal aantal werkervaringsprojecten, uitgedrukt in voltijds equivalenten, die voor een omkaderingspremie in aanmerking komen. Voor 1999 bedraagt dit aantal : 1400 VTE.
§ 2. De Vlaamse regering stelt jaarlijks de in de begroting voorziene middelen ter beschikking van de Dienst voor de uitbetaling van de premies.
De Dienst stort de werkgever het bedrag van de werkervaringspremie bepaald in artikel 65, § 1, vóór de tiende van de lopende kalendermaand. Uitbetaling gebeurt tegen voorlegging van de nodige bewijsstukken.
Voor de begeleidingspremie bepaald in artikel 65, § 2, stort de Dienst, bij het sluiten van de overeenkomst met de werkgever, een basisbedrag aan de organisatie die de begeleiding uitvoert. De overige begeleidingskosten worden volgens prestaties uitgekeerd.
" Art. 67. § 1. Jaarlijks bepaalt de Vlaamse regering het maximaal aantal werkervaringsprojecten, uitgedrukt in voltijds equivalenten, die voor een omkaderingspremie in aanmerking komen. Voor 1999 bedraagt dit aantal : 1400 VTE.
§ 2. De Vlaamse regering stelt jaarlijks de in de begroting voorziene middelen ter beschikking van de Dienst voor de uitbetaling van de premies.
De Dienst stort de werkgever het bedrag van de werkervaringspremie bepaald in artikel 65, § 1, vóór de tiende van de lopende kalendermaand. Uitbetaling gebeurt tegen voorlegging van de nodige bewijsstukken.
Voor de begeleidingspremie bepaald in artikel 65, § 2, stort de Dienst, bij het sluiten van de overeenkomst met de werkgever, een basisbedrag aan de organisatie die de begeleiding uitvoert. De overige begeleidingskosten worden volgens prestaties uitgekeerd.
Art. 3. L'article 67 est remplacé par ce qui suit :
" Art. 67. § 1er. Le Gouvernement fixe annuellement le montant maximal des projets d'expérience de travail, exprimé en équivalents à temps plein, éligible à une prime d'encadrement. Ce nombre est pour 1999 : 1400 ETP.
§ 2. Le Gouvernement flamand met annuellement les moyens budgétaires prévus à la disposition de l'Office en vue du paiement des primes.
L'Office verse le montant de la prime d'expérience de travail fixé à l'article 65, § 1er à l'employeur avant le dix du mois calendrier en cours. Le versement se fait sur production des justificatifs requis.
En ce qui concerne la prime d'accompagnement fixée à l'article 65, § 2, l'Office verse, lors de la signature du contrat avec l'employeur, un montant de base à l'organisation qui assure l'accompagnement. Les autres frais d'accompagnement sont remboursés en fonction des prestations.
" Art. 67. § 1er. Le Gouvernement fixe annuellement le montant maximal des projets d'expérience de travail, exprimé en équivalents à temps plein, éligible à une prime d'encadrement. Ce nombre est pour 1999 : 1400 ETP.
§ 2. Le Gouvernement flamand met annuellement les moyens budgétaires prévus à la disposition de l'Office en vue du paiement des primes.
L'Office verse le montant de la prime d'expérience de travail fixé à l'article 65, § 1er à l'employeur avant le dix du mois calendrier en cours. Le versement se fait sur production des justificatifs requis.
En ce qui concerne la prime d'accompagnement fixée à l'article 65, § 2, l'Office verse, lors de la signature du contrat avec l'employeur, un montant de base à l'organisation qui assure l'accompagnement. Les autres frais d'accompagnement sont remboursés en fonction des prestations.
Art. 4. Dit besluit treedt in werking op 1 juli 1999.
Art. 4. Le présent arrêté entre en vigueur le 1er juillet 1999.
Art. 5. De Vlaamse minister bevoegd voor het tewerkstellingsbeleid is belast met de uitvoering van dit besluit.
Brussel, 8 juni 1999.
De minister-president van de Vlaamse regering,
L. VAN DEN BRANDE
De Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling,
Th. KELCHTERMANS
Brussel, 8 juni 1999.
De minister-president van de Vlaamse regering,
L. VAN DEN BRANDE
De Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling,
Th. KELCHTERMANS
Art. 5. Le Ministre flamand ayant la politique de l'emploi dans ses attributions est chargé de l'exécution du présent arrêté.
Bruxelles, le 8 juin 1999.
Le Ministre-président du Gouvernement flamand,
L. VAN DEN BRANDE
Le Ministre flamand de l'Environnement et de l'Emploi,
Th. KELCHTERMANS
Bruxelles, le 8 juin 1999.
Le Ministre-président du Gouvernement flamand,
L. VAN DEN BRANDE
Le Ministre flamand de l'Environnement et de l'Emploi,
Th. KELCHTERMANS