Artikel 1. In artikel 1 van het besluit van de Vlaamse regering van 27 oktober 1993 tot veralgemening van het stelsel van gesubsidieerde contractuelen wordt een 24°, 25°, 26°, 27° en 28° toegevoegd, luidend als volgt :
  " 24° opleider : gesubsidieerde contractueel die wordt aangeworven binnen een opleidingsproject, zoals bedoeld in artikel 8 van dit besluit, voor het verzorgen van opleiding en begeleiding van de cursisten in het eigen opleidingsproject. Daarnaast kan hij opleiding en/of begeleiding verzorgen in opdracht van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding en/of van externe promotoren;
  25° herintreder : persoon die wenst in te treden of her in te treden in de arbeidsmarkt en aan volgende voorwaarden voldoet :
  - is ingeschreven als werkzoekende;
  - heeft geen beroepsactiviteit uitgeoefend gedurende de periode van 3 jaar die de intreding in de arbeidsmarkt voorafgaat;
  - heeft geen werkloosheids-, wacht- of onderbrekingsuitkering genoten gedurende de periode van 3 jaar die de intreding in de arbeidsmarkt voorafgaat;
  26° gedetineerden : personen in hechtenis, vanaf 18 maanden voor de mogelijke invrijheidstelling;
  27° politieke vluchtelingen : asielzoekers die het statuut van erkende vluchteling hebben verkregen of wier aanvraag tot erkenning ontvankelijk is verklaard en die beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt;
  28° promotoren : organisaties die opleidingsprojecten, zoals bedoeld in artikel 8 van het besluit van de Vlaamse regering van 27 oktober 1993 tot veralgemening van het stelsel van gesubsidieerde contractuelen en van het besluit van de Vlaamse regering van 27 oktober 1993 houdende uitvoering van het koninklijk besluit nr. 474 van 28 oktober 1986 tot opzetting van een stelsel van door de Staat gesubsidieerde contractuelen bij sommige plaatselijke besturen, en/of werkervaringsprojecten, zoals bedoeld in het besluit van de Vlaamse regering van 17 juni 1997 houdende harmonisering van diverse stelsels werkervaringsprojecten en in artikel 7bis van het besluit van de Vlaamse regering van 27 oktober 1993 tot veralgemening van het stelsel van gesubsidieerde contractuelen en in artikel 7bis van het besluit van de Vlaamse regering van 27 oktober 1993 houdende uitvoering van het koninklijk besluit nr. 474 van 28 oktober 1986 tot opzetting van een stelsel van door de Staat gesubsidieerde contractuelen bij sommige plaatselijke besturen, inrichten. ".
Nederlands (NL)
Français (FR)
Titel
1 JUNI 1999. - Besluit van de Vlaamse regering tot wijziging van het besluit van de Vlaamse regering van 27 oktober 1993 tot veralgemening van het stelsel van gesubsidieerde contractuelen.
Titre
1er JUIN 1999. - ArrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand modifiant l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 octobre 1993 portant gĂ©nĂ©ralisation du rĂ©gime des contractuels subventionnĂ©s (TRADUCTION).
Documentinformatie
Info du document
Tekst (9)
Texte (9)
Article 1. A l'article 1er de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 octobre 1993 portant gĂ©nĂ©ralisation du rĂ©gime des contractuels subventionnĂ©s, sont ajoutĂ©s les 24°, 25°, 26°, 27° et 28°, rĂ©digĂ©s comme suit :
  " 24° formateur : contractuel engagĂ© dans le cadre d'un projet de formation, tel que visĂ© Ă l'article 8 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, dans le but d'assurer la formation et l'accompagnement des participants faisant l'objet du projet de formation interne. En plus, il peut assurer la formation et/ou l'accompagnement pour le compte du Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (Office flamand de l'Emploi et de la Fondation professionnelle, VDAB) et/ou d'autres promoteurs externes;
  25° personne qui réintÚgre le marché de l'emploi : personne désirant s'intégrer au se réintégrer sur le marché de l'emploi, et répondant aux conditions suivantes :
  - ĂȘtre inscrit comme demandeur d'emploi;
  - ne pas avoir exercé d'activité professionnelle au cours de la période de 3 ans précédant l'intégration sur le marché de l'emploi;
  - ne pas avoir bénéficié d'une allocation de chÎmage, d'une allocation d'attente ni d'une allocation d'interruption au cours de la période de 3 ans précédant l'intégration sur la marché de l'emploi;
  26° détenus : les personnes détenues, à partir de 18 mois avant leur mise en liberté éventuelle;
  27° réfugiés politiques : les chercheurs d'asile ayant obtenu le statut de réfugié agréé, ou dont la demande d'agrément a été déclarée recevable, et qui sont disponibles pour le marché du travail;
  28° promoteurs : les organisations rĂ©alisant des projets de formation, tels que visĂ©s Ă l'article 8 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 octobre 1993 portant gĂ©nĂ©ralisation du rĂ©gime des contractuels subventionnĂ©s, et de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 octobre 1993 portant exĂ©cution de l'arrĂȘtĂ© royal n° 474 du 28 octobre 1986 portant crĂ©ation d'un rĂ©gime de contractuels subventionnĂ©s par l'Etat auprĂšs de certains pouvoirs locaux, et/au des projets d'expĂ©rience de travail, tels que visĂ©s Ă l'arrĂȘtĂ© du 17 juin 1997 du Gouvernement flamand portant harmonisation des rĂ©gimes divers de projets d'expĂ©rience de travail et Ă l'article 7bis de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 octobre 1993 portant gĂ©nĂ©ralisation du rĂ©gime de contractuels subventionnĂ©s et Ă l'article 7bis de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 octobre 1993 portant exĂ©cution de l'arrĂȘtĂ© royal n° 474 du 28 octobre 1986 portant crĂ©ation d'un rĂ©gime de contractuels subventionnĂ©s par l'Etat auprĂšs de certains pouvoirs locaux. ".
  " 24° formateur : contractuel engagĂ© dans le cadre d'un projet de formation, tel que visĂ© Ă l'article 8 du prĂ©sent arrĂȘtĂ©, dans le but d'assurer la formation et l'accompagnement des participants faisant l'objet du projet de formation interne. En plus, il peut assurer la formation et/ou l'accompagnement pour le compte du Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding (Office flamand de l'Emploi et de la Fondation professionnelle, VDAB) et/ou d'autres promoteurs externes;
  25° personne qui réintÚgre le marché de l'emploi : personne désirant s'intégrer au se réintégrer sur le marché de l'emploi, et répondant aux conditions suivantes :
  - ĂȘtre inscrit comme demandeur d'emploi;
  - ne pas avoir exercé d'activité professionnelle au cours de la période de 3 ans précédant l'intégration sur le marché de l'emploi;
  - ne pas avoir bénéficié d'une allocation de chÎmage, d'une allocation d'attente ni d'une allocation d'interruption au cours de la période de 3 ans précédant l'intégration sur la marché de l'emploi;
  26° détenus : les personnes détenues, à partir de 18 mois avant leur mise en liberté éventuelle;
  27° réfugiés politiques : les chercheurs d'asile ayant obtenu le statut de réfugié agréé, ou dont la demande d'agrément a été déclarée recevable, et qui sont disponibles pour le marché du travail;
  28° promoteurs : les organisations rĂ©alisant des projets de formation, tels que visĂ©s Ă l'article 8 de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 octobre 1993 portant gĂ©nĂ©ralisation du rĂ©gime des contractuels subventionnĂ©s, et de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 octobre 1993 portant exĂ©cution de l'arrĂȘtĂ© royal n° 474 du 28 octobre 1986 portant crĂ©ation d'un rĂ©gime de contractuels subventionnĂ©s par l'Etat auprĂšs de certains pouvoirs locaux, et/au des projets d'expĂ©rience de travail, tels que visĂ©s Ă l'arrĂȘtĂ© du 17 juin 1997 du Gouvernement flamand portant harmonisation des rĂ©gimes divers de projets d'expĂ©rience de travail et Ă l'article 7bis de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 octobre 1993 portant gĂ©nĂ©ralisation du rĂ©gime de contractuels subventionnĂ©s et Ă l'article 7bis de l'arrĂȘtĂ© du Gouvernement flamand du 27 octobre 1993 portant exĂ©cution de l'arrĂȘtĂ© royal n° 474 du 28 octobre 1986 portant crĂ©ation d'un rĂ©gime de contractuels subventionnĂ©s par l'Etat auprĂšs de certains pouvoirs locaux. ".
Art. 2. In artikel 8, § 1 van hetzelfde besluit wordt 1° vervangen door wat volgt :
  " 1° a) voor de eigen cursisten doelgroepgerichte opleidingen organiseren die een schakelfunctie vervullen naar tewerkstelling of verdere opleiding en die complementair zijn met de opleidingen die door de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding worden georganiseerd. Daarnaast kunnen deze opleidingen ook georganiseerd worden in opdracht van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding en/of van externe promotoren;
  b) instaan voor begeleiding van de eigen cursisten. Daarnaast kan ook voor begeleiding ingestaan worden in opdracht van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding en/of van externe promotoren; ".
  " 1° a) voor de eigen cursisten doelgroepgerichte opleidingen organiseren die een schakelfunctie vervullen naar tewerkstelling of verdere opleiding en die complementair zijn met de opleidingen die door de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding worden georganiseerd. Daarnaast kunnen deze opleidingen ook georganiseerd worden in opdracht van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding en/of van externe promotoren;
  b) instaan voor begeleiding van de eigen cursisten. Daarnaast kan ook voor begeleiding ingestaan worden in opdracht van de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding en/of van externe promotoren; ".
Art. 2. A l'article 8, § 1er du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le 1° est remplacĂ© par ce qui suit :
  " 1° a) organiser pour leurs propres participants au cours des formations axĂ©es sur des groupes cibles, qui puissent remplir une fonction charniĂšre vers l'emploi au vers une formation ultĂ©rieure, et qui soient complĂ©mentaires aux formations organisĂ©es par le VDAB. En plus, ces formations peuvent aussi ĂȘtre organisĂ©es pour le compte du VDAB et/au de promoteurs externes;
  b) se charger de l'accompagnement de leur propres participants aux cours. En plus il est également permis d'assurer l'accompagnement pour le compte du VDAB et/au de promoteurs externes; ".
  " 1° a) organiser pour leurs propres participants au cours des formations axĂ©es sur des groupes cibles, qui puissent remplir une fonction charniĂšre vers l'emploi au vers une formation ultĂ©rieure, et qui soient complĂ©mentaires aux formations organisĂ©es par le VDAB. En plus, ces formations peuvent aussi ĂȘtre organisĂ©es pour le compte du VDAB et/au de promoteurs externes;
  b) se charger de l'accompagnement de leur propres participants aux cours. En plus il est également permis d'assurer l'accompagnement pour le compte du VDAB et/au de promoteurs externes; ".
Art. 3. In artikel 8, § 1 van hetzelfde besluit wordt 2° vervangen door wat volgt :
  " 2° prioritair als cursist toelaten :
  a) werkzoekenden die aan de volgende voorwaarden voldoen :
  - voorafgaand aan de cursus onafgebroken gedurende ten minste één jaar als werkzoekende ingeschreven zijn bij de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding; één dag als werkzoekende ingeschreven zijn volstaat indien de cursist het bestaansminimum geniet, indien hij hoogstens lager onderwijs genoot, indien hij studies heeft gedaan in het bijzonder of buitengewoon onderwijs of indien hij herintreder is;
  - geen hoger diploma behaald hebben dan lager secundair onderwijs of hoger secundair beroepsonderwijs; herintreders mogen geen hoger diploma behaald hebben dan hoger secundair onderwijs of hoger secundair beroepsonderwijs;
  b) gedetineerden, en politieke vluchtelingen; ".
  " 2° prioritair als cursist toelaten :
  a) werkzoekenden die aan de volgende voorwaarden voldoen :
  - voorafgaand aan de cursus onafgebroken gedurende ten minste één jaar als werkzoekende ingeschreven zijn bij de Vlaamse Dienst voor Arbeidsbemiddeling en Beroepsopleiding; één dag als werkzoekende ingeschreven zijn volstaat indien de cursist het bestaansminimum geniet, indien hij hoogstens lager onderwijs genoot, indien hij studies heeft gedaan in het bijzonder of buitengewoon onderwijs of indien hij herintreder is;
  - geen hoger diploma behaald hebben dan lager secundair onderwijs of hoger secundair beroepsonderwijs; herintreders mogen geen hoger diploma behaald hebben dan hoger secundair onderwijs of hoger secundair beroepsonderwijs;
  b) gedetineerden, en politieke vluchtelingen; ".
Art. 3. A l'article 8, § 1er du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le 2° est remplacĂ© par ce qui suit :
  " 2° donner la priorité aux participants suivants :
  a) les demandeurs d'emploi répondant aux conditions suivantes :
  - avoir été inscrit comme demandeur d'emploi auprÚs du VDAB pendant une période non interrompue d'un an minimum; il suffit que l'élÚve soit inscrit comme chercheur d'emploi depuis 1 seul jour s'il bénéfice du minimex, s'il a suivi au maximum l'enseignement primaire; s'il a fait ses études dans l'enseignement spécial au extraordinaire, au s'il est une personne qui réintÚgre le marché de l'emploi;
  - ne pas avoir obtenu de diplÎme supérieur à l'enseignement secondaire primaire au à l'enseignement professionnel secondaire supérieur, les personnes qui réintÚgrent le marché de l'emploi ne peuvent pas avoir de diplÎme supérieur à l'enseignement secondaire supérieur au à l'enseignement professionnel secondaire supérieur;
  b) les détenus, et les réfugiés politiques; ".
  " 2° donner la priorité aux participants suivants :
  a) les demandeurs d'emploi répondant aux conditions suivantes :
  - avoir été inscrit comme demandeur d'emploi auprÚs du VDAB pendant une période non interrompue d'un an minimum; il suffit que l'élÚve soit inscrit comme chercheur d'emploi depuis 1 seul jour s'il bénéfice du minimex, s'il a suivi au maximum l'enseignement primaire; s'il a fait ses études dans l'enseignement spécial au extraordinaire, au s'il est une personne qui réintÚgre le marché de l'emploi;
  - ne pas avoir obtenu de diplÎme supérieur à l'enseignement secondaire primaire au à l'enseignement professionnel secondaire supérieur, les personnes qui réintÚgrent le marché de l'emploi ne peuvent pas avoir de diplÎme supérieur à l'enseignement secondaire supérieur au à l'enseignement professionnel secondaire supérieur;
  b) les détenus, et les réfugiés politiques; ".
Art. 4. In artikel 8, § 1, van hetzelfde besluit wordt 6° vervangen door wat volgt :
  " 6° uiterlijk op 30 september van ieder jaar een evaluatierapport over te maken aan de administratie; dit rapport heeft betrekking op de cursussen van het lopende kalenderjaar; ".
  " 6° uiterlijk op 30 september van ieder jaar een evaluatierapport over te maken aan de administratie; dit rapport heeft betrekking op de cursussen van het lopende kalenderjaar; ".
Art. 4. A l'article 8, § 1er du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le 6° est remplacĂ© par ce qui suit :
  " 6° remettre au plus tard le 30 septembre de chaque année un rapport d'évaluation à l'administration; ce rapport concerne les participants de l'année calendaire en cours; ".
  " 6° remettre au plus tard le 30 septembre de chaque année un rapport d'évaluation à l'administration; ce rapport concerne les participants de l'année calendaire en cours; ".
Art. 5. In artikel 8, § 1, van hetzelfde besluit wordt 7° vervangen door wat volgt :
  " 7° uiterlijk op 30 september van ieder jaar een doorstromingsrapport over te maken aan de administratie; dit doorstromingsrapport wordt geïntegreerd in het evaluatieverslag en heeft betrekking op de cursussen die voor 31 december van het vorige jaar afgesloten werden. ".
  " 7° uiterlijk op 30 september van ieder jaar een doorstromingsrapport over te maken aan de administratie; dit doorstromingsrapport wordt geïntegreerd in het evaluatieverslag en heeft betrekking op de cursussen die voor 31 december van het vorige jaar afgesloten werden. ".
Art. 5. A l'article 8, § 1er du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le 7° est remplacĂ© par ce qui suit :
  " 7° remettre au plus tard le 30 septembre de chaque année un rapport de transition professionnelle à l'administration; ce rapport de transition professionnelle est intégré dans le rapport d'évaluation, et se rapporte aux cours ayant été clÎturés avant le 31 décembre de l'année précédente. ".
  " 7° remettre au plus tard le 30 septembre de chaque année un rapport de transition professionnelle à l'administration; ce rapport de transition professionnelle est intégré dans le rapport d'évaluation, et se rapporte aux cours ayant été clÎturés avant le 31 décembre de l'année précédente. ".
Art. 6. In artikel 8 van hetzelfde besluit wordt § 2 vervangen door wat volgt :
  " § 2. De minister kan binnen de perken van een specifiek begrotingskrediet een werkingspremie toekennen aan de werkgever van een project, zoals bedoeld in dit artikel, die met de minister een opleidingsovereenkomst sluit.
  De werkingspremie bedraagt maximaal 20 % van de krachtens de opleidingsovereenkomst verschuldigde premiebedragen, maar kan slechts verworven worden ten bedrage van de bewezen uitgaven en voor zover de opleidingsovereenkomst werd nageleefd. De werkingspremie kan enkel worden aangewend voor uitgaven ter dekking van werkingskosten, met uitzondering van de aankoop van uitrustingsgoederen, van door of krachtens de wet aan werkgevers opgelegde uitgaven, van aanvullingen op het loon en van premies aan personeel en/of cursisten.
  De werkgever maakt op straffe van terugvordering, en uiterlijk op 31 maart, een overzicht van de werkingsuitgaven voor het voorbije kalenderjaar over aan de administratie. De bewijzen van deze werkingsuitgaven dienen door en bij de werkgever vanaf 31 maart ter inzage beschikbaar te worden gesteld. ".
  " § 2. De minister kan binnen de perken van een specifiek begrotingskrediet een werkingspremie toekennen aan de werkgever van een project, zoals bedoeld in dit artikel, die met de minister een opleidingsovereenkomst sluit.
  De werkingspremie bedraagt maximaal 20 % van de krachtens de opleidingsovereenkomst verschuldigde premiebedragen, maar kan slechts verworven worden ten bedrage van de bewezen uitgaven en voor zover de opleidingsovereenkomst werd nageleefd. De werkingspremie kan enkel worden aangewend voor uitgaven ter dekking van werkingskosten, met uitzondering van de aankoop van uitrustingsgoederen, van door of krachtens de wet aan werkgevers opgelegde uitgaven, van aanvullingen op het loon en van premies aan personeel en/of cursisten.
  De werkgever maakt op straffe van terugvordering, en uiterlijk op 31 maart, een overzicht van de werkingsuitgaven voor het voorbije kalenderjaar over aan de administratie. De bewijzen van deze werkingsuitgaven dienen door en bij de werkgever vanaf 31 maart ter inzage beschikbaar te worden gesteld. ".
Art. 6. A l'article 8 du mĂȘme arrĂȘtĂ©, le § 2 est remplacĂ© par ce qui suit :
  " § 2. Le ministre peut, dans les limites d'un crédit budgétaire spécifique, octroyer une prime de fonctionnement à l'employeur d'un projet, tel que visé à cet article, qui conclut un accord de formation avec le ministre.
  La prime de fonctionnement s'Ă©lĂšve Ă 20 % maximum des montants de prime redevables en vertu de l'accord de formation, mais ne peut ĂȘtre acquise qu'Ă concurrence des frais dĂ©montrĂ©s et dans la mesure oĂč l'accord de formation a Ă©tĂ© respectĂ©. La prime de travail ne peut ĂȘtre affectĂ©e qu'aux dĂ©penses couvrant les frais de fonctionnement, Ă l'exception de l'achat des biens d'Ă©quipement, des frais imposĂ©s aux employeurs par au en vertu de la loi, des complĂ©ments au salaire et des primes octroyĂ©es au personnel et/ou aux participants.
  Sous peine de restitution, l'employeur remettra un apercu des frais de fonctionnement pour l'annĂ©e calendaire prĂ©cĂ©dente Ă l'administration, et ce au plus tard le 31 mars. Les preuves de ces frais de fonctionnement doivent ĂȘtre mises Ă la disposition pour information par et chez l'employeur Ă partir du 31 mars. ".
  " § 2. Le ministre peut, dans les limites d'un crédit budgétaire spécifique, octroyer une prime de fonctionnement à l'employeur d'un projet, tel que visé à cet article, qui conclut un accord de formation avec le ministre.
  La prime de fonctionnement s'Ă©lĂšve Ă 20 % maximum des montants de prime redevables en vertu de l'accord de formation, mais ne peut ĂȘtre acquise qu'Ă concurrence des frais dĂ©montrĂ©s et dans la mesure oĂč l'accord de formation a Ă©tĂ© respectĂ©. La prime de travail ne peut ĂȘtre affectĂ©e qu'aux dĂ©penses couvrant les frais de fonctionnement, Ă l'exception de l'achat des biens d'Ă©quipement, des frais imposĂ©s aux employeurs par au en vertu de la loi, des complĂ©ments au salaire et des primes octroyĂ©es au personnel et/ou aux participants.
  Sous peine de restitution, l'employeur remettra un apercu des frais de fonctionnement pour l'annĂ©e calendaire prĂ©cĂ©dente Ă l'administration, et ce au plus tard le 31 mars. Les preuves de ces frais de fonctionnement doivent ĂȘtre mises Ă la disposition pour information par et chez l'employeur Ă partir du 31 mars. ".
Art. 7. In afwijking van artikel 8, § 2, derde lid dient het overzicht van de werkingsuitgaven die betrekking hebben op de periode van 1 september 1998 tot en met 31 december 1999 overgemaakt te worden aan de administratie uiterlijk op 31 maart 2000. De bewijzen van deze werkingsuitgaven dienen door en bij de werkgever vanaf 31 maart 2000 ter inzage beschikbaar te worden gesteld.
Art. 7. Par dĂ©rogation Ă l'article 8, § 2, troisiĂšme alinĂ©a, l'apercu des frais de fonctionnement se rapportant Ă la pĂ©riode du 1er septembre 1998 jusqu'au 31 dĂ©cembre 1999 inclus, doit ĂȘtre remis Ă l'administration au plus tard le 31 mars 2000. Les preuves de ces frais de fonctionnement doivent ĂȘtre mises Ă la disposition pour information par et chez l'employeur Ă partir du 31 mars 2000.
Art. 8. Dit besluit heeft uitwerking met ingang van 1 september 1998.
Art. 8. Le prĂ©sent arrĂȘtĂ© produit ses effets Ă partir du 1er septembre 1998.
Art. 9. De Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling is belast mei de uitvoering van het besluit.
  Brussel, 1 juni 1999.
  De minister-president van de Vlaamse regering,
  L. VAN DEN BRANDE
  De Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling,
  Th. KELCHTERMANS
  Brussel, 1 juni 1999.
  De minister-president van de Vlaamse regering,
  L. VAN DEN BRANDE
  De Vlaamse minister van Leefmilieu en Tewerkstelling,
  Th. KELCHTERMANS
Art. 9. Le Ministre flamand de l'Environnement et de l'Emploi est chargĂ© de l'exĂ©cution du prĂ©sent arrĂȘtĂ©.
  Bruxelles, le 1er juin 1999.
  Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
  L. VAN DEN BRANDE
  Le Ministre flamand de l'Environnement et de l'Emploi,
  Th. KELCHTERMANS
  Bruxelles, le 1er juin 1999.
  Le Ministre-Président du Gouvernement flamand,
  L. VAN DEN BRANDE
  Le Ministre flamand de l'Environnement et de l'Emploi,
  Th. KELCHTERMANS